CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

2023 03 09 SWO de Wolden Hoogeveen Gemeenteraad Hoogeveen

Raadsavond 9 maart 2023, gemeente Hoogeveen34.438 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Is dat volgens u haalbaar? De heer Kraaij: Ja, we gaan ervan uit dat het haalbaar is, maar ik kan de vraag heel moeilijk beantwoorden omdat … Kijk, je moet een aantal doelen stellen. Vijftig hè, dat is gebruikelijk en het zou mooi zijn als we dat halen en ja, ik zou zeggen: laten we over twee jaar nog eens praten als de gunning geweest is en dan zien we of we die vijftig gehaald hebben. De voorzitter: De heer Walda. De heer Walda: Nou, dat is niet helemaal waar ik op hoopte, maar het is wel voldoende voor het debat. Dank u wel. De voorzitter: Ik zag dat daar achter nog een vraag was van de heer Kleine van Forum voor Democratie. De heer Kleine: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik moet met dit soort onderwerp altijd beetje schakelen, hè, want het komt natuurlijk een beetje weg het hele klimaat verbeteringsidee en uiteindelijk wordt het gewoon platgeslagen naar een businessmodel. Dat is de tweestrijd waar ik soms in zit. Kunt u mij eens meenemen in wat is dan precies het verdienmodel van zo’n zonnepark. De heer Kraaij: Ik sta hier met nadruk voor de participatie, hè, voor zorgen dat burgers straks van de revenuen kunnen profiteren. Het businessmodel, ja, dat is er nog onvoldoende, maar daar kan ik ook geen antwoord op geven. Daar sta ik hier ook niet voor. Ik sta ervoor te waarborgen dat het participatieproces in die Zonneroute, dat dat goed vorm wordt gegeven.

De voorzitter: Wilt u daar nog wat ook zeggen, de heer Kleine?

De heer Kleine: Ja, nee, maar als u als antwoord geeft dat u er niet over gaat en geen antwoord kan geven, dan kan ik nog aanvullende vragen stellen, maar dan heeft dat geen zin. De voorzitter: Ik zou willen vragen of er nog andere raadsleden hier zijn die vragen willen stellen. Ik zie zo niets. Dan wil ik graag de heer Kraaij bedanken voor zijn inbreng. Nou, nu inmiddels de inspreker zijn verhaal heeft kunnen doen, gaan wij dan nu met zijn allen naar het debat toe. We beginnen het debat, zijn vaak twee rondes. In de eerste ronde kunnen alle partijen hun voorlopige standpunt geven met de argumentatie daarvan. Ze kunnen ook vragen aan het college stellen en ze kunnen punten voor debat inbrengen die we dan straks in de tweede termijn gaan bespreken. Dus ik zou graag willen vragen aan de partijen die hier aan tafel zitten, wie zou de spits af willen bijten? De heer Walda, Gemeentebelangen. De heer Walda: Dank u wel, voorzitter. Hiervoor ligt in een beleidskader participatie Drentse Zonneroute. Het college vraagt ons om dit vast te stellen. Missen we straks de boot? Wordt ons straks de wind uit de zeilen genomen? Of liever gezegd: staan wij straks voor een deel in de schaduw? Vooruitzien is regeren, dit is wat wij met dit beleidskader beogen. Wij moeten ervoor zorgen dat onze inwoners zoveel mogelijk kunnen meeprofiteren van de revenuen van dit project.

We moeten voorkomen dat straks marktpartijen de grote winsten opstrijken. De energiemaatschappijen maken grote winsten en wie betaalt aan deze winsten mee? Gemeentebelangen vindt duurzaamheid een belangrijk punt, maar wij hoeven niet voorop te lopen, zoals bijvoorbeeld bij de aanleg van zonnepaneelweides. Als Gemeentebelangen Hoogeveen vinden wij het belangrijk dat de lokale inwoners meeprofiteren met energie initiatieven zoals deze. Als Gemeentebelangen streven wij naar een zo hoog mogelijke participatiegraad. Het beleidskader wat hier voorligt, heeft als uitgangspunt het meedoen en meeprofiteren van de inwoners van Hoogeveen, Coevorden en Emmen van de Drentse Zonneroute A37. We zijn blij met deze insteek en vragen ons af of met het voorliggende beleidskader voldoende en heldere waarborgen zijn voor lokaal meeprofiteren. Ik heb een aantal debatpunten. Wij hebben onze eigen afwegingskaders zonne-energie de afgelopen jaren ingezet als kaders. Dit heeft bijvoorbeeld bij het zonneperkje Wilfred Stilweg tot veel onvrede geleid.

Vinden de andere partijen dat met dit beleidskader voldoende kaders zijn opgenomen om on duidelijkheden en eventuele misverstanden bij en tussen marktpartijen te voorkomen? Twee, vinden de andere partijen dat de minimale ondergrens van twintig procent lokaal eigendom voldoende is? Drie, vinden de andere partijen dat het hanteren van de postcoderoos systematiek een goed kader is? Vier, vinden de andere partijen dat de genoemde vijf procent van de brutowinst, ‘…’ van het niet gerealiseerde percentage lokaal eigendom, wat wordt afgedragen aan het omgevingsfonds, voldoende is? Vijf, vinden de andere partijen dat wij als raad en college er op dit moment voldoende aan doen en voldoende initiatieven stimuleren om invulling te gaan geven aan het deel lokaal eigendom? Denk bijvoorbeeld aan het faciliteren van het opzetten van energiecoöperaties naast de al bestaande. Zes, vinden de andere partijen dat wij als raad nog voldoende inspraak hebben om dit beleidskader eventueel nog aan te passen, aangezien in het raadsvoorstel bij de uitgewerkte drie onderdelen en verder een planning genoemd wordt en zelfs een specifieke tekst hieraan gewijd is? En dan heb ik het met name over een vorm van gevoel van druk die wij hiermee krijgen, zoals dit beleidskader hier nu wordt neergelegd. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter: En wat is voor de beantwoording van uw vragen uw voorlopig standpunt? De heer Kleine: Wij hebben voorlopig nog even geen standpunt hierin. De voorzitter: Duidelijk. De heer Dekker wil ik vragen van de Partij van de Arbeid.

De heer Dekker: Ja, dank u wel, voorzitter. Ronkende berichten in de pers. Omwonenden zonnepark A37 worden 50 procent eigenaar. Einde citaat. Het bijbehorende artikel zullen de meeste mensen wel gezien hebben, in elk geval de vaste woordvoerders hier. Het is afkomstig van een artikel op RTV Drenthe. De gemeenten gaan een meeprofiteerplan opstellen, aldus het stuk. Best een goede naam: meeprofiteerplan. Vanavond noem ik het maar even beleidskader, zo is namelijk ook verwoord in het raadsvoorstel. Al jaren hebben we het over de Zonneroute en vanavond wordt dan gevraagd aan de raad om in te stemmen met beleidskader. Vooraf even een opmerking dat de PvdA fractie hecht aan de ambities uit het klimaatakkoord en dat we positief staan ten opzichte van de Zonneroute. Behalve de klimaatdoelen die wat beter in zicht komen, zal er ook sprake zijn van geluidsreductie en daar zijn ook best veel bewoners blij mee. Eerlijk gezegd vonden we het best een wat technisch en zo niet erg toegankelijk geschreven raadsvoorstel. We snappen dat er veel technische termen nodig zijn, maar doen toch nog eens een oproep: denk iedere keer goed na of je niet een alternatief voorhanden hebt. RB1 was het niet. De PvdA hecht aan participatie en lokaal eigenaarschap van inwoners en heeft hier in het verleden ook haar steun voor uitgesproken en initiatieven voor genomen.

De vraag is echter hoe makkelijk dat bij dit kader is. Het project is groot, complex en risicovol, zo lezen we. Er moet gauw het bedrag worden opgehaald om te kunnen investeren in het project en de PvdA wil niet graag dat met betrekking tot het eigenaarschap, dat dat vooral een bedrijvenfeestje wordt. Hoewel, u weet, wij zijn heel ondernemersvriendelijk. We vragen ons af hoe ook de gewone inwoner straks aan zijn participatie trekken kan komen. De inspreker had het ook al even over deze kwestie. Wij zijn wel nieuwsgierig om daar straks even met de anderen over in gesprek te gaan, hoe dat aspect doordat door hun beleefd wordt of de gewone inwoner, zeg maar, de voldoende mate in die participatie mee zou kunnen doen. Er staat verder iets in het kader over de verschillende rollen van de gemeente, het belang van goede communicatie wordt benadrukt. Dat onderstrepen wij nog eens een keer. We vragen om daar op creatieve manier vorm en inhoud aan te geven en na het vaststellen van het kader heeft de gemeente een aanjagende en stimulerende rol en pak die dan ook, zouden we zeggen. Het meenemen van de inwoners is van groot belang. Ik rond af. De Partij van de Arbeid heeft een positieve grondhouding en we zien nog wel wat open eindjes en af en toe bekruipt ons dan, zoals wij het in de fractie noemen, het zonneparken gevoel.

In dit geval hebben we het daar dan over, maar dat is het gevoel wat we in het verleden wel eens kregen als we een regeling, toen we besloten over de regeling voor zonneparken en dat er achteraf opeens van allerlei dingen gebeurden die we vooraf niet voorzien hadden. Daarom tot slot de vraag aan mijn collega raadsleden van, als we dit nu zo lezen, hebben we dan, voor zover mogelijk, echt goed in beeld wat er allemaal op ons afkomt? Hebben we zo goed mogelijk uitgesloten dat we voor verrassingen komen te staan? Het gesprek van vanavond samen met de collega raadsleden kan voor ons het begin van het antwoord zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil dan graag naar de heer Van Rijn gaan. Die zag ik al heel enthousiast met zijn hand omhoog staan. Dus de heer Van Rijn van de SGP. De heer Van Rijn: Zo, enthousiast nogal. Dank u wel, voorzitter. Ja, wij zijn nog echt niet beslist hierover. Ik heb nog nooit een beleidskader en de achtergrond met zoveel onzekerheden erin. Ja, dit weten we nog niet, dat kan nog anders worden, dat, ja, dat weten we ook nog niet, dat moet nog blijken. En dat soort vragen, dat soort antwoorden zitten er heel veel in. Dus ja, wij weten het gewoon niet. Is dit wel een goed beleidskader voor de gemeente Hoogeveen, als we dit gaan vaststellen? Ik heb echt mijn twijfels erbij.

Dus waarom moeten wij überhaupt nu een beleidskader vaststellen terwijl het een heel groot project is van weet ik hoeveel gemeentes? Is het niet beter om gewoon één groot beleidskader vast te stellen? Dat zijn gewoon allemaal vragen die dan allemaal beetje bij ons ook. En dan is er nog iets, ja, je kunt het lastig vinden, je kunt het vreemd vinden, maar je moet wel even, als je straks van de Duitse grens vanaf Emmen komt, rij je dus helemaal tussen de zonnepanelen. Kom je bij de afslag Nieuwlande, dan komt er nog een zonnepark aan de

linkerkant bij. Kom je iets verder bij de Meerboomweg, komt er nog een heel groot zonnepark bij. Als je iets verder rijdt, heb je aan de rechterkant nog een groot zonnepark, kom je uiteindelijk bij knooppunt Hoogeveen en dan heb je links nog een heel groot zonnepark. Dan denk je: is Drenthe nou één groot zonnepark aan het worden? Je rijdt zo kilometerslang rijd je langs zonnepanelen heen. Is dat nou ons doel van het landschap? Nee, maar dat is gewoon even om daar aandacht voor de vragen, want we kunnen wel zeggen: nou, zet alles maar vol, en ik begrijp dat zulk soort energie nodig is, maar ja, ik wil toch wel daar aandacht voor vragen van is dat nou wat wij voor ogen hebben met nieuwe energie, dat het hele landschap hier volstaat met zonnepanelen? Dus ja, ik heb de debatpunten van de andere partijen, daar horen we graag, daar willen we graag aan meedoen, maar zelf heb ik geen debatpunten. Dit waren gewoon onze vragen hierbij en we zijn nog echt niet beslist wat we uiteindelijk zullen gaan doen. Dank u wel. De voorzitter: En heeft u nog een punt voor het college? De heer Van Rijn: Nee hoor, ik heb niet echt een … De voorzitter: Dan gaan we de rij af. Ik wil dan graag de heer Kleine van Forum voor Democratie het woord geven. De heer Kleine: Dank u wel, voorzitter.

Ja, het standpunt over zonneparken, wat betreft Forum voor Democratie zal iedereen wel inmiddels wel kennen en toch vind ik het toch wel leuk om hier dan op in te gaan, omdat je bij ideologische discussies zit er vaak geen ondergrens aan. Men kan altijd door. Maar dit soort zaken heb je een technisch aspect en je hebt een financieel aspect. Dus je hebt op een gegeven moment een soort soorten stop erop, een soort noodrem. Het is haalbaar of het is niet haalbaar. En als je nu, ik zie een van de stakeholders in dit hele project is volgens mij Enexis. Nou, die zijn vrij duidelijk over de toestand van het netwerk op dit moment. Zij adviseren met klem om geen nieuwe zonneparken meer aan te sluiten. Als ik vraag naar het verdienmodel van een ambassadeur van een corporatie die wil mee participeren en een gemeenteraad wil overtuigen om ook mee te gaan participeren en dan vraag ik nog niet eens over de technische cijfers, ik vraag om het verdienmodel. Daar krijgen we geen antwoord op. Op basis waarvan moeten wij dan een keuze gaan maken om dan ja of nee te gaan zeggen om dan te gaan participeren in zo’n zonnepark? Het laatste is natuurlijk, uiteindelijk is dit een sigaar uit eigen doos. Het verdienmodel, dit zal ook een groot zonnepark worden, die komen niet in aanmerking voor die salderingsregeling, dus het hele verdienmodel draait op subsidies.

Dus daar, en dat ontbreekt ook vaak in dit soort debatten, de causaliteit tussen de verhoging van de belastingdruk en de subsidies. Er wordt vaak gepraat over subsidies als een soort gratis geldboom waar dan van afgetrokken kan worden. Zo van nou ja, dan … Dat is mooi, de subsidies, dat is er dan ineens. En aan de andere kant worden constant de belastingen omhoog gegooid. Die pot met subsidies wordt wel ergens door betaald, jongens. Dus het verdienmodel, je moet wel oppassen dat je dus niet blij bent met het geld dat je zelf in die pot hebt gebracht. Voor de rest hebben we geen punten voor debat. De voorzitter: Nee, u bent niet van plan om hier een hele ideologische discussie over te houden? De heer Kleine: Eigenlijk wel, maar dat doen we niet. De voorzitter: Ook geen punten voor het college, neem ik aan? Oké, dan wil ik graag doorgaan naar de heer Van der Meer van GroenLinks. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Laat ik positief beginnen dat wij als GroenLinks best blij zijn met het initiatief dat er nu eindelijk iets gebeurt aan participatie waardoor bewoners mee kunnen profiteren van

de opbrengst van zonne-energie. Dat is wat ons betreft een stap in de goede richting. Tegelijkertijd hebben we daar ook wel vragen bij. Voor een deel zijn die gesteld al door de collega fracties, maar waar ik mij echt wel toch ook zorgen over maak, is met name dat participatie model. En waar de heer Walda ook aan refereerde, met die 50 procent beoogd deelnemerschap, 20 procent als ondergrens. Nou, als je uitgaat van die ondergrens 20 procent plus 5 procent in een omgevingsfonds, dan ben ik heel benieuwd wat de overige 75 procent naartoe gaat, of dat dan toch weer de grote jongens zijn die daarvan profiteren dan wel de bedrijven in onze omgeving. En dat zou wat mij betreft een gemiste kans zijn. Dat betekent ook dat ik, als het gaat over deelname door middel van aandelen of hoe dan ook, een fonds in zo’n energiecoöperatie, dan lijkt het er toch wel heel erg op dat het voor de happy few is die daarin mee kan profiteren en dan verwacht ik van die 5 procent omgevingsfonds te weinig voor de inwoners van Hoogeveen die daar niet gebruik van kunnen maken of daar niet in mee kunnen doen. Dus ik zou in ieder geval ook het college willen vragen om daar nog eens kritisch naar te kijken.

Moet dat niet een onsje meer zijn, zeg maar, waardoor we met name in dat omgevingsfonds, wetende dat heel veel inwoners van Hoogeveen zijn aangewezen op een sociale huurwoning, dat we daar toch een goed initiatief neer kunnen leggen om ze mee te kunnen laten profiteren in de opbrengst van zo’n zonneroute. Eenzelfde punt geldt wel naar aanleiding van een brief die wij kregen via de attenderingen die gericht, was in eerste instantie natuurlijk aan de Statenfractie, maar waar een aantal kritische noten in genoemd staan ten aanzien van de aanleg van de route met allerlei blokkeringen waar Rijkswaterstaat ook wat van zou vinden. Maar wat natuurlijk wel voor GroenLinks ook een belangrijk punt is, als we daar lezen dat ten behoeve van dat zonnepark van die zonneroute zo'n 15.000 bomen gekapt gaan worden, dan zijn we heel erg benieuwd hoe dat gecompenseerd wordt binnen onze gemeentegrenzen en in het vervolg van het traject. En dat is ook een vraag, wat mij betreft, aan het college en met de andere vraagsteller zou ik wel … Ben ik wel heel benieuwd ook naar visie in het oordeel van mijn collega fracties in de zin van waar stappen we in als Hoogeveen? Is de opbrengst beoogde opbrengst of de inspanningsverplichting is eigenlijk nog maar voldoende om hiermee van wal te gaan. Dat laat onverlet dat ik die positieve insteek ten aanzien van dit initiatief wel wil blijven houden.

Maar ik ben wel heel benieuwd naar deze antwoorden. De voorzitter: Dank u, mijnheer Van der Meer. Ik zou dan graag naar mevrouw Rutgers van D66 willen. Mevrouw Rutgers: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, allereerst zijn we blij dat de aangrenzende gemeenten samen tot dit kader zijn gekomen, want zoals ook in de stukken staat, is het opstellen van een beleidskader eigenlijk de enige manier om naar aanleiding van het aanbestedingstraject invloed te kunnen uitoefenen op de uitvoering en op de participatie. Dus het is in die zin ook essentieel dat er een beleidskader participatie komt. Nou, net als de heer Van der Meer hebben wij ons ook wel afgevraagd: is dit niet maar voor een deel van de inwoners van Hoogeveen, hoe zeg je dat, realistisch om mee te gaan doen? Maar we zijn wel blij dat er ook gesproken wordt over een omgevingsfonds zodat er toch breder geprofiteerd zou kunnen worden van deze zonneroute. Al met al hebben wij een afweging gemaakt en hebben we geen punten voor debat en is ons voorgenomen standpunt positief.

Als er andere fracties zijn die amendementen willen gaan indienen, dan zijn we wel benieuwd, al bij voorbaat, of zij deze al afgestemd hebben met hun collega acties in die andere gemeenten, want dat is natuurlijk van belang, mochten we amendementen op dit raadsvoorstel willen indienen, dat dat breed gedragen ook weer wordt, want anders dan wordt het een helemaal ingewikkeld proces. Dus nou, ik weet niet of iemand daar straks al, ik kan het in de tweede termijn waarschijnlijk horen, maar voorgenomen amendementen heeft, dan hoor ik graag dus of die al zijn afgedekt bij hun collega fracties. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Rutgers. Ik ga dan naar de heer Strijker van de VVD.

De heer Strijker: Dank u, voorzitter. Wij hebben het beleidskader voor de zonneroute doorgenomen en hier vragen over gesteld bij de betrokken ambtenaar en bij de provincie. De VVD is voor zo op dak, als tweede zijn wij voor zon op rijksgronden, wat hier dus het geval is. Het stuk participatie voor burgers en bedrijven dat spreekt ons erg aan in dit project en daarnaast zien we wel dat de beleidskaders, wat ook al door meerdere raadsleden hier benoemd is, dat die op sommige punten echt erg ruim is en dat die invulling pas gegeven wordt wanneer er een gunning is geweest in de tender. De zorgen rondom veiligheid, waar ook net aan gerefereerd werd, in de brief van de werkgroep hebben wij ook doorgenomen en we hebben begrepen dat Rijkswaterstaat hier nog een reactie op gaat geven. Dus die wachten wij ook nog even af. Voor het debat willen wij graag het punt capaciteit inbrengen. Wij hebben onze zorgen gedeeld met de betrokken ambtenaar met betrekking tot de capaciteit van het net en de zonneroute. We hebben begrepen dat in 2028 het onder station op Riegmeer opgeleverd zal gaan worden. In de planning zou dan ook de zonneroute gerealiseerd moeten zijn. Graag willen wij voorkomen dat de zonneroute aansluitingen van zonnepanelen van bijvoorbeeld bedrijven in de weg gaat zitten en we zijn erg benieuwd hoe andere partijen hier tegenaan kijken. En we hebben nog geen standpunt ingenomen.

De voorzitter: Nou, dank u wel. Dan gaan wij de heer Kreuze van het CDA. De heer Kreuze: Bedankt, voorzitter. Ik zou haast willen zeggen: Drenthe kan wel wat Hoogeveen gebruiken en dat is mooi omdat Hoogeveen in dit geval toch echt een voorbeeld is, samen met Coevorden en Emmen, om dit zo op te zetten en het past toch heel erg bij het CDA standpunt: minder overheid, minder markt en meer samenleving, hoewel we natuurlijk wel voor vele miljoenen hier van de markt nog bij nodig hebben om dit voor elkaar te krijgen. De vraag is wel, zeg maar, ondanks ook een positieve grondhouding, dat woord hebben we al eerder gehoord, hebben we nu genoeg en goed gereedschap klaargelegd als raad om de uitvoering straks goed te kunnen doen? Daar hebben we zorgen over en dat is door vele collega’s geuit, dus dat hoef ik op zich niet te herhalen. Er zitten gewoon haken en ogen aan dit programma en collega Walda heeft ze in zes vorm opgesomd. Ik had dat teruggebracht tot één punt voor debat. En dan hebben we dus over een zonnekader wederom hè, afwegingskader zou je haast zeggen, wat we nu nog eenmaal kunnen behandelen en dan staan wij buitenspel als volksvertegenwoordiger, dan is het klaar. Het is ook mooi om het aan de markt over te laten, maar dit heeft natuurlijk wel consequenties.

Ik bedoel, we hebben, collega Dekker refereerde er al aan, vele uren hier gezeten en vele uren met blije en vooral ook niet blije bewoners gesproken over zonnekader één en dat zit ons natuurlijk nog als Hoogeveners als een visgraat in de strot, zal ik maar zeggen. De open eindes die hieruit volgen, die maken ons bezorgd. Dus mijn punt voor debat is, en dat is eigenlijk aansluitend op eerder gestelde, is dit voorstel voor de andere partijen voldragen of moet het de couveuse in? De voorzitter: Dank u, de heer Kreuze. Ik ga dan naar de heer Pomper van de SP. De heer Pomper: Ja, dank u, voorzitter. Er al heel veel over gezegd, dus ik zal het ook wat kort houden. Wat dat betreft, dan sluit ik nog het meeste aan van de heer Dekker ook zegt. De SP die had eerst zoiets van nou, we kunnen hier wel mee instemmen, want er komen nogal een aantal andere beleidskaders aan en het moet ook nog verder uitgevoerd gaan worden. Maar wat wij SP ook wel heel belangrijk vinden, wat de participatie betreft, dat het ook echt naar de gemeenschap toegaat. Gisteren is ook in de Statenfractie bijvoorbeeld een motie aangenomen om te onderzoeken of er in Drenthe een provinciale energiemaatschappij zou kunnen komen. De SP heeft dat ook wel eens opgeroepen hier in de raad of wij een energiecoöperatie, een gemeentelijke energie coöperatie zouden kunnen oprichten.

Dat zou natuurlijk wel ideaal zijn om dit te kunnen ondervangen, ook wanneer de participatie wel minder is dan beoogd. Nou ja goed, dat hoort eigenlijk net niet bij dit stuk, daar zullen wij toch weer een losse motie voor in moeten dienen en dan zouden we ook

kunnen zeggen uiteindelijk van goh, nou loopt het tegen, zit het onder de twintig procent participatie, dan gaat de rest gewoon naar de Hoogeveense energiecoöperatie. Maar we moeten dit stuk natuurlijk bespreken. Ik hoor ook door enkele mensen hier, die hebben we toch wat twijfelpunten over dit stuk en dan noemen ze gewoon, noem het bomenkappen bijvoorbeeld, of het capaciteitsnet. Dat is niet relevant voor dit beleidskader. Dit is de eerste stap die we moeten gaan nemen, gaan we überhaupt ermee verder? Dat valt allemaal nog te bezien, maar dat lijkt me dan ook geen debatpunt voor nu om vragen te gaan stellen over is er wel voldoende netcapaciteit? Dit gaat over participatie en daar wou ik ook wel graag bij laten. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat de heer Meesters zijn hand opsteekt met een … Hij heeft nog geen bijdrage gehad, natuurlijk. Excuses. Dan de heer Meesters van de ChristenUnie. De heer Meesters: Geeft helemaal niet, uiteindelijk let ik zelf ook wel op dat ook ons verhaal verteld wordt en ik sluit even aan met de laatste opmerking van de heer Pomper. Want inderdaad, we hebben het echt over de kaders van de participatie met betrekking tot de zonneroute.

Dus het gaat niet over de aanleg van de zonneroute zelf, ook niet de randzaken die daar mee te maken hebben, maar het gaat er eigenlijk om: straks vindt er een aanbesteding plaats en aanbestedende partijen zullen moeten aangeven als wij dit in een beleidskader opnemen, wat ze doen aan participatie. Als we dat niet opnemen in een beleidskader, hoeven ze daar dus ook niets over te zeggen. Dus wat dat betreft, maar mevrouw Rutgers die verwoordde dat ook al, is het belangrijk dat er een beleidskader komt. Anders kunnen we helemaal fluiten naar het verhaal. Dan ja, ik hoorde meerdere partijen dat ook al zeggen, we vinden het ook belangrijk dat de opbrengsten van het park niet alleen maar belanden in de zakken van investeerders, maar ook terugvloeien naar onze eigen omgeving. En daar staan wij als ChristenUnie ook helemaal achter. Sterker nog, op 9 februari jongstleden heeft de WRR, dat is de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid, een stuk uitgebracht waarin staat dat het klimaatbeleid rechtvaardiger moet. Mensen die geld hebben om te investeren, profiteren vaak van de voordelen, terwijl mensen die, om het maar zo te zeggen, geen vet op de botten hebben, staan juist langs de zijlijn. Ik noem maar even als voorbeelden bijvoorbeeld de salderingsregeling en de Tesla subsidie. Ja, en dat brengt mij inderdaad bij een punt, nou, ik heb meerdere collega's dat al horen zeggen.

Hoe zorgen we ervoor dat die opbrengsten uit de zonneroute rechtvaardig worden verdeeld? Want die rechtvaardigheid vinden we belangrijk. En niet alleen de mensen die ruimte hebben om te kunnen investeren daar de vruchten van plukken. En ja, misschien dat de wethouder daar ook iets op kan zeggen over hoe kunnen energiecoöperaties daar een rol in spelen? Want we zien dat de energiecoöperaties betrokken zijn, welke rol zouden zij daarin kunnen spelen? Ik noem ook even een voorbeeld wat ik ken. In Nieuwleusen zijn twee windmolens gerealiseerd door de werkgroep Nieuwleusen synergie en aanvankelijk waren ze in Nieuwleusen zeer tegen de windmolens, maar omdat het toch het gevoel was van if we can’t beat them, join them, dus als we niet van ze kunnen winnen, dan gaan we maar meedoen. Toen heeft het dorp zelf die windmolens omarmd met een energiecoöperatie en er zijn allerlei mooie projecten uit voortgekomen. Ik noem bijvoorbeeld, en er zijn veel meer, maar ik ga niet heel lang doorgaan daarover. Er is onder andere een sociale tuin aangelegd. Die sociale tuin wordt door vrijwilligers beheerd. Daar worden gewassen verbouwd en die worden gedoneerd aan de voedselbank. Nou, dat zou, in mijn optiek, een heel mooie manier zijn om revenuen van zo’n zonnepark ten goede te laten komen aan de omgeving.

Nou, hoe en wat verder, daar gaan we graag over in debat, maar dat is wat dat betreft wel de houding van de ChristenUnie hierover. In basis zijn we positief over het voorliggende raadsvoorstel en inderdaad onderstrepen we ook het belang om eensgezind met de raden uit Coevorden en Emmen op te trekken in dit dossier. Tot zover mijn bijdrage, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Meesters. Ik merk hier dat er natuurlijk nog wel heel veel vragen zijn, het is echt een onderwerp waar, denk ik, straks wel een heel debat over gevoerd kan gaan worden. Om misschien

wel wat onduidelijkheden weg te nemen, zal ik eerst het woord geven nu aan het college voor de beantwoording. De heer Westendorp: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik zal namens het college het woord voeren. Ik telde niet heel veel vragen aan het college, als ik goed heb geluisterd, voorzitter, maar wel een aantal en misschien af en toe wat duiding aan dingen die zijn gezegd, kan wellicht ook bijdragen aan een beter debat. Dus daar zal ik mij toe beperken. Maar laten we een paar dingen zeggen. Ik hoorde in elk geval een vraag van GroenLinks die ook aansluit bij de woorden van de ChristenUnie en ook bij andere fracties terugkomen: hoe zorgen we nou dat zoveel mogelijk inwoners, ook met een kleine portemonnee, zo vertaal ik het maar even, zo goed mogelijk meedoen? Laten we allereerst even de onduidelijkheid wegnemen, dit gaat niet over wat woningbouwcorporaties doen voor de huurders.

Die hebben daar een behoorlijke opgave en we maken daar ook stevige afspraken over als het gaat om binnen de prestatieafspraken, maar het gaat met name over hoe zorgen we nou dat iedereen meedoet, ook als het gaat om financiële participatie? Nou, misschien goed om allereerst te duiden dat het voor iedereen in de gemeente Hoogeveen, Emmen en Coevorden mogelijk is om mee te doen en dat wil zeggen mee te investeren, maar specifiek in bepaalde gebieden het mogelijk is om de revenuen van de meeropbrengsten ook daadwerkelijk terug te laten komen en daar hebben de energiecoöperaties en de leden van de energiecoöperaties ook daadwerkelijk hun stem in en hun inbreng in en daar gaan zij ook over. Ik vind het voorbeeld wat de heer Meesters aangeeft, volgens, mij ook een heel goed voorbeeld, maar dat laat ik graag over aan de energiecoöperatie wat dat betreft, om dat in te vullen. Waar het om gaat is dat je dan voor tien euro lid kan worden van een energiecoöperatie. Die kan op basis van de inbreng van de leden een stukje eigen vermogen creëren en op basis van hun eigen vermogen kunnen ze vreemd vermogen aantrekken en kunnen ze dus eigenlijk een veel groter deel meedoen. Dus zo laat je met een tientjeslidmaatschap, onder andere, zorgen dat de revenuen ook daadwerkelijk terechtkomen bij de mensen die dat nodig hebben.

Voor de rest zag ik nog een vraag rondom de brief van de werkgroep aan Rijkswaterstaat dus inderdaad aan Rijkswaterstaat. Laten we wel even duidelijkheid scheppen, de zonneroute voldoet aan alle veiligheidseisen die RWS stelt. Dus daar moet geen onduidelijkheid over zijn. Verder is er nog een vraag gesteld, in elk geval over het netwerk, zowel door de VVD als door Forum voor Democratie. Misschien nog goed om op te merken: de zonneroute en de aansluiting die past binnen de energieplanning die we met elkaar hebben afgesproken. Mijn collega Jan Zwiers heeft enige tijd geleden een intentieovereenkomst gesloten rondom het nieuwe hoogspanningsstation in Riegmeer. Die planning loopt ook gelijk op en vandaag heb ik ook nog overleg gehad met de netwerkbeheerders dat, als het gaat om het netwerk, want u geeft terecht aan de heer Kleine, code oranje, juist ook andere oplossingen nodig zijn om de grootverbruikers gewoon te kunnen blijven aansluiten. Dus we zijn aan de slag met de uitbreiding van de capaciteit en we zijn ondertussen ook aan de slag nu om oplossingen al te bieden. Dat ter verduidelijking, voorzitter. Ik kijk nog even of er echt vragen overblijven. De rest, volgens mij, als ik goed heb geluisterd, zijn vooral ook debatpunten tussen de raadsfracties. En nou ja, als college zijn we ook benieuwd of wij voldoende de vragen die zijn gesteld aan het college hebben geduid.

De voorzitter: Er was nog één puntje over de bomenkap van GroenLinks. De heer Westendorp: Ja, dat klopt. Nou, het aantal 15000 bomen, de heer Van der Meer, dat aantal heb ik niet in elk geval terug horen komen in de gesprekken die ik heb gevoerd binnen ‘…’ team, maar in elk geval wel een gesprek over tien bomen in het gebied rondom Zwinderen, daar is wel wat discussie over. Die bomen worden op een andere manier gecompenseerd, dus die worden herplant. Ja, en er is ook nog, dat is wel goed dat het wordt aangevuld, er worden ook gewoon binnen het geheel wordt nagedacht over hoe je in de omgeving ook

biodiversiteit kan, in de randgebieden zogenaamd, kan stimuleren. Dus het is ook weer een kans om, wat dat betreft, de biodiversiteit te stimuleren. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Meer, ik zo uw vraag voldoende beantwoord over de bomenkap? De heer Van der Meer: Nou, een korte reactie, want dat aantal bomen, dat haal ik uit die brief die aan de start is gericht door de werkgroep toekomstbestendig A37. Die noemt dat getal. Of het dan helemaal juist is, weet ik niet, maar ik ben in ieder geval gerustgesteld door de toezegging dat de biodiversiteit in ieder geval ook bewaakt zal worden en dat daar aandacht voor is. Dank u wel. De voorzitter: Dan zou ik graag naar de heer Kreuze willen gaan. De heer Kreuze: Ja, voorzitter, dank u wel. Even nog een verdiepende vraag aan de wethouder op dat mooie punt wat ook het CDA wel bezighoudt, namelijk hoe kun je nou de kleine beurs mee laten doen? De wethouder heeft het over nou, ik noem het maar even het Nieuwleusen model tientjeslid. Ik weet ook dat in het verleden coöperaties door de gemeente gesteund zijn en ook in de ‘…’ is gezegd: gemeente gaat coöperaties juridisch financieel ondersteunen.

Betekent dat dat de wethouder daar ook echt een concrete zaak van maakt om die coöperaties tot stand te brengen om dit soort, noem het maar even kleine beurs coöperaties in Hoogeveen te realiseren? De voorzitter: Ik zou de wethouder nog even graag het woord willen geven voor de beantwoording. De heer Westendorp: Het korte antwoord daarop is ja, dat willen wij en dat is ook ontzettend belangrijk om te zorgen dat het hele plan verder wordt gebracht. De voorzitter: Is uw vraag daarmee wij voldoende beantwoord? Lijkt me wel, he? De heer Kreuze: Voorzitter, het is wel, en dan komt gelijk de vervolgvraag, maar dat doen we dan later, denk ik, hoe? De voorzitter: Dank u wel. Zijn er voor de rest nog vervolgvragen voor de wethouder? Ik zie hier niks. Dan gaan we door naar het debatblok. Er zijn natuurlijk heel veel verschillende vragen gesteld, ik heb ze gebundeld tot eigenlijk zes debatpunten. Deze zes debatpunten, daarmee proberen we natuurlijk het hele beeld te krijgen. Ik zou graag willen beginnen bij het eerste punt en dat is misschien wel het meest algemene belangrijke punt, omdat er natuurlijk nog veel onduidelijkheden zijn. De vraag is ja, waar stappen we nou eigenlijk in? Hebben er een bepaald goed beeld? Is het voldoende beeld wat we hebben? Dus over een algemeen beeld erover. Ik zou graag willen vragen wie hier wat over zou willen zeggen. De heer Kreuze? Ja.

De heer Kreuze: Ja, ik had de indruk dat u steeds rechts begon, dus ik vind wel leuk dat u een keer naar links gaat. Ja. Dus het is het eerste debatpunt wat ik ook zelf inbracht, wat de heer Walda ook als eerste debatpunt inbracht: is dit voldragen genoeg, heb ik dat genoemd en ja, dan heb ik toch wel zorgen over de nodige aspecten, zeg maar, en overigens bedankt nog, de ambtelijke staf, voor de gedegen en snelle beantwoording van die problemen die we signaleren, die open eindes dan wel haken en ogen. Dus ik heb eigenlijk de neiging om die niet allemaal op te sommen, maar ik heb gewoon het gevoel dat er dusdanig veel haken en ogen is zitten dat wij op dit moment geen besluit voor dit zonnekader moeten gaan … Sorry, afwegingskader zonneroute A37 moeten gaan nemen.

De voorzitter: De heer Pomper. De heer Pomper: We hebben het nou niet over een afwegingskader, he? De voorzitter: De heer Kreuze. De heer Kreuze: Ja, ik gebruik heel bewust dat woord en ik snap ook wel dat u daarop aanslaat. Nee, natuurlijk is het het beleidskader participatie Drentse zonneroute A37. Ik kan het lezen. De voorzitter: De heer Meesters. De heer Meesters: Ja, voorzitter, we zitten in een proces waarbij niet alleen de gemeente Hoogeveen aan zet is, maar ook samen opgewerkt wordt met Emmen en Coevorden. Misschien weet de heer Kreuze of de CDA fracties in Emmen en Coevorden daar ook al iets van hebben gevonden. Dan zou ik daar benieuwd naar zijn. Verder, ja, we hebben het inderdaad over richtlijnen neerzetten zodat aan partijen die inschrijven op de aanbesteding moeten aangeven wat ze gaan doen aan participatie en daarbij kunnen we kaders aangeven waarbij ze moeten verantwoorden hoe ze aan die kaders willen gaan voldoen. En als ze daar niet aan willen gaan voldoen: waarom niet? En ik denk dat dat in ieder geval een belangrijke eerste zet is. Veel van de, want u slaat inderdaad even aan op het afwegingskader zon wat we hebben gehad.

Nou, ik ken net als u die discussie, daar hebben we in de vorige raadsperiode vaak ook wel over gesproken, maar we hebben het nu niet over het ruimtelijke aspect, we hebben het nu puur over het participatieaspect en dat maakt, denk ik, ook wel een heel verschil in de discussie die we nu voeren. Het gaat niet meer om past dit zonnepark op de juiste plek, want de plek is al duidelijk, die is aangewezen. Dus ik zie niet zozeer de problemen die de heer Kreuze hier ziet. De voorzitter: De heer Kreuze. De heer Kreuze: Voorzitter, ik heb mijn probleem eigenlijk helemaal niet genoemd. Ik heb gewoon gezegd dat het afwegingskader in het kader van deze participatie, zeg maar hè, de stappen die in de tender moeten worden meegenomen of die nou voldoende duidelijk zijn uitgewerkt, dat we geen gedoe achteraf krijgen. En dan heb ik het over hoe is het toezicht op het naleven beleid, ik ga ze dan toch maar noemen, voorzitter, hoe is het toezicht op naleven beleidskader, is er een sanctiemogelijkheid, hoe is de transparantie van de naleving van het beleidskader, hoe zijn de voorwaarden voor de coöperaties om deel te nemen in de koepel A37, hoe zijn de stappen ten aanzien van financiering? Zijn er afspraken met de provincie in het kader van het ontwikkelfonds? Hoe is de verhouding participatie bedrijven, inwoners, meerdere punten wat we straks apart gaan doen.

Hoe zijn de verschillende niveaus in de koepel ten aanzien van de bestuurbaarheid, hoe is de winstverdeling op ledenaantallen gebaseerd? Hoe doe je dat dan met bedrijven en bij de participatie, hoe vindt de selectie van omwonenden plaats, waarom mogen grondeigenaren die niet omwonenden zijn niet deelnemen? Hoe is de invloed die inwoners nog hebben omdat hun volksvertegenwoordigers niet meer mee kunnen doen? Hoe is de besturing van de coöperaties ten opzichte van … De voorzitter: Mijnheer Kreuze, ik denk dat het beeld wel zo duidelijk is. Er zijn heel erg veel vragen nog, het is nog heel onduidelijk voor u. Ik zag net dat mevrouw Rutgers haar hand opstak. Mevrouw Rutgers: Ja, klopt, want volgens mij gaat de discussie nu eigenlijk over twee verschillende dingen en we hebben nu enerzijds het proces om de aanbesteding te kunnen voeden en daar hintte mijnheer Meester ook al op, daar zitten we nu. Je wilt nu borgen dat bij de aanbesteding er nagedacht wordt over participatie.

Daar gaat dit over en alle vragen die de heer Kreuze nu opwerpt, die zijn voor belang van belang, maar in het proces na die gunning. Want dan is het moment dat al deze vragen volgens mij op tafel gaan komen. De heer Kreuze: Ja, voorzitter, ik ben er groot voorstander van dat de samenleving dit op gaat pakken. Maar ik zit hier als volksvertegenwoordiger en die volksvertegenwoordiger is nog een keer aan zet nu en dan is het over. Dus als ik problemen heb, zeg maar, moet ik ze nu bespreekbaar maken of amenderen of iets mee doen. En inderdaad, mijnheer Meesters die heeft al goed door dat mijn Drentse ster rijzende is. Dus inderdaad de contacten met Coevorden en Emmen zijn heel goed en ook daar is het CDA positief, in de Staten was het CDA positief. Maar dit document moet niet tot problemen in de toekomst leiden. Dat proberen we nu te voorkomen. Eigenlijk is mijn insteek dus: laten we als raad van Hoogeveen, raad van Coevorden, raad van Emmen hier een optimaal document van maken, dat we nooit meer debatten krijgen over afwegingskaders, ook niet voor participatie. De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Nou, in aansluiting op mevrouw Rutgers en mijnheer Kreuze want ik snap dat, ik heb dat ook.

Ik denk: als we dit nou vaststellen, dat is het enige moment en straks is dat in het grote geheel en ja, maar goed, beste raad, dit hebben jullie vastgesteld, dus daar houden we ons aan. Als ik nou gewoon het streven naar 50 procent lokaal, dan denk ik: ja, het is mooi, een streven, maar we hoorden net van iemand zeggen ja, dat is nog helemaal niet zeker hoe dat allemaal gaat gebeuren. Kunnen we niet gewoon erin zetten: het moet 50 procent worden, want anders ben ik bang, als het op streven ‘…’ we zijn niet eraan toegekomen, dus we blijven maar op 20 procent, dan komen we bij de vraag van mijnheer Walda terecht. Dus dat zou ik toch graag heel duidelijk hierin hebben zien staan. Dank u wel. De voorzitter: De heer Meesters voor een reactie. De heer Meesters: Dank u wel, voorzitter. We praten hier over een aanbestedingsprocedure. In een aanbesteding komen, als het goed is, meerdere biedingen van verschillende partijen die aangeven hoe ze aan de gestelde kaders willen gaan voldoen. In dit geval dus ook de participatie. Dan is het vervolgens, en ik neem aan dat het in gemeente Hoogeveen zo werkt dat er met een puntensysteem geteld gaat worden, op welke wijze wordt voldaan aan de eisen van de aanbesteding en wordt er gekeken welke aanbesteding het meest gunstig is.

Nu wij vast gaan stellen dat participatie voor ons een belangrijk item is, zal dus ook in het puntensysteem meegenomen moeten gaan worden, wat doet deze partij die zich inschrijft aan die participatie en hoe hoog scoort hij daarop? En dan zal dat zeker een onderdeel zijn waarbij de verschillende partijen moeten aantonen: zo gaan wij daaraan voldoen en kunnen we dat op die manier waarborgen. De heer Kreuze: Voorzitter, een kleine interruptie van mijn kant. Voorzitter, ja, ik moet wachten tot ik het woord krijg, voorzitter. De voorzitter: Ja, klopt, absoluut. Maar ik wil eigenlijk eerst even naar de heer Van Rijn nog even gaan voor de reactie, dan even naar de heer Walda en daarna krijgt u het woord van mij. De heer Van Rijn: Nou, even op de heer Meesters. Ik begrijp uw verhaal, juist daarom, als alle inschrijvers maar vijf punten hebben op participatie, dan komen ze niet hoger en dan wordt er toch gegund aan iemand die maar vijf punten heeft en niet aan iemand … Want niemand heeft dan ingeschreven op, zeg maar, zestig punten of zo. Dus dan zal het nog niet eens aan die twintig procent toekomen. Dus nou, om dat nu te voorkomen, moet er gewoon iets in zijn staan, wij hebben de vorige keer ook in de ‘…’ er moet tenminste

vijftig procent participatie zijn. Nou, dat zou in dit kader ook gewoon vast moeten staan, dan hebben ze gewoon rekening te houden met aanbesteding vijftig procent participatie moet plaatsvinden. De voorzitter: De heer Walda. De heer Walda: Dank u wel, voorzitter. Getallen twintig en vijftig worden regelmatig even genoemd. Ik vind daar toch wel een heel groot verschil tussen zitten hè, twintig als ondergrens en vijftig als optimaal. Ik vind dat wel heel merkwaardig. En zoals mijn collega van de SGP ook zegt, dat dat best wel, op basis van het puntensysteem zou dat gewaardeerd kunnen worden. Ik vind dat we het daar best wel zo met zijn met zijn allen over mogen hebben. Ongeacht wat de andere partijen in andere gemeenten doen, want wij zijn toevallig hier bij elkaar, wij gaan hier voor onze eigen gemeente en ik vind dat we dus daarom niet te voorzichtig moeten zijn. Als wij vinden dat het on onvoldoende is, dan is dat onvoldoende. Dus en stellen we met zijn allen vast dat het voldoende is, dan is dat uiteraard hetzelfde voldoende. Dus vandaar ook: twintig en vijftig groot verschil, hoe kijken jullie daar tegenaan? De voorzitter: ‘…’ punt één eigenlijk doorgaat in punt twee, dus eigenlijk het volgende debatpunt. Maar ik wil eigenlijk eerst de heer Kreuze nog het woord geven om hierop te reageren.

De heer Kreuze: Ja, het was nog een interruptie enige tijd geleden op de heer Meesters die die een keurig proces van aanbesteding schreef en collega Brand zei het al: we moeten nu regelen wat dan in die aanbesteding plaatsvindt. Dus bedankt voor de procesbeschrijving, maar ik heb nu wel graag een goed kader wat dan daarin meegaat en ik denk dat we daar allemaal wel eensluidend in zijn, dat we dat zo goed mogelijk moeten doen met onze collega's in Coevorden. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil even aan de heer Pomper vragen of het een interruptie is op punt één of punt twee. De heer Pomper: Op punt één. Daar willen wij ook nog natuurlijk op reageren van waar stappen we in? Kijk, dan moet de heer Walda even hierin buitengesloten worden en niet in de zin van discriminatie, want de Gemeentebelangen doet natuurlijk niet mee, die zit niet in de Provinciale Staten. Ongeveer een jaar geleden was er een debat in de Provinciale Staten over deze zonneroute en nagenoeg, daar waren eigenlijk twee partijen, PvdA en SP, die hebben daar echt op gehamerd van er moet in ieder geval iets van participatie inkomen en de andere partijen die hebben dat, ja, die hebben er uiteindelijk wel mee ingestemd, maar die hebben dat helemaal niet eens verder in debat gevoerd. Kijk, dit blijft een log bureaucratisch beest, zou je zeggen.

De drie gemeenten gaan erover en allerlei ja, participanten, maar we moeten toch wel het beste ervan gaan maken, het moet geparticipeerd worden. twintig procent, dat is al wel aan de magere kant, maar dat is ook echt de ondergrens wat de SP betreft. Vijftig procent zou nog niet eens de bovengrens moeten zijn, honderd procent zou natuurlijk het mooiste zijn. De heer …: Voorzitter, mag ik een interruptie plegen? De voorzitter: Ja, absoluut. De heer : Mijnheer Pomper, ik ben wel benieuwd dat u zegt van, dit is een monster, zei u, geloof ik, of een gedrocht. In ieder geval: vindt u dit dan ook te complex en moeten we dit dan ook vereenvoudigen? De voorzitter: De heer Pomper.

De heer Pomper: Daar ben ik het wel met u eens. De voorzitter: Dan de heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Ja, toch nog wel een reactie in de zin van ook een opmerking die mijnheer Walda net maakte in de zin van die 2050. Daar mogen we en daar moeten we ook, wat mij betreft, echt wel wat van vinden. De heer …: Voorzitter, een punt van orde. Ik wil graag dat deze groep enthousiaste collega's dat punt één afwikkelt, anders moet ik ook naar punt twee en daar wil ik wel graag iets over die twintig procent gaan zeggen. De voorzitter: Het is, denk ik, in het kader van de agenda wel beter inderdaad om eerst het eerste punt af te maken. Dus daarom wil ik graag iedereen vragen of iemand nog een interruptie heeft over het eerste punt, want anders kunnen we natuurlijk gelijk doorgaan naar het tweede punt. We gaan door naar de tweede. Gaat u verder. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Ja, met het oog op de door de heer Walda genoemde twintig en vijftig procent, daar zou ik toch inderdaad wel even over door willen bomen. Ik zei net al bij mijn inleiding op de debatronde dat het wat ons betreft ook best een onsje meer mag en ik vind twintig procent als ondergrens, en ik snap dat je ergens ook investeerders tegemoet moet komen, hè, en dat honderd procent teveel gevraagd is. Daar trapt niemand in.

Maar als je er van uitgaan dat het gaat om participatie en dat de revenuen ook ten gunste moeten komen van je inwoners, dan moet het, wat mij betreft, meer zijn dan twintig procent. En of dat dan haalbaar is, maar dan haak ik daar wel op aan in de zin van ja, maar dat is wel wat je mee kunt nemen in je hele procesgang nu, door dat als een van de uitgangspunten te benoemen of zelfs randvoorwaardelijk te maken dat je daarvan uitgaat. Dat geeft ook meer stevigheid aan die uitgangspunten als je een aantal van die zaken die genoemd zijn opneemt als randvoorwaardelijk in plaats van inspanningsverplichting. De inspanningsverplichting is redelijk vrijblijvend, wat mij betreft, en ik vraag me af of dat voldoende is om uiteindelijk te waarborgen dat we die opbrengst ook voor de inwoners van Hoogeveen ten gunste kunnen laten komen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kreuze. De heer Keuze: Ja, in reactie op de heer Van der Meer, is het dan voor GroenLinks een situatie dat als dat niet gehaald wordt, dat percentage, dat het dan ook afgeblazen moet worden? De voorzitter: De heer Van der Meer.

De heer Van der Meer: Dat zeg ik niet met deze opmerking, het hoeft voor mij niet afgeblazen te worden, maar ik wil dan wel het doorkijkje van hoe maak je dan in plaats van een vastgesteld of een heel stevig omkaderd verhaal van, hoe maak je er dan bijvoorbeeld een groeimodel van waarbij je alsnog streeft naar verhoging van het percentage? De heer …: Voorzitter, want het minimumpercentage is natuurlijk hard. Als je dat niet haalt, dan zeg je full stop, we gaan niet verder. De voorzitter: De heer Van der Meer, wilt u daar nog op reageren?

De heer Van der Meer: Dat minimumpercentage is wat mij betreft redelijk hard, ja. Want als je onder die 10 procent duikt, dan is de opbrengst dusdanig laag dat je denkt van ja, dan kun je van nog ergens iets in een omgevingsfonds stoppen, maar ik vraag me af of dat dan voldoende opbrengt in het kader van je participatie. De voorzitter: Ik wil toch graag eerst de heer Dekker nu het woord geven. De heer Dekker: Ja, natuurlijk willen wij ook wel graag meer dan die twintig procent en ja, misschien zelfs nog wel meer dan die vijftig, maar ik vind het wel wat lastig om in te schatten hoe realistisch dat is. We kunnen hier met zijn allen dit nu wel gaan vinden en roepen, maar ik neem niet aan dat die twintig procent bij de groenteboer vandaan komt. Dus ja, ik zou zeggen van nou ja, denk wel even goed na, we kunnen van alles vinden maar ja, realisme dat hoort ook bij politiek. De voorzitter: De heer Meesters. De heer Meesters: Ik sluit me aan bij wat de heer Dekker zegt en in aansluiting daarop ook, zouden we ook het college willen aanmoedigen om inderdaad goed daarop te letten en vooral mee te geven aan aanbestedende partijen dat die hoogte van de participatie wat ons betreft een belangrijk criterium is. De voorzitter: De heer Walda. De heer Walda: Net werd door de heer Dekker ook genoemd realisme. Dat is natuurlijk altijd belangrijk om realistisch te blijven.

Maar de vraag is, is twintig procent realistisch en bovendien hebben we het hier over een beleidskader participatie, geen afwegingskader overigens, mijnheer Kreuze. Het is een beleidskader participatie waar we over spreken en dan is maar de vraag of twintig procent, of dat dan niet te makkelijk is voor de marktpartijen. Dus het is niet de vraag: hoe komt men aan dat getal, maar vinden wij dat allemaal terecht? De voorzitter: De heer Van Rijn, SGP. De heer Van Rijn: Ja, wij vinden gewoon dat in dit beleidskader participatie duidelijk moet zijn. Dan die ondergrens maar naar veertig procent zetten en zeggen van dat moet minimaal gehaald worden en het streven mag vijftig procent zijn. Het college heeft net aangegeven ook met de diverse corporaties financieel te ondersteunen dus ik zou zeggen: dan moet veertig procent toch haalbaar zijn en als dat een keer maar minimum vastligt, dan is dat gewoon in de aanbesteding een hard feit, daar ontkom je dan gewoon niet aan. De voorzitter: Voor de reactie de heer Meesters, ChristenUnie. De heer Meesters: Ja, voorzitter even omgekeerd redeneren. Dat zou dus ook kunnen betekenen dat op het moment dat de participatie niet die veertig procent haalt, dat het hele project afgeblazen zou moeten worden. Is dat dan de keuze die de SGP daarin zou willen maken? De voorzitter: De heer Van Rijn.

De heer Van Rijn: Nou, gelet even op wat er ‘…’ ook over die vijftig procent. Op het laatste moment is toch bakzeil gehaald. Ik denk dat die andere zestig procent nog genoeg ruimte geeft voor investeerders, dat ze even toe toch instappen. Dus ik denk niet dat dat echt het breekpunt gaat worden, maar als het vaststaat, dan weet je zeker, dat gaan we halen.

De voorzitter: De heer Meesters nog even voor de reactie. De heer Meesters: Ja, de heer van Rijn refereert even aan Pesse. Dat is natuurlijk qua schaalgrootte en qua bedrag wel een ander formaat dan waar we nu mee te maken hebben bij de A37 en dat is gelijk, ik voel overigens met u mee als u zegt: die veertig procent, flauw gezegd, het liefst heb ik ook honderd procent participatie. Ik denk dat er geen een raadslid hier is aan deze debattafel die die zegt van nou nee, laat het maar wegvloeien, dat geld, naar een ander. Maar het gaat mij erom: is het reëel en dat is een heel lastige inschatting. En ja, wat reëel is, dat kan ik persoonlijk niet inschatten. Ik vrees dat u dat zelf ook niet kan inschatten. Maar we willen wel een reëel percentage als ondergrens hebben, zodat we wel dat project kunnen doorzetten, want we vinden die stap in de verduurzaming erg belangrijk. Maar niet dat het zo hoog wordt, dat het uiteindelijk onhaalbaar wordt. Ik denk dat dat de worsteling is waar we grotendeels als raadsleden mee zitten hier. De voorzitter: Dan wil ik graag naar de heer Pomper van de SP. De heer Pomper: Ja, je zou het ook andersom kunnen vragen. Stel, wij gaan nou unaniem als raad zeggen van die ondergrens wordt veertig procent. Dan moeten Coevorden en Emmen het daar ook nog mee eens zijn.

Nou stel, die zijn het er niet mee eens, zeggen wij dan ook: blazen we het plan af? Kijk en dit is wel heel lastig. De heer Walda kan zeggen van ja, maar wij stemmen voor het Hoogeveense, maar het is onlosmakelijk wel verbonden met die andere twee gemeenten. Gaan we dan gewoon heel hard erin of zeggen we van nou, wij willen het liefste dat het veertig procent wordt? Kijk, daar kan ik trouwens in meegaan, maar als na uitonderhandelen de andere gemeenten ook zeggen van nee, wij houden het bij twintig procent, akkoord of zeggen we dan: het is gewoon no go? De voorzitter: De heer Walda voor de … De heer Walda: Nee, er is inmiddels op gegeven. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Top. De heer …: Mag ik reageren op de heer Pomper? De voorzitter: Ik wil eigenlijk eerst naar mevrouw Rutgers gaan, want die had al eerder haar hand omhoog. Mevrouw Rutgers: Dank u wel. Ja. volgens mij zijn we een beetje in cirkeltjes aan het draaien en ik sluit me aan bij wat de heer Meesters en de heer Dekker hebben gezegd. Die twintig procent, die komt niet bij de melkboer vandaan zoals ... Melkboer was het toch, of groenteboer? Groenteboer. Ja, dus dat zal een realistisch aantal zijn geweest.

We kunnen nog het college vragen om daarop te reageren, maar om nou zelf met willekeurige andere getallen hier te komen die we niet kunnen onderbouwen maar uit de lucht gegrepen zijn, dat heeft niet mijn voorkeur. Dus laten we het college vragen waar die percentages vandaan komen en in welke mate die realistisch zijn om op basis daarvan een vervolg te kunnen bepalen. Want anders dan gaan we hier zelf al een percentage afspreken wat nergens op gebaseerd is. Dat lijkt me een slecht plan. De voorzitter: Er werd net even gerefereerd naar het college. Ik zou graag even voor die vraag de beantwoording aan de heer Westendorp willen geven.

De heer Westendorp: Ja, voorzitter, ik zat met aandacht ook het debat te luisteren en ik snap ook de discussie die plaatsvindt, maar ik vind het voorstel van mevrouw Rutgers een heel goede, is dat het college nogmaals opschrijft hoe we tot die twee getallen zijn gekomen en wat ook de redenatie daar is en dan is het natuurlijk aan de raad om daar een afweging op te maken. Zodat u ons daar ook, zeg maar, misschien nog wel een ding ter duiding, voorzitter, als het mag. Dit is het zwaarste criterium natuurlijk straks in de aanbesteding, hè, als het gaat om de lokaal eigendom. Dus misschien even. Ja, een goed voorstel van mevrouw Rutgers, dat wil ik wel toezeggen. De voorzitter: Dank u wel, de heer Westendorp. Ik zie dat de heer Walda daar nog even op wil reageren. De heer Walda: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik denk wel dat het goed is om met zijn allen te beseffen dat dit niet twintig procent afdracht is, maar dat het twintig procent participatie is. Dat betekent dat er dus gewoon middelen voorhanden zijn waarmee het project dus gehaald zou kunnen gaan worden waarmee er enkel een verplichting wordt opgelegd dat er dus lokale initiatieven, lokale partijen daarin kunnen bijdragen. Ook de persoon met de kleine beurs. Mijnheer Kreuze. De heer Kreuze: Voorzitter, dank u wel voor het woord.

De voorzitter: Dat is aan mij om te bepalen, maar ik ga dit keer mee en daarna ga ik naar de heer Van der Meer, maar eerst even de heer Kreuze. De heer Kreuze: Voorzitters, bedankt voor het woord. Aan de wethouder: waar we natuurlijk mee te maken hebben, is dat, wat ik begreep dat er zes miljoen ingelegd moet worden voor vijftig procent en ook nog eens een kapitaalstorting van zes miljoen, dus twaalf miljoen en als je twintig procent daarvan neemt dan kom je op 2,4 miljoen. Is de gemeente dan op een of andere manier bereid om daar een rol in te spelen dat dat geld op het kleed komt? Als we zeggen de kleine beurs moet meedoen, ik ken maar weinig kleine beurzen die met zijn allen 2,4 miljoenen op gaan hoesten. Dus dat is wel een knelpunt dan. De voorzitter: Ik wil graag naar de heer Van der Meer gaan en dan eigenlijk naar de afsluiting van dit punt willen gaan, want we blijven heel erg lang in de discussie en er zijn nog een aantal punten. Dus de heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Nou, heel kort, voorzitter. Dank u wel. Maar mijn opmerking zou zijn, ook naar aanleiding van het antwoord van de wethouder om dat, die nadere duiding af te wachten waarbij ook bij mij echt wel het besef is dat elk percentage wat op dit moment genoemd wordt arbitrair is. Dus ik zou vooral ook willen inzetten op heel scherp geformuleerde gunningscriteria in plaats van op vastgestelde percentages.

De voorzitter: Nou, ik maak nog even een uitzondering op wat ik net heb gezegd, ik zie dat de heer Westendorp van het college daar nog even een opmerking over wil maken. De heer Westendorp: Ja, voorzitter, de heer Kreuze stelde een concrete vraag en ik kan hem concreet invullen. De provincie doet dit, die stelt de middelen beschikbaar via Drentse energie organisatie, misschien heeft u daar binnenkort nog wat meer invloed op, wie weet, maar de provincie doet … Die ondersteunt de Drentse energiecoöperaties en eventueel ook met middelen. De heer Kreuze: Voorzitter, als ik nog mag reageren. In november is 22,6 miljoen in dat potje gestopt, dus daar is geld genoeg. Maar die corporaties moeten daar wel naartoe en daar vroeg ik in eerste instantie van hoe

gaat het gemeentebestuur de coöperaties financieel en juridisch ondersteunen? Daar heeft de wethouder al positief op gereageerd ‘…’. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik eigenlijk naar het derde punt gaan over de postcode en ik wil daar graag de heer Walda over vragen, de postcoderoos, om dat te bespreken. De heer Walda: Ja, dank u wel, voorzitter. Postcoderoos systematiek zoals die nu is neergelegd. Er is ook een afbeelding in de stukken daaraan toegevoegd. Daarbij zou je bijna kunnen zien dat er een aantal mensen zijn buitengesloten buiten die postcoderoos. Aangezien we toch wel graag willen dat er geparticipeerd wordt, zou je dus natuurlijk zo min mogelijk mensen moeten uitsluiten. Wat is dan nog de functie van een postcoderoos systematiek zoals die nu voorligt en gebruikt is? Dat is ook mijn reden om de vraag neer te leggen bij de andere partijen, hoe zij daar tegenaan kijken. De voorzitter: Een reactie, de heer Pomper. De heer Pomper: Dank u, voorzitter. Daar heeft u wel een goede. Ik denk dat eigenlijk iedere inwoner van de gemeente Hoogeveen hier wel in kan profiteren. Als de postcoderoos zo zie, is het gewoon haast tachtig procent van de inwoners lijkt wel. En nou, dan woon je in Fluitenberg, val je er net een beetje buiten.

Ik denk dat we dat gewoon gemeentebreed kunnen trekken en dat is misschien ook wel gelijk een vraag dan aan de wethouder van kunnen wij dat ook gewoon als een lokale eis gaan stellen? De voorzitter: Dank u. Dan wil ik eigenlijk even naar de wethouder gaan voor de directe beantwoording. De heer Westendorp: Ja, voorzitter. Op dit moment kan iedereen in de gemeente Hoogeveen althans, mocht dit beleidskader worden aangenomen en we uiteindelijk verder komen, meedoen met investeren in het project. Dat is ook, dat heeft u ook kunnen zien op het kaartje. Maar het gaat om de postcoderoosregeling, dat is in Nederland de enige bekende systematiek en gebruikte systematiek als het gaat om terugvloeien van de meeropbrengsten middels de coöperaties. Daarom is die ook gekozen voor deze systematiek. Dan is gekozen voor de postcodes die nabijheid hebben tot de A37. Dat zou voor Fluitenberg en Pesse zeggen, hè, die vallen niet in dat gebied. Dat klopt, dat heeft u scherp gezien in dat kaartje. De andere kant is ook, daar lopen ook nog weer andere trajecten, hè. We zijn ook bezig met de verkenning van de A28 waar wellicht ook deze systematiek misschien in de toekomst een keer kan worden toegepast. Dus vanuit de beredenering, zoals dat nu landelijk ook is vastgesteld, kiezen wij voor de nabijheid tot het object, dat je niet alleen de lasten hebt, maar ook de lusten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12577171/1