VTH Beleid 2023
Tekst van het document
Prioritering van regulier werk vindt plaats aan de hand van een risicoanalyse (zie bijlage 2)
2. Afhandeling zaken binnen redelijk termijn •
Alle handhaafverzoeken die wij hebben ontvangen zijn binnen 3 werkdagen opgepakt;
•
We kiezen voor een informele aanpak: daar waar we op basis van een eerste QuickScan inschatten dat een informeel gesprek een handhavingstraject kan voorkomen dan kiezen wij hiervoor. Dit zijn ongeveer 20 tot 30 zaken op jaarbasis. De verzoeker trekt dan het handhaafverzoek in;
•
Binnen 8 weken is er een beslissing op een schriftelijk handhaafverzoek indiende informele aanpak niet werkt.
3. Lastenverlichting via Informele aanpak •
Indien een illegale situatie is geconstateerd streven wij in eerste instantie een informele aanpak na. Door in te zetten op het persoonlijke gesprek, buurtbemiddeling en mogelijk mediation willen wij zo voorkomen dat het handhavingstraject volledig wordt ingezet. Op deze wijze proberen 30% formele handhavingszaken te voorkomen.
4. Dwangsommen niet tijdig beslissen •
Het aantal keer dat een dwangsom is betaald vanwege het niet tijdig beslissen op een verzoek om handhaving is nul. Toelichting: Een verzoek om handhaving dient op grond van de algemeen wet bestuursrecht binnen een “redelijke termijn” afgehandeld te worden. Over het algemeen komt dit neer op 8 weken of er dient binnen deze termijn een nieuwe beslistermijn bekend zijn gemaakt. Als deze termijn wordt overtreden kan een ingebrekestelling volgen met een dwangsom. Het besluit dient dan binnen twee weken bekend te worden gemaakt. Deze indicator kan gezien worden als een monitor voor klantvriendelijkheid.
5. Optimalisatie beleid, besluiten en processen •
Nieuwe handhavingsbeleid aanpassen in het kader van Omgevingswet en Wkb voor de inwerkintreding van de Omgevingswet, we sluiten aan bij de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht;
•
Standaardbrieven en besluiten in het kader van de Omgevingswet aanpassen op B1 niveau; 29
•
Nieuwe werkwijze afhandeling handhavingsverzoeken in Q1 2023. Dit moet leiden tot een reductie van 65% van het in behandeling nemen van handhavingsverzoeken. Op dit moment behandelen wij alle verzoeken, zonder te werken op basis van de risicoanalyse en strategieën. Wij streven hiermee een urenbesparing van 1000 uur op jaarbasis;
•
Inventarisatie van de handhavingstaken met betrekking tot handhaving kinderopvang voor eind 2023. Op dit moment is het gehele traject bij handhaving belegd en kost het team 690 uur. Hiermee willen we anticiperen op de wetswijziging per 2024. In 2021 heeft de regering besloten dat in 2024 50% van de gastouders jaarlijks geïnspecteerd moeten worden. Dit houdt in dat vanaf dat moment er 47jaarlijkse inspecties bijkomen;
•
Herzien van wijze van aanpak van de handhaving van kinderdagopvang. Op dit moment vergt het veel uren, vooral administratief en is dit bij verschillende teams belegd. We streven er naar om voor eind Q4 2023 een conceptvoorstel tot herziening welke moet leiden tot een efficiëntere manier van werken.
•
Opschonen zaaksystemen: door verschillende wijzen van werken en personele wisselingen is er vervuiling in het aantal dossiers ontstaan. We gaan voor Q1 inzichtelijke maken welke dossiers gesloten kunnen worden en wat de lopende zaken zijn welke op basis van geconstateerderde achterstanden en urgentie prio krijgen in afhandeling. Voor Q2 hebben we het procesmatig zaakgericht werken o.a vanuit Openwave op orde.
•
We gaan de interne- en externe vragen en overleggen inventariseren en daar waar mogelijk efficiënter maken. Het doel is dit terug te brengen naar maximaal 500 uur voor het gehele team per jaar. Op dit moment wordt er 640 uur per jaar voor het hele team aan besteedt, dit kan teruggebracht worden door bijvoorbeeld overleggen effectiever in te gaan zetten of door betere informatievoorzieningen, zowel intern als extern.
Doelen Toezicht
Bij de doelen van toezicht maken we een onderscheid in toezicht op bouwwerken en toezicht op brandveiligheid, om deze reden hebben we dan ook aparte doelstellingen hiervoor opgenomen. Omdat we bij handhaving processen gaan herzien, maar wij ook ondermijning willen integreren hebben wij ook hiertoe voor Toezicht een nieuw doel voor 2023 opgesteld. 1. Informele aanpak •
In gevallen waarin de overtreding weinig tot geen gevaar opleveren en er een lage prioritering is, kiezen we voor de informele aanpak. Dit houdt in dat de Toezichthouders ter plekke gaan kijken en met de overtreders gaan praten. Hiermee streven we het oplossen ter plekke na en proberen we zo formele handhavingszaken te voorkomen. Doel: reductie 30% handhavingszaken welke een lage prioritering hebben.
2.
Bouwwerken
•
Op 100% van de verleende vergunningen voor de activiteit bouw waarop een hoge prioriteit zit vindt tijdens het bouwtoezicht plaats door de toezichthouders bouw. Wanneer de WKB in werking treedt wordt het toezicht gedaan door een kwaliteitsborger. De toezichthouder zal dan een administratieve 30
toets doen.Toelichting: er zit natuurlijk een vertraging tussen het verlenen van een vergunning en het daadwerkelijk gebouwd worden van een bouwwerk. Dit betekent dat het toezicht vaak ook nog van toepassing is op bouwwerken die in eerdere jaren zijn verleend. •
Gemeente Hollands Kroon heeft een groot aantal eigen panden en projecten in beheer en aanbouw. Ook hier wordt voor, tijdens en na de bouw 100% toezicht gehouden.
•
100% van de gebouwen waarin mensen verblijven die niet zelfredzaam zijn, worden volgens de daarvoor van toepassing zijnde frequentie op brandveiligheid en constructieve veiligheid gecontroleerd.
•
Bij alle constateringen van overtredingen wordt getracht er samen uit te komen via de informele aanpak. Bij alle overtredingen die niet in gezamenlijkheid kunnen worden opgelost, wordt een handhavingstraject gestart. Het streven is 15% van deze handhaafzaken te voorkomen. Tevens is de constructieve veiligheid van de gebouwen gewaarborgd.
3. Brandveiligheid •
Alle instellingen waar niet of verminderd zelfredzame volwassenen of kinderen wonen of verblijven worden jaarlijks gecontroleerd op brandveiligheid. Dit doen we in samenwerking met de VRNHN. Bij alle geconstateerde overtredingen wordt de instelling aangeschreven met een begunstigingstermijn. Er wordt een handhavingstraject ingezet zodra een instelling zich niet aan de begunstigingstermijn houdt. Afspraken met de VRNHN worden geëvalueerd en aangepast waar nodig.
•
Alle nieuw te bouwen instellingen worden tijdens de bouw gecontroleerd en in samenwerking met de VRNHN af geschouwd voordat deze in gebruik genomen worden.
•
Na een 1e controle zijn in 80% van de gevallen de geconstateerde brand technische gebreken binnen de daarvoor gestelde termijn opgelost.
4.
Interne werkprocessen en afspraken
•
We gaan verder inventariseren hoe we het toezicht van ondermijning kunnen integreren bij onze bestaande werkzaamheden.
•
De Wet Kwaliteitsborging treedt op 1 januari 2024 in werking. Wij gaan verder met de pilot, interne werkprocessen ontwikkelen en zorgen voor de benodigde opleidingen en trainingen. Tevens bekijken wij de mogelijkheid om nog een proefproject te starten. Dit doen we samen met team Vergunningen
•
We sluiten onze wijze van toezicht aan op de nieuwe processen van Handhaving dit betreft o.a.: 1. We vergroten de informele aanpak: In beginsel zullen wij alle meldingen voor illegale huisvesting van arbeidsmigranten proberen oplossen middels deze aanpak. D.w.z. dat wij na controle een hersteltermijn afspreken met de overtreder en deze schriftelijk op de hoogte stellen van de gebreken e/o overtredingen. Wanneer na deze hersteltermijn de overtreding niet gestaakt is zetten wij de zaak door naar afdeling Handhaving. Deze aanpak zullen wij tussentijds evalueren en eventueel uitbreiden met andere casuïstiek; 2. We werken net als Handhaving op basis van prioritering zoals in hun beleid is vastgesteld (zie bijlage 4)
31
3.3.3 Samenwerkingsafspraken Voor de realisatie van haar doelstellingen is de gemeente mede afhankelijk van andere partijen. Dit hoofdstuk beschrijft welke samenwerkingspartners en overlegvormen er zijn en hoe de samenwerking wordt gestructureerd. Dit is geen uitputtend overzicht, maar dit zijn de meest voorkomende samenwerkingspartners. 1. Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (ODNHN) Doel: onder mandaat uitvoering geven aan het milieubeleid en de milieutaken van de deelnemende gemeenten en de provincie. Door adequate, professionele en transparante vergunningverlening zorgt de OD voor een schoon, veilig, gezond en duurzame leefomgeving � Actief bijdragen aan maatschappelijke vraagstukken rondom de fysieke leefomgeving; � Het na de inwerkingtreding van de Omgevingswet uitvoeren van de dan gedecentraliseerde bodemtaken (voorheen Wet bodembescherming) namens de gemeente Hollands Kroon en de warme overdracht vanuit de provincie faciliteren; � Inbreng van specialistische expertise in omgevingsplannen, vergunningverlenings- en toezicht/handhavingstrajecten met het oog op kwaliteit, duurzaamheid, veiligheid, circulariteit en integraliteit.
Specifiek taken waartoe Hollands Kroon met de OD een dienstverleningsovereenkomst heeft � Aanbieden, storten of verbranden afvalstoffen; � Bodem; � Indirecte lozingen; � Verwijdering asbest; � Slopen (meldingen en controle hierop); � Handhavingsverzoeken m.b.t. asbest en slopen; � Adviestaak Wabo (tot inwerkingtreding Omgevingswet); � Ontheffing route gevaarlijke stoffen. 2. Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VRNHN) Doel: Het gezamenlijk behartigen van belangen, die de schaal van de individuele gemeenten te boven gaan, voor de veiligheid van de bevolking. Veiligheidsregio Noord-Holland Noord staat voor het verkleinen van risico’s en het beperken van leed en (gezondheids)schade bij incidenten. Dit wordt gedaan door het bieden van adequate hulp en intensief samenwerken met andere partijen die betrokken zijn bij veiligheid en hulpverlening. Inwoners en bedrijven worden gestimuleerd tot zelfredzaamheid en het nemen van eigen verantwoordelijkheid. Belangrijke thema’s zijn Zorg en Veiligheid, Veilig Leven, Brandweer, Omgevingswet en oriëntatie op nieuwe crisistypen (cyber, klimaat, extreem geweld). Specifiek taken waartoe Hollands Kroon met de VR een dienstverleningsovereenkomst heeft 32
� Advies brandveiligheid (waaronder evenementen) � Gezamenlijk toezicht tijdens de bouw � Toezicht gebruik bouwwerken (zorginstellingen, bijeenkomst, onderwijs, sport, industrie, logies, kamerverhuur, winkel) � Toezicht evenementen � Toezicht milieu (integraal met OD) � Toezicht bij meldingen brandonveilige situaties � Integrale toezicht- en handhavingsacties 3. Provincie Noord-Holland
De provincie houdt toezicht op de gemeentelijke monumentenzorg, daar waar er ingrijpende wijzingen aan provinciale monumenten worden ze tevens om advies gevraagd Ook wordt intensief samengewerkt op het vinden van locaties voor (logies) voorzieningen om buitenlandse werknemers (legaal) te huisvesten en houdt zij interbestuurlijk toezicht 4. Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Het toezicht op de kinderopvang is uitbesteedt aan de GGD. Onder kinderopvang vallen alle kinderdagverblijven, de buitenschoolse opvang, gastouderbureaus en gastouderopvang. Het wettelijk kader voor de toezicht en handhaving voor kinderopvang wordt gevormd door de Wet kinderopvang (Wko) en de daarbij behorende beleidsregels. De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de kinderopvangvoorzieningen ligt nadrukkelijk bij de houder (c.q. exploitant) van deze voorzieningen voor kinderopvang. De GGD houdt voor de gemeente Den Helder toezicht op de kwaliteit van de kinderopvangvoorzieningen. De gemeente Den Helder oefent de handhaving hierop uit. Daarnaast draagt de gemeente Den Helder zorg voor de registratie in het Landelijk Register Kinderopvang
(LRK) en draagt zij zorg voor de jaarlijkse verantwoording van haar taken aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het toezicht op de gemeente Den Helder bij de uitvoering van haar taken wordt uitgeoefend door de Inspectie van het Onderwijs. 5. Regionale Informatie en Expertise Centrum (RIEC) Met het RIEC Noord-Holland is er een convenant met daarin afspraken over de bestuurlijke en geïntegreerde aanpak van ondermijning (georganiseerde criminaliteit, bestrijding handhavingsknelpunten en de bevordering van integriteitsbeoordelingen).
6. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) De samenwerking tussen de waterschappen en gemeenten heeft betrekking op het toezicht en handhaving van zaken die grondwater of oppervlaktewater gerelateerd zijn, zoals waterkwaliteit en kwantiteit, medegebruik van openbaar water en nautisch toezicht op vaarbewegingen. Ook adviseert het waterschap de gemeente over waterhuishoudkundige gevolgen en bij vergunningverlening en handhaving van lozingen op de riolering. Daarnaast stelt het waterschap een
33
waterschapsverordening vast. De waterschapsverordening bevat regels voor waterkeringen, watergangen en grondwater.
7. Rijkswaterstaat De samenwerking tussen Rijkswaterstaat en de gemeente heeft betrekking op waterkwaliteit en wegen. Monitoren en versterken van de veiligheid van de waterkeringen is hierbij tevens een onderdeel.
4. Voorbereiding Monitoring en Verslaglegging 4.1 Voorbereiding: Processen en procedures Om ervoor te zorgen dat het de ambtelijke organisatie op een juiste wijze uitvoering geeft aan de uitvoering van het VTH-uitvoeringsprogramma en het VTH-beleid, handelt de organisatie op grond van vooraf vastgestelde procedures, processen en protocollen (art. 7.4, Bor). Hoewel binnen Hollands Kroon op een eenduidige manier wordt gewerkt zijn procedures en protocollen onvoldoende vastgelegd. In 2021/2022 is er in het kader van de Omgevingswet en de Wkb aan processen gewerkt. Zo is de Intake-/Omgevingstafel vastgesteld, maar ook hoe we omgaan met de BOPA is op hoofdlijnen bepaald. Daarnaast zijn processen voor het verplichte advies van de gemeenteraad vastgelegd. De evaluatie van de Kadernota VTH 2019-2022 en de vaststelling van dit beleid leert ons dat we voor 2023 (integrale) processen en daarmee ook (nieuwe) procedures nader in kaart moeten brengen. Dit geldt voor alle teams binnen het VTH-domein ook als doel meegenomen voor 2023. In bijlage 7 is daarom voor nu enkel een globale beschrijving te vinden van werkwijzen welke tot stand is gekomen op basis van gesprekken met medewerkers van de teams. Uitgangspunt is dat we op basis van de strategieën werken zoals te lezen in bijlage 2 t/m6.
4.2 Monitoring: Werkzaamheden Om verantwoording te kunnen afleggen over de inspanningen en resultaten zijn verschillende gegevens nodig. Deze gegevens moeten periodiek opvraagbaar zijn voor de teams zelf, de directie maar moeten ook kunnen dienen voor doeleinden als voor periodieke verantwoording aan het bestuur. Jaarlijks leggen we verantwoording af via monitoring van de vastgestelde ambities en doelen dit doen we via de volgende instrumenten 1. Openwave en KIS Voor alle taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving wordt gebruik gemaakt van Openwave en Kiss. In het najaar van 2022 is gewerkt aan de nadere invulling van deze programma’s. Dit maakt het mogelijk om vanaf 2023 reguliere taken digitaal bij te houden en op basis van rapportages onze prognoses te analyseren. 2.Intaketafel en Omgevingstafel 34
Met de komst van de Omgevingswet komt de nadruk steeds meer te leggen op het vooroverleg. Dit richten wij in met een intake- en omgevingstafel. Deze tafels moeten het mogelijk maken om initiatieven, waarbij strijd met wet- en regelgeving is, maar welke wel aansluiten bij onze ambities te realiseren. Voordat een initiatief een geheel vergunningstraject doorloopt wordt al gemotiveerd weergegeven bij waarom het wel of niet wenselijk is. Jaarlijks zullen deze motiveringen geanalyseerd worden. Op basis hiervan kan dan worden geconcludeerd of we onze ambities waarmaken. Sinds 2022 werken wij volgens deze systematiek. 3. Bezwaar en beroep De dienstverlening moet voldoende uitvoeringskwaliteit hebben. Hiermee wordt bedoeld, de mate waarin een product en/of dienstverlening voldoet aan de juridische doelen en bijdraagt aan de omgevingsdoelen. Om een voldoende uitvoeringskwaliteit te hebben zijn er de volgende doelen. 1. Bij 100% van de vergunningen zijn de juiste toetsingskaders gebruikt. 2. 80% van de bezwaar- en beroepsschriften m.b.t. vergunningverlening is ongegrond. 3. 100% van de Wabo medewerkers blijven voldoende geschoold en ervaren, zodat deze voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.2. 4. Het toetsingskader voor geringe ruimtelijke ontwikkelingen is helder door het vaststellen van de beleidsregels Fysieke Leefomgeving voor de zogenaamde kruimelgevallen. 5.
De algemene plaatselijke verordeningen worden binnen deze beleidsperiode geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. Op basis van het aantal bezwaar-en beroepszaken en dan met name de zaken die standhouden bij de rechter, kan onze kwaliteit van dienstverlening worden geanalyseerd. Hoewel het nog geen standaard onderdeel van onze werkwijze vormt, willen we binnen het VTH-domein, deze uitkomsten ook qua inhoud gaan analyseren. Dit mede met het oog om te kijken of er in bepaalde gevallen beleid ontwikkeld kan worden. Voor 2023 willen we hiermee een start maken binnen alle VTH-teams. 4. Contact Met het voeren van een vergunningenstrategie waarbij communicatie een speerpunt is proberen wij bezwaarschriften te voorkomen. Over de besluiten die genomen worden door het college communiceren we actief. Daarin vertellen we waarom we een bepaalde koers varen, maar ook welke voor- en nadelen tegenover elkaar afgewogen zijn en wat verder aandacht nodig heeft of beter kan. Hierin leveren we maatwerk. De aard van het genomen besluit bepaalt de vorm van de communicatie. Ook door het bieden van de mogelijkheid tot vooroverleg en deelname aan de omgevingstafel proberen wij aan de voorkant bezwaarschriften te voorkomen. 5. Informele aanpak
35
De gemeente Hollands Kroon werkt al enige tijd met de informele aanpak bij bezwaarschriften. Vaak leidt een bezwaarschriftenprocedure tot ontevredenheid bij burgers en is weinig klantgericht. Er komt een besluit op bezwaar maar het onderliggende conflict is niet opgelost. Iedere bezwaarmaker wordt in de gelegenheid gesteld om in gesprek te gaan. De ervaringen zijn positief. Een deel van de bezwaarschriften kunnen informeel worden afgedaan. In 2023 gaan wij hiermee door. 4.3 Verslaglegging Na afloop van het kalenderjaar wordt een jaarverslag opgesteld voor het college, waarin tenminste over de volgende onderwerpen wordt gerapporteerd: • De uitvoering en voortgang van de voorgenomen activiteiten uit het uitvoeringsprogramma VTH; • Of de uitvoering van deze activiteiten heeft bijgedragen aan de voortgang van de beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan; • Of het VTH-beleidsplan (mede op basis van bovenstaande) eventueel aangepast moet worden; • Of de VTH-organisatie nog voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria. Het college maakt het jaarverslag bekend aan de gemeenteraad en Gedeputeerde Staten. 4.4 Evaluatie Voordat een beleidsperiode is verstreken, wordt ten behoeve van het nieuwe beleid een evaluatie uitgevoerd.
Er wordt dan beoordeeld of: • Vastgestelde beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan zijn bereikt; • De voorgenomen activiteiten uit het VTH-beleidsplan zijn uitgevoerd; • Er aan de afspraken is voldaan die met externe partijen zijn gemaakt. Ook deze evaluatie documenteren wij in het jaarverslag en de resultaten worden gebruikt voor het nieuwe VTH-beleid voor de volgende beleidsperiode en het uitvoeringsprogramma VTH voor het volgende jaar.
5. Organisatie: Capaciteit en middelen Binnen Hollands Kroon werken we op basis van structurele kosten, waarvan de vaste medewerkers bekostigd worden, dit zijn de berekenden fte. Daarnaast werken we met incidentele kosten, gekoppeld aan een tijdelijk project of ambities. Ook hebben we samenwerkingsafspraken voor de realisatie van onze doelen. 5.1 Capaciteit en Middelen Vergunningen Hollands Kroon werkt met drie vaste vergunningverleners Wabo, een jurist Wabo en daarnaast inhuur voor reguliere taken. Binnen onze gemeente is bij de vaste vergunningverleners voldoende kennis en kunde aanwezig om de doelen zoals eerder geformuleerd te kunnen behalen. Mochten er ontwikkelingen aankomen waarvan de kennis niet aanwezig is dan zal dit hiaat via een opleiding worden ingevuld of op een andere wijze ingevuld worden (bijvoorbeeld inhuur of externe advisering).
36
Het is vooral de veelheid van ontwikkelingen en ambities die voor capaciteitsproblemen zorgt. Krapte op de arbeidsmarkt is goed voelbaar. Vacatures kunnen niet vervuld worden met ervaren of goed opgeleide mensen.
Vergunningverlening Bezwaar omgevingsvergunningen, beroep en hoger beroep Principeverzoeken: Ruimtelijke procedures Wro Bestemmingsplannen etc.
Toename in aantal vergunningsaanvragen verwacht, piek verwacht i.v.m. inwerkingtreding van de Omgevingswet We verwachten 15 (hoger) beroepszaken in 2023 Er wordt een piek verwacht in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet met een totaal van circa 500-550 principeverzoeken. Ongeveer 40 per jaar. Er wordt een piek verwacht in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Voor aanvragen omgevingsvergunningen voorzien wij in 2023 een lichte stijging van het aantal aanvragen. Dit is gebaseerd op de ervaring/cijfers van de afgelopen 5 jaar. De huidige interne capaciteit is hiervoor niet voldoende maar wordt aangevuld met de bestaande inhuur. Op deze manier kan hieraan worden voldaan. Wel voorzien wij een toename van het aantal aanvragen vlak voor inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarnaast voorzien wij een extra belasting daar waar het gaat om participatie en als gevolg van de ja-tenzij benadering. Dit vloeit onder andere voort uit de Omgevingswet maar ook uit het coalitieakkoord. Voor ruimtelijke procedures verwachten wij het komende jaar geen grote toename. We verwachten wel een piek vlak voor inwerkingtreding van de Omgevingswet. Naast de ruimtelijke procedures onder de Wro zijn wij bezig met het opstellen van het gemeentelijke. De transformatie naar het omgevingsplan vraagt capaciteit van onze organisatie. Deze capaciteit vullen wij intern in. Voor het reguliere werken huren wij capaciteit in waar nodig. Hiervoor is budget opgenomen in de begroting. De gemeentelijke omgevingsvisie moet worden geactualiseerd. In het de omgevingsvisie werken wij een Breed Welvaart Kader uit. Dit kader helpt ons bij de afweging voor grootschalige & bedrijfsontwikkelingen in onze gemeente.
Voor de ontwikkeling van de omgevingsvisie zoeken wij de integraliteit met andere onderwerpen maar ook met onze regiogemeenten en andere partners. In het de begroting zijn financiële middelen opgenomen voor het opstellen van de omgevingsvisie. In het kader van het gemeentelijk omgevingsplan maken wij per deelgebied een inventarisatie. Voor 2023 staan de gebieden Niedorp/Winkel, Wieringerwaard en Nieuwesluis, Den Oever en Anna Paulowna op de planning. Vanuit het college is de wens om ontwikkelingen in een breder verband te bekijken. Hiervoor stellen wij dorpsvisies op. De inventarisatie in het kader van het omgevingsplan zijn hiervoor het uitgangspunt. Deze worden uitgewerkt tot ambities voor het gebied. Uiteraard wordt dit samen met de inwoners gedaan.
37
Gelet op de ontwikkelingen op de woningmarkt en de ambities uit het coalitieakkoord gaan wij in 2023 aan de slag met een herziening van de gemeentelijke woonvisie, inclusief actualisatie van het woonbehoefteonderzoek. Daarnaast gaan wij kijken naar alternatieve woonvormen, de huisvestgingsverordening. Wij voorzien op dit onderwerp een tekort aan capaciteit. In 2023 gaan wij hier extra capaciteit voor werven. Gelet de maatschappelijke ontwikkelingen en de ambities vanuit het coalitieakkoord voorzien wij een aandachtspunt voor wat betreft capaciteit. Daar waar tekorten ontstaan kijken wij naar een optimalisering van de werkprocessen. Bijvoorbeeld door te werken met veeg(bestemmings)plannen in plaats van een plan voor elk initiatief. Daarnaast kijken wij naar inhuur voor de reguliere werkzaamheden. Uiteraard gaan wij het liefst voor een duurzame invulling wanneer dat mogelijk is, maar de arbeidsmarkt is erg krap. Soort vergunning 1e fase Regulier 2e fase Regulier 1e fase Uitgebreid 2e fase Uitgebreid Advies omgevingsvergunning bevoegd gezag Gebruiksmelding brandveiligheid Onbekende Milieu-aanvraag Onbekende OLO aanvraag Principeverzoek Reguliere procedure Sloopmelding Uitgebreide procedure Vooroverleg
2022 0 0 1 0
2021 0 0 0 0
2020 1 2 1 0
2019 0 0 0 0
2018 0 0 0 1
2017 0 0 3 1
2016 0 0 1 0
1 6 15 7 26 435 191 57 2
3 15 34 5 500 504 198 58 1
0 10 7 10 422 488 253 42 1
2 7 11 1 439 503 339 54 1
1 12 15 0 266 462 369 55 9
5 16 5 0 117 404 279 55 22
10 16 5 2 158 449 293 41 13
Prognose Wabo
Bouwbesluit
2023 Uitgebreide procedure
60
Principeverzoek
450
Omgevingstafel
12
Sloopmelding
220
Reguliere procedure
500
Onbekende Milieu-aanvraag
25
Gebruiksmelding brandveiligheid
12
5.1.1 Opleidingen
In het kader van de implementatie van de Omgevingswet hebben alle medewerkers verschillende 38
trainingen gevolgd. Hiervoor is budget opgenomen in de begroting. Daarnaast is het mogelijk om via de MLF (vakinhoudelijke)trainingen te volgen. 5.2 Capaciteit en middelen APV Het team APV bestaat structureel uit 3 fte Voor 2023 is er een tijdelijke uitbreiding van 28 uur per week voor de ondersteuning van administratieve lasten. Hiertoe is een uitgebreide urenstaat met planning opgemaakt, welke voortkomt uit het Plan van Aanpak over de ambities van het team. Door de tijdelijke uitbreiding is het de bedoeling de gestelde ambities en doelen voor 2023 te behalen. 21Gedurende 2023 gaan we bekijken of de tijdelijke uitbreiding een jaar verlengd moet worden. Daarnaast wordt er juridische begeleiding en procesbegeleiding geboden om de gestelde doelen te behalen. Ook dit is intern opgevuld.
soort_vergunning 2023
2022
2021
APV Gebruik gemeentegrond
84
83
66
Alcoholwet artikel 35
124
92
22
Alcoholwet vergunning
4
16
18
Alcoholwet vergunning para commercieel
1
2
1
Bingo
8
5
8
Brandveilig gebruik
40
39
11
Carbid afschieten
3
6
9
Collectevergunning
4
4
3
Collectevergunning doorlopend
20
15
13
Evenementenvergunning
300
214
114
Exploitatievergunning
75
14
14
Exploitatievergunning Logies
8
6
19
Exploitatievergunning para commercieel
4
1
1
Hete luchtballon
0
0
2
Jachtwet
2
2 0
Kerstbomenverbranding evenement
1
1 0
Kledinginzameling
2
2
2
Loterijvergunning
2
2
4
Meldingen
130
74
69
Ontheffing geluid
15
9
13
Ontheffing sluitingstijdstip Horeca
4
4
Ontheffing sluitingstijdstip para commercieel
20
18
3
Ontheffing sluitingstijdstip winkels
8
3
3
Speelautomaten
8
4
1
Staandwantvissen recreatief
29
29
42
39
Standplaatsen
60
57
69
Verkeer/vervoer
90
84
62
Verklaring van geen bezwaar
15
10
11
Vuurwerk en Carbid opslaan
1
1
1
Wijziging Alcoholwet vergunning commercieel en para commercieel
16
7
10
Wijziging Exploitatie vergunning commercieel en para commercieel
16 2
9
* cijfers van 2021 en tot 1 december 2022 (Openwave is voor APV pas in 2020 ingericht. Cijfers voor die tijd ontbreken.)
5.3 Capaciteit en Middelen Handhaving & Toezicht Het team Handhaving bestaat uit 3 fte. Waarvan 1 vacante vacatures waartoe ingehuurd wordt. Het invullen van de vacante vacatures met ervaren en goed opgeleide mensen is erg lastig gezien de huidige arbeidsmarkt. Doordat er over een periode van zo’n 3 jaar steeds personele wisselingen zijn geweest in combinatie met geen goede overdracht, zijn er achterstanden ontstaan. Voor zover we op dit moment kunnen zien, betreft dat -teruggekeken tot 1 januari 2021- 183 handhavingsdossiers. Gemiddeld genomen moet voor het onderzoeken en behandelen van een handhavingsdossier zo’n 20 uur geraamd worden. 183 x 20 uur is 3660 mensuren. Het team Toezicht bestaat uit 5 fte waarvan 1 voor 32 uur de administratieve taken op zich neemt. De andere 4 zijn 36 uur en zijn aangesteld o.a. toezichthouder Wabo. Hiervan is 1 FTE langdurig ziek en het is onduidelijk of en wanneer deze persoon terugkomt. Om deze reden is 1 FTE op huurbasis aangenomen voor alle bouwkundige taken. Deze taken zijn voor dit jaar geborgd. 1 FTE is voor alle toezichthoudende taken en houdt zich ook bezig met ondermijning. De overige 2 FTE zijn voor alle overige toezichthoudende taken. Beide teams hebben structureel uren te kort. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt is hier niet zomaar een oplossing voor.
Daarom is als extra doel naast de ambities en wettelijke taken om bestaande processen te herzien, opdat processen en procedures efficiënter en effectiever worden. Zo gaan we onderzoeken of het aantal uur dat besteed wordt aan de wettelijke taak handhaving bij Kinderdagopvang wellicht anders kan worden ingericht, opdat er we er niet wekelijks ca.24 uur per week aan kwijt willen zijn. Ook gaan werkprocessen herbekijken op efficiëntie en effectiviteit opdat we enkel op basis van prioritering gaan werken. Door daadwerkelijk risico-gestuurd te gaan werken zal er capaciteit bij zowel Toezicht als Handhaving vrijgespeeld worden. Gedurende 2023 dienen de werkprocessen en daarmee ook de uren besparing te zijn vastgesteld. Voor laatste wordt interne begeleiding geboden. We streven hierbij de volgde prognoses na, opdat de reguliere werkzaamheden maar ook de ambities in dit beleid gerealiseerd kunnen worden. Handhaving Taak 2022
2021 40
2020
2019
2018
2017
2016
Handhaafthema
65
20
24
39
42
47
17
Handhaafverzoek
84
42
43
24
24
22
5
Klacht/Melding
4
5
22
2
9
13
6
Onbepaald Overtreding geen prioriteit
4 11
5
33
46
14
8
16
12
36
16
17
10
9
Overtreding prioriteit hoog en zeer hoog *cijfers tot 1 december 2022
Prognose
2023
Handhaafthema
57
Handhaafverzoek
48
Op de lijst nog op te pakken zaken
Overtreding gemiddeld
42
Oppakken mits er tijd voor is
Overtreding prioriteit hoog/zeer hoog
36
Oppakken
Achterstanden
92
Oppakken mits er tijd voor is
Toezicht Bij de prognose voor 2023 zijn we uitgegaan van de bijgestelde ambities (zoals minder uren voor de BAG en Oekraïners). De aantal inspecties gemoeid met handhavingsverzoeken en de prioritering hierin zijn een zeer ruw inschatting aangezien voor beide teams Handhaving en daarmee ook Toezicht nog aangepast moeten worden.
Aantal zaken Onderdeel
Korte uitleg
per jaar
Administratie
Alle administratieve werkzaamheden
52
BAG
25
Wkb (proefproject)
3
Handhaafverzoeken (alles)
86
Ondersteuning APV / Evenementen
52
Toezicht prio hoog/zeer hoog
15
Informele aanpak (prio laag)
100
Toezicht brandveilig gebruik ism VRNHN
52
Toezicht monumenten
5
Overige (uitzetten, peil etc.)
50
Periodieke controle arbeidsmigranten etc.
50
Bestuurlijk Toezicht Prostitutie (schatting)
1
Toezicht Wabo / Openbare Ruimte Toezicht Bouwkunde
Ondermijning
41
Overig / AD HOC aanvragen
Adresonderzoek (LAA & BRP)
240
Integrale controles
8
Sluiting pand i.h.k.v. wet Damocles
6
Preventief rondrijden/ opsporen
52
Oekraïne
20
24-uurs calamiteiten dienst (daadwerkelijk inzet)
5
Asbest
30
5.4 Capaciteit en Middelen Samenwerkingsafspraken
De advisering van een aantal taken binnen het VTH-domein zijn belegd bij de Omgevingsdienst en de Veiligheidsregio. Voor 2023 continueren we de samenwerkingsafspraken. Met beide gemeenschappelijke regelingen zijn afspraken gemaakt voor 2023. Er wordt, voor zover dat mogelijk is, gewerkt conform de Omgevingswet. In het geval van de omgevingsdienst wordt het VTH - uitvoeringsprogramma 2022 door middel van een collegebesluit doorgezet tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet halverwege 2023. Het college stelt, in samenspraak met de OD en de provincie, halverwege 2023 het uitvoeringsprogramma voor de laatste helft van dat jaar vast. 1. Omgevingsdienst Op basis van de door het AB vastgestelde begroting 2023 geldt voor Hollands Kroon een bijdrage van € 1.733.131,- voor het jaar 2023. 2. Veiligheidsregio
Op basis van de door het AB vastgestelde begroting 2023 geldt voor Hollands Kroon een bijdrage van € 3.647.842.
42
Bijlage 1. Relevante wet- en regelgeving Wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) Op 14 april 2016 is de Wet VTH van kracht geworden. Hierdoor zijn wijzigingen aangebracht in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor). Deze wet brengt met zich mee dat de gemeente aan kwaliteitscriteria moet voldoen voor de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo): Wabo /omgevingsrecht Vergunningen In landelijke wet- en regelgeving zoals de Wabo, Bor en Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) is bepaald in welke gevallen burgers, bedrijven en instellingen een omgevingsvergunning nodig hebben. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning kan digitaal bij het landelijke omgevingsloket (OLO) in- gediend worden. Er geldt daarbij een procedure waarop een besluit volgt voor mogelijk meerdere activiteiten. Bij vergunningverlening worden activiteiten preventief getoetst. Hierbij worden de wettelijke (indienings) eisen van onder andere de Bor, Mor en de Wabo gehanteerd. Zo wordt bijvoorbeeld voor de activiteit bouwen getoetst op constructieve veiligheid, gezondheid, energiezuinigheid en welstand. Voor een inrit / uitritvergunning op verkeersveiligheid en bruikbaarheid van de weg. De Wabo heeft een hoofdstuk dat geheel gewijd is aan handhaving.
De Wabo is zo opgezet dat er bestuurlijk kan worden gehandhaafd op het bepaalde in de Wabo zelf en op een dertiental andere omgevingsrechtelijke wetten. Het ruime bereik van de Wabo moet leiden tot integrale handhaving. Verleende vergunningen, ontheffingen en meldingen worden door toezichthouders gecontroleerd. Daarnaast zijn er toezichts- en handhavingstaken in de fysieke leefomgeving zoals controle op vergunningsvrij bouwen, gebruik in relatie tot het bestemmingsplan, etc. Bij de activiteit bouwen is het van belang dat bouwwerken constructief- en brandveilig, bruikbaar en energiezuinig worden gebouwd en voldoen aan de eisen van welstand. De kwaliteit van bestaande gebouwen wordt gecontroleerd, zodat deze voldoen aan wet- en regelgeving. Wat betreft het gebruik van het bouwwerk (wonen of werken) is het van belang dat dit past binnen het bestemmingsplan. Daarnaast wordt op basis van meldingen, klachten en eigen waarnemingen toegezien op illegale bouwwerken en gebruik. De OD NHN heeft een adviserende rol op diverse gebieden in relatie met milieu: zij adviseert over milieuaspecten bij het opstellen van bestemmingsplannen en het wijzigen hiervan, bij diverse geluidsaspecten, in het kader van externe veiligheid, luchtkwaliteit, etc. Milieuklachten worden door de RUD NHN in behandeling genomen.
Jaarlijks wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld en wordt gerapporteerd over de uitgevoerde werkzaamheden. Beide worden ter informatie verzonden aan de gemeenteraad. Om de kans op brand in gebouwen, en de gevolgen daarvan, te beperken worden aan gebouwen en het gebruik ervan brandveiligheidseisen gesteld. De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VRNHN) adviseert in het geval van vergunningen en meldingen brandveilig gebruik. Dit gebeurt niet alleen bij bouwwerken maar ook bijvoorbeeld bij evenementen. In het geval van omgevingsvergunningen met de activiteit bouwen en brandveilig gebruik gaat het om compartimentering van het gebouw om ont- stane branden te isoleren en daarnaast om brandblusmiddelen en maatregelen die ervoor moeten zorgen dat personen in het geval van brand zo snel en veilig mogelijk kunnen vluchten. Ook de controles op brandveilig gebruik 43
worden uitgevoerd door de VRNHN. In het geval van overtredingen wordt in overleg met de gemeente getreden. Algemene Plaatselijke Verordening (APV) In de APV is de gemeentelijke regelgeving op het gebied van leefbaarheid en openbare orde opgenomen. Het gaat met name om onderwerpen en activiteiten die in de openbare ruimte plaatsvinden zoals bijvoorbeeld exploitatievergunningen, (grote) evenementen en overlast. De APV wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Niet voor alle zaken is het college het bevoegd gezag. Voor sommige zaken, zoals de exploitatievergunning en seksinrichtingen, is de burgemeester het bevoegd gezag. Het gaat bij de APV veelal om onderwerpen en activiteiten waar burgers direct hinder van kunnen ondervinden. Enkele voorbeelden hiervan zijn geluidoverlast bij evenementen, loslopende honden en het stallen van caravans en aanhangers. De gemeente ontvangt regelmatig klachten en meldingen van burgers over APV gerelateerde zaken. De toezichthouders nemen klachten in behandeling en zijn in eerste instantie ook verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van verleende vergunningen en ontheffingen. Alcoholwet (AW) Het doel van deze wet is gezondheidsschade door alcohol bij jongeren te voorkomen en verstoring van de openbare orde door alcoholmisbruik onder jongeren terug te dringen. De burgemeester is het bevoegd gezag is voor de AW.
De taken op het gebied van vergunningverlening lagen reeds bij de gemeente. Met de wetswijziging werden de toezichtstaken overgeheveld van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) naar de gemeente. De burgemeester is het bevoegd gezag als het gaat om het verstrekken van vergunningen op grond van de AW. Horecabedrijven waar alcohol verstrekt wordt voor gebruik ter plaatse (bijvoorbeeld cafés, restaurants en sportkantines) mogen niet in werking zijn zonder vergunning. Dat geldt ook voor slijterijen waar sterke alcoholische drank (meer dan 15% alcohol) verkocht wordt. Daarnaast worden er ook ontheffingen verleend, bijvoorbeeld in verband met het tijdelijk verstrekken van alcohol. Dit gaat vaak samen met evenementen. Het toetsingskader voor aanvragen op grond van de AW ligt vast in de wet. Per 1 januari 2013 is de burgemeester behalve met vergunningverlening, ook belast met toezicht en handhaving op grond van de AW. Voorheen werd dit uitgevoerd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Afvalstoffenverordening (AV) De AV is een gemeentelijke verordening. Hierin staat o.a. de gemeentelijke regelgeving op het gebied van inzameling van huishoudelijk afval. Bijzondere wetten Vergunningen Naast bovenstaande worden er ook vergunningen en toestemmingen verleend op grond van bijzondere wetten en lokale regelgeving.
Er worden bijvoorbeeld vergunningen verstrekt in het kader van de Wet op de kansspelen (veelal speelautomaten). Toezicht en handhaving Het toezicht op parkeren, op grond van de Wegenverkeerswet, gebeurt door de toezichthouders. Ook het toezicht op de kansspelen is bij hen ondergebracht. Het toezicht bij de markt wordt uitgevoerd door de marktmeester. 44
Bijlage 2. Toetsingsmatrix Bouwbesluit In wet- en regelgeving is bepaald voor welke activiteiten inwoners en bedrijven een vergunning moeten aanvragen om ze te mogen uitvoeren of ondernemen en welke activiteiten gemeld moeten worden. Het is echter niet nodig om elke aanvraag die wordt ingediend even diepgaand te toetsen aan de regels. Immers niet iedere activiteit die vergunningplichtig is of moet worden gemeld heeft hetzelfde toetsingskader. Het toetsen van een omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen aan het Bouwbesluit 2012 gebeurt op verschillende niveaus: a) Snelle toets (S) b) Visuele toets (V) c) Representatieve toets (R) d) Integrale toets (I) Ad a) bij een snelle beoordeling wordt er niet zo zeer gekeken naar de inhoud van de bij een bouwaanvraag behorende technische bescheiden, maar wordt er meer gelet op de aanwezigheid van de vereiste informatie. Ad b) bij het visueel beoordelen wordt er aandacht besteed aan de uitgangspunten van de ingediende bescheiden zonder deze inhoudelijk te controleren. Ad c) bij het representatief toetsen wordt niet alles gecontroleerd maar worden er per te toetsen object enkele representatieve onderdelen gepakt. Deze belangrijke onderdelen worden dan geheel getoetst. Ad d) bij het integraal toetsen is het de bedoeling dat vrijwel alles van het desbetreffende onderdeel gecontroleerd en nagerekend wordt.
Als blijkt dat iets niet juist is wordt een toetsingsniveau dieper getoetst. In principe is dat het eerstvolgende toetsingsniveau. Blijkt bijvoorbeeld uit de visuele beoordeling dat er zaken niet lijken te kloppen, dan wordt het bouwplan alsnog representatief getoetst.
45
In bovenstaande tabel is geen onderscheid gemaakt naar gebieden, zoals bijvoorbeeld buitengebied, woonwijken, bedrijventerreinen en het centrum. Het gaat in principe om de aard van het bouwwerk. Dit laat onverlet dat in specifieke gevallen van het schema kan worden afgeweken in gevallen dat de omgeving er wel toe doet. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de veiligheid voor de omgeving door de aard van het gebruik van het bouwwerk.
46
Bijlage 3. Vergunningstrategie 1. Inleiding Deze bijlage beschrijft de strategieën voor vergunningverlening voor diverse activiteiten. Vanuit een risicoanalyse en de prioriteitenstelling volgt een bepaald toetsingsniveau voor diverse activiteiten. In dit beleidsplan worden de toetsingsprotocollen per taakveld gespecificeerd zodat het toetsingsproces transparant en voorspelbaar is voor zowel de gebruikers als voor de klanten. 1.2 Doelstelling Het doel van het toetsingsprotocol is om de verlening van vergunningen transparanter te maken en uniformiteit in de toetsing te bewerkstelligen. Met het toetsingsprotocol legt de gemeente zichzelf voor iedere vergunning een minimum toetsingsniveau op. Het bestuurlijk vaststellen van de toetsingsniveaus van de diverse voorschriften zodat de vergunningverlening op een verantwoorde wijze plaats vindt. Hierdoor kunnen ook de medewerkers afgewogen en expliciete keuzes maken bij het toetsen van vergunningaanvragen en meldingen. Onze visie: Ja,mits e willen samen met onze inwoners, ondernemers en overige organisaties werken aan een veilig, prettig en duurzaam woon-, werk- en leefklimaat in onze dorpen en buitengebied.
Wij dragen daaraan bij door het verstrekken van informatie over en voor ruimtelijke initiatieven in de fysieke leefomgeving van Hollands Kroon en het geven van toestemming daarvoor via het verlenen van omgevingsvergunningen vanuit de ‘ja, tenzij’-gedachte. Dit is passend bij de doelstelling van de Omgevingswet en zal verwoord worden in de ja, tenzij kompas. We willen initiatieven faciliteren binnen onze gemeente door middel van een optimale dienstverlening. Tegelijkertijd willen we de leefbaarheid van onze gemeenschap beschermen, alsmede het bewaken van het evenwichtig toebedelen van functies aan locaties. Daarnaast vormen de invoering van de Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging en de stikstofproblematiek, spuitvrijezoneproblematiek, de woningbouwopgave en de energietransitie de belangrijke prioriteiten in de beleidsperiode tot en met 2023. 1.3 Uitgangspunten bij beoordelingen van vergunningen en meldingen Het toetsingsprotocol heeft uitsluitend betrekking op de voorschriften zoals opgenomen in de betreffende wet- en regelgeving. De mate van toetsen wordt bepaald door het effect dat een calamiteit met zich meebrengt, de kans dat deze zich voordoet én de bestuurlijke prioriteit.
1.3.1 Informatieverstrekking en principeverzoek Voordat een principeverzoek of complete aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend, komt het regelmatig voor dat een aanvrager vooraf overleg wil over de haalbaarheid van zijn plan (voor een concreet initiatief). Vaak wordt in eerste instantie het verzoek gedaanbij een betrokken medewerker 47
waarbij de initiatiefnemer het project toelicht en de mogelijke vereiste vergunningen of meldingen worden besproken, met de bijbehorende procedures. Jaarlijks verzoeken onze inwoners en ondernemers ongeveer 500 tot 550 keer om een initiatief te toetsen op haalbaarheid. Vooroverleg/principeverzoek vormt een informele procedure die als doel heeft een indicatie te geven over de haalbaarheid van het bouwplan. Het overleg stelt een potentiële aanvrager in de gelegenheid om de haalbaarheid van een initiatief na te gaan zonder veel kosten te maken en het plan tot in detail uit te werken. Het vooroverleg stelt de gemeente in staat om – meestal via het bouwberaad en onder de Omgevingswet de Omgevingstafel – zich een oordeel te vormen over een initiatief en eventueel daartoe wijzigingen of alternatieven voor te stellen. Tijdens een formele aanvraag zijn we daarin minder flexibel vanwege ‘het primaat van de aanvraag’ (het bevoegd gezag moet beslissen op hetgeen is aangevraagd) en de beslistermijn. Bij het principeverzoek wordt globaal gekeken naar de (ruimtelijke) wenselijkheid, haalbaarheid en inpasbaarheid van het plan. Hierbij is vaak het bestemmingsplan leidend, aangevuld met ander lokaal beleid (bijv. ruimtelijke kwaliteit).
Na het vooroverleg is het voor de initiatiefnemer duidelijk of een later in te dienen aanvraag om vergunning kans van slagen heeft en welke procedure hiermee is gemoeid. Als het plan aangepast moet worden, wordt duidelijk aangegeven op welke onderdelen dit dan dient te gebeuren. Deze werkwijze sluit bovendien goed aan bij de Omgevingswet. Daarbij moeten alle aanvragen straks immers in principe binnen 8 weken worden afgehandeld. Daarbij vraagt de Omgevingswet om een integrale afweging, met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?’. Een dergelijke vraag past naar zijn aard beter bij het informele karakter van het vooroverleg dan bij een formele aanvraagprocedure. Het vooroverleg/principeverzoek en de omgevingstafel zijn daarmee instrumenten dat we ook de komende periode willen blijven stimuleren voor alle bouwinitiatieven van enige omvang. 1.3.2 Indieningsvereisten De indieningvereisten voor aanvragen om vergunningen, ontheffingen en meldingen zijn opgenomen in diverse regelingen, zoals de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor), het Activiteitenbesluit en/of het Bouwbesluit 2012.
In bijzondere gevallen kunnen voor de beoordeling andere gegevens nodig zijn dan in specifieke regelingen is opgenomen of wanneer er geen indieningvereisten zijn vastgesteld. Op grond artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het college om (specifieke) aanvullende gegevens vragen. In het geval een aanvraag niet voldoet aan de indieningsvereisten kan deze niet ontvankelijk worden verklaard. Dit betekent concreet dat de aanvraag niet in behandeling kan worden genomen. Voordat dit gebeurt wordt de aanvrager altijd eerst in de gelegenheid gesteld de aanvraag binnen minimaal vier en maximaal acht weken aan te vullen Is de aanvraag daarna nog niet compleet dan wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld. 48
1.3.3 Kernwaarden van onze dienstverlening Hieronder is concreet omschreven welk niveau van dienstverlening we willen behouden cq bereiken.
Kernactiviteit
Informatieverstrekking & Vooroverleg/principeverzoek
Wat doen wij?
Wij leveren op de kortst mogelijke termijn concrete antwoorden op de gestelde vragen en verzoeken van onze inwoners en ondernemers, waardoor de klant de juiste verwachtingen heeft.
Wat ervaart de klant?
De klant begrijpt het antwoord op zijn vraag, wat de kansen en risico’s zijn en hoe dit aan te pakken.
Wat is onze grondhouding?
Wij vragen door en geven alternatieven indien nodig. We stellen ook de vraag achter de vraag indien mogelijk om de klant beter te kunnen bedienen.
Hoe communiceren we?
We spreken en schrijven in klare taal. Kernwoorden zijn: vriendelijk, uitnodigend, maar ook realistisch.
Kernactiviteit
Vergunningverlening
Wat doen wij?
Wij behandelen aanvragen om vergunningen binnen de kortst mogelijke termijn.
Wat ervaart de klant?
De klant voelt zich positief betrokken en meegenomen in het proces. De status en risico’s van de aanvraag zijn steeds helder. De beslistermijn is duidelijk. De beslissing is logisch en sluit aan bij de verwachtingen van de klant.
Wat is onze grondhouding?
Wij handelen in dienst van de aanvrager en andere betrokkenen door de juiste stukken te vragen, gericht te toetsen en helderheid te geven over de werkwijze. Wij focussen ons daarnaast op de risico’s die activiteiten in de fysieke leefomgeving met zich meebrengen. We zoeken actief samenwerking met onze partners.
Hoe communiceren we?
We spreken en schrijven in klare taal. De geschreven correspondentie (brieven, e-mails) zijn B1 niveau of het niveau van de ontvanger. Kernwoorden zijn: samenwerking, oplossingsgericht, overtuigend. Negatieve besluiten worden mondeling aan de aanvrager uitgelegd.
1.3.4 Overige uitgangspunten
Als algemene leidraad voor de toetsing van vergunningen geldt dat uit de ingediende gegevens altijd voldoende aannemelijk moet zijn dat aan de geldende regelgeving wordt voldaan. De gemeente zorgt ervoor dat zij zelf voldoende kennis op de diverse disciplines bezit of inhuurt zodat de gemeente zich er altijd van kan vergewissen of rapporten en adviezen van derden voldoen aan de regelgeving. 49
1.3.4 Interne en externe afstemming Integrale vergunningverlening is een onderdeel van de dienstverlening van een gemeente. Een adequate interne afstemming is nodig om aanvragen binnen de wettelijke termijnen compleet af te handelen en draagt daardoor in grote mate bij aan de klantbeleving van de dienstverlening. Dit behelst in eerste instantie een goede afstemming, zowel tussen vergunningverleners en andere interne betrokkenen, als tussen vergunningverlener, toezichthouder, handhaver en adviseurs. Deze afstemming is van wezenlijk belang voor een eenduidige, uniforme toetsing en optreden naar buiten toe. Hiervoor zijn werkprocessen opgesteld en werkafspraken gemaakt. Afstemming en adviesmomenten zijn verwerkt in deze werkprocessen en -afspraken. De werkprocessen en afspraken die de organisatie aangaan worden in een afzonderlijk document vastgelegd. Deze dynamische uitwerking is een reactie van de organisatie op de bestuurlijke keuzes in dit beleidsplan Externe afstemming is van belang om te komen tot een optimaal en integraal resultaat in zowel vergunningverlening, toezicht als handhaving. De samenwerkende partners (waterschap, politie, veiligheidsregio, omgevingsdienst, provincie, ministerie enz.) benutten zo de specifieke deskundigheid, ondersteuning, aanvulling en informatie over en weer.
Ook het overleg met adviseurs van aanvragers, zoals architecten, milieuadviseurs etc., zal veelal nodig zijn en bijdragen aan het gewenste eindresultaat. 1.4 Uitwerking per beleidsveld 1.4.1 Algemeen Meldingen
In veel wet- en regelgeving worden de laatste jaren vergunningstelsels vervangen door een systeem van meldingen. Door het stellen van algemeen verbindende regels, is het aanvragen van een vergunning minder vaak nodig. Deze transitie vindt al jaren plaats in de milieuwetgeving. Ook voor het brandveilig gebruiken en slopen is een systeem van meldingen opgenomen in het Bouwbesluit 2012 Bij meldingen gaat de wetgever er van uit dat voor bepaalde activiteiten volstaan kan worden met een mededeling (melding) aan het bevoegd gezag. Aan het bevoegd gezag is het de taak te beoordelen of de activiteit inderdaad meldingsplichtig is en of de melding volledig is ingediend. Een volledige inhoudelijke toetsing van een melding past niet binnen de systematiek van de meldingsplicht. Echter, een inhoudelijke toetsing van een melding vindt wél plaats voor wat betreft de relevante feiten van het gemelde bedrijf. Het accent van de taken van de gemeente met betrekking tot meldingen verplaatst zich naar het uitvoeren van toezicht. Het algemene uitgangspunt voor de behandeling van meldingen is als volgt: 1.) Toets volledigheid: is de melding volledig ingediend? 50
2.) Toets aannemelijkheid: is voldoende aannemelijk dat de melding overeenkomt met het werkelijk (voorgenomen) gebruik of de (voorgenomen) uitvoering van werken? Een uiterst globale schouwing op basis van ervaring. 3.) Toets: de ingediende gegevens worden niet inhoudelijk getoetst, tenzij wettelijk voorgeschreven. 4.) Maatwerkvoorschriften: globale beoordeling of mogelijk maatwerkvoorschriften nodig zijn. 5.) Gebruiksmeldingen: toetsen op volledigheid. Aansluitend wordt de meldingen betrokken in het periodiek toezicht op brandveiligheid.
In het uitvoeringsprogramma VTH kan het college voor specifieke onderdelen van de melding ervoor kiezen enkele gegevens toch vooraf te toetsen en bij strijdigheden de melder hierover te berichten. Hierdoor kunnen achteraf, bij handhaving, mogelijke problemen worden voorkomen. 1.4.2 Vergunningenstrategie Bouwen Toets Bouwbesluit In het Bouwbesluit zijn voorschriften opgenomen waaraan een bouwwerk moet voldoen. Voor wat betreft de beoordeling van aanvragen omgevingsvergunning is het Bouwbesluit onderverdeeld in de hoofdstukken Veiligheid, Gezondheid, Bruikbaarheid, Energiezuinigheid en Milieu en Installaties. Het is onmogelijk om alle bouwwerken en onderwerpen uit het Bouwbesluit 100% te toetsen. Dit vraagt te veel middelen en personele capaciteit. Ook betekent dit dat de aanvrager zeer veel gegevens dient te overleggen, wat niet in verhouding staat tot de aanvraag. Om te voorkomen dat bij de toetsing willekeur optreedt, is het noodzakelijk afspraken te maken om te komen tot een aanvaardbaar toetsingsniveau. Het Bouwbesluit maakt onderscheid tussen verschillende gebruiksfuncties. De voorschriften voor de verschillende bouwwerken zijn onderverdeeld in verschillende thema’s. De voorschriften kunnen wat betreft zwaarte per gebruiksfunctie verschillen. Bovendien hanteert het Bouwbesluit verschillende niveaus met betrekking tot deze voorschriften.
Bij verandering van zowel het gebruik als de technische staat van een bouwwerk zijn de voorschriften van het van rechtens verkregen niveau van toepassing, wat weer nooit lager mag zijn dan de ondergrens, het niveau voor bestaande bouw. De dynamiek in de bouwpraktijk kan ertoe leiden dat bepaalde risico’s die door de gemaakte keuzes onderbelicht worden op enig moment toch een groter maatschappelijk gewicht gaan krijgen waardoor beleid dient te worden bijgesteld. Landelijke ontwikkelingen of lokale incidenten kunnen ertoe leiden dat vanuit de rijksoverheid wordt opgelegd actie te ondernemen. Dit is eerder aan de orde geweest bij onder meer de veiligheid van platte daken, veiligheid van gevelbekleding en (spouw)ankers en brandveiligheid van woning scheidende wandconstructies. Voor dergelijke incidenten is vooraf geen toets niveau vast te stellen. De aanpak ervan zullen wij telkens als project uitvoeren. Risico’s moeten inzichtelijk, beheersbaar en controleerbaar zijn. Het vaststellen van de niveaus (de diepgang) waarop de activiteit bouwen moet worden getoetst, maken die risico’s 51
beheersbaar. Door het werken met een bestuurlijk vastgestelde toets matrix zijn de interne risico’s afgedekt en krijgt de bestuurlijke verantwoordelijkheid zijn plaats. Daarnaast kunnen hierdoor eventuele aansprakelijkheidsstellingen worden begrensd. Het is moeilijk aan te geven wat een adequaat toetsingsniveau is. Feit is dat er ten aanzien van de toetsing van de vergunning gemotiveerd keuzes moeten worden gemaakt en prioriteiten moeten worden gesteld. De prioriteiten die de gemeente heeft gegeven aan de verschillende taakvelden zijn opgenomen in bijlage 2. Beoordelen gelijkwaardigheid De bouwregelgeving is in heel Nederland gelijk. De voorschriften uit het Bouwbesluit zijn vooral geënt op veelvoorkomende bouwwerken. Het is voor het college mogelijk af te wijken van een voorschrift als op basis van gelijkwaardigheid door de aanvrager is aangetoond dat op een andere wijze aan het voorschrift wordt voldaan. Gelijkwaardigheid moet altijd naar het genoegen van burgemeester en wethouders worden aangetoond. Dit laatste is niet zonder belang. Bij gelijkwaardigheidsvraagstukken kan de lokale situatie een belangrijke rol spelen. Bij brandveiligheidsvraagstukken is onder meer de ligging en bereikbaarheid van het gebouw en ook de capaciteit van de lokale brandweer relevant voor de beoordeling van een voorgestelde gelijkwaardige oplossing.
Dit is maatwerk waarbij een net zo veilige situatie moet worden gerealiseerd als met de geldende regelgeving is bedoeld. Daarom kan het zo zijn dat een gelijkwaardige oplossing in verschillende situaties anders moet worden benaderd. De gemeente heeft, vooral ook als het gaat over veiligheid, wettelijk een belangrijke rol en moet een zorgvuldige overweging maken om al dan niet akkoord te gaan met een gelijkwaardige oplossing. Bij complexe materie vraagt het collegeadvies aan de deskundigen. Voor brandveiligheidsvraagstukken heeft de VRNHN een grote rol. Adviezen worden door de gemeente beoordeeld. In het algemeen geldt dat de gemeente zelf over voldoende kennis moet beschikken om zich ervan te vergewissen dat de inhoud van een advies geen gebreken bevat en ook in juridische procedures standhoudt. Bij conflictsituaties tussen aanvrager en de gemeente kan advies worden gevraagd aan de Adviescommissie Toepassing en gelijkwaardigheid bouwvoorschriften Toets Bestemmingsplan Een aanvraag wordt ook getoetst aan de regels van het bestemmingsplan. Indien blijkt dat een plan niet voldoet aan de regels van het geldende bestemmingsplan, wordt beoordeeld of er mogelijkheden zijn hiervan af te wijken. Dit kan zijn met een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. Ook kan het nodig zijn dat een aanpassing van of een nieuw bestemmingsplan nodig is.
Een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen die in strijd is met planologische regels moet worden beschouwd als een aanvraag omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. Initiatieven die niet passen binnen de geldende regels, worden lokaal getoetst. 1.5 Vergunningenstrategie Ruimtelijke Ordening De activiteit “afwijken van het bestemmingsplan” maakt meestal onderdeel uit van een aanvraag omgevingsvergunning met de activiteit bouwen. Het Besluit omgevingsrecht kent typen bouwwerken die 52
ook als deze in strijd zijn met de regels van het bestemmingsplan, zonder omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen (vergunningsvrij) gebouwd mogen worden. De situatie kan zich dus voordoen dat voor het realiseren van het bouwwerk geen omgevingsvergunning voor het bouwen nodig is, maar wel voor het afwijken van het bestemmingsplan. In die gevallen wordt dus een omgevingsvergunning verleend met uitsluitend de activiteit afwijken van het bestemmingsplan. In bestemmingsplannen en beleidsregels kan worden bepaald wanneer er sprake is van afwijkend gebruik en in welke gevallen en onder welke voorwaarden medewerking wordt verleend.
Er zijn verschillende soorten afwijkingen: - tijdelijke afwijking: deze afwijking geldt voor maximaal 10 jaar. Bijvoorbeeld voor het neerzetten van een woonkeet bij de bouw van een woning; - binnenplanse afwijking: in het bestemmingsplan staan regels voor deze afwijkingen.; - buitenplanse afwijking of kruimelgevallen: kleinere afwijkingen van het bestemmingsplan. Deze afwijkingen staan in het Besluit Omgevingsrecht. Voorbeelden zijn de uitbreiding van een woonhuis of een bijgebouw aan een woning, bedrijfsgebouwen voor boerderijen, energie en telecom en het openbaar vervoer of het wegverkeer. Ook als een gebouw op een andere manier wordt gebruikt valt kan in veel gevallen met een kruimelgeval worden meegewerkt. Afhankelijk van het soort project of activiteit moet het bevoegd gezag motiveren dat er sprake is van een goed woon-, werk- en leefklimaat. - afwijkingen van het bestemmingsplan voor speciale (grotere) projecten. De aanvraag hiervoor bevat een goede ruimtelijke onderbouwing. De ruimtelijke onderbouwing moet de afwijking van het bestemmingsplan motiveren en beschrijft de aard en omvang van het project, de mate van ingrijpendheid in de ruimtelijke structuur, het geldende beleid van zowel gemeente als andere overheden, de aanwezige waarden en de milieugevolgen.
De gemeente verleent medewerking aan de aanvraag als uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat de aanvraag niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; - Wanneer een aanvraag strijdig is met het bestemmingsplan moet bij de afweging of er wordt afgeweken van het bestemmingsplan de belangen van derden worden meegenomen..
1.6 Vergunningenstrategie Brandveilig gebruik De brandveiligheid in een gebouw wordt altijd bepaald door een combinatie van factoren, zoals bouwkundige kwaliteit, de installatietechnische brandbeveiligingsvoorzieningen, de organisatorische beheersmaatregelen en het feitelijk gebruik. Om het juiste niveau van brandveiligheid te behouden, zijn er, naast bouwtechnische voorschriften, voorschriften over het daadwerkelijk gebruik van het bouwwerk nodig. Het Bouwbesluit 2012 bevat landelijk geldende regelgeving over het brandveilig gebruik van bouwwerken en is van toepassing op alle bouwwerken. In de Wabo en het Bouwbesluit 2012 zijn voorschriften opgenomen met betrekking tot brandveiligheid. De volgende drie situaties worden onderscheiden: 1. Omgevingsvergunning algemeen: toets en advies op activiteit bouwen en brandveilig gebruik gebouwen; 2. Omgevingsvergunning gebruik: toets en advies op activiteit brandveilig gebruik; 53