VTH Beleid 2023
Tekst van het document
3. Gebruiksmelding: Voor brandveilig gebruiken van veel gebouwen is geen omgevingsvergunning nodig, maar geldt een meldingsplicht. Basis hierbij is dat geen inhoudelijke beoordeling van gegevens meer vooraf plaatsvindt, maar voornamelijk wordt beoordeeld of de melding volledig is. In de gebruiksfase van bouwwerken wordt toezicht gehouden. Getoetst wordt op volledigheid. Advies op evenementen is hier niet betrokken. Zowel bij Wabo-aanvragen als bij evenementen aanvragen wordt prioritering aangebracht die de diepgang van toetsing bepalen. 2. Toetsingskader voor bouwen, ruimtelijke ordening, aanleggen en slopen
Hieronder staan de diverse toetsingskaders beschreven met betrekking tot bouwen, slopen, ruimtelijke ordening en aanleggen. 2.1 Wabo De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) benoemt onder meer bouwwerken met een geringe ruimtelijke uitstraling die als vergunningsvrij worden aangemerkt. Bij het bouwen van dergelijke bouwwerken aan een voorgevel of in een beschermd stads- of dorpsgezicht, geldt uit esthetische overwegingen het vergunningsvrije stelsel niet, zodat een preventieve welstands- of bestemmingsplantoets mogelijk is. Dit brengt echter ook mee dat de toets aan het Bouwbesluit en Bouwverordening relevant wordt, met alle bijbehorende (administratieve) lasten van dien. Ter beperking van die (administratieve) lasten worden bouwwerken die primair als vergunningsvrij zijn aangemerkt, maar om esthetische overwegingen alsnog aan een vergunningplicht zijn onderworpen (monument of beschermd gezicht, kleine wijzigingen aan de voorgevel), preventief uitsluitend getoetst aan welstand en het geldend planologisch regime. 2.2 Bouwbesluit 2012 Het Bouwbesluit 2012 geeft landelijk geldende regels voor de technische eisen waaraan bouwwerken dienen te voldoen. Het bevat voorschriften met betrekking tot het bouwen van bouwwerken uit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu.
Ten aanzien van vergunningverlening is de keuze gemaakt om geen aanvullende prioriteiten te stellen boven hetgeen wettelijk verplicht is. Het toetsen van elke aanvraag aan alle aspecten van het Bouwbesluit 2012 is binnen de huidige formatie niet mogelijk en ook niet noodzakelijk. Bij vergunningverlening vindt prioritering plaats door keuzes te maken in het niveau van diepgang van toetsing van de aanvraag. Niet alle aspecten van het Bouwbesluit 2012 zijn namelijk voor alle bouwwerken van even groot belang en bovendien dreigt door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, het toetsen van een aanvraag aan het Bouwbesluit 2012 door marktpartijen te gaan geschieden. Bij het toetsen van bouwaanvragen aan het Bouwbesluit 2012 legt de gemeente altijd de nadruk op constructieve veiligheid en brandveiligheid. De aandacht voor de overige aspecten uit het Bouwbesluit kan per jaar verschillen afhankelijk van de ervaringen uit voorgaande jaren. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt aangegeven waar in dat jaar specifiek aandacht aan wordt geschonken. Een extern constructiebureau controleert de constructieberekeningen. 54
2.3 Bouwverordening De gemeente heeft een bouwverordening waarin nog een beperkt aantal voorwaarden staan waaraan bouwwerken dienen te voldoen. De Bouwverordening komt te vervallen zodra de Omgevingswet in werking is getreden. De aspecten die de gemeente met deze verordening regelt, worden straks namelijk zoveel mogelijk ingebracht in het omgevingsplan onder het regime van de nieuwe Omgevingswet. Zolang de bouwverordening bestaansrecht heeft, wordt ieder plan dat nog door de gemeente wordt getoetst, gecheckt op de daarin relevante voorschriften 2.4 Planologische regime De gemeente toetst iedere omgevingsvergunningaanvraag aan het geldende planologisch regime. Doel hiervan is om de ruimtelijke inrichting van de gemeente welke is vastgelegd in onder meer bestemmingsplannen te beschermen. Voor zover een aanvraag niet past binnen de hierin gestelde regels, kan op basis van de Omgevingsvisie en/of de beleidsregels horende bij de Verordening Fysieke Leefomgeving voor gronden en bouwwerken die vallen binnen de reikwijdte van artikel 4 van bijlage II van het BOR alsnog een vergunning worden verleend. 2.5 Ruimtelijke kwaliteit Het ruimtelijke kwaliteitsbeleid van Hollands Kroon beoogt een versoepeling van de regels en daarmee van de toetsing van de criteria, waaraan het uiterlijk van bouwwerken moet voldoen.
Doel van de versoepeling van de regels is om op die plekken die een hogere beeldkwaliteit hebben, en waar het van belang wordt geacht om deze beeldkwaliteit te behouden, hogere kwaliteitseisen te stellen aan het uiterlijk van bouwwerken. Dit geldt met name voor de beschermde dorpsgezichten, het landelijk gebied en de kernen met welstandsintentief gebied. In de overige gebieden stelt de gemeente zich terughoudend op. Dat geldt bijvoorbeeld voor de meeste woongebieden en de bedrijventerreinen. In het ruimtelijk kwaliteitsbeleid is sprake van 3 niveaus op basis waarvan het uiterlijk van bouwwerken wordt beoordeeld: Welstandsvrij: hier gelden geen criteria voor het uiterlijk van bouwwerken. De welstandsvrijegebieden zijn voornamelijk gelegen in de woongebieden en bedrijventerreinen. •
Voor het omgevingsvergunningplichtig bouw- of verbouwplan, is geen preventief welstandstoezicht aan de orde. Met andere woorden: de omgevingsvergunning voor het bouwof verbouwplan zal geen welstandstoets ondergaan. 55
•
De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor de uiterlijke verschijningsvorm van het bouw- of verbouwplan (zie contactgegevens op het voorblad).
•
De initiatiefnemer mag altijd informatie inwinnen, neem hiervoor contact op met de gemeente Hollands Kroon (zie contactgegevens op het voorblad).
•
Het bouw- of verbouwplan moet overigens wel voldoen aan de planologische toetsing (bestemmingsplan, beheersverordening enz.) en bouwtechnische toetsing (bouwbesluit, bouwverordening).
Welstandsluw: Het uiterlijk van bouwwerken wordt alleen beoordeeld wanneer de plannen zich aan de voorkanten van het openbare gebied bevinden. Voor de achterkanten geldt dat hier alleen wordt gekeken of zich geen excessen voordoen. Het welstandsluwniveau geldt voor hoofdzakelijk voor het buitengebied. •
Voor het omgevingsvergunningplichtig bouw- of verbouwplan, is een licht preventief welstandstoezicht aan de orde. Met andere woorden: de omgevingsvergunning voor het bouwof verbouwplan moet voldoen aan globale welstandsregels.
•
De welstandsregels waar het bouw- of verbouwplan aan moet voldoen zijn:
-
geen grove ontkenning of vernietiging van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een initiatief; - geen grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is;
-
geen materiaalgebruik wat in de omgeving ongebruikelijk is;
-
geen toepassing van felle of contrasterende kleuren;
-
geen toepassing van opdringerige reclames.
•
Deze regels zijn beperkt en hebben als doel excessen te voorkomen.
•
De initiatiefnemer is zelf grotendeels verantwoordelijk voor de uiterlijke verschijningsvorm van het bouw- of verbouwplan.
•
De initiatiefnemer mag altijd informatie inwinnen, neem hiervoor contact op met de gemeente Hollands Kroon.
•
Het bouw- of verbouwplan dient overigens wel te voldoen aan de planologische toetsing (bestemmingsplan, beheersverordening enz.) en bouwtechnische toetsing (bouwbesluit, bouwverordening).
Welstandsintensief: dit geldt voor gebieden waar extra inspanning voor behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit gewenst is. Het bijzonder niveau is van toepassing op het beschermd dorpsgezicht Kolhorn, Barsingerhorn en een enkele kernen en oude linten zoals Hippolytushoef Stroe, Oosterland, Westerland, Nieuwe Niedorp en Wieringerwaard Voor het omgevingsvergunningplichtig bouw- of verbouwplan, is hier een speciaal preventief welstandstoezicht aan de orde. Met andere woorden: de omgevingsvergunning voor het bouw- of verbouwplan moet voldoen aan bepaalde regels. De drie niveaus brengen criteria met zich mee waaraan het uiterlijk van het bouwwerk wordt getoetst. Wordt niet voldaan aan de gestelde criteria dan moet aanpassing van vorm, kleur of 56
materiaalgebruik worden doorgevoerd. Mocht naderhand blijken dat het bouwwerk niet conform de gestelde criteria is uitgevoerd, dan wordt hierop gehandhaafd door de gemeente. De criteria worden tenslotte niet voor niets opgesteld: het doel is om de kwaliteit van de openbare ruimte te behouden of te versterken. 2.7 Toetsingskader voor Brandveilig gebruik De taak op het gebied van brandveiligheid wordt uitgevoerd door de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VRNHN) De VRNHN doet namens de gemeente de inhoudelijke toets op de relevante wet- en regelgeving (zoals de Wabo, het Bouwbesluit 2012, AMvB BGBOP en de APV) op het terrein van onder meer bouwen, ruimtelijke ordening, vuurwerkopslagplaatsen en evenementen. Het voornaamste doel van advisering en toezicht op het gebied van brandveiligheid is het streven naar minder branden, minder slachtoffers en minder schade. Hierbij zijn vooral het voorkomen van de calamiteiten (preventie) en het creëren van de mogelijkheid om aanwezige personen veilig te kunnen laten vluchten, van essentieel belang. 2.8 Toetsingskaders voor toepassing van de Wet Bibob De Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur), geeft de gemeente de mogelijkheid de achtergrond van een bedrijf of persoon te laten onderzoeken.
Als er ernstig gevaar dreigt dat de vergunning of de subsidie wordt misbruikt, dan kan de gemeente de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning of subsidie intrekken
57
Bijlage 4. Risicoanalyse toezicht en handhaving Het aspect ‘risicoanalyse’ is alleen uitgewerkt voor toezicht en handhaving, omdat voor vergunningen vooral de behandeltijd en vergunning kwaliteit van toepassing zijn. Daardoor konden geen noemenswaardige problemen benoemd konden worden. Voor het maken de risicoanalyse is gebruik gemaakt van een landelijk geaccepteerd risicomodel van het voormalige ministerie van Justitie. Dit model gaat uit van de volgende definitie: Er wordt gebruik gemaakt van de methodiek risico = negatief effect x kans, waarmee een mogelijk risico wordt berekend. Hierbij worden de volgende vragen gesteld: -
Hoe groot is de kans dat een regel of voorschrift wordt nageleefd?
-
Hoe groot zijn de effecten op de leefomgeving bij niet naleving?
Deze methodiek is een gangbare landelijke risicobeoordelingsmethode, die door meerdere overheidsorganen wordt toegepast en is gebaseerd op de methode ‘Programmatisch handhaven – Gids voor gemeenten waterschappen en provincies’ van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Met dit model wordt er voor gezorgd dat voor alle te onderscheiden activiteiten (feitelijk de overtredingen) de kans wordt bepaald dat er iets gebeurt. Vervolgens wordt dit afgezet tegen de ernst van de gevolgen daarvan, het effect. Om de kans te bepalen is gebruik gemaakt van de Tafel van Elf. De risicoanalyse is een lijst, waarin de omgang van het risico van de verschillende activiteiten inzichtelijk zijn gemaakt. In het model zijn 7 effect categorieën gedefinieerd om het effect van een (potentiële) overtreding te bepalen. Aan deze negatieve effecten wordt een waarde toegekend aan de hand van een 5puntenschaal systeem (1 heel klein, 2 klein, 3 gemiddeld, 4 groot en 5 heel groot). In de risicoanalyse wordt ook beoordeeld hoe groot de kans is dat een regel of voorschrift niet wordt nageleefd.
Uit de uitgevoerde risicoanalyse komen de volgende prioriteiten naar voren: � Omgevingsvergunning activiteit bouwen voor � woningbouw, appartementen, kamerverhuur � logiesgebouw, restaurant, café, horeca, bedrijf, kantoor, winkel � maatschappelijke gebouwen (kinder)dagverblijven, scholen, sport, zorg � slopen (monument en/of in beschermd dorps- en stadsgezicht) � wijzigen rijks- of gemeentelijk monument � melding slopen met asbest � omgevingsvergunning activiteit brandveilig gebruik � in gebruik hebben van een gebouw in strijd met de brandveiligheidseisen Bouwbesluit 2012 –
logies/horeca/kantoor/winkel/(kinder)dagverblijf, scholen, zorg, sportcomplex � in gebruik hebben van een gebouw in strijd met de constructieve eisen Bouwbesluit 2012 –
logies/horeca/kantoor/winkel/(kinder)dagverblijf, scholen, zorg, sportcomplex � slopen met asbest zonder vergunning � ondermijning: � sluiten van panden i.r.t. vervaardigen van drugs/drugshandel (art. 13 Opiumwet)
58
� toezicht en handhaving op ernstige openbare zaken (o.a. ondermijningszaken,
woonfraude, arbeidsuitbuiting, handel in wapens, illegaal gokken, witwassen, motorclubs, mensenhandel). Gezien de aanwezige capaciteit bij zowel toezicht als handhaving is het niet mogelijk om ons te richten op alle prioriteiten. Er is daarom gekozen om een verdere prioritering in de inventarisatie te maken, waarbij de voor 2023 hebben besloten ons te richten op prioriteiten die betrekking hebben op constructieve- en brandveiligheid (1 b en 1c, 3, 4, en 5) en ondermijning (7). Hierbij wordt gebruik gemaakt van de multidisciplinaire inzetbaarheid van de toezichthouders.
59
Bijlage 5. Handhavingsstrategie De nalevingstrategie in Hollands Kroon bestaat uit twee onderdelen: - preventiestrategie; - handhavingsstrategie, waarbij deze strategie weer is onder te verdelen in toezichtstrategie, sanctiestrategie en gedoogstrategie. Preventiestrategie:
Het doel van een preventiestrategie is het voorkomen van overtredingen van wet- en regelgeving door inwoners, bezoekers en bedrijven. Of simpel gezegd voorkomen is beter dan genezen. Dit proberen we te doen door: � Informatie te delen via internet maar ook als er vragen komen. Zo willen wij via social media seizoensgebonden informatie gaan delen. Denk hierbij aan overlast hout stoken in het stookseizoen. � Voorlichtingen te geven. Dit is vooral het geval bij items waarbij we veel onduidelijkheid zien. Een concreet voorbeeld is de aanpak die we hebben gehanteerd bij Alcoholschenken. Hier zijn Boa’s gaan flyeren maar ook persoonlijk gaan voorlichten wat de wettelijke vereisten zijn. Toezichtstrategie
We maken onderscheid tussen vier toezichtvormen: Toezicht op de verleende (bouw) vergunningen
Wij houden integraal toezicht waarbij het opheffen van de overtredingen het uitgangspunt is. Hierbij kiezen we voor de informele aanpak daar waar mogelijk. Door in gesprek te gaan met de overtreder proberen we de inwoners en ondernemers uit te leggen wat gewenst is en te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid. Op deze wijze proberen we een handhavingstraject te voorkomen. Deze wijze van werken doen we vooral bij grootschalige woningbouw en instellingen waar niet of verminderd zelfredzame volwassenen of kinderen wonen of verblijven. Toezicht naar aanleiding van klachten en meldingen
Meldingen komen zowel telefonisch als digitaal binnen. In het 4de kwartaal van 2022 is gewerkt aan de digitale uniforme registratie van de taken binnen het VTH-domein. Openwave, Kis en Sharepoint zijn het uitgangspunt. Meldingen en klachten zijn nog onvoldoende hierin meegenomen, afgesproken is om vanaf 2023 ook dit te gaan registeren en hiertoe een goed digitaal proces voor af te gaan stemmen. Binnen Hollandskroon is geprioriteerd in meldingen en klachten. Anoniem wordt in beginsel niet opgepakt tenzij er een gegrond vermoeden van gevaar in het geding is. Voor handhaving geldt daarbij nog dat slechts de digitale weg via de website hiertoe is opengezet en waartoe registratie via het BSN-nummer noodzakelijk is.
60
Het overgrote deel van de klachten heeft betrekking op bouwwerkzaamheden in de onmiddellijke omgeving van de melder/klager. Het merendeel gaat over de vraag of er wel een vergunning aan de vermeende overtreder is afgegeven. In deze gevallen neemt een toezichthouder contact op met de melder/klager. Als de situatie niet telefonisch opgelost kan worden, dan wordt de situatie ter plaatse beoordeeld. De toezichthouders nemen contact op met de melder en beoordelen de situatie ter plaatse. Indien er sprake is van een overtreding wordt hiertegen opgetreden. In sommige gevallen kan dit via overleg worden opgelost. Indien overleg niet toereikend blijkt te zijn, wordt er op verzoek van de toezichthouder een handhavingstraject gestart. De toezichthouder geeft aan de melder aan dat er een officieel verzoek tot handhaving ingediend moet worden. Zo is er het beginselplicht tot handhaving. Dit kan tot intensieve trajecten leiden waarbij er juridische capaciteit moet worden ingezet. Omdat de ervaring leert dat we in veel gevallen we te maken krijgen met (langlopende) conflicten tussen de omwonenden is de eerste stap: buurtbemiddeling. Beide partijen moeten hiertoe bereid zijn. Wanneer de zaken niet juridisch op te lossen zijn is de laatste mogelijkheid nog team GKB in te schakelen. Zij kunnen dan ook nog kijken om te bemiddelen.
Gebiedsgericht toezicht: Gebieds-/wijkgerichte aanpak is waar we naartoe willen en dan middels een samenwerking met de Boa’s en wijkbeheer. Een integrale aanpak is hierbij het uitgangspunt, met als doel: vaststelling van het probleem en de regierol en een gerichte inzet van toezichthouders en handhavers. Themagericht toezicht
Themagericht toezicht houdt in het toezicht naar aanleiding van projecten die voortkomen uit actuele landelijke/Provinciale thema’s of uit bestuurlijke prioriteiten. Enkele voorbeelden hiervan zijn de controles: - Brandveiligheid in gebouwen waar niet of verminderd zelfredzame volwassenen of kinderen wonen of verblijven worden jaarlijks gecontroleerd op brandveiligheid. - Arbeidsmigranten: Zowel bij meldingen en verzoeken tot handhaving treden we op. Brandveiligheid en overlast zijn hierbij het uitgangspunt. Daar waar mogelijk vergunnen of gedogen we. Er wordt altijd een onderzoek naar legalisatie gedaan. -Huisvesting Oekraïners: Regionaal is een quotum van huisvesting bepaald voor de vestiging van de Oekraïners per gemeente bepaald. Dit quotum is reeds halverwege 2022 overschreden. Voor de huisvesting is primair gekeken naar brandveiligheid en zijn tijdelijke gedoogbeschikkingen aan de hand van hiertoe vastgesteld gedoogbeleid verstrekt. Voor 2023 verwachten we slechts een beperkte hoeveelheid aan nieuwe vestigingen.
61
Bijlage 6. Sanctiestrategie Handhaving Sanctiestrategie Uitgangspunt is de zogenaamde “beginselplicht tot handhaving” zoals deze in de rechtspraak is geformuleerd. Dit houdt in dat in beginsel van de overheid verwacht mag worden dat zij handhavend optreedt tegen geconstateerde overtredingen. In deze sanctiestrategie is aangegeven hoe wordt omgegaan met geconstateerde bestuursrechtelijke overtredingen. De sanctiestrategie wordt gehanteerd als leidraad om te bepalen hoe er formeel gereageerd wordt op geconstateerde overtredingen. Het is niet mogelijk en/of wenselijk om tegen alle overtredingen handhavend op te treden. Daarnaast is er ook niet de capaciteit om tegen iedere overtreding handhavend op te treden. De strategie is daarom zo opgesteld dat zij een gestructureerd afwegingskader biedt, maar tegelijkertijd enige flexibiliteit biedt om in te spelen op en rekening te houden met lokale wensen en omstandigheden. Als bij toezicht geconstateerd wordt dat er sprake is van één of meerdere overtredingen, dan moet worden afgewogen welke sanctie passend is voor dat concrete geval. Het door ons gehanteerde stappenplan is het uitgangspunt bij reguliere situaties
Stappenplan
Aantal Omschrijving stappen stappen De 2 stappen die worden doorlopen:
Regulier
Direct
2
1
- voornemen; - besluit. Stap 1 uit het reguliere stappenplan worden overgeslagen. Bij de eerste constatering van de overtreding volgt direct stap 2 (nemen besluit). Bij spoedeisend belang (acuut gevaar/onherstelbare schade) wordt eerst opgetreden en achteraf het besluit op schrift gesteld.
Herhaling van (vergelijkbare) overtredingen: indien optreden tegen een eerdere overtreding geen effect heeft gehad, kan bij herhaling van de overtreding opnieuw gekozen worden voor een (hogere) last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang als dat effectiever is. Voor de hoogte van dwangsommen en de verleende begunstigingstermijn geldt, dat deze veelal afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. Aanknopingspunten voor de bepaling van de begunstigingstermijn zijn bijvoorbeeld de tijd die nodig is om de overtreding ongedaan te maken en de mate van gevaarzetting voor de omgeving ofwel we hanteren een redelijk termijn. Voor de hoogte van de dwangsom wordt bijvoorbeeld gekeken naar de zwaarte van de overtreding, de mate van economisch gewin en of de last een voldoende financiële prikkel vormt. Soorten sancties Bij de ernst van de overtreding gaat het om (mogelijke) risico's voor milieu, veiligheid en gezondheid. Bij het gedrag van de overtreder gaat het om de categorieën: proactief, onverschillig, calculerend of een bewuste structurele overtreding. Afhankelijk van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder worden alleen bestuursrechtelijke of in zwaardere gevallen ook strafrechtelijke maatregelen getroffen. 62
Voor de aanpak van overtredingen staat de gemeente Hollands Kroon een aantal instrumenten ter beschikking. Deze worden hieronder weergegeven. Last onder bestuursdwang Wanneer het een ernstige overtreding betreft, er gezien de gevolgen sprake is van spoed bij het opheffen ervan en de overtreder zelf niet in staat is of bereid is de overtreding te beëindigen of ongedaan te maken. Het betreft een herstelactie gericht op het geheel of gedeeltelijk herstellen van de overtreding op kosten van de overtreder. Last onder dwangsom Een situatie waarbij de overtreding geheel of gedeeltelijk moet worden opgeheven c.q. hersteld en waarbij een financiële prikkel effectief is. Het betreft een herstelsanctie gericht op het geheel of gedeeltelijk herstellen van de overtreding c.q. het voorkomen en/of herhalen van de overtreding. Opties daarbij zijn: 2.1: Ineens: er wordt uitgegaan van één dwangsombedrag dat in één keer wordt verbeurd. 2.2: Per overtreding of tijdseenheid: er wordt een maximum aan de te verbeuren dwangsom gesteld met een vastgesteld bedrag per overtreding of tijdsduur. De hoogte van de dwangsom dient in redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van het geschonden belang en het beoogde voordeel van de overtreding. De hoogte wordt per geval bepaald en gemotiveerd.
Primair last onder dwangsom ineens De gemeente heeft een bepaalde beleidsvrijheid om te kiezen of zij een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom oplegt om een overtreding ongedaan te maken. Behoudens bijzondere omstandigheden kiezen wij om de hiernavolgende redenen voor het opleggen van een last onder dwangsom ineens boven het toepassen van bestuursdwang. Het opleggen van een last onder dwangsom legt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van die taken bij de overtreder en geeft de gemeente slechts de plicht te toetsen of na het verstrijken van de termijn de overtreding ongedaan is gemaakt; Toepassen van bestuursdwang leidt vaker tot hogere kosten (voorbereiding, uitvoering) dan het opleggen van een last onder dwangsom. Ook is het nog maar de vraag of de kosten op de overtreder verhaald kunnen worden; Bij herhaalde overtredingen is een dwangsom effectiever omdat de last na de verwijdering of het ongedaan maken van de overtredingen blijft bestaan. Als de overtreding opnieuw plaatsvindt, wordt de dwangsom alsnog verbeurd; Als de eerste dwangsom is verbeurd en de overtreding is niet beëindigd, wordt een tweede hogere dwangsom opgelegd. Als dit niet het gewenste resultaat oplevert, zal indien mogelijk een last onder bestuursdwang worden opgelegd.
Spoedeisende bestuursdwang Bij het opleggen van spoedeisende bestuursdwang wordt zoveel mogelijk de normale bestuursdwangprocedure gevolgd met een aangepaste (zeer) korte begunstigingstermijn. In voorkomende acute gevallen of onomkeerbare situaties kan bestuursdwang mondeling worden aangezegd en meteen worden geëffectueerd. Naderhand dient de bestuursdwang alsnog op schrift te worden gesteld en bekend te worden gemaakt. 63
Hieronder staan enkele voorbeelden genoemd: 1. Levensbedreigende situaties (bijvoorbeeld bij brand/instortingsgevaar); 2. Brandgevaarlijke situaties die acuut levensbedreigend kunnen zijn; 3. Het stilleggen van de bouw in geval van illegale bouw of onvoorziene veiligheid- of gezondheidssituaties tijdens vergunde bouwwerkzaamheden; 4. Aantasting van monumentale waarden (gebouwen en gronden); 5. Bedreiging van de openbare orde; 6. Verkeersveiligheid in het kader van de APV. Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Een aangetroffen situatie dient van geval tot geval te worden beoordeeld. Preventieve last onder bestuursdwang of dwangsom Als er sprake is van een klaarblijkelijk gevaar van een op zeer korte termijn te verwachten overtreding van een concreet bij of krachtens de wet- en regelgeving gesteld voorschrift kan een preventieve last onder bestuursdwang of dwangsom worden opgelegd. Het moet dan gaan om een overtreding die nog niet eerder of langer dan een jaar geleden heeft plaatsgevonden. Daarbij is van belang dat die overtreding in de beschikking kan worden omschreven met die mate van duidelijkheid die uit een oogpunt van rechtszekerheid ten aanzien van handhavingbeschikkingen is vereist. Intrekken of weigeren vergunning Een eerder verleende vergunning of ontheffing kan ingetrokken worden als sanctie op onrechtmatig gedrag van een houder van een beschikking.
Intrekking is slechts mogelijk op grond van verschillende weten regelgeving waarvoor de gemeente bevoegd gezag is. Te denken valt hierbij aan het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens of het niet nakomen van de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen. In sommige gevallen zijn nog aanvullende handhavingsmaatregelen nodig in de vorm van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang. Verder kan een vergunning worden ingetrokken als bestraffende sanctie. Dit kan het geval zijn als iemand doelbewust een vergunning overtreedt of als de overtreding voor grote overlast voor de omgeving leidt. De situatie waarin van de intrekkingsbevoegdheid gebruik wordt gemaakt, wordt van geval tot geval beoordeeld. Sluiten van de inrichting De burgemeester heeft bijvoorbeeld de mogelijkheid een horeca-inrichting (tijdelijk) te sluiten vanwege verstoring van de openbare orde. Zaken die gerelateerd zijn aan verstoring van de openbare orde en die afzonderlijk niet tot een sanctie kunnen leiden, kunnen bij deze maatregel samen worden genomen. Bestuurlijke boete Wanneer het gaat om ongewenste situaties waarbij een financiële prikkel preventief kan werken (bestraffende sanctie). Dit moet expliciet in de wet geregeld zijn. Hollands Kroon maakt geen gebruik van de mogelijkheid om een bestuurlijke boet op te leggen.
Bestuurlijke strafbeschikking Wanneer het gaat om ongewenste situaties (kleine overtredingen in de openbare ruimte op basis van de Apv en Afvalstoffenverordening), waarbij een financiële prikkel preventief kan werken. De beschikking is niet bedoeld om hiermee een overtreding te beëindigen. Een belangrijk verschil met bestuurlijke boete is dat de oplegging en inning bij de bestuurlijk strafbeschikking via het CJIB loopt en deze onder het 64
strafrecht valt. De bestuurlijke strafbeschikking kan alleen in aangewezen gevallen worden opgelegd. Hollands Kroon heeft geen gevallen aangewezen en neemt geen bestuurlijke strafbeschikkingen. Beschikking in het kader van Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet Mulder). In een aantal gevallen, voornamelijk kleine verkeersovertredingen, is een BOA bevoegd om een beschikking op basis van de Wet Mulder op te leggen. Tegen deze beschikking staat bezwaar en daarna beroep open. Administratieve afhandeling wordt door het CJIB verzorgd indien de BOA's niet aangewezen zijn voor het optreden tegen een strafbaar feit worden de overtredingen gemeld bij de politie Noord-Holland Noord. Sluiten panden Het gemeentebestuur heeft verschillende mogelijkheden om panden, inrichtingen of woningen te sluiten of in het ergste geval te onteigenen. •
Sluiting op grond van de APV
•
Sluiting op grond van artikel 174a Gemeentewet (Wet Victoria)
•
Sluiting op grond van artikel 13b opiumwet (wet damocles)
•
Sluiting op grond van artikel 14 Woningwet (Wet Victor)
•
Sluiting op grond van artikel 174 Gemeentewet
•
Onteigening van panden
Afhandeling overtredingen Alle overtredingen worden in principe volgens een 3 stappenplan afgehandeld. Hier zijn echter 3 uitzonderingen op. Indien sprake is van aantoonbaar verwijtbaar handelen en/of mogelijk gevaar dan wordt volgens het 2 stappenplan gehandeld. Hiervan is sprake indien een omgevingsvergunning is geweigerd en het plan wordt toch uitgevoerd of als een inwoner vooraf op de hoogte is dat hij een overtreding begaat. Overtredingen met acuut gevaar en/of onomkeerbare en/of veiligheidsgevolgen (zoals ernstige overlastsituaties) worden in 1 stap afgehandeld door middel van spoedeisende bestuursdwang. Bouwstop Een 3e uitzondering is een bouwstop. Het opleggen van een bouwstop heeft tot doel de situatie te bevriezen. Het staken van de werkzaamheden voorkomt dat de illegale situatie in ernst en omvang toeneemt. De bouwstop voorkomt daarnaast dat voor de betrokkene extra kosten voortvloeien uit het aanpassen van het werk aan de geldende regels of het verwijderen van het werk. Het opleggen van een bouwstop kan niet voorkomen dat de overtreder toch doorbouwt zonder dat daar een sanctie aan verbonden is. Dit wordt slechts voorkomen door het tegelijk met de bouwstop opleggen van een preventieve last onder dwangsom, omdat het gevaar van het opnieuw begaan van de overtreding zich kennelijk voordoet.
Als de gezondheid of de veiligheid in het geding is wordt in ieder geval een bouw-, gebruiksstop opgelegd. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat: •
gebouwd wordt zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning;
•
gebouwd wordt, maar daarbij evident niet voldaan wordt aan de voorschriften van het
•
Bouwbesluit en/of Bouwverordening.
Daarnaast wordt er een bouwstop opgelegd als een belanghebbende hierom verzoekt en er sprake is van bouwen zonder omgevingsvergunning. 65
Begunstigingstermijnen Een last onder dwangsom omvat naast de te nemen herstelmaatregelen ook een begunstigingstermijn. Binnen deze termijn kan de overtreder de door het bestuursorgaan opgelegde lastgeving uitvoeren zonder dat deze het dwangsombedrag verbeurt (artikel 5:32a lid 2 Awb). De begunstigingstermijnen worden ook per geval bepaald en gemotiveerd. Uitgangspunt is dat de begunstigingstermijn niet wezenlijk langer mag worden gesteld dan noodzakelijk is om de overtreding te kunnen opheffen. Een begunstigingstermijn is niet noodzakelijk, wanneer de overtreding onmiddellijk beëindigd wordt. Wanneer het niet mogelijk is de overtreding onmiddellijk te beëindigen wordt een 'redelijke' begunstigingstermijn gegeven. Een begunstigingstermijn kan niet worden verruimd nadat deze is verstreken. In rechtspraak is bepaald dat een besluit tot verruiming van de begunstigingstermijn dat genomen is na het verstrijken van de begunstigingstermijn doch voordat de eerste dwangsom is verbeurd, wel is toegestaan. Wanneer er sprake is van meerdere overtredingen waarvoor de overtreder wordt aangeschreven, wordt per last een aparte begunstigingstermijn bepaald. Maximale hoogte dwangsom De (maximale) hoogte van een dwangsom wordt vastgesteld aan de hand van de redelijkheid.
Artikel 5:32b lid 3 Awb stelt namelijk dat de bedragen in redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom moeten staan. Er is geen wettelijk maximaal te verbeuren bedrag noch zijn er concrete regels voor het bepalen van de hoogte van een dwangsom. Bestuursorganen hebben dus een redelijke marge bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom. De hoogte van een dwangsom wordt slechts door de rechter terughoudend getoetst en dan vaak alleen als de hoogte van de dwangsom aanhangig gemaakt wordt in het kader van bezwaar of beroep. De rechter kijkt alleen of er sprake is van een evenredige dwangsom. Men moet zich er echter wel van vergewissen of de hoogte van de op te leggen dwangsom in de concrete omstandigheden van dat geval niet disproportioneel is. Het karakter van een last onder dwangsom is immers reparatoir. Uitgangspunten bij het bepalen van de (maximum) hoogte van dwangsommen: Het bedrag moet voldoende afschrikwekkend zijn om de overtreder te stimuleren de overtreding uit eigen beweging te beëindigen binnen de begunstigingstermijn zonder dat een dwangsom wordt verbeurd. De geschatte kosten om de overtreding te beëindigen moeten hoger zijn dan het geschatte financiële voordeel van de overtreder bij het laten voortduren van de overtreding. Het onrechtmatig verkregen voordeel dat de overtreder heeft moet worden weggenomen.
De bevestiging van normen gesteld in het belang van milieu, ruimtelijke ordening, natuur en landschap, veiligheid, volksgezondheid etc. De hoogte van de dwangsom is afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden van het geval, het nalevingsgedrag van de overtreder in het verleden of calculerend gedrag van de overtreder. In de jurisprudentie is bepaald dat de financiële omstandigheden van de overtreder in beginsel geen rol spelen bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom. Ook de mogelijk (ernstige) financiële gevolgen van handhavend optreden, vormen geen grond voor het oordeel dat het optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van handhaving behoort te worden afgezien. De hoogte van het dwangsombedrag dient te zijn afgestemd op de zwaarte van het geschonden belang en op
66
de beoogde werking van de dwangsom en niet op de draagkracht van de overtreder. In het geval van meerdere overtredingen wordt per last een apart dwangsombedrag bepaald. Drank en Horeca Bij de controles en handhaving van de Drank en Horeca hanteren we een afwijkende sanctiestrategie Drank- en Horecavergunning aanwezig: Stap 1 – Bij een eerste overtreding een schriftelijke waarschuwing geven Stap 2 – Bij een tweede overtreding de Drank- en Horecavergunning voor 12 weken schorsen Stap 3 – Bij een derde overtreding de Drank- en Horecavergunning en exploitatievergunning intrekken Geen aanwezigheid Drank- en Horecavergunning: Stap 1 – Bij eerste overtreding voornemen opleggen last onder dwangsom Stap 2 – Bij tweede overtreding last onder dwangsom opleggen Stap 3 – Bij derde overtreding bestuursdwang toepassen Overmachtsituaties Er is alleen sprake van overmacht in de zin van dit gedoogkader in situaties van onverwachte, niet voorzienbare van buiten komende oorzaak/omstandigheid. Een aantal gevallen van overmachtsituaties heeft een wettelijke grondslag (5:5 Awb). Van een overmachtssituatie is in de praktijk slecht zeer zelden sprake. Overgangssituaties In overgangssituaties kan gedogen aanvaardbaar zijn als de consequenties van handhaving niet in redelijke verhouding staan tot de belangen die met (onmiddellijke) handhaving gemoeid zouden zijn.
Kenmerkend voor een overgangssituatie is, dat er concreet zicht dient te zijn op legalisatie. Gedogen kan aanvaardbaar zijn in overgangssituaties, zoals bijvoorbeeld (niet limitatief): -
wanneer zonder toereikende vergunning wordt gewerkt, omdat door omstandigheden die buiten de macht van de vergunninghouder liggen, de nieuwe vergunning niet aansluitend op de oude (verlopen) vergunning is verleend;
-
wanneer op formele gronden een vergunning is vernietigd en een nieuwe verleend kan worden; wanneer onderzoek moet worden verricht om overtreding van bepaalde voorschriften te beëindigen;
-
wanneer nieuwe wetgeving in voorbereiding is, waardoor er in de nabije en voorzienbare toekomst geen sprake meer zal zijn van een overtreding;
-
wanneer er door een rechterlijke uitspraak verandering komt in de vergunningplicht.
-
Indien een overtreding wel legaliseerbaar is, maar er geen concreet zicht op legalisatie bestaat, is dit in beginsel geen reden om van handhavend optreden af te zien. In dat geval wordt bij het inzetten van een sanctiemiddel de overtreder, of andere rechthebbende, op de hoogte gesteld van de legalisatiemogelijkheden. Indien van een legalisatiemogelijkheid gebruik wordt gemaakt, kan er op dat moment concreet zicht op legalisatie ontstaan, waardoor gedogen op dat moment aan de orde kan zijn.
-
Indien er geen gebruik wordt gemaakt van de legalisatiemogelijkheid, ontstaat er geen concreet zicht op legalisatie, waardoor de mogelijkheid van legalisatie niet (meer) in de weg staat aan handhavend optreden. 67
Het feit dat er sprake is van een gedoogwaardige situatie (overgangs- of overmachtsituatie) wil niet automatisch zeggen dat er in die gevallen een recht op gedogen bestaat. Gedogen dient alleen aan de orde te zijn in bijzondere situaties. Het enkele feit dat een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is aangevraagd, betekent dus niet dat -met een verwijzing naar concreet zicht op legalisatiealvast begonnen mag worden met bouwen. Het achterliggende belang van de overtreder is evident beter gediend met gedogen Het indienen van bezwaar en beroep kunnen ertoe leiden dat ook andere belangen dan het door de regelgeving te beschermen belang moeten worden meegenomen in de afweging. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een toezegging zijn gedaan of door het verstrekken van informatie door de gemeente bij de betrokkene de verwachting heeft gewekt dat niet zou worden gehandhaafd, kan onder omstandigheden het vertrouwensbeginsel zwaarder wegen dan het belang dat met handhaving is gediend. Ook in andere gevallen kan bij uitzondering uit onze rechtsbeginselen voortvloeien, dat andere belangen dan de belangen die de overtreden regel beoogt te beschermen moeten worden afgewogen tegen de belangen die met (onmiddellijke) handhaving zijn gediend, kunnen rechtvaardigen dat een wetsovertreding (tijdelijk) gedoogd wordt.
Gedoogbeschikking Uitgangspunt is dat slechts in bepaalde gevallen en bij uitzondering mag worden overgegaan tot gedogen. De gedoogstrategie van Hollands Kroon neemt de inhoud van de algemene Nota Grenzen aan gedogen in acht. Er moet sprake zijn van een overgangs- en overmachtssituatie en de uitkomst van een belangenafweging dient het gedogen niet in de weg te staan. Gedogen kan zorgen voor de nodige flexibiliteit, mits het op de juiste wijze wordt ingezet. Hierbij dienen de belangen van bedrijven en derde belanghebbenden gewaarborgd te worden. De gevolgen van het gedogen kunnen voor een groot deel zelf in de hand gehouden worden. Dit kan door duidelijkheid te verschaffen over wat er wordt gedoogd, hoelang er zal worden gedoogd, wiens overtreding er wordt gedoogd en onder welke voorwaarden er wordt gedoogd. Gedogen dient zoveel mogelijk in omvang en/of tijdsduur te worden beperkt. Gedogen kan aan de orde zijn bij overgangs- en overmacht situaties. In sommige gevallen kan het belang van de overtreder beter gediend zijn met gedogen. Uitgangspunt is dat aan de inzet van de bestuurlijke handhavingsinstrumenten een belangenafweging en een zorgvuldige voorbereiding vooraf dient te gaan.
Het feit dat het bestuur een bepaalde overtreding gedoogt, is een factor die op verschillende plaatsen in die belangenafweging een rol speelt waarbij de belangen van de fysieke leefomgeving, de overtreder, van derden en het algemeen belang zorgvuldig dienen te worden afgewogen. Andere overheden en eigen overheid Handhaving van een publiek contract, aangegaan met een andere overheid of met een ander onderdeel van de eigen overheid is niet anders dan anders. Ook daar geldt: “afspraak is afspraak”. Nog meer dan bij particulieren gelden daar nalevingsdoelen in de sfeer van algemeen normbesef en geloofwaardigheid van de normerende overheid. Hooguit kunnen er juridische complicaties optreden, in het bijzonder bij het strafrechtelijk vervolgen van de rijksoverheid of bij het bestuurlijk optreden tegen de eigen overheid.
68
Bijlage 7. Procedures & Processen Voor alle teams en hun werkwijzen geldt dat wij aansluiten bij de Algemene wet bestuursrecht (awb). Wettelijk termijnen worden in acht genomen maar we sluiten ook aan bij begrippen als belanghebbende en toetsen aanvragen/ verzoeken formeel inhoudelijk. De wijze waarop we werken is veelal niet vastgelegd. Hieraan zal op basis van de doelstellingen worden gewerkt. Onderstaand is een globale weergave, tot stand gekomen op basis van interviews. Vergunningen APV De Apv-medewerker • behandelt binnenkomende verzoeken voor het verlenen van vergunningen op grond van APV of bijzondere wetten; • draagt zorg voor de afhandeling en inhoudelijke toetsing van aanvragen; • bewaakt de termijnen • vraagt voor evenementenvergunningen advies aan externe partners als politie en veiligheidsregio als uit de risicoscan blijkt dat dit noodzakelijk is; • draagt zorg voor gemotiveerde toekenning of afwijzing van de vergunningaanvraag; • verstrekt inlichtingen betreffende procedures en voortgang van vergunningen. Wabo Voor de werkwijze sluiten wij aan bij de strategie zoals in bijlage 2 en 3 uiteengezet. De kernwaarde bij dienstverlening zijn naast de Awb-procedures leidend. Vooruitlopende op de omgevingswet oefenen we met de Intake- en Omgevingstafel en hanteren daarbij het volgende proces.
69
70
Toezicht en Handhaving Werkwijze Toezicht Toezicht op de uitvoering van de verleende vergunning vormt het slotstuk van het vergunningenproces. Per jaar worden er circa 250 controles uitgevoerd op de bouwplaats door onze toezichthouders. Naast het toezicht op de bouwactiviteiten en de bouwplaats omvat het tevens het beoordelen van administratieve bescheiden, zoals rapportages en het laten nader (laten) beoordelen van aangetroffen afwijkingen. Jaarlijks worden er circa 200 vergunningen gereed gemeld. Dat betekent dat de uitvoering is afgerond en akkoord is bevonden. Zowel wat betreft de frequentie en de wijze waarop het toezicht wordt uitgeoefend heeft de gemeente beleidsvrijheid. Hollandskroon heeft als uitgangspunt dat elke vergunning in de uitvoering wordt gecontroleerd. De uitvoerder blijft verantwoordelijk voor een juiste uitvoering, het toezicht controleert op hoofdlijnen. Daarbij staat veiligheid (constructieve veiligheid, brandveiligheid, installaties) voorop. De frequentie en de diepgang van de controle hangen af van het type bouwwerk en de observaties van de toezichthouder gedurende het vergunningen en controleproces. Met de introductie van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is de verwachting dat de minimaal benodigde capaciteit afneemt omdat het toezicht op de bouw dan gedeeltelijk wordt overgenomen door de kwaliteitsborger van de aannemer.
We zullen dit na inwerkingtreding Wkb monitoren. Bij het toezicht geldt in zijn algemeenheid dat de toezichthouder zich kan identificeren en zijn wettelijke bevoegdheden spaarzaam, maar daar waar nodig, gebruikt. Bij het aangaan van gesprekken met (mogelijke) overtreders en de overig betrokkenen is het doel om te komen tot een gelijkwaardige dialoog met de overtreder om de juiste feiten en omstandigheden te achterhalen. De aangesprokene wordt uitgenodigd om zijn/haar perspectief weer te geven. 71
De toezichthouder beoordeelt altijd de mogelijkheden om te komen tot een oplossing en daartoe tot afspraken te komen. Daarbij speelt de ernst van de overtreding een rol, maar ook de persoon van de overtreder en eventueel overige betrokkenen. Eventuele afspraken en termijn worden schriftelijk vastgelegd in het controlerapport en gecontroleerd. Het controlerapport voldoet aan de minimale eisen die de Raad van State daaraan stelt (zie kader). Nalevingsstrategie handhaving: Preventie De gemeente Hollands Kroon verkiest een handhavingsstrategie die goed gedrag stimuleert en overtredingen voorkomt. Hollands Kroon richt zich dus bewust op preventie in gesprek met onze inwoners en ondernemers. Na- tuurlijk neemt dit niet weg dat de gemeente doorpakt daar waar nodig is. De kernwaarden bij onze preventiestrategie is het geven van duidelijkheid en een focus op de eigen verantwoordelijkheid. Voorlichting Een belangrijk element van elke preventiestrategie is voorlichting. Veel overtredingen worden immers begaan door onbekendheid met de regels van bijvoorbeeld het bestemmingsplan/omgevingsplan. Uitleg over de regels, over het onderliggende doel ervan en de wijze waarop de gemeente toezicht blijft daarom belangrijk. Voor 2023 willen we extra informatie op de website en socialmedia verschaffen.
Zichtbaarheid en nazorg Zichtbaarheid van het toezicht en de mogelijke gevolgen van een overtreding is een belangrijke factor bij het voorkomen van overtredingen. Ook willen we voorkomen dat overtreders opnieuw in de fout gaan en een nieuwe overtreding plegen. Daarom besteden we veel ‘nazorg’ in de vorm van her controles om recidive te voorkomen door in het toezicht zichtbaar te zijn nadat de overtreding is beëindigd. Nalevingsstrategie Handhaving: Handhavingstoezicht Handhavingstoezicht is het toezicht op de overige omgevingsrechtelijke regelgeving, naast het vergunningentoezicht. Vooral het toezicht op de naleving van bestemmingsplannen valt daaronder, maar ook illegaal bouwen en de naleving van de technische voorschriften uit het Bouwbesluit/Bbl. Jaarlijks ontvangt en behandelt Hollands Kroon ongeveer 25 klachten/melding van inwoners, bedrijven en belangengroepen die betrekking hebben op de Wabo/Omgevingswet. Daarnaast voeren we specifieke toezicht thema’s uit zoals huisvesting Arbeidsmigranten. Tot slot vindt er ambtshalve surveillance plaats per gebied. Als de toezichthouders onderweg zijn spenderen zij hier extra tijd aan indien mogelijk.
Combineren zij het met toezicht op ondermijning, Als we een klacht of melding krijgen hanteren we de volgende richtlijnen die daarbij gelden: We handelen verzoeken zo snel mogelijk af, het streven is een maximale termijn van 8 weken Verlenging van de termijn wordt gecommuniceerd. De overtreder wordt uitgenodigd om te reageren op het verzoek om handhaving. Er wordt gekeken naar het ‘probleem achter het probleem’.
72
Indien daartoe mogelijkheden zijn, wordt andere instrumenten zoals het informele gesprek en buurtbemiddeling Is er sprake is van een overtreding en geen bijzondere omstandigheden zijn, wordt een handhavingsprocedure gestart Nalevingsstrategie handhaving: Sanctiestrategie Elk jaar is het nodig om in circa 50 situaties sanctionerend op te treden met als doel om overtredingen ongedaan te maken. Deze zaken kunnen voortvloeien uit verzoeken om handhaving van inwoners of door de toezichthouders geconstateerde overtredingen die niet door hen kunnen worden opgelost. Werkwijze formeel handhavingsverzoek Verschil klacht of handhavingsverzoek » Handhavingsverzoek Het is van belang dat duidelijk is of iemand een klacht of een verzoek om handhaving indient. Een handhavingsverzoek is een formeel verzoek van een belanghebbende aan de gemeente om een handhavingsbesluit te nemen. Hierop zijn de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (§ 4.1.3.2. Awb) van toepassing. Een verzoek om handhaving is een formeel juridische kwestie die voor de gemeente verplichtingen schept en waar de aanvrager rechten aan kan ontlenen.
» Klacht/melding Het bevoegd gezag heeft op grond van artikel 5.2 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) tot taak klachten te behandelen die betrekking hebben op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten met betrekking tot het uitvoeren van het betrokken project. Als er sprake is van een spoedsituatie bij ernstige hinder of direct gevaar, dan wordt er direct een controle uitgevoerd n.a.v. de ontvangen klacht/melding. In meeste andere gevallen wordt er n.a.v. de klacht/melding een handhaafzaak aangemaakt en deze wordt, conform de prioriteit uit het VTH-beleid en de beschikbare capaciteit, opgepakt. Bij anonieme meldingen wordt er geen handhaafzaak aangemaakt. Indieningsvereisten handhavingsverzoek Een verzoek om handhaving moet voldoen aan de indieningsvereisten van de artikelen 4:1 en 4:2 Awb. Een ontvankelijk handhavingsverzoek is: •
schriftelijk ingediend;
•
ondertekend;
•
tenminste voorzien zijn van de naam van de aanvrager;
•
voorzien van het adres van de aanvrager;
•
voorzien van een dagtekening; en
•
voorzien van een aanduiding van het besluit dat wordt gevraagd.
Ook geldt het volgende: Anonieme handhavingsverzoeken kunnen niet in behandeling worden genomen en worden behandeld als klacht/melding. 73
Bij onduidelijkheid over de vraag of er al dan niet sprake is van een formeel verzoek om handhaving, neemt de behandelend ambtenaar contact op met de indiener. Ontvangst handhavingsverzoek De verzoeker om handhaving ontvangt binnen twee weken na binnenkomst van zijn verzoek een ontvangstbevestiging. Als het verzoek onduidelijk en/of onvolledig is, stelt de gemeente de verzoeker in de gelegenheid om het verzoek binnen een bepaalde termijn aan te vullen. Als blijkt dat de gemeente een handhavingsverzoek heeft ontvangen terwijl de gemeente daarop niet het bevoegde gezag is, dan wordt het handhavingsverzoek op grond van artikel 2:3 Awb doorgezonden aan het bevoegde orgaan. De afzender wordt hiervan in kennis gesteld. Gemeente niet altijd bevoegd Het kan voorkomen dat klachten of handhavingsverzoeken bij de gemeente binnen komen die niet behoren tot een gemeentelijke toezichts- en handhavingstaak. In veel gevallen gaat het dan om zaken waarbij de direct betrokkenen zelf verantwoordelijk zijn voor de oplossing van het probleem. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan meldingen van huurders die een geschil hebben met hun verhuurder (woningcorporatie of particulier). In dergelijke gevallen wordt de melder geïnformeerd en doorverwezen naar bijv. de woningcorporatie, de GGD of buurtbemiddeling.
Als gemeente zijn wij slechts belast met het toezicht op, en de handhaving van, verschillende publiekrechtelijke wet- en regelgeving. Overtreding van dergelijke wetgeving geeft ons een titel om iemand aan te spreken, en zo nodig middels sancties de naleving van wet- en regelgeving af te dwingen. Het gaat onze taak en expertise te buiten om men van advies in privaatrechtelijke aangelegenheden te voorzien. Dit betekent dat wij als gemeente zijnde hierin niet kunnen optreden. Werkwijze beoordeling Handhavingsverzoek Formele toets Belanghebbende Bij de ontvangst van een verzoek om handhaving wordt getoetst of de indiener van dit verzoek belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, lid 1 Awb aangemerkt als belanghebbende dan wordt het aangevraagde verzoek om handhaving niet-ontvankelijk verklaard. Beslistermijn Voor het bepalen van een redelijke termijn voor de behandeling van een handhavingsverzoek is de jurisprudentie van de Raad van State over dat onderwerp van belang. Er kan niet worden volstaan met de mededeling dat zal worden gehandhaafd. Binnen de bepaalde termijn dient het daadwerkelijke handhavingsbesluit te zijn genomen dan wel te middels voldoende onderbouwing te worden verlengd. Bij veel handhavingsverzoeken is het nodig om onderzoek te verrichten op grond van het gelijkheidsbeginsel (de vraag of gelijke gevallen ook gelijk behandeld worden). Dit type onderzoek vergt
74
zeer veel toezichts- en handhavingscapaciteit. Voor de toepassing van het gelijkheidsbeginsel is een beleidslijn opgesteld. Daar komt bij dat de vastgestelde handhavingsstrategie de stappen voorschrijft voor het nemen van een handhavingsbesluit: De eerste stap bestaat uit het uitvoeren van een controle naar de in het verzoek aangegeven zaken door een toezichthouder, deze controle wordt uitgevraagd middels het verzoek tot inspectie formulier; Vervolgens krijgen overtreders de gelegenheid tot vrijwillig herstel van overtredingen binnen een daarvoor gestelde termijn. De juridisch medewerker stelt hiervoor een brief op in Openwave; De eerste stap bestaat uit het uitvoeren van een controle naar de in het verzoek aangegeven zaken door een toezichthouder, deze controle wordt uitgevraagd middels het verzoek tot inspectie formulier; Vervolgens krijgt de overtreder, een brief waarin het voornemen geuit wordt om een handhavingsbesluit te nemenDe overtreder krijgt de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen (artikel 4:8 lid 1 Awb) en eventueel de overtreding uit eigen beweging te beëindigen; Indien de overtreding daarna nog niet is beëindigd, dan wordt een handhavingsbesluit genomen; Indien van toepassing wordt er ook een besluit genomen op het verzoek om handhaving.
Dit is een besluit tot handhaving dan wel, indien de zienswijze en/of gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven, de afwijzing van het handhavingsverzoek. Tegen het besluit kunnen de verzoeker en derde belanghebbenden bezwaar maken en vervolgens beroep instellen bij de rechtbank en hoger beroep bij de Raad van State. Uit het voorgaande blijkt dat de procedure voor de afhandeling van een handhavingsverzoek veel tijd in beslag neemt. Procedureel leidt dit tot de volgende werkwijze: De verzoeker om handhaving ontvangt een ontvangstbevestiging. In de ontvangstbevestiging geven we duidelijk aan waar het handhavingsverzoek precies op ziet. Hiermee bakenen we de omvang van het verzoek af. Wordt er daarna een nieuw onderdeel door de verzoeker ingebracht? Dan wordt dit ingeboekt en behandeld als een nieuw handhavingsverzoek. Indien we de termijn van 8 weken (artikel 4:13 Awb) niet halen, dan wordt binnen die periode de termijn middels een brief verlengd (artikel 4:14 Awb). Weet je hoe lang je nog nodig hebt, noem dan die termijn. Weet je het niet, dan ligt een verlenging van telkens 8 weken voor de hand. Als er sprake is van een situatie dat in overleg tussen partijen naar een minnelijke oplossing wordt gezocht, dan wordt dat formeel vastgelegd op basis van 4:15 Awb.
De termijn voor het geven van een beschikking kan namelijk worden opgeschort gedurende de termijn waarvoor de aanvrager schriftelijk met uitstel heeft ingestemd. Los van de termijnen, is een zo spoedig mogelijke afhandeling uiteraard te allen tijde het streven.
75
Inhoudelijke toets Bij de inhoudelijke beoordeling van een verzoek om handhaving wordt in eerste instantie gekeken naar de aard en ernst van de overtreding. Het spreekt voor zich dat er in spoedeisende situaties zo snel mogelijk wordt opgetreden. Het wegnemen van het gevaar staat hierbij voorop. De beoordeling hangt af van: Verzoek om handhaving is niet-ontvankelijk. Nadat de verzoeker in de gelegenheid is gesteld om binnen twee weken het verzoek aan te vullen kan het zijn dat het verzoek nog steeds niet-ontvankelijk is. Verzoeker wordt daarover geïnformeerd. Het VOH wordt dan niet in behandeling genomen dit is een appellabel besluit. Verzoek om handhaving is ontvankelijk. Na onderzoek naar het gevraagde blijkt dat geen sprake is van een overtreding (waartegen wij bevoegd zijn op te treden). VOH wordt geheel afgewezen.. Hiertegen staat bezwaar open. Verzoeker wordt over de procedure geïnformeerd. Verzoek om handhaving is ontvankelijk. Na onderzoek blijkt dat sprake is van een overtreding.
In de waarschuwingsbrief naar de overtreders vermelden wij de reden voor controle (in onze brieven vermelden wij dat de reden voor de controle een verzoek om handhaving is.) Voortgangsbericht (in de fase van de waarschuwingsbrief ontvangt de indiener van het handhavingsverzoek een voortgangsbericht.) In het voornemen naar de overtreder vermelden wij de reden voor de controle en wat de constateringen zijn waarmee het strijdig is, bevoegdheidsgrondslagen en het voornemen tot handhaven zelf en de mogelijkheid voor het indienen van een zienswijze. Afschrift voornemen last onder dwangsom/last onder dwangsom (De indiener van een verzoek om handhaving ontvangt een geanonimiseerd afschrift van het voornemen last onder dwangsom, met een korte begeleidende brief. De indiener wordt niet actief gewezen op de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Indien deze persoon wel een zienswijze naar voren brengt, wordt deze meegewogen bij de last onder dwangsom onder verwijzing van zienswijze belanghebbende.) Verzoek om handhaving kan geheel worden toegewezen, of gedeeltelijk worden toegewezen dan wel afgewezen. Voor de begunstigingstermijn, soorten handhavingsbesluiten, de hoogte van dwangsommen en soorten sancties sluiten wij aan bij de Handhavingsstrategie. We hanteren de hierin benoemde uitgangspunten bij de vaststelling van besluiten.
Wat betreft de Invordering gaan wij meer specifiek in 2023 aan de slag. Afgelopen jaren is hieraan onvoldoende uitvoering gegeven.
76
Voor de Wkb geldt onderstaand
77