Bijlage 2. Goflo EOS Groetpolder
Tekst van het document
35/64
Tabel 5.3: Berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus EOS
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de geluidniveaus voldoen aan de standaardwaarde voor geluid van activiteiten uit het Bkl. Dat betekent dat het geluid door de activiteit aanvaardbaar is. Als de standaardwaarden in de toekomst voor het hele omgevingsplan gaan gelden, kunnen deze waarden in het kader van deze bopa door het bevoegd gezag worden opgenomen als vergunningvoorschrift. Conclusie Een samenvatting van de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus is weergegeven in tabel 5.3. Op basis van de uitgangspunten blijkt dat de geluidniveaus voldoen aan de standaardwaarde voor geluid van activiteiten uit het Bkl en het geluid door de activiteit daarmee aanvaardbaar is.
5.10 Geur Algemeen Geur wordt geregeld in § 5.1.4.6 van het Bkl. Dit is bijvoorbeeld ook cumulatie van geur van bedrijven. De gemeente moet in het omgevingsplan rekening houden met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit volgt uit artikel 5.92, eerste lid, van het (Bkl). Rekening houden met geur werkt 2 kanten op: bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen; bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande geurveroorzakende bedrijven. De gemeente moet dus overwegen wat de beste locatie is voor een activiteit. Of de beste locatie voor een geurgevoelig gebouw. Toetsing en conclusie Een batterijopslag is gelet op artikel 5.91 uit het Bkl geen geurgevoelig gebouw. Daarnaast heeft de beoogde ontwikkeling geen geurhinder tot gevolg. Er wordt daarmee voldaan aan artikel 5.92 uit het Bkl.
36/64
5.11 Omgevingsveiligheid Algemeen Volgens Artikel 5.2 van het Bkl wordt voor risico's van branden, rampen en crises rekening gehouden met het belang van: het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en de geneeskundige hulpverlening, Met het bovenstaande is in de bruidsschat (artikel 22.13 t/m 22.15) rekening gehouden. Hiermee wordt voldaan aan de instructieregels van artikel 5.2 van het Bkl. Toetsing Een batterijopslag is gelet op bijlage Vl van het Bkl geen (beperkt) kwetsbaar gebouw. De realisatie van een batterijopslag dient getoetst te worden aan de circulaire risicobeheersing 'lithium-ion energiedragers' uit 2020. Onder de Omgevingswet moet zo'n ontwikkeling voldoen aan de PGS-37-1 richtlijn (gericht op EOS). Deze PGS-richtlijn geeft een nadere uitwerking van wettelijke voorschriften op grond van de Omgevingswet, de Arbeidsomstandighedenwet en de Wet veiligheidsregio's. Deze richtlijn is nog niet definitief gepubliceerd. De verwachting is dat de beoogde activiteit in 2025 als een milieubelastende activiteit (mba) wordt opgenomen in het Bal. Ondanks dat het nog niet definitief opgenomen is in het Bal, is het verstandig dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan de PGS-37-1. Dit is ook het advies van de veiligheidsregio (zie ook Bijlage 7).
De ontwerpen van de beoogde ontwikkeling zijn conform PGS 37-1. Er wordt een maatwerkvoorschrift opgenomen dat de batterij opslag voldoet aan de PGS 37-1. Zodoende is het niet noodzakelijk om te toetsen aan de circulaire risicobeheersing 'lithium-ion energiedragers' uit 2020. Het maatwerkvoorschrift luidt dat de batterij opslag voldoet aan de PGS 37-1 richtlijn. Bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid Voor de volledigheid wordt kort ingegaan op de bestrijdbaarheid van calamiteiten binnen het projectgebied, de bereikbaarheid van het projectgebied en de zelfredzaamheid van personen binnen het projectgebied. Er verblijven geen mensen binnen het projectgebied. Vanwege de relatief grote afstand tot relevante risicobronnen (ligging buiten brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebied) wordt geen aandacht besteed aan de bestrijdbaarheid aan de risicobron zelf, aangezien de bestrijdbaarheid afhankelijk is van het ongevalscenario. Het is niet nodig om bouweisen te stellen vanwege een omgevingsveiligheidsrisico. De locatie is goed bereikbaar voor de hulpdiensten. Het projectgebied wordt ontsloten via een erfweg die uitkomt op de Groetpolderweg. De locatie ligt in een bestaande buurt waar reeds voldoende bluswatervoorzieningen beschikbaar zijn. Conclusie De beoogde ontwikkeling is geen (beperkt) kwetsbaar object.
Met de beoogde ontwikkeling worden geen risicovolle inrichtingen gerealiseerd. Toetsen aan omgevingsveiligheid is niet noodzakelijk. De beoogde ontwikkeling wordt conform PGS-37-1 gerealiseerd. Dit wordt geborgd in een maatwerkvoorschrift.
37/64
5.12 Trilling Algemeen Op grond van artikel 5.83 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) moet bij het opstellen van een bopa rekening worden gehouden met trillingen door activiteiten in trillingsgevoelige ruimten van trillingsgevoelige gebouwen; het plan moet erin voorzien dat deze trillingen aanvaardbaar zijn. Het toepassingsbereik van deze instructieregel omvat alle activiteiten die met het omgevingsplan zijn toegestaan, met uitzondering van de activiteit wonen. In artikel 5.86 van het Bkl is aangegeven dat hieraan wordt voldaan als aan het omgevingsplan standaardwaarden voor continue trillingen en herhaald voorkomende trillingen worden verbonden. Toetsing en conclusie De beoogde ontwikkeling is geen trillinggevoelig gebouw. Dit volgt uit Artikel 5.80 van het Bkl. De beoogde ontwikkeling heeft geen trillinghinder tot gevolg. Er zijn geen maatwerkvoorschriften nodig voor dit aspect.
5.13 Cultureel erfgoed Algemeen In het Bkl zijn ten aanzien van de bescherming van cultureel erfgoed een aantal beginselen geformuleerd (artikel 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn er in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Voorafgaand aan de uitvoering van plannen moet onderzoek worden gedaan naar de aanwezigheid van eventuele cultuurhistorische waarden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Toetsing Archeologie In 2022 is de beleidskaart Archeologie Hollands Kroon vastgesteld. Op basis van de beleidskaart heeft het projectgebied een hoge archeologische verwachting. Voor archeologisch onderzoek geldt een vrijstellingsgrens van 1.000 m2 (zie figuur 5.3. De beleidskaart archeologie wordt door het opnemen van de vrijstellingsdiepte en vrijstellingsoppervlakte per categorie in het bestemmingsplan geborgd. Het projectgebied kent op basis van het vigerende bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'.
Archeologisch onderzoek is op basis van deze dubbelbestemming noodzakelijk bij bouwplannen die betrekking hebben op een oppervlakte van meer dan 2.500 m2 of die dieper gaan dan 40 cm. De ontwikkeling overschrijdt deze grenzen en de vrijstellingsgrens uit de beleidskaart niet. Archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.
38/64
Figuur 5.3: Uitsnede beleidskaart Archeologie Hollands Kroon (bron: [Gemeente Hollands Kroon). Cultuurhistorie Binnen het projectgebied bevinden zich geen monumenten en beeldbepalende elementen. Tevens zijn er geen landschappelijke kernkwaliteiten aanwezig. Het project heeft eveneens geen invloed op omliggende monumenten, beschermde stads-en dorpsgezichten of beschermde cultuurlandschappen. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
5.14 Bodem Toetsingskader Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89k Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem).
39/64
Toetsing De gemeente Hollands Kroon heeft een bodemkwaliteitskaart en een bodemfunctieklassenkaart, deze zijn opgenomen als bijlage 1 in de Nota Bodembeheer. Het projectgebied valt in de bodemfunctieklasse 'landbouw/natuur' en heeft als bodemkwaliteitsklasse 'buitengebied' (0 tot 1 m-mv en 1 tot 2 m-mv). Het EOS is geen bodemgevoelig gebouw. Om die reden is onderzoek naar de bodemkwaliteit niet noodzakelijk. De ontwikkeling is passend binnen de aangewezen bodemfunctieklasse. De batterijen in het EOS bevatten elektrolyt waardoor er in principe sprake is van een bodembedreigende activiteit. De batterijen zijn voorzien in opslagkasten die vloeistofdicht zijn en het systeem is daarmee een gesloten installatie. Er is dan ook sprake van een verwaarloosbaar risico op bodemverontreiniging. Conclusie Geconcludeerd wordt dat milieukundige kwaliteit van de bodem bij het toekomstig gebruik geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling van de locatie.
5.15 Water Algemeen In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarbij worden, voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Dit volgt uit Artikel 5.37 van het Bkl. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet de gemeente voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. Dit volgt uit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.3 van het Bkl. Toetsing Het projectgebied bevindt zich in het beheergebied van het waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier waardoor er getoetst moet worden aan de waterschapsverordening van het Waterschap. Het projectgebied heeft momenteel de bestemming 'Agrarisch'. Bodem en grondwater Het projectgebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem uit Kalkrijke poldervaaggronden; lichte zavel. Binnen het projectgebied is sprake van grondwatertrap VIIo. Dit betekent dat de hoogste gemiddelde grondwaterstand (GHG) op 84 centimeter onder maaiveld ligt. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) bevindt zich op circa 131 centimeter onder maaiveld. Het maaiveld is gelegen op circa 2 meter onder NAP.
De voorgenomen ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater. Het grondwaterpeil wordt niet (tijdelijk) gewijzigd, daarnaast wordt de bodem niet vervuild.
40/64
Waterkwantiteit Ten zuiden van het projectgebied bevindt zich een tertiaire watergang. Deze watergang heeft een beschermingszone, zie onderstaande figuur. De werkzaamheden vallen buiten de beschermingszone.
Figuur 5.4: Uitsnede legger Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Het projectgebied is momenteel niet verhard. De verhardingstoename door bebouwing bedraagt circa 310 m2. De ontsluitingsweg wordt verhard uitgevoerd en heeft een oppervlakte van circa 376 m2. De overige gronden (circa 1.625 m2) binnen het projectgebied wordt ingericht als grondwal of uitgevoerd als grind en geheel waterdoorlatend geotextielmembraan. Het Hoogheemraadschap prefereert behoud van infiltratie bij een verhardingstoename. Is dat niet mogelijk dan gaat de voorkeur naar compensatie door middel van oppervlaktewater. Is ook dat niet mogelijk dan kan gekeken worden naar compensatie door middel van alternatieve vormen van waterberging. Met de huidige inrichting van het projectgebied wordt enerzijds voldaan aan het zoveel mogelijk behouden van de infiltratiemogelijkheden van het projectgebied. Merendeel van het terrein wordt ingericht als grind met waterdoorlatend oppervlak. Daarnaast blijft de verhardingstoename onder de drempel van 800 m². Er hoeft geen extra oppervlaktewater te worden gecompenseerd op basis van dit project. Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het projectgebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water.
Er bevinden zich geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het projectgebied. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem zullen gedurende de aanlegfase duurzame, niet-uitloogbare materialen gebruikt worden. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling bevindt zich niet in een beschermings- of kernzone van een waterkering.
41/64
Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: Hemelwater vasthouden voor benutting; (In-) filtratie van afstromend hemelwater; Afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; Afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Conclusie Er wordt bij de ontwikkeling rekening gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen en er wordt voldaan aan de instructieregel in artikel 5.37 van het Bkl.
5.16 Gezondheid Algemeen Doel van de Omgevingswet is ook het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, lid 3, onder b van de Omgevingswet). In lid 4 benadrukt de wet dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening gehouden moet worden met het belang van het beschermen van de gezondheid. Paragraaf 5.1.4 van het Bkl gaat over het beschermen van de gezondheid en het milieu. Toetsing Uit de voorgaande paragrafen wordt duidelijk dat binnen het projectgebied sprake is van een relatief lage milieubelasting. Het project maakt daarnaast geen milieugevoelige functie mogelijk. Een EOS kan echter wel een milieubelasting op de omgeving meebrengen. De batterijopslag wordt volgens de PGS-37-1 richtlijn gerealiseerd. Dit is een richtlijn die zich specifiek richt op de veilige opslag van lithiumhoudende energiedragers, zoals batterijen en accu's. De richtlijn PGS-37-1 legt vast met welke maatregelen de risico's van lithiumhoudende energieopslag beheerst kunnen worden. De richtlijn zorgt ervoor dat ongewone voorvallen voorkomen worden en beperkt de gevolgen daarvan voor de omgeving met het oog op veiligheid voor de omgeving. De dichtstbijzijnde woning bevindt zich op een afstand van circa 360 meter.
Om deze redenen kan vanuit worden gegaan dat de gezondheid van de omwonenden niet in het geding komt door de beoogde ontwikkeling. Geluid in de leefomgeving heeft invloed op gezondheid. Zo kan blootstelling aan geluid leiden tot hinder, verstoring van de slaap, verstoring van de dagelijkse activiteiten en stressreacties. Langdurige blootstelling aan te veel geluid kan aanleiding geven tot chronische effecten zoals verhoogde bloeddruk. De standaardwaarden voor geluid staan vermeld in paragraaf 5.9. Bij ruimtelijke plannen adviseert de GGD deze standaardwaarden (50 dB Lden en 40 dB Lnight) niet te overschrijden. Uit het akoestisch onderzoek (bijlage 6) en paragraaf 5.9 blijkt dat deze standaardwaarden niet overschreden worden als gevolg van de beoogde ontwikkeling. De gezondheid van de omwonenden komt niet in het geding door de beoogde ontwikkeling. Vanuit gezondheidsoogpunt is sprake van een aanvaardbare situatie voor de omwonenden, mits de batterijopslag voldoet aan de PGS-37-1 richtlijn. Hiervoor is een maatwerkvoorschrift opgenomen, zie paragraaf 5.11
42/64
5.17 Lokale meerwaarde (Brede welvaart) Algemeen De maatschappelijke doelen van de wet bestaan uit het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van natuur, en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften (artikel 1.3 van de Omgevingswet). De gemeente Hollands Kroon vindt het belangrijk dat het EOS ook een lokale meerwaarde heeft en zo niet alleen op een hoger schaalniveau maatschappelijke behoeften vervult. Toetsing Batterijen in de nabijheid van een bestaand windpark kunnen aangesloten worden op dezelfde kabel. Deze constructie heeft meerdere leveranciers op één aansluiting (MLOEA), waarbij de opwekkers en batterijen elk hun eigen allocatiepunt hebben. Dit heeft meerdere voordelen: Batterijen die een aansluiting delen met een windpark kunnen deze stroom direct opslaan op momenten dat er een overschot aan elektriciteit is, wat helpt om congestie op het onderstation te verminderen; Binnen congestiegebieden mogen netbeheerders partijen verplichten om congestiemanagementdiensten te leveren zodra zij een aansluiting van meer dan 1 MW hebben.
Batterijen zijn bij uitstek geschikt om flexibel vermogen te leveren, wat wenselijker is dan bedrijven te verplichten om dergelijke afspraken te maken; Door gebruik te maken van de bestaande kabelinfrastructuur bij het windpark wordt de efficiëntie verhoogd en voorkomt men de noodzaak voor de netbeheerder om extra kabels te leggen; De co-locatie van netbatterijen bevordert geclusterde energielandschappen en voorkomt versnippering; Ten slotte draagt het toepassen van het inheems kruidenrijk plantenmengsel van de Cruydt Hoeck bij aan het versterken de lokale biodiversiteit. Kortom, de co-locatie van energieopslag bij een windpark biedt niet alleen voordelen voor de stabiliteit en efficiëntie van het elektriciteitsnet, maar draagt lokaal ook bij aan een geïntegreerde en duurzame energie-infrastructuur. Tevens draagt de zorgvuldige landschappelijke inpassing van het EOS bij aan het versterken van de lokale biodiversiteit.
43/64
44/64
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling economisch niet evident onuitvoerbaar is. Dit houdt in dat: a. de ruimtelijke ontwikkeling niet evident financieel onuitvoerbaar mag zijn; en b. als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaalplichtige activiteiten omvat, het kostenverhaal verzekerd moet zijn. Financiële uitvoerbaarheid De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op de realisatie van een EOS. De initiatiefnemer realiseert deze ruimtelijke ontwikkeling voor eigen rekening en risico. De initiatiefnemer heeft aan de gemeente voldoende aangetoond dat de ruimtelijke ontwikkeling financieel uitvoerbaar is. Daarmee is aan de eerste vereiste voldaan. Kostenverhaal Indien een ruimtelijke ontwikkeling nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk maakt is kostenverhaal aan de orde. De ontwikkeling is op grond van artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit niet aangewezen als een kostenverhaalplichtige activiteit (artikel 8.13 lid a). Kostenverhaal is daarmee niet aan de orde. Tussen initiatiefnemer en de gemeente is een nadeelcompensatieovereenkomst gesloten.
45/64
46/64
Hoofdstuk 7
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Het bevoegd gezag mag alleen een omgevingsvergunning voor een bopa verlenen als aan de beoordelingsregels uit afdeling 8.1 van het Bkl wordt voldaan. Zo wordt de vergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In dit kader vindt in hoofdstuk 4 van deze motivering een toets aan de relevant Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid plaats. Hieruit volgt dat het project past binnen de relevante beleidskaders en dat wordt voldaan aan instructieregels. In hoofdstuk 5 is er per milieuthema gemotiveerd of het project voldoet aan de geldende instructieregels en indien van toepassing vigerend beleid en/of verordeningen. Vanuit deze analyses komen geen knelpunten naar voren die het project onuitvoerbaar maken. De belangrijkste aandachtspunten uit de sectorale analyse zijn: Het voorgenomen project leidt niet tot onacceptabele effecten op de fysieke leefomgeving; Er wordt een maatwerkvoorschrift opgenomen in het kader van omgevingsveiligheid. Hierin staat dat de batterij opslag voldoet aan de richtlijn PGS 37-1. Uit het participatietraject is naar voren gekomen dat het merendeel van de omwonenden geen bezwaar heeft tegen de realisatie van het EOS. Twee omwonenden verwachten een beperking in het weidse uitzicht door het EOS en hebben een alternatieve locatie rondom de windmolen voorgesteld.
De initiatiefnemer heeft uitgelegd waarom deze locatie optimaal is2, gevisualiseerd wat het effect is van het EOS op het uitzicht en besloten vast te houden aan de gekozen locatie. Voor de beoogde ontwikkeling wordt geadviseerd een maatwerkvoorschrift op te nemen ten aanzien van de PGS 37-1 om het project met het oog op de toevoeging van de PGS 37-1 in het Besluit activiteiten leefomgeving uitvoerbaar te maken. Er is met het toepassen van het maatwerkvoorschrift sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het is logisch om een EOS in de nabijheid van een bestaande netaansluiting te realiseren. Het EOS maakt immers gebruik van de al aanwezige energie infrastructuur door aan te sluiten op dezelfde kabel als het naastgelegen windturbinepark. Ook wordt het weidse uitzicht reeds beperkt door de aanwezige windmolen(s).
2
47/64
48/64
BIJLAGEN
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing
NETBATTERIJ GROETPOLDER LANDSCHAPPELIJKE INPASSING DATUM PROJECT OPDRACHTGEVER
: JULI 2024 : BEGELEIDING EOS PROJECT GROETPOLDER : WINDMOLENS GROETPOLDER II B.V.
LANDSCHAPSANALYSE GROETPOLDER GEBIEDSBESCHRIJVING
AANLEIDING
Het plangebied ligt in de Groetpolder. Dit is een droogmakerij tussen de plaats Winkel en de droogmakerij de Wieringermeerpolder, in gemeente Hollands Kroon. Het gebied is hoofdzakelijk agrarisch ingericht, zowel akkerbouw als veeteelt. Daarnaast wordt er energie opgewekt in de polder met windmolens en zonnepanelen.
Om de vraag-aanbodbalans op het elektricitietisnet te verbeteren, zal de netbatterij gebruik maken van de bestaande infrastructuur die er reeds ligt. Daarbij zijn de windmolens het primaire aansluitpunt en de netbatterij het secundaire aansluitpunt.
WIERINGERMEERPOLDER
S
EN
OL
DM
IN
6W PLANGEBIED
Plangebied geprojecteerd op de huidige luchtfoto
GROETPOLDER
WINKEL
Luchtfoto plangebied
Voorbeeld van een batterij, er is nog geen specifiek type gekozen.
| Landschappelijke inpassing Batterij-opslag Groetpolder 2 / 8
LANDSCHAPSANALYSE GROETPOLDER HISTORISCHE ONTWIKKELING Het plangebied is in de 19e eeuw ingepolderd (1847) en in gebruik genomen als akkerland. In 1930 werd de Wieringermeerpolder drooggelegd. Vervolgens is door het zuiden van de Groetpolder de provinciale weg (N242) aangelegd. In de huidige situatie is de Groetpolder nog steeds in gebruik als akkerland. De verkaveling is grootschaliger opgezet dan vroeger. De polder was eerst opgedeeld in een grid zoals ook te zien is in de Wieringermeerpolder. Inmiddels is de verkaveling meer langerekt geworden in diagonale richting van zuidwest naar noordoost. Op de noordwest-zuidoost lijn van het oude grid zijn nu dertien windmolens gerealiseerd.
| Landschappelijke inpassing Batterij-opslag Groetpolder 3 / 8
1815: Winkel ligt aan de Zuiderzee
1850: Groetpolder is ingepolderd
1950: Wieringermeerpolder is drooggelegd
2023: N242 en 13 windmolens zijn toegevoegd
LANDSCHAPSANALYSE GROETPOLDER HOOGTELIGGING
LANDSCHAPSTYPEN EN BODEM
De Groetpolder ligt qua hoogte tussen het oude land waar Winkel op ligt en de nieuwe droogmakerij de Wieriengermeer. Binnen het plangebied zijn hoogteverschillen in organische vormen te vinden. Dit reliëf is gevormd door getijafzettingen van de Zuiderzee.
Droogmakerijen zijn in één geheel drooggelegd en ingericht. Deze polder zijn vaak open, grootschalig en geometrisch. De Droogmakerijen zijn door de mens ingericht en hebben vaak een hoge cultuurhistorische waarde. De ontsluiting, waterstructuren en verkavelingspatroon zijn bepalend voor het grondgebruik van de polder. De openheid is een belangrijke eigenschap van dit landschapstypen.
De zee heeft hier zowel klei als zand afgezet. Richting de oude kustlijn is meer klei afgezet. In het plangebied is een mix van zand en klei terechtgekomen, die zavel wordt genoemd.
Hoogteligging Groetpolder (AHN Viewer) De Groetpolder ligt in het Droogmakerijlandschap (Bron: Leidraad Landschap en Cultuurhistorie Noord-Holland)
Bodemkaart (Bodemdata) Hoogteligging plangebied (AHN Viewer)
Kalkarme poldervaaggronden; klei Kalkrijke poldervaaggronden; zware zavel Kalkrijke poldervaaggronden; lichte zavel
| Landschappelijke inpassing Batterij-opslag Groetpolder 4 / 8
LANDSCHAPSANALYSE GROETPOLDER RUIMTELIJKE STRUCTUUR De twee kaartjes aan de rechterkant komen uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de Provincie Noord-Holland. De Groetpolder is een kleine polder met als ruimtelijke dragers een lint en omringende dijken. De windmolens die weergegeven zijn op de kaart (gepland en bestaand) versterken het lint. Het onderste kaartje toont de openheid aan weerszijden van het middenlint (2) met ringdijken als ruimtelijke begrenzing. Op deze kaart zijn ook de wegen, bebouwing en bakens zichtbaar. Hieronder zijn deze ruimtelijke structuren geprojecteerd op de luchtfoto van het plangebied in de Groetpolder. De windmolens belemmeren niet het open polderlandschap.
ZONNEPARK RINGVAART RINGDIJK RINGDIJK WINDMOLENS
OPENHEID
OPENHEID
MIDDENLINT
Luchtfoto plangebied met ruimtelijke structuren volgens de leidraad landschap en cultuurhistorie
| Landschappelijke inpassing Batterij-opslag Groetpolder 5 / 8
Kaartjes ruimtelijke structuur Groetpolder en Wieringermeerpolder (Leidraad Landschap & Cultuurhistorie, Provincie Noord-Holland)
LANDSCHAPSANALYSE GROETPOLDER ENERGIELANDSCHAP De Groetpolder is al in gebruik als energielandschap. Naast de dertien windmolens, zijn er ook zonnepanelen langs de ringdijk te vinden. Vanaf de Groetweg, aan de andere kant van de ringvaart, is de polder nauwelijks te zien door de dichte begroeiing. Vanaf de Groetpolderweg zijn de windmolens en akkers wel goed zichtbaar, tussen de boerderijen door. Het netbatterijsysteem is een blokvormig element. Het EOS-systeem dient om het net te ondersteunen. De grootte van het element is nog niet vastgelegd.
GR EG
TW
OE
1 1
GR TP OE
2 EG
RW
DE
OL
2
Analyse plangebied met ruimtelijke structuren, zichtlijnen, windmolens en zonnepanelen
| Landschappelijke inpassing Batterij-opslag Groetpolder 6 / 8
Doorsnede A
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING
A
A’
TOELICHTING Het is van belang dat de nieuwe ontwikkeling bijdraagt aan de biodiversiteit in het gebied. Om de batterijopslag aan het zicht te onttrekken zonder het open karakter van de polder te verstoren is het advies om een grondwal aan de zuidwestzijde en aan de zuidoostzijde te leggen van anderhalve meter hoog. Deze grondwal en de omliggende gronden worden vervolgens bezaaid met een inheems kruidenrijk plantenmengsel van de Cruydt Hoeck dat speciaal voor de gemeente Hollands Kroon is ontwikkeld. Dit mengsel bevat flora dat hier van origine voorkomt en wordt circa 1 meter hoog.
A’ B
A Schematische weergave van de grondwal met maatvoering
B’
Doorsnede B
Overzichtstekening landschappelijke inpassing
B’
B | Landschappelijke inpassing Batterij-opslag Groetpolder 7 / 8
LEEUWARDEN – GRONINGEN – DEVENTER – ROTTERDAM – MIDDELBURG - EINDHOVEN
Bijlage 2 Participatieplan en verslag
Participatieplan Groetpolder, EOS Inleiding Deze notitie gaat in op de wijze van participatie voor het ruimtelijke initiatief Energie Opslag Systeem (EOS) Groetpolder. Voor het initiatief wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit aangevraagd. Het aanvraagvereiste voor participatie bij de omgevingsvergunning is geregeld in artikel 7.4 van de Omgevingsregeling. Het artikel geeft aan dat bij de aanvraag moet worden aangegeven of burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken. De gemeente Hollands Kroon heeft in haar besluit van 24 november 2022 gevallen van verplichte participatie bij een aanvraag omgevingsvergunning aangewezen. Er is sprake van verplichte participatie door de initiatiefnemer als indieningsvereiste bij het aanvragen van een omgevingsvergunning, als het initiatief de vestiging van niet agrarische bedrijven in het buitengebied mogelijk maakt. De vestiging van een EOS valt onder het vestigen van een niet agrarisch bedrijf in het buitengebied. Voor het voorliggende project is daarmee sprake van een participatieplicht. In dit participatieplan wordt de wijze waarop de participatie is vormgegeven en uitgevoerd beschreven.
Windmolens Groetpolder en Anesco zijn de initiatiefnemers van dit EOS (0,1 hectare) naast de Vestas windturbine bij Groetpolderweg 21. Op figuur 1 is de projectlocatie weergegeven.
Figuur 1: Ligging EOS (bron: Anesco).
Project Het betreft een relatief kleine EOS van maximaal 10 MW die direct naast een van de windmolens wordt geplaatst. Er zijn met Liander afspraken gemaakt over het gebruik van de huidige netaansluiting waarop het windmolenpark en een zonneweide reeds zijn aangesloten. De ontwikkeling is in strijd met het (tijdelijke) omgevingsplan gemeente Hollands Kroon met daarin (onder andere) het bestemmingsplan ‘Buitengebied voormalig gemeente Niedorp’. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken, dient een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA) aangevraagd te worden. De gemeente is bevoegd gezag voor deze ontwikkeling. De gemeente staat in beginsel positief tegenover deze ontwikkeling, zo blijkt uit hun reactie op het eerder ingediende principeverzoek. Wel geeft de gemeente een aantal voorwaarden en aandachtspunten voor de verdere uitwerking van het initiatief, bijvoorbeeld dat de batterij een positieve bijdrage levert aan het netbeheer en er sprake is van zorgvuldige landschappelijke inpassing.
De gemeente ziet dat onderhavig project energetische oplossingen kan bieden op lokale en regionale schaal. Ruimtelijk is deze locatie gunstig vanwege de ligging, direct naast een energieopwekker, een windmolenpark. Daarnaast kan de batterij piekmomenten op het lokale net opvangen door te laden uit de naastgelegen windmolens en de zonneweide die reeds aangesloten zijn op de te gebruiken netaansluiting.
Participatieverordening In de gemeente Hollands Kroon geldt een participatieverordening. In deze participatieverordening is opgenomen hoe initiatiefnemer participatie vormgeeft. Relevant is artikel 5: Artikel 5. Initiatiefnemer-gemeente-omgeving 1. De gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarbij participatie door de initiatiefnemer verplicht is. 2. De initiatiefnemer stelt bij de start van het initiatief vast op welke manier participatie wordt toegepast. De initiatiefnemer geeft dan het volgende aan: a. het doel van participatie; b. de beïnvloedingsruimte voor participatie; c. de kaders voor participatie; d. in welke fases van het proces inwoners, bedrijven en instellingen mogen participeren, en per fase de manier waarop; e. de manier waarop de initiatiefnemer hierover communiceert. 3. De initiatiefnemer stemt de participatieprocedure van tevoren met het bestuursorgaan af. 4. Voor de afronding van de participatie maakt de initiatiefnemer een eindverslag op. Het eindverslag bevat in ieder geval: a. een overzicht van de gevolgde participatieprocedure; b. een overzicht van de reacties/ideeën/stemmen die mondeling of schriftelijk zijn gebracht; c. een reactie op deze reacties/ideeën/stemmen, waarbij gemotiveerd wordt aangegeven welke punten wel en niet zijn overgenomen in het beleid.
Doel van de participatie Doel van de participatie is om het draagvlak voor het project te vergroten, belanghebbenden te betrekken bij het initiatief en het initiatief mogelijk beter te maken.
Beïnvloedingsruimte voor participatie Deze paragraaf geeft de speelruimte aan voor het aanpassen van het voorliggende project. Het betreft een relatief kleine ruimtelijke ontwikkeling (0,1 hectare) waarbij binnen een straal van circa 336 meter geen woningen aanwezig zijn. Er is gekozen voor een mix van ‘meeweten’ en ‘meedenken’ als participatievorm. Voor verdere invulling zie ‘Fasering en wijze van participatie’. Toch is er nagedacht om belanghebbenden bepaalde mogelijkheden te geven om te participeren. Belanghebbenden kunnen ‘meedenken’ op de volgende drie thema’s:
Externe veiligheid Initiatiefnemers zullen rekening houden met de allerhande veiligheidsregels om te komen tot een veilige situatie. Vooruitlopend op de regelgeving zullen de batterijen voldoen aan de richtlijn voor veilige opslag van elektriciteit in energieopslagsystemen en de opslag van lithium-houdende energiedragers. Mocht de veiligheidsregio of andere belanghebbenden nadere eisen of wensen hebben, dan zullen die besproken worden en mogelijk worden opgenomen in het plan.
Geluidsmitigerende maatregelen Initiatiefnemers zullen in het kader van de procedure een geluidonderzoek laten opstellen. Mochten hier adviezen uitkomen wat betreft de geluidbelasting op kwetsbare objecten zoals woningen, dan zal gekeken worden naar het nemen van maatregelen. Belanghebbenden zullen in dat geval worden meegenomen in de te nemen maatregelen.
Landschappelijke inpassing Voor de landschappelijk inpassing volgen de initiatiefnemers de aanknopingspunten van de gemeente; inpassing van nieuw aan te leggen landschapselementen voor de afscherming van het EOS, o.a. gezien vanaf de N242. Daarbij zal nader gekeken worden of het mogelijk is om een grondwal te realiseren als afscheiding. Het is een open gebied waar hoog opgaand groen niet gewenst is. In samenspraak met de omwonenden en een landschapsarchitect zal gekeken worden naar de meest passende inrichting.
Kaders voor participatie Deze paragraaf geeft de kaders aan van dit participatieplan, te weten:
Alle bewoners (omwonenden) aan de Groetpolderweg vanaf de Boerensluisweg aan de westkant van het EOS en de Winkelmadeweg aan de zuidkant worden betrokken bij de participatie. Per saldo zijn dit de bewoners in de Groetpolder tot circa 1 kilometer afstand van het EOS, zie ook de navolgende situatieschets met in het rode blok de benaderde bewoners;
Figuur 2: Situatieschets
Stakeholders (belanghebbenden) die worden betrokken, met daarbij ook hun rol en zeggenschap: o Gemeente Hollands Kroon: bevoegd gezag, beoordeelt de aanvraag. o Netbeheerders: rol in het energetische vraagstuk. Zullen de rol hebben van het beoordelen van de nut en noodzaak (‘energietoets’) o Omwonenden opgenomen in de situatieschets. o Potentiële investeerders: rol in de financiële kant van de ontwikkeling.
Daarnaast worden de ketenpartners (omgevingsdienst, veiligheidsregio, waterschap en provincie) in het kader van het vooroverleg betrokken bij het project.
Fasering en wijze van participatie Deze paragraaf gaat in op de fases van het proces waarin omwonenden, bedrijven en instellingen mogen participeren. Per fase wordt de manier waarop beschreven. Ook komt de wijze van communicatie van de initiatiefnemers aan bod. 1. De documentatie over de landschappelijke inpassing, veiligheid en geluid van het project, en aanvullende informatie waar nodig, is ter beschikking gesteld aan de stakeholders. Voor omwonenden is al een eerste indruk van het project gepresenteerd middels een brief met een presentatie die 27 maart 2024 persoonlijk afgegeven of verstuurd is. 2. Er zijn reeds keukentafelgesprekken gevoerd met omwonenden die zijn opgenomen in de situatieschets. Hiervan is verslag gedaan, zie bijlage met (geanonimiseerde) tabel inzake de omwonenden. In de vervolgfase zullen, indien daar aanleiding toe is, opnieuw gesprekken gevoerd worden. 3. Inmiddels is het conceptdocument met de voorgestelde landschappelijke inpassing per e-mail gestuurd naar de omwonenden die gereageerd hebben op de eerste brief. Aanvullende vragen zijn door hen gesteld en ook weer beantwoord, zie de bijbehorende
bijlagen. Hiermee worden de belanghebbenden en omwonenden op de hoogte gebracht van de ontwikkelingen. 4. Naar aanleiding van de reacties op het conceptdocument met de voorgestelde landschappelijke inpassing hebben de initiatiefnemers een overleg gehad met de omwonenden die nog vragen en opmerkingen hadden. Als bijlage zijn de reacties/ideeën opgenomen en daarbij ook de reacties van de initiatiefnemers.
Bijlage
Eindverslag: o Bijlage 1 - Overzicht (geanonimiseerd) van de gevolgde participatieprocedure; o Bijlage 2 - Overzicht (geanonimiseerd) van de reacties/ideeën/stemmen die mondeling of schriftelijk zijn ingebracht en de reactie op deze reacties/ideeën/stemmen, waarbij gemotiveerd wordt aangegeven welke punten wel en niet zijn overgenomen in het project.
Bijlage 1 AdresNr Info langsbrengen* 1 Per e-mail** 2 Per e-mail** 3 Ja 4 Ja 5 Ja 6 Per e-mail** 7 Per e-mail** 8 Ja
9 Ja 10 Per e-mail**
11 Ja
Reactie Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
Ja Nee
Ja
Datum reactie Kanaal
Omschrijving reactie
6-4-2024 E-mail
Beperking weids uitzicht en industrialisatie polder. Bezwaar op de beoogde locatie en daarmee beoordeling “negatief “ wegens directe impact op onze leefomgeving.
1-4-2024 E-mail
Met name diverse vragen, o.a. waarom deze locatie.
28-3-2024 Whatsapp
28-3-2024 E-mail
Mooie plannen! We wensen jullie succes met het project! Wat ons betreft geen enkel probleem, veel succes met de voortgang in het traject.
12 Per e-mail Ja 17-4-2024 E-mail 13 Per e-mail Nee 14 Per e-mail** Nee * 27-3-2024 langsgebracht of gestuurd per e-mail ** Belanghebbende / betrokken bij Windmolens Groetpolder II B.V.
Bijlage 2 Op woensdagavond 3 juli is er een overleg geweest met een omwonende wondende aan de Groetpolderweg om het voornemen van het plaatsen van het Energie Opslag Systeem (EOS) door Windmolens Groetpolder II B.V. te bespreken. Naast de betre ende omwonende zijn ook de omwonenden van een ander adres (de directe buren van deze omwonende) uitgenodigd, omdat dit de omwonenden zijn met vragen en opmerkingen bij de plannen. Helaas bleek op het laatste moment dat de mensen van het andere adres niet aanwezig konden zijn, dus is alleen het gesprek gevoerd met de betre ende omwonende. Uit het gesprek met de omwonende kwamen de volgende punten naar voren:
1. De voorgestelde positie van het EOS De omwonende geeft aan dat het de voorkeur heeft dat het EOS op een andere positie komt. Concreet houdt dat gekeken vanuit de tuin van de omwonende in dat het EOS gepositioneerd wordt achter de windturbine (ten noordoosten) of links van de windturbine (ten noordwesten). De omwonende geeft aanvullend aan als wordt vastgehouden aan de voorgestelde positie, dat het de voorkeur heeft dat de containers zo gepositioneerd worden dat de breedte van het EOS zo beperkt mogelijk is en de containers dus verder in het akkerland gezet worden; zoveel mogelijk gebruik maken van het noordwestelijke deel van het plangebied.
Verder verwacht de omwonende dat het weidse uitzicht dat er nu is, beperkt zal worden door het plaatsen van het EOS. Om een beeld van de impact hiervan te krijgen, zijn er visualisaties gemaakt op basis van foto’s van achter de tuin van beide betre ende omwonenden in de richting van de positie waar het EOS gepland is. Zowel op ware grootte als 3x ingezoomd. De omwonende vindt het lastig in te schatten of de visualisaties wel het juiste en daarmee een realistisch beeld geven.
Reactie initiatiefnemer: De initiatiefnemer geeft aan dat de gekozen positie om diverse redenen gekozen is: o.a. dat deze positie het dichtstbij de netaansluiting is en landbouw technisch heeft deze positie de minste impact. De initiatiefnemer geeft aan om die reden aan vasthouden te willen aan deze locatie, maar gaat nog wel navraag doen wat de impact is van het plaatsen van het EOS op de door de omwonende voorgestelde alternatieve posities. Naderhand is navraag gedaan, met als uitkomst dat de initiatiefnemer wil vasthouden aan de gekozen positie.
Vervolgactie en uitkomst: Naderhand is navraag gedaan, met als uitkomst dat de initiatiefnemer wil vasthouden aan de gekozen positie. De belangrijkste redenen hiervoor zijn: 1. Dat de gekozen positie landbouw technisch de positie blijft met de minste impact;
2. Een alternatieve positie zoals voorgesteld door mevrouw, achter of links van de windturbine tot problemen kan leiden bij onderhoud aan en reparatie van de windturbine. De ruimte van deze alternatieve posities kan nodig zijn om hijswerkzaamheden uit te voeren en materialen te plaatsen; Het EOS op een andere positie plaatsen houdt in dat het verder komt te staan van de te gebruiken netaansluiting. De kosten voor extra kabellengte zijn aanzienlijk, waardoor ook dit een argument is om niet voor een andere positie voor het EOS te kiezen.
Gemeente Hollands Kroon heeft in haar reactie op het principeverzoek voor het EOS opgenomen een grondwal van ruim een meter hoog te plaatsen voor het EOS. Om een beter beeld te krijgen van de situatie met een EOS en een grondwal ervoor, stelt de initiatiefnemer voor om een wand met groen materiaal op korte termijn en daarmee voordat de vergunningsaanvraag definitief wordt ingediend neer te zetten op of voor de locatie waar het EOS komt, zodat een realistisch beeld gecreëerd wordt van de impact op het uitzicht van de omwonende vanuit de tuin. De omwonende geeft daarbij aan het beeld dat dan gecreëerd wordt, realistisch te beoordelen. Ook de andere omwonenden krijgen daarmee een indruk van de visuele impact en kunnen de situatie dan beoordelen.
Vervolgactie en uitkomst: Op 5 juli 2024 is door de initiatiefnemer een wand van circa 2,5 meter hoog met groen materiaal neergezet vlak voor de locatie waar het EOS komt, zie ook foto’s aan het einde van deze bijlage. Daarmee hebben de omwonenden van beide adressen een indruk kunnen krijgen.
2. De uitkomst van het akoestisch onderzoek De resultaten van het akoestisch onderzoek naar de geluidse ecten van het EOS op de betre ende gebouwen, worden aan de omwonende getoond en besproken. In het onderzoek wordt beschreven dat is uitgegaan van een worst-case scenario. Voor de woning van de omwonende komt uit het onderzoek een geluidsbelasting van afgerond 30 dB(A) op 1,5 meter hoogte en 34 dB(A) op 5,0 meter hoogte ter plaatse van deze woning. Daarmee stelt de omwonende dat het geluid van de EOS hoorbaar zal zijn en dan met name in de situatie dat het windstil is en de nabij staande windturbines geen geluid produceren.
Reactie initiatiefnemer: De grondwal die gemeente Hollands Kroon heeft voorgesteld in haar reactie op het principeverzoek voor het EOS, wil de initiatiefnemer gebruiken om de visuele impact te verlagen, maar ook om de geluidse ecten te beperken. Om die reden wil initiatiefnemer voorstelen de grondwal te verhogen tot 3 meter, zodat het zicht op de containers weggenomen wordt en ook het geluid dat het EOS produceert zoveel mogelijk beperkt. In overleg met gemeente Hollands Kroon zal gekeken worden wat de mogelijkheden zijn.
Vervolgactie en uitkomst: De initiatiefnemer heeft de gemeente Hollands Kroon op de hoogte gebracht van het voorstel om de grondwal te verhogen tot 3 meter. Hierop heeft de gemeente per e-mail op 11 juli 2024 geantwoord dat zij: “niet positief zijn over een aardenwal van 3 meter. Dit omdat er dan een wezensvreemde heuvel in het landschap ontstaat. Een aardenwal van 1,5 meter is het maximale.”. Vervolgens is per e-mail op 15 juli 2024 aan de gemeente gevraagd of zij wel positief staan tegenover een rij (groenblijvende) bomen om de projectlocatie heen met een maximale hoogte van circa 3 meter. Op 22 juli 2024 heeft de gemeente Hollands Kroon hierop de volgende reactie gegeven: “Als er een aardewal van 1,5 meter wordt aangehouden, dan kan hier beplanting op worden geplant om een hogere inpassing te bereiken. Bomen zou ik niet toepassen. Dit dan heel goed worden bijgehouden en komt niet volledig tot zijn recht.”. Verder wordt door gemeente Hollands Kroon geadviseerd om een mix van verschillende struiken te planten verdeeld over het te beplanten terrein. Daarbij geeft men aan dat er weinig tot geen inheemse struiken zijn die lager dan 1,5 meter blijven, dus de initiatiefnemer moet af en toe (eens per 5 jaar bijv.) langs om flink te snoeien.
Initiatiefnemer heeft aan de omwonende gevraagd of de voorgestelde grondwal een begroeiing kan krijgen zoals is voorgesteld door gemeente Hollands Kroon in dezelfde reactie op het principeverzoek; namelijk bezaaid met een inheems kruidenrijk plantenmengsel van de Cruydt Hoeck. De omwonende geeft aan dat het niet uitmaakt wat de begroeiing is op de grondwal, als het maar geen woekerend onkruid is.
3. Het vervolg van het traject en de planning voor de vergunningsaanvraag De omwonende vraagt hoe het vervolg van het traject gaat lopen en dan met name ook wat de planning is voor de vergunningsaanvraag.
Reactie initiatiefnemer: Initiatiefnemer geeft aan dat zij verwacht vrijdag 5 juli 2024 een conceptversie van de vergunningsaanvraag naar de contactpersoon bij gemeente Hollands Kroon te sturen, die daarmee een laatste beoordeling doet. Dit zal circa 2 weken in beslag nemen. Daarna wil de initiatiefnemer de definitieve vergunning indienen. Op korte termijn en binnen 2 weken zal een wand met groen materiaal neergezet worden op of voor de locatie waar het EOS komt. De indrukken daarvan en aanvullende op- en aanmerkingen van beide omwonenden kunnen dan waar nodig nog meegenomen worden in de definitieve versie van de vergunningsaanvraag of participatieplan als onderdeel daarvan.
Verder zegt initiatiefnemer toe het akoestisch onderzoek en de gemaakte visualisaties per email toe te sturen aan de omwonenden van beide adressen.
Foto van achter de tuin van een omwonende richting de EOS positie met wand, zonder zoom.
Foto van achter de tuin van een omwonende richting de EOS positie met wand, met 3x zoom.
Bijlage 3 Ecologische quickscan
Groetpolderweg 21 te Winkel
G&G-advies QS2024-152
Toetsing in het kader van de natuurwetgeving
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Groetpolderweg 21 te Winkel
Toetsing in het kader van de natuurwetgeving
R. Ruiter
2024
Opdrachtgever RHO Adviseurs
G&G-advies QS2024-152
Datum Versie
6 mei 2024 V1
Gecontroleerd door: L. Hartog De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn. De bevindingen die zijn beschreven in onderliggende ecologische beoordeling worden over het algemeen gedurende een periode van drie jaar na de verschijningsdatum van dit rapport als geldend gezien, mits omstandigheden in het beschreven gebied niet te sterk zijn gewijzigd.
Bovendijk 35-G
Hazenkoog 35-A
2295 RV Kwintsheul
1822 BS Alkmaar
www.vandergoesengroot.nl
Groetpolderweg 21 te Winkel
3
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding
5
1.1
Aanleiding voor het onderzoek ............................................................................... 5
1.2
Doel van het onderzoek........................................................................................... 5
1.3
Ligging van het plangebied ...................................................................................... 6
1.4
Werkzaamheden ...................................................................................................... 6
1.5
Leeswijzer ................................................................................................................ 7
Methode
8
2.1
Soorten .................................................................................................................... 8
2.2
Gebieden................................................................................................................ 10
3
Aanwezige biotopen
11
4
Aanwezige beschermde soorten
13
5
6
4.1
Planten ................................................................................................................... 13
4.2
Vissen ..................................................................................................................... 13
4.3
Amfibieën............................................................................................................... 13
4.4
Vogels..................................................................................................................... 14
4.5
Grondgebonden zoogdieren.................................................................................. 15
4.6
Vleermuizen ........................................................................................................... 15
4.7
Overige fauna ........................................................................................................ 16
4.8
Conclusie beschermde soorten ............................................................................. 17
Effectbeoordeling en maatregelen
18
5.1
Vogels..................................................................................................................... 18
5.2
Vleermuizen ........................................................................................................... 19
5.3
Conclusie effectbeoordeling .................................................................................. 20
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving
21
6.1
Natura 2000 ........................................................................................................... 21
6.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN) ......................................................................... 21
6.3
Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) .................................................................. 22
6.4
Houtopstanden ...................................................................................................... 22
6.5
Overige relevante wetgeving................................................................................. 22
6.6
Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving ........................... 23
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-152
Groetpolderweg 21 te Winkel
4
7
8
Zorgplicht
24
7.1
Passende preventieve maatregelen.......................................................................25
7.2
Passende ontwikkelingsmaatregelen.....................................................................26
Conclusies
27
8.1
Beschermde soorten ..............................................................................................27
8.2
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving ...............................................28
8.3
Zorgplicht ...............................................................................................................28
9
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur
29
10
Bijlagen
31
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-152
Groetpolderweg 21 te Winkel
1
5
Inleiding 1.1
Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen een perceel aan de Groetpolderweg 21 te Winkel her in te richten. Winkel ligt in de gemeente Hollands Kroon in de provincie Noord-Holland. Op het perceel wordt een netbatterijsysteem aangelegd voor het nabij gelegen windmolenpark en zonnepark. Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Omgevingswet (hierna Ow) of dat het plan gevolgen heeft voor nabijgelegen beschermde gebieden. Onder de Ow geldt een algemeen verbod om zonder omgevingsvergunning bepaalde activiteiten te mogen verrichten (zie Bijlage 1), waaronder een ‘flora- en fauna-activiteit’ (zie Bijlage 1.2.7). In opdracht van RHO Adviseurs heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek. Een quickscan is een momentopname die soms slechts in beperkte mate uitsluitsel geeft over de afwezigheid van soorten. Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie. Mochten er door de plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn en niet zijn uit te sluiten vanwege tijdstip van het veldbezoek of niet inspecteerbare delen van het plangebied, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.
1.2
Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Ow. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken en wordt de specifieke zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1) gerelateerd tot de plannen besproken. Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te beperken en de noodzaak een omgevingsvergunning beschermde soorten aan te vragen. Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-152
Groetpolderweg 21 te Winkel
6
1.3
Ligging van het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het plangebied aangegeven. Het plangebied betreft een stuk akker en een stuk braakliggend terrein en bevindt zich in de landelijke omgeving van Winkel, in de Groetpolder. Het plangebied wordt omsloten door landbouwgebied, bestemd voor akkerbouw. Op één kilometer afstand ten zuidoosten van het plangebied loopt de N242, een drukke verkeersader. Op 500 meter afstand ten noordoosten loopt het Groetkanaal, een brede watergang. Op 1,5 kilometer afstand ten zuidwesten van het plangebied ligt een golfbaan, een waterrijk golfpark met grote, opgaande bosschages. Op ruim 15 kilometer afstand ten westen van het plangebied ligt Natura 2000-gebied Abtskolk & De Putten en op ruim 13 kilometer afstand ten oosten van het plangebied ligt het IJsselmeer.
1.4
Werkzaamheden Op het perceel zal worden gegraven en gebouwd. Er dient een netbatterijsysteem van 10MW aangelegd te worden op een oppervlak van circa 0,1 ha. Er is reeds een netaansluiting beschikbaar voor het netbatterijsysteem, deze is afkomstig van het al aanwezige windpolenpark en het naastgelegen zonnepark. Het netbatterijsysteem zal op deze aansluiting worden aangesloten, er dient dus geen nieuwe aansluiting aangelegd te worden. Om het batterijsysteem zal een hekwerk en beveiligingssysteem worden aangelegd. Alle componenten van het netbatterijsysteem zijn zo afgewerkt dat deze goed opgaan in de omgeving, door bijvoorbeeld de kleur. Verder wordt er gedacht aan het eventueel omheinen van het batterijsysteem met hagen of een dijk met begroeiing, zodat het beter op gaat in de omgeving. Aan de nabijgelegen watergangen zal niet worden gewerkt. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit het verwijderen van de vegetatieve toplaag, het vergraven van de bodem en het opbrengen van grond. Daarbij kunnen dieren en planten beschadigd, verwond, verdrukt of gedood worden. Ook kunnen verblijfplaatsen van dieren of groeiplekken van planten beschadigd of vernield worden. Bij de uitvoering van de werkzaamheden kan door geluid, trillingen en licht verstoring optreden van (beschermde) soorten.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-152
Groetpolderweg 21 te Winkel
1.5
7
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de biotopen die aanwezig zijn in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 4 wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 6 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. In hoofdstuk 7 wordt aangegeven of soorten, waarvoor de specifieke zorgplicht van toepassing is, in het plangebied verwacht worden en wordt beoordeeld of passende maatregelen genomen moeten worden. Ten slotte bevat hoofdstuk 8 de conclusies. Hoofdstuk 9 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunningsaanvraag.
De ligging van het plangebied (rood omlijnd).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-152
Groetpolderweg 21 te Winkel
8
2
Methode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uitgegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of een vergunning moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied.
2.1
Soorten Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) is onderzocht in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied ligt en de acht daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gericht gezocht naar gegevens van beschermde (vogel-) soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen of naar soorten die niet provinciaal zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waarnemingen in de afgelopen 10 jaar (2014-2024). Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard, de waarde en de relevantie van de waarnemingen (bijvoorbeeld foeragerend, overwinterend, trekkend, overvliegend of verblijvend). Ook is gekeken naar de onderzoeksinspanning, de (verwachte) volledigheid van de waarnemingen en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is. Er is in de NDFF niet gericht gezocht naar vogelsoorten met nietjaarrond beschermde nesten, provinciaal vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten zoals zeezoogdieren of zoutwatervissen. Met andere vogels moet, in algemene zin, wél rekening gehouden worden (zie ook Bijlage 1.2.5).
Potenties voor vrijgestelde soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren die mogelijk voorkomen in het plangebied, worden kort genoemd. Naar soorten flora en fauna van de Rode Lijst (waarvoor de specifieke zorgplicht geldt) is gericht gezocht binnen het volledige plangebied en een straal van 100 meter rondom het plangebied. Op basis van de aanwezige biotopen wordt in hoofdstuk 7 een inschatting gemaakt of dergelijke soorten voor kunnen komen in het plangebied. Voor deze soorten worden afhankelijk van de situatie passende preventieve, ontwikkelings- of herstelmaatregelen genoemd waarmee het
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-152
Groetpolderweg 21 te Winkel
9
plangebied geschikt blijft of kan worden voor deze soorten. Voor alle hierboven genoemde soortgroepen geldt, net als voor alle andere soorten, onverminderd de algemene zorgplicht welke wordt besproken in hoofdstuk 7 en Bijlage 1.1.1. Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidingsatlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken. Potentiebeoordeling Het plangebied is op 23 april 2024 bezocht om de aanwezige biotopen binnen het plangebied en de directe omgeving daarvan te beschrijven en eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar). Bij het veldbezoek is voor de potentiebeoordeling tevens gericht gezocht naar verblijfsporen zoals keutels, plukresten en braakballen. Daarnaast zijn bijvoorbeeld eventueel aanwezige materialen gekeerd en zijn eventueel aanwezige spleten en holtes, zover mogelijk, oppervlakkig geïnspecteerd.
→https://www.nvwa.nl/
onderwerpen/invasieveexoten/unielijstinvasieve-exoten
Naast de aandacht voor beschermde waarden, is ook gelet op invasieve soorten die voorkomen op de ‘Unielijst’ van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (←NVWA). Deze invasieve exoten zijn op de Unielijst geplaatst omdat ze in delen van de EU schade toebrengen (of dat in de toekomst waarschijnlijk zullen gaan doen) aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. De waargenomen soorten worden genoemd (Hoofdstuk 4) maar er worden geen nadere aanbevelingen gedaan of beleid uitgezet ten aanzien van deze soorten. Verwerking Met behulp van analyses en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen, een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied. De aangetroffen biotopen binnen het plangebied worden onderverdeeld in typeringen. Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten. Als negatieve gevolgen niet op voorhand uit te sluiten zijn, wordt aangegeven of specifieke of passende maatregelen moeten en kunnen worden genomen en/of een vergunning dient te worden aangevraagd.