CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Goflo EOS Groetpolder

Raad 16 oktober 2025, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Raadsvoorstel Bindend advies Energie Opslag Systeem (EOS) Groetpolder20.251 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2024-152

Groetpolderweg 21 te Winkel

10

2.2

Gebieden Op de ‘InformatieKaart Natuur’ van BIJ12 is gekeken in hoeverre het plangebied is gelegen binnen of nabij de begrenzing van beschermde gebieden die horen bij Natura 2000 of het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie: https://atlas.bij12.nl/WebViewer/index.html?viewer=ikn_pub Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toegankelijk via internet, is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: https://geoapps.noordholland.nl/GeoWeb/Viewer/?app=053d3575f0e4430cb095bd0fcb461 c7f Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2024-152

Groetpolderweg 21 te Winkel

3

11

Aanwezige biotopen In dit hoofdstuk worden de aanwezige biotopen binnen het plangebied beschreven. De aanwezige biotopen binnen het plangebied zijn ruderaal terrein en agrarisch terrein. Ruderaal terrein Het kleine stuk ruderaal terrein naast het agrarisch terrein en naast de elektriciteitshuisjes is sterk verruigd er hier staan soorten als Kluwenhoornbloem en meerder weegbreesoorten. De bodem bestaat voornamelijk uit klei. Agrarisch terrein Het grootste gedeelte van de open ruimte binnen het plangebied is onderdeel van een akker en was ten tijde van het veldbezoek ingezaaid met gras. Deze akkers bestaan uit kleigrond en worden frequent bewerkt. Overig Binnen het plangebied ontbreken bebouwing, hoge bomen en open oppervlaktewateren. Het plangebied bevindt zich aan de voet van een windmolen. Grenzend aan het plangebied staan tevens twee elektriciteitshuisjes.

Overzichtsfoto van het agrarische gebied.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2024-152

Groetpolderweg 21 te Winkel

12

Overzicht van rulale delen binnen het plangebied.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2024-152

Groetpolderweg 21 te Winkel

4

13

Aanwezige beschermde soorten In dit hoofdstuk worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van de NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veld-bezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.

4.1

Planten Aangetroffen soorten In en rond het plangebied is in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde flora waargenomen (NDFF 2014-2024). Potentie plangebied In het plangebied wordt geen beschermde flora verwacht vanwege het ontbreken van geschikt biotoop voor de genoemde soorten. Tevens wordt het plangebied te intensief beheerd en is het te voedselrijk om geschikt te zijn voor beschermde plantensoorten. Ook is de bodem te veel gestoord en gewoeld.

4.2

Vissen Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde vissoorten waargenomen (NDFF 20142024). Potentie plangebied In het plangebied is geen potentie voor beschermde vissen aanwezig vanwege het ontbreken van wateren.

4.3

Amfibieën Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde, niet vrijgestelde amfibieën waargenomen (NDFF 2014-2024). Potentie plangebied In het plangebied is geen voortplantingswater aanwezig voor amfibieën. In het plangebied is wél geschikt landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door algemene soorten amfibieën zoals Gewone pad, Kleine watersalamander en Bruine kikker. Deze soorten zijn beschermd onder de Ow maar ze zijn in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2024-152

Groetpolderweg 21 te Winkel

14

4.4

Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën) en de zogenaamde ‘categorie 5-soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5). Aangetroffen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden enkele vogelsoorten waargenomen: Houtduif, Kauw en Zwarte Kraai (cat. 5). Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Binnen het plangebied is geen potentie aanwezig voor categorie 5soorten. Het is wel mogelijk dat in de nabijgelegen watergangen Wilde eenden of Meerkoeten tot broeden kunnen komen. Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Huismus, Gierzwaluw en verschillende roofvogels, uilen en overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten vastgesteld (NDFF 2014-2024). De Huismus en Gierzwaluw broeden in de nabije woonwijken van het dorp Winkel, op ongeveer 1,5 kilometer van het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn daarnaast in het verleden Sperwer (cat. 4), Havik (cat. 4), Buizerd (cat. 4), Boomvalk (cat. 4), Slechtvalk (cat. 3), Ransuil (cat. 4), Kerkuil (cat. 3), Steenuil (cat. 1), Roek (cat. 2), Ooievaar (cat. 3) en Grote gele kwikstaart (cat. 3) vastgesteld.

Deze soorten hebben echter geen aantoonbare binding met het plangebied. De meeste bekende waarnemingen betreffen overvliegende (trek)vogels of deze soorten hebben gebroed in andere biotopen zoals bebouwing en bos in de omgeving (NDFF 2014-2024). De soorten broeden niet in de directe omgeving van het plangebied. Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten Omdat geen geschikte bebouwing en bomen aanwezig zijn en geen sporen of grote nesten werden waargenomen, wordt uitgesloten dat vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Het is mogelijk dat het plangebied incidenteel wordt gebruikt als onderdeel van het leefgebied van in de buurt vastgestelde vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Huismus, Buizerd, Sperwer en Ransuil. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2024-152

Groetpolderweg 21 te Winkel

4.5

15

Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten Tijdens het veldbezoek werd een Haas waargenomen. Deze soort is in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting (zie verder Bijlage 1.2.1). In de omgeving van het plangebied is één waarneming uit het verleden bekend van Waterspitsmuis (NDFF 2014-2024). De Waterspitsmuis is een beschermde soort die wordt genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). Deze waarneming van Waterspitsmuis betreft resten die gevonden zijn bij braakballenonderzoek (NDFF 2014-2024). In het plangebied zelf zijn verder geen waarnemingen bekend van deze soort. Verder zijn er geen waarnemingen bekend van beschermde, niet vrijgestelde grondgebonden zoogdieren. Potentie plangebied Het is mogelijk dat in het gebied enkele (kleine) zoogdieren voorkomen zoals Vos, Haas, Konijn, Egel en verschillende algemene soorten (spits)muizen. Deze soorten zijn beschermd onder de Ow maar ze zijn in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. Verder is er geen potentie voor beschermde, niet vrijgestelde grondgebonden zoogdieren. Het plangebied is niet geschikt voor Waterspitsmuis vanwege het ontbreken van vochtige, kruidenrijke oevervegetaties nabij schoon en helder water.

4.6

Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. De manier waarop vleermuizen een gebied gebruiken kan door het jaar verschillen, een gebouw of een boom kan bijvoorbeeld tijdelijk gebruikt worden als verblijfplaats maar in andere delen van het jaar ongebruikt blijven. Alle soorten vleermuizen, evenals verblijfplaatsen en essentiële foerageergebieden en vliegroutes zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). Aangetroffen vleermuizen In de omgeving van het plangebied zijn drie soorten vleermuizen vastgesteld (NDFF 2014-2024). Het betreft Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger. De meeste waarnemingen betroffen foeragerende en langsvliegende exemplaren.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2024-152

Groetpolderweg 21 te Winkel

16

Van de Ruige dwergvleermuis is een (deel van een) vliegroute bekend in de omgeving, langs het Groetkanaal, op ongeveer 500 meter afstand van het plangebied (NDFF 2014-2024). Potentie verblijfplaatsen In het plangebied kunnen geen vleermuizen verblijven omdat ter plaatse geen bebouwing en bomen aanwezig zijn. Potentie foerageergebied Het plangebied is marginaal geschikt voor foeragerende vleermuizen. Er zijn enkele aanwezige luwe plekken die kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken. Potentie vliegroute Gezien de ligging, de vorm en de grootte van het plangebied en het ontbreken van lijnvormige elementen zoals bomenrijen, doorlopende watergangen of brede rietkragen kan geen sprake zijn van een belangrijke functie als vliegroute voor vleermuizen. De bekende vliegroute van Ruige dwergvleermuis ligt op ruime afstand (500 meter) van het plangebied.

4.7

Overige fauna Aangetroffen soorten Er zijn geen waarnemingen bekend van overige beschermde fauna in of rond het plangebied (NDFF 2014-2024). Tijdens het veldbezoek werden dergelijke soorten ook niet waargenomen. Potentie plangebied Het plangebied is niet geschikt voor overige beschermde fauna in verband met het ontbreken van geschikt biotoop.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2024-152

Groetpolderweg 21 te Winkel

4.8

17

Conclusie beschermde soorten Op grond van §4.1 t/m §4.7 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 1. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soortgroepen in en nabij het plangebied en de potenties daarvoor binnen het plangebied. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen mogelijk (incidentele) aanwezigheid en gebruik als essentieel leefgebied (zoals bijvoorbeeld vaste verblijfplaatsen). In hoofdstuk 5 wordt uiteengezet welke gevolgen voor deze soortgroepen worden verwacht door het uitvoeren van de plannen.

\ Eerder volgens literatuuropgave vastgestelde soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in/nabij het plangebied (kolom 2), mogelijk (incidenteel) voorkomende beschermde, niet vrijgestelde soorten in het plangebied (kolom 3) en verwachte voorkomen van essentieel leefgebied van beschermde, niet vrijgestelde soorten binnen het plangebied met verwachte beschermde functie (kolom 4). Indien de potentieel aanwezige beschermde functie wordt genoemd in kolom 4 valt deze automatisch onder essentieel leefgebied voor de mogelijk aanwezige soorten. Aangetroffen nabij het plangebied (literatuur en veldbezoek)

Mogelijk aanwezig in plangebied

Mogelijk beschermde functie aanwezig binnen het plangebied

Planten

nee

nee

nee

Vissen

nee

nee

nee

Amfibieën

nee

nee

nee

veldbezoek, NDFF

ja

niet-jaarrond beschermde nesten

Broedvogels met jaarrond beschermde nesten

NDFF

incidenteel

nee

Grondgebonden zoogdieren

NDFF

nee

nee

Vleermuizen

NDFF

incidenteel

nee

Overige beschermde fauna

nee

nee

nee

Beschermde, niet vrijgestelde soorten

Broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2024-152

Groetpolderweg 21 te Winkel

18

5

Effectbeoordeling en maatregelen Door het plan kunnen verschillende negatieve effecten optreden in het plangebied. Deze mogelijke effecten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten tijdens de aanleg en effecten als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie. De te verwachten soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten worden in dit hoofdstuk besproken. Ze zijn samengevat in de derde kolom van Tabel 1. De aanwezigheid van deze soortgroepen kan van invloed zijn op de verdere procedure. De (negatieve) effecten die kunnen optreden bij de werkzaamheden worden onderzocht. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren. Voor andere soortgroepen met niet beschermde of vrijgestelde soorten geldt altijd de specifieke zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).

5.1

Vogels Vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatieve toplaag. Soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de aanwezige soorten. Als onverhoopt buiten deze periode broedende vogels aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten wordt de periode van februari t/m augustus gezien als de gevoelige periode. Wanneer in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt.

Soorten met jaarrond beschermde nesten Voor het mogelijk incidentele gebruik van het plangebied door vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit de omgeving van het plangebied (Huismus, Buizerd, Sperwer en Ransuil), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2024-152

Groetpolderweg 21 te Winkel

19

aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken.

5.2

Vleermuizen Foerageergebied Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de werkzaamheden omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk tijdelijk uitwijken. Na realisatie van de plannen zal vanwege de mogelijke ontwikkeling van begroeiing en dijken de beschutting en luwtewerking toenemen en zal de kwaliteit van het plangebied voor foeragerende vleermuizen toenemen. Vliegroutes Er worden geen nadelige gevolgen verwacht voor vleermuizen die gebruik maken van de nabijgelegen vliegroute die bekend is uit de NDFF.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2024-152

Groetpolderweg 21 te Winkel

20

5.3

Conclusie effectbeoordeling Aanbevolen wordt de werkzaamheden uit te voeren buiten de broedperiode (grofweg half maart – half juli) óf het plangebied voor de broedperiode ongeschikt te maken voor broedvogels. Met het in achtnemen van de hier besproken aanbevelingen, beperkingen en restricties in §5.1 t/m §5.3 worden geen belangrijke negatieve effecten verwacht voor beschermde soorten bij uitvoer van de plannen. Er dient altijd rekening te worden gehouden met de zorgplicht (zie hoofdstuk 7 en Bijlage 1.1.1).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2024-152

Groetpolderweg 21 te Winkel

6

21

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving In hoofdstukken 4 en 5 is beschreven welke beschermde soorten kunnen voorkomen en welke effecten de werkzaamheden kunnen hebben. De Omgevingswet kent naast soortbescherming ook gebiedsbeschermende wet- en regelgeving, in het bijzonder die van de Natura 2000-gebieden en betreffende behoud van grootschalige houtopstanden (Zie Bijlage 1.3.4). In de bepalingen die staan uitgewerkt in de Ow kunnen gebieden ook beschermd zijn als onderdeel van het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) of als Provinciaal aangewezen ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’, ‘Weidevogelleefgebied’ of ‘Belangrijk weidevogelgebied’. Hieronder wordt aangegeven welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied.

6.1

Natura 2000 Het plangebied ligt op meer dan 12 kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, het IJsselmeer (zie Figuur 2). Gezien de grote afstand, afscherming door groengebieden en de aard van de uit te voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Gezien de mogelijke toename van stikstofemissie door plannen is wellicht een berekening van precieze emissie en depositie van stikstof wenselijk voor dit project. Het betreft een zogenaamde Aerius-berekening. Aanbevolen wordt hierover vooroverleg te voeren met het bevoegd gezag, de Provincie Noord-Holland.

6.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden (zie Figuur 2). Er kunnen geen negatieve effecten door de plannen op het NNN-gebied optreden. De plannen hoeven verder niet getoetst te worden aan beschermde waarden binnen dit netwerk.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2024-152

Groetpolderweg 21 te Winkel

22

6.3

Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is het regime voor bescherming in Noord-Holland voor gebieden die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn. Het BPL is beschreven in kernkwaliteiten per deelgebied. De voormalige beschermingsregimes, Bufferzones, Aardkundige Monumenten en Weidevogelleefgebied zijn geborgd in de kernkwaliteiten. Het gebied is niet begrensd als een Bijzonder Provinciaal Landschap en ligt ook niet in de directe omgeving hiervan (zie Figuur 2). Er is geen negatief effect mogelijk op het BPL, een nadere toetsing is niet nodig.

6.4

Houtopstanden Er worden geen buiten de (volgens de Ow bepaalde) bebouwde kom gelegen beplantingen gekapt, groter dan 1000 m². Verder zijn er geen bomen aanwezig in en rondom het plangebied. Op grond hiervan wordt het plangebied niet beschermd als bijzondere houtopstand.

6.5

Overige relevante wetgeving Er is geen overige natuurwetgeving bekend die van invloed kan zijn op de plannen.

Ligging van het plangebied (rode pijl) ten opzichte van Natura 2000-gebied, BPL, natuurverbindingen en het NNN.

Natura 2000-gebied IJsselmeer

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2024-152

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=ea2db9a7-d77b-4780-8e84-b6ca161d1a4e