CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

4 Nota zienswijzen.pdf

Raad 29 juni 2021, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B138.355 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

bestemmingsplan

verwerkt. HHNK heeft nogmaals een uitvoerige reactie gegeven in

watertoetsrapportage (zie bijlage 9 bestemmingsplantoelichting). De punten

toelichting om de

een bij de zienswijze gevoegde bijlage en vraagt deze punten te

genoemd in de bijlage bij de zienswijze van HHNK hebben we wederom lagen

beantwoording

verwerken en/of te beantwoorden.

beoordelen/beantwoorden/verwerken

door

door

waterhuishoudingstechnisch

Sweco

van

adviseurs van Sweco. Voor de inhoudelijke behandeling hiervan verwijzen we naar

waterhuishoudings-

de notitie van Sweco.

technische punten van HHNK op de watertoetsrapportage (opgesteld

door

Sweco)

te

verwerken

en

tevens

op

merkingen die na het vooroverleg zijn ontvangen

van

HHNK ook op te nemen

in

definitieve van

de versie de

69

16. HHNK Reactie

Beantwoording

Conclusie watertoetsrapporta ge.

f.

Voorwaardelijke bepalingen.

Zoals HHNK vermeldt in haar reactie betrekt de gemeente HHNK zo vroeg mogelijk

HHNK vraagt, net zoals verzocht in de vooroverlegreactie, een

bij haar plannen. Gemeente (en ontwikkelaar) wijzen bedrijven erop als ze zich

voorwaardelijk bepaling in de planregels op te nemen zodat

willen vestigen in onze gemeente en sprake kan zijn van afstemmingsaspecten

datacenters voorafgaand aan het kunnen verlenen van een

inzake de waterhuishouding, vroeg contact op te nemen met HHNK. Dat is in recent

omgevingsvergunning eerst een watervergunning aanvragen en

verleden soms niet optimaal verlopen, maar dit is onvoldoende reden om dan een

deze moet zijn verkrijgen (voor de keuze van een koelsysteem)

middel in te zetten zoals HHNK voorstelt. Als wij deze eis bij dit bestemmingsplan

voordat dan een omgevingsvergunning kan worden verleend door

doorvoeren, dan moeten wij deze eis ook bij andere bestemmingsplannen voor

gemeente.

andere bedrijventerreinen, woonlocaties of buitengebied doorvoeren. Wij

Geen aanpassing

hanteren als gemeente het uitgangspunt om geen overbodige of onnodige regels aan onze burgers en bedrijven op te leggen. De wetgever heeft er ook voor gekozen om initiatiefnemers de vrijheid te bieden om te kiezen welke vergunning (omgevingsvergunning-bouw of watervergunning) als eerste wordt aangevraagd, dan wel te kiezen voor een gecombineerde aanvraag. Wij vinden niet dat wij hierin aanvullende regels moeten opleggen. De verplichting om voor bepaalde wateraspecten een vergunning aan te vragen, vloeit bovendien al voort uit de wet. Wij zijn verder van mening dat de keuze voor een koelsysteem en alle daarbij te betrekken aspecten zoals water, energie, kosten en andere aspecten (emissies, geluid, e.d.) integraal moeten worden beoordeeld en afgewogen door het bevoegd gezag in kader van de omgevingsvergunning-milieu. Deze vergunning wordt voorbereid door onze Omgevingsdienst Noord-Holland Noord die hiervoor de expertise heeft en daarvoor waar nodig of gewenst samenwerkt met de overlegpartners, waaronder HHNK. Wij wijzen daarbij ook op de beoordelingen en 70

16. HHNK Reactie

Beantwoording

Conclusie

afwegingen die landelijk vanuit de optiek zijn gemaakt voor koelsystemen voor bepaalde sectoren en de rapportage daarover, waarin dan de stand der techniek hiervoor is beschreven. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt hier naar verwezen, zoals dat voor de ICT-sector, en specifiek datacenters, door de rijksoverheid een aantal jaren geleden brochures zijn gemaakt waarin is aangegeven welke efficiënte koelsystemen bij voorkeur moeten worden toegepast. Deze systemen zijn ook in de afgelopen jaren toegepast in datacenters op Agriport. Wij blijven hierover graag met HHNK, en andere partners zoals PWN, in gesprek en zien (overwegende onze eerdere reactie in kader van het vooroverleg en bovenstaande) momenteel geen aanleiding een middel zoals een voorwaardelijke verplichting in de planregels hiervoor aan te vullen. g.

Overig.

Zoals hierboven al aangegeven bevestigt de gemeente hierbij de wens om voor de

HHNK sluit af met de hoop uit te spreken dat gemeente ook de

samenwerking met HHNK de positieve lijn vast te houden. Wij hopen dat de

positieve lijn in de samenwerking wil voortzetten naar de

beantwoording van de zienswijze daaraan bijdraagt. In zoverre nodig geacht is voor

toekomst en geeft aan de zienswijze te willen toelichten indien

de afstemming van de beantwoording ook contact opgenomen met HHNK.

gemeente dat wenst. HHNK wil graag op de hoogte gehouden

In deze antwoordnota is aangegeven op welke wijze de zienswijze is behandeld en

worden van de verdere behandeling van de zienswijze, de

wijzigingen van het plan zijn vermeld in de nota. De procedure voor het plan is

eventuele wijzigingen binnen het plan en de verdere procedure.

beschreven in hoofdstuk 8 van de bestemmingsplan toelichting. Zoals gebruikelijk

Geen aanpassing.

zal het definitieve plan na vaststelling, samen met deze nota en de besluitvorming inzake het plan, formeel worden bekend gemaakt waarna er een mogelijkheid zal zijn een beroep in te dienen. Wij zullen HHNK op de gebruikelijke wijze op de hoogte houden over deze verdere behandeling van het plan.

71

17. Provincie Noord-Holland

a.

Reactie

Beantwoording

Conclusie

De zienswijze van provincie Noord-Holland (hierna provincie) bestaat uit een brief met twee bijlagen.

In deze Nota zienswijzen worden de punten beantwoord genoemd in de brief van provincie en de bijlage die refereert naar opmerkingen van provincie in kader van het vooroverleg.

Aanpassing toelichting; aanvulling verkeerskundige onderbouwing in bijlage 10 van de toelichting.

In de brief wordt allereerst ingegaan op de reactie van gemeente op de opmerkingen van provincie in kader van het vooroverleg. De Provincie beschrijft dat een aantal opmerkingen gemaakt in het vooroverleg niet of niet voldoende was verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Deze punten worden ook benoemd in een bijlage bij de brief. Daarna vervolgt de brief met een aantal zienswijzepunten op het ontwerpbestemmingsplan. Ter toelichting van opmerkingen inzake het aspect verkeer is bij de brief ook een memo van Royal Haskoning DHV (hierna RHDHV) opgenomen. In deze memo wordt ingegaan op de verkeerskundige onderbouwing van het bestemmingsplan (bijlage 10 van de bestemmingsplantoelichting). b.

Vooroverleg punten Provincie benoemt in de brief en een bijlage van de brief meerdere punten m.b.t. het thema mobiliteit/verkeer

c.

Aanvullend vraagt de Provincie meer aandacht voor het benutten van duurzaamheidskansen. Provincie verwijst ook

Bij het (ontwerp)bestemmingsplan is een verslag opgenomen over het vooroverleg. De opmerkingen van provincie gemaakt in het vooroverleg, zijn in dit verslag beantwoord. In zoverre deze beantwoording naar mening van provincie niet volledig of juist was, is dat aangevuld in deze Nota zienswijzen. Voor de beantwoording van de kanttekeningen bij de verkeerskundige onderbouwing van het bestemmingsplan, de memo van RHDHV, is een notitie opgesteld. Deze notitie is opgesteld door Sweco Nederland BV die de verkeerskundige onderbouwing heeft opgesteld, zoals deze is opgenomen in bijlage 10 van de bestemmingsplantoelichting. Deze notitie, en de kanttekeningen, zal bij het definitieve bestemmingsplan worden opgenomen in bijlage 10 ter aanvulling en verduidelijking van de verkeerskundige onderbouwing van het bestemmingsplan.

De beantwoording van de verkeerskundige opmerkingen, inclusief de memo van RHDHV, hebben we bij het definitieve bestemmingsplan opgenomen in bijlage 10 samen met de verkeerskundige onderbouwing van het bestemmingsplan.

Aanpassing toelichting; aanvulling verkeerskundige onderbouwing in bijlage 10 van de toelichting.

De beantwoording in kader van het vooroverleg, naar aanleiding van deze opmerking van provincie, kan inmiddels aangevuld worden door te verwijzen naar

Geen aanpassing

72

17. Provincie Noord-Holland Reactie

Beantwoording

naar duurzaamheidsambities van de gemeente genoemd in de Omgevingsvisie Hollands Kroon en stelt dat onduidelijk is hoe de gemeente het benutten van potentiële duurzaamheid koppelingen wil borgen.

onderzoek dat recent is uitgevoerd voor de restwarmte koppeling (zie www.hollandskroon.nl of https://www.berenschot.nl/actueel/2020/november/onderzoek-hergebruik/). Zoals deze rapportage goed aangeeft (net zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie) is het belangrijk restwarmtebron en gebruiker nabij elkaar te hebben en een match te hebben tussen het aanbod, de capaciteit van de restwarmtebron en behoefte van potentiële gebruikers. Deze belangrijke voorwaarden worden op Agriport A7 vervuld. Wij hebben ook vertrouwen dat in de komende jaren de nog ontbrekende voorwaarde, de economische haalbaarheid, zal veranderen zodat deze potentiële verduurzaming ook benut zal worden. Net zoals in de Randstad momenteel wordt toegepast, zullen ook nieuwe datacenters, in de ontwerpfase een haalbaarheidsstudie kunnen uitvoeren en voor start van de bouw met een duurzaamheidskoppeling rekening houden. Dit sluit aan op het beleid in de Randstad voor datacenters en we menen hiermee voldoende invulling te geven aan dit duurzaamheidsaspect. Verder wordt het vanaf 2022 zeer waarschijnlijk wettelijk mogelijk om het plaatsen van zonnepanelen op gebouwen verplicht te stellen. Wij zullen ons beraden of wij van deze mogelijkheid gebruik willen maken en zo ja, voor welke locaties en gebouwen dit gaat gelden.

De Provincie noemt in de brief aanvullend ook koppelingen op het gebied van water en kansen en bedreigingen inzake waterbeschikbaarheid, waterkwaliteit en waterveiligheid.

Conclusie

Voor wat betreft de koppeling op het gebied van water; de door provincie genoemde aspecten komen aan de orde in bijlage 9 van de bestemmingsplantoelichting en de waterparagraaf in de plantoelichting. Voor het aspect waterveiligheid is aanvullend een beschrijving opgenomen (zie bijlage 1 van de bestemmingsplantoelichting). Ter toelichting melden we dat de twee bestaande datacenters op Agriport A7 rekening hebben gehouden met het gescheiden opvangen en opslaan van schoon hemelwater voor hergebruik. Dit wordt inmiddels ook concreet uitgewerkt voor een bestaand datacenter. Voor nieuwe datacenters wordt deze 73

17. Provincie Noord-Holland Reactie

Beantwoording

Conclusie

duurzaamheidskoppeling ook voorbereid, waarbij nadrukkelijk gekeken wordt naar synergie opties met o.a. de glastuinbouw en/of landbouw. De watervoorziening heeft al de aandacht van de bestaande bedrijven op de werklocatie en we hebben vertrouwen dat een nieuw datacenter, waarvoor dit bestemmingsplan is opgesteld, hiervoor weer een extra impuls zal zijn. Voor de goede orde vermelden wij dat (sommige) duurzaamheidseisen niet (voldoende) ruimtelijk relevant zijn en dus alleen op basis van een goede dialoog en aanvullende afspraken gerealiseerd kunnen worden. Met de bedrijven gaan wij hierover deze dialoog aan. Het toepassen van bovenwettelijke maatregelen gebeurd dan op basis van vrijwilligheid. Tot slot een opmerking van formele aard. In de Wet ruimtelijke ordening speelt het criterium ‘een goede ruimtelijke ordening’ een centrale rol. In het bestemmingsplan kunnen alleen regels worden opgenomen die daaraan bijdragen. Voor de uitleg van dit begrip is in de rechtspraak het criterium ‘ruimtelijk relevant’ ontwikkeld. Alleen regels die ruimtelijk relevant zijn, kunnen in het bestemmingsplan opgenomen worden. Het is daarom niet mogelijk om eisen mbt het gebruik van energie, restwarmte of duurzaamheid in het bestemmingsplan op te nemen. Dit omdat dit ruimtelijk niet relevant is. d.

De Provincie geeft aan dat de relatie met verkeer ook een raakpunt heeft met de Westfriesche omringdijk. De omringdijk is een provinciaal monument.

We hebben kennis genomen van de reactie en zijn ermee bekend dat deze status van de omringdijk is betrokken voor ontwerpen voor aanpassingen van de situatie voor de kruising Coppershorn-N239-Koggenandweg-Agriport.

Geen aanpassing

e.

Door provincie wordt verzocht om de beantwoording in kader van het vooroverleg over ‘bedrijfsrelaties’ te verduidelijken.

Voor zover het de bedrijfsrelaties betreft over de koppeling van restwarmte, verwijzen we naar onze beantwoording hierboven van punt (17) c.

Geen aanpassing

Voor wat betreft het verzoek de ijzeren voorraadbehoefte van datacenters nader te specificeren verwijzen wij naar de informatie die bij provincie Noord-Holland 74

17. Provincie Noord-Holland Reactie

Beantwoording

Provincie noemt de restwarmte koppeling, de ijzeren voorraad voor datacenters, de leveringszekerheid voor elektriciteit.

bekend is in kader van het ‘Gebiedsplan Wieringermeer’ in kader waarvan gezamenlijk een zoekgebied was bepaald en beoordeeld voor (in eerste instantie 2500 ha) uitbreiding van bedrijfsactiviteiten waarvoor deze werklocatie is aangewezen. Tevens verwijzen we naar onze beantwoording van vragen inzake bestaande initiatieven in kader van het ‘Gebiedsplan Wieringermeer’ en de recente memo opgesteld voor onze raad. Beide laatstgenoemde documenten zijn te vinden op de website van de gemeente www.hollandskroon.nl.

Voor wat betreft de leveringszekerheid geeft Provincie aan dat er momenteel op de betreffende locatie geen leveringszekerheid zou zijn voor elektriciteit. En dat die in 2024 er wel zou zijn na een netverzwaring, maar dat provincie dan zich afvraagt of voldoende capaciteit beschikbaar is voor een datacenter in het plangebied.

f.

Provincie meent dat Tennet/Liander de vraag zou moeten beantwoorden of een datacenter kan worden aangesloten op het nieuwe transformatorstation ‘Middenmeer’. Provincie meldt dat aan netuitbreiding in de wijdere regio wordt gewerkt zoals de netversterking tussen Beverwijk en

Conclusie

Met betrekking tot de leveringszekerheid voor elektriciteit; De Provincie refereert naar de tijdelijke situatie op één van de twee hoogspanning transformatorstations op de werklocatie. Er zijn dus twee stations op de werklocatie. Op beide stations kunnen datacenters worden aangesloten. Op het station aan de Medemblikkersluisweg zijn al enige jaren twee datacenters aangesloten. Op het nieuwe station aan de Tussenweg, waar momenteel een beperking is ingesteld (tot de tweede aansluiting van Anna Paulowna in 2021 gereed is) zullen binnenkort ook datacenters kunnen worden aangesloten. Zoals beschreven in het bestemmingsplan en het verslag van het vooroverleg kunnen datacenters op meerdere manieren worden ontsloten, zijn al voorziene werkzaamheden door de netbeheerders bekend gemaakt (en daarmee planbaar) en hebben we geen aanleiding om te verwachten dat datacenters in het plangebied binnen de plantermijn niet van een passende aansluiting op het elektriciteitsnet kunnen worden voorzien. In bijlage 17 van de bestemmingsplan toelichting is het verslag opgenomen van het vooroverleg. De netbeheerders zijn voor dit plan betrokken in het vooroverleg.

Geen aanpassing

Zover ons bekend is rekening gehouden bij de opzet van de elektriciteitsinfrastructuur met aansluitingen van derden, zoals gebruikelijk voor vrijwel elk hoogspanningstransformatorstation in Nederland. Dit is ook beschreven 75

17. Provincie Noord-Holland Reactie

Beantwoording

Oterleek en vermeldt aspecten uit provinciale inpassingsplan dat hiervoor is voorbereid.

in de ontwerp documenten en vergunningen van de transformatorstations op de werklocatie Agriport A7.

Conclusie

Wij hebben voor het overige kennis genomen van de melding van provincie inzake een voorgenomen netversterking. Wij hebben vertrouwen in de aanpak van de netbeheerders en provincie en menen dat de nu voorgenomen werkzaamheden passen bij de vraag in de regio in de komende jaren, inclusief de vraag van datacenters op/nabij dit plangebied. Wij hebben vertrouwen dat de betrokkenen goed toezien om te voldoen aan alle bestaande en toekomstige behoeftes en hiermee voldoende bekend zijn. Anderszins is ook bij de bedrijven op de werklocatie voldoende bekend welke tijdelijke beperkingen de netbeheerders kunnen moeten instellen, gegeven de planning van alle werkzaamheden en behoeftes. Omdat dit bekend is, kan daarmee rekening worden gehouden. De voorbereiding en bouw van een datacenter duurt eveneens meerdere jaren. Zoals hiervoor al aangegeven, hebben we geen aanleiding om te verwachten dat datacenters in het plangebied binnen de plantermijn niet van een passende aansluiting op het elektriciteitsnet kunnen worden voorzien. g.

In het vooroverleg is door provincie gevraagd het advies van de ARO te verwerken in het ontwerp bestemmingsplan. Provincie constateert dat er weinig aanpassingen als gevolg van het advies van de ARO in het ontwerp bestemmingsplan zijn doorgevoerd. Provincie stelt dat ‘tussenzones’ rondom het bouwvolume een brede ongedefinieerde zone blijft die verder uitgewerkt zouden moeten worden (vanaf de cultuurweg lijkt dit vooral verhard

Na het advies van de ARO is het concept ontwerp bestemmingsplan en de daarbij behorende versie van het Beeldkwaliteitsplan (hierna BKP) aangepast. Voor de zone langs de snelweg zijn extra voorwaarden opgenomen in het bestemmingsplan (o.a. in de extra bijlage 2 van de planregels), evenals voor de noord- en zuidzijde van het plan. Bouwafstanden voor de bebouwing in de zone langs de Cultuurweg waren al opgenomen in de bouwregels van het plan (en zijn daarom niet extra opgenomen in bijlage 2 bij de regels). De maatvoering van de doorsnede die is opgenomen in bijlage 2 van de regels voor de noordzijde van het

Aanpassing van bijlage 2 van de regels van het bestemmingsplan om de inrichting van de randen van het plangebied te verduidelijken.

76

17. Provincie Noord-Holland Reactie

Beantwoording

oppervlak). Doorsnedes zouden onduidelijk zijn omdat maatvoering ontbreekt.

plangebied was in de regels al beschreven. Naar aanleiding van o.a. deze reactie hebben wij evenwel gemeend de betreffende regels nog te verduidelijken.

Provincie geeft aan dat in bijlage 2 van de regels alle zijden van het plangebied worden benoemd behalve de Cultuurweg.

In zoverre provincie zorgen uit over ‘tussenzones’ volgen wij dit niet. We wijzen op de aanscherpingen en aanvullingen van de regels en het BKP. In zoverre in het ARO advies wordt gesproken over een ‘masterplan’ hebben wij provincie geïnformeerd dat we het proces zijn gestart voor actualisatie van onze omgevingsvisie en dat dit daarin betrokken zal worden. Los hiervan zullen wij vooruitlopend op de actualisatie van onze omgevingsvisie de landschappelijke visie voor het Agriport gebied die in verschillende documenten uiteen is gezet (voor de bestaande situaties en deelgebied B1) in één document bundelen, zodat duidelijk is wat de totaal visie is. Daarbij zullen wij ook beoordelen of en zo ja op welke punten het ruimtelijk beeld niet in overeenstemming is met de visie. Met de bedrijven die afwijken van het ruimtelijk streefbeeld zullen wij het gesprek aan gaan met als doel het werkelijke beeld meer in overeenstemming met het streef beeld te brengen. Dit document is een bouwsteen van de actualisatie van de omgevingsvisie. Dit proces staat in onze ogen los van dit bestemmingsplan.

Conclusie

We menen dat hiermee volledig is tegemoet gekomen aan het advies van de ARO en verwijzen voor het overige tevens naar onze beantwoording in hoofdstuk 3 van deze Nota zienswijzen betreffende het aspect ‘landschappelijke inpassing’. h.

Provincie herhaalt, in kader van het thema landbouw, dat er synergie kan zijn tussen glastuinbouw en datacenters maar dit onvoldoende motivatie is om datacenters dan op een glastuinbouwlocatie te willen hebben. Provincie meent dat ook gekeken moet worden of vraag naar warmte dat aansluit op de restwarmte aanbod. Provincie geeft aan dat meegedaan wordt

Voor de duidelijkheid geven we aan dat dit geen bestemmingsplan betreft op een door provincie aangewezen glastuinbouw concentratiegebied.

Geen aanpassing

We nemen kennis van het gegeven dat provincie een onderzoek gaat doen naar restwarmte en de agrarische sector en zien de rapportage tezijnertijd met

77

17. Provincie Noord-Holland Reactie

Beantwoording

met een onderzoek over de toepassing van restwarmte in de agrarische sector.

belangstelling tegemoet. Voor de beantwoording van dit punt verwijzen we voor het overige naar de beantwoording hierboven onder (17) punt c.

Conclusie

Tot slot een opmerking van formele aard. In de Wet ruimtelijke ordening speelt het criterium ‘een goede ruimtelijke ordening’ een centrale rol. In het bestemmingsplan kunnen alleen regels worden opgenomen die daaraan bijdragen. Voor de uitleg van dit begrip is in de rechtspraak het criterium ‘ruimtelijk relevant’ ontwikkeld. Alleen regels die ruimtelijk relevant zijn, kunnen in het bestemmingsplan opgenomen worden. Het is daarom niet mogelijk om eisen mbt het gebruik van energie, restwarmte of duurzaamheid in het bestemmingsplan op te nemen. Dit omdat dit ruimtelijk niet relevant is. i

Provincie geeft aan dat de zienswijze is ingediend gegeven de provinciale belangen zoals die zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie NH2050 en verankerd in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (hierna: PRV).

We nemen kennis van deze reactie. Wij hebben de genoemde provinciale belangen beschreven en beoordeeld in het bestemmingsplan. Voor de wijze waarop wordt voldaan aan de bepalingen van de PRV, hebben we een notitie gemaakt en opgenomen als bijlage 1 van de bestemmingsplan toelichting. We hebben deze notitie geactualiseerd gegeven dat inmiddels de ‘Omgevingsverordening NoordHolland 2050’ in werking is getreden. We hebben dit plan getoetst aan de PRV en tevens beschreven hoe het plan zich verhoudt tot de Omgevingsverordening. Voor een toelichting hierop verwijzen we naar bijlage 1 van de bestemmingsplan toelichting.

Actualisatie bijlage 1 plantoelichting .

j.

Provincie vermeldt dat het bestemmingsplan ‘Uitbreiding Agriport A7, deelgebied 1B’ de vestiging van bedrijven mogelijk maakt aan de westzijde van de A7; Venster West’.

Voor de volledigheid, en om misverstanden te voorkomen, vermelden we dat op het volledige bestaande bedrijventerrein ‘Venster West’ de vestiging van datacenters op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Agriport 1’ al is toegestaan (en dit is in de toelichting van het bestemmingsplan ook beschreven). Naast datacenters zijn op het Venster West ook andere vormen van bedrijvigheid

Geen aanpassing

78

17. Provincie Noord-Holland Reactie

Beantwoording

Conclusie

toegestaan. In het gebied buiten het bestaande bedrijventerrein worden met onderhavig bestemmingsplan alleen datacenters mogelijk gemaakt. k.

Provincie geeft aan dat datacenters een bovenregionale functie hebben en daarom zo uniek dat de regionale afstemming afwijkt van reguliere bedrijventerreinen.

Voor wat betreft het bestaande bedrijventerrein Venster West, zie onze beantwoording hierboven onder (17) j.

Geen aanpassing

Zoals in het bestemmingsplan beschreven is o.a. in de Nationale Omgevingsvisie de werklocatie aangewezen voor grotere datacenters en wijkt voor deze functies de regionale afstemming inderdaad af en dit is beschreven in de plantoelichting. Provincie constateert evenwel onduidelijkheden in de ruimtelijk indeling en benoemt het oppervlak van het plangebied (60 of 70 ha?) en een bouwhoogte van 20 meter die niet zou zijn onderbouwd in het bestemmingsplan alsmede het oppervlak van het bestaande bedrijventerrein Venster West dat buiten het plangebied valt.

Voor wat betreft een bouwhoogte van maximaal 20 meter voor een deel van het plangebied verwijzen we voor de onderbouwing o.a. naar het Beeldkwaliteitsplan, bijlage 2 van de bestemmingsplantoelichting. Ter toelichting bevestigen we dat op het bestaande bedrijventerrein Venster West circa 10 ha ruimte is voor een datacenter en dat de uitbreidingsruimte voor deze functies in deelgebied B1 circa 50 ha is (totaal dus 60 ha). Tenslotte ter toelichting, de 70 ha genoemd in de toelichting van het bestemmingsplan (op pagina 20, paragraaf 3.2) heeft betrekking op een bestaande datacenterlocatie aan de Tussenweg binnen de uitbreidingslocatie ‘Agriport 2’.

l.

De Provincie geeft aan dat op vier punten de reactie van de provincie in kader van het vooroverleg onvoldoende is verwerkt. Mede door onduidelijkheden hierover in de bestemmingsplantoelichting.

De betreffende punten zijn in de reactie van provincie nogmaals op het ontwerp bestemmingsplan benoemd en aldus beantwoording in deze Nota zienswijzen.

Geen aanpassing

m.

Provincie geeft naast bovengenoemde punten inzake het vooroverleg een zienswijze op het ontwerp bestemmingsplan bestaande uit vijf punten. Punt 1 betreft dat geen gehoor zou

Wij verwijzen hiervoor naar de beantwoording hiervan opgenomen in hoofdstuk 3 onder ‘landschappelijke inpassing’ en hierboven onder (17) g. Wij vermelden aanvullend dat ontwikkelprincipes die vanuit een bredere toetsing zijn bepaald en

Geen aanpassing

79

17. Provincie Noord-Holland

n.

Reactie

Beantwoording

zijn gegeven aan het advies van de ARO om, voordat dit ruimtelijke plan wordt vastgesteld, een Masterplan op te stellen. Provincie verzoekt om conform artikel 15 PRV het advies alsnog bij het plan te betrekken waarbij provincie de advies punten van de ARO noemt.

gepresenteerde in het proces voor het ‘Gebiedsplan Wieringermeer’ (zoals concreet de afstand van bebouwing in de zone ten westen van de snelweg) zijn betrokken voor opstellen van het Beeldkwaliteitsplan voor dit bestemmingsplan. Wij hebben ook op deze wijze rekening gehouden met de gedachten over een robuust landschappelijk raamwerk voor dit plan, mede gegeven dat met deze ruimtelijke uitgangspunten de provincie eerder heeft ingestemd.

Punt 2 van de zienswijze betreffen de overwegingen ten aanzien van duurzaamheid en energie. Deze zouden niet in overeenstemming zijn met artikel 33 PRV. Overeenkomstig artikel 33 PRV dient u in het bestemmingsplan te beschrijven op welke wijze concreet invulling wordt gegeven aan energiebesparing, inzet van duurzame energie en duurzaam bouwen en welke maatregelen men treft. Het vooruitschuiven naar de vergunningprocedures vindt de provincie niet concreet genoeg. Als voorbeeld verwijst provincie naar het paraplubestemmingsplan “datacenters” de dato 6 februari 2020 van de gemeente Haarlemmermeer waarin duurzaamheideisen zijn opgenomen met duidelijke regels voor het energiegebruik, hergebruik van energie.

We merken op dat artikel 33 PRV is vervallen bij vaststelling van de Omgevingsverordening Noord-Holland, maar voor dit plan (gegeven de overgangsregeling) wel beoordeeld is. We verwijzen daarmee in eerste instantie naar de tekst die hiervoor ter toelichting is opgenomen in de notitie in bijlage 1 van de bestemmingsplan toelichting. Aanvullend merken we op dat het binnen de huidige wetgeving niet mogelijk is om dergelijke wensen/eisen af te dwingen. Mocht dit wettelijk kader wel ontstaan (zoals bij zonnepanelen op daken vanaf 2022), dan zullen wij ons beraden of wij van deze mogelijkheid gebruik willen maken en zo ja, voor welke gebouwen en locaties dit geldt. Vooralsnog is deze juridische mogelijkheid er niet. Het concreet laten zien welke duurzaamheidsmaatregelen er worden genomen is bij uitstek iets wat in de uitvoeringsfase gebeurd. Dat heeft niets met doorschuiven te maken, maar met het wettelijk toetsingskader. Daarbij zal informatie die nu in het bestemmingsplan wordt opgenomen waarschijnlijk weer achterhaald zijn op het moment dat aan de omgevingsvergunningsfase wordt toegekomen. Ontwikkelingen op duurzaamheidsgebied gaan namelijk snel.

Conclusie

Geen aanpassing

Voor het overige hebben we kennis genomen van het door provincie genoemde paraplubestemmingsplan. Dit plan is inmiddels (in oktober 2020) vastgesteld door de raad van gemeente Haarlemmermeer. Het is ons bekend dat in en om Amsterdam men besluiten heeft genomen om de stormachtige groei van datacenters te beheersen. Op alle bedrijventerreinen in de betreffende gemeenten 80

17. Provincie Noord-Holland Reactie

Beantwoording

Conclusie

was veel interesse en was tegelijk de vestiging van datacenters zonder enige beperking (met betrekking tot oppervlak of capaciteit e.d.) bij recht toegestaan en moest om die reden worden beperkt. Deze situatie is in de Wieringermeer anders. Hier is momenteel geen ruimte meer voor uitbreiding van nieuwe datacenters, terwijl de werklocatie daar wel voor is aangewezen en er ook concrete interesse is. Er wordt daarom vraag gestuurd een bestemmingsplan in procedure gebracht om in de vereiste uitbreidingsruimte te voorzien. Er is in de Wieringermeer dan wel gemeente Hollands Kroon (of onze regio) dan ook geen aanleiding dit nader te regelen in een (paraplu)bestemmingsplan. En de grote datacenters op Agriport worden sowieso in samenwerking met de netbeheerders op het hoogspanningsnetwerk aangesloten en zorgen dus niet (zoals in Amsterdam e.o.) voor belasting van het middenspanningsnetwerk. Er is dus ook geen reden dit nader te reguleren zoals gedaan in het paraplubestemmingsplan dat als voorbeeld door de Provincie wordt genoemd. Voor het overige noemt provincie een aantal aspecten; duurzaamheidseisen en hergebruik van energie. Zover ons bekend zijn deze eisen niet opgenomen in de regels van het ‘parapluplan datacenters’ van gemeente Haarlemmermeer. Waarschijnlijk omdat die eisen juridisch niet afdwingbaar zijn.

Wij zien hierin dan ook geen aanleiding dit nader te beoordelen voor dit bestemmingsplan. In het als voorbeeld genoemde paraplu bestemmingsplan heeft men aanleiding gezien om voor de landschappelijk inpassing één extra bepaling op te nemen. Die extra bepaling richt zich op het onderhoud van onverhard terrein waar datacenters zich kunnen vestigen (om goed tijdelijk beheer van dit terrein te borgen). Tijdelijk beheer van de onverharde terreinen wordt op de werklocatie Agriport A7 al jaren gezamenlijk uitgevoerd en gecombineerd met beheer van de openbare ruimte (zoals de wegbermen). Door gemeente heeft hierover met de bedrijven afgesproken dat een hogere kwaliteitstandaard wordt toegepast dan gemeente 81

17. Provincie Noord-Holland Reactie

Beantwoording

Conclusie

regulier zelf toepast (en de meerkosten daarvoor worden gedragen door de bedrijven). Dit is per overeenkomst afgesproken. Wij hebben hierover ook geen klachten ontvangen. We zien dan ook geen aanleiding of noodzaak dit in bestemmingsplanregels te moeten reguleren. Tot slot een opmerking van formele aard. In de Wet ruimtelijke ordening speelt het criterium ‘een goede ruimtelijke ordening’ een centrale rol. In het bestemmingsplan kunnen alleen regels worden opgenomen die daaraan bijdragen. Voor de uitleg van dit begrip is in de rechtspraak het criterium ‘ruimtelijk relevant’ ontwikkeld. Alleen regels die ruimtelijk relevant zijn, kunnen in het bestemmingsplan opgenomen worden. Het is daarom niet mogelijk om eisen mbt het gebruik van energie, restwarmte of duurzaamheid in het bestemmingsplan op te nemen. Dit omdat dit ruimtelijk niet relevant is. o.

Het derde punt betreft het onderdeel verkeer. Provincie stelt dat er sprake is van verkeerd gehanteerde uitgangspunten en verkeerscijfers waardoor de conclusies (van de onderbouwing cs) niet correct zijn. Voorliggend plan voorziet tevens niet in een reconstructie van het kruispunt van Agriport met de N239 waardoor de huidige situatie als uitgangspunt dient te gelden, aldus provincie. In bijgevoegde de zienswijze opgenomen memo van RHDHV, zijn de inhoudelijke opmerkingen van provincie verwerkt. Deze memo maakt integraal onderdeel uit van de zienswijze van de provincie.

Zoals hierboven al aangegeven, onder punt (17) a van deze zienswijze, is onze reactie op deze punten en de memo van RHDHV integraal opgenomen in de bijlagen van de plantoelichting. Wij zijn daarbij ook ingegaan op de verkeersaspecten die provincie benadrukt in haar zienswijze. In zoverre naar aanleiding van de reactie van provincie een verduidelijking van de verkeerskundige onderbouwing vereist was is deze opgesteld en kan worden opgenomen in bijlage 10 van de plantoelichting.

Aanpassing toelichting; verwerken reactie verkeerskundige onderbouwing in bijlage 10 van de toelichting.

Provincie vraagt de verkeerskundige gevolgen van voorliggend bestemmingsplan in relatie tot de huidige actuele situatie in beeld te brengen. En tevens de effecten van de toename van de verkeersbewegingen voor het doelmatig gebruik, waaronder 82

17. Provincie Noord-Holland Reactie

Beantwoording

Conclusie

De Provincie geeft aan dat het plan moet voldoen aan de algemene eis ex artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro): een goede ruimtelijke ordening. Provincie is van mening dat hiervan geen sprake omdat:

Gemeente heeft naar aanleiding van de reactie de verkeerskundige onderbouwing van het plan laten beoordelen en waar nodig geacht bijlage 10 (verkeer) van de plantoelichting aangevuld. Hierin wordt ook ingegaan op door de provincie genoemde aspecten.

Geen aanpassing

a.

In zoverre provincie meent dat er niet of nauwelijks in beeld wordt gebracht wat de ruimtelijke en andere consequenties zijn noemt provincie drie aspecten in relatie tot de bouw van datacenters:

verkeersveiligheid en doorstroming, op het aanpalend (Provinciaal en Rijks-)wegennet correct inzichtelijk te maken en te verwerken in het plan. p.

b.

De toekomstige ontsluiting van de N239 als uitgangspunt is genomen. Ruimtelijke en andere consequenties niet of nauwelijks in beeld zijn (gebracht).

Het voorliggende plan geeft ook onvoldoende rekenschap van de impact van de bouw van datacenter(s) aldus provincie. Provincie noemt dan de gevolgen voor (I) de huisvesting van buitenlandse werknemers, (II) de watervoorziening en (III) de energievoorziening. Provincie is van mening dat vóór een gebied in gebruik kan worden genomen de infrastructuur moet zijn aangelegd.

I. Huisvesting tijdelijke werknemers. Hiervoor verwijzen we naar onze beantwoording van de aspecten werkgelegenheid en huisvesting in hoofdstuk 3 van deze zienswijzennota. II. Watervoorziening. Hiervoor verwijzen we naar onze beantwoording van dit aspect voor de zienswijze van HHNK (16) punt f en onze beantwoording inzake de zorg voor een beregeningsverbod voor de landbouw in (13) punt l en tevens hoofdstuk 3 van de zienswijzennota. III. Energievoorziening. Hiervoor verwijzen we naar onze beantwoording van dit aspect in hoofdstuk 3 van deze zienswijzennota. Voor de volledigheid geven we aan dat gemeente over zaken zoals de aanleg van noodzakelijk infrastructuur afspraken maakt met ontwikkelaars en hiervoor anterieure (ontwikkel of exploitatie) overeenkomsten worden afgesloten conform de Wet ruimtelijk ordening. Middels deze overeenkomsten wordt geborgd dat noodzakelijk of gewenste voorzieningen en infrastructuur voor het plan tijdig wordt 83

17. Provincie Noord-Holland Reactie

Beantwoording

Conclusie

aangelegd. Ook voor dit plan is dit gedaan en door gemeente op de gebruikelijke wijze bekendgemaakt. En om hinder voor de omgeving te beperken tijdens een bouw, en zorg te dragen voor een goede afwikkeling van het bouwverkeer, wordt door de gemeente een BLVC-plan verlangd. Wij zijn voor het overige van mening dat de goede samenwerking met de regionale en landelijke beheerders van de nutsvoorzieningen ook voor dit plan kan worden gecontinueerd en conform opgave van deze instanties deze voorzieningen zullen worden aangelegd. Om dat deze informatie bekend is, kan een datacenter zijn planning hierop instellen en is daarmee ons inziens de uitvoerbaarheid van het plan voldoende geborgd. En gegeven bovenstaande is ons inziens dan ook op deze punten sprake van een goede ruimtelijke ordening. Tot slot een opmerking van formele aard. In de Wet ruimtelijke ordening speelt het criterium ‘een goede ruimtelijke ordening’ een centrale rol. In het bestemmingsplan kunnen alleen regels worden opgenomen die daaraan bijdragen. Voor de uitleg van dit begrip is in de rechtspraak het criterium ‘ruimtelijk relevant’ ontwikkeld. Alleen regels die ruimtelijk relevant zijn, kunnen in het bestemmingsplan opgenomen worden. Het is daarom niet mogelijk om eisen mbt het gebruik van energie, restwarmte of duurzaamheid in het bestemmingsplan op te nemen. Dit omdat dit ruimtelijk niet relevant is. q.

In het laatste , vijfde, punt van de zienswijze benadrukt provincie dat provincie de economische ontwikkeling van de gemeente Hollands Kroon steunt. Het is aan de gemeente om daarin de afwegingen te maken, zo provincie, ook in relatie tot

Wij danken provincie voor de steun voor de economische ontwikkeling van de gemeente Hollands Kroon. Dit plan is mede daarvoor opgesteld en onze afwegingen hiervoor zijn in de toelichting van het plan beschreven.

Geen aanpassing

84

17. Provincie Noord-Holland Reactie

Beantwoording

de consequenties van het planologisch mogelijk maken van nieuwe economische activiteiten.

In zoverre provincie stelt dat een totaalplan ontbreekt verwijzen wij allereerst naar onze beantwoording in hoofdstuk 3 ‘landschappelijke inpassing’ en onze beantwoord onder (17) punt m.

Provincie stelt verder dat door het ontbreken van een totaalplan voor Agriport en de Wieringermeer er een grote kans is op ongebreidelde groei van economische activiteiten met onverwachte negatieve consequenties. Provincie verwacht dan ook dat voordat tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt overgegaan er eerst een totaalplan Wieringermeer wordt opgesteld, waarin wordt aangegeven wat de kansen en consequenties zijn van de economische activiteiten en welke voorwaarden en grenzen er aan moeten worden gesteld.

Conclusie

Daarnaast, zoals in onze reactie hierboven aangegeven onder (17) punt n, is op Agriport en in de Wieringermeer geen kans op ongebreidelde groei van de economische activiteit ‘datacenters’ (waar dit plan betrekking op heeft). De ongebreidelde groei die in de Randstad kon plaatsvinden (omdat er geen beperking waren gesteld aan de ruimte of capaciteit van datacenters er een bepaalde vraag was en een totaalplan hiervoor ontbrak) is op deze werklocatie (en in de Wieringermeer of Hollands Kroon) niet van toepassing. Door provincie is, in nauwe samenwerking met Hoogheemraadschap Hollands Kroon en gemeente, een gebiedsplan voor de Wieringermeer opgesteld en dit ‘totaalplan’ is gepresenteerd aan de bevolking. Het proces voor dit plan is gestaakt. De kanttekeningen, opmerkingen, informatie uit de bijeenkomsten hebben we wel gebruikt om dit bestemmingsplan verder te volmaken. Ook zullen we de kanttekeningen, opmerkingen en informatie uit bijeenkomsten gebruiken voor de actualisatie van onze Omgevingsvisie Hollands Kroon. Als gemeente zullen we de lopende datacenter initiatieven (die bekend waren ten tijde van het opstellen van het gebiedsplan en ook bij de provincie bekend zijn) in procedure brengen. Aanvullende initiatieven voor grote datacenters moeten wachten tot het proces voor actualisatie van de gemeentelijke omgevingsvisie voldoende is gevorderd.

Tijdens dit proces zullen we nader tegemoet komen aan de geuite wens van de provincie. Zoals hiervoor al aangeven in de beantwoording van de zienswijze van provincie, zullen wij de beschrijving van een robuust landschappelijk raamwerk met passende beelden voor de A7 verder meenemen in de actualisatie van onze Omgevingsvisie. Wij zien in de inbreng van provincie op dit punt echter geen grond om de besluitvorming voor dit bestemmingsplan op te schorten, dan wel het plan 85

17. Provincie Noord-Holland Reactie

Beantwoording

Conclusie

aan te passen. Wij achten het plan op zich zelf ruimtelijk inpasbaar en aanvaardbaar. r.

Provincie vraagt het plan aan te passen omdat het plan in strijd zou zijn met artikel 15 en artikel 33 PRV en er geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening ex artikel 3.1 Wro.6.

Zoals beantwoord in (17) punt i is ons inziens voldaan aan de provinciale belangen die worden geborgd met artikelen 15 en 33 van de PRV. Wij hopen tevens, mede gegeven deze beantwoording van de zienswijze van provincie, dat we voldoende hebben kunnen toelichten waarom er voor dit plan sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Geen aanpassing

s.

Provincie wil graag in gesprek met gemeente over de zienswijze. En geeft aan dat als het vastgestelde bestemmingsplan niet in overeenstemming is met de PRV en een goede ruimtelijke ordening, provincie zich genoodzaakt voelt gebruikt te maken van verdere juridische mogelijkheden. Provincie wil om dit tijdig te kunnen beoordelen de door burgemeester en wethouders vastgestelde nota van antwoord ontvangen alsmede het voorstel omtrent vaststelling van dit plan aan de gemeenteraad.

In de afgelopen bijna 20 jaar hebben wij nauw mogen samenwerken met o.a. de provincie aan de versterking van de economische structuur in onze gemeente. Recent hebben we nauw samengewerkt met de provincie aan het gebiedsplan voor de Wieringermeer en we zijn wederom in gesprek gegaan na ontvangst van de zienswijze. We hebben kennis genomen van de reactie van provincie en het heeft ook de voorkeur van de gemeente verdere juridische stappen (en maatschappelijke kosten) te voorkomen. We hopen dat deze beantwoording en het nadere overleg daaraan bijdraagt en natuurlijk zullen wij provincie nader informeren in het vervolg van de procedure.

Geen aanpassing

18. LTO Noord mede namens LTO Noord afdeling Hollands Kroon en 49 personen

a.

Reactie

Beantwoording

Conclusie

In de zienswijze van LTO tegen het ontwerpbestemmingsplan wordt voorgesteld het plan in te trekken waarvoor een aantal redenen wordt genoemd.

De redenen die LTO inbrengt tegen het ontwerp bestemmingsplan worden hierna punt voor punt vermeld en beantwoord.

Geen aanpassing

86

18. LTO Noord mede namens LTO Noord afdeling Hollands Kroon en 49 personen

b.

Reactie

Beantwoording

Conclusie

(Verzoeken 1.1 en 1.2 Coalitieakkoord)

Het verloop van het proces inzake het ‘Gebiedsplan Wieringermeer’ is uitvoerig ter sprake gekomen tijdens de raadvergaderingen van 1 en 3 december 2020 (mede in relatie tot het Coalitieakkoord of eerdere raadsvragen). Overeenkomstig de hierover opgenomen tekst in de toelichting van het bestemmingsplan, is nogmaals toegelicht dat dit plan aansluit bij het vigerende beleid, de Omgevingsvisie Hollands Kroon. Tevens is toegelicht dat bij de besluitvorming over het genoemde gebiedsplan door gemeente is besloten een aantal bestaande initiatieven door te zetten en deze bestendige lijn wordt doorgezet met de procedure voor dit plan. Wij hopen dat hiermee ook voor LTO deze punten voldoende verduidelijkt zijn. Wij verwijzen voor de volledigheid daarbij ook naar de tekst en videoverslag van bovengenoemde raadsvergaderingen.

Geen aanpassing

Hierboven onder (18) punt b. hebben we hier deels al op geantwoord. Tijdens de raadsvergaderingen is nogmaals toegelicht, zoals ook beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan, dat als het proces over het Gebiedsplan Wieringermeer is gestaakt het vigerende beleidskader van gemeente Hollands Kroon van toepassing is en blijft, de Omgevingsvisie Hollands Kroon. Voor het overige verwijzen we naar de informatie opgenomen in hoofdstuk 3 van deze Nota zienswijzen t.a.v. punt a ‘voorbereiding bestemmingsplan’.

Geen aanpassing

LTO refereert aan beantwoording van politieke vragen van de fractie GroenLinks aan college van Burgemeester en Wethouders, het coalitieakkoord (2018-2022) en het proces over het ‘Gebiedsplan Wieringermeer’ en verzoekt het college en de coalitiepartijen zich te houden aan afspraken en pas ruimte te leveren aan verdere ontwikkeling van datacenters als het ‘Gebiedsplan Wieringermeer’ is vastgesteld.

c.

(Verzoek 1.3 Amendement 25 juni 2019) LTO refereert naar een passage uit een amendement (25 juni 2019) vastgesteld bij de besluitvorming over het ‘Gebiedsplan Wieringermeer’ op basis waarvan LTO meent dat eerst een ‘Gebiedsplan Wieringermeer’ moet vastgesteld voordat een bestemmingsplan voor bestaande initiatieven kan worden vastgesteld.

Wij hopen dat hiermee ook voor LTO deze punten voldoende verduidelijkt zijn. Wij verwijzen voor de volledigheid hiervoor ook naar de tekst en videoverslag van bovengenoemde raadsvergaderingen. d.

(Verzoek 1.4 Lopende initiatieven) LTO wijst op een passage in het verslag van de raadsvergadering van 28 april 2020 op basis waarvan LTO meent dat alleen lopende initiatieven die passen binnen het huidige beleid c.q. vigerende bestemmingsplannen in behandeling moeten worden

Gemeente heeft ruimte geboden dit bestemmingsplan in procedure te brengen omdat het past binnen het huidige beleid (zoals tevens beschreven in de plan toelichting) en tevens in lijn is met hetgeen door gemeente is gecommuniceerd inzake bestaande initiatieven. We verwijzen daarbij ook naar onze beantwoording hierboven onder (17) punten b en c alsmede de algemene beantwoording van dit aspect in hoofdstuk 3 van deze Nota zienswijzen.

Geen aanpassing

87

18. LTO Noord mede namens LTO Noord afdeling Hollands Kroon en 49 personen

e.

Reactie

Beantwoording

genomen (en verzoekt de raad hierop toe te zien). Waarbij dus LTO stelt dat voorliggend initiatief hier niet aan voldoet.

Voor de volledigheid en duidelijkheid vermelden wij hierbij dat het voor zich spreekt dat gemeente eveneens aanvragen in behandeling zal nemen voor nieuwe kassen of bedrijven (inclusief datacenters) op de werklocatie Agriport A7 als die percelen voor deze functies reeds bestemd zijn.

(Verzoek 1.5 Afspraak is afspraak)

Wij verwijzen hiervoor naar onze beantwoording van punten b t/m d hierboven. Deze punten zijn in samenhang behandeld in de raadsvergaderingen van 1 en 3 december. In het kader van ‘afspraak is afspraak’ verwijzen wij er ook naar dat richting initiatiefnemers verwachtingen zijn gewekt op basis van de vigerende omgevingsvisie.

LTO refereert nogmaals naar het beleidskader genoemd in punten b t/m d hierboven en stelt dat als dit in samenhang wordt bezien een andere beoordeling volgt.

Conclusie

Geen aanpassing

Wij hopen dat deze beantwoording tevens verduidelijkt voor LTO, en andere geïnteresseerden, dat sprake is continuïteit in beleid en dat voorliggende bestemmingsplan past binnen het vigerende beleidskader van gemeente. f.

(Verzoek 1.6 Burgerparticipatie) LTO stelt dat het niet logisch is ruimte te bieden aan lopende initiatieven omdat het oppervlak datacenter zou verviervoudigen (van 60 ha naar 230 ha) en eerst een discussie met stakeholders en inwoners zou moeten worden gevoerd over uitbreiding van grootschalige ontwikkelingen. In de aanhef van de zienswijze van LTO wordt tevens gesteld dat het plan in strijd zou zijn met art 3.1.6 eerste lid aanhef en onder e Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro) omdat een toereikende beschrijving ontbreekt van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken.

Allereerst vermelden we dat geen sprake is van een verviervoudiging van de ruimte voor datacenter op de werklocatie Agriport (of anderszins binnen gemeente). Dit plan voorziet in circa 50 ha uitbreidingsruimte voor datacenters. Op het naast gelegen bedrijventerrein is al (ruim)10 ha ruimte beschikbaar voor datacenter. Op dit bedrijventerrein is in eerdere communicatie aangegeven dat nog circa 14-15 ha bruto ruimte beschikbaar zou zijn. Er is recent voor een aaneengesloten opper vlak van 13,8 ha (bruto) vergunning verleend voor bouw van een datacenter). Daarnaast zijn er twee percelen met een bestaand datacenter. Het ene perceel is circa 40 ha groot en de andere is circa 70 ha groot. Het oppervlak dat momenteel benut wordt door al gevestigde datacenters is daarmee tenminste (10+40+70 ha =) 120 ha en dit wordt middels dit plan uitgebreid met 50 ha. Er is daarmee geenszins sprake van een verviervoudiging van de al beschikbare ruimte voor gevestigde bestaande datacenters.

Geen aanpassing

Daarbij geven we aan dat in de toelichting van het bestemmingsplan (zie o.a. hoofdstuk 8) is beschreven op welke wijze gelegenheid is/wordt geboden aan inspraak, een en ander overeenkomstig de wettelijke vereisten. Voordat het 88

18. LTO Noord mede namens LTO Noord afdeling Hollands Kroon en 49 personen Reactie

Beantwoording

Conclusie

ontwerpplan ter inzage is gelegd, is in het vooroverleg gelegenheid geboden aan participatie door stakeholders en direct betrokkenen. Het verslag en de uitkomsten daarvan zijn opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan. Het ontwerpplan is daarna ter inzage gelegd. Er zijn reacties ontvangen en die zijn in deze Nota zienswijzen opgenomen en worden betrokken voor de besluitvorming over het plan. g.

(Verzoek 1.7 en 1.8 Stopzetten gebiedsplan) LTO vraagt om een toelichting te geven, gegeven de afwegingen genoemd bij het staken van het proces voor het Gebiedsplan Wieringermeer en de lopende initieven. LTO vraagt gemeente aan te geven hoe recht kan worden gedaan aan de geluiden uit de bevolking ook voor dit initiatief omdat het gebiedsplan noodgedwongen zou zijn gestopt omdat het niet gedragen werd door de bevolking.

Deze opmerking van LTO is beoordeeld in relatie tot het ontwerp bestemmingsplan ‘Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1’ als een van de lopende initiatieven. Het bestemmingsplan heeft geen betrekking op eventuele andere ‘lopende initiatieven’ waar LTO mogelijk op doelt.

Geen aanpassing

We zien in redelijkheid niet welke overwegingen, door LTO genoemd voor staken van het Gebiedsplan Wieringermeer, een relatie hebben met voorliggende (ontwerp) bestemmingsplan, dan wel als een aspect genoemd door LTO wel van toepassing zou kunnen zijn, wordt voor het plan dit beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan zoals; er is bij het bestemmingsplan een m.e.r. beoordeling doorlopen en het plan sluit aan op de vigerende beleid en dit is beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan. Voor het overige verwijzen we naar de informatie die wij gedeeld hebben over het staken van het proces voor het “gebiedsplan Wieringermeer” (zie www.hollandskroon.nl) en onze beantwoording van (18) punt f.

h.

(Verzoek 1.9 en 1.10 Betrouwbare overheid) LTO bevestigt dat gemeente een vergunningsaanvraag die past binnen een bestemmingslan in behandeling moet nemen. LTO stelt nogmaals dat LTO meent dat voor een besluit over dit bestemmingsplan ook een besluit zou moeten worden genomen over een ‘Gebiedsplan Wieringermeer’

Gemeente neemt inderdaad vergunningsaanvragen in behandeling voor initiatieven (zoals voor datacenters) op locaties (zoals het aangrenzende bedrijventerrein Venster west) waar deze activiteiten als zijn toegestaan.

Geen aanpassing

Voor het overige verwijzen we LTO naar onze beantwoording van de volgordelijkheid en continuïteit van ons beleid inzake bestaande/lopende initiatieven zoals vermeld op onze website. De gemeente heeft in vigerend beleid waarover de bevolking en instanties zijn geconsulteerd, namelijk de 89

18. LTO Noord mede namens LTO Noord afdeling Hollands Kroon en 49 personen Reactie

Beantwoording

Conclusie

Omgevingsvisie Hollands Kroon, uitbreiding van het aangrenzende bedrijventerrein Venster West aangewezen en dit plan voorziet daarin. i.

(Verzoek 1.11 Druk op raadsleden)

We nemen kennis van deze reactie.

LTO verzoekt college van Burgemeester en Wethouders zich te houden aan de wet en geen druk uit te oefenen op raadsleden om een bepaald standpunt in te nemen.

Voor de volledigheid vermelden we dat dit punt geen relatie heeft met voorliggend plan en verwijzen we LTO tevens naar het verslag (en/of de video) van de raadvergadering op o.a. 1 en 3 december 2020 (zie www.hollandskroon.nl).

j.

(Punt 1.12. LER). LTO stelt dat het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening omdat het onevenredig beslag legt op landbouwgronden en benoemt een aantal punten die in het Landbouweffectrapport (LER) betrokken hadden moeten worden.

Voor de beantwoording van dit punt verwijzen we naar hoofdstuk 3 van de Nota zienswijzen onder ‘landbouweffectrapportage’.

Geen aanpassing

k.

(Punt 2 restwarmte, verzoeken 2.1 t/m 2.12). LTO stelt dat het plan duurzame energieopwekking niet waarborgt zoals in het plan (pagina 15) zou worden gesuggereerd en ook niet waarborgt dat restwarmte die vrijkomt voor duurzame opwekking wordt benut. LTO acht het opnemen van voorschriften daartoe mogelijk en noodzakelijk voor een goede ruimtelijke ordening.

Voor de beantwoording van dit punt verwijzen we naar hoofdstuk 3 van de Nota zienswijzen. In aanvulling daarop zijn we van mening dat de tekst op pagina 15 van de bestemmingsplantoelichting geen aanleiding is te stellen dat aanvullende regels vereist zijn om de toepassing van duurzame energie te waarborgen.

Geen aanpassing

l.

(Punt 3 elektriciteitsbehoefte datacenter, verzoeken 3.1 t/m 3.5). LTO stelt dat het plan niet voldoet aan een goede ruimtelijk ordening, omdat het tot onevenredig aantasting is van het elektriciteitsnet leidt en noemt een aantal punten waarop dit wordt gebaseerd.

Voor de beantwoording van dit punt verwijzen we naar hoofdstuk 3 van de Nota zienswijzen en onderstaande aanvullende beantwoording hierna onder (18) punt m en verder .

Geen aanpassing

m .

(Verzoek 3.1 en 3.2)

Datacenters op Agriport A7 worden aangesloten op het hoogspanning elektriciteitsnet. TenneT is de landelijke opererende netbeheerder voor dit net. De projecten die in de afgelopen jaren zijn uitgevoerd en worden uitgevoerd aan het

Geen aanpassing

LTO vraagt of gemeente zich bewust is van de gevolgen voor het elektriciteitsnet door ruimte te bieden voor extra datacenters

Geen aanpassing

90

18. LTO Noord mede namens LTO Noord afdeling Hollands Kroon en 49 personen Reactie

Beantwoording

middels dit bestemmingsplan. Inclusief gevolgen voor andere plaatsen in Noord-Holland waar netverzwaring is gespresenteerd en LTO meent dat deze opgezadeld worden met extra lasten.

hoogspanningsnet zijn/worden gepresenteerd op de website van deze netbeheerder. Deze informatie is voor eenieder te raadplegen. Er wordt ook verwezen naar rapporten of plannen waarin mogelijke gevolgen van voorgenomen werkzaamheden worden beschreven alsmede de mogelijkheden voor inspraak.

Conclusie

De werkzaamheden die in de afgelopen jaren zijn uitgevoerd betroffen vooral netverzwaring voor de duurzame energie opwekking in Noord Holland Noord. De werkzaamheden ingepland voor de komende jaren voor o.a. de afronding hiervan hebben tot doel een goede infrastructuur te realiseren voor de vraag van alle functies in Noord-Holland Noord (en zijn daarmee niet alleen van belang voor bedrijvigheid op de werklocatie Agriport A7). We verwachten dan ook dat de betrokken gemeenten hier aan mee zullen werken gegeven dat burgers en bedrijven in deze gemeenten ook belang hebben bij deze nieuwe infrastructuur. Tenslotte, zover ons bekend worden de lasten voor procedure en werkzaamheden aan elektriciteitsnetten door de netbeheerder(s) gedragen. Deze kosten worden te zijner tijd verhaald door een bijdrage te vragen voor het maken een aansluiting op dit net en de gebruikelijke diensten-tarieven. De zorg van LTO dat een bepaalde gemeente wordt opgezadeld met extra lasten voor deze elektriciteitinfrastructuur, is niet gemotiveerd en ons inziens ongegrond. n.

(Verzoek 3.3 t/m 3.5) LTO verzoekt gemeente aan te geven wat de maatschappelijk kosten zijn van uitbreiding van het elektriciteitsnet die noodzakelijk zijn als gevolg van de extra datacenters die dit plan mogelijk maakt en welke andere gevolgen er zijn en de uitkomst van dit onderzoek te betrekken in de afwegingen rondom het voorliggende bestemmingsplan.

Zoals hiervoor al aangeven in de beantwoording van (18) punt q wordt voordat een initiatief die een afwijkende aansluiting op het elektriciteitsnet vereist (dan een regulier bedrijf) contact opgenomen met de netbeheerder(s). De netbeheerder geeft dan aan of en zo ja hoe een aansluiting kan worden gerealiseerd. De netbeheerders maken langjarige planningen voor noodzakelijke versterkingen en onderhoud van hun netwerken gegeven de vraag. Ze beschrijven dit in rapportages die voor eenieder zijn te raadplegen op hun websites.

Geen aanpassing

Voor de regio Noord-Holland Noord staan de geplande werkzaamheden tot circa 2025 al op de website van TenneT. Inclusief een projectbeschrijving van de mogelijke gevolgen voor aanleg van kabels of aanpassing of nieuwbouw van 91

18. LTO Noord mede namens LTO Noord afdeling Hollands Kroon en 49 personen Reactie

Beantwoording

Conclusie

stations. Voordat deze werkzaamheden door TenneT worden gepubliceerd, richten ze veelal eerst een verzoek naar provincie omdat de projecten meerdere gemeenten beslaan en dan een provinciaal inpassingsplan de geëigende procedure is. Voordat Provincie hier medewerking aan geeft, beoordeelt Provincie eerst zelf een projectaanvraag. Daarna consulteert Provincie de betrokken gemeenten. Pas hierna zal, als de betrokken gemeenten medewerking kunnen verlenen, de netbeheerder het project starten. Zover voor dit plan relevant zijn bovenstaande stappen al doorlopen en is dit daarmee nadere overweging voor het plan. Zover ons bekend zal voor de aansluiting van een datacenter binnen het voorliggende plan de infrastructuur die al is voorzien en gepresenteerd om te worden afgerond rond 2025, volstaan. Dit betreffen reguliere werkzaamheden voor netversterking. Voor deze werkzaamheden worden alle gebruikelijke onderzoeken uitgevoerd indien vereist inclusief een maatschappelijk kosten/baten analyse. We hebben vertrouwen dat provincie samen met de netbeheerder en betrokken gemeenten dit passend kunnen afhandelen. Er zijn ons ook geen bijzondere feiten of omstandigheden bekend die in dit geval een eigen onderzoek zouden rechtvaardigen. We zien gegeven bovenstaande dan ook geen aanleiding hier zelf nog onderzoek na te doen of het plan aan te vullen of aan te passen. o.

(Punt 4 onderzoek toekomst agrarisch sector HK)

Zie onze beantwoording in hoofdstuk 3 onder de term ‘landbouw effect rapport’.

Geen aanpassing

p.

(Punt 5 IPPC installatie, vraag 5.1 en 5.2)

Deze punten van LTO hebben betrekking op een specifieke vergunningsaanvraag. De gelegenheid is geboden een zienswijze in te brengen tegen het ontwerp bestemmingsplan ‘Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1’. In deze procedure is geen sprake van een omgevingsvergunningsaanvraag dan wel de door LTO bedoelde specifieke aanvraag en daarmee is deze opmerking van LTO dus niet relevant voor onderhavig bestemmingsplan.

Geen aanpassing

LTO verwijst naar een zienswijze van LTO tegen een vergunningsaanvraag van een datacenter aan de Westlanderwegweg te Middenmeer. Specifiek stelt LTO of gemeente zich realiseert dat door vergunningverlening de provincie bevoegd gezag is dan wel of gemeente de (o.a.

92

18. LTO Noord mede namens LTO Noord afdeling Hollands Kroon en 49 personen Reactie

Beantwoording

financiële) gevolgen voor gemeente zou hebben (voor mislopen leges).

In zoverre de vraag betrekking heeft op wie er bevoegd gezag is voor de bestemmingsplanprocedure bevestigen wij dat gemeente hiervoor bevoegd gezag is (zoals tevens vermeld in de toelichting van het bestemmingsplan).

Conclusie

Voor het overige vermelden wij dat op alle bedrijventerreinen in Noord-Holland er sprake kan zijn van het overschrijden van een drempelwaarde, waardoor bevoegd gezag voor de vergunningverlening van een inrichting bij nieuwbouw of uitbreiding in plaats van (gebruikelijk) gemeente dan provincie kan zijn (of worden). Dit is echter geen aspect dat wordt geregeld in een bestemmingsplan. Daarnaast hebben gemeenten met provincie afspraken als provincie bevoegd gezag wordt voor een omgevingsvergunning-milieu. In dat geval vraagt de provincie gebruikelijk aan gemeente inhoudelijk een eventuele omgevingsvergunning-bouw te beoordelen en zal provincie gemeente hiervoor de gebruikelijke financiële vergoeding verstrekken. Gegeven deze bestaande afspraken worden, ook in dit geval dus, eventuele kosten die gemeente hiervoor moet maken voldoende gedekt. q.

(6 Stikstof uitstoot, vraag 6.1 t/m 6.3) LTO meldt dat ze een zienswijze hebben ingediend tegen een omgevingsvergunningsaanvraag voor een datacenter aan de Westlanderweg te Middenmeer. In die zienswijze gaan ze in op de afname van het aantal draaiuren van noodstroomaggregaten na het vervallen van de PAS regeling. LTO vraagt of gemeente zicht bewust is dat datacenters stikstof uitstoten en dit wellicht gecompenseerd moet worden via extern salderen. Voor realisatie van datacenters die dit plan mogelijk maakt acht LTO het waarschijnlijk dat men extern moet salderen. En LTO stelt dat extern salderen ten koste gaat van de agrarische sector en vraagt of gemeente zich daar bewust van is. Tenslotte

De voorbereiding van een bestemmingsplan vereist veel tijd. Een aantal onderzoeken knn meerdere jaren voorbereiding vereisen. Daarnaast is het vereist om vroeg in het proces de direct betrokkenen en instanties te betrekken voor de planvorming. De onderzoeken voor dit plan zijn voor een aantal aspecten voor het eerst opgesteld in 2017. Nadat gemeente de nieuwe Omgevingsvisie had vastgesteld in 2016 is gestart met de voorbereidingen. Dat was ook het geval voor het onderzoek in kader van de Wet natuurbescherming, inclusief het onderzoek voor de stikstof emissie/depositie. In 2017 is voor het eerst een toets hiervoor gemaakt op basis van de toen nog geldende PAS wetgeving. Nadat de PAS regeling was vervallen in 2019 is deze toetsing aangepast. De toetsing is gaande de planvorming ook telkenmale aangepast als het voor deze toets te gebruiken berekeningsprogramma (Aerius-Calculator) werd aangepast. Al met al is dus deze toets meermaals geactualiseerd voor onderbouwing van het plan in de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=c8bc4dcd-70c9-426b-8d79-f2a25422fa6c