CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

4 Nota zienswijzen.pdf

Raad 29 juni 2021, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B138.355 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Geen aanpassing anders dan dat voor het definitieve plan de stikstof emissie/depositie toets is geëvalueerd gegeven de laatste wijziging van het berekeningsprogra mma Aerius Calculator.

93

18. LTO Noord mede namens LTO Noord afdeling Hollands Kroon en 49 personen Reactie

Beantwoording

verzoekt LTOgemeente onderzoek uit te voeren naar de omvang van de stikstofuitstoot van datacenters die dit bestemmingsplan mogelijk maakt en vraagt gemeente als standpunt in te nemen dat uitbreiding van datacenters voor dit bestemmingsplan niet ten koste mag gaan van de stikstof gebruiksruimte van de agrarische sector.

verschillende fasen. En inderdaad betekent het vervallen van de PAS regeling dat vrijwel alle sectoren met een stikstofemissie in Nederland hun bedrijfsvoering moesten herevalueren en soms aanpassen, ook datacenters. In de toets die bij het bestemmingsplan is gevoegd is dit beschreven. Er is ook onderbouwd dat zonder externe saldering het plan kan voldoen aan gestelde eisen, namelijk dat er geen sprake zal zijn van een depositietoename in enige stikstof gevoelig Natura 2000 gebied. Dit is het toetsingskader voor de stikstofemissie/depositie in kader van de Wet natuurbescherming. Dit wettelijk kader is opgesteld rekening houden met alle belangen en achten we voldoende ook voor de toetsing voor dit plan.

Conclusie

Indiener vraagt verder onderzoek te doen naar de omvang van de stikstofuitstoot door datacenters ten gevolge van het plan. Wij wijzen indiener erop dat dit onderzoek bij het ontwerp bestemmingsplan was opgenomen, wij hierover advies hadden gevraagd van onze Omgevingsdienst en zien in de reactie van LTO geen aanleiding dit onderzoek te stellen dat dit voor onderhavig plan niet voldoet. Wel hebben wij de stikstofdepositie berekeningen aan de hand van de meest recente versie van Aerius Calculator laten actualiseren. Tenslotte, het is ons bekend dat een deel van de agrarische sector de stikstof gebruiksruimte aanbiedt aan derden voor extern salderen. Dat hoeft niet te betekenen dat dit ten koste van de landbouw gaat. Het kan bijvoorbeeld betekenen dat wordt samengewerkt om noodzakelijke beperking van de emissie van de landbouw eerder of ruimer te realiseren. Of dat wordt bijgedragen aan vereiste transities in de landbouw, zoals deze ook door LTO zijn gepresenteerd. En het is ons bekend dat emissiebeperking ook met andere sectoren kan worden gerealiseerd, zoals op dit moment met de sector vervoer (waar een emissiebeperking is doorgevoerd middels een snelheidsbeperking op de snelwegen). Het is ons ook bekend dat voor dit externe saldering spelregels worden opgesteld door provincie Noord-Holland, waarbij ook rekening wordt gehouden met de 94

18. LTO Noord mede namens LTO Noord afdeling Hollands Kroon en 49 personen Reactie

Beantwoording

Conclusie

belangen van de agrarische sector. De verwachting is dat dit beleid in 2021 gereed zal zijn, waarmee het naar verwachting aanvullend beschikbaar zal zijn in de uitvoeringsfase van dit plan. Wij zien gegeven bovenstaande geen aanleiding dit in het bestemmingsplan nader te regelen, dan wel het plan op dit punt aan te vullen of aan te passen. r.

(Punt 7 Ontbreken MER, vraag 7.1). LTO stelt dat een milieueffectrapport had moet worden opgesteld en daarom het bestemmingsplan moet worden teruggetrokken. LTO motiveert dit door te stellen dat: - het plan moet worden beoordeeld in samenhang met andere projecten (cumulatie van effecten met andere projecten op grond van Wet milieubeheer artikel 7.17 derde lid aanhef en onder b); - omdat de effecten van grote transformatorstations niet bij de m.e.r. beoordeling is betrokken; - omdat het plan voorziet in bedrijven milieucategorie 4.2 en effecten van deze specifieke bedrijven niet beoordeeld zijn; en - de drempelwaarde genoemd in categorie C22.1 in de bijlage van het Besluit mer gegeven de planregels die betrekking hebben op noodstroomaggregaten.

Voor de beoordeling of een milieueffectrapportage (hierna m.e.r.) plicht of m.e.r. beoordelingsplicht van toepassing is, is een ‘aanmeldingsnotitie m.e.r. beoordeling’ opgesteld. Deze notitie is op verzoek van initiatiefnemer door Sweco opgesteld en aan gemeente aangeboden. In de notitie wordt beschreven op welke gronden een m.e.r. (beoordeling) plicht wel/niet van toepassing zou kunnen zijn. In zoverre indiener overwegingen vermeldt als cumulatie met andere projecten of een groot transformatorstation verwijzen wij naar deze aanmeldingsnotitie en het bestemmingsplan waarin wij hebben onderbouwd dat deze aspecten ons inzien geen aanleiding zijn te stellen dat sprake is van een m.e.r. plicht, dan wel dat er een andere aanleiding zou zijn een milieueffectrappprt (hierna MER) te moeten opstellen. De conclusie van de notitie is dat er sprake kan zijn van een m.e.r. beoordelingsplicht en geen directe m.e.r. plicht waarvoor een MER moest worden opgesteld. In de notitie worden daarna alle milieueffecten die samenhangen met het bestemmingsplan (in wezen de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein) benoemd, beschreven en beoordeeld. We wijzen erop dat waar nodig geacht dit in samenhang is beoordeeld met effecten van de werklocatie. Ook na deze beoordeling is geconcludeerd dat er geen aanleiding was een milieueffectrapport op te stellen.

De notitie is (samen met alle bij behorende bijlagen en het bestemmingsplan) voorgelegd voor advies aan onze Omgevingsdienst, waarna door gemeente een besluit is genomen over de notitie en dit conform de daarvoor geldende regels is bekend gemaakt.

In de planregels zijn aanpassingen doorgevoerd om te verduidelijken welke installaties worden toegestaan op de uitbreiding van het bedrijventerrein (in deelgebied B1). Zie hoofdstuk 5 van deze Nota zienswijzen.

95

18. LTO Noord mede namens LTO Noord afdeling Hollands Kroon en 49 personen Reactie

Beantwoording

Conclusie

Voor de volledigheid van bovenstaande toelichting geven we aan dat een groter transformatorstation niet wordt genoemd op de zogenaamde C- en D lijst in de bijlage bij het Besluit mer. Maar dat de effecten van een groter transformatorstation wel zijn beschreven en beoordeeld in bovengenoemde aanmeldingsnotitie. En dat voor het bestaande bedrijventerrein Venster West, als deel van de eerste ontwikkelingsfase van de werklocatie, al een MER is opgesteld (zie ook https://www.commissiemer.nl/adviezen/1505). Deze MER is gebruikt voor onderbouwing het vigerende bestemmingsplan waarmee op dit bedrijventerrein de huidige functies, waaronder energie-installaties voor toegestane functies, al was mogelijk gemaakt. De m.e.r. plicht is daarmee voor het gebruik van dit terrein voor bijvoorbeeld noodstroomaggregaten al uitgewerkt. Dit geldt eveneens voor het uitbreidingsgebied, gegeven dat momenteel voor agrarische doeleinden, op basis van het vigerende bestemmingsplan, geen expliciete beperkingen zijn gesteld voor gebruik van dergelijke installaties. Indiener noemt hierna tevens het toepassen van een hogere milieucategorie (4.2) voor bedrijven die, anders dan datacenters, zijn toegestaan op het bestaande bedrijventerrein en categorie C22.1 van de bijlage van het Besluit mer.

Zoals in de toelichting beschreven is beoogd voor dit plan de milieucategorie 4.2 van toepassing te verklaren voor datacenters waarop een transformatorstation zou kunnen komen die valt binnen deze categorie. En dus niet om andere bedrijvigheid met deze milieucategorie mogelijk te maken. Tevens is beoogd met dit plan op de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein (in deelgebied B1 dus) alleen energie-installaties (zoals noodstroomaggregaten) toe te staan die noodzakelijk zijn voor de functie datacenter. En dus niet om een zelfstandig functionerende thermische of andere verbrandingsinstallatie mogelijk te maken waar de betreffende categorie C22.1 voor is opgenomen in de bijlage van het Besluit mer. Om beide bovenstaande aspecten evenwel te verduidelijken, zullen 96

18. LTO Noord mede namens LTO Noord afdeling Hollands Kroon en 49 personen Reactie

Beantwoording

Conclusie

we de planregels aanpassen, waarmee ook is tegemoet gekomen aan de zienswijze van LTO op dit punt. s.

LTO meldt dat de zienswijze ingediend is mede namens de personen genoemd in de zienswijze en waarvan volmachten zijn gevoegd bij de zienswijze.

De zienswijze van LTO is mede namens de personen ingediend die een volmacht hebben gegeven hiervoor en de beantwoording hierboven voor LTO is daarmee tevens een beantwoording van dezelfde zienswijze ingediend door deze personen.

Geen (extra) aanpassing, maar wel dus ook voor deze indieners de aanpassingen hierboven genoemd onder (18) punten a t/m r.

97

Samenvatting conclusies zienswijzen: De ingediende zienswijzen leiden tot aanpassing van de toelichting en de bijlagen van de toelichting van het bestemmingsplan ‘Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1’. De aanpassingen van de plantoelichting zijn in bovenstaande beantwoording van deze zienswijzen aangegeven. De zienswijze van LTO was mede aanleiding de planregels voor de bestemming ‘bedrijventerrein’ te verduidelijken. De zienswijzen van o.a. indiener 2004704354-1416 en provincie Noord-Holland waren aanleiding de bouwregels voor de bestemming ‘bedrijventerrein’ te verduidelijken. Deze aanpassingen zijn hieronder, in hoofdstuk 5 van deze nota, nader beschreven.

98

5. Ambtshalve wijzigingen In hoofdstuk 2 van deze Nota zienswijzen is vermeld dat waar nodig de toelichting van het bestemmingsplan (en de bij de toelichting behorende bijlagen) geactualiseerd of aangevuld wordt. Dit betreffen aanpassingen van de toelichting die volgen uit reacties (zie o.a. hoofdstuk 4) of voortschrijdend inzicht. Voor wat betreft de bijlagen van de plantoelichting betreft dit: •

bijlage 1 (toets ladder en PRV geactualiseerd in verband met in werking treden Omgevingsverordening Noord-Holland 2050),

•

bijlage 6 (b) (stikstof emissie/depositie toets geactualiseerd in verband met herziening berekeningsprogramma Aerius Calculator), en

•

bijlagen 9 en 10 (respectievelijk watertoets en verkeersonderbouwing naar aanleiding van de reacties van HHNK en provincie Noord-Holland).

Waar nodig zijn in de hoofdtekst van de plantoelichting deze aanpassingen ook verwerkt. Na publicatie van het ontwerp bestemmingsplan is geconstateerd dat er enkele onvolkomenheden of onduidelijkheden in de regels van het plan zaten waardoor het gewenst is om enkele ambtshalve wijzigingen door te voeren. Een aantal van deze wijzigingen komt ook tegemoet aan zienswijzen. Hieronder worden de voorgestelde wijzigingen gepresenteerd. Na een korte beschrijving met de aanleiding voor een wijziging, wordt de voorgestelde wijziging van de betreffende bestemmingsplanregels (en verbeelding) benoemd. Verduidelijken ordening noordzijde plangebied. In het Beeldkwaliteitsplan (bijlage 2 van de plantoelichting) is als uitkomst van de beoordeling voor de landschappelijke inpassing, een profiel beschreven. Dit profiel is ook opgenomen in bijlage 2 van de regels. De aan te houden afstanden die volgen uit dit profiel waren niet voldoende duidelijk in de regels omschreven. De afstand vanaf de noordgrens van het plangebied tot waar nieuwe functies worden mogelijk gemaakt (zoals beplanting, water of bebouwing ) wordt voorgesteld te verduidelijken in bijlage 2 van planregels (behorende bij de bouwregels artikel 3.2 voor de bestemming ‘bedrijventerrein’). De betreffende aan te houden ordening is nogmaals nagekeken en de aan te houden afstanden zijn waar nodig aangepast.

De voorgestelde wijziging van de regels zijn in onderstaande tabel geel opgemerkt en doorgehaald. Geel opgemerkt wil zeggen toegevoegd en de doorgehaalde tekst wordt verwijderd. Regel

Te veranderen passage:

Te veranderen in:

art 3.2 en

B. In aanvulling op de bouwregels voor datacenters zoals opgenomen in artikel

B. In aanvulling op de bouwregels voor datacenters zoals opgenomen in artikel

bijl. 2

3 van dit bestemmingsplan is, behoudens ter plaatse van de aanduiding

3 van dit bestemmingsplan is, behoudens ter plaatse van de aanduiding

'specifieke vorm van bedrijventerrein-1', bebouwing en groenvoorziening ten

'specifieke vorm van bedrijventerrein-1', bebouwing en groenvoorziening ten

behoeve van een datacenter alleen toegestaan als mede wordt voldaan aan

behoeve van een datacenter alleen toegestaan als mede wordt voldaan aan 99

Regel

Te veranderen passage:

Te veranderen in:

onderstaande beeldkwaliteitseisen:

onderstaande beeldkwaliteitseisen:

1. Ter hoogte van de Wagentocht wordt ter weerszijden van de tocht

1. Ter hoogte van de Wagentocht wordt ter weerszijden van de tocht

tenminste 5 meter ruimte (en gewenst 10 meter) vrij gehouden van

tenminste 5 meter ruimte (en gewenst 10 meter) vrij gehouden van

bebouwing.

bebouwing.

2. Aan de noordzijde van het plangebied wordt (ter hoogte van de Tussenweg)

2. Aan de noordzijde van het plangebied wordt (ter hoogte van de Tussenweg)

een bomenrij en watervoerende sloot gerealiseerd en in stand gehouden

een bomenrij en watervoerende sloot gerealiseerd en in stand gehouden

overeenkomstig onderstaande profiel afgestemd op en in het verlengde van de

overeenkomstig onderstaande profiel afgestemd op en in het verlengde van de

situatie ten oosten van de rijksweg A7 als voorwaarde voor oprichten op en in

situatie ten oosten van de rijksweg A7 als voorwaarde voor oprichten op en in

gebruik hebben van deze gronden voor datacenters. De afstand tot gebouwen

gebruik hebben van deze gronden voor datacenters. De afstand tot de

vanaf de grens van de noordzijde van het plangebied zal 33 meter bedragen.

bomenrij vanaf de grens van de noordzijde van het plangebied zal minimaal 10

De plantafstand van de bomenrij zal 8 meter zijn en er wordt een inheemse

meter bedragen. De plantafstand (tussen de bomen) van de bomenrij zal 8

soort toegepast overeenkomstig boomsoort aan de oostzijde van de snelweg

meter zijn en er wordt een inheemse soort toegepast overeenkomstig

(gewone es).

boomsoort aan de oostzijde van de snelweg (gewone es). De afstand van de insteek van een nieuwe waterpartij tot de grens aan de noordzijde van het plangebied zal minimaal 11 meter bedragen. De afstand tot gebouwen vanaf de grens van de noordzijde van het plangebied zal minimaal 43 meter bedragen.

Verduidelijken toe te stane milieucategorie en bedrijfsactiviteiten Zoals in de toelichting van het bestemmingsplan is aangegeven heeft het plan tot doel het bestaande bedrijventerrein Venster west uit te breiden (met deelgebied B1) voor de vestiging van grotere datacenters. Dit plan heeft niet tot doel om een verruiming van andere gebruiksmogelijkheden van het bestaande bedrijventerrein Venster West mogelijk te maken dan wel een algemene uitbreiding van dit bedrijventerrein mogelijk te maken. Wel is het doel van dit plan om in het plangebied (bestaande uit een deel van het bedrijventerrein Venster west en de uitbreiding daarvan met deelgebied B1) de vestiging van grotere datacenters mogelijk te maken. Zoals beschreven in de plantoelichting is een transformatorstation onderdeel van een groter datacenter. Voor een groter datacenter wordt in dit plan ook een daarbij passende maatvoering van een transformatorstation toegestaan. Een dergelijk transformatorstation kan vallen binnen milieucategorie 4.2. En als een dergelijk station onderdeel uitmaakt van een datacenter, wordt het hele datacenter weer gezien als milieucategorie 4.2 inrichting. In het plan is voorzien om in het hele plangebied de vestiging van een dergelijk datacenter mogelijk te maken, maar het was niet de bedoeling daarmee dan ook een verruiming van de gebruiksmogelijkheden voor andere, momenteel op het bestaande 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=c8bc4dcd-70c9-426b-8d79-f2a25422fa6c