CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025

Raad 1 februari 2022, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Handboek Inrichting openbare ruimte25.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Duurzaamheid

Adviseert over duurzame ontwikkelingen binnen het project

Kernbeheer

Ondersteuning in het kader van participatie in de openbare ruimte

De complexiteit van het project bepaalt uiteindelijk de nut en noodzaak van het integraal werken. Bij een project van enkele nieuwe woningen is dit uiteraard anders dan een nieuwe woonwijk van 200 huizen. 3.9.2

Anterieure overeenkomst

Voor de start van de ontwerpfase wordt er normaliter een anterieure overeenkomst afgesloten met de initiatiefnemer van het plan. Het is essentieel dat het HIOR in deze overeenkomst wordt opgenomen als leidend document bij de verdere planvorming voor wat betreft de te realiseren openbare ruimte. Het is daarbij wenselijk dat team areaalbeheer, zowel als toetser van het HIOR als beheerder van de openbare ruimte, nauw betrokken is bij het opstellen van (nieuwe) anterieure overeenkomsten. 3.9.3

Ontwerpproces

De wijze waarop het ontwerpproces wordt ingericht is afhankelijk van de aard en omvang van het project. Zoals eerder gezegd zal voor een project van enkele woningen een eenvoudigere werkwijze gelden dan voor een compleet nieuwe wijk van 200 woningen. Standaard geldt dat een nieuw project door de initiatiefnemer wordt ingediend en vervolgens wordt door de gemeente gekeken in hoeverre het HIOR Pagina 29 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025 van toepassing is. Dit wordt dan ook als zodanig teruggekoppeld aan de initiatiefnemer. Vervolgens zal tijdens het ontwerpproces continu worden getoetst of wordt voldaan aan de richtlijnen van het HIOR. 3.9.4

Omgevingstafel en participatie

In het kader van de Omgevingswet wordt in de toekomst gewerkt met zogenaamde omgevingstafels waarbij een samenwerking plaatsvindt tussen (specialisten van de) initiatiefnemer, de diverse disciplines vanuit de gemeente en andere belanghebbenden. Ook de omgeving in de vorm van bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en overige gebruikers, dienen zoveel als mogelijk en zoveel als gewenst te worden betrokken bij de (her)inrichting van de openbare ruimte. De uitgangspunten uit de (toekomstige) gemeentelijke participatieverordening kunnen daarbij als leidraad gelden. Het doel is om uiteindelijk met elkaar tot een breed gedragen eindresultaat te komen zonder de kaders van dit HIOR uit het oog te verliezen. 3.9.5

Herinrichting bestaande openbare ruimte en renovatie afzonderlijke objecten

Een herinrichting van bestaande openbare ruimte of renovatie van een afzonderlijk object verloopt grotendeels gelijk als het hiervoor beschreven proces met als grootste verschil dat het hier gaat om vervanging van bestaande openbare ruimte. De gemeente is als eigenaar de initiator en verder ook verantwoordelijk voor de complete realisatie waarbij de technische voorbereiding en de uitvoering meestal worden uitbesteed. De ontwerpruimte bij herinrichtingsprojecten is beperkt omdat de begrenzing van de openbare ruimte grotendeels is vastgelegd. Of de ontwerprichtlijnen uit dit HIOR bij herinrichtingsprojecten kunnen toegepast hangt af van de beschikbare ruimte in het bestaande profiel. Er is daarom altijd sprake van maatwerk bij dit soort projecten. Via de activiteitenkaart openbare ruimte kunnen de diverse herinrichtingsprojecten in de openbare ruimte worden geraadpleegd die momenteel in voorbereiding of in uitvoering zijn. Hieronder is vereenvoudigd weergegeven hoe dit proces er globaal uitziet. Voor meer informatie kan hiervoor ook het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte worden geraadpleegd. Fase

Omschrijving

Verantwoordelijke teams

Start

Inspectie / kwaliteitscontrole

Areaalbeheer

Ontwerp

Opstellen meerjarenplanning / onderhoudsplan / projectscope

Areaalbeheer

Voorbereiding

Plan wordt omgezet in een contract

Projecten / Areaalbeheer

Uitvoering

Project wordt uitgevoerd / gerealiseerd

Projecten / Toezicht

Overdracht

Actualiseren gegevens in beheersysteem

Geodatabeheer / Areaalbeheer

Beheer

Nieuwe situatie opnemen in beheerplan(nen)

Areaalbeheer

Pagina 30 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025

4

Disciplines binnen het HIOR

4.1

Overzicht richtlijnen per discipline

In dit HIOR zijn voor verschillende disciplines diverse richtlijnen opgesteld, zoals riolering, infrastructuur, openbare verlichting, civieltechnische kunstwerken en openbaar groen. In de tabel kan via een hyperlink rechtstreeks de betreffende discipline worden geraadpleegd en de daarbij horende richtlijnen en informatie.

Duurzaamheid en klimaatadaptatie

Riolering

Infrastructuur

Openbare verlichting

Civieltechnische kunstwerken

Openbaar groen

Speelplaatsen en terreinmeubilair

Water

Overige objecten

Afvalbeheer

Nutsvoorzieningen

...

Pagina 31 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025

Wadi Prinses Marijkestraat in Wieringerwerf bij droog weer

Pagina 32 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025

5

Duurzaamheid en Klimaatadaptatie

5.1

Algemeen

Hollands Kroon streeft naar een duurzame samenleving en leefomgeving. Hierbij hoort ook een duurzame inrichting van de openbare ruimte. In de gemeente Hollands Kroon is de basishouding denken en doen aan duurzaamheid. Het gaat hierbij om duurzame ontwikkeling waarbij rekening wordt gehouden met de gevolgen voor toekomstige generaties. In het Programma Duurzaamheid zijn doelstellingen van Hollands Kroon vastgelegd in de volgende programmalijnen: •

Klimaatneutrale gemeente.

•

Klimaatbestendige gemeente.

•

Circulaire gemeente.

•

Groene gemeente.

Voor elk van deze programmalijnen zijn in dit hoofdstuk de belangrijkste ambities met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte toegelicht.

5.2

Klimaatneutrale gemeente

De doelstelling van de gemeente Hollands Kroon is om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Om dit te bereiken heeft de gemeente ingezet op een aantal pijlers: 5.2.1

Energiebesparing

•

Op weg naar aardgasvrij in 2050. Uitvoering verduurzamingsprogramma voor woningeigenaren, huurders, bedrijven, maatschappelijk vastgoed, eigen organisatie, etc.

•

Reduceren van energieverbruik door objectieve voorlichting o.a. via energieloket en binnen eigen organisatie, bijvoorbeeld door middel van energie zuinige(re) apparaten.

•

•

Opwekken duurzame energie. >

Grootschalige windenergie.

>

Zonne-energie (decentraal en in grootschalige projecten – niet op agrarische grond).

>

Waterstof.

Duurzame warmte. >

Vermindering van het energiegebruik.

>

Onderzoek naar toepasbaarheid alternatieve warmtebronnen, zoals groen biogas en groene waterstof.

Pagina 33 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025

Wadi Prinses Marijkestraat in Wieringerwerf na flinke regenbui

Pagina 34 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025

5.3

Klimaatbestendige gemeente

In 2050 heeft gemeente Hollands Kroon een klimaatbestendige en water robuuste inrichting. Klimaatverandering mag slechts minimale invloed hebben op de leefbaarheid, gezondheid, welzijn en economie. Klimaatadaptatie heeft betrekking op hevige neerslag, langdurige droogte, extreme hitte en zeespiegelstijging. Het is belangrijk dat voor de inrichting van openbare ruimte rekening wordt gehouden met deze risico’s. Klimaatadaptatie stopt echter niet bij de gemeentegrens. Daarom zijn in de Strategie Klimaatadaptatie Noordkop 2021-2026 de volgende eisen opgenomen voor nieuwe ontwikkelingen: 5.3.1

Hevige neerslag

•

De neerslag van een hevige bui (1/100 jaar, 70 mm in een uur) op privaat terrein wordt op dit terrein opgevangen en vertraagd afgevoerd. De berging wordt de eerste 24 uur daarna niet geleegd en is in maximaal 60 uur weer beschikbaar.

•

In het gebied is natuurlijke afwatering zoveel mogelijk aanwezig.

•

Bij een waterdiepte van 20 cm op de rijbaan door extreme regen en/of overstromingen mag er geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar.

•

De ontwikkeling gebeurt waterneutraal en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer van water. Hemelwater wordt dus zoveel mogelijk vastgehouden en hergebruikt in het plangebied.

5.3.2

Langdurige droogte

•

De inrichting van het plangebied is afgestemd op de verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte.

•

Maatregelen die schade door bodemdaling tegengaan en kostenefficiënt zijn over de levensduur van 60 jaar worden in het ontwerp opgenomen.

•

Vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen langdurige droogte.

5.3.3

Extreme hitte

•

Er is tenminste 30% schaduw voor belangrijke langzaamverkeersroutes en verblijfsplekken in het plangebied tijdens de hoogste zonnestand in de zomer.

•

Koele plekken (minimaal 200 m2) zijn op loopafstand (300 meter) aanwezig.

•

Tenminste 50% van alle daken worden warmtewerend of verkoelend ingericht/gebouwd om opwarming van het stedelijk gebied te verminderen.

•

Vitaal en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen hitte.

5.3.4

Zeespiegelstijging

•

Bij overstromingen treedt beperkt schade op aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte.

•

Er dienen maatregelen genomen te worden om schade te beperken in een geval van een overstroming, mits deze doelmatig zijn.

•

Er moeten maatregelen getroffen worden om veilig te kunnen schuilen of te evacueren in het geval van een overstroming.

Pagina 35 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025

Aanleg groene parkeerplaats in Wieringerwerf

Pagina 36 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025

5.4

Circulaire gemeente

Hollands Kroon wil in 2050 volledig circulair zijn met als tussendoel om in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen te halveren. Een product of dienst is circulair als het leidt tot een minimale toepassing van nieuwe materialen en (fossiele) energie. Dit geldt voor het productieproces, bij het gebruik van de producten en diensten zelf, de inzet op een lange (maximale) levensduur en de hoogwaardige herbruikbaarheid van het product of de materialen daarin. Hieronder zijn de belangrijkste richtlijnen met betrekking tot circulariteit in de relatie tot de openbare ruimte opgesomd: 5.4.1

Minimale toepassing van nieuwe materialen

•

Een minimale toepassing van nieuwe materialen bij de (her)inrichting van de openbare ruimte.

•

Producten pas vervangen wanneer zij aan het einde van hun levensduur zijn.

•

Zoveel mogelijk gebruik maken van materialen die zich al in de grondstoffenketen bevinden.

•

Nieuwe materialen toepassen die (gedeeltelijk) bestaan uit hergebruikte grondstoffen (minimale eisen van de productbladen van het platform BouwCirculair gebruiken).

5.4.2

Lange levensduur van materialen

•

Bij het inrichten van openbare ruimte rekening houden met de levensduur van materialen.

•

Producten die binnen 20 jaar vervangen dienen te worden wordt de nadruk gelegd op levensduur boven eindwaarde na gebruik.

•

Een juiste en vakkundige aanleg van de openbare ruimte om mogelijke herstel- en vervangingskosten zoveel mogelijk te beperken.

•

Materialen die meerdere levenscycli meegaan hebben de voorkeur.

5.4.3

Hoogwaardige herbruikbaarheid van materialen

•

Bij de (her)inrichting van openbare ruimte wordt rekening gehouden met de eindwaarde en herbruikbaarheid van materialen aan het eind van hun levenscyclus. Er wordt dus ingezet op hoogwaardige materialen die een nieuwe bestemming kunnen krijgen als zij worden vervangen.

•

Bij producten met een levensduur langer dan 20 jaar wordt de nadruk gelegd op hoogwaardige herbruikbaarheid en eindwaarde na gebruik boven levensduur van materialen.

•

Alle (hoogwaardige) materialen die vrijkomen uit het werk zijn in principe waardevol voor hergebruik in de circulaire keten.

5.4.4

Ruimte voor innovatie en ontwikkeling

De ontwikkelingen en mogelijkheden op het gebied van circulariteit gaan razendsnel. Hollands Kroon laat daarom ruimte bij initiatiefnemers om af te wijken van bovenstaande normen als dit ten goede komt aan de circulaire doelstellingen van de gemeente. Voorafgaand aan ieder project dient hiervoor een LCA (Life Cycle Analyse) en beheerplan te worden opgesteld zodat de gemeente kan controleren of het project in dit kader past binnen de circulaire doelstellingen van de gemeente.

Pagina 37 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025

Bloemrijk grasland langs de Noordburenweg in Den Oever

Pagina 38 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025

5.5

Groene gemeente

De biodiversiteit in Nederland en daarmee ook in Hollands Kroon, gaat achteruit. Dat komt bijvoorbeeld door nieuwbouw, intensivering van de landbouw, verdere versnippering van leefgebieden en uitstoot van schadelijke stoffen. Daarom zet gemeente Hollands Kroon zich in op het herstel van de biodiversiteit. Een grote biodiversiteit is ook positief voor de leefomgeving van de mens. Het voorziet in basisbehoeften als voeding, energie en beschutting en kan ook zorgen voor een afname van CO2. 5.5.1

Richtlijnen voor een groene en biodiverse inrichting van de openbare ruimte

•

Gebruik als vuistregel 100 m2 openbaar groen en 1 boom per (nieuwe) woning.

•

Gebruik zoveel mogelijk inheems en gebiedseigen plantmateriaal.

•

Bomen met ‘grote’ boomkronen hebben de voorkeur boven “vormbomen”.

•

Plant bomen bij voorkeur in de ‘open grond’. Pas alleen bomen in verharding toe bij een smal (bestaand) straatprofiel.

•

Kies voor diversiteit en structuurvariatie in het beplantingsplan.

•

Kies zoveel mogelijk voor soorten die gunstig zijn voor insecten (waard- en drachtplanten).

•

Houd met het beplantingsplan rekening met de verschillende seizoenen (bloei-, vrucht en blad).

•

Kies bij graslanden, wadi’s en oevers zoveel mogelijk voor bloemrijk grasland (gebruik hiervoor inheemse, gebiedseigen en meerjarige mengsel).

•

Kies langs wandel- en fietspaden voor een zoombeplanting met laagblijvende planten of een bloemrijk kruidenmengsel.

•

Kies bij bijzondere locaties eventueel voor een mix van vaste planten (klik hier voor meer informatie).

Meer richtlijnen over dit onderwerp zijn ook te vinden in het hoofdstuk openbaar groen.

Pagina 39 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025

Vervanging van riolering in de Populierenlaan in Wieringerwaard

Pagina 40 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025

6

Riolering

6.1

Inleiding

Riolering heeft tot doel om afvalwater en hemelwater tijdig en goed af te voeren. Een functioneel en goed onderhouden rioolstelsel is van belang voor de volksgezondheid en draagt bij aan een veilige, schone en droge leefomgeving. De kwaliteit waaraan de riolering moet voldoen is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) of het toekomstige rioleringsprogramma. In het GRP 2018-2022 is een overzicht opgenomen van alle relevante wet- en regelgeving. Daarom wordt in dit plan verwezen naar de wet- en regelgeving zoals vermeld in het GRP 2018-2022 (of diens opvolger). Andere documenten die van toepassing (kunnen) zijn: Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW), de opvolger van het basisrioleringsplan (BRP), de kennisbank van Rioned, de opvolger van de Leidraad riolering en het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte van de gemeente Hollands Kroon.

6.2

Algemene richtlijnen

•

Met de rioolbeheerder moet worden afgestemd waar het nieuwe riool moet worden aangesloten op het bestaande riool.

•

Met de rioolbeheerder moet de ligging van het nieuwe riool worden bepaald en moet worden bepaald of een rioolpompgemaal noodzakelijk is.

•

De nieuwe riolering moet in openbaar terrein zoveel mogelijk worden gesitueerd in de as van de openbare weg.

•

Het riool moet kunnen worden beheerd, onderhouden en vervangen zonder beperkingen en aanvullende voorzieningen.

•

De afstand tussen de rioolleiding en de particuliere erfgrens is minimaal 3 meter.

•

Voor het ontwerp zijn minimale kosten, storingen en klachten in de beheerfase leidend.

•

Uitgangspunt is het maximaal scheiden van afvalwaterstromen.

•

De gemeente heeft binnen de bebouwde kom de zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater of daarmee overeenkomstig dat gezuiverd kan worden. Voor de inzameling van bedrijfs- en/of proceswater is de inzamelplicht niet van toepassing.

•

Het afvalwater op de overgang van particulier naar gemeentelijk riool moet voldoen aan de voorschriften van de Wet milieubeheer.

•

Lozingen die kwalitatief en/of kwantitatief leiden tot schade en/of verminderd functioneren van de riolering en/of zuivering mogen niet geloosd worden op de riolering.

•

Eisen van het al dan niet plaatsen van voorzieningen, voortvloeiend uit de milieuwetgeving, dienen te worden nagekomen. Zij worden op aanvraag van geval tot geval geformuleerd door de Omgevingsdienst Noord Holland.

•

Er moet rekening worden gehouden met kwelwater en/of een grote waterspanning in de grond.

Pagina 41 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025

6.3

Ontwerprichtlijnen

6.3.1

Vrijvervalriolering

•

Het te ontwerpen stelsel moet een gescheiden stelsel zijn, bestaand uit een vuilwaterriool (VW) t.b.v. de droog weer afvoer van de woningen en/of bedrijven en een hemelwaterriool (HW) t.b.v. hemelwaterafvoer van woningen en/of bedrijven en afvoer van straat- en trottoirkolken, tenzij anders is aangegeven of overeengekomen, zoals bijvoorbeeld: >

In combinatie met oppervlakkig afstromend regenwater met een lozing op oppervlaktewater middels bodem- of bermpassage.

>

In combinatie met infiltratievoorziening ten behoeve van het bergen, vertragen en afvoeren middels bodempassage van hemelwater.

>

Regenwater afkomstig van het schone verharde oppervlak niet mag worden geloosd op een stelsel dat afvoert naar een zuiveringsinstallatie, maar afgevoerd dient te worden naar in de buurt gelegen oppervlaktewater of geïnfiltreerd te worden in de bodem.

•

Bij ontwerp rioolstelsel moet worden uitgegaan van recent ingemeten hoogtes. Als deze niet recent zijn ingemeten, moeten deze opnieuw worden ingemeten.

•

Van het boven- en benedenstroomse rioolstelsel waarop wordt aangesloten moeten de eerste 3 aanliggende strengen worden ingemeten.

•

Aan tekeningen van de bestaande situatie (aangeleverd door de gemeente) kunnen geen rechten worden ontleend aan de gegevens die op deze tekeningen vermeld zijn.

•

De nieuwe riolering moet zoveel mogelijk worden gesitueerd in de as van de openbare weg.

•

Bovengronds moet het riool bereikbaar blijven. Binnen onderstaande vrije zone worden geen bouwwerken en bomen geplaatst: >

B.O.B.-maat tot 2,0 m diep links en rechts uit het hart van het riool 2,0 m aanhouden.

>

B.O.B.-maat vanaf 2,0 m tot 3,0 m diep links en rechts uit het hart van het riool 3,0 m aanhouden.

>

B.O.B.-maat vanaf 3,0 m diep links en rechts uit het hart van het riool 4,0 m aanhouden.

•

De afstand tussen bomen en hoofdriolering is minimaal 3,00 m.

•

Bodemverhang vuilwater: 1:250 voor de eerste 100 m en daarna 1:500.

•

Bodemverhang hemelwater: 1:1000 richting lozingspunten of putten voorzien van een zandvang.

•

Voorkom sprongen in de maatvoering van de binnen-onderkant-buis (B.O.B.) van een stelsel.

•

De minimale afstand tussen twee kruisende leidingen is 0,20 m.

•

Gronddekking op een leiding bedraagt minimaal 1,20 m.

•

Hart op hart afstand tussen parallel gelegen rioolleidingen bedraagt 1,50 m, waarbij de afstand tussen de buitenzijde van de buizen onderling minimaal 0,50 m bedraagt.

•

De afstand tussen buitenzijde van de inspectieput en buitenzijde van de buizen is min. 0,20 m.

•

Zinkerconstructies in VW-riool zijn niet toegestaan. In HW-riool is dit in overleg toegestaan.

•

Kruisingsputten zijn niet toegestaan.

•

Minimaliseer het aantal ø125mm HW-lozingspunten op oppervlaktewater, maar combineer deze op een inzamelleiding met afvoer dmv taludbak.

•

Overstorten en uitlaten van hoofdriool, gesitueerd aan oppervlaktewater uitvoeren d.m.v. een betonnen taludbak i.o.m. het Hoogheemraadschap (HHNK).

Pagina 42 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025 •

Kolk- en dakafvoeren via verzamelriool lozen naar oppervlaktewater d.m.v. een uitstroomvoorziening (uitstroombak).

•

Slootkruising van een riool maken met gronddekking van 1,00 m Bij kleinere dekking een beschermingsconstructie aanbrengen.

•

Als een woning grenst aan open water moeten hwa en drainage hierop rechtstreeks worden afgevoerd.

•

Als de huis- en/of kolkaansluitingen niet op bestaand riool kunnen worden aangesloten, moeten verzamelriolen in de openbare grond aangelegd worden.

•

Als het riool in particuliere grond komt te liggen en geen andere locatie beschikbaar is moet er erfdienstbaarheid op het perceel te worden gevestigd.

6.3.2

Inspectieputten

•

Inspectieputten moeten worden aangebracht op alle kruisingen, knikken, bijzondere voorzieningen en bij wijzigingen in het verhang, hoogte en diameter.

•

Inspectieputten moeten zijn voorzien van een stroomprofiel om vuilafzetting te voorkomen.

•

De afstand tussen de inspectieputten in het stelsel bedraagt max. 75 meter.

•

Laatste HW-put voor afvoer op oppervlaktewater moet zijn voorzien van zonk van minimaal 0,50 m, indien de uitgaande leiding hoger ligt dan de inkomende.

•

Inspectieputten moeten altijd toegankelijk zijn en worden geplaatst buiten het nutstracé.

•

In het ontwerp moet rekening gehouden worden dat bij grote leidingdiameters, inspectieputten met een grotere inwendige diameter moeten worden toegepast.

•

De onderlinge afstand tussen te plaatsen inspectieputten (bv VW-HW) bedraagt minimaal 0,50 m.

•

Nieuwe aansluitingen op bestaande betonnen putten dienen te worden ingeboord en voorzien te worden van rubberconnectors (http://www.betonputten.nl/Rubberconnectors).

•

Putnummers worden door de gemeente verstrekt. Deze moeten worden verwerkt op besteksontwerptekening.

6.3.3

Huis- en kolkaansluitingen

•

Elke woning moet een eigen vuilwateraansluiting krijgen welke is voorzien van een controleput Wavin PK315 o.g. met bruine deksel.

•

Bij huisaansluitingen slechts 1 aansluiting per opzetter/standpijp.

•

Elke woning moet een regenwateraansluiting krijgen voorzien van een ontstoppingsstuk met klemdeksel.

•

Als wegen of percelen naast of aan oppervlaktewater zijn gelegen, wordt het regenwater en het grondwater niet aangesloten op de riolering en de drainage. Dit is ook het geval als de percelen zelf het regen- en grondwater kunnen verwerken.

•

Minimale hoogte van het vloerpeil boven het hoogste punt van de rijweg is 0,30 m.

•

Uitgangspunt bij huisaansluitingen: geen bochtstukken toepassen in horizontale vlak. Indien dit niet mogelijk is, dan maximaal 45° hulpstukken toepassen.

•

Uitleggers ten behoeve van kolk- en huisaansluitingen minimaal 0,70 m onder kruin weg aanleggen.

•

Afschot van huisaansluitingen 1:100 tot 1:200.

Pagina 43 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025

Straatkolk en permeoblok

Pagina 44 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025 •

Onderlinge afstand van aansluitingen op een buis, bij niet-fabrieksmatig aangebrachte inlaten, minimaal 1,00 m.

•

Aansluitingen van PVC-standpijp 125 of 160 mm op betonriool d.m.v. een ingestorte PVC-inlaat.

•

Aansluitingen van PVC-standpijp 125 of 160 mm op PVC-riool d.m.v. een keilinlaat.

•

Aansluitdiameters van meer dan 200 mm aansluiten d.m.v. inspectieputten.

•

Gekoppelde kolkaansluitingen op een standpijp uitvoeren met een stroom T-stuk.

•

B.O.B. controle- en ontstoppingsput moet op max. 0,70 m onder straathoogte/maaiveld liggen.

•

B.O.B huisaansluiting in de kabelvrije ruimte (ca 0,70 - 0,90 m onder mv) aanleggen. De huisaansluitingen in een rechte lijn, zonder bochtstukken, vanaf de erfgrens haaks op het riool aansluiten (zie riooldetails).

•

Huisaansluitingen van het ene perceel mogen niet over het perceel van derden lopen.

6.3.4

Straat- en trottoirkolken

•

Afwatering van de openbare ruimte gebied loopt nooit naar particulier terrein.

•

Per kolk mag max. 100 m2 verhard oppervlak worden aangesloten.

•

Plaats kolken zoveel mogelijk tegenover elkaar en sluit deze in dit geval aan met een stroom Tstuk.

•

Houd minimaal 3,0 m afstand tussen kolken en snelheidsremmende drempels, inritten naar eigen terrein, invalide-inritten en gehandicapten parkeerplaatsen.

•

Voorkom zoveel mogelijk het plaatsen van kolken binnen de kroonprojectie van bomen.

•

Kolkaansluiting zit in principe altijd aan de zijkant, alleen bij asfaltverharding zit de

• • •

kolkaansluiting aan de achterkant. De afstand tussen de kolken langs wegen en straten bedraagt 20 tot 25 m. Situeer in de nabijheid van elk tangentpunt een kolk en plaats deze 2,00 m uit het tangentpunt van de bocht. Plaats bij parkeervakken de kolken in een molgoot tussen rijbaan en parkeervak. Als dit niet mogelijk is plaats ze dan op de scheiding tussen de parkeervakken (i.v.m. bereikbaarheid kolkenzuiger).

6.3.5

Drainage en grondwater

•

De drainageverzamelleiding moet worden aangesloten op een watergang (nooit op het vuilwaterriool), als er geen drainageverzamelleiding is, dan drainage van particulier terrein aansluiten voor de erfscheidingsput van de regenwaterriool.

•

Als perceel grenst aan oppervlaktewater moet de drainage direct lozen op oppervlaktewater.

•

Drainage in ijzerhoudende grond onder de Gemiddelde Laagste Grondwaterstand ontwerpen.

•

Lozingspunten van drainageleidingen minimaal Ø 200 en voorzien van een taludbak type 0.

•

Om de ca. 100 m drainagedoorspuitputten met doorspuitarmen aanbrengen, diameter minimaal Ø 600 mm.

•

Permanente weg/cunetdrainage uitvoeren d.m.v. een dubbelwandige, rondom gesleufde, starre buis @DN150/Ø 160 mm.

•

De omhulling van de drainagebuis moet worden uitgevoerd in PP-700.

•

De drainage moet worden aangelegd in een grindkoffer 400 x 400 mm met grindsortering 2-6 mm. Pagina 45 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025 •

Afhankelijk van de zandfractie van het aanvulmateriaal dient er een scheidingsdoek worden toegepast.

6.3.6

Uitlaten, overstorten en randvoorzieningen

•

Lozingspunten, in zijn geheel, onder de laagste waterstand ontwerpen.

•

Bij lozingen van hemel- en grondwater op oppervlaktewater een uitstroombak met schotbalksponning toepassen.

•

De afschuining van de uitstroombak is gelijk aan het talud.

•

Overstorten en uitlaten zijn altijd gesitueerd aan goed doorspoelbaar oppervlaktewater.

•

Bij overstorten in oppervlaktewater met zandige bodem een voorziening toepassen om uitspoeling van talud en bodem te voorkomen.

•

Taludbakken aanbrengen op een houten fundering (zie details).

6.3.7

Rioolgemalen

•

In verband met geuroverlast, trillingen en geluid is de afstand tussen een gemaal en woonbebouwing minimaal 50 m. De afstand tot andere objecten is minimaal 10 m.

•

Het gemaal is een dubbelpomps uitvoering in natte opstelling, waarbij de pompen elkaars reserve zijn.

•

Technische specificaties zijn afhankelijk van de functie en is maatwerk en worden i.o.m. de gemeente bepaald.

•

Maatvoering van de put moet worden bepaald i.o.m. gemeente en de leverancier van het mechanische en elektrische deel van het gemaal.

•

De minimale oppervlakte voor hoofdgemalen (2 pompen) bedraagt 1,50 x 1,50 m.

•

Het oppervlak van de put afstemmen op de noodzakelijke berging die uit berekening volgt.

•

De bodem van de kelder minimaal 0,70 m beneden de laagste BOB-maat van de binnenkomende buis. Als de pendelberging niet wordt gehaald dan dieper dan 0,70 m.

•

Inslagpeil (in NAP) = 5 cm onder B.O.B.-maat aanvoerend riool.

•

Per uur max. 6 schakelingen per pomp om vetkraagvorming te voorkomen.

•

De persleiding vanuit het gemaal aanleggen op een bob 0,80 m minus maaiveld.

•

Plaatsing: buiten de rijbaan of voetpad. Gemaal moet bereikbaar zijn voor vacuümzuiger.

•

Elk gemaal is bereikbaar voor een onderhoudsauto en vrachtauto doormiddel van een verharde opstelplaats.

•

Afhankelijk van de locatie en geotechnische aspecten de pompput funderen.

•

Als het gemaal in een zettingsgevoelig gebied wordt geplaatst of het op palen staat moet onder de binnenkomende leidingen een oplegnok worden gestort waarop een drukverdelende betonplaat moet worden aangebracht. Of leiding voorzien van pendelstuk.

•

De pompput, indien noodzakelijk, tegen opdrijving beschermen. Dit aantonen d.m.v. een berekening.

•

Plaats een kunststof (PE) of polymeer betonnen ontvangstput van Ø 800 mm of 800 x 800 mm bij de uitmonding van persleidingen als overgang naar het vuilwaterriool.

•

De bodem van de ontvangstput waarin een persleiding uitmondt, 0,50 m lager uitvoeren dan de BOB-maat van het afvoerend riool (zie riooldetails).

Pagina 46 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025 •

De uitlaat van de persleiding moet 0,20 m boven de bodem van de ontvangstput te worden aangebracht.

•

Het ontvangende riool uitvoeren in PVC, beton is niet toegestaan.

6.3.8

Drukriolering

•

Het max. aangesloten woningen op een pompput bedraagt 2 woningen of 6 ie.

•

Plaatsing op gemeentelijk grond. Als dit technisch niet mogelijk is, het gemaal plaatsen op particuliere grond, waar het gemaal altijd bereikbaar is voor onderhoud en niet verder dan 5 meter van de inrit van het perceel.

•

Gemaal niet achter hekwerken projecteren.

•

Exacte locatie i.o.m. opdrachtgever bepalen.

•

Als in de nabijheid een andere gemaal is, de voeding daarvandaan halen. Als dit gemaal voorzien is van telemetrie ook datakabel aanleggen en LON-module plaatsen in de FGC.

6.3.9

Persleidingen

•

Persleidingen in vrij tracé projecteren met een vrije ruimte van 0,25 m aan weerszijde van buis.

•

Persleidingen met een minimale dekking van 0,80 m ontwerpen.

•

Bochten uitvoeren d.m.v. ‘getrokken bochten’.

•

Bij boringen en zinkers een mantelbuis toepassen.

6.4

Ontwerprichtlijnen dimensionering

6.4.1

Vrijvervalriolering

•

Op basis van het stedenbouwkundige ontwerp of schetsontwerp moet een overzichtstekening van het afstromend oppervlak opgesteld worden.

•

Voor de berekening uitgaan dat 100% van het verharde openbare terrein, 100% van de daken en 50% van de perceelgrootten tot afstroming komen naar de regenwaterriolering en/of regenwatervoorzieningen.

•

De diameter en hoogteligging van het rioolstelsel en/of infiltratievoorzieningen doorrekenen met een niet stationair rekenprogramma zoals Infoworks of Sobek.

•

Ongeacht materiaalkeuze moet een k-waarde van 1,0 mm worden aangehouden bij de berekeningen.

•

Het rioolstelsel ontwerpen met bui 08 van de Leidraad/Kennisbank. De waakhoogte bedraagt in dat geval minimaal 20 cm.

•

Om de robuustheid te toetsten moet het stelsel ook doorgerekend te worden met bui 09 en 10 van Leidraad/Kennisbank van Rioned.

•

Van het stelsel wordt na de berekening een riooltekening opgesteld waarop alleen de riolering (in kleur) en relevante gegevens staan weergegeven. Het (definitieve) ontwerp met woningen, percelen en bandenlijnen is hierbij als grijze ondergrond gekoppeld.

•

Voor (nieuwe) woonwijken en ontwikkelingen geldt dat het vloerpeil 30 cm boven de as van de weg is gelegen, zodat de kans op waterschade wordt verminderd.

•

Bij heftige regenval onderscheiden we drie gradaties in wateroverlast:

Pagina 47 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025 >

Hinder: Kortdurende beperkte hoeveelheden ‘water op straat’, met een duur in de orde van 15-30 minuten.

>

Ernstige hinder: Forse hoeveelheden ‘water op straat’, ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels, met een duur in de orde van 30-120 minuten (1x per 2 jaar).

>

Overlast: Langduriger en op grotere schaal ‘water op straat’, water in winkels, woningen met materiële schade en mogelijk ook ernstige belemmering van het (economische) verkeer. Dit mag niet voorkomen bij een bui < 70 mm/h.

•

Voor nieuwe woonwijken geldt dat neerslag met een intensiteit van 70 mm per uur niet tot waterschade mag leiden bij woningen, panden en bedrijven. De afvoercapaciteit van riolering bedraagt 20 mm/h van het aangesloten afstromend oppervlak. Bovengronds kan regen van 50 mm p/u verwerkt worden door: >

Tijdelijke waterberging op straat tussen de banden en openbaar terrein, zodat er geen schade aan panden kan optreden.

>

Waterberging in gras- en groenvakken door toepassing van hoogteverschillen en verlaagde banden.

>

Afstroming naar Wadi’s of infiltratievoorzieningen.

•

De 70 mm eis moet worden aangetoond d.m.v. een 3D-model.

•

Voor kwetsbare infrastructuur, zoals hoofdwegen, tunnels etc. wordt 120 mm p/u gehanteerd.

•

Hanteer bij het ontwerp van een Wadi de publicatie van de stichting Rioned “Wadi’s: aanbevelingen voor ontwerp, aanleg en beheer” ISBN 90 73645 220.

•

Een infiltratievoorziening is altijd voorzien van een slokop op niveau 30 cm vanaf bodem.

•

Houd rekening met de mogelijkheid voor bovengrondse afvoer van overtollig regenwater naar laaggelegen gebieden en/of oppervlaktewater. Als het water te hoog komt te staan in de straat moet dit bovengronds afgevoerd worden. Drempels en andere obstakels kunnen dat beperken. Deze obstakels moeten voorkomen worden in het ontwerp.

•

Voor de (hydraulische) berekeningen zijn de richtlijnen van de kennisbank van Rioned van toepassing.

•

Aansluitingen op bestaande stelsels en oppervlaktewater kunnen zowel voor de gemeente als voor de waterkwaliteitsbeheerder aanleiding geven tot het laten treffen van compenserende maatregelen. De kosten van de fysieke maatregelen en/of de benodigde berekeningen komen ten laste van de aanleiding gevende ontwikkeling.

•

Overstortdrempels van gemengde- en verbeterd gescheiden stelsels moeten minimaal 20 cm boven hoogste waterpeil zijn gelegen.

6.4.2

Gemalen en persleidingen

•

Het ontwerpen van rioolgemalen is maatwerk en sterk afhankelijk van de lozingssituaties. Voor de verdere uitwerking zaken afstemmen met de gemeente Hollandskroon.

•

Het gemaal en persleidingen in enkelloop en samenloop met andere aangesloten gemalen doorrekenen met een hydraulisch programma zoals PIPI-FLO professional of WANDA.

•

Voor het bepalen van de diameter van de persleiding het stelsel doorrekenen met een k-waarde van 1,0 mm waarbij de minimale snelheid in persleidingen 0,70 m/sec en max. 1,50 m/sec bedraagt.

Pagina 48 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025 •

Het aansluiten van het nieuwe gemaal mag niet leiden tot capaciteitsproblemen bij andere aangesloten gemalen. Dit moet worden aangetoond met bovengenoemde berekeningen.

6.4.3

Drainage en grondwater

•

Ontwikkelingen en activiteiten mogen niet leiden tot een verslechtering van de (geo)hydrologische situatie. Dit moet worden aangetoond met een geohydrologisch advies in combinatie met het peilbuismetingen over een langere periode.

•

Het geohydrologisch onderzoek en drainageadvies moet worden uitgevoerd door een daartoe gespecialiseerd adviesbureau.

•

De gemeente hanteert bij de ontwikkeling van nieuwe (stedelijke) gebieden een minimale ontwateringsdiepte van 1,00 m beneden het gemiddeld straatpeil. Dit wordt bij voorkeur gerealiseerd door ophoging van het te bebouwen terrein. De aanleg van een drainagesysteem leidt in tegenstelling tot ophoging namelijk tot hogere beheerskosten.

6.4.4

Persleiding

•

Diameter van HDPE-persleiding volgt uit de PIPE-FLO of WANDA leidingberekeningen en berekeningen van de gemaalleverancier.

•

De berekening dient ter goedkeuring aan bij de gemeente ingediend te worden. Zonder goedkeuring van de gemeente is het niet toegestaan met de werkzaamheden te starten.

6.5

Richtlijnen materiaal

6.5.1

Vrijvervalriolering

•

PVC: 3-laags PVC met aangevormde mof: sterkteklasse SN8.

•

De minimale diameter voor een DWA- en HWA-hoofdleiding is Ø 250 mm.

•

DWA-riool: kleur oranjebruin RAL 8023.

•

HWA-riool: kleur grijs RAL 7037.

•

Drainage, IT/DT-riolering: kleur groen RAL 6024.

•

Pvc buizen en bijbehorende hulpstukken leveren volgens NEN 7045 en NEN 7046.

•

Moffen en hulpstukken uitvoeren met een vaste rubber afdichtingmanchet of indien noodzakelijk met een tokrolring.

•

Betonbuizen voor riolering leveren volgens NEN 7126.

6.5.2

Inspectieputten

•

Inspectieputten i.o.m. gemeente uitvoeren in kunststof (PE) of in prefabbeton.

•

Inspectieputten uitvoeren met stroomprofielen om vuilafzetting te voorkomen.

•

Stroomprofielen kunststofputten dienen één geheel (spleetloos) te vormen met de onder bak, zodanig dat er bij DWA-afvoer geen stoffen als wc-papier achter blijft in de inspectieput.

•

In betonnen putten de benodigde moffen instorten. Op de daarvoor in aanmerking komende plaatsen ook de nodige moffen voor huis- en kolkaansluitingen aanbrengen.

•

Verbinding onderlinge putonderdelen d.m.v. een bijpassende aaneengesloten rubberring.

•

Het mangat moet minimaal 0,60 x 0,60 m te zijn.

Pagina 49 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025 •

Sparingen en andere openingen dienen netjes aangestort en afgewerkt te worden (niet metselen).

•

Gebruik voor een betonnen put geprefabriceerde elementen: uitvoerig in overeenstemming met NEN 7126, NEN 7035 en voorzien van KOMO-keur.

•

Putafdekkingen dienen geschikt te zijn voor zwaar verkeer. De rand van de putafdekking moet voorzien zijn van opschrift VW voor vuilwater, RW voor regenwater en DR voor drainage. Bij gemengd riool geen tekst in rand.

•

Voor putranden in elementen verharding TBS, type RB3223-VR-Vepro hoog 0,17 m of 0,24 m toepassen.

•

Voor putranden in asfaltverharding TBS, type 295-VR-Vepro, hoog 0,24 m toepassen.

•

De minimale binnenwerkse maat van een inspectieput bedraagt 800 x 800 mm of Ø 800 mm.

•

Tussen betonnen afdekplaat en putrand een stelmogelijkheid van max. 0,20 m toepassen.

•

Op hoogte stellen putranden d.m.v. betonnen stelringen.

•

Stelringen en putafdekkingen bevestigen met krimparme mortel en platvol afwerken. Speciebaarden dienen verwijderd te worden.

•

Voor het aanbrengen dienen de stelringen met portlandcement te worden aangebrand.

6.5.3

Huis- en kolkaansluitingen

•

Perceelaansluiting woning: PVC-buis klasse SN8 Ø 125 mm.

•

Perceelaansluiting droge bedrijfsvoering: PVC-buis klasse SN8 Ø 160 mm.

•

Vuilwater perceel aansluitleidingen uitvoeren in PVC. Kleur oranjebruin RAL 8023.

•

Regenwater perceel aansluitleidingen uitvoeren in PVC. Kleur grijs RAL 7037.

•

Drain perceelaansluitingen uitvoeren in PVC. Kleur groen RAL 6024.

•

Ten behoeve van de vuilwateraansluiting een controleput (Wavin PK315) plaatsen op 50 cm uit de erfgrens op particuliere grond. Bovenkant deksel oplengen tot 0,30 m onder het maaiveld. Deksel + opzetstuk in kleur oranjebruin RAL 8023 uitvoeren.

•

Ten behoeve van de hemelwateraansluiting een ontstoppingsstuk met klemdeksel plaatsen op 50 cm uit de erfgrens op particuliere grond.

•

Ten behoeve van de drainaansluiting een ontstoppingsstuk met klemdeksel plaatsen op 50 cm uit de erfgrens op particuliere.

•

Aansluitingen op PVC hoofdriool uitvoeren doormiddel van keilinlaat met zettingsmof: z = 60 mm.

•

Aansluitingen op betonriolen uitvoeren met een kunststof betoninlaat en voorzien van een zettingconstructie: z = 80 mm.

•

Vuilwateraansluiting standleiding-huisaansluiting uitvoeren met flexibel pvc bochtstuk 87,5˚ met integrale zettingsmof van 60 mm, Flex = 12°.

•

Regenwater of kolkaansluitingen uitvoeren met: >

Flexibel pvc bochtstuk 87,5˚ met integrale zettingsmof van 60 mm: Flex = 12° of,

>

Flexibel stroom T-stuk 87,5° met integrale zettingsmof van 60 mm: Flex = 12°.

6.5.4

Straat- en trottoirkolken

•

Afhankelijk van gebruiksdoel Wavin kolken type Save met vierkanten PP onderbak met zandvang van 45 liter, of Wavin Tegra C250 kolken met 45 liter zandvang toepassen.

•

Kolk voorzien van bladvanger.

Pagina 50 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025 •

De afmeting van de kolk-kop zodanig kiezen dat deze goed aansluit op de bestrating. Dus maatvoering op stenenmaat.

•

In vrij liggende tegelpaden gebruik maken van PVC tegelpad kolken (afm. kop 300 x 300 mm).

•

Bij toepassing van kunststof straat- ¬en trottoirkolken dienen deze te voldoen aan klasse Y en verkeersklasse B.

6.5.5

Drainage / grondwater

•

PE-drainageputten met vlakke bodem met een minimale nominale diameter van 600 mm.

•

De put moet zijn voorzien van een 20 cm diepe zandvang, onder de laagste binnen onderkant buis.

•

De put moet zijn voorzien van 125 mm doorspuitarmen die onder 45° aansluiten op de drainageleiding en inspectieput.

•

De drainage (eind)putten dienen te worden voorzien van een betonnen afdekplaat 900 x 900 mm, dik 200 mm, met een opening van Ø 635 mm.

•

Drainagesysteem uitvoeren met dubbelwandige, starre buizen SN8, met een minimale diameter van DN150/Ø 160 mm. Buizen zijn uitwendig geribbeld en rondom gesleufd (360º).

•

Buizen voorzien van polypropeenvezels omhulling met O90 700 μm volgens NEN 7090.

•

Voor verbindingen gebruik maken van moffen met verbindingen volgens NEN 7080.

•

De polypropyleen-omhulling met behulp van tape zanddicht aansluiten.

•

Wegdrainage met een permanente draineerfunctie wordt aangelegd in een grindkoffer van 400 mm x 400 mm met grindsortering 2-6 mm.

•

In het drainagestelsel worden perceelsaansluitingen d.m.v. T stukken 160-160 45° opgenomen.

•

Als perceelsdrainage worden PP Ø 110 mm, kleur groen (ultra 3 Ø 110 mm, kleur groen, zonder opschrift) tot 1,00 m binnen de erfgrens ‘op kap’ aangelegd.

6.5.6

Uitlaten, overstorten en randvoorzieningen

•

Bij uitstroomleidingen tot met Ø 315 een uitstroombak type 0 toepassen.

•

Bij uitstroomleidingen ≥ 400 mm een uitstroombak type 1.

•

Uitstroombakken met schotbalksponning toepassen.

•

In overleg met de gemeente de uitstroombak voorzien van een gegalvaniseerd krooshek bij leidingdiameter ≥ 400 mm.

•

De afschuining is gelijk aan de taludhelling. Met uitzondering van ecologische oevers.

•

Bij ecologische oevers ook een prefab betonnen taludbak toepassen.

•

Uitstroombak stellen op 4 houten palen van 3,00 m die d.m.v. kespen zijn gekoppeld (zie riool details).

6.5.7

Rioolgemalen

Kelder •

Gebruik een pompput met betonnen geprefabriceerde elementen: uitvoering in overeenstemming met NEN 7126, NEN 7035 en voorzien van KOMO-keur.

Pagina 51 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025

Rioolgemaal in Wieringerwerf

Pagina 52 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025 •

De hoek tussen bodem en wand moet met beton zijn afgeschuind over 0,15 m d.m.v. een fabrieksmatig aangebracht stroomprofiel op de bodem, zodat vuil zich niet kan ophopen in de kelder.

•

Als het gemaal op een agressief lozingspunt staat (bijv. waar persleidingen lozen) het DWAcompartiment voorzien van ALMO HDPE noppenplaat.

•

Gewapende betonnen afdekplaat met sparing t.b.v. schakelkast en luik, indien noodzakelijk ook sparingen voor spindelpotten.

•

Rioolspindelschuif uitgevoerd in RVS 316 met HDPE geleiding, incl. RVS verlengspindel tot onderkant afdekplaat, steunlager en bedieningssleutel. Als de afsluiter zich onder het dek bevindt, RVS gas- en stankdichte spindelpotten in dek instorten t.b.v. rioolspindelschuif.

•

Kabeldoorvoeren: pompkabel kan gelegd/vervangen worden zonder put te betreden.

•

PE starre kabelmantelbuizen (4 st Ø 50 mm) in dek leggen tot aan pompluik. Afdichten met stoppage.

Pompen •

Pomp van Flygt met verstoppingsarme en verende N-waaier, voorzien van geleide klauw voor 2 geleiden stangen van 2” en 10 m pompkabel.

•

Pompen voorzien van een coating met een laagdikte van 60 µm.

•

Bevestigingsmiddelen uitvoeren in RVS (AISI316).

•

Overige gietijzeren onderdelen inwendig en uitwendig voorzien van resicoat RT 9000 R4 poederepoxycoating, dikte ca. 250 µm.

•

In vuilwatergemaal twee pompen plaatsen die elkaars reserve zijn.

•

Pompen uitvoeren als natte opstelling en in RVS uitvoeren bij proceswaterlozingen.

•

2 geleidenstangen, 2”, RVS per pomp (AIS316, diameter 60,3 x 2,9 mm), RVS geleidebuisbevestigingen met rubber nokken en kabelophanghaak.

•

Gecertificeerde RVS (AIS316) hijskettingen per pomp (schalmdikte afhankelijk van het gewicht van pomp) van voldoende lengte, v.v. overname ogen per meter, RVS harpsluitingen (AIS316). De lengte van de ketting afstemmen op de diepte van de pompput.

Luik •

Per pomp één luik toepassen.

•

Aluminium opbouwluik, type B2, leverancier Staka. Dagmaat per luik minimaal 1290 x 850 mm.

•

Kwaliteit deksel: ALMg3.5-traans, gebeitste uitvoering, traanplaat 5/6,5 mm.

•

Aluminium opbouwluik v.v. 2-delige gelagerde en geïsoleerde scharnierende afdekluiken en één aluminium uitzethaak per luik. Scharnieren plaatsen binnen de deksel. In geopende stand staat het luik onder een hoek van 110 graden.

•

Luiken stankdicht knevelen d.m.v. 2 st RVS bajonetten per luik. Eén knevelsleutel leveren per gemaal.

•

Luiken voorzien van neopreen, t.b.v. stankafdichting, in een U-profiel.

•

Eén handgreep RVS per luik en één slotoog per luik tbv hangslot.

•

Hangslot met 2 sleutels: ABUS Expedition 70 (opgebouwd uit een messing huis en een RVS beugel), product 70/45 sleutelnummer: KA 6402.

•

Hoekprofielen aluminium 100 x 100 x 10 mm. Pagina 53 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025 •

Verankeringsgaten: 16,5 mm rond. Slagankers: M10x40, RVS Bouten/ringen: RVS/PVC (t.b.v. montage op het dek). Celrubber plaatsen tussen frame en gemaaldek.

•

Kwaliteit frame: ALMgSi0,5, gebeitste uitvoering.

•

Veiligheidsroosters (RVS 316) scharnierend, vast aan het frame. Eén rooster per pomp en per pomp te openen en voorzien van een scharnierende en geknevelde tussenstijl (U-profiel). De ruimte tussen de spijlen van het veiligheidsrooster max. 80 mm.

•

Contactpunten van RVS en aluminium gescheiden d.m.v. rubber tvv contactcorrosie.

Leidingwerk •

Per pomp één gietijzeren voetbocht met ondersteuning.

•

Per pomp één balkeerklep. Materiaal: < DN150 = balkeerklep van RVS (316) en ≥ DN150 = balkeerklep van gietijzer.

•

Leidingwerk uitvoeren in HDPE (SDR11) tussen balkeerklep en muurdoorvoer-stuk.

•

Bochtstukken en appendages in het gemaal koppelen d.m.v. electrolasmoffen.

•

Bij twee pompen de persleiding binnen de pompkelder koppelen.

•

Eén RVS muurdoorvoerstuk (FFM-stuk) voor uitgaande persleiding door gemaalwand.

•

Eén Flensafsluiter merk AVK 6/34 van nodulair gietijzer, v.v. verlengspindel, schutbuis, straatpot en eventueel straatpottegel plaatsen buiten het gemaal.

•

Leidingwerk buiten het gemaal in HDPE (SDR11) tussen afsluiter en verloopstuk.

•

Bochtstukken en appendages buiten het gemaal koppelen d.m.v. electrolasmoffen.

•

Verloopstuk HDPE, trekvaste koppeling E-flex type Supadap t.b.v. het koppelen op persleiding buiten het gemaal.

•

Flensverbindingen van rubberpakking met canvas inlage en RVS-bouten, moeren en sluitringen.

•

Leidingwerk na verloopstuk uitvoeren in HDPE (SDR11).

Niveaumeting •

Voor de aansturing van het gemaal een keramische druksensor van het fabricaat Vegawell, Type Vega 52 (4-20 mA sensor) leveren en bevestigd aan een RVS geleidedraad gemonteerd aan een op de bodem te plaatsen afspangewicht.

•

In overleg kan er worden gekozen voor een radarsensor als de ruimte hiervoor toereikend is.

•

Druksensor situeren op de meest stromingsongevoelige locatie.

•

Meetbereik van de sensor moet geschikt zijn voor de diepte van de pompput. 0-5 meter.

•

Druksensor voorzien van 12 meter kabel.

•

Ophanging: via bijbehorende ophangbeugel.

•

Voor de continuering van het pompbedrijf, in geval van defecte niveausensor, een "Hoog Water wipper" aanbrengen.

•

De niveaumeting moet ingesteld zijn op maten tov mNAP in de telemetrie.

•

Kabelaansluiting: via originele aansluitbox met Gore-Tex filter.

•

Documentatie: Inspectie/kalibratierapport volgens IEC 60770.

Debietmeting •

Bij hoofdgemalen en gemalen met grote capaciteiten het gemaal voorzien van debietmeter.

Pagina 54 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025 •

Debietmeter Krohe, type Optiflux 2000W, IP 68 met grondcoating in het leidingwerk buiten het gemaal aanbrengen;

•

Meetbuis/Debietmeter zodanig plaatsen dat voldaan wordt aan de installatie eisen van de leverancier, zodat de meest nauwkeurige waarden gemeten worden (volle buis, geen verstoring agv bochten e.d.);

•

Bij niet metalenleidingen de debietmeter voorzien van aardingsringen;

•

Debietmeteruitgangen 04..20 mA aansluiten op de PLC en de meetomvormer IFC 100; type wanduitvoering.

•

Naast debieten dienen (cumulatieve) volumes via de pulsuitgang geregistreerd te worden;

•

Signaalkabel ‘Dsgrijs’ betrekken bij fabrikant en in mantelbuis leggen.

•

De Optiflux debietmeter aanbrengen in inspectieput 800mm modulair opbouwbaar, voorzien van stelrand en TBS putrand (zie riooldetails).

•

De debietmeter callibreren naar maximaal debiet. Hierbij dienen de schaaleindwaarden door Krohne geprogrammeerd en ingesteld te worden.

•

Het bouw- of commissienummer dienen bij de meetomvormer en meetbuis (debiet/flowmeter) gelijk te zijn;

•

De debietmeter dient voor overdracht te worden gekalibreerd door of namens Krohne. Het kalibratierapport/-certificaat dient in de opleveringsmap te worden opgenomen.

Buitenopstellingskast •

Buitenopstellingskast STAKA type RH1200 RVS uitgevoerd in RAL 6005. Afm.: 1150x1200x350 mm (HxBxD). Kast met regengoot. Plaatmateriaal 2 mm RVS 304.

•

Betonvoet voor buitenkast moet vast aan het gemaal/afdekplaat zitten. Indien niet mogelijk schakelkast op max. 3 m van pompput installeren op RVS fundatie.

•

Buitenopstellingskast voorzien van vandalisme- vrije GPRS antenne.

•

Achterwand van 15 mm gecoat multiplex.

•

Kastdeur waterdicht afsluitbaar v.v. tekeninghouder, vergrendelbare uitzethaak, espagnolet sluiting Zamac hevel, zwarte Emka kruk met halve europrofielcilinder-slot type RONIS N-34265.

•

Kast uit één compartiment v.v. 2 afsluitbare deuren. Achter linkerdeur kWh-meter plaatsen.

•

Deur kast naar putopening laten scharnieren.

•

Alle te openen deuren kunnen onbelemmerd open.

•

Tussen kast en kastvoet een laag compriband aanbrengen.

•

In de kastbodem een laag Hydro korrels van 0,10 m aanbrengen.

•

Een deurschakeling aanbrengen, aangesloten op de computer.

•

Aanbrengen spatwaterdichte dubbele wandcontactdoos 230V 16A.

•

Schakelkast v.v. Tl-verlichting en moet worden bediend door een deurschakelaar.

•

Als de schakelkast op afdekplaat gemonteerd wordt, moet er minimaal 0,80 m ruimte aangehouden worden tussen kast en aluminium luik. Schakelkast op plint van 0,10 m monteren.

•

Kabels tussen gemaalput en kast door vier kokers (polyethyleen Ø 50 mm) voeren. In put vier sparingen opnemen. Kabel doorvoeren afsluiten met Stoppaq (stankdicht).

Pagina 55 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025 Schakelpaneel •

1 Hoofdschakelaar 4 polig, 63 Amp.

•

Per pomp een 3 polig installatieautomaten en een aardlekschakelaar.

•

1 lichtgroep met aardlekbeveiliging 1 polig 16/003A tbv wandcontactdoos, verwarming en verlichting.

•

•

1 voeding voor de gemaalcomputer incl.: >

1 installatieautomaat 1 polig + nul, 6 Amp.

>

2 noodvoeding accu’s t.b.v. noodstroom voor gemaalbesturing.

Als een pomp door storing uitgaat mag in geen geval de complete werking van het gemaal uitvallen of de werking van de tweede pomp.

•

Gemaal laten communiceren met de hoofdpost van de gemeente Hollands Kroon.

•

Signalering via GPRS modem/router IP-box, nulmodem, omvormer en flatcable.

•

Het modem v.v. SIM-kaart. SIM-kaart wordt namens de gemeente door Remondis geleverd en geactiveerd.

•

De gehele installatie moet geaard worden met een aardpuls Ra ≤ 1,25 Ω.

•

Elektrische installatie v.v. veiligheidsaarding. De aardverspreidingsweerstand moet voldoen aan de eisen van stroomleverancier. Meetstaat van aarding toevoegen aan bedieningsmap.

•

T.b.v. schakelingen hoofdschakelaars, aardlekschakelaar en besturingsschakelaars aanbrengen.

Gemaalcomputer •

In besturingskast aanbrengen van Flygt AP900 gemaalcomputerbesturing o.g.

•

In kast van gemaalcomputer een verwarmingselement monteren geschakeld door thermo/hygrostaat.

•

Het onderstation dient voorbereid te zijn op de toekomst. Hiervoor dienen op eenvoudige wijze en zonder meerkosten de volgende functies door de eindgebruiker te kunnen worden geactiveerd: >

aansluiten van een regenmeter

>

aansluiten van een debietmeter

>

gemalen en/of overstorten onderling blokkeren

>

aansluiten van een overstortmeting

Bediening •

De schakelkast dient te worden voorzien van een hdmi scherm/bedieningsscherm.

•

Deze unit dient zodanig te worden geplaatst dat een eenvoudige uitlezing op ooghoogte mogelijk is. Op het bedieningsvenster is direct te zien:

•

>

status van de pompen en belangrijke gebeurtenissen

>

belangrijkste storingen

Op het display dienen de volgende installatiegegevens te kunnen worden uitgelezen en/of te kunnen worden ingeregeld:

•

>

niveau(s)

>

draaiuren (dag, totaal)

>

stroomopname (dag, totaal)

Toepassen van robuuste drukknoppen voor handbediening en een storingshersteldrukknop.

Pagina 56 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025 Keuring van de installatie •

Alle leveringen die tot het werk behoren dienen te voldoen aan de van toepassing zijnde CErichtlijnen c.q. te zijn voorzien van het CE-keurmerk.

•

Leveringen dienen in overeenstemming te zijn met de strekking van CE richtlijnen, NEN 1010 en NEN 3140.

•

De CE certificering van de totale installatie per gemaal valt onder de verantwoordelijkheid van de aannemer.

6.5.8

Drukriolering

Pomput •

Prefab PE pompput, inwendige Ø 800. Diepte afhankelijk van de situatie, rekening houdend met in- en uitslagpeil. Gemalen v.v. minimaal pendelberging van 0,50 m.

•

Put v.v. PE spiestuk Ø160 mm, PE persleidingdoorvoer 63 mm, 1 kabeldoorvoerstuk Ø 40 mm.

•

Putafdekking GY/ beton 520 mm D400 met beton(stel)rand 900 x 900 x 200 mm + O-ring.

•

Gietijzeren putrand TBS type 313-Vepro.

•

Gietijzeren deksel v.v. opschrift “Pompput”.

Buitenopstellingskast met kWH-meter & krachtverdeling voor andere gemalen •

Voeding: vanuit in de buitenopstellingskast te plaatsen kWH-meter en voeding voor andere minigemalen.

•

Staka: RH800 RVS kast, Afmeting: 1150 x 800 x 350 mm (HxBxD) RAL 6005 (gepoedercoat).

•

RVS fundering t.b.v. Staka RH800.

•

2 deuren met gescheiden compartimenten.

•

Espagnoletsluiting met zwarte Emka kruk inclusief half euro profielcilinderslot type Ronis N34265.

•

Scharnierdeur vergrendelbaar venster met aardlekschakelaar, waterdicht IP55.

•

Scharnierdeur moet onbelemmerd open gaan.

•

Montagepaneel: multiplex 15 mm dik (watervast verlijmd).

•

kWh-meter (te plaatsen door energiebedrijf).

•

Kastverlichting, bedient d.m.v. een deurschakelaar.

•

Gemaalcomputer/PLC besturing geschikt voor koppeling op hoofdpost voor directe signalering en inschakeling van 1 of 2 pompen. Samengebouwd in een kunststofkast.

•

Dubbele wandcontactdoos 230V met randaarde en spatwaterdicht.

•

Aardelectrode slaan en aansluiten op de buitenopstellingskast en elektrische installatie.

•

Afmeting: 430 x 300 x 150 mm (HxBxD) en voorzien van: >

PLC besturing geschikt voor koppeling op hoofdpost

>

Thermische beveiliging en urenteller.

>

Installatie automaat per toegepaste pomp.

>

Aardlekschakelaar.

>

Reset-, testknop en aansluiting FGC terminal.

>

Gemaal zonder telemetrie: storingslamp met LED-verlichting op buitenopstellings-kast van slagvast makrolon.

•

Niveau-meting d.m.v. luchtpomp en borrelbuis. Pagina 57 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025 Leidingen •

RVS 316 voetbocht.

•

RVS 316 balkeerklep.

•

RVS 316 3-delige koppeling.

•

RVS 316 kogelkraan.

•

Leidingwerk RVS316.

•

Pijpnippel RVS 316 60,3 x 6,2 (2”).

•

Overgangskoppeling 2” x 63 mm of 2” x 75 mm HDPE/RVS.

Pompen •

Pomp van Flygt, directe start, incl. klauw en 10 m motorkabel 4 x 1,5 mm2 en RVS hijsketting.

•

Bij drukriolering versnijdende pompen toepassen.

•

2 geleidenstangen, RVS, diameter ¾”.

•

1 bevestigingsbeugel RVS, met RVS kettinghaak.

Buitenopstellingskast zonder kWH-meter •

Buitenopstellingskast naast de pompput installeren.

•

RVS fundatie t.b.v. buitenopstellingskast.

•

Voeding: vanuit woning of een ander (hoofd) gemaal of een centrale voedingskast (CVK).

•

Staka: PSZ 445, RVS kast, RAL6005 (gepoedercoat).

•

Staka RVS fundering PSZ 445.

•

Afmeting: 640 x 425 x 270 mm (HxBxD).

•

1 deur.

•

Espagnoletsluiting met zwarte Emka kruk inclusief half euro profielcilinderslot type Ronis N34265.

•

Montagepaneel: multiplex 15 mm dik (watervast verlijmd).

Buitenopstellingskast met kWH-meter. •

Voeding: vanuit in de buitenopstellingskast te plaatsen kWH-meter.

•

Staka: RH800 RVS kast, RAL 6005 (gepoedercoat).

•

Staka RVS fundering RH800.

•

Afmeting: 1150 x 800 x 350 mm (HxBxD).

•

kWh-meter (te plaatsen door energiebedrijf).

•

1 deur.

•

Slaan aardelektrode en aansluiten op de buitenopstellingskast en elektrische installatie.

•

Espagnoletsluiting met zwarte Emka kruk inclusief half euro profielcilinderslot type Ronis N34265.

•

Enkele wandcontactdoos 230V met randaarde en spatwaterdicht.

•

Montagepaneel: multiplex 15 mm dik (watervast verlijmd).

•

Kastverlichting, bedient d.m.v. een deurschakelaar.

6.5.9

Persleiding

•

Toe te passen drukleidingen HDPE PE 100 met minimale diameter Ø 63 mm.

•

Buisklasse voor drukleidingen in open ontgraving: SDR 17, nominale drukklasse PN10: max. werkdruk 1,0 MPa (10 bar).

•

Kleur persleiding: Zwart met bruine strepen.

Pagina 58 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025 •

Buisklasse voor gestuurde boringen: SDR 11. Nominale drukklasse PN 16: max. werkdruk 1,6 MPa (16 bar). Kleur zwart met bruine strepen.

•

In de persleidingen dienen afsluiters AVK 6/34, doorspuitpunten en eventuele ontluchters opgenomen te worden.

•

HDPE verbindingen tot en met ø200mm uitvoeren d.m.v. electrolasmoffen.

•

HDPE verbindingen vanaf ø250mm uitvoeren d.m.v. spiegellassen.

•

Bij spiegellassen het opgetrompte materiaal aan de binnenzijde verwijderen.

6.6

Richtlijnen uitvoering

Algemeen geldt dat voor de uitvoering het moederbestek, de standaard RAW-bepalingen en de richtlijnen van de leverancier van toepassing zijn. 6.6.1

Vrijvervalriolering

•

De ruimte naast de rioolbuis moet in de rioolsleuf minimaal 0,50 meter bedragen i.v.m. zijdelingse verdichting en veiligheid.

•

Onder de riolering grondverbetering/zandbed van 10 cm zand aanbrengen en verdichten.

•

Riolering aanleggen in zand, in lagen van max. 30 cm verdichten.

•

Sleuven van riolen, huis- en kolkaansluitingen aanvullen na controle van de toezichthouder.

•

Het riool en de putten aanbrengen op een droge ondergrond.

•

Tijdens de bouwrijpfase de mangaten in de putten tijdelijk afdekken met een staalplaat, voorzien van opgelaste strippen om verschuiven tegen te gaan (ook tijdens schaft).

•

De leg- en plaatsingsvoorschriften van de fabrikant / leverancier van buizen en putten moeten tijdens de uitvoering gevolgd worden.

•

Riolering die buitengebruik wordt gesteld, reinigen, verwijderen en op milieu verantwoordelijke manier afvoeren. Als dit niet mogelijk is moet het riool gereinigd en volgeschuimd worden. Volgeschuimd riool moet op een aparte revisietekening worden verwerkt.

•

De hoogteligging van het riool mag op geen enkel punt meer dan 20 mm afwijken van de op ontwerp-of bestekstekening voorgeschreven hoogteligging.

•

Het afschot in het riool mag op geen enkel punt tegengesteld gericht zijn aan het voorgeschreven afschot.

•

Voor de buis wordt afgedekt wordt het buisverhang, over de gehele lengte, gecontroleerd op aanlegwaarden én de eisen van de Standaard RAW en het bestek.

•

Riolering die niet voldoet aan de gestelde eisen m.b.t. hoogteligging, afschot of maximale schaden wordt afgekeurd en moet herlegd worden.

6.6.2

Huisaansluitingen

•

Afschot van de huisaansluiting bedraagt 1:100 tot 1:200

•

In de huisaansluiting op gemeentelijke terrein mogen in het horizontale vlak geen bochtstukken worden toegepast.

•

Uitleggers riool, kolken en mantelbuizen onder de weg dienen uit één geheel te bestaan (dus geen moffen onder het wegcunet).

Pagina 59 van 110

Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025 •

Als er geen zandondergrond is, sleuven van huisaansluitingen ontgraven tot 0,10 m beneden onderkant buis en grondverbetering toepassen van 0,10 m zand en verdichten onder de buis. Ook aan beide zijden van de buis minimaal 0,10 m zand aanbrengen en verdichten.

•

Alle vervallen huisaansluitingen dienen tot en met het hoofdriool te worden verwijderd, waarbij de standleiding wordt voorzien van een eindkap.

•

De ligging van de controle- en ontstoppingsputjes worden ingemeten met GPS en uitgewerkt op huisaansluittekeningen, volgens de standaard van de gemeente.

•

Van de huis aansluitleidingen worden foto’s gemaakt. Op de foto’s is de open sleuf en zoveel mogelijk het huis met huisnummer zichtbaar.

6.6.3

Straat- en trottoirkolken

•

Als er geen zandondergrond is, sleuven van kolkaansluitingen ontgraven tot 0,10 m beneden onderkant buis en grondverbetering toepassen van 0,10 m zand en verdichten onder de buis. Ook aan beide zijden van de buis minimaal 0,10 m zand aanbrengen en verdichten.

•

Alle vervallen kolkaansluitingen verwijderen en afdoppen bij de standleiding. Bij asfalt afdoppen achter de band.

•

Wanneer verdichten niet goed mogelijk is, kan gebruik worden gemaakt van inwateren nadat het zand al zoveel mogelijk is verdicht.

6.6.4

Drainage en grondwater

•

De sleuven van perceelaansluitingen met een permanente draineerfunctie aanvullen met draineerzand.

•

Zand met een tijdelijke of permanente draineerfunctie moet zijn mineraal materiaal waarvan het gehalte aan minerale deeltjes door zeef 63 um van de fractie door zeef 2 mm ten hoogste 5% bedraagt.

•

Van zand met een permanente draineerfunctie moet voorts de fractie op zeef 250 um ten minste 50% bedragen.

6.6.5

Uitlaten, overstorten en randvoorzieningen

•

B.O.B.-maat van de leiding in de uitstroombak bij voorkeur minimaal 0,20 m boven de vaste bodem van een watergang.

6.6.6

Rioolgemalen

•

De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de aansluiting op het elektriciteitsnet.

•

Rioolgemalen dienen bedrijfsklaar opgeleverd te worden, waarbij de PLC is gekoppeld met en is opgenomen in het telemetriesysteem van de gemeente Hollandskroon.

•

Het gemaal wordt aan de gemeente overgedragen, nadat het een jaar zonder noemenswaardige storingen heeft gefunctioneerd.

•

Op moment van overdracht wordt de E-aansluiting op naam van de gemeente gezet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=35d627b2-ed81-4b1b-92e6-655f7aca73a1