Rapport Ruimtelijke onderbouwing - 5-6-2025.pdf
Tekst van het document
Dit houdt in dat beoordeeld moet worden wat de gevolgen van de met een omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit mogelijke gemaakte ontwikkeling zijn op de instandhoudingsdoelen van beschermde natuurgebieden die voor flora en fauna van groot belang zijn. Dit zijn de Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland-gebieden en andere bijzondere natuurgebieden en landschappen. Natura 2000-activiteiten zijn activiteiten die significant nadelige gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. De Omgevingswet geeft regels over die activiteiten om de natuur te beschermen. In afdeling 8.6 van het Bkl zijn beoordelingsregels opgenomen voor omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit en flora- en faunaactiviteit. Artikel 8.74b van het Bkl bevat beoordelingsregels voor Natura 2000-activiteit. Natura 2000-gebieden De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van artikel 2.43 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit.
Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de
Ruimtelijke onderbouwing BOPA Noordachtereschweg 1-3 Markelo
45
voorbereiding van een omgevingsplan of afwijken van het omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. TOETS NATURA 2000-GEBIEDEN Het projectgebied ligt op circa 2,9 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied -gebied weergegeven.
Figuur 4.5: Ligging projectgebied t.o.v. Natura 2000-gebied (bron: calculator.aerius.nl) Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv. geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. In artikel 6.15 van de Omgevingsregeling wordt benoemd dat de stikstofdepositie moet worden berekend met AERIUS
Ruimtelijke onderbouwing BOPA Noordachtereschweg 1-3 Markelo
46
Calculator. In het kader van dit project is een AERIUS-berekening uitgevoerd om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied te berekenen. In het kader van dit project is een AERIUS-berekening uitgevoerd om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied te berekenen. Om dit te beoordelen is door Langelaar Milieuadvies een AERIUS-berekening uitgevoerd (projectnummer 25020.01, d.d. 6 april 2025) voor zowel de bouwfase (tijdelijk karakter) en de gebruiksfase die samenhangt met de voorgenomen ontwikkeling. De memo stikstofdepositie en de projectberekening voor de aanleg- en gebruiksfase zijn als bijlagen 4,5 en 6 bij deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen. Hieronder worden de rekenresultaten weergegeven. Rekenresultaten realisatiefase Uit rekenresultaten met AERIUS Calculator blijkt dat ten gevolge van het onderhavige project de depositietoename op stikstofgevoelige habitats of leefgebieden in Natura 2000-gebieden nergens hoger is dan 0,00 mol/ha/jr. Rekenresultaten gebruiksfase Uit de rekenresultaten met AERIUS Calculator blijkt dat ten gevolge van het onderhavige project de depositietoename op stikstofgevoelige habitats of leefgebieden in Natura 2000-gebieden nergens hoger is dan 0,00 mol/ha/jr.
Uit het uitgevoerde onderzoek stikstofdepositie blijkt dat zowel de inzet van machines en transportbewegingen in de realisatiefase als verkeer in de gebruiksfase niet leidt tot een stikstofdepositietoename die groter is dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebieden. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden door stikstof kunnen op voorhand worden uitgesloten. Voor het project geldt geen vergunningplicht op grond van de Omgevingswet ten gevolge van stikstofdepositie (gebiedsbescherming). Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale omgevingsvisies- en verordeningen uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. TOETS NATUURNETWERK NEDERLAND Het projectgebied ligt niet binnen of in de nabijheid van gronden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland. De dichtstbijzijnde gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren liggen op 1,35 kilometer afstand van het projectgebied. In figuur 4.6 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland weergegeven.
Ruimtelijke onderbouwing BOPA Noordachtereschweg 1-3 Markelo
47
Figuur 4.6: Ligging projectgebied t.o.v. NNN (bron: Atlas van Overijssel) Omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent, hoeft het project niet verder getoetst te worden aan de regels voor de bescherming van het NNN. vormt geen belemmering voor dit project. 4.10.2 Soortenbescherming In de Omgevingswet (Besluit activiteit leefomgeving) is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten. In de Omgevingswet worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 11.37 t/m artikel 11.40 Bal); Soorten Habitatrichtlijn (artikel 11.46 t/m artikel 11.48 Bal); Andere soorten (artikel 11.54 Bal). Door een groot aantal activiteiten en invloeden staat het voortbestaan van veel dier- en plantsoorten onder druk. Daarom is soortenbescherming een onderdeel van de Omgevingswet. Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en faunaactiviteiten. De Omgevingswet geeft regels over flora- en fauna-activiteiten om soorten te beschermen. Deze activiteit is vaak het gevolg van een andere activiteit zoals bouwactiviteit.
In afdeling 8.6 van het Bkl zijn beoordelingsregels opgenomen voor omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit en flora- en fauna-activiteit. Artikel 8.74j tot en met 8.74n bevat beoordelingsregels voor flora- en fauna-activiteit. TOETS SOORTENBESCHERMING Om te onderzoeken of de activiteiten voor het project kunnen leiden tot wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet ten aanzien van beschermde flora en fauna, is door Natuurbank Overijssel een effectbeoordeling uitgevoerd (projectnummer 7621, versie 1.0, d.d. 3 juni 2025). Op 28 mei 2025 is het projectgebied door een ervaren ecoloog bezocht. De bevindingen zijn beschreven in de quickscan natuurwaarden welke als bijlage 3 bij deze ruimtelijke onderbouwing is bijgevoegd. Hieronder worden de conclusies weergegeven ten aanzien van soortenbescherming.
Ruimtelijke onderbouwing BOPA Noordachtereschweg 1-3 Markelo
48
De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied ongeschikt als groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten benut als foerageergebied en mogelijk nestelen er vogels en bezetten grondgebonden zoogdieren en amfibieën er een voortplantingsplaats en/of (winter)rustplaats. Het plangebied wordt door vleermuizen uitsluitend als foerageergebied benut. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen of vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verkregen worden omdat de voorgenomen activiteiten niet als een in de wet genoemd belang worden beschouwd. Het rooien van beplanting, slopen van bebouwing en het bouwen van de woningen dient daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om dit te doen is augustus-februari. Voorgenomen activiteiten mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten verstoord, beschadigd of vernield worden.
Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode van vogels, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet nest uit te kunnen sluiten. Mogelijk wordt een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt een voortplantingsplaats en/of rustplaats beschadigd of vernield, als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Voor de bosmuizen, huisspitsmuizen, rosse woelmuizen en veldmuizen die een voortplantingsplaats en/of rustplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling deze soort dient een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden voor het beschadigen/vernielen van voortplantingsplaats en/of rustplaats. Voor de andere beschermde grondgebonden zoogdieren die in het plangebied een verblijfplaats bezetten geldt een vrijstelling voor het beschadigen/vernielen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Er geldt geen vrijstelling voor het doden. Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden zoogdieren gedood worden, dienen ze weggevangen te worden of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist.
Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden geen beschermde grondgebonden zoogdieren opzettelijk gedood. Er dient wel een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden voor het beschadigen/vernielen van voortplantingsplaats en/of rustplaats voor egel. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan pas doorgaan wanneer de Omgevingsvergunning is verleend en de voorschriften uit de Omgevingsvergunning zijn nageleefd. De omgevingsvergunning voor de flora- en fauna-activiteit wordt bij de provincie Overijssel (bevoegd gezag) aangevraagd. De de aanvraag separaat aangevraagd kan en gaat worden. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan niet uitgesloten worden dat beschermde amfibieën gedood worden en dat (winter) rustplaatsen opzettelijk beschadigd of vernield worden. Voor de beschermde amfibieën waarvan mogelijk de (winter)rustplaatsen negatief beïnvloed wordt - en te voorkomen dat beschermde amfibieën opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden, of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist.
Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde amfibieën gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden niet tot overtreding van een verbodsbepaling. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet.
Ruimtelijke onderbouwing BOPA Noordachtereschweg 1-3 Markelo
49
omgevingsvergunning voor de flora- en fauna4.11
MOBILITEIT EN PARKEREN
4.11.1 Wettelijk kader Op basis van de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.7 en 5.1.8 houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de meest recente publicatie van het CROW: publicatie 744 -publicatie 381
gemeente Hof van Twente heeft de parkeernormen gebaseerd op CROWet Gemeentelijk Mobiliteitsplan zijn sterk verouderd. Gelet op de trends en ontwikkelingen in relatie tot het autobezit, het OV-gebruik en de woningbouwbehoefte wordt gesteld dat een aansluiting bij de meest recente parkeer- en verkeersnormen van de CROW logisch is. Derhalve wordt hieronder getoetst aan de meest recente versie van het CROW: publicatie 744 (augustus 2024). 4.11.2 Situatie projectgebied Voor de berekening van de verkeersgeneratie als gevolg van het project wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Stedelijkheidsgraad: weinig stedelijk; Stedelijke zone: rest bebouwde kom; Functie: Huur, huis, sociale huur (8) Op basis van bovengenoemde uitgangspunten geldt voor sociale huurwoningen een maximale verkeersgeneratie van 4,8 verkeersbewegingen per dag. De toename van het aantal verkeersbewegingen bedraagt als gevolg van dit project (4,8 * 8 = 38,4) 39 verkeersbewegingen per dag. De woningen worden ontsloten op de Noordachtereschweg, welke via de Tolweg in verbinding staat met de Holterweg (N755). De Holterweg (N755) betreft samen met de Rijssenseweg (N752) en Goorseweg (N753) de belangrijkste ontsluitingsweg die Markelo met de omliggende kernen verbindt.
Gelet op de kenmerken van de bestaande infrastructuur wordt geconcludeerd dat de toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van dit project, zonder problemen via de bestaande infrastructuur afgewikkeld kan w belemmering. Op grond van CROW-publicatie 744 gelden de volgende parkeernormen: Huur, huis sociale huur (8): 1,1 parkeerplaats per woning. Totale parkeerbehoefte: 8,8 parkeerplaatsen. Daarmee bedraagt de totale parkeerbehoefte van dit plan afgerond 9 parkeerplaatsen.
Ruimtelijke onderbouwing BOPA Noordachtereschweg 1-3 Markelo
50
Figuur 4.7: Situatietekening (bron: De Projectontwikkelaar)
Zoals uit figuur 4.7 blijkt worden enkele bestaande parkeerplaatsen verwijderd als gevolg van het project. Tegelijkertijd worden er 14 parkeerplaatsen toegevoegd waardoor er (14-5 = 9) ten opzichte van de bestaande situatie 9 extra parkeerplaatsen worden aangebracht. Daarmee voorziet het project in de eigen parkeerbehoefte en wordt er geen extra parkeerdruk gelegd op de omgeving.
4.12
GEZONDHEID
4.12.1 Wettelijk kader De Omgevingswet bevordert integrale besluitvorming en samenhang door alle relevante aspecten waaronder gezondheid - in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken. De grondslag voor het beschermen van de gezondheid is artikel 1.3 sub a van de Omgevingswet. Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. Het artikel benadrukt de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in plaats van een sectorale. De Omgevingswet is in ieder geval gericht op veiligheid en gezondheid van de mens. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat om: Het beschermen van gezondheid (is er sprake van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid?); Het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid). 4.12.2 Situatie projectgebied Met dit project wordt de realisatie van nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Zoals uit voorgaande paragrafen blijkt voldoet het project aan de geldende (milieu)normen en is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Door de realisatie van betaalbare woningen kunnen starters en senioren in aanmerking komen voor een nieuwe geschikte woning. De realisatie van nieuwe woningen levert een bijdrage aan de gezondheid. Immers, goed en veilig wonen is een belangrijk aspect voor een gezond leven. De nieuwe woningen voldoen aan de meest recente technische eisen
Ruimtelijke onderbouwing BOPA Noordachtereschweg 1-3 Markelo
51
(o.a. gelet op luchtkwaliteit, duurzaamheid etc.). Daarmee wordt goede en geschikte huisvesting gerealiseerd wat een positief effect heeft op de gezondheid.
Ruimtelijke onderbouwing BOPA Noordachtereschweg 1-3 Markelo
52
5. UITVOERBAARHEID 5.1
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Kostenverhaal Afdeling 13.6 van de Omgevingswet bevat de regeling voor kostenverhaal. De wet geeft de uitgangspunten en vereisten op basis waarvan wordt bepaald of kostenverhaal verplicht is en hoe de kostenverhaalsbijdrage wordt bepaald. De verplichting tot kostenverhaal geldt voor particuliere grondeigenaren die een bouwplan als bedoeld in artikel 13.11 Omgevingswet en artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit kunnen realiseren. Het gaat dan bijvoorbeeld om de bouw van een of meerdere woningen of een nieuw hoofdgebouw. Uit artikel 13.11 Ow volgt dat het verhaal van kosten via een anterieure overeenkomst mag plaatsvinden. De initiatiefnemer heeft met de gemeente Hof van Twente een anterieure overeenkomst afgesloten. Nadeelcompensatie Nadeelcompensatie heeft betrekking op vergoeding van schade veroorzaakte door rechtmatige besluiten en handelen van de overheid. Nadeelcompensatie binnen de Omgevingswet gaat over besluiten of maatregelen: die rechtstreeks werkende rechten en verplichtingen voor burgers en bedrijven bevatten; die rechtstreeks gevolgen hebben voor burgers en bedrijven door verandering van de fysieke leefomgeving. De schadeoorzaken zijn limitatief opgesomd in artikel 15.1 van de Omgevingswet. Dit betekent dat de wet de schadeoorzaken uitputtend regelt. Er zijn dus geen andere schadeoorzaken mogelijk dan die in de Omgevingswet staan.
Schadeoorzaken zijn onder meer: een omgevingsvergunning, een regel in het omgevingsplan met rechtstreekse rechten of verplichtingen voor burgers en bedrijven of een maatwerkvoorschrift. In de anterieure overeenkomst zijn afspraken vastgelegd over nadeelcompensatie. 5.2
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
Als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het wettelijke vooroverleg (op basis van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening) vervallen. Echter is er wel een algemeen artikel opgenomen waarin staat dat bestuursorganen onderling moeten afstemmen (artikel 2.2 Ow). In dat kader wordt het vooroverleg door de verschillende bestuursorganen alsnog gehanteerd. Vooroverleg Provincie Overijssel Op grond van de Uitzonderingenlijst vooroverleg ruimtelijke initiatieven van de provincie Overijssel hoeft het project in het kader van de voorkantsamenwerking niet voorgelegd te worden aan de provincie Overijssel. Voor woningbouwplannen tot en met elf woningen en bijbehorende voorzieningen zoals wegen en groen in lijn met de Regionale Woonagenda geldt een vrijstelling in kernen met een inwoneraantal van meer dan 1000 inwoners. Derhalve hoeft het project in het kader van de voorkantsamenwerking niet aan de provincie Overijssel voorgelegd te worden. Waterschap Rijn en IJssel op 16 mei 2025 geïnformeerd. Het waterschap adviseert een bergingseis van 80 mm waterberging per toename verhard oppervlak. Daar wordt aan voldaan. Participatie
Ruimtelijke onderbouwing BOPA Noordachtereschweg 1-3 Markelo
53
Op donderdag 15 mei heeft initiatiefnemer samen met woningcorporatie Viverion een participatiebijeenkomst gehouden voor de bewoners van woonzorgcomplex De Esch. Daarnaast heeft initiatiefnemer de directe omwonenden van het projectgebied via een keukentafelgesprek geïnformeerd over het plan. Het doel van de participatiebijeenkomsten was om bewoners en andere belanghebbenden te informeren over de geplande woningbouw en hen actief te betrekken bij het proces. Hiermee wil initiatiefnemer zorgen voor een breed draagvlak en zoveel mogelijk inspelen op wensen en zorgen uit de buurt. Participatiebijeenkomst De Esch Zoals aangegeven heeft initiatiefnemer op 15 mei een informatiebijeenkomst gehouden voor de inwoners van woonzorgcomplex De Esch van 14.00 tot 16.00 uur. Tijdens dit participatiemoment zijn de inwoners aan de hand van een presentatie geïnformeerd over de ontwikkeling. Over het algemeen waren de inwoners positief over de nieuwbouwplannen. De volgende punten zijn opgehaald: De bewoners verwachten dat de toekomstige bewoners dezelfde doelgroep zijn als de huidige bewoners van De Esch (dus ouderen). Bij jongeren vreest men overlast, bijvoorbeeld kinderen die met fietsjes op het terrein komen. Sommige bewoners van De Esch zijn minder goed ter been. Er is de wens dat de toekomstige bewoners gebruik kunnen maken van de gemeenschappelijke ruimte.
Hiervoor moet uitgezocht worden wat dit financieel betekent (bijvoorbeeld of huurders van De Esch hiervoor servicekosten betalen). Woningcorporatie Viverion gaat dit onderzoeken. Salut Welzijn is van deze wens op de hoogte, maar mogelijk moet deze partij nog verder aangehaakt worden. Er is veel commotie over de scootmobielstalling. Dit wordt opgepakt door woningcorporatie Viverion maar staat los van dit project. Keukentafelgesprekken aanwonenden Tolweg Initiatiefnemer heeft met de directe aanwonenden aan de Tolweg gesproken over het plan. Tijdens de keukentafelgesprekken is het plan gepresenteerd en is input voor de ontwikkeling opgehaald. Met de aanwonenden van de volgende percelen is gesproken in de periode 15 en 16 mei en 2 en 3 juni 2025: Tolweg 5; Tolweg 7; Tolweg 11; Tolweg 13; Tolweg 15; Tolweg 17; Tolweg 19. De presentatie welke tijdens het keukentafelgesprek is toegelicht is naderhand volgens afspraak met de aanwonenden tevens digitaal gedeeld. Tijdens de keukentafelgesprekken zijn op voorhand geen belangrijke op- of aanmerkingen kenbaar gemaakt die kunnen leiden tot significante bezwaren. De volgende opmerkingen zijn wel kenbaar gemaakt: Enkele aanwonenden willen een ontsluiting via hun tuin. Hiervoor zullen nadere gesprekken gevoerd worden maar staan niet aan de uitvoering van het project in de weg.
Eén van de aanwonenden heeft aangegeven dat zijn gedachte is dat hij na uitvoering van het project over zijn schutting kijkt naar een dak. Initiatiefnemer erkent dat de aanwonenden vanuit de tuin zicht hebben op het dak van de nieuwe woningen. Dit is echter inherent aan een ontwikkeling binnen de bebouwde kom. Het project wordt zorgvuldig stedenbouwkundig ingepast waarbij de bouwhoogte niet meer dan 7 meter bedraagt en de goothoogte niet meer dan 3 meter. In stedelijke gebieden (groot of klein) bestaat altijd de mogelijkheid dat er ontwikkelingen zich voordoen die het uitzicht kunnen verminderen. Resumerend wordt opgemerkt dat het resultaat van de keukentafelgesprekken positief was.
Ruimtelijke onderbouwing BOPA Noordachtereschweg 1-3 Markelo
54
Beslistermijn De beslistermijn voor aanvraag omgevingsvergunning is normaliter 8 weken. Het bevoegd gezag kan de beslistermijn één maal verlengen met maximaal 6 weken (artikel 16.64 lid 1 en 2 van de Omgevingswet, en 4:14 Algemene wet bestuursrecht). Bezwaar De mogelijkheid van bezwaar komt alleen in de reguliere procedure voor. Het bezwaar dient ingediend te worden bij het bevoegd gezag dat het besluit heeft genomen. Wanneer iemand het niet eens is met het besluit op dat bezwaar, kan hij of zij nog in beroep gaan.
Ruimtelijke onderbouwing BOPA Noordachtereschweg 1-3 Markelo
55
6. EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES Het college heeft bij het bepalen om wel of geen vergunning te verlenen om af te wijken van het omgevingsplan beleidsruimte om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende functies en maatvoeringen vanuit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de gemeente bestaan over de wenselijk geachte ontwikkelingen in het projectgebied. Verder mag het project niet in strijd zijn met de instructie(regels)s van het Rijk en de provincie. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijzen worden afgewogen. Ondanks dat het project in strijd is met het omgevingsplan kan de omgevingsvergunning voor het project worden verleend, omdat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. Uit hoofdstuk 3 blijkt dat het project geen belemmering vormt voor het beleidskader van het rijk, provincie en gemeente.
In hoofdstuk 4 is getoetst aan de relevante aspecten van de fysieke leefomgeving. Hieruit blijkt dat met de beoogde ontwikkeling er nog steeds sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Gelet op alle aspecten die zijn afgewogen en de belangen van omwonenden, levert de omgevingsvergunning geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. Het verlenen van de omgevingsvergunning is evenwichtig en geschikt om het project te realiseren.
Ruimtelijke onderbouwing BOPA Noordachtereschweg 1-3 Markelo
56
Ruimtelijke onderbouwing BOPA Noordachtereschweg 1-3 Markelo
1
omgevingsvergunning Noordachtereschweg 1-3 Markelo
Bijlagen
Bijlagen (ontwerp)
61
omgevingsvergunning Noordachtereschweg 1-3 Markelo
Bijlage 1 Project-mer-beoordeling (aanmeldnotitie)
62
Bijlagen (ontwerp)
Aanmeldnotitie m.e.r. Noordachtereschweg 1-3 Markelo
TimRO Advies Waterlelie 31 7665 GA Albergen E: Tim@TimROadvies.nl I: www.timroadvies.nl
PROJECTGEGEVENS: Projectnaam: Aanmeldnotitie mer Noordachtereschweg 1-3 Markelo Projectnummer: 24004 Status: Definitief Datum: 5 juni 2025 Auteur: ing. T.M. Boswerger
Aanmeldnotitie project-mer-beoordeling Noordachtereschweg 1-3 Markelo
1
Aan College van burgemeester en wethouders gemeente Hof van Twente De Höfte 7 7471 DK Goor
Projectnummer
24004
Datum
5 juni 2025
Onderwerp
Project-mer-beoordeling (aanmeldnotitie) Noordachtereschweg 1-3 Markelo
Geacht college, Initiatiefnemer is voornemens om op het perceel Noordachtereschweg 1 in Markelo vier nieuwe sociale huurwoningen te realiseren achter het (voormalige) winkelpand. Daarnaast is woningcorporatie Viverion (Noordachtereschweg 3) voornemens om naast woonzorgcomplex De Esch vier aaneengebouwde sociale huurwoningen te realiseren. De ontwikkeling is op grond van het omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente, onderdeel buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan medewerking verleend worden aan de voorgenomen ontwikkeling. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W. In die mededeling (aanmeldnotitie) is een beschrijving van het project en de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen. Middels voorliggende aanmeldnotitie wordt het project kenbaar gemaakt.
Aanmeldnotitie project-mer-beoordeling Noordachtereschweg 1-3 Markelo
2
1. AANLEIDING EN DOEL 1.1
AANLEIDING
Initiatiefnemer is voornemens om op het perceel Noordachtereschweg 1 in Markelo vier nieuwe sociale huurwoningen te realiseren achter het (voormalige) winkelpand. Daarnaast is woningcorporatie Viverion (Noordachtereschweg 3) voornemens om naast woonzorgcomplex De Esch vier aaneengebouwde sociale huurwoningen te realiseren. De ontwikkeling is op grond van het omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente, onderdeel Omgevingsplanactiviteit kan medewerking verleend worden aan de voorgenomen ontwikkeling. Het bevoegd gezag mag een omgevingsvergunning voor een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit alleen verlenen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Voorliggende onderbouwing voorziet hierin. 1.2
PROJECT M.E.R-BEOORDELING
De mer-regelgeving is uitgewerkt in verschillende onderdelen van de Omgevingswet (Ow). Afdeling 16.4 van de Omgevingswet bevat de regelgeving over milieueffectrapportage. De uitwerking ervan staat in hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit (Ob). In bijlage V van het Omgevingsbesluit staan de projecten en de besluiten waarvoor een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije MER-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één MERbeoordelingsprocedure. Op grond van artikel 16.43 van de Ow en artikel 11.6 van het Ob is de lijst met project-mer-plichtige en project-mer-beoordelingsplichtige projecten opgenomen in bijlage V van het Ob. In bijlage V is een tabel opgenomen met vier kolommen, deze kolom moet als volgt worden gelezen: Eerst wordt bekeken of het project voldoet aan de omschrijving in kolom 1. Als dat zo is, wordt gekeken of het besluit in de laatste kolom staat. Daarna wordt gekeken of voor het besluit een mer of een mer-beoordelingsprocedure moet worden gedaan: o Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, dan is er een project-merplicht. o Als het project voldoet aan de voorwaarden in kolom 3, dan is er een project-merbeoordelingsplicht.
Indien sprake is van een project-mer-beoordelingsplicht dan toetst het bevoegd gezag of er bij het project aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. De beoordeling vindt plaats aan hand van de relevante criteria van bijlage III van de mer-richtlijn (artikel 16.43 lid 3 Ow). Er zijn 2 uitkomsten mogelijk: Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een mer en er moet een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt. Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen mer nodig er hoeft geen MER te worden gemaakt. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W. In die mededeling (aanmeldnotitie) is een beschrijving van het project en de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt de motivatie van dit besluit op in de motivering van de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Wanneer uit de mer-beoordeling blijkt dat belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden, is een volledige mer-procedure noodzakelijk.
Aanmeldnotitie project-mer-beoordeling Noordachtereschweg 1-3 Markelo
3
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van acht nieuwe sociale huurwoningen verdeeld over twee blokken van vier aaneengebouwde woningen. Hoewel het projectgebied op grond neemt de bebouwde oppervlakte ten opzichte van het project toe. Ondanks dat het project qua vormgeving en opzet aansluit bij de stedenbouwkundige kenmerken van de omgeving, moet het project worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject gelet op de toename van de bebouwde oppervlakte in relatie tot het omgevingsplan. Gelet op de kenmerken van het project valt deze ontwikkeling onder de categorie J11, een . Hiervoor is een mer-beoordeling noodzakelijk bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Deze aanmeldnotitie bevat de project-mer-beoordeling. 1.3
INHOUD PROJECT-MER-BEOORDELING
In de project-mer-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een project-mer-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: 1. Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een mer en er moet een milieueffectrapport worden gemaakt; 2. Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen mer nodig en er hoeft geen milieueffectrapport te worden gemaakt. De initiatiefnemer moet in zijn mededeling aan het bevoegd gezag de milieueffecten van het voornemen beschrijven. De mededeling is vormvrij, maar er zijn wel eisen aan de inhoud. Deze eisen in bijlage II bij de mer-richtlijn zijn omgezet naar artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit. Hierbij moet rekening worden gehouden met de drie hoofdcriteria (de kenmerken van de activiteit, de plaats van de activiteit en de kenmerken van de potentiële effecten van de activiteit). De criteria betreffen: 1. Een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteiten en voor zover van belang, van sloopwerken; 2. Een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn; 3. Een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van: a.
De verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; b. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen met name bodem, land, water en biodiversiteit. 1.4
LEESWIJZER
In hoofdstuk 2 van deze aanmeldnotitie wordt ingegaan op de plaats en omvang van het project. In hoofdstuk 3 worden de verwachte effecten voor de verschillende milieuaspecten toegelicht. In hoofdstuk 4 wordt een conclusie gegeven van de mer-beoordeling.
Aanmeldnotitie project-mer-beoordeling Noordachtereschweg 1-3 Markelo
4
2. PLAATS EN KENMERKEN VAN DE ACTIVITEIT 2.1
PLAATS VAN HET PROJECT
Het projectgebied bestaat uit twee deelgebieden, namelijk het perceel achter Noordachtereschweg 1 en het perceel naast Noordachtereschweg 3 (woonzorgcomplex De Esch). Het projectgebied staat kadastraal bekend als gemeente Markelo, sectie I, nummer 4135 en heeft een oppervlakte van 1.703 m2. Daarnaast bestaat het projectgebied deels uit het perceel kadastraal bekend als gemeente Markelo, sectie O, nummer 655. Het projectgebied ligt in het noordwesten aan de rand van de kern Markelo. In figuur 2.1 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de kern Markelo weergegeven.
Figuur 2.1: Ligging projectgebied (bron: OpenStreetMap)
Het projectgebied aan de Noordachtereschweg 1 wordt aan de noordzijde begrensd door de ontsluitingsweg van woonzorgcomplex de Esch. Aan de oostzijde wordt het projectgebied begrensd door het (voormalige) winkelpand Noordachtereschweg 1, aan de zuidzijde door de achtertuinen van de woningen aan de Tolweg en aan de westzijde door de achtertuin van de woning Tolweg 11. Het projectgebied naast woonzorgcomplex de Esch wordt aan de noord- en westzijde begrensd door agrarische (weide)gronden waar momenteel een ontwerpbestemmingsplan voor het woningbouwplan - en zuidzijde wordt het projectgebied begrensd door de ontsluitingsweg van woonzorgcomplex de Esch met bijbehorende draai- en keermogelijkheid voor calamiteitenverkeer en een vuilniswagen. In figuur 2.2 is een globale begrenzing van het projectgebied weergegeven.
Aanmeldnotitie project-mer-beoordeling Noordachtereschweg 1-3 Markelo
5
Figuur 2.2: Globale begrenzing projectgebied (bron: Atlas van Overijssel)
2.2
KENMERKEN VAN HET PROJECT (PLANBESCHRIJVING)
Initiatiefnemer is voornemens om achter het perceel van de stoppende bloemenzaak aan de Noordachtereschweg 1 vier nieuwe levensloopbestendige sociale huurwoningen te realiseren. Op de begane grond zijn een woonkamer, keuken, slaapkamer en badkamer aanwezig. Met woningcorporatie Viverion is overeengekomen dat deze woningen als sociale huurwoning kunnen worden afgenomen. Daarnaast is woningstichting Viverion voornemens om bij woonzorgcomplex De Esch vier sociale huurwoningen te realiseren nabij de draaimogelijkheid voor vuilniswagens en calamiteitenverkeer. Deze woningen worden eveneens levensloopbestendig uitgevoerd. In figuur 2.3 is een situatietekening van het project weergegeven.
Figuur 2.3: Situatietekening beoogde bouwplan (bron: MorgenWonen)
Aanmeldnotitie project-mer-beoordeling Noordachtereschweg 1-3 Markelo
6
De nieuwbouw zal aansluiten bij het dorpse karakter van de omgeving. De woningen hebben een beukmaat van 6,9 meter en ze zijn voorzien van één bouwlaag met een kap. De goothoogte van de woningen bedraagt 3 meter en de bouwhoogte 7 meter. Op de begane grond zijn een slaapkamer, keuken, woonkamer en badkamer aanwezig. Daarmee zijn de woningen levensloopbestendig uitgevoerd. In figuur 2.4 is een impressie van de beoogde nieuwe woningen weergegeven. De woningen worden voorzien van zonnepanelen (vergunningsvrij) om te voldoen aan de BENGnormen.
Figuur 2.4: Impressie beoogde nieuwbouwwoning (bron: MorgenWonen)
Door de realisatie van de nieuwe woningen wordt de infrastructuur aangepast bij de draaimogelijkheid van het woonzorgcomplex. Er worden vijf bestaande parkeerplaatsen verwijderd en 14 nieuwe parkeerplaatsen toegevoegd. Daarmee zijn er totaal 45 parkeerplaatsen in de openbare ruimte aanwezig. Van deze parkeerplaatsen worden vier parkeerplaatsen gereserveerd voor invaliden en er wordt ruimte gereserveerd voor het plaatsen van fietsen. In figuur 2.5 wordt dit weergegeven.
Figuur 2.5: Situatietekening parkeren (bron: De Projectontwikkelaar)
De woningen worden door MorgenWonen als prefab-woning gerealiseerd. De woningen worden onder geconditioneerde omstandigheden geproduceerd in haar eigen fabrieken waardoor zij snelheid, betaalbaarheid en kwaliteit garanderen.
Aanmeldnotitie project-mer-beoordeling Noordachtereschweg 1-3 Markelo
7
Aanmeldnotitie project-mer-beoordeling Noordachtereschweg 1-3 Markelo
8
3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN 3.1
CRITERIA VOOR DE EFFECTBEOORDELING
De toets wordt gedaan op basis van dezelfde criteria die ook gelden bij een mer-beoordeling. Deze beoordeling is dus gekoppeld aan de richtlijnen in bijlage II van de Europese Richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie criteria met uitgangspunten per criterium
benoemd: kenmerken van de activiteit, plaats van de activiteit en kenmerken van het potentiële effect. Het gaat daarbij om de volgende punten: 1. Kenmerken van het project Bij de kenmerken van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: 1. De omvang van het project; 2. De cumulatie met andere projecten; 3. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; 4. De productie van afvalstoffen; 5. Verontreiniging en hinder; 6. Risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën 2. Plaats van het project Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: 1. Het bestaande grondgebruik; 2. De relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen; 3. Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: Wetlands; Kustgebieden; Berg- en bosgebieden; Reservaten en natuurparken; Gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde milieunormen reeds worden overschreden; Gebieden met hoge bevolkingsdichtheid; Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3.
Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: 1. Het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking); 2. Het grensoverschrijdende karakter van het effect; 3. De orde van grootte en de complexiteit van het effect; 4. De waarschijnlijkheid van het effect; 5. De duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect. 3.2
KENMERKEN VAN HET PROJECT
Criteria Omvang van het project
Cumulatie
Beschrijving De omvang van het project is beperkt. Er worden acht rijwoningen gerealiseerd verdeeld over twee blokken van vier woningen. Daarmee blijft het project ruimschoots onder de drempelwaarde van de mer-plicht. In de directe nabijheid van het projectgebied wenst de gemeente Hof van Twente 109 woningen te realiseren in
Aanmeldnotitie project-mer-beoordeling Noordachtereschweg 1-3 Markelo
9
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen
Productie van afvalstoffen
Verontreiniging en hinder
woningbouwplan Markelo-Noord. Dit bestemmingsplan heeft als ontwerp ter inzage gelegen en moet nog worden vastgesteld. Vanwege de beperkte omvang van voorliggend project voor de realisatie van acht woningen, zijn negatieve effecten als gevolg van cumulatie niet te verwachten. Er worden geen natuurlijke hulpbronnen van het gebied gebruikt om de ontwikkeling te realiseren. Het gebied heeft ook geen natuurlijke hulpbronnen die eventueel gebruikt kunnen worden. Er zijn daarom geen bijzondere kenmerken over dit aspect. Tijdens het bouw- en woonrijp maken is grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zullen elektriciteit en water nodig zijn. Bij de bouw van de woningen wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van duurzame en waar mogelijk circulaire materialen. De woningen worden als prefab-woningen gerealiseerd in de fabriek van MorgenWonen. Hiermee wordt de productie van afval zoveel mogelijk voorkomen. Er zijn daarom geen bijzondere kenmerken over dit aspect. In de aanlegfase kan sprake zijn van tijdelijke verkeers- en geluidhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie. Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Hinder wordt voorkomen door de bouwwerkzaamheden zoveel mogelijk gedurende reguliere werktijden plaats te laten vinden. De omgeving zal hierdoor minimale hinder ondervinden van geluid en trillingenoverlast.
Vanwege de ligging, omvang en de geschatte tijdsduur is er geen noodzaak om verkeer tijdelijk om te leiden. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Daarbij wordt opgemerkt dat de tijdelijke hinder relatief beperkt is aangezien de woningen onder geconditioneerde omstandigheden worden geproduceerd in de eigen fabrieken van MorgenWonen. In de gebruiksfase zullen ten gevolge van de beoogde woningen geen nadelige effecten op het milieu en de omgeving plaatsvinden. Woningen worden namelijk niet gezien als milieubelastende functies. Daarnaast is er geen sprake van een onevenredige aantasting van beschermde natuurgebieden en/of het woon- en leefklimaat ter plaatse.
Risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen en technologieën
Er wordt geen gebruik gemaakt van gevaarlijke stoffen of technologieën voor de bouw of het gebruik van de woningen. Er zijn daarom geen bijzondere kenmerken over dit aspect.
Geluid
In de aanlegfase kan sprake zijn van tijdelijke geluidhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Het aspect tijdelijke hinder leidt niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen.
Aanmeldnotitie project-mer-beoordeling Noordachtereschweg 1-3 Markelo
10
De nieuwe woningen zijn geprojecteerd binnen het geluidaandachtsgebied van de Noordachtereschweg, Tolweg en Holterweg. Dit betreft gemeentelijke wegen waarvoor een standaardwaarde geldt van 53 dB (Lden). Om te onderzoeken of het wegverkeerslawaai mogelijk kan leiden tot overschrijding van de geluidsnormen is de kaart geraadpleegd van het RIVM (2022). Ter plaatse van de nieuwe woningen op het perceel achter Noordachtereschweg 1 bedraagt de geluidbelasting als gevolg van het wegverkeer 44 dB. Ter plaatse van de nieuwe sociale huurwoningen naast woonzorgcomplex De Esch bedraagt de geluidbelasting van het wegverkeerslawaai 43 dB. Daarmee zal geluidbelasting de toegestane norm van 53 dB voor gemeentewegen en 50 dB voor provinciale wegen niet overschrijden. Tevens blijkt uit het akoestisch onderzoek dat BJZ.nu in het kader van woningbouwplan Markelo-Noord heeft uitgevoerd (versie 23-02-2023) dat ter plaatse van de beoogde woningen achter woonzorgcomplex De Esch van het nieuwe woningbouwplan, de gecumuleerde geluidbelasting niet meer dan 53 dB bedraagt waarbij rekening is gehouden met de komst van de Nieuwe Ontsluitingsweg in MarkeloNoord.
Voor de beoogde woningen van nieuwbouwplan Markelo-Noord die grenzen aan de vier nieuwe sociale huurwoningen (naast woonzorgcomplex De Esch) die dit project mogelijk maakt, geldt op grond van de resultatentabel van het akoestisch onderzoek van BJZ.nu (woningen 015 en 014) een hoogste geluidbelasting op de gevel van 36,91 Lden. Daarmee zal de voorkeursgrenswaarde uit het gemeentelijk geluidbeleid van 48 dB niet worden overschreden. Tevens wordt de standaardwaarde van 53 dB op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving niet overschreden. Het belemmering voor dit project.
belemmering. Voor de omliggende bedrijven wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNGvan omliggende bedrijven gesitueerd.
Geur
In de omgeving van het projectgebied zijn meerdere (agrarische) bedrijven aanwezig. Aan de Bolinkweg 2, 3, 7 en de Larenseweg 1 zijn melkveehouderijbedrijven gevestigd waarvoor op grond van artikel 5.112 Besluit kwaliteit leefomgeving een vaste afstand geldt aangezien er sprake is van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor. De afstand bedraagt ten minste 100 meter aangezien de nieuwe woningen (geurgevoelige
Aanmeldnotitie project-mer-beoordeling Noordachtereschweg 1-3 Markelo
11
gebouwen) zijn gelegen binnen de bebouwingscontour geur (bebouwde kom). Aan deze afstanden wordt ruimschoots voldaan. Daarnaast bevindt zich aan de Langeweg 2 een varkenshouderij. Voor dergelijke veehouderijen gelden geen vaste afstanden maar aan te houden geurnormen. Gelet op de onderlinge afstand (440 meter) is ten gevolge van dit agrarisch bedrijfsperceel een aanvaardbaar woonen leefklimaat te verwachten ter plaatse van de beoogde geurgevoelige objecten die met voorliggend project mogelijk gemaakt worden.
Trilling
In de omgeving van het projectgebied is geen spoorweg aanwezig. De spoorweg tussen Goor en Lochem bevindt zich op een afstand van minimaal 4 kilometer waardoor het aspect trillingshinder van de spoorweg buiten beschouwing kan worden gelaten. Daarnaast bevindt zich in de omgeving van het projectgebied geen zware industrie die leidt tot trillingshinder bij de nieuwe woningen. Het aspect
Omgevingsveiligheid
Met voorliggend project wordt geen risicovol bedrijf gerealiseerd wat kan leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het project voorziet wel in kwetsbare gebouwen. De dichtstbijzijnde externe risicobron ligt op een afstand van 1,3 kilometer van het projectgebied. De dichtstbijzijnde risicobron betreft een opslagtank van propaan op Bungalowpark Hessenheem aan de Potdijk 8 in Markelo waarvoor een brand- en explosieaandachtsgebied geldt. De afstand van het projectgebied tot aan het explosieaandachtsgebied bedraagt 1,3 kilometer, waardoor het geen belemmering vormt voor dit project.
Luchtkwaliteit
Ten zuiden van het aandachtsgebied van Bungalowpark Hessenheem ligt het brandaandachtsgebied van de buisleiding van de Gasunie (Leidingstelsel N-557-57). De afstand van het projectgebied tot aan het brandaandachtsgebied van de buisleiding bedraagt 1,4 kilo niet tot significante effecten. Het projectgebied in de gemeente Hof van Twente ligt niet in een aandachtsgebied met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) en/of fijnstof (PM10). Dit volgt uit artikel 5.51 lid 2 Bkl. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling (realisatie van acht woningen), in verhouding tot de standaardgevallen NIBM kan worden gesteld dat het luchtverontreiniging. Het realiseren van acht woningen blijft namelijk ruim onder de gestelde standaardgevallen uit artikel 5.54 van het Bkl.
Aanmeldnotitie project-mer-beoordeling Noordachtereschweg 1-3 Markelo
12
Ten aanzien van de heersende luchtkwaliteit treden geen significante effecten op. Het aspect luchtkwaliteit leidt niet tot significante effecten. Met dit project worden nieuwe bodemgevoelige gebouwen mogelijk gemaakt. Om te onderzoeken of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geschikt is voor deze functie, is door Dumea Onderzoek & Advies een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd (projectnummer 2025-081, d.d. 15 mei 2025). Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform NEN 5740.
Bodem
Deellocatie A In de bovengrondmengmonsters en in het ondergrondmengmonster zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster zijn lichte verhogingen nikkel en cadmium aangetoond. Deellocatie B In het bovengrondmengmonster en in het ondergrondmengmonster zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster zijn lichte verhogingen nikkel, cadmium en barium aangetoond. Op basis van het verkennend bodemonderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De waarde voor nader bodemonderzoek (index >0,5) wordt niet overschreden. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Het project maakt geen nieuwe functie mogelijk die negatieve effecten kan hebben op de bodem. Het aspect Archeologie
Op grond van het geldende omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente geldt voor het projectgebied de basis van deze dubbelfunctie geldt een vrijstelling van het uitvoeren van een archeologisch onderzoek voor bouwwerken en grondroerende werkzaamheden met een oppervlakte kleiner dan 2.500 m2. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling deze oppervlakte niet overschrijdt, is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk.
Natuur - soortenbescherming
Om te onderzoeken of de activiteiten voor het project kunnen leiden tot wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet ten aanzien van beschermde flora en fauna, is door Natuurbank Overijssel een effectbeoordeling
Aanmeldnotitie project-mer-beoordeling Noordachtereschweg 1-3 Markelo
13
uitgevoerd (projectnummer 7621, versie 1.0, d.d. 3 juni 2025). Op 28 mei 2025 is het projectgebied door een ervaren ecoloog bezocht. De bevindingen zijn beschreven in de quickscan natuurwaarden welke als bijlage 3 bij deze ruimtelijke onderbouwing is bijgevoegd. Hieronder worden de conclusies weergegeven ten aanzien van soortenbescherming. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied ongeschikt als groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten benut als foerageergebied en mogelijk nestelen er vogels en bezetten grondgebonden zoogdieren en amfibieën er een voortplantingsplaats en/of (winter)rustplaats. Het plangebied wordt door vleermuizen uitsluitend als foerageergebied benut. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen of vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verkregen worden omdat de voorgenomen activiteiten niet als een in de wet genoemd belang worden beschouwd. Het rooien van beplanting, slopen van bebouwing en het bouwen van de woningen dient daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden.
De meest geschikte periode om dit te doen is augustusfebruari. Voorgenomen activiteiten mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten verstoord, beschadigd of vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode van vogels, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet nest uit te kunnen sluiten. Mogelijk wordt een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt een voortplantingsplaats en/of rustplaats beschadigd of vernield, als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Voor de bosmuizen, huisspitsmuizen, rosse woelmuizen en veldmuizen die een voortplantingsplaats en/of rustplaats in het plangebied bezetten, geldt een van rustniet voor egel, voor deze soort dient een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden voor het beschadigen/vernielen van voortplantingsplaats en/of rustplaats. Voor de andere beschermde grondgebonden zoogdieren die in het plangebied een verblijfplaats bezetten geldt een vrijstelling voor het beschadigen/vernielen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Er geldt geen vrijstelling voor het doden. Om
Aanmeldnotitie project-mer-beoordeling Noordachtereschweg 1-3 Markelo
14
te voorkomen dat beschermde grondgebonden zoogdieren gedood worden, dienen ze weggevangen te worden of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden geen beschermde grondgebonden zoogdieren opzettelijk gedood. Er dient wel een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden voor het beschadigen/vernielen van voortplantingsplaats en/of rustplaats voor egel. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan pas doorgaan wanneer de Omgevingsvergunning is verleend en de voorschriften uit de Omgevingsvergunning zijn nageleefd. De omgevingsvergunning voor de flora- en fauna-activiteit wordt bij de provincie Overijssel (bevoegd gezag) aangevraagd. De eis van samenhang Dat betekent dat de aanvraag separaat aangevraagd kan en gaat worden. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan niet uitgesloten worden dat beschermde amfibieën gedood worden en dat (winter) rustplaatsen opzettelijk beschadigd of vernield worden. Voor de beschermde amfibieën waarvan mogelijk de (winter)rustplaatsen negatief beïnvloed wordt geldt een vrijstelling van de voortplantingsvan beschermde amfibieën geldt echter geen vrijstelling.
Om te voorkomen dat beschermde amfibieën opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden, of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde amfibieën gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden niet tot overtreding van een verbodsbepaling. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet.
Natuur - gebiedsbescherming
Het aspect natuur-soortenbescherming leidt niet tot significante effecten. Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied ligt niet binnen of in de nabijheid van gronden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland. De dichtstbijzijnde gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren liggen op 1,35 kilometer afstand van het projectgebied. Het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking.
Aanmeldnotitie project-mer-beoordeling Noordachtereschweg 1-3 Markelo
15
Natura 2000-gebied Het projectgebied ligt op circa 2,9 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv. geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. In artikel 6.15 van de Omgevingsregeling wordt benoemd dat de stikstofdepositie moet worden berekend met AERIUS Calculator. In het kader van dit project is een AERIUSberekening uitgevoerd om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied te berekenen. In het kader van dit project is een AERIUS-berekening uitgevoerd om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied te berekenen. Om dit te beoordelen is door Langelaar Milieuadvies een AERIUS-berekening uitgevoerd (projectnummer 25020.01, d.d. 6 april 2025) voor zowel de bouwfase (tijdelijk karakter) en de gebruiksfase die samenhangt met de voorgenomen ontwikkeling. Uit rekenresultaten met AERIUS Calculator blijkt dat ten gevolge van het onderhavige project de depositietoename op stikstofgevoelige habitats of leefgebieden in Natura 2000-gebieden nergens hoger is dan 0,00 mol/ha/jr.
Uit de rekenresultaten met AERIUS Calculator blijkt dat ten gevolge van het onderhavige project de depositietoename op stikstofgevoelige habitats of leefgebieden in Natura 2000-gebieden nergens hoger is dan 0,00 mol/ha/jr. Uit het uitgevoerde onderzoek stikstofdepositie blijkt dat zowel de inzet van machines en transportbewegingen in de realisatiefase als verkeer in de gebruiksfase niet leidt tot een stikstofdepositietoename die groter is dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebieden. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden door stikstof kunnen op voorhand worden uitgesloten.
Water
significante effecten. Voor nieuwe ontwikkelingen hanteert het waterschap een bergingseis van 80 mm per m2 verhard oppervlak. Als gevolg van het project bedraagt de toename van het verharde oppervlak van de woningen, de bergingen, het achterpad en het pad naar de voordeur circa 875 m2. Dat betekent dat er 70 m3 waterberging gerealiseerd moet worden om het water op eigen terrein op te kunnen vangen. Om in de waterberging te voorzien worden de (percelen) van de nieuwe woningen door middel van een leiding aangesloten op de wadi naast woonzorgcomplex de Esch.
Aanmeldnotitie project-mer-beoordeling Noordachtereschweg 1-3 Markelo
16
Het hemelwater gaat via een uitlegger per woning naar het hwa-riool en door naar de wadi. De tuinen van de woningen worden op afschot gelegd en het water vindt dan een natuurlijke afvoer en infiltreert in de tuin of in de nabije omgeving. Het hemelwater in de voortuinen wordt via straatkolken naar het hwa-riool en de wadi afgevoerd. Het huishoudelijk afvalwater wordt aangesloten op het dwariool in de weg. Om de gevolgen van neerslag te onderzoeken is via de klimaatatlas onderzocht wat de gevolgen zijn van een bui voordoet is 1 keer per 1000 jaar. Bij een bui van 160 mm per 2 uur bedraagt de waterdiepte ter plaatse van de nieuw te bouwen woningen maximaal 0,15 meter. Er zal geen wateroverlast in de woning optreden aangezien de bovenzijde van de begane grondvloer minimaal 30 centimeter bedraagt. Verder geldt dat de weg voor het projectgebied bij dergelijke buien begaanbaar. Dit is te verklaren doordat het water wordt afgevoerd in de bestaande watergang bij woonzorgcomplex De Esch, welke buiten het projectgebied ligt. De waterdiepte bedraagt aan de achterzijde van het projectgebied maximaal 20 centimeter, waardoor het water niet in de woning stroomt. De bovenzijde van de begane grondvloer bedraagt immers minimaal 30 centimeter.
Om een goede waterhuishouding in het projectgebied te garanderen worden maatregelen getroffen om water in het projectgebied op te vangen en om het hemelwater te laten infiltreren.
Verkeer
Om de toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het project te berekenen is getoetst aan de meest recente versie van het CROW: publicatie 744 (augustus 2024). Voor de berekening van de verkeersgeneratie als gevolg van het project wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Stedelijkheidsgraad: weinig stedelijk; Stedelijke zone: rest bebouwde kom; Functie: Huur, huis, sociale huur (8) Op basis van bovengenoemde uitgangspunten geldt voor sociale huurwoningen een maximale verkeersgeneratie van 4,8 verkeersbewegingen per dag. De toename van het aantal verkeersbewegingen bedraagt als gevolg van dit project (4,8 * 8 = 38,4) 39 verkeersbewegingen per dag. De woningen worden ontsloten op de Noordachtereschweg, welke via de Tolweg in verbinding staat met de Holterweg (N755). De Holterweg (N755) betreft samen met de Rijssenseweg (N752) en Goorseweg (N753) de belangrijkste ontsluitingsweg die Markelo met de omliggende kernen verbindt. Gelet op de kenmerken van de bestaande infrastructuur wordt geconcludeerd dat de toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg