CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - BP regels toelichting.pdf

Gemeenteraad 28 november 2023, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo'29.782 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

vastgesteld

53

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Voor de Holterweg 17 te Markelo geldt dat het plangebied is gelegen in een lage archeologische verwachtingszone. Op grond van de archeologische beleidsadvieskaart geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij ingrepen dieper dan 40 cm met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 10 hectare. De sloop van de bestaande bebouwing en de bouw van de nieuwe woning met bijgebouw liggen ver onder deze oppervlakte, waardoor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Voor de Stoevelaarsweg 5 te Markelo geldt een hoge verwachtingszone. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij ingrepen dieper dan 40 cm met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 2.500 m2. Aan de Stoevelaarsweg 5 wordt 1.075 m2 aan agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet).

Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets In zowel het plangebied aan de Holterweg 17 als de Stoevelaarsweg 5 te Markelo zijn geen rijks-, provinciale of gemeentelijke monumenten aanwezig. In de nabijheid van het plangebied aan de Stoevelaarsweg 5 is een Rijksmonument aanwezig (Stoevelaarsweg 8). Het betreft de voormalige havezathe Stoevelaar (monumentnummer 28137). Voorliggend plan heeft geen invloed op het riijksmonument. Derhalve kan geconcludeerd worden dat het plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'.

4.11

Verkeer / parkeren Verkeer Aan de Holterweg 17 wordt een nieuwe woning gerealiseerd. Het perceel wordt ontsloten op de parallelweg Holterweg waarvoor een maximumsnelheid geldt van 60 km per uur. De parallelweg Holterweg wordt via twee kruizingen in de nabijheid van het plangebied (kruising Domelaarsweg - Holterweg - N755 en kruising Slagenweg Holterweg - N755) ontsloten op de provinicale weg N755. De parallelweg Holterweg betreft een ontsluitingsweg die de aangrenzende percelen ontsluit. Om de verkeersgeneratie van het plan te berekenen wordt aangesloten bij de CROW-uitgave 381 'Toekomstigbestendig parkeren'. Het plangebied is gelegen in het buitengebied en kent een niet-stedelijke stedelijkheidsgraad. Voor een vrijstaande woning geldt een gemiddelde dagelijkse verkeersgeneratie van 8,2 verkeersbewegingen per dag. Deze verkeersbewegingen kunnen eenvoudig op de Holterweg worden afgewikkeld. Aan de Stoevelaarsweg 5 wordt enkel agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. De sloop van de agrarische bebouwing heeft geen invloed op de verkeersgeneratie van en naar het plangebied. Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het aspect 'verkeer' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Parkeren Uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen is dat parkeren op eigen terrein wordt

54

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

opgevangen. Dit plan heeft betrekking op de realisatie van één woning aan de Holterweg 17 in Markelo. Om deze woning mogelijk te maken wordt aan de Stoevelaarsweg 5 agrarische bebouwing gesloopt (1.075 m2). Op grond van de CROW-uitgave 381 'Toekomstbestendig parkeren' geldt voor een vrijstaande woning in het buitengebied (stedelijkheidsgraag niet-stedelijk) een gemiddelde parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen (afgerond 3 parkeerplaatsen). Aan de Holterweg 17 is voldoende ruimte op eigen erf om in deze parkeerbehoefte te voorzien, zie Bijlage 1. Aan de Stoevelaarsweg 5 wordt enkel agrarisch bebouwing gesloopt en wordt de bestemming gewijzigd naar 'Wonen'. Er wordt geen nieuwe bebouwing of nieuwe functie mogelijk gemaakt. Het plan heeft geen invloed op de parkeerbehoefte. Op basis van vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'parkeren' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

vastgesteld

55

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2

Toelichting op de regels

5.2.1

Opbouw In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de

56

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.

Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking.

De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel:

vastgesteld

57

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2

Bestemmingen Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Enkelbestemmingen Agrarisch en Agrarisch met waarden (Artikel 3 en artikel 4) Binnen de gemeente Hof van Twente is het agrarisch gebied onderverdeeld in verschillende 'soorten' agrarisch gebied. Dit onderscheid houdt verband met de voorkomende landschaps- en natuurwaarden in de verschillende gebieden. De voorkomende waarden hebben betrekking op landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden als vastgelegd in kaderstellende stukken. De gebiedsbestemming 'Agrarisch met waarden' is gelegen in de open en reliëfrijke delen van het essenlandschap, het kleinschalige en onregelmatige patroon van singels, houtwallen, zandpaden en bosjes rond de omsloten kampen in het kampenlandschap, de uitgestrekte langwerpige velden met zichtbare ontginningsgrenzen in het voldontginningslandschap en de openheid en grootschaligheid in het broekontginningslandschap.

De aanwezige waarden in het agrarisch gebied worden beschermd door middel van een omgevingsvergunningenstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, waarin is opgenomen dat het verboden is zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning diverse andere werken en werkzaamheden uit te voeren. Hiermee worden bijzondere waarden beschermd, zoals openheid, beslotenheid, hoogteverschillen, rustige omstandigheden, de waterhuishouding en de natuur. De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn daarnaast bestemd voor de uitoefening van een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf. Naast het agrarische gebruik zijn deze gronden tevens bestemd voor hobbymatig agrarisch gebruik, de bestaande en legale paardenbakken, extensieve dagrecreatie met bijbehorende wegen en paden, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, de bestaande nutsvoorzieningen en tijdelijke (maximaal 12 maanden) opslag van organisch materiaal ten behoeve van de verbetering van de bodemstructuur, met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, tuinen en erven. Wonen (Artik el 5) De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen met inwoning met bijbehorende bouwwerken en daaronder begrepen wegen en paden, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, water en nutsvoorzieningen.

per bestemmingsvlak is maximaal één woning met inwoning toegestaan, tenzij op de verbeelding anders is aangegeven. Voor de woningen geldt dat de bouwhoogte maximaal 10 meter en de goothoogte maximaal 4 meter bedraagt, met dien verstande dat een verspringing van de goothoogte is toegestaan tot maximaal 5,5 meter over maximaal 30% van het dakvlak. De inhoud van de woning mag per woning maximaal 900 m3 bedragen. Vrijstaande of aangebouwde bijgebouwen bij de woning mogen worden opgericht achter het verlengde van de voorgevel van de woning. Aangebouwde bijgebouwen dienen een ondergeschikt tussenlid te hebben. De gezamenlijke oppervlakte mag maximaal 150 m2 bedragen. De goothoogte bedraagt maximaal 3 meter en de bouwhoogte mag maximaal 6 meter bedragen. Dubbelbestemmingen Waarde - Archeologische verwachting 1 (Artikel 6)

58

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Gebieden met een zeer hoge verwachtingswaarde voor archeologische vondsten hebben de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1' gekregen. Deze gebieden worden beschermd door middel van een verplichting tot het overleggen van een archeologisch onderzoek bij bouwaanvragen en omgevingsvergunningenstelsel van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij bodemingrepen dieper dan 40 cm of met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 2.500 m2. Waarde - Archeologische verwachting 2 (Artikel 7) Gebieden met een middelhoge verwachtingswaarde voor archeologische vondsten hebben de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' gekregen. Deze gebieden worden beschermd door middel van een verplichting tot het overleggen van een archeologisch onderzoek bij bouwaanvragen en omgevingsvergunningenstelsel van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij bodemingrepen dieper dan 40 cm of met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 5.000 m2. Waarde - Archeologische verwachting 3 (Artikel 8) Gebieden met een lage verwachtingswaarde voor archeologische vondsten hebben de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 3' gekregen.

Deze gebieden worden beschermd door middel van een verplichting tot het overleggen van een archeologisch onderzoek bij bouwaanvragen en omgevingsvergunningenstelsel van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij bodemingrepen dieper dan 40 cm of met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 10 ha. Algemene aanduidingsregels Reconstructiewetzones Voor de gronden ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone verwevingsgebied', gelden de regels zoals opgenomen in de bestemming 'Agrarisch' voor dit gebied. In verwevingsgebieden geldt dat op locaties waar nu geen intensieve veehouderij aanwezig is, deze ook niet ontwikkeld kan worden. Op locaties waar wel intensieve veehouderij aanwezig is kan een uitbreiding plaatsvinden tot maximaal 1,5 ha. Voor extensiveringsgebieden betekent dit dat geen mogelijkheden bestaan voor uitbreiding van een intensieve veehouderij(tak). In deze gebieden wordt de bestaande omvang vastgelegd. mlieuzone - grondwaterbeschermingsgebied en milieuzone - intrekgebied Binnen het grondgebied van de gemeente Hof van Twente zijn twee waterwingebieden gelegen, met elk hun eigen grondwaterbeschermingszone en intrekgebied. Dit zijn zones ten behoeve van de bescherming van de drinkwaterkwaliteit. Grondwaterbeschermingsgebieden bestaan uit een 25-jaarszone en een 100-jaarszone.

Het grondwater in de gebieden in de 25-jaarszone komt binnen 25 jaar in aanmerking om opgepompt te worden ten behoeve van de waterwinning en het grondwater in de 100-jaarszone binnen 100 jaar. De kwaliteit van dit grondwater is van groot belang, daarom is voor deze gebieden een dubbelbestemming opgenomen. In de grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden zijn alleen functies toegestaan die harmoniëren met de functie voor drinkwatervoorziening. De huidige situatie van de locaties (inclusief de bouwwerken) is in voorliggend bestemmingsplan gerespecteerd en de grondwaterbeschermingsgebieden zijn opgenomen als Milieuzone - Grondwaterbeschermingsgebied. Intrekgebieden zijn opgenomen als Milieuzone - Intrekgebied. Binnen deze zones geldt een omgevingsvergunningenstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden voor de bescherming van het grondwater.

vastgesteld

59

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Voordat een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden wordt verleend wint het college van burgemeester en wethouders advies in bij het waterleidingbedrijf. Daarmee wordt voorkomen dat de grondwaterkwaliteit verslechtert ten koste van de drinkwaterwinning. Bouwen wordt niet bij recht toegestaan, maar is met een afwijking van de bouwregels mogelijk. vrijwaringszone - radar Het plangebied is gelegen binnen het verstoringsgebied van de radar op de voormalige vliegbasis Twente. In verband hiermee zijn er ter voorkoming van radarverstoring beperkingen van toepassing op de bouw en overige bouwwerken die hoger zijn dan 45 m. Voorkomen dient te worden dat regelingen worden opgenomen die leiden tot een onaanvaardbare verstoring van de radar.

60

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

vastgesteld

61

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Hoofdstuk 7 7.1

M aatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft in juli 2016 een uitzonderingslijst opgesteld van categorieën bestemmingsplannen en projectbesluiten van lokale aard waarvoor vooroverleg niet noodzakelijk is. Het plan valt onder categorie B onder 4, waardoor vooroverleg niet nodig is. Waterschap Vechtstromen Op 28 oktober 2022 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

7.2

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 27 juli 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen.

62

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Bijlagen bij de toelichting

vastgesteld

63

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Bijlage 1 Landschapsplan Holterweg 17

64

vastgesteld

A:

Nieuw te bouwen woning van 900m3.

B:

Nieuw te bouwen bijgebouwen max. 150m2.

C:

Te slopen bestaande opstallen.

D:

Er fverharding, nieuw aan te leggen. Verharding rondom woningen indicatief. Na realisatie van woning definitief paden en terrassen te

G

bepalen. E:

Bestaand bos op te schonen en waar nodig herstellen. Aan de binnenrand de onderbeplanting aanvullen met inheems bosplantsoen zoals hazelaar, lijsterbes, gelderse roos, vuilboom en meidoorn.

C

Aanplant in de maat 80-100 (hoogte in cm). Plantafstand 1x1 meter in

G

een driehoeks verband. Aanplanten in een gelijke verhouding.

FL

B

C F

D

N E

B FL

M

A

F:

Bestaande solitaire bomen.

G:

Bestaande bomenrij (langs parallelweg).

H:

Bestaande openheid te behouden.

I:

Bestaand wandelpad.

J:

Bestaande vijver.

K:

Projectgebied

L:

Nieuw aan te planten solitaire bomen, bijvoorbeeld zomer eik,

I FO

E

FH

F

E

K

zomerlinde of walnoot (totaal 5 bomen). Aanplant in de maat 16-18 (stamomtrek in cm).

J

M:

Toepassen zonnepanelen op woning.

N:

Bouwblok.

O:

Besloten woonkavel op voormalige vuilstor t omzoomd door bos.

Fragment uit 1920 (topotijdreis).

nl-landschap.nl

Project:

Landschappelijke inpassing

Getekend:

DA

Status:

DO

Adres:

Markelo Holter weg

Woonplaats:

Markelo

Datum:

23-12-2022

Aantal pag.:

1

Gecontroleerd:

NH

Formaat:

A3

Schaal:

1:1000

Noord:

Tekening is noordgericht

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Bijlage 2 Landschapsplan Stoevelaarsweg 5

66

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Bijlage 3 Bodemonderzoek

68

vastgesteld

RAPPORT VERKENNEND EN NADER (ASBEST)ONDERZOEK conform NEN5740, NEN5707 en NEN5897 Holterweg 17 - Markelo

Opdrachtgever Reggehave Locatie: Holterweg 17 7475 AT Markelo

Mei 2023 (Versie 2)

Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

Tel: 0546 - 63 96 63 Bankgegevens: KvK: 06068751 ABN AMRO: BTW-nr: NL 8019.25.125.B01 NL34ABNA0501538739

Rapport Verkennend en Nader (asbest)onderzoek conform NEN 5740, NEN5707 en NEN5897 Holterweg 17 - Markelo

Opdrachtgever: Reggehave Vonderweg 19 7468 DC Enter

Locatie: Holterweg 17 7475 AT Markelo

Projectcode: 22075616 Rapportagedatum: 23 mei 2023 (Versie 2) Projectleider: De heer ing. J. Lammers (J.L. Kienstra) Auteur: Mevrouw ing. H. Stevelink

Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

3 3 3 5

3

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

6 6 7 8 8 10

4

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Bespreking PFAS-analyses Resultaten van de asbestanalyses Bespreking resultaten asbestanalyses

11 11 11 14 15 15 16 16

5

Uitvoering nader asbestonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden nader asbestonderzoek Resultaten asbestanalyses nader asbestonderzoek Bespreking asbestanalyse

18 18 18 19 19

6

Grondwateronderzoek Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses

20 20 21 21

7

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

22

8

Literatuur en bronvermelding

25

Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan bijzonder inventariserend bodemonderzoek DHV, augustus 1998 Monitoringsplan Witteveen & Bos, juli 1999 Boorplan verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, mei 2023 II Boorstaten en legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses en toetsing chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses en concentratieberekeningen V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 22075616

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van Reggehave op een terrein op een terreindeel aan de Holterweg 17 in Markelo door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. In versie 2 van dit rapport is het grondwateronderzoek opgenomen. Versie 2 vervangt versie 1 van 24 maart 2023. Het grondwateronderzoek staat beschreven in hoofdstuk 6. De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de nieuwbouw van een woning. Het bodemonderzoek is tevens noodzakelijk in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er een asbestverdachte puinweg, 2 asbestverdachte druppelzones en 3 asbestverdachte lozingspunten aanwezig zijn. Deze 6 deellocaties worden beschouwd als verdachte deellocaties. De onderzoekslocatie is gelegen op een voormalige stortplaats; de afdeklaag wordt beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, Bodem.

Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN5897+C2, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op (asbest)verdachte (deel)locaties is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern(en) ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden, de streefwaarden of normwaarden overschrijden. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater.

Het veldwerk is uitgevoerd in december 2022 en januari 2023 conform BRL SIKB2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.

Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 1 van 26

In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 2 van 26

2

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen op een voormalige stortlocatie aan de Holterweg 17, op circa 2.0 meter ten noordwesten van de bebouwde kom van Markelo. Het centrale punt binnen het te onderzoeken terrein heeft de coördinaten x = 229.090 en y = 473.877. Het terrein is kadastraal bekend als: gemeente Markelo, sectie P, nummer 117 (ged.). De Holterweg bevindt zich ten noorden van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding Op de onderzoekslocatie zijn 2 agrarische gebouwen aanwezig. De toegangsweg is verhard met puin. Verder is de onderzoekslocatie onbebouwd en onverhard. Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van een woning en dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de afdeklaag. Het bodemonderzoek richt zich op de volgende terreindelen; - Afdeklaag bouwblok (circa 1000 m2); - Deellocatie A: asbestverdachte puinverharding (circa 400 m2); - Deellocatie B: asbestverdachte druppelzone (circa 1 m2); - Deellocatie D: asbestverdachte druppelzone (circa 1 m2); - Deellocatie C: asbestverdachte lozingspunt op het maaiveld (circa 10 m2); - Deellocatie E: asbestverdachte druppelzone (circa 12 m2); - Deellocatie F: asbestverdachte druppelzone (circa 1 m2).

Er is sprake van een druppelzone of een lozingspunt wanneer hemelwater via asbesthoudende dakplaten afwatert op onverhard terrein. In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen: - Boorplan bijzonder inventariserend bodemonderzoek DHV, augustus 1998; - Monitoringsplan Witteveen & Bos, juli 1999; - Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, maart 2023. Vooronderzoek In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 1. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft momenteel een agrarische bestemming. De huidige bebouwing dateert van circa 1975 en 1988 (bron: BAG-viewer en Topotijdreis). - Het terrein was in de periode van 1950 - 1969 (DHV, augustus 1998 en juli 1999) in gebruik als een gemeentelijke stortplaats. Het terrein was destijds een drassig gebied, waar mogelijk tot 1 á 2 m-mv zand is ontgraven. Door de gemeente zijn huisvuil, grofvuil en “tonnetjes” (fecaliën) gestort. Bovendien is kleinschalig bedrijfsafval door lokale bedrijven gestort.

De stortlocatie heeft een oppervlakte van circa 10000 m2. Bij de aanleg van de woonwijk de Koekoek in Markelo is grond ontgraven, waarmee de stortplaats is afgedekt. Het stortmateriaal is plaatselijk aangetroffen op 0.3 tot 0.5 m-mv. In de jaren '70 is de Holterweg verbreed, waarbij een parallelweg is aangelegd. Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 3 van 26

Hierbij is een deel van de stortplaats ontgraven en is het stortmateriaal afgevoerd (bron: DHV, Bijzonder inventariserend bodemonderzoek VOS Holterweg (VOS-code 130.02) te Markelo, d.d. 31 augustus 1998 met kenmerk ML-BH982315). - De onderzoekslocatie ligt door de vuilstort ongeveer 2 meter hoger ten opzichte van het maaiveld van de Holterweg en het omliggend weiland. - Voor zover bekend is er op de onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel. - Voor zover bekend is de onderzoekslocatie, met uitzondering van de voormalige stortactiviteiten, nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn. De onderzoekslocatie is hobbymatig gebruikt voor het kweken van kerstbomen, het houden van bijen en het stallen van een enkele caravan. - De daken van de bebouwing zijn voorzien van asbesthoudende golfplaten (bron: rapport asbestinventarisatie Nijhof & Poppinghaus, projectnummer 22.0816 d.d. 3 oktober 2022). Er is sprake van 2 asbestverdachte druppelzones (deellocaties B en E) en 3 asbestverdachte lozingspunten op het maaiveld (deellocaties C, D en F). Voor zover bekend bevindt zich verder geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Er bevinden zich geen asbesthoudende beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie.

- De toegangsweg is verhard met puingranulaat. De herkomst en kwaliteit van het puin is niet bekend en wordt derhalve beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van asbest (deellocatie A). - De afdeklaag wordt beschouwd als verdacht voor zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. - Aangezien er sprake is van een voormalige stortlocatie zijn de Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente (Witteveen+Bos, maart 2018) en het “Twents beleid veur oale groond” niet van toepassing. - Er hebben eerder bodemonderzoeken op en nabij de huidige onderzoekslocatie plaatsgevonden. Deze worden hieronder nader toegelicht. Witteveen & Bos, monitoringsplan stortplaats Holterweg VOS-code 130.02, projectcode ZI166.2 d.d. 30 juli 1999 Er zijn naar aanleiding van het Bijzonder inventariserend onderzoek door DHV in augustus 1998, gezien de aard van het stortmateriaal en de omvang van de stort, 6 peilbuizen geplaatst ten behoeve van de monitoring van het grondwater. DHV, NAVOS-onderzoek (Nazorg voormalige stortplaatsen) locatie 130.02, Holterweg te Markelo, kenmerk WB/2002/2800 d.d. 6 september 2002 In de afdeklaag zijn tot 0.5 m-mv een licht e verontreinigingen met zink en PAK aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan arseen, chroom en nikkel en minerale olie aangetoond.

Provincie Overijssel, NAVOS-onderzoek eindresultaten onderzoek gemeente Hof van Twente locatie Holterweg (130.02) te Markelo, kenmerk WB/2004/3984 d.d. 12 oktober 2004 Uit het onderzoek blijkt dat de afdeklaag plaatselijk te dun is en dat de aangetroffen verhoogde gehalten in de afdeklaag geen verdere aandacht vragen. Ook blijkt dat er in het grondwater gehalten worden aangetroffen, die geen aanleiding geven tot aanvullend of nader onderzoek. Kruse Milieu BV, nulsituatie bodemonderzoek, Holterweg 19 in Markelo, projectcode 10029420 d.d. 16 juli 2010 De aanleiding van het onderzoek was het vastleggen van de nulsituatie ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging, de geplande nieuwbouw van twee loodsen en de aanvraag van een milieuvergunning direct ten noordwesten van de huidige onderzoekslocatie. Uit de analyseresultaten bleek het volgende: In de bovengrond is een licht verhoogd PAK-gehalte aangetoond. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde bariumgehalten aangetoond. Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 4 van 26

Tabel 1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Bron

Specificatie

Relevante informatie

Opdrachtgever

Huidig en voormalig gebruik en bodemonderzoeken

Ja

Gemeente Hof van Twente

Historisch gebruik onderzoekslocatie Milieuhygiënische en historische bodeminformatie

Ja

Omgevingsrapportage

https://overijssel.omgevingsrapportage.nl/

Ja

Archief Kruse Milieu BV

Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken

Ja

Google Maps

https://www.google.nl/maps

Ja

Topotijdreis

https://www.topotijdreis.nl/

Ja

BAG-viewer

https://bagviewer.kadaster.nl/

Ja

Perceelloep

https://perceelloep.nl/

Ja

Ruimtelijke plannen

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/

Ja

Grondwatertools

https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/

Ja

DINO-loket

https://www.dinoloket.nl/

Ja

AHN-viewer

https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/

Ja

Bodemkwaliteitskaart

Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente, Witteveen+Bos, d.d. 23 maart 2018 Twente Bodemkwaliteitskaart PFAS, Tauw bv, d.d. 28 mei 2020

Nee

Bodemsamenstelling en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - Het maaiveld bevindt zich ongeveer 16 meter boven NAP. - De onderzoekslocatie bevindt zich op circa 1.5 kilometer ten noorden van de Markelose berg. - Het watervoerend pakket is opgebouwd uit gestuwd pleistoceen materiaal en is ongeveer 25 meter dik. Het doorlatend vermogen van het pakket bedraagt circa 500 m2/dag. De stromingsrichting van het grondwater in dit pakket is zuidwestelijk gericht. - In het weiland is de grondwaterstand circa 0.6 m-mv (bron: Bijzonder inventariserend bodemonderzoek door DHV van 31 augustus 1998 met kenmerk ML-BH982315.) - Op circa 215 meter ten westen van de onderzoekslocatie bevindt zich een zandwinning “De Domelaar”. - Er is geen grondwaterbeschermingsgebied in de nabije omgeving aanwezig. - De invloed van de zandwinningslocatie op het freatische grondwater is bij ons bureau niet bekend.

Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 5 van 26

3

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN5897+C2, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. De onderzoeksstrategie en boorplan is afgestemd met de gemeente Hof van Twente en de Omgevingsdienst Twente. Beleid voormalige stortplaatsen provincie Overijssel De provincie Overijssel beschouwt iedere voormalige stortplaats als een geval van ernstige verontreiniging. De reden hiervoor is dat bij iedere stortplaats de bodem zodanig dreigt te worden verontreinigd dat de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft, ernstig dreigen te worden verminderd.

Dit betekent dat wanneer in de afdeklaag of in het grondwater van een voormalige stortplaats géén “geval van ernstige verontreiniging” is geconstateerd de provincie toch vraagt om een melding in het kader van artikel 28 van de Wet bodembescherming, zodra iemand handelingen op of in de voormalige stortplaats wil uitvoeren. In de normen NEN5740, NEN5707 en NEN5897 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Afdeklaag bouwblok (1000 m2) De onderzoeksstrategie is gebaseerd op zowel de NEN5740 als NEN5707 (verdacht, heterogeen verdeeld, VED-HE-NL). Er worden op een terreindeel met een oppervlakte van circa 1000 m² in totaal 10 inspectiegaten gegraven met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter. Er wordt getracht om alle inspectiegaten door te boren tot 1.0 meter minus maaiveld ten behoeve van een indicatie van de dikte en samenstelling van de afdeklaag. Getracht wordt om 1 boring af te werken met een peilbuis. De peilbuis is gesitueerd ter plekke van de toekomstige woning. Het materiaal uit de stortlaag wordt niet bemonsterd.

Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. De inspectiegaten worden over het te onderzoeken terreindeel verdeeld. In verband met de onderliggende stort vindt er geen onderzoek plaats van de ondergrond. Het grondwateronderzoek komt te vervallen als de stortlaag niet handmatig is te doorboren. De afdeklaag wordt aanvullend onderzocht op PFAS. De monsterpunten worden gecodeerd als 1 tot en met 10. Deellocatie A: asbestverdachte puinweg (circa 400 m²) De puinverharde toegangsweg wordt conform NEN5897 onderzocht (open halfverhardingslaag) Er worden in totaal 5 inspectiegaten gegraven. Indien visueel geen asbest wordt aangetroffen wordt volstaan met 1 mengmonster van de fijne fractie (25 kg). De inspectiegaten worden gecodeerd als A1 tot en met A5. Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 6 van 26

Deellocaties B en E: asbestverdachte druppelzones (circa 10 m² en 12 m²) De druppelzones worden beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest. De hypothese “verdacht" uit NEN5707 wordt voor de druppelzone gebruikt. De onderzoeksstrategie op deze deellocaties is gebaseerd op de NEN5707, paragraaf 6.4.5: een verdachte locatie met een diffuse bodemverontreiniging met een heterogene verdeeld (VEDHE). Bij een druppelzone tussen 10 - 100 m2 dienen 3 inspectiegaten gegraven te worden. De inspectie-gaten hebben een lengte en breedte van minimaal 0.3 x 0.3 meter. Alleen de toplaag tot 0.1 m-mv wordt bemonsterd. De inspectiegaten worden gecodeerd als B1, B2, B3, E1, E2 en E3. Deellocaties C, D en F: asbestverdacht lozingspunten op maaiveld (circa 1 m²) De 3 lozingspunten worden beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest. De hypothese “verdacht" uit NEN5707 wordt voor de druppelzone gebruikt. De onderzoeksstrategie op deze deellocaties is gebaseerd op de NEN5707, paragraaf 6.4.4: een verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern (VEP). Ter plekke van elk lozingspunt wordt 1 inspectiegat gegraven. Het inspectiegat heeft een lengte en breedte van minimaal 0.3 x 0.3 meter. Alleen de toplaag tot 0.1 m-mv wordt bemonsterd. De inspectiegaten worden gecodeerd als C1, D1 en F1.

Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40).

Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. Veldwerkzaamheden Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Van elk inspectiegat en iedere boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur.

Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 7 van 26

Analyses De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld en AL-west BV te Deventer, beide door de Raad voor Accreditatie erkend laboratoria voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins ACMAA te Deurningen, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 4. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740, NEN5707 en NEN5897 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 2: Analysepakket per (meng) monster. Monster

Analysepakket Afdeklaag bouwblok

Bovengrond/ afdeklaag (3x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof

Bovengrond (2x)

Asbest en droge stof

Grondwater (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket) Deellocatie A - puinweg

Puinverharding (1x)

Asbest en droge stof Deellocaties B en E - druppelzones

Toplaag (2x)

Asbest en droge stof Deellocaties C, D en F - lozingspunten op maaiveld

Toplaag (3x)

Asbest en droge stof

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 8 van 26

De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD).

Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde.

De resultaten van de eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie december 2021) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de 20 juli 2021 (aangepaste) door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater.

Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 9 van 26

Toetsing asbestanalyses De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen <0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht.

De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 10 van 26

4

Resultaten Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.5 en besproken in paragraaf 4.6. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in december 2022 en januari 2023 uitgevoerd door de heren J. Hartman en N. Pepping. Deze veldwerkers zijn conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/09). Afdeklaag bouwblok Op 20 december 2022 is, na maaiveldinspectie, inspectiegat 1 gegraven (poging plaatsen peilbuis), welke op 1.8 m-mv is gestaakt op stortmateriaal. Er is derhalve geen peilbuis geplaatst. Er zijn geen grondmonsters, ten behoeve van de chemische analyses genomen, uit inspectiegat 1 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. Wel is, in verband met de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal, de laag van 0 tot 0.25 m-mv bemonsterd ten behoeve van eventuele asbestanalyses. Meetpunt 1 zal opnieuw worden geboord (boring 1A) voor het nemen van grondmonsters ten behoeve van het chemisch onderzoek.

Op 9 januari 2023 zijn, na maaiveldinspectie, in totaal 1 boring verricht en 9 inspectiegaten gegraven (deze zijn gecodeerd als 1A en 2 tot en met 10). Alle gaten zijn gestaakt op de stortlaag, die aangetroffen wordt vanaf circa 0.5 m-mv. Deellocatie A: asbestverdachte puinweg In de puinverharde toegangsweg zijn op 20 december 2022, na maaiveldinspectie, totaal 5 inspectiegaten gegraven (gecodeerd als A1 tot en met A5). In de puinverharding zijn in alle inspectiegaten visueel asbestverdachte materialen aangetroffen (golfplaat, vlakke plaat en dakbeschot). Deellocaties B en E: asbestverdachte druppelzones Bij elke druppelzone zijn op 20 december 2022 in 3 inspectiegaten gegraven. De inspectiegaten zijn gecodeerd als B1, B2, B3, E1, E2 en E3. Deellocaties C, D en F: asbestverdacht lozingspunten Op 9 januari 2023 zijn, na maaiveldinspectie, in totaal 3 inspectiegaten (C1, D1 en F1) gegraven. Lozingspunt D1 is doorgezet tot 0.8 m-mv en gestaakt in de stort, welke aangetroffen werd vanaf 0.75. Deze laag bestaat volledig uit houtskool. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van het gras, bomen en struiken, niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, veel neerslag).

Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 11 van 26

Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De afdeklaag bestaat globaal uit uiterst fijn tot matig fijn zand en leem. Er zijn door de veldwerkers plaatselijk bodemvreemde materialen in de puinverharding, afdeklaag en stortlaag waargenomen, waaronder asbestverdachte materialen. De zintuiglijke waarnemingen zijn in tabel 3 weergegeven. De dikte van de leeflaag (circa 0.5 meter) is onvoldoende voor de functie wonen. Voor de functie wonen is een dikte van minimaal 1.0 meter vereist. Tabel 3: Zintuiglijke waarnemingen. Monsterpunt

Diepte (m-mv)

Waarneming Afdeklaag bouwblok

1

0 - 0.25 0.25 - 0.60

Sterk puinhoudend en matig asbest (140 gram vlakke plaat) Sporen baksteen en gestaakt op stort

1A

0 - 0.30

Sterk puinhoudend en asbest (vlakke plaat)

2

0 - 0.25 0.60 - 0.70

Sporen puin Zwak puinhoudend en gestaakt op stort

3

0 - 0.40 0.50

Sporen puin Gestaakt op stort

4

0 - 0.40 0.65 - 0.75

Sporen puin Zwak puinhoudend, matig plastichoudend en gestaakt op stort

0 - 0.50 0.5 - 0.7

Sporen puin Stort: zwak puin- en kolengruishoudend, sporen keramiek en glas gestaakt op stort

6

0 - 0.25 0.60 - 0.70

Sporen puin Stort: sterk plastichoudend en gestaakt op stort

7

0 - 0.50 0.50 - 0.70

Sporen puin Stort: sterk puin- matig asbesthoudend, gestaakt op stort

8

0 - 0.50 0.50 - 0.60

Sporen puin Stort: zwak glas- en puinhoudend, gestaakt op stort

9

0 - 0.40 0.50 - 0.70

Sporen puin Stort: sterk plastichoudend en gestaakt op stort

10

0 - 0.50 0.60 - 0.70

Sporen puin Stort: sterk glas- en zwak puinhoudend, gestaakt op stort

5

Deellocatie A: puinweg A1

0 - 0.50

Sterk puinhoudend, sporen glas en asbest (golfplaat 8.6 gram)

A2

0 - 0.25 0.25 - 0.40

Sporen asbest (vlakke plaat 21.4 gram) Zwak puinhoudend en gestaakt op puinstort

A3

0 - 0.35 0.35 - 0.50

Sporen asbest (vlakke plaat 23.6 gram) Sterk puinhoudend en gestaakt op puinstort

0.05 - 0.20 0.30 - 0.50

Uiterst puinhoudend Matig puinhoudend, sterk asbesthoudend (dakbeschot 1.3 kg) en gestaakt op puinstort

A4 Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 12 van 26

Vervolg tabel 3: Zintuiglijke waarnemingen. Monsterpunt

Diepte (m-mv)

Waarneming Deellocatie A: puinweg

A5

0 - 0.35 0.40

Uiterst puinhoudend en sporen asbest (vlakke plaat 3.6 gram) Gestaakt op puinstort Deellocatie B en E: druppelzones

B1

0 - 0.20 0.20 - 0.50

Matig puinhoudend Sporen metaal

B2

0 - 0.20

Matig puinhoudend

B3

0 - 0.25

Sterk puinhoudend

E1

0 - 0.50

Sporen puin

E2

0 - 0.50

Sporen puin

E3

0 - 0.60

Sporen puin

Deellocaties C, D en F: lozingspunten op maaiveld C1

0 - 0.10

Sporen puin

D1

0 - 0.10 0.40 - 0.75

Grind (oude verhardingslaag) Zwak huisvuilhoudend en gestaakt op houtskool (stort)

F1

0 - 0.50

Sporen puin

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 4 staat omschreven. In verband met de zintuiglijke waarnemingen zijn extra analyses verricht. De asbesthoudende laag ter plekke van inspectiegat A4 houdt mogelijk verband met de onderliggende stort en wordt niet geanalyseerd (het gewogen asbestgehalte van inspectiegat 1 geeft een indicatie van het gewogen asbestgehalte in de asbesthoudende laag in gat A4). De asbesthoudende laag bevindt zich bij inspectiegat A4 niet aan de oppervlakte. De asbesthoudende laag ter plekke van inspectiegat 7 (bouwblok) is een onderdeel van de stortlaag. Tabel 4: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m-mv)

Analyse

Afdeklaag bouwblok Afdeklaag, BG I (sterk puin)

1A

0 - 0.30

NEN5740standaardpakket

Afdeklaag, BG II (sporen puin)

2 en 6 4 7

0 - 0.25 0 - 0.40 0 - 0.50

NEN5740standaardpakket

Afdeklaag BG III (sporen puin)

3 en 9 8 en 10

0 - 0.40 0 - 0.50

NEN5740standaardpakket

Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 13 van 26

Vervolg tabel 4: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m-mv)

Analyse

Afdeklaag bouwblok

MM - PFAS

1A 2 en 6 4 en 9 10

0 - 0.30 0 - 0.25 0 - 0.40 0 - 0.50

PFAS

MM FF - 01

3 en 9 8 en 10

0 - 0.40 0 - 0.50

Asbest

MM FF - 02

2 en 6 4 5 en 7

0 - 0.25 0 - 0.40 0 - 0.50

Asbest

1

0 - 0.25

Asbest

FF - Gat 1 MVM - Gat 1

Deellocatie A: puinweg A - MM FF - 01

A2 A3 en A5

0 - 0.25 0 - 0.35

Asbest

MVM - A2

A2

0 - 0.25

Asbest

MVM - A3

A3

0 - 0.35

Asbest

MVM - A5

A5

0 - 0.35

Asbest

Deellocaties B en E: druppelzones B - MM FF

B1, B2 en B3

0 - 0.10

Asbest

E - MM FF

E1, E2 en E3

0 - 0.10

Asbest

Deellocaties C, D en F: lozingspunten op maaiveld C - FF

C1

0 - 0.10

Asbest

D - FF

D1

0 - 0.10

Asbest

F - FF

F1

0 - 0.10

Asbest

Resultaten en toetsing van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grondmonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3979/documents/55855