CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - BP regels toelichting.pdf

Gemeenteraad 28 november 2023, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo'29.782 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De m.e.r.- plicht geldt bij projecten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden. Het ruimtebeslag van het onderhavige project ligt ruimschoots beneden de drempelwaarden. Conclusie die op grond hiervan getrokken kan worden is dat het onderhavige project niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. In de nota van toelichting op het Besluit m.e.r wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' geduid. Hier wordt het volgende over gezegd:“Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Op basis van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1832) lijken de volgende aspecten voor de vraag of

32

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject relevant: (een uitbreiding) van de bebouwde oppervlakte, de opzet en de vormgeving van de ontwikkeling. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt één nieuwe woning gerealiseerd aan de Holterweg 17 te Markelo. Ter compensatie van de bouw van deze woning wordt aan de Stoevelaarsweg 5 in Markelo 1.075 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Voor de nieuwe woning aan de Holterweg 17 kan aansluiting worden gezocht bij de uitspraak van de Raad van State van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1879). In deze uitspraak heeft de Raad van State geoordeeld dat de realisatie van twee woningen op voorheen (hobbymatige) agrarische gronden niet wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Aangezien het plan betrekking heeft op de toevoeging van slechts één woning op agrarische gronden, kan gelet op de uitspraak van 12 juni 2019 worden geconcludeerd dat het plan niet voorziet in een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte uitbreiding van de bebouwing op het perceel.

Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.

4.2

Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

vastgesteld

33

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Bij het realiseren van een nieuwe bestemming dient gekeken te worden of de nieuwe functie past in de omgeving (externe werking) en of de omgeving de nieuwe functie toelaat (interne werking). Middels dit bestemmingsplan wordt één nieuwe woning mogelijk gemaakt aan de Holterweg 17 in Markelo. Aan de Stoevelaarsweg 5 wordt (een deel van) de agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt en wordt de bestemming gewijzigd in een woonbestemming. Aangezien de huidige agrarische bedrijfswoning reeds wordt aangemerkt als een milieugevoelig object ten gevolge van andere (agrarische) bedrijven, wordt de locatie Stoevelaarsweg 5 niet getoetst in het kader van bedrijven en milieuzonering. De bestaande woning wordt planologisch omgezet van een agrarische bedrijfswoning naar reguliere woning. Daarmee is er geen sprake van het toevoegen van een nieuwe milieugevoelig object. De toets van bedrijven en milieuzonering kan derhalve voor de Stoevelaarsweg 5 achterwege blijven. Hieronder wordt nader ingegaan op de Holterweg 17.Het plangebied aan de Holterweg 17 is gelegen in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente. In de omgeving van het plangebied zijn binnen een straal van 300 meter verschillende agrarische en niet agrarische bedrijven aanwezig. Daarnaast is het plangebied gelegen aan de doorgaande provinciale weg N755.

De omgeving van het plangebied wordt derhalve gekenmerkt door een sterke mate van functiemenging waardoor geconcludeerd kan worden dat het plangebied is gelegen in het omgevingstype 'gemengd gebied'. Externe werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe woning leidt tot hinder of belemmeringen voor de omgeving. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie 'wonen' betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Er is derhalve geen sprake van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. In de omgeving van het plangebied zijn binnen een straal van 300 meter verschillende agrarische en niet agararische bedrijven aanwezig. Hieronder wordt het plan getoetst aan de richtafstanden:

34

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Uit de toets aan de richtafstanden blijkt dat aan alle richtafstanden wordt voldaan, met uitzondering van het mestdistributie- en transportbedrijf aan de Holterweg 19 in Markelo. Voor het bedrijf geldt milieucategorie 3.2 waarvoor in gemengd gebied een richtafstand geldt van 50 meter. De gemeten afstand, gemeten vanaf de grens van de milieubelastende bestemming 'Bedrijf' tot aan de dichtsbijzijnde gevel van de nieuwe woning, bedraagt 30 meter waardoor niet aan de richtafstand wordt voldaan. Echter, opgemerkt moet worden dat in het bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2019' een uitbreiding van het bedrijf is mogelijk gemaakt. Het erf aan de Holterweg 19 vormt namelijk de thuisbasis voor de vrachtwagens van het transportbedrijf. Ook staat er op het erf een bedrijfswoning en een kantoor. Het kantoor werd als gevolg van het bestemmingsplan onder gebracht in de loods, gelegen nabij de weg. Deze loods werd ook deels vergroot. De kantoorruimte werd in gebruik genomen als bergruimte. Als uitgangspunt voor die uitbreiding gold destijds dat in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit moest plaatsvinden. Derhalve was een landschapsplan (erfinrichtingsplan) opgesteld die in onderstaande figuur 4.2 is opgenomen.

vastgesteld

35

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Figuur 4.2: Landschapsplan Holterweg 19, uitbreiding bedrijf (bron: Eelerwoude). Vermeldenswaardig is dat voor het perceel Holterweg 19 een voorwaardelijke verplichting is opgenomen ten aanzien van de landschappelijke inpassing. De voorwaardelijke verplichting luidt als volgt: Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf voorwaardelijk verplichting 3' overeenkomstig de in artikel 5.1 (Bedrijf) opgenomen bestemmingsomschrijving zonder dat binnen een jaar na 31 oktober 2019 uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in bijlage 29 (het landschapsplan zoals hierboven ook opgenomen in figuur 4.2), opgenomen erfinrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. In het erfinrichtingsplan is onderscheid gemaakt in verharding en groen. Aangezien het landschapsplan aangelegd en instand gehouden moet worden (voorwaardelijke verplichting) geldt dat de bedrijfsactiviteiten (o.a. stalling van vrachtverkeer op de verharding) niet gerealiseerd kan worden op de groenstroken. Dat betekent feitelijk dat de bedrijfsactiviteiten (o.a.

stallen van vrachtwagens) niet op die gronden kan plaatsvinden, waardoor de afstand tot aan de bedrijfsactiviteiten gemeten moet worden tot aan de verharding. Daar vinden immers de verkeersbewegingen van de vrachtwagens plaats die maatgevend zijn voor het aspect geluid. De afstand van de verharding waarop de vrachtwagens rijden en gestald worden tot aan de gevel van de nieuwe woning bedraagt 70 meter, waardoor voldaan wordt aan de richtafstand die geldt. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat aan de richtafstanden wordt voldaan. Ten aanzien van het foliebassin (mestbassin) geldt op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer dat een afstand van 100 meter moet worden aangehouden voor een mestbassin met een oppervlakte groter dan 350 m2 (paragraaf 3.4.6, artikel 3.51 lid 1 en 3 Activiteitenbesluit). Voor een mestbassin met een oppervlakte tot maximaal 350 m2 geldt een aan te houden afstand van 50 meter.

36

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Het aanduidingsvlak waarbinnen een mestbassin is toegestaan heeft een oppervlakte van circa 600 m2, waardoor het planologisch mogelijk is om een mestbassin groter dan 350 m2 te realiseren. Op basis daarvan dient een afstand van 100 meter aangehouden te worden tussen de dichtsbijzijnde gevel van de nieuwe woning en de grens van het planologisch toegestane mestbassin (de grens van het aanduidingsvlak). De afstand bedraagt circa 115 meter waardoor ook aan deze afstand voldaan wordt. Aangezien in de regels van het bestemmingsplan is vastgelegd dat een woning ter plaatse van een bouwvlak uitsluitend in het bouwvlak gebouwd mag worden, is de minimale afstand van 100 meter geborgd. Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.3

Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.

Toets Zoals in paragraaf 4.2 beschreven zijn er binnen een straal van 300 meter van de nieuwe woning verschillende agrarische bedrijven gelegen. Het betreft de agrarische bedrijven aan de Luttekeveldweg 15 en en Luttekeveldweg 4 waar beiden een intensieve veehouderij zijn toegestaan op grond van het geldende bestemmingsplan. De intensieve veehouderij aan de Luttekeveldweg 15 betreft een wormenkwekerij waarvoor op grond van de VNG-uitgave bedrijven en milieuzonering geen richtafstand geldt van 50 meter in verband met het aspect geur. Zoals in paragraaf 4.2 aangetoond bedraagt de afstand tot aan de nieuwe woning 280 meter waardoor voldaan wordt aan de richtafstand, en derhalve ook aan het aspect geur. Aan de Luttekeveldweg 4 bevindt zich een intensieve veehouderij en is gelegen op een afstand van 260 meter van de nieuwe woning. Hoewel er planologisch een intensieve veehouderij is toegestaan is de agrarische bedrijfsbebouwing in 2022 reeds gesaneerd, waardoor de bedrijfsactiviteiten zijn komen te vervallen. In het kader van het aspect 'geur' kan geconcludeerd worden dat de nieuwe woning geen hinder ondervindt van het (voormalig) agrarisch bedrijf aan de Luttekeveldweg 4. Voor de Stoevelaarsweg 5 te Markelo geldt enkel dat agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt wordt en de bestemming wordt omgezet naar een woonbestemming.

Aangezien de huidige agrarische bedrijfswoning ten opzichte van agrarische bedrijven van derden reeds wordt aangemerkt als geurgevoelig object, is er als gevolg van dit plan

vastgesteld

37

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

geen sprake van het toevoegen van een nieuw geurgevoelig object. Derhalve worden agrarische bedrijven in de omgeving niet belemmerd. Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.4

Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Holterweg 17 Om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te onderzoeken is door Kruse Milieu een verkennend en nader (asbest)onderzoek uitgevoerd op de locatie Holterweg 17 te Markelo (projectnummer 22075616, d.d. 23 mei 2023). Aan de Holterweg 17 is een terreindeel ter grootte van 1000 m2 onderzocht.

De onderzoekslocatie is deels bebouwd en alleen de toegangsweg is verhard (puingranulaat). De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de nieuwbouw van een woning. Het bodemonderzoek is als Bijlage 3 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Hieronder worden de resultaten weergegeven. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 24 inspectiegaten gegraven, is er 1 boring en 1 sleuf verricht. Een aantal inspectiegaten zijn gestaakt op de stort, die vanaf circa 0.5 m-mv wordt aangetroffen. In april 2023 is een peilbuis in de stort geplaatst. De afdeklaag is grotendeels puinhoudend. Gebleken is dat de afdeklaag globaal bestaat uit uiterst fijn tot matig fijn zand en leem. Er zijn oerhoudende lagen aangetroffen. Door de veldwerkers zijn bodemvreemde materialen aangetroffen, waaronder asbest in de puinverharding van de toegangsweg, in de afdeklaag en in de stort. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld.

Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Bouwblok de bovengrond (BG I) is niet verontreinigd; de bovengrond (BG I) is zeer licht verontreinigd met cadmium, lood, zink, minerale olie, PCB en PAK; de bovengrond (BG III) is zeer licht verontreinigd met PCB; het grondwater (PB 1) is licht verontreinigd met barium en naftaleen; inspectiegat 1 is asbesthoudend: het gewogen asbestgehalte is ruim hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek; de mengmonsters MM FF - 01 en MM FF - 02 zijn asbesthoudend: maar de gewogen asbestgehalten zijn ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Deellocatie A: puinweg Inspectiegat A2 is asbesthoudend. Het gewogen asbestgehalte is lager dan de

38

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek; Inspectiegat A3 is asbesthoudend. Het gewogen asbestgehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek; Inspectiegat A5 is asbesthoudend. Het gewogen asbestgehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Deellocaties B en E: druppelzones de mengmonsters B - MM FF en E - MM FF zijn niet verontreinigd met asbest. Deellocaties C, D en F: lozingspunten op het maaiveld de mengmonsters C - FF en D - FF zijn niet verontreinigd met asbest; mengmonster F - FF is asbesthoudend: het gewogen asbestgehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Uit de analyse blijkt dat er respirabele vezels aanwezig zijn. Uit de SEM-analyse blijkt dat het gewogen asbestgehalte aan losse vezels lager is dan de risico-norm van 10 mg/kg d.s. Conclusies en aanbevelingen In de afdeklaag (BG II en BG III) zijn enkele licht verhoogde concentraties aangetoond. In het grondwater (PB 1) zijn licht verhoogde concentraties aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3, 4.4 en 6.3. In de mengmonster BG I zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Het mengmonster van de bovengrond (MM - PFAS) bevat geen PFAS. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk.

De leeflaag in inspectiegat 1 (bouwblok) is asbesthoudend; het gewogen asbestgehalte overschrijdt in ruime mate de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01, MM FF - 02 (afdeklaag bouwblok), de inspectiegaten A2, A3 en A5 (puinweg, deellocatie A) en het monster van de fijne fractie F - FF (lozingspunt op het maaiveld) zijn asbesthoudend; de gewogen asbestgehalten zijn ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Ter plekke van deellocatie F zijn respirabele vezels aanwezig, lager is dan de risico-norm van maximaal 10 mg/kg d.s. In de mengmonsters van de fijne fractie B - MM FF, E - MM FF (druppelzones), C - FF en D - FF (lozingspunten op het maaiveld) is geen asbest aangetoond. De dikte van de leeflaag (circa 0.5 meter) is onvoldoende voor de functie wonen. Voor de functie wonen is een dikte van minimaal 1.0 meter vereist. Nader asbestonderzoek Holterweg 17 Uit het nader asbestonderzoek blijkt dat sleuf S1 (nabij inspectiegat 1) sterk asbesthoudend. Een asbestsanering is noodzakelijk. De omvang van de asbestverontreiniging is circa 30 m3. Voorafgaande aan een sanering dient een BUS-melding te worden opgesteld en ter goedkeuring aan het bevoegd (provincie Overijssel) worden voorgelegd. Het saneren van verontreinigde grond met asbest mag alleen door erkende bedrijven worden uitgevoerd.

De verontreinigde grond mag niet worden verminderd of worden verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de nieuwe woning aan de Holterweg 17 te Markelo. Toets Stoevelaarsweg 5 Markelo Als gevolg van de sloop van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing is door Nijhof & Poppinghaus adviseurs een asbestinventarisatie uitgevoerd (projectnummer 22.0816A, d.d. 22 augustus 2022). De asbestinventarisatie is als bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Hieronder worden de resultaten weergegeven. Het doel van de asbestinventarisatie is, het door middel van een vooronderzoek (deskresearch), visuele inspectie en eventueel monsterneming en analyse, nagaan of in de schuren asbesthoudende materialen. Hierbij heeft destructief onderzoek

vastgesteld

39

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

plaatsgevonden op plaatsen waar verborgen asbest kan worden verwacht. Verder zijn tijdens de inventarisatie alle locaties die deel uitmaken van het inspectiegebied van de eindcontrole na een eventuele asbestsanering (o.b.v. NEN 2990) onderzocht. Hieronder het overzicht van de aanwezige asbesthoudende materialen: Schuur 1: de golfplaten op het dak (Abm/001), risicoklasse 2. In de monsters die zijn genomen van de tegellijm achter de wandtegels in het melklokaal (Abm/003 en Abm/003A) is geen asbest aangetoond. schuur 2: golfplaten en nokstukken op het dak (Abm/002), risicoklasse 2. De asbesthoudende materialen dienen voorafgaand aan renovatie van het materiaal of eventuele sloop te worden verwijderd door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.5

Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b.

in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Het plangebied is gelegen binnen de geluidszone van de Holterweg (N755) en de Luttekeveldweg. Door Voortman Ingenieurs is een akoestisch onderzoek (kenmerk R-JVO/1833 22.1729 d.d. 8 september 2022) uitgevoerd om de geluidbelasting op de woning ten gevolge van wegverkeerslawaai te bepalen. Het akoestisch onderzoek is als Bijlage 4 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Het akoestisch

40

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

onderzoek is uitgevoerd conform de regels van het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012. Hieronder worden de resultaten van het akoestisch onderzoek weergegeven. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat: De Luttekeveldweg en de bedieningsweg naast de Holterweg als akoestisch niet relevant beschouwd worden; De berekende geluidbelasting op de woning ten gevolge van de Holterweg (N755) ten hoogste 53 dB, inclusief aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt; Deze geluidbelasting is hoger dan de ambitiewaarde uit het gemeentelijk geluidbeleid en de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeer maar niet hoger dan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB, incl. aftrek art. 110g Wgh voor woningen in buitenstedelijk gebied; Maatregelen om de geluidbelasting te reduceren tot de gemeentelijke ambitiewaarde of voorkeursgrenswaarde zijn onvoldoende doeltreffend en ondervinden daarnaast bezwaren van stedebouwkundige en financiële aard; Omdat de woning over een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte beschikt en het binnenniveau van 33 dB door gevelmaatregelen kan worden gewaarborgd is er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat, zodat aan het gemeentelijk geluidbeleid wordt voldaan. Om de hogere grenswaarde aan te vragen dient een procedure voor een Hogere grenswaarde voor geluid doorlopen te worden.

Aangezien het binnenniveau van 33 dB niet wordt overschreden kan de hogere grenswaarde verleend worden. Railverkeerslawaai en industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen spoorweg of geluidgezoneerd industrieterrein aanwezig. Een nadere toetsing aan deze aspecten kan derhalve buiten beschouwing worden gelaten. Aan de Stoevelaarsweg 5 wordt enkel agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt en wordt de bestemming omgezet naar een woonbestemming. Er wordt geen nieuw geluidgevoelig object in het kader van de Wet geluidhinder mogelijk gemaakt. Op basis van vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'geluid' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.6

Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg;

vastgesteld

41

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals hierboven zijn beschreven, kan worden gesteld dat voorliggend plan voor de realisatie van één woning 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

Tevens kan de realisatie van één woning niet aangemerkt worden als de realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen de zone van een Rijks- of provinciale weg. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.7

Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit; Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Naast de bovengenoemde wetgeving zijn tevens de volgende AMvB's, Ministeriële Regelingen en/of circulaires van toepassing op de externe veiligheid: Activiteitenbesluit milieubeheer.

In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm. Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations. De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een

42

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

LPG-tankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario's staan centraal. Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten. Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten. Deze beleidsregels geven een overzicht van de over de weg vervoerde gevaarlijke stoffen. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.

Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven.

vastgesteld

43

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Figuur 4.3: Uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl) Toets Uit de inventarisatie blijkt dat binnen een straal van 1,9 kilometer van het plangebied aan de Holterweg 12 geen risico's op basis van de externe veiligheid zijn gelegen. De dichtstbijzijnde risicobron is gelegen aan de Brummelaarsweg 12 in Markelo. Op de locatie is een melkveebedrijf met mestvergister aanwezig waarvoor een invloedsgebied geldt van 50 meter. Het plangebied is ruimschoots buiten het invloedsgebied gelegen. Op basis hiervan geldt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Ten aanzien van het plangebied aan de Stoevelaarsweg 5 wordt opgemerkt dat hier enkel agrarische bebouwing gesloopt wordt en de bestemming wordt omgezet naar een woonbestemming. Er wordt geen nieuw kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object mogelijk gemaakt, waardoor de toets ten aanzien van externe veiligheid voor dit perceel achterwege kan blijven.

Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.

4.8

Water Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

44

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nationale Omgevingsvisie en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante nota's. Europa Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal Nationaal Water Programma 2022-2027 (NW); Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); Deltaprogramma; Waterwet. Provinciaal Omgevingsvisie Gelderland; Omgevingsverordening Gelderland. Regionaal / lokaal Waterbeheerprogramma 2022-2027 Rijn en IJssel Het waterschap Rijn en IJssel zorgt voor het water in de omgeving. Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving. De zorg voor waterveiligheid, schoon water en voldoende water vraagt structureel aandacht en is continu in beweging.

Dat doet het waterschap door het (grond)waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en stevige dijken. Dit wordt gedaan met diepgewortelde vak- en gebiedskennis en door het verbinden van beleid én uitvoering. Het waterschap werkt met een ondernemende houding, gericht op maatschappelijk toegevoegde waarde, in samenwerking met haar partners en inwoners in de Achterhoek, de Liemers en Overijssel, wendbaar en gebied-nabij. Ondanks dat er veel verandert in en rond het water, blijven de kerntaken van het waterschap in ieder geval: het peilbeheer van grond- en oppervlaktewater het onderhouden en beheren van de waterkeringen en watergangen het transporteren en zuiveren van afvalwater het verbeteren van de waterkwaliteit de vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarbovenop ziet het waterschap voor de periode 2022-2027 als belangrijkste speerpunt de opgave om haar gebied veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering. Hiervoor wordt naar een andere belans van vasthouden-bergen-afvoeren (vooraadbeheer) toegewerkt, rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van klimaatverandering. Wij investeren gebiedsbreed in een toename van de veerkracht, anticiperend op de nieuwe inzichten over de snelheid van klimaatverandering richting 2050.

Het waterschap Rijn en IJssel is dus primair verantwoordelijk voor de waterhuishouding in het plangebied. Onder de verantwoordelijkheden vallen onder andere beveiliging tegen hoog water, peilbeheer en aan- en afvoer van water. Daarnaast wordt geadviseerd hoe om te gaan met hemelwater. De gemeente heeft een zorgplicht voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afvalwater en regenwater en voor de aanpak van grondwaterproblemen. Water in het plangebied/waterparagraaf

vastgesteld

45

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en worden sterk beïnvloed door de klimaatverandering. Er is meer ruimte nodig voor water, omdat klimaatverandering zorgt voor hoge piekafvoeren in de zomer en een gemiddeld hogere waterafvoer in de winter. Het gaat ook om langduriger periodes van droogte en om extreem warm weer, waar vooral stedelijk gebied last van kan hebben. Ook veranderingen in ruimtegebruik hebben gevolgen voor het waterbeheer. Het waterschap wil vroegtijdig meedenken over plannen en ontwikkelingen om samen met de gemeente en andere partners te zoeken naar de bijdrage die water kan leveren aan de verbetering van de leefomgeving. Waterschap Rijn en IJssel werkt hierbij vanuit het Waterbeheerprogramma 2022-2027 waarin het taakgebied, de doelen en de maatregelen die het waterschap tot en met 2027 voor ogen heeft, staan beschreven. Een kompas voor de langere termijn biedt de Watervisie 2030. Beide documenten bieden een samenwerkingsagenda voor ieder die op het gebied van water een belang of betrokkenheid heeft. Het waterschap laat in het waterbeheerprogramma zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten in de samenwerking met de partners belangrijk zijn.

Het waterschap heeft de werkzaamheden voor het waterbeheerprogramma weergegeven in vier thema's: klimaatrobust gebied; Veilig gebied; Circulaire Economie en Energietransitie; Gezone leefomgeving. Het waterschap werkt met de gemeente samen aan een goede ruimtelijke ordening via het proces van de Watertoets. Wateradvies Op 28 oktober 2022 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht voor de nieuwbouwlocatie aan de Holterweg 17, zie Bijlage 5. Op grond van de digitale watertoets geldt de normale procedure. Derhalve is het waterschap Rijn en IJssel gevraagd om advies uit te brengen ten aanzien van het plan. Voor het huishoudelijk afvalwater wordt de nieuwe woning aangesloten op de bestaande drukriolering in de nabijheid van het plangebied. Het hemelwater wordt opgevangen en afgevoerd op eigen terrein waar voldoende groen aanwezig is om hemelwater te laten infiltreren in de bodem. Daarnaast kan het water in het plangebied worden afgevoerd naar de bestaande vijver in de zuidoostelijke hoek van het plangebied. Aan de Stoevelaarsweg 5 wordt enkel agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt en wordt de bestemming omgezet naar de bestemming 'Wonen'. Het plan heeft geen invloed op de waterhuishouding. Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.9

Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Om te onderzoeken of het voorgenomen plan leidt tot negatieve effecten op beschermde flora en fauna en natuurgebieden is door Natuurbank Overijssel een quickscan natuurwaarden uitgevoerd (projectnummer 4976, versie 1.0, d.d. 9 december 2022). De resultaten van de quickscan natuurwaarden worden hieronder weergegeven.

46

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied aan de Holterweg 17 ligt op minimaal 1,13 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Het plangebied aan de Stoevelaarsweg 5 ligt op minimaal 315 meter van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. In figuur 4.4 en figuur 4.5 wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van de plangebieden weergegeven.

Figuur 4.4: Ligging plangebied Holterweg 17 t.o.v. NNN (bron: Natuurbank Overijssel)

Figuur 4.5: Ligging plangebied Stoevelaarsweg t.o.v. NNN (bron: Natuurbank Overijssel) De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking. Omdat de plangebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000-gebied

vastgesteld

47

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: de leefgebieden van vogels; de natuurlijke habitats of habitats van soorten (art. 2.1 Wet natuurbescherming); Nederland past een vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend door provincies of door het ministerie van LNV. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden. Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelf óf in combinatie met andere plannen en projecten, de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen niet significant negatief mogen beïnvloeden. Elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan een 'voortoets'. Uit de voortoets moet blijken of kan worden uitgesloten dat de gewenste werkzaamheden/ontwikkelingen een (significant) negatief effect hebben (op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten).

Voor alle Natura 2000-gebieden dient een beheerplan te zijn opgesteld waaruit duidelijk wordt welke activiteiten wel en niet zonder vergunning mogelijk zijn in en nabij die gebieden. Het plangebied aan de Holterweg 17 ligt op minimaal 1,55 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het plangebied aan de Stoevelaarsweg 5 ligt op minimaal 3,75 kilometer van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is Borkeld. In figuur 4.6 en figuur 4.7 wordt de ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van de plangebieden weergegeven.

Figuur 4.6: Ligging plangebied Holterweg 17 t.o.v. Natura 2000-gebied (bron: Natuurbank Overijssel)

48

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Figuur 4.7: Ligging plangebied Stoevelaarsweg 5 t.o.v. Natura 2000-gebied (bron: Natuurbank Overijssel) De plangebieden zijn niet zichtbaar vanuit Natura 2000-gebied. Negatieve effecten, zoals geluid, licht en optische verstoring zijn daarom niet aan de orde. Ook zijn in het Natura 2000-gebied geen negatieve effecten, zoals trillingen waarneembaar. Met uitzondering van het aspect stikstof, kunnen negatieve effecten op Natura 2000-gebied uitgesloten worden. Stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden Volgens de Wet natuurbescherming is een vergunning nodig voor activiteiten die kunnen leiden tot schade aan Natura 2000-gebieden, bijvoorbeeld als gevolg van stikstofdepositie (uitstoot en neerslag van stikstof). Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000– gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden.Te veel stikstof is slecht voor planten die leven op voedselarme grond. Als deze planten verdwijnen, kan dat ook slecht zijn voor dieren die in dat gebied leven. Daarnaast leidt stikstof tot verzuring van de bodem. In sommige delen van de Natura 2000-gebieden is de hoeveelheid stikstof te hoog. De overheid wil de hoeveelheid stikstof in de natuur (stikstofdepositie) terugdringen. Daarvoor introduceerde zij in 2015 het Programma Aanpak Stikstof (PAS).

Dit programma was ook gericht op het versterken van de natuur en het maakte tegelijkertijd economische ontwikkeling mogelijk. Op 29 mei 2019 heeft het hoogste bestuursorgaan van ons land, de Raad van State, de vergunningen op basis van het PAS ongeldig verklaard omdat dit in strijd is met de Europese natuurwetgeving. De overheid werkt nu aan een nieuwe aanpak stikstof. De depositie van stikstof vindt plaats in de vorm van NOx (stikstofoxide) en NH3 (ammoniak). De depositie van NOx vindt onder meer plaats bij de verbranding van fossiele brandstoffen. De depositie van NH3 is voor het overgrote deel afkomstig van de landbouw. Om voor afzonderlijke projecten aan te tonen wat het effect is op Natura 2000-gebieden is het rekeninstrument AERIUS in het leven geroepen. Op 13 januari 2022 is de huidige AERIUS Calculator geactualiseerd. De belangrijkste verandering is de ‘afkapgrens’ van 25 km voor stikstofdepositie bij alle projecten. De aanleiding hiervoor is het eindrapport van het adviescollege ‘Meten en berekenen Stikstof’(ook wel de ‘Commissie Hordijk’) en de uitspraak van de Raad van State over de A15 van begin dit jaar. Eventuele deposities voorbij deze afkapgrens werden voorheen niet in beeld gebracht. De nieuwe

vastgesteld

49

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

afkapgrens van 25 km zal vooral voor grotere projecten consequenties hebben. Hoewel in de AERIUS 2020 ook een afkapgrens was opgenomen, gold deze slechts voor wegverkeer en was de afstand veel korter (5 km). Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Deze wet regelt onder meer drie resultaatverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura-2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om die reductie te bereiken en de natuur te herstellen. Ook regelt de wet de tussentijdse monitoring en zo nodig bijsturing. Voor de zogeheten PAS melders en initiatiefnemers die onder het PAS vergunningvrij waren is in de wet bepaald dat zij alsnog gelegaliseerd worden. De wet maakte een gedeeltelijke vrijstelling mogelijk van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten van de bouwsector. De vrijstelling was van toepassing voor de bouw-, aanlegen sloopactiviteiten van projecten. Op 2 november 2022 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in de zaak Porthos echter de partiële vrijstelling van tafel geveegd.

Dit betekent dat bij het maken van een stikstofberekening (AERIUS) voor de gebruiksfase van projecten, tevens de bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten van projecten meegenomen zullen moeten worden. Beoordeling stikstofdepositie bouwfase De omgevingsdienst Twente heeft op 25 november 2022 de 'advieslijn opvragen onderzoek stikstofdepositie bouwprojecten bestemmingsplannen' (kenmerk 20221125, d.d. 25 november 2022) opgesteld, zie Bijlage 7. De advieslijn is opgesteld als handvat bij de beoordeling of bij een bouwproject stikstofdepositie onderzoek voor de bouwfase noodzakelijk is. Uitgangspunt van de stikstofdepositieberekening is dat een realistische/ representatieve inschatting wordt gegeven van de werkmethode en materieelinzet die in de aanlegfase benodigd zal zijn. Uit de rechtspraak van de Afdeling blijkt dat de inzet van het materieel “voldoende reëel en aannemelijk” moet zijn (vgl. AbRS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1960, r.o. 17.1). Er zijn door de Omgevingsdienst Twente meerdere fictieve situaties doorgerekend waarbij de emissie is bepaald op basis van reële uitgangspunten, zoals ook gehanteerd in onderzoeken voor de bouwvrijstelling van kracht werd. Deze berekeningen zijn ook uitgevoerd voor sloopwerkzaamheden, heien en ontsluiting van een kleine woonwijk. Het bouwplan aan de Holterweg 17 heeft betrekking op de bouw van één woning.

De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied bedraagt 1,55 kilometer. Op grond van de advieslijn van de ODT kan het bouwplan worden gelijkgesteld met 'fictieve situatie 3' wat inhoud dat de bouw van één grote woning en een grote schuur op een afstand van meer dan 800 meter van Natura 2000-gebied niet leidt tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Op basis daarvan kan geconcludeerd worden dat onderhavig bouwplan voor één woning niet leidt tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. De sloop van de schuren aan de Stoevelaarsweg 5 vindt plaats op een afstand van minimaal 3,75 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. In de advieslijn van de ODT is in fictieve situatie 4 berekend dat de sloop van een veestal en de bouw van 2 vrijstaande woning op 1.200 meter afstand van Natura 2000-gebied niet leidt tot toename van stikstofdepositie. Op basis daarvan kan geconcludeerd worden dat de sloop van de bebouwing aan de Stoevelaarsweg niet leidt tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Beoordeling stikstofdepositie gebruiksfase Er worden geen dieren meer gehouden in de nieuwe situatie aan de Stoevelaarsweg 5. Als gevolg van deze ontwikkeling neemt de emissie van stikstof (ammoniak en stikstofoxiden) sterk af, t.o.v. de referentiesituatie. Wél neemt het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied aan de Holterweg 17 toe als gevolg van

50

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

de bewoning van den nieuwe woning. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, de sterke afname van stikstofemissie in gebruiksfase aan de Stoevelaarsweg is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een negatief effect op Natura 2000-gebied. Nader onderzoek, zoals het opstellen van een stikstofberekening, wordt niet noodzakelijk geacht. Soortenbescherming Om te onderzoeken of er in het plangebied aan de Holterweg 17 en de Stoevelaarsweg 5 in Markelo beschermde flora en fauna aanwezig zijn is het plangebied op 7 december 2022 tijdens de daglichtperiode (middag) bezocht. De voorgenomen activiteiten worden gezien als 'ruimtelijke ontwikkeling'. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Overijssel een vrijstelling van de verbodsbepaling 'het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats', als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist of er dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen.

Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De inrichting en het gevoerde beheer maken de plangebieden niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. De plangebieden worden door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of verblijfplaats in de plangebieden maar gebruiken het wel als foerageergebied. De plangebieden zijn geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo Van de in de plangebieden nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden.

Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de bebouwing wordt gesloopt en de beplanting wordt gerooid tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën, die een vaste rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen'. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode.

vastgesteld

51

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van de plangebieden als foerageergebied voor verschillende diersoorten tijdelijk af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Geconcludeerd wordt dat het aspect 'ecologie' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.10

Archeologie en Cultuurhistorie Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.

Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie De gemeenteraad van gemeente Hof van Twente heeft beleid voor archeologie vastgesteld. Op de bijbehorende archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart staan archeologische rijksmonumenten en de kans op archeologische vondsten vermeld. Per gebied zijn criteria opgesteld wanneer een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. In figuur 4.8 en 4.9 zijn uitsneden van de archeologische verwachtingskaart voor de Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 weergegeven.

52

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo

Figuur 4.8: Uitsnede archeologische verwachtingenkaart Holterweg 17 (bron: BAAC/gemeente Hof van Twente)

Figuur 4.9: Uitsnede archeologische verwachtingenkaart Stoevelaarsweg 5 (bron: BAAC/gemeente Hof van Twente) Toets

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3979/documents/55855