CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - BP regels toelichting.pdf

Gemeenteraad 28 november 2023, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente, herziening Holterweg 17 en Stoevelaarsweg 5 Markelo'29.782 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 14 van 26

In de bovengrond (BG II en BG III) zijn licht verhoogde concentraties aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 5. In de bovengrond (BG I) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Tabel 5: Verhoogde concentraties (mg/kg d.s.)

1

Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1

Interventiewaarde

Afdeklaag, BG II

Cadmium Lood Zink Minerale olie PCB PAK

0.41 34 71 57 0.008 1.5

0.657 * 50.2 * 144 * 219 * 0.0308 * 1.5 *

0.6 50 140 190 0.02 1.5

13 530 720 5000 1.0 40

Afdeklaag, BG III

PCB

0.006

0.024 *

0.02

1.0

AW2000

In de vierde kolom van tabel 5 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW; * concentratie groter dan AW en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele lichte verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond - BG II en BG III - Cadmium, lood, zink, minerale olie, PCB en PAK Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen en PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Oorzaak voor de zeer licht verhoogde gehalten wordt onder meer gezocht in de waargenomen bodemvreemde materialen (puin). Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Bespreking PFAS-analyses De analyseresultaten en de toetsingstabel zijn weergegeven in bijlage III. Het mengmonster van de afdeklaag (MM - PFAS) is niet verontreinigd met PFAS.

Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 15 van 26

Resultaten van de asbestanalyses In bijlage IV zijn de analyserapporten en de concentratieberekeningen van het asbestonderzoek opgenomen. De gewogen asbestgehalten zijn in tabel 6 weergegeven. Tabel 6: Gewogen asbestconcentraties (mg/kg droge stof). (Meng)monster

Component

Gewogen asbestconcentratie

Toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek

Afdeklaag bouwblok Inspectiegat 1

Asbest

615

50

MM FF - 01

Asbest

7.7

50

MM FF - 02

Asbest

0.2

50

Deellocatie A: puinweg Inspectiegat A2

Asbest

13.6

50

Inspectiegat A3

Asbest

25.5

50

Inspectiegat A5

Asbest

6.0

50

Deellocaties B en E: druppelzones B - MM FF

Asbest

n.a.

50

E - MM FF

Asbest

n.a.

50

Deellocaties C, D en F: lozingspunten op maaiveld D - FF

Asbest

n.a.

50

C - FF

Asbest

n.a.

50

F - FF

Asbest

23.4

50

* inclusief 0.4 mg/kg d.s. vezels

In de derde kolom van tabel 6 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Bespreking resultaten asbestanalyses De leeflaag in inspectiegat 1 (bouwblok) is asbesthoudend; het gewogen asbestgehalte overschrijdt in ruime mate de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Een nader asbestonderzoek is noodzakelijk om de aard en de eventuele omvang van de asbestverontreiniging in kaart te brengen. Indien uit het nader asbestonderzoek blijkt dat de interventiewaarde wordt overschreden is sanering van sterk de asbesthoudende leeflaag noodzakelijk. Het nader asbestonderzoek staat omschreven in hoofdstuk 5. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01, MM FF - 02 (afdeklaag bouwblok), de inspectiegaten A2, A3 en A5 (puinweg, deellocatie A) en het monster van de fijne fractie F - FF (lozingspunt op het maaiveld) zijn asbesthoudend; de gewogen asbestgehalten zijn ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.

Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 16 van 26

Om de aanwezigheid van respirabele vezels vast te stellen c.q. uit te sluiten is mengmonster F - FF aanvullend geanalyseerd, met behulp van een elektronenmicroscoop (SEM). Hieruit blijkt dat ter plekke van deellocatie F de hoeveelheid respirabele vezels (0.4 mg/kg d.s.) lager is dan de risico-norm van maximaal 10 mg/kg d.s. Het gewogen asbestgehalte in de fijne fractie (>0.05 mm) is eveneens lager dan de interventiewaarde: verder nader onderzoek en sanering is niet noodzakelijk. In de mengmonsters van de fijne fractie B - MM FF, E - MM FF (druppelzones), C - FF en D - FF (lozingspunten op het maaiveld) is geen asbest aangetoond.

Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 17 van 26

5

Uitvoering nader asbestonderzoek Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. Als Ruimtelijke Eenheid (RE) wordt het gebied rondom inspectiegat 1 beschouwd (afgeperkt door de asbestvrije druppelzone en de boringen 6, 8, 9, 10 en A5). De RE heeft een oppervlakte van circa 120 m2. De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de norm NEN5707, paragraaf 7.3: Vaststellen omvang. Op basis van het oppervlakte van de RE dient minimaal 1 inspectiesleuf gegraven te worden. Het doel van het nader onderzoek is inzicht te krijgen in de asbestconcentratie van de asbesthoudende bodemlaag ter plekke van inspectiegat 1 en in de (eventuele) omvang van de asbestverontreiniging. Om het gewogen asbestgehalte te kunnen toetsen aan de interventiewaarde wordt bij inspectiegat 1 handmatig een inspectiesleuf gegraven van minimaal 2.0x0.3 meter. Alle ontgraven grond wordt gezeefd over 20 mm, waarna de grove fractie visueel wordt geïnspecteerd op asbestverdacht materiaal. De fijne fractie en de (eventuele) asbestverdachte grove fractie worden geanalyseerd op asbest. De inspectiesleuf wordt gecodeerd als S1. Veldwerkzaamheden nader asbestonderzoek De veldwerkzaamheden zijn op 16 maart 2023 uitgevoerd conform protocol 2018 door de heren N. Pepping en B. Dierink.

De veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/09). Het maaiveld was vrij van obstakels en begroeiing en was goed te inspecteren (inspectieefficiëntie: 100%). De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag). Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. Tijdens de graafwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. Voor de bodemopbouw en bodemsamenstelling wordt verwezen naar de boorstaten in bijlage II. Er is 1 inspectiesleuf gegraven met behulp van een schep. In de bovengrond zijn bodemvreemde materialen waargenomen, waaronder asbest (zie tabel 7). Het percentage grove fractie is in het veld geschat op 35%. Tabel 7: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt Diepte (m-mv) Waarneming Sleuf S1

0 - 0.25

Sterk puinhoudend en matig asbesthoudend (vlakke plaat)

Op basis van de visuele waarnemingen zijn in de tabel 8 genoemde monsters geanalyseerd op asbest.

Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 18 van 26

Tabel 8: Geanalyseerde monsters. Monster FF - Sleuf S1

Monsterpunt

Traject (m-mv)

Motivatie

S1

0 - 0.25

Bepalen gewogen asbestgehalte in de (kern van de verontreinigin)

MVM - S1

Resultaten asbestanalyses nader asbestonderzoek De analyserapporten van het nader asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage IV. Het gewogen asbestgehalte is in tabel 9 weergegeven. Tabel 9: Gewogen asbestgehalte (mg/kg droge stof). Monsterpunt Inspectiesleuf S1

Component

Gewogen asbestconcentratie

Interventiewaarde

Asbest

333

100

In de derde kolom van tabel 9 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek Vet : Overschrijding van de interventiewaarde Bespreking asbestanalyse Zoals in paragraaf 4.6 is weergegeven, is sleuf S1 sterk asbesthoudend. Een sanering van sterk asbesthoudende grond is noodzakelijk in het kader van de voorgenomen ontwikkeling. Als Ruimtelijke Eenheid (RE) is het gebied rondom inspectiegat 1 beschouwd (afgeperkt door de asbestvrije druppelzone en de boringen 6, 8 , 9, 10 en A5). De RE heeft een oppervlakte van circa 120 m2. De sterke asbestverontreiniging is aanwezig in de puinhoudende bovengrond tot een diepte van 0.25 m-mv. De omvang van de asbestverontreiniging wordt geschat op circa 30 m3 (120 m2 x 0.25 meter). Voorafgaande aan een sanering dient een BUS-melding te worden opgesteld en ter goedkeuring aan het bevoegd (Provincie Overijssel) worden voorgelegd. Het saneren van verontreinigde grond mag alleen door erkende bedrijven worden uitgevoerd. De verontreinigde grond mag niet worden verminderd of worden verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag.

Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 19 van 26

6

Grondwateronderzoek Veldwerkzaamheden

Op verzoek van de provincie Overijssel is aanvullend grondwateronderzoek in de stort uitgevoerd om de actuele kwaliteit van het grondwater in de stort vast te stellen. Op 28 april 2023 is door de heer N. Pepping een inspectiegat gegraven. Het inspectiegat is met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor verdiept tot 4.10 m-mv en afgewerkt met een peilbuis (PB 1). Deze veldwerker is conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/09). Er zijn geen grondmonsters genomen. Door de veldwerker zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. De bodem is van 0-0.25 matig asbesthoudend (vlakke plaat, 140 gram) en sterk puinhoudend en van 0.25-0.60 m-mv zijn sporen baksteen aangetroffen. Vanaf 0.60 meter diepte is de stort met daaronder een loze ruimte aangetroffen. Van 2.80-4.10 m-mv is een veenlaag aanwezig. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijving is weergegeven in bijlage II. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis.

Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 5 mei 2023 is peilbuis PB 1 bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 10. Tabel 10: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (μS/cm)

Troebelheid (NTU)

Toestroming

PB 1

3.10-4.10

2.80

6.82

2294

8.26

Goed

De waarde voor de pH en de troebelheid worden als normaal beschouwd. De EC-waarde wordt als verhoogd beschouwd. pH-waarden tussen 5.5 en 7.5, EC-waarden tussen 100 en 1000 μS/cm en een NTU-waarde <10 worden als normaal beschouwd.

Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 20 van 26

Resultaten en toetsing van de chemische analyses Het analyseresultaat en de toetsingstabel zijn weergegeven in bijlage III. In het grondwater (PB 1) zijn licht verhoogde concentraties aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 11. Tabel 11: Verhoogde concentraties (μg/l) Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Streefwaarde

Interventiewaarde

Peilbuis PB 1

Barium Naftaleen*

200 0.049

200 * 0.049 *

50 0.01

625 70

* rapportagegrens is verhoogd door matrix-effecten

In de vierde kolom van tabel 11 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan S; * concentratie groter dan S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele lichte verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Grondwater - PB 1 - Barium Het licht verhoogde bariumgehalte in het grondwater kan verband houden met de stort, maar is waarschijnlijk te wijten aan een plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde. In de bovengrond is een oerhoudende laag waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Grondwater - PB 1 - Naftaleen Naftaleen is een PAK. Het verhoogde gehalte kan mogelijk verband houden met de aangetroffen bodemvreemde materialen in de bovengrond (puin) en de stort, maar kan ook zijn veroorzaakt door de verhoogde rapportagegrens (veroorzaakt door een matrixstoring). Aangezien het gemeten gehalte de tussenwaarde niet overschrijdt, is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.

Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 21 van 26

7

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van Reggehave is een verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek verricht op een terreindeel ter grootte van circa 1000 m² aan de Holterweg 17 in Markelo. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en alleen de toegangsweg is verhard (puingranulaat). De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de nieuwbouw van een woning. In versie 2 van het rapport is het grondwateronderzoek opgenomen. Versie 2 vervangt versie 1 van 24 maart 2023. Het grondwateronderzoek staat beschreven in hoofdstuk 6. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er een asbestverdachte puinweg, 2 asbestverdachte druppelzones en 3 asbestverdachte lozingspunten op het maaiveld aanwezig zijn. Deze 6 deellocaties worden beschouwd als verdachte deellocaties. De onderzoekslocatie is gelegen op een voormalige stortplaats; de afdeklaag wordt beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 24 inspectiegaten gegraven, is er 1 boring en 1 sleuf verricht. Een aantal inspectiegaten zijn gestaakt op de stort, die vanaf circa 0.5 m-mv wordt aangetroffen.

In april 2023 is een peilbuis in de stort geplaatst. De afdeklaag is grotendeels puinhoudend. Gebleken is dat de afdeklaag globaal bestaat uit uiterst fijn tot matig fijn zand en leem. Er zijn oerhoudende lagen aangetroffen. Door de veldwerkers zijn bodemvreemde materialen aangetroffen, waaronder asbest in de puinverharding van de toegangsweg, in de afdeklaag en in de stort. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Bouwblok - de bovengrond (BG I) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG I) is zeer licht verontreinigd met cadmium, lood, zink, minerale olie, PCB en PAK; - de bovengrond (BG III) is zeer licht verontreinigd met PCB; - het grondwater (PB 1) is licht verontreinigd met barium en naftaleen; - inspectiegat 1 is asbesthoudend: het gewogen asbestgehalte is ruim hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek; - de mengmonsters MM FF - 01 en MM FF - 02 zijn asbesthoudend: maar de gewogen asbestgehalten zijn ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Deellocatie A: puinweg - Inspectiegat A2 is asbesthoudend. Het gewogen asbestgehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek; - Inspectiegat A3 is asbesthoudend.

Het gewogen asbestgehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek; - Inspectiegat A5 is asbesthoudend. Het gewogen asbestgehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.

Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 22 van 26

Deellocaties B en E: druppelzones - de mengmonsters B - MM FF en E - MM FF zijn niet verontreinigd met asbest. Deellocaties C, D en F: lozingspunten op het maaiveld - de mengmonsters C - FF en D - FF zijn niet verontreinigd met asbest; - mengmonster F - FF is asbesthoudend: het gewogen asbestgehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Uit de analyse blijkt dat er respirabele vezels aanwezig zijn. Uit de SEM-analyse blijkt dat het gewogen asbestgehalte aan losse vezels lager is dan de risico-norm van 10 mg/kg d.s. Hypothese De hypothese "verdacht" voor chemische componenten en asbest met betrekking tot de afdeklaag dient te worden aangenomen, aangezien er overschrijdingen van de achtergrondwaarden zijn aangetoond. de afdeklaag is plaatselijk asbesthoudend. De hypothese "verdacht" voor de aanwezigheid van asbest ter plekke van de puinweg (deellocatie A) dient te worden aangenomen, aangezien er asbest is aangetoond. De hypothese "verdacht" voor de aanwezigheid van asbest ter plekke van de druppelzones (deellocaties B en E) en de lozingspunten op het maaiveld (deellocaties C en D) kan worden verworpen, aangezien er geen asbest is aangetoond. De hypothese "verdacht" voor de aanwezigheid van asbest ter plekke van lozingspunt op het maaiveld (deellocatie F) dient te worden aangenomen, aangezien er asbest is aangetoond.

Conclusies en aanbevelingen In de afdeklaag (BG II en BG III) zijn enkele licht verhoogde concentraties aangetoond. In het grondwater (PB 1) zijn licht verhoogde concentraties aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3, 4.4 en 6.3. In de mengmonster BG I zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Het mengmonster van de bovengrond (MM PFAS) bevat geen PFAS. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. De leeflaag in inspectiegat 1 (bouwblok) is asbesthoudend; het gewogen asbestgehalte overschrijdt in ruime mate de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01, MM FF - 02 (afdeklaag bouwblok), de inspectiegaten A2, A3 en A5 (puinweg, deellocatie A) en het monster van de fijne fractie F - FF (lozingspunt op het maaiveld) zijn asbesthoudend; de gewogen asbestgehalten zijn ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Ter plekke van deellocatie F zijn respirabele vezels aanwezig, lager is dan de risico-norm van maximaal 10 mg/kg d.s. In de mengmonsters van de fijne fractie B - MM FF, E - MM FF (druppelzones), C - FF en D FF (lozingspunten op het maaiveld) is geen asbest aangetoond. De dikte van de leeflaag (circa 0.5 meter) is onvoldoende voor de functie wonen.

Voor de functie wonen is een dikte van minimaal 1.0 meter vereist. Nader asbestonderzoek Uit het nader asbestonderzoek blijkt dat sleuf S1 (nabij inspectiegat 1) sterk asbesthoudend. Een asbestsanering is noodzakelijk. De omvang van de asbestverontreiniging is circa 30 m3. Voorafgaande aan een sanering dient een BUS-melding te worden opgesteld en ter goedkeuring aan het bevoegd (provincie Overijssel) worden voorgelegd. Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 23 van 26

Het saneren van verontreinigde grond met asbest mag alleen door erkende bedrijven worden uitgevoerd. De verontreinigde grond mag niet worden verminderd of worden verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag. Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 24 van 26

8

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Hof van Twente DHV, Bijzonder inventariserend bodemonderzoek VOS Holterweg (VOS-code 130.02) te Markelo, kenmerk ML-BH982315 d.d. 31 augustus 1998 Witteveen & Bos, monitoringsplan stortplaats Holterweg VOS-code 130.02, projectcode ZI166.2 d.d. 30 juli 1999 DHV, NAVOS-onderzoek (Nazorg voormalige stortplaatsen) locatie 130.02, Holterweg te Markelo, kenmerk WB/2002/2800 d.d. 6 september 2002 Provincie Overijssel, NAVOS-onderzoek eindresultaten onderzoek gemeente Hof van Twente locatie Holterweg (130.02) te Markelo, kenmerk WB/2004/3984 d.d. 12 oktober 2004 Kruse Milieu BV, nulsituatie bodemonderzoek, Holterweg 19 in Markelo, projectcode 10029420 d.d. 16 juli 2010 Kruse Milieu BV, nulsituatie bodemonderzoek Holterweg 19 in Markelo, projectnummer 10029420 d.d. 16 juli 2010 Nijhof & Poppinghaus, asbestinventarisatie schuren, Holterweg 17 te Markelo, projectnummer 22.0816 d.d.

3 oktober 2022 NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, versie december 2021 Notitie Risicogrenzen ten behoeve van vaststelling van Interventiewaarden voor PFOS, PFOA en GenX (INEV’s), RIVM 20 juli 2021 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 34 A, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 25 van 26

www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: 22075616

Pagina 26 van 26

Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan bijzonder inventariserend bodemonderzoek DHV, augustus 1998 Monitoringsplan Witteveen & Bos, juli 1999 Boorplan verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, mei 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3979/documents/55855