11. Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden_Toelichting.pdf
Tekst van het document
vastgesteld
De "Stedelijke laag"
27
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
Het plangebied heeft op de gebiedskenmerkenkaart de "Stedelijke laag" geen bijzondere eigenschappen. Het gebiedskenmerk kan dan ook, zoals reeds vermeld, buiten beschouwing worden gelaten. 4.
De "Laag van beleving"
Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van de beleving” aangeduid met het gebiedstype ‘donkerte’. Afbeelding 4.5 betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van de beleving”. Het plangebied is aangegeven met de rode omlijning.
Afbeelding 4.5: Laag van beleving (Bron: Provincie Overijssel) 'Donkerte' Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de ‘buitengebieden’ van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het ‘s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief ‘luwe’ dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige ‘donkere’ gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze ‘s nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de ‘lichte’ gebieden.
Toetsing van het initiatief aan de “Laag van de beleving” De gewenste ontwikkeling brengt per saldo geen onevenredige toename van kunstlicht met zich mee, aangezien de lichtuitstraling van de bestaande bedrijfsfunctie wordt
28
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
vervangen door de lichtuitstraling van de gewenste woningen. Gesteld kan worden dat voorliggend voornemen niet leidt tot onaanvaardbare gevolgen in relatie tot het aspect ‘donkerte’. Voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de “Laag van beleving”. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1
Regionale Woonagenda Twente
4.3.1.1
Algemeen De provincie Overijssel, de Overijsselse gemeenten, WoON Twente en hun partners werken al jaren samen aan een kwantitatieve en kwalitatieve balans op de woningmarkt. De partijen maken periodiek meerjarige afspraken over opgaven en ambities. Op basis van deze samenwerking zijn ook met betrekking tot de woningbouwontwikkeling in Twente regionaal afspraken gemaakt. Voor de periode 2021-2025 hebben deze afspraken vorm gekregen middels de op 17 maart 2021 vastgestelde 'Regionale Woonagenda Twente'. In deze woonagenda wordt geschetst wat de komende jaren de prioriteiten zijn op Twentse woningmarkt en hoe de Twentse gemeenten hieraan gaan werken. De woonagenda is het kompas van gemeenten en provincie in relatie tot de woningmarkt. De opgaven waar de partijen voor staan zijn groot. De druk op de woningmarkt en de woningtekorten zijn hoog. Steeds meer huishoudens hebben moeite de gewenste woning te kopen of huren in Twente. Alle partijen voelen de urgentie daar wat aan te doen. Er zullen de komende jaren veel nieuwe woningen bijgebouwd moeten worden, maar er moeten ook manieren worden gevonden om de dynamiek en slaagkansen te vergroten. De druk op de woningmarkt is echter niet de enige uitdaging, ook de investeringsopgave in bestaande wijken en transformatielocaties, de verduurzaming van de woningvoorraad en de huisvesting van bijzondere doelgroepen vragen aandacht.
Tot slot, maar niet in de laatste plaats, kan wonen niet los gezien worden van regionale opgaven zoals verstedelijking, de vitaliteit van de dorpen en steden en de transitie van het platteland. Wonen vormt in deze grote opgaven immers een belangrijke sleutelfunctie.
4.3.1.2
Kwantitatieve behoefte Algemeen Voor de provincie Overijssel geldt dat sprake is van een forse woningbouwambitie. In de periode tot 2030 moeten 60.000 woningen worden bijgebouwd. Hierdoor is er sprake van een flinke versnellingsopgave. De ambitie om 60.000 woningen toe te voegen is provinciebreed en gericht op het snel oplossen van de woningnood in grote delen van de provincie en in verschillende segmenten. De ambitie is opgebouwd uit drie elementen: de beschikbare woningbehoefteprognoses tot 2030; het naar voren halen van de woningbehoefte die ontstaat na 2030, en; een extra impuls om bij te dragen aan het oplossen van de actuele woningnood in Nederland. Op basis van deze drie elementen vult de regio Twente circa 1/3 deel van de ambitie
vastgesteld
29
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
om 60.000 woningen in Overijssel toe te voegen, de regio West Overijssel circa 2/3 deel. De druk op West-Overijssel is immers groter door een toenemende trek vanuit de Randstad en andere landsdelen en voornamelijk de aantrekkingskracht van de regio Zwolle (en in mindere mate ook Deventer). Concreet betekent het dat de regio Twente ambieert om tot 2030 in totaal circa 20.000 tot 22.000 woningen toe te voegen. Op basis van de prognoses van de huishoudensgroei tussen 2020 en 2030 en de benodigde ruimere programmering is een behoefte van ruim 15.000 woningen te verwachten tot 2030. Dit aantal wordt gedefinieerd als de lokale behoefte. Daarnaast heeft Twente een extra woningbouwambitie/-opgave op basis van onder andere de (gedeeltelijke) inloop van het huidige woningtekort (circa 3%), de krapte op de woningmarkt, de verstedelijkingsopgaven en de toenemende migratiestromen vanuit de Randstad en andere landsdelen. Deze extra woningbouwambitie-opgave bedraagt voor Twente circa 5.000 tot 7.000 woningen tot 2030. De noodzakelijk acties bestaan hiermee uit: Realiseren harde plannen tot 2025; Zachte plannen hard maken en realiseren tussen nu en 2030; Op zoek naar locaties voor uitbreiding tot 2025 en realiseren tot 2030. De onderstaande tabel geeft per gemeente de netto harde en zachte plancapaciteit weer per 1-1-2020. Daarnaast is de woningbouwopgave tot 2030 weergegeven.
30
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
Tabel
Woningbouwopgave regio Twente (Bron: Regionale Woonagenda Twente)
Het bovenstaande aantal van 14.130 vormt een voorstelling van het mogelijke aanbod op basis van de harde en zachte plannen per 1-1-2020. De uiteindelijke vraag en behoefte van 15.782 dient echter ingevuld te worden op basis van de wens om te sturen op kwaliteit. Het aantal van 5.000-7.000 betreft de extra ambitie/opgave, waarbij ook hier het samen sturen op kwaliteit leidend is. De juiste woning op de juiste plek, inspelend op de kwalitatieve woningbehoefte en een goede bijdrage leverend aan de leefbaarheid en kwaliteit van wijken/buurten in de steden, de dorpen en het platteland. Opgave 2021-2025 Tot 2025 ligt de focus op het realiseren van de bestaande harde plancapaciteit. Dit zijn de woningbouwprojecten waarmee de gewenste versnelling ingevuld kan worden. Belangrijke kanttekening daarbij is wel dat de harde plancapaciteit getoetst wordt op basis van het kwalitatief afwegingskader. Uitgangspunt is een woning voor iedereen: ruim baan voor de lokale behoefte, inbreiding, herstructurering en transformatie. Dit wil onder andere zeggen dat bij inbreidingsplannen waarbij binnen vijf jaar kan worden gestart met de realisatie geen kwantitatieve kaders gelden. Daarnaast moet de opgave voor de periode vanaf 2025 voorbereid worden.
In deze periode moeten zachte plannen hard worden gemaakt en moet ook al een deel van deze nieuwe toegevoegde harde plancapaciteit worden gerealiseerd om de totale
vastgesteld
31
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
woningbouwopgave tot 2030 te halen. Daarvoor is de realisatie van 2.000 woningen per jaar noodzakelijk. Daarnaast moet worden gezocht naar extra bouwlocaties zodat ook in de periode tot 2030 de gewenste snelheid in woningbouwproductie gehaald kan worden. Opgave tot 2030 Zoals blijkt uit de tabel is de bestaande harde plancapaciteit circa 8.300 woningen. Voor het realiseren van de woningbouwambitie van circa 20.000 - 22.000 woningen tot 2030 is een uitbreiding van de harde plancapaciteit met minimaal 11.700 woningen nodig. Deze uitbreiding is voor een deel in te vullen door de bestaande zachte plancapaciteit (circa 5.800 woningen) om te zetten in harde plancapaciteit (mits passend binnen de kwalitatieve kaders). Aanvullend daarop moet 'ruimte' gemaakt worden voor nog eens zo'n 6.000 woningen. 4.3.1.3
Kwalitatieve behoefte Twente is en blijft een regio van de menselijke maat. Het is belangrijk dat er voor iedere woningzoekende een passende, betaalbare en niet in de laatste plaats kwalitatief goede woning is. Vertrekpunt van de regionale Woonagenda is het lokaal én regionaal blijven bieden van de woningen waar huidige en toekomstige inwoners behoefte aan hebben. Dat betekent dat gemeenten door nieuwbouw, transformatie en herstructurering woningen toevoegen die goed aansluiten op de bestaande en toekomstige vraag. Dat vraagt om een toekomstgericht kwalitatief programma op lokaal en regionaal niveau, alsmede om het inlopen van woningtekorten en de realisatie van voldoende woningen voor de groeiende behoefte. Maar ook vraagt het om maatregelen en strategieën om de bestaande woningvoorraad toegankelijker te maken, onder andere door de doorstroming binnen de woningvoorraad te bevorderen. De Regionale Woonagenda Twente bevat met name ten aanzien van de kwantitatieve behoefte informatie waar gemeenten bij de uit te voeren laddertoets gebruik van kunnen maken. Ten aanzien van de kwalitatieve behoefte wordt in 2021 een kwalitatieve monitor opgezet aan de hand waarvan de gemeenten in de relevante woningmarktregio invulling kunnen geven aan het kwalitatieve aspect van de verantwoordingsplicht.
4.3.1.4
Toetsing van het initiatief aan de 'Regionale Woonagenda Twente' Voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het omzetten van een bedrijfsbestemming naar een reguliere woonbestemming ten behoeve van een woningbouwontwikkeling (17 woningen). In voorliggend geval is er sprake van een inbreidingslocatie en wordt er gebouwd voor de lokale behoefte, waarbij met name gericht wordt op starters en senioren. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Regionale Woonagenda Twente.
4.3.2
Conclusie toetsing aan het regionaal beleid Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de regionale beleidsuitgangspunten zoals verwoord in het in deze paragraaf behandelde beleidsstuk.
4.4
Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de gewenste ontwikkeling worden hieronder in willekeurige volgorde behandeld.
32
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
4.4.1
Strategische Visie
4.4.1.1
Algemeen In "Hof van Twente, zicht op 2030" is het beleid van de gemeente voor de komende twintig jaar in hoofdlijnen vastgesteld. De gemeenteraad heeft de strategische visie op 1 juni 2010 definitief vastgesteld. De visie bevat naast een overzicht van te verwachten trends en ontwikkelingen voor de komende jaren ook informatie over de gewenste identiteit voor Hof van Twente. Over deze gewenste identiteit is in januari 2009 meegedacht door ruim 60 inwoners uit allerlei geledingen van de gemeente en daarbuiten. In 20 streefbeelden geeft het gemeentebestuur aan in welke richting het beleid voor de komende jaren moet worden ontwikkeld. Streefbeeld 10 en 14 zijn voor voorliggende ontwikkeling voornamelijk van belang. Deze wordt hierna behandeld.
4.4.1.2 Streefbeeld 10: Unieke landschappelijke en cultuurlandschappelijke kwaliteiten verder ontwikkeld Het landschap, de parel van Hof van Twente, heeft in 2030 nog altijd een belangrijke plaats. De structuur van het landschap, met deelgebieden stuwwal/verzamelgebied (westelijk), dekzandgebied (midden) en plateau (oostelijk), maar ook het reliëf en het watersysteem zijn leidend. In de waardevolle ensembles (landschap met natuur- en cultuurhistorische waarden) wordt behoud, onderhoud en herstel van cultuurhistorische en ecologische waarden in praktijk gebracht. Voltooiing van de ecologische hoofdstructuur is eveneens een herkenbaar resultaat. In 2030 is deze een feit. Bestaande natuurgebieden zijn binnen de gemeente en daarbuiten verbonden met elkaar, waardoor duurzame instandhouding van flora en fauna mogelijk is geworden. De reconstructieplannen die aan het begin van de eeuw zijn gemaakt, zijn uitgevoerd. Dit betekent dat ruimtelijke knelpunten, zoals agrarische bedrijven in de directe nabijheid van natuur of milieuhinderveroorzakende bedrijven in het buitengebied, zijn opgelost. Voor nieuwe inrichting van het landschap door functiewijziging zijn oorspronkelijke landschapstypen richtinggevend. Landgoederen hebben in 2030 hun ruimtelijke visies uit het begin van de eeuw uitgevoerd en de Bovenregge slingert weer als vanouds door het landschap.
Dit lint van water door het landschap refereert aan de historie. Het project Bovenregge van Schipbeek tot Elsenerbroek visualiseert de verbinding tussen stad en landelijk gebied.
vastgesteld
33
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
4.4.1.3 Streefbeeld 14: Kwaliteit woningenbestand is hoog en divers, aansluitend op de markt/behoefte van inwoners, De grotere kernen in Hof van Twente houden een belangrijke woonfunctie; de meeste mensen wonen daar. Ze hebben ook de functie om woonruimte te bieden aan mensen die uit het buitengebied komen. Als centraal gelegen kern heeft Goor het meest een stedelijk karakter. In de buurtschappen en het buitengebied wordt het wonen zorgvuldig geïntegreerd in het landschap. Vrijkomende agrarische gebouwen krijgen alleen een andere, bijvoorbeeld woonfunctie, na een zorgvuldige afweging. Structuurvisies en bestemmingsplannen zijn op deze uitgangspunten aangepast. In het buitengebied en de buurtschappen zal het wonen kleinschalig, groen en duurzaam zijn. Belangrijker in omvang dan uitbreiding zijn de plannen voor inbreiding in kernen en voor vernieuwing/verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. In 2030 bestaat op het gebied van de volkshuisvesting de grootste opgave uit het vervangen van in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw gebouwde wijken/woningen. Dit gaat gepaard met een verduurzaming. Tegelijk komen als gevolg hiervan ruimtes in kernen vrij die niet direct weer voor woningbouw gebruikt worden. Dit biedt stedenbouwkundig nieuwe kansen. Hier is nadrukkelijk ingespeeld op de kansen van de demografische krimp.
De kwaliteit gaat in alles boven de kwantiteit in 2030. Waar vanaf 2020 in de nieuwbouw energieneutrale woningen de standaard zijn, zijn in 2030 ook enkele energiepositieve wijken ontstaan. Daarbij is een verschuiving van type wooneenheden opgetreden. Wooncomplexen met een diversiteit van wooneenheden zijn in de grotere kernen ontstaan. Combinaties met zorgaanbod passen in die opzet. De traditionele twee-onder-één kap woningen zijn geleidelijk wat teruggelopen in aandeel. Daarnaast wordt in 2030 gewerkt aan het energieneutraal maken van relatief nieuwe wijken. 4.4.1.4
Toetsing aan de Strategische visie Voorliggend voornemen betreft een kleinschalige woonontwikkeling van 17 woningen, in verschillende woningtypen, ter plaatse van een inbreidingslocatie. Kwaliteit gaat binnen het voornemen voor kwantiteit. De locatie wordt zorgvuldig geïntegreerd in het landschap van de omgeving en sluit tevens aan op de nabij gelegen woonfuncties. De aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden binnen het plangebied blijven behouden, aangezien bij de inrichting van het plangebied onder meer rekening is gehouden met het huidige beeldbepalende aanzicht van het plangebied en de structuur en de oorspronkelijke typen van het landschap. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het streefbeeld als geformuleerd in de 'Hof van Twente, Zicht op 2030'.
4.4.2
Structuurvisie Landelijk Gebied
4.4.2.1
Algemeen In 'Structuurvisie Landelijk gebied' van de gemeente Hof van Twente staat de ontwikkeling van het landelijk gebied voor de komende 10 jaar centraal. Een visie op de ontwikkeling van de gemeente als geheel en op de langere termijn is ontwikkeld in de Strategische visie Hof van Twente. De structuurvisie vormt vooral een integratiekader voor het bestaande beleid van de gemeente ten aanzien van de verschillende functies en waarden in het gebied. Een dergelijk 'integratiekader' schetst de bredere achtergrond van beleid dat voor specifieke thema's (bijvoorbeeld recreatie, rood-voor-rood en vrijkomende agrarische bebouwing) is uitgewerkt. Daarnaast beschrijft deze structuur de algemene strategie van de gemeente Hof van Twente ten aanzien van verschillende functies en waarden. Deze strategie geeft richting aan de latere toetsing van verschillende initiatieven die bij de gemeente worden ingediend, en bij het bepalen van het beleid dat in het bestemmingsplan buitengebied wordt uitgewerkt.
34
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
4.4.2.2
Wonen en leven In Nederland wordt door de woonconsument bijzondere waarde toegekend aan het landelijke woonmilieu, zeker wanneer dit woonmilieu nabij grotere steden is gelegen. De gemeente Hof van Twente beschikt over een grote variatie aan landelijke woonmilieus bestaande uit verschillende kernen, buurtschappen en erven. De ligging nabij de Netwerkstad Twente geeft de milieus binnen de gemeente extra waarde. De bestaande variatie moet dan ook blijven behouden en waar mogelijk verder worden uitgebouwd. Inwoners van het landelijk gebied, dorpen en buurtschappen hebben een sterke sociale en maatschappelijke binding met hun woongebied. Ze vormen hechte gemeenschappen waarbinnen een begrip als noaberschap een belangrijke functie vervult, hier is sprake van een sociale verplichting om de noabers bij te staan in raad en daad. Voor het leefklimaat heeft het noaberschap een bijzondere waarde, die de gemeente wil behouden met het bieden van ruimte aan een gevarieerde bevolkingssamenstelling in het landelijk gebied. Hierbij wordt gestreefd naar het vasthouden van jongeren en starters op de woningmarkt en het bieden van passende woonruimten voor ouderen. Het realiseren van nieuwe woningen in het buitengebied die toegankelijk zijn voor starters op de woningmarkt is een uitdaging, aangezien de bestaande woningvoorraad vanwege de waarde nauwelijks toegankelijk is voor deze doelgroep.
In buurtschappen bestaat dan ook een behoefte om incidenteel nieuwe woningen op te mogen richten. Voor jongeren zijn er zoals reeds vermeld nauwelijks mogelijkheden om binnen hun eigen buurtschap te blijven wonen, waardoor de buurtschappen vergrijzen. Dit is, met het oog op zorg en het in stand houden van een verenigingsleven en enkele basisvoorzieningen, ongewenst. Starters wordt een perspectief geboden met betaalbare woningen als gevolg van inwoning, splitsing van grotere woningen en de realisatie van compensatiewoningen (rood voor rood). Tevens wordt samenwerking gezocht met woningbouwverenigingen om in buurtschappen of op voormalige agrarische erven starterswoningen te realiseren. Bij het mogelijk maken om op basis van bovenstaande mogelijkheden in buurtschappen incidenteel een nieuwe woning toe te staan heeft het de voorkeur om meerdere woningen in één gebouw te realiseren. Voor starters- en seniorenwoningen is maatwerk mogelijk, waarbij in plaats van woningen ook meerdere appartementen met een kleiner volume per appartement kunnen worden gerealiseerd, mits het geheel de uitstraling krijgt van één woning. Om het karakter van het buurtschap te behouden ligt de voorkeur bij het realiseren van woningen in bestaande gebouwen.
Met volledige nieuwbouw dient terughoudend omgegaan te worden, zodat wordt voorkomen dat de buurtschappen gaan concurreren met de dorpen en steden en verdere verstening van de buurtschappen wordt tegen gegaan. De woningen moeten bij voorkeur ter beschikking komen aan starters, bewoners met een sociale binding met het buurtschap en senioren. Met de realisatie van seniorenwoningen kan tevens een deel van de bestaande voorraad beschikbaar komen voor starters.
4.4.2.3
Toetsing aan Structuurvisie Landelijk Gebied De focus ligt in voorliggende kleinschalige ontwikkeling op de realisatie van 17 woningen, in het bijzonder voor de doelgroep starters. Voor deze doelgroep zijn momenteel in het buurtschap Deldenerbroek namelijk onvoldoende woningen beschikbaar. Binnen het voornemen bestaat de mogelijkheid om maximaal 7 (levensloopbestendige) appartementen te realiseren, die voor zowel starters als senioren geschikt zijn. Als gevolg van het realiseren van woningen voor senioren kan eveneens een deel van de bestaande voorraad beschikbaar komen voor starters.
vastgesteld
35
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
Het benutten van de beeldbepalende voormalige fabriek binnen het voornemen is, vanwege de bouwkundige staat van de bebouwing - naar verwachting - slechts gedeeltelijk een optie. Het overige deel wordt in ieder geval gesloopt. Om het karakter van het voormalige zuivelfabriek te behouden zijn in het stedenbouwkundige plan diverse voorwaarden genomen waarmee wordt gerefereerd naar de historie (zie bijlage 1 van deze toelichting). De ontwikkeling heeft geen concurrentie met de omliggende dorpen en steden tot gevolg, aangezien voorzien wordt in een specifieke behoefte aan woningen binnen het buurtschap. Daarnaast wordt met het voornemen verdere verstening van de buurtschappen voorkomen, aangezien sprake is van het benutten van een inbreidingslocatie. Daarnaast sluit de gewenste invulling aan op de landelijke omgeving. Als gevolg van voorliggende ontwikkeling kunnen onder meer de inwoners van Deldenerbroek in hun buurtschap blijven wonen en blijft ter plaatse sprake van een gevarieerde bevolkingssamenstelling, waardoor vergrijzing wordt tegengegaan. De ontwikkeling draagt daarmee eveneens bij aan het behoud van het noaberschap binnen het buurtschap. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling aansluit op de Structuurvisie Landelijk Gebied. 4.4.3
Woonbeleid
4.4.3.1
Woonagenda Hof van Twente Op 1 juli 2015 is de nieuwe Woningwet in werking getreden. Gemeenten dienen te beschikken over actueel woonbeleid. In de gemeente Hof van Twente betreft dit de "Woonagenda Hof van Twente". Hierin zijn onder andere de uitgangspunten uit het regionaal woonbeleid vertaald naar lokaal beleid. Op 22 maart 2016 heeft de gemeenteraad de Woonagenda vastgesteld. De "Woonagenda Hof van Twente" is een compact document waarin de speerpunten op het gebied van “wonen” staan, gekoppeld aan de beleidsrichtingen. Flexibiliteit blijft behouden en optimaal maatwerk kan worden geleverd in de snel veranderende woningmarkt. In de "Woonagenda Hof van Twente" staan de volgende vier speerpunten vermeld die de komende jaren nader worden uitgewerkt: 1. “Inzet op de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en de kernen”: a. kwaliteit van de woningvoorraad en de leefbaarheid op niveau te houden, waarbij met name de (steden)bouwkundige kwaliteit, duurzaamheid, voorzieningen en sociale cohesie van belang zijn. 2. “Optimaal en via maatwerk benutten van de ruimte voor uitbreiding van de woningvoorraad”: a. vanaf 2015 behoefte aan circa 700 woningen tot 2025, 70 woningen per jaar tot 2025; b. de woonwensen zijn van belang; c. flexibiliteit in locaties en programma; d. inbreiding gaat voor uitbreiding. 3.
“Aandacht hebben voor goede woonmogelijkheden voor groepen die (mogelijk) zorg nodig hebben": a. de opgave voor een passende huisvesting van senioren vraagt om aanpassingen van woningen, nieuwbouw van geschikte woningen en vormen van beschermd wonen. De beschikbaarheid van (zorg- en welzijns-) voorzieningen is essentieel. 4. “Het huisvesten van urgente groepen woningzoekenden”: a. voldoen aan de (toekomstige) taakstelling voor de huisvesting van statushouders.
36
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
4.4.3.2
Woningbouwprogramma 2018-2027 Het woningbouwprogramma is een dynamische lijst die regelmatig bijgesteld wordt. Het plangebied bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente. Hieronder wordt het woningbouwprogramma van de gemeente Hof van Twente voor het plangebied beschreven. Voor de periode 2018 tot 2022 is voor de kernen rekening gehouden met de netto toevoeging van 384 woningen. Hiervan maken de 17 gewenste woningen binnen het plangebied onderdeel uit. Voorliggende ontwikkeling is in het programma opgenomen als een zacht plan. Dat betekent dat het plan nog niet onherroepelijk is, maar dat deze wel is opgenomen in structuurvisie en/of dat hierover een overeenkomst is gesloten met de ontwikkelaar. Er is daarom in het programma rekening gehouden met de ontwikkeling.
4.4.3.3
Toetsing aan het woonbeleid Het voornemen betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling ter plaatse van een inbreidingslocatie. Binnen de ontwikkeling is, zoals eerder vermeld, onder andere rekening gehouden met de typologie en het aantal woningen waaraan behoefte is. De focus ligt daarmee hoofdzakelijk op woningen voor de doelgroep starters, aangezien deze doelgroep bij de gemeente kenbaar heeft gemaakt behoefte te hebben aan geschikte starterswoningen. Daarnaast zijn enkele van de gewenste woningen, namelijk de appartementen, levensloopbestendig en daardoor eveneens geschikt voor senioren. Uit de "Woonagenda Hof van Twente" blijkt dat aan dergelijke woningen eveneens behoefte is. De starters, en tevens ook senioren, kunnen als gevolg van de gewenste ontwikkeling in het buurtschap blijven wonen. Daarnaast kunnen bij het realiseren van seniorenwoningen tevens bestaande woningen vrij komen binnen het buurtschap, die eveneens bewoond kunnen worden door starters. De reeds vermelde mogelijkheden om te kunnen blijven wonen in het buurtschap komen ten goede aan de sociale cohesie in het buurtschap. Ten aanzien van duurzaamheid wordt binnen het voornemen invulling gegeven aan één van de twee meest logische mogelijkheden, te weten: 1.
focus op de woning: in de vorm van een duurzame en (brand)veilige gasloze woning met zonnepanelen, een zonneboiler, een warmtepomp, de nodige opslagcapaciteit en vloerverwarming. 2. een energiesysteem ingericht op buurtniveau: zonnepanelen en boilers van de woningen op elkaar aansluiten, waardoor vraag en aanbod beter kunnen worden afgestemd en een warmwaterbuffer kan worden aangelegd onder het maailveld/parkeervakken voor een optimale afstemming. Daarnaast kan de rest van het buurtschap binnen deze uitwerking in de toekomst eveneens worden verduurzaamd. Uit het woningbouwprogramma blijkt daarnaast dat voor de periode 2018 tot 2022 rekening is gehouden met de gewenste 17 woningen die binnen de ontwikkeling worden gerealiseerd. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling aansluit bij de "Woonagenda Hof van Twente".
4.4.4
Landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen en Hof van Twente
4.4.4.1
Inleiding In 2005 is een landschapsontwikkelingsvisie opgesteld en vastgesteld. Per landschapstype is aangegeven welk kenmerken dienen te worden behouden en/of versterkt. De uitwerking is gebaseerd op vier thema's:
vastgesteld
37
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
1. behoud en versterking van waardevolle ensembles: Behoud, herstel, aanleg en onderhoud van een samenhangend patroon van landschapselementen (beplantingen inclusief lanen, historische elementen met name in het kampenlandschap, open essen en erfbeplantingen) is het speerpunt; 2. landschappelijke versterking van het watersysteem; 3. zorg voor het agrarisch werklandschap: Dit doel uit zich met name in het behouden van relicten van het voormalige kampenlandschap, zonder de patronen te willen herstellen; 4. inpassen van kernen en routes. Nieuwe ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan deze visie. Inrichtingsvoorstellen krijgen als leidraad deze visie mee. 4.4.4.2
Landschapsontwikkelingsvisie In het landschapsontwikkelingsplan is het toekomstbeeld geschetst en de ontwikkeling per legenda-eenheid aangegeven. Hoofddoel van de visie is het onderscheid en de diversiteit tussen de landschapseenheden te vergroten en de samenhang te verbeteren met gerichte investeringen voor de toekomst. De landschapsontwikkelingsvisie is vertaald in een overzichtelijk kaartbeeld. Een uitsnede van deze kaart wordt hieronder weergegeven. Het plangebied bevindt zich ter plaatse van de rode ster.
Afbeelding 4.6: Ligging van het plangebied in het LOP (Bron: gemeente Hof van Twente) Voor de ontwikkeling van het landschap zijn in het landschapsontwikkelingsplan vier thema's benoemd. Uit de bovenstaande uitsnede van de bij de landschapsontwikkelingsvisie behorende kaart blijkt dat het plangebied is gelegen binnen het thema 'Behoud en ontwikkeling' en beschikt over het landschapstype 'Veldontginningslandschap'. 'Behoud en ontwikkeling' Daar waar de oorspronkelijke landschapstypen in grote eenheden nog gaaf en goed herkenbaar zijn wordt gesproken van waardevolle ensembles. Deze vormen de kerngebieden voor natuur en het cultuurhistorische Twentse Landschap. Op het plateau en de rand liggen de ensembles Buurserzand-Witteveen, Haaksbergerveen, ’t Lankheet-Langelo en Twickel-Deldeneresch-Deldenerbroek-Bentelo. De landgoederen van Diepenheim zijn gelegen in het dekzandgebied op de overgang naar het verzamelgebied van de Regge. Op en om de stuwwal rond Markelo ligt het ensemble van het essenlandschap van Stokkum, Elsen, Herike en Herikervlier (stuwwal en verzamelgebied). De kwaliteit van de ensembles is hoog maar staat onder druk door veranderingen in de landbouw, verdroging, niet-agrarische bestemmingen en nieuwe recreatievoorzieningen. Behoud en versterking ruimtelijke en functionele samenhang van eenheden met grote waarde voor cultuurhistorie, recreatie en natuur is van belang.
Deze samenhangende landschapseenheden vormen de cultuurhistorische en natuurlijke kerngebieden van het landschap met een belangrijke functie voor toerisme en recreatie. Opgave is hier vooral
38
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
actief beheer en behoud en waar nodig herstel in samenwerking met de particuliere eigenaren. Het motto daarbij is “behoud door ontwikkeling” met een belangrijke rol voor de verbrede landbouw en inpassing van gebruiksfuncties die het gebied laten functioneren. Nieuwbouw moet worden tegengegaan, bij vernieuwing dient er aandacht en controle te zijn op de architectuur, schaal en locatie van vernieuwing. Het plateau Het Oost-Nederlands plateau is een licht glooiende hoogte die is ontstaan in de ijstijd. De ondergrond bestaat uit ondoorlatende lagen van keileem en grondmorene. Het plateau vormt de bovenloop en het brongebied van vele beeklopen die noordwestwaarts afstromen. De grotere kernen Haaksbergen en Delden liggen op de rand van het plateau, met een karakteristiek radiaal wegenpatroon dat een web over de landschapsstructuur heen vormt. De landschapsstructuur van het plateau wordt bepaald door de afwisseling van grote eenheden natuurgebieden en landbouw. Accenten in dit patroon zijn oude essen en kampen langs de smalle linten van beken, de landgoederen Twickel en Lankheet. Het landschap van het plateau heeft de volgende kenmerken: Ensembles van grote eenheden natuur en cultuurhistorie; bos, heide, veen, landgoederen, kampen en essen.
Grote eenheden landbouw, zoals oude veldontginningen met kleinschalige blokverkaveling en jonge veldontginningen met grootschalige blokverkaveling. Smalle beken. Radiale wegen/lanen. Veldontginningen De oudste veldontginningen zijn kleinschalige landbouwgebieden. De jongere liggen vooral rond de venen en zijn grootschalig en open, met het karakter van de oorspronkelijke velden. Daartussen vormen delen van de velden grote eenheden bos- en natuurgebied, veelal in eigendom van landgoedeigenaren en terreinbeherende instanties. Ze worden gekenmerkt door naald- en loofbos of half open natuurgebied met heide en veen. 4.4.4.3
Toetsing aan het Landschapsontwikkelingsplan Uit nader onderzoek is gebleken dat een deel van de bestaande bebouwing, te weten de voormalige maalderij, naar verwachting herontwikkeld kan worden ten behoeve van de nieuwe woonfunctie. De overige bebouwing verkeert in slechte bouwkundiger staat of heeft een bepaalde constructie waardoor herontwikkeling naar wonen geen optie is. Opgemerkt dat dat het bestemmingsplan de mogelijkheid biedt om de voormalige maalderij te herbouwen naar de eisen van deze tijd en in de stijl van toen mocht dit nodig zijn. Zo is, zoals reeds vermeld, in het stedenbouwkundige plan de voormalige zuivelfabriek als uitgangspunt is genomen (zie bijlage 1 bij deze toelichting). De ruimtelijke en functionele structuren blijven dan ook behouden en worden waar mogelijk versterkt. De ontwikkeling is dan ook in lijn met het motto “behoud door ontwikkeling”, waarbij de nieuwe gebruiksfuncties worden ingepast. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met het 'Landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen en Hof van Twente'.
vastgesteld
39
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
4.4.5
Welstandsnota
4.4.5.1
Algemeen De gemeenteraad van Hof van Twente heeft voor de hele gemeente een welstandsnota vastgesteld met criteria voor de welstandstoets. Daarbij zijn zowel het buitengebied als de kernen ingedeeld in verschillende gebieden aan de hand van karakteristieken van de bestaande bebouwing. Per gebied zijn criteria opgesteld die door de welstandscommissie worden gebruikt bij het beoordelen van aanvragen om vergunning. Daarbij wordt onder andere gelet op de plaats, de hoofdvorm en de detaillering. Er zijn geen welstandsvrije gebieden. Naast de gebiedscriteria zijn objectgerichte criteria opgesteld die niet voor een gebied, maar voor een bouwwerk gelden. Het gaat dan om regels voor bijvoorbeeld monumenten, landgoederen en serrestallen.
4.4.5.2
Kampen en essen De locatie Langenhorsterweg 6 valt binnen een gebied dat op grond van de welstandsnota wordt aangemerkt als 'bossen'. Dit is in afbeelding 4.7 weergegeven.
Afbeelding 4.7: Ligging van het plangebied in de welstandsnota (Bron: gemeente Hof van Twente) De bossen met bebouwing zijn een apart deelgebied. Ten noorden van Delden liggen de oudste landgoedbossen, nabij het kasteel Twickel en de historische buitenplaatsen. Het betreffen bossen op rijkere en vruchtbare gronden, gekenmerkt door loofopstanden en doorkruist door statige lanen en waterlopen. Het merendeel van de hier schaarse bebouwing behoort tot één van de landgoederen in de omgeving. De bebouwing in bossen in de gemeente Hof van Twente beschikt over een verscheidenheid in architectuur, naast de landgoed bebouwing bevinden zich in andere delen van de gemeente ook recreatiewoningen in bossen. De natuurwaarden in bossen moeten worden behouden, versnippering en verstoring van de bossen moet dan ook worden tegengegaan. Een groot deel van de bossen binnen de gemeente is aangemerkt als Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Ter plaatse van de bossen mag de bebouwing een grote verscheidenheid kennen, aangezien het bos besloten gebied is. 4.4.5.3
Toetsing aan de Welstandsnota Voor dit voornemen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld welke als zodanig vastgesteld zal worden. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen zal voldaan moeten worden aan de gestelde criteria.
40
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
4.4.6
Archeologiebeleid
4.4.6.1
Algemeen Op 1 januari 2010 is het gemeentelijke archeologiebeleid in werking getreden. Op de bijbehorende archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart is aangegeven welke gebieden een lage, een middelhoge en een hoge archeologische verwachtingswaarde hebben. Verder zijn ook de terreinen met bekende archeologische waarden in beeld gebracht (de archeologische monumenten). Afhankelijk van de verwachtingswaarde dient bij bouwplannen en ingrepen in de grond met een bepaalde omvang en diepte archeologisch vooronderzoek plaats te vinden. Historische kern: bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 50 m² of meer; Hoge verwachting: bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 2.500 m² of meer; Middelhoge verwachting: bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 5.000 m² of meer; Lage verwachting: bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 10 ha of meer. Dit beleid moet vertaald worden in de planregels van de bestemmings- en wijzigingsplannen die in procedure worden gebracht.
4.4.6.2
Toetsing aan het Archeologiebeleid In paragraaf 5.7.1 wordt de ontwikkeling getoetst aan het gemeentelijke archeologiebeleid. Voor het aspect archeologie wordt dan ook verwezen naar de reeds vermelde paragraaf.
4.4.7
Bodembeleid
4.4.7.1
Algemeen De gemeente heeft in het Bodembeleidsplan haar beleid ten aanzien van bodemverontreiniging uiteengezet. De ambitie van de gemeente is om bodemverontreinigingen te voorkomen en de bodem geschikt te houden voor toekomstige ontwikkelingen. Ten tweede heeft de gemeente de ambitie om bodemaspecten tijdig mee te nemen in planvorming. De gemeente geeft prioriteit aan het opheffen van bodemverontreinigingen die actuele risico’s opleveren voor mensen of milieu. De gemeente besteedt in het bijzonder aandacht aan de mogelijke aanwezigheid van asbest in de bodem. Hiervoor wordt verwezen naar het asbestbeleid en de asbestsignaleringskaart.
4.4.7.2
Toetsing aan het Bodembeleid In paragraaf 5.2 wordt de bodemkwaliteit beschreven aan de hand van het uitgevoerde onderzoek. Voor de toetsing wordt kortheidshalve verwezen naar de reeds vermelde paragraaf.
vastgesteld
41
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
4.4.8
Nota Externe veiligheid
4.4.8.1
Algemeen De gemeente heeft haar beleid ten aanzien van externe veiligheid vastgelegd in de nota “Bewuste veiligheid op maat”. Binnen de gemeente zijn een aantal risicovolle inrichtingen aanwezig. Op de site www.risicokaart.nl is een actueel overzicht van de risicovolle bedrijven te vinden. Ten aanzien van nieuwvestiging van zwaardere en risicovolle bedrijvigheid stelt de gemeente zich terughoudend op. Verder moet met name bij gevoelige functies, rekening gehouden worden met het vervoer van gevaarlijke stoffen via de weg, het spoor, het water of buisleidingen.
4.4.8.2
Toetsing aan de Nota Externe veiligheid In paragraaf 5.4 wordt het plan getoetst aan het aspect externe veiligheid. Verwezen wordt naar de reeds vermelde paragraaf.
42
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
Hoofdstuk 5
M ilieu- en omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie en archeologie & cultuurhistorie.
5.1
Geluid
5.1.1
Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen.
5.1.2
Situatie plangebied In voorliggend geval worden 17 geluidsgevoelig objecten, namelijk woningen, mogelijk gemaakt.
5.1.2.1
Industrielawaai In de omgeving van het plangebied zijn geen gezoneerde bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing.
5.1.2.2
Railverkeerslawaai De dichtstbijzijnde spoorlijn ligt op ruime afstand van het plangebied, van railverkeerslawaai is dan ook geen sprake.
5.1.2.3
Geluidsniveaus op nabijgelegen woningen Door BJZ.nu is in juni 2019 een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (zie bijlage 2 bij deze toelichting). In onderstaande tekst worden de resultaten hiervan kort beschreven. Opgemerkt wordt dat het bestemmingsplan de flexibiliteit biedt qua invulling van het plangebied. Echter worden ten gevolge hiervan geen relevante verschillen verwacht met de hierna opgenomen onderzoeksresultaten. Resultaten onderzoek Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Langenhorsterweg en de Schoolstraat. Voor deze wegen geldt een snelheidsregime van 60 km/u, waardoor hier een vermindering van 5 dB aan de orde is. De gemeente Hof van Twente beschikt niet over verkeerscijfers van de Langenhorsterweg en de Schoolstraat ter plaatse van het projectgebied. Er is daarom onderzocht wat de maximale etmaalintensiteit is waarmee aan de voorkeurswaarde van
vastgesteld
43
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
48 dB in het kader van de Wgh voldaan wordt. Hierbij is uitgegaan van een uurverdeling met voornamelijk voertuigbewegingen overdag en een voertuigverdeling met voornamelijk lichte motorvoertuigen, aangezien het vanwege de functies van de Schoolstraat en Langenhorsterweg in het omliggende wegennet aannemelijk is dat de wegen niet als doorgaande wegen worden gebruikt en dat nacht- en zwaar verkeer niet of nauwelijks van de wegen gebruik maken. Berekend is dat met een etmaalintensiteit van 700 voertuigen voor zowel de Langenhorsterweg als de Schoolstraat aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan. Het is niet aannemelijk dat de etmaalintensiteit daadwerkelijk zo hoog ligt. De directe omgeving van het projectgebied bestaat uit circa 16 woningen, een camping en een groothandel in machines. Daarnaast worden 17 woningen in het plangebied gerealiseerd. De camping wordt op een andere weg, namelijk de Almelosestraat, ontsloten en wordt dan ook buiten beschouwing gelaten. De verkeersgeneratie als gevolg van de gewenste situatie, dus de reeds vermelde bestaande functies en de gewenste functie, bedraagt circa 275 verkeersbewegingen per etmaal. Uitgaande van een autonome jaarlijkse groei van het aantal verkeersbewegingen van 1% zal dit aantal verkeersbewegingen in het jaar 2030 ongeveer 307 bedragen.
De eerder genoemde 700 verkeersbewegingen, waar in dit akoestisch onderzoek mee gerekend is, is dan ook een worst case scenario. In het onderzoek is de geluidbelasting op de gevels van de gewenste woningen met de kortste afstand tot de wegen onderzocht. Vanwege de grotere afstand van de overige woningen tot de weg is de geluidbelasting op de gevels van deze woningen lager dan die op die van de onderzochte woningen. Ter plaatse van alle gevels van de onderzochte woningen wordt aan de voorkeurswaarde van 48 dB wordt voldaan. Echter wordt de ambitiewaarde van 43 dB van de gemeente op basis van het geluidsbeleid overschreden. Op basis van het beleid is onderzoek naar geluidsreducerende maatregelen benodigd. Gebleken is dat de maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de ambitiewaarde te voldoen bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Conclusie onderzoek De geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai van de Langenhorsterweg en Schoolstraat bedraagt ter plaatse van de te realiseren woningen hoogstens 48 dB (worst case scenario). Er wordt daarmee niet aan de ambitiewaarde voldaan. Maatregelen om wel aan de ambitiewaarde te voldoen kunnen rekenen op zwaarwegende bezwaren.
Er wordt wel aan de voorkeurswaarde van 48 dB voldaan, waarmee ter plaatse van de te realiseren woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wat betreft het aspect wegverkeerslawaai. 5.1.3
Conclusie De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de realisatie van de 17 gewenste woningen.
5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1
Algemeen Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd.
44
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
5.2.2
Situatie plangebied Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd. Voor alle uitgevoerde onderzoeken wordt verwezen naar bijlage 3 bij deze toelichting. In onderstaande tekst wordt de eindconclusie kort beschreven. Eindconclusie Uit de onderzoeken blijkt dat: er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging met PAK in de zin van de Wet bodembescherming, welke een belemmering vormt voor de voorgenomen gebruikswijziging. De provincie Overijssel is hiervoor het bevoegd gezag; de verontreiniging met koper in het grondwater zoals vastgelegd in de beschikking van 2001 van de provincie Overijssel is in dit onderzoek niet (meer) aangetoond. Ook hiervoor is de provincie Overijssel bevoegd gezag; van verschillende stoffen zijn verhoogde concentraties diffuus verspreid over een groot deel van het terrein gemeten. Deze waarden overschrijden niet de saneringswaarden van de Wet bodembescherming maar wel de waarden van de 'kwaliteit wonen'. Daarnaast is in de rapportage aangegeven dat in veel boringen bodemvreemde bijmengingen (zoals puin, glas, kolengruis) zijn aangetroffen en zijn er veel boringen 'gestaakt' vanwege het stuiten op een fundering, puin of betonlaag. De aanwezige hoeveelheid puin en beton kan het 'bouwrijp maken van het terrein' bemoeilijken.
Het afdekken van de bodemverontreiniging als 'saneringsmaatregel' zal niet of beperkt mogelijk zijn aangezien op het terrein woningen met tuinen gerealiseerd zullen worden; op het zuidelijke deel van het terrein zou mogelijk een ophooglaag aanwezig kunnen zijn met (industrieel) afval. Dat is in dit onderzoek niet aangetoond. Er is sprake van bodemverontreiniging maar als de noodzakelijke saneringsmaatregelen worden uitgevoerd, kan de bestemming worden gewijzigd naar woningbouw. In de exploitatieopzet voor het plan is hiermee in voldoende mate rekening gehouden. Het plan is voor wat betreft bodem haalbaar en uitvoerbaar.
5.2.3
Conclusie Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling, mits de rapportage genoemde (sanerings)maatregelen in acht worden genomen.
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Algemeen Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);
vastgesteld
45
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
5.3.1.1
Besluit en de Regeling niet in betekende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.
5.3.1.2
Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.
5.3.2
Situatie plangebied Gelet op de aard en omvang van dit project in vergelijking met de voorgenoemde voorbeelden van categorieën, kan worden aangenomen dat het project "niet in betekenende mate bijdraagt" aan de luchtverontreiniging. Tevens wordt opgemerkt dat voorliggende ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen.
5.3.3
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Algemeen Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer:
46
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); de Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen (Brzo); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Het vervoer van gevaarlijke stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. De gemeente Hof van Twente heeft haar beleid ten aanzien van externe veiligheid vastgelegd in de nota “Bewuste veiligheid op maat”. 5.4.2
Situatie plangebied Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (rode omlijning) en omgeving weergegeven.
vastgesteld
47
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
Afbeelding 5.1: Uitsnede Risicokaart (Bron: Risicokaart) Uit de inventarisatie blijkt dat de locatie: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. 5.4.3
Conclusie Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.
48
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
5.5
Milieuzonering
5.5.1
Algemeen Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd.
5.5.2
Gebiedstypen Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied veelal gerekend tot het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Het plangebied is gelegen in een buurtschap, waar de omgeving is aan te merken als een 'rustige woonwijk'. Onderstaande tabel geeft de richtafstanden weer voor de
vastgesteld
49
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden
verschillende omgevingstypes.
5.5.3
Situatie plangebied
5.5.3.1
Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
5.5.3.2
Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. In de omgeving bevinden zich voornamelijk woonfuncties, een camping/recreatieterrein (Almelosestraat 26) en een groothandel in machines (Langenhorsterweg 4). De woonfunctie die binnen voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is niet milieubelastend en leidt niet tot hinder of gevaar ten aanzien van reeds vermelde functies. Er is dan ook geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden.
5.5.3.3
Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie binnen het plangebied hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe functie de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantast. Zoals reeds vermeld bevinden zich in de omgeving voornamelijk woonfuncties, een camping/recreatieterrein (Almelosestraat 26) en een groothandel in machines (Langenhorsterweg 4). De naast het plangebied gelegen woonfunctie is niet milieubelastend, waardoor hiervan geen hinder ondervonden wordt binnen het plangebied. De camping/het recreatieterrein kan op basis van de VNG-uitgave worden vergeleken met de functie 'Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken)' met milieucategorie 3.1. Hiervoor geldt een richtafstand van 50 meter. De locatie ligt op circa 300 meter afstand, waardoor ruimschoots aan de richtafstand wordt voldaan. De groothandel in machines betreft een groothandel in verbrandingsmotoren, pompen en compressoren. De werkzaamheden bestaan uit zowel verkoop als reparatie. De verkoop kan op basis van de VNG-uitgave worden vergeleken met 'Grth in machines en apparaten: overige' en de reparatie met 'Machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie: < p.o. < 2.000 m²'.
Wanneer deze functies worden aangehouden wordt uitgegaan van een worst-case situatie, aangezien de daadwerkelijke activiteiten op de locatie vele malen kleinschaliger zijn dan de functies bedoeld in de VNG-uitgave. Bij de reeds
50
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden