CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

11. Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 8 maart 2022, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 11: Vaststellen bestemmingsplan buitengebied Hof van Twente Langenhorsterweg 6 Ambt Delden23.019 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Datum: Fase: Planid:

vastgesteld NL.IMRO.1735.BGxLangenhweg6-VS10

BESTEMMINGSPLAN

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

Inhoudsopgave

Toelichting

2

3

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding Ligging van het plangebied De bij het plan behorende stukken Huidig planologisch regime Leeswijzer

4 4 4 4 5 6

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Huidige situatie Historische en huidige situatie omgeving plangebied Historische en huidige situatie plangebied

8 8 9

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Planbeschrijving Algemeen Stedenbouwkundige opzet Verkeer en parkeren

11 11 11 12

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4

Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

14 14 17 29 32

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

Milieu- en omgevingsaspecten Geluid Bodemkwaliteit Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering Ecologie Archeologie & Cultuurhistorie Besluit milieueffectrapportage

43 43 44 45 46 49 51 54 55

Hoofdstuk 6 6.1 6.2

Wateraspecten Vigerend beleid Waterparagraaf

58 58 59

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3

Juridische planopzet Inleiding Opbouw van de regels Bestemmingen

61 61 61 63

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

64

Hoofdstuk 9 9.1 9.2 9.3

Vooroverleg en inspraak Vooroverleg Inspraak Zienswijzen

65 65 65 65

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

Toelichting

vastgesteld

3

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding Aan de Langenhorsterweg 6 in het buurtschap Deldenerbroek (buitengebied Ambt Delden) bevindt zich een voormalige zuivelfabriek. De oorspronkelijk zuivelfabriek is tevens in gebruik geweest voor andere bedrijfsmatige activiteiten, echter heeft de fabriek momenteel geen functie meer. Met het oog op de ruimtelijke kwaliteit zijn de mogelijkheden voor herontwikkeling van de locatie verkend. In samenwerking met de eigenaar, de omwonenden en de gemeente Hof van Twente is besloten dat herontwikkeling ten behoeve van woningbouw ter plaatse het meest passend is. Dit onder meer vanwege het aansluiten op de naastgelegen (woon)functies, de mogelijkheid om te kunnen voorzien in een lokale behoefte, het bevorderen van de leefbaarheid ter plaatse, het creëren van verdichting en een toekomstbestendige functie, het rekening houden met de cultuurhistorische oorsprong van het plangebied (qua stedenbouwkundige opzet en uitstraling bebouwing) en het bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Het concrete voornemen bestaat uit de realisatie van 17 woningen, die zoals reeds vermeld aansluiten op de lokale behoefte. Zo wordt binnen het voornemen voorzien in de specifieke behoefte van inwoners van het buurtschap Deldenerbroek, waaronder de behoefte van starters.

De locatie heeft op basis van het geldende bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" een bedrijfsbestemming, waarbinnen het realiseren van de gewenste woningbouw niet mogelijk is. Een herziening van het bestemmingsplan is dan ook noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologische kader om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Ligging van het plangebied Het plangebied betreft het perceel van een voormalige zuivelfabriek, aan de Langenhorsterweg 6 in het buurtschap Deldenerbroek en in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente. De ligging van het plangebied, ten opzichte van de kernen Ambt Delden en Delden en in de directe omgeving, is in afbeelding 1.1 weergegeven.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de nabije kernen en in de directe omgeving (Bron: ArcGis)

1.3

De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1735.BGxLangenhweg6-OP10) en een renvooi;

4

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen binnen het bewuste plangebied aangegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en is een verplicht onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting is niet juridisch bindend.

1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente". Dit bestemmingsplan is op 9 december 2015 vastgesteld door de gemeenteraad van Hof van Twente. Daarnaast ligt het plangebied binnen de begrenzing van de bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2018", "Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2019" en "Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2018" die eveneens zijn vastgesteld door de gemeenteraad, namelijk op respectievelijk 10 juli 2018, 15 oktober 2019 en 5 oktober 2021 (nog niet onherroepelijk). Het plangebied is op basis van deze plannen bestemd als 'Bedrijf' en beschikt over twee bouwvlakken en de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - overige bedrijvigheid'. Daarnaast gelden hier de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachting 1' en 'Waarde - Archeologische verwachting 2' en de gebiedsaanduidingen 'Luchtvaartverkeerzone', 'Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' en 'Vrijwaringszone - radar'. In onderstaande paragrafen worden deze bestemmingen en de strijdigheid van voorliggende ontwikkeling hiermee nader beschreven. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven. De locatie Langenhorsterweg 6 is daarbij aangegeven met de rode omlijning. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" (Bron: Ruimtelijke plannen)

vastgesteld

5

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

1.4.2

Beschrijving bestemmingen De bestemmingen binnen het plangebied worden in de volgende tekst beschreven. De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn, vanwege de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - overige bedrijvigheid', op basis van de bijbehorende bijlage in de planregels, bestemd voor 'Fabricage van zeep-/ was- en reinigingsproducten'. De oppervlakte van de bedrijfsbebouwing mag hoogstens 3.088 m² bedragen, deze bebouwing moet binnen het bouwvlak worden gebouwd. Tevens zijn ontsluitingsvoorzieningen en ontsluitingsvoorzieningen voor naastgelegen bestemmingen toegestaan, evenals bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven. De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Een archeologisch onderzoek is onder andere niet vereist, indien de, voor het bouwen benodigde, grondbewerkingen niet dieper zijn dan 0,40 m vanaf maaiveld of het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 2.500 m².

De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Een archeologisch onderzoek is onder andere niet vereist, indien de, voor het bouwen benodigde, grondbewerkingen niet dieper zijn dan 0,40 m vanaf maaiveld of het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 5.000 m². Daarnaast beschikt het plangebied over de volgende gebiedsaanduidingen: 'Luchtvaartverkeerzone': De gronden ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de luchtvaartverkeerzone. Hier mogen geen bouwwerken met een bouwhoogte hoger dan 40 meter worden gebouwd. 'Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied': Voor de gronden ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' gelden specifieke regels voor de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Agrarisch met waarden'. 'Vrijwaringszone - radar': De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - radar' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een radarverstoringsgebied. Hier mag niet hoger worden gebouwd dan 45 meter. Bij omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken van, mits advies is gevraagd aan de beheerder van het radarverstoringsgebied.

1.4.3

Strijdigheid Binnen de geldende bedrijfsbestemming is de realisatie van de gewenste 17 woningen niet mogelijk, vanwege het ontbreken van de juiste gebruiks- en bouwmogelijkheden. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.5

Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk,

6

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

provincie Overijssel en de gemeente Hof van Twente beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op de inspraak en vooroverleg.

vastgesteld

7

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

In onderstaande paragrafen worden de historische en huidige situatie rondom en binnen het plangebied beschreven.

2.1

Historische en huidige situatie omgeving plangebied In onderstaande paragrafen is onderscheid gemaakt tussen de wijdere omgeving en de directe omgeving van het plangebied.

2.1.1

Wijdere omgeving plangebied De omgeving rondom het plangebied maakt op basis van het landschapsontwikkelingsplan (zie paragraaf 4.4.4 van deze toelichting) deel uit van het ‘plateau’. Landschappelijke karakteristieken van het plateau zijn ensembles van grote eenheden natuur en cultuurhistorie. Het plangebied ligt in een gordel van bossen die in de loop der eeuwen zijn aangelegd rondom verschillende landhuizen. Het Twickel is hiervan het bekendste in de omgeving. Ter plaatse zijn de rechtlijnige wegen en oprijlanen hiervan nog te herkennen. Te midden van de bosrijke gordel ligt de Deldener Es, waaromheen door de bossen de Twickelervaart stroomt. Deze vaart werd in de 18e eeuw gegraven door het Twickel, namelijk ter bevordering van de handel en nijverheid in Twente. Op de vaart, die begint in het Twickelerbos en 22 kilometer verder uitkomt in de Regge, voeren zogenaamde ‘zompen’. In de wijde omgeving van het plangebied bevinden zich verschillende functies, zoals natuur, wonen, agrarisch en recreatie.

2.1.2

Directe omgeving plangebied In de directe omgeving van het plangebied komen met name de functies wonen en natuur voor. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie van het plangebied, in de directe omgeving, weergegeven op een luchtfoto.

Afbeelding 2.1: Ligging plangebied (rode omlijning) in de directe omgeving (Bron: Provincie Overijssel)

8

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

Het plangebied wordt in het noordwesten begrensd door de Schoolstraat, met daarachter natuur. Ten oosten van het plangebied bevindt zich de Langenhorsterweg, met daarachter eveneens natuur. Ten zuiden bevindt zich ook natuur en ten westen bevinden zich 16 woningen (uit de jaren '60 t/m '80). Deze woningen staan haaks op en evenwijdig aan elkaar georiënteerd, en zijn deels na de oorlog gebouwd, namelijk voor de fabrieksarbeiders van de zuivelfabriek. De ontsluiting van de woningen vindt plaats op de Schoolstraat.

2.2

Historische en huidige situatie plangebied In het begin van de twintigste eeuw vestigde de voormalige zuivelfabriek zich binnen het plangebied. De oorspronkelijke zuivelfabriek is de afgelopen jaren eveneens in gebruik geweest voor andere bedrijfsmatige activiteiten, maar heeft inmiddels geen functie meer. Voor een luchtfoto van het plangebied (in de directe omgeving) wordt verwezen naar afbeelding 2.1. De inmiddels sterk verouderde fabrieksbebouwing bevindt zich ter hoogte van de kruising van de Schoolstraat met de Langenhorsterweg. De bebouwing aan de voorzijde bepaalt, vanwege de situering en de omvang, het aanzicht van het buurtschap Deldenerbroek. Een pad dat in het verleden achter het fabrieksterrein liep, in het zuiden van het plangebied, is niet meer aanwezig. In het noordwesten bevindt zich een nutsvoorziening. Het plangebied wordt ontsloten op zowel de Schoolstraat in het noordwesten als de Langenhorsterweg in het oosten van het plangebied. In de afbeeldingen 2.2 en 2.3 is de bebouwing binnen het plangebied weergegeven, gezien vanaf deze twee omliggende wegen.

Afbeelding 2.2: Plangebied vanaf de Schoolstraat (boven) en de kruising van de Schoolstraat met de Langenhorsterweg (onder) gezien (Bron: Streetview 2016)

vastgesteld

9

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

Afbeelding 2.3: Plangebied vanaf de Langenhorsterweg gezien (boven en onder) (Bron: Streetview 2016)

10

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Algemeen Zoals reeds vermeld bepaalt de voormalige zuivelfabriek in de huidige situatie het aanzicht van het buurtschap Deldenerbroek. De fabriek heeft momenteel geen functie meer en het behouden van de fabriek is niet mogelijk, vanwege de slechte staat van de bebouwing en de constructie. In 2017 zijn daarom, zoals reeds vermeld in de aanleiding, de mogelijkheden voor herontwikkeling van het plangebied verkend. Dit was een samenwerking van de eigenaar, de omwonenden en de gemeente Hof van Twente. Uit deze verkenning is gebleken dat herbestemming van het voormalige bedrijfsperceel naar woonpercelen het meest passend is. Dit onder meer vanwege: het aansluiten van de gewenste woonfunctie op de naastgelegen woonfunctie; het voorzien van de gewenste woonfunctie in een lokale behoefte van voornamelijk starters in het buurtschap Deldenerbroek en het bevorderen van de leefbaarheid ter plaatse; het creëren van verdichting en een toekomstbestendige woonfunctie, zonder aantasting van de groene omgeving; het rekening houden met de cultuurhistorische oorsprong van het plangebied (qua stedenbouwkundige opzet en uitstraling bebouwing) en het bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit (zie paragraaf 3.2).

Binnen het voornemen worden in het plangebied 17 woningen gerealiseerd, waarbij het bestemmingsplan de mogelijkheid biedt voor appartementen, rijtjeswoningen, twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen. Opgemerkt wordt dat initiatiefnemer voornemens is om de nieuwe infrastructuur binnen het plangebied in eigen beheer te houden, er is dan ook geen sprake van openbare voorzieningen binnen het plangebied. De bestaande nutsvoorziening in het noordwestelijke deel van het plangebied wordt behouden.

3.2

Stedenbouwkundige opzet In voorliggend geval is er een document met stedenbouwkundige uitgangspunten opgesteld. Daarnaast omvat het enkele modellen met variaties qua invulling van het plangebied. In alle gevallen is, voor onder meer de architectuur, schaal en opzet van de bebouwing, de voormalige zuivelfabriek als uitgangspunt genomen. In afbeelding 3.1 is een uitsnede van de impressie van het plan opgenomen.Voor het volledige plan wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting.

vastgesteld

11

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

Afbeelding 3.1: Impressie indeling plangebied (Bron: RHO Adviseurs voor leefruimte ) Op de kop van het gebied worden appartementen gerealiseerd. In het bestaande volume (de voormalige maalderij) en beoogde uitbreiding worden, afhankelijk van de exacte uitwerking, tussen de 5 en 7 studio's/appartementen gerealiseerd. Het gebouw markeert de entree van het gebied. Deze is gesitueerd op de locatie van de huidige entree van het fabrieksterrein. Opgemerkt dat dat het bestemmingsplan de mogelijkheid biedt om de voormalige maalderij te herbouwen naar de eisen van deze tijd en in de stijl van toen. Met het realiseren van een vrijstaande of een twee-onder-een-kapwoning wordt het beeld aan de Schoolstraat gecontinueerd. Overige woningen worden meer richting het zuiden van het plangebied gerealiseerd en bevinden zich minder in het zicht. Deze woningen zijn georiënteerd op de nieuwe hoofdeentree. De achtertuinen grenzen aan de randen van het gebied. Hierdoor ontstaat een informele, tamelijk besloten nieuwe buurt. De verschillende woningtypen binnen het plangebied leiden tot een variërende verkaveling, hierdoor sluit het plangebied aan op de nabij gelegen woonlocaties. De ontsluiting beschikt over de uitstraling van een erf met daarlangs beplanting, waardoor de ligging in het buitengebied eveneens wordt benadrukt.

Het parkeren wordt tot slot zoveel mogelijk op de kavels van de woningen opgelost. Voor de rijwoningen en appartementen wordt er een parkeervoorziening gerealiseerd.

3.3

Verkeer en parkeren Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. In onderstaande tabel is de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie bepaald indien het plan wordt uitgevoerd zoals weergegeven in afbeelding 3.1. Opgemerkt wordt dat een

12

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

beperkte andere invulling mogelijk is, echter zorgt dit niet voor relevante verschillen wat betreft verkeersgeneratie. Ten aanzien van parkeren wordt opgemerkt dat in de regels een parkeerregeling is opgenomen en dat ten alle tijden in de parkeerbehoefte moet worden voorzien, ongeacht de wijze van invullen van het plangebied. Kenmerken plangebied

Functie wonen (koop): 1) 7 appartementen (middensegment); 2) 3 rijtjeswoningen (tussen/hoek); 3) 4 twee-onder-een-kapwoningen; 4) 3 vrijstaande woningen.

Gewenst Parkeerbehoefte (gemiddeld)

Gewenst Verkeersgeneratie (gemiddeld)

1) 7 x 1,6 = 11,2 2) 3 x 2,0 = 6,0 3) 4 x 2,2 = 8,8 4) 3 x 2,4 = 7,2

1) 7 x 6,0 = 42,0 2) 3 x 7,4 = 22,2 3) 4 x 7,8 = 31,2 4) 3 x 8,2 = 24,6

Totaal = 33,2

Totaal = 120

Verstedelijkingsgraad:

Weinig stedelijk / Weinig stedelijk / gemeente gemeente Hof van Twente Hof van Twente (Bron: CBS (Bron: CBS Statline) Statline)

Stedelijke zone:

Buitengebied

Buitengebied

Op basis van bovenstaande tabel wordt, als gevolg van voorliggende ontwikkeling, een parkeerbehoefte van 34 parkeerplaatsen verwacht. Daarnaast wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling naar verwachting leidt tot een toename van 120 verkeersbewegingen. De parkeerbehoefte en verkeersbewegingen, als gevolg van het voornemen, zullen echter per saldo lager uitvallen, aangezien de planologische parkeerbehoefte en verkeersbewegingen van de bestaande bedrijfsbestemming komen te vervallen. Ten zuiden van het appartementengebouw wordt een parkeercluster gerealiseerd met circa 16 parkeerplaatsen (zie afbeelding 3.1). De overige parkeerplaatsen worden gerealiseerd bij de woonkavels. Binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om in de te verwachten parkeerbehoefte te voorzien. De beoogde ontsluiting is, zoals reeds vermeld, geïnspireerd op de bestaande, veilige en overzichtelijke ontsluiting op de Schoolstraat. De realisatie van het voornemen levert dan ook naar verwachting geen onevenredige verkeerstoename op, die de capaciteit van deze weg en de verkeersveiligheid op onevenredige wijze aantasten. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.

vastgesteld

13

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald op de verbeelding en in de regels.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1

Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.

4.1.1.2

Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en

14

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3

Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

4.1.1.4

Toetsing aan de NOVI De Nationale Omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. Wel ligt het plangebied in een radarverstoringsgebied. Echter vormt dit geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling, dit vanwege de beperkte bouwhoogte die voorliggend plan toestaat. Ter bescherming van het radarverstoringsgebied is in de regels (zie artikel 8.1 Strijdig gebruik) een bepaling opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI.

4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1

Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daarin is in artikel 3.1.6 een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen (inclusief detailhandel) in bestemmingsplannen. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. In het gewijzigde Bro, van kracht sinds 1 juli 2017, is artikel 3.1.6, lid 2 gewijzigd in: "De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied". Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het

vastgesteld

15

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2.2

Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna 'Ladder') is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c in samenhang met artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wabo. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit jurisprudentie blijkt dat woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen worden beschouwd als een stedelijke ontwikkeling en daarmee Ladderplichtig zijn (ABRS 16 september 2015, 201501297/1/R4). Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het realiseren van maximaal 17 woningen, waardoor de ontwikkeling moet worden beschouwd als zijnde een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen.

Het zwaartepunt van het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde ontwikkeling ligt op een laag schaalniveau en komt met name overeen met het buurtschap Deldenerbroek en de omgeving, aangezien de woningen in hoofdzaak zijn bedoeld om in de bestaande behoefte van dit buurtschap te voorzien. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Het plan beoogt 17 koopwoningen, in de vorm van grondgebonden woningen (vrijstaand, twee-onder-eenkap en rijtjes) en appartementen (middensegment), hoofzakelijk bedoeld voor starters in het buurtschap Deldenerbroek. De starters uit het buurtschap hebben bij de gemeente kenbaar gemaakt behoefte te hebben aan dergelijke woningen. Daarnaast zijn de te realiseren appartementen eveneens geschikt/geschikt te maken voor senioren, aangezien deze levensloopbestendig zijn (alle voorzieningen op één verdieping en verdiepingen per lift bereikbaar). Uit de "Woonagenda Hof van Twente" blijkt dat aan woningen voor senioren eveneens behoefte is. Wanneer senioren de appartementen betrekken komen daarnaast tevens andere woningen vrij. Ook op deze wijze kan in de behoefte van starters uit het buurtschap worden voorzien.

16

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

Kwantitatieve behoefte Voor de periode 2018 tot 2022 is voor de kernen binnen de gemeente Hof van Twente rekening gehouden met een netto toevoeging van 384 woningen, waarvan de 17 gewenste woningen binnen het plangebied onderdeel uitmaken (zacht plan). Voorliggende ontwikkeling past dan ook binnen de kwantitatieve behoefte (zie paragraaf 4.4.3.2 'Woningbouwprogramma 2018-2027'). Kwalitatieve behoefte Binnen de ontwikkeling is onder andere rekening gehouden met de typologie van woningen en het aantal woningen waaraan behoefte is. De focus ligt dan ook hoofdzakelijk op woningen voor de doelgroep starters. Daarnaast is reeds vermeld dat de 4 appartementen eveneens geschikt/geschikt te maken zijn voor senioren, aangezien deze levensloopbestendig zijn, en dat aan woningen voor senioren eveneens behoefte is. Ook met het aspect duurzaamheid wordt rekening gehouden, hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.4.3.3 van deze toelichting. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling voorziet in de kwalitatieve behoefte, zoals opgenomen in de "Woonagenda Hof van Twente". Het voornemen past tevens binnen de behoefte zoals opgenomen in het regionaal woonbeleid. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 4.4.3 'Woonbeleid' van deze toelichting.

Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Voorliggende ontwikkeling betreft een kleinschalige ontwikkeling ter plaatse van een inbreidingslocatie. De geldende bestemming maakt stedelijke functies reeds planologisch mogelijk. Het plangebied is dan ook binnen bestaand stedelijk gebied (BSG) gelegen. Conclusie Voorliggend plan voorziet zowel in de kwantitatieve als de kwalitatieve vraag naar woningen binnen het buurtschap Deldenerbroek en de omgeving. Daarnaast is sprake van een inbreidingslocatie, waarmee sprake is van een optimale benutting van de ruimte binnen BSG. Het plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. 4.1.3

Toetsing aan het rijksbeleid Geconcludeerd wordt dat het rijksbeleid de uitvoerbaarheid van de gewenste ontwikkeling niet in de weg staat.

4.2

Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening.

4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd

vastgesteld

17

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe - gebiedskenmerken. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.

In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

18

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1

Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.

Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen.

vastgesteld

19

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

4.2.3.2

Waar - Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. De Omgevingsvisie onderscheid zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.

4.2.3.3

Hoe - Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype verstaan. Voor alle gebiedstypen in Overijssel beschrijft de Catalogus Gebiedskenmerken welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal belang zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken, mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

4.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.

4.2.4.1

Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase "generieke beleidskeuzes" zijn de artikelen 2.1.3 (Principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving), 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen), 2.7 (Natuurnetwerk Nederland) van belang. Principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (Artikel 2.1.3) lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het

20

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. lid 2: Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijk heid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied.

In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Het plangebied wordt in de huidige situatie reeds benut voor een stedelijke functie (bedrijfsbestemming) en maakt dan ook geen deel uit van de Groene Omgeving. In voorliggend geval wordt geen extra ruimtebeslag gelegd op de Groene Omgeving. Gezien het vorenstaande wordt dan ook geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.1.3 (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) van de Omgevingsverordening Overijssel. Ruimtelijke kwaliteit (Artikel 2.1.5; leden 1,2,3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2.

In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 (leden 1,2,3 en 5) In het verdere verloop van deze toelichting wordt duidelijk dat voorliggende ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Daarnaast wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel en wordt gemotiveerd dat voorliggende ontwikkeling past binnen het geldende ontwikkelingsperspectief. Tot slot wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering, die onderdeel

vastgesteld

21

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

uitmaakt van het Uitvoeringsmodel, en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Gezien het vorenstaande wordt dan ook geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) van de Omgevingsverordening Overijssel. Realisatie nieuwe woningen (Artikel 2.2.2) 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. 5.

Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen: Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven. Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens. Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses.

Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt. Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt. In artikel 2.2.3 lid 1 van de Omgevingsverordening wordt onder actueel onderzoek woningbouw verstaan: onderzoek wat eens in de 2 jaar wordt geactualiseerd.

22

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Zoals uit artikel 2.2.2 blijkt mogen bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen enkel voorzien in de realisatie van nieuwe woningen indien de behoefte daaraan in aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Hierbij dient te worden aangesloten bij de woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Er mag tevens enkel worden voorzien in 80% van de behoefte aan nieuwe woningen. Bij bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn mag in een hoger percentage worden voorzien, met een maximum van 100% van de vastgestelde behoefte. Op 25 maart 2021 ondertekenden gemeenten en provincie de regionale Woonagenda’s Twente en West-Overijssel (Woonagenda 2021-2025).Uit paragraaf 4.3.1 blijkt dat voorliggende ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met de Woonagenda. In de 'Woonagenda Hof van Twente 2016-2020' van de gemeente Hof van Twente wordt gesteld dat inbreidingslocaties voor gaan op uitbreidingsplannen. Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van maximaal 17 woningen in het buurtschap Deldenerbroek. De woningen worden gebouwd voor de lokale behoefte, zie ook 4.4.3. Het is van belang om flexibiliteit te behouden en om de concrete vraag te kunnen bedienen in het buitengebied.

Deze ontwikkeling is passend binnen de 'Woonagenda Hof van Twente 2016-2020' en binnen de woonafspraken zoals overeengekomen met andere Twentse gemeenten en de provincie Overijssel (Woonagenda 2021-2025). Gelet op vorenstaande is de voorliggende ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming te achten met artikel 2.2.2. uit de Omgevingsverordening Overijssel. NNN (Artikel 2.7) 2.7.3: Beschermingsregime 1. Het beschermingsregime voor gebieden die op de kaart (als bedoeld in artikel 2.7.2 Werkingsgebied) zijn aangeduid als gebiedscategorie ‘Bestaand’ wordt vastgelegd in een bestemmingsplan of in een beheersverordening. 2. Gebieden die op de kaart als bedoeld in artikel 2.7.2 zijn aangeduid als ‘Bestaand' moeten een bestemming krijgen die uitsluitend is gericht op het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden. 4. Bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden die op de kaart als bedoeld in artikel 2.7.2 zijn aangeduid als NNN (voorheen EHS) wijzen geen bestemmingen aan of stellen geen regels die activiteiten mogelijk maken die leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.7 van de Omgevingsverordening Overijssel Het plangebied is buiten de begrenzing van Natuurnetwerk Nederland (NNN) gelegen, zie paragraaf 5.6.1.2 van deze toelichting. Binnen voorliggend voornemen wordt de bestaande bedrijfsbestemming gewijzigd in hoofdzakelijk een woonbestemming. Er wordt geen bestemming mogelijk gemaakt waarbinnen sprake is van activiteiten die leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van NNN-gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. Geconcludeerd wordt dan ook dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.7 (NNN) van de Omgevingsverordening Overijssel. Voor het overige zijn er in het kader van de ‘generieke beleidskeuzes’ geen aspecten die nadere onderbouwing behoeven.

vastgesteld

23

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

4.2.4.2

Waar - Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Met de ontwikkelingsperspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie Overijssel vorm gegeven. Hiervoor gelden de gebiedskenmerken als onderligger. In dit geval zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving van belang. In de groene ruimte gaat het - kort door de bocht - om het behoud en de versterking van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. De locatie is hoofdzakelijk gelegen in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap', het overige deel kent geen ontwikkelingsperspectief. Zie hiervoor afbeelding 4.2, waarin het plangebied met de rode omlijning is aangegeven.

Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) "Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap" Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van

24

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In dit ontwikkelingsperspectief zijn ook plekken waar, door de ruimtelijke structuur van het landschap, de beschikbare milieuruimte of reeds aanwezige bebouwing, de ontwikkelruimte van agrarische bedrijven beperkt is. Hier liggen ontwikkelkansen voor andere vormen van bedrijvigheid (denk aan dienstverlenende zelfstandigen zonder personeel) die de ruimtelijke structuur versterken. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Toetsing aan het ontwikkelingsperspectieven 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' Binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' zijn diverse (nieuwe) functies in het buitengebied mogelijk, waaronder de gewenste woonfunctie. Het voornemen versterkt de vitaliteit en omgevingskwaliteit, aangezien verouderde leegstaande bedrijfsbebouwing plaats maakt voor levendige woonfuncties met bebouwing die volledig aansluit bij de identiteit van het plangebied en de kwaliteiten van de omgeving.

Het initiatief is in overeenstemming met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3

Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. In voorliggend geval wordt de stedelijke laag buiten beschouwing gelaten, gezien de locatie op basis hiervan geen specifieke eigenschappen kent. 1.

De Natuurlijke laag

Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de "Natuurlijke laag" aangeduid met het gebiedstype "Dekzandvlakte en ruggen". In afbeelding 4.3 is dit weergegeven.

vastgesteld

25

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

Afbeelding 4.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) 'Dekzandvlakte en ruggen' De dekzandgronden worden gekenmerkt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De dekzandgebieden zijn voor het overgrote deel in cultuur gebracht als essenlandschap, oude hoevenlandschap en heide-ontginningslandschap. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, b.v. door egalisaties ten behoeve van de landbouw. Als ontwikkelingen plaatsvinden dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar maken en beleefbaar maken van hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn uitgangspunt bij inrichting. De strekkingsrichting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, dient uitgangspunt te zijn. Hiermee dient bij de planuitwerking rekening te worden gehouden. Toetsing aan de 'Natuurlijke laag' De omgeving rondom het plangebied maakt zoals eerder vermeld deel uit van het ‘plateau’. In voorliggend geval is bij de inrichting van het plangebied rekening gehouden met de kenmerken van het landschap, zoals onder andere blijkt uit paragraaf 4.4.4 'Landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen en Hof van Twente'. Het initiatief is dan ook in overeenstemming met de 'Natuurlijke laag'. 2.

De laag van het agrarische cultuurlandschap

In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap" aangeduid met het gebiedstype "Oude hoevenlandschap" en het gebiedstype "Jonge heide- en broekontginningslandschap", zie afbeelding 4.4.

26

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Langenhorsterweg 6 Ambt Delden

Afbeelding 4.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) "Oude hoevenlandschap" Het oude hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. 'Jonge heide- en broek ontginningslandschap' Kenmerkend voor het jonge heide- en broekontginningslandschap waren oorspronkelijk de grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden. Deze waren functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen.

Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings'landschappen met rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap" Bij de inrichting van het plangebied zijn onder meer de gebiedskenmerken van de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap', zoals verspreide erven, groenstructuur, routes en lineaire structuren, als uitgangspunt genomen. Dit blijkt onder andere uit paragraaf 4.4.4 'Landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen en Hof van Twente'. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling goed past binnen de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3863/documents/53057