CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Woningbouwlocatie Oud-Cromstrijensedijk OZ Klaaswaal (plan Blom) ontwerp

Oordeelsvormende vergadering 6 september 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan woningbouwlocatie Oud-Cromstrijensedijk OZ Klaaswaal28.169 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

19:00–23:00 uur 23:00–07:00 uur

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAr,LT in in‐ en aanpandige gevoelige gebouwen

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

LAmax in in‐ en aanpandige gevoelige gebouwen

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

b. de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad‐ en losactiviteiten; Artikel 2.18 1. Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a dan wel 2.20, blijft buiten beschouwing: a. het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein; b. het stemgeluid van bezoekers op het open terrein van een inrichting voor sport‐ of recreatieactiviteiten; 2. Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in artikel 2.17, 2.17a dan wel 2.20, wordt voor muziekgeluid geen bedrijfsduurcorrectie toegepast. 3. Bij het bepalen van het maximaal geluidsniveau (LAmax), bedoeld in artikel 2.17, 2.17a dan wel 2.20, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. het komen en gaan van bezoekers bij inrichtingen waar uitsluitend of in hoofdzaak horeca‐, sport‐ en recreatieactiviteiten plaatsvinden; b. het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan; c. laad‐ en losactiviteiten in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur ten behoeve van de aan‐ en afvoer van producten bij inrichtingen als bedoeld in artikel 2.17, vijfde en zesde lid, voor zover dat ten hoogste een keer in de genoemde periode plaatsvindt;

59/139

d. het verrichten van activiteiten in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur ten behoeve van het wassen van kasdekken bij inrichtingen als bedoeld in artikel 2.17, vijfde en zesde lid. De algemene geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit komen overeen met de VNG‐richtwaarden voor gemengd gebied. Beoordeling van de situatie Algemeen Voor wat betreft milieuzonering is ten eerste de gebiedstypering van belang. De woonomgeving van Klaaswaal kan worden aangemerkt als een “rustige woonwijk/rustig buitengebied”. Daarmee geldt voor de voetbalvelden een richtafstand van 50 m (veldsportcomplex met verlichting). Aan de richtafstand wordt niet voldaan ten opzichte van de meest nabijgelegen bouwvlakken. Voor de richtafstanden van een veldsportcomplex geldt dat geluid de maatgevende factor is. Vanwege het niet voldoen aan de richtafstand van 50 m is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidemissie vanwege de voetbalvelden van S.S.S. Het onderzoek is vastgelegd in rapport “Akoestisch onderzoek omgevingslawaai Woningbouw Oud‐Cromstrijensedijk Oostzijde te Klaaswaal”, referentie 2105/146/NB‐02, versie B, d.d. 15 februari 2022. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting op het bestemmingsplan. De te verwachten geluidniveaus op de beoogde bouwvlakken is bepaald ten gevolge van alle mogelijke geluidrelevante activiteiten van de voetbalclub.

Aan de hand hiervan is enerzijds bepaald of er in de toekomstige situatie sprake is van een akoestisch verantwoord woon‐ en leefklimaat ter plaatse van de nieuwbouwwoningen en dus van een goede ruimtelijke ordening. Anderzijds mag de voetbalclub akoestisch gezien niet worden ingeperkt door het planvoornemen. Het aspect indirecte hinder is in onderhavige situatie niet van toepassing aangezien al het verkeer van de voetbalclub via de Jaap Kosterstraat gaat. Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Representatieve bedrijfssituaties (RBS 1 en RBS 2), toetsing in het kader van ruimtelijke ordening Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT Uit de rekenresultaten van RBS 1 blijkt dat voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op alle punten op de bouwvlakken wonen 01 t/m 03 wordt voldaan aan de grenswaarde van 50 dB(A) voor de dagperiode behorende bij stap 3 uit de VNG‐uitgave. Voor RBS 2 geldt dat de grenswaarde 40 dB(A) in de avondperiode op 4,5 en 7,5 meter hoogte behorende bij stap 2 wordt overschreden tot aan de groene contour in de figuren 5.1 en 5.2. Aan de grenswaarde van 45 dB(A) voor de avondperiode behorende bij stap 3 wordt op alle punten op de bouwvlakken wonen 01 t/m 03 voldaan.

Voor de toetspunten welke niet voldoen aan stap 2, maar wel aan stap 3 dient door het bevoegd gezag gemotiveerd te worden waarom deze geluidbelasting acceptabel wordt geacht. Daarbij dient tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige overige geluidbelasting te worden betrokken.

60/139

Voor de voornoemde toetspunten met overschrijdingen geldt dat er geen relevante geluidbelasting optreedt ten gevolge van andere geluidbronnen, zoals wegverkeer, luchtvaartverkeer of industrie aangezien deze geluidbronnen op voldoende afstand zijn gelegen. Derhalve is cumulatie niet aan de orde. Zie tevens het rapport 'Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai' zoals opgenomen in bijlage 2. De berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus in de avondperiode bedragen maximaal 45 dB(A). Met een minimale geluidwering van de gevels van 20 dB(A) conform de (minimum)eis uit het Bouwbesluit wordt daarmee alsnog voldaan aan het maximale binnenniveau van 30 dB(A) voor de avondperiode (overeenkomstig de eis voor het binnenniveau uit het Activiteitenbesluit) en is een goed woon‐ en leefklimaat voor de woningen gewaarborgd (met gesloten ramen). Maximale geluidniveaus (LAmax) Uit de rekenresultaten voor de maximale geluidniveaus blijkt dat voor RBS 1 op nagenoeg alle toetspunten in wonen 1 (toetspunten tb t/m ti) een overschrijding van de grenswaarde van 70 dB(A) in de dagperiode uit stap 3 van de VNG‐uitgave geldt. Deze overschrijdingen worden veroorzaakt door het stemgeluid van voetballers en de scheidsrechterfluit. Voor het plangebied wonen 2 wordt op alle toetspunten voldaan aan de grenswaarde van 70 dB(A) voor de dagperiode uit stap 3 van de VNG‐uitgave.

Voor de toetspunten welke niet voldoen aan de geluideis uit stap 3 dient door het bevoegd gezag gemotiveerd te worden waarom deze geluidbelasting acceptabel wordt geacht. Daarbij dient tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige overige geluidbelasting te worden betrokken. Van cumulatie is echter geen sprake bij maximale geluidniveaus. De geluidbelasting bedraagt maximaal 78 dB(A) in de dagperiode op wonen 1 en maximaal 72 dB(A) in de avondperiode. Wanneer de westgevels (toetspunten tb t/m ti) worden uitgevoerd met materialen met een minimale geluidwering van 24 dB(A) is daarmee een akoestisch aanvaardbaar binnenklimaat van maximaal 55/50 dB(A) in de dag‐/avondperiode (overeenkomstig de eis voor het binnenniveau uit het Activiteitenbesluit) gewaarborgd in de verblijfsruimten. De mogelijke bebouwing in het gebied wonen 1 zal voor een significante afscherming zorgen voor de bebouwing in wonen 2, zodat de toekomstige situatie voor wonen 2 gunstiger kan zijn dan nu berekend. Representatieve 'bedrijfssituaties' (RBS 1 en RBS 2), toetsing Activiteitenbesluit Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) Uit de rekenresultaten van zowel RBS 1 als RBS 2 blijkt dat voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau wordt voldaan aan de eis van 50 dB(A) etmaalwaarde uit het Activiteitenbesluit.

Maximale geluidniveaus (LAmax) Uit de rekenresultaten van RBS1 en RBS 2 blijkt dat voor het maximale niveau wordt voldaan aan de eis van 70 dB(A) etmaalwaarde uit het Activiteitenbesluit. Oefenwedstrijden in de avondperiode (ABS) Voor de regelmatig afwijkende situatie zijn de maatgevende maximale niveaus beoordeeld ten gevolge van de scheidsrechtersfluit. Voor het spelen van een oefenwedstrijd in de avondperiode geldt een overschrijding van de stap 3 grenswaarden tot aan de gegeven contouren in figuur 5.4 van in bijlage 3.

61/139

Samenvattende conclusie In het akoestisch rapport zoals bijgevoegd in bijlage 3 ijn de te verwachten geluidniveaus tijdens de verschillende bedrijfssituaties van voetbalvereniging S.S.S. berekend en getoetst aan de gestelde richt‐ en grenswaarden uit de VNG‐brochure en het Activiteitenbesluit. Op basis van de resultaten kan worden gesteld dat met het nemen van voornoemde voorgestelde maatregelen (en een juiste borging in het bestemmingsplan) een akoestisch goed woon‐ en leefklimaat kan worden gewaarborgd voor de beoogde woningen. De maatregelen bestaan uit een hogere geluidwering dan het minimaal vereiste uit het Bouwbesluit. Er is gekozen om hogere geluidniveaus op de toekomstige gevels daarmee aanvaardbaar te achten. Aanvullende (niet‐akoestische) overwegingen daarbij zijn:  

 

Toekomstige bewoners kiezen er bewust voor om naast een bestaand sportcomplex wonen, enige bekendheid met en aanvaarding van de situatie ligt dan voor de hand. Tijdens gesprekken met de huidige omwonenden is niet naar voren gekomen dat er nu overlast van geluid wordt ervaren vanwege het voetbalveld, terwijl globaal gezien vergelijkbare geluidbelastingen optreden als ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen. Juist in de periode eind mei tot eind augustus wordt er in de zomerstop niet gevoetbald en getraind. In die (vakantie)periode zijn mensen meer buiten en zullen geen hinder ondervinden van sportgeluid. Naast de ruimtelijke geluidafweging speelt de mogelijke belemmering van de voetbalvereniging een rol. Omdat het Activiteitenbesluit van toepassing is, zijn de maatgevende geluidbronnen uitgesloten van beoordeling. Milieutechnische belemmering is daarom niet aan de orde. In de ruimtelijke afweging kan dit een rol spelen. De afwegingsruimte wordt onder de Omgevingswet verruimd. De instructieregels van het Bkl die na invoering van de Omgevingswet moeten worden gevolgd, maken dat het plan juist onder de Omgevingswet goed uitvoerbaar is (bredere afweging dan alleen geluid).

4.6.3 Conclusie Als gevolg van de beoogde ontwikkeling worden geen bedrijven belemmerd en ter plaatse van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon‐ en leefklimaat. Als extra borging is ter plaatse van het meest westelijke woonvlak een specifieke bouwaanduiding opgenomen, waarmee wordt geborgd dat de karakteristieke geluidwering van de naar de sportvelden gerichte gevels ten minste 25 dB(A) bedraagt.

4.7

Externe veiligheid

4.7.1 Beleid en normstelling Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:  bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid;  vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn.

62/139

De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Beleidsvisie Externe Veiligheid Gemeenten Hoeksche Waard De beleidsvisie heeft tot doel de risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen, tot een vereist en aanvaardbaar minimum te beperken. Daarbij vormt dit document een instrument om het gewenste beleid voor de verschillende risicobronnen vast te leggen. Hiervoor wordt aandacht besteed aan de beheersing van de risico’s die gepaard gaan met het gebruik, de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen en het vervoer ervan (zoals LPG of ammoniak) over de weg en door buisleidingen. De aandachtsgebieden hebben betrekking op de omgang met risicovolle bedrijven, het transport van gevaarlijke stoffen, externe veiligheid in relatie tot de ruimtelijke ordening en risicocommunicatie. Hierdoor ontstaat er een samenhang tussen beleid en uitvoering. De aanpak van externe veiligheid is geen statisch geheel, maar vraagt om een dynamische benadering. 4.7.2 Onderzoek Overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, vindt er in de omgeving van het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor, de weg, het water of door buisleidingen.

Wel bevindt het plangebied zich in het invloedsgebied en de toxische effectafstand van risicovolle inrichting Van Iperen B.V. Het betreft een groothandel in bestrijdingsmiddelen en kunstmeststoffen waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen. Het plangebied is niet gelegen in de PR 10‐6‐contour van de inrichting. Voor de inrichting is een QRA uitgevoerd welke in de professionele risicokaart te vinden is. Hieruit blijkt dat het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde is gelegen. Doordat het invloedsgebied groot is, bevindt heel Klaaswaal zich hierin en is de aanwezige populatie in het invloedsgebied groot. Door de beoogde ontwikkeling zal het groepsrisico niet significant stijgen en boven de oriëntatiewaarde uitkomen. Er kan worden volstaan met een beknopte verantwoording. Beleidsvisie Externe Veiligheid Gemeenten Hoeksche Waard Uit de visie wordt de voorwaarde gesteld dat er binnen het plaatsgebonden risico (de 10‐6/jaar contour) geen kwetsbare objecten geplaatst mogen worden. Hier wordt aan voldaan. Tevens moet elke verandering van het groepsrisico, feitelijk elke verandering van de risicobron en/of het aantal personen /kwetsbare objecten binnen het invloedsgebied van een risicovolle inrichting of transportroute, worden verantwoord.

Hiermee worden externe veiligheidsrisico's vroeg in het planproces betrokken, worden bewuste keuzes en afwegingen gemaakt, wordt de besluitvorming verbreed en kunnen maatregelen op de agenda worden gezet. Dit om risico's te beperken, zelfredzaamheid te verhogen en de mogelijkheden van de hulpdiensten te bevorderen. De verantwoording waarin de hiervoor genoemde aspecten worden behandeld wordt hierna gegeven. Hiermee wordt voldaan aan de Beleidsvisie Externe Veiligheid Gemeenten Hoeksche Waard.

63/139

Beknopte verantwoording Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten via de Burgemeester Korstanjestraat en Kreupeleweg. Deze wegen sluit aan op het verdere wegennetwerk van Klaaswaal. Tevens wordt er een calamiteitenontsluiting op de Oud‐Cromstrijensedijk Oostzijde aangelegd. Het wegennetwerk biedt vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Het gedegen netwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie zullen 120 woningen gerealiseerd worden. De aanwezige kinderen en ouderen worden gezien als verminderd zelfredzame personen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten.

Als gevolg van een incident met toxische stoffen bij een risicovolle inrichting geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Hiermee worden de aanwezigen beschermd tegen de blootstelling aan toxische gassen. Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. Ook het personeel dient geïnformeerd te worden over de verschillende risico's bij een incident. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings‐ en alarmeringssysteem (WAS). Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaal pakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL‐Alert en het gebruik van sociale media. 4.7.3

Conclusie

Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied en de toxische effectafstand van risicovolle inrichting Van Iperen B.V.. Door de grote afstand, het groepsrisico dat niet boven de oriëntatiewaarde is gelegen en het grote invloedsgebied waardoor de beoogde ontwikkeling een geringe effect heeft op het groepsrisico kan er worden volstaan met een beknopte verantwoording. In de beknopte verantwoording is op de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied ingegaan. De veiligheidssituatie zal met de beoogde ontwikkeling niet significant verslechten en wordt als aanvaardbaar gezien. Verder zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen aanwezig. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

64/139

4.8

Kabels en leidingen

4.8.1 Toetsingskader Rond planologisch relevante leidingen dient rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden (belemmeringenzones). 4.8.2

Onderzoek en conclusie

De beoogde woningen die met dit bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt komen in de buurt van de bestaande 50kV‐hoogspanningslijn Dordrecht Zuid – Klaaswaal te staan. De hoogspanningslijn hangt dichtbij het perceel aan de Oud‐Cromstrijensedijk Oostzijde in Klaaswaal. In opdracht van Novaform Vastgoedontwikkelaars B.V. zijn de specifieke magneetveldzones berekend voor de 50kV‐hoogspanningslijn Dordrecht Zuid ‐ Klaaswaal tussen mast 57 en mast 60. De magneetveldzone is het gebied rondom een hoogspanningslijn waar de langdurig gemiddelde magneetveldsterkte gelijk is aan of groter is dan 0,4 microtesla (op 1 meter boven maaiveld). Deze dienen te worden berekend ten behoeve van een bestemmingsplanprocedure. De specifieke magneetveldzones zijn berekend en gerapporteerd volgens de vigerende handreiking versie 4.1 van het RIVM [1]. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 8 bij deze toelichting op het bestemmingsplan. De resultaten uit het onderzoek zijn als volgt: De specifieke magneetveldzones op 1 meter boven maaiveld van de 50kV‐hoogspanningslijn Dordrecht Zuid – Klaaswaal zijn weergegeven in tabel 4.7. Tabel 4.7: Magneetveldzones tussen mast 57 en mast 60 van de 50kV‐hoogspanningslijn Dordrecht Zuid ‐ Klaaswaal MAGNEETVELDZONE

AFSTAND AAN BEIDE KANTEN VAN DE HOOGSPANNINGSLIJN

TUSSEN MAST 57 EN 58

35 meter

TUSSEN MAST 58 EN 59

35 meter

TUSSEN MAST 59 EN 60

35 meter

Daarmee heeft de specifieke magneetveldzone van de hoogspanningslijn een overlap met perceel 1 (zie Figuur 4.9). Het gehele plangebied valt binnen de vrijwaringszone straalpad, hiervoor is de dubbelbestemming overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan.

65/139

Figuur 4.9 Berekende hoogspanningslijn en perceelgrens

4.9

Bodemkwaliteit

4.9.1

Toetsingskader

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. 4.9.2

Onderzoek en conclusie

Bodemtype De bodem bestaat volgens de bodemkaart uit kalkrijke poldervaaggronden van zware zavel (kaartcode Mn25A). Dit zijn schor‐ en gorsgronden die zijn ontstaan als gevolg van opslibbing.

66/139

Milieukundige kwaliteit In opdracht van Rho Adviseurs is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Oud‐Cromstrijensedijk 44 te Klaaswaal. Door middel van een verkennend milieukundig bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. De volledige rapportage van dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 9 bij de toelichting op dit bestemmingsplan. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de volgende conclusies vastgesteld:  De bovengrond bevat plaatselijk sporen van aardewerk, baksteen en hout (boring 01, 02, 05, 06, 08, 26, 27, 31, 33) of is zwak baksteenhoudende;  Plaatselijk is visueel asbestverdacht materiaal op het maaiveld en zeer plaatselijk in de grond (boring 26) aangetroffen;  Visueel is één voormalig gedempte sloot teruggevonden. Aangezien bodemvreemde bijmengingen zijn aangetroffen, wordt aangenomen dat deze sloot niet met gebiedseigen grond gedempt is. Echter is deze sloot hooguit licht verontreinigd met enkele zware metalen en PAK;  De bovengrond is licht verontreinigd met koper, kwik en enkele bestrijdingsmiddelen;  De ondergrond is licht verontreinigd met nikkel;  Het grondwater is licht verontreinigd met barium en nikkel.

Gelet op de onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijding van de betreffende achtergrondwaarden (grond) en streefwaarden (grondwater) dient de hypothese 'onverdacht' voor de onderzoekslocatie formeel te worden verworpen. Echter, de gemeten waarden zijn dermate gering dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van deze stoffen in de bodem op het perceel, onzes inziens, niet noodzakelijk is. Op basis van onderhavig uitgevoerd onderzoek is een beeld verkregen van de chemische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Belemmeringen inzake de aanvraag van een omgevingsvergunning worden op basis van tot heden verkregen onderzoeksresultaten niet voorzien. Wel dient rekening te worden gehouden met een asbest‐bodemonderzoek teneinde de risico's ten gevolge van eventueel aanwezig asbest in de bodem te verifiëren / in kaart te brengen. Aanbevelingen Voorafgaand aan de herontwikkeling van deze locatie dient een verkennend asbestonderzoek conform de NEN‐5707 richtlijnen te worden uitgevoerd. Mogelijk volgt daaruit dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en dient deze te worden gesaneerd. Verkennend asbestonderzoek In opdracht van Ontwikkelcombinatie Novaform Hooghwerff is door Van Santen Advies op 28 oktober 2021 een asbestinventarisatie uitgevoerd op de locatie Oud‐Cromstrijensedijk OZ 44B, C te Klaaswaal.

De volledige rapportage van dit onderzoek is opgenomen in bijlage 10 bij deze toelichting op het bestemmingsplan. De conclusies uit deze rapportage luiden als volgt:  Het onderzoek betreft enkel het maaiveld;  Tussen het hoge gras en de begroeiingen heeft steekproefsgewijs onderzoek plaatsgevonden. Op deze wijze is het gebied ingekaderd.  Geadviseerd wordt om de asbesthoudende stukjes en brokjes op korte termijn te verwijderen.

67/139

In navolging van dit verkennend asbestonderzoek is door J en R Milieudiensten B.V. in november 2021 het gehele aangegeven werkgebied middels handpicking nagelopen en zijn de asbesthoudende stukjes en brokjes van het maaiveld verwijderd. Na de handpicking is er een vrijgave van het terrein afgegeven. Conclusie Gelet op bovenstaand onderzoek staat het aspect bodemkwaliteit het vaststellen van voorliggend bestemmingsplan niet in de weg. Wel dienen de aanbevelingen op te worden gevolgd voor een verdere planuitwerking.

4.10 Cultuurhistorie en archeologie Beleidskader Gemeente Hoeksche Waard heeft voor de periode 2019 – 2023 integraal erfgoedbeleid vastgesteld om de identiteit van het grondgebied te versterken. Dit is verwoord in de erfgoednota en de erfgoedverordening van gemeente Hoeksche Waard. De gemeente ziet ons erfgoed als inspiratiebron voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en als leerbron voor toekomstige generaties. Het behoud, beleven en benutten van erfgoed ziet de gemeente als wenselijke ontwikkeling in relatie tot het behoud van diversiteit en identiteit van dorpen en streken. Het in stand houden van het erfgoed en het uitdragen (het verhaal (door)vertellen) geeft het streekeigen erfgoed een economische waarde die zich als toeristisch‐recreatief product terugbetaalt en een positieve invloed heeft op het vestigingsklimaat. 4.10.1 Cultuurhistorie Het plangebied maakt geen onderdeel uit van cultuurhistorisch waardevol gebied. 4.10.2 Archeologie Bureau onderzoek In opdracht van Rho adviseurs heeft IDDS Archeologie in april 2021 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied aan de Oud‐Cromstrijensedijk OZ 44b‐d in Klaaswaal. De rapportage van dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 11 bij deze toelichting op het bestemmingsplan.

De doelstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Het plangebied lag vanaf het begin van het Holoceen in een getijdengebied. De mariene afzettingen uit deze periode behoren tot het Laagpakket van Wormer van de Formatie van Naaldwijk. Deze bedekken de oudere Pleistocene afzettingen, die in het plangebied worden verwacht vanaf een diepte van ongeveer ‐8 m NAP. De top van het Laagpakket van Wormer wordt verwacht op ca. ‐5 m NAP. De archeologische verwachting van zowel de Pleistocene afzettingen als het Laagpakket van Wormer is onbekend, aangezien deze zich dusdanig diep bevinden dat ze in deze regio zelden worden aangetroffen. In het plangebied liggen deze afzettingen dieper dan 4 m ‐mv, waardoor ze bij de herinrichting tot woonwijk niet zullen worden verstoord.

68/139

Vanaf 4500‐4000 voor Chr. zorgde de vorming van een gesloten strandwallensysteem langs de kust voor grootschalige veenvorming. In de Hoeksche Waard werd het veen vanaf het begin van de ijzertijd bewoond, waardoor het op de gemeentelijke verwachtingenkaart een middelhoge verwachting heeft gekregen. Bij eerder archeologisch onderzoek ongeveer 195 m ten westen van het plangebied was de top van het Hollandveen overal geërodeerd. Het is niet bekend of dat in het plangebied ook het geval is. In het plangebied wordt de top van het Hollandveen verwacht tussen ‐2 en ‐3 m NAP. Ten opzichte van het maaiveld is dat een diepte van minimaal 1,7 m. Vanaf de Late Middeleeuwen kreeg het plangebied te maken met inbraken vanuit zee. Hierbij ontstonden kreken, waaronder waarschijnlijk het krekensysteem van de Klaaswaaltje Kreek dat een kaart uit 1618 nog aanwezig is en ook op de hoogtekaart herkenbaar is. Aan de Kerkstraat in Klaaswaal is wat laatmiddeleeuws aardewerk aangetroffen dat een indicatie zou kunnen zijn dat de oevers van het Klaaswaaltje mogelijk al voor de bedijking bewoond waren. Zowel op de hoogtekaart als op de kaart uit 1618 lijkt in het plangebied geen sprake te zijn van een kreekloop met oevers, waardoor de kans op bewoning hier klein wordt geacht. In 1539 werd het gebied ingepolderd.

Uit het historisch kaartmateriaal blijkt dat het plangebied sinds de inpoldering een agrarisch landgebruik heeft gehad. De oudste bewoning stamt uit het einde van de 19e of het begin van de 20e eeuw. De archeologische verwachting voor de Nieuwe tijd wordt daarom laag ingeschat. Conclusie bureauonderzoek Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek adviseert IDDS Archeologie om in het voor het plangebied op te stellen bestemmingsplan de vrijstellingsgrens voor archeologie, die in de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente op 30 cm onder maaiveld ligt, bij te stellen naar ‐1,5 m NAP. Op deze manier wordt een ruime marge van 0,5 m aangehouden tot de verwachte diepte van de top van het veen. Indien bij de herinrichting van het plangebied tot woonwijk bodemingrepen gepland zijn die dieper reiken dan ‐1,5 m NAP dan wordt geadviseerd om een verkennend booronderzoek uit te voeren, gericht op het bepalen van de exacte diepte van de top van het veen en de mate van intactheid daarvan. De gemeente Hoeksche Waard neemt het advies van IDDS niet over, de archeologische waarde blijft Waarde – Archeologische verwachting middelhoog.

4.11 Duurzaamheid 4.11.1 Toetsingskader Hoeksche Waard Energieneutraal 2040 De ambitie van de Hoeksche Waard is om in 2040 100% energieneutraal te zijn. Hiermee legt de Hoeksche Waard de lat hoger dan de landelijke ambitie (in 2050 energieneutraal). Om gericht stappen in deze richting te zetten is de 'Energievisie Hoeksche Waard 2016‐2020' opgesteld in nauwe samenwerking met ondernemers en maatschappelijke organisaties in de Hoeksche Waard. De Energievisie gaat uit van de Trias Energetica. Tot slot zijn er twee belangrijke neveneffecten. Het gezamenlijk inzetten op besparing en opwekking van energie biedt volop kansen voor de lokale economie (bouwsector, agrarische sector en biobased economy) om daarvoor met oplossingen te komen. Het sturen op innovatie is daarbij belangrijk. Daarnaast wordt met Marketing & Educatie de Hoeksche Waard meer op de kaart gezet als duurzame regio. Beginnen bij de jeugd draagt bij aan bewustwording bij ouders en zorgt tevens voor een ander handelen door deze jeugd over 10 jaar.

69/139

Naast de Energievisie is er ook een 'Regionaal Uitvoeringsprogramma Energievisie 2016‐2020' opgesteld. De Energievisie is in dit Uitvoeringsprogramma uitgewerkt tot concrete activiteiten voor de jaren 2016‐2020. Een aantal van deze activiteiten is het afgelopen jaar en begin 2017 al in gang gezet. Met dit Uitvoeringsprogramma worden deze activiteiten gestructureerd en zichtbaar gemaakt. Daarnaast starten wij op basis van dit uitvoeringsprogramma diverse nieuwe activiteiten. Voor het Uitvoeringsprogramma en de Energievisie is input verzameld van het maatschappelijk middenveld en vanuit het Regionale Raadsledenoverleg (ROHW). Het Uitvoeringsprogramma wordt elk jaar opnieuw bekeken of het nodig is om het te actualiseren om op deze manier per jaar projecten uit te voeren die actueel, (financieel)haalbaar en marktgericht zijn. Elke activiteit wordt in dit uitvoeringsprogramma toegelicht en bestaat uit de onderdelen; resultaat, planning, kosten en status. 4.11.2 Onderzoek Klimaatadaptatie De klimaat adaptieve ecologische openbare ruimte speelt in op de gevolgen van klimaatverandering en vergroot de leefbaarheid voor de gebruikers. Daarbij sluit het aan bij de ambities van de gemeente Hoeksche Waard wat betreft klimaatadaptatie. In de klimaat adaptieve openbare ruimte wordt onder andere rekening gehouden met waterberging, terugdringen van verharding en het creëren van schaduwspots.

Volgroeide bomen geven een openbare ruimte een volwassen uitstraling, en bieden daarnaast verschillende voordelen ten opzichte van jonge aanplant. De kwalitatief hoogwaardige fruitbomen in het plangebied zullen daarom waar mogelijk worden ingepast in de nieuwe situatie. Door bij de nieuwe aanplant te kiezen voor klimaat adaptieve boomsoorten welke beter bestand zijn tegen overtollig water en/of droogte is de openbare ruimte beter voorbereid op extreem weer. Door bomen te selecteren welke een volle kroon hebben, kunnen koelspots gecreëerd worden in de openbare ruimte. Deze koelspots verlagen de temperatuur en kunnen in de zomermaanden aangename verblijfsplekken opleveren voor intensiever gebruik ervan. Gebouwen Voor woningen valt te denken aan bovengrondse hemelwaterafvoer en het dak te gebruiken als vijfde gevel ten bate van duurzame oplossingen. Door de toepassing van goed georiënteerde daken is optimale opbrengst uit zonnepanelen en/of zonnecollectoren mogelijk. Daken zonder installaties worden ingericht ten behoeve van het innovatief omgaan met water en/of groen. Voor de duurzaamheid zal voldaan worden aan de geldende bouwbesluit normen en daar waar de oriëntatie goed is kunnen extra zonnepanelen worden aangeboden. Natuurinclusiviteit Per woning zal een natuurinclusieve maatregel worden ingepast in het plan.

Een voorbeeld hiervan is het benutten van de gevels voor nestkasten voor vleermuizen en vogels, ter versterking van de biodiversiteit. Ook het landschap zal natuurinclusief worden ingericht, om zo een positieve bijdrage aan de biodiversiteit te leveren. Voorbeelden hiervan zijn het gebruik van natuurlijke oevers, verschillende typen landschappen te creëren en het gebruik van planten, bloemen.

70/139

4.12 Vormvrije m.e.r.‐ beoordeling 4.12.1 Beleid en Normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan‐m.e.r.‐plichtig, project‐m.e.r.‐plichtig of m.e.r.‐beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.‐beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG‐richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.‐beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.‐beoordeling.  Voor de ontwerp‐bestemmingsplanfase moet een m.e.r‐beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

 Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.‐beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.‐beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.‐beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. 4.12.2 Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.‐beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 120 woningen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.‐beoordeling' noodzakelijk is. Deze vormvrije m.e.r.‐beoordeling is opgenomen in Bijlage 13. Voor de bijlagen van deze vormvrije m.e.r.‐beoordeling wordt verwezen naar de bijlagen bij dit bestemmingsplan. Voorafgaand aan de ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan zal het college van B&W van de gemeente Hoeksche Waard (op basis van een m.e.r. aanmeldnotitie) besluiten dat er geen MER‐procedure doorlopen hoeft te worden.

71/139

72/139

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische regeling

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de planregels. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen:  Inleidende regels;  Bestemmingsregels;  Algemene regels;  Overgangs‐ en slotregels.

5.2

Inleidende regels

In dit hoofdstuk zijn diverse begrippen verklaard, die in de regels zijn opgenomen. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde bepalingen en regelingen. Daarnaast is in hoofdstuk 1 het artikel ‘wijze van meten’ opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden.

5.3

Bestemmingsregels

De bestemmingsregels bevatten de regels die specifiek gelden voor de bestemmingen zoals opgenomen op de verbeelding van dit bestemmingsplan. Artikel 3 Groen De grotere structurele groenstroken zijn bestemd als Groen. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan met een maximale bouwhoogte van 5 meter. Tevens zijn speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen (waaronder afvalvoorzieningen) en voet‐ en fietspaden binnen de bestemming Groen toegestaan. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt een langzaamverkeersverbinding beoogd met een calamiteitenroute, zo wordt de verbinding voor voetgangers en fietsers verkort en is het plangebied via twee routes te bereiken voor hulpdiensten. Hiervoor is de functieaanduiding 'calamiteiten ontsluiting' opgenomen. Artikel 4 Verkeer De belangrijkste wegen binnen het plangebied hebben de bestemming Verkeer gekregen. Binnen deze bestemming zijn naast wegen, tevens de openbare ruimten en de parkeer‐ en groenvoorzieningen toegestaan. Zo ontstaat de gewenste flexibiliteit van groen, verkeer en parkeren in het woongebied. Binnen de bestemming zijn tevens nutsvoorzieningen (waaronder afvalvoorzieningen en voet‐ en fietspaden toegestaan. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan met een maximale bouwhoogte van 5 meter.

Artikel 5 Water De geplande en bestaande watergangen in het plangebied zijn bestemd voor Water. Binnen de bestemming zijn slechts bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan met een maximale hoogte van 3 meter.

73/139

Artikel 6 Wonen De bestemming Wonen is opgenomen voor alle 120 woningen in het plangebied. Ten aanzien van het bouwen zijn woningen vrijstaand, in rij, twee‐aaneen gebouwde en benedenbovenwoningen toegestaan. Daarnaast is ook één appartementengebouw met een maximale goot‐ en bouwhoogte van 10 meter met maximaal 25 appartementen toegestaan. De overige goot‐ en bouwhoogte zijn aangegeven op de verbeelding. Verder bevat de regeling specifieke gebruiksregels ten aanzien van strijdig gebruik en aan‐huis‐verbonden beroepen. Tevens is er een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om een bed & breakfast toe te staan. Mantelzorg is eveneens mogelijk via een afwijkingsbevoegdheid. Binnen deze bestemming zijn naast wegen, tevens de openbare ruimten en de parkeer‐ en groenvoorzieningen toegestaan. Zo ontstaat de gewenste flexibiliteit van groen, verkeer en parkeren in het woongebied. Er is een minimaal percentage voor groen, water en speelvoorzieningen opgenomen. Ten minste 30% van het totale plangebied moet worden ingericht als groen, water en speelvoorzieningen. Ten minste 10% van de gronden dient te worden ingericht als water. Deze 10% maakt onderdeel uit van de eis van 30%. Artikel 7 Leiding ‐ Hoogspanningsverbinding Het bebouwen van deze gronden ten behoeve van de secundaire bestemming is uitsluitend toegestaan als deze van niet ingrijpende betekenis en niet van invloed is op de leiding.

Burgemeester en wethouders winnen hiervoor, met het oog op een zorgvuldige voorbereiding van het besluit, advies in bij de leidingbeheerder, voordat ze beslissen op het verzoek om vrijstelling. Artikel 8 Waarde – Archeologische verwachting middelhoog Op basis van het archeologische beleid van de Hoeksche Waard is aan het plangebied een dubbelbestemming toegekend. Met deze dubbelbestemming wordt geregeld dat er uitsluitend werken en werkzaamheden uitgevoerd mogen worden, nadat is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden aangetast. Artikel 9 Waterstaat ‐ Waterkering Het bebouwen van deze gronden ten behoeve van de secundaire bestemming is uitsluitend toegestaan als hiervoor vrijstelling is verleend door burgemeester en wethouders. Vrijstelling wordt verleend als de waterstaatsbelangen hierdoor niet onevenredig worden geschaad. Burgemeester en wethouders winnen hiervoor, met het oog op een zorgvuldige voorbereiding van het besluit, advies in bij de waterbeheerder, voordat ze beslissen op het verzoek om vrijstelling.

5.4

Algemene regels

In de algemene regels zijn aanvullende regels opgenomen met betrekking tot bouwen. Daarnaast bevatten de algemene regels afwijkingsregels en wijzigingsregels.

74/139

Artikel 10 Antidubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Artikel 11 Algemene bouwregels In dit artikel is bepaald dat de in het bestemmingsplan gegeven aanduidingsgrenzen, aanduidingen en bestemmingsregels, voor ondergeschikte bouwdelen mogen worden overschreden. Het gaat om onder andere stoepen en balkons, die met 1,5 meter mogen uitsteken. Tevens is een bepaling opgenomen op grond waarvan bestaande bouwwerken die met een omgevingsvergunning zijn opgericht mogen worden gehandhaafd. Verder is opgenomen dat de regels uit de Bouwverordening, voor zover ze over dezelfde onderwerpen gaan als het bestemmingsplan, buiten beschouwing blijven, behalve voor onderwerpen zoals de bereikbaarheid, het bouwen bij leidingen, de ruimte tussen bouwwerken en de parkeergelegenheid. Artikel 12 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn regels ten aanzien van aanduidingen opgenomen die over meerdere bestemmingen liggen.

Invoorliggend plan hebben deze regels betrekking op de zones Veiligheidszone ‐ hoogspanningsverbinding en Vrijwaringszone ‐ straalpad rondom de hoogspanningsverbinding. Artikel 13 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn regels opgenomen voor het desgewenst in geringe mate afwijken en overschrijden van maten en bouwgrenzen, zoals die in de bestemmingsregels zijn aangegeven. Aan de overschrijding zijn randvoorwaarden gekoppeld. Artikel 14 Algemene wijzigingsregels In dit artikel zijn wijzigingsregels opgenomen voor het desgewenst overschrijden van bestemmingsgrenzen met ten hoogste 3 meter en het vergroten van bouwvlakken met ten hoogste 10%, indien dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Artikel 15 Overige regels In de overige regels is in artikel 15.1 Voldoende parkeergelegenheid geregeld dat bij een nieuw bouwwerk of verandering van een bouwwerk wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op basis van de Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de parkeernormen.

5.5

Overgangs‐ en slotregels

In artikel 3.2.1 Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. In de slotregel wordt de citeerwijze van de regels van het bestemmingsplan voorgeschreven.

75/139

76/139

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Indien een bestemmingsplan een bij Algemene Maatregel van Bestuur aangewezen (Besluit ruimtelijke ordening) bouwplan mogelijk maakt en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient op basis van artikel 6.12 Wro (tegelijkertijd met de vaststelling van een bestemmingsplan) een exploitatieplan te worden vastgesteld. In afwijking van deze regel kan de gemeenteraad bij een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen, in bij Algemene Maatregel van Bestuur aangegeven gevallen of indien:  het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of de vergunning begrepen gronden anderszins verzekerd is;  het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is, en  het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Voor de beoogde ontwikkeling wordt een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemers. Binnen deze overeenkomst zijn afspraken gemaakt over het kostenverhaal. Daarmee is de financiële uitvoerbaarheid 'anderszins' verzekerd en wordt de economische haalbaarheid tevens aangetoond.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Participatie

Ten behoeve van de ontwikkeling van de woonbuurt Blom Klaaswaal is een Communicatie‐ en participatie plan opgesteld. Het Communicatie‐ en participatie plan d.d. september 2021 is opgenomen in bijlage 12bij deze toelichting. Hieronder volgt een samenvatting van het doorlopen traject. Verkenning wensen en eisen met de Gemeente en de inwonerswerkgroep Wonen en Voorzieningen De ontwikkelaar is al enige tijd in gesprek met de Gemeente en de inwonerswerkgroep 'Wonen en Voorzieningen' over het nieuwbouwproject Blom. De werkgroep is in het najaar van 2019 gevormd tijdens de bijeenkomst 'Klaaswaal Centraal' en bestaat uit inwoners uit Klaaswaal. Voetbalvereniging SSS is ook vertegenwoordigd in deze werkgroep. De werkgroep is een aantal keer bij elkaar gekomen om te praten over de stedenbouwkundige plannen, verkennen van mogelijkheden, inrichting van de openbare ruimte en groen, de voetbalvereniging en de volkstuintjes. Dit heeft geleid tot een stedenbouwkundig ontwerp. Inloopavond Het stedenbouwkundig ontwerp is gepresenteerd aan de inwoners van Klaaswaal op een openbare inloopavond. De direct omwonenden zijn voorafgaand aan deze avond geïnformeerd over de voortgang en hebben de kans gekregen vooruitlopend op de inloopavond 1 op 1 met de ontwikkelaar in gesprek te gaan. Een aantal direct omwonenden heeft daarvan gebruik gemaakt.

Tijdens de inloopavond zijn de bezoekers geïnformeerd over de exacte locatie, het proces, een aantal stedenbouwkundige thema's en is het ontwerp gepresenteerd. Er zijn ca. 140 bezoekers geweest.

77/139

Ideeënbus Op de inloopavond zijn mensen in de gelegenheid gesteld om in een ideeënbus de wensen en suggesties achter te laten. 32 mensen hebben hiervan gebruikt gemaakt. Veel opmerkingen gaan over de toekomstige woningbouw en woonwensen, verder zijn er veel suggesties / opmerkingen voor de openbare ruimte zoals groen, water en speel‐ en ontmoetingsplekken. Er zijn ook zorgen geuit over de realisatie van een skatebaan. Veel mensen vinden de gekozen opzet van de autoluwe groene openbare ruimte centraal in het plan een mooie en wenselijke opzet. Over de ontsluiting / bouwontsluiting van de nieuwbouw via de bestaande Burg. Korstanjestraat zijn zorgen geuit. Omdat voor een flexibel bestemmingsplan is gekozen hebben veel opmerkingen vooral betrekking op de uitwerking van het ontwerp. Met de verdere uitwerking van de plannen zal zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de aangeleverde wensen en suggesties. Woonwensen enquête Op de projectwebsite https://www.blom‐klaaswaal.nl/ is een woonwensen enquête uitgezet om een beter beeld te krijgen bij de woonbehoefte van de verschillende doelgroepen. Met de verdere uitwerking van de plannen zal zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de resultaten van deze woonwensen enquête.

Inrichting openbare ruimte Voor de inrichting van de openbare ruimte zullen er nog participatie momenten volgen met de gemeente, het Waterschap, de inwonerswerkgroep Wonen en Voorzieningen, direct omwonenden en toekomstige bewoners. 6.2.2 Wettelijk overleg op grond van artikel 3.1.1 Bro. Het concept ontwerpbestemmingsplan wordt toegezonden aan de overlegpartners in het kader van het wettelijk overleg op grond van artikel 3.1.1 Bro. 6.2.3

Ontwerpbestemmingsplan

De formele bestemmingsplanprocedure start met het ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Eenieder kan binnen deze periode een zienswijze indienen.

78/139

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Omgevingskwaliteitsvisie Blom Klaaswaal

81/139

82/139

OMGEVINGSKWALITEITSVISIE BLOM - KLAASWAAL Hoeksche Waard 23 november 2021

AANLEIDING & DOEL Inleiding Voor u ligt de Omgevingskwaliteitsvisie voor de ontwikkeling van Blom in Klaaswaal. Blom ligt ten oosten van de voetbalvereniging SSS, temidden van de woonkern van Klaaswaal met verschillende voorzieningen. Door verschillende uitbreidingingsopgaves is Klaaswaal in de afgelopen decennia grootendeels in een cirkelbeweging rondom de voetbalvereniging gegroeid. Het voorliggende plan met woningbouwontwikkeling trekt de bestaande wijk de Bongerd door naar het zuiden. De planning is om binnen dit gebied circa 120 woningen te ontwikkelen in een bijzondere en groene omgeving, aansluitend op bestaande groenstructuren en kwaliteiten in de directe omgeving. Wonen in Blom is wonen in een groen, dorps woongebied met voorrang voor kinderen, voetgangers en fietsers. Aanleiding De planontwikkeling voor Blom in Klaaswaal is in volle gang. Nu de architectonische en landschappelijke uitwerking van het plan aanstaande zijn is er behoefte aan kwaliteitsborging. De tijd van blauwdrukken met klassieke beeldkwaliteitsplannen ligt echter achter ons. Een ander soort document is nodig, voorsorterend op de aankomende Omgevingswet. In de Omgevingswet stelt de overheid dat het voor draagvlak belangrijk is om als belanghebbende invloed uit te kunnen oefenen op initiatieven.

De meeste van deze initiatieven spelen op buurtniveau en die belangen dienen meegenomen te worden in de planvorming en dat is breder dan alleen de uitstraling van de gebouwen of openbare ruimte. Daarnaast krijgen ook toekomstige bewoners meer invloed op hun nieuwe fysieke leefomgeving, dit vraagt om flexibiliteit in de planvorming. Met dit alles in het achterhoofd is er behoefte aan kwaliteitsborging van de betrokkenen gedurende het ontwikkel- en realisatieproces.

De Projectgroep, met daarin een stedenbouwkundig supervisor, heeft een toetsende rol voor bebouwing en openbaar gebied. Daarnaast heeft het team een adviserende rol in de zin dat, indien een plan niet voldoet aan de kwaliteit en ambitie van dit Kwaliteitsdocument, advies wordt gegeven hoe het plan zo kan worden aangepast dat de geambieerde kwaliteit wél wordt behaald. Toetsingskader is de voorliggende Visie Omgevingskwaliteit.

Kaderkaart Ondersteunend aan de kernkwaliteiten is in dit document een Kaderkaart opgenomen. De globale inrichting van de openbare en collectieve ruimte is hierin opgenomen. De verkeersroutes en het maximaal aantal parkeerplaatsen in de openbare ruimte zijn hiermee geborgd en tevens is er ruimte gereserveerd voor opgaand groen. De Kaderkaart is het ruimtelijk raamwerk, het laat ruimte voor de architectonische uitwerking van gebouwen, en is een verdere uitwerking van de bestemmingsplankaart.

De Omgevingskwaliteit visie benoemt gezamenlijk gedragen observaties, conclusies, doelstellingen en uitgangspunten voor het inrichten en programmeren van Klaaswaal Blom. De Omgevingskwaliteitsvisie kijkt verder dan het beeldkwaliteitsplan, het gaat bijvoorbeeld ook over gezondheid en gebruiksgemak. Dit document schrijft niets voor, maar dient als inspiratie, motivatie, geeft richting gedurende de verdere ontwikkeling en het borgt de beoogde ambities. Zes Kwaliteiten Door niet uit te gaan van een vast blauwdrukplan maar te kiezen voor kernkwaliteiten kunnen we onszelf spelregels meegeven en tegelijkertijd flexibiliteit inbouwen. Iedere kernkwaliteit zal een uitwerking krijgen in een apart hoofdstuk. In dit document zijn zes kernkwaliteiten opgenomen: 1. Klaaswaal als één dorp 2. Landelijk dorps wonen 3. Eigentijds slim bouwen 4. Klimaatbestendigheid & inrichting openbare ruimte 5. Innovatieve duurzaamheidstoepassingen 6. Een goed proces integreert de kwaliteiten

1 - KLAASWAAL ALS ÉÉN DORP 2 - LANDELIJK DORPS WONEN 3 - EIGENTIJDS SLIM BOUWEN 4 - KLIMAATBESTENDIGHEID & INRICHTING OPENBARE RUIMTE 5 - INNOVATIEVE DUURZAAMHEIDSTOEPASSINGEN 6 - EEN GOED PROCES INTEGREERT DE KWALITEIT

2

3

1 - KLAASWAAL ALS ÉÉN DORP Nieuwbouw aan de rand van het dorp maar voor het hele dorp

Leven aan de dijk De dijken zijn voor de Hoeksche Waard wat de kathedralen zijn voor grote Europese steden, namelijk cultuurdragers. De dijken spelen een belangrijke rol in het dagelijks leven. Er staan woningen op en onderaan de dijk maar ook het recreatief netwerk loopt over de dijk. De dijk mag geen barrière worden in het dorp maar moet een verbindend element zijn.

Geconstateerd kan worden uit de ontwikkelgeschiedenis van Klaaswaal dat het dorp parallel aan de dijken ontstaan is en vervolgens om de voetbalvelden heen gekruld is. Om van Klaaswaal een compact en hecht verbonden dorp te maken moet de cirkel rond worden gemaakt met goede oost-west verbindingen. Voor de stedenbouwkundige structuur moeten deze oost-west en noord-zuid verbindingen worden opgenomen in het plan. Misschien kunnen sommige verbindingen nu nog niet gerealiseerd worden maar de stedenbouw moet hier op inspelen.

1900

1950

1970

4

“Klaaswaal als dorp groeit organisch en breidt concentrisch uit. In de komende jaren moet het dorp weer tot één geheel worden gemaakt.“

2019

5

Rondje met het hondje Ondanks dat Klaaswaal midden in het landschap ligt is dat landschap maar moeilijk toegankelijk. De bewoners van Klaaswaal genieten vooral van dat landschap als uitzicht. Het is belangrijk dat het mogelijk wordt om een rondje te kunnen wandelen in het dorp. Iets wat we in de tijd van Covid-19 meer zijn gaan waarderen. In de planontwikkeling moet dit rondje opgenomen worden in de structuur van het dorp. In het bestaande dorp zijn de watergangen en het groen al een goede basis voor het wandelrondje. A Rondje kern Klaaswaal: Voor de wandelronde in Klaaswaal dorp moet er een oost-west verbinding gerealiseerd worden om aan de zuidzijde het wandelrondje compleet te maken. Eventueel kan deze route tijdelijk ook op de Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde komen te liggen. B Rondje rondom Klaaswaal: Aan de oostzijde zou een wandelpad door het landschap onderzocht moeten worden. Tussen de Kreupeleweg en de Oud-cromstrijensedijk Oostzijde C Rondje buitengebied Klaaswaal: Vroeger was er een informeel wandelpad dat de Oud-Cromstrijensedijk westzijde met de Dansersweg verbond. Dit pad terugbrengen zou een goede verbetering zijn van de leefomgeving.

Tennisvereniging Klaaswaal

C

Chr Basisschool de Vliet

B

Kindcentrum de Blieken

Voetbalvereniging SSS

Voorstraat

Zwembad Het Centrum

A

6

7

2 - LANDELIJK DORPS WONEN Goed wonen - huisje boompje beestje De basisgedachte van het uitbreidingsplan is dat de bewoners hier goed kunnen wonen. Een landelijke sfeer van wonen in een klein dorp. De woningdichtheid ligt rond de dertig woningen per hectare en er is veel ruimte voor groen en water. Door de autoluwe opzet van de wijk met een groen/blauw raamwerk in het hart ontstaat er ook een hechtere sociale gemeenschap. Door de aaneengesloten hoogwaardige openbare ruimte met sport en spelelementen worden de buurtbewoners uitgenodigd elkaar te ontmoeten. Dat de dorpsuitbreiding gepositioneerd wordt op de huidige boomgaard moet terug te lezen zijn in de wijk en mag niet

8

worden vergeten. In de openbare ruimte moeten elementen van de boomgaard meegenomen en gebruikt worden in het ontwerp. Dat kan bijvoorbeeld zijn door een aantal bomen te behouden en of door het thema van fruitbomen te gebruiken in de keuze voor de bomen. Goed wonen vertaald zich voor de verkaveling naar woningen met tuinen maar ook naar de mogelijkheid om thuis te kunnen werken. Een goede oriëntatie op de zon, voor zowel de woning als de buitenruimte is belangrijk. In het geval van grondgebonden woningen met een tuin op het noorden zou dat bijvoorbeeld kunnen resulteren in een tweede buitenruimte op het zuiden.

Groen en water Het wonen in een landelijke setting betekent ook dat er veel ruimte is voor water en groen. Centraal in het plan komt een brede watergang in het verlengde van de Burgemeester Korstanjestraat watergang. Deze nieuwe watergang is niet recht als een kanaal maar kent een natuurlijkere inrichting zoals de authentieke kreken in de Hoeksche Waard. Een aantal knotwilgen horen hier ook bij. Deze watergang is de

ruggengraat van het plan. De openbare ruimte richt zich daarom naar deze watergang en staat er haaks op zodat er overal in het plan zicht is op de watergang. Centraal in het plan is er ook ruimte voor recreatief groen. Er is ruimte voor natuurlijk spelen voor verschillende leeftijden in de groenstroken haaks op de watergang. Hier is ook ruimte om informeel te voetballen op het gras en er is ruimte voor ecologische beplanting.

9

PROEFVERKAVELING

Parkeerbalans

10

11

Kindvriendelijke wijk, ogen op openbare ruimte Goed wonen in Klaaswaal betekent ook dat de woonwijk kindvriendelijk is ontworpen. De auto infrastructuur ligt aan de buitenrand van de wijk zodat kinderen niet de straat over hoeven te steken om bij de speelplaats te komen. Kindvriendelijk betekent ook dat er vanuit de woningen goed

zicht is op de openbare ruimte. Speelplaatsen voor jonge kinderen liggen in het midden van de wijk. Oudere kinderen willen zich wat meer afzonderen van het ouderlijk toezicht daarom ligt deze speelplaats aan de rand van de wijk. Het spelen in de wijk is naast de formele speelplek ook vooral informeel. Deze spelaanleidingen zijn natuurlijk vormgegeven en dienen een dubbeldoel zoals waterberging.

De hagen in de wijk zijn gemengde, groenblijvende hagen, zoals de Meidoorn, Sleedoorn, Veldesdoorn en Olijfwilg.

Haag laag Haag hoog (achter voorgevel rooilijn) begroeiingshek met groen (achtertuin) voorzijde woningen

Tuinen met hagen In het plan Blom komt een rijke wereld aan hagen. Op de overgang tussen privé en openbaar gebied komen overal hagen. Hiervoor wordt ruimte gereserveerd in de verkaveling zodat zijtuinen altijd een haag kunnen krijgen. Hagen worden uitgevoerd als stevige haag, bijvoorbeeld voorzien van een begeleidende ondersteuning, hetzij een hekwerk of paal&draad. Door hagen mee te ontwerpen met de kavels, verschillende hoogtes toe te passen van circa 1 meter hoog aan de voorzijde van de woningen en 1,8 meter hoog aan de achterzijde, ontstaat een rustig en groen straatbeeld wat de kwaliteit van de openbare ruimte verhoogt. Het combineren van verschillende soorten groenblijvende hagen kan daarnaast stimulerend werken voor de biodiversiteit.

12

20% Meidoorn, 20% Sleedoorn 20% Veldesdoorn 40% Olijfwilg

3 - EIGENTIJDS SLIM BOUWEN Biobased bouwen

Betaalbaar, bijzonder en exclusief (10% alternatieve woontypes) 20-40-40 Kenmerkend voor een dorp is de mix aan bewoners die allemaal iets samen delen. Het combineren van verschillende types woningen in verschillende prijsklassen maakt het een aantrekkelijke omgeving om te wonen. In Blom komen exclusieve woningen met grote percelen maar er is ook aandacht voor de betaalbaarheid en starters/senioren woningen. Voor alle doelgroepen wordt gebouwd.

Groene daken

Natuurinclusief bouwen

Combinatie zonnepanelen met antraciete pannen Losmakelijke innovative installaties Innovative toepassingen verduurzamen de woningen en hebben een positieve invloed op de omgeving. Door installaties losmakkelijk toe te passen kan makkelijker worden ingespeeld op ontwikkelingen en nieuwe innovaties.

Nestkasten

Verzaagde meerpalen

Begroeide gevel

Mossedum op platte daken

Circulaire bakstenen

Duurzaam & circulair - zichtbaar circulair Duurzaamheid en circulariteit laten zich vertalen naar zichtbare elementen in de architectuur en kavels. Op deze manier kan niet alleen bewustwoording worden gecreërd, maar straalt het ook trots uit naar de omgeving. Hierbij kan worden gedacht aan geïntegreerde zonnepanelen, het gebruik van hout en circulaire bakstenen en waterberging op kavels door middel van de afkoppeling van regenwater.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11732585/1