CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Project Herontwikkeling Alcazar ontwerp 2 Toelichting

Oordeelsvormende vergadering 6 september 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Groeneweg 16 Puttershoek21.268 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Conclusie Het beoogd initiatief is in lijn met de Omgevingsvisie Hoeksche Waard. 3.4.4

Welstandsnota

De gemeente Binnenmaas heeft in 2010 een welstandsnota opgesteld die gebruikt wordt als toetsingskader voor een bestemmingsplan. Op grond van de verordening van de gemeente Hoeksche Waard 2019 is deze welstandsnota nog steeds van kracht. In de welstandsnota is aangeven wanneer een bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Puttershoek is aangeduid als knooppuntnederzetting. Op basis van de welstandsnota behoren de dorpskern en de haven tot de bijzondere welstandsgebieden van de gemeente, waar specifieke gebiedscriteria van toepassing zijn. Het plangebied ligt aan de rand van het dorp en derhalve gelden hier de algemene criteria. Relatie tot plangebied De beoogde woningen worden ontworpen als passend binnen het landschappelijk karakter. De uitstraling en situering van de woningen zullen nader worden afgestemd met gemeente (en welstandscommissie), waarbij de stedenbouwkundige kwaliteit van nieuwbouwplannen akkoord dient te worden bevonden. 3.4.5

Erfgoedbeleid 2019-2023

Gemeente Hoeksche Waard heeft voor de periode 2019 – 2023 integraal erfgoedbeleid vastgesteld om de identiteit van het gebied te versterken. Gemeente Hoeksche Waard ziet het erfgoed als inspiratiebron voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en als leerbron voor toekomstige generaties. Het behoud, beleven en benutten van erfgoed ziet zij als wenselijke ontwikkeling in relatie tot het behoud van diversiteit en identiteit van dorpen en streken. Het in stand houden van het erfgoed en het uitdragen (het verhaal (door)vertellen) geeft het streekeigen erfgoed een economische waarde die zich als toeristisch-recreatief product terugbetaalt en een positieve invloed heeft op het vestigingsklimaat. Om een goede invulling te geven aan de komende Omgevingswet is het belangrijk om het karakteristieke cultuurlandschappelijk erfgoed in kaart te brengen en te waarderen. Gemeente Hoeksche Waard werkt daarom aan het maken van een 'Cultuurhistorische Waardenkaart Hoeksche Waard', die alle waarden van het cultuurlandschap bij elkaar zal brengen in één overzicht. In deze waardenkaart zullen de volgende thema's worden opgenomen: 1. Beschermde gezichten

26

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Project Herontwikkeling Alcazar 2. 3. 4. 5.

Cultuurlandschappelijk erfgoed Historische Geografie Archeologie Gebouwd erfgoed

Relatie tot plangebied Hoewel de Cultuurhistorische Waardenkaart momenteel nog niet te raadplegen is, kunnen de thema's al wel beschouwd worden. De Hoeksche Waard is aangemerkt als 'Nationaal Landschap' (hoewel dit geen formele status meer heeft). Het 'Nationaal Landschap Hoeksche Waard' wordt gevormd door haar polders, dijken, dorpen met herkenbare zichtlijnen, monumentale bomen, kreken en de 'Binnenbedijkte Maas'. In gemeente Hoeksche Waard zijn geen van Rijkswege beschermde stads- en dorpsgezichten aanwezig. Binnen het plangebied van onderhavig bestemmingsplan zijn bovendien geen rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of monumentale bomen aanwezig. Het archeologische erfgoed is in beeld gebracht door archeologisch onderzoek (zie § 4.1). In § 4.3 wordt nader ingegaan op het aspect cultuurhistorie. Geconcludeerd kan worden dat het beoogd initiatief in lijn is met het Erfgoedbeleid 2019-2023.

Toelichting (ontwerp)

27

bestemmingsplan Project Herontwikkeling Alcazar

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk zullen de verschillende omgevingsaspecten nader worden beschreven en toegelicht. Opgemerkt wordt dat het deel van het plangebied ten zuiden van de Groeneweg, ter plaatse van het parkeerterrein, conserverend is opgenomen in dit bestemmingsplan. De betreffende gronden zijn in de huidige situatie reeds verhard en blijven in de toekomstige situatie verhard. Er zijn geen grondroerende werkzaamheden beoogd. Het gaat hier planologisch gezien enkel om wijziging van een functieaanduiding voor openbare parkeergelegenheid en actualisatie van de wijze van bestemmen. Er worden geen nieuwe functies mogelijk gemaakt. Aangezien hier geen wijzigingen plaatsvinden die gevolgen hebben voor ruimtelijke- en milieuaspecten, is dit deel van het plangebied bij het onderzoeken van de diverse milieuaspecten buiten beschouwing gelaten. Voorliggend hoofdstuk heeft derhalve betrekking op het deel van het plangebied ten noorden van de Groeneweg, waar woningbouw beoogd is.

4.1

Archeologie

Het Verdrag van Valletta was geïmplementeerd in de Monumentenwet 1988 en de Wet op de monumentenzorg, tot de inwerkingtreding van de Erfgoedwet op 1 juli 2016. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is een primair gemeentelijke opgave. In het proces van ruimtelijke ordening moet tijdig rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor de overweging van archeologievriendelijke alternatieven. Rijk, provincies en gemeenten (laten) bepalen welke archeologische waarden bedreigd worden bij ruimtelijke plannen. Tijdens de voorbereiding van deze plannen is (vroeg)tijdig archeologisch (voor)onderzoek belangrijk. De keuze voor een andere bouwlocatie voorkomt de verstoring van belangrijke bodemvondsten. Als dit geen optie is, bestaat de mogelijkheid om binnen de bouwlocatie zelf naar een archeologievriendelijke aanpak te streven. In het uiterste geval wordt een archeologische opgraving uitgevoerd. Relatie tot plangebied Conform het vigerend bestemmingsplan kent het plangebied archeologische waarde.

Er is derhalve een archeologisch onderzoek uitgevoerd door BAAC, welke is opgenomen als Bijlage 2 bij voorliggende toelichting. Hieruit blijkt het volgende. In het Laagpakket van Walcheren kunnen resten van funderingen, putten en dergelijke verwacht worden die zijn te relateren aan de bebouwing met erf uit de nieuwe tijd. Voor het overige geldt de verwachting zoals die tijdens het eerder uitgevoerde bureauonderzoek is opgesteld. Voor alle bebouwde locaties geldt een hoge verwachting op het aantreffen van resten van boerderijen, bijgebouwen en/of waterstaatkundige objecten uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Voor de bebouwde gebieden met funderingen/kelders die dieper reiken dan 1 m -mv geldt voor deze periode een lage verwachting. Ter plekke van het gesloopte pand uit de jaren '30 van de vorige eeuw worden ondanks de diepere sloopgeralateerde verstoringen tot 1,38 m -mv nog wel resten van een kelder verwacht. In de mariene (wad- of kwelderafzettingen) en een fluviatiel kleilaagje kunnen sporen uit de Romeinse tijd zijn bewaard. Deze zullen dan voorkomen vanaf circa 0,85 m -mv tot 1,7 m -mv.

BAAC adviseert daarom de sloop van de bestaande bebouwing vanaf 1 m -mv archeologisch te begeleiden en in bepaalde onbebouwde zones een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) proefsleuvenonderzoek uit te voeren, met als doel eventuele resten uit de nieuwe tijd op te sporen. Voorafgaand aan het proefsleuvenonderzoek en een archeologische begeleiding dient een (door het bevoegd gezag goedgekeurd) Programma van Eisen te worden opgesteld, waarin de eisen waaraan het onderzoek dient te voldoen, zijn vastgelegd. De noodzaak tot een proefsleuvenonderzoek is echter nog afhankelijk van de bouwwerkzaamheden en eventuele verstoring van de ondergronden. De eerste vervolgstap is dan ook het opstellen van een Plan van Aanpak, zodra het definitieve bouwplan beschikbaar is. Daaruit zal blijken in hoeverre het nader

28

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Project Herontwikkeling Alcazar proefsleuvenonderzoek nodig is. Alvorens te starten met bodemverstorende activiteiten of de daarop voorbereidende activiteiten, dient het archeologisch advies te worden beoordeeld door de bevoegde overheid. Dubbelbestemming archeologie In voorliggend bestemmingsplan worden de dubbelbestemmingen voor archeologie overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan, waardoor archeologische waarden worden beschermd en veiliggesteld middels verankering in de planregels. De dubbelbestemmingen uit het vigerend bestemmingsplan zijn gebaseerd op de gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. Op de beleidsadvieskaart wordt onderscheid gemaakt in een aantal gebieden met verschillende verwachtingswaarden. In onderhavig plangebied is 'hoge archeologische verwachting' (basisveen en meandergordels: voor plangebieden waarvan de bodemverstoring een oppervlak van minder dan 100 m2 beslaat hoeft geen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd), 'middelhoge archeologische verwachting' (voor plangebieden waarvan de bodemverstoring een oppervlak van minder dan 500 m2 beslaat hoeft geen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd) en 'archeologische verwachting middelhoog 1' (in de hele Hoeksche Waard geldt een diepte van de ingreep van 50 centimeter als grens voor het wel of niet moeten uitvoeren van onderzoek) van toepassing.

Om bouwtoestemmingen te verkrijgen, zal moeten worden aangetoond dat archeologische waarden voldoende zijn onderzocht. De gemeente neemt dan een selectiebesluit, aan de hand van de stukken die worden ingediend bij de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

4.2

Bodem

Voor bodem en bodemverontreiniging is de Wet bodembescherming (Wbb) inclusief de aanvullende besluiten leidend. In de Wbb wordt een algemeen beschermingsniveau ingesteld voor de bodem ten aanzien van het voorkomen van nieuwe verontreiniging van de bodem. De Wbb geeft regels voor bodemverontreiniging, waarvan sprake is als het gehalte van een stof in de grond of in het grondwater de voor die stof geldende streefwaarde overschrijdt. Of een verontreiniging acceptabel is, hangt af van de aard van de verontreiniging en van de bestemming van de gronden. Relatie tot plangebied Het plangebied wordt getransformeerd naar een woonbestemming. Derhalve is bodemonderzoek uitgevoerd (Bijlage 3 bij voorliggende toelichting). Uit het onderzoek is gebleken dat sprake is van verontreiniging, maar dat de herontwikkeling van de locatie naar wonen haalbaar wordt geacht. Geconcludeerd wordt dat voor de wijziging van het bestemmingsplan geen beperkingen zijn, de bodemkwaliteit is hiervoor afdoende in kaart gebracht. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan. Afhankelijk van de nadere uitwerking van het beoogde gebruik, zal (in het kader van de aanvraag bouwvergunning) de omvang van de vervolgstappen bepaald worden en zal de bodem geschikt gemaakt worden voor het beoogde gebruik.

De bodemkwaliteit is voldoende onderzocht om de woonfunctie planologisch toe te staan.

Toelichting (ontwerp)

29

bestemmingsplan Project Herontwikkeling Alcazar

4.3

Cultuurhistorie

Vanuit een ontwikkelingsgerichte visie op de omgang met cultuurhistorie werden in 1999, in de Nota Belvedère, beleidsmaatregelen voorgesteld die tot een kwaliteitsimpuls bij de toekomstige inrichting van Nederland zouden moeten leiden. Doelstelling van de nota is om de alom aanwezige cultuurhistorische waarden sterker richtinggevend te laten zijn bij de inrichting van Nederland. Dit met als doel het aanzien van Nederland aan kwaliteit te laten winnen en tegelijkertijd de onderlinge samenhang van cultuurhistorische waarden op het terrein van de archeologie, gebouwde monumenten en historische cultuurlandschap te versterken. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is een primair gemeentelijke opgave. De Erfgoedwet is een voorloper op de Omgevingswet, welke naar verwachting in 2022 in werking treed. Erfgoedverordening gemeente Hoeksche Waard Zoals toegelicht in § 3.4.5, is de Cultuurhistorische Waardenkaart voor gemeente Hoeksche Waard nog niet te raadplegen. Wel beschikt gemeente Hoeksche Waard over een Erfgoedverordening 2019 welke duidelijke richtlijnen biedt.

Artikel 21 (hoofdstuk 8) van deze Erfgoedverordening gaat in op de inhoud van bestemmingsplannen met betrekking tot cultuurhistorie. Hieruit blijkt dat in de toelichting op een bestemmingsplan ten minste dient te worden opgenomen: 1. Een beschrijving van de bovengrondse cultuurhistorische waarden of monumenten in het plangebied; 2. Een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige bovengrondse cultuurhistorische waarden of monumenten rekening is gehouden; 3. In voorkomende gevallen, een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het plan begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied. Relatie tot plangebied Ten aanzien van punt 1 en 2 wordt opgemerkt dat in het plangebied geen bovengrondse cultuurhistorische waarden in het plangebied aanwezig zijn. De bestaande bebouwing heeft geen monumentale status. Op de gemeentelijke Bomenlijst (waarop de monumentale bomen en andere beschermingswaardige bomen in de gemeente worden vermeld) is te zien dat geen monumentale of andere beschermingswaardige bomen op de projectlocatie aanwezig zijn. Ten aanzien van punt 3 kan worden opgemerkt dat archeologische waarden van de in het plan begrepen gronden zijn toegelicht in paragraaf 4.4 Archeologie.

Verder wordt opgemerkt dat de hoeve aan Groeneweg 18 is aangewezen als Rijksmonument (Hoeve “Bouwlust”: hoeve met hoog, pannen schilddak en IJsselstenen gevels, waarin twaalf en twintig ruitsschuiframen. Gevelsteen: 1828). Deze hoeve grenst aan het plangebied, maar maakt er geen onderdeel van uit. Het voormalige erf met grindpad van Hoeve Bouwlust is vanuit cultuurhistorisch oogpunt een aanknopingspunt, gezien de relatie met het voormalige gebruik van de hoeve. De nieuw beoogde woningen in het voorgenomen plan, zullen minder dicht op de hoeve aan Groeneweg 18 gerealiseerd worden, dan het huidige pand van Alcazar (welke zal worden gesloopt ten behoeve van de ontwikkeling). De hoeve is onderdeel van het bebouwd gebied en feitelijk is daardoor sprake van een verbetering van de situatie. Monumentale waarden zijn dan ook niet in het geding. Met deze cultuurhistorische waarde in het aangrenzende gebied is aansluiting gezocht in het ontwerp voor onderhavig plangebied. De Groeneweg kenmerkt zich door grote kavels met (vrijstaande) woningen die eraan gelegen zijn. Met de sloop van Alcazar en de inpassing van de woningen is de uitstraling richting de Groeneweg samen met de hoeve eenduidig.

Waar de hoeve met zijn voorzijde nu op de zijkant van het Alcazar gebouw aansluit, zal de boerderij in de nieuwe situatie middels een circa 3 meter breed pad in het verlengde van de voordeur aangesloten worden op de ontwikkeling. Hierdoor komt, ten opzichte van de huidige situatie, het gevoel van het vroegere erf meer tot uiting. Door de positionering van de nieuwe woningen, wordt vanaf de nieuw aan te leggen weg bovendien hier het zicht op de voorzijde van de boerderij gegarandeerd. Aan de noordoostzijde van het kavel wordt de boerderij

30

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Project Herontwikkeling Alcazar eveneens ontsloten middels een in-/uitrit. Het kavel van de hoeve is zodoende aan verschillende zijden verbonden aan de ontwikkeling. Ten noorden van de hoeve is, langs de nieuw aan te leggen weg met parkeermogelijkheid, een afscherming met groene bomen en beplanting voorzien. Hier wordt gezocht naar een invulling met zoveel mogelijk streekeigen beplanting. De groene beplanting zal een afscherming vormen tussen de hoeve en de nieuwbouw. De zuidzijde van de hoeve (aan de Groeneweg) heeft in de huidige situatie over de volledige breedte een groene (beuken)haag, deze wordt in het nieuwe plan doorgetrokken om te zorgen voor uniformiteit. De nieuwbouw zoekt tevens in materiaalgebruik geen sterk contrast met de hoeve, maar vindt juist op een subtiele, hedendaagse wijze aansluiting. Materialisering van de nieuwbouw vindt zijn aansluiting bij de hoeve met de ingetogen kleurstelling van het metselwerk en keramisch pannendak, subtiele details, verbijzondering bij de voordeuren en zoekt aansluiting bij de verhouding van de gevelopeningen. Het ontwerp bevat elementen die terug te vinden zijn in het monument. Tot slot kan worden opgemerkt dat de historische context van de locatie doorleeft in het plan, door de naamgeving Alcazar voor het herontwikkelingsproject en bestemmingsplan te handhaven.

Het partycentrum en restaurant Alcazar is lange tijd een begrip geweest in Puttershoek en omstreken. Mogelijkheden om dit thema te laten voortbestaan in het nieuwe plan worden zo veel mogelijk meegenomen. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan en er zal in de toekomst een verbeterde situatie optreden met betrekking tot dit aspect.

4.4

Externe veiligheid

De externe veiligheid wordt bepaald door aanwezigheid van gevaarlijke stoffen (productie, gebruik, opslag en vervoer) in en rond het projectgebied. Veiligheidsafstanden tussen activiteiten met gevaarlijke stoffen en (beperkt) kwetsbare objecten moeten ervoor zorgen dat bij een eventuele calamiteit het aantal dodelijke slachtoffers beperkt blijft. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen en kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kantoren (b.v.o. kleiner dan 1500 m2), winkels, horeca en parkeerterreinen. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste toetsingskader. Hierin zijn bijvoorbeeld grenswaarden en oriënterende of richtwaarden opgenomen voor het zgn. plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Daarnaast is er specifieke wetgeving voor de opslag van vuurwerk en munitie, het Vuurwerkbesluit (2002, herziening 2004). Voor transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden waarmee het verplicht wordt transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd vast te leggen in het bestemmingsplan.

Verder is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van belang (Bevb) voor onder andere hogedruk aardgastransportleidingen. Aan de andere kant is het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Gemeentelijk beleid In gemeente Hoeksche Waard is bovendien de "Beleidsvisie Externe Veiligheid 2015" (van de voormalige gemeenten in Hoeksche Waard) van kracht. De beleidsvisie externe veiligheid is opgebouwd uit drie delen: een visiedocument, een basisdocument en een werkdocument. Het eerste deel betreft de beleidsvisie die bestemd is voor het bestuur. Het tweede deel (het basisdocument) bevat de actuele stand van zaken met betrekking tot externe veiligheid en is van belang voor de vakinhoudelijke specialisten. In het derde deel wordt het werkprogramma voor de komende jaren gepresenteerd. Dit deel is gericht op de uitvoerende afdelingen binnen het ambtelijke apparaat. Ruimtelijk beleid en externe veiligheid Het ruimtelijke beleid en externe veiligheid beleid dienen dus goed te worden afgestemd. Een ruimtelijke onderbouwing of toelichting is geen instrument om de mate van risico's te beheersen, maar is wel een schakel tussen het externe veiligheidsbeleid en ruimtelijke ordening. De risico's worden door twee factoren bepaald: de kans dat zich een ongeval voordoet en de effecten

Toelichting (ontwerp)

31

bestemmingsplan Project Herontwikkeling Alcazar van dat ongeval. Om te kunnen beoordelen wat wel en niet aanvaardbaar is, bestaan er twee risicomaten, namelijk het Plaatsgebonden Risico (PR) en het Groepsrisico (GR). Plaatsgebonden risico In artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen is een definitie opgenomen van het plaatsgebonden risico (PR). Het PR is het risico (uitgedrukt in kans per jaar) dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. In het besluit is een norm opgenomen voor het plaatsgebonden risico. Deze norm is een grenswaarde voor kwetsbare objecten en moet daarom door het bevoegde gezag in acht worden genomen (mag niet van worden afgeweken). De grenswaarde voor al dan niet geprojecteerde kwetsbare objecten is 10–6 per jaar. Voor al dan niet geprojecteerde beperkt kwetsbare objecten betreft dit een richtwaarde. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) gaat over de impact van een calamiteit met veel dodelijke slachtoffers tegelijk.

De officiële definitie van groepsrisico in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) luidt: 'de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is'. Het groepsrisico is geen norm, maar er geldt een verantwoordingsplicht. De onderdelen waar bij de verantwoording aandacht aan moet worden besteed staan beschreven in Bevi-artikel 12 voor Bevi-activiteiten en artikel 13 voor ruimtelijke plannen. Daarbij moet een vergelijking worden gemaakt met de oriëntatiewaarde. Dit is een richtwaarde waar het bevoegd gezag zich zoveel mogelijk aan moet houden, maar men mag hiervan wel goed onderbouwd afwijken. Relatie tot plangebied Voor de beoordeling van de risico's is de landelijke risicokaart geraadpleegd. Onderstaande afbeelding bevat een uitsnede hiervan. Risicobronnen zijn aangegeven in het rood, een eventuele PR-contour ligt met een zwarte stippellijn om de risicobron heen.

figuur 4.1 Uitsnede risicokaart projectgebied (bron:nederland.risicokaart.nl), plangebied ter plaatse van oranje ster

Uit de risicokaart blijkt dat in de nabijheid van het plangebied twee buisleidingen zijn gelegen: de aardgastransportleiding W507-01-KR ten noordwesten van het plangebied; en de rrp-l6 24" K1-leiding voor Crude-oil/nafta (Products Pipeline Pernis - Venlo, beheerd door N.V. Rotterdam-Rijn Pijpleiding Maatschappij) ten zuidwesten van het plangebied. De plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 reikt niet tot (de bouwvlakken voor) de beoogde woningen. Een deel van het plangebied (en daarmee een deel van de woningen) valt wel binnen de invloedsgebieden 1% letaal van de twee buisleidingen. Derhalve dient aandacht besteed te worden aan het groepsrisico ter hoogte van het plangebied. Overige veiligheidsaspecten zijn niet relevant voor het plangebied, behoudens de constatering dat het plangebied ligt in een gebied met overstromingsgevaar.

32

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Project Herontwikkeling Alcazar

Groepsrisicoverantwoording Vanwege de ligging in het invloedsgebied van de buisleidingen is het groepsrisico berekend. De onderzoeksresultaten zijn bijgevoegd als Bijlage 4 (aardgasleiding) en Bijlage 5 (K1-leiding) bij voorliggende toelichting. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat in de rapportages wordt uitgegaan van maximaal 73 woningen, verdeeld over een groter plangebied (inclusief de naastgelegen siertuin). Redelijkerwijs kan echter worden aangenomen dat de uitkomst voor de beoogde situatie met 67 woningen vergelijkbaar is en op sommige punten zelfs juist verbetert, omdat de onderzoeken uitgaan van één groot vlak en de siertuin relatief dichtbij één van de risicobronnen is gelegen. Uit de onderzoeksresultaten voor de aardgasleiding blijkt dat de ontwikkeling van de personendichtheid in het plangebied geen effect heeft op de hoogte van het groepsrisico, waardoor kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico in het bestemmingsplan. Uit de onderzoeksresultaten voor de K1-leiding blijkt dat het groepsrisico afneemt en in de bestaande en nieuwe situatie lager is dan 0,1 x de oriëntatiewaarde. De plaatsgebonden risicocontour valt voor een klein deel over het plangebied (zuidoostelijke hoek). Hier kunnen derhalve geen woningen worden gerealiseerd.

Om deze reden is op de verbeelding de PR-contour als “veiligheidszone-bevb” opgenomen, en planologisch gezien daarmee voorkomen dat dit kan worden gebruikt voor woningbouw. Een tuin wordt niet aangemerkt als (beperkt) kwetsbaar object, omdat anders dan in een woning personen daar niet dag en nacht verblijven. Verder geldt eveneens dat kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De rapportages vormen de getalsmatige onderbouwing (kwantitatief) ten behoeve van de beperkte verantwoording van het groepsrisico. Ten aanzien van de kwalitatieve onderbouwing van de beperkte verantwoording geldt dat, middels het bestuurlijk vooroverleg, advies is ingewonnen bij de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. Het adviesrapport is bijgevoegd als Bijlage 6 Adviesrapport omgevingsveililgheid (Veiligheidsregio ZHZ). In het kader van de beheersbaarheid en zelfredzaamheid bij genoemde scenario's adviseert de veiligheidsregio enkele maatregelen te nemen ter beperking van de risico's: Een deel van het plangebied ligt binnen het aandachtsgebied, maar buiten de house burning distance (HBD). De gebouwen zelf zullen niet in brand raken. Wel kunnen objecten in de gebouwen gaan branden. Echter is het niet nodig om aanvullende bouwkundige voorschriften tegen brand aan de gebouwen te eisen.

Om te kunnen schuilen en/of vluchten zullen in de omgeving voldoende maatregelen moeten worden getroffen. Ervaringen met het opvangen en afvoeren van hemelwater zijn bruikbaar voor bescherming van de omgeving tegen plasbranden. De maatregelen moeten er op gericht zijn om de eventueel vrije komende K1-vloeistof op te vangen in de veiligheidszone - leidingstrook van het bestemmingsplan Landelijk Gebied Binnenmaas. Indien dit kan worden gerealiseerd zijn bouwkundige maatregelen niet noodzakelijk. Met de maatregelen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden bij de verdere planuitwerking. De veiligheidsregio wil graag betrokken blijven bij het inrichtingsplan zodat de bereikbaarheid van de objecten en de bluswatervoorziening in het plangebied kunnen worden gewaarborgd. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Voor bluswatervoorziening wordt gedacht aan brandkranen op de waterleiding. Aan de hand van het (nog nader uit te werken) inrichtingsplan kan bepaald worden of de woningen voldoende bereikbaar zijn voor hulpverleningsdiensten. Uitgangspunt is de "Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019" (Brandweer Nederland, 2020).

Voor de eventueel vrijkomende K1-vloeistof, geldt dat ter plaatse van de veiligheidszone - leidingstrook van het bestemmingsplan Landelijk Gebied Binnenmaas reeds een bermsloot aanwezig is (parallel aan de Groeneweg). Dit kan deels gebruikt worden om de vrijkomende stoffen op te vangen en op die manier de verspreiding van brandbare vloeistoffen tegen te gaan, echter vanuit milieuoverwegingen heeft het de voorkeur om het naastgelegen parkeerterrein te gebruiken om eventueel vrijkomende stoffen op te vangen. Middels drempels in de veiligheidszone van de K1-vloeistof leidingenstrook kan een “opvangbak” gecreëerd worden. Middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van onderhavig Toelichting (ontwerp)

33

bestemmingsplan Project Herontwikkeling Alcazar bestemmingsplan is derhalve vastgelegd dat in deze zone een maatregel, gericht op het opvangen van eventueel vrijkomende K1-vloeistof, getroffen dient te worden voorafgaand aan de ingebruikname van de woningen in het plangebied. De exacte invulling van deze mitigerende maatregel wordt in overleg met de Veiligheidsregio nader uitgewerkt. Conclusie Gelet op de afstand tussen de risicobronnen en het plangebied, en met inachtneming van de mogelijkheden en voorgestelde maatregelen tot rampenbestrijding en zelfredzaamheid, geldt dat externe veiligheid geen belemmering vormt voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

4.5

Flora en fauna

Sinds 1 januari 2017 is één wet van toepassing die de natuurwetgeving in Nederland regelt: de Wet natuurbescherming. De wet ligt in de lijn van Europese wetgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Wet natuurbescherming Via de Wet natuurbescherming wordt de soortenbescherming en gebiedsbescherming geregeld. De soortenbescherming heeft betrekking op alle, in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten en op een honderdtal vaatplanten. Gebiedsbescherming wordt geregeld middels de Natura 2000-gebieden. Daarnaast kan de provincie ervoor kiezen om een gebied aan te wijzen als bijzonder nationaal natuurgebied- of landschap of als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Welke soorten planten en dieren wettelijke bescherming genieten, is vastgelegd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat, bij planvorming, uitdrukkelijk rekening gehouden moet worden met gevolgen, die ruimtelijke ingrepen hebben, voor instandhouding van de beschermde soort. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen.

Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. NNN is tevens opgenomen in het streekplan van de provincie. Indien het projectgebied in of in de nabijheid van het NNN gelegen is, verlangt de provincie een 'nee-tenzij-toets'. Wanneer in een vroeg stadium van een project duidelijk is (door het uitvoeren van een ecologisch onderzoek) dat een vvgb noodzakelijk is, valt te overwegen om een separate omgevingsvergunning 'natuur' aan te vragen. Relatie tot plangebied Soortbescherming Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een ecologische quickscan naar flora en fauna uitgevoerd door Buijs Eco Consult B.V. De rapportage is opgenomen als Bijlage 7 bij voorliggende bestemmingsplantoelichting. Middels een veldbezoek op 20 juni 2019, is beoordeeld in hoeverre rust- en/of verblijfplaatsen van beschermde soorten volgens de Wet natuurbescherming in het plangebied aanwezig zijn. Hierbij is het plangebied zowel uitpandig als inpandig (inclusief aanwezige zolders en kelder) onderzocht. De resultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel.

34

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Project Herontwikkeling Alcazar

Figuur 4.2: Conclusie onderzoeksresultaten quickscan flora en fauna (Tabel afkomstig uit ecologische quickscan p.10)

Met betrekking tot soortenbescherming gelden derhalve de volgende aandachtspunten: Op locatie zijn mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Om deze uit te sluiten dan wel vast te stellen is nader jaarrond onderzoek (volgens het vleermuisprotocol 2017) noodzakelijk. Op de planlocatie zelf zijn verder algemeen voorkomende soorten te verwachten. Voor ruimtelijke ontwikkelingen geldt voor deze soorten een provinciale vrijstelling. Door de (voorbereidings)werkzaamheden (sloop en kap) na het nader onderzoek en buiten het broed-/voortplantingsseizoen (15 maart t/m 15 juli) uit te voeren wordt invulling gegeven aan het principe van zorgvuldig handelen. Hiermee wordt voorkomen dat nesten van vogels worden verstoord. In- en uitpandig worden broedvogels tijdens het broedseizoen verwacht. Indien werkzaamheden wel in deze periode uitgevoerd moeten worden is het noodzakelijk om de werkzaamheden onder ecologische begeleiding uit te voeren. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden zal rekening gehouden worden met deze aspecten. Tevens is een nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd. Nader vleermuisonderzoek Om de aanwezigheid van (verblijfplaatsen) van vleermuizen uit te sluiten dan wel vast te stellen is nader jaarrond onderzoek uitgevoerd door Buijs Eco Consult B.V.. De rapportage is opgenomen als Bijlage 8 bij voorliggende toelichting.

Op de locatie is, tijdens het nader vleermuisonderzoek, meermaals de aanwezigheid van drie vleermuissoorten aangetroffen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. De gewone dwergvleermuis is een vooral object/gebouw bewonende soort. Van deze soort zijn tijdens de veldbezoeken echter geen verblijfplaatsen in het plangebied aangetroffen. De gewone dwergvleermuis is vooral langsvliegend waargenomen. Invliegers, uitvliegers en/of zwermen is in het plangebied niet waargenomen. Daarnaast is ook de ruige dwergvleermuis in en nabij het plangebied waargenomen (hoofdzakelijke boombewoners). Dit betreffen vermoedelijk migrerende exemplaren aangezien de waarnemingen voornamelijk in het najaar zijn gedaan (migratieperiode). De mogelijk te kappen en/of herplanten bomen en de bomen in de directe omgeving van het plangebied bevatten geen zichtbare gaten, kieren en scheuren en hierbij zijn geen in- en/of uitvliegers bij waargenomen. Wel worden deze bomen (net als het overig openbaar groen in de directe omgeving) gebruikt als vliegbegeleiding en incidenteel foerageergebied. Met mogelijke kap en/of herplanting van de

Toelichting (ontwerp)

35

bestemmingsplan Project Herontwikkeling Alcazar bomen gaat binnen het onderzoeksgebied geen essentieel foerageergebied en/of vliegroute verloren. Paarverblijfplaatsen (van gewone dwergvleermuis) zijn door middel van baltsroep wel aangetoond. Op basis van de locatie van de baltsroep, het in vlucht volgen van deze baltsende vleermuis (met warmtebeeldcamera) is het baltsen gerelateerd aan een paar-/zomerverblijf direct ten oosten van het plangebied. Omdat er geen vaste verblijfplaatsen of andere beschermde functies voor vleermuizen zijn vastgesteld kunnen de kap- en sloopwerkzaamheden (buiten het kwetsbaar broed/voortplantingsseizoen) zonder verdere beperking vanuit deze soort worden uitgevoerd. Een ontheffing soortbescherming Wet natuurbescherming is hierdoor niet aan de orde. Door de werkzaamheden buiten deze kwetsbare perioden uit te voeren wordt invulling gegeven aan het Zorgvuldig handelen principe. Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied, weidevogelleefgebied of in het NNN. De dichtstbijzijnde Natura-2000 gebieden zijn Oude Maas (circa 2 km) en Oudeland van Strijen (circa 2,9 km). Uit de ecologische quickscan blijkt dat de natuurgebieden hiermee op voldoende afstand tot het plangebied zijn gesitueerd.

Aangezien geen sprake is van werkzaamheden in Natura 2000 en/of NNN-gebied is kwaliteitsverlies dan wel versnippering van deze natuurgebieden als gevolg van de plannen niet aan de orde (directe significante effecten). Het aspect stikstofdepositie is in een separate rapportage behandeld, welke is opgenomen als Bijlage 9 bij voorliggende toelichting. Hieruit blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen indirecte significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie op de beschermde natuurgebieden heeft. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

4.6

Geluid

In het kader van de Wet geluidhinder moeten geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijk bepaalde normering als het gaat om de maximale geluidsbelasting op de gevels. De limitatieve lijst geluidsgevoelige gebouwen bestaat uit: woningen onderwijsgebouwen ziekenhuizen verpleeghuizen verzorgingstehuizen psychiatrische inrichtingen kinderdagverblijven. Op het moment dat een van bovenstaande functies ontwikkeld wordt, zal middels een geluidsonderzoek aangetoond moeten worden of er voldaan wordt aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde. Bovendien is het wenselijk om een aangenaam binnenklimaat te kunnen realiseren. Langs een (toekomstige) spoor- en verkeersweg en industriegebieden ligt een planologisch aandachtsgebied (de zone). Binnen deze zone biedt de Wet geluidhinder in een aantal situaties bescherming aan geluidsgevoelige bestemmingen. Het basisbeschermingsniveau of de voorkeursgrenswaarde voor woningen bedraagt 48 dB ten aanzien van wegen, 55 dB ten aanzien van spoorwegen en 50 dB ten aanzien van industriegebieden. Door middel van een hogere waarde kan door het bevoegd gezag een hogere geluidsbelasting worden toegestaan. Deze verhoging is mogelijk tot een maximaal toelaatbare waarde. De hoogte van deze maximaal toelaatbare waarde is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de ligging van de geluidsgevoelige bestemming in binnenstedelijk of buitenstedelijk gebied.

Voor woningen in stedelijk gebied bedraagt de maximale ontheffingswaarde 63 dB ten aanzien van wegen en 68 dB ten aanzien van spoorwegen. Voor industriegebieden bedraagt de maximale ontheffingswaarde 55 dB voor geprojecteerde woningen en 60 dB voor aanwezige of in aanbouw zijnde woningen.

36

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Project Herontwikkeling Alcazar

Indien gevelbelastingen boven deze ontheffingswaarde optreden is een geluidsgevoelige bestemming alleen mogelijk indien deze gevels doof worden uitgevoerd. Een blinde gevel, een dove gevel, een geluidsscherm dat bouwkundig is verbonden met het gebouw en de geluidswalzijde van geluidswalwoningen worden in de Wet geluidhinder namelijk specifiek benoemd als zijnde geen gevel. Op een gevel waarin geen te openen delen, zoals ramen, deuren en ventilatievoorzieningen zitten hoeft vanuit de Wet geluidhinder niet getoetst te worden. Relatie tot plangebied Omdat met voorliggend bestemmingsplan wordt voorzien in een nieuw planologisch kader voor de ontwikkeling van woningen, is akoestisch onderzoek noodzakelijk. Akoestisch onderzoek is uitgevoerd door Alcedo. Er zijn twee rapportages opgenomen als bijlage bij voorliggende toelichting (bedrijvigheid en wegverkeer). Onderzoeksresultaten bedrijvigheid Uit het onderzoek naar de akoestische inpasbaarheid ten opzichte van omliggende bedrijven en instellingen (Bijlage 10 bij voorliggende toelichting), blijkt dat richtafstanden voor geluid geen overlap hebben met het plan Alcazar. Alleen het stemgeluid van spelende kinderen op het buitenterrein van het ten westen gelegen zorgcentrum Maasheim zou mogelijk tot hinder kunnen leiden. Hiervoor is een indicatieve berekening uitgevoerd.

Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de nieuwe woningen binnen het plan vanuit het milieuaspect geluid geen extra belemmering voor het zorgcentrum Maasheim opleveren (de bestaande woningen op kortere afstand vormen al een belemmering). Met realisatie van nieuwe woningen binnen plan Alcazar komt de goede ruimtelijke ordening ten aanzien van het milieuaspect geluid niet in het gedrang. De omliggende bedrijven worden niet belemmerd in hun bedrijfsmatige activiteiten en ter plaatse van de nieuwe woningen zal sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Onderzoeksresultaten wegverkeerslawaai Uit het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (Bijlage 11 bij voorliggende toelichting) blijkt dat de geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai met uitzondering van 2 rekenpunten voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat in het akoestisch onderzoek wordt uitgegaan van maximaal 73 woningen. Echter zijn de bouwvlakken, bouwhoogtes en toetspunten voor de beoogde 67 woningen ongewijzigd ten opzichte van het eerder beoogde woningaantal van 73 woningen. Daarmee blijven de onderzoeksresultaten bruikbaar voor de beoogde ontwikkeling. De geluidsbelasting vanwege de 30 km/uur wegen voldoet aan de in het gemeentelijk geluidsbeleid gestelde voorwaarden.

Het treffen van verdergaande maatregelen aan de Groeneweg zelf of in de vorm van een afscherming wordt redelijkerwijs niet mogelijk geacht. Daarmee resteert het vaststellen van hogere waarden en het zorgen voor voldoende geluidswering zodat in de woningen sprake is van een aanvaardbaar binnenniveau. Voor 2 situaties binnen het plan dient een hogere waarde te worden aangevraagd bij de gemeente Hoeksche Waard: Rekenpunt 002: meest zuidelijk gelegen 2-onder 1 kap woning: 49 dB; Rekenpunt 073: bouwkavel C: 52 dB. Ter plaatse van deze nieuw te bouwen woningen wordt voldaan aan de in het gemeentelijk geluidsbeleid gestelde voorwaarde van een geluidsluwe gevel en een geluidsluwe buitenruimte. Voor de woningen waarvoor hogere waarden worden vastgesteld dient te worden aangetoond dat de gevelisolatie van de woningen voldoet aan de eisen conform afdeling 3.1 uit het Bouwbesluit. Conclusie Een hogere waardenbesluit voor 2 woningen in het plangebied vormt een randvoorwaarde voor de ontwikkeling. De benodigde hogere waarden worden aangevraagd. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

Toelichting (ontwerp)

37

bestemmingsplan Project Herontwikkeling Alcazar

4.7

Luchtkwaliteit

In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is de regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit vastgelegd. In artikel 5.16 is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan of het nemen van een projectbesluit, mogen uitoefenen wanneer sprake is van één van de volgende gevallen: a. Er is geen sprake is van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; b. De concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft ten minste gelijk; c. Het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; d. De ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). AMvB 'niet in betekenende mate' In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriële Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Sinds de verlening van derogatie door de Europese Unie en de inwerkingtreding van het NSL per 1 augustus 2009 is de definitie van NIBM een bijdrage van niet meer dan 3% aan de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2).

Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit. De 3%-norm is in de Regeling niet in betekenende waarde uitgewerkt in concrete voorbeelden, waaronder: woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitende weg en 3.000 woningen bij twee ontsluitende wegen kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen. Relatie tot plangebied Wat betreft de beoogde ontwikkeling, kan op basis van bovenstaande voorbeelden gesteld worden dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Er worden minder dan 1.500 woningen gerealiseerd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening, is het raadzaam voor beide locaties ook de heersende luchtkwaliteit in ogenschouw te nemen. De NSL-monitoringstool van Rijksoverheid laat de totale concentraties zien. Deze concentraties kunnen worden getoetst aan de grenswaarden.

Voor het plangebied worden de volgende gegevens voor stikstofdioxide en fijnstof getoond voor het dichtsbijzijnde rekenpunt (rekenpunt 15876612, gegevens september 2021): Stikstofdioxide NO2 (grenswaarde 40 µg/m3): 18,5 µg/m3 in 2020 13,5 µg/m3 in 2030 Fijnstof PM10 (grenswaarde 40 µg/m3): 17,6 µg/m3 in 2020 15,3 µg/m3 in 2030 Fijnstof PM2,5 (grenswaarde 25 µg/m3): 10,6 µg/m3 in 2020 8,6 µg/m3 in 2030 Hieruit kan geconcludeerd worden dat de luchtconcentraties ruim voldoen aan de gestelde grenswaarden, zowel in de huidige situatie als in de toekomst.

38

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Project Herontwikkeling Alcazar

De verwachting is niet dat de totale concentraties in betekenende mate zullen toenemen als gevolg van de beoogde ontwikkeling en bijbehorende verkeersaantrekkende werking. Daarmee is een goed woonen leefklimaat gewaarborgd. Conclusie Het milieuaspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

4.8

Milieuzonering

Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen is de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten opgesteld. Hierdoor wordt in een vroeg stadium bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden met de belangen van bedrijven en woningen. Zo wordt zoveel mogelijk voorkomen dat woningen hinder en gevaar ondervinden van bedrijven en dat bedrijven in hun milieugebruiksruimte worden beperkt door de komst van nieuwe woningen. Milieuzonering is een hulpmiddel bij ruimtelijke planvorming. Het is een instrument dat helpt bij het afwegen en verantwoorden van keuzes aangaande nieuwe woningbouw- en bedrijvenlocaties. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie. Het gaat hierbij om de milieuaspecten: geluid, geur, stof en gevaar, waarbij de belasting afneemt naarmate de afstand tot de bron toeneemt. In de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' zijn richtafstanden opgenomen voor een scala aan milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties. Hierbij worden richtafstanden gegeven per milieutechnisch aspect (geur, stof, geluid en gevaar), waarbij de grootste afstand bepalend is voor de indeling in een milieucategorie.

tabel 4.1 Richtafstanden bedrijven en milieuzonering

De richtafstanden zijn afgestemd op het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied (ingericht volgens het principe van functiescheiding). Zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat kan de richtafstand met één stap worden verlaagd indien sprake is van een omgevingstype gemengd gebied. In een gemengd gebied is sprake van een matige tot sterke menging van functies. Direct naast woningen komen bijvoorbeeld winkels, horeca en kleine bedrijven voor. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Relatie tot plangebied Voor het plangebied geldt dat er sprake is van een gemengd gebied, gezien de ligging direct langs de hoofdinfrastructuur (de Groeneweg, 50 km/u weg). Bovendien kan gesproken worden van matige menging van functies wanneer het plangebied in haar nabije omgeving bezien wordt. Ten zuidoosten van het plangebied zijn kantoren gevestigd en ten noordwesten bevindt zich een

Toelichting (ontwerp)

39

bestemmingsplan Project Herontwikkeling Alcazar maatschappelijke bestemming. Verder is reeds veel sprake van woonfuncties. De bedrijfsbestemmingen in de omgeving (>30 meter) zijn van een lage milieucategorie (1 of 2) die zich leent voor een gebied waar ook woningen aanwezig zijn. Aan de overzijde van de Groeneweg is rondom het parkeerterrein sprake van agrarische grond. Binnen deze agrarische bestemming is in de nabijheid geen bouwvlak opgenomen en het betreft geen agrarische inrichting met dieren. De gronden zijn bovendien niet in gebruik voor gewassen waar rekening gehouden dient te worden met een spuitzone. Hierdoor geldt geen grotere richtafstand voor deze agrarische gronden. Woningbouw past in het kader van bedrijven en milieuzonering goed in de omgeving. Het realiseren van extra woningen in het plangebied zorgt niet voor een belemmering in de bedrijfsvoering van aanwezige bedrijven. Vice versa geldt dat aanwezige bedrijven geen onaanvaardbare hinder veroorzaken voor toekomstige gebruikers van de woningen. Conclusie Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.

4.9

Verkeer en parkeren

In het kader van de planontwikkeling dient te worden bepaald wat de parkeerbehoefte is, welke verkeersgeneratie ontstaat als gevolg van de ontwikkeling en hoe de ontsluiting geregeld wordt. Dit om ongewenste dan wel onveilige parkeer- en/of verkeerssituaties tegen te gaan. In deze paragraaf worden voornoemde aspecten behandeld. Parkeren Voor het berekenen van de parkeerbehoefte wordt gebruik gemaakt van de kencijfers van CROW (kengetallen voor parkeernormen en met inachtneming van de aanwezigheidspercentages). De CROW normen zijn leidend, omdat de gemeente Hoeksche Waard momenteel niet beschikt over vastgesteld parkeerbeleid met eigen parkeernormen. De CROW kencijfers zijn opgenomen in de CROW-publicatie 381 "Toekomstbestendig parkeren: Van parkeerkencijfers naar parkeernormen" (dec 2018). Er wordt hierbij uitgegaan van de stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk' en stedelijke zone 'rest bebouwde kom'.

Op basis hiervan, gelden de volgende CROW parkeerkencijfers (bandbreedte) voor de volgende woningtypen: koop, huis, vrijstaand: 1,9 - 2,7 parkeerplaatsen per woning; koop, huis, twee-onder-een-kap: 1,8 - 2,6 parkeerplaatsen per woning; koop, huis, tussen/hoek: 1,6 - 2,4 parkeerplaatsen per woning; koop, appartement, duur: 1,7 - 2,5 parkeerplaatsen per woning; koop, appartement, middenduur: 1,5 - 2,3 parkeerplaatsen per woning; koop, appartement, goedkoop: 1,2 - 2,0 parkeerplaatsen per woning. NB: (aandeel bezoekers 0,3 pp per woning) Uit de regels behorende bij dit bestemmingsplan (zie artikel 18.1), vloeit voort dat bij indiening van de omgevingsvergunning voor bouwen getoetst moet worden of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid (voorwaardelijke verplichting). Dit betekent dat bij elk concreet plan dat wordt ingediend, de indiener moet aantonen dat in de parkeerbehoefte wordt voorzien. De toetsing gebeurt in principe op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid, waarbij (ten tijde van het opstellen van onderhavig bestemmingsplan) de CROW kengetallen leidend zijn, zoals hierboven toegelicht. Het is mogelijk dat in de toekomst nieuw gemeentelijk parkeerbeleid wordt opgesteld, en/of vervolgens bijgesteld.

Om die reden is in de regels ook vastgelegd dat indien de beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging (dynamische verwijzing). Vanwege het ontbreken van gemeentelijk parkeerbeleid, is niet als zodanig voorgeschreven onder welke voorwaarden en in welke situaties van parkeernormen kan worden afgeweken. In voorkomende gevallen kan het toepassen van maatwerk echter wenselijk zijn. Om die reden zijn een afwijkingsmogelijkheden opgenomen in de planregels. De planregels van dit bestemmingsplan bieden zodoende de nodige flexibiliteit in het parkeerbeleid en het afwijken daarvan, zonder dat het bestemmingsplan gewijzigd moet worden.

40

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Project Herontwikkeling Alcazar

Naast deze flexibiliteit moet het wel mogelijk zijn om, afhankelijk van het in te dienen plan, de benodigde parkeerplaatsen te kunnen realiseren. Met andere woorden: de gekozen bestemming en bouwmogelijkheden die in de regels en op de verbeelding van dit bestemmingsplan aangegeven zijn, moet het wel mogelijk maken om de parkeerplaatsen te realiseren. In voorliggend bestemmingsplan zijn hiertoe diverse bestemmingen opgenomen, waarbinnen realisatie van parkeerplaatsen mogelijk wordt gemaakt. Parkeren staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan dan ook niet in de weg. Concreet bouwplan Het plan biedt de flexibiliteit om tot maximaal 67 woningen te bouwen, variërend in typologie. De daadwerkelijke verhouding in woningtypologieën is afhankelijk van de marktsituatie. Voor het momenteel beoogde programma, is reeds een parkeerbehoefteberekening opgesteld. Hieruit is gebleken dat in voldoende parkeergelegenheid op de bouwpercelen, of in de omgeving daarvan, wordt voorzien. Met eventuele wijzigingen van het plan is bovendien voldoende flexibiliteit en ruimte om het benodigde aantal parkeerplaatsen te realiseren. Verkeersgeneratie Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is tevens gebruik gemaakt van de CROW kencijfers. De uitgangspunten die zijn gehanteerd voor het bepalen van een eerste parkeerbalans zijn ook voor het berekenen van de verkeersgeneratie toegepast.

Huidige situatie In de huidige situatie is sprake van circa 5.865 m2 bvo aan evenementenlocatie. Een evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw kent conform CROW een verkeersgeneratie van minimaal 6,0 tot maximaal 11,0 motorvoertuigbewegingen per etmaal (mvt/etm) per 100 m2 bvo. De huidige functie als evenementenlocatie levert met het oog op de genoemde uitgangspunten derhalve een verkeersgeneratie op van maximaal 645 mvt/etm, op een gemiddelde weekdag. Toekomstige situatie Met de transitie naar wonen zal een andere verkeersaantrekkende werking ontstaan. De beoogde maximaal 67 woningen bestaan uit een mix van woningtypen. Echter is de verhouding in woningtypen nog variabel. Derhalve is het raadzaam om te rekenen met een 'worst case' scenario. Het 'worst case' scenario kan in dit geval gevonden worden in het type woningen dat de hoogste verkeersaantrekkende werking heeft, te weten: categorie koopwoningen in het dure segment. Voor beneden-boven woningen (BEBO) wordt in de berekening een verkeersgeneratie passend bij rijwoningen aangehouden. Onderstaande tabel toont bij de woningtypen behorende maximale verkeersgeneratie (mvt/etm):

Tabel 4.2: Maximale verkeersgeneratie toekomstige 'worst case' situatie

De verkeersgeneratie komt op een gemiddelde weekdag derhalve voor 67 woningen in een 'worst case' scenario neer op maximaal 529 mvt/etm. Conclusie verkeersgeneratie Het aantal van maximaal 529 mvt/etm in de toekomstige situatie ligt lager dan het berekende aantal van maximaal 645 mvt/etm in de huidige situatie. Geconcludeerd wordt dat in de maximale scenario's sprake is van een afhane in de verkeersaantrekkende werking, zelfs wanneer voor de toekomstige situatie wordt uitgegaan van het 'worst case' scenario. Hierbij dient dan ook te worden opgemerkt dat de toekomstige verkeersgeneratie in de praktijk naar verwachting nog lager zal liggen, onder meer aangezien het niet aannemelijk is dat alle woningen in het dure koopsegment worden gerealiseerd

Toelichting (ontwerp)

41

bestemmingsplan Project Herontwikkeling Alcazar (immers zijn ook woningen in het betaalbare en middel-dure segment voorzien). Het bestaande wegprofiel van de Groeneweg is geschikt om de verkeersbewegingen te verwerken. Verkeersproblematiek rondom de locatie wordt derhalve niet verwacht. De huidige verkeersinfrastructuur kan de verkeersstromen voldoende afwikkelen. Ontsluiting De locatie wordt hoofdzakelijk ontsloten via een (éénrichtingsverkeer) ontsluitingsweg voor langzaam verkeer, welke door het plangebied loopt en hoofdontsluiting vindt via aansluitingen op de Groeneweg. Dit is de ontsluitingsweg die op de verbeelding middels de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' is weergegeven. Het bestemmingsplan biedt voldoende ruimte om een veilige verkeerssituatie te realiseren. Conclusie Voor parkeren geldt dat aan de parkeerbehoefte voldaan zal worden. De parkeereis ligt verankerd in de planregels, waarmee wordt toegezien op voldoende parkeergelegenheid. Ten aanzien van de verkeersafwikkeling in en rondom het gebied, welke ontsloten wordt via de bestaande weginfrastructuur, is een afname in verkeersgeneratie te verwachten. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

4.10

Water

Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Het waterschap is naast waterbeheerder ook wegbeheerder. Dit belang wordt ook meegenomen in het watertoetsproces. Watertoetsproces Het plangebied is gelegen in het beheergebied van Waterschap Hollandse Delta. Voor het project is de digitale watertoets doorlopen. Toetsing aan de kaartlagen en beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat de normale procedure wordt toegepast. De uitgangspunten die op basis van de toetsresultaten gelden voor het plangebied worden hieronder toegelicht. Streefbeelden De relevante randvoorwaarden voor het plan Project Alcazar zijn door het waterschap gerangschikt onder streefbeelden, soms aangevuld met strategie.

De streefbeelden zijn ingedeeld op basis van vier thema's: Veiligheid, Voldoende Water, Schoon Water en Wegen. De strategie is erop gericht om het streefbeeld te verwezenlijken, van streefbeeld naar randvoorwaarde. De streefbeelden en randvoorwaarden dienen als uitgangspunt voor gesprek. Veiligheid Hoog water vanuit zee en de rivier vormt een reële bedreiging voor de veiligheid op de Hollandse eilanden. Waterkeringen beschermen tegen deze bedreiging. Het waterschap wil de veiligheid ook in de toekomst blijven waarborgen. Voldoende water: wateroverlast, goed functionerend watersysteem en anticiperen op watertekort Streefbeeld hierbij is een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. Bovendien zorgt het watersysteem in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR) mogelijk. Hollandse Delta streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Het waterschap wil tevens een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen.

De strategie om dit te bereiken omvangt onder meer dat het systeem robuust genoeg moet zijn om hevige neerslag binnen het peilgebied te kunnen opvangen alvorens af te wentelen op naburig gebied. Er dienen geen problemen te ontstaan van wateroverlast of wateronderlast. Het waterschap probeert zoveel

42

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Project Herontwikkeling Alcazar mogelijk onnodige versnippering van peilgebieden te voorkomen. Voor de oevers langs open water wordt gestreefd naar een onderhoudsvriendelijke inrichting (inclusief bereikbaarheid). Randvoorwaarde is bijvoorbeeld dat de bodemgesteldheid bekeken dient te worden met het oog op ongewenste kwel of inzijging, en dat ter plaatse van kruisingen van infrastructuur met (hoofd)watergangen, de voorkeur uitgaat naar het aanleggen van bruggen in plaats van duikers. Gebieden die al een hoge grondwaterstand hebben moeten voor de nieuwbouw worden opgehoogd en/of gedraineerd worden. In gebieden waar op langere termijn sprake kan zijn van aanzienlijke bodemdaling moeten vooraf maatregelen worden genomen om problemen in de toekomstige situatie te voorkomen. Een inlaat- en uitwateringsgeul, hoofdwatergang en boezemwater dienen voorzien te zijn van een obstakelvrije werkstrook (maakt onderdeel uit van de beschermingszone) van minimaal 5 meter breed. Schoon water: goede inrichting/structuurdiversiteit van het watersysteem, goede oppervlaktewaterkwaliteit, goed omgaan met afvalwater Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied.

Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe schoon houden, scheiden, zuiveren. Verontreinigingen dienen te worden voorkomen. De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten daarom voldoen aan de eisen uit de Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming en het Interprovinciaal beleid voor de hygiënisch verantwoorde toepassing van secundaire grondstoffen in werken. Voor waterhuishoudkundige werken zijn alleen milieuvriendelijke en niet-uitlogende materialen toegestaan en voor beschoeiing zijn alleen niet-oxydeerbare en niet uitlogende materialen toegestaan. Menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het water doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Om het afvalwater te kunnen transporten naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie en het gezuiverde afwater (effluent) weer te kunnen afvoeren wordt er gebruik gemaakt van rioolpers- en effluentleidingen. Binnen een zone (afstand) van 3 meter van rioolpersleidingen en effluentleidingen van het waterschap gelden verbodsbepalingen en dienen activiteiten vermeden te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11732515/1