CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2026-2029

Besluitvormende raad 13 november 2025, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bespreking Begroting en programmabegroting 2026-2029 Hoeksche Waard38.646 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Eerste hond Volgende hond Kennel

101 178 432

98 173 421

26 niet bekend niet bekend

*Bron: Coelo 2025

Toeristenbelasting en watertoeristenbelasting Toeristenbelasting geldt voor het overnachten in hotels, pensions etc. Watertoeristenbelasting geldt voor het verblijven in een haven per etmaal. In plaats van een bedrag per nacht kan ook voor een vast bedrag voor een heel seizoen gekozen worden (forfait). Het tarief voor 2026 bedraagt € 1,75 per nacht/etmaal.

Rioolheffing De opbrengsten rioolheffing dekken, naast de kosten van het rioleringsstelsel, ook kosten die voortvloeien uit de Wet gemeentelijke watertaken. Om schommelingen in de tarieven te voorkomen, maken we gebruik van een voorziening voor riolering. Het tarief voor rioolheffing is naast de indexering met 2,7%, verhoogd met 9%. Deze verhoging komt voort uit het door de gemeenteraad op 28 mei 2025 vastgestelde Water- en Rioleringsprogramma 2026-2030. Het tarief voor het eigenaarsdeel bedraagt in 2026 € 144,53 en voor het gebruikersdeel € 72,77 (1-persoonshuishouden) of € 144,53 (meerpersoonshuishouden). Hieronder geven wij een overzicht van de baten en lasten in 2026 en daarbij de mate van kostendekking van de heffing. (Bedragen * € 1.000) Kostendekkendheid Rioolheffing Netto kosten Direct toe te rekenen kosten Overhead Btw

7.834 1.743 1.172 3.921

Totale lasten

14.670

Totale baten

12.434

Dekkingspercentage (ex mutatie voorziening)

85%

Mutatie egalisatie voorz (onttrekking)

2.236

Lijkbezorgingsrechten De tarieven voor deze rechten zijn aangepast met 2,7%. Daarbij is rekening gehouden met de verhouding tussen de tarieven zoals vastgelegd in het beleid dat de raad in 2020 vaststelde. Hieronder geven wij een overzicht van de baten en de lasten in 2026 en daarbij de mate van kostendekking van deze heffing.

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.1 LOKALE HEFFINGEN

51/130

(Bedragen * € 1.000) Kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten Netto kosten Direct toe te rekenen kosten Overhead Btw

1.398 1.319 888 -

Totale lasten

3.605

Totale baten

1.596

Dekkingspercentage

44%

Mutatie egalisatie voorz (onttrekking)

119

Leges In hoofdlijn zijn de tarieven van 2025 met een inflatiecorrectie van 2,7% verhoogd. Daar waar sprake is van een percentage, is dat percentage gelijk gebleven. Binnen de legesverordening mogen we overschotten op onderdelen inzetten voor tekorten op andere onderdelen (kruissubsidiering). De begrote baten en lasten 2026 en de mate van kostendekking is hieronder zowel op totaalniveau van de verordening als gesplitst per hoofdstuk weergegeven. Bedragen * € 1.000 Kostendekkendheid leges per titel Hoofdstuk 1 Alg.dienstverlening Netto kosten Direct toe te rekenen kosten Overhead Btw

1.053 1.755 1.371 8

Totale lasten

4.187

Totale baten

2.347

Dekkingspercentage

56%

Hoofdstuk 2 Omgevingsvergunningen Netto kosten Direct toe te rekenen kosten Overhead Btw

545 1.117 882 77

Totale lasten

2.621

Totale baten

4.497

Dekkingspercentage

172%

Hoofdstuk 3 Dienstverlening EDR Netto kosten Direct toe te rekenen kosten Overhead Btw

249 195 -

Totale lasten

444

Totale baten

102

Dekkingspercentage

23%

Totale Kostendekkendheid Leges (hoofdstuk 1 t/m 3) Netto kosten Direct toe te rekenen kosten Overhead Btw

1.598 3.120 2.448 85

Totale lasten

7.252

Totale baten

6.946

Dekkingspercentage

96%

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.1 LOKALE HEFFINGEN

52/130

Afvalstoffenheffing De heffing vergoedt de kosten voor inzameling van huishoudelijk afval. RAD BV voert de inzameling voor de gemeente uit. Hiervoor is een dienstverleningsovereenkomst gesloten die jaarlijks geïndexeerd wordt. Het tarief van de heffing is ten opzichte van 2025 gestegen met ca 8% en bedraagt gemiddeld € 324,-. (2025: € 298,-). Het landelijk gemiddelde tarief kwam in 2025 uit op € 364,- voor meerpersoonshuishoudens (bron: Coelo 2025). Een stijging van het tarief van 8% betekent een gemiddelde lastenstijging van ca. 9%, aangezien als gevolg van het grondstoffenbeleidsplan het afval beter wordt gescheiden en daardoor minder vaak containers met restafval worden aangeboden. Hieronder geven wij een overzicht van de baten en lasten in 2026 en de mate van kostendekking van de heffing. (Bedragen * € 1.000) Kostendekkendheid Afvalstoffenheffing Netto kosten Btw Direct toe te rekenen kosten Overhead

11.572 2.111 -

Totale lasten

13.683

Opbrengsten heffing Overige opbrengsten

12.701 982

Totale baten Dekkingspercentage

13.683 100,00%

Mutatie egalisatie voorz

0

Haven- en kadegelden De tarieven voor haven- en kadegelden zijn, ten opzichte van 2025, aangepast met de inflatiecorrectie van 2,7%. Hieronder geven wij een overzicht van de baten en lasten in 2026 en de mate van kostendekking van de heffing. (Bedragen * € 1.000) Kostendekkendheid Haven en kadegelden Netto kosten Direct toe te rekenen kosten Overhead Btw

192 134 108 37

Totale lasten

471

Opbr. Haven-kadegelden Overige opbrengsten

95 45

Totale baten

140

Dekkingspercentage

30%

Marktgelden De tarieven voor marktgelden zijn aangepast ten opzichte van 2025 met de inflatiecorrectie van 2,7%. Hieronder geven wij een overzicht van de baten en lasten 2026 en de mate van kostendekking van de heffing.

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.1 LOKALE HEFFINGEN

53/130

Bedragen * € 1.000 Kostendekkendheid Marktgelden Netto kosten Direct toe te rekenen kosten Overhead Btw

30 10 8 5

Totale lasten

53

Opbr marktgelden Overige opbrengsten

25 1

Totale baten Dekkingspercentage

26 48%

Bedrijfsinvesteringszones (BIZ) Volgens de Wet op de bedrijfsinvesteringszones (BIZ) kan de gemeenteraad onder de naam BIZ- bijdrage een belasting instellen binnen een bepaald gebied in de gemeente. Per gebied wordt een verordening opgesteld. Een verordening heeft een maximale looptijd van 5 jaar. In totaal kent de gemeente 7 BIZ verordeningen; Puttershoek, Zuid-Beijerland, Oud-Beijerland de Bosschen, Oud- Beijerland Hoogerwerf, Strijen, 's Gravendeel en Numansdorp.

Reclamebelasting Reclamebelasting geldt alleen voor niet-woningen in een aangewezen gebied (het centrum van OudBeijerland). De opbrengsten zijn bestemd voor de stichting Centrummanagement Oud-Beijerland. Hierover is met de stichting een overeenkomst gesloten. Het tarief voor reclamebelasting bestaat uit een vast bedrag en variabelbedrag, gekoppeld aan de WOZ-waarde. Het vaste deel is gecorrigeerd voor de inflatiecorrectie en bedraagt in 2026 € 367 (€ 357 in 2025). Bij het variabele deel is eveneens rekening gehouden met de inflatiecorrectie. Dit tarief komt uit op € 1,79 (€ 1,78 in 2025) per € 1.000 WOZ-waarde boven € 250.000, met een maximum van € 1.449 (€ 1.411 in 2025).

Kwijtschelding De Invorderingswet 1990, de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen geven het wettelijk kader waarbinnen de gemeente belastingen kan kwijtschelden. Dit is vastgelegd in de Kwijtscheldingsverordening. Hierin is opgenomen dat het percentage de kosten van bestaan op 100% van de bijstandsnorm is gesteld. Dit is het wettelijk maximum. Kwijtschelding is in gemeente Hoeksche Waard mogelijk voor: • OZB; • RZB; • Rioolheffing; • Hondenbelasting, alleen voor de eerste hond; • Afvalstoffenheffing tot een maximaal bedrag van €325; • Leges voor een Nederlandse identiteitskaart; • Leges voor het aanvragen van een gehandicaptenparkeerkaart; • Leges voor de aanvraag van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken.

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.1 LOKALE HEFFINGEN

54/130

3.2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Algemeen Met risicomanagement krijgt de gemeente inzicht in de risico’s. Doel is het vergroten van het risicobewustzijn, het beheersen van de risico’s en het kunnen bepalen van een volledig en goed onderbouwd weerstandsvermogen. Inzicht in de risico's stelt ons in staat om verantwoorde besluiten te nemen. Dat betekent: risico’s staan in de juiste verhouding tot de vermogenspositie.

Beleidskader & Verordeningen Nota risicomanagement gemeente Hoeksche Waard 2019.

Professionalisering Om goed te kunnen sturen en onze doelen te kunnen realiseren, is risicomanagement een wezenlijk onderdeel van onze organisatie. In het kader van de invoering van de Rechtmatigheidsverantwoording is het project Three Lines gestart. Risicomanagement is een onderdeel hiervan en wordt in dit traject meegenomen.

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin een gemeente in staat is financiële tegenvallers (risico’s) op te vangen, zonder dat de normale bedrijfsvoering daardoor wordt aangetast. Het weerstandsvermogen is het resultaat van een vergelijking tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de financiële gevolgen van de risico’s. Onderstaand schema verduidelijkt dit:

Beschikbare weerstandscapaciteit Gemeente Hoeksche Waard heeft financiële middelen beschikbaar uit de algemene reserve om onverwachte en hoge kosten te dekken. Hiervoor hoeven we het beleid en begroting niet aan te passen. Dit geeft het volgende beeld voor de beschikbare weerstandscapaciteit: (Bedragen X €1.000) Weerstandscapaciteit

2026

2027

2028

2029

Algemene reserve Algemene reserve weerstandsvermogen

78.217 9.800

77.749 9.800

77.428 9.800

77.428 9.800

Totale weerstandscapaciteit

88.017

87.549

87.228

87.228

Bij de berekening van de weerstandscapaciteit houden we de stand van de algemene reserve aan. Deze is gelijk aan de staat van reserves en voorzieningen per 31 december van de betreffende jaarschijven.

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING

55/130

Inventarisatie risico’s Om de risico's van onze organisatie in kaart te brengen, wordt het risicoprofiel twee keer per jaar, bij de Programmabegroting en de Jaarstukken, geactualiseerd door een uitvraag in de organisatie. Het geactualiseerde risicoprofiel wordt ingevoerd in het softwareprogramma Fully in Control. Het verhogen van het risicobewustzijn binnen de organisatie is een vervolgstap voor het professionaliseren van risicomanagement. Het risico-denken integreren in de processen is daarbij van belang. Het inventariseren van risico’s is dan een doorlopend proces, waarbij wij de risico’s systematisch en cyclisch in beeld brengen. Sturing van de organisatie en het op een verantwoorde wijze nemen van besluiten is niet mogelijk zonder inzicht in de risico’s die het behalen van de doelstellingen van de gemeente in de weg staan. Het risicoprofiel van onze organisatie uit 60 risico’s met een totaal financieel maximum van €46,0 miljoen. In onderstaand overzicht worden de 10 risico’s weergegeven met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit Het totaal van deze 10 risico’s is € 23,1 miljoen. Het totaal van de overige 50 risico’s is €22,9 miljoen. Deze bestaan voornamelijk uit risico’s met een lage financiële impact en/of kleine kans. Deze risico’s zijn dan ook niet van grote invloed op de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Risico

Kans

Financieel maximum (x €1.000)

25%

9.920

30%

5.000

50%

1.131

50%

1.300

50%

1.000

Meerdere programma's Oorzaak: Aanbestedingen die hoger uitvallen of vertraging in de woningbouw of daarvoor benodigde ontsluiting, waardoor niet aan de voorwaarden van de subsidies wordt voldaan.

Financieel gevolg: Door stijgende kosten ontstaan budgetoverschrijdingen. Door het wegvallen van subsidie ontstaat een dekkingsprobleem. Imago schade: -

Gebeurtenis: Ontwikkeling Stougjeswijk valt duurder uit of subsidie moet (deels) worden terugbetaald. Oorzaak: Door hogere prijzen voor grondstoffen, brandstoffen, lonen en materialen stijgen de kosten.

Maatregelen: Vroegtijdig met subsidieverstrekkers in gesprek over de subsidievoorwaarden. Financieel gevolg: Door stijgende kosten ontstaan budgetoverschrijdingen. Imago schade: -

Gebeurtenis: Door onverwachte gebeurtenissen loopt de inflatie verder op dan waar in de begroting rekening mee is gehouden. Sport, Cultuur en Recreatie Oorzaak: Door verruiming van de BTW sportvrijstelling (1-1-2019), kan de gemeente BTW op sport accommodaties niet meer aftrekken. De rijkscompensatie-vergoeding wordt per 2024 aangepast. Dit is op dit moment nog niet duidelijk. Risico is dat de toegekende subsidie lager uitvalt dan het berekende BTW nadeel.

Maatregelen: In contracten goed vastleggen hoe om wordt gegaan met de risico's van prijsstijgingen. Financieel gevolg: Het BTW nadeel komt voor rekening van de gemeente. Imago schade: Maatregelen: -

Gebeurtenis: Subsidie (SPUK) voor het wegvallen van BTW aftrek bij sportaccommodaties is onzeker. Sociaal Domein Oorzaak: Ontoereikend macrobudget SZW, verdeelproblematiek gebundelde uitkering en een eigen risico drempel van 7,5%.

Financieel gevolg: Tekort op gebundelde uitkering.

Gebeurtenis: Hoger aantal uitkeringsgerechtigden en/of prijs per uitkering dan in verdeelmodel SZW.

Maatregelen: De instroom te beperken, de uitstroom te vergroten en de gemiddelde prijs van de uitkering te verlagen Financieel gevolg: Meer aanvragen zorgt voor meer druk op de beschikbare mensen en middelen.

Oorzaak: Wmo is een openeinderege ling. Meer inwoners hebben recht op een vergoeding vanuit de Wmo / Sociaal Domein.

Imago schade: -

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING

56/130

Risico

Gebeurtenis: Door diverse ontwikkelingen (autonome groei, wijzigingen in het sociaal domein en meer taken vanuit het rijk) toename van het aantal aanvragen, gebruikers van de Wmo. Oorzaak: Complexere zorgvragen bij jongeren, beperkte beschikbaarheid van passende voorzieningen, en doorverwijzing naar duurdere trajecten Gebeurtenis: Kostenontwikkeling binnen de jeugdzorg kan fors stijgen doordat enkele jeugdigen gebruik moeten maken van hoogspecialistische zorgtrajecten.

Kans

Financieel maximum (x €1.000)

40%

1.176

70%

700

30%

1.570

50%

850

70%

500

Imago schade: Maatregelen: Monitoring trends en ontwikkelingen Financieel gevolg: Hogere kosten leiden tot budgetoverschrijding Imago schade: Maatregelen: -

Algemene dekkings middelen/Overhead/VPB/Onvoorzien Oorzaak: Wettelijke vereiste dat de wethouderspensioenen geïndexeerd worden. Dit is niet beïnvloedbaar.

Financieel gevolg: De voorziening moet worden opgehoogd. Imago schade: -

Gebeurtenis: Indexatie van de uitkeringen van de pensioenen van de (ex-) wethouders. Oorzaak: Ontwikkelingen vanuit het Rijk (waaronder bezuinigingen). Gebeurtenis: De algemene uitkering uit het gemeentefonds valt lager uit vanwege mogelijke bezuinigingen door het Rijk.

Maatregelen: Financieel gevolg: Minder inkomsten uit het gemeentefonds. Imago schade: . Maatregelen: -

Onderwijs Oorzaak: Tijdens de bouw van de Brede School heeft de voormalige gemeente Strijen de BTW op de bouw verrekend in de aangifte. De Belastingdienst heeft een naheffingsaanslag opgelegd waartegen wij bezwaar hebben aangetekend.

Financieel gevolg: De gemeente loopt het risico dat een naheffing moet worden betaald. Imago schade: Maatregelen: -

Gebeurtenis: De Hoge Raad stelt de gemeente in het ongelijk en de Belastingdienst mag een naheffing opleggen aangaande de verrekende BTW op de bouw van de Brede School Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Oorzaak: Invoering Omgevingswet in 2021 waardoor er meer vergunningsvrij gebouwd of verbouwd mag worden.

Financieel gevolg: Minder inkomsten wabo leges

Gebeurtenis: Lagere inkomsten door vergunningevrij bouwen

Maatregelen: -

Imago schade: -

Totaal top-10 risico's

23.147

Totaal overige risico's

22.864

Totaal

46.011

Risicospreiding Bij alle geïnventariseerde risico’s staat onder welk programma het risico valt. De risicospreiding per programma ziet er als volgt uit:

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING

57/130

29%

Meerdere programma's Programma 0: Bestuur en ondersteuning Programma 1: Veiligheid Programma 2: Verkeer, vervoer en Openbare Ruimte Programma 4: Onderwijs Programma 5: Sport, cultuur en recreatie Programma 6: Sociaal domein Programma 7: Volksgezondheid en milieu Programma 8: Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening Programma 9: Algemene dekking/Overhead/VPB/Onvoorzien

34%

4% 0%

1% 11%

8% 3% 2%

8%

Programma

Risicobedrag (x €1.000)

0. Bestuur en ondersteuning 1. Veiligheid 2. Verkeer, vervoer en openbare ruimte 3. Economie 4. Onderwijs 5. Sport, cultuur en recreatie 6. Sociaal Domein 7. Volksgezondheid en milieu 8. Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening Algemene dekkingsmiddelen, overhead, VPB en onvoorzien Meerdere programma's

600 3.580 3.875 0 950 1.161 5.121 175 1.650 12.718 15.780

Risicokaart Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in klassen zijn ingedeeld, plaatsen we in een risicokaart. Deze kaart geeft inzicht in de spreiding van de risico’s naar kans en gevolg. De nummers in de risicokaart corresponderen met de aantallen risico’s in het desbetreffende vak van de risicokaart. Een risico in het groene gebied vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico met een score in het oranje gebied vraagt wél om aandacht. Een risico met een score in het rode gebied vereist directe aandacht omdat dit de continuïteit van de organisatie bedreigt. Financieel Gevolg (x €1.000) x > 500 250 < x < 500 100 < x < 250 50 < x < 100 10 < x < 50 X < 10 Kans

Bruto 6 4 6 2 4

8 2 4 3

4 6 2 1

2 2 2

1 1

10% 30% 50% 70% 90%

Benodigde weerstandscapaciteit We bepalen met behulp van een risicosimulatie hoeveel middelen nodig zijn om de risico’s af te dekken op basis van de geïnventariseerde risico’s en de risicowaardering (kans x financieel gevolg). De risicosimulatie is essentieel omdat het reserveren van het maximale bedrag € 46,0 miljoen (zie de risico- inventarisatie) ongewenst is. Uitgangspunt bij de risicosimulatie is het gegeven dat de geïdentificeerde risico’s nooit allemaal tegelijk en met een maximale omvang zullen optreden.

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING

58/130

De berekening van de benodigde weerstandscapaciteit wordt gemaakt door middel van een Monte Carlorisicosimulatie. De risicosimulatie is uitgevoerd op basis van de ingevoerde risico’s en hun kans x impact. Bij een risicosimulatie wordt denkbeeldig op basis van individuele kansverdelingen per risico 100.000 keren de werkelijkheid nagebootst. Dit leidt tot een nieuwe gezamenlijke kansverdeling die alle risico’s uit het gehele risicoprofiel omvat. Uitgangspunt is dat we risico’s met 90% mate van zekerheid willen afdekken. Uit de risicosimulatie volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een weerstandscapaciteit van € 9,8 miljoen. De risico's met betrekking tot de grondexploitaties zijn bij de risico-inventarisatie niet aangeleverd en dan ook niet meegenomen in de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Benodigde weerstandscapaciteit

(X €1.000)

Benodigde weerstandscapaciteit algemeen Totaal benodigde weerstandscapaciteit

9.800 9.800

Ratio weerstandsvermogen Voor de uiteindelijke beoordeling van het weerstandsvermogen geldt de ratio: Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

De ratio ziet er als volgt uit: Ratio weerstandsvermogen

2025

Beschikbare weerstandscapaciteit (x €1.000) Benodigde weerstandscapaciteit (x €1.000) Ratio

85.841 9.800 8,76

De notitie Risicomanagement bepaalt dat de ratio van het weerstandsvermogen voldoende moet zijn (tussen de 1,0 en 1,4). De huidige ratio van 8,76 voldoet ruimschoots aan deze doelstelling. De minimaal benodigde weerstandscapaciteit om in de categorie voldoende te vallen is 1,0 x de benodigde weerstandscapaciteit.

Basisset financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat we een uniforme basisset met 5 financiële kengetallen opnemen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. De volgende tabel geeft de basisset financiële kengetallen weer. Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Kengetallen:

2026

2027

2028

2029

Netto Schuldquote

59%

72%

78%

77%

Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

48%

61%

68%

67%

Solvabiliteitsratio

48%

44%

42%

41%

Structurele Exploitatieruimte

0%

0%

-1%

-1%

Grondexploitatie

0%

0%

0%

0%

Belastingcapaciteit

92%

93%

95%

96%

Sturing met financiële kengetallen De financiële kengetallen geven inzicht in de “financiële gezondheid” van de gemeente. De afzonderlijke kengetallen zeggen echter weinig. We bekijken de kengetallen daarom altijd in samenhang met elkaar. In het algemeen geldt dat er weinig ruimte is voor financiële bijsturing bij een hoge schuld, structurele lasten die hoger zijn dan de structurele baten en hoge woonlasten. Heeft een gemeente geen of weinig schulden, een goed gevulde bankrekening en zijn de baten vrijwel ieder jaar even hoog of iets hoger dan de lasten? Dan staat een gemeente er over het algemeen goed voor. Met behulp van de 5 financiële kengetallen die betrekking hebben op de balans en de begroting kunnen we een goed globaal beeld schetsen van

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING

59/130

onze financiële positie. Vanuit het globale beeld kunnen eventuele aandachtspunten aanleiding zijn om maatregelen te treffen. In onderstaande infographic is de betekenis én samenhang van de financiële kengetallen uiteengezet

Tabel normen en signaleringswaarden Voor de financiële kengetallen heeft de VNG normen opgesteld. De provincie Zuid-Holland geeft signaleringswaarden. Onderstaande tabel geeft de financiële kengetallen weer van onze gemeente ten opzichte van deze normen en signaleringswaarden: Normen VNG Kengetallen:

voldoende

matig

onvoldoende

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2026

2027

2028

2029

78% Netto Schuldquote

<100%

100-130%

>130%

59%

72%

Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

77%

<100%

100-130%

>130%

48%

61%

68%

67%

48% Solvabiliteitsratio

>50%

20 -50%

<20%

44%

42%

41%

Structurele Exploitatieruimte

>0,6%

0-0,6%

<0%

0%

0%

-1%

-1%

Grondexploitatie

<50%

50-100%

>100%

0%

0%

0%

0%

Belastingcapaciteit

<100%

100-120%

>120%

92%

93%

95%

96%

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2026

2027

2028

2029

Signaleringswaarden Provincie Kengetallen:

minst risico

neutraal

meest risico

Netto Schuldquote

<90%

90-130%

>130%

59%

72%

78%

77%

Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

<90%

90-130%

>130%

48%

61%

68%

67%

Solvabiliteitsratio

>50%

20 -50%

<20%

48%

44%

42%

41%

Structurele Exploitatieruimte

>0%

= 0%

<0%

0%

0%

-1%

-1%

Grondexploitatie

<20%

20-35%

>35%

0%

0%

0%

0%

Belastingcapaciteit

<95%

95-105%

>105%

92%

93%

95%

96%

Financiële positie gemeente Hoeksche Waard Op basis van de uitkomsten van de financiële kengetallen en de weerstandsratio kunnen we concluderen dat onze financiële positie voldoende is: • Gemeente Hoeksche Waard beschikt over voldoende eigen vermogen. • Onze schuldenlast is relatief gering, maar neemt naar verwachting wel toe de komende jaren door het aantrekken van verwachte nieuwe externe financiering in het kader van het verwachte investeringsprogramma • Er is voldoende vermogen om aan onze financiële verplichtingen te kunnen voldoen. • Er is ruimte voor eventuele verhogingen van eigen belastingen. • Het aandeel van de grondexploitaties op onze totale begroting is relatief (zeer) klein. Uit boevenstaande tabel blijkt dat onze structurele exploitatieruimte, ondanks de in deze begroting opgenomen ombuigingen, nog steeds onder druk staat de komende jaren, met name als gevolg van sterk teruglopende inkomsten vanuit het Rijk (gemeentefonds). Tijdelijke inzet van onze algemene reserve ter dekking van begrotingstekorten is weliswaar toegestaan, maar betreft géén structurele oplossing omdat reserves naar verloop van tijd leeg (kunnen) lopen.

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING

60/130

3.3 Onderhoud Kapitaalgoederen Openbare ruimte De openbare ruimte is als het ware de ‘tuin’ van onze inwoners Kapitaalgoederen in de openbare ruimte vormen het gezicht van de gemeente. Ook zijn ze een middel om de doelen uit de programma’s te realiseren. De Hoeksche Waard heeft een grondoppervlakte van circa 32.371 hectare. De gemeente heeft daar een aanzienlijk deel van in beheer. Binnen dat deel wonen, werken en recreëren we.

Vastgoed Naast de openbare ruimte, heeft de gemeente ook vastgoed in eigendom. Dat is noodzakelijk voor de huisvesting van maatschappelijke organisaties en natuurlijk ook voor onze eigen organisatie. Denk hierbij aan dorpshuizen, sporthallen, gymzalen, zwembaden, gemeentehuizen, etc. Het gemeentelijk vastgoed heeft waarde en levert huurinkomsten op, maar kost ook geld voor onderhoud, verduurzaming en renovatie en/of nieuwbouw. Onderhoud op basis van meerjarenonderhoudsplannen Het onderhoud aan het gemeentelijk vastgoed is erop gericht de gebouwen in de gewenste conditie te brengen en te behouden, achterstallig onderhoud te voorkomen en vroegtijdig inzicht te hebben in de noodzakelijke instandhoudingskosten over een langere periode. We streven naar het handhaven van een sober en doelmatig kwaliteitsniveau. Het minimaal gewenste onderhoudsniveau komt overeen met conditiescore 3 van de Nederlandse norm 'Conditiemeting gebouwde omgeving (NEN 2767)'. Voor gebouwen die hoogstwaarschijnlijk worden afgestoten of gesloopt, geldt dat die alleen met de hoogst noodzakelijke maatregelen in stand worden gehouden. Het onderhoud aan deze gebouwen is vooral gericht op repareren indien noodzakelijk. Het onderhoud aan gebouwen wordt uitgevoerd op basis van meerjarenonderhoudsplannen (mjop's).

Een meerjarenonderhoudsplan is een vertaling van de gewenste kwaliteit (conditiescore 3) naar noodzakelijke onderhoudsactiviteiten en daarvoor benodigde budgetten, ingepland over meerdere jaren. De planhorizon van een meerjarenonderhoudsplan is 30 jaar waarbij elke vier jaar een actualisatie plaatsvindt. Het meerjarenonderhoudsplan maakt onderscheid in klein en groot onderhoud. Voor goed onderhoud aan gemeentelijk vastgoed is nodig: • toekomstvisie gemeentelijk vastgoed (doorlichting gemeentelijke vastgoedportefeuille); • voldoende budget voor klein en groot onderhoud.

Risico’s Openbare ruimte De budgetten voor de openbare ruimte baseren we op het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte. Deze budgetten zijn geindexeerd conform de jaarlijkse begrotingsuitgangspunten. In de risicoparagraaf is een aantal risico’s opgenomen. De kosten als deze risico's werkelijkheid worden, zijn niet opgenomen in de reguliere budgetten. Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt, staat het behoud van kennis en kunde onder druk. Ook in de uitvoering zien we dat de servicenormen en geplande tijdspaden niet haalbaar zijn, ook als we gebruik maken van diensten van derden.

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

61/130

Vastgoed Voor het gemeentelijk vastgoed zijn meerjarenonderhoudsplannen (mjop’s) opgesteld. Daarnaast is de huidige energetische kwaliteit van onze gebouwen in kaart gebracht met daarbij een grote indicatie/ verkenning van de mogelijke verbetermaatregelen voor verduurzaming. Door de gemeentelijke vastgoedportefeuille door te lichten, kan er meer duidelijkheid komen over de vraag of panden wel of niet (op termijn) afgestoten kunnen worden. Zo lang daarover (op pandniveau) onzekerheid bestaat, is onzeker of bepaalde panden wel of juist niet (meer) op het gewenste onderhoudsniveau van conditiescore 3 moeten worden onderhouden en verduurzaamd moeten worden. Uiteraard geldt dit voor een relatief kleiner deel van het gemeentelijk vastgoed en zal er altijd sprake zijn van een zekere dynamiek in de vastgoedportefeuille van de gemeente. Als gevolg van mondiale problemen is de inflatie sterk gestegen en zijn ‘mens’ en ‘materiaal’ schaars. Ook als het om onderhoud gaat. De budgetten gebaseerd op de meerjarenonderhoudsplannen, zijn niet toereikend. De meerjarenonderhoudsplannen worden in 2025 geactualiseerd. De financiële gevolgen worden verwerkt in een herziening van de dienstverleningsovereenkomst met Bres waarvan de effecten in 2025 duidelijk worden. Dit zorgt voor een actueel financieel overzicht. Inmiddels is voor elk pand een MJOP opgesteld.

Beheerplannen en beheerssystemen Openbare ruimte Vanuit de beleidskaders werken we concrete maatregelen uit binnen de kaders van het integraal beleidsplan openbare ruimte. Met een (actueel) beheersysteem is het mogelijk om de kwaliteit van de buitenruimte te monitoren en bij te sturen. Ook is een beheersysteem nodig om het vereiste jaarlijkse budget te kunnen bepalen. Op diverse momenten in het jaar is er behoefte aan actuele en nauwkeurige areaalgegevens zoals de topografische gegevens met administratieve en technische kenmerken. Vanuit het beheersysteem gebruiken we die benodigde informatie ook om het beleidsplan te actualiseren. De beheerdata voor het planmatig onderhoud halen we uit een beheersysteem. Voor het beheer van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte beschikken we over een aantal beheersystemen voor de verschillende elementen. De volgende tabel geeft een beknopt overzicht van de belangrijkste onderdelen van bestaande beleids- en beheerplannen in de Hoeksche Waard. In het integraal beleidsplan van 2020 heeft de harmonisatie van de plannen van de voormalige gemeenten plaatsgevonden. Overzicht beleid-/beheerplannen op verschillende vakgebieden

Looptijd

Integraal beleidsplan openbare ruimte

2021-2025

Water- en Rioleringsprogramma (WRP)

2026-2030

Begraafplaatsbeleid

2021-2040

A Wegen en civieltechnische kunstwerken Beleidskader Kerncijfers Wij gebruiken een beheersysteem voor het beheer van de wegen. Dit systeem bestaat uit een database met alle beheerelementen voor gemeente Hoeksche Waard. Het areaal is als volgt opgebouwd:

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

62/130

Omschrijving

Areaal

Asfalt verharding Elementen verharding Half open verharding Beton verharding

897.381 m2 3.477.263 m2 59.162 m2 16.226 m2

Beleid en beheer Wegen onderhouden we op grond van de geldende wettelijke verplichtingen. Het wegenonderhoud is gebaseerd op de beleidsuitgangspunten uit het Integraal beleidsplan Openbare Ruimte uit 2020. Voor de jaren t/m 2026 is door de raad extra geld beschikbaar gesteld voor een kwaliteitsimpuls van de wegen. In 2026 starten we na de vorming van een nieuwe coalitie een proces op om een nieuw integraal beleidsplan op te stellen. Vaststelling hiervan vindt naar verwachting in 2027 plaats. Kwaliteit Het doel is om de bestrating minimaal op het kwaliteitsniveau ‘basis’ te houden. Dit kwaliteitsniveau komt overeen met het door het kenniscentrum voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) vastgestelde niveau B. Dit niveau komt neer op een verharding in redelijke staat die voldoet aan de kwalificatie ‘heel en veilig’. Comfort en uitstraling zijn hierbij minder van belang. Dit kwaliteitsniveau is de wettelijke ondergrens van verantwoord wegbeheer. In de komende jaren geven we de wegen, waar nodig, een kwaliteitsimpuls en realiseren we in de hele gemeente het vastgestelde kwaliteitsniveau. Om zicht te blijven houden op de kwaliteit van de verhardingen, laten we om het jaar een weginspectie uitvoeren. Deze inspectie is in lijn met de landelijk erkende richtlijnen van het CROW. Zo beoordelen we alle wegen op dezelfde manier, onafhankelijk van de vraag wie er inspecteert.

De resultaten van de weginspectie vormen de basis voor het actualiseren van het onderdeel ‘wegen’ in het Integraal beleidsplan Openbare Ruimte. Financiële consequenties onderhoud kapitaalgoed wegen In onderstaande tabel zijn de kosten opgenomen die betrekking hebben op het kapitaalgoed ‘wegen’: X €1.000 B2026

B2027

B2028

B2029

Wegen Kapitaallasten Mutatie voorziening Onderhoudskosten

2.269 -320 9.438

3.706 -660 9.510

4.432 -755 9.805

4.943 -880 9.805

Totaal

11.386

12.556

13.482

13.867

B Riolering Beleidskader Kerncijfers De gemeente gebruikt een beheersysteem voor het beheer van de riolering. Dit systeem bestaat uit een database met alle beheerelementen voor gemeente Hoeksche Waard. Het areaal is als volgt opgebouwd: Omschrijving

Areaal

Vrijverval riolering Lozingsconstructies Bergbezinkvoorzieningen Gemalen (hoofd- en wijk) en drukgemalen Persleidingen Drukriolering Drainage Peilbuizen grondwater Kolken (worden 2x per jaar gereinigd) Lijngoten

559 kilometer 228 stuks 23 stuks Ca. 1900 stuks 15kilometer 185 kilometer 52 kilometer 57 stuks 38.891 stuks 2 kilometer

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

63/130

Beleid De riolering onderhouden we op basis van de geldende wettelijke verplichtingen van het in 2025 vastgestelde Water en Rioleringsprogramma (WRP) 2026-2030. Met de vaststelling van dit WRP zijn de onderhoudscycli en de vervangingsplanning volledig geharmoniseerd. De rioolheffing is voor alle inwoners van de Hoeksche Waard gelijk. In het WRP is beleid opgenomen voor klimaatadaptieve maatregelen. Hiermee richten we ons op de doelstelling dat in 2050 heel Nederland klimaatadaptief is ingericht. Voor alle nieuwbouwlocaties geldt dat ze klimaatadaptief worden ingericht op basis van het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Beheer Het in WRP is de leidraad voor beheer en onderhoud van de riolering. Kwaliteit Het doel is om de riolering minimaal op kwaliteitsniveau ‘basis’ te houden. Het functioneren van het rioolstelsel en de gemalen moeten we voldoende waarborgen. Storingen aan gemalen komen direct binnen bij een centrale post. Deze verhelpen we binnen 24 uur. Om zicht te blijven houden op de kwaliteit van het rioolstelsel, laten we (video-)inspecties uitvoeren. Deze inspecties geven een beeld van de stabiliteit, afstroming en waterdichtheid van het riool. De resultaten zijn gebruikt als basis voor het WRP en het Integrale beleidsplan Openbare Ruimte in combinatie met aanvullende informatie zoals leeftijd, hydraulische berekeningen en storingen.

De cyclus van reinigen en inspecteren is 20 jaar. Per jaar inspecteren en reinigen we 25 km riolering en vervangen we ca. 4 km riolering. Financiële consequenties onderhoud kapitaalgoed riolering In onderstaande tabel zijn de kosten opgenomen die betrekking hebben op het kapitaalgoed ‘riolering': X €1.000 B2026

B2027

B2028

B2029

Riolering Kapitaallasten Mutatie voorziening Onderhoudskosten

2.550 -2.581 3.414

3.399 -1.476 3.452

3.722 -1.151 3.488

4.266 -67 3.488

Totaal

3.383

5.375

6.059

7.686

C Water Beleidskader Onder het beleidskader water vallen de volgende thema’s: • Havens • Beschoeiingen • Waterkwaliteit • Waterringen (verwijderen plantengroei watergangen) • Baggerwerken Onder het beleidskader civieltechnische kunstwerken vallen de volgende thema's: • Bruggen, steigers en vlonders • Duikers • Stuwen en gemalen • Muren en keerwanden

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

64/130

Kerncijfers De gemeente gebruikt een beheersysteem voor het beheer van het openbaar water en civieltechnische kunstwerken. Dit systeem bestaat uit een database met alle beheerelementen voor gemeente Hoeksche Waard. Het areaal is als volgt opgebouwd: Omschrijving

Areaal

Watergangen (baggeren) Beschoeiingen Watergangen (Bestrijding waterplanten/eendenkroos) Havens Aanlegsteigers en pontons

125 kilometer Ca. 73 kilometer 125 kilometer 16 stuks (waarvan 2 buiten gebruik) 9 stuks

Omschrijving civieltechnisch kunstwerk

Areaal

Bruggen, steigers en vlonders Duikers Stuwen en gemalen Muren en keerwanden

272 stuks 15.500 m1 90 stuks 2.770 m1

Beleid en beheer Het beleid rondom het beheer en onderhoud is opgenomen in het integraal beleidsplan openbaar gebied. We onderhouden alle voorzieningen op kwaliteitsniveau B (basis). Kwaliteit We beheren de openbare ruimte op kwaliteitsniveau B (basis) zoals is vastgesteld door de raad. Om zicht te blijven houden op de kwaliteit, laten we elke 4 jaar inspecties uitvoeren. Deze inspecties zijn onafhankelijk en vormen de basis voor de onderhouds- en vervangingsplanning. Financiële consequenties onderhoud kapitaalgoed water In onderstaande tabel zijn de kosten opgenomen die betrekking hebben op het kapitaalgoed water: X €1.000 B2026

B2027

B2028

B2029

756 943 310

936 945 310

1.007 945 310

1.051 945 310

2.009

2.191

2.262

2.306

Water Kapitaallasten Mutatie voorziening Onderhoudskosten Totaal

D Groen Beleidskader Kerncijfers De gemeente gebruikt een beheersysteem voor het beheer van het openbaar groen. Dit systeem bestaat uit een database met alle beheerelementen voor gemeente Hoeksche Waard. Het areaal is als volgt opgebouwd: Omschrijving

Areaal

Beplantingen Bomen Gras

795.324 m2 32.265 stuks 3.384.421 m2

Beleid en beheer De uitgangspunten voor het onderhoud en beheer van het groen zijn opgenomen in het Integraal beleidsplan Openbare Ruimte.

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

65/130

Kwaliteit We onderhouden de openbare ruimte op kwaliteitsniveau B (basis). De onderhoudscontracten die we hebben afgesloten met aannemers zijn op dit kwaliteitsniveau gebaseerd. Om zicht te blijven houden op de kwaliteit van het openbaar groen, laten we inspecties uitvoeren. Voor de bomen hanteren we minimaal iedere 3 jaar een zogenaamde BVC-inspectie (boomveiligheidscontrole). Financiële consequenties onderhoud kapitaalgoed groen In onderstaande tabel zijn de kosten opgenomen die betrekking hebben op het kapitaalgoed ‘groen’: X €1.000 B2026

B2027

B2028

B2029

Groen Kapitaallasten Mutatie voorziening Onderhoudskosten

799 -207 6.676

821 -206 6.688

852 -197 6.688

850 -177 6.688

Totaal

7.268

7.303

7.343

7.362

E Gebouwen Beleidskader Kerncijfers De gemeentelijke vastgoedportefeuille bestaat per 1 januari 2025 uit 110 panden. Beleid Beheer en exploitatie van het gemeentelijk vastgoed is ondergebracht bij Bres Accommodaties B.V. Het groot onderhoud voor het gemeentelijk vastgoed, het beleid en de dekking van het exploitatietekort van Bres is de verantwoordelijkheid van de gemeente. De doorlichting van de gemeentelijke vastgoedportefeuille helpt, onder meer, bij het inzichtelijk maken van wat de gemeente (en maatschappelijke organisaties) nodig heeft op gebied van huisvesting voor de uitvoering van de inhoudelijke producten. Aan de andere kant wordt duidelijk wat de inhoudelijke beleidskeuzes voor gevolgen hebben voor de vastgoedportefeuilles (baten en lasten). Beheer Een actueel, eenduidig en volledig inzicht in de vastgoedportefeuille is noodzakelijk om financiële middelen voor onderhoud op een verantwoorde, integrale en effectieve wijze onderhoud in te kunnen zetten. Er zijn meerjarenonderhoudsplannen vastgesteld met de daarbij behorende budgetten voor groot en klein onderhoud. Kwaliteit Gemeente Hoeksche Waard heeft veel gebouwen voor verschillende doeleinden in eigendom. Die gebouwen beheren en onderhouden we uiteraard volgens de geldende wet- en regelgeving (bijvoorbeeld Arbowetgeving of het geldende Bouwbesluit).

In principe is de kwaliteitsnorm sober (niet uitbundig en niet meer dan nodig) en doelmatig. Dit kwaliteitsniveau komt overeen met conditiescore 3 van de norm NEN-2767 ‘Conditiemeting gebouwde omgeving’. Voor gebouwen die (op termijn) worden gesloopt of afgestoten, is een lager onderhoudsniveau acceptabel.

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

66/130

Daarnaast is het beleid om de gebouwen zo efficiënt mogelijk te gebruiken. De meerjarenonderhoudsplannen worden aan de hand van NEN-2767 inspecties eens in de vier jaar geactualiseerd. Financiële consequenties onderhoud kapitaalgoed gebouwen In onderstaande tabel zijn de kosten opgenomen die betrekking hebben op het kapitaalgoed ‘gebouwen’: X €1.000 B2026

B2027

B2028

B2029

Gebouwen Kapitaallasten Mutatie voorziening Onderhoudskosten

3.510 266 155

3.932 267 155

4.381 267 305

4.802 267 305

Totaal

3.931

4.354

4.953

5.374

F Begraafplaatsen Beleidskader Kerncijfers Gemeente Hoeksche Waard heeft 24 begraafplaatsen in beheer en onderhoud. Op 16 daarvan wordt actief begraven. We beheren ongeveer 30.000 graven. De gemeente gebruikt het administratiepakket Begraven van Centric Voor het beheer en de administratie van de begraafplaatsen. Het areaal op de begraafplaatsen is als volgt opgebouwd: Omschrijving

Areaal

Asfalt verharding Beton verharding Elementen verharding Half- of onverhard Bomen Beplanting Grassen

23.063 m2 146 m2 24.932 m2 10.070 m2 1.568 stuks 49.678 m2 79.135 m2

Beleid In 2020 is een geharmoniseerd begraafbeleid vastgesteld dat in 2021 is ingegaan. In 2023 is het beleid, inclusief de regelgeving, geëvalueerd. Hieruit is een aantal kleine wijzigingen in de regelgeving voortgekomen. Beheer Het in 2020 vastgestelde begraafplaatsenbeleid vormt de leidraad voor het beheer en onderhoud van de begraafplaatsen. We werken volgens een uitvoeringskalender met meerjarenplanning op basis van de behoefte en capaciteit. Kwaliteit Begraafplaatsen onderhouden we op grond van de geldende wettelijke verplichtingen en het vastgestelde beeldkwaliteitsniveau A. Om zicht te blijven houden op de kwaliteit van de begraafplaatsen, laten we inspecties uitvoeren. Voor de bomen op de begraafplaatsen hanteren we minimaal iedere 3 jaar een zogenaamde BVCinspectie (boomveiligheidscontrole). Financiële consequenties onderhoud kapitaalgoed begraafplaatsen In onderstaande tabel zijn de kosten opgenomen die betrekking hebben op het kapitaalgoed begraafplaatsen:

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

67/130

X €1.000 B2026

B2027

B2028

B2029

Begraven Kapitaallasten Mutatie voorziening Onderhoudskosten

132 -119 1.028

131 -106 1.028

120 -102 1.028

120 -107 1.028

Totaal

1.041

1.053

1.047

1.041

G Buitensportaccommodaties Beleidskader Kerncijfers We gebruiken een beheersysteem voor het beheer van buitensportaccommodaties. Omschrijving

Areaal

Bomen Beplanting Grassen Sportvelden (gras, kunstgras, etc..) Verharding

1.592 stuks 68.239 m2 246.344 m2 560.291 m2 79.249 m2

Beleid Buitensportaccommodaties beheren en onderhouden we op grond van de geldende wettelijke verplichtingen en het vastgestelde beleid van de voormalige gemeenten zolang dit nog niet is geharmoniseerd. Het beleid van beheer buitensportaccommodaties is in maart 2025 vastgesteld. De komende 4 jaar zullen de buitensportverenigingen gefaseerd overgaan in het nieuwe beleid. Dit beleid zegt dat het regulier en dagelijks onderhoud door de verenigingen wordt opgepakt. Beheer In 2025 zijn we gestart met de uitrol van het vernieuwde harmonisatiebeleid. De komende jaren zullen verenigingen gefaseerd over gaan in dit beleid. Het beheer van de sportvelden ligt bij de verenigingen. Er zijn nog een aantal onderhoudscontracten met aannemers. Deze zullen komen te vervallen waneer de verenigingen over zijn in het nieuwe beleid. Kwaliteit Het streefdoel voor de buitensportaccommodaties voor de gehele Hoeksche Waard is minimaal kwaliteitsniveau basis. Dit kwaliteitsniveau komt overeen met het door het CROW vastgestelde niveau B. Om de kwaliteit van de sportvelden te waarborgen, plannen we jaarlijks met de verenigingen een visuele inspectie. Tijdens die inspectie beoordelen we de onderhoudsstaat van de buitensportaccommodaties. Het uitgangspunt is handhaving van het kwaliteitsniveau ‘basis’.

Financiële consequenties onderhoud kapitaalgoed buitensportaccommodaties In onderstaande tabel zijn de kosten opgenomen die betrekking hebben op het kapitaalgoed buitensportaccommodaties:

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

68/130

X €1.000 Buitensport Kapitaallasten Mutatie voorziening Onderhoudskosten Totaal

B2026

B2027

B2028

B2029

973 0 121

1.383 0 13

1.404 0 22

1.318 0 22

1.093

1.396

1.426

1.340

Samenvatting De totale kosten per kapitaalgoed zijn als volgt: X €1.000 B2026

B2027

B2028

B2029

Wegen Begraven Buitensport Water Riolering Groen Gebouwen

11.386 1.041 1.093 2.009 3.383 7.268 3.931

12.556 1.053 1.396 2.191 5.375 7.303 4.354

13.482 1.047 1.426 2.262 6.059 7.343 4.953

13.867 1.041 1.340 2.306 7.686 7.362 5.374

Totaal

30.111

34.227

36.572

38.976

Grafisch geeft dit het volgende beeld: Totaal per kapitaalgoed 2026

Begraafplaats Buitensportaccommodaties Gebouwen Groen Riolering Water Wegen

De totale kosten per categorie zijn als volgt: X €1.000 B2026

B2027

B2028

B2029

Kapitaallasten Mutatie voorziening Onderhoudskosten

10.989 -2.019 21.141

14.307 -1.236 21.156

15.919 -993 21.646

17.350 -20 21.646

Totaal

30.111

34.227

36.572

38.976

Grafisch geeft dit het volgende beeld:

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

69/130

Totaal per categorie 2026 30.000

21.141

20.000

10.989

10.000

0 -2.019

-10.000 Kapitaallasten

Mutatie reserves en voorzieningen

Onderhoudskosten

2026

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

70/130

3.4 Financiering Algemeen De financieringsparagraaf is een belangrijk hulpmiddel bij het sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden op de financieringsfunctie. Deze paragraaf is een uitwerking van de regelgeving in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Volgens deze wet is de financieringsfunctie van de gemeente alleen bedoeld voor het uitvoeren van de publieke taken. De verdere lokale regels liggen vast in het Treasurystatuut. Het actuele Treasurystatuut is in 2023 vastgesteld.

Beleidskader en verordeningen • • • • • • • •

Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) Besluit lening voorwaarden decentrale overheden Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Wet Ruddo) Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) Regeling schatkistbankieren decentrale overheden Financiële verordening Treasurystatuut

Rentevisie Het rentepercentage voor leningen met een looptijd korter dan een jaar is op dit moment positief. Dit houdt in dat de gemeente voor het aangaan van kasgeldleningen rente betaald. Voor langlopende geldleningen met een looptijd van 25 jaar is de rente 3,44%.

Dienstverlening BNG Met de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten hebben we een raamovereenkomst met geïntegreerde dienstverlening. Deze dienstverlening omvat: • Elektronisch betalingsverkeer via een rekening-courant • Kort-kredietarrangementen (daggeldverstrekking en –opname, kasgeldleningen en termijndeposito’s) • Langlopende kredietverlening • Een online informatiedienst

Schatkistbankieren Schatkistbankieren verplicht decentrale overheden alle overtollige beschikbare middelen op hun bankrekeningen te beleggen bij het Rijk. Onder overtollige middelen verstaat het Rijk bedragen groter dan 2% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 1.000.000. Voor 2026 is dit bedrag voor gemeente Hoeksche Waard berekend op € 5,9 miljoen. Er is daarmee geen vrijheid om overtollige liquide middelen onder te brengen bij andere marktpartijen. Die overtollige middelen mogen wij alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist aanhouden. Decentrale overheden nemen deel aan schatkistbankieren zodat de collectieve sector (het Rijk en decentrale overheden gezamenlijk) een lagere EMU-schuld heeft. Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk. Dit leidt automatisch tot een lagere staatsschuld. Door het schatkistbankieren kunnen decentrale overheden ook hun beleggingsrisico’s verder verminderen. Deze situatie kan zich in onze gemeente overigens niet voordoen. In het Treasurystatuut is een verbod op risicovolle beleggingen en derivaten opgenomen. Voor de uitvoering van het schatkistbankieren, is een SKB-werkrekening geopend bij de BNG. Overtollige gelden worden hier dagelijks naartoe afgeroomd. De BNG blijft ook de overige geldhandelingen verzorgen zoals betalingen en ontvangsten.

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.4 FINANCIERING

71/130

Rentekostenverdeling De rentekosten worden tegen 0,805% ten laste van het taakveld gebracht op basis van de boekwaarde van de vaste activa. Deze omslagrente berekenen we als volgt: de aan de taakvelden toe te rekenen rente delen we door de boekwaarde van de vaste activa per 1 januari. De omslagrente rekenen wij vervolgens toe aan de activa. Bij de jaarrekening wordt bekeken of het gehanteerde rentepercentage juist is. Een renteresultaat geeft de mate waarin de externe rentelasten zijn toegerekend (verdeeld) in de begroting aan. (Bedragen x € 1.000) Begroting 2026 De externe rentelasten over de korte en lange financiering

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

2.690

3.916

4.768

395

395

395

395

2.295

3.521

4.373

4.773

Rente doorberekend aan facilitaire grondexploitatie

0

0

0

0

Rente projectfinanciering toegerekend aan taakveld

0

0

0

0

Rentebaat projectfinanciering toegerekend aan taakveld

0

0

0

0

2.295

3.521

4.373

4.773

Rente over eigen vermogen

0

0

0

0

Rente over voorzieningen

0

0

0

0

De aan taakvelden toe te rekenen rente

2.295

3.521

4.373

4.773

Boekwaarde investeringen per 1-1-2026

285.128

335.227

366.364

378.348

Berekend omslag%

0,805%

1,050%

1,194%

1,262%

2.336

3.550

4.345

4.821

41

29

-28

48

De externe rentebaten Totaal door te rekenen externe rente

Saldo door te rekenen externe rente

De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente Renteresultaat op het taakveld treasury

5.168

Risicobeheer Het risicobeheer is gericht op het beperken van financiële risico’s. In het Treasurystatuut zijn richtlijnen en limieten opgenomen. Deze vormen de basis voor alle transacties op dit gebied. Daarnaast geeft de Wet Fido normen voor het beperken van risico’s. Het belangrijkste risico in dit kader is het renterisico. Het kasgeldlimiet en de renterisiconorm zijn belangrijke richtlijnen om het renterisico te beperken.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is bedoeld om de renterisico’s bij de vlottende schuld, dat zijn schulden met een looptijd korter dan een jaar, te beheersen. De wettelijke toegestane omvang bedraagt 8,5% van de totale lasten van de begroting. De kasgeldlimiet per kwartaal is als volgt: (Bedragen x € 1.000) Primaire begroting per 1 januari 2026

1e kw. 2026

2e kw. 2026

3e kw. 2026

4e kw. 2026

297.509

297.509

297.509

297.509

Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

25.288

25.288

25.288

25.288

Maand 1

36.000

36.000

36.000

36.000

Maand 2

36.000

36.000

36.000

36.000

Maand 3

36.000

36.000

36.000

36.000

Maand 1

22.000

22.000

22.000

22.000

Maand 2

22.000

22.000

22.000

22.000

Maand 3

22.000

22.000

22.000

22.000

Maand 1

14.000

14.000

14.000

14.000

Maand 2

14.000

14.000

14.000

14.000

Maand 3

14.000

14.000

14.000

14.000

Gemiddeld saldo

14.000

14.000

14.000

14.000

Kasgeldlimiet

25.288

25.288

25.288

25.288

Ruimte (+) / Overschrijding (-) kasgeldlimiet

11.288

11.288

11.288

11.288

- in bedrag Vlottende schuld (1)

Vlottende middelen (2)

Saldo (1-2)

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.4 FINANCIERING

72/130

Renterisiconorm De renterisiconorm beoogt een zodanige opbouw van de leningenportefeuille dat het risico door renteaanpassing en herfinanciering van leningen beperkt blijft. De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks niet meer dan 20% van het begrotingstotaal voor herfinanciering of renteherziening in aanmerking mag komen. De volgende tabel geeft de renterisiconorm voor 2026-2029 weer. (Bedragen x € 1.000) Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Stand van de begroting per 1/1

297.509

277.007

275.621

277.587

Vastgestelde percentage

20,00%

20,00%

20,00%

20,00%

Renterisiconorm

59.502

55.401

55.124

55.517

Renteherzieningen

0

0

0

0

1.833

1.833

1.833

1.833

Aflossingen Renterisico

1.833

1.833

1.833

1.833

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

57.669

53.568

53.291

53.684

De tabel laat zien dat er geen sprake is van risico’s op het overschrijden van de renterisiconorm.

Uitgezette geldleningen Onderstaand een overzicht van de uitgezette geldleningen per risicogroep. (Bedragen x €1.000) Risicogroep

Restant schuld 1-1-2026

SVn: duurzaamheidsleningen

1-1-2027

1-1-2028

1-1-2029

9.206

9.206

9.206

SVn: blijversleningen

310

310

310

310

SVn: startersleningen

17.953

17.953

17.953

17.953

27.469

27.469

27.469

27.469

1.159

1.081

943

864

23

18

12

6

1.182

1.099

955

870

28.651

28.568

28.424

28.339

(Sport)verenigingen Woningfinanciering eigen personeel

Totaal verstrekte geldleningen

9.206

Garanties Onderstaand een overzicht van de verstrekte garanties per risicogroep. (Bedragen x €1.000) Risicogroep

% garantstelling

Restant schuld waarborg gemeente 1-1-2026

1-1-2027

1-1-2028

1-1-2029

Woningcorporaties met garantie WSW

50%

199.266

199.266

199.266

199.266

Zorginstellingen met garantie WSW

50%

30.573

30.573

30.573

30.573

Woningcorporaties zonder garantie WSW

100%

2.650

2.650

2.650

2.650

Zorginstellingen zonder garantie WSW

100%

1.060

1.060

1.060

1.060

Wegschap Tunnel Dordtse Kil

8%

3.128

3.128

3.128

3.128

Bedrijvenpark Hoeksche waard

100%

0

0

0

0

Regionale afvalstoffendienst B.V.

100%

11.122

11.122

11.122

11.122

Bres accommodaties

100%

865

865

865

865

Geldleningen particuliere woningen

100%

337

337

337

337

Diverse bedrijven en verenigingen

50%

0

0

0

0

Diverse bedrijven en verenigingen

60%

120

120

120

120

Diverse bedrijven en verenigingen

100%

Totaal verstrekte garanties

119

119

119

119

249.240

249.240

249.240

249.240

In de tabel zijn alle verstrekte garanties opgenomen. Op dit moment zijn er voor deze garantstellingen geen betalingsachterstanden.

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.4 FINANCIERING

73/130

Voor een aantal groepen is een gemeentegarantie verstrekt. De grootste groep betreft zogenaamde WSW-garantstellingen. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) is actief als borgstellingsinstituut voor de sociale woningbouw. We hebben een achtervangovereenkomst met hen gesloten. Hierdoor kan het WSW goedkoper geld lenen. Op 1 mei 2024 trad een nieuwe achtervangovereenkomst tussen WSW en gemeenten in werking. Deze achtervangovereenkomst vervangt alle voor 1 mei 2024 tussen WSW en gemeenten gesloten achtervangovereenkomsten. Deze achtervangovereenkomst zorgt ervoor dat met ingang van 1 mei 2024 alle rechten en verplichtingen van gemeenten en van WSW ten aanzien van de achtervangpositie van gemeenten uitsluitend worden beheerst door deze achtervangovereenkomst. Als gevolg hiervan wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen de rechten en verplichtingen van gemeenten en WSW van vóór en vanaf 1 augustus 2021. De enige uitzondering hierop is de te hanteren verdeelsleutel voor gemeenten. Voor verstrekte gemeentegaranties voor de aankoop van een eigen woning ligt het risico vanaf 2010 volledig bij het Rijk. Omdat hypotheken over het algemeen een looptijd hebben van 30 jaar, lopen de laatste garantstellingen voor particulieren nog tot 2040 door.

Opgenomen geldleningen Onderstaand een overzicht van het saldo van de bij de BNG afgesloten langlopende geldleningen. (Bedragen x € 1.000) Saldo geldleningen

1-1-2026

Leningen

1-1-2027

1-1-2028

1-1-2029

43.833

42.000

40.167

38.334

1.833

Rente en aflossing Aflossing

1.833

1.833

1.833

Rente

921

880

839

798

Totaal

2.754

2.713

2.672

2.631

Bij bovenstaande tabel wordt opgemerkt dat dit de leningen betreffen die wij op dit moment daadwerkelijk hebben afgesloten. Op basis van het investeringsplan de komende jaren houden wij er rekening mee dat wij aanvullende geldleningen moeten afsluiten.

Ontwikkeling van de schuldpositie Het wordt de laatste jaren steeds belangrijker om de ontwikkeling van de schuldpositie te volgen. We hebben daarom een aantal ratio’s uitgewerkt: debt ratio, netto schuld als percentage van de begroting en netto schuld als bedrag per inwoner. Kritische norm

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Debt ratio

80%

33%

41%

47%

Netto schuld / lasten begroting

100%

18%

34%

45%

50% 51%

Netto schuld per inwoner

n.v.t.

€ 575

€ 1.015

€ 1.336

€ 1.490

Debt ratio De debt ratio drukt uit in hoeverre het totale bezit op de balans is belast met schulden. Een ratio van 60% wordt als veilig beschouwd. Als kritische grens hanteren we 80%. Ons percentage van 33% is ruim voldoende. Netto schuld als percentage van de begroting De netto schuld wordt uitgedrukt in een percentage van de begroting. De grondexploitaties laten we buiten beschouwing omdat hierin grote schommelingen optreden en we de rentelasten daarvan binnen de grondexploitaties (inclusief de getroffen voorzieningen) dekken. Een ratio van maximaal 70% wordt als veilig beschouwd. De kritische grens ligt bij 100%. Bij overschrijding van deze grens beoordelen we of we kunnen blijven investeren zonder hiervoor nieuwe financieringsmiddelen aan te moeten trekken. Het percentage van onze gemeente is 18%. Dat is goed te noemen.

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.4 FINANCIERING

74/130

Netto schuld per inwoner De netto schuld per inwoner is het resultaat van de boekwaarde van de vaste geldleningen gedeeld door het totaal aantal inwoners. Wij hebben een netto schuld per inwoner van € 575.

Beleggingen in aandelen Het gemeentelijk aandelenbezit bestaat uit aandelen van de BNG, Evides en Stedin. De dividenduitkeringen betreffen hierbij een algemeen dekkingsmiddel. (Bedragen x € 1.000) Aandelenbezit

Dividenden 2026

Dividenden 2027

Dividenden 2028

Dividenden 2029

Stedin

Nominale waarde 6.138

1.100

1.100

1.100

1.100

Stedin (cum. pref. aandelen)

4.080

120

120

120

120

Evides

3.389

299

299

299

299

BNG

357

386

386

386

386

Totaal

13.964

1.905

1.905

1.905

1.905

13,64%

13,64%

13,64%

13,64%

Gemiddeld rendement

Debiteuren- en crediteurenbeheer Debiteurenbeheer Het debiteurenbeheer gaat om alle activiteiten die gericht zijn op het zo snel mogelijk innen van openstaande vorderingen bij partijen. Goed debiteurenbeheer zorgt ervoor dat wij over voldoende liquide middelen kunnen beschikken om onze leveranciers te kunnen betalen. De omvang van ons debiteurenbestand (“afnemers”) is daarbij relatief beperkt omdat het SVHW de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen uitvoert. Voor de overige vorderingen voeren wij zelf het debiteurenbeheer uit. Om grip te houden op ons debiteurenbestand, monitoren wij periodiek onze openstaande vorderingen, herinneren wij onze debiteuren als betalingen uitblijven en zoeken wij bij blijvende knelpunten, zo veel mogelijk het persoonlijke contact met debiteuren. Daar waar sprake is van bijzondere omstandigheden wordt maatwerk toegepast. Daar waar vorderingen structureel niet worden voldaan, geven wij deze uit handen. In 2025 hebben wij het nieuwe financiele pakket Erpx in gebruik genomen. Dit heeft in de eerste helft van 2025 geleid tot een iets oplopend debiteurensaldo doordat processen verder ingebed moesten worden. Wij verwachten dat in 2026 processen volledig zijn ingebed en het debiteurenbeheer weer op hetzelfde niveau is als voorheen. Crediteurenbeheer De wettelijke betalingstermijn is 30 dagen.

De visie van een 100%-dienstverlenende gemeente is voor ons eerder aanleiding geweest om de termijnen waarop wij onze leveranciers betalen (verder) te verkorten. Dit betreft een continue proces. Wij streven ernaar om 95% van al onze facturen binnen 14 dagen te voldoen. Over de eerste helft van 2025 hebben wij 80% van onze vorderingen betaald binnen 30 dagen en ongeveer de helft betaald binnen 14 dagen. De gemiddelde betaaltermijn lag hierbij op 23 dagen. Hoewel het grootste gedeelde van onze facturen wordt voldaan binnen de wettelijke termijnen, liepen wij in de eerste helft van 2025 iets achter onze doelstellingen. Dit hield verband met de ingebruikname van ons nieuwe finaniceel pakket Erpx waarbij processen verder ingebed moesten worden. Deze tijdelijke daling was ookreeds aangekondigd in de begroting 2025 en is logisch bij een omvangrijk veranderingsproces als de vervanging van een nieuw pakket. Door middel van periodieke rapportages, controles op de werkvoorraden van facturen én vroegtijdige signaleringen bij afwijkingen, geven wij verhoogde aandacht aan de factuurafhandeling en factuurverwerking zodat wij onze leveranciers weer kunnen betalen binnen de (zeer korte) termijnen die zij van ons gewend zijn.

PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 | 3.4 FINANCIERING

75/130

Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) De Wet Hof is vooral van invloed op het investeringstempo van de gemeente en de manier waarop er wordt omgegaan met reserves. De gemeente moet op basis van het kasstelsel binnen het toegestane EMU-saldo blijven. Bij overschrijding van de EMU-norm zijn in de wet geen maatregelen opgenomen. Op dit moment monitoren wij het EMU-saldo 2 keer per jaar. Aan de hand van de resultaten nemen we eventueel maatregelen op het gebied van investeringen. Het sanctiemechanisme van de minister van Financiën is vervangen door een correctiemechanisme. Als een meerjarige overschrijding van de vastgestelde norm voor het EMU-saldo van de decentrale overheden dreigt, kan de minister het EMU-saldo van de decentrale overheden beheersen met behulp van het correctiemechanisme.

EMU-saldo Het EMU-of vorderingensaldo is het financieringssaldo minus deelname in bedrijven en inkomsten uit kredietverstrekking van een land dat lid is van de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU). Het EMU-saldo is door de EMU ingevoerd om de eurolanden met elkaar te kunnen vergelijken. In het Stabiliteits- en Groeipact is een reeks afspraken tussen landen van de EMU gemaakt om de financiële stabiliteit van de EU en de eurozone te waarborgen. Hierin is de grens aan het nationale begrotingstekort op 3% gesteld. De Europese afspraken vormen de basis van de Wet Hof. De wet bepaalt dat niet alleen het Rijk, maar ook de decentrale overheden zich aan de eisen moeten houden. Het aandeel van de decentrale overheden in de 3%-norm is 0,4%, waarvan weer 0,27% is toebedeeld aan de gemeenten. In onderstaande tabel is het EMU-saldo van gemeente Hoeksche Waard berekend. (Bedragen x € 1.000) Omschrijving

Begroting 2025

Begroting 2025

Begroting 2025

Begroting 2028

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

-8.293

-6.979

-7.850

-6.578

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

11.997

14.499

16.081

17.159

Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie

1.534

1.537

1.537

1.537

Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

60.064

47.603

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16075216/1