CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025-2028 - Bijlage 1. Programmabegroting 2025-2028

Besluitvormende raad 5 november 2024, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Begroting 2025 Gemeente Hoeksche Waard36.510 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

21.208 5 665

23.308 6 711

23.553 6 711

23.796 6 711

24.029 6 711

169 110

188 115

192 118

192 118

192 118

192 118

Subtotaal (a)

20.646

22.181

24.335

24.580

24.822

25.056

Rechten Rioolheffing Lijkbezorgingsrechten Leges Afvalstoffenheffing Haven- en kadegelden Marktgelden

9.508 1.233 5.124 9.231 95 21

9.762 1.513 7.948 10.595 90 23

11.002 1.548 6.528 11.719 92 24

12.575 1.548 4.936 11.719 92 24

13.074 1.548 4.936 11.719 92 24

13.466 1.548 4.936 11.719 92 24

Subtotaal (b)

25.212

29.931

30.913

30.894

31.393

31.785

Overig BIZ

164

178

178

178

178

178

subtotaal (c )

164

178

178

178

178

178

Totaal (a+b+c)

46.022

52.290

55.426

55.652

56.393

57.019

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.1 LOKALE HEFFINGEN

53/140

Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit voor OZB is het verschil tussen de begrote opbrengst en de norm volgens de “artikel-12-status”. Zolang de geraamde opbrengsten lager liggen dan de norm-opbrengst, komt de gemeente niet in aanmerking voor een aanvullende uitkering uit het Gemeentefonds. De onbenutte belastingcapaciteit geven wij in de onderstaande tabel weer. Bedragen * € 1.000

omschrijving

Gemiddeld voor vorig jaar*

max cf art 12

art 12

Waarde

Max opbr. (a)

Begroot 2025 (b)

onbenutte cap. (a-b)

woningen

0,0909%

120%

0,1091%

15.717.000

17.144

12.753

4.391

niet woningen eigenaren

0,3272%

120%

0,39264%

2.165.800

8.504

6.210

2.294

niet woningen gebruikers

0,2333%

120%

0,27996%

1.822.800

Totaal

5.103

4.344

759

30.751

23.308

7.443

Lokale lastendruk meerpersoonshuishoudens De onroerendezaakbelasting (OZB) voor woningen, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing bepalen het totaal van de lokale lasten. In onderstaand overzicht geven wij de gemiddelde lasten 2025 van Hoeksche Waard weer naast het landelijk gemiddelde. Uitgangspunt hierbij is een meerpersoonshuishouden met een eigen woning met een (gemiddelde) waarde van € 399.000. Lastendruk

2025

2024

Verschil

%verschil

Totaal

2025-2024

Ten opzichte van 2024

Meerp. Huish met eigen woning Totaal

Totaal

OZB Rioolheffing Afvalstoffenheffing

324 257 298

308 226 266

16 31 31

5,10% 13,85% 11,74%

Lastendruk

879

801

78

9,78%

gemiddelde Nederland 2024*

994

* Bron: Coelo 2024

Onroerende- en roerende zaakbelastingen (OZB en RZB) Bij de onroerende- en roerende zaakbelastingen is de (her-) waardering (wet WOZ) van belang. De WOZwaarde wordt jaarlijks vastgesteld. De belasting wordt uitgedrukt in een percentage van deze waarde. Voor belastingjaar 2025 gaat het om de waarde op de peildatum 1 januari 2024. Waardestijging van bestaande panden is in het tarief gecorrigeerd (verlaging van de tarieven). Vervolgens is de inflatiecorrectie (2,3% voor 2025) en de voor deze heffing specifieke 'inflatiecorrectie OZB' (2,8% voor 2025) toegepast. De tarieven voor OZB en RZB zijn wettelijk verplicht aan elkaar gelijk. Hieronder treft u een overzicht aan van de tarieven 2025 en vergelijkende cijfers 2024 en het landelijk gemiddelde over 2024.

OZB / RZB tarieven Woningen Niet woningen eigenaren Niet woningen gebruikers

2025

2024

0,08114% 0,28673% 0,23834%

0,07999% 0,27827% 0,23222%

landelijk 2024* 0,0909% 0,3272% 0,2333%

*Bron: Coelo 2024

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.1 LOKALE HEFFINGEN

54/140

Hondenbelasting Hondenbelasting is een van de oudste, nu nog bestaande, belastingen van ons land. Van de 342 gemeenten komt deze belasting bij 120 gemeenten voor (35%). Deze belasting is een algemeen middel en hoeft niet verplicht besteed te worden aan hondenbeleid. Op de tarieven voor 2025 is de eerdergenoemde inflatiecorrectie van 2,3% toegepast. Voor hulphonden en honden in een asiel geldt een vrijstelling van hondenbelasting. Ter vergelijking geven wij onderstaand ook het tarief 2024 en het landelijk gemiddelde over 2024 (van gemeenten waar hondenbelasting is ingevoerd).

Hondenbelasting Eerste hond Volgende hond Kennel

2025

landelijk gemiddelde*

2024 98 173 419

96 170 410

27 niet bekend niet bekend

*Bron: Coelo 2023

Toeristenbelasting en watertoeristenbelasting Toeristenbelasting geldt voor het overnachten in hotels, pensions etc. Watertoeristenbelasting geldt voor het verblijven in een haven per etmaal. In plaats van een bedrag per nacht kan ook voor een vast bedrag voor een heel seizoen gekozen worden (forfait). Het tarief voor 2025 bedraagt € 1,28 per nacht/etmaal.

Dagtoeristenbelasting De raad heeft op 21 september 2021 besloten om deze belasting vanaf 2022 gefaseerd af te bouwen. In 2023 werd nog 25% van het tarief over 2021 geheven. Vanaf 2024 wordt geen dagtoeristenbelasting meer geheven.

Rioolheffing De opbrengsten rioolheffing dekken, naast de kosten van het rioleringsstelsel, ook kosten die voortvloeien uit de Wet gemeentelijke watertaken. Om schommelingen in de tarieven te voorkomen, maken we gebruik van een voorziening voor riolering. Het tarief voor rioolheffing is naast de indexering met 2,3%, verhoogd met 1%. Deze verhoging komt voort uit het door de gemeenteraad op 13 oktober 2020 vastgestelde Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025. Hiernaast wordt het tarief in 2025 en 2026 verhoogd met 10% als gevolg van extra investeringen en prijsstijgingen. Bij de actualisatie van het Gemeentelijk Riolering Plan (GRP) in 2025 wordt het tarief voor 2026 definitief bepaald. Het tarief voor het eigenaarsdeel bedraagt in 2025 € 128,65 en voor het gebruikersdeel € 64,33 (1-persoonshuishouden) of € 128,65 (meerpersoonshuishouden). Hieronder geven wij een overzicht van de baten en lasten in 2025 en daarbij de mate van kostendekking van de heffing. (Bedragen * € 1.000) Kostendekkendheid Rioolheffing Netto kosten Direct toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale lasten

7.399 1.513 1045 3.318 13.275

Opbrengsten Totale baten Dekkingspercentage (ex mutatie voorziening)

11.180 11.180 84%

Mutatie egalisatie voorz (onttrekking)

-2.095

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.1 LOKALE HEFFINGEN

55/140

Lijkbezorgingsrechten De tarieven voor deze rechten zijn aangepast met 2,3%. Daarbij is rekening gehouden met de verhouding tussen de tarieven zoals vastgelegd in het beleid dat de raad in 2020 vaststelde. Hieronder geven wij een overzicht van de baten en de lasten in 2025 en daarbij de mate van kostendekking van deze heffing. (Bedragen * € 1.000) Kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten Netto kosten Direct toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale lasten

1.369 1.277 882 3.529

Totale baten Dekkingspercentage

1.513 43%

Mutatie egalisatie voorz (onttrekking)

-104

Leges In hoofdlijn zijn de tarieven van 2024 met een inflatiecorrectie van 2,3% verhoogd. Daar waar sprake is van een percentage, is dat percentage gelijk gebleven. Binnen de legesverordening mogen we overschotten op onderdelen inzetten voor tekorten op andere onderdelen (kruissubsidiering). De begrote baten en lasten 2025 en de mate van kostendekking is hieronder zowel op totaalniveau van de verordening als gesplitst per hoofdstuk weergegeven. Bedragen * € 1.000 Kostendekkendheid leges per hoofdstuk Hdfstk 1 Alg.dienstverlening Netto kosten Direct toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale lasten Opbrengsten Dekkingspercentage

1.109 1.488 1.173 8 3.779 1.789 47%

Hfdstk 2 Omgevingsvergunningen Netto kosten Direct toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale lasten Opbrengsten Dekkingspercentage

1.226 1.301 1.028 254 3.809 4.640 122%

Hfdstk 3 Dienstverlening EDR Netto kosten Direct toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale lasten Opbrengsten Dekkingspercentage

340 268 608 99 16%

Kostendekkendheid Leges totaal Netto kosten Direct toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale lasten Opbrengsten Dekkingspercentage

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.1 LOKALE HEFFINGEN

2.335 3.129 2.469 262 8.195 6.528 80%

56/140

Afvalstoffenheffing De heffing vergoedt de kosten voor inzameling van huishoudelijk afval. RAD BV voert de inzameling voor de gemeente uit. Hiervoor is een dienstverleningsovereenkomst gesloten die jaarlijks geïndexeerd wordt. Het tarief van de heffing is ten opzichte van 2024 gestegen met ca 25% en bedraagt gemiddeld € 298,-. (2024: € 266,-). Het landelijk gemiddelde tarief kwam in 2024 uit op € 346,- voor meerpersoonshuishoudens (bron: Coelo 2024). Een stijging van het tarief van 25% betekent een gemiddelde lastenstijging van ca. 12%, aangezien als gevolg van het grondstoffenbeleidsplan het afval beter wordt gescheiden en daardoor minder vaak containers met restafval worden aangeboden. De tarieven voor de afvalstoffenheffing stijgen. Het lijkt tegenstrijdig dat de tarieven omhooggaan, terwijl we met het grondstoffenbeleidsplan willen dat het afval beter gescheiden wordt. De tariefsverhoging is nodig omdat er allerlei autonome ontwikkelingen zijn die voor hogere kosten zorgen. Zo zijn de verwerkingstarieven van diverse afvalstromen gestegen en zijn ook de kosten van transport hoger. Deze kosten zouden ook zonder het de maatregelen uit het grondstoffenbeleidsplan stijgen. Kort gezegd: ook zonder het grondstoffenbeleidsplan zouden de tarieven omhoog moeten. Een deel van de kostenstijging is wel terug te voeren op het grondstoffenbeleidsplan.

Het uitgangspunt is dat de afvalstoffenheffing kostendekkend is. Hogere kosten dekken met minder aanbiedingen betekent een hoger tarief per aanbieding. Wanneer er binnen de gemeente geen afval zou worden gescheiden, dan bedraagt het gemiddelde tarief € 410,-. De prikkel goed scheiden loont geldt nog steeds: hoe minder restafval je aanbiedt, hoe minder afvalstoffenheffing je betaalt. Hieronder geven wij een overzicht van de baten en lasten in 2025 en de mate van kostendekking van de heffing. (Bedragen * € 1.000) Kostendekkendheid Afvalstoffenheffing Netto kosten Btw Direct toe te rekenen kosten Overhead Totale lasten

10.748 1.956 12.704

Opbrengsten heffing Overige opbrengsten Totale baten

11.719 982 12.701

Dekkingspercentage

100,0%

Mutatie egalisatie voorz

0

Haven- en kadegelden De tarieven voor haven- en kadegelden zijn, ten opzichte van 2024, aangepast met de inflatiecorrectie van 2,3%. Hieronder geven wij een overzicht van de baten en lasten in 2025 en de mate van kostendekking van de heffing.

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.1 LOKALE HEFFINGEN

57/140

(Bedragen * € 1.000) Kostendekkendheid Haven en kadegelden Netto kosten Direct toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale lasten

239 134 108 35 516

Opbr. Haven-kadegelden Overige opbrengsten Totale baten Dekkingspercentage

92 44 136 26%

Marktgelden De tarieven voor marktgelden zijn aangepast ten opzichte van 2024 met de inflatiecorrectie van 2,3%. Hieronder geven wij een overzicht van de baten en lasten 2025 en de mate van kostendekking van de heffing. Bedragen * € 1.000 Kostendekkendheid Marktgelden Netto kosten Direct toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale lasten Opbr marktgelden Overige opbrengsten Totale baten Dekkingspercentage

29 8 6 5 49 24 24 50%

Bedrijfsinvesteringszones (BIZ) Volgens de Wet op de bedrijfsinvesteringszones (BIZ) kan de gemeenteraad onder de naam BIZ- bijdrage een belasting instellen binnen een bepaald gebied in de gemeente. Per gebied wordt een verordening opgesteld. Een verordening heeft een maximale looptijd van 5 jaar. In totaal kent de gemeente 7 BIZ verordeningen; Puttershoek, Zuid-Beijerland, Oud-Beijerland de Bosschen, Oud- Beijerland Hoogerwerf, Strijen, 's Gravendeel en Numansdorp.

Reclamebelasting Reclamebelasting geldt alleen voor niet-woningen in een aangewezen gebied (het centrum van OudBeijerland). De opbrengsten zijn bestemd voor de stichting Centrummanagement Oud-Beijerland. Hierover is met de stichting een overeenkomst gesloten. Het tarief voor reclamebelasting bestaat uit een vast bedrag en variabelbedrag, gekoppeld aan de WOZ-waarde. Het vaste deel is gecorrigeerd voor de inflatiecorrectie en bedraagt in 2025 € 356 (€ 348 in 2024). Bij het variabele deel is eveneens rekening gehouden met de inflatiecorrectie. Dit tarief komt uit op € 1,79 (€ 1,76 in 2024) per € 1.000 WOZ-waarde boven € 250.000, met een maximum van € 1.406 (€ 1.406 in 2024).

Kwijtschelding De Invorderingswet 1990, de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen geven het wettelijk kader waarbinnen de gemeente belastingen kan kwijtschelden. Dit is vastgelegd in de Kwijtscheldingsverordening. Hierin is opgenomen dat het percentage de kosten van bestaan op 100% van de bijstandsnorm is gesteld. Dit is het wettelijk maximum. Kwijtschelding is in gemeente Hoeksche Waard mogelijk voor: • OZB; • RZB;

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.1 LOKALE HEFFINGEN

58/140

• • • • • •

Rioolheffing; Hondenbelasting, alleen voor de eerste hond; Afvalstoffenheffing tot een maximaal bedrag van €298; Leges voor een Nederlandse identiteitskaart; Leges voor het aanvragen van een gehandicaptenparkeerkaart; Leges voor de aanvraag van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken.

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.1 LOKALE HEFFINGEN

59/140

3.2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Algemeen Met risicomanagement krijgt de gemeente inzicht in de risico’s. Doel is het vergroten van het risicobewustzijn, het beheersen van de risico’s en het kunnen bepalen van een volledig en goed onderbouwd weerstandsvermogen. Inzicht in de risico's stelt ons in staat om verantwoorde besluiten te nemen. Dat betekent: risico’s staan in de juiste verhouding tot de vermogenspositie.

Beleidskader & Verordeningen Nota risicomanagement gemeente Hoeksche Waard 2019.

Professionalisering Om goed te kunnen sturen en onze doelen te kunnen realiseren, is risicomanagement een wezenlijk onderdeel van onze organisatie. In het kader van de invoering van de Rechtmatigheidsverantwoording is het project Three Lines gestart. Risicomanagement is een onderdeel hiervan en wordt in dit traject meegenomen.

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin een gemeente in staat is financiële tegenvallers (risico’s) op te vangen, zonder dat de normale bedrijfsvoering daardoor wordt aangetast. Het weerstandsvermogen is het resultaat van een vergelijking tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de financiële gevolgen van de risico’s. Onderstaand schema verduidelijkt dit:

Beschikbare weerstandscapaciteit Gemeente Hoeksche Waard heeft financiële middelen beschikbaar uit de algemene reserve om onverwachte en hoge kosten te dekken. Hiervoor hoeven we het beleid en begroting niet aan te passen. Dit geeft het volgende beeld voor de beschikbare weerstandscapaciteit: X €1.000 Weerstandscapaciteit

2025

2026

2027

2028

Algemene reserve Algemene reserve weerstandsvermogen

77.776 10.200

77.516 10.200

77.515 10.200

77.515 10.200

Totale weerstandscapaciteit

87.976

87.716

87.715

87.715

Bij de berekening van de weerstandscapaciteit houden we de stand van de algemene reserve aan. Deze is gelijk aan de staat van reserves en voorzieningen per 31 december van de betreffende jaarschijven.

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING

60/140

Inventarisatie risico’s Om de risico's van onze organisatie in kaart te brengen wordt het risicoprofiel twee keer per jaar, bij de Programmabegroting en de Jaarstukken, geactualiseerd door een uitvraag in de organisatie. Het geactualiseerde risicoprofiel wordt ingevoerd in het softwareprogramma NARIS® (NAR Risicomanagement Informatie Systeem). Het verhogen van het risicobewustzijn binnen de organisatie is een vervolgstap voor het professionaliseren van risicomanagement. Het risico-denken integreren in de processen is daarbij van belang. Het inventariseren van risico’s is dan een doorlopend proces, waarbij wij de risico’s systematisch en cyclisch in beeld brengen. Sturing van de organisatie en het op een verantwoorde wijze nemen van besluiten is niet mogelijk zonder inzicht in de risico’s die het behalen van de doelstellingen van de gemeente in de weg staan. Het risicoprofiel van onze organisatie uit 60 risico’s met een totaal financieel maximum van €38,7 miljoen. In onderstaand overzicht worden de 10 risico’s weergegeven met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit Het totaal van deze 10 risico’s is € 16,7 miljoen. Het totaal van de overige 50 risico’s is €22 miljoen. Deze bestaan voornamelijk uit risico’s met een lage financiële impact en kleine kans.

Deze risico’s zijn dan ook niet van grote invloed op de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Risico

Kans

Financieel maximum

70%

€ 5.000.000

50%

€ 2.665.974

40%

€ 1.700.000

Meerdere programma's Oorzaak: Door hogere kosten voor grondstoffen, brandstoffen, lonen en materialen blijven stijgen en de hogere eisen met betrekking tot duurzaamheidsmaatregelen stijgen bouwkosten en kosten voor onderhoud openbare ruimte. Gebeurtenis: Door duurdere grondstoffen, loonkosten, materiaalkosten en brandstof kosten zijn de prijzen fors gestegen. Door het uitstellen van werkzaamheden door o.a. gebrek aan kwalitatief goed personeel stijgen de kosten voor de uitvoering. Ook worden contracten eerder beëindigd dan de looptijd doordat opdrachtnemer niet kan leveren wat is overeengekomen. Sport, Cultuur en Recreatie Oorzaak: Door verruiming van de BTW sportvrijstelling (1-1-2019), kan de gemeente BTW op sport accommodaties niet meer aftrekken. De rijkscompensatie-vergoeding wordt per 2024 aangepast. Dit is op dit moment nog niet duidelijk. Risico is dat de toegekende subsidie lager uitvalt dan het berekende BTW nadeel.

Financieel gevolg: Door stijgende kosten ontstaan budgetoverschrijdingen. Imago schade: Vertraging van de werkzaamheden. Langer overlast voor de omgeving wat leidt tot klachten. Beeldkwaliteit openbare ruimte verslechterd. Maatregelen: -

Financieel gevolg: Het BTW nadeel komt voor rekening van de gemeente. Imago schade: . Maatregelen: -

Gebeurtenis: Subsidie (SPUK) voor het wegvallen van BTW aftrek bij sportaccommodaties is onzeker. 6. Sociaal Domein Oorzaak: De Hervormingsagenda Jeugd is vastgesteld in 2023. Hierin zijn maatregelen opgenomen om besparingen te realiseren binnen de Jeugdhulp. Deze maatregelen zijn opgedeeld in verschillende verantwoordelijken: het Rijk, de jeugdhulpregio en de lokale gemeenten. Om lokale maatregelen door te voeren zijn we deels afhankelijk van de maatregelen die het Rijk dient te nemen.

Financieel gevolg: De ingeboekte meerjarige taakstelling wordt niet gerealiseerd. Dit is een extra last in de begroting. Imago schade: . Maatregelen: -

Gebeurtenis: Opgelegde besparingen met ingang van 2024 vanuit het Rijk met betrekking tot de Hervormingsagenda Jeugd.

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING

61/140

Risico

Kans

Oorzaak: Ontoereikend macrobudget SZW, verdeelproblematiek gebundelde uitkering en een eigen risico drempel van 7,5%.

Financieel gevolg: Tekort op gebundelde uitkering.

Gebeurtenis: Hoger aantal uitkeringsgerechtigden en/of prijs per uitkering dan in verdeelmodel SZW. Oorzaak: Wmo is een openeinderege ling. Meer inwoners hebben recht op een vergoeding vanuit de Wmo / Sociaal Domein.

Maatregelen: -

50%

Financieel maximum € 1.300.000

50%

€ 1.000.000

70%

€ 700.000

30%

€ 1.500.000

50%

€ 850.000

50%

€ 1.000.000

30%

€ 1.000.000

Imago schade: -

Financieel gevolg: Meer aanvragen zorgt voor meer druk op de beschikbare mensen en middelen. Imago schade: -

Gebeurtenis: Door diverse ontwikkelingen (autonome groei, wijzigingen in het sociaal domein en meer taken vanuit het rijk) toename van het aantal aanvragen, gebruikers van de Wmo.

Maatregelen: Monitoring trends en ontwikkelingen

Algemene dekkings middelen/Overhead/VPB/Onvoorzien Oorzaak: Wettelijke vereiste dat de wethouderspensioenen geïndexeerd worden. Dit is niet beïnvloedbaar.

Financieel gevolg: De voorziening moet worden opgehoogd. Imago schade: .

Gebeurtenis: Indexatie van de uitkeringen van de pensioenen van de (ex-) wethouders. Oorzaak: Ontwikkelingen vanuit het Rijk (waaronder bezuinigingen). Gebeurtenis: De algemene uitkering uit het gemeentefonds valt lager uit vanwege mogelijke bezuinigingen door het Rijk.

Maatregelen: Financieel gevolg: Minder inkomsten uit het gemeentefonds. Imago schade: . Maatregelen: -

4. Onderwijs Oorzaak: Tijdens de bouw van de Brede School heeft de voormalige gemeente Strijen de BTW op de bouw verrekend in de aangifte. De Belastingdienst heeft een naheffingsaanslag opgelegd waartegen wij bezwaar hebben aangetekend.

Financieel gevolg: De gemeente loopt het risico dat een naheffing moet worden betaald. Imago schade: Maatregelen: -

Gebeurtenis: De Hoge Raad stelt de gemeente in het ongelijk en de Belastingdienst mag een naheffing opleggen aangaande de verrekende BTW op de bouw van de Brede School 2. Verkeer, Vervoer en Openbare Ruimte Oorzaak: Boomwortels drukken bestrating omhoog, verzakking bestrating door bijvoorbeeld regenval of inklinking. Takken vallen van bomen.

Financieel gevolg: Ingediende claims in verband met materiële en fysieke schade. Imago schade: -

Gebeurtenis: Een bewoner van de gemeente leidt hierdoor fysieke of materiële schade.

Maatregelen: -

Algemene dekkings middelen/Overhead/VPB/Onvoorzien Oorzaak: Onbevoegd verstrekken van gegevens, verkeerd gebruik van wachtwoor den of hacken van systemen door gebrekkige naleving procedures Algemene verordening gegevensbescherming en Baseline Informatie beveiliging. Gebeurtenis: Verlies van privacy gevoelige gegevens.

Financieel gevolg: Claims bij openbaar worden gegevens of verlies van gegevens. Boete van de Autoriteit Persoons gegevens. Imago schade: Negatieve publiciteit. Maatregelen: Investeren in bewustwording privacy en informatieveiligheid. Implementeren, borgen en toezien op naleving maatregelen.

Totaal top-10 risico's

€ 16.715.947

Totaal overige risico's

€ 21.963.424

Totaal

€ 38.679.371

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING

62/140

Risicospreiding Bij alle geïnventariseerde risico’s staat onder welk programma het risico valt. De risicospreiding per programma ziet er als volgt uit:

Risicokaart Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in klassen zijn ingedeeld, plaatsen we in een risicokaart. Deze kaart geeft inzicht in de spreiding van de risico’s naar kans en gevolg. De nummers in de risicokaart corresponderen met de aantallen risico’s in het desbetreffende vak van de risicokaart. Een risico in het groene gebied vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico met een score in het oranje gebied vraagt wél om aandacht. Een risico met een score in het rode gebied vereist directe aandacht omdat dit de continuïteit van de organisatie bedreigt. Het grootste risico's van de gemeente Hoeksche Waard bevindt zich in het donker oranje vlak. Het grootste risico heeft betrekking op het stijgen van de kosten voor de uitvoering van werkzaamheden door hogere materiaalprijzen en een tekort aan kwalitatief personeel. Dit risico bedreigt niet direct de continuïteit van de organisatie maar legt wel een grote druk op het structurele exploitatie saldo.

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING

63/140

Benodigde weerstandscapaciteit We bepalen met behulp van een risicosimulatie hoeveel middelen nodig zijn om de risico’s af te dekken op basis van de geïnventariseerde risico’s en de risicowaardering (kans x financieel gevolg). De risicosimulatie is essentieel omdat het reserveren van het maximale bedrag € 38.679.371,- (zie de risico- inventarisatie) ongewenst is. Uitgangspunt bij de risicosimulatie is het gegeven dat de geïdentificeerde risico’s nooit allemaal tegelijk en met een maximale omvang zullen optreden. De berekening van de benodigde weerstandscapaciteit wordt gemaakt door middel van een Monte Carlorisicosimulatie. De risicosimulatie is uitgevoerd op basis van de ingevoerde risico’s en hun kans x impact. Bij een risicosimulatie wordt denkbeeldig op basis van individuele kansverdelingen per risico 100.000 keren de werkelijkheid nagebootst. Dit leidt tot een nieuwe gezamenlijke kansverdeling die alle risico’s uit het gehele risicoprofiel omvat. Uitgangspunt is dat we risico’s met 90% mate van zekerheid willen afdekken. Uit de risicosimulatie volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een weerstandscapaciteit van € 10.200.00. De risico's met betrekking tot de grondexploitaties zijn bij de risico-inventarisatie niet aangeleverd en dan ook niet meegenomen in de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.

Benodigde weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit algemeen Totaal benodigde weerstandscapaciteit

€ 10.200.000 € 10.200.000

Ratio weerstandsvermogen Voor de uiteindelijke beoordeling van het weerstandsvermogen geldt de ratio: Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

De ratio ziet er als volgt uit: Ratio weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Ratio

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING

2025 € 87.975.000 € 10.200.000 8,63

64/140

De notitie Risicomanagement bepaalt dat de ratio van het weerstandsvermogen voldoende moet zijn (tussen de 1,0 en 1,4). De huidige ratio van 8,63 voldoet ruimschoots aan deze doelstelling. De minimaal benodigde weerstandscapaciteit om in de categorie voldoende te vallen is 1,0 x de benodigde weerstandscapaciteit.

Basisset financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat we een uniforme basisset met 5 financiële kengetallen opnemen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. De volgende tabel geeft de basisset financiële kengetallen weer. Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Kengetallen:

2025

2026

2027

2028

Netto Schuldquote

64%

82%

90%

90%

Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

56%

73%

81%

81%

Solvabiliteitsratio

48%

43%

40%

40%

Structurele Exploitatieruimte

0%

-2%

-2%

-2%

Grondexploitatie

0%

0%

0%

0%

Belastingcapaciteit

88%

92%

92%

93%

Sturing met financiële kengetallen De financiële kengetallen geven inzicht in de “financiële gezondheid” van de gemeente. De afzonderlijke kengetallen zeggen echter weinig. We bekijken de kengetallen daarom altijd in samenhang met elkaar. In het algemeen geldt dat er weinig ruimte is voor financiële bijsturing bij een hoge schuld, structurele lasten die hoger zijn dan de structurele baten en hoge woonlasten. Heeft een gemeente geen of weinig schulden, een goed gevulde bankrekening en zijn de baten vrijwel ieder jaar even hoog of iets hoger dan de lasten? Dan staat een gemeente er over het algemeen goed voor. Met behulp van de 5 financiële kengetallen die betrekking hebben op de balans en de begroting kunnen we een goed globaal beeld schetsen van onze financiële positie. Vanuit het globale beeld kunnen eventuele aandachtspunten aanleiding zijn om maatregelen te treffen. In onderstaande infographic is de betekenis én samenhang van de financiële kengetallen uiteengezet

Tabel normen en signaleringswaarden Voor de financiële kengetallen heeft de VNG normen opgesteld. De provincie Zuid-Holland geeft signaleringswaarden. Onderstaande tabel geeft de financiële kengetallen weer van onze gemeente ten opzichte van deze normen en signaleringswaarden:

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING

65/140

Financiële positie gemeente Hoeksche Waard Op basis van de uitkomsten van de financiële kengetallen en de weerstandsratio kunnen we concluderen dat onze financiële positie voldoende is: • Gemeente Hoeksche Waard beschikt over voldoende eigen vermogen. • Onze schuldenlast is relatief gering, maar neemt naar verwachting wel toe de komende jaren door het aantrekken van nieuwe externe financiering in het kader van het verwachte investeringsprogramma • Er is voldoende vermogen om aan onze financiële verplichtingen te kunnen voldoen. • Er is ruimte voor eventuele verhogingen van eigen belastingen. • Het aandeel van de grondexploitaties op onze totale begroting is relatief (zeer) klein. Uit boevenstaande tabel blijkt dat onze structurele exploitatieruimte onder druk staat de komende jaren, met name als gevolg van sterk teruglopende inkomsten vanuit het Rijk (gemeentefonds). De raad heeft bij de Perspectiefnota 2025 ingestemd om het begrotingsrekort de komende jaren stapsgewijs af te bouwen. Hiervoor zijn een aantal denklijnen geformuleerd die door het college verder uitgewerkt worden.

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING

66/140

3.3 Onderhoud Kapitaalgoederen Openbare ruimte De openbare ruimte is als het ware de ‘tuin’ van onze inwoners Kapitaalgoederen in de openbare ruimte vormen het gezicht van de gemeente. Ook zijn ze een middel om de doelen uit de programma’s te realiseren. De Hoeksche Waard heeft een grondoppervlakte van circa 32.371 hectare. De gemeente heeft daar een aanzienlijk deel van in beheer. Binnen dat deel wonen, werken en recreëren we.

Vastgoed Naast de openbare ruimte, heeft de gemeente ook vastgoed in eigendom. Dat is noodzakelijk voor de huisvesting van maatschappelijke organisaties en natuurlijk ook voor onze eigen organisatie. Denk hierbij aan dorpshuizen, sporthallen, gymzalen, zwembaden, gemeentehuizen, etc. Het gemeentelijk vastgoed heeft waarde en levert huurinkomsten op, maar kost ook geld voor onderhoud, verduurzaming en renovatie en/of nieuwbouw. Onderhoud op basis van meerjarenonderhoudsplannen Het onderhoud aan het gemeentelijk vastgoed is erop gericht de gebouwen in de gewenste conditie te brengen en te behouden, achterstallig onderhoud te voorkomen en vroegtijdig inzicht te hebben in de noodzakelijke instandhoudingskosten over een langere periode. We streven naar het handhaven van een sober en doelmatig kwaliteitsniveau. Het minimaal gewenste onderhoudsniveau komt overeen met conditiescore 3 van de Nederlandse norm 'Conditiemeting gebouwde omgeving (NEN 2767)'. Voor gebouwen die hoogstwaarschijnlijk worden afgestoten of gesloopt, geldt dat die alleen met de hoogst noodzakelijke maatregelen in stand worden gehouden. Het onderhoud aan deze gebouwen is vooral gericht op repareren indien noodzakelijk. Het onderhoud aan gebouwen wordt uitgevoerd op basis van meerjarenonderhoudsplannen (mjop's).

Een meerjarenonderhoudsplan is een vertaling van de gewenste kwaliteit (conditiescore 3) naar noodzakelijke onderhoudsactiviteiten en daarvoor benodigde budgetten, ingepland over meerdere jaren. De planhorizon van een meerjarenonderhoudsplan is 30 jaar waarbij elke vier jaar een actualisatie plaatsvindt. Het meerjarenonderhoudsplan maakt onderscheid in klein en groot onderhoud. Voor goed onderhoud aan gemeentelijk vastgoed is nodig: • toekomstvisie gemeentelijk vastgoed (doorlichting gemeentelijke vastgoedportefeuille); • voldoende budget voor klein en groot onderhoud.

Risico’s Openbare ruimte De budgetten voor de openbare ruimte baseren we op het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte dat in 2024 geactualiseerd wordt. Deze budgetten zijn geindexeerd conform de jaarlijkse begrotingsuitgangspunten. Gezien de prijsstijgingen op de markt is het risico dat de opgenomen budgetten in de begroting 2025 niet toereikend zijn. In de risicoparagraaf is een aantal risico’s opgenomen. De kosten als deze risico's werkelijkheid worden, zijn niet opgenomen in de reguliere budgetten.

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

67/140

Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt, staat het behoud van kennis en kunde onder druk. Ook in de uitvoering zien we dat de servicenormen en geplande tijdspaden niet haalbaar zijn, ook als we gebruik maken van diensten van derden. Vastgoed Voor het gemeentelijk vastgoed zijn meerjarenonderhoudsplannen (mjop’s) opgesteld. Daarnaast is de huidige energetische kwaliteit van onze gebouwen in kaart gebracht met daarbij een grote indicatie/ verkenning van de mogelijke verbetermaatregelen voor verduurzaming. Door de gemeentelijke vastgoedportefeuille door te lichten, kan er meer duidelijkheid komen over de vraag of panden wel of niet (op termijn) afgestoten kunnen worden. Zo lang daarover (op pandniveau) onzekerheid bestaat, is onzeker of bepaalde panden wel of juist niet (meer) op het gewenste onderhoudsniveau van conditiescore 3 moeten worden onderhouden en verduurzaamd moeten worden. Uiteraard geldt dit voor een relatief kleiner deel van het gemeentelijk vastgoed en zal er altijd sprake zijn van een zekere dynamiek in de vastgoedportefeuille van de gemeente. Als gevolg van mondiale problemen is de inflatie sterk gestegen en zijn ‘mens’ en ‘materiaal’ schaars. Ook als het om onderhoud gaat. De budgetten gebaseerd op de meerjarenonderhoudsplannen, zijn niet toereikend. De meerjarenonderhoudsplannen worden in 2025 geactualiseerd.

De financiële gevolgen worden verwerkt in een herziening van de dienstverleningsovereenkomst met Bres waarvan de effecten in 2025 duidelijk worden. Dit zorgt voor een actueel financieel overzicht. Inmiddels is voor elk pand een MJOP opgesteld.

Beheerplannen en beheerssystemen Openbare ruimte Vanuit de beleidskaders werken we concrete maatregelen uit binnen de kaders van het integraal beleidsplan openbare ruimte. Met een (actueel) beheersysteem is het mogelijk om de kwaliteit van de buitenruimte te monitoren en bij te sturen. Ook is een beheersysteem nodig om het vereiste jaarlijkse budget te kunnen bepalen. Op diverse momenten in het jaar is er behoefte aan actuele en nauwkeurige areaalgegevens zoals de topografische gegevens met administratieve en technische kenmerken. Vanuit het beheersysteem gebruiken we die benodigde informatie ook om het beleidsplan te actualiseren. De beheerdata voor het planmatig onderhoud halen we uit een beheersysteem. Voor het beheer van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte beschikken we over een aantal beheersystemen voor de verschillende elementen. De volgende tabel geeft een beknopt overzicht van de belangrijkste onderdelen van bestaande beleids- en beheerplannen in de Hoeksche Waard. In het integraal beleidsplan van 2020 heeft de harmonisatie van de plannen van de voormalige gemeenten plaatsgevonden. Overzicht beleid-/beheerplannen op verschillende vakgebieden

Looptijd

Integraal beleidsplan openbare ruimte

2021-2025

Gemeentelijk rioleringsplan (grp)

2021-2025

Begraafplaatsbeleid

2021-2040

A Wegen en civieltechnische kunstwerken Beleidskader Kerncijfers Wij gebruiken een beheersysteem voor het beheer van de wegen. Dit systeem bestaat uit een database met alle beheerelementen voor gemeente Hoeksche Waard. Het areaal is als volgt opgebouwd:

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

68/140

Omschrijving

Areaal

Asfalt verharding Elementen verharding Half open verharding Beton verharding

890.298 m2 3.492.078 m2 57.741 m2 17.382 m2

Beleid en beheer Wegen onderhouden we op grond van de geldende wettelijke verplichtingen. Het wegenonderhoud is gebaseerd op de beleidsuitgangspunten uit het Integraal beleidsplan Openbare Ruimte 2025-2029 dat eind 2024 ter vaststelling aan de raad wordt aangeboden. Voor de jaren t/m 2026 is door de raad extra geld beschikbaar gesteld voor een kwaliteitsimpuls van de wegen. Kwaliteit Het doel is om de bestrating minimaal op het kwaliteitsniveau ‘basis’ te houden. Dit kwaliteitsniveau komt overeen met het door het kenniscentrum voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) vastgestelde niveau B. Dit niveau komt neer op een verharding in redelijke staat die voldoet aan de kwalificatie ‘heel en veilig’. Comfort en uitstraling zijn hierbij minder van belang. Dit kwaliteitsniveau is de wettelijke ondergrens van verantwoord wegbeheer. In de komende jaren geven we de wegen, waar nodig, een kwaliteitsimpuls en realiseren we in de hele gemeente het vastgestelde kwaliteitsniveau. Om zicht te blijven houden op de kwaliteit van de verhardingen, laten we om het jaar een weginspectie uitvoeren. Deze inspectie is in lijn met de landelijk erkende richtlijnen van het CROW. Zo beoordelen we alle wegen op dezelfde manier, onafhankelijk van de vraag wie er inspecteert.

De resultaten van de weginspectie vormen de basis voor het actualiseren van het onderdeel ‘wegen’ in het Integraal beleidsplan Openbare Ruimte. Financiële consequenties onderhoud kapitaalgoed wegen In onderstaande tabel zijn de kosten opgenomen die betrekking hebben op het kapitaalgoed ‘wegen’: X €1.000 B2025

B2026

B2027

B2028

Wegen Kapitaallasten Mutatie voorziening Onderhoudskosten

1.825 -364 8.822

2.856 -860 8.868

3.250 -878 8.938

3.490 -960 9.226

Totaal

12.783

10.864

11.310

11.756

B Riolering Beleidskader Kerncijfers De gemeente gebruikt een beheersysteem voor het beheer van de riolering. Dit systeem bestaat uit een database met alle beheerelementen voor gemeente Hoeksche Waard. Het areaal is als volgt opgebouwd: Omschrijving

Areaal

Vrijverval riolering Lozingsconstructies Bergbezinkvoorzieningen Gemalen (hoofd- en wijk) en drukgemalen Persleidingen Drukriolering Drainage Peilbuizen grondwater Kolken (worden 2x per jaar gereinigd) Lijngoten

554 kilometer 228 stuks 25 stuks Ca. 1900 stuks 31 kilometer 201 kilometer 12 kilometer 116 stuks Ca. 40.000 stuks 2 kilometer

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

69/140

Beleid De riolering onderhouden we op basis van de geldende wettelijke verplichtingen van het in 2020 vastgestelde Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2021-2025. Met de vaststelling van dit GRP zijn de onderhoudscycli en de vervangingsplanning volledig geharmoniseerd. De rioolheffing is voor alle inwoners van de Hoeksche Waard gelijk. In 2026 wordt een nieuw Water- en Riolerings Programma (WRP) van kracht, dit plan bieden we in 2025 ter vaststelling aan de gemeenteraad aan. Met alle prijsstijgingen die we nu om ons heen zien, is de verwachting dat er dan een flinke stijging van de rioolheffing noodzakelijk is. Daarom is in de perspectiefnota 2025 al een voorschot genomen om deze verhoging geleidelijk door te voeren. In het GRP is beleid opgenomen voor klimaatadaptieve maatregelen. Hiermee richten we ons op de doelstelling dat in 2050 heel Nederland klimaatadaptief is ingericht. Voor alle nieuwbouwlocaties geldt dat ze klimaatadaptief worden ingericht op basis van het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Beheer Het in GRP is de leidraad voor beheer en onderhoud van de riolering. Kwaliteit Het doel is om de riolering minimaal op kwaliteitsniveau ‘basis’ te houden. Het functioneren van het rioolstelsel en de gemalen moeten we voldoende waarborgen. Storingen aan gemalen komen direct binnen bij een centrale post. Deze verhelpen we binnen 24 uur.

Om zicht te blijven houden op de kwaliteit van het rioolstelsel, laten we (video-)inspecties uitvoeren. Deze inspecties geven een beeld van de stabiliteit, afstroming en waterdichtheid van het riool. De resultaten zijn gebruikt als basis voor het GRP en het Integrale beleidsplan Openbare Ruimte in combinatie met aanvullende informatie zoals leeftijd, hydraulische berekeningen en storingen. De cyclus van reinigen en inspecteren is 20 jaar. Per jaar inspecteren en reinigen we 25 km riolering en vervangen we ca. 4 km riolering. Financiële consequenties onderhoud kapitaalgoed riolering In onderstaande tabel zijn de kosten opgenomen die betrekking hebben op het kapitaalgoed ‘riolering': X €1.000 B2025

B2026

B2027

B2028

Riolering Kapitaallasten Mutatie voorziening Onderhoudskosten

2.272 -2.095 2.786

2.892 -1.222 2.779

3.469 3 2.795

3.679 78 2.799

Totaal

2.964

4.449

6.267

6.557

C Water Beleidskader Onder het beleidskader water vallen de volgende thema’s: • Havens • Beschoeiingen • Waterkwaliteit • Waterringen (verwijderen plantengroei watergangen) • Baggerwerken Onder het beleidskader civieltechnische kunstwerken vallen de volgende thema's: • Bruggen, steigers en vlonders • Duikers • Stuwen en gemalen

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

70/140

•

Muren en keerwanden

Kerncijfers De gemeente gebruikt een beheersysteem voor het beheer van het openbaar water en civieltechnische kunstwerken. Dit systeem bestaat uit een database met alle beheerelementen voor gemeente Hoeksche Waard. Het areaal is als volgt opgebouwd: Omschrijving

Areaal

Watergangen (baggeren) Beschoeiingen Watergangen (Bestrijding waterplanten/eendenkroos) Havens Aanlegsteigers en pontons

125 kilometer 147 kilometer 125 kilometer 16 stuks (waarvan 2 buiten gebruik) 9 stuks

Omschrijving civieltechnisch kunstwerk

Areaal

Bruggen, steigers en vlonders Duikers Stuwen en gemalen Muren en keerwanden

272 stuks 15.500 m1 90 stuks 2.770 m1

Beleid en beheer Het beleid rondom het beheer en onderhoud is opgenomen in het integraal beleidsplan openbaar gebied. We onderhouden alle voorzieningen op kwaliteitsniveau B (basis). Kwaliteit We beheren de openbare ruimte op kwaliteitsniveau B (basis) zoals is vastgesteld door de raad. Om zicht te blijven houden op de kwaliteit, laten we elke 4 jaar inspecties uitvoeren. Deze inspecties zijn onafhankelijk en vormen de basis voor de onderhouds- en vervangingsplanning. Financiële consequenties onderhoud kapitaalgoed water In onderstaande tabel zijn de kosten opgenomen die betrekking hebben op het kapitaalgoed water: X €1.000 B2025

B2026

B2027

B2028

521 951 301

720 900 301

757 803 301

802 803 301

1.773

1.921

1.861

1.906

Water Kapitaallasten Mutatie voorziening Onderhoudskosten Totaal

D Groen Beleidskader Kerncijfers De gemeente gebruikt een beheersysteem voor het beheer van het openbaar groen. Dit systeem bestaat uit een database met alle beheerelementen voor gemeente Hoeksche Waard. Het areaal is als volgt opgebouwd: Omschrijving

Areaal

Beplantingen Bomen Gras

783.863 m2 31.557 stuks 3.247.664 m2

Beleid en beheer De uitgangspunten voor het onderhoud en beheer van het groen zijn opgenomen in het Integraal beleidsplan Openbare Ruimte.

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

71/140

Kwaliteit We onderhouden de openbare ruimte op kwaliteitsniveau B (basis). De onderhoudscontracten die we hebben afgesloten met aannemers zijn op dit kwaliteitsniveau gebaseerd. Om zicht te blijven houden op de kwaliteit van het openbaar groen, laten we inspecties uitvoeren. Voor de bomen hanteren we minimaal iedere 3 jaar een zogenaamde BVC-inspectie (boomveiligheidscontrole). Financiële consequenties onderhoud kapitaalgoed groen In onderstaande tabel zijn de kosten opgenomen die betrekking hebben op het kapitaalgoed ‘groen’: X €1.000 B2025

B2026

B2027

B2028

Groen Kapitaallasten Mutatie voorziening Onderhoudskosten

619 -371 6.188

763 -271 6.188

766 -165 6.199

785 -157 6.199

Totaal

6.436

6.680

6.799

6.826

E Gebouwen Beleidskader Kerncijfers De gemeentelijke vastgoedportefeuille bestaat per 1 januari 2025 uit 110 panden. Beleid Beheer en exploitatie van het gemeentelijk vastgoed is ondergebracht bij Bres Accommodaties B.V. Het groot onderhoud voor het gemeentelijk vastgoed, het beleid en de dekking van het exploitatietekort van Bres is de verantwoordelijkheid van de gemeente. De doorlichting van de gemeentelijke vastgoedportefeuille helpt, onder meer, bij het inzichtelijk maken van wat de gemeente (en maatschappelijke organisaties) nodig heeft op gebied van huisvesting voor de uitvoering van de inhoudelijke producten. Aan de andere kant wordt duidelijk wat de inhoudelijke beleidskeuzes voor gevolgen hebben voor de vastgoedportefeuilles (baten en lasten). Beheer Een actueel, eenduidig en volledig inzicht in de vastgoedportefeuille is noodzakelijk om financiële middelen voor onderhoud op een verantwoorde, integrale en effectieve wijze onderhoud in te kunnen zetten. Er zijn meerjarenonderhoudsplannen vastgesteld met de daarbij behorende budgetten voor groot en klein onderhoud. Kwaliteit Gemeente Hoeksche Waard heeft veel gebouwen voor verschillende doeleinden in eigendom. Die gebouwen beheren en onderhouden we uiteraard volgens de geldende wet- en regelgeving (bijvoorbeeld Arbowetgeving of het geldende Bouwbesluit).

In principe is de kwaliteitsnorm sober (niet uitbundig en niet meer dan nodig) en doelmatig. Dit kwaliteitsniveau komt overeen met conditiescore 3 van de norm NEN-2767 ‘Conditiemeting gebouwde omgeving’. Voor gebouwen die (op termijn) worden gesloopt of afgestoten, is een lager onderhoudsniveau acceptabel.

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

72/140

Daarnaast is het beleid om de gebouwen zo efficiënt mogelijk te gebruiken. De meerjarenonderhoudsplannen worden aan de hand van NEN-2767 inspecties eens in de vier jaar geactualiseerd. Financiële consequenties onderhoud kapitaalgoed gebouwen In onderstaande tabel zijn de kosten opgenomen die betrekking hebben op het kapitaalgoed ‘gebouwen’: X €1.000 B2025

B2026

B2027

B2028

Gebouwen Kapitaallasten Onderhoudskosten

3.398 3.689

4.001 2.289

3.856 2.289

4.538 2.289

Totaal

7.087

6.290

6.145

6.827

F Begraafplaatsen Beleidskader Kerncijfers Gemeente Hoeksche Waard heeft 24 begraafplaatsen in beheer en onderhoud. Op 16 daarvan wordt actief begraven. We beheren ongeveer 30.000 graven. De gemeente gebruikt het administratiepakket Begraven van Centric Voor het beheer en de administratie van de begraafplaatsen. Het areaal op de begraafplaatsen is als volgt opgebouwd: Omschrijving

Areaal

Asfalt verharding Beton verharding Elementen verharding Half- of onverhard Bomen Beplanting Grassen

22.988 m2 146 m2 25.133 m2 10.069 m2 1.577 stuks 49.801 m2 77.123 m2

Het areaal bomen wijkt af van eerdere overzichten. In het verleden werd het areaal bomen in bosplantsoenen geschat en opgeteld bij het aantal geregistreerde bomen. Vanaf dit jaar maken we de keuze alleen de in het beheersysteem opgenomen bomen te vermelden in de paragraaf kapitaalgoederen. Dit betekent niet dat er een afname is van bomen in bosplantsoen. Beleid In 2020 is een geharmoniseerd begraafbeleid vastgesteld dat in 2021 is ingegaan. In 2023 is het beleid, inclusief de regelgeving, geëvalueerd. Hieruit is een aantal kleine wijzigingen in de regelgeving voortgekomen. Beheer Het in 2020 vastgestelde begraafplaatsenbeleid vormt de leidraad voor het beheer en onderhoud van de begraafplaatsen. We werken volgens een uitvoeringskalender met meerjarenplanning op basis van de behoefte en capaciteit. Kwaliteit Begraafplaatsen onderhouden we op grond van de geldende wettelijke verplichtingen en het vastgestelde beeldkwaliteitsniveau A. Om zicht te blijven houden op de kwaliteit van de begraafplaatsen, laten we inspecties uitvoeren. Voor de bomen op de begraafplaatsen hanteren we minimaal iedere 3 jaar een zogenaamde BVCinspectie (boomveiligheidscontrole).

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

73/140

Financiële consequenties onderhoud kapitaalgoed begraafplaatsen In onderstaande tabel zijn de kosten opgenomen die betrekking hebben op het kapitaalgoed begraafplaatsen: X €1.000 B2025

B2026

B2027

B2028

Begraafplaats Kapitaallasten Mutatie voorziening Onderhoudskosten

138 16 1.040

144 -43 1.090

143 -45 1.030

131 -36 1.030

Totaal

1.194

1.191

1.128

1.125

G Buitensportaccommodaties Beleidskader Kerncijfers We gebruiken een beheersysteem voor het beheer van buitensportaccommodaties. Omschrijving

Areaal

Bomen Beplanting Grassen Sportvelden (gras, kunstgras, etc..) Verharding

1.085 stuks 66.899 m2 228.659 m2 560.418 m2 76.140 m2

Beleid Buitensportaccommodaties beheren en onderhouden we op grond van de geldende wettelijke verplichtingen en het vastgestelde beleid van de voormalige gemeenten zolang dit nog niet is geharmoniseerd. Het beleid van beheer buitensportaccommodaties verschilt behoorlijk per voormalige gemeente. In Binnenmaas lag de (financiële) verantwoordelijkheid voor het onderhoud van het groen op de sportcomplexen bij de verenigingen. De (financiële) verantwoordelijkheid voor het renoveren van de sportvelden lag echter bij de gemeente Binnenmaas. In Korendijk lag de (financiële) verantwoordelijkheid voor het onderhoud en het renoveren van het groen op de sportcomplexen bij de verenigingen. Gemeente Cromstrijen had een contract met een vereniging over het onderhoud en renovatie van de velden. Bij een andere vereniging verzorgde de gemeente zelf het onderhoud. De opstallen waren voor de vereniging zelf. In de andere voormalige gemeenten zorgde de gemeente voor het gehele proces: onderhoud van de velden en de gebouwen en de vervangingsinvesteringen. Beheer In 2020 t/m 2023 is het beheer doorgegaan zoals dit geregeld was door de voormalige gemeentes. Als in 2024 de beleidsnota harmonisatie buitensport is goedgekeurd, starten we in 2025 met de uitrol daarvan. Kwaliteit Het streefdoel voor de buitensportaccommodaties voor de gehele Hoeksche Waard is minimaal kwaliteitsniveau basis.

Dit kwaliteitsniveau komt overeen met het door het CROW vastgestelde niveau B. Om de kwaliteit van de sportvelden te waarborgen, plannen we jaarlijks met de verenigingen een visuele inspectie. Tijdens die inspectie beoordelen we de onderhoudsstaat van de buitensportaccommodaties. Het uitgangspunt is handhaving van het kwaliteitsniveau ‘basis’.

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

74/140

Financiële consequenties onderhoud kapitaalgoed buitensportaccommodaties In onderstaande tabel zijn de kosten opgenomen die betrekking hebben op het kapitaalgoed buitensportaccommodaties: X €1.000 Buitensportaccommodaties Kapitaallasten Onderhoudskosten Totaal

B2025

B2026

B2027

B2028

856 663

1.291 663

1.395 663

1.329 663

1.519

1.954

2.058

1.992

Samenvatting De totale kosten per kapitaalgoed zijn als volgt: X €1.000 B2025

B2026

B2027

B2028

Begraafplaatsen Buitensportaccommodaties Gebouwen Groen Riolering Water Wegen

1.194 1.519 7.087 6.436 2.964 1.773 12.783

1.191 1.954 6.290 6.680 4.449 1.921 10.864

1.128 2.058 6.145 6.799 6.267 1.861 11.310

1.125 1.992 6.827 6.826 6.557 1.906 11.756

Totaal

33.755

33.349

35.568

36.989

Grafisch geeft dit het volgende beeld: Totaal per kapitaalgoed 2025

Begraafplaats Buitensportaccommodaties Gebouwen Groen Riolering Water Wegen

De totale kosten per categorie zijn als volgt: X €1.000 B2025

B2026

B2027

B2028

Kapitaallasten Mutatie reserves en voorzieningen Onderhoudskosten

9.628 638 23.489

12.667 -1.496 22.178

13.635 -282 22.516

14.755 -272 22.507

Totaal

33.755

33.349

35.869

36.989

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

75/140

Grafisch geeft dit het volgende beeld: Totaal per categorie 2025 25.000 23.489

20.000

15.000

9.628

10.000

5.000 638

0 Kapitaallasten

Mutatie reserves en voorzieningen

Onderhoudskosten

B2025

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

76/140

3.4 Financiering Algemeen De financieringsparagraaf is een belangrijk hulpmiddel bij het sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden op de financieringsfunctie. Deze paragraaf is een uitwerking van de regelgeving in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Volgens deze wet is de financieringsfunctie van de gemeente alleen bedoeld voor het uitvoeren van de publieke taken. De verdere lokale regels liggen vast in het Treasurystatuut. Het actuele Treasurystatuut is in 2023 vastgesteld.

Beleidskader en verordeningen • • • • • • • •

Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) Besluit lening voorwaarden decentrale overheden Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Wet Ruddo) Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) Regeling schatkistbankieren decentrale overheden Financiële verordening Treasurystatuut

Rentevisie Het rentepercentage voor leningen met een looptijd korter dan een jaar is op dit moment positief. Dit houdt in dat de gemeente voor het aangaan van kasgeldleningen rente betaald. Voor langlopende geldleningen met een looptijd van 25 jaar is de rente (afgerond) 3,20%.

Dienstverlening BNG Met de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten hebben we een raamovereenkomst met geïntegreerde dienstverlening. Deze dienstverlening omvat: • Elektronisch betalingsverkeer via een rekening-courant • Kort-kredietarrangementen (daggeldverstrekking en –opname, kasgeldleningen en termijndeposito’s) • Langlopende kredietverlening • Een online informatiedienst

Schatkistbankieren Schatkistbankieren verplicht decentrale overheden alle overtollige beschikbare middelen op hun bankrekeningen te beleggen bij het Rijk. Onder overtollige middelen verstaat het Rijk bedragen groter dan 2% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 1.000.000. Voor 2025 is dit bedrag voor gemeente Hoeksche Waard berekend op € 5,6 miljoen. Er is daarmee geen vrijheid om overtollige liquide middelen onder te brengen bij andere marktpartijen. Die overtollige middelen mogen wij alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist aanhouden. Decentrale overheden nemen deel aan schatkistbankieren zodat de collectieve sector (het Rijk en decentrale overheden gezamenlijk) een lagere EMU-schuld heeft. Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk. Dit leidt automatisch tot een lagere staatsschuld. Door het schatkistbankieren kunnen decentrale overheden ook hun beleggingsrisico’s verder verminderen. Deze situatie kan zich in onze gemeente overigens niet voordoen. In het Treasurystatuut is een verbod op risicovolle beleggingen en derivaten opgenomen. Voor de uitvoering van het schatkistbankieren, is een SKB-werkrekening geopend bij de BNG. Overtollige gelden worden hier dagelijks naartoe afgeroomd. De BNG blijft ook de overige geldhandelingen verzorgen zoals betalingen en ontvangsten.

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.4 FINANCIERING

77/140

Rentekostenverdeling De rentekosten worden tegen 0,503% ten laste van het taakveld gebracht op basis van de boekwaarde van de vaste activa. Deze omslagrente berekenen we als volgt: de aan de taakvelden toe te rekenen rente delen we door de boekwaarde van de vaste activa per 1 januari. De omslagrente rekenen wij vervolgens toe aan de activa. Bij de jaarrekening wordt bekeken of het gehanteerde rentepercentage juist is. Een renteresultaat geeft de mate waarin de externe rentelasten zijn toegerekend (verdeeld) in de begroting aan. (Bedragen x € 1.000) Begroting 2025 De externe rentelasten over de korte en lange financiering

1.455

De externe rentebaten

25

Totaal door te rekenen externe rente

1.430

Rente doorberekend aan facilitaire grondexploitatie

0

Rente projectfinanciering toegerekend aan taakveld

0

Rentebaat projectfinanciering toegerekend aan taakveld

0

Saldo door te rekenen externe rente

1.430

Rente over eigen vermogen

0

Rente over voorzieningen

0

De aan taakvelden toe te rekenen rente

1.430

Boekwaarde investeringen per 1-1-2021

284.065

Berekend omslag%

0,503%

De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente

1.427

Renteresultaat op het taakveld treasury

-3

Risicobeheer Het risicobeheer is gericht op het beperken van financiële risico’s. In het Treasurystatuut zijn richtlijnen en limieten opgenomen. Deze vormen de basis voor alle transacties op dit gebied. Daarnaast geeft de Wet Fido normen voor het beperken van risico’s. Het belangrijkste risico in dit kader is het renterisico. Het kasgeldlimiet en de renterisiconorm zijn belangrijke richtlijnen om het renterisico te beperken.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is bedoeld om de renterisico’s bij de vlottende schuld, dat zijn schulden met een looptijd korter dan een jaar, te beheersen. De wettelijke toegestane omvang bedraagt 8,5% van de totale lasten van de begroting. De kasgeldlimiet per kwartaal is als volgt: (Bedragen x € 1.000) Primaire begroting per 1 januari 2025

1e kw. 2025

2e kw. 2025

3e kw. 2025

4e kw. 2025

278.903

278.903

278.903

278.903

Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

23.707

23.707

23.707

23.707

Maand 1

36.000

36.000

36.000

36.000

Maand 2

36.000

36.000

36.000

36.000

Maand 3

36.000

36.000

36.000

36.000

Maand 1

22.000

22.000

22.000

22.000

Maand 2

22.000

22.000

22.000

22.000

Maand 3

22.000

22.000

22.000

22.000

Maand 1

14.000

14.000

14.000

14.000

Maand 2

14.000

14.000

14.000

14.000

Maand 3

14.000

14.000

14.000

14.000

Gemiddeld saldo

14.000

14.000

14.000

14.000

Kasgeldlimiet

23.707

23.707

23.707

23.707

Ruimte (+) / Overschrijding (-) kasgeldlimiet

9.707

9.707

9.707

9.707

- in bedrag Vlottende schuld (1)

Vlottende middelen (2)

Saldo (1-2)

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.4 FINANCIERING

78/140

Renterisiconorm De renterisiconorm beoogt een zodanige opbouw van de leningenportefeuille dat het risico door renteaanpassing en herfinanciering van leningen beperkt blijft. De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks niet meer dan 20% van het begrotingstotaal voor herfinanciering of renteherziening in aanmerking mag komen. De volgende tabel geeft de renterisiconorm voor 2025-2028 weer. (Bedragen x € 1.000) Begroting 2025

Begroting 2025

Begroting 2025

Begroting 2028

Stand van de begroting per 1/1

278.903

259.898

255.374

256.573

Vastgestelde percentage

20,00%

20,00%

20,00%

20,00%

Renterisiconorm

55.781

51.980

51.075

51.315

1.833

1.833

1.833

1.833

Renteherzieningen

0

Aflossingen Renterisico

1.833

1.833

1.833

1.833

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

53.948

50.147

49.242

49.482

De tabel laat zien dat er geen sprake is van risico’s op het overschrijden van de renterisiconorm.

Uitgezette geldleningen Onderstaand een overzicht van de uitgezette geldleningen per risicogroep. (Bedragen x €1.000) Risicogroep

Restant schuld 1-1-2025

SVn: duurzaamheidsleningen

1-1-2026

1-1-2027

1-1-2028

9.241

9.241

9.241

SVn: blijversleningen

310

310

310

310

SVn: startersleningen

13.002

13.002

13.002

13.002

22.553

22.553

22.553

22.553

1.068

1.001

934

865

32

23

18

12

1.100

1.024

952

877

23.653

23.577

23.505

23.430

(Sport)verenigingen Woningfinanciering eigen personeel

Totaal verstrekte geldleningen

9.241

Garanties Onderstaand een overzicht van de verstrekte garanties per risicogroep. (Bedragen x €1.000) Risicogroep

% garantstelling

Restant schuld waarborg gemeente 1-1-2025

1-1-2026

1-1-2027

1-1-2028

Woningcorporaties met garantie WSW

50%

178.709

178.709

178.709

178.709

Zorginstellingen met garantie WSW

50%

30.752

30.752

30.752

30.752

Woningcorporaties zonder garantie WSW

100%

3.380

3.297

3.297

3.297

Zorginstellingen zonder garantie WSW

100%

1.196

1.196

1.196

1.196

Wegschap Tunnel Dordtse Kil

8%

3.504

3.504

3.504

3.504

Bedrijvenpark Hoeksche waard

100%

0

0

0

0

Regionale afvalstoffendienst B.V.

100%

9.165

9.165

9.165

9.165

Bres accommodaties

100%

952

952

952

952

Geldleningen particuliere woningen

100%

494

494

494

494

Diverse bedrijven en verenigingen

50%

1

1

1

1

Diverse bedrijven en verenigingen

60%

120

120

120

120

Diverse bedrijven en verenigingen

100%

Totaal verstrekte garanties

102

102

102

102

228.375

228.292

228.292

228.292

In de tabel zijn alle verstrekte garanties opgenomen. Op dit moment zijn er voor deze garantstellingen geen betalingsachterstanden.

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.4 FINANCIERING

79/140

Voor een aantal groepen is een gemeentegarantie verstrekt. De grootste groep betreft zogenaamde WSW-garantstellingen. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) is actief als borgstellingsinstituut voor de sociale woningbouw. Met WSW hebben wij een achtervangovereenkomst gesloten. Hierdoor kan WSW goedkoper geld lenen. Het risico voor verstrekte gemeentegaranties voor de aankoop van een eigen woning, ligt vanaf 2010 volledig bij het Rijk. Omdat hypotheken over het algemeen een looptijd hebben van 30 jaar, lopen de laatste garantstellingen voor particulieren nog tot 2040 door.

Opgenomen geldleningen Onderstaand een overzicht van het saldo van de bij de BNG afgesloten langlopende geldleningen. (Bedragen x € 1.000) Saldo geldleningen

1-1-2025

Leningen

1-1-2026

1-1-2027

1-1-2028

45.667

43.834

42.001

40.168

Aflossing

1833

1833

1833

1.833

Rente

975

935

894

853

Totaal

2.808

2.768

2.727

2.686

Rente en aflossing

Bij bovenstaande tabel wordt opgemerkt dat dit de leningen betreffen die wij op dit moment daadwerkelijk hebben afgesloten. Op basis van het investeringsplan de komende jaren houden wij er rekening mee dat wij aanvullende geldleningen moeten afsluiten.

Ontwikkeling van de schuldpositie Het wordt de laatste jaren steeds belangrijker om de ontwikkeling van de schuldpositie te volgen. We hebben daarom een aantal ratio’s uitgewerkt: debt ratio, netto schuld als percentage van de begroting en netto schuld als bedrag per inwoner. Kritische norm

Begroting 2025

Begroting 2025

Begroting 2025

Begroting 2028

Debt ratio

80%

52%

57%

60%

Netto schuld / lasten begroting

100%

37%

54%

62%

60% 62%

Netto schuld per inwoner

n.v.t.

€ 1.127

€ 1.522

€ 1.687

€ 1.680

Debt ratio De debt ratio drukt uit in hoeverre het totale bezit op de balans is belast met schulden. Een ratio van 60% wordt als veilig beschouwd. Als kritische grens hanteren we 80%. Ons percentage van 52% is ruim voldoende. Netto schuld als percentage van de begroting De netto schuld wordt uitgedrukt in een percentage van de begroting. De grondexploitaties laten we buiten beschouwing omdat hierin grote schommelingen optreden en we de rentelasten daarvan binnen de grondexploitaties (inclusief de getroffen voorzieningen) dekken. Een ratio van maximaal 70% wordt als veilig beschouwd. De kritische grens ligt bij 100%. Bij overschrijding van deze grens beoordelen we of we kunnen blijven investeren zonder hiervoor nieuwe financieringsmiddelen aan te moeten trekken. Het percentage van onze gemeente is 37%. Dat is goed te noemen. Netto schuld per inwoner De netto schuld per inwoner is het resultaat van de boekwaarde van de vaste geldleningen gedeeld door het totaal aantal inwoners. Wij hebben een netto schuld per inwoner van € 1.127.

PROGRAMMABEGROTING 2025-2028 | 3.4 FINANCIERING

80/140

Beleggingen in aandelen Het gemeentelijk aandelenbezit bestaat uit aandelen van de BNG, Evides en Stedin. De dividenduitkeringen betreffen hierbij een algemeen dekkingsmiddel. In totaliteit houden wij in onze begroting rekening met een dividendopbrengst van €1,6 mln. (Bedragen x € 1.000) Aandelenbezit

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14616524/1