CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Inventarisatie Hoeksche Waard Rapportage funerair erfgoed

Beeldvormende bijeenkomst 6 mei 2025, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Presentatie funerair erfgoed begraafplaatsen (waardevolle/historische begraafplaatsen, grafmonumenten, graven en de gebruiken rondom het begraven uit het verleden)38.069 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Afb. 15. Zicht over vak B en A richting de aula, voorjaar 2024.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

23 van 151

Opvallend is dat de begraafplaats geen afsluitend hek kent. Aan de voorzijde ontneemt wel een hoge haag het zicht op de begraafplaats. De hoofdingang ligt links van de eerste uitbreiding en is duidelijk van latere datum. Twee hoofdpaden ontsluiten de begraafplaats. Met name op het oudste veld is het aanzicht door ruimingen wat onregelmatig geworden, mede door de struiken en bomen. Her en der ontnemen struiken het zicht op grafmonumenten. De omgeving is afgeschermd door een groene zoom met direct achter een pad een coniferenhaag en daarachter plantsoen en veel groen van de buren.

1.7 Nieuw-Beijerland Bij een stormvloed in november 1532 ontstond het huidige Spui met een verbinding tussen het Haringvliet en de Oude Maas. Langs het Spui werd al snel het hoger liggende land ingepolderd en in 1582 ontstond zo de Polder Nieuw-Beijerland en Nieuw-Piershil. Ter plekke van de uitwatering van een oude kreek in het Spui werd eind zestiende eeuw een dorp gesticht. In 1605 werd het dorp een zelfstandige kerkgemeente en binnen een opvallend rechthoekig grondplan werd centraal een kerk gebouwd. Het kerkterrein werd omgracht en gebruikt als begraafplaats. Ook in de kerk werd begraven, waarvan enkele zeventiende-eeuwse zerken getuigen. Het kerkhof is tot in de twintigste eeuw in gebruik gebleven. Links van de toegang naar de kerk liggen en staan nog een aantal negentiende-eeuwse grafmonumenten waarvan op één een overlijden uit 1908 wordt genoemd.

Afb. 16. Het restant grafmonumenten bij de kerk van Nieuw-Beijerland in 2017.

In 1870 wezen Gedeputeerde Staten (GS) de gemeente erop dat het kerkhof zich deels te dicht op de bebouwing bevond. De gemeente werd gemaand uit te zien naar een meer geschikt terrein. Volgens de gemeente verhinderde de brede gracht de overdracht van epidemische zieken en zou het kerkhof niet nadelig zijn. Deze redenatie werd niet overgenomen door GS en de gemeente diende voor 1 mei 1874 een nieuwe begraafplaats aan te leggen. Hiertegen ging de gemeente in beroep bij de Koning, maar deed dat te laat. GS handhaafden hun advies. Waarschijnlijk heeft de gemeente nadien toch maatregelen genomen om het kerkhof te kunnen blijven gebruiken, want in 1874 is in Nieuw-Beijerland geen nieuwe begraafplaats aangelegd. Die kwam er pas aan het begin van de twintigste eeuw. Wel werd in 1874 een lijkenhuisje op de begraafplaats gebouwd. 1.7.1 Oude gemeentelijke begraafplaats In 1912 werd ten oosten van het dorp een perceel van ongeveer 6.000 m2 gereed gemaakt. Op enige afstand van de latere Wilhelminastraat, aansluitend op de Laning werd aan het eind van een 45 meter

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

24 van 151

lang pad de begraafplaats aangelegd. Destijds lag de nieuwe begraafplaats ver genoeg buiten het dorp. Een luchtfoto uit het midden van de jaren dertig laat een met een haag omgeven vierkante begraafplaats zien. Aan het eind van het hoofdpad staat een baarhuisje en alleen bij de ingang staat een grote boom. De rest is nagenoeg kaal en op het oog lijkt het of er nog nauwelijks begraven wordt. Niet alle graven zullen toen een grafmonument hebben gekregen. Soms is pas later een grafmonumenten geplaatst. Gezien het voorkomen van het lijkenhuisje heeft men het oude huisje van het kerkhof hier weer opgebouwd. Het huisje met gele baksteen en hardstenen elementen oogt eerder uit de negentiende eeuw dan de twintigste eeuw. In 1977 werd duidelijk dat de waterhuishouding op de begraafplaats zeer slecht was. Bij de aanleg was de begraafplaats nauwelijks opgehoogd. De rond de begraafplaats liggende sloot was overigens in de jaren zestig bij uitbreidingen van de straten en woningen rondom, gedempt. Met name het middendeel van de begraafplaats had last van een hoge grondwaterstand. Begin jaren tachtig van de twintigste eeuw ontstonden plannen voor de bouw van een aula. Die kwam in 1983 gereed op een locatie net voor de begraafplaats aan de linkerkant. Niet lang daarna besloot de gemeente Korendijk, waar Nieuw-Beijerland in was opgegaan in 1984, tot renovatie van de begraafplaats.

Daarbij is in de rand ruimte gemaakt voor enkele rijen met nieuwe graven (vakken 1A, 1B, 2A, 2B, 3B1 en 4B1). Uiteindelijk bleek dit niet voldoende en omdat er geen mogelijkheden waren tot uitbreiding, werd in de jaren negentig onderzocht waar een nieuwe begraafplaats aangelegd kon worden. In 1996 werden nog enkele rijen op de begraafplaats geruimd. De aula bij de begraafplaats is in 2013 afgestoten en verbouwd voor een kinderdagverblijf. In 2020 werd de coniferenhaag rond de begraafplaats vervangen. Bij de nieuwe aanplant werd aan de binnenzijde groen gaasdoek aangebracht, dat in 2024 nog steeds het aanzicht bepaald. De begraafplaats is toegankelijk via een korte dubbele toerit die uitkomt op een houten hekwerk tussen bakstenen pijlers. Na de ingang voert een geasfalteerd hoofdpad met aan weerszijden volgroeide platanen richting het lijkenhuisje. Op het hoofdpad sluiten links en rechts paden aan. De op oude tekeningen nog zichtbare ronde paden zijn inmiddels niet meer aanwezig. Opvallend is dat de ruimte tussen de grafmonumenten geheel ingevuld is met lage beplanting die met name in het voorjaar een aangenaam beeld geeft. Samen met de bomen die op de begraafplaats staan is dit binnen de bebouwde kom van Nieuw-Beijerland een kleine groene oase.

Afb. 17. Het vak aan de linkerzijde oogt zeer fraai met alle beplanting.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

25 van 151

De grafcultuur is met name laat twintigste-eeuws op enkele uitzonderingen na. Een aantal grafmonumenten van kunststeen is bijzonder door de gebruikte giettechniek waarin ook bijzondere symboliek verwerkt is. 1.7.2 Nieuwe gemeentelijke begraafplaats In de jaren negentig deed de gemeente Korendijk onderzoek naar een geschikte locatie voor een nieuwe begraafplaats. Die werd gevonden aan de zuidzijde van het dorp aan de Kreekkant, destijds nog een zijweg van de Dorpsweg. Genoemde weg werd in 2003 vervangen door het Buitenom (ter ontlasting van het verkeer door Nieuw-Beijerland) die aansloot op de begraafplaats. Bij de aanleg is de begraafplaats ongeveer een meter opgehoogd en voorzien van beplanting rondom. Aan de noordzijde werd een ruime parkeerplaats aangelegd en tussen de parkeerplaats en de begraafplaats een klein plantsoen met een dienstgebouw. Feitelijk bestaat de aanleg uit twee delen. Een aantal lange regels vanaf de entree en daarachter een groot vierkant grafveld dat langzaam gevuld wordt met paden en grafmonumenten. De eerste begrafenis vond plaats in juli 1999. Bewaren van het oudste grafmonument (al dan niet ter plekke) is aan te bevelen.

Afb. 18. Zicht over het eerst ingevulde deel van de nieuwe begraafplaats van Nieuw-Beijerland.

1.8 Numansdorp Na de bedijking van de Numanspolder in 1642 werd meteen gestart met de aanleg van een dorp en verscheen het eerste huis. Het dorp kreeg eerst de naam Dorp van Cromstrijen, in de volksmond beter bekend als de Buitensluis. Vanaf 1664 wordt het dorp ook Numansdorp genoemd, naar Gerrit Numan die het gebied eerder in erfpacht had gekregen van koning Maximiliaan van Oostenrijk. In 1647 werd een eindje achter de Voorstraat een kerk gebouwd, waar in 1781 een toren aan toegevoegd werd. In de kerk was ruimte voor 115 graven. Onder de houten vloer bevinden zich nog 21 grafzerken. De meeste daarvan dateren uit de zeventiende eeuw, de oudste uit 1654 en de jongste uit 1749. Rondom de kerk lag het kerkhof. Dat was in eerste instantie een ruim kerkhof van meer dan 1.500 m2.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

26 van 151

Afb. 19. De oude begraafplaats met op de achtergrond de kerk, rond 1960 (Regionaal Archief Dordrecht).

Met de aankondiging dat er na 1829 niet meer in de kerk of op het kerkhof begraven mocht worden, ging de gemeente Numansdorp op zoek naar een geschikte locatie. Voorwaarde was dat de begraafplaats wat verder van de bebouwde kom zou komen te liggen. Achter de kerk, inderdaad wat verder van de bebouwing, lag een geschikt perceel van bijna 3.000 m2. Dit werd gekocht door de Hervormde gemeente en in erfpacht genomen door de gemeente die de begraafplaats ging beheren. Het perceel werd door de gemeente ingericht met onder meer een klein huisje, mogelijk dienend als beenderenhuis. Opvallend aan de begraafplaats is de grote cirkel in het midden. Hier kwamen de 1e klasse graven en kregen degenen die een graf in de kerk hadden een graf ter compensatie. Het pad rondom de cirkel werd gebruikt om gemakkelijk de lijkkoets te kunnen keren. Een vergelijking die in de literatuur getrokken wordt met de aanleg van de rotonde van Zocher op begraafplaats Soestbergen in Utrecht gaat mank omdat de rotonde van Zocher een geheel ander doel en opzet heeft. In 1881 kocht de gemeente de begraafplaats en werd de erfpacht afgekocht. Waarschijnlijk werd rond deze tijd het oude kerkhof definitief gesloten en werden enige graven overgebracht naar de algemene begraafplaats.

Aan de noordzijde van de cirkel werden in 1899 nog enkele kleine grafvakken voor eigen graven aangelegd, maar verder was de begraafplaats voor huur- of algemene graven. Die vakken, met name aan de zuidzijde, zijn nu geheel leeg. In 1928 was er geen ruimte meer op de begraafplaats voor nieuwe graven en kocht de gemeente een perceel aan de West Middelweg (nu Hallinxweg) om hier een nieuwe begraafplaats aan te leggen. Het perceel lag een flink eind buiten de bebouwde kom en er was voldoende ruimte voor uitbreiding. Op de oude begraafplaats zou zeker nog in de jaren zeventig van de twintigste eeuw begraven worden. In 1972 werd de begraafplaats formeel gesloten. Enkele jaren geleden is het hekwerk rondom de begraafplaats geheel vervangen.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

27 van 151

1.8.1 Gemeentelijke begraafplaats Het perceel dat de gemeente gekocht had, was ongeveer 5.700 m2 groot. De aanleg van de nieuwe begraafplaats werd in februari 1930 aanbesteed. De laagste inschrijver was J. van den Bosch uit Hoofddorp voor 10.949 gulden. De werkzaamheden bestonden ongetwijfeld uit het op hoogte brengen van de begraafplaats, aanleg van sloten rondom en de bouw van een lijkenhuis, alsmede een dam. De inrichting bestond uit een centraal hoofdpad met ter weerszijden korte grafregels en aan het eind daarvan dwars erop weer langere grafregels. Een deel van de grafvakken (M en N) werd in 1953 gebruikt om tientallen slachtoffers van de Watersnoodramp te herbegraven. Na de Watersnoodramp werd de groenvoorziening op de begraafplaats weer op orde gemaakt. Tuinarchitect J.H.R van Koolwijk maakte in 1954 voor het gemeenschappelijke graf voor de slachtoffers van 1953 een ontwerp en het beplantingsplan. In 1957 was de gemeente van plan een perceel grond ter grootte van bijna 1 hectare te onteigenen ten behoeve van een uitbreiding aan de westzijde. Als de onteigening niet zou lukken, dan zou men niet kunnen terugvallen op het oude kerkhof en ook voor een nieuwe begraafplaats was geen geschikte locatie voorhanden. In 1959 meldde B&W van Numansdorp aan Gedeputeerde Staten dat de uitbreiding van de begraafplaats noodzakelijk was. Er zou nog ruimte zijn voor 2 jaar.

De aanleg vond uiteindelijk in de jaren zestig plaats aan de westzijde waardoor de begraafplaats een vierkante vorm kreeg ter grootte van ruim 1 hectare. Op de uitbreiding werd rekening gehouden met het feit dat steeds meer nabestaanden en bezoekers met de auto naar de begraafplaats kwamen. Tevens werd hier in 1972 een aula gerealiseerd. De uitbreiding was formeel opgezet met drie vakken met telkens 6 grafregels, omsloten door hagen (X, Y en Z).

Afb. 20. De tweede uitbreiding kenmerkt zich door brede hagen en een variatie aan bomen die na tientallen jaren recht doen aan het ontwerp.

Rond diezelfde tijd kocht de gemeente nog een perceel ten westen van de begraafplaats voor een verdere uitbreiding van de begraafplaats. Die vond in de jaren zeventig plaats. Daarbij werd de structuur van de eerste uitbreiding overgenomen maar dan in veelvoud, want de uitbreiding was ruim een hectare groot. Ondertussen was de buiten de bebouwde kom aangelegde begraafplaats onderdeel geworden van de bebouwde kom nadat ten oosten en zuiden van de begraafplaats een nieuwbouwwijk was INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

28 van 151

aangelegd. Aan de oostzijde werd door middel van een plantsoen een ruime buffer aangehouden tussen begraafplaats en de huizen. Toen eind jaren zeventig ook aan de andere zijde van de Hallinxweg een nieuwbouwwijk verrees, werd veel minder afstand gehouden tot de huizen. Door de uitbreiding uit de jaren zeventig en later in 2010 ligt de begraafplaats nog gedeeltelijk vrij. De laatste uitbreiding vond plaats in 2009-2010. Ten zuiden van de laatste uitbreiding werd de sloot gedempt en werd een stuk grond van ruim 8.000 m2 bij de begraafplaats getrokken. Nadat het terrein ruim een meter was opgehoogd, werden in ongeveer dezelfde opzet honderden nieuwe graven gerealiseerd. Alle uitbreidingen wijzen met name op één aspect van het begraven in Numansdorp: er wordt nauwelijks geruimd. Vandaag de dag is de begraafplaats van buiten nauwelijks zichtbaar door een dicht groen plantsoen en hoge hagen. De ingang is formeel en geeft met name zicht op de parkeerplaats en de aula. Direct achter de aula aan de linkerzijde ligt het oudste gedeelte. Wie naar rechts gaat komt op de uitbreidingen, waar kleine door brede hagen omgeven grafvakken liggen. Met name op het oudste deel is de grafcultuur nog behoorlijk divers en hier is ook de overgang in de grafcultuur in de eerste helft van de twintigste eeuw vertegenwoordigd.

De vormgeving werd toen zakelijker, er werd met meerdere materialen gewerkt en ook de typografie veranderde. Onder deze verzameling bevindt zich, zoals gebruikelijk in de Hoeksche Waard, veel kunststeen. Opvallend is ook dat de oudste kindervakken (A4, B4 en C4) nog grotendeels intact zijn. Bij het behoud van deze grafvakken dienen zoveel mogelijk grafmonumenten behouden te blijven. Een aantal is geselecteerd als voorbeeld en bovendien bevinden zich tussen de monumenten twee graven van slachtoffers van een bombardement in 1940. Waar geen monument staat zijn vaak levenloos geboren kinderen begraven.

Afb. 21. Grafvak A4 waarvan het eerste deel voor kindergraven is. Ook vakken B4 en C4 bevatten nog monumenten voor kinderen.

Op de uitbreidingen zijn de grafmonumenten vaker van gepolijst graniet en tonen ze de typische uitvoeringen zoals die vanaf de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw gangbaar werden. Behalve op de kindervakken liggen alle grafmonumenten langs paden en op het oudste deel deels met struiken achter de rijen. Hierdoor ontstaat geen open en overzichtelijke begraafplaats, maar een besloten plek die qua aanzicht telkens verrast.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

29 van 151

1.9 Oud-Beijerland Na de drooglegging van de polder Beijerland nam graaf Lamoraal van Egmond in 1557 het initiatief tot de aanleg van een dorp. Dat noemde hij Beijerland naar zijn echtgenote Sabina van Beieren. Toen later in de zestiende eeuw ook de polder Nieuw-Beijerland droogviel, werd het dorp en de polder OudBeijerland genoemd. De haven van het dorp sloot aan op een binnengedijkt kreekrestant dat tegelijk diende als as waarlangs het dorp zich ontwikkelde. Iets achter deze as werd in 1567 een kruiskerk gebouwd waaraan in 1604 een toren werd toegevoegd. Een belangrijke begrafenis in de kerk vond plaats in 1614 toen Sabina van Egmond, dochter van Lamoraal van Egmond hier bijgezet werd. Haar grafkelder is in 1924 verwijderd en de resten van Van Egmond zijn elders in de kerk bijgezet. In de kerk herinnert een enkele zerk en een rouwbord nog aan het begraven in de kerk. Buiten de kerk is van het begraven geen enkel spoor overgebleven. De kerk is nadat op het kerkhof niet meer begraven werd, flink vergroot en ook nabij zijn enkele panden ten behoeve van de kerkvoogdij gebouwd.

Afb. 22. De kerk met rondom het kerkhof rond 1920.

Oud-Beijerland had door zijn grote middenstand en handel al vroeg een Joodse gemeenschap. Rond 1790 liet de Joodse gemeente een eigen begraafplaats aanleggen ten oosten van het dorp. Oud-Beijerland is in de Hoeksche Waard uitgegroeid tot een belangrijke plaats met een haast stedelijke allure. De haven aan het Spui bracht welvaart, maar ook talloze fabrieken en het agrarische achterland zorgden ervoor dat Oud-Beijerland van belang was met name voor de werkgelegenheid. Naar verluidt besloot de magistraat van Oud-Beijerland in 1813 tot de aanleg van een nieuwe begraafplaats. Dit deed hij op grond van de regels van het Franse Keizerrijk waar Nederland vanaf 1810 toe behoorde. Het kerkhof was inmiddels te klein, dus de noodzaak was er ook. Maar na het vertrek van de Fransen maakten de bestuurders geen haast meer. Toen de gemeente in 1828, gedwongen door de nieuwe regels omtrent het begraven, het begraven in kerk en op het kerkhof moest staken, zocht men naar een oplossing. Die werd gevonden in de aankoop van enkele boomgaarden van de heer Schelling. De laatste verkocht het land onder voorwaarde dat hij 225 m2 als begraafplaats voor zijn familie mocht inrichten.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

30 van 151

Overigens kregen de katholieke inwoners van Oud-Beijerland in 1866 net als de Joden een eigen begraafplaats. Dit is altijd de enige katholieke begraafplaats in de Hoeksche Waard gebleven. 1.9.1 Gemeentelijke begraafplaats De locatie van de nieuwe begraafplaats was gelegen ten zuiden van het dorp, waar de Scheermansvliet een bijna haakse bocht maakt. Bij aanvang was de begraafplaats nog relatief klein. De ingang lag langs de weg die ook toegang gaf tot hofstede ‘Het Paradijs’ die in 1915 gesloopt werd. Bij de toegang werd in de negentiende eeuw een smeedijzeren hekwerk geplaatst tussen gietijzeren pijlers met bovenop gevleugelde zandlopers (gemeentelijk monument). Vanaf die ingang werd op het uitwaaierende perceel een hoofdpad aangelegd (huidige vakken 1a tot en met 1f). Lange tijd kon het dorp vooruit met de ruimte, ook nadat de katholieken een eigen begraafplaats hadden gekregen. Op de oude vakken lagen de graven dicht opeen en met name op de vakken 1e en 1f werd intensief begraven in algemene graven. Na de Tweede Wereldoorlog bleek de ruimte toch te klein en werd aan de zuidzijde een klein gedeelte uitgebreid. In 1958 volgde wederom een uitbreiding en begin jaren zestig werd ook een aula gebouwd. De uitbreiding achter de aula is herkenbaar doordat hier de graven niet meer aaneengesloten liggen, zoals wel het geval is op het oude gedeelte.

Deze uitbreiding vereiste wel speciale toestemming van Gedeputeerde Staten omdat de begraafplaats nu binnen een straal van 2,5 kilometer binnen een waterwingebied kwam te liggen. Begin jaren zeventig volgde wederom een uitbreiding. Bij deze uitbreiding, wederom naar het zuiden zijn de graven ruimer uitgelegd en is er meer gebruik gemaakt van blokken ingevuld met hagen en bomen. In 1975 had de gemeente plannen om het westelijke gedeelte van de begraafplaats opnieuw in te delen en de nieuwe graven hier te bestemmen als eigen graven. Uitbreiding van het aantal was optioneel.

Afb. 23. Typische naoorlogse invulling met veel groen, in tegenstelling tot het kale oude gedeelte.

In de jaren negentig van de vorige eeuw werden wederom voorbereidingen getroffen voor een grote uitbreiding. De enige richting waarin dat nog kon, was naar het oosten. De plannen hiervoor kwamen

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

31 van 151

eind van die eeuw gereed en zijn nadien uitgevoerd. Een gedeelte van de uitbreiding is bestemd voor algemene graven en een klein gedeelte voor moslimgraven. Voordien zijn op andere vakken vooral algemene graven geruimd om ook daar weer ruimte te maken. Met alle uitbreidingen heeft de begraafplaats nu een omvang van bijna 3 hectare. De meest interessante grafmonumenten liggen op het oude gedeelte, met name de vakken 1a, 1c en 1d, hoewel dat laatste vaak mogelijk ook een keer aangepakt is omdat het grootse deel van de grafmonumenten hier naoorlogs zijn. Op vak 1a is de verscheidenheid aan grafcultuur het grootst met talloze varianten in materiaal, vormgeving en ook grootte. De vakken 1e en 1f bevatten eveneens naoorlogse grafmonumenten. De grafmonumenten op de overige vakken zijn laat twintigste-eeuws of vroeg eenentwintigste-eeuws en vooral van graniet. Vandaag de dag is de begraafplaats een goed onderhouden complex met tal van voorzieningen, waaronder een in 2023 geplaatst verzamelgraf.

1.10 Piershil Het dorp Piershil werd in 1421 verzwolgen door het water, maar in 1524 was de Polder Oud-Piershil weer herdijkt. Op dat moment was de polder feitelijk nog een eiland, maar met de indijking van de Polder Nieuw-Piershil kwam het eiland vast aan de rest van de Hoeksche Waard. Aan de westzijde van de polder ontstond op de dijk al snel enige bebouwing en in een straat dwars op de dijk werd niet lang daarna een kerk gebouwd. Van halverwege de zeventiende eeuw dateren de toren en een uitbouw, later de consistoriekamer. Van het begraven in de kerk resteren een aantal zerken en een vijftal rouwborden. Bij de verbouwing van de kerk in de jaren zestig werden onder de vloer tal van zerken aangetroffen, voornamelijk uit de zeventiende eeuw. Van het kerkhof zijn vooral op de 1e en 2e klasse grafmonumenten overgebleven.

Afb. 24. Kerk en kerkhof lagen rond 1830 wat achteraf, begrensd door een brede wetering. Langs de straatzijde stonden enkele gebouwen.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

32 van 151

Het ligt voor de hand dat na het verbod op begraven in de kerk in 1829 het kerkhof overgenomen is door de gemeente. In de gemeente Piershil was geen andere begraafplaats. Het begraven zal toen ook geconcentreerd zijn op het zuidelijke deel van het kerkhof, dat ook de meeste ruimte bood. Hier werd begraven in drie klassen, met in totaal 180 graven. Het oude schoolhuis en de woning die aan de noordzijde stonden, werden in de jaren zestig afgebroken waardoor de kerk vrij kwam te liggen. Tegen die tijd was ook duidelijk dat het kerkhof zijn langste tijd had gehad. Hoewel er lang niet op elk graf een grafmonument stond, waren wel alle graven gebruikt. Op veel graven stonden lange tijd houten borden, maar die vergingen relatief snel. In 1965 werd ten oosten van het dorp door de gemeente een perceel bouwland aangekocht om hier een nieuwe begraafplaats aan te kunnen leggen. 1.10.1 Gemeentelijke begraafplaats De nieuwe begraafplaats was al opgenomen in het bestemmingsplan dat begin jaren zestig was opgesteld voor de uitbreiding van Piershil. De begraafplaats kwam te liggen aan de Oud Piershilseweg. In eerste instantie werd het perceel een meter opgehoogd en werd zo’n 1.800 m2 aan de westzijde ingericht. Die inrichting was eenvoudig, met graven langs paden en een haag tussen de graven. Eind 1969 kon de eerste begrafenis plaatsvinden.

Centraal werd achter een brede oprit met twee dammen over de sloot een eenvoudige schuur gebouwd voor de opslag van materiaal. Dit huisje ging jarenlang schuil achter struiken en bomen totdat rond 2009 een nieuw gebouwtje is opgetrokken. De twee markante treurwilgen ter weerszijden van het gebouw zijn daarbij behouden.

Afb. 25. Gedeelte van de begraafplaats waar in 1969 gestart is met begraven. Veel oudere grafmonumenten zijn reeds verdwenen.

Tussendoor was in de jaren negentig van de vorige eeuw ook het oostelijke deel van het perceel ingericht en in gebruik genomen. In het afgelopen decennium is de bebouwing van Piershil tot bij de begraafplaats doorgetrokken en maakt de begraafplaats inmiddels deel uit van het dorp.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

33 van 151

De begraafplaats kent twee ingangen met daarachter een rondlopende oprit. Lage hekwerken staan op een dam en geven de begraafplaats een voornaam aanzien. De oprit loopt licht op met achter een haag en enig groen de grafvelden. Bij de uitbreiding naar het oosten is een gedeelte ingericht met plantsoen. Daardoor kent dit gedeelte slechts een enkele rij graven terwijl dat op het oude gedeelte twee rijen zijn. Een deel van de oorspronkelijke graven is inmiddels geruimd, terwijl de uitbreiding nagenoeg vol is. Aan de zuidzijde, waar zich een werkingang bevindt is inmiddels ruimte gemaakt voor een volgende uitbreiding.

1.11 Puttershoek Al voor de Sint-Elisabethsvloed van 1421 lag op de plek van het huidige Puttershoek een nederzetting, Hoecke genaamd. Na de vloed werd in 1439 op dezelfde locatie een dorp gesticht. Hier op het punt waar de Boezemvaart uitmond in de Oude Maas, was een geschikte locatie om een haven aan te leggen. De bebouwing concentreerde zich bij de sluis en strekte zich uit langs de dijk. Niet lang na de stichting van het dorp werd in 1442 een kerk gebouwd. In en rond de kerk werd begraven, waaraan in de kerk nog enkele afgesleten zerken herinneren. Bij verbouwingen van de kerk in 1839 en later na een brand, zijn veel sporen van het begraven verdwenen. Het kerkhof werd in 1828-1829 gesloten nadat de gemeente nabij een nieuwe begraafplaats had laten aanleggen. De toegang tot het kerkhof vanaf de zijde van de sluis werd in 1835 afgesloten met een fraai hekwerk. Op het kerkhof resteren geen grafmonumenten.

Afb. 26. Het toegangshek dat in 1835 werd geplaatst bij het kerkhof in 1984 (foto Beeldbank RCE).

1.11.1 Oude Gemeentelijke begraafplaats In 1827 kocht de gemeente Puttershoek een boomgaard, ter grootte van 2.790 m2. Het perceel was bestemd voor de aanleg van een nieuwe begraafplaats. Het perceel was gelegen op korte afstand van het oude kerkhof, maar ongeveer drie keer zo groot. Vanaf het erf van de kerk kon de nieuwe begraafplaats gemakkelijk bereikt worden. Een ophoging werd niet nodig geacht. Nadat de gemeente in 1874 eerst plannen had voor de onteigening van een terrein bij de begraafplaats om deze te vergroten, bleek de begraafplaats toch nog ruimte te hebben. Later, in 1877

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

34 van 151

werden toch een aantal percelen aangekocht voor de uitbreiding van de begraafplaats. De grootte van deze percelen was eveneens 2.790 m2. De percelen lagen echter niet tegen de bestaande begraafplaats, maar zo’n 150 meter naar het zuidwesten. In 1881 werd 827 gulden uitgetrokken voor verbetering van de begraafplaats. Op dat moment kende Puttershoek een oude en een nieuwe begraafplaats. Beide begraafplaatsen waren met elkaar verbonden via de Kerkhoflaan, nu de Prins Bernardlaan geheten. De aanleg van beide begraafplaatsen was relatief sober. Bij beide liep van oost naar west een breed hoofdpad en het geheel was omgeven met een hoge haag. Op de nieuwe begraafplaats waren vier grafvakken ingericht en op de oude twee (vak A en B). Op de oude stond een baarhuisje in de zuidoostelijke hoek en op de nieuwe was geen baarhuisje gebouwd. In 1942 kocht de gemeente twee percelen ten behoeve van de uitbreiding van de oude begraafplaats. Toen werd ook besloten dat de ligging van de nieuwe begraafplaats hinderlijk was voor de doelmatige uitbreiding van de bebouwde kom en werd besloten de begraafplaats op te heffen. De uitbreiding van de oude begraafplaats was gelegen aan de zuidzijde. De totale grootte van dit perceel was wat groter dan het oorspronkelijke deel en liep van de Kerkhoflaan helemaal door naar de Boezemvaart. Begin 1947 waren de plannen voor de uitbreiding gereed.

Het duurde enige tijd voordat er ook een aula op dit gedeelte gebouwd kon worden. In 1959 werd de aula aanbesteed aan aannemer A. de Haas, met een nieuwe ingang aan wat toen de Prins Bernardlaan werd. Bij de uitbreiding werd de structuur van de oude begraafplaats gehandhaafd, maar er werd ook een nieuwe ingang bij het Kerkplein gemaakt. De overgang tussen het oorspronkelijke deel en de uitbreiding is goed herkenbaar aan de andere en vooral sobere vormgeving van de grafmonumenten.

Afb. 27. Beide begraafplaatsen op een luchtfoto uit 1952. De uitbreiding bij de oude begraafplaats is gereed, maar er is nog geen aula.

Op de nieuwe begraafplaats werd in 1951 formeel de uitgifte van nieuwe graven gestaakt. Daarna vonden in de jaren vijftig nog een aantal begravingen plaats in eigen graven, maar nadien werd de begraafplaats gesloten. Tussen de grafmonumenten die vandaag daar nog te vinden zijn, bevinden zich enkele bijzondere exemplaren. In 1960 is een gedeelte ten zuiden van de aula in gebruik genomen en later hebben nog een aantal kleinere uitbreidingen plaatsgevonden. Het oppervlak van de begraafplaats bedroeg toen bijna 6.000 m2. In de jaren tachtig werd echter duidelijk dat verdere mogelijkheden voor uitbreidingen niet aanwezig waren en ging de gemeente Binnenmaas op zoek naar een geschikte nieuwe locatie. Besloten werd op de begraafplaats alleen nog bijzettingen toe te staan.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

35 van 151

De opbouw van de begraafplaats vanuit het verleden is nog gedeeltelijk te herkennen. Op vak A liggen met name zerken waarvan een groot deel op roef. De jongere zerken zijn over het algemeen kleiner van formaat dan de oudere. Op vak B zien we feitelijk de complete grafcultuur van de eerste helft van de twintigste eeuw voorbijkomen met diverse materialen, stijlen en uiteenlopende vormgeving. Dit vak is het enige vak met stèles want op de overige vakken is ervoor gekozen een uniforme grafsteen te plaatsen. Die bestaat uit een kleine tekstplaat op een verhoging met een enkele keer wat grotere exemplaren. Met name op de algemene graven ontstaat een vrij sober en uniform beeld. Hoewel dit algemene graven betreft, liggen sommige monumenten hier al meer dan een halve eeuw. Op de grafvakken met eigen graven is wat meer beplanting aangebracht waardoor deze wat meer uitnodigen voor een bezoek.

Afb. 28. Vak B sluit het meest aan bij de gangbare grafcultuur in de gemeente.

De aula vormt een wig tussen het oude gedeelte van de begraafplaats en het jongere deel. Met name op het oudste gedeelte zijn grafmonumenten geselecteerd, waarvan sommige teruggaan tot begin negentiende eeuw. 1.11.2 Nieuwe gemeentelijke begraafplaats Essenhof Puttershoek werd na de Tweede Wereldoorlog flink uitgebreid en de bestaande begraafplaats voldeed in de jaren tachtig niet meer. Daarop werd door de gemeente gezocht naar een geschikte locatie voor een nieuwe begraafplaats. Die werd gevonden ten zuiden van de toenmalige bebouwing, wederom langs de Boezemvliet. Aan de Sportlaan werd een terrein van 8.000 m2 ingericht als begraafplaats terwijl rondom een ruimte vrij werd gehouden voor een groenzoom. Tevens werd een nieuwe aula gebouwd. Ditmaal werd de begraafplaats ruim een meter opgehoogd zodat er twee diep begraven kon worden. Op de begraafplaats is in 1995 een monument geplaatst ter nagedachtenis voor de mensen uit Puttershoek die zijn omgekomen in Indië in de Tweede Wereldoorlog en tijdens de politionele acties. De aula is in 2015 door de gemeente verkocht aan de particuliere begrafenisondernemer.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

36 van 151

Afb. 29. De opzet van de begraafplaats en het type grafmonumenten maakt dat er p de vakken met eigen graven een compact beeld is ontstaan.

De oudste begraving dateert van 1992 en de oudste grafmonumenten die nu nog te vinden zijn op de begraafplaats dateren uit 1993. Omdat niet vastgesteld kon worden wat hier het oudste grafmonumenten is, zijn geen grafmonumenten geselecteerd. Bovendien kon van geen van de begraven personen vastgesteld worden wat hun betekenis was met het oog op de criteria en de vooraf verzamelde informatie.

1.12 ‘s-Gravendeel Het dorp ’s-Gravendeel ontstond in 1593 nadat de Polder Nieuw-Bonaventura bedijkt was. De eerste kerk was een houten gebouw dat in 1637 vervangen werd voor een stenen gebouw. In 1839 werd een aanbouw gemaakt om de kerk te vergroten. Dat moet ten koste zijn gegaan van het kerkhof dat sinds het begin van de zestiende eeuw rond de kerk lag. Dat kerkhof was omgracht en een opvallend onderdeel in de zuidoosthoek van het kerkhof was een graftombe voor Jacobus Johannes Hetterschij (1747-1811). De tombe had een eigen perceel, dat rond 1830 nog op naam stond van zijn weduwe Gualteria Anna Boon (1759-1821). Hetterschij was een bestuurder en was onder meer notaris in Zevenbergen. In de Franse tijd was hij kastelein en rentmeester van de Niervaard, oftewel Klundert. Wat er met de graftombe is gebeurd, is niet bekend. Het kerkhof ging in 1829-1830 over naar de gemeente ’s-Gravendeel. Destijds kon de gemeente dit doen op grond van de provinciale regelgeving in de provincie Holland. Nog geen 25 jaar later zou de gemeente op zoek gaan naar een nieuwe begraafplaats, waarschijnlijk omdat ze geattendeerd was op de ligging van het oude kerkhof en het feit dat er een wet in de maak was die zeker de sluiting van het kerkhof zou betekenen. In 1856 richtte de gemeente zich tot de commissaris van de koning om toestemming tot aankoop van een perceel van pakweg 2.000 m2 te vragen.

Het beoogde perceel lag een kleine honderd meter naar het westen, destijds aan de rand van de bebouwing. De toestemming kwam er en terwijl de nieuwe begraafplaats ingericht werd, gebruikte men zeker nog tot 1880 het kerkhof. In 1873 werd op de nieuwe begraafplaats een lijkenhuisje gebouwd.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

37 van 151

Afb. 30. Kadastrale tekening van ± 1830 met daarop kerk, kerkhof en onderaan het aparte perceel voor een eigen tombe (Kadastrale kaart 1811-1832, Beeldbank RCE).

In 1880 en 1904 volgden kleine uitbreidingen. Na de Tweede Wereldoorlog wilde de gemeente de begraafplaats nogmaals uitbreiden. Aan de westzijde lag daartoe nog een stuk grond, maar dan zou er ook een aula gebouwd moeten worden. Ondertussen zou dan ook een stuk uitbreiding van het dorp in het geding komen. Er werd anders beslist, want de gemeente kocht een stuk grond ten westen van de Maasdamseweg. Die weg was in 1930 aangelegd om het verkeer vanaf de pont om het dorp te leiden. 1.12.1 Gemeentelijke begraafplaats De gemeente ’s-Gravendeel startte in 1946 met de aankoop van de benodigde percelen zodat de aanleg snel kon starten. Voor de eerste aanleg werd een stuk grond van bijna een halve hectare ingericht. Dit eerste deel werd geëgaliseerd, maar niet opgehoogd. Aan de straatzijde werd een ruimte overgelaten voor een te bouwen aula en tussen de toekomstige aula en de straat kwam een forse rotonde te liggen. In 1949 werden 2 poortgebouwtjes aanbesteed met een tuinmuur en toegangsbrug over de sloot langs de Maasdamseweg. De grafvelden werden ruim ingericht en de lanen afgezet met bomen en hagen. De eerste graven werden in juli 1950 uitgegeven en in september van dat jaar werd in een Duitsland omgekomen matroos hier herbegraven. De man was noodgedwongen tewerkgesteld en aldaar ziek geworden. Tijdens de watersnood in 1953 stonden beide begraafplaatsen onder water.

De oude stond snel weer droog en daar werden in april 1953 de slachtoffers uit ’s-Gravendeel begraven. In 1969 werd een uitbreiding van de begraafplaats voorbereid. Deze kwam te liggen aan de oostzijde, aansluitend op de oorspronkelijke begraafplaats. Ook de aanleg sloot aan op de oorspronkelijke maar er konden wel meer graven worden uitgegeven. Wederom werd rondom veel groen aangeplant. Overigens werd dit gedeelte wel ongeveer een halve meter opgehoogd. Rond 1975

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

38 van 151

was dit gedeelte gereed om in gebruik te nemen. Toen was ook de aula gereed die achter de oprit van de begraafplaats was gebouwd ter vervanging van de twee kleine gebouwtjes. De aula is later nog een keer verbouwd om te voldoen aan de veranderde eisen.

Afb. 31. De strak vormgegeven aula aan het voorplein bepaalt het aanzicht van de begraafplaats.

Een volgende uitbreiding vond plaats aan de westzijde van de begraafplaats. Daar was nog een fors perceel dat gebruikt kon worden. Rondom was in de jaren tachtig en negentig de nieuwbouwwijk Schuilingen verrezen waardoor toekomstige uitbreidingen niet meer mogelijk zijn. Een deel van de uitbreiding werd bestemd voor een parkeerplaats. De inrichting van deze laatste uitbreiding verschilt weinig van de eerder delen, maar het gedeelte werd wel verder opgehoogd dan de eerdere delen. In de twintigste eeuw zijn grote delen van de begraafplaats geruimd. De drie delen van de begraafplaatsen, hoewel in aanleg weinig verschil is gemaakt, hebben inmiddels toch zo hun eigen identiteit. Op de eerste uitbreiding is onder meer een gedeelte ingericht met een urnenmuur en achterin is vrij recent een groot verzamelgraf met monumenten geplaatst. Ook bevindt zich op dit gedeelte een werkplaats met een eigen ingang. Op de laatste uitbreiding is het groen nog niet geheel volgroeid en ook is de omgeving hier wat meer zichtbaar dan op de andere delen. Dat zal met de jaren ongetwijfeld veranderen. De grafcultuur op de uitbreidingen verschilt weinig van elkaar. Het betreft vooral laat twintigsteen vroeg eenentwintigste-eeuwse grafmonumenten. Alleen op het oorspronkelijke deel zijn nog wat oudere typen grafmonumenten te vinden, bijvoorbeeld van hardsteen of kunststeen.

De vele ruimingen hebben ertoe bijgedragen dat op het oorspronkelijke deel geen sprake meer is van een consistente karakteristiek.

1.13 Strijen Strijen is een van de oudste dorpen van de Hoeksche Waard. Al in 992 werd in Strijen of Strien een kapel genoemd. Het dorp lag gunstig gelegen op een langgerekte zandrug langs een brede stroom die de Schelde en Maas verbond. Bij de Sint Elisabethsvloed bleef het dorp Strijen bestaan, maar de omgeving veranderde drastisch. De polder Het Oudeland van Strijen ten westen van het dorp kon in 1436 weer binnengedijkt worden en later die eeuw werd ook aan de oostzijde een grote polder binnengedijkt. Strijen behield zijn haven, al was door verschillende inpolderingen wel een steeds langer kanaal nodig om deze te kunnen blijven gebruiken. In 1650 werd het kanaal doorgetrokken richting het Hollands Diep

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

39 van 151

en daar werd een spuisluis of sas aangelegd. Later ontstond daar Strijensas. In Strijen werd de kerk in de loop van de tijd vergroot en begin veertiende eeuw kreeg deze een toren. Later is de toren nog eens verhoogd. Het huidige koor kwam eind vijftiende eeuw tot stand. Dat er begraven werd in kerk maken verschillende grafzerken duidelijk. Veel van die zerken zijn versleten, maar zijn nog wel aanwezig. Dat kan niet gezegd worden van het kerkhof. Nadat de gemeente in 1829 een nieuwe begraafplaats in gebruik had genomen, werd alleen nog begraven in eigen graven. Het kerkhof werd in 1847 geruimd en alle grafmonumenten verwijderd of met grond bedekt. Later werd nog een zerk teruggevonden die overgebracht is naar de nieuwe begraafplaats.

Afb. 32. De zerk van het oude kerkhof ligt nu rechts van de ingang van de begraafplaats in het plantsoen.

In 1895 mocht de kleine Joodse gemeenschap van Strijen een eigen begraafplaats laten aanleggen. Die kwam te liggen op een langwerpig perceel langs de Oud Bonaventurasedijk, ten oosten van Strijen. 1.13.1 Gemeentelijke begraafplaats De gemeente Strijen liet de nieuwe begraafplaats ten noordwesten van het dorp aanleggen, op hooguit tweehonderd meter lopen van de kerk. Hier lag een perceel, geheel omgeven door water van zo’n 4.000 m2 dat zeer geschikt was. De aanleg was relatief eenvoudig. Over de brede sloot werd een dam gelegd met daarachter een hekwerk dat een hoofdpad ontsloot dat helemaal naar achteren liep. Waarschijnlijk werden in eerste instantie de graven aaneengesloten uitgegeven. Een dwarspad deelde de begraafplaats in vier delen, verdeeld in vier klassen. De 1e klasse graven waren eigen en bij de 2e klasse kon men kiezen tussen algemeen en eigen terwijl de 3e en 4de alleen algemene graven betrof. De verdeling naar klasse heeft er later toe geleid dat algemene grafvakken opnieuw uitgegeven zijn, onder meer voor eigen graven. In de jaren zeventig van de negentiende eeuw werd aan het eind van het hoofdpad een lijkenhuisje gebouwd. Een identiek huisje werd ook op de begraafplaats van Strijensas gebouwd. Met name de daklijsten zijn fraai uitgewerkt en in combinatie met de rondgesloten deur is het huisje niet echt standaard te noemen.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

40 van 151

Lange tijd diende het voorterrein van de begraafplaats als tuin en plantsoen met een keerlus voor de lijkkoetsen. Direct rechts van de ingang stond een woning voor de doodgraver. Deze is na de Tweede Wereldoorlog afgebroken en in de plaats is een nieuwe woning gebouwd.

Afb. 33. Plattegrond van de begraafplaats voor de uitbreidingen en bouw van de aula.

In 1903 bleek het houten hek dat de begraafplaats afsloot in slechte staat te verkeren. Voorgesteld werd om een ijzeren hek aan te brengen. Daarvoor was 165 gulden nodig. Dit voorstel werd gezien het huidige ijzeren hekwerk aangenomen. Steeds werden er rondom de begraafplaats bomen geplant en gerooid, vaak om de begroting sluitend te maken. Zo werden in 1907 op de begraafplaats een tiental eiken gerooid om ruimte te maken voor de 2e klasse. In 1909 werden er vragen gesteld over de bomen op de 1e klasse. Die werden uiteindelijk in 1912 gerooid en verkocht. Van de opbrengst zou de begroting sluitend gemaakt kunnen worden. Uit een discussie over de mogelijke ontsiering van de begraafplaats kwam naar voren dat de raad van mening was dat dit niet het geval was. De opbrengst van de bomen bedroeg 400 gulden. In 1923 werd ten aanzien van de overgebleven bomen op de begraafplaats geconstateerd dat veel populieren in de rand van de begraafplaats rot waren en gevaar opleverden. Besloten werd om deze bomen te rooien, mede omdat er geen opbrengst van verwacht kon worden. In februari 1923 werden de gerooide bomen alsnog op de begraafplaats geveild.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

41 van 151

In de eerste helft van de twintigste eeuw is de begraafplaats opgehoogd, onder toezicht van de gemeentelijk bouwkundige, de heer Lammers. Er zullen ongetwijfeld ook eerder al ophogingen hebben plaatsgevonden. Na de Tweede Wereldoorlog werd nagedacht over een uitbreiding van de begraafplaats of zelfs de aanleg van een geheel nieuwe begraafplaats elders. Waarschijnlijk zijn de uitbreidingsplannen begin jaren vijftig in uitvoering genomen. Die uitbreiding kwam ten westen van de bestaande begraafplaats te liggen waarbij de sloot aan deze zijde werd gedempt. Het voorterrein werd ook ontwikkeld zodat de uitbreiding niet betreden hoefde te worden via het bestaande gedeelte. Bij de Watersnoodramp in februari 1953 was de uitbreiding waarschijnlijk nog niet gereed, want voor de graven van de slachtoffers werd het voorterrein gebruikt. Er vielen er in Strijen ruim veertig slachtoffers te betreuren. De meesten konden teruggevonden en geïdentificeerd worden. Op de plek waar ze in eerste instantie werden begraven, direct rechts van de huidige ingang, is later een bijzonder monument is gemaakt. De stoffelijke resten zijn later op de begraafplaats zelf herbegraven, waar een rij identieke grafmonumenten nu hun laatste rustplaats vormt.

Afb. 34. Overzicht vanaf het lijkenhuisje richting ingang. Het hoofdpad is afgezet met een haag van taxus.

In 1959 werden plannen gemaakt voor de bouw van een aula op het voorterrein. Deze werd in 1960 opgeleverd en bepaalt sindsdien de entree van de begraafplaats. In 1959 werd in verband met de uitbreiding een stuk water van 400 m2 aangekocht door de gemeente. De uitbreiding die hierop volgde werd midden zestig in gebruik genomen. Later is aan de eerste uitbreiding nog een gedeelte toegevoegd en ook het deel helemaal rechts van de aula is later gebruikt om te begraven. In het begin van deze eeuw is links van de ingang nog een uitbreiding gemaakt. Hier is ook een urnenvoorziening aangelegd. Door de verschillende uitbreidingen en het gebruik van het voorterrein is de begraafplaats nu bijna 1,2 hectare groot. De grafmonumenten op de gedeelten waar vroeger 1e en 2e klasse werd begraven zijn ook nu nog het meest interessant. Hier zijn enkele zerken te vinden die fraai uitgewerkt zijn en binnen de gemeente

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

42 van 151

uniek zijn. Het is duidelijk dat veel graven geruimd en opnieuw gebruikt zijn. Op de uitbreidingen is de grafcultuur met name laat twintigste-eeuws en redelijk standaard.

1.14 Strijensas Na verschillende inpolderingen was de haveningang van Strijen steeds verder van het dorp komen te liggen om toegang te houden tot het Hollands Diep. In 1649 werd een spuisluis en een haven aangelegd en aan weerszijden van de binnenhaven ontstond enige bebouwing. De bewoners hier leefden vooral van landbouw, visserij en de nering rondom de sluis. Het dorp viel niet onder Strijen maar onder Klundert, een situatie die terugging tot voor de Elisabethsvloed die Klundert en Strijen scheidde. In 1817 werd Strijensas een zelfstandige gemeente, wat duurde tot 1855. De gemeente Strijensas liet een school bouwen, regelde allerlei belastingen en liet eveneens een begraafplaats aanleggen. Tot dan toe hadden de bewoners van Strijensas hun doden begraven in Strijen, waar ook gekerkt werd. 1.14.1 Gemeentelijke begraafplaats De gemeente Strijensas heeft in 1830 een boomgaard die eigendom was van Rijksdomeinen kunnen kopen om hier een begraafplaats aan te leggen. Het perceel van 1.280 m2 was prima geschikt, lag redelijk hoog en kennelijk was de nabijheid van enkele huizen geen bezwaar. De locatie lag aan het eind van het dorp in de bocht van het kanaal. Over de aanleg is weinig bekend en de oudste grafmonumenten dateren uit de laatste decennia van de negentiende eeuw. Het lijkenhuisje zal in de jaren zeventig van die eeuw gebouwd zijn, waarschijnlijk tegelijk met dat in Strijen.

De gelijkenis tussen beide huisjes is groot.

Afb. 35. Op de eerste ingekleurde topografische plattegrond van 1870 is de begraafplaats te zien aan de westzijde van het dorp, gelegen in de bocht van de weg.

Ook in Strijensas waren de bomen eind negentiende eeuw een probleem. In 1893 werd door B&W voorgesteld om de bomen op de begraafplaats te rooien, maar dit voorstel werd niet goed ontvangen. Het zou het aanzien van de begraafplaats ontsieren. Besloten werd de graven korter op de bomen te

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

43 van 151

leggen, desnoods met weghakken van de wortels. In 1910 kwam in de gemeenteraad aan de orde of er bij de ingang van de begraafplaats geen nieuwe bomen geplant konden worden. Als dat al gedaan is, dan zijn dat hoogstwaarschijnlijk niet de bomen die er nu nog staan, zoals de treuressen. De begraafplaats is nimmer uitgebreid, maar zal wel heringericht zijn. Vanaf het hekwerk dat aansluit op een lage muur met hekwerk en erachter liggende haag, loopt een hoofdpad de begraafplaats op. Er zijn enkele smallere zijpaden gemaakt, maar de grafmonumenten liggen alle nog redelijke aaneengesloten in het gras. Voorbij het baarhuisje liggen een aantal van de oudste grafmonumenten. De achterzijde van de begraafplaats wordt afgesloten door een aantal essen. Een aantal andere bomen dat op de begraafplaats stond, is verwijderd. Op de plaats van een van die bomen is een verzamelgraf met herdenkingsmonument geplaatst. Door de ligging aan de rand van het dorp is vanaf de begraafplaats gedeeltelijk een heel open zicht op het landschap.

1.15 Westmaas Na de inpoldering van de Polder Munnikenland in 1439 en de afsluiting van de Binnenbedijkte Maas ontstond in de noordwesthoek van die polder een kleine nederzetting. Aan de westzijde van het dorpje lag toen nog een kustvlakte die in 1539 ingepolderd werd. Daarmee kwam Westmaas, zoals het dorp genoemd werd, centraal tussen de polders te liggen. Al in 1458 was Westmaas een zelfstandige parochie geworden en werd achter de dijk een kerk gebouwd. Die kerk werd in 1650 vervangen door een nieuwe kerk, zoals vermeld op een gevelsteen. In de kerk werd begraven, getuige een groot aantal zerken uit de zeventiende eeuw en een enkele nog uit de zestiende eeuw. Waarschijnlijk zijn sommige zerken bij de restauratie in de jaren zestig van de vorige eeuw niet Afb. 36. De kerk met kerkhof in 1968 na een uitgebreide restauratie teruggeplaatst. Het kerkhof, gelegen (Beeldbank RCE). rond de kerk, was van de overige bebouwing afgesloten door enkele gebouwen langs de Breestraat. Er werd vooral aan de zuidzijde begraven, maar de totale grootte van het kerkhof begin negentiende eeuw bedroeg net iets meer dan 1.000 m2. Waarschijnlijk heeft de gemeente het kerkhof in 1829 overgenomen. Toen de gemeente in 1872 het kerkhof wilde vergroten, werd dat door Gedeputeerde Staten ontraden omdat de ligging niet gunstig was.

De gemeente zette haar plan door, maar kreeg geen toestemming van GS, die zelfs het bevel gaf om het kerkhof met ingang van 1 juli 1875 te sluiten. Het lijkt erop dat het kerkhof toch vergroot

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

44 van 151

is, met name aan de zuidzijde. In 1909 bestond het voornemen de begraafplaats op te hogen. Tegen het eind van de jaren dertig werd het kerkhof waarschijnlijk gesloten en werd een nieuwe begraafplaats in gebruik genomen. Verschillende graven van het kerkhof werden overgebracht naar de nieuwe begraafplaats. 1.15.1 Gemeentelijke begraafplaats De oudste graven op de begraafplaats dateren uit de jaren tien en twintig van de vorige eeuw, maar op lang niet alle graven staat nog een grafmonument. Het lijkenhuisje dateert mogelijk uit 1949, maar het exacte jaar van ingebruikname is niet bekend. Op een luchtfoto uit de oorlog is de begraafplaats simpelweg een rechthoekig perceel met groen rondom en enkele bomen (de huidige vakken AA, B en C) met een oppervlak van ongeveer 3.000 m2. Dat groen wijst erop dat de begraafplaats inderdaad uit het begin van de jaren dertig kan stammen. De begraafplaats werd aangelegd ten zuiden van het dorp, waar voorheen waarschijnlijk volkstuinen lagen. Vanaf de dijk is een afrit gemaakt om via een oprijlaan de begraafplaats te bereiken. Daar werd bij de toegang een smeedijzeren hek geplaatst. In 1948 werd een aanbesteding gedaan voor het verharden van de oprijlaan, het maken van een toegangsbrug en het nodige grondwerk. Het jaar daarop werd het baarhuisje aanbesteed. Bij dit werk zijn ook een aantal sloten gedempt en nieuwe gegraven.

In de jaren zestig is waarschijnlijk een gedeelte ten oosten van de begraafplaats uitgebreid en hier werden de eerste graven begin jaren zeventig uitgegeven. In de jaren negentig is een groter gedeelte ten westen van de oorspronkelijke begraafplaats gereed gemaakt. Daar is men vanaf halverwege de jaren negentig gaan begraven. Dit gedeelte is wel ruim een halve meter hoger aangelegd dan de oude delen van de nieuwe begraafplaats. Waarschijnlijk is bij deze werkzaamheden ook de ingang verlegd naar de Manhille en niet meer in het verlengde van de oude oprit. Het oude hekwerk is daarbij vermoedelijke verplaatst en bij de nieuwe ingang is een functioneel modern hek geplaatst.

Afb. 37. Blik over het oude gedeelte dat een parkachtig aanzicht kent.

De begraafplaats is in de afgelopen jaren behoorlijk veranderd, met name door het verdwijnen van een kolossale treurwilg bij de ingang. Daar is nu een nieuwe boom geplant. Erachter, op de uitbreiding is recent ook een herdenkingsmonument en verzamelgraf geplaatst. Het oudste gedeelte van de INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

45 van 151

begraafplaats oogt niet meer recht toe recht aan doordat wat variatie in de paden is aangebracht. Ook de bomen geven een meer parkachtige aanblik, waaronder een ceder op stam en een treurberk die beeldbepalend zijn. De grafmonumenten liggen op het oude deel alle nog in het gras, deels aaneengesloten. Op de eerste uitbreiding liggen de graven georiënteerd naar het pad, maar de paden staan er dwars op. Dit is de situatie net als in Mijnsheerenland waar deze oriëntatie ook gebruikt is op de uitbreiding. De karakteristiek op het oude gedeelte is door ruimingen van veel grafmonumenten behoorlijk verzwakt. Enkele rijen resteren met vooral grafmonumenten uit de eerste helft van de twintigste eeuw waar hardsteen en kunststeen de overhand hebben. Op het jongste gedeelte staan overwegend moderne grafmonumenten en is de aanleg veel groener en ruimer. Een hoge haag rondom ontneemt gedeeltelijk het zicht op de omgeving.

1.16 Zuid-Beijerland Het dorp Zuid-Beijerland is ontstaan op een dijk nadat de polder Groot-Zuid-Beijerland droog was gevallen. Dat gebeurde in 1631, maar destijds stond het dorp bekend als Den Hitzert. Er werd aan de zuidzijde van de dijk een kerk gebouwd die in 1678 vervangen werd. Het kerkje was niet groot en rond 1829 strekte het kerkhof zich met name links en rechts van de kerk uit. In de kerk werd begraven, getuige een aantal zeventiende-eeuwse zerken. In 1829 kocht de gemeente een stuk grond achter de kerk in de polder om daar een nieuwe begraafplaats aan te leggen. Het perceel wat niet geheel vierkant, maar met een oppervlak van 2.500 m2 ruim genoeg voor de gemeente. Toen in maart 1932 de kerk geheel afbrandde, werden niet lang daarna de oude zerken onder het puin aangetroffen. Deze zijn in 1933 samen met enkele gevelstenen in een speciaal gemetseld monument geplaatst op de begraafplaats. Na de Tweede Wereldoorlog werd ten zuiden van het dorp een nieuwe begraafplaats aangelegd. In 1954 werd met de nieuwe eigenaar van het perceel waar ooit de kerk stond het recht van overpad geregeld naar de oude begraafplaats. in 1966 werd de oude begraafplaats gesloten.

Afb. 38. Oude zerken uit de kerk liggen op de oude begraafplaats. Aan de horizon ligt de nieuwe begraafplaats van Zuid-Beijerland.

1.16.1 Nieuwe Gemeentelijk begraafplaats Al in de jaren veertig was de gemeente Zuid-Beijerland gestart met de onteigening van percelen voor de aanleg van een nieuwe begraafplaats. In eerste instantie werd een aanleg voorbereid van een stuk grond ter grootte van bijna 7.000 m2. Onderdeel van de aanleg was een baarhuisje en twee bruggen die toegang gaven over de sloot langs de (latere) Koninginneweg. Via een oprit kon het verkeer op de begraafplaats doorrijden naar de andere brug en zonder te keren het terrein weer verlaten. Het terrein

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

46 van 151

werd ongeveer een halve meter opgehoogd. De aanbesteding vond plaats in 1948. Eind 1949 kon de begraafplaats in gebruik worden genomen. In 1953 liep de begraafplaats lichte schade op door de watersnood. Het bakstenen baarhuisje op de begraafplaats zal van na die tijd dateren en heeft een opvallend torentje dat centraal op het dak is geplaatst. In de jaren zeventig werden plannen gemaakt voor een uitbreiding met tevens ruimte voor een aula. Dit gebouw heeft een opvallende plattegrond waardoor het met het zadeldak enigszins op een schip lijkt. Vanaf de jaren tachtig werd er begraven op het nieuwe gedeelte, vak 3 genaamd. Rond 2014 werd op de begraafplaats begonnen met de ruiming van het oostelijke deel van de oorspronkelijke begraafplaats. Er diende ruimte gemaakt te worden omdat het aantal nog uit te geven graven terugliep. Ruim de helft van de oude begraafplaats werd opgehoogd en voorzien van een tweetal toegangen, waaronder een trap om de hoogte te overbruggen. Rond 2016 werd de inrichting aangepakt. Vanaf 2019 wordt gebruik gemaakt van dit nieuwe deel. De aanleg met geasfalteerde paden, is relatief sober.

Afb. 39. Vak met de oudste graven en grafmonumenten op de begraafplaats.

De meeste indruk maken de monumentaal uitgevoerde bruggen met hekwerken over de brede sloot. De ijzeren hekwerken en metalen afdekkingen op de bakstenen pijlers passen goed het geheel. Bij de laatste uitbreiding van de begraafplaats zijn paden geasfalteerd met strakke kantopsluiting. Samen met de grafmonumenten vormt het oude gedeelte daarmee een strak en afgemeten geheel. Op de grote uitbreiding uit de jaren zeventig is meer sprake van hagen, waardoor hier een ander beeld ontstaat. Het onderhoudsniveau van de begraafplaats is goed.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

47 van 151

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN HOEKSCHE WAARD

48 van 151

2 GEHANTEERDE CRITERIA Op de verschillende begraafplaatsen in de gemeente Hoeksche Waard vinden we duizenden graven. Niet op elk graf is een grafmonument geplaatst en op sommige begraafplaatsen zijn al veel grafmonumenten geruimd. In de voorgaande korte geschiedenis per dorp is beschreven hoe de verschillende begraafplaatsen ontstaan zijn en is ingegaan op hun opbouw. Veel begraafplaatsen zijn soms meerdere malen uitgebreid, een enkele is nog origineel. Ook de grootte van de begraafplaatsen verschilt en daarmee ook het aantal grafmonumenten. Toch delen de meeste begraafplaatsen, afgezien van de kerkhoven in Maasdam en Sint Anthoniepolder, een gelijkvormige verschijningsvorm. Op de oudere begraafplaatsen vinden we veelal nog grafvakken met grafmonumenten die aaneengesloten liggen, terwijl op de begraafplaatsen uit de twintigste eeuw deze aan paden liggen. Er is nergens sprake van een ontwerp dat afwijkt. De keuze is meestal ingegeven door een efficiënt en functioneel ontwerp, waarin enkele variaties zijn aangebracht, zoals in Mijnsheerenland en Westmaas waar je niet voor het graf langs loopt, maar erlangs. Er is wel een verschil tussen de mate waarmee de begraafplaatsen, of delen daarvan, gebruikt worden. Op de oudere begraafplaatsen, zoals in Goudswaard, Nieuw-Beijerland (oud) en Puttershoek (oud) wordt nauwelijks nog begraven of alleen op de latere uitbreidingen.

Dat levert, zoals in Goudswaard in eerste instantie het aanzicht op van een niet meer in gebruik zijnde begraafplaats, terwijl dat zeker niet het geval is. Op sommige delen of begraafplaatsen is er sprake van een zekere stilstand, maar daar is door ruiming van grafmonumenten ook verlies aan karakteristiek opgetreden. Dat is sterk zichtbaar in bijvoorbeeld Heinenoord en ‘s-Gravendeel. De begraafplaatsen die volop gebruikt worden en met name de grafvelden waar momenteel begraven wordt, hebben een geheel eigen dynamiek. Dat is goed zichtbaar in Puttershoek op De Essenhof. Op die begraafplaats, maar ook op de nieuwe begraafplaats van Nieuw-Beijerland, zijn nauwelijks grafmonumenten aangetroffen die pasten binnen de criteria. Verderop wordt uitgelegd hoe daar mee omgegaan is. De jongste begraafplaats uit de inventarisatie is die van Nieuw-Beijerland uit 1999, terwijl de beide oudste, in Maasdam en Sint Anthoniespolder, een middeleeuwse oorsprong kennen. Met name die begraafplaatsen wijken af door de aanwezigheid van een kerk. Op veel andere begraafplaatsen is in de loop der tijd een aula gebouwd die in een aantal gevallen het aanzicht van de begraafplaatsen bepaalt. Niet alle grafmonumenten die nu nog op de begraafplaatsen staan, zijn even waardevol om te behouden of te beschermen. De waarde van een grafmonument kan op verschillende manieren worden vastgesteld.

De beste wijze is die waarbij achteraf aangetoond kan worden dat er geen sprake is geweest van willekeur bij het selecteren van de grafmonumenten. De gemeente Hoeksche Waard heeft daartoe de geformuleerde criteria van Bureau Funeraire Adviezen geaccepteerd. Deze criteria luiden als volgt: 1. Biografische betekenis van de begravene; 2. Ouderdom grafmonument; 3. Materiaalgebruik en hantering; 4. Vormgeving van het grafmonument; 5. Bijzondere symboliek; 6. Passend in karakter van het grafveld; 7. Technische staat. Bij het samenstellen van deze criteria is onder meer gebruik gemaakt van het boekje Begraafplaatsen als cultuurbezit, dat in 2003 is uitgegeven door de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB) en de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg (nu de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Om deze criteria verder te objectiveren is hieronder per criterium een nadere uitwerking gemaakt. Deze wordt nader verklaard in de volgende paragraaf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15504474/1