Handboek Zwembaden (2)
Tekst van het document
1 meter en 3 meter, toren en synchroonspringen
gesprongen worden), voor trainingen worden ook
- NK Masters 1 meter, 3 meter, toren en
1 meter en 3 meter platforms gebruikt. Schoonspringen wordt individueel en in koppels beoefend (synchroon-
synchroonspringen
springen).
• kampioenschappen internationaal: - Olympische Spelen
Aandachtspunten voor geschikte accommodaties voor
- Europese en Wereldkampioenschappen (EK/WK)
schoonspringen zijn waterdiepte en vrije hoogte, die van
– World Series
invloed kunnen zijn op de bouwkosten van een zwemac-
– World Cup
commodatie. Regionale samenwerking en een goede
- Grand Prix’ - Europese en wereldjeugdkampioenschappen
spreiding van voorzieningen zijn van belang. Springplanken en torens vormen een dubbelfunctie en kunnen
(EJK/WJK) - Masters Kampioenschappen (EK/WK)
een zwembad ook aantrekkelijk maken voor trainingen voor bijvoorbeeld hulpdiensten en de strijdkrachten. Ook voor recreanten kunnen bepaalde springvoorzie-
Ook voor schoonspringen geldt uiteraard dat er sprake is
ningen interessant zijn en goede bijdrage leveren aan
van wedstrijd- en trainingssituaties.
het “recreatieve aanbod” van een accommodatie. Als dit aspect aan de orde is, dan vormt veiligheid wel een
Wanneer schoonspringen aan de orde is, is het verstandig
belangrijk aandachtspunt.
om met de betreffende vereniging en de KNZB te overleggen welke voorzieningen wenselijk/noodzakelijk zijn en
Op nationaal en internationaal niveau is een droog-
wat er in de regio beschikbaar is aan voorzieningen.
springruimte een noodzaak om de schoonspringsport als wedstrijdsport conform FINA regels goed te kunnen beoefenen. Een droogspringruimte dient, net als het zwembad en de springinstallatie, aan verschillende veiligheidseisen te voldoen.
4
Een voorbeeld: voor een 3,0 meter hoog platform is een vrije hoogte van 3,5 meter nodig (dus 6,5 meter boven het wateroppervlak), terwijl bij een 3,0 meter hoge springplank als gevolg van de veerkracht een vrije hoogte van 5,0 meter is vereist (dus 8 meter boven het wateroppervlak).
Inhoudsopgave
2 7 Deel I - Hoofdstuk 4
Inhoud deel I
Inhoud deel II
4.4 Waterpolo
4.5 Synchroonzwemmen
Waterpolo als balsport kent specifieke aandachtspunten:
Synchroonzwemmen, is het zwemmen op de maat van
het feit dat er met een bal wordt gespeeld die soms hard
de muziek als ballet in het water. Type uitvoeringen zijn
gegooid wordt, stelt bijvoorbeeld bijzondere eisen aan
solo, duet, team of vrije combinatie. Voor deze sport is
balvastheid van materialen en ophangingen (geluids-
het van belang dat het bad voldoende diepte heeft en de
boxen, verlichting, plafonds, etc.). Uiteraard zijn daar ook
geluidsinstallatie zowel boven als onder water goede
aanvullende voorzieningen voor beschikbaar (balvan-
kwaliteit levert.
gers). Er zijn momenteel de volgende kampioenschappen/ Er zijn verschillende formaten doelen (standaard en
wedstrijden:
pupillen), waar vaste voorzieningen aan de badrand voor
• regionale wedstrijden
moeten worden opgenomen om deze aan/in/op te
• kampioenschappen nationaal:
kunnen hangen.Afhankelijk van de maat van het bassin
- NK junioren
zullen seniorenwedstrijden over het algemeen in de
- NK senioren/Masters
lengterichting plaatsvinden (behalve in een bad dat een breedte heeft van 25 meter of meer).
- Synchro Beat en NK Combinatie • kampioenschappen internationaal: - Olympische Spelen
Ten aanzien van kampioenschappen/wedstrijden,
- World Cup
is momenteel sprake van:
- World Series
• onderlinge waterpolotoernooien
- Europese en Wereldkampioenschappen (EK/WK)
• competities
- Europese en Wereldjeugdkampioenschappen (EJK/WJK)
- KNZB Beker I - ManMeer Cup - Bondswedstrijden, georganiseerd door de KNZB
Ook voor synchroonzwemmen geldt uiteraard dat er
(eredivisie, 1e klasse - 4e klasse)
sprake is van wedstrijd- en trainingssituaties.
- regionale wedstrijden - Minipolo wedstrijden • kampioenschappen nationaal - NK A Jeugd/Ben Planjer toernooi - NK C jeugd - NK D jeugd - NK E jeugd • kampioenschappen/evenementen internationaal - Olympische Spelen - Europese en Wereldkampioenschappen (EK/WK) - Europese en Wereldjeugdkampioenschappen (EJK/WJK) - World League (FINA) - Europacup (LEN)
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel I - Hoofdstuk 4 2 8
4.6 Zwemmen & Handicap
Op het gebied van wedstrijdzwemmen voor mensen met een beperking zijn er de volgende competities en kampioenschappen:
Nederland telt circa 500.000 zelfstandig wonende mensen met een ernstige lichamelijke handicap, bijna 1 miljoen met een matige en bijna 2 miljoen met een
Nationaal
lichte lichamelijke handicap. Het aantal mensen met een
• Zwemcompetitie Gehandicapten, de landelijke zwem
verstandelijke handicap bedraagt 110.000. Daarnaast zijn
competitie voor lichamelijk en verstandelijk gehandi-
er 1,5 miljoen mensen met een chronische ziekte (hierbij zijn mensen met een lichamelijke of verstandelijke
capte zwemmers; • Nationale Kampioenschappen: de NK, de NJK en NK
handicap niet inbegrepen). De laatste jaren onderneemt
Sprint vinden allen plaats in een geïntegreerde vorm
men steeds meer om integratie, emancipatie en maat-
(d.w.z. gelijktijdig met de kampioenschappen voor
schappelijke participatie van mensen met een beperking
zwemmers zonder een handicap);
te bevorderen. Het ministerie van VWS vervult een
• Paralympische Spelen
belangrijke rol in deze benadering. De ontwikkelingen in
• IPC4 WK Zwemmen
de maatschappij zijn terug te zien in de sportwereld.
• IPC EK Zwemmen
Sport levert een belangrijke bijdrage aan de participatie
• Special Olympics
en integratie van deze doelgroep binnen de samenleving. Met andere woorden: Iedereen, ook iemand met
In verband met deze evenementen is het van belang dat
een chronische aandoening, lichamelijke, verstandelijke
de KNZB er voor kiest om deze evenementen zoveel
en/of zintuiglijke handicap, moet de mogelijkheid
mogelijk geïntegreerd te organiseren. Valide en gehandi-
krijgen om aan sport- en bewegingsactiviteiten deel te
capte zwemmers sporten zoveel mogelijk samen, wat er
nemen.
toe leidt dat de specifiek voor gehandicapte zwemsport geldende eisen relatief beperkt zijn.
Zwemmen neemt daarbij een bijzondere positie in. Bij veel handicaps is het de enige mogelijke sport in verband met de ‘gewichtloosheid in het water’. Zwemmen kan door mensen met alle soorten lichamelijke en verstandelijke handicaps en chronische aandoeningen worden beoefend. Wedstrijdzwemmen is zowel voor mensen met een lichamelijke als mensen met een verstandelijke handicap een goede mogelijkheid voor sportbeoefening en bewegen in het algemeen. Veiligheidsmaatregelen dienen echter goed in acht te worden genomen (bijvoorbeeld bij sporters met epilepsieaanvallen). Soms is het nodig dat de temperatuur van het zwemwater hoger is dan normaal (bijvoorbeeld bij bepaalde reumatische aandoeningen). en dat er hulpmiddelen aanwezig zijn die het “te water gaan” vergemakkelijken. De KNZB streeft naar een volwaardig sportaanbod voor zowel zwemmers zonder als met een handicap. Dit heeft geresulteerd in een producten- en dienstenaanbod van de KNZB dat voor iedereen toegankelijk is. Daar waar nodig worden er aanpassingen gedaan voor deze doelgroep.
Fotografie: Mathilde Dusol
4
International Paralympic Committee
Inhoudsopgave
2 9 Deel I - Hoofdstuk 4
Inhoud deel I
Inhoud deel II
4.6.1 Waterbasketbal
Iedereen met een lichamelijke en geestelijke beperking
Het Waterbasketbal is een uitdagende teamsport en
die kan zwemmen, kan deelnemen aan deze sport. Er
wordt door diverse verenigingen gespeeld. Waterbasket-
zijn gemengde teams qua beperking, leeftijd en geslacht.
bal is de eerste teamsport in het water voor mensen met
Het waterbasketbal is de jongste sport binnen de KNZB.
een beperking. Het is een combinatie tussen waterpolo
De KNZB kent een regionale waterbasketbalcompetitie.
en basketbal maar het heeft een eigen karakter.
Deze competitie wordt gespeeld op een aantal toernooi-
Het spel speelt zich af rondom twee drijvende waterbas-
dagen gedurende het jaar. Per toernooi zijn punten te
kets. Het materiaal is speciaal ontworpen voor deze sport.
verdienen die verwerkt worden in een totaal klassement
Het officiële wedstrijdwaterbasketbal wordt in het diepe
waarna de 1e en 2e geëindigde van de regio mogen
zwembassin beoefend door twee teams van elk 5
strijden (tijdens het jaarlijkse NK Waterbasketbal) om de
personen.
titel van Nederlands Kampioen. Het spel wordt internationaal niet gespeeld.
Waterbasketbal
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel I - Hoofdstuk 4 3 0
5 De verschillende niveaus en organisatie 5.1 Inleiding
De KNZB kan op basis van de gegevens die haar ter beschikking worden gesteld bepalen of de accommoda-
Bij de ontwikkeling van een nieuwe zwemaccommoda-
tie voldoet voor zaken als:
tie, komt vaak de vraag aan de orde voor welke soorten
• erkennen van aldaar gerealiseerde tijden/scores,
wedstrijden en evenementen het bad geschikt is. Deze
behaalde limieten e.d. als (inter)nationaal record c.q.
vraag wordt vervolgens aan de KNZB gesteld, die dan in
ten behoeve van toelating tot competities of
min of meer expliciete bewoordingen gevraagd wordt
kampioenschappen;
het betreffende zwembad “goed te keuren”. De KNZB
• het houden van wedstrijden op een bepaald niveau;
brengt u in deze gevallen graag in contact met door ons
• het al dan niet in aanmerking komen voor door (of
goedgekeurde certificeringinstanties en/of personen om
onder auspiciën van) de KNZB georganiseerde
zodoende uw bad te keuren en er hiermee voor te zorgen
evenementen/kampioenschappen.
dat u toestemming krijgt om wedstrijden te houden. Het spreekt voor zich dat zowel aan de wedstrijden als Daarnaast wordt bij de organisatie van wedstrijden
aan de accommodaties waar deze worden georganiseerd
uiteraard ook door de verantwoordelijk scheidsrechter
bij hoger niveau, grotere schaal et cetera in toenemende
beoordeeld of het bad aan de wedstrijdspecifieke
mate eisen en voorwaarden worden gesteld.
voorwaarden van de betreffende sport voldoet (De
Bij de ontwikkeling van een nieuwe zwemaccommodatie
KNZB-reglementen zijn hierin leidend).
verdient het de aanbeveling rekening te houden met het ambitieniveau van de betrokken vereniging(en) voor de
De KNZB formuleert in voorliggend Handboek echter
middellange termijn, om te voorkomen dat de accom-
verschillende eisen en wensen ten aanzien van de
modatie na realisatie niet meer voldoet voor de voor haar
accommodatie. De bond heeft zich ten doel gesteld
relevante activiteiten.
enerzijds duidelijkheid te bieden over de sporttechnische eisen per sport en per niveau, anderzijds bij ontwikkeling van zwemaccommodaties betrokken partijen een handvat te bieden bij het formuleren van hun ambities. Tot slot wil de KNZB een bijdrage leveren aan de realisatie van (in de breedste zin van het woord) betere zwembaden in Nederland. Bij de ontwikkeling van nieuwe zwembaden is de KNZB te allen tijde bereid nadere toelichting te geven op de in dit Handboek omschreven zaken, en ook om aan te geven in welke mate de in het kader van een specifieke ontwikkeling gekozen oplossing(en) overeenkomt met de relevante eisen.
Inhoudsopgave
3 1 Deel I - Hoofdstuk 5
Inhoud deel I
Inhoud deel II
5.2 Typering accommodaties D- tot en met A-accommodatie
In dat verband is relevant dat de KNZB in nieuwbouwsituaties geen dispensatie meer verleent (zie ook § 1.6). De motivatie daarvoor ligt in de wens de zwemsport (steeds
Voor alle sporten, beschreven in hoofdstuk 4, tezamen
verder) te professionaliseren.
wordt voor het vervolg van dit Handboek de volgende indeling gehanteerd voor wat betreft competities en kampioenschappen en het niveau/de typering van de
De KNZB maakt geen onderscheid tussen trainings-
bijbehorende accommodatie:
en wedstrijdniveau.
Typering accommodaties en niveaus
Het voldoen aan de eisen verbonden aan een bepaald type leidt niet tot automatische toekenning
D-accommodatie
van evenementen aan dat bad. Voor meer informatie
• lokale wedstrijden, georganiseerd voor en door de
over toewijzing van evenementen: zie § 5.3 en www.knzb.nl.
lokale vereniging(en) C-accommodatie • regionale wedstrijden, georganiseerd door de Regioorganisatie in samenwerking met de lokale
Wanneer men voor een nieuwe accommodatie als
vereniging(en)
specifieke doelstelling heeft bepaalde competities en/of evenementen te accommoderen is het ALTIJD aan te
B-accommodatie
bevelen in een vroeg stadium contact op te nemen met
• nationale wedstrijden/evenementen, georganiseerd
de KNZB. Houd daarbij rekening met de grote diversiteit aan mogelijkheden. De uitspraak dat een zwembad
door/onder auspiciën van de KNZB
geschikt moet zijn voor internationale evenementen is A-accommodatie
bijvoorbeeld te algemeen. Nadere concretisering van het
• internationale wedstrijden en evenementen,
gewenste evenement is wenselijk (bijv. EK waterpolo onder 17).
georganiseerd door LEN/FINA/IPC Buitencategorie 5
De KNZB erkent dat het stellen van bovenmatig hoge/
• (grote) EK’s, WK’s en Olympische en Paralympische
strenge eisen aan zwemaccommodaties kan leiden tot hogere bouw- en exploitatiekosten voor een zwembad.
Spelen
Desondanks zijn er vele aandachtspunten die het verschil kunnen maken tussen een ‘slecht’ bruikbaar zwembad en een goede zwemaccommodatie, geschikt voor een breed palet aan activiteiten. Voorbeeld hiervan is de breedte van een bassin, wat mits goed gekozen, zowel de multifunctionaliteit als de trainings- en wedstrijdmogelijkheden voor de zwemsport kan bevorderen. Door middel van voorliggend Handboek streeft de KNZB na een duidelijk beeld te schetsen ten aanzien van de relevante eisen en wensen, zodat een ieder een weloverwogen keuze kan maken waar men wel en waar men niet aan moet/kan/wil voldoen.
5
Hier is er voor gekozen aan deze categorie geen typering te geven omdat deze evenementen zodanig specifiek zijn en een bijzondere voorbereiding treffen, dat - wanneer men overweegt een zwemaccommodatie te realiseren die hiervoor geschikt moet zijn - hierover te allen tijde in een vroeg stadium overleg noodzakelijk is met de KNZB.
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel I - Hoofdstuk 5 3 2
5.3.2 De relatie met de LEN en de FINA
5.3 Sollicitatieprocedure evenementen
De LEN en de FINA hebben eigen sollicitatieprocedures voor de toewijzing van evenementen aan een plaats/
5.3.1
KNZB-evenementen
accommodatie. Wanneer een gemeente, vereniging of
Binnen elke sollicitatieprocedure, die altijd reglementair
andere partij de wens heeft een internationaal LEN-/
bepaald is, staan de KNZB-eisen centraal. Elke vereniging
FINA-evenement te organiseren, zal de KNZB daar in
die een KNZB-evenement wil organiseren, kan daarvoor
betrokken moeten worden daar een dergelijk “bid”
een sollicitatie richten aan het bondsbureau. De beschik-
uitsluitend door de nationale bond kan worden uitge-
king hebben over een eigen bad is niet persé noodzake-
bracht.
lijk, er kan immers ook in de regio een geschikte In dit Handboek zijn de accommodatie-eisen verwerkt
accommodatie aanwezig zijn.
die door LEN en FINA worden gehanteerd voor de Uiteraard is het mogelijk dat de KNZB nadere informatie
diverse zwemsporten. Dit betreft vooral de sporttechni-
opvraagt over de beoogde accommodatie, waartoe niet
sche eisen. Zeker voor de grote evenementen is er
alleen mondelinge en algemene schriftelijke informatie,
daarnaast een reeks aan min of meer formele eisen waar
maar ook meetrapporten e.d. kunnen behoren.
aan voldaan moet worden wil men een serieuze kans maken een evenement aan te trekken. Wanneer hiervoor
Na de beoordeling van de ontvangen sollicitaties zal de
interesse is in verband met een specifieke accommoda-
KNZB reageren met een voorlopige toewijzing. De
tie, dan is het noodzakelijk in een zo vroeg mogelijke fase
plaatselijke organisatie die geselecteerd is, wordt ge-
van het ontwikkelingsproces de KNZB daar bij te betrek-
vraagd een plan en een begroting voor het beoogde
ken.
evenement op te stellen. Daarna volgt al dan niet een definitieve toewijzing. Bij alle KNZB-evenementen wordt een organisatiecommissie tot stand gebracht. In de commissie hebben doorgaans de KNZB, de desbetreffende vereniging en/of Regio, de accommodatiebeheerder of verhuurder en eventuele andere instanties zitting. Voor de organisatie van ieder KNZB-evenement bestaat een draaiboek, dat in samenwerking met de betrokken vereniging kan worden ingevuld. De vereniging bekommert zich normaal gesproken over het zwembad, de jury, de medewerkers, het materiaal en de EHBO. De KNZB zorgt onder andere voor de (hoofd)scheidsrechter(s), het wedstrijdschema, de prijzen en de verwerking van de uitslagen.
Inhoudsopgave
3 3 Deel I - Hoofdstuk 5
Inhoud deel I
Inhoud deel II
6 Leszwemmen Het beheersen van de zwemkunst en het zelfreddend
Bekend is ook dat helaas nog veel kinderen te vroeg met
vermogen dat daarmee verbonden is, vormt een essenti-
zwemles stoppen. Hierdoor zijn veel kinderen onvol-
ële veiligheidsvoorwaarde voor het leven. Bovendien is
doende zwemveilig. Ook betekenen de periodieke
zwemmen een belangrijke recreatieve activiteit en een
bezuinigingsrondes op schoolzwemmen, fysieke
gezonde en laagdrempelige bewegingsactiviteit. Niet
zwembaden, “natte gymnastiek” etc. een bedreiging voor
(voldoende) kunnen zwemmen levert dus - naast het vei-
het voortbestaan en uitbouwen van deze - ten opzichte
ligheidsrisico - bovendien veel sociale en fysieke
van andere landen in de wereld - relatief goede uitgangs-
beperkingen op.
positie. Waakzaamheid is dus geboden!
In het waterrijke Nederland mogen wij ons gelukkig
Bij de overweging om al dan niet te investeren in
prijzen met een relatief goede fysieke en organisatori-
zwemaccommodaties dient zwemles zeker aandacht te
sche infrastructuur en een hoge participatie van
krijgen.
kinderen in zwemles.
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel I - Hoofdstuk 6 3 4
Deel II Exploitatietechnische overwegingen
Inhoudsopgave deel II
pagina
DEEL II - Exploitatietechnische overwegingen 1
Inleiding
37
2
Relatie met wetgeving/normen
38
3
Accommodatie-eisen
39
Schema’s 1. zwemmen
41 - 42
2. schoonspringen
43 - 44
3. waterpolo
45 - 46
4. synchroonzwemmen
47 - 48
5. zwemmen & handicap
49
6. leszwemmen
50
Illustraties bij schema’s 1. zwemmen
51 - 56
2. schoonspringen
57 - 60
3. waterpolo
61 - 62
4. synchroonzwemmen
63
5. zwemmen & handicap
64
6. leszwemmen
65 - 67
Akoestiek in de zwemzaal
68
Informatiebronnen
69
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Inhoudsopgave deel II 3 6
1 Inleiding In dit tweede deel van het Handboek Zwembaden wordt
Typering accommodaties en niveau’s
in algemene zin, en voor de diverse zwemsporten en leszwemmen afzonderlijk, beschreven welke concrete
D-accommodatie
aspecten in de ontwikkeling en vormgeving van een
lokale wedstrijden, georganiseerd voor en door de lokale
accommodatie aan de orde zijn. Daarbij wordt onder-
vereniging(en)
scheid gemaakt naar type accommodatie (D tot en met A) om tot (verdere) optimalisatie van zwemaccommoda-
C-accommodatie
ties te komen, rekening houdend met de diverse niveaus
regionale wedstrijden, georganiseerd door de
en sporten.
Regio-organisatie
Dit Handboek Zwembaden geldt niet als vervanging
B-accommodatie
van FINA-, LEN- of KNZB-reglementen zoals deze
nationale wedstrijden/evenementen, georganiseerd
formeel worden vastgesteld en gecommuniceerd.
door/onder auspiciën van de KNZB
Bij eventuele strijdigheid tussen de diverse stukken prevaleren de reglementen. Neem bij eventuele
A-accommodatie
onduidelijkheden altijd contact op met de KNZB.
internationale wedstrijden en evenementen, georganiseerd door LEN/FINA/IPC
Hier wordt de gehanteerde typering nog eens herhaald
Buitencategorie 6
(voor nadere informatie, zie Deel I, paragraaf 5.2,
(grote) EK’s, WK’s en Olympische en Paralympische
bladzijde 32):
Spelen
Voor alle zwemsporten tezamen wordt voor het vervolg
Alvorens in te gaan op de specifieke accommodatie-
van dit Handboek de volgende indeling gehanteerd voor
eisen per sport worden hier eerst de diverse algemeen
wat betreft competities en kampioenschappen en het
van toepassing zijnde zaken besproken.
niveau/de typering van de bijbehorende accommodatie:
6
Hier is er voor gekozen aan deze categorie geen typering te geven omdat deze evenementen zodanig specifiek zijn en een bijzondere voorbereiding treffen, dat - wanneer men overweegt een zwemaccommodatie te realiseren die hiervoor geschikt moet zijn - hierover te allen tijde in een vroeg stadium overleg noodzakelijk is met de KNZB.
Inhoudsopgave
3 7 Deel II- Hoofdstuk 1
Inhoud deel I
Inhoud deel II
2 Relatie met wetgeving/normen Ten aanzien van de bouw van een zwembad is het van
De voor zwembaden van toepassing zijnde wetgeving
belang behalve van dit Handboek tevens kennis te ne-
gaat uiteraard te allen tijde boven de in dit Handboek
men van, onder meer 7:
omschreven eisen en wensen. De KNZB aanvaardt geen
• het Bouwbesluit
verantwoordelijkheid noch aansprakelijkheid voor de
• toepasselijke normbladen, normboeken en richtlijnen
gevolgen van eventuele tegenstrijdigheden tussen de hier omschreven zaken en geldende wet- en/of regelge-
van N.N.I. (NEN-normen e.d.) • Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo);
ving. Evenmin pretenderen wij hier een compleet
• Wet Milieubeheer
overzicht van toepasselijke wetten, regels of normen te
• Flora- en faunawet
hebben opgenomen.
• Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) • Arbo-wet • Provinciale Milieuverordening (PMV) • de plaatselijke bouwverordening • lokale welstandseisen/welstandsnota • lokale brandveiligheidseisen/-verordening • toepasselijke bestemmingsplan • eisen/voorschriften van de nutsbedrijven • het “Handboek voor Toegankelijkheid” • de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Whvbz) • het Besluit Hygiëne en Veiligheid Badinrichtingen en Zwemgelegenheden (Bhvbz) • Waterleidingwetgeving en Legionella preventie • (toekomstige) Omgevingswet • Drank- en horecawet • Hazard Analysis Critical Control Points (HACCP) • Gebruiksvergunning • Besluit Attractie- en Speeltoestellen • FINA / LEN / KNZB voorschriften • voorschriften van de nutsbedrijven • DIN 51097 inzake anti slip vloeroppervlakken • NEN-EN 15288 (swimming pools) • Convenant gevelonderhoud • Keurmerk veilig en schoon • NPR 9200:2015 “Metalen ophangconstructies en bevestigingsmiddelen in zwembaden”. • alle overige voor en door de wet gestelde eisen, ministeriële regelingen
7
Hier wordt geen uitputtend overzicht gepretendeerd.
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Hoofdstuk 2 3 8
3 Accommodatie-eisen De schema’s beogen in aanvulling op wat er bestaat aan
accommodatie aan moet voldoen om in aanmerking te
formele wetgeving en technische normen, te omschrij-
komen voor een bepaalde typering (D, C, B, A). De term
ven wat vanuit sporttechnische en functionele overwe-
“ondergrens” is daarbij bewust gekozen. Dit betekent dat
gingen noodzakelijk c.q. wenselijk is. Daarmee wordt
met het voldoen aan de normen niet (direct) ook de
bedoeld een bijdrage te leveren aan het ontwerp en de
optimale accommodatie wordt gerealiseerd. Opdracht-
bouw van zwembaden, zodat deze beter aansluiten bij de
gevers, ontwerpers en gebruikers worden aangemoedigd
eisen en wensen, die daar vanuit het gebruik aan gesteld
op projectniveau te zoeken naar optimaliserings
kunnen worden.
mogelijkheden, teneinde de accommodatie zo goed mogelijk zowel aan alle normen als alle wensen te laten
In het overzicht van de accommodatie-eisen wordt in de
voldoen. De weergegeven aanbevelingen ondersteunen
kolom “kwalificatie” een onderscheid gemaakt tussen
daarbij. Samenwerkende partijen doen er derhalve
een “norm” en een “aanbeveling”. Waar een omschrijving
verstandig aan de aanbevelingen serieus te nemen en
geldt als norm, wordt een ondergrens benoemd waar een
niet te beschouwen als ‘extra’s’.
Hierna volgen de eisen gesteld aan voor de diverse activiteiten naar accommodatie-type (D tot en met A). Het schema is steeds als volgt opgebouwd:
SPORT/ACTIVITEIT Onderdeel
Kwalificatie
Eis per accommodatie-type D
Gebouwgebonden zie*
C
Opmerking B
A
omschrijving aspect indien leeg: zie*
Toelichting + evt. verwijzing naar illustratie
* als voor een accommodatietype niet een specifieke eis wordt vermeld, dan geldt de eis zoals vermeld onder het ‘lagere’ type (links)
Er zijn schema’s met eisen voor de volgende onderdelen: 1.
zwemmen
2.
schoonspringen
3.
waterpolo
4.
synchroonzwemmen
5.
zwemmen & handicap
6.
leszwemmen
Inhoudsopgave
3 9 Deel II- Hoofdstuk 3
Inhoud deel I
Inhoud deel II
Schema’s: 1. Zwemmen 2. Schoonspringen 3. Waterpolo 4. Synchroonzwemmen 5. Zwemmen en handicap 6. Leszwemmen
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Inhoudsopgave Schema’s 4 0
1. ZWEMMEN No.
Onderdeel
Kwalificatie
Eis per accommodatie-type D
C
1.1
Lengte 50 meter bassin
Norm
50,000 - 50,030 m
1.2
Lengte 25 meter bassin
Norm
25,000 - 25,030 m
1.3
Diepte bassin
Norm
> 1,40 m
1.4
Bassinbodem / -wanden
Norm
1.5
Baanmarkeringen (bodem)
Norm
1.6
Breedte bassin
Norm
Opmerking B
A Aanvullend: verschil tussen indiv. banen <= 0,005 m
Eis vloeit rechtstreeks voort uit de terzake opgestelde reglementen en geldt zowel mèt als zonder aantikpla(a)t(en). Lengte dient aan deze eis te voldoen over de gehele breedte van het bassin van 0,300 meter tot en met 0,800 meter onder het wateroppervlak. Voor meer informatie betreffende toleranties: zie KNZB-reglement. Overigens wordt verwacht dat de max. tolerantie in de nabije toekomst door de FINA zal worden teruggebracht van 0,030 naar 0,020 meter. Toelichting bij eis aangaande maximale verschillen tussen banen: bij een 1500m wedstrijd bedraagt het maximale verschil tussen de kortste en langste baan dan 15 cm bij een 50m bad en 30 cm bij een 25m bad.
>= 2,00 m
>= 2,00 m
In de reglementen wordt gesproken over minimale diepte van 1,00 meter (en 1,40 meter “onder” de startblokken. Hier wordt er echter vanuit gegaan dat men niet meer kiest voor een 25 meter bad met een (al dan niet gedeeltelijke) diepte van 1,00 meter.
i
Let bij toepassing van een beweegbare bodem ‘onder’ de startblokken op veiligheid / voorkomen van duiken in geval de bodem op een (te) ondiepe stand staat. Niet weerspiegelend
Weerspiegeling van bijv. lampen is desoriënterend. Afwerkingslaag dient wit te zijn. Hiermee wordt het ‘doorzicht’ verbeterd en veiligheid bevorderd, bovendien geeft dit een betere ‘achtergrond’ voor camerabeelden.
Bij variabele baanlengte a.g.v. keerwand e.d. aangepaste baanmarkeringen >= 10 m
>= 15,4 m aanbev. >= 16 m
Voor gedetailleerde eisen aan afmetingen, etc. van baanmarkeringen zie FINA-/KNZB-reglement. Bij toepassen verrijdbare keerwand, neem contact op met de KNZB..
>= 20,4 m aanbev. >= 21 m
>= 25 m
De extra 0,4 meter is noodzakelijk om aan de beide buitenzijden ook een baanlijn te kunnen leggen, zodat alle wedstrijdbanen gelijke omstandigheden bieden. In een accommodatie met 10 banen is de toevoeging van 0,2 m buiten de buitenste banen niet noodzakelijk omdat wedstrijden in maximaal 8 banen worden gezwommen. Overigens is het aan te bevelen aan de buitenzijde van de buitenste banen een ruimte van ten minste 0,5 m te hanteren, om te voorkomen dat de baanlijn te dicht tegen de bassinwand ligt en m.n. het verlaten van het bassin (bijv. voor kinderen en mensen met een beperking) te lastig wordt. Zie ook 5.12.
1.7
Aantal banen
Norm
1.8
Vrije hoogte
Aanbeveling
>= 4,5
1.9
Plafond
Aanbeveling
Oriëntatiemiddelen
1.10
Kopse wand
Norm
>= 0,3 m boven wateropp.
1.11
Breedte per baan
Norm
2,5 m
>= 4 aanbev. = 6
>= 6
>= 8
10
i
Aangaande de eis voor B-accommodaties: voor wedstrijden voldoet een accommodatie met 8 banen aan de eis, voor een enkel evenement (bijv. NK estafette en NK sprint korte baan voor senioren en junioren) voldoet eveneens 6 banen. Voor wedstrijden zijn 8 banen wenselijk, voor (bijna alle) evenementen zijn 8 banen vereist. Sporttechnisch geldt voor zwemmen geen eis voor een minimale vrije hoogte, uiteraard heeft de vrije hoogte ook consequenties in termen van binnenklimaat, optische beleving en toeschouwersvoorzieningen Voor rugslagzwemmers is het wenselijk markeringen op het plafond te maken in de hartlijn van de zwembaan (bij voorkeur met dezelfde lengte en positie als de wedstrijdlijnen op de bodem, of TENMINSTE geen ‘scheve’ noch desoriënterende plafondmaterialen en / of indeling toe te passen.
i
Eventueel met toepassing van verwijderbare keerplaten. Tot 0,8 m onder wateroppervlakte voldoende stevig en stroef voor afzet en keerpunt. i Evt. starand ‘inwendig’ uit te voeren op diepte > 1,20 m, met een breedte van 0,1 - 0,15 m. LET OP: de Bhvbz schrijft bij een waterdiepte van 1,4 m of meer staranden in de lange zijden voor op een MAXIMALE diepte van 1,2 m. Noot: het toepassen van een starand op de kopse wanden is geen KNZB-eis. De baanlijnen die de banen markeren, worden geacht geen breedte te hebben, oftewel “tellen daarbij niet mee”. Noot: banen smaller dan 2,5 meter zijn in verband met wedstrijden niet alleen onreglementair, maar beperken ook de trainings- en banenzwem-mogelijkheden, omdat het (vrijwel) onmogelijk wordt om elkaar binnen een baan te passeren.
1.12
Perronbreedte - startzijde
Norm
Norm: >= 3,5 m netto aanbev. >= 4,0 m netto
>= 4,5 m netto
Het betreft hier de minimale ‘vrije doorgang’, gemeten vanaf de bassinwand tot de voorzijde van een evt. vaste zitbank, constructie of gevel. Bepalend is de vrije doorgang, d.w.z. exclusief vaste verhogingen / opstortingen etc.. Startblokken worden buiten beschouwing gelaten, evenals een opstaande kopse bassinwand, mits deze niet breder is dan 40 cm. Deze minimale breedte is noodzakelijk om meerdere zwem(estafette)teams ruimte te bieden en tevens voor juryleden. De ruimte voor de jury geheel van het publiek gescheiden, zodat deze ongehinderd haar taak kan uitvoeren. Bij de bepaling van de aangegeven minimale breedte is er vanuit gegaan dat er buiten de zwemzaal een voorstart/wachtruimte beschikbaar is / kan worden gemaakt. Rekening houden met wens van veel sporters om hun tas mee te nemen in de zwemzaal.
1.13
Perronbreedte - overzijde
Norm
>= 2,5 m netto aanbev. >= 3,0 m netto
>= 3,0 m netto
i
Het betreft hier de minimale ‘vrije doorgang’, gemeten vanaf de bassinwand tot de voorzijde van een evt. vaste zitbank, constructie of gevel. Bepalend is de vrije doorgang, d.w.z. exclusief vaste verhogingen / opstortingen etc.. Startblokken worden buiten beschouwing gelaten, evenals een opstaande kopse bassinwand, mits deze niet breder is dan 40 cm. Deze minimale breedte is noodzakelijk voor juryleden. De ruimte voor de jury geheel van het publiek gescheiden, zodat deze ongehinderd haar taak kan uitvoeren.
i
Rekening houden met wens van veel sporters om hun tas mee te nemen in de zwemzaal. Indien het bassin aan twee zijden is voorzien van startblokken, wordt de zijde met het breedste perron aangemerkt als startzijde. 1.14
Perronbreedte - lange zijden
Norm
>= 2,5 m netto
1 zijde >= 3,5 m netto 1 zijde >= 4,5 m netto
Maatwerk i.o.m. KNZB
Het betreft hier de minimale ‘vrije doorgang’, gemeten vanaf de bassinwand tot de voorzijde van een evt. vaste zitbank, constructie of gevel. Bepalend is de vrije doorgang, d.w.z. exclusief vaste verhogingen / opstortingen etc.. Een opstaande bassinwand wordt buiten beschouwing gelaten, mits deze niet breder is dan 40 cm. Breedte houdt rekening met tenminste een bank aan de wand met voldoende zitdiepte voor “uitstekende” benen, alsmede twee elkaar kruisende mensen op het perron (D-/C-accommodatie). Voor de B-accommodatie dient verder ruimte te zijn voor reclameborden en een camera-rail.
i
Indien verschillende breedtes: jurytafel aan en camerarails aan de breedste zijde Rekening houden met wens van veel sporters om hun tas mee te nemen in de zwemzaal. Houdt bij de breedte van het perron ook rekening met zichtlijnen vanaf tribune op het bad. 1.15
Verplaatsbare wanden en keerschotten
1.16
N.v.t
1.17
Aantal baanlijnen
Norm
1.18
Bevestiging baanlijnen
Norm
Veilige uitvoering ter voorkoming van verwondingen
1.19
Markeringslijnen
Norm
Rugslag keerpuntlijnen Valse-startlijnen
1.20
Startblokken
Norm
1.21
Watertemperatuur
Norm
1.22
Daglicht
Aanbeveling
1.23
Verlichting
Norm
Norm
>= 0,3 m boven wateropp. Ja
Aantal banen + 1, aanbevolen: baanlijnen met aaneensluitende elementen, met een min. doorsnede van 10 cm
Dusdanig ontworpen dat het vrij bewegen van juryleden over de lengte van de wand mogelijk is, zonder dat deze bewegingen een waarneembare stroming of turbulentie van het water veroorzaken.
Aantal banen + 1, vereist: baanlijnen met aaneensluitende elementen, met een min. doorsnede van 10 cm, aanbevolen is tenminste 15 cm
Ja, aanbeveling: Kies voor laatste versie, neem contact op met de KNZB
De baanlijnen zijn niet alleen bedoeld ter afscheiding maar ook als golfbrekers. Deze dienen een voldoende diameter te hebben. Bij voorkeur worden de baanlijnen via een perrondoorvoer opgeborgen in opvangbakken onder het perron (in de badomloop). Zorg er in dat geval wel voor dat de opvangbakken bereikbaar zijn (en bijv. niet in een kruipruimte worden geplaatst). Er zijn verschillende type bevestigingen, mede afhankelijk van de vraag of de kopse wanden zijn uitgevoerd met een overloopgoot of niet. Twee stuks rugslag keerpuntlijnen en een valse-startlijn aan elke zijde met startblokken. Zie reglementen
Kies voor laatste versie, neem contact op met KNZB
Voor gedetailleerde eisen aan afmetingen, etc. van startblokken: zie FINA-/KNZB-reglement. Vraag expliciet bevestiging van uw leverancier dat de aangeboden startblokken daar aan voldoen. Ook bij 50m baden is 1 rij startblokken in beginsel voldoende, tenzij men steeds aan dezelfde zijde wil finishen. Voor eisen rugslag steunen: zie FINA reglement.
25-28 graden Celcius Voorkom rechtstreeks zonlicht op wateroppervlak Cf. NEN-EN 12193 klasse II momenteel: Gemiddelde horizontale verlichtingssterkte (Ehgem) >=300 lux Gelijkmatigheid (Emin:Egem) >= 0,7
Cf. NEN-EN 12193 klasse I momenteel: Gemiddelde horizontale verlichtingssterkte (Ehgem) >=500 lux Gelijkmatigheid (Emin:Egem) >= 0,7
Hinderlijk voor jurering (en houden van toezicht op de veiligheid van zwemmers). Indien nodig zonwering toepassen, met name op bezonde gevels. Cf. NEN-EN 12193 klasse I momenteel: Gemiddelde horizontale verlichtingssterkte (Ehgem) >=500 lux, Uo (laagste niveau) groter dan 0,7 Voor keerwanden en startblokken zijn de eisen van de FINA (FR 2.12) van toepassing
Waarde te meten op wateroppervlak-niveau Wanneer het wenselijk is dat de accommodatie geschikt is voor TV-reportages van (grote) evenementen, dienen voorzieningen getroffen te worden voor tijdelijke aanvullende verlichting (aan te brengen in overleg met de KNZB). Wanneer wordt verwacht dat er met enige regelmaat TV-reportages gemaakt zullen worden, dan dient een gemiddelde horizontale verlichtingssterkte daar eventueel op aangepast te worden (zie ook NEN-EN 12193, indien mogelijk kan ook overleg gezocht worden met NOS of andere media). In dat geval is overleg met de KNZB aan te bevelen of en in hoeverre verdere aanpassing van de hier genoemde eisen wenselijk is. Noot: de hier aangegeven waarden betreffen ‘slechts’ twee primaire waarden (gemiddelde horizontale verlichtingssterkte en gelijkmatigheid). Een goed verlichtingsplan moet uiteraard aan nog meer eisen voldoen en het verdient dan ook aanbeveling om hier in de ontwerpfase specifieke aandacht aan te besteden.
Vervolg schema op volgend blad
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Schema’s 4 1
1. ZWEMMEN No.
Onderdeel
Kwalificatie
Eis per accommodatie-type D
1.24
Gelijktijdig aantal mensen in de zwemzaal (capaciteit)
Aanbeveling
1.25
Verenigings-/clubruimte
Aanbeveling
1.26
1.27
Tribune
Kleedaccommodatie
Norm
Aanbeveling
1.28
Berging
Norm
1.29
Voorstartruimte
Aanbeveling
Opmerking
C
B
A
>= 200 pers. waarvan ca. 100 -125 zwemmers, ca. 15 - 20 officials, ca. 15 - 20 teambegeleiders, >= 10 vrijwilligers, rest betreft toeschouwers. >= 200 pers.
ca. 20 officials, >= 20 vrijwilligers, voor aantal deelnemers en toeschouwers (incl. teambegeleiders)) t.b.v. specifieke competities/evenementen dient navraag te worden gedaan bij de KNZB
Maatwerk i.o.m. KNZB
Ja
t.b.v. specifieke competities/evenementen dient navraag te worden gedaan bij de gebruikmakende (zwem)verenigingen en/of de KNZB >= 4 groepskleedkamers à 20 pp.
Aantallen kunnen van regio tot regio en van wedstrijd tot wedstrijd erg uiteenlopen. Overleg met de lokale vereniging(en). Houd rekening met de gebruikersvergunning bij de sollicitatie.
Deze functie kan eventueel gecombineerd worden met een multifunctionele ruimte of de horeca. De vereniging heeft een voorziening nodig om invulling te geven aan het sociale verenigingsleven, ook buiten de reguliere sportactiviteiten. Zoals bekend van bijvoorbeeld buitensportverenigingen is de beschikbaarheid van een ontmoetingsruimte van belang voor ledenbinding binnen een vereniging, wat op zijn beurt weer van belang is voor sterke verenigingen met een breed maatschappelijke verantwoordelijkheid. Deze behoefte kan ook betrekking hebben op momenten buiten de reguliere openingstijden. Door middel van goede afspraken inzake sleutelverhuur, danwel een eigen ingang, kan dit beheersmatig worden ingepast. De aard en omvang van deze ruimte, alsmede de mogelijkheid van gedeeld gebruik met derden is onderwerp voor overleg met de lokale vereniging(en). De KNZB beschikt eventueel over voorbeelden van diverse oplossingen.
t.b.v. specifieke competities/evenementen dient navraag te worden gedaan bij de KNZB
>= 1.000 zitplaatsen, incl. deelnemers
Bij senioren topsportevenementen een tendens naar groeiende bezoekaantallen richting 2.000 incl. deelnemers. Aandacht is vereist voor optimalisatie van de klimaatcondities ter plaatse van de tribune, dit betreft immers geklede bezoekers. Aanbeveling: Zitbanken diepte per zitrij incl. beenruimte >= 0,8 m. Zitrij niet langer dan het bad.
>= 6 groepskleedkamers à 20 pp. waarbij er voldoende ruimte dient te zijn voor massage-/fysiotherapiebehandeling, bij voorkeur aansluitend aan maar af te scheiden van de kleedkamer
Denk aan voldoende banklengte en kledinghaken. Het schakelen van kleedkamers d.m.v. tussendeuren kan de functionaliteit en de beheersbaarheid vergroten.
i
Toegang tot zwemzaal vanuit de kleedaccommodatie positioneren aan de kant van de zwemzaal met het ondiep(st)e water c.q. ter plaatse van de beweegbare bodem. Voor C-accommodaties wordt bij zwemmen - in overeenstemming met de andere sporten - nu ook een minimum van 4 groepskleedkamers gehanteerd.
Inventariseer op projectniveau de op te bergen materialen, niet alleen sportmaterialen, maar ook materialen voor leszwemmen, aquadoelgroepen en (bijv.) losse materialen voor recreatief zwemmen en bepaal op basis daarvan de behoefte aan bergruimte. ca. 20 pers.
ca. 40 pers.
>= 40 pers. Aanbeveling: Maak gebruik van twee voorstartruimten (first callroom en last callroom)
1.30
Ruimte voor juryleden
Aanbeveling
ca. 15 pers.
ca. 25 pers.
Maatwerk i.o.m. KNZB
1.31
Ruimte wedstrijdadministratie
Aanbeveling
>= 3 werkplekken
>= 6 werkplekken
Maatwerk i.o.m. KNZB
1.32
Mogelijkheden voor VIP-ontvangst
Norm
Aanbevolen
Ja
1.33
Elektronische tijdwaarneming
Norm
Aanbevolen
Ja 2 zijden aantikplaten bij 50m verplicht bij 25m aan 2 zijden aan te bevelen
1.34
Elektronisch scorebord
Norm
Aanbevolen
Ja
1.35
Geluid
Aanbeveling
Optimaliseren akoestiek (o.a. nagalmtijd) en beperken geluidsniveau
Ruimte hoeft niet permanent zo ingericht te zijn, maar moet als zodanig wel beschikbaar gemaakt te kunnen worden tijdens wedstrijden (norm).
Ruimte hoeft niet permanent zo ingericht te zijn, maar als zodanig beschikbaar gemaakt te kunnen worden voorafgaand aan de wedstrijd Heeft ook relatie met sponsormogelijkheden Ook bij korte baan wedstrijden (25 meter) is de toepassing van aantikplaten aan beide zijden aan te bevelen, zodat de afzet voor sporters aan beide zijden gelijk is.
Voor zwembaden geldt dat het door (noodzakelijke) toepassing van harde materialen niet eenvoudig is een goede akoestiek te bereiken in de zwemzaal. Met name nagalmtijd (over alle frequentiebanden) dient zoveel mogelijk te worden beperkt. Afhankelijk van het volume van de ruimte kan een langere nagalmtijd acceptabel zijn. Een gelijkmatige verdeling van de galm over de verschillende frequentiebanden is daarbij eveneens van belang. In de ontwerpfase dient de te verwachten nagalmtijd door middel van een 3-dimensionaal akoestisch rekenmodel te worden berekend. Let ook op de vormgeving van de afroomgoten, om geluidsoverlast van “vallend water” zoveel mogelijk te voorkomen. Zie ook bijlage “Akoestiek in de zwemzaal”.
1.36
Ruimtetemperatuur
Aanbeveling
Stem luchttemperatuur en overige klimaatcondities af op het beoogde ruimtegebruik.
1.37
Klimaat zwemzalen en overgangszones
Aanbeveling
Denk aan goede klimaatbeheersing en -condities, rekening houdend met geklede bezoekers, bezoekers in badkleding, toeschouwers, overgangszones.
1.38
Geluidsinstallatie
Aanbeveling
1.39
N.v.t
1.40
N.v.t
1.41
ICT-faciliteiten
1.42
N.v.t
1.43
N.v.t
1.44
N.v.t
1.45
N.v.t
1.46
Overige faciliteiten
Norm
Aanbeveling
i
Overleg met inhoudsdeskundige adviseur in ontwerpfase is noodzakelijk.
Afgestemd op ruimte en het gebruik
Afgestemd op ruimte en het gebruik Houd rekening met installatie voor een speaker tijdens wedstrijden
Draadloos internet aanbevolen
Draadloos internet vereist
Fysiotherapie ruimte
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Schema’s 4 2
2. SCHOONSPRINGEN No.
Onderdeel
Kwalificatie
Eis per accommodatie-type D
2.1
Lengte bassin
2.2
N.v.t
2.3
Diepte bassin
C
Opmerking B
A
Norm
Gerelateerd aan de hoogte van plank of toren. Er dient voldoende afstand van voorzijde plank / platform tot wand te zijn t.b.v. veiligheid. Zie maattabel FINA duikinstallatie
Norm
Gerelateerd aan de hoogte van plank of platform. Er dient voldoende diepte te zijn t.b.v. veiligheid. Zie maattabel FINA duikinstallatie.
2.4
Bassinbodem / -wanden
2.5
N.v.t.
2.6
Breedte bassin
2.7
N.v.t
2.8
Vrije hoogte
Norm
2.9
Plafond
Aanbeveling
Geen desoriënterende plafondmaterialen en / of indeling toe te passen.
2.10
N.v.t
2.11
N.v.t
2.12
Perronbreedte - springinstallatie-/ platformzijde
Aanbeveling
Is automatisch voldoende als de springvoorzieningen geplaatst kunnen worden
2.13
N.v.t
2.14
Perronbreedte - lange zijden
Norm
Veiligheidsmaten van FINA zijn ‘hard’, van D tot en met A accommodatie. De veiligheidsmaten van FINA geven ook aan welke grenzen worden gesteld aan afschot in de bassinbodem. Let bij toepassing van een beweegbare bodem onder de springinstallaties op veiligheid / voorkomen van duiken in geval de bodem op een (te) ondiepe stand staat. Voor bestaande accommodaties wordt verwezen naar maattabel FINA duikinstallatie “bestaande bouw”. Voor nieuwbouw accommodatie wordt verwezen naar maattabel FINA duikinstallatie “nieuwbouw”.
Niet weerspiegelend / egaal
Norm
Aanbeveling
Bij gecombineerd gebruik is de ‘lengte’ ten opzichte van de springinstallatie meestal de breedte van het betreffende bassin. Veiligheidsmaten van FINA zijn hard, van D tot en met A accommodatie.
Gerelateerd aan het aantal springvoorzieningen >= 15,4 m >= 20,4 m
N.v.t
2.16
N.v.t
2.17
N.v.t
2.18
N.v.t
2.19
N.v.t
2.20
Springvoorzieningen
Norm
>= 25 m
Bij gecombineerd gebruik is de ‘breedte’ ten opzichte van de springinstallatie meestal de lengte van het betreffende bassin. Ten behoeve van multifunctionaliteit ligt 25 meter het meest voor de hand.
>= 2,0 m netto
1 zijde >= 2,5 m netto 1 zijde >= 3,5 m netto
Vraag advies bij de KNZB
Uiteraard wel een voldoende maat zodat achter de springvoorzieningen langs gelopen kan worden (vrije doorgang >= 1,2m). Hier kan ook een relatie bestaan met voldoende ruimte om te ontvluchten (brandveiligheid)
maatwerk i.o.m. KNZB
Het betreft hier de minimale ‘vrije doorgang’, gemeten vanaf de bassinwand tot de voorzijde van een evt. vaste zitbank, constructie of gevel. Bepalend is de vrije doorgang, d.w.z. exclusief vaste verhogingen / opstortingen etc.. Een opstaande bassinwand wordt daarbij buiten beschouwing gelaten, mits deze niet breder is dan 40 cm.
min. 1m plank evt. aangevuld met 1x of 2x 3m plank
1x 1m plank en 2x 3m plank evt. aangevuld 5m platform
min. 1x 1m, 2x 3m, toren optioneel, aanbev. min. 5m platform
2x 1m plank, 2x 3m plank, toren met springhoogtes t/m 10m
Kampioenschappen voor torenspringen zijn te scheiden van plankspringen. Het combineren van plank en toren strekt uiteraard tot grote aanbeveling. Inzake toren is te allen tijde contact met de KNZB aanbevolen. NOOT: De FINA maakt onderscheid tussen minimale en gewenste afmetingen. De KNZB interpreteert deze als volgt: de minimale maten gelden voor verbouw/aanpassing van) bestaande zwembaden. De ‘voorkeursmaten’ die de FINA noemt, hanteert de KNZB als MINIMALE maten voor nieuwbouw. Verder maakt de FINA in sommige gevallen onderscheid tussen springplanken met een metalen of een betonnen onderbouw; de KNZB hanteert een betonnen onderbouw als uitgangspunt omdat dit stabieler is en minder last heeft van trillingen en lawaai. Een stalen stelling moet gezien worden als oplossing in bestaande situaties, bijvoorbeeld bij vervanging of uitbreiding van springinstalleties in bestaande bouw. Informatie beschikbaar bij de KNZB.
Vraag - zeker v.w.b. springplanken - bij de KNZB na welke erkend worden door KNZB/FINA. De oppervlakte van de diverse springinstallaties te voorzien van anti-slip materiaal. Voor platforms met patroon van vierkantjes of gelijkwaardig materiaal tevens de voorzijde. Vraag advies bij de KNZB over de gewenste afwerking van de platforms. Noot: de aanvullende eisen aan diepte en vrije hoogte voor een 3m plank en een 5m platform zijn vrijwel gelijk. 2.21
Watertemperatuur
Norm
>= 26 gr. Celsius
2.22
Daglicht
Norm
Voorkom rechtstreeks tegen-/zonlicht op wateroppervlak en op springhoogte
2.23
Verlichting
Norm
Rekening houden met oriëntatie van de zwemzaal t.o.v. de zon en/of toepassen van zonwering. Voorkom verblinding springers en jury.
Gelijktijdig aantal mensen in de zwemzaal (capaciteit)
Aanbeveling
2.25
Verenigings-/clubruimte
Aanbeveling
2.26
Tribune
Norm
i
Gerelateerd aan de hoogte van plank of platform. Zie maattabel FINA duikinstallatie.
I.v.m. synchroonspringen is het wenselijk 2 springplanken van 3m te combineren. Let bij synchroonspringen ook op de ruimte tussen de reling aan beide zijden en op onbelemmerd zicht tussen beide schoonspringers.
2.24
i
Weerspiegeling van bijv. lampen is desoriënterend voor zwemmers. Belijningen zoals toegepast voor zwemmen is wel toegestaan. Afwerkingslaag dient wit te zijn. Hiermee wordt het ‘doorzicht’ verbeterd en veiligheid bevorderd, bovendien geeft dit een betere ‘achtergrond’ voor camerabeelden.
Voldoende ruimte is nodig voor jurypanels en wedstrijdadministratie 2.15
i
Cf. NEN-EN 12193 klasse II momenteel: Gemiddelde horizontale verlichtingssterkte (Ehgem) >=300 lux Gelijkmatigheid (Emin:Egem) >= 0,7
Ca. 9 officials, >= 3 vrijwilligers en daarnaast nog deelnemers
Cf. NEN-EN 12193 klasse I momenteel: Gemiddelde horizontale verlichtingssterkte (Ehgem) >=500 lux Gelijkmatigheid (Emin:Egem) >= 0,7
>= 15 officials, >= 10 vrijwilligers, voor aantal deelnemers en toeschouwers (incl. teambegeleiders) t.b.v. specifieke competities/evenementen dient navraag te worden gedaan bij de KNZB
Cf. NEN-EN 12193 klasse I momenteel: Gemiddelde horizontale verlichtingssterkte (Ehgem) >=500 lux, Uo (laagste niveau) groter dan 0,7 Voor keerwanden en startblokken zijn de eisen van de FINA (FR 2.12) van toepassing Maatwerk i.o.m. KNZB
Ruimte voor publiek, trainers en deelnemers op de zwemvloer met zicht op springinstallatie.
Wanneer het wenselijk is dat de accommodatie geschikt is voor TV-reportages van (grote) evenementen, dienen voorzieningen getroffen te worden voor tijdelijke aanvullende verlichting (aan te brengen in overleg met de KNZB). Wanneer wordt verwacht dat er met enige regelmaat TV-reportages gemaakt zullen worden, dan dient een gemiddelde horizontale verlichtingssterkte daar eventueel op aangepast te worden (zie ook NEN-EN 12193, indien mogelijk kan ook overleg gezocht worden met NOS of andere media). In dat geval is overleg met de KNZB aan te bevelen of en in hoeverre verdere aanpassing van de hier genoemde eisen wenselijk is. Noot: de hier aangegeven waarden betreffen ‘slechts’ twee primaire waarden (gemiddelde horizontale verlichtingssterkte en gelijkmatigheid). Een goed verlichtingsplan moet uiteraard aan nog meer eisen voldoen en het verdient dan ook aanbeveling om hier in de ontwerpfase specifieke aandacht aan te besteden. Aantallen kunnen van regio tot regio en van wedstrijd tot wedstrijd erg uiteenlopen. Overleg met de lokale vereniging(en) Aandacht is vereist voor optimalisatie van de klimaatcondities ter plaatse van de tribune, dit betreft immers geklede bezoekers.
Ja
Ruimte voor trainers en deelnemers op de zwemvloer
Waarde te meten op 1 meter boven het wateroppervlak. Voorkom verblinding springers
Deze functie kan eventueel gecombineerd worden met een multifunctionele ruimte of de horeca. De vereniging heeft een voorziening nodig om invulling te geven aan het sociale verenigingsleven, ook buiten de reguliere sportactiviteiten. Zoals bekend van bijvoorbeeld buitensportverenigingen is de beschikbaarheid van een ontmoetingsruimte van belang voor ledenbinding binnen een vereniging, wat op zijn beurt weer van belang is voor sterke verenigingen met een breed maatschappelijke verantwoordelijkheid. Deze behoefte kan ook betrekking hebben op momenten buiten de reguliere openingstijden. Door middel van goede afspraken inzake sleutelverhuur, dan wel een eigen ingang, kan dit beheersmatig worden ingepast. De aard en omvang van deze ruimte, alsmede de mogelijkheid van gedeeld gebruik met derden is onderwerp voor overleg met de lokale vereniging(en). De KNZB beschikt eventueel over voorbeelden van diverse oplossingen. Maatwerk i.o.m. KNZB
Bij senioren topsportevenementen een tendens naar groeiende bezoekaantallen richting 800, incl. deelnemers. Aantallen kunnen van regio tot regio en van wedstrijd van wedstrijd erg uiteenlopen. Overleg met de lokale vereniging(en). Aandacht is vereist voor optimalisatie van de klimaatcondities ter plaatse van de tribune, dit betreft immers geklede bezoekers.
Vervolg schema op volgend blad
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Schema’s 4 3
i
2. SCHOONSPRINGEN No.
Onderdeel
Kwalificatie
Eis per accommodatie-type D
C
Opmerking B
A
2.27
Kleedaccommodatie
Aanbeveling
2.28
Berging
Aanbeveling
2.29
Voorstartruimte
Aanbeveling
Ca. 20 pers.
Ca. 40 pers.
>= 40 pers.
2.30
Ruimte voor juryleden
Norm
Ca. 15 pers.
Ca. 25 pers.
Maatwerk i.o.m. KNZB
2.31
Ruimte wedstrijdadministratie
Norm
>= 3 werkplekken
Maatwerk i.o.m. KNZB
2.32
Mogelijkheden voor VIP-ontvangst
Norm
Aanbevolen
Ja
2.33
Elektronische scoreverwerking (jurypads)
Norm
Aanbevolen
Ja
2.34
Elektronisch scorebord
Norm
Aanbevolen
Ja
2.35
Geluid
Aanbeveling
Optimaliseren akoestiek (o.a. nagalmtijd) en beperken geluidsniveau
>= 4 groepskleedkamers à 20 pp.
>= 5 groepskleedkamers à 20 pp.
Denk aan voldoende banklengte en kledinghaken. Het schakelen van kleedkamers d.m.v. tussendeuren kan de functionaliteit en de beheersbaarheid vergroten. Toegang tot zwemzaal vanuit de kleedaccommodatie positioneren aan de kant van de zwemzaal met het ondiep(st)e water c.q. ter plaatse van de beweegbare bodem.
Inventariseer op projectniveau de op te bergen materialen, niet alleen sportmaterialen, maar ook materialen voor leszwemmen, aquadoelgroepen en (bijv.) losse materialen voor recreatief zwemmen en bepaal op basis daarvan de behoefte aan bergruimte. Ruimte hoeft niet permanent zo ingericht te zijn, maar als zodanig beschikbaar gemaakt te kunnen worden tijdens wedstrijden Ruimte hoeft niet permanent zo ingericht te zijn, maar als zodanig beschikbaar gemaakt te kunnen worden voorafgaand aan de wedstrijd Heeft ook relatie met sponsormogelijkheden
Voor zwembaden geldt dat het door (noodzakelijke) toepassing van harde materialen niet eenvoudig is een goede akoestiek te bereiken in de zwemzaal. Met name nagalmtijd (over alle frequentiebanden) dient zoveel mogelijk te worden beperkt. Afhankelijk van het volume van de ruimte kan een langere nagalmtijd acceptabel zijn. Een gelijkmatige verdeling van de galm over de verschillende frequentiebanden is daarbij eveneens van belang. In de ontwerpfase dient de te verwachten nagalmtijd door middel van een 3-dimensionaal akoestisch rekenmodel te worden berekend. Let ook op de vormgeving van de afroomgoten, om geluidsoverlast van “vallend water” zoveel mogelijk te voorkomen. Zie ook bijlage “Akoestiek in de zwemzaal”.
2.36
Ruimtetemperatuur
Aanbeveling
Stem luchttemperatuur en overige klimaatcondities af op het beoogde ruimtegebruik.
2.37
Klimaat zwemzalen en overgangszones
Aanbeveling
Denk aan goede klimaatbeheersing en -condities, rekening houdend met geklede bezoekers, bezoekers in badkleding, toeschouwers, overgangszones.
Overleg met inhoudsdeskundige adviseur in ontwerpfase is noodzakelijk.
Voorkom luchtstromen ter plaatse van springinstallaties i.v.m. afkoeling sporters en verstoren concentratie. 2.38
Geluidsinstallatie
2.39
N.v.t
2.40
Verblijfruimte
Norm
2.41
ICT-faciliteiten
Norm
2.42
Waterberoering
Norm
2.43
Droogspringruimte
Aanbeveling
2.44
Valbreekinstallatie
Aanbeveling
2.45
Hot Tub
Aanbeveling
2.46
Overige faciliteiten
Aanbeveling
Norm
Afgestemd op ruimte en het gebruik
Afgestemd op ruimte en het gebruik Houd rekening met installatie voor een speaker tijdens wedstrijden
Draadloos internet aanbevolen
Ca. 15-20 personen
Voor sporters tussen de sprongen, nabij of op het perron, gescheiden van de jury
Norm: zie FINA
Voor norm met betrekking tot droogspringruimte (A-accommodatie), zie FINA-reglementen.
Draadloos internet vereist Waterberoering onder springinstallaties bij voorkeur met aparte stand van de valbreekinstallatie Maatwerk in overleg met KNZB Ja Ja Voldoende ruimte voor massage-/ fysiotherapie-behandelingen, bij voorkeur aansluitend aan maar af te scheiden van de kleedkamers
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Schema’s 4 4
3. WATERPOLO No.
Onderdeel
Kwalificatie
Eis per accommodatie-type D
C
Opmerking B
A
3.1
Lengte bassin - heren
Norm
>= 25 m
>= 33 m. Aanbeveling: 35 m
>= 35 m
3.2
Lengte bassin - dames
Norm
>= 25 m
>= 28 m Aanbeveling: 30 m
>= 30 m
3.3
Diepte bassin
Norm
3.4
Bassinbodem / -wanden
3.5
N.v.t
3.6
Breedte bassin
3.7
N.v.t
3.8
Vrije hoogte
Norm
3.9
Plafond
Aanbeveling
3.10
N.v.t
3.11
N.v.t
3.12
N.v.t
3.13
N.v.t
3.14
Perronbreedte - lange zijden
Vanwege multifunctionaliteit is een 50 meter bad aanbevolen, in dat geval is een keerwand op 25 meter aan te bevelen. In de hoogste bondsklasse - dus onafhankelijk van het accommodatietype - komen de eisen die aan het speelveld worden gesteld sowieso overeen met de eisen die worden gesteld aan een A-accommodatie; het gaat immers om sporters en verenigingen die veelal ook internationaal uitkomen.
i
i
>= 2,00 m Afwerkingslaag dient wit te zijn. Hiermee wordt het ‘doorzicht’ verbeterd en veiligheid bevorderd, bovendien geeft dit een betere ‘achtergrond’ voor camerabeelden.
Norm
>= 12,5 m
N.v.t
3.16
Doelen
Norm
3.17
Aantal baanlijnen
Norm
3.18
Bevestiging baanlijnen
Aanbeveling
3.19
Markeringslijnen/-punten
Norm
3.20
N.v.t
3.21
Watertemperatuur
Norm
3.22
Daglicht
Aanbeveling
3.23
Verlichting
Norm
>= 20,4 m aanbev. >= 21 m
Accommodatie B betreft eredivisie en eerste klasse. Dispensatie bestaande C-accommodatie tot 12,5 m mogelijk.
4,5 m boven het speelveld Balvast
Norm
3.15
>= 15 m
>= 2,5 m netto
Geen laaghangende ornamenten, verlichting, geluidsboxen, e.d.
1 zijde >= 3,5 m netto 1 zijde >= 4,5 m netto
‘Hangdoelen’ aan de wand Aanbeveling drijfdoelen (bij bassin langer dan 25m)
Maatwerk i.o.m. KNZB
Drijfdoelen Twee baanlijnen aan buitenzijde speelveld met veldmarkeringen
Veilige uitvoering ter voorkoming van verwondingen Conform FINA maten en kleuren
Voor senioren zijn drijfdoelen met bijbehorende lijnen op NK niveau vereist. Voor jeugd kan hiervan worden afgeweken. Voor trainingen voorzieningen maken voor (hang)goals aan alle zijden (bij een 25m bad bijvoorbeeld twee goals aan beide lange zijden).
i
Ter afbakening veld en ondersteuning markeringen Markeringspunten in smalle baden, waar de badrand de speelveld-begrenzing vormt, moeten op de rand van het bad kunnen worden geplaatst (bijv. pilonnen ter hoogte van doellijnen, 2 mtr. lijnen, 5 mtr. lijnen en middenlijn). Denk aan catwalk tbv scheidsrechter. Tweezijdig t/m speelveld begrenzing. (1,5 meter). Permanente (bijvoorbeeld tegels) of tijdelijke (bijvoorbeeld pionnen) markeringen van doellijn, 2 meter lijn en 5 meter lijn dienen op het hart van de betreffende lijn te worden geplaatst.
Norm: 25 - 28 gr. Celsius
Voor D-Accommodaties geldt watertemperatuur weliswaar als aanbeveling, maar wordt benadrukt dat te intensief bewegen in water met een te hoge temperatuur tot gezondheidsrisico’s kan leiden
Voorkom rechtstreeks zonlicht op wateroppervlak Cf. NEN-EN 12193 klasse II momenteel: Gemiddelde horizontale verlichtingssterkte (Ehgem) >=300 lux Gelijkmatigheid (Emin:Egem) >= 0,7
i
Er zijn verschillende type bevestigingen, mede afhankelijk van de vraag of de kopse wanden zijn uitgevoerd met een overloopgoot of niet. Conform FINA maten en kleuren, Catwalk aanbevolen
Aanbeveling: 25 - 28 gr. Celsius
Het betreft hier de minimale ‘vrije doorgang’, gemeten vanaf de bassinwand tot de voorzijde van een evt. vaste zitbank, constructie of gevel. Bepalend is de vrije doorgang, d.w.z. exclusief vaste verhogingen / opstortingen etc.. Een opstaande bassinwand wordt daarbij buiten beschouwing gelaten, mits deze niet breder is dan 40 cm. Indien verschillende breedtes: jurytafel en camerarails aan de breedste zijde. Rekening houden met wens van veel sporters om hun tas mee te nemen in de zwemzaal.
Hinderlijk voor scheidsrechters (en houden van toezicht op de veiligheid van zwemmers). Cf. NEN-EN 12193 klasse I momenteel: Gemiddelde horizontale verlichtingssterkte (Ehgem) >=500 lux, Uo (laagste niveau) groter dan 0,7 Voor keerwanden en startblokken zijn de eisen van de FINA (FR 2.12) van toepassing
Cf. NEN-EN 12193 klasse I momenteel: Gemiddelde horizontale verlichtingssterkte (Ehgem) >=500 lux Gelijkmatigheid (Emin:Egem) >= 0,7
Waarde te meten op wateroppervlak-niveau. In de hoogste bondsklasse zullen de eisen die aan de verlichting worden gesteld overeenkomen met de eisen die worden gesteld aan een A-accommodatie; TV opnames bij competitie- en Europa Cup wedstrijden moet immers mogelijk zijn (Bekerfinale of Play-offs vormen onderdeel daarvan). Wanneer het wenselijk is dat de accommodatie geschikt is voor TV-reportages van (grote) evenementen, dienen voorzieningen getroffen te worden voor tijdelijke aanvullende verlichting (aan te brengen in overleg met de KNZB). Wanneer wordt verwacht dat er met enige regelmaat TV-reportages gemaakt zullen worden, dan dient een gemiddelde horizontale verlichtingssterkte daar eventueel op aangepast te worden (zie ook NEN-EN 12193, indien mogelijk kan ook overleg gezocht worden met NOS of andere media). In dat geval is overleg met de KNZB aan te bevelen of en in hoeverre verdere aanpassing van de hier genoemde eisen wenselijk is. Noot: de hier aangegeven waarden betreffen ‘slechts’ twee primaire waarden (gemiddelde horizontale verlichtingssterkte en gelijkmatigheid). Een goed verlichtingsplan moet uiteraard aan nog meer eisen voldoen en het verdient dan ook aanbeveling om hier in de ontwerpfase specifieke aandacht aan te besteden.
3.24
Gelijktijdig aantal mensen in de zwemzaal (capaciteit)
Aanbeveling
3.25
Verenigings-/clubruimte
Aanbeveling
3.26
Tribune
Aanbeveling
3.27
Kleedaccommodatie
Aanbeveling
>= 200 pers. w.v. ca. 30 sporters, ca. 5 officials, >= 10 vrijwilligers, rest betreft toeschouwers
Ca. 15 officials, >= 15 vrijwilligers, Ca. 500 toeschouwers. Voor aantal deelnemers en toeschouwers (incl. teambegeleiders) t.b.v. specifieke competities/evenementen dient navraag te worden gedaan bij de KNZB
Maatwerk i.o.m. KNZB
Ja
Zitbanken diepte per zitrij incl. beenruimte >= 0,8 m zitrij niet langer dan het bad
Aantallen kunnen van regio tot regio en van wedstrijd tot wedstrijd (toenooi) erg uiteenlopen. Overleg met de lokale vereniging(en)
Deze functie kan eventueel gecombineerd worden met een multifunctionele ruimte of de horeca. De vereniging heeft een voorziening nodig om invulling te geven aan het sociale verenigingsleven, ook buiten de reguliere sportactiviteiten. Zoals bekend van bijvoorbeeld buitensportverenigingen is de beschikbaarheid van een ontmoetingsruimte van belang voor ledenbinding binnen een vereniging, wat op zijn beurt weer van belang is voor sterke verenigingen met een breed maatschappelijke verantwoordelijkheid. Deze behoefte kan ook betrekking hebben op momenten buiten de reguliere openingstijden. Door middel van goede afspraken inzake sleutelverhuur, dan wel een eigen ingang, kan dit beheersmatig worden ingepast. De aard en omvang van deze ruimte, alsmede de mogelijkheid van gedeeld gebruik met derden is onderwerp voor overleg met de lokale vereniging(en). De KNZB beschikt eventueel over voorbeelden van diverse oplossingen.