CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Handboek Zwembaden (2)

Beeldvormende bijeenkomst 1 februari 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: De heer Van Huizen - Zwembad Meestooflaan (namens ZPC Numansdorp)25.482 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Koninklijke Nederlandse Zwembond

Handboek Zwembaden passie voor water

Update KNZB Handboek Zwembaden d.d. april 2018 Nadat het Handboek Zwembaden in februari 2013 verscheen is het al snel door zeer velen van de website van de KNZB gedownload. Uit het aantal vragen en suggesties die we hebben ontvangen, blijkt ook dat het Handboek intensief wordt gebruikt. Dit is de derde update van het handboek Deze bestaat hoofdzakelijk uit aanpassingen / toevoegingen gericht op nadere toelichting. Soms was ook actualisatie van enkele zaken nodig, alsmede hier en daar een correctie. Deze zijn in deze update meegenomen. De volgende zaken zijn aangepast:

Deel

Hoofdstuk

Paragraaf

Pagina / alinea / Regel Aanpassing

-

-

-

-

Algemene lay-out in nieuwe huisstijl KNZB

Versiebeheer

-

-

Tabel

Regel toegevoegd met deze update

Update KNZB Handboek Zwembaden

-

-

Pagina 3

Wijzigingen in tekst doorgevoerd

Deel I

Inleiding

1.1 tot en met 1.7

Pagina 8 tot en met pagina 15

Tekstuele wijzigingen doorgevoerd

Deel I

2. Exploitatietechnische overwegingen 2.2 Beperken kosten

Pagina 17 en 18

Tekstuele wijzigingen doorgevoerd

Deel I

3. Duurzaamheid

-

Pagina 23 en 24

Tekstuele wijzigingen doorgevoerd

Deel I

4. De verschillende takken van de zwemsport

4.1 tot en met 4.6

Pagina 25 tot en met pagina 30

Tekstuele wijzigingen doorgevoerd

Deel I

5. De verschillende niveaus en organisatie

5.1 en 5.2

Pagina 31 en 32

Tekstuele wijzigingen doorgevoerd

Deel II

Inleiding

-

Pagina 37

Tekstuele wijzigingen doorgevoerd

Deel II

2. Relatie met wetgeving/normen

-

Pagina 38

Tekstuele wijzigingen doorgevoerd

Deel II

Schema’s

Zwemmen

Pagina 41

Wijzigingen doorgevoerd bij 1.5, 1.20, 1.21

Deel II

Schema’s

Schoonspringen

Pagina 43

Wijzigingen doorgevoerd bij 2.20, 2.42

Deel II

Schema’s

Waterpolo

Pagina 45

Wijzigingen doorgevoerd bij 3.3

-

Informatiebronnen

-

Pagina 69

Recente informatiebronnen toegevoegd

-

Colofon

-

Pagina 70

Namen toegevoegd

Inhoudsopgave

4

Update KNZB Handboek Zwembaden

Inhoud deel I

Inhoud deel II

Inhoudsopgave

pagina

Versiebeheer

2

DEEL I - Algemeen

6

Inhoudsopgave Deel I

7

1

Inleiding

8

2

Exploitatietechnische overwegingen

16

3

Duurzaamheid

23

4

De verschillende takken van de zwemsport

25

5

De verschillende niveaus en organisatie

31

6

Leszwemmen

34

DEEL II - Exploitatietechnische overwegingen

35

Inhoudsopgave Deel II

36

1

Inleiding

37

2

Relatie met wetgeving/normen

38

3

Accommodatie-eisen

39

Schema’s

41 - 50

Illustraties bij schema’s

51 - 67

Akoestiek in de zwemzaal

68

Informatiebronnen

69

Colofon

70

Inhoudsopgave

5

Inhoudsopgave

Inhoud deel I

Inhoud deel II

Deel I Algemeen

Inhoudsopgave deel I

pagina

DEEL I - Algemeen 1

2

Inleiding

8

1.1 Algemeen

8

1.2 Leeswijzer: hoe dit Handboek te gebruiken?

9

1.3 Zwembaden in Nederland: een historische terugblik

9

1.4 De rol en doelstelling van de KNZB t.a.v. zwemaccommodaties

14

1.5 Masterplan Accommodaties

14

1.6 Dispensatiemogelijkheden

15

1.7 2521 Gewoon Zwemmen

15

Exploitatietechnische overwegingen

16

2.1 Locatiekeuze

16

2.2 Beperken kosten

17

2.3 Optimaliseren opbrengsten

19

3

Duurzaamheid

23

4

De verschillende takken van de zwemsport

25

4.1 De diverse zwemsporten

25

4.2 Zwemmen

25

5

6

4.3 Schoonspringen

27

4.4 Waterpolo

28

4.5 Synchroonzwemmen

28

4.6 Zwemmen & Handicap

29

De verschillende niveaus en organisatie

31

5.1 Inleiding

31

5.2 Typering accommodaties D- tot en met A-accommodatie

32

5.3 Sollicitatieprocedure evenementen

33

Leszwemmen

34

Inhoudsopgave

7

Deel I - Inhoudsopgave deel 1

Inhoud deel I

Inhoud deel II

1 Inleiding 1.1 Algemeen

Handboek opgenomen informatie, dan is de KNZB uiteraard bereid deze te verstrekken.

Zwemmen is een van de gezondste manieren van

Met dit Handboek beoogt de KNZB vooral die zaken aan

bewegen. Meer mensen (meer) laten zwemmen, dat is

te geven die van belang zijn voor het op een goede

dan ook de ambitie van de KNZB. Goede zwembaden zijn

manier kunnen beoefenen van de verschillende zwem-

daarbij een belangrijke voorwaarde. In dit Handboek

sporten. Het gaat daarbij om zowel top- als breedtesport,

Zwembaden worden tal van aandachtspunten beschre-

toegespitst op de vier disciplines zwemmen, waterpolo,

ven die van belang zijn voor het ontwerp, de inrichting

schoonspringen en synchroonzwemmen. Daarnaast

en het gebruik van zwembaden om optimaal tegemoet te

gaat de aandacht ook uit naar het zwemmen voor

komen aan de wensen van de (toekomstige) zwemmers.

mensen met een beperking (inclusief waterbasketbal) en

Het Handboek verscheen voor het eerst in 2004. Sinds-

het leszwemmen (‘elementair zwemmen’). Voor overige

dien is er veel veranderd en zijn er meerdere updates

technische informatie wordt verwezen naar andere

geweest. Het Handboek is niet alleen een naslagwerk

documentatie zoals toepasselijke wetgeving (o.a.

voor specifieke bouwtechnische oplossingen en sport-

WHVBZ), normen (NEN-EN) en FINA- en KNZB-regle-

technische reglementen, maar geeft ook invulling aan de

menten.

ambities van de KNZB aangaande de zwemsport en de daarvoor noodzakelijke accommodaties. Daarbij wordt

Dit Handboek heeft als doel degenen die een zwembad

nadrukkelijk ook rekening gehouden met de bredere

willen gaan bouwen op weg te helpen. De wens is vooral

maatschappelijke context waar zwemmen een belangrij-

om een proces te stimuleren waarin ontwikkelaars

ke rol in speelt (veiligheid, gezondheid, duurzaamheid,

bewuster omgaan met de bouw van zwembaden,

toegankelijkheid, etc.).

optimaal rekening houdend met de wensen van en de mogelijkheden voor toekomstige (zwem)sporters. De

Met dit Handboek heeft de KNZB dan ook het doel

KNZB wil samen met betrokken partijen bijdragen aan

inspiratie en ideeën te leveren bij de ontwikkeling en

het ontwerp en de realisatie van goede zwembaden!

totstandkoming van een zwemaccommodatie. De KNZB wil belanghebbenden bij zwemaccommodatievraagstukken ondersteunen bij te maken keuzes. Tot deze belanghebbenden worden onder meer gerekend: zwemverenigingen, gemeenten en andere initiatiefnemers/ opdrachtgevers, exploitanten, architecten/ontwerpers en overige adviseurs. Het Handboek dient als hulpmiddel bij het formuleren van een Programma van Eisen of een bestek. Het is echter geen blauwdruk van een stappenplan hoe te komen tot de realisatie van een zwemaccommodatie. Het beschrijft zoveel mogelijk wat het doel is van een bepaald accommodatieaspect zonder daarbij fysieke oplossingen voor te schrijven. Het is niet de taak van de KNZB om op productniveau technische deskundigheid te onderhouden van de diverse onderdelen van een zwembad. Bovendien is het onze wens om de innovatie-

Dit Handboek geldt niet als vervanging van FINA-,

ve kracht van “de markt” te stimuleren door doelmatig te

LEN- of KNZB-reglementen zoals deze formeel

omschrijven waar een zwemaccommodatie in verschil-

worden vastgesteld en gecommuniceerd.

lende aspecten aan zou moeten voldoen. Vervolgens

Bij eventuele strijdigheid tussen de ­diverse stukken

wordt het aan adviseurs, ontwerpers, ontwikkelaars,

prevaleren de reglementen. Neem bij eventuele

aannemers e.d. overgelaten om de uiteindelijke oplos-

­onduidelijkheden altijd contact op met de KNZB.

sing daarvan vorm te geven. Indien zij daarbij behoefte hebben aan verduidelijking of verdieping van de in dit

Inhoudsopgave Inhoud deel I

Inhoud deel II

Deel I - Hoofdstuk 1

8

1.2 Leeswijzer: hoe dit Handboek te gebruiken?

1.3 Z  wembaden in Nederland: een historische terugblik

In § 1.1 is al het een en ander gesteld over het doel en de

De geschiedenis van de Nederlandse bad- en zwemin-

functie van dit Handboek. Het kan op diverse manieren

richtingen beslaat een periode van tweehonderd jaar.

worden gebruikt. De KNZB hoopt uiteraard dat het

Rond 1820 bestonden er in Amsterdam al enkele ge-

bijdraagt aan (nog) betere zwemaccommodaties. Daartoe

meentelijke zwem­locaties in de openlucht, die zeer

kunnen ontwerpers en adviseurs het gebruiken, maar

primitief van opzet waren. Het waren simpele, met touw

daarnaast kan het ook door opdrachtgevers worden

of houten steigers afgebakende gedeeltes van natuurlijke

benut. Zij kunnen het gebruiken om zonder al te veel

wateren. De locaties hadden goeddeels een vrijblijvend

moeite aan opdrachtnemers aan te geven wat zij

karakter, waarbij het meestal ging om spontane zwem­

wensen. Bijvoorbeeld door te stellen dat de zwemaccom-

activiteiten. Ook dook zo nu en dan het hilarisch

modatie voor wat betreft zwemmen moet voldoen aan de

aandoende beeld op van jeugdige lieden, die onder

eisen van een C-accommodatie en voor wat betreft

begeleiding van een badmeester met een houten stok de

synchroonzwemmen een B-accommodatie (de verschil-

zwemkunst machtig probeerden te worden. Ongeveer

len in typen accommodaties wordt toegelicht in deel II

tien jaar later verrees de eerste zweminrichting bij de

van dit Handboek, bladzijde 35 en verder). Opdrachtge-

Koninklijke Militaire Academie in Breda; de legerleiding

vers kunnen vervolgens in verschillende fasen van het

was namelijk tot het inzicht gekomen dat het goed zou

proces het Handboek gebruiken om te toetsen of hun

zijn wanneer Jan Soldaat en diens kornuiten konden

wensen op de juiste wijze worden vertaald.

zwemmen.

Het Handboek is gesplitst in twee delen: allereerst een

Het eerste officiële openluchtbad dateert van halverwege

algemeen deel en vervolgens een tweede deel dat ingaat

de negentiende eeuw. In 1846, om precies te zijn, stichtte

op “sport-specifieke” accommodatie-eisen.

C.W. Ploenius aan Het IJ in Amsterdam een ruim bemeten zweminrichting die een drietal bassins met een

Het eerste deel is bedoeld voor lezers die graag meer

dikke zandbodem herbergde. Karakteristiek was onder

informatie willen over de context waarbinnen de

meer de aanwezigheid van een tien meter hoge duikto-

ontwikkeling van zwembaden (ook in het verleden) zich

ren, een omkleedgelegenheid en niet te vergeten een

in Nederland afspeelt en de rolopvatting en -invulling

schutting tegen pottenkijkers. In die tijd was zwemmen

van de KNZB. Het tweede deel gaat in op de aandachts-

overigens uitsluitend een mannenaangelegenheid. Pas

punten die de KNZB verbindt aan accommodaties voor

jaren later, in 1870, zag op deze locatie de eerste zwem-

verschillende sporten/activiteiten op verschillend niveau.

vereniging van Nederland het licht.

De KNZB wordt geregeld benaderd met vragen in de

Vanaf die tijd schoten openluchtbaden, overwegend

trant van: “Wat hanteert de KNZB als eis voor…?” of “Hoe

geschoeid op een eenvoudige leest, als paddenstoelen uit

vindt de KNZB dat… zou moeten worden uitgevoerd/

de grond. De algemene visie was dat het beheersen van

ingepast?”. In beginsel wordt het antwoord op deze vraag

de zwemvaardigheid hoofdzakelijk een functioneel

in het tweede deel van het Handboek besproken

wapen was tegen verdrinking. Ons land, waarvan een aanzienlijk deel onder de zeespiegel ligt, heeft immers

Op diverse plaatsen wordt ten aanzien van een

altijd een surplus aan water gekend. Daarnaast waren de

bepaald a ­ spect aangegeven dat deze “voldoende”

initiatiefnemers - veelal de plaatselijke elite met inbegrip

dient te zijn. Lang niet a ­ ltijd kan voor een individu-

van medici - de mening toegedaan dat het bouwen van

eel project aan­­­­ge­geven worden wat “voldoende” is;

zwembaden de algehele hygiëne en volksgezondheid ten

dit dient door betrokkenen (opdrachtgever, gebrui-

goede zou komen. Zwemmen puur als vorm van ver-

kers, architect, etc.) steeds goed afgewogen te

maak was indertijd niet zozeer aan de orde.

­worden. Desgewenst kan men de KNZB benaderen

In 1883 was het eerste overdekte zwembad van Neder-

om hierover op projectniveau mee te denken. Het

land een feit: het Mauritsbad in Den Haag.

wordt aanbevolen om dit zo vroeg mogelijk in het

In 1888 werd de Nederlandse Zwembond opgericht.

proces te doen.

Hiermee heeft de georganiseerde zwemsport een stevige impuls gekregen.

Inhoudsopgave

9

Deel I - Hoofdstuk 1

Inhoud deel I

Inhoud deel II

De Amsterdamsche Zwemclub (AZ) is opgericht op 25 juni 1870 en is de oudste zwemclub van Europa. Zij wordt daarom ook wel de moederclub van de zwemsport genoemd. AZ heeft op allerlei gebieden in de zwemsport een toonaangevende rol gespeeld. Bestuurders van AZ hebben geadviseerd bij de oprichting van vele andere verenigingen en AZ heeft samen met een aantal van hen het initiatief genomen te komen tot de oprichting van de Nederlandse Zwembond, later KNZB genoemd. Ook in het buitenland hebben de ervaren bestuurders van AZ hun kennis ter beschikking gesteld, waardoor bijvoorbeeld zwemclubs in België en de

Opening Obelt-bad, Over ‘t IJ, 9-5-1914

Belgische zwembond het levenslicht zagen. Maar ook op het gebied van de zwembadbouw stond

Eigen kapitaal

AZ haar mannetje. Zo waren AZ bestuurders als Th.

In de jaren twintig van de vorige eeuw groeide het aantal

van Heemstede Obelt, W.E. Bredius en Nicolaas

speciaal aangelegde openluchtbaden langzaam maar

Kroese niet alleen op het bestuurlijke vlak actief,

zeker. Sommige baden waren geoutilleerd met installa-

maar droegen ook bij aan de tot standkoming van

ties voor waterzuivering en waterverversing, temeer

zwembaden als het Obeltbad aan de Ruyterkade of

omdat vervuiling van het oppervlaktewater een snel

de (ver)bouw van het zwembad aan de ­Heiligeweg.

groeiend probleem begon te worden. In lang niet alle steden waren dergelijke ontwikkelingen

Daarnaast heeft AZ altijd een vooraanstaande plaats

waarneembaar. Zeker niet toen de crisisjaren ‘30 uitbra-

bij het zwemonderwijs ingenomen en is bijvoor-

ken. Initiatieven konden nauwelijks op gemeentelijke

beeld de initiatiefneemster van het schoolzwemmen

steun of overheidssteun rekenen. Een uitzondering

in Amsterdam. Maar ook op sportief gebied heeft zij

vormden enkele openluchtbaden die in het kader van de

de nodige kampioenen voortgebracht. Of het nu was

werkgelegenheidsprojecten ontwikkeld werden.

bij het wedstrijdzwemmen, schoonspringen of bij

De meeste particuliere initiatiefnemers waren niet te

waterpolo. Op al deze gebieden heeft AZ eveneens

beroerd (een deel van) hun eigen kapitaal aan te spreken,

haar mannetje gestaan. Vandaag de dag is het met

waardoor ze blijk gaven van hun maatschappelijke

name de jeugd waarmee zij goed voor de dag komt.

betrokkenheid. Op die manier kwamen ook veel over-

Ook op het hoogste niveau komen zwemmers en

dekte zwembaden tot stand. Een aantal daarvan was

zwemsters voor die de beginselen van het wedstrijd-

onder de noemer van combibaden, dus met een buiten-

zwemmen bij de Amsterdamse zwemclub hebben

bad erbij, te rangschikken. Opmerkelijk was de opmars

geleerd.

van de Sportfondsenbaden, waarvan het eerste exemplaar in 1929 in Amsterdam-Oost gelanceerd werd. Het

Voor deze brede inzet voor de zwemsport maar ook

plan om de betreffende binnenbaden door de toekomsti-

voor haar sociaal en maatschappelijk belang kreeg

ge gebruikers te laten financieren middels een spaarsys-

AZ bij gelegenheid van haar 100-jarig bestaan in

teem van aandelen, het zogeheten Sportfonds,

1970 het predikaat KONINKLIJK toegekend. De

sloeg aan.

vereniging verkeert daarmee in de zwem­wereld in

De heersende tendens was dat aspecten als functionali-

een unieke positie en draagt dit predikaat met de

teit en soberheid in het architectonische ontwerp voorop

nodige trots.

dienden te staan, zonder dat overbodige zaken daarin waren terug te vinden. Dat scheelde in ieder geval

Bron: www.konaz1870.nl

(aanzienlijk) in de kosten.

Inhoudsopgave Inhoud deel I

Inhoud deel II

Deel I - Hoofdstuk 1 1 0

foto: Daria Scagliola

Het Zuiderbad in Amsterdam

Buitenbad

Wederopbouw

Naast alle openbare baden kwamen er gaandeweg meer

Na de Tweede Wereldoorlog was er veel werk aan de

particuliere zwembaden bij. Het ging daarbij om diverse

winkel om alle oorlogsschade te herstellen en het

varianten zoals baden bij kloosters, internaten, allerlei

gewone leven weer op te pakken. Nadat de woningnood

medische instellingen en - niet in de laatste plaats -

voor het grootste deel was geledigd, kon rondom de

privé­baden van “welgestelden”. De komst van prefab

wederopbouw eindelijk uitvoerig aandacht worden

baden vergrootte de mogelijkheden. Overigens heeft

besteed aan andere beleidster­reinen, waaronder sport en

Nederland - ­anders dan dat in andere landen het geval is

recreatie. Het idee om meer zwembaden te bouwen was

geweest - ­nauwelijks fabrieksbaden gekend, noch baden

weer “hot”. Dat kwam niet alleen vanwege de explosieve

die in ­eigendom van een vereniging waren, een enkele

bevolkingsgroei, maar ook doordat de waterverontreini-

uitzondering daargelaten. De exploitatie van particuliere

ging nóg ernstigere vormen begon aan te nemen dan

baden liep echter niet altijd op rolletjes. Vandaar dat

voorheen. Natuurlijke wateren in de hoedanigheid van

gemeenten, die in tegenstelling tot een jaar of dertig

openluchtbaden kregen dan ook in toenemende mate

daarvoor initiatiefrijk waren, de exploitatie steeds vaker

het predikaat “ongeschikt” toebedeeld, wat hier en daar

overnamen.

sluiting tot gevolg had. In de zestiger jaren kregen tal van nieuwe openluchtbaden gestalte, zodat op een gegeven

Recreatief zwemmen

moment het totaal weer aardig overeen kwam met de

De ingeslagen weg, waarbij in feite sprake was van een

situatie van vóór de oorlog. De openluchtbaden hadden

bouwexplosie, zette zich in de zeventiger jaren door.

over het algemeen een groot wateroppervlak met een

Het schoolzwemmen raakte meer en meer ingeburgerd

temperatuur van circa 20-22 graden Celsius en ruime

en ook de wat oudere generaties gingen op zwemles.

ligweiden. De belangstelling van met name jonge

Zwemverenigingen op hun beurt begonnen een claim te

gezinnen en jongeren tot 18 jaar was groot te noemen:

leggen op zowel binnen- als buitenbaden. De wens

jaarlijkse bezoekaantallen van rond de 200.000 vormden

groeide om in de overdekte accommodaties, naast een

geen uitzondering. Het aantal binnenbaden was in al die

instructiebad, een wedstrijdbad te verwezenlijken.

jaren eveneens op peil gebracht. Mede als gevolg van de

De beoogde lengte was meestal 25 meter, de breedte was

geboortegolf was er in deze baden vooral veel aandacht

vaak afhankelijk van het kwaliteitsniveau en de organisa-

voor het instructiezwemmen. In sommige gemeenten

tie van de plaatselijke zwemvereniging. Rekening

werden er zelfs middelen vrijgemaakt voor het school-

houden met de regio nam tegelijkertijd een steeds

zwemmen, wat min of meer een luxe was. De binnenba-

belangrijkere plaats in bij de vaststelling van het zwem-

den hadden veelal een (geringe) afmeting van bijvoor-

badprofiel. Met name het Adviesorgaan voor Bad- en

beeld 10x20 meter, een waterdiepteverloop van 0,90 tot

Zweminrichtingen van de VNG kreeg hierbij in advise-

1,80 meter en een temperatuur van ongeveer 23-26

rend opzicht een bepalende rol.

graden Celsius als typische kenmerken.

Inhoudsopgave

1 1 Deel I - Hoofdstuk 1

Inhoud deel I

Inhoud deel II

Speciale aandacht ging plotseling ook uit naar het

Dalende inkomsten

recreatief zwemmen, waarvoor grote belangstelling

Een logische consequentie was dat het reguliere zwem-

ontstond. Overdekte recreatiebaden verrezen in groten

bad te maken kreeg met teruglopende bezoekaantallen

getale, onder andere bij bungalowparken. Die ontwikke-

en dalende inkomsten. Vanaf het begin van de jaren ‘80

ling bracht wat betreft uitstraling en voorzieningenni-

waren bovendien fikse algehele bezuinigingen van

veau een enorme omslag teweeg: in het voorafgaande

kracht als gevolg van een economische recessie. Een

kenmerkten zowel de binnen- als buitenbaden zich in

derde tegenvaller waren de gemeentelijke bezuinigingen

hoofdzaak door rechthoekige vormen, al dan niet in

op het schoolzwemmen.

combinatie met een springplank of duiktoren. Op de meeste locaties bestond het hoofdprogramma

Ook waren er grote problemen bij de openluchtbaden,

immers uit banen-, instructie- en schoolzwemmen en

die regelmatig ter discussie stonden en in toenemende

zwemmen in verenigingsverband. Opeens kreeg het

mate genoodzaakt waren hun deuren te sluiten. Een

publiek uiteenlopende noviteiten voorgeschoteld:

bijkomstigheid was dat veel oorspronkelijke gebruikers,

behaaglijke watertemperaturen van circa 30 graden

onder wie deel­nemers aan de zwemlessen en leden van

Celsius, hot whirlpools, waterspeeltuinen (met fraai

zwemverenigingen, inmiddels veel van hun activiteiten

uitgevoerde glijbanen, watervallen, knuffelwanden en

hadden verplaatst naar de overdekte baden. Een andere

ligstoelen op het perron), golfslagbaden,

beïnvloedende factor rondom de problematiek van de

et cetera.

openluchtbaden was dat natuurlijk zwemwater op veel

De meer “functionele” zwemactiviteiten werden hierdoor

plaatsen ondertussen sterk verbeterd was dankzij allerlei

in deze periode - midden jaren tachtig - geleidelijk naar

inspanningen op milieugebied. Verder was er sprake van

de achtergrond verdrongen, iets wat trouwens het gros

groeiende concurrentie van andere watersporten.

van de zwembadbezoekers nauwelijks leek te deren. Het wedstrijdbad werd ingezet voor het recreatief zwemmen

Door al deze factoren zagen gemeenten zich geregeld

(“vrij” zwemmen), verenigingen dienden zich aan te

genoodzaakt (alsnog) bij te springen om zo een faillisse-

passen, met als gevolg trainingsuren en wedstrijden

ment of sluiting te voorkomen. In een aantal gevallen ko-

buiten “primetime”. Door de groei van het recreatief

zen gemeenten er bewust voor de exploitatie bij een

zwemmen werd het gebruik van het bad door verenigin-

externe organisatie onder te brengen.

gen moeilijker tot zelfs onmogelijk gemaakt.

Inhoudsopgave Inhoud deel I

Inhoud deel II

Deel I - Hoofdstuk 1 1 2

Alternatieven

Tevens kenmerkend is de intrede van diverse technolo-

In de negentiger jaren zette de groei van het aantal

gische innovaties binnen zweminrichtingen, wat ook de

particuliere baden zich door. Een zwembad als aanvul-

wedstrijdsport ten goede komt. De ontwikkelingen

lende voorziening, bijvoorbeeld bij een luxe hotel, is

hebben zeker bijgedragen aan de Nederlandse successen

tegenwoordig geen vreemd verschijnsel meer. Dit zijn

bij grote inter­nationale toernooien.

echter veelal kleine baden, die vaak ongeschikt zijn voor In 2017 heeft Nederland 853 (semi) openbare zwemba-

de wedstrijdsport.

den (Sportaccommodaties in Nederland, 2016). Een groot Het aantal buitenbaden is in de loop der jaren verder

aantal daarvan wordt gebruikt door de bij de KNZB

afgenomen. Afdekken van het volledige financiële

aangesloten verenigingen. Toch is er nog steeds sprake

exploitatietekort door gemeenten wordt steeds minder

van een groot tekort aan zwemwater in ons land. Dit leidt

vanzelfsprekend, mede doordat de middelen in veel

onder meer tot - soms lange - wachtlijsten voor deelna-

gevallen alsmaar schaarser worden. Men ging daarom op

me aan zwemlessen.

zoek naar alternatieven; privatisering is daarbij steeds vaker aan de orde en lokaal gewortelde (vrijwilligers) stichtingen nemen veel buitenbaden over. Een andere optie is om (eventuele) exploitatietekorten te dekken met het aanboren van een reeks “eigentijdse” nevenactiviteiten, maar is in de praktijk vaak niet eenvoudig. Het recreatieve gebruik won verder terrein, niet in de laatste plaats vanwege een toename van het aantal subtropische zwemparadijzen. De exploitatie kende topjaren met hoge bezoekaantallen. Een kenmerk van deze ontwikkeling was dat bezoekers - niet alleen groepen maar ook individuen - (aanzienlijk) langer in de accommodatie verbleven. Illustratief was dat kinderfeestjes populair werden, iets wat overigens nog steeds geldt. Deze ontwikkelingen hebben uiteraard invloed gehad op het voorzieningenniveau in zwembaden. Niet zelden is de vroegere kantine verworden tot een soort restaurette met een bikinibar, waar de menukaart soms vrij uitgebreid kan zijn. Het laatste decennium is het recreatieve gebruik (“vrij” zwemmen) echter weer gedaald. Het recreatieve aspect heeft meer en meer terrein moeten prijsgeven aan aspecten die de gezondheidscultuur vertegenwoordigen. Senioren waarderen de recreatiebaden nog wel vanwege de hogere watertemperatuur.

De constatering dat de whirlpool als het ware het “leugenaarsbankje” op het dorpsplein heeft verdrongen, is in zekere zin juist. Maar ook de opmars van het aquajoggen en andere actieve bewegingsvormen zijn op grote groepen ouderen van toepassing, hetgeen soms zelfs geresulteerd heeft in wachtlijsten. De laatste jaren is zichtbaar dat de breedtesport zich verder ontwikkelt en het aantal mensen dat banen wil zwemmen toeneemt.

Inhoudsopgave

1 3 Deel I - Hoofdstuk 1

Inhoud deel I

Inhoud deel II

1.4 De rol en doelstelling van de KNZB t.a.v. zwemaccommodaties Zwemmen is nog altijd één van de meest beoefende sporten in ­Nederland, is goed voor de mentale en fysieke gezondheid, essentieel voor de veiligheid van kinderen

Mas

en volwassenen in het waterrijke Nederland en internati-

terp

lan

onaal gezien een van de meest succesvolle takken van topsport waarmee Nederland zich al jarenlang profileert.

201k8ing s e i er e nw dat

am o mmaliseren vanuit s o c c m i A Opt

De KNZB is als nationale sportbond gericht op het verder ontwikkelen van de zwemsport in brede zin. In het beleidsplan Passie voor water heeft de KNZB in dat

es

rplan

verband een aantal primaire ambities geformuleerd. Een

1

optimaal accommo­datiebestand is uiteraard een essentiële (rand)voorwaarde in het realiseren van de diverse

odati

mm

acco

ater

or w

ie vo

pass

Maste

ambities. De kwaliteit van dit accommodatiebestand heeft zowel betrekking op een voldoende hoeveelheid geschikt én beschikbaar zwemwater. Anders gezegd: het aantal zwembaden is van belang, evenals de functionali-

1.5 Masterplan Accommodaties

teit en de fysieke kwaliteit daarvan. In oktober 2009 is het eerste Masterplan Accommodaties Door goed te omschrijven wat de KNZB van belang acht

door de KNZB gelanceerd. De kern van het rapport wordt

en daarin een goede afweging te maken tussen sport-

gevormd door de onderbouwde constatering dat de

technische eisen, overige gebruikersgroepen/functies en

zwemverenigingen in Nederland wekelijks 20% te weinig

de invloed daarvan op stichtings- en exploitatiekosten,

uren beschikbaar hebben om hun zwemactiviteiten te

kan de KNZB een positieve bijdrage leveren aan het tot

kunnen uitvoeren. Als men bedenkt dat er nog veel

stand (laten) brengen c.q. in stand houden van een goed

andere verenigingen zijn die ook afhankelijk zijn van het

accommodatiebestand. In dat verband is relevant een

gebruik van het zwembad, zoals duik- en snorkelvereni-

korte toelichting te geven op het Masterplan Accommo-

gingen, triatlonverenigingen, reddingsbrigades en

daties.

verenigingen aangesloten bij de Nederlandse Culturele Sportbond, is het niet moeilijk voor te stellen dat de gepresenteerde gegevens slechts de spreekwoordelijke top van de ijsberg vormen. Het verkrijgen van meer toegang tot het bestaande zwem­water en het creëren van meer (geschikt) zwemwater in Nederland zijn voor de ontwikkeling van de zwemsport belangrijke voorwaarden. Op basis van de huidige situatie ontwikkelt de KNZB ­strategisch beleid om het tekort terug te dringen. De KNZB ziet daartoe mogelijkheden op het gebied van accommodatiebeleid, ontwerp van accommodaties en beheer & exploitatie van accommodaties en wil daarbij - ook op het niveau van individuele projecten - graag in een vroeg stadium onder­steuning bieden.

In 2018 is een geactualiseerde versie van het Masterplan verschenen. Het volledige masterplan accommodaties is te raadplegen via www.knzb.nl

Inhoudsopgave Inhoud deel I

Inhoud deel II

Deel I - Hoofdstuk 1 1 4

1.6 Dispensatiemogelijkheden

1.7 2521 Gewoon Zwemmen

Aan de KNZB wordt regelmatig gevraagd welke mogelijk­

In een intensief ontwikkelingstraject is met partners van

heden er bestaan om dispensatie te verlenen teneinde

de KNZB een innovatief zwembadconcept ontwikkeld

bepaalde wedstrijden mogelijk te maken in zwembaden

genaamd 2521 Gewoon Zwemmen. Alle instrumenten

die niet (volledig) aan de daaraan verbonden eisen

zijn ingezet om een uiterst betaalbaar en duurzaam

voldoen. In het verleden is door de KNZB in enkele

zwembad te ontwikkelen: een inspiratiebron voor alle

gevallen afgeweken van primaire eisen aan accommo-

nieuwe baden in de toekomst. Dit concept zal in veel

daties (diepte, baanbreedte, vrije hoogte, etc.).

gevallen een uitstekende oplossing zijn, niet alleen functioneel, maar ook wat betreft stichtings- en exploita-

Tegenwoordig voert de KNZB een consequent beleid

tiekosten. Het concept moet worden gezien als een

inzake het al dan niet verlenen van dispensatie. Ter

manier waarop de KNZB haar ambities concretiseert en

illustratie: bij andere sporten wordt immers ook zelden

vorm geeft. Het concept kent een basisvorm, die een

gevraagd of het hockeyveld een metertje korter mag, dan

modulair karakter kent en aangepast kan worden naar

wel of het voetbaldoel niet wat lager kan, omdat het

lokale behoefte. Ook wordt beoogd dit concept steeds

anders niet door een hek past.

verder te blijven doorontwikkelen, zodat daarmee steeds

Niettemin is het duidelijk dat een zwembad een relatief

gebruik gemaakt wordt van de nieuwste inzichten.

dure accommodatie is, waar kritisch gekeken moet

Dit Handboek richt zich op specifieke eisen en voor-

worden of eisen niet onnodig zware (financiële) conse-

waarden voor alle zwembaden. Het is de uitdaging aan

quenties hebben. Deze kritische houding is steeds bij het

lokale partijen en door hen gecontracteerde ontwerpers

schrijven van dit Handboek gehanteerd. De dispensatie-

en adviseurs om deze elementen te verwerken in de voor

mogelijkheden zullen derhalve echt zeer beperkt zijn en

hen optimale oplossing. Dit Handboek heeft géén

over het algemeen een tijdelijk karakter kennen.

rechtstreekse relatie met het concept 2521 Gewoon Zwemmen: soms worden ook aspecten benoemd die niet (standaard) in het 2521-concept zijn opgenomen. Het omgekeerde is ook aan de orde: in het 2521-concept zijn zaken opgenomen die in het Handboek niet als eis zijn benoemd of in het geheel niet worden genoemd. De reden hiervan ligt in het feit dat het 2521-concept in de basis een brede maatschappelijke zwemvoorziening beoogt te zijn, tegen een zo efficiënt mogelijk stichtingskostenniveau. Daarbij zijn keuzes gemaakt die in een lokale uitwerking kunnen worden gewijzigd.

Inhoudsopgave

1 5 Deel I - Hoofdstuk 1

Inhoud deel I

Inhoud deel II

2 Exploitatietechnische overwegingen Een zwembad is een relatief dure voorziening. De eisen

2.1 Locatiekeuze

aan veiligheid en hygiëne, zowel wettelijk als van bezoekers, leiden er toe dat zowel de stichtings- en

De keuze van een goede locatie is van groot belang.

exploitatiekosten van een zwembad (bijvoorbeeld in

Randvoorwaardelijke zaken als beschikbaarheid, eigen-

vergelijking met de droge binnensport) per saldo hoog

domssituatie, geldend bestemmingsplan, risico op

zijn. Hoewel daar ook een relatief hoog bezoek­cijfer

bezwaren van belanghebbenden/omwonenden, bodem-

tegenover staat, blijft het een uitdaging aan alle bij

gesteldheid, bodemvervuiling, etc. zijn zaken die

zwembaden betrokkenen om steeds op zoek te gaan

rechtstreeks van invloed zijn op de stichtingskosten en

naar manieren om de kosten te beperken. Daarbij

daarmee ook op de kapitaallasten.

mogen de functies van het zwembad en de daaraan verbonden eisen geen geweld aangedaan worden. Als

Daarnaast zijn voor wat betreft de locatie relevant:

dat een primair aandachtspunt blijft, blijft het verant-

• nabijheid ten opzichte van bevolkingsconcentraties

woord om zwembaden duurzaam te exploiteren en ook

• bereikbaarheid (met alle relevante vervoermiddelen)

te vervangen wanneer daar aanleiding voor is. Een

voor bezoekers (denk ook eventueel aan groepsvervoer

duurzame en constructieve samenwerking met de

met grotere bussen zoals voor schoolzwemmen)

lokale zwemvereniging(en) is daarbij voor alle betrokke-

• bereikbaarheid voor hulpdiensten en leveranciers

nen van toegevoegde waarde, aangezien zij in veel

• nabijheid van exploitatiebelemmerende en/of

gevallen voor een structurele inkomstenbron zorgen en een essentiële rol spelen in de lokale verankering van het zwembad en het organiseren van draagvlak, het initiëren van maatschappelijk relevante activiteiten, levering van medewerkers/toezichthouders, ondersteu-

exploitatie­versterkende functies • aanwezigheid van nutsvoorzieningen van voldoende ­capaciteit • mogelijkheid tot dubbelgebruik van infrastructurele ­voorzieningen (m.n. parkeren)

ning bij evene­menten, etc..

• milieuaspecten (gebieden met natuurwaarden, geluid,

In dit hoofdstuk wordt een aantal aspecten benoemd

• gebouworiëntatie

die in de ontwikkeling van een zwembad aan de orde

• uitbreidingsmogelijkheden

zijn.

• herbestemmingmogelijkheden

etc.)

• afstand tot/nabijheid van andere zwembaden Daarbij moet gezegd dat in de moderne zwembadbouw zaken als geluids- en geuroverlast veroorzaakt door binnenbaden eigenlijk nauwelijks meer een rol hoeven te spelen, mits daar in de ontwerpfase voldoende en deskundige aandacht aan wordt besteed. Ten aanzien van de locatiekeuze geldt dat deze door de gemeentelijke herindelingen vaak complex is, omdat één gemeente verantwoordelijk is voor meerdere kernen, die gewoonlijk allen graag zien dat dáár het zwembad wordt ­gerealiseerd. Soms is er daarbij ook sprake van meerdere ­belanghebbende zwemverenigingen. De KNZB kan des­gewenst ondersteuning bieden om de discussie met partijen te begeleiden. Neemt u in dat geval contact met de KNZB op voor de mogelijkheden.

Inhoudsopgave Inhoud deel I

Inhoud deel II

Deel I - Hoofdstuk 2 1 6

2.2 Beperken kosten

den gedaan aan eisen die in een zwembadomgeving gesteld (zouden moeten) worden aan gebouwont-

Het is een bekend gegeven dat de volgende onderdelen

werp, routing, materialisatie e.d.; dit kan er toe leiden

belangrijke kostenposten in een zwembadexploitatie

dat een gebouw, ondanks een hogere investering in

zijn:

architectonisch ontwerp, duurder is in exploitatie en

a. kapitaallasten

onderhoud; - het is van essentieel belang vroegtijdig zwembad­

b. onderhoud c. energie

specifieke deskundigheid in het ontwikkel- en/of

d. personeel

ontwerp­proces te betrekken (bouwen doe je maar één

Het is essentieel daarbij te onderkennen dat al deze

keer per 30/40 jaar: daar wordt de basis gelegd voor

onder-delen een duidelijke relatie hebben met het

een jarenlang durende verantwoorde exploitatie);

gebouw(ontwerp). Hierna worden per onderdeel kort

- deze deskundigheid maakt het mogelijk te besparen

enkele overwegingen benoemd, die wat betreft de KNZB

op bouwkosten waar het kan en te investeren in

bij de ontwikkeling van een zwemaccommodatie aan de

kwaliteit waar het moet; - ten aanzien van de installaties zijn vergelijkbare

orde gesteld zouden moeten worden.

over­wegingen aan de orde, waarbij het van belang is Kapitaallasten

goede voorzieningen te treffen voor effectief beheer

De kapitaallasten zijn rechtstreeks verbonden aan de aard

ervan: suboptimaal beheer van de installaties (in totale

en omvang van de investering. Het valt buiten de

­samenhang, dus zowel werktuigkundige, elektrotech-

reikwijdte van dit Handboek om in te gaan op zaken als

nische als waterbehandelinginstallaties) leidt snel tot

eigendomsverhoudingen, financieringsconstructies e.d.

oplopend energieverbruik, grotere onderhoudsin-

(welke uiteraard wel van invloed zijn op de kapitaallas-

spanningen en daardoor ook hogere kosten;

ten). In dit Handboek wordt besproken welke relatie het

- ten aanzien van de bouwkosten (zowel bouwkundig

gebouwontwerp heeft met de kapitaallasten. Daarbij

als installatietechnisch) is uiteraard ook de

dient in ogenschouw genomen te worden dat een

­gehanteerde duurzaamheidambitie van belang

eenzijdige focus op verlaging van de nood­zakelijke

(zie hoofdstuk 3);

investering over de gehele exploitatie kan leiden tot • inrichtingskosten

hogere exploitatiekosten (“total cost of ownership” of

- de vaste inrichting van een zwembad (bijvoorbeeld

TCO).

een beweegbare bodem, kleedcabines, lockers, sporttechnische inrichting, balies e.d.) vormt een

Investeringskosten bestaan uit:

relatief grote post in het stichtingskostenbudget; een • grondkosten

goede afweging dient gemaakt te worden tussen investering, kwaliteit en ­exploitatiekosten (opnieuw

- d  eze kunnen sterk uiteenlopen per stad/regio, ­omvang van de accommodatie, mogelijkheid/noodzaak tot ­dubbelgebruik en stapeling van functies,

“total cost of ownership”); - van belang is een bewuste afweging van de vraag,

parkeer­behoefte, eigendomssituatie, te slopen op-

welke inrichtingselementen bij de (hoofd)aannemer

stallen, aanwezige ­onder- en/of bovengrondse infra-

moeten worden afgenomen en welke door de

structuur, benodigde werkzaamheden ten behoeve

opdrachtgever rechtstreeks worden aangeschaft;

van bouwrijp maken, etc.; • bijkomende kosten • bouwkosten

- zaken als bouwrente, toerekening van overhead/­

- het gehanteerde stedenbouwkundig/architecto-

projectkosten kunnen hoog oplopen; wanneer ze

nisch ambitieniveau kan zowel direct als indirect

vervolgens worden geactiveerd met de investering,

grote gevolgen hebben: het komt voor dat een hoger ambitieniveau leidt tot een keuze voor een ontwerper met minder zwembadspecifieke deskundigheid,

zullen de kapitaallasten evenredig oplopen; - om de bijkomende kosten goed te beheersen is sterk (niet persé veel!) projectmanagement nodig.

waardoor - bewust of onbewust - concessies wor-

Inhoudsopgave

1 7 Deel I - Hoofdstuk 2

Inhoud deel I

Inhoud deel II

Soms kan publiek-private samenwerking een gunstige

Energie

invloed hebben op de kapitaallasten. Vooral als slim

Ten aanzien van de energiekosten is uiteraard ook de

wordt gekeken naar verdeling van verantwoordelijkhe-

gehanteerde duurzaamheidambitie relevant (zie hoofd-

den en risico’s tussen partijen, inzet van de benodigde

stuk 3). ­Verder is de vormgeving van de installaties van

deskundigheid en goede vormgeving van de samenwer-

belang, waartoe o ­ nder andere de keuze voor een oplos-

king (contracten).

sing voor warmteopwekking behoort. Ook is een combinatie met andere accommodaties in de omgeving

Ter afsluiting van dit onderdeel wordt gewezen op de

mogelijk interessant, evenals het gebruik van restwarm-

mogelijkheid om in het ontwerp van het gebouw

te, etc.

rekening te houden met herbestemmingmogelijkheden aan het einde van de exploitatieperiode, zodat het - in

Hierbij wordt benadrukt dat het operationele beheer van

vastgoedexploitatie-termen - “courant” vastgoed blijft/

de gebouwinstallaties - in onderlinge samenhang! - van

wordt en derhalve een restwaarde kent. Het rekenen met

grote invloed is op het energieverbruik. Het is daarom

een restwaarde op zwembaden, die traditioneel mono-

niet alleen van belang een goed installatieontwerp te ma-

functioneel ontworpen worden, is niet een gebruikelijke

ken, maar ook de inbedrijfstelling (“commissioning”)

gang van zaken, maar kan mits goed doordacht wel

goed uit te laten voeren en het beheer professioneel te

degelijk een interessante optie zijn.

(laten) bewaken en/of uit te voeren. De integrale uitbesteding van het ontwerp, de aanleg, het onderhoud en

Onderhoud/schoonmaak

het beheer van de installaties is daarbij een mogelijkheid

Het benodigde onderhoud hangt sterk samen met het

die voordeel kan opleveren.

gebouwontwerp en de gekozen materialisatie. De watertemperatuur is een veel besproken onderwerp. Ten behoeve van schoonmaak is materialisatie uiteraard

Hierbij dient afstemming gezocht te worden tussen

van groot belang. Antislipwaarden van vloeren dienen

optimale programmering van activiteiten, technische

aan te sluiten bij het gebruik van de betreffende ruimte.

installaties (ook luchtbehandeling) en terugdringen van

Hoe hoger de antislipwaarde (bijvoorbeeld in de zwem-

energieverbruik.

zaal) hoe moei­lijker bijvoorbeeld vervuiling door schoeisel te verwijderen is. In dat verband zijn de volgende aspecten relevant: • kwaliteit vandalismebestendigheid, kleur- en vormvastheid etc. • soberheid geen elementen maken/toepassen als ze niet nodig zijn • complexiteit kunnen zaken bijvoorbeeld door vrijwilligers worden ­onderhouden of is daar altijd een specialist voor nodig? • bereikbaarheid van gebouwdelen en installaties denk ook aan vervanging van grotere gebouw- en/of installatieonderdelen • garantiebepalingen Het valt te overwegen in de aanbesteding van de bouwwerkzaamheden ook het maken van een onderhoudsplan en/of het uitvoeren van het onderhoud voor een bepaalde periode mee te nemen en de daaraan verbonden kosten ook onderdeel te laten zijn van de gunningscriteria.

Inhoudsopgave Inhoud deel I

Inhoud deel II

Deel I - Hoofdstuk 2 1 8

2.3 Optimaliseren opbrengsten

Personeel De kosten verbonden aan personeel zijn in hoge mate verbonden aan de gehanteerde arbeidsvoorwaarden/

Hier wordt bewust gesproken over “optimaliseren” en

CAO en een efficiënt functiehuis en rooster.

niet over “maximaliseren”. Een zwembad wordt immers in de meeste gevallen gezien als een maatschappelijke

Ook hier is het gebouwontwerp weer relevant. Daarbij is

basisvoorziening, die laagdrempelig bereikbaar dient te

aandacht vereist voor:

zijn. Hoewel maximaliseren van omzet een goed streven

• een goede afweging van het bassinprogramma/

is, kan het leiden tot lager gebruik van (bezoek aan) de

zwembadconcept, zowel wat omvang als aantal betreft

accommodatie, waardoor de maatschappelijke opbrengst

(voorkomen van onnodige personeelsinzet voor

vermindert. Daarbij wordt wel benadrukt dat het karakter

toezicht/schoonmaak door pas te kiezen voor een

van een zwembad als maatschappelijke basisvoorziening

tweede of derde bassin als daar “markt” voor is, of

de exploitant niet ontslaat van het invullen van “onder-

wanneer de activiteiten niet in één bassin kunnen

nemerschap”. Betrokkenen dienen er van bewust te zijn

worden gebracht)

dat iedere inwoner een deel van de exploitatieverliezen

• een logische en overzichtelijke externe routing

van een zwembad voor zijn rekening neemt.

• een logische en overzichtelijke interne routing • goede zichtlijnen (geen “dode hoeken”) en verlichting

Alvorens per hoofdtype activiteit enkele overwegingen te

- zowel binnen als buiten - zodat de accommodatie

benoemen, geldt dat gestreefd zou moeten worden naar

met zo min mogelijk medewerkers beheersbaar is en

efficiënt gebruik van zwemwater.

sociale controle (met respect voor privacywensen) wordt bevorderd

Efficiënt gebruik:

• passende toegangscontrole

• houdt verband met multifunctioneel water

• eventueel gebruik van cameratoezicht

• houdt ook verband met een op de activiteiten afge-

• beperken van de noodzaak tot schoonmaakwerkzaamheden c.q. de daarvoor benodigde arbeidstijd

kleedaccommo­datie en horeca

• het beperken van de noodzaak tot inhuur van beveiligingspersoneel

• een goede routing tussen de diverse hoofd- en ondersteunende functies, daarbij ook onderscheid

• benutten van inzet/menskracht van de

makend tussen looproutes voor geklede bezoekers

zwemvereniging(en) (zie voor mogelijkheden Masterplan Accommodaties)

stemde capaciteit van bijvoorbeeld entreegebied,

(toeschouwers/begeleiders) en bezoekers in badkleding • kan onder meer bereikt worden door verhuur “per baan” c.q. een efficiënte programmering (met aandacht voor ombouw van activiteiten, zoals leggen/verwijderen baan­lijnen, ballenvangers, etc.).

Inhoudsopgave

1 9 Deel I - Hoofdstuk 2

Inhoud deel I

Inhoud deel II

Aan de opbrengstzijde van de exploitatie wordt hier een

• de vereniging is een belangrijk middel in het realiseren

relatie gelegd tussen het gebouwontwerp enerzijds en de

van meerdere maatschappelijke doelstellingen verbon-

volgende ­opbrengst genererende activiteiten:

den aan het zwembad (lees: het realiseren van de het

a. verenigingszwemmen (trainingen & wedstrijden)

beoogde maatschappelijk rendement): gezondheid &

onder andere:

bewegen, sociale cohesie, ontwikkelen van gevoel voor

- waterpolo

normen & waarden bij de jeugd, veiligheid (zwemin-

- synchroonzwemmen

structie), organiseren van breedte- en topsport,

- schoonspringen

organisatie van evenementen, vrijwillige ondersteu-

- wedstrijdzwemmen

ning bij evenementen, etc.

- leszwemmen b. schoolzwemmen

Schoolzwemmen

c. zwemlessen

Schoolzwemmen, of het nu gaat om zwemlessen of meer

d. banenzwemmen

algemeen “natte gymnastiek” is vanuit exploitatieover-

e. doelgroepzwemmen (bijv. aquafitness)

wegingen een belangrijke activiteit, mede vanwege het

f. “vrij” zwemmen

feit dat daarmee de relatief lastig te vullen uren overdag kunnen worden benut.

Verenigingszwemmen Het moge duidelijk zijn dat het verenigingszwemmen

Functionele/fysieke aandachtspunten ten aanzien van

vanuit KNZB-perspectief een activiteit van primair

het gebouw in verband met schoolzwemmen zijn onder

belang is. In dit Handboek wordt in detail ingegaan op de

meer (“van buiten naar binnen”):

gebouw gerelateerde eisen en wensen voortvloeiende uit

• bij intensief gebruik door schoolzwemmen (of andere

de ­verenigingsactiviteiten.

groepen) eventueel een separate toegang te overwegen, die direct toegang geeft tot kleedruimten

In exploitatietechnische zin (het onderwerp van dit

• faciliteren van bussen/busjes voor groepsvervoer

hoofdstuk) worden hier de volgende opmerkingen

(veilige uit-/instapplaats, parkeren, draaicirkels,

­gemaakt:

toegestane belasting wegverharding)

• de vereniging is niet alleen gebruiker/huurder, maar

• voldoende capaciteit entree en omgeving, eventueel

kan ook een waardevolle partner zijn in de exploitatie

rekening houdend met minimaliseren overlast voor

van het zwembad, zie voor meer informatie het

andere gebruikersgroepen

Masterplan Accommodaties van de KNZB (zie www. knzb.nl)

(groepskleedkamers)

• de waarde van een goede samenwerking tussen

• voldoende capaciteit van de douches

vereniging en exploitant heeft onder meer

• duidelijke overgang van kleedaccommodatie naar

betrekking op:

zwemzaal (verzamelpunt)

- o  ptimalisatie van gebruik/programmering,

• voorkomen van ongemerkt verlaten van de zwemzaal

bijv. op “prime-time”

door leerlingen, in het bijzonder naar (voor zover van

- besparing op personeelskosten (sleutelverhuur,

toepassing) een andere zwemzaal

zelfwerkzaamheid, etc., uiteraard op basis van

• korte looproute voor leerlingen naar toiletten (bij

concrete afspraken met de betrokken verenigingen) - het benutten van de vereniging als wervingsinstrument voor zwemmers, in georganiseerd verband maar ook als individuele zwemmer

voorkeur in het zicht vanuit de zwemzaal, zodat de begeleidende leerkracht niet met de leerling mee hoeft te gaan de zwemzaal uit) • voldoende perronbreedte (zie deel II)

- in algemene zin het optimaliseren van de relatie met en gebruik door (één van) de grootste gebruiker(s) van het zwembad

• voldoende capaciteit van de kleedaccommodatie

• aandacht voor eventueel “kruisende groepen” (vertrek van een groep, terwijl de volgende groep al klaar staat) • gelegenheid voor zweminstructeurs voor het bijwerken van de lesadministratie

Inhoudsopgave Inhoud deel I

Inhoud deel II

Deel I - Hoofdstuk 2 2 0

Zwemlessen Zwemlessen vormen exploitatietechnisch een belangrijk onderdeel voor een openbaar zwembad. Het is gebruikelijk dat er meerdere lesgroepen gelijktijdig actief zijn. Ten aanzien van de zwemlessen kunnen de volgende aandachtspunten aangaande het gebouw benoemd ­worden: • voldoende capaciteit entree en omgeving, eventueel rekening houdend met minimaliseren overlast voor andere gebruikersgroepen • voldoende capaciteit van horeca, tribunes voor toeschouwers en begeleiders (ouders/grootouders) tijdens zwemlessen en diplomazwemmen • voldoende capaciteit van de kleedaccommodatie (groepskleedkamers en individuele kleedcabines) • voldoende capaciteit van de douches • duidelijke overgang van kleedaccommodatie naar zwemzaal (verzamelpunt) • voorkomen van ongemerkt verlaten van de zwemzaal door deelnemers, in het bijzonder naar (voor zover van toepassing) een andere zwemzaal, waar op dat moment geen toezicht is Banenzwemmen

• korte looproute voor leerlingen naar toiletten (bij voorkeur in het zicht vanuit de zwemzaal, zodat er

In tegenstelling tot wat de naam misschien doet vermoe-

geen aanvullend toezicht noodzakelijk is)

den, kent banenzwemmen uiteenlopende verschijnings-

• voldoende ondiep zwemwater voor de basisniveaus

vormen. De meer recreatieve vorm heeft soms het

van de zwemlessen, met aandacht voor relatief warmer

karakter van een gezellig samenzijn in water van

water, met name wanneer de lessen langer duren en/

behoorlijke temperatuur in bassins met beperkte water-

of kinderen in de les langer inactief zijn

diepte. Voor deze vorm is een badlengte van 25 meter

• voldoende perronbreedte (zie deel II van dit handboek)

niet persé vereist. Deze lengte is echter voor overige

• logische verdeling van gelijktijdige lesgroepen over het

banenzwemmers wel (praktisch) noodzakelijk. Banen-

bad/de baden

zwemmers, of zij nu prestatief zwemmen of om gezond-

• aandacht voor eventueel “kruisende groepen” (vertrek

heidsredenen regelmatig zwemmen, worden steeds

van een groep, terwijl de volgende groep al klaar staat)

meer ondersteund door trainingsschema’s zoals die van

• gelegenheid voor zweminstructeurs voor het bijwer-

MijnZwemcoach.nl, welke zijn afgestemd op gestandaar-

ken van de lesadministratie

diseerde baanlengte (25-/50-meter). Ook wordt het 25-/50-meter bad gebruikt door zwemmers die buiten hun georganiseerde trainingen op eigen gelegenheid extra trainingsuren willen/moeten maken. Ten aanzien van het banenzwemmen is het daarom goed aandacht te hebben voor diverse vormen ervan.

Inhoudsopgave

2 1 Deel I - Hoofdstuk 2

Inhoud deel I

Inhoud deel II

Doelgroepzwemmen

“Vrij” zwemmen

Doelgroepzwemmen is een verzamelnaam voor uiteen-

Dit Handboek zal niet diep ingaan op gebouwgerelateer-

lopende activiteiten, zoals:

de aspecten verbonden aan vrijzwemmen. Hier wordt wel

• aquafitness (incl. diverse varianten)

een aantal aandachtspunten benoemd:

• aquajogging

• vrijvormige baden en vaste recreatieve voorzieningen

• aquaspinning

kunnen letterlijk en figuurlijk obstakels zijn in streven

• baby-, peuter-, kleuterzwemmen (BPK)

naar multifunctioneel gebruik

• zwangerschapszwemmen

• recreatiebaden hebben soms korte zichtlijnen wat leidt

• therapeutisch/revalidatiezwemmen

tot hogere personeelslasten (toezicht, schoonmaak)

• Meer Bewegen voor Ouderen (MBvO)

• “vrij” zwemmen als kernactiviteit van een zwembad levert een bijzondere uitdaging op: het bad (zal meer

De benodigde diepte varieert per activiteit. Een deel van

dan voor andere activiteiten) moeten concurreren met

de activiteiten vraagt om koeler water (26-28°C), een

andere vormen van vrijetijdsbestedingen (bijv. bio-

ander deel heeft juist weer warmer water nodig (29-32°C,

scoopbezoek, f­ unshoppen, etc.)

of soms nog hoger).

• het marktpotentieel voor deze activiteit kan per dorp/

Het is dus de vraag welke doelgroepen er georganiseerd

stad/regio sterk verschillen, bijvoorbeeld vanwege het

gaan worden en wat het maatschappelijk en exploitatie-

overige toeristisch-recreatieve aanbod in de omgeving

technisch belang van de afzonderlijke activiteiten is. Vooral de variatie in watertemperatuur is een aandachtspunt: het onderbrengen van deze variatie in één bad kent nadelen. Het water enkele graden extra verwarmen kost uiteraard energie, maar ook tijd, wat betekent dat het in de meeste gevallen zo zal zijn, dat er in deze aanloop meerdere activiteiten in warmer water plaatsvinden dan nodig of verstandig is. Het terugbrengen van water naar een lagere temperatuur gebeurt vaak door het warmer water weg te gooien en vers (koud) water toe te voegen. Het moge duidelijk zijn dat, dat voor wat betreft energieverbruik/duurzaamheid niet aan te bevelen is. Het toevoegen van een tweede bassin is een voor de hand liggende, hoewel kostbare, oplossing. Indien de gebruikers voor wie hogere watertemperaturen echt noodzakelijk zijn, een relatief kleine groep vormen (wat vaak het geval is), dan biedt regionale samenwerking of samenwerking met instellingen die al “warmwater voorzieningen” hebben, zoals zorg­instellingen of hotels, mogelijk uitkomst.

Inhoudsopgave Inhoud deel I

Inhoud deel II

Deel I - Hoofdstuk 2 2 2

3 Duurzaamheid “Duurzaamheid” is een containerbegrip, waarin vele

Ten aanzien van het beperken van energieverbruik kan

concepten en denkwijzen worden ondergebracht. De

onder meer gedacht worden aan: (in willekeurige

KNZB beoogt niet zich te positioneren als partij met

­volgorde)

diepgaande conceptuele, theoretische of technische

• verhoogde schilisolatie en naad- en kierafdichting

deskundigheid op dit gebied; daarvan zijn er voldoen-

• benutting van daglicht als energie- en lichtbron

de. Wel acht de KNZB het als onderdeel van haar brede

• schakeling van installaties in diverse niveaus rekening

maatschappelijke verantwoordelijkheid belangrijk om

houdend met de diverse gebruikssituaties (bijv. tijdens

juist ten aanzien van zwembaden, als relatief energie-

schoonmaakwerkzaamheden buiten openingstijden,

intensieve gebouwen, te bezien hoe verduurzaming van zwembaden mogelijk is en daar aandacht voor te vragen door daar in onze richtlijnen voor de accommo-

tijdens trainingen en wedstrijden) • toepassing van state-of-the-art luchtbehandelinginstallaties • toepassing van state-of-the-art waterbehandelinginstal­

daties expliciet op in te gaan.

laties en desinfecteermethoden om de noodzakelijke Een onderneming of bedrijf, afhankelijk van een bepaal-

hoeveelheid suppletiewater te optimaliseren

de grondstof, waarvan het (vrijwel) zeker is dat de kosten

• toepassing van state-of-the-art verlichting(sarmaturen)

daarvan sterk zullen stijgen, doet er hoe dan ook verstan-

• toepassing van een integraal gebouwbeheersysteem met inbelmogelijkheid voor beheer op afstand

dig aan te onderzoeken of er mogelijkheden zijn het verbruik daarvan terug te dringen en/of er alternatieven

• benutting van restwarmte

beschikbaar zijn. Een zwembad is daarop geen uitzonde-

• geen onnodig hoge watertemperatuur

ring. Duurzaamheid kent daarbij een milieutechnische en een bedrijfseconomische kant. Zaken als klimaatver-

Overigens kent het begrip duurzaamheid zeer veel aspec-

andering, verbruik van niet-hernieuwbare energiebron-

ten, die niet alleen verband houden met energiezuinige

nen, etc. hebben een impact op de kwaliteit van onze

instal­laties, gebouwisolatie, etc.. In verband met zwembad-

leefomgeving en de leefomgeving elders in de wereld.

bouw zijn zaken relevant als:

Het terugdringen van milieueffecten in algemene zin

• locatiekeuze (zeer bepalend voor de mate van

verdient daarom puur op basis van milieutechnische

duurzaamheid die in het project kan worden bereikt) • mogelijkheden tot hergebruik van bouwgrond en

overwegingen nadrukkelijk aandacht. Een zwembad, met gehele jaar door een warmtebehoef-

materialen

te, verbruikt veel energie. Wanneer het verbruik wordt

• gedeeld gebruik/multifunctionaliteit

terug­gedrongen, zijn ook flinke bedrijfseconomische/

• uitbreiding- en aanpassingmogelijkheden van de

financiële besparingen mogelijk. Het is op de (middel)

accommodatie

lange termijn moeilijk concreet te maken welke ontwik-

• mogelijkheden tot herbestemming van het gebouw

keling energieprijzen zullen laten zien, maar dat de

• voorkomen onnodig gebouwvolume

kosten van fossiele brandstof zullen stijgen, lijkt een

• bereikbaarheid (o.a. met openbaar vervoer)

gegeven. Dat is ook de reden dat het berekenen van

• materialisatie (bijv. op basis van het principe

terugverdientijden als allesbepalend criterium niet de gehele lading dekt: daarmee wordt een duurzaamheidsmaatregel een bedrijfseconomische investering en geen maatregel ter beperking van milieueffecten.

cradle-to-cradle) • bouwfysisch comfort (luchtkwaliteit, akoestiek, klimaatcondities, etc.) • beperken verbruik/transport (gevaarlijke) grondstoffen • compartimentering van het gebouw, zodat delen die niet worden gebruikt, afgesloten kunnen worden • goed gebouw- en installatiebeheer • inkoop groene stroom/“groen” gas (door middel van CO2-compensatie) • submetering • onderhoudsgemak/verlagen vervangingsfrequentie • collectieve inkoop gas, elektra en chemicaliën

Inhoudsopgave

2 3 Deel I - Hoofdstuk 3

Inhoud deel I

Inhoud deel II

Het is van belang dat de opdrachtgever zijn ambitie op

Om tot de formulering van een ambitieniveau te komen,

het gebied van duurzaamheid zo vroeg mogelijk in het

kan eventueel gebruikgemaakt worden van de diverse

proces duidelijk formuleert en daar zo nodig door andere

certificerings- en berekeningsmiddelen die daartoe

betrokken partijen toe wordt uitgedaagd. Ook is het aan

bestaan, zoals BREEAM-NL, GreenCalc+, GPR, etc.

te bevelen vooral in de eerste fase(s) van het project

Daarbij is het van belang dat het formuleren van een

vanuit een brede scope het onderwerp duurzaamheid uit

duurzaamheidambitie uitsluitend ten opzichte van de

te werken, om vervolgens te bezien welke gevolgen dit

geldende Energie Prestatie Norm1 (EPN) voor zwemba-

heeft voor de te kiezen locatie, het programma van eisen,

den een te beperkte methode is, omdat een groot deel

etc. Vervolgens kunnen de maatregelen dan in de

van het verbruik is verbonden aan de waterbehandeling,

haalbaarheids- en ontwerpfase verder geconcretiseerd

die niet meegenomen wordt in de berekening van de

worden.

energieprestatiecoëfficiënt (EPC) van het gebouw. Uiteraard zal steeds een afweging moeten worden gemaakt tussen de kansen verbonden aan het project om tot een zo duurzaam mogelijke uitwerking te komen en de daarvoor beschikbare financiële middelen.

1

De huidige (voorjaar 2018) vereiste energieprestatiecoëfficient

(EPC) voor sportgebouwen is 0,9.

Inhoudsopgave Inhoud deel I

Inhoud deel II

Deel I - Hoofdstuk 3 2 4

4 De verschillende takken van de zwemsport 4.1 De diverse zwemsporten

4.2 Zwemmen

Zoals eerder besproken, heeft de KNZB als sportbond een

4.2.1 Zwemwedstrijden

specifieke motivatie om een Handboek Zwembaden uit

Jaarlijks worden er duizenden zwemwedstrijden geor-

te brengen. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op

ganiseerd, die als volgt onder te verdelen zijn (zie www.

het karakter van de diverse zwemsporten, zodat bij de

knzb.nl voor actuele/uitgebreidere informatie):

ontwikkeling van een nieuw zwembad betrokken partijen een beter beeld hebben van de gang van zaken

• lokale wedstrijden, georganiseerd door een individuele

rondom deze sporten. Zo kunnen betere afwegingen

vereniging, bijvoorbeeld de onderlinge wedstrijd,

gemaakt worden ten aanzien van de fysieke voorzienin-

wedstrijd met puntentelling of meerkamp, limietwed-

gen die nodig zijn.

strijd • regionale wedstrijden, georganiseerd vanuit de

De KNZB onderscheidt de volgende zwemsporten:

Regio,bijvoorbeeld Regiokampioenschappen

• zwemmen

• nationale wedstrijden, georganiseerd door/onder

• schoonspringen

auspiciën van de KNZB, bijvoorbeeld Nationale

• waterpolo

Zwem­competitie, (Open) Nederlandse Kampioen-

• synchroonzwemmen

schappen (NK), KNZB Lange Afstand Circuit wedstrijd,

• open water zwemmen

niveauwedstrijd, Masters wedstrijd, Swim Cups

• zwemmen & handicap (incl. waterbasketbal)

• internationale wedstrijden en evenementen, georganiseerd door de LEN2 of de FINA3, zowel korte (25 meter)

Het open water zwemmen wordt in dit Handboek niet

als lange (50 meter) baanwedstrijden, jeugd en

verder behandeld, omdat het een sport is die niet in een

­senioren, en de Olympische Spelen

gebouwde accommodatie plaatsvindt. Voor zwemmen geldt dat het onderscheid korte (25 meter) en lange (50 meter) baan van belang is.

Wedstrijdbad

2

De Europese zwembond: Ligue Européenne de Natation

3

De wereld zwembond: Fédération Internationale de Natation

Inhoudsopgave

2 5 Deel I - Hoofdstuk 4

Inhoud deel I

Inhoud deel II

4.2.2 Zwemtrainingen

4.2.3 Landtrainingen

De wedstrijden vormen een belangrijk onderdeel van de

In een vereniging met prestatieve ambities wordt ook

activiteiten van de zwemverenigingen. De voorbereiding

(steeds meer) aan droogtraining gedaan, dat wil zeggen

daarvan vindt plaats in de vorm zwemtrainingen.

stabiliteit- en krachttraining. Het heeft uiteraard de

Daarbij spelen onder andere de volgende aandachtspun-

voorkeur dat deze trainingen in de zwemaccommodatie

ten een rol:

plaatsvinden. Zeker bij verenigingen met een prestatie-

• voldoende 25-meter en 50-meter baden

gerichte afdeling is het wenselijk hiervoor in (de nabij-

• voldoende beschikbaarheid van trainingswater op

heid van) het zwembad voorzieningen beschikbaar te maken.

redelijke tijden • zwemwater van een geschikte temperatuur (max. 26-28°C) • niveau van de lokale vereniging • de beschikbaarheid van diverse hulpmiddelen (zoals o.a. trainings- en wedstrijdlijnen, rugslagvlaggen, digitale klokken, startblokken (inclusief afzetsteunen).

Trainingsbad

Landtraining

Inhoudsopgave Inhoud deel I

Inhoud deel II

Deel I - Hoofdstuk 4 2 6

4.3 Schoonspringen

Ten aanzien van kampioenschappen/wedstrijden, is momenteel sprake van: • competities:

Schoonspringen is een Olympische sport waarin

- KNZB jeugd en all-in competitie

onderscheid gemaakt wordt tussen plankspringen en torenspringen. Bij het plankspringen wordt uitgegaan

- Breedtesportcompetitie

van een plankhoogte van 1 meter en 3 meter. Bij het

• kampioenschappen nationaal: - Nationale Kampioenschappen (NK) 1 meter, 3 meter,

torenspringen zijn bij wedstrijden meerdere hoogtes toegestaan: 5 meter, 7,5 meter en 10 meter (bij officiële

toren en synchroonspringen – - Nationale Junioren Kampioenschappen (NJK)

seniorenwedstrijden mag alleen van 10 meter hoogte

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11090428/1