Handboek Zwembaden (2)
Tekst van het document
t.b.v. specifieke competities/evenementen dient navraag te worden gedaan bij de KNZB
>= 1.000 zitplaatsen, incl. deelnemers
Tenminste 4 groepskleedklamers per polobassin/-speelveld, met een capaciteit van 20 personen elk, onderverdeel naar dames / heren.
Idem als D / C / B waarbij er voldoende ruimte dient te zijn voor massage-/ fysiotherapiebehandeling, bij voorkeur aansluitend aan maar af te scheiden van de kleedkamer
3.28
Berging
Aanbeveling
3.29
Voorstartruimte
Aanbeveling
3.30
Ruimte voor juryleden
Aanbeveling
Ca. 15 pers.
Ca. 25 pers.
Maatwerk i.o.m. KNZB
3.31
Ruimte wedstrijdadministratie
Aanbeveling
>= 3 werkplekken
>= 6 werkplekken
Maatwerk i.o.m. KNZB
3.32
Mogelijkheden voor VIP-ontvangst
Norm
Aanbevolen
Ja
3.33
Elektronische tijdwaarneming
Norm
2 x schotklok digitale wedstrijdregistratie offline
4 x schotklok* digitale registratie gekoppeld aan scherm en live via internet
3.34
Elektronisch scorebord
Norm
Aanbevolen
Ja Houdt rekening met weergave van specifieke waterpologegevens (doelpunten, periodetijd, periodestanden, persoonlijke fouten met capnummers, tijdstraffen).
Bij senioren topsportevenementen een tendens naar groeiende bezoekaantallen richting >=1.000, incl. deelnemers Aandacht is vereist voor optimalisatie van de klimaatcondities ter plaatse van de tribune, dit betreft immers geklede bezoekers. Denk aan voldoende banklengte en kledinghaken. Het schakelen van kleedkamers d.m.v. tussendeuren kan de functionaliteit en de beheersbaarheid vergroten.
i
Toegang tot zwemzaal vanuit de kleedaccommodatie positioneren aan de kant van de zwemzaal met het ondiep(st)e water c.q. ter plaatse van de beweegbare bodem.
Inventariseer op projectniveau de op te bergen materialen, niet alleen sportmaterialen, maar ook materialen voor leszwemmen, aquadoelgroepen en (bijv.) losse materialen voor recreatief zwemmen en bepaal op basis daarvan de behoefte aan bergruimte. Ca. 30 personen
Warming up / voorstartruimte, hoeft niet permanent, bijvoorbeeld perron instructiebad Ruimte hoeft niet permanent zo ingericht te zijn, maar als zodanig beschikbaar gemaakt te kunnen worden voorafgaand aan de wedstrijd
i
Heeft ook relatie met sponsormogelijkheden *voor jeugd toernooien kunnen afwijkende afspraken gelden Voor B & A accommodaties: Score, periode, speeltijd, straftijd, persoonlijke fouten
Vervolg schema op volgend blad
Schotklokken (4x)
Vervolg schema op volgend blad Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Schema’s 4 5
3. WATERPOLO No.
Onderdeel
Kwalificatie
Eis per accommodatie-type D
3.35
Geluid
Aanbeveling
C
Opmerking B
A
Optimaliseren akoestiek (o.a. nagalmtijd) en beperken geluidsniveau
Voor zwembaden geldt dat het door (noodzakelijke) toepassing van harde materialen niet eenvoudig is een goede akoestiek te bereiken in de zwemzaal. Met name nagalmtijd (over alle frequentiebanden) dient zoveel mogelijk te worden beperkt. Afhankelijk van het volume van de ruimte kan een langere nagalmtijd acceptabel zijn. Een gelijkmatige verdeling van de galm over de verschillende frequentiebanden is daarbij eveneens van belang. In de ontwerpfase dient de te verwachten nagalmtijd door middel van een 3-dimensionaal akoestisch rekenmodel te worden berekend. Let ook op de vormgeving van de afroomgoten, om geluidsoverlast van “vallend water” zoveel mogelijk te voorkomen. Zie ook bijlage “Akoestiek in de zwemzaal”.
3.36
Ruimtetemperatuur
Norm
3.37
Klimaat zwemzalen en overgangszones
Aanbeveling
3.38
Geluidsinstallatie
Norm
3.39
N.v.t
3.40
N.v.t
3.41
ICT-faciliteiten
3.42
N.v.t.
3.43
N.v.t.
3.44
N.v.t.
3.45
N.v.t.
3.46
Overige faciliteiten
Stem luchttemperatuur en overige klimaatcondities af op het beoogde ruimtegebruik. Afgestemd op ruimte en het gebruik
Norm
Aanbeveling
Overleg met inhoudsdeskundige adviseur in ontwerpfase is noodzakelijk.
Denk aan goede klimaatbeheersing en -condities, rekening houdend met geklede bezoekers, bezoekers in badkleding, toeschouwers, overgangszones. Afgestemd op ruimte en het gebruik Houd rekening met installatie voor een speaker tijdens wedstrijden
Zorg voor balvaste ophanging van boxen e.d.
Draadloos internet vereist
Balvangers, tenminste achter de doelen (ook in trainingssituatie)
Idem + voorziening om bij aanvang periode de bal in het midden van het speelveld te plaatsen.
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Schema’s 4 6
4. SYNCHROONZWEMMEN No.
Onderdeel
Kwalificatie
Eis per accommodatie-type D
C
Opmerking B
A
4.1
Lengte bassin
4.2
N.v.t
4.3
Diepte bassin
Aanbeveling
4.4
Bassinbodem / -wanden
Aanbeveling
4.5
Baanmarkeringen (bodem)
Aanbeveling
4.6
Breedte bassin
Norm
4.7
N.v.t
4.8
Vrije hoogte
Aanbeveling
4.9
Plafond
Aanbeveling
Geen desorienterende plafondmaterialen en / of indeling toe te passen.
4.10
N.v.t
4.11
N.v.t
4.12
Perronbreedte - startzijde
Aanbeveling
>= 4,0 m netto
Norm
>= 25,00 m aanbev. 30,00 m >= 1,80 m
>= 25,00 m aanbev. 30,00 m >= 2,50 m
>= 2,50 m >= 3,00 m voorkeur
i >= 3,00 m
Niet spiegelend
Weerspiegeling van bijv. lampen is desoriënterend. Afwerkingslaag dient wit te zijn. Hiermee wordt het ‘doorzicht’ verbeterd en veiligheid bevorderd, bovendien geeft dit een betere ‘achtergrond’ voor camerabeelden.
Ja
In lengterichting
>= 12,00m
>= 20,00 m
Bij jeugd NK is 15m bespreekbaar, maar de voorkeur gaat uit naar 20m Sporttechnisch geldt voor synchroonzwemmen geen eis voor een minimale vrije hoogte, uiteraard heeft de vrije hoogte ook consequenties in termen van binnenklimaat, optische beleving en toeschouwersvoorzieningen
>= 4,5 m netto
Het betreft hier de minimale ‘vrije doorgang’, gemeten vanaf de bassinwand tot de voorzijde van een evt. vaste zitbank, constructie of gevel. Deze minimale breedte is noodzakelijk voor het te water gaan van de deelnemers Er vanuit gaande dat er buiten de zwemzaal een voorstart/wachtruimte beschikbaar is / kan worden gemaakt.
4.13
N.v.t
4.14
Perronbreedte - lange zijden
Aanbeveling
>= 2,5 m netto
Beide zijden >= 3,5 m netto
Maatwerk i.o.m. KNZB
Het betreft hier de minimale ‘vrije doorgang’, gemeten vanaf de bassinwand tot de voorzijde van een evt. vaste zitbank, constructie of gevel. Bepalend is de vrije doorgang, d.w.z. exclusief vaste verhogingen / opstortingen etc.. Een opstaande bassinwand wordt daarbij buiten beschouwing gelaten, mits deze niet breder is dan 40 cm.
i
Juryplatforms moeten aan beide zijden worden opgesteld. 4.15
Verplaatsbare wanden en keerschotten
4.16
N.v.t
4.17
Aantal baanlijnen
Norm
4.18
Bevestiging baanlijnen
Aanbeveling
4.19
N.v.t.
4.20
Startplatform
Norm
4.21
Watertemperatuur
Norm
4.22
Daglicht
Aanbeveling
4.23
Verlichting
Norm
Norm
Voor zover aanwezig: Dusdanig ontworpen dat het daarover bewegen van juryleden mogelijk is, zonder dat deze bewegingen een waarneembare stroming of turbulentie van het water veroorzaken. 2
voor afmeting solo/duet zijn baanlijnen nodig op 16m breedte, 25m lengte
Veilige uitvoering ter voorkoming van verwondingen Aanbevolen
Er zijn verschillende type bevestigingen, mede afhankelijk van de vraag of de kopse wanden zijn uitgevoerd met een overloopgoot of niet.
Ja. Bij voorkeur tenminste 3 x 8 meter
Ja, tenminste 3 x 8 meter
i
Startplatform aan de breedtezijde van het zwembad. Dit kan bij wedstrijden tijdelijk worden geplaatst.
26 - 28 gr. Celsius Voorkom rechtstreeks zonlicht op wateroppervlak Cf. NEN-EN 12193 klasse II momenteel: Gemiddelde horizontale verlichtingssterkte (Ehgem) >=300 lux Gelijkmatigheid (Emin:Egem) >= 0,7
Voorkom verblinding synchroonzwemsters en jury. Cf. NEN-EN 12193 klasse I momenteel: Gemiddelde horizontale verlichtingssterkte (Ehgem) >=500 lux, Uo (laagste niveau) groter dan 0,7 Voor keerwanden en startblokken zijn de eisen van de FINA (FR 2.12) van toepassing
Cf. NEN-EN 12193 klasse I momenteel: Gemiddelde horizontale verlichtingssterkte (Ehgem) >=500 lux Gelijkmatigheid (Emin:Egem) >= 0,7
Waarde te meten op wateroppervlak-niveau. Wanneer het wenselijk is dat de accommodatie geschikt is voor TV-reportages van (grote) evenementen, dienen voorzieningen getroffen te worden voor tijdelijke aanvullende verlichting (aan te brengen in overleg met de KNZB). Wanneer wordt verwacht dat er met enige regelmaat TV-reportages gemaakt zullen worden, dan dient een gemiddelde horizontale verlichtingssterkte daar eventueel op aangepast te worden (zie ook NEN-EN 12193, indien mogelijk kan ook overleg gezocht worden met NOS of andere media). In dat geval is overleg met de KNZB aan te bevelen of en in hoeverre verdere aanpassing van de hier genoemde eisen wenselijk is. Noot: de hier aangegeven waarden betreffen ‘slechts’ twee primaire waarden (gemiddelde horizontale verlichtingssterkte en gelijkmatigheid). Een goed verlichtingsplan moet uiteraard aan nog meer eisen voldoen en het verdient dan ook aanbeveling om hier in de ontwerpfase specifieke aandacht aan te besteden. Het gebruik van onderwaterverlichting wordt niet gestimuleerd, omdat dit hinderlijk is voor de sporters. Onderwaterverlichting kan eventueel bij lokale wedstrijden of bij synchroondemo’s gebruikt worden als ‘sfeermaker’.
4.24
Gelijktijdig aantal mensen in de zwemzaal (capaciteit)
Aanbeveling
4.25
Verenigings-/clubruimte
Aanbeveling
4.26
Tribune
Norm
>= 200 pers. w.v. ca. 100 -125 sporters, ca. 15 - 20 officials, ca. 15 - 20 teambegeleiders, >= 15 vrijwilligers, rest betreft toeschouwers
Ca. 20 officials, >= 20 vrijwilligers, voor deelnemers en toeschouwers (incl. teambegeleiders) t.b.v. specifieke competities/evenementen dient navraag te worden gedaan bij de KNZB
Maatwerk i.o.m. KNZB
Ja
Zitbanken diepte per zitrij >= 0,8 m zitrij niet langer dan het bad
i
Aantallen kunnen van regio tot regio en van wedstrijd tot wedstrijd erg uiteenlopen. Overleg met de lokale vereniging(en)
Deze functie kan eventueel gecombineerd worden met een multifunctionele ruimte of de horeca. De vereniging heeft een voorziening nodig om invulling te geven aan het sociale verenigingsleven, ook buiten de reguliere sportactiviteiten. Zoals bekend van bijvoorbeeld buitensportverenigingen is de beschikbaarheid van een ontmoetingsruimte van belang voor ledenbinding binnen een vereniging, wat op zijn beurt weer van belang is voor sterke verenigingen met een breed maatschappelijke verantwoordelijkheid. Deze behoefte kan ook betrekking hebben op momenten buiten de reguliere openingstijden. Door middel van goede afspraken inzake sleutelverhuur, dan wel een eigen ingang, kan dit beheersmatig worden ingepast. De aard en omvang van deze ruimte, alsmede de mogelijkheid van gedeeld gebruik met derden is onderwerp voor overleg met de lokale vereniging(en). De KNZB beschikt eventueel over voorbeelden van diverse oplossingen.
t.b.v. specifieke competities/evenementen dient navraag te worden gedaan bij de KNZB
>= 1.000 zitplaatsen, incl. deelnemers
Bij senioren topsportevenementen een tendens naar groeiende bezoekaantallen richting 1.000, incl. deelnemers. Synchroonzwemmen kent een grote belangstelling
Idem als D / C / B waarbij er voldoende ruimte dient te zijn voor massage-/ fysiotherapiebehandeling, bij voorkeur aansluitend aan maar af te scheiden van de kleedkamer
Toegang tot zwemzaal vanuit de kleedaccommodatie positioneren aan de kant van de zwemzaal met het ondiep(st)e water c.q. ter plaatse van de beweegbare bodem.
Aandacht is vereist voor optimalisatie van de klimaatcondities ter plaatse van de tribune, dit betreft immers geklede bezoekers.
4.27
Kleedaccommodatie
Norm
4.28
Berging
Aanbeveling
4.29
Voorstartruimte
Norm
4.30
Ruimte voor juryleden
Norm
Ca. 15 pers.
Ca. 25 pers.
Maatwerk i.o.m. KNZB
4.31
Ruimte wedstrijdadministratie
Norm
>= 3 werkplekken
>= 3 werkplekken
Maatwerk i.o.m. KNZB
4.32
Mogelijkheden voor VIP-ontvangst
Norm
Aanbevolen
Ja
Heeft ook relatie met sponsormogelijkheden
4.33
Elektronische scoreverwerking (jurypads)
Norm
Aanbevolen
Ja
Dit kan worden ingehuurd
4.34
Elektronisch scorebord
Norm
Aanbevolen
Ja
Dit kan worden ingehuurd
>= 4 groepskleedkamers à 20 pp.
Inventariseer op projectniveau de op te bergen materialen, niet alleen sportmaterialen, maar ook materialen voor leszwemmen, aquadoelgroepen en (bijv.) losse materialen voor recreatief zwemmen en bepaal op basis daarvan de behoefte aan bergruimte. >= 20 pers.
Ruimte hoeft niet permanent zo ingericht te zijn, maar als zodanig beschikbaar gemaakt te kunnen worden tijdens wedstrijden Ruimte hoeft niet permanent zo ingericht te zijn, maar als zodanig beschikbaar gemaakt te kunnen worden voorafgaand aan de wedstrijd
Vervolg schema op volgend blad
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Schema’s 4 7
4. SYNCHROONZWEMMEN No.
Onderdeel
Kwalificatie
Eis per accommodatie-type D
4.35
Geluid
Aanbeveling
C
Opmerking B
A
Optimaliseren akoestiek (o.a. nagalmtijd) en beperken geluidsniveau
Voor zwembaden geldt dat het door (noodzakelijke) toepassing van harde materialen niet eenvoudig is een goede akoestiek te bereiken in de zwemzaal. Met name nagalmtijd (over alle frequentiebanden) dient zoveel mogelijk te worden beperkt. Afhankelijk van het volume van de ruimte kan een langere nagalmtijd acceptabel zijn. Een gelijkmatige verdeling van de galm over de verschillende frequentiebanden is daarbij eveneens van belang. In de ontwerpfase dient de te verwachten nagalmtijd door middel van een 3-dimensionaal akoestisch rekenmodel te worden berekend. Let ook op de vormgeving van de afroomgoten, om geluidsoverlast van “vallend water” zoveel mogelijk te voorkomen. Zie ook bijlage “Akoestiek in de zwemzaal”
4.36
Ruimtetemperatuur
Aanbeveling
Stem luchttemperatuur en overige klimaatcondities af op het beoogde ruimtegebruik.
4.37
Klimaat zwemzalen en overgangszones
Aanbeveling
Denk aan goede klimaatbeheersing en -condities, rekening houdend met geklede bezoekers, bezoekers in badkleding, toeschouwers, overgangszones.
4.38
Geluidsinstallatie
Norm
4.39
Geluidsinstallatie onder water volgens veiligheidseisen
Norm
4.40
N.v.t.
4.41
ICT-faciliteiten
4.42
N.v.t.
4.43
N.v.t.
4.44
N.v.t.
4.45
N.v.t.
4.46
Overige faciliteiten
Norm
Aanbeveling
Afgestemd op ruimte en het gebruik
Overleg met inhoudsdeskundige adviseur in ontwerpfase is noodzakelijk.
Afgestemd op ruimte en het gebruik Houd rekening met installatie voor een speaker tijdens wedstrijden Ja
Draadloos internet aanbevolen
Voor A- accommodaties zie regelement van de FINA: FR.13 Dit kan een tijdelijke installatie zijn.
Draadloos internet vereist
Voorziening voor gelatine tbv haren Make-up ruimte
Van D naar A niveau verschuift dit van provisorisch aan de badrand tot volledig ingerichte kleedruimtes. Denk ook aan het opvangen van gelatine bij het uitwassen na afloop.
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Schema’s 4 8
5. ZWEMMEN EN HANDICAP No.
Onderdeel
Kwalificatie
Eis per accommodatie-type D
C
Opmerking B
A
NOOT: Zie voor eisen inzake zwemmen, schoonspringen, waterpolo en synchroonzwemmen bij de betreffende sport 5.1
Lengte bassin
5.2
N.v.t
5.3
Diepte bassin
5.4
Bassinbodem / -wanden
5.5
N.v.t
5.6
Breedte bassin
5.7
N.v.t
5.8
Vrije hoogte
Norm
5.9
Plafond
Aanbeveling
5.10
N.v.t
5.11
N.v.t
5.12
N.v.t
5.13
N.v.t
5.14
Perronbreedte - lange zijden
Norm
Matten worden geplaatst op het perron naast de buitenste banen, binnen een meter van elk uiteinde van het bassin. Elke mat moet minimaal 1 meter breed en 2 meter lang zijn.
5.15
Verplaatsbare wanden en keerschotten
Norm
Toegankelijk voor mensen met een beperking
5.16
Doelen
Aanbeveling
Waterbaskets vereisen geen permanente bevestigingsmogelijkheid, worden met een gewicht geplaatst
5.17
N.v.t
5.18
N.v.t
5.19
Markeringslijnen
Norm
5.20
Startblokken
Norm
Startblokken goed bereikbaar voor rolstoelers, geen niveau-verschillen in perron (of verrijdbare keerwand)
5.21
N.v.t
5.22
N.v.t
5.23
N.v.t
5.24
N.v.t
5.25
N.v.t
5.26
N.v.t
5.27
N.v.t
5.28
Berging
Aanbeveling
Houdt rekening met bergruimte voor Miva-voorzieningen/-hulpmiddelen
5.29
Voorstartruimte
Norm
Ruimte rolstoeltoegankelijk
5.30
Ruimte voor juryleden
Norm
Ruimte rolstoeltoegankelijk
5.31
Ruimte wedstrijdadministratie
Norm
Ruimte rolstoeltoegankelijk
5.32
N.v.t
5.33
N.v.t
5.34
N.v.t
5.35
Geluid
5.36
N.v.t
5.37
N.v.t
5.38
Geluidsinstallatie
5.39
N.v.t
5.40
N.v.t
5.41
N.v.t.
5.42
N.v.t.
5.43
N.v.t.
5.44
N.v.t.
5.45
N.v.t.
5.46
Overige faciliteiten
Norm Norm
Voor afmeting Waterbasketbalveld: zie reglement >= 1,80 m
Diepte-eis geldt voor waterbasketbal. Voor overige eisen: zie de desbetreffende sport.
i
Afwerkingslaag dient wit te zijn. Hiermee wordt het ‘doorzicht’ verbeterd en veiligheid bevorderd, bovendien geeft dit een betere ‘achtergrond’ voor camerabeelden. Aanbeveling
Breedte buiten buitenste baan bij voorkeur tenminste 0,5 m (i.p.v. 0,2 m), i.v.m. verlaten bad >= 4,5 m
Voor waterbasketbal 4,5 meter vrije hoogte boven het bassin
Oriëntatiemiddelen
Voor rugslagzwemmers is het wenselijk (net als rugslagkeerlijnen) voldoende contrasterende markeringen op het plafond te maken in de hartlijn van de zwembaan (bij voorkeur met dezelfde lengte en positie als de wedstrijdlijnen op de bodem, of TENMINSTE geen desoriënterende plafondmaterialen en / of indeling toe te passen.
Rugslag keerpuntlijnen Valse-startlijnen
Aanbeveling: Let op voldoende contrasterende kleur van vlaggen t.o.v. plafond t.b.v. zwemmers met visuele beperking. Ook voldoende oriëntatiepunten (zoals drijflijnen) helpen zwemmers met een visuele beperking
Zie ook bijlage “Akoestiek in de zwemzaal”.
Aanbeveling
Denk aan voorzieningen voor slechthorenden (bijv. ringleiding, lichtflitsen e.d.)
Aanbeveling
Denk hierbij aan visueel startsignaal (strobe light) voor auditieve beperking (in geval van electronische tijdwaarneming is hier meestal standaard in voorzien). In verband met gebruik door mensen met een beperking zijn overige voorzieningen mogelijk, bijvoorbeeld douchezittingen/-stoelen, een zwembad(til)lift, etc.
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Schema’s 4 9
6. LESZWEMMEN No.
Onderdeel
Kwalificatie
Opmerking D
6.1
Lengte bassin
6.2
N.v.t
6.3
C
B
A
Aanbeveling
Rekening houden met het gewenste aantal gelijktijdige lesgroepen
Voor de verschillende zwemdiploma´s die in Nederland worden uitgegeven gelden de volgende eisen: het diploma kan alleen worden behaald in zwembaden met een minimale wateroppervlakte van 160 m2, met een diepte van tenminste 80 cm. Binnen deze 160 m2 moet een gedeelte van tenminste 40 m2 minimaal 200 centimeter diep zijn.
Diepte bassin
Aanbeveling
0,70 – 0,80 m voor het A-diploma B- / C-diploma >= 1,40 m 1,50 m zwevend object Aanbeveling: beweegbare bodem
Voor de lagere niveau’s aan te passen naar karakter van de les (beweegbare bodem) Voorkeur voor watergewenning in ondiep water, omdat hierdoor verder in het lesprogramma en in niet gecontroleerde omgeving (d.w.z. buiten de zwemles) kinderen meer vertrouwd zijn met water. Fasering van m.n. de lagere niveaus verschilt nog wel eens. Voor de verschillende zwemdiploma´s die in Nederland worden uitgegeven gelden de volgende eisen: het diploma kan alleen worden behaald in zwembaden met een minimale wateroppervlakte van 160 m2, met een diepte van tenminste 80 cm. Binnen deze 160 m2 moet een gedeelte van tenminste 40 m2 minimaal 200 centimeter diep zijn.
6.4
Bassinbodem / -wanden
Aanbeveling
Ondiepe deel voldoende anti-slip
Afwerkingslaag dient wit te zijn. Hiermee wordt het ‘doorzicht’ verbeterd en veiligheid bevorderd, bovendien geeft dit een betere ‘achtergrond’ voor camerabeelden.
6.5
N.v.t
6.6
Breedte bassin
Aanbeveling
Rekening houden met het gewenste aantal gelijktijdige lesgroepen
6.7
N.v.t
6.8
N.v.t
6.9
Plafond
Aanbeveling
Oriëntatiemiddelen
Voor kinderen die op de rug zwemmen is het lastig hun “lijn” te houden.
6.10
N.v.t
6.11
N.v.t
6.12
Perronbreedte - startzijde
Aanbeveling
>= 2,5 m netto
6.13
Perronbreedte - overzijde
Aanbeveling
Idem als startzijde
Het betreft hier de minimale ‘vrije doorgang’, gemeten vanaf de bassinwand tot de voorzijde van een evt. vaste zitbank, constructie of gevel. Bepalend is de vrije doorgang, d.w.z. exclusief vaste verhogingen / opstortingen etc.. Een opstaande bassinwand wordt daarbij buiten beschouwing gelaten, mits deze niet breder is dan 40 cm.
6.14
Perronbreedte - lange zijden
Aanbeveling
Idem als startzijde
6.15
N.v.t
6.16
N.v.t
6.17
Aantal baanlijnen
Norm
6.18
Bevestiging baanlijnen
Aanbeveling
6.19
N.v.t
6.20
N.v.t
6.21
Watertemperatuur
Aanbeveling
Bezien in relatie tot lesmethodiek en lesduur
Hoe actiever kinderen zijn in de les en hoe korter deze is, hoe minder warm het water behoeft te zijn.
6.22
Daglicht
Norm
Voorkom rechtstreeks zonlicht op wateroppervlak
Hinderlijk voor zweminstructeurs.
6.23
N.v.t
6.24
Gelijktijdig aantal mensen in de zwemzaal (capaciteit)
Aanbeveling
6.25
Ontvangst-/wachtruimte
Aanbeveling
Ja
6.26
Tribune
Aanbeveling
Lokaal bepaald
6.27
Kleedaccommodatie
Aanbeveling
Tenminste 4 groepskleedkamers, bij wisseling van soort activiteiten, bijvoorbeeld van zwemlessen naar verenigingszwemmen. Als er meer bassins gelijktijdig worden gebruikt voor groepsgebonden-activiteiten, kan ook 4 groepskleedkamers te weinig zijn.
6.28
Berging
Aanbeveling
Inventariseer op projectniveau de op te bergen materialen, niet alleen sportmaterialen, maar ook materialen voor leszwemmen, aquadoelgroepen en (bijv.) losse materialen voor recreatief zwemmen en bepaal op basis daarvan de behoefte aan bergruimte.
6.29
N.v.t
6.30
N.v.t
6.31
N.v.t
6.32
N.v.t
6.33
Elektronische tijdwaarneming
Aanbeveling
60 sec. klokken Normale “kloktijd”
60 sec. klok wordt gebruikt om individuele oefeningen te “timen”
6.34
Elektronisch scorebord
Aanbeveling
Multifunctioneel scherm aanbevolen
Hierop kunnen mededelingen (en ook sponsors) worden getoond.
6.35
Geluid
Norm
6.36
Ruimtetemperatuur
Aanbeveling
Stem luchttemperatuur en overige klimaatcondities af op het beoogde ruimtegebruik.
6.37
Klimaat zwemzalen en overgangszones
Aanbeveling
Denk aan goede klimaatbeheersing en -condities, rekening houdend met geklede bezoekers, bezoekers in badkleding, toeschouwers, overgangszones.
6.38
Geluidsinstallatie
Aanbeveling
6.39
N.v.t.
6.40
N.v.t
6.41
ICT-faciliteiten
6.42
N.v.t.
6.43
N.v.t.
6.44
N.v.t.
6.45
N.v.t.
6.46
Overige faciliteiten
Norm
Aanbeveling
i
i
Voor de verschillende zwemdiploma´s die in Nederland worden uitgegeven gelden de volgende eisen: het diploma kan alleen worden behaald in zwembaden met een minimale wateroppervlakte van 160 m2, met een diepte van tenminste 80 cm. Binnen deze 160 m2 moet een gedeelte van tenminste 40 m2 minimaal 200 centimeter diep zijn.
Voldoende voor het markeren van lesgebied van individuele groepen en markeren van dieper baddeel
Belangrijk dat er in de breedte van het bad lijnen bevestigd kunnen worden om het bad in 4 of 6 vakken in te delen.
Veilige uitvoering ter voorkoming van verwondingen
>= 200 pers. w.v. ca. 40 kinderen, rest betreft ouders / begeleiders / toeschouwers
Drukste moment betreft het diplomazwemmen. Aantal per project te bepalen op basis van omvang zwemlessen. Vooral voor ouders Tribune kan dienen als zitplaats voor ouders / begeleiders tijdens reguliere zwemlessen en / of diplomazwemmen. Tijdens reguliere zwemlessen evt. voldoende afstand creëren tussen ouders en lesgroepen (evt. achter glazen wand). Het komt ook voor dat bij diplomazwemmen kinderen opeenvolgende stations in de zwemzaal “afwerken” waar steeds een andere vaardigheid getoond wordt en waar ouders mee lopen, in welk geval een tribune minder van belang is. Aandacht is vereist voor optimalisatie van de klimaatcondities ter plaatse van de tribune, dit betreft immers geklede bezoekers. Denk aan voldoende banklengte en kledinghaken. Het schakelen van kleedkamers d.m.v. tussendeuren kan de functionaliteit en de beheersbaarheid vergroten. Toegang tot zwemzaal vanuit de kleedaccommodatie positioneren aan de kant van de zwemzaal met het ondiep(st)e water c.q. ter plaatse van de beweegbare bodem.
Optimaliseren akoestiek (o.a. nagalmtijd) en beperken geluidsniveau
Afgestemd op ruimte en het gebruik
i
“Gaten / wakken” (min. 2 st.), flexibeams, matten, ballen, zinkbaar materiaal, pionnen, hoepels, plankjes
Voor zwembaden geldt dat het door (noodzakelijke) toepassing van harde materialen niet eenvoudig is een goede akoestiek te bereiken in de zwemzaal. Met name nagalmtijd (over alle frequentiebanden) dient zoveel mogelijk te worden beperkt. Afhankelijk van het volume van de ruimte kan een langere nagalmtijd acceptabel zijn. Een gelijkmatige verdeling van de galm over de verschillende frequentiebanden is daarbij eveneens van belang. In de ontwerpfase dient de te verwachten nagalmtijd door middel van een 3-dimensionaal akoestisch rekenmodel te worden berekend. Let ook op de vormgeving van de afroomgoten, om geluidsoverlast van “vallend water” zoveel mogelijk te voorkomen. Zie ook bijlage “Akoestiek in de zwemzaal”. Overleg met inhoudsdeskundige adviseur in ontwerpfase is noodzakelijk.
Afgestemd op ruimte en het gebruik Houdt rekening met installatie voor een speaker tijdens wedstrijden
i
Vooral gebruikt tijdens diplomazwemmen zodat voor ouders / begeleiders een toelichting kan worden gegeven.
Draadloos internet aanbevolen
Voorzieningen voor fixeren van “wakken/gaten”. Afstandsmarkeringen voor positie van “wakken/gaten”. Toiletten die voor kinderen te openen zijn en liefst zo dicht mogelijk bij / in zwemzaal. Ruimte voor napraten / overleg door zweminstructeurs/examinatoren onderling en met ouders. Mededelingenbord bij ingang voor huishoudelijke mededelingen. Ruimte voor diploma-uitreikingen
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Schema’s 5 0
1. Zwemmen illustraties bij schema
C
B
A
Punt 1.1 / 1.2 Aantikplaat Maatvoeringen: Let op: afmetingen te verifiëren bij leverancier. A: 10 mm B: 300 mm C: 600 mm
Inhoudsopgave
5 1 Deel II - Illustraties
Inhoud deel I
Inhoud deel II
1. Zwemmen illustraties bij schema
B
A
Punt 1.6 Schema maat hartlijn buitenste baan tot badrand Maatvoeringen: A: 1250 mm B: >=200 mm, voorkeur 500 mm
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Illustraties 5 2
1. Zwemmen illustraties bij schema
Punt 1.9 Plafondindeling - richting van de verlichtingsarmaturen/plafondindeling/etc
Inhoudsopgave
5 3 Deel II - Illustraties
Inhoud deel I
Inhoud deel II
1. Zwemmen illustraties bij schema
A
A
B
A
A
B
B
B
Punt 1.10 Doorsnede maatvoering sta-randen Maatvoeringen: A: 1200 mm B: 100 mm
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Illustraties 5 4
20m rugslag vlag
15m valse startlijn
5m rugslag vlag
1
2
3
4
5
6
7
8
1. Zwemmen illustraties bij schema
jury
Punt 1.12
Punt 1.13 Perron overzijde met ruimte voor bank en 2-richtingsverkeer
bank
Punt 1.14 Perron langszijde met ruimte voor bank en 2-richtingsverkeer
Inhoudsopgave
5 5 Deel II - Illustraties
vrije doorgang
Perron startzijde met posities jury, deelnemers etc.
Inhoud deel I
Inhoud deel II
1. Zwemmen illustraties bij schema
Punt 1.25 Positie tribune ten opzichte van bad (horizontaal en verticaal)
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Illustraties 5 6
N
2. Schoonspringen illustraties bij schema
F
F
G E
F
10m platform
10m platform B-10 C 7.5-5,3,1
A-A
C 10-7.5,5,3,1
C-10/3
7.5m platform
7.5m platform B-7.5
C-10/5
5m platform
C 5-1
5m platform B-5
3m springplank
3m B-3
3m platform
3m C-3
C 3-3PL, 1PL
1m sprinkplank
C 1-1
1m platform A
1m
B-1
1m
D
1550
N
Punt 2.1 / 2.3 / 2.6 Schets FINA van duikinstallatie
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
N
N
N
min. 1800
L
J
5 7 Deel II - Illustraties
H
M
K
H
min. 1800
L-1
2. Schoonspringen illustraties bij schema
BESTAANDE BOUW / SPRINGVOORZIENINGEN BRON: FINA Facilities Rules 2013-2017. Bewerking: KNZB
A
afstand bassinwand tot loodlijn
3 meter springplank
1 meter platform
3 meter platform
5 meter platform
7,5 meter platform
10 meter platform
lengte (mm)
4.800
4.800
5.000
5.000
6.000
6.000
6.000
breedte (mm)
500
500
600
1.000
1.500
1.250
3.000
hoogte (mm)
1.000
3.000
1.000
3.000
5.000
7.500
10.000
A1
A3
A1pl
A3pl
A5
A7,5
A10
1.500
1.500
750
1.250
1.250
1.250
1.500 AA10-5,3,1
code min. (mm)
AA
1 meter springplank
vanaf loodlijn tot loodlijn van het platform eronder
code
-
-
-
-
AA5-1
AA7,5-3,1
min. (mm)
-
-
-
-
750
750
750
B
vanaf loodlijn tot bassinwand (zijkant)
code
B1
B3
B1pl
B3pl
B5
B7,5
B10
min. (mm)
2.500
3.500
2.300
2.800
3.250
4.250
5.250
C
vanaf loodlijn tot naastliggende loodlijn
code
C1-1
C3-3,1
C1pl-1
C3pl-3,1pl
C5-3,1
C7,5-5,3,1
C10-7.5,5,3,1
min. (mm)
2.000
2.200
1.650
2.000
2.250
2.500
2.750
D
vanaf loodlijn naar bassinwand ervoor
D1
D3
D1pl
D3pl
D5
D7,5
D10
min. (mm)
9.000
10.250
8.000
9.500
10.250
11.000
13.500
vrije hoogte boven springplank c.q. platform
min. (mm)
afstand van loodlijn naar achter en opzij waar maat “E” van toepassing is
min. (mm)
afstand van loodlijn naar voren waar maat “E” van toepassing is
min. (mm)
E F G H
waterdiepte op de loodlijn
code code code code code min. (mm)
J K
afstand gemeten van loodlijn naar voren tot diepte “K” diepte op afstand J van loodlijn
code min. (mm) code min. (mm)
L M
afstand weerszijden van loodlijn tot diepte “M” diepte op afstand L van loodlijn
code min. (mm) code min. (mm)
N
LET OP:
max. helling om afmetingen te verkleinen vanaf de vereisten
E1
E3
E1pl
E3pl
E5
E7,5
E10
5.000
5.000
3.250
3.250
3.250
3.250
4.000
F1
F3
F1pl
F3pl
F5
F7,5
F10
2.500
2.500
2.750
2.750
2.750
2.750
2.750
G1
G3
G1pl
G3pl
G5
G7,5
G10
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
6.000
H1
H3
H1pl
H3pl
H5
H7,5
H10
3.400
3.700
3.200
3.500
3.700
4.100
4.500
J1
J3
J1pl
J3pl
J5
J7,5
J10
5.000
6.000
4.500
5.500
6.000
8.000
11.000
K1
K3
K1pl
K3pl
K5
K7,5
K10
3.300
3.600
3.100
3.400
3.600
4.000
4.250
L1
L3
L1pl
L3pl
L5
L7,5
L10
1.500
2.000
1.400
1.800
3.000
3.750
4.500
M1
M3
M1pl
M3pl
M5
M7,5
M10
3.300
3.600
3.100
3.400
3.600
4.000
4.250
baddiepte
30°
30°
30°
30°
30°
30°
30°
plafondhoogte
30°
30°
30°
30°
30°
30°
30°
De loodlijn staat verticaal vanaf het midden van de voorzijde van de springplank/het platform. De volgende afmetingen van voldoen indien het platform de omschreven breedte hebben: • B - vanaf loodlijn tot bassinwand (zijkant); • C - loodlijn tot naastgelegen loodlijn; • L - afstand weerszijden van loodlijn tot diepte “M”. Als de platformen breder worden, dan neem de waarden van B, C en L toe met de helft van de toegevoegde platformbreedte.
Noot: De KNZB hanteert voor nieuwbouw maten voor springvoorzieningen, die door de FINA (FR5.3.2.) alleen voor accommodaties met een “important status” worden voorgeschreven. We achten het van belang gebruikers (schoonspringers) te beschermen en omwille van de veiligheid de optimale situatie als uitgangspunt te nemen, bijgevolg is het begrip “accommodaties met een important status” ruim uitgelegd. In Nederland geldt bovendien in de praktijk dat een vereniging die competitief aan schoonspringen doet, eigenlijk altijd ook op NK(-voorronde) niveau acteert, wat eveneens aanleiding geeft te spreken van een “important status”. Het spreekt voor zich dat het voor wat betreft de KNZB primair te doen is om springvoorzieningen, die voor de sport worden gebruikt en niet voor springvoorzieningen die uitsluitend voor recreatieve doeleinden worden ingezet. Daarbij geldt uiteraard niet dat de KNZB er voorstander van is om voor recreatief gebruik voor het minimale te gaan. Immers, niet geoefende springers verdienen evenzeer bescherming. De KNZB neemt de rol van de Provincie overigens niet over waar het gaat om de veiligheid in zwembaden. Zie voor nadere informatie ook de FINA reglementen.
Punt 2.1 / 2.3 / 2.6 Maattabel FINA duikinstallatie
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Illustraties 5 8
2. Schoonspringen illustraties bij schema
NIEUWBOUW / NIEUWE SPRINGVOORZIENINGEN BRON: FINA Facilities Rules 2013 - 2017. Bewerking: KNZB
A
afstand bassinwand tot loodlijn
B
D E F G H
K
M
LET OP:
7,5 meter platform
10 meter platform
4.800
5.000
5.000
6.000
6.000
6.000
500
1.000 2.900
1.000 2.000
2.900
2.000
3.000
hoogte (mm)
1.000
3.000
1.000
3.000
5.000
7.500
10.000
A1
A3
A1pl
A3pl
A5
A7,5
A10
2.220
2.220
750
1.250
1.250
1.250
1.500
code
vanaf loodlijn tot loodlijn van het platform eronder
code
-
-
-
-
AA5-1
AA7,5-3,1
AA10-5,3,1
min. (mm)
-
-
-
-
1.250
1.250
1.250
vanaf loodlijn tot bassinwand (zijkant)
code
B1
B3
B1pl
B3pl
B5
B7,5
B10
2.500
3.500
3.500
3.600
4.500
4.750
5.750
code
C1-1
C3-3,1
C1pl-1
C3pl-3,1pl
C5-3,1
C7,5-5,3,1
C10-7.5,5,3,1
min. (mm)
2.000
2.600
2.150
2.350
2.850
2.750
3.000
D1
D3
D1pl
D3pl
D5
D7,5
D10
9.000
10.250
8.000
9.500
10.250
11.000
13.500
vanaf loodlijn tot naastliggende loodlijn vanaf loodlijn naar bassinwand ervoor
min. (mm)
vrije hoogte boven springplank c.q. platform
min. (mm)
afstand van loodlijn naar achter en opzij waar maat “E” van toepassing is
min. (mm)
afstand van loodlijn naar voren waar maat “E” van toepassing is
min. (mm)
waterdiepte op de loodlijn
code code code code code
afstand gemeten van loodlijn naar voren tot diepte “K” diepte op afstand J van loodlijn
code min. (mm) code
afstand weerszijden van loodlijn tot diepte “M” diepte op afstand L van loodlijn
code min. (mm) code min. (mm)
N
5 meter platform
500
min. (mm) L
3 meter platform
4.800
min. (mm) J
1 meter platform
lengte (mm)
min. (mm) C
3 meter springplank
min. breedte (mm) voorkeur (mm)
min. (mm) AA
1 meter springplank
max. helling om afmetingen te verkleinen vanaf de vereisten
E1
E3
E1pl
E3pl
E5
E7,5
E10
5.000
5.000
3.500
3.500
3.500
3.500
5.000
F1
F3
F1pl
F3pl
F5
F7,5
F10
2.500
2.500
2.750
2.750
2.750
2.750
2.750
G1
G3
G1pl
G3pl
G5
G7,5
G10
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
6.000
H1
H3
H1pl
H3pl
H5
H7,5
H10
3.500
3.800
3.300
3.600
3.800
4.500
5.000
J1
J3
J1pl
J3pl
J5
J7,5
J10
5.000
6.000
4.500
5.500
6.000
8.000
11.000
K1
K3
K1pl
K3pl
K5
K7,5
K10
3.400
3.700
3.200
3.500
3.700
4.400
4.750
L1
L3
L1pl
L3pl
L5
L7,5
L10
2.000
2.500
1.900
2.300
3.500
4.500
5.250
M1
M3
M1pl
M3pl
M5
M7,5
M10
3.400
3.700
3.200
3.500
3.700
4.400
4.750
baddiepte
30°
30°
30°
30°
30°
30°
30°
plafondhoogte
30°
30°
30°
30°
30°
30°
30°
De loodlijn staat verticaal vanaf het midden van de voorzijde van de springplank/het platform. De volgende afmetingen voldoen indien het platform de als minimum voorgeschreven breedte heeft: • B - vanaf loodlijn tot bassinwand (zijkant); • C - loodlijn tot naastgelegen loodlijn; • L - afstand weerszijden van loodlijn tot diepte “M”. Als de platformen breder worden, dan neem de waarden van B, C en L toe met de helft van de toegevoegde platformbreedte.
Noot: De KNZB hanteert voor nieuwbouw maten voor springvoorzieningen, die door de FINA (FR5.3.2.) alleen voor accommodaties met een “important status” worden voorgeschreven. We achten het van belang gebruikers (schoonspringers) te beschermen en omwille van de veiligheid de optimale situatie als uitgangspunt te nemen, bijgevolg is het begrip “accommodaties met een important status” ruim uitgelegd. In Nederland geldt bovendien in de praktijk dat een vereniging die competitief aan schoonspringen doet, eigenlijk altijd ook op NK(-voorronde) niveau acteert, wat eveneens aanleiding geeft te spreken van een “important status”. Het spreekt voor zich dat het voor wat betreft de KNZB primair te doen is om springvoorzieningen, die voor de sport worden gebruikt en niet voor springvoorzieningen die uitsluitend voor recreatieve doeleinden worden ingezet. Daarbij geldt uiteraard niet dat de KNZB er voorstander van is om voor recreatief gebruik voor het minimale te gaan. Immers, niet geoefende springers verdienen evenzeer bescherming. De KNZB neemt de rol van de Provincie overigens niet over waar het gaat om de veiligheid in zwembaden. Zie voor nadere informatie ook de FINA reglementen.
Punt 2.1 / 2.3 / 2.6 Maattabel FINA duikinstallatie
Inhoudsopgave
5 9 Deel II - Illustraties
Inhoud deel I
Inhoud deel II
2. Schoonspringen illustraties bij schema
7,5 3
1
1
wedstrijdleiding
jury (verhoogd)
3
5
1 10
3
A-accommodatie opstelling met wedstrijdvoorzieningen 7,5 3
+3
3
10 +5
5 1
3
1
B-accommodatie met NK springtoren
3
1
1
B-accommodatie zonder NK springtoren
5 3
3
1
C-accommodatie
3
3
1
D-accommodatie
Punt 2.14 Indicatie jury en plank/platform opstellingen schoonspringen
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Illustraties 6 0
3. Waterpolo illustraties bij schema ok
sc h
kl
ot
ot
kl
ok
h sc
re-entry gebied
re-entry gebied
B
C
kl ho t
k lo
jury
sc
tk
ho sc
ok
5m lijn
middenlijn
5m lijn
2m lijn
A
D
bal inworp
Maatvoeringen:
Punt 3.1 / 3.2 / 3.16 / 3.32
A
3,00 m
B
>= 1,66 m
C heren 30 m
Tekening met afmetingen/positie van drijvend waterpolo
C dames 25 m
veld (hoogste bondsklassen)
D
Inhoudsopgave
6 1 Deel II - Illustraties
2m lijn
spelersbank
Inhoud deel I
Inhoud deel II
20 m
spelersbank
3. Waterpolo illustraties bij schema
50m 25m
D C
25m
35m
F
H
Bassinmaat
Veldmaat
Heren Dames Maximaal niveau
50 x 25 m
A (breed)
20 m
20 m
B (lang)
30 m
25 m
C (breed)
20 m
20 m
D (lang)
25 m
25 m
E (breed)
15 m
15 m
F (lang)
25 m
25 m
(geen drijvende doelen)
G (breed)
20 m
20 m
Hoogste bondsklasse (H/D)
H (lang)
30 m
25 m
25 x 21 m
Punt 3.14
25 x 16 m
Schema met de verschillende doelen/velden in lengte en breedte bassin
G
25m
E
16m
21m
A
25m
B
35 x 25 m
Hoogste bondsklasse (H/D)
(geen drijvende doelen)
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Illustraties 6 2
4. Synchroonzwemmen illustraties bij schema
jury
B
evt. begrenzing van het veld
A
startplatform
D
C
wedstrijdleiding
Maatvoeringen:
Punt 4.1 / 4.14 / 4.15 / 4.20 Synchroonzwemmen
30 m
B:
20 m
C:
3m
D:
8m
waterdiepte:
Inhoudsopgave
6 3 Deel II - Illustraties
A:
Inhoud deel I
Inhoud deel II
3m
5. Zwemmen & handicap illustraties bij schema
C
A D B
matzone wedstrijdleiding
Maatvoeringen: A: 2,25 m B: 15 m C: 1 m D: 8 m
Punt 5.3
NB: In een 25 m bad passen 2 velden in de lengte.
Speelveld waterbasketbal
In een 50 m bad passen 4 velden.
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Illustraties 6 4
6. Leszwemmen illustraties bij schema entree zwemzaal aan ondiepe zijde bad
beweegbare bodem
entree zwemzaal aan ondiepe zijde bad
beweegbare bodem
Punt 6.1 / 6.3 Voorbeeld indeling bassin t.b.v. zwemles
Inhoudsopgave
6 5 Deel II - Illustraties
Inhoud deel I
Inhoud deel II
6. Leszwemmen illustraties bij schema
Punt 1.27 / 3.27 / 6.27 Voorbeeld opzet kleedkamer met interne koppeling
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Illustraties 6 6
6. Leszwemmen illustraties bij schema
verticaal duikscherm op 9m
verticaal duikscherm op 6m
verticaal duikscherm op 3m
beweegbare bodem
Punt 6.37 Voorbeeld positie van gaten en wakken bij zwemles situatie
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Illustraties 6 7
Akoestiek in de zwemzaal In termen van aan akoestiek gerelateerd comfort zijn
Om de akoestiek te verbeteren, kan gedurende de
twee zaken met name relevant: geluidsniveau en ‘galm’.
ontwerpfase worden gewerkt in drie stappen waarmee
Het realiseren van een goede of prettige akoestiek in
de benodigde voorzieningen kunnen worden bepaald of
zwembaden is niet eenvoudig. De eisen die in het kader
beoordeeld:
van hygiëne en ‘robuustheid’ worden gesteld aan
I. op basis van een gebouwontwerp maken van een
afwerkingen in een zwemzaal (wanden, vloeren en
‘traditionele’ handberekening, uit te voeren op basis
plafonds) verhouden zich in het algemeen slecht met wat
van norm NEN-EN 12354-6;
voor het bereiken van een goede akoestiek wenselijk is.
II. toetsen op en eventueel aanvullend toepassen van
Hygiëne en ‘robuustheid’ vereisen harde (tevens balvas-
diffuse wanden (wanden onder een hoek bijv.) en
te) en vlakke oppervlakken, die voor het realiseren van een prettige akoestiek in principe nadelig zijn.
absorberend materiaal; III. uitvoeren van een zogeheten (driedimensionale) ‘simulatieberekening’.
Vanwege deze problematiek is het - althans naar huidige inzichten - niet zinvol harde normen te verbinden aan
Naast voorgaande worden adviseurs en opdrachtgevers
de akoestische omstandigheden van een zwembad.
aangemoedigd om na oplevering van het zwembad
Ondanks dat dient er juist in een zwembad wel zoveel als
metingen te laten verrichten. De kosten voor een
mogelijk naar gestreefd te worden om de akoestische
dergelijke meting zijn gering, zeker gerelateerd aan de
omstandigheden gunstig te beïnvloeden. De bestaande
stichtingskosten van een zwembad. Daar staat tegenover
normen voor ‘droge’ binnensportaccommodaties
dat metingen bijdragen aan het verder opbouwen van
worden daarbij in het kader van dit Handboek als
kennis en inzichten over akoestiek in zwembaden.
referentie gehanteerd, dat betreft m.a.w. de norm
Overigens wordt voor deze metingen een enigszins
“ISA-US1-BF1: Nagalmtijd en achtergrondgeluidniveau”
pragmatische aanpak aanbevolen (in de norm voor het
met bijbehorende testmethode “ISA-N/A1.1: Testmethode
uitvoeren van metingen in ‘droge’ accommodaties
nagalmtijd en achtergrondgeluidniveau”. Deze norm
worden meetpunten voorschreven op het midden van de
onderscheidt op basis van omvang (lengte x breedte x
sportvloer. In een zwembad is het immers praktisch wat
hoogte) voor wat betreft de toegestane nagalmtijd,
minder eenvoudig om een meetpunt midden boven het
verschillende typen zalen. Hierin kan voor zwemzalen
bad te realiseren.
aansluiting gezocht worden met in de norm genoemde ruimten met een vergelijkbare oppervlakte / inhoud. De bijbehorende niveaus gelden voor wat betreft dit Handboek derhalve als ‘streefwaarden’ voor zwembaden. Waar het te nemen maatregelen in verband met nagalmtijd betreft, zullen deze in een zwembad met name gericht zijn op het voorkomen van parallelle wanden, waar mogelijk voorzien van ‘diffuse’ en of geluidabsorberende afwerking. In zwembaden is het toepassen van geluidabsorberende afwerking normaal gesproken pas vanaf een bepaalde hoogte toegestaan. Ten aanzien van het beperken van geluidsniveau, wordt hier tevens gewezen op het belang van ontwerp van overloopgoten, die het geluid van ‘vallend water’ beperken.
Inhoudsopgave
68
Deel II - Akoestiek in de zwemzaal
Inhoud deel I
Inhoud deel II
Informatiebronnen • Reglement KNZB, 2017 • Masterplan Accommodaties 2018 KNZB • Presentatie “Accommodatiezaken”, KNZB, Voorzittersdag 22 januari 2012 • Beleidsplan Passie voor water 2017, KNZB • Website www.knzb.nl • Website www.2521gewoonzwemmen.nl • Website www.mijnzwemcoach.nl • Website www.len.eu • Website www.fina.org • Website www.allesoverzwemles.nl • Website www.konAZ1870.nl • NEN 2631 “Investeringskosten van gebouwen”, 1e druk, maart 1979 • Zwemmonitor 2012 – Mulier Instituut • BREEAM-NL Keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten, Beoordelingsrichtlijn Nieuwbouw, 2014, versie 2 • Richtlijnen Toegankelijkheid Indoor Sportaccommodaties • Stichting onbeperkt sportief
Inhoudsopgave
6 9 Deel II - Informatiebronnen
Inhoud deel I
Inhoud deel II
Colofon Dit Handboek is opgesteld door de
Deze uitgave is tot stand gekomen met medewerking
Koninklijke Nederlandse Zwembond
van: Aart Snoek, Alice Schols, Andida Bouma, Annemieke
Contact:
Beute, Annerieke Wolf, Chris Korsten, Daan Kramer, Daria Scagliola, Dick Bastenhof, Dik Weijers, Eline de
Koninklijke Nederlandse Zwembond
Zwart, Ellen Julius, Ewout Berkhof, Frans van de Konij-
Coltbaan 1-19
nenburg, Gerard Pothoven, Harry Vedder, Henk Delwel,
3439 NG Nieuwegein
Hugo van den Berg, Jakko Koenis, Jeroen Vugts, Jeroen
Postbus 7217
Dellebeke, Jetske Bömer, Joep van Ommeren, Johann
3430 JE Nieuwegein
Koenis, Kees van Hardeveld, Lisette de Wit, Leon Janssen
T. 088-1348600
Lok, Marcel de Visser, Marco Coesel, Marco van den Brink, Mark Bennenbroek, Mark Faber, Mark Laponder, Martijn Keijsers, Marleen Stuart, Mathieu Daalder, Nancy Roza, Nico Borst, Paul van den Heuvel, Petra van den Hoek, Robin Reverda, Sander ten Broek, Thijs Spreen Brouwer, Titus Mennen.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Realisatie: Coers en Roest ontwerpers bno | drukkers BV, Arnhem
© 2018, Koninklijke Nederlandse Zwembond
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Colofon 7 0
Versiebeheer Versie
Status
Datum
Omschrijving
1.0
definitief
februari 2013
digitale uitgave
1.1
update
juli 2014
update t.b.v. digitale uitgave
1.2
update
september 2015
update t.b.v. digitale uitgave
1.3
update
april 2018
update t.b.v. digitale uitgave
Tekst: Koninklijke Nederlandse Zwembond Lay-out en drukwerk: Coers & Roest, ontwerpers bno | drukkers
Koninklijke Nederlandse Zwembond Coltbaan 1-19 3439 NG Nieuwegein Postbus 7217 3430 JE Nieuwegein T. 088-1348600
Inhoudsopgave Inhoud deel I
Inhoud deel II
Deel II - Hoofdstuk 1 7 1