CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Detailhandelsvisie Hoeksche Waard 20-7-2017 1.pdf - bijlage 2 Detailhandelsvisie Hoeksche Waard 2017

Besluitvormende raad 21 september 2021, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Actualisatie Detailhandelsvisie 202121.579 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Verkoop van met name dagelijkse artikelen vindt in beperkte mate plaats bij landwinkels (met name boerderijen). De verkoop van producten dient een beperkte omvang te hebben en moet aansluiten op de hoofdactiviteit, om eventuele ongewenste effecten op de reguliere winkelcentra te voorkomen. Aanvullende voorwaarde is dat dat de verkoop op verantwoorde wijze ruimtelijk dient te worden ingepast, zodanig dat er geen negatieve gevolgen ontstaan voor de omgeving. Boerderij- of landwinkels zijn toegestaan als er sprake is van rechtstreekse verkoop van op het bedrijf vervaardigde of geteelde producten dan wel gerelateerde producten. Via een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van de gebruiksregels, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:  er moet sprake zijn van een agrarisch bedrijf;  de detailhandel is ondergeschikt aan het bedrijf;  maximaal 100 m² wvo mag voor detailhandel worden gebruikt;  het eigen vervaardigde product moet in de winkel verkocht worden;  naast het eigen product is het ook toegestaan om Nederlandse streekproducten met het keurmerk ‘Erkend Streekproduct’ te verkopen;  er dient een bedrijfsplan te zijn waaruit blijkt hoe de winkelvoering plaats zal vinden, bijvoorbeeld met welk soort assortiment. Daar waar in het verleden andere rechten zijn toegekend, blijven die geldig.

Tijdelijke winkels De ambitie is de kansen van tijdelijke winkels te benutten, door initiatieven in met name het centrum van Oud-Beijerland te faciliteren.

Tijdelijke winkels zoals pop-up stores of seizoenswinkels en tijdelijke niet-winkelfuncties op het gebied van bijvoorbeeld horeca, dienstverlening of cultuur, kunnen een bijdrage leveren aan de aantrekkelijkheid, diversiteit en kwaliteit in een winkelgebied. Met name voor een recreatief winkelcentrum, zoals

Hoofdstuk 3

het centrum van Oud-Beijerland, kan dit een positieve bijdrage leveren. Tijdelijke winkels worden gestimuleerd in winkelgebieden. Er wordt gestreefd naar korte procedures en flexibiliteit in bestemmingsplannen. De tijdelijke verkoop van artikelen op locaties zonder detailhandelsbestemming is echter niet toegestaan omdat dit ongewenste concurrentie oplevert voor de reguliere winkels. Verkoop aan huis wordt daarom ook niet toegestaan. Ambulante handel De ambitie is de complementariteit tussen ambulante handel en gevestigde detailhandel te behouden, dan wel te versterken.

Ambulante handel (standplaatsen en de warenmarkt) wordt voor met name de kleine kernen als kans gezien om de leefbaarheid en consumentenverzorging op peil te houden. In de grotere kernen draagt ambulante handel bij aan de attractiviteit en beleving van een winkelcentrum. Bovendien kunnen winkels in de vorm van combinatiebezoek profiteren van ambulante handel. Anderzijds kan ambulante handel ook resulteren in extra concurrentie met fysieke winkels. Er moet daarom zorgvuldig worden omgegaan met het afgeven van vergunningen en daarom wordt ambulante handel uitsluitend toegestaan op daarvoor aangewezen (geconcentreerde) standplaatsvoorzieningen. Aanvragen voor nieuwe standplaatsen worden onder meer op hun consequenties voor de verzorgingsstructuur beoordeeld. Detailhandel op bedrijfslocaties, instellingen en sportvoorzieningen De ambitie is detailhandelsactiviteiten op bedrijfslocaties, instellingen en sportvoorzieningen in beperkte mate toe te staan, Dit sluit ook aan op het provinciaal detailhandelsbeleid.

Dit betreft winkels in onder meer ziekenhuizen, scholen, sportaccommodaties, verzorgingstehuizen, etc. Eventuele detailhandelsactiviteiten worden slechts in beperkte mate toegestaan, indien het ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit, het qua branchering en omvang aansluit op de hoofdactiviteit, het aansluit op de ‘eigen’ doelgroep en geen onaanvaardbare effecten heeft op de consumentenverzorging, de detailhandelsstructuur en de leegstand. Eventuele ongewenste effecten op de hoofdstructuur moeten immers beperkt worden. ‘Blurring’ De ambitie is de kansen met betrekking tot blurring te benutten, mits deze aansluiten bij zowel de kaders van de onderhavige detailhandelsvisie als de drank- en horecawetgeving.

Vanuit de markt neemt de vraag naar mengvormen tussen met name detailhandel en horeca steeds verder toe. Ook de consument verlangt naar meer beleving en verrassing in de vorm van mengvormen. Dit wordt ook wel blurring genoemd. Hoewel blurring functioneel gezien veel kansen biedt, stelt de drank- en horecawetgeving bepaalde juridische kaders. In principe wordt een initiatief dat betrekking heeft op blurring gestimuleerd, mits deze aansluit bij zowel de kaders van de onderhavige detailhandelsvisie als de drank- en horecawetgeving.

Hoofdstuk 3

Recreatiebedrijven De ambitie is om geen nieuwe detailhandel toe te staan op of nabij recreatiebedrijven.

In de Hoeksche Waard zijn enkele recreatiebedrijven aanwezig, met name in de vorm van campings. Vanwege de fijnmazige boodschappenstructuur hebben ook de bezoekers van recreatiebedrijven binnen aanvaardbare afstand toegang tot dagelijkse artikelen. Het is niet wenselijk dat (een verdere uitbreiding van) detailhandel op recreatiebedrijven plaatsvindt. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen (bijvoorbeeld voor een grootschalig recreatiepark) kan detailhandel op recreatiebedrijven worden toegestaan, in het kader van eventuele toeristische ambities en doelstellingen. Daar waar in het verleden andere rechten zijn toegekend, blijven die geldig. Detailhandel bij tankstations De ambitie is detailhandelsactiviteiten bij motorbrandstoffenverkooppunten toe te staan, onder de voorwaarden dat de omvang beperkt is en het assortiment gericht is op automobilisten.

Detailhandel op trafficlocaties, zoals een tankstation, kan bijdragen aan de kwaliteit en het gemak. Detailhandelsactiviteiten bij motorbrandstoffenverkooppunten worden toegestaan, onder de voorwaarden dat de omvang beperkt is (maximumomvang van 200 m² wvo) en het assortiment gericht is op automobilisten. Winkelopeningstijden De ambitie is de besluitvorming ten aanzien van de winkelopeningstijden (inclusief zondagsopenstelling) meer over te laten aan de markt (ondernemers en inwoners).

In Nederland zijn er inmiddels veel gemeenten waar de winkels langer open zijn, op enkele zondagen per jaar open zijn of waar elke zondag sprake is van een koopzondag. Hoe om te gaan met de zondagsopenstelling is aan gemeenten. Zondagsopening past binnen het nieuwe werken en de behoefte van veel consumenten. Ondernemers die in willen spelen op deze ontwikkeling zouden in principe niet moeten worden belemmerd in het ondernemerschap, mits passend binnen de gemeenschap (behoefte van de inwoners). Door het principe van marktwerking zullen ondernemers per winkelgebied weloverwogen keuzes maken om wel of niet te openen. Voorwaarde is dat het voor de consument duidelijk is wanneer winkels wel of niet open zijn. Nadrukkelijk is aan te raden dat winkelcentra als collectief besluiten wel of niet te openen. Bovendien kan onderscheid worden gemaakt tussen supermarktopening en overig winkelaanbod. De insteek is dit onderwerp zoveel mogelijk in samenspraak tussen de gemeente en de marktpartijen te regelen om op deze wijze zo goed mogelijk in te spelen op de behoefte van zowel de aanbieders als de consumenten.

Hoofdstuk 3

4.

UITVOERINGSASPECTEN 4.1 Inleiding De visie op de detailhandelsstructuur geeft de gewenste ontwikkeling van de winkelgebieden in de Hoeksche Waard in onderlinge samenhang weer. De detailhandelsvisie is een toetsingskader voor de overheid en de andere betrokken partijen, dat vanuit de uitgangssituatie, de ambities en de mogelijkheden, aangeeft welke initiatieven gewenst zijn en waar deze idealiter ruimtelijk het beste kunnen worden gefaciliteerd. Maar naast de ‘wat en waar’-vraag is de ‘hoe’-vraag minstens zo belangrijk. De in dit hoofdstuk beschreven uitvoeringsstrategie geeft het noodzakelijke vervolg aan om de voorliggende kansen te pakken. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen met daarin mogelijk in te zetten instrumenten. Een aantal instrumenten wordt in dit hoofdstuk nader uitgewerkt of als voorbeeld genoemd.

4.2 Het proces De nieuw opgerichte Detailhandelsraad Hoeksche Waard stelt op haar website dat de belanghebbende partijen moeten samen gaan werken aan een klimaat waarin de detailhandel een goede basis heeft en waarin de detailhandel ook bijdraagt aan de leefbaarheid van de Hoeksche Waard. Hiervoor is een breed gedragen aanpak nodig. Die aanpak kan deels gezamenlijk op regionaal niveau opgepakt worden, maar de uitvoering zal vooral ook op lokaal niveau een nadere uitwerking moeten krijgen. In dit hoofdstuk wordt daarom onderscheid gemaakt in acties en maatregelen op regionaal en lokaal niveau. De lokale uitwerking kan vervolgens weer nieuwe input leveren voor gezamenlijk op te pakken onderwerpen. Het proces is daarmee cyclisch. Voor de uitvoering is een brede instemming van de betrokken partijen over de ontwikkelingsrichting noodzakelijk. In dit verband is het van groot belang dat onderhavige visie formeel onderschreven wordt door zowel de gemeenten als de betrokken partijen, met name de ondernemers. Een eerste stap in het vervolgtraject is daarom de vaststelling van de visie door deze partijen: men conformeert zich aan de beschreven uitgangspunten, de aangegeven ontwikkelingsrichting voor de detailhandelsstructuur en de wijze waarop dit bereikt kan worden.

De tweede stap vormt het nader uitwerken en vooral daadwerkelijk oppakken van de uitvoering op zowel regionaal als lokaal niveau. De in de bijlage 1 opgenomen beschrijving van de ontwikkelingsrichting per winkelgebied geeft hier al aanzetten voor. Ten aanzien van de lokale aanpak zijn er grote verschillen tussen de diverse kernen: in Oud-Beijerland is er al sprake van centrummanagement en wordt gewerkt aan het opstellen van een plan van aanpak, in andere plaatsen zijn er recente centrumvisies of uitgewerkte centrumplannen en in sommige kernen is daar geen sprake van.

Hoofdstuk 4

Wij stellen de volgende procesmatige aanpak voor (voor zo ver van toepassing):  Toetsing lokale visies en beleid aan de regionale detailhandelsvisies.  Werkatelier met ondernemers, vastgoedpartijen en gemeente over de vertaling van de visie naar lokale acties en maatregelen. Wat wil je en wat kun je. Onderwerpen die hierbij aan de orde kunnen komen zijn: - de fysieke omgeving (inrichting openbare ruimte, beeldkwaliteit, staat bebouwing, bereikbaarheid en parkeren, etc.); - de functionele structuur (branchering, formules, aanvullende functies, trekkerbeeld, voetgangersrouting, identiteit, transformatiegebieden, compactheid centrum, etc.); - organisatorische aspecten (samenwerking, promotie, evenementen, digitalisering, etc.); - financiering organisatie en projecten.  Uitwerken actie- en maatregelenprogramma.  Terugkoppeling naar de Detailhandelsraad/SOHW om te bezien wat beter regionaal opgepakt kan worden en om te leren van de ervaringen van andere gemeenten.

4.3 Uitvoering op regionaal niveau 4.3.1 Regionale afstemming detailhandelsbeleid en -ontwikkelingen Vaststellen visie basis voor afstemming Met de vaststelling van de visie door vijf gemeenten vormt de regionale visie de basis en leidraad voor het detailhandelsbeleid van de afzonderlijke gemeenten. Daarmee is een belangrijke stap gezet in de onderlinge afstemming van het detailhandelsbeleid: de gemeenten gaan op dezelfde manier om met detailhandelsinitiatieven op bijvoorbeeld perifere locaties en vertalen dit uiteindelijk ook in hun bestemmingsplannen (zie hierna). Daarmee wordt voorkomen dat de gemeenten onderling ongewenst concurreren op het punt van detailhandelsontwikkelingen. Mocht er besloten worden tot een fusie tot één gemeente Hoeksche Waard, dan is er al voor een belangrijk deel overeenstemming over het door de nieuwe gemeente te voeren detailhandelsbeleid. Professionele overlegstructuren Een sterke publiek-private samenwerking is een voorwaarde voor het behoud van een duurzame detailhandelsstructuur en de uitvoering van acties en maatregelen die hiervoor nodig zijn. Tussen de ondernemersverenigingen en de gemeenten van de Hoeksche Waard is veelal al sprake van regulier overleg en samenwerking op verschillende terreinen.

Om de huidige kwaliteiten te behouden, de gesignaleerde knelpunten aan te pakken, de kansen te benutten en de bedreigingen het hoofd te bieden, is een voortzetting van de samenwerking tussen overheid en de stakeholders van groot belang. Op regionaal niveau kunnen hiervoor voorstellen gedaan worden naar de afzonderlijke gemeenten of kernen, waarbij de ervaringen in Oud-Beijerland op dit punt als voorbeeld kunnen dienen. In deze gemeente wordt bijvoorbeeld al gewerkt met een ondernemersfonds, waarmee een structurele financiële basis voor de financiering van een uitvoeringsprogramma verkregen is. De invoering hiervan vraagt een zorgvuldige en uitgebreide procedure, met onder meer een businessplan en een draagvlakmeting.

Hoofdstuk 4

Bij de regionale aanpak en bij het informeren en ondersteunen van de lokale stakeholders is, naast de samenwerkende gemeentelijke overheden, een belangrijke rol weggelegd voor de Detailhandelsraad. De raad kan zeker ook een grote bijdrage leveren aan het verder ‘professionaliseren’ van de retailondernemers door het organiseren van workshops, trainingen, informatiebijeenkomsten, etc. Het kan dan bijvoorbeeld gaan over digitalisering, veranderingen in de regelgeving, nieuwe technologische ontwikkelingen of nieuwe mogelijkheden voor ondernemers in de kleinste kernen. Twee voorbeelden: Technologie in de zaak Voor MKB’ers blijkt het nut van nieuwe technologische snufjes en big data niet altijd vanzelfsprekend. Big data, die de ondernemers veelal al beschikbaar hebben, kan echter door winkels gebruikt worden om inzicht te krijgen in: welke klanten in de winkel zijn, wanneer er piekdrukte is, wat de doelgroep van de zaak is en welke producten populair zijn. Op deze manier kan er continu op de behoefte van de klant worden ingespeeld. Daarnaast kan technologie worden ingezet door tablets in de paskamers waarop bijpassende producten of persoonsgebonden producten worden getoond. De leverancier kan bovendien door real-time informatie precies zien welke producten geleverd moeten worden.

Ook kan gebruik worden gemaakt van afrekenen via de mobiele telefoon, zodat er uiteindelijk minder kassapersoneel nodig is en er efficiënter gewerkt kan worden. De combinatiewinkel Door combinatie blijven consumenten in het dorp of in de wijk, dat is de gedachte van de drogisterijformule D.I.O. Daarom zet D.I.O. zich in voor de combinatiewinkel, waarbij twee of meer winkels voor dagelijkse boodschappen (supermarkt, drogisterij, boekhandel/gemakswinkel en huishoudelijke zaak) samen aangeboden worden. Het moet werken als een klantenbinder. Door het sluiten van winkels in kleine kernen blijven supermarkten als enige zaak nog open. Binnen een gering aantal kilometers is vaak een groter winkelaanbod aantrekkelijk. Door één of meerdere van bovenstaande winkelbranches in of naast de supermarkt aan te bieden blijven consumenten eerder lokaal boodschappen doen. Bij een zogenoemde combi-super is één ondernemer franchiser van een supermarkt en de D.I.O.-drogisterij. Op ongeveer 15 locaties heeft D.I.O al samenwerkingen met supermarkten, daarnaast beschikken zij ook over combinatiewinkels met zaken van kantoorartikelen en huishoudwinkels.

Monitoring en uitwisseling kennis De detailhandel en daarmee samenhangende (commerciële) functies zijn voortdurend onderhevig aan veranderingen. Om te beoordelen of het voorgestane detailhandelsbeleid heeft geleid tot de gewenste ontwikkelingen, is het gewenst dat de gemeenten gezamenlijk met enige regelmaat de vraag- en aanbodontwikkelingen in de regio monitoren. Hiervoor zullen de bij de detailhandelsontwikkelingen betrokken ambtenaren met enige regelmaat bij elkaar moeten komen. Bij die gelegenheid kan ook informatie uitgewisseld worden over nieuwe detailhandelsinitiatieven en de voortgang van de uitvoering van de aanpak op lokaal niveau. Bij dit overleg zou ook de Detailhandelsraad Hoeksche Waard een rol kunnen spelen. 4.3.2 Het versterken van de economische basis voor de detailhandel Het toekomstig functioneren van de detailhandel in de Hoeksche Waard wordt in sterke mate bepaald door de mate waarin men er in slaagt de consumenten aankopen in of via de winkel te laten doen. In z’n algemeenheid geldt voor de dagelijkse artikelensector dat de koopkrachtbinding in de gehele regio nu al op een hoog niveau ligt: daar valt weinig winst te behalen. In de niet-dagelijkse sector vloeit er

Hoofdstuk 4

wel veel koopkracht weg naar elders en er zou dus naar gestreefd moeten worden meer bestedingen door inwoners bij de eigen winkels te laten doen, of in ieder geval te voorkomen dat er meer koopkracht afvloeit naar webwinkels (pure players) of de omringende grotere winkelgebieden. Dit laatste is echter niet eenvoudig door de verwachte verdere toename van de bestedingen via e-commerce (ontwikkeling platforms), de toenemende concurrentie vanuit de grotere winkelgebieden in de omgeving en de houding van de hedendaagse consument (kritisch, zeer goed geïnformeerd, prijsbewust, breed georiënteerd en vooral mobiel). Ook het aantrekken van meer koopkracht van buiten is over het algemeen een lastige en relatief kostbare zaak. In dit licht kan vooral het verbreden van het lokaal aanwezige consumentendraagvlak een goede bijdrage leveren aan het toekomstperspectief voor de winkels in de Hoeksche Waard. Hiervoor zijn er twee speerpunten aan te wijzen, namelijk:  Inzetten op de regionale opvang woningbouw. Niet alleen kunnen hierdoor extra inwoners aangetrokken worden, ook kan het aandeel jonge gezinnen op peil gehouden worden. Juist deze groep besteedt relatief veel in de detailhandel. Daarnaast betekent nieuwbouw ook extra bestedingen bij de woon-gerelateerde branches tuin, doe-het-zelf en woninginrichting.

Meer inwoners betekent overigens ook een groter draagvlak voor andere voorzieningen dan winkels zoals cultuur, horeca, etc. Die andere voorzieningen kunnen weer bijdragen aan het verbeteren van het verblijfsklimaat in de grotere kernen, en dat heeft indirect weer een positief effect op het aanwezige winkelaanbod.  Inzetten op meer verblijfsrecreatieve voorzieningen zoals campings, bungalowparken en jachthavens. Per overnachting besteden verblijfsrecreanten gemiddeld ongeveer € 5,- aan dagelijkse artikelen en daarnaast relatief veel bij de horeca. De totale extra omzet hierdoor zal niet zo groot zijn, maar dit kan juist voor sommige dorpswinkels een extra plus op de omzet geven. Bij het stimuleren en realiseren van beide genoemde speerpunten spelen de gemeenten een belangrijke rol en de al ingezette onderlinge afstemming is daarbij van groot belang. 4.3.3 Plan van aanpak leegstand en werving De leegstand in de Hoeksche Waard ligt beneden het provinciaal en landelijk gemiddelde. Op lokaal niveau is de leegstand soms wel bovengemiddeld en de leegstand is de afgelopen jaren wel toegenomen. De aanpak van leegstand is een belangrijke opgave om de kwaliteit, de vastgoedwaarde, de leefbaarheid en de sociaal-economische waarden van de winkelgebieden in de hoofdstructuur op peil te houden, en vormt een belangrijk speerpunt van de door de Hoeksche Waard ondertekende retailagenda.

De mogelijkheden om de winkelleegstand te verminderen, liggen vooral op het vlak van transformatie, sanering en werving nieuwe ondernemingen. De overheid heeft allerlei instrumenten voorhanden waarmee de leegstand actief kan worden bestreden. Deze variëren van de strategische aankoop van leegstaand vastgoed tot het stimuleren van overleg. Maar ook de ondernemers en vastgoedeigenaren kunnen hier een rol bij spelen door actieve werving en informatie-uitwisseling. In navolgende paragraaf wordt nader ingegaan op diverse instrumenten. Er is niet één wondermiddel; de instrumenten dienen elkaar te versterken. Bovendien hoeft een

Hoofdstuk 4

kansrijk instrument voor een bepaald winkelcentra niet automatisch te betekenen dat het tevens succesvol ingezet kan worden voor een ander winkelcentrum. Er zal uiteindelijk lokaal maatwerk geleverd moeten worden. Op regionaal niveau kan wel een globaal plan van aanpak opgesteld worden dat vervolgens lokaal vertaald wordt. Voor het centrum van Oud-Beijerland wordt de aanpak van de leegstand al opgenomen als onderdeel van de centrumvisie. Het belangrijkste is dat de overheid en stakeholders in woord en daad uitstralen dat het bestrijden van leegstand, het accommoderen van kansen en de vitaliteit van de detailhandelsstructuur hoog op de politieke agenda staan. Dit schept duidelijkheid naar vastgoedeigenaren en potentiële investeerders. 4.3.4 Promotie en marketing De Hoeksche Waard grenst direct aan enkele grote bevolkingsconcentraties, en daarmee is er in de directe nabijheid een heel groot consumentenpotentieel aanwezig. Daar zou de detailhandel in de Hoeksche Waard meer van kunnen profiteren dan nu het geval is. De site Beleefhoekschewaard.nl geeft al een overzicht van dingen die in de Hoeksche Waard te doen en te zien zijn (Hoeksche Parels) maar er wordt niet of nauwelijks een relatie gelegd met de aanwezige winkelgebieden of winkels en hun specifieke kwaliteiten. Dit is overigens wel het geval op de site van de stichting Centrummanagement Oud-Beijerland (UitBeijerland.nl).

Een dergelijke site voor de hele Waard kan voor de detailhandel een goede manier zijn om zich zowel in de eigen regio als daarbuiten voor het voetlicht te brengen. Een eerste stap in het opstellen van een promotieplan is te weten wat je wilt vermarkten: bepaal de sterke kanten van het ‘product’ dat verkocht moet worden. Omdat de detailhandel in de Hoeksche Waard in totaliteit mogelijk te weinig uniciteit en onderscheidend vermogen bezit om zich autonoom als bezoekdoel te promoten, zou deze sector als onderdeel van het gehele product Hoeksche Waard neergezet kunnen worden. Detailhandel wordt dan gekoppeld aan de andere, bijzondere eigenschappen en elementen die de Waard te bieden heeft, zoals rust en ruimte, het landschap, maar ook streekproducten, specifiek horeca-aanbod, te bezoeken boerderijen of andere bedrijven, culturele of andere evenementen, etc. Overigens vormt de aanwezigheid van enkele bijzondere, vaak grootschalige winkels wel een bijzonder element in het winkel-DNA van de Hoeksche Waard. Deze winkels trekken individueel al relatief veel bezoekers van buiten de eigen regio. Door gezamenlijk op te trekken in de promotie, kunnen wellicht ook andere winkels en winkelgebieden hier (meer) van profiteren.

Een simpel voorbeeld om dit te bereiken is dat bij besteding van een bepaald bedrag, bij een van de grote winkels, een consumptie bij de horeca in het nabije dorp of een van de andere kernen aangeboden wordt. Daardoor komen ook andere winkels in beeld bij de bezoekers. Een tweede stap in het opstellen van een promotieplan is het bepalen van de doelgroepen waarop de promotie zich zal richten. Dit bepaalt ook sterk de in te zetten strategie en communicatiemiddelen. Vervolgens zullen doelstellingen per doelgroep geformuleerd moeten worden: wat wil je bereiken?

Hoofdstuk 4

Bijvoorbeeld meer naamsbekendheid, hogere bestedingen per bezoek, meer nieuwe bezoekers, meer herhalingsbezoek?. Dit moet dan weer vertaald worden in de boodschap die overgebracht moet worden. Anders gezegd: hoe kan ingespeeld worden op de specifieke wensen en behoeften van de verschillende doelgroepen. Op basis daarvan kan weer besloten worden welke verschillende communicatiemiddelen ingezet kunnen worden om de boodschap over te brengen. Enkele voorbeelden van nieuwere manieren van promotie zijn: Bloggershuis Door heel Europa, van Helsinki tot Toscane, worden initiatieven gestart voor het oprichten van bloggershuizen. Nationale en internationale bloggers, vloggers en Instagrammers die actief zijn op het gebied van reizen, cultuur en onderwerpen die aansluiten bij de marketingdoeleinden van de stad of streek worden uitgenodigd door de marketingorganisatie van desbetreffende stad om in deze huizen te verblijven. De kracht van het bloggershuis is dat het verhaal van de stad door een andere partij verteld wordt, waardoor de geloofwaardigheid van de boodschap vergroot wordt. Door de eigen keuzes die gemaakt worden bij het bezoeken van de stad of streek komt verrassende content naar boven en hierdoor is de inhoud die online komt niet te sturen vanuit de marketingorganisatie.

Daarnaast hebben de bloggers, vloggers en instagrammers vaak een groot bereik door de vele volgers die in één keer bereikt worden. Digitale routes (On)zichtbaar Zwolle, zo heet de wandelroute waarbij de wandelaar langs vijftien historische locaties in de binnenstad wordt geleid. Bij deze wandelroute is een gelijknamige app ontwikkeld, waarmee door middel van video’s een kijkje wordt gegeven onder de grond of achter de gevels van historische panden. Op deze manier moet de historie van Zwolle op een interactieve wijze onder groter publiek bekend worden. Dergelijke routes zouden ook voor de Hoeksche Waard ontwikkeld kunnen worden waarbij de diverse centra per fiets of auto aangedaan worden en uitleg gegeven wordt over bijzondere gebouwen en/of over bijzondere winkels en horecagelegenheden. Loyaliteitscampagnes Door meerdere winkelgebieden in Nederland zijn spaarprogramma’s ingezet. Consumenten die voor een x-bedrag aankopen doen in het winkelgebied krijgen hiervoor punten toegeschreven op de spaarpas. Deze punten kunnen zij vervolgens inleveren bij de aangesloten ondernemers (of hun parkeergeld mee betalen). Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen en Vodw blijkt dat spaaracties als deze, en andere loyaliteitsprogramma’s, zorgen voor een meer loyale klant. Met degelijke programma’s kan vooral de regionale koopkrachtbinding in de Hoeksche Waard op peil gehouden worden.

4.4 Uitvoering op lokaal niveau In het kader van de doelstellingen van het regionale detailhandelsbeleid zullen door de betrokken publieke en private partijen diverse acties en maatregelen uitgevoerd moeten worden. Hiervoor zal zoals gezegd per winkelgebied, daar waar dat nog niet gebeurd is of dat nog niet in ontwikkeling is,

Hoofdstuk 4

een actie- en maatregelenprogramma opgesteld moeten worden. Dit kan op verschillende manieren. Een voorbeeld is de door ‘De Nieuwe Winkelstraat’ opgestelde methodiek waarbij aan de hand van de in navolgende figuur aangegeven stappen tot een set van aanbevelingen voor concrete acties en maatregelen gekomen wordt. Stappenplan De Nieuwe Winkelstraat

Om op lokaal niveau verbeteringen in bijvoorbeeld de branchering of de omgevingskwaliteit ook daadwerkelijk door te kunnen voeren, is veelal de medewerking van vastgoedeigenaren nodig. Het is daarom van belang deze groep in een vroegtijdig stadium bij het opstellen van ene plan van aanpak te betrekken. Ook kan er naar gestreefd worden dat de vastgoedeigenaren zich organiseren, waardoor een centraal aanspreekpunt ontstaat. Mede om de bewoners te betrekken bij de lokale ontwikkelingen, kan het zinvol zijn om het actie- en maatregelenplan te verbreden tot een ‘dorpsplan’. Aan de basis daarvan kunnen dorps- of stadsgesprekken staan. Een voorbeeld van hoe dit georganiseerd kan worden: Stadsgesprekken Doetinchem Tijdens de herontwikkeling van het centrum van Doetinchem zijn bewoners (van de binnenstad en de omgeving) en ondernemers vanaf de start van het project nauw betrokken. Door de organisatie van stadsgesprekken kon men ideeën aandragen voor het nieuwe stadscentrum. Bij binnenkomst moesten de bezoekers uit 300 inspirerende beelden voor de binnenstad er twee uitkiezen. Op basis van deze beelden werd het gesprek aangeknoopt. Dit was één manier om de interactie op gang te helpen. Doordat er gekozen is voor een creatieve en interactieve manier deden de deelnemers graag mee en bleven ze nauw betrokken gedurende het gehele proces.

Uiteindelijk zijn de ideeën die uit deze stadsgesprekken zijn gekomen voorgelegd aan een stadspanel, dat een doorsnee van de bevolking vertegenwoordigt. Om de visie die is ontstaan op basis van de door het inwonerpanel uitgesproken keuzes daadwerkelijk uit te voeren, zijn 12 werkgroepen opgericht. In deze werkgroepen zijn ambtenaren, bewoners en ondernemers vertegenwoordigd die gezamenlijk een uitvoeringsagenda oprichten. De belangrijkste les om betrokkenheid te creëren onder je ondernemers en bewoners is een aantrekkelijke en creatieve setting te organiseren. Zorg voor duidelijke informatie en nog belangrijker voor een leuk programma met inspirerende gasten.

Hoofdstuk 4

4.5 Instrumenten 4.5.1 De gemeente Sturen op detailhandel: Europese Dienstenrichtlijn Op 12 december 2006 is de Europese Dienstenrichtlijn in werking getreden. Op basis van jurisprudentie omtrent de Europese Dienstenrichtlijn blijkt dat ruimtelijke ordening op basis van economische motieven (bescherming van bestaande ondernemers) niet meer mag. De overheid mag alleen nog sturen op detailhandel wanneer redenen van algemeen belang doorslaggevend zijn: consumentenbescherming, ruimtelijke ordening en milieu. Consumentenbescherming / consumentenverzorging en ruimtelijke ordening worden als centrale uitgangspunten gehanteerd in het detailhandelsbeleid. De derde reden, milieu, is meer technisch en komt in andere beleidsstukken aan de orde. Uitnodigingsplanologie De gemeente is verantwoordelijk voor het formuleren van ruimtelijk beleid op basis van het omgevingsrecht. Zij stelt het detailhandelsbeleid vast en vertaalt dat in bestemmingsplannen. Omdat we niet weten wat de toekomst brengt, hanteren gemeenten tegenwoordig veelal het principe van Uitnodigingsplanologie. De lijn daarbij is dat de gemeente niet op voorhand ruimte geeft in bestemmingsplannen maar initiatieven toetst en waar mogelijk faciliteert. De gemeente beoordeelt marktinitiatieven op basis van de aanwezige beleidskaders, waaronder de onderhavige detailhandelsvisie.

Dit betekent een positieve houding ten opzichte van gewenste ontwikkelingen en een terughoudende of afwijzende houding bij ongewenste ontwikkelingen. Sturen op zorgvuldig ruimtegebruik: Ladder voor Duurzame Verstedelijking Op 28 augustus 2012 is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op grond hiervan zijn gemeenten en provincies verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk besluit de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ op te nemen, wanneer een besluit een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Dit betekent dat voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, ook op het gebied van detailhandel, gemeenten de treden van de ladder moeten motiveren. Hoewel per nieuw initiatief de ladder doorlopen zal moeten worden, is er in onderhavige visie al rekening gehouden met de uitgangspunten van de ladder. Bij de motivering kan verwezen worden naar de opgenomen beleidsuitgangspunten. Per 1 juli 2017 is de aangepaste Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden. Aanpassing bestemmingsplannen De uitgangspunten die voortkomen uit de onderhavige visie moeten uiteindelijk doorvertaling vinden in bestemmingsplannen. Een uitgangspunt van de visie is dat de detailhandel voor een belangrijk deel geconcentreerd dient te worden in de tot de hoofdstructuur gerekende centra van de grotere kernen.

Uit de marktruimtebenadering komt naar voren dat er maar beperkt distributieve ruimte is voor uitbreiding van de winkelruimte. Terughoudendheid ten aanzien van het toestaan van nieuwe detailhandel buiten die centra is noodzakelijk om het huidig economisch functioneren van het bestaande aanbod te borgen en te zorgen voor een hogere belevingswaarde. Daarvoor kunnen de gemeenten actief beleid

Hoofdstuk 4

voeren om detailhandel op niet wenselijke plekken terug te dringen. Dit laatste kan immers de doelstelling om te komen tot compacte centra doorkruisen. Voor ongunstig in de structuur gelegen locaties (waaronder de randgebieden van de centrumgebieden) waar bestemmingsplanmatig (ook) nog (andere) detailhandel gevestigd kan worden, kan de mogelijkheid in bestemmingsplannen opgenomen worden om de bestemming detailhandel rechtstreeks of via een wijzigingsbevoegdheid van het college te wijzigen. Voorzienbaarheid creëren Een bestemmingswijziging kan voor eigenaren of exploitanten van vastgoed leiden tot grondwaardeof inkomstenvermindering, direct of indirect (planschade). De burger of een bedrijf heeft recht op schadevergoeding wanneer een overheid rechtmatige ingrepen doet in het algemeen belang. Bij het wegbestemmen van functies zoals detailhandel is het vaak lastig om planschadeclaims te voorkomen, maar een mogelijke grond om planschade te voorkomen, is het creëren van voorzienbaarheid. Van voorzienbaarheid is sprake als een redelijk denkend en handelend koper redelijkerwijs op het moment van de aankoop had kunnen weten dat er een voor het betreffende perceel c.q. pand een schadeveroorzakend (ruimtelijk) besluit genomen zou worden. Dus bijvoorbeeld een bestemmingsplan waarin bepaalde functies wegbestemd worden.

Om dit te creëren moet er beleid opgesteld en gepubliceerd zijn op dat specifieke onderdeel (bijvoorbeeld wegbestemmen van functies). Voorzienbaarheid kan op hoofdlijnen worden gecreëerd in de detailhandelsvisie, maar zal op gebiedsniveau verder moeten worden uitgewerkt (onder meer door het aanwijzen van winkelconcentratiegebieden). Het is mogelijk verdergaande beperkingen op te leggen in bestemmingsplannen, maar dat zal afgewogen moeten worden ten opzichte van het planschaderisico (en de eventuele kosten daarvan). Omgaan met bijzondere initiatieven Hoewel de bestaande structuur prioriteit heeft en grote uitbreidingen kritisch beoordeeld dienen te worden op de toegevoegde waarde, gaat de vernieuwing in de detailhandel in een hoog tempo door. Het is belangrijk deze vernieuwing een plek te geven. Dat betekent dat er waar mogelijk medewerking verleend dient te worden aan kwalitatieve impulsen, innovatieve concepten of vervanging van oud door nieuw. Er kunnen initiatieven zijn voor winkelvestiging (of uitbreidingen) op locaties buiten de hoofdstructuur, zoals vastgelegd in de detailhandelsvisie. Onder bepaalde en strikte voorwaarden kunnen dergelijke initiatieven worden toegestaan via een herziening van het bestemmingsplan.

Het initiatief dient dan te voldoen aan de volgende voorwaarden:  Bijzondere en onderscheidende formule of concept waarmee de Hoeksche Waard zich regionaal/nationaal kan profileren.  Geen betrekking op de branches dagelijkse artikelen (uitzondering voor vers- en of streekproducten).  Niet passend (ruimtelijk en/of functioneel) op één van de locaties zoals vastgelegd in de detailhandelsstructuur vanwege aspecten als omvang, bereikbaarheid en zichtbaarheid.

Hoofdstuk 4

Voor dergelijke initiatieven dienen de volgende toetsingscriteria te worden doorlopen: 5  Het nieuwe initiatief moet worden getoetst worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking .  Aangetoond dient te worden dat het initiatief een meerwaarde voor de consumentenverzorging heeft. Deze meerwaarde kan zich uiten in toename van keuzemogelijkheden voor de consument, bijvoorbeeld omdat de branche zwak vertegenwoordigd is. Ook kan er sprake zijn van een nieuwe formule die zich onderscheidt door kwaliteit, complementariteit, uniciteit, specialisatie en/of gerichtheid op één of meer doelgroepen.  Aangetoond dient te worden dat het initiatief geen blijvende negatieve effecten heeft op de bestaande detailhandelsstructuur en/of de in de visie aangegeven ontwikkeling daarvan. Hierbij zal moeten worden ingegaan op de effecten van het initiatief op de overige winkelgebieden met vergelijkbaar aanbod op brancheniveau, dat op basis van de verzorgingsfunctie gewenst is op de betreffende locatie.  Relatie met andere ruimtevragers (bedrijven, kantoren, wonen).  Regionale/nationale aantrekkingskracht.  De mate waarin het succes van het concept wordt bepaald door de specifieke locatie. Verder zal het initiatief worden getoetst op relevante ruimtelijke aspecten als:  Inpassing in de omgeving.  Bereikbaarheid.  Parkeermogelijkheden bezoekers en personeel.  Bevoorrading.

Handhaving Handhaving is van groot belang om het detailhandelsbeleid ook in de praktijk goed handen en voeten te kunnen geven. Vanuit met name de ondernemers wordt hier gewoonlijk ook nadrukkelijk om gevraagd. Voor een adequate handhaving vormen de in de onderhavige visie omschreven spelregels ten aanzien van onder meer de branchering het uitgangspunt. Toepassing regelgeving Door aan tafel te gaan met ondernemers in een winkelgebied kan achterhaald worden welke regelgeving voor ergernis zorgt of zelfs belemmerend is voor de ondernemers. Een voorbeeld hiervan is het beleid dat een gemeente voert over sluitingstijden. De gemeente kan hierop kiezen voor meer flexibiliteit en versoepeling in (een deel van) de regelgeving. Dit zorgt voor een grote verantwoordelijkheid voor de ondernemers, die met gezond verstand te werk moeten gaan. In veel gevallen bevordert het versoepelen van de regelgeving de sfeer doordat er minder confrontaties zijn, terwijl het niet voor extra overlast zorgt in de omgeving. Een element dat door de ondernemers naar voren is gebracht, is de snelheid waarmee vergunningen worden verleend. Dit duurt soms lang en daardoor kunnen potentiële nieuwe ondernemers afhaken.

5

Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen.

Hoofdstuk 4

Het instellen van ondernemersloketten (één aanspreekpunt binnen de gemeente) kan meehelpen bij het versnellen van de procedures. 4.5.2 Instrumenten in het kader van leegstandbestrijding en werving Leegstandsverordening Enkele gemeenten waaronder Amsterdam, Tilburg, Brunssum en Sittard-Geleen, hebben inmiddels een leegstandsverordening, zoals mogelijk gemaakt door de Wet kraken en leegstand uit 2010. Met een leegstandsverordening krijgen vastgoedeigenaren een meldingsplicht opgelegd voor kantooren/of winkelpanden die langer dan zes maanden leegstaan. Onder regie van de gemeente wordt er (verplicht) leegstandsoverleg gevoerd. Uiteindelijk kunnen gemeenten gebruikers voor het leegstaande pand voordragen, mits het pand langer dan een jaar leegstaat. Als een eigenaar het leegstaande pand binnen zes maanden niet aanmeldt bij de gemeente, dan kan de gemeente een boete opleggen. De leegstandsverordening wordt tot nog toe vooral toegepast in relatie tot kantorenleegstand, om zo zicht te krijgen op de stand van zaken en om in gesprek te kunnen komen met de eigenaren. Omdat de leegstand van winkels veel zichtbaarder is dan van kantoren, zal een leegstandverordening voor winkelgebieden waarschijnlijk vooral een rol kunnen spelen in het stimuleren van een constructief gesprek tussen de eigenaren van leegstaande panden en de gemeente.

Vanwege de dreiging van verplichte huurders en boetes kan een eigenaar bovendien gemotiveerd worden om (meer) energie te steken in het opnieuw verhuurd krijgen van zijn winkel. Boetes werken overigens veelal niet goed, maar de verordening heeft wel zin indien deze wordt gebruikt om inzicht te krijgen in de daadwerkelijke leegstand, het overleg met eigenaren te organiseren en eigenaren aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. Subsidieprogramma Diverse gemeenten in Nederland experimenteren (met steun van onder andere Europa en de provincie) met het inzetten van een subsidieprogramma om de kansrijke detailhandelslocaties te versterken. Met name in krimpgebieden lopen experimenten. Zo stimuleert de gemeente Delfzijl met een subsidieprogramma ondernemers buiten de hoofdstructuur om te verhuizen naar perspectiefrijke locaties. Actieve acquisitie Een efficiënt instrument bij het bestrijden van leegstand is het actief acquireren van nieuwe ondernemers. Hierbij is het vooral van belang geïnteresseerde partijen wegwijs te maken in de lokale kansen en mogelijkheden en ze daarmee over de streep te trekken.

Daarbij kunnen middelen worden ingezet als een leegstandsmakelaar/acquisiteur, een pandenbank voor leegstaand vastgoed, coaching van starters, het uitbrengen van een bidbook om nieuwe ondernemers te verleiden, spreekuur voor vastgoedeigenaren, het begeleiden van ondernemers bij het vergunningentraject, etc. Vastgoedpartijen informeren Met name voor startende ondernemingen zijn de huurniveaus in de beginjaren soms te hoog om zich in de centrumgebieden te vestigen. Door met vastgoedpartijen in gesprek te gaan over de mogelijkhe-

Hoofdstuk 4

den voor huurincentives, kan mogelijk voorkomen worden dat leegstand in centrumgebieden in stand blijft. Voorbeelden hiervan zijn:  ingroeihuren (huurkortingen voor starters);  omzet gerelateerde huren;  tijdelijke huurcontracten (maximaal twee jaar). Uiteindelijk is het ook in het belang van de vastgoedeigenaren dat de centrumgebieden levendig blijven. Stedelijke herverkaveling Het Rijk ziet de noodzaak voor een instrument voor stedelijke herverkaveling in. Er is een wettelijke regeling op handen, onder de noemer van stedelijke kavelruil. Het uitgangspunt van de omgevingswet met betrekking tot grondbeleid is om meer ruimte voor privaat initiatief creëren. Stedelijke herverkaveling dient de patstelling bij versnipperd eigendom te doorbreken door meerdere panden in een gebied onder te brengen in een vastgoedfonds zodat belanghebbenden het gebied opnieuw kunnen inrichten en de vastgoedwaarde stijgt. Dit biedt vooral kansen voor aanloopstraten/randgebieden waar reeds een bepaalde opgave aanwezig is, die zich bijvoorbeeld uit in een verplaatsingswens van één of meerdere ondernemers. Enkele voorbeelden uit de praktijk Tilburg: Actieve acquisitie & leegstandsbestrijding Om de binnenstad op de kaart te zetten heeft het ondernemersfonds van Tilburg in samenwerking met de Gemeente Tilburg en Citymarketing een Pandenbank en Bidbook van de binnenstad gelanceerd.

Het hoofddoel hiervan is om op actieve wijze naar buiten te treden met de binnenstad en op deze manier de leegstand te verkleinen. Het bidbook van de Tilburgse binnenstad geeft een inzicht in de verschillende gebieden die er in de binnenstad zijn en probeert deze aan elkaar te verbinden. Verschillende partijen, zoals vastgoedeigenaren, de gemeente, makelaars en citymarketing, kunnen het bidbook gebruiken om het centrum van Tilburg te verkopen. Op de pandenbank kunnen pandeigenaren en makelaars kosteloos beschikbare panden tonen. Op deze manier moet het eenvoudig inzichtelijk gemaakt worden welke panden aangeboden worden in de binnenstad. Het is voor ondernemers en andere partijen die zich in het centrum van Tilburg willen vestigen dan makkelijker om een bijpassend pand te vinden. ’s-Hertogenbosch: Creëren van tijdelijke kwaliteit In Den Bosch bestaat een onafhankelijke stichting, Volop Den Bosch, die zich inzet voor de vitaliteit van het winkelgebied. Voornaamste doel hierbij is het terugdringen van leegstand. Dit wordt gedaan door (tijdelijk) ruimte te bieden aan allerlei initiatieven. Een initiatief dat wordt aangedragen moet kunst/cultuur gericht zijn, een maatschappelijk initiatief zijn of het moet gaan om een startend creatief ondernemer.

Voorbeelden van gerealiseerde projecten zijn een breicafé, een huiskamer met diverse workshops, optredens en andere culturele activiteiten en kunsttentoonstellingen in etalages. Om deze initiatieven van de grond te krijgen wordt samengewerkt met pandeigenaren, makelaars en een leegstandsbeheerder. Per individueel geval wordt een passend contract gesloten. De stichting is ontstaan met impulsgelden en wordt nu financieel ondersteund door het ondernemersfonds en de gemeente.

Hoofdstuk 4

Leiden: gezamenlijke aankoop pand Om leegstand aan te pakken, hebben in de Leidse winkelstraat ‘Herenstraat’ enkele winkeliers uit de straat gezamenlijk een leegstaand pand opgekocht. In dit leegstaande pand heeft zich een kookstudio gevestigd, waar naast workshops ook plaats is voor een hapje en een drankje. De nieuwe huurder moet het kloppende hart van de winkelstraat worden. Leek: bedrijfsconcepten opstellen Op basis van een marktonderzoek en met behulp van deskundigen zijn bedrijfsconcepten opgesteld voor de panden die leegstaan in Leek. Voorbeelden van potentiële bedrijfsconcepten zijn: verkoop van streekproducten en een levensmiddelenzaak voor buitenlandse producten. Op basis van deze bedrijfsconcepten worden nieuwe ondernemers actief gezocht door de partners van stuurgroep: winkelen in Leek. In deze stuurgroep werken diverse partijen samen. Er moet op deze manier een match gemaakt worden tussen nieuwe ondernemers en pandeigenaren.

4.6 Acties en maatregelen samengevat In navolgend schema zijn de belangrijkste acties en maatregelen samengevat weergegeven; Gemeenten

Vaststellen Detailhandelsvisie

Toetsing lokale visies aan de gemeenschappelijke visie en eventueel aanpassen lokale visie

Waar nodig aanpassen bestemmingsplannen

Afstemmen nieuwe detailhandelsinitiatieven met bovenlokale impact (formeel, maar ook samen met ondernemers)

Inzetten op extra woningbouw en recreatieve voorzieningen

Ondernemers, vast-

Vaststellen overlegstructuur

goedeigenaren en

Verkennen te hanteren instrumentarium voor o.a. leegstandsbestrijding

gemeenten

Maken plan van aanpak voor promotie retail in de Hoeksche Waard

Opstarten werkateliers/inspiratieavonden per kern, eventueel uit te breiden tot dorpsgespreken

Bepalen centrumconcentratiegebieden (waar dit nog niet gebeurd is)

Maken afspraken over openingstijden (zowel regiobreed als lokaal)

Uitwerken actie- en maatregelen programma’s functionele en ruimtelijke verbeteringen, bepalen taakverdeling

Ondernemers

(Detailhandelsraad)

betering 

Hoofdstuk 4

Opstellen en uitvoeren plan voor informatieoverdracht naar ondernemers i.v.m. kwaliteitsver-

Actieve werving nieuwe retailvestigingen ter hand nemen

4.7 Tot slot De komende jaren meer klanten van buiten de Hoeksche Waard trekken is een van de doelen voor de komende jaren, maar de centrale opgave voor de detailhandel in de Hoeksche Waard is in eerste instantie het zorgen voor het blijven boeien en binden van de eigen consumenten. Want het internet zal blijven trekken aan die consumenten. Een vergroting van het consumentendraagvlak in het eigen verzorgingsgebied is daarbij een belangrijke steun in de rug, want hierdoor komen er nieuwe doelgroepen voor de detailhandel, zoals jonge gezinnen. Dat houdt in dat er de komende jaren voldoende nieuwe woningen gebouwd zullen moeten worden. Maar om zowel de huidige als de nieuwe koopkracht ook zoveel mogelijk bij de eigen winkels te terecht te laten komen, is het vooral nodig dat de Hoeksche Waardse consumenten een aantrekkelijk winkelaanbod (modern, servicegericht) én aantrekkelijke winkelgebieden geboden wordt (compleet, compact, comfortabel, passend bij de aard en omvang van de verschillende kernen en winkelgebieden). Om dit te bereiken zullen overheid, ondernemers en vastgoedeigenaren ieder apart aan de slag moeten, maar vooral ook samen moeten werken op basis van een gemeenschappelijke visie, zoals die in onderhavig rapport is weergegeven.

Hoofdstuk 4

Bijlagen

Bijlage 1: Toekomstperspectief en ontwikkelingsrichting winkelgebieden Hoeksche Waard nader uitgewerkt

Inleiding Het profiel van de winkelcentra is gebaseerd op de drie centrale bezoekmotieven: boodschappen doen, recreatief winkelen en doelgerichte aankopen (zie navolgende figuur). Het icoon geeft visueel aan wat het profiel is. Hoe groter het icoon, hoe belangrijker het bezoekmotief. Het toekomstperspectief is op basis van een stoplichtmodel aangegeven. Daarbij onderscheiden we drie perspectieven: weerbaar, onzeker en kwetsbaar (zie figuur 3.2. in par. 3.3.3 en bijbehorende toelichting). Figuur B1.1: Winkelgebiedsprofielen

Boodschappen: Het gaat hierbij om de aankopen van de consument voor het primaire levensonderhoud. Deze aankopen worden met een hoge frequentie gedaan en veelal in de nabijheid van de woonomgeving. Recreatief: Kijken en vergelijken staan centraal. De consument wil veel keuzemogelijkheden hebben en worden geprikkeld om (impuls)aankopen te doen. Deze aankopen worden met een wisselende frequentie gedaan en de consument is bereid een grotere afstand af te leggen. Doelgericht: Het betreft duurzame en/of vervangingsaankopen die met een lage frequentie en veelal doelgericht worden gedaan. De consument is bereid om een grote afstand af te leggen.

Bijlagen

Ontwikkelingsrichting winkelcentra Het perspectief vertalen we vervolgens naar de toekomstige ontwikkelingsrichting van winkelconcentraties binnen de gewenste detailhandelsstructuur. We onderscheiden hierbij drie toekomstige ontwikkelingsrichtingen, te weten:  Versterking: streven naar een stevigere positie binnen de toekomstige structuur, zowel qua voorzieningenaanbod als in de randvoorwaardelijke sfeer (uitstraling, openbare ruimte, parkeren, bereikbaarheid et cetera). Versterking betekent nadrukkelijk niet per definitie een uitbreiding van het aantal winkels/winkelmeters. Van geval tot geval wordt het type versterking geduid.  Stabilisatie: voortzetten van de huidige positie in de structuur. Kleinschalige uitbreidingen zijn niet uitgesloten maar dienen in het licht te worden geplaatst van de concurrentiepositie. Zorgvuldige toetsing is hierbij noodzakelijk.  Anders: er zijn verschillende mogelijkheden zoals functieverandering, verplaatsing van functies, herprofilering, et cetera. De ontwikkelingsrichtingen worden navolgend per winkelconcentratie geaccentueerd. Hierbij is een indeling aangehouden zoals in navolgende figuur is weergegeven. Nadrukkelijk vermelden we dat de rol van de overheid beperkt is en dat vooral de markt hierbij aan zet is. Uiteraard dient te overheid zo veel mogelijk te faciliteren. Figuur B1.2: Regionale indeling winkelgebieden Hoeksche Waard

.

Bijlagen

Ontwikkelingsrichting winkelcentra Centraal Winkelcentrum

Profiel en perspectief

Spanningsveld

Ontwikkeling

Aldi (Zoomwijck), Lidl, Jumbo

Versterking, verbindingen en

(Koninginneplein), Beijerse hof

kwaliteit deelgebieden

Woonboulevard de Bos-

Rotterdam, Dordrecht en Barend-

Stabilisatie

schen

recht

Aldi

Centrum Oud-Beijerland

Centrum Oud-Beijerland

Versterking, herontwikkeling modernisering en uitbreiding

Lidl

Centrum Oud-Beijerland en

Versterking, uitbreiding op

Koninginneplein

nieuwe plek

Beijerse Hof

Centrum Oud-Beijerland

Versterking, modernisering

Jumbo Oud-Beijerland

Centrum Oud-Beijerland, Lidl,

Stabilisatie

Aldi en Agrimarkt

Agrimarkt

Centrum Oud-Beijerland, Lidl,

Oud-Beijerland

Aldi en Jumbo

Stabilisatie

Centrum Oud-Beijerland De ambitie is het versterken van de regionale verzorgingsfunctie. Primair wordt ingezet op het versterken van het centrum van Oud-Beijerland als dé top locatie in de Hoeksche Waard waar recreatief winkelen centraal staat.

Doelstellingen:  Versterking ruimtelijk-functionele structuur: de ruimtelijk-functionele structuur van het centrum van Oud-Beijerland is enigszins diffuus. De verbinding tussen het kernwinkelgebied en de bronpunten (met name Vierwiekenplein en Ankerplein) moet worden versterkt. Dit kan door de routing te verbeteren en de entrees aantrekkelijker te maken. Ook moet worden ingezet op de verplaatsing van een reeds solitair gelegen supermarkt in Oud-Beijerland naar het oostelijk deel van het centrum, om hier een trekker te behouden en het supermarktaanbod in het centrum te versterken. Door het vertrek van Voorwinden is een belangrijke trekker aan de oostzijde van het winkelgebied verdwenen. Een verplaatsing van de Lidl-supermarkt ligt het meest voor de hand. Lidl moet bij

Bijlagen

verplaatsing naar het centrum de ruimte krijgen om te moderniseren, mits passend bij de verzorgingsfunctie en het draagvlak. Inzetten op compactheid: met name aan de rand van het centrum en in en rondom de Veilingpassage is de leegstand groot. Er moet worden ingezet op concentratie van het winkelaanbod gericht op het winkelrondje Oost-Voorstraat, Ooststraat, Veilingpassage. Winkels aan de randen buiten het kernwinkelgebied moeten verleid worden te verplaatsen naar leegstaande panden op meer centrale plekken. Leegstaande winkelpanden buiten het kernwinkelgebied moeten getransformeerd worden. Behoud of versterking aanbod (bijzondere) trekkers/parels: de aanwezigheid van trekkers en unieke parels is essentieel om de huidige verzorgingsfunctie en uniciteit op peil te houden. Er moet minimaal één supermarkt aanwezig zijn, maar een tweede (complementaire) supermarkt zou de aantrekkingskracht van het centrum verhogen. Daarnaast zijn andere trekkers in de nietdagelijkse sector, zoals Hema, Nuance, Bazz en Gentlemen essentieel en bepalen voor een groot deel het bijzondere aanbod. Het behoud van dergelijke trekkers en parels staat voorop. Daarnaast moet in de centrumvisie een acquisitiestrategie worden uitgewerkt, om nieuwe unieke zaken aan te trekken.

Versterken ruimtelijk-functionele kwaliteit (evenementen & havengebied): Evenementen: de fysieke opzet van het centrum maakt het mogelijk dat evenementen gehouden kunnen worden, zoals de weekmarkt, de kermis, Spuidagen, Kerstmarkt, Jaarmarkt en nieuwe ini6 tiatieven . Evenementen voegen beleving toe en verhogen de attractiviteit van het centrum. Het behoud van de weekmarkt en het verder uitbreiden van andere evenementen in het centrum is gewenst. Havengebied: het havengebied is onderdeel van het centrum maar zou meer kunnen bijdragen aan het onderscheidend vermogen van het centrum, wanneer het havengebied in ruimtelijkfunctionele zin beter zou aansluiten. De ruimtelijke verbinding met de rest van het centrum dient daardoor te worden geoptimaliseerd. Functioneel dient steviger ingezet te worden op horeca en wonen. Versterking van de jachthavenfunctie draagt eveneens bij aan verlevendiging van het gebied. Versterken culturele en vermaak functies: voor het behoud en aantrekken van bepaalde doelgroepen (zoals bijvoorbeeld jonge gezinnen) is versterking van culturele functies (zoals theater), vermaak (bioscoop, dansscholen) gewenst. Opstellen centrumvisie: Oud-Beijerland centrum is het belangrijke winkelcentrum van de Hoeksche Waard. De bovengenoemde doelstellingen worden nader uitgewerkt in een centrumvisie.

Woonboulevard De Bosschen De ambitie is het behoud van de regionale verzorgingsfunctie van De Bosschen. Er wordt niet ingezet op een uitbreiding van het winkelgebied, omdat het toekomstperspectief matig is en de distributieve ruimte beperkt is. Eventuele ontwikkelingen op De Bosschen worden beoordeeld op de kwaliteit.

6

In september 2017 worden waarschijnlijk Proef Oud Beijerland en een foodtruckfestival gehouden.

Bijlagen

Doelstellingen:  Opwaarderen uitstraling: momenteel heeft met name het vastgoed een verouderde uitstraling. Door het vastgoed te moderniseren wordt het couranter en is het voor ondernemers aantrekkelijker zich te vestigen. Daarnaast zorgt het ervoor dat het winkelgebied als geheel aantrekkelijker wordt voor de consument. Met name de vastgoedeigenaren van het winkelgebied kunnen hier op inspelen.  Aanpakken leegstand: er staan enkele grootschalige winkelpanden leeg, wat het functioneren en de aantrekkelijkheid niet ten goede komt. Er moet actief worden ingezet om de leegstand op De Bosschen te beperken. Ook hier ligt met name een kans voor de vastgoedeigenaren. Aldi De ambitie is het opschalen van de Aldi naar een moderne maatvoering van ca. 1.030 m² wvo, zodat de huidige verzorgingsfunctie behouden kan blijven. Dit moet echter binnen een ontwikkeling van het gehele vastgoedcomplex plaatsvinden en bovendien mogen er aantoonbaar geen onaanvaardbare effecten op de consumentenverzorging, de detailhandelsstructuur en de leegstand ontstaan.

Doelstellingen:  Opschalen naar moderne maat: Aldi krijgt de ruimte om de huidige winkel op te schalen naar een moderne maatvoering die aansluit op de beoogde verzorgingsfunctie: ca. 1.030 m² wvo. Voorwaarde is dat er aantoonbaar geen onaanvaardbare effecten op de consumentenverzorging, de detailhandelsstructuur en de leegstand mogen ontstaan.  Modernisering vastgoed: de ontwikkeling van Aldi moet in relatie staan met de ontwikkeling c.q. modernisering van het gehele vastgoedcomplex. De ontwikkeling van zorgcomplex Open Waard kan hier een positieve bijdrage aan leveren. Nadrukkelijk wordt niet ingezet op het behoud van het gehele vastgoedcomplex als buurtwinkelcentrum.  Afbouwen overige winkelfuncties: het handhaven van het voormalige winkelcentrum Zoomwijck als onderdeel van de detailhandelsstructuur is niet wenselijk. Alleen Aldi heeft nog een rol in de beoogde structuur. De overige units moeten (op termijn) idealiter getransformeerd worden naar niet-winkelfuncties, waarbij de ontwikkeling van zorgcomplex Open Waard hieraan kan bijdragen.  Kansen Aldi: Een mogelijk alternatief is een verplaatsing en modernisering van Aldi naar buurtwinkelcentrum Beijerse Hof (met onder andere Albert Heijn). De verplaatsing zal dit winkelcentrum aanzienlijk versterken: er wordt concentratie van voorzieningen bereikt wat zal zorgen voor combinatiebezoek.

Bovendien ontstaat er voor de consument één modern winkelcentrum met een complementair supermarktaanbod, wat zorgt voor gemak, ruime keuzemogelijkheden en comfort. Uiteraard dienen de effecten van een dergelijke ontwikkeling zorgvuldig afgewogen te worden ten aanzien van de consumentenverzorging, de detailhandelsstructuur en de leegstand. Lidl De ambitie is het verplaatsen van Lidl naar het centrum van Oud-Beijerland. Als dit geen optie is, dan moet gezocht worden naar een mogelijkheid om Lidl meer toekomstbestendig te maken via verplaatsing elders of uitbreiding op de bestaande locatie. Een uitbreiding of verplaatsing van Lidl mag aantoonbaar geen onaanvaardbare effecten hebben op de consumentenverzorging, de detailhandelsstructuur en de leegstand.

Bijlagen

Doelstellingen:  Verplaatsing Lidl naar centrum Oud-Beijerland: primair moet worden ingezet op een verplaatsing van Lidl naar het centrum van Oud-Beijerland waar de winkel ruimte moet krijgen uit te breiden naar een moderne maatvoering die past bij de verzorgingsfunctie. Bovendien kunnen zo de knelpunten op de huidige locatie worden opgelost, zoals het beperkte parkeren en de slechte bereikbaarheid. Voorwaarden zijn dat er aantoonbaar geen onaanvaardbare effecten mogen ontstaan op de consumentenverzorging, de detailhandelsstructuur en de leegstand en dat de detailhandelsbestemming op de achterblijvende locatie verwijderd moet worden. Idealiter wordt de achterblijvende locatie getransformeerd naar woningen. Bij voorkeur wordt de Lidl-supermarkt verplaatst naar de oostzijde van het centrum (in/nabij het voormalige Voorwinden-pand of in/nabij de Veilingpassage), om ook aan deze kant van het centrum voldoende trekkracht te behouden (haltermodel, met twee supermarkten als belangrijkste trekkers).  Toekomstbestendigheid Lidl: Lidl vervult een rol binnen de huidige boodschappenstructuur van Oud-Beijerland en draagt bij aan ruime keuzemogelijkheden voor de consument. Indien een verplaatsing van Lidl naar het centrum van Oud-Beijerland vanwege ruimtelijk-functionele overwegingen niet mogelijk is, kan gezocht worden naar alternatieven om de supermarkt toekomstbestendig te maken.

Bij voorkeur verplaatsing naar een winkellocatie binnen de detailhandelsstructuur, zoals bijvoorbeeld Beijerse Hof. Beijerse Hof De ambitie is het behoud van de buurtverzorgende functie van het winkelgebied, met de aanwezigheid van minimaal één supermarkt naar moderne maatstaven.

Doelstellingen:  Behoud supermarkt: de aanwezigheid van één supermarkt naar moderne maatstaven is essentieel voor het functioneren van het winkelcentrum. Albert Heijn kan deze functie in de huidige situatie prima vervullen.  Behoud overige speciaalzaken: het overig winkelaanbod in met name de dagelijkse sector draagt bij aan een toekomstbestendig buurtcentrum. Dit dient behouden te blijven.  Opwaardering uitstraling: het winkelcentrum heeft momenteel een verouderde uitstraling. Een kwalitatieve opwaardering van de uitstraling van het vastgoed is gewenst om de attractiviteit te versterken.  Kans verplaatsing Aldi: Aldi in het nabijgelegen Zoomwijck heeft momenteel een beperkte omvang. Een verplaatsing en modernisering van Aldi naar Beijerse Hof zal het winkelgebied aanzienlijk versterken; er wordt concentratie van voorzieningen bereikt wat zal zorgen voor combinatiebezoek. Bovendien ontstaat er voor de consument één modern winkelcentrum met een complementair supermarktaanbod, wat zorgt voor gemak, ruime keuzemogelijkheden en comfort. Uiteraard dienen de effecten van een dergelijke ontwikkeling zorgvuldig afgewogen te worden ten aanzien van de consumentenverzorging, de detailhandelsstructuur en de leegstand.  Kans verplaatsing Lidl: Lidl ten westen van het centrum heeft eveneens een beperkte omvang en parkeren en bereikbaarheid zijn daarnaast niet optimaal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10443854/1