Detailhandelsvisie Hoeksche Waard 20-7-2017 1.pdf - bijlage 2 Detailhandelsvisie Hoeksche Waard 2017
Tekst van het document
Detailhandelsvisie Hoeksche Waard
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
pagina
DE BOODSCHAP VAN DE VISIE
3
1. INLEIDING 1.1 Achtergrond, vraagstelling en proces
5 5
2. VAN FOTO NAAR VISIE 2.1 Van foto naar visie 2.2 Kwaliteiten, knelpunten, kansen en bedreigingen
7 7 9
3. VISIE OP DE DETAILHANDELSSTRUCTUUR 3.1 Inleiding 3.2 Uitgangspunten en doelen 3.3 Visie op de winkelgebieden 3.3.1 De structuur van winkelgebieden 3.3.2 Streefbeeld types winkelgebieden 3.3.3 Perspectief winkelgebieden (mate van weerbaarheid) 3.4 Visie op supermarktontwikkelingen 3.5 Visie op detailhandel op perifere locaties 3.6 Visie op overige vormen en aspecten van detailhandel
12 12 12 15 15 17 19 20 22 25
4. UITVOERINGSASPECTEN 4.1 Inleiding 4.2 Het proces 4.3 Uitvoering op regionaal niveau 4.3.1 Regionale afstemming detailhandelsbeleid en -ontwikkelingen 4.3.2 Het versterken van de economische basis voor de detailhandel 4.3.3 Plan van aanpak leegstand en werving 4.3.4 Promotie en marketing 4.4 Uitvoering op lokaal niveau 4.5 Instrumenten 4.5.1 De gemeente 4.6 Acties en maatregelen samengevat 4.7 Tot slot
29 29 29 30 30 31 32 33 34 36 36 41 42
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
BIJLAGEN Bijlage 1: Toekomstperspectief en ontwikkelingsrichting winkelgebieden Hoeksche Waard nader uitgewerkt Bijlage 2: Overzicht mogelijke instrumenten en aandachtspunten
Inhoudsopgave
pagina
1 15
DE BOODSCHAP VAN DE VISIE De uitgangssituatie De Hoeksche Waard kent een groot aantal kleinere woonkernen, variërend van ca. 1.700 tot 8.800 inwoners. Alleen Oud-Beijerland is met ca. 24.000 inwoners groter. Hier is een derde van het winkelaanbod geconcentreerd, maar de meeste winkels zijn verspreid over de diverse kernen of zelfs daarbuiten aanwezig. Het winkelaanbod is mede daardoor vooral lokaal verzorgend. Op het gebied van de dagelijkse artikelen wordt zelfs 95% van de aankopen in de eigen regio gedaan. In de niet-dagelijkse artikelen vloeit echter maar liefst de helft van de koopkracht af en is het aandeel omzet van buiten de Waard gering (12%) en de afgelopen jaren bovendien fors gedaald. De detailhandel in Hoeksche Waard functioneert in totaliteit matig: de gemiddeld behaalde omzet per m² wvo ligt op een relatief laag niveau. Positief is dat de winkelleegstand relatief beperkt is, maar de afgelopen jaren is de leegstand wel aanzienlijk toegenomen. De verwachtingen De economie heeft zich hersteld en ook de winkelbestedingen nemen ook weer toe. Daar staat tegenover dat vooral het webwinkelen onstuimig groeit en diverse winkelketens het nog steeds heel moeilijk hebben.
Bovendien zal de concurrentie vanuit de grotere winkelcentra in de omgeving van de Hoeksche Waard de komende jaren toenemen door de focus van aanbieders op dergelijke centra en het veranderende koopgedrag van consumenten in combinatie met de grote mobiliteit. Tenslotte gaan de prognoses nog steeds uit van een beperkte krimp van het aantal inwoners in de Hoeksche Waard en een verdere vergrijzing. De conclusie Per saldo zijn de perspectieven voor de detailhandel in de Hoeksche Waard niet echt slecht, maar ook niet bijzonder gunstig. Zonder maatregelen ligt daardoor een verschraling van het winkelaanbod in meerdere kernen op de loer. Daarmee zal ook het niveau van de consumentenverzorging afnemen, met nog meer koopkrachtafvloeiing en winkelleegstand als gevolg. Dit heeft weer negatieve consequenties voor de leefbaarheid. Om dit te voorkomen, zullen de bij de detailhandelsontwikkelingen in de Hoeksche Waard betrokken partijen (gemeenten, ondernemers, vastgoedpartijen) vanuit een duidelijke visie moeten samenwerken. Uit het onderzoek is namelijk gebleken dat er een sterke interactie bestaat tussen de verschillende winkelgebieden in de Waard: ze worden niet alleen door de inwoners van de eigen inwoners bezocht, maar ook door de gemeente van de andere gemeenten in de Hoeksche Waard.
De visie Centraal in onderhavige Detailhandelsvisie staat het behoud van de huidige detailhandelsstructuur, inclusief het behoud van het supermarktaanbod in de kleinste kernen. Alleen al om dat te bereiken, zullen maatregelen genomen moeten worden om het winkelaanbod in totaliteit aantrekkelijker te maken, evenals de winkelomgeving in de diverse kernen. Het gaat dan om het moderniseren van bestaande winkels, het aantrekken van nieuwe formules/concepten, het compacter maken van de winkelgebieden, het verminderen van de leegstand, het waarborgen van een goede bereikbaarheid en
De boodschap van de visie
parkeerfaciliteiten, het oppakken van de promotie, etc. Om de winkelgebieden goed te laten functioneren, is het verder van belang dat er in principe geen uitbreiding van de verspreide bewinkeling meer plaatsvindt en dat zeer voorzichtig wordt omgegaan met nieuwe winkelinitiatieven op perifere locaties. De visie geeft daarvoor richtlijnen. Het is aan de gemeenten om die te onderschrijven en te implementeren. Door hierin één lijn te trekken, wordt voorkomen dat de gemeenten en kernen onderling gaan concurreren op het punt van detailhandelsontwikkelingen, in plaats van te streven naar complementariteit. Voor het toekomstig functioneren van de detailhandel is het verder van groot belang dat de bevolking van de Hoeksche Waard niet krimpt maar groeit. Dat kan door het bouwen van extra woningen om de eigen bevolking vast te houden én om nieuwe bewoners vanuit de omringende stedelijke gebieden te trekken. Dit geeft de detailhandel in de Hoeksche Waard de benodigde toekomstbestendigheid in de vorm van extra koopkracht. Ook het versterken van het toeristisch-recreatieve profiel van de Hoeksche Waard kan de bestedingen in de detailhandel verhogen. Het is met name aan de overheden om zich daar voor in te zetten en dit mogelijk te maken.
Om vernieuwingen in gang te zetten en ongewenste ontwikkelingen te voorkomen, moeten de gemeenten, de ondernemers en de vastgoedeigenaren de handen ineenslaan, zowel op regionaal als op lokaal niveau. Vanuit de ondernemers en vastgoedeigenaren kan de Detailhandelsraad hierbij een belangrijke rol spelen, zowel in de informatievoorziening naar de private partijen als door te functioneren als gesprekspartner voor de overheden. De eerste stap is echter het bereiken van overeenstemming over de gewenste koers voor de komende jaren en over de stappen die nodig zijn om de gestelde doelen te bereiken. Onderhavige visie geeft daarvoor de aanzet.
De boodschap van de visie
1.
INLEIDING 1.1 Achtergrond, vraagstelling en proces Aanleiding Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard (SOHW) is het samenwerkingsverband tussen de vijf gemeenten Binnenmaas, Cromstrijen, Korendijk, Oud-Beijerland en Strijen. Aanleiding voor het op te stellen detailhandelsbeleid is de Transitieatlas detailhandel. Vanuit het Pact van de Waard is met steun van de provincie de transitieatlas detailhandel in gang gezet. Deze atlas heeft voor een bewustwordingsproces gezorgd over de vraag wat de invloed van trends en ontwikkelingen is op de detailhandelsstructuur in de Hoeksche Waard. Vanuit de detailhandel in de Hoeksche Waard is een kerngroep opgericht genaamd Detailhandelsraad Hoeksche Waard (DHR) die zich inzet voor een toekomstbestendige detailhandelsstructuur. Deze groep heeft het initiatief genomen tot het opstellen van een detailhandelsvisie. Deze visie dient aan te geven hoe gekomen kan worden tot het toekomstbestendig maken van de detailhandelsstructuur in de Hoeksche Waard. Waarom een detailhandelsvisie? De economische situatie in Nederland is de laatste jaren aanmerkelijk verbeterd: de economie en de woningmarkt zijn weer aangetrokken, het consumentenvertrouwen is gestegen, de bestedingen en omzetten in de detailhandel nemen toe en diverse retailpartijen zijn weer expansief. In de detailhandel uit dit positieve sentiment zich echter niet in elke branche.
Ook het aandeel e-commerce neemt gestaag toe. Toch gaan er nog steeds (nationale) ketens failliet. Tegelijkertijd betreden nieuwe nationale en internationale winkelketens de markt. In veel winkelgebieden is bovendien sprake van een hardnekkige leegstand. Kortom, er is alle reden om de vinger aan de pols te blijven houden en te bezien hoe de overheid en andere betrokken partijen bij kunnen dragen aan het in stand houden van een gezonde en duurzame detailhandelsstructuur, om zo een goede consumentenverzorging te waarborgen. In dit kader is BRO gevraagd in samenspraak met de regio Hoeksche Waard een detailhandelsvisie op te stellen. Doel detailhandelsvisie Hoeksche Waard Het doel is om te komen tot een actueel beleid ten aanzien van detailhandel in de Hoeksche Waard, met daarbij aandacht voor specifieke thema’s zoals de rol van de detailhandel bij de leefbaarheid in de kleine kernen, de ontwikkelingsmogelijkheden voor de detailhandel in de grootste kernen en voor de rol die de detailhandel op perifere locaties in de consumentenverzorging kan spelen. De visie dient als toetsingskader voor bestaande en nieuwe initiatieven en bevat naast een streefbeeld voor de structuur ook een uitvoeringshoofdstuk. Hierin is niet alleen aandacht voor wat de overheden kunnen doen, maar ook wat de ondernemers en vastgoedeigenaren gezamenlijk op lokaal en regionaal niveau kunnen oppakken.
Hoofdstuk 1
Het achterliggende doel is dat met een gezamenlijk beleid onnodige en ongewenste concurrentie tussen gemeenten en winkelgebieden wordt voorkomen. De gedachte is dat door uit te gaan van de complementariteit van de verschillende winkelgebieden in deze regio, het geheel uiteindelijk meer is dan de som der delen en dat men kan profiteren van elkaars aantrekkingskracht op de eigen inwoners en consumenten van buiten. De centrale vragen die aan de basis liggen van deze visie zijn: Wat is het toekomstperspectief en wat zijn de ontwikkelingsmogelijkheden van de winkelgebieden in de Hoeksche Waard? Hoe kunnen de gemeenten met detailhandelsinitiatieven in de Hoeksche Waard omgaan, zodat de leefbaarheid en de consumentenverzorging minimaal op peil wordt gehouden? Wat zijn de (beleids)opgaven per winkelgebied, in het bijzonder voor de kleine kernen, en wat betekenen deze opgaven voor de organisatiestructuur en uitvoeringsaanpak? Proces Deze visie is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met diverse partijen. Dit betreft de begeleidingsgroep met daarin vertegenwoordigers van de ondernemersverenigingen, de Detailhandelsraad en SOHW. Daarnaast zijn er bijeenkomsten geweest met bestuurders van de gemeenten in de Hoeksche Waard en met belanghebbenden en raadsleden.
Het proces van totstandkoming bestond uit een eerste fase waarin de uitgangssituatie van en voor de detailhandel in de Hoeksche Waard is beschreven (‘Detailhandelsfoto’). In de tweede fase is een toekomstbeeld geschetst door de ambities voor de detailhandel en de toekomstperspectieven van de winkelcentra vast te stellen en in de derde fase is de uitvoeringsstrategie aan bod gekomen (het instrumentarium en stappenplan om het toekomstbeeld te kunnen realiseren).
Hoofdstuk 1
2.
VAN FOTO NAAR VISIE 2.1 Van foto naar visie De basis voor het opstellen van de visie vormt de Regionale detailhandelsfoto Hoeksche Waard. De Regionale detailhandelsfoto biedt in essentie inzicht in feiten en cijfers over de regionale detailhandelsstructuur (bijvoorbeeld aanbod, leegstand, trends en ontwikkelingen, plannen en initiatieven, etc.). De resultaten uit de detailhandelsfoto zijn de ingrediënten om de ambities op het gebied van detailhandel voor de Hoeksche Waard te bepalen en het toekomstperspectief inclusief ontwikkelingsrichting per winkelcentrum. De detailhandelsfoto vormt daarmee de basis voor de detailhandelsvisie. De belangrijkste conclusies van de detailhandelsfoto zijn: Winkelaanbod: Qua aard en omvang sluit het winkelaanbod aan op het verzorgingsgebied. De winkelgebieden richten zich primair op de boodschappenfunctie voor de inwoners. Oud-Beijerland vervult een regiofunctie met circa een derde deel van het totale winkelaanbod, het overige aanbod is verspreid over de kernen aanwezig. De Hoeksche Waard beschikt over enkele bijzondere winkels zoals modezaken Voorwinden en Konijnendijk en woninginrichtingszaken De Bommel en Reedijk. Omvang: De Hoeksche Waard beschikt over relatief veel winkelruimte (m² wvo) door de aanwezigheid van meerdere grootschalige zaken. Sinds 2013 is de totale omvang beperkt toegenomen.
In de centra is de omvang van het aanbod iets afgenomen, op verspreide locaties iets toegenomen. Er zijn enkele uitbreidingsplannen die een beperkte uitbreiding van winkelmeters inhouden. De aanwezige plannen en initiatieven richten zich vooral op versterking van de centra in de vorm van modernisering, aanpak openbare ruimte, herstructurering, ondernemersfondsen en versteviging van de functiemix. Leegstand: Tussen 2013 en eind 2016 is de leegstand toegenomen, maar naar winkeloppervlak is deze leegstand relatief beperkt. Tussen de gemeenten bestaan grote verschillen qua leegstand: in Oud-Beijerland, Cromstrijen en Strijen zijn er relatief veel leegstaande (kleinschalige) panden. Inwoners: Tot 2030 neemt het inwoneraantal in de Hoeksche Waard volgens prognoses per saldo zeer beperkt af. Op lokaal niveau kunnen verschillen bestaan. Meer specifiek is een toename te verwachten in het aantal eenpersoonshuishoudens. Vooral jongeren zullen zich naar verwachting in meer stedelijke gebieden gaan vestigen. Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor de leefbaarheid en de economische vitaliteit. Woningbouw: De regionale ambitie is om de eigen woningvraag én een deel van het woningtekort uit de Randstad op te vangen in de Hoeksche Waard, wat in potentie ca. 7.500 extra inwoners zou kunnen opleveren.
Hoofdstuk 2
Koopstromen dagelijkse sector: Het dagelijkse aanbod realiseert een hoge binding (95%) maar trekt weinig koopkracht van buiten (2%). Met name winkels in Oud-Beijerland en Binnenmaas trekken koopkracht uit andere gemeenten. Ten opzichte van 2011 zijn de koopstromen beperkt veranderd, maar tussen gemeenten zijn er wel verschuivingen (hogere binding in Korendijk en Strijen, minder koopkrachttoevloeiing in Oud-Beijerland). Koopstromen niet-dagelijkse sector: In de niet-dagelijkse sector vloeit bijna de helft van de regionale koopkracht (48%) af naar aankoopplaatsen buiten de regio. Dit was in 2011 ook zo, maar het aandeel omzet van buiten de regio is sindsdien sterk gedaald (van 20% naar 12%). In alle gemeenten trekt de niet-dagelijkse sector veel omzet van buiten de eigen gemeente (ca. 45% tot 79% in Korendijk). Er is veel koopkrachtuitwisseling tussen de gemeenten onderling. Functioneren: Het dagelijkse detailhandelsaanbod functioneert in totaliteit matig tot redelijk: de gerealiseerde omzet per m² wvo ligt iets beneden het landelijke gemiddelde en het gemiddelde voor referentiegemeenten. In de niet-dagelijkse sector ligt de omzet per m² wvo in de hele regio op niveau van referentiegemeenten, maar zeer fors onder het landelijke / branchespecifieke gemiddelde. In deze sector functioneert het aanbod matig.
Distributieve uitbreidingsruimte: Op basis van het huidig functioneren en het ontbreken van bevolkingsgroei is er op niveau van de Hoeksche Waard geen distributieve uitbreidingsruimte aan te geven. Op lokaal niveau zijn er in soms beperkte distributieve mogelijkheden voor uitbreiding van winkelruimte. Detailhandelsbeleid provincie Zuid-Holland: Het provinciaal beleid benoemt het centrum van Oud-Beijerland als te optimaliseren centrum. De overige winkelcentra zijn overige aankoopplaatsen, waar in algemene zin beperkt moet worden omgegaan met het toevoegen van winkelmeters. De principes van het provinciaal beleid liggen mede ten grondslag aan deze visie. Dit beleid gaat primair uit van de volgende punten:
Kwaliteit boven kwantiteit: detailhandelsstructuur versterken door kwaliteit te verbeteren en beschikbaarheid / bereikbaarheid van voorzieningen te garanderen.
Bevorderen dynamiek: dynamiek in de detailhandel wordt bevorderd vanwege het grote economische belang van deze sector. Een optimaal functionerende detailhandelsstructuur draagt bij aan de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit in stedelijk gebied.
Toepassen ladder voor duurzame verstedelijking: ruimtelijke ontwikkelingen die met nieuwe detailhandel gepaard gaan, worden in de toelichting op het bestemmingsplan onderbouwd via de ladder voor duurzame verstedelijking. Daarnaast moet inzicht gegeven worden in de eventuele toename van de leegstand en de gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit in het verzorgingsgebied, alsmede de mogelijkheden voor saldering. Indien een ontwikkeling bovengemeentelijke effecten met zich meebrengt, is regionale afstemming nodig. De provincie beoordeelt de toelichting op het bestemmingsplan waarin de uitkomsten van deze regionale afstemming zijn opgenomen.
Hoofdstuk 2
2.2 Kwaliteiten, knelpunten, kansen en bedreigingen Kwaliteiten en knelpunten Uit de detailhandelsfoto is naar voren gekomen dat de detailhandelsstructuur van de Hoeksche Waard diverse kwaliteiten kent die het behouden waard zijn. Zo heeft de Hoeksche Waard momenteel diverse ‘local heroes’ die bijdragen aan de diversiteit, zoals enkele modezaken en woninginrichtingszaken. Deze zaken moeten behouden blijven en de ruimte krijgen om te kunnen inspelen op de veranderende consumententrends. Een andere kwaliteit vormt het aanwezige supermarktaanbod, niet alleen in de grotere kernen, maar ook in de kleinere. Hierdoor kunnen vrijwel alle inwoners op korte afstand van de woning voorzien in hun dagelijkse levensbehoefte. Ook dit is een kwaliteit die gekoesterd dient te worden. Maar er zijn ook enkele knelpunten gesignaleerd, zoals het gemiddeld matige functioneren van de detailhandel, de oplopende leegstand, de beperkte concentratie in grotere winkelcentra en het ontbreken van distributieve ruimte voor uitbreiding van het aanbod. Hier liggen grote uitdagingen om er iets aan te doen. Want gebeurt dat niet, dan is er een grote kans dat het aanbod verschraalt en het verzorgingsniveau voor de inwoners daalt.
Kansen Naar de toekomst toe dienen zich diverse kansen en bedreigingen voor de detailhandel aan. Zo vormt de mogelijkheid extra inwoners aan te trekken door een deel van de woningbouwbehoefte in de Randstad op te vangen in de Hoeksche Waard een kans om een groter regionaal consumentendraagvlak te krijgen. Dat is zeer positief voor het op peil houden van het voorzieningenaanbod. Daarnaast wordt een versterking van het toeristisch-recreatieve profiel van de Hoeksche Waard beoogd. Een toename van toerisme en recreatie kan ook een positieve impact hebben op de bestedingen in de detailhandel. Andere kansen zijn gelegen in het economisch herstel en de daarmee verband houdende toename van de bestedingen bij de detailhandel, de expansie van diverse winkelketens, het ontstaan van vernieuwende (winkel)concepten, de groei van de horeca en de nabijheid van een enorm groot en groeiend consumentenpotentieel (Rijnmond, Drechtsteden). Ook de opkomst van nieuwe formules in het discount/prijsvriendelijke marktsegment is gunstig omdat deze winkels vaker op kleinere consumentendraagvlakken kunnen functioneren dan winkels in het midden of hoge segment.
Hoofdstuk 2
Bedreigingen De belangrijkste bedreiging voor de winkelcentra in de Hoeksche Waard is wellicht de moeilijke positie waarin veel winkels in het ‘middensegment’ verkeren. Zij zijn te weinig onderscheidend en verwacht wordt dat een deel van dit aanbod uiteindelijk zal verdwijnen. Vaak is dit segment nog ruim vertegenwoordigd in de kleinere en middelgrote plaatsen. Een zekere verschraling van het aanbod is daarom niet uit te sluiten. Dit heeft er ook mee te maken dat grotere winkelcentra door hun grotere aantrekkingskracht vaak beter in kunnen spelen op vernieuwingen in de detailhandel. Grotere centra kunnen veelal ook een meer aantrekkelijke winkelomgeving bieden en op die manier inspelen op de toenemende vraag naar ‘beleving’ bij de consument. Voor kleinere en middelgrote centra wordt het daarom steeds moeilijker zich te onderscheiden van grotere winkelcentra, met als gevolg dat het perspectief steeds meer komt te liggen in het pure boodschappen doen en de aanschaf van andere frequent benodigde artikelen. Dat hoeft op zichzelf niet erg te zijn, mits dit goed wordt ingevuld.
Zowel kans als bedreiging Er zijn ook enkele trends en ontwikkelingen waar zowel kansen als bedreigingen vanuit gaan. Het gaat dan bijvoorbeeld om het consumentengedrag. De huidige consument is kritisch, zeer goed geïnformeerd (onder andere door internet), sterk prijsbewust en bovenal heel mobiel. Dit houdt in dat de inwoners van de Hoeksche Waard heel gemakkelijk naar de grotere winkelcentra in de omgeving zullen gaan om daar te winkelen of doelgericht inkopen te doen. De hoge koopkrachtafvloeiing vanuit de Hoeksche Waard geeft dat ook aan. Tegelijkertijd biedt dit consumentengedrag ook kansen voor het aanbod in de Hoeksche Waard om meer klanten van buiten te trekken. Dat dat inderdaad kan, bewijzen diverse aanwezige winkels ook al. Om meer te profiteren van de vele consumenten in de omgeving van de Hoeksche Waard, zal het winkelaanbod, al of niet in combinatie met de winkelomgeving, onderscheidend moeten zijn: het moet de moeite waard zijn om er speciaal voor naar de Hoeksche Waard te komen. Hierin ligt een van de belangrijkste uitdagingen voor de detailhandel in de Hoeksche Waard. Een tweede ontwikkeling in deze categorie is de verwachte vergrijzing van de bevolking van de Hoeksche Waard: het aantal ouderen zal toenemen, ook als er extra woningen gebouwd worden. Bekend is dat ouderen gemiddeld minder in de detailhandel uitgeven dan jongeren en de middengroepen.
Maar de groep is relatief welvarend en is vaak bereid te betalen voor kwaliteit en service. Bovendien is gebleken dat ouderen meer dan andere leeftijdsgroepen hun aankopen dicht bij huis doen. Hun bestedingen in de supermarkten verschillen ook niet van die andere groepen. Vergrijzing hoeft daarom niet
Hoofdstuk 2
zo negatief voor de detailhandel te zijn als wel eens wordt beweerd, maar de detailhandel zal zich wel op deze groep consumenten moeten instellen. Een derde ontwikkeling is de verwachte verdere groei van e-commerce. De detailhandelsbestedingen via dit kanaal groeien veel harder dan via de fysieke winkels. In diverse branches, zoals kleding, schoeisel, electronica of speelgoed, heeft e-commerce al een groot marktaandeel. In deze branches krimpt het fysieke winkelaanbod ook. Maar de combinatie van een fysieke winkel met een webwinkel biedt ook kansen voor ondernemers. Diverse ‘pure players’ willen bovendien zichtbaar zijn in de winkelstraten en beginnen ook fysieke winkels. Verder zijn er meerdere branches waarin e-commerce nog maar een hele kleine rol speelt en waarvan ook niet verwacht wordt dat het een hele grote vlucht neemt. Dit geldt bijvoorbeeld voor de, met name voor de Hoeksche Waard zo belangrijke dagelijkse artikelensector. De algemene trends op het gebied van gezond eten en drinken bieden bovendien juist deze branche extra kansen, mede in relatie met het agrarische karakter van het gebied. Handen uit de mouwen Om de geschetste bedreigingen het hoofd te bieden, moeten de aangegeven kansen benut worden. Uitgangspunt daarbij is dat de huidige detailhandelsstructuur in de basis goed is en alles in het werk moet worden gesteld om dit te behouden.
Daarbij zal vooral ingezet moeten worden op het beter vasthouden van de koopkracht van de eigen inwoners in de Waard en van de huidige klanten van buiten. Dit is gewoonlijk veel eenvoudiger en goedkoper te realiseren dan méér koopkracht van buiten proberen te trekken. Desalniettemin is dit op zichzelf al een ambitieus streven, want aan de Hoeksche Waardse consument (en die uit de omringende regio’s) zal gezien de algemene trends en ontwikkelingen de komende jaren van diverse kanten sterk getrokken gaan worden. Alleen al voor het behoud zal de structuur op onderdelen versterkt moeten worden en zullen extra inspanningen geleverd moeten worden in zowel de ondernemingen, de winkelomgeving als de promotie en marketing. Daarbij is het van groot belang dat de betrokken partijen, in de diverse gemeenten en kernen zoveel mogelijk samen optrekken.
Hoofdstuk 2
3.
VISIE OP DE DETAILHANDELSSTRUCTUUR 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de visie op de ontwikkeling van de detailhandelsstructuur in de Hoeksche Waard gepresenteerd. Daarbij wordt begonnen met het aangeven van de belangrijkste doelen en uitgangspunten die aan de basis van de visie staan. Daarna wordt ingegaan op de typering, positionering en het perspectief van de verschillende tot de winkelstructuur behorende (soorten) winkelgebieden. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de supermarktstructuur en de detailhandel op perifere locaties. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een uitwerking van de ambities voor verschillende vormen en aspecten van detailhandel zoals internethandel, landwinkels, recreatiebedrijven, tijdelijke winkels, ambulante handel, verkoop aan huis en trafficlocaties.
3.2 Uitgangspunten en doelen In deze paragraaf zijn de uitgangspunten en doelen van de gemeenschappelijke visie op de ontwikkeling van de detailhandel in de Hoeksche Waard in de komende jaren omschreven. Wat zijn de ambities met betrekking tot de ontwikkelingsrichting: wat willen we bereiken met de visie? Centraal uitgangspunt detailhandelsvisie Het op peil houden van de consumentenverzorging en de leefbaarheid in de kernen staat centraal. Dit wordt bereikt door een heldere en evenwichtige detailhandelsstructuur, waarbij elk winkelgebied op basis van haar profiel een eigen functie binnen de hoofdstructuur heeft om zo de complementariteit tussen de verschillende winkelgebieden te borgen.
Navolgend zijn verschillende beleidsambities/uitgangspunten benoemd die aan de basis staan van de visie op de detailhandelsstructuur in de Hoeksche Waard. Ruimte voor ondernemerschap en vernieuwing De ambitie is om vernieuwing/dynamiek in de markt voldoende te faciliteren, mits dit past binnen de kaders van de detailhandelsstructuur.
Het is belangrijk mee te bewegen met de eisen/wensen van de consumenten, ondernemers en andere marktpartijen, mits het belang van de algehele detailhandelsstructuur en consumentenverzorging in acht wordt genomen. Indien niet op een goede manier wordt ingespeeld op dynamische processen als schaalvergroting, internetverkoop en veranderend consumentengedrag, bestaat het risico dat nog meer consumentenbestedingen gaan verschuiven richting internet en/of omliggende plaatsen buiten de Hoeksche Waard. Dat kan uiteindelijk resulteren in verschraling in plaats van verrijking. Het beperkten van de koopkrachtafvloeiing is hierbij een belangrijke doelstelling. Daarnaast kunnen onderscheidende winkels een bijdrage leveren aan de koopkrachttoevloeiing. Meer koopkracht van buiten de Hoeksche Waard betekent ook dat andere winkels hiervan kunnen profiteren.
Hoofdstuk 3
Streven naar concentratie winkelaanbod De ambitie is de bewinkeling te concentreren in de reeds bestaande winkelgebieden. Dit betekent dat ontwikkelingen buiten de hoofdstructuur in principe niet zijn toegestaan, tenzij wordt aangetoond dat een dergelijk initiatief van meerwaarde is voor de detailhandelsstructuur, de consumentenverzorging en de leefbaarheid én dat er bovendien geen sprake is van onaanvaardbare effecten (zoals leegstand).
Winkels dienen bij voorkeur een plek te krijgen in een bestaand winkelgebied dat behoort tot de hoofdstructuur. De meerwaarde van concentratie van winkels is dat ondernemers kunnen profiteren van gemeenschappelijke faciliteiten, elkaars nabijheid en aantrekkingskracht. De consument heeft als voordelen gemak, overzichtelijkheid en ruimere keuzemogelijkheden. Clustering resulteert daardoor in meer bezoekers. Daarnaast draagt concentratie ook bij aan beperking van het aantal verkeersbewegingen. Streven naar compacte winkelgebieden De ambitie is om voor de grotere winkelgebieden te komen tot compactere winkelgebieden. Dat betekent dat moet worden ingezet op het transformeren van de winkelfunctie aan de randen van het centrumgebied.
Binnen de winkelcentra wordt compactheid nagestreefd. Gaten in een winkelgebied zijn onwenselijk, omdat het de belevingswaarde en overzichtelijkheid van het winkelgebied beperkt. Met name voor de grotere, meer toeristische centra geldt dat een overzichtelijk winkelgebied met een duidelijke routing bijdraagt aan de beleving en effectiviteit. In sommige gevallen ligt daardoor concreet een opgave om te komen tot compactere winkelcentra, wat betekent dat getransformeerd moet worden aan de randen. Voorkomen toename verspreide bewinkeling De ambitie is een verdere toename van de verspreide bewinkeling te voorkomen.
Het detailhandelsbeleid streeft naar concentratie van detailhandelsvoorzieningen, wat automatisch betekent dat een toename van de verspreide bewinkeling niet gewenst is. Desalniettemin kan in sommige gevallen een solitaire winkel wel een bijdrage leveren aan de consumentenverzorging, omdat er bijvoorbeeld vanwege de aard en omvang van de winkel geen mogelijkheden zijn in de reguliere winkelstructuur. Terugdringen winkelleegstand De ambitie is dat de leegstand in perspectiefrijke winkelgebieden zo veel mogelijk beperkt blijft, door deze actief aan te pakken.
Algemene ontwikkelingen in de detailhandel zoals de schaalvergroting, de toename van e-commerce, de (toenemende) gemiddelde leeftijd van ondernemers en de (toenemende) concurrentie van omliggende grotere steden hebben tot gevolg dat er de komende jaren in bepaalde winkelgebieden (meer) winkelaanbod zal verdwijnen. Vooral in de niet-dagelijkse sector. Verwacht wordt dat met name in de kleine kernen en aan de randen van de grotere winkelcentra de winkelleegstand nog verder zal toenemen. Dat kan negatieve gevolgen hebben voor de leefbaarheid van woongebieden en de uitstraling
Hoofdstuk 3
van winkelgebieden. Voor een belangrijk deel zal de afname van met name het niet-dagelijks winkelaanbod en de toename van de leegstand een autonome ontwikkeling zijn. Leegstand in met name de perspectiefrijke winkelgebieden moet worden aangepakt, om een verdere achteruitgang van het functioneren te voorkomen. Leegstand in perspectiefarme winkelgebieden kan eveneens onaanvaardbare effecten hebben op de leefbaarheid en het winkelaanbod. In dit laatste geval zal veelal gezocht moeten worden naar alternatieve invullingen via (het mogelijk maken van) functietransformatie. Samenwerking bevorderen De ambitie is de samenwerking tussen de bij de detailhandelsontwikkelingen in de Hoeksche Waard betrokken partijen te versterken.
Het betreft hierbij het versterken van de samenwerking op zowel regionaal als lokaal niveau. Op regionaal niveau gaat het om de samenwerking tussen de diverse gemeenten met betrekking tot het detailhandelsbeleid, onder meer door uitvoering te geven aan deze visie en de nieuwe detailhandelsinitiatieven waar nodig af te stemmen, zowel op bestuurlijk als ambtelijk niveau. Ook de samenwerking van de overheden met en tussen de ondernemers en vastgoedeigenaren onderling zal op regionaal niveau verder handen en voeten moeten krijgen, uitmondend in bijvoorbeeld een gemeenschappelijk promotieplan. De eerste stappen die hierbij reeds gezet zijn, zijn de oprichting van de Detailhandelsraad en het opstellen van onderhavige visie. Daarnaast zal vooral op lokaal niveau in meerdere kernen (nog) intensiever tussen overheid en de andere betrokken partijen samengewerkt moeten worden om de winkelgebieden aantrekkelijk te houden of aantrekkelijker te maken voor de consumenten en daarmee de basis te leggen voor een goed functioneren van de detaillisten en andere ondernemers. Daar profiteren ook de vastgoedeigenaren weer van. Concretisering doelen De hiervoor beschreven ambities zijn vertaald naar de volgende ‘meetbare’ doelen. Hierbij is uitgegaan van een periode van ca. 5 jaar, dus 2022 is het ijkpunt.
Een tweede uitgangspunt is dat op dezelfde wijze gemeten wordt als bij de nu uitgevoerde analyses is gedaan.
Hoofdstuk 3
De koopkrachtbinding aan de fysieke winkels bevindt zich in zowel de dagelijkse als in de niet-dagelijkse artikelensector minimaal op hetzelfde niveau als in 2016 (KSO Randstad).
Het aandeel koopkrachttoevloeiing in de dagelijkse artikelensector is minimaal verdubbeld (van 2% naar 4%).
Het aandeel koopkrachttoevloeiing in de niet-dagelijkse artikelensector is minimaal toegenomen van de huidige 12% naar 15%.
Het verschil tussen de in de Hoeksche Waard gerealiseerde omzet per m² wvo (vloerproductiviteit) en het landelijke gemiddelde is zowel in de dagelijkse als de niet-dagelijkse artikelensector kleiner geworden.
Er hebben zich 20 winkelformules in de Hoeksche Waard gevestigd die nog niet aanwezig waren.
Het totale aantal winkels en de winkelruimte (m² wvo) in de 6 grootste winkelgebieden is minimaal op het huidige niveau gebleven.
Het aantal winkelvestigingen op verspreide locaties is niet toegenomen ten opzichte van de huidige situatie.
Het aantal leegstaande winkelpanden is afgenomen, evenals het percentage leegstaande panden en het percentage van de verkoopruimte (gemeten volgens de Locatus-methode).
De kleine kernen waar nu nog een (dorps)supermarkt aanwezig is, beschikken nog steeds over een (dorps)supermarkt.
De gemeenten hebben hun onderlinge samenwerking en de samenwerking met de andere betrokken partijen op het gebied van detailhandelsontwikkelingen aantoonbaar geconcretiseerd en geformaliseerd (bijvoorbeeld in onderlinge afspraken en gezamenlijk opgepakte activiteiten).
Voor de centrale winkelgebieden in de 5 grootste kernen is een concreet actie- en maatregelenplan opgesteld en met de uitvoering daarvan is gestart.
Bovenstaande punten kunnen voor het grootste deel goed gemeten worden aan de hand van de gegevens uit de Locatus Retailverkenner en door gebruik te maken van de resultaten van het volgende Koopstromenonderzoek Randstad.
3.3
Visie op de winkelgebieden
3.3.1 De structuur van winkelgebieden In de visie op de detailhandelsstructuur van de Hoeksche Waard wordt gekozen voor een ruimtelijke structuur die gebaseerd is op de verzorgingsfunctie van de verschillende winkelgebieden. De beoogde hoofdstructuur, zoals uitgangspunt is in deze visie, is weergegeven in figuur 2.1. De reeds bestaande detailhandelsstructuur is de basis voor de beoogde hoofdstructuur. Steunpunt Mijnsheerenland is in de beoogde hoofdstructuur niet langer meegenomen als onderdeel van de detailhandelsstructuur, omdat het perspectief kwetsbaar is en kritische massa te beperkt is om in de toekomst nog te kunnen spreken van een winkelcentrum. Er wordt primair onderscheid gemaakt tussen beperkt regionaal verzorgende en lokaal verzorgende winkelcentra. De meeste winkelgebieden in de Hoeksche Waard hebben een lokale verzorgingsfunctie voor de eigen kern. Binnen de Hoeksche Waard zijn naast de tot de hoofdstructuur behorende winkelcentra ook enkele bijzondere, niet op de kaart aangegeven, winkels aanwezig die vanuit zichzelf
Hoofdstuk 3
een regionale tot bovenregionale aantrekkingskracht hebben (bijvoorbeeld modezaken Voorwinden en Konijnendijk, woninginrichtingszaken De Bommel, Reedijk en Intratuin). Figuur 3.1: Beoogde hoofdstructuur winkelgebieden
Beperkt regionaal verzorgend
Beperkt regionaal verzorgend centrum: centrum met 100 – 200 winkels of een aanbod dat vanwege de aard en het karakter in staat is om regionale koopkracht aan te trekken;
Beperkt regionaal verzorgend perifeer cluster: centrum met doelgericht aanbod met een beperkte regionale aantrekkingskracht;
Solitaire supermarkt: op zichzelf staande supermarkt met een beperkt regionale verzorgende functie voor de kern en omgeving.
Lokaal verzorgend
Lokaal verzorgend centrum: dorpscentrum met 5 - 50 winkels of in omvang circa 2.500 – 7.000 m² wvo met een lokaal verzorgende functie;
Buurtcentrum: centrum met circa 5 – 15 winkels ondersteunend aan het hoofdwinkelcentrum in hetzelfde dorp;
Dorpssteunpunt: centrum met supermarkt als trekker van het dorp aangevuld met enkele winkels (2 – 10) en/of maatschappelijke functies. Het aanbod is doorgaans kleiner dan 2.000 m² wvo;
Solitaire supermarkt: op zichzelf staande supermarkt met een lokaal verzorgende functie voor de buurt of het dorp.
Hoofdstuk 3
3.3.2 Streefbeeld types winkelgebieden Navolgend is per winkelgebiedstype het streefbeeld benoemd. Hiermee wordt bedoeld dat het winkelgebied idealiter moet voldoen aan de genoemde eisen, om voldoende weerbaar te zijn. Beperkt regionaal verzorgend centrum
Profiel: combinatie boodschappen, efficiënt recreatief en recreatief winkelen.
Kernwoorden: comfort & gemak, snelheid, doelgericht, compleet, bijzonder, verrassend.
Dagelijks aanbod: compleet en onderscheidend dagelijks aanbod met minimaal twee, bij voorkeur complementaire supermarkten en een diversiteit aan foodspeciaalzaken. De supermarkten hebben een moderne omvang naar huidige maatstaven (nieuwe, moderne service-supermarkten hebben landelijk gemiddeld een omvang van circa 1.250 - 1.750 m² wvo, terwijl moderne discountsupermarkten ca. 1.000-1.500 m² wvo omvatten).
Niet-dagelijks aanbod: voldoende kritische massa (keuze, variëteit) in niet-dagelijks aanbod waarbij er een basis aan (landelijke) filiaalbedrijven is en onderscheidende (zelfstandige) lokale / regionale formules en speciaalzaken. Aanwezigheid van trekkers is gewenst (bijvoorbeeld Hema, Blokker en Action).
Overige voorzieningen: ruim aanvullend aanbod op het gebied van horeca, ambachten, cultuur, leisure, dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen, bij voorkeur in de randen (aanloopstraten) van het kernwinkelgebied. Er is ruimte voor onderscheidende mengvormen van functies (blurring).
Ruimtelijk-functionele structuur: compacte winkelstructuur met nauwelijks onderbrekingen tussen het winkelaanbod. Een goede bereikbaarheid en voldoende parkeergelegenheid is essentieel.
Openbare ruimte: aantrekkelijke openbare ruimte, waardoor het gebied een verblijfsfunctie heeft.
Internet: met name in aanloopgebieden afhaalpunten en internetwinkels met een showroom en/of afhaalmogelijkheid accommoderen. Online zichtbaarheid en vindbaarheid van het winkelgebied en individuele retailers is belangrijk.
Beperkt regionaal verzorgend perifeer cluster
Profiel: gericht op doelgerichte en laagfrequente aankopen.
Kernwoorden: gemak, comfort, dichtbij.
Branchering: vestigingslocatie voor traditionele PDV-winkels (woonbranche, bouwmarkten, doe-hetzelfzaken, tuincentra en auto’s, boten en caravans) en winkels die door volumineuze karakter van de gevoerde artikelen en/of aard en schaal van de zaak niet of zeer moeilijk inpasbaar zijn in of aan de rand van bestaande winkelcentra. Het aanbod is complementair aan andere winkelgebieden en er is daardoor geen ruimte voor winkelaanbod in de branches dagelijks en mode & luxe.
Internet: afhaalpunten en internetwinkels met een showroom en/of afhaalmogelijkheid gericht op grootschalige/perifere artikelen accommoderen.
Ruimtelijk-functionele structuur: compacte winkelstructuur (rondom parkeerplein) met vanuit de regio goede bereikbaarheid en voldoende gratis parkeergelegenheid.
Hoofdstuk 3
Solitaire supermarkt beperkt regionaal verzorgend
Profiel: uitsluitend gericht op boodschappen doen.
Kernwoorden: nabijheid, modern, goed bereikbaar, gratis parkeren.
Internet: pure afhaalpunten of afhaalpunten aansluitend op de supermarkt zijn toegestaan.
Lokaal verzorgend centrum
Profiel: primair gericht op boodschappen doen en levensonderhoud voor inwoners uit de directe omgeving. Daarnaast aanvullend niet-dagelijks en beperkt efficiënt recreatief.
Kernwoorden: nabijheid, gemak en een schone, hele en veilige uitstraling.
Dagelijks aanbod: minimaal één volwaardige moderne supermarkt of buurtsuper. De omvang is afhankelijk van het verzorgingsgebied, maar meestal is deze kleiner dan de gemiddelde omvang van een moderne supermarkt. Er is ondersteuning van speciaalzaken met dagelijkse artikelen.
Niet-dagelijks en overig aanbod: winkelaanbod in hoog frequente, niet-dagelijkse artikelen, (afhaal)horeca en kleinschalige dienstverlening.
Ruimtelijk-functionele structuur: compacte winkelstructuur. Er moet aandacht zijn voor positie in structuur (met name relatie tot bovenlokale centra) en draagvlak. Bereikbaarheid en gratis parkeren zijn belangrijk, echter in mindere mate vanwege nabijheidsfactor.
Internet: afhaalpunten en internetwinkels met een showroom en/of afhaalmogelijkheid kunnen geaccommodeerd worden.
Dorpssteunpunt
Profiel: boodschappen doen (dorpssupermarkt).
Kernwoorden: nabijheid, gemak en een schone, hele en veilige uitstraling.
Dagelijks aanbod: minimaal één supermarkt of dagwinkel (max. 500 m² wvo) aanwezig én enkele aanvullende winkels (in de dagelijkse sector).
Niet-dagelijks en overig aanbod: Bijzondere vormen van detailhandel (boerderijverkoop, SRV-wagen, standplaatsen) kunnen een aanvulling op het aanbod vormen. Kleinschalig ondernemerschap op het gebied van food (max. 500 m² wvo) is binnen het centrum toegestaan, echter winkels in de niet-dagelijkse sector bij uitzondering.
Transformatie: indien een locatie langer dan drie jaar niet in gebruik is als commercieel verkooppunt dan kan de detailhandelsbestemming worden verwijderd.
Internet: afhaalpunten en internetwinkels met een showroom en/of afhaalmogelijkheid mogen niet geaccommodeerd worden.
Solitaire supermarkt lokaal verzorgend
Profiel: boodschappen doen.
Kernwoorden: nabijheid, gemak, bereikbaarheid, parkeren voor de deur.
Dagelijks aanbod: één supermarkt met een lokale verzorgingsfunctie.
Internet: afhaalpunten en internetwinkels met een showroom en/of afhaalmogelijkheid mogen niet geaccommodeerd worden.
Hoofdstuk 3
3.3.3 Perspectief winkelgebieden (mate van weerbaarheid) De samenwerkende gemeenten in de Hoeksche Waard hebben als regio de ‘Retaildeals’ ondertekend, die voortgekomen zijn uit de nationale Retailagenda voor een toekomstbestendige retail. Een van de punten die hierin benoemd zijn, is dat keuzes gemaakt zullen worden in het winkelareaal: welke winkelgebieden zijn kansrijk en welke kansarm. Kortom: wat is het perspectief? Dit is in het kader van onderhavige visie ook gebeurd. Voor het bepalen van het perspectief is een ‘stoplichtenmodel’ gehanteerd, waarbij onderscheid gemaakt is in weerbare en kwetsbare winkelgebieden en een tussencategorie waarbij het perspectief onzeker is (zie navolgende figuur). Het perspectief is bepaald aan de hand van een analyse van de huidige structuur, de situering in het verzorgingsgebied, de concurrentiepositie ten opzichte van andere centra, de trends in de detailhandel, de mutaties in de afgelopen jaren, de plannen en initiatieven, het consumentendraagvlak en de ontwikkelingen daarvan, en het beleid (zie voor nadere informatie de regionale detailhandelsfoto). Het krachtenveld is dus een samenvatting van de sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen van en voor de detailhandel in verschillende winkelgebieden van de Hoeksche Waard. Figuur 2.2: Stoplichtmodel perspectief winkelgebieden
Weerbaar: Het winkelgebied is toekomstbestendig. Onzeker: De toekomst van het winkelgebied is onzeker. Kwetsbaar: Als er geen veranderingen plaatsvinden, zal de leegstand toenemen en het aanbod verschralen. Het perspectief neemt verder af.
De weerbare winkelgebieden functioneren in economische zin grotendeels goed: er is voldoende consumentendraagvlak aanwezig en er is veelal sprake van een onderscheidende positie en heldere profilering binnen de detailhandelsstructuur. Winkelgebieden met een onzeker perfectief hebben deze eigenschappen veelal niet, maar kunnen door versterking van het aanbod en/of het winkelklimaat weer toekomstbestendig worden. Gebeurt dit niet, dan moet gevreesd worden voor een verschraling van het aanbod en steeds meer koopkrachtafvloeiing naar omringende, attractievere winkelgebieden. Winkelgebieden die als kwetsbaar bestempeld zijn, zijn niet of weinig toekomstbestendig. Het aanwezige aanbod kan nadrukkelijk voort blijven bestaan, maar er wordt beleidsmatig niet primair ingezet om deze gebieden te versterken. Het behoud van het aanbod is wenselijk, maar indien er onvoldoende marktkansen bestaan, zal het aanbod wellicht op termijn verdwijnen. Er blijven op aanvaardbare afstand echter voldoende keuzemogelijkheden aanwezig, waardoor de consumentenverzorging op peil blijft.
Hoofdstuk 3
Figuur 3.2: Perspectief winkelgebieden Hoeksche Waard
Het perspectief van winkelcentra hangt vaak samen met de kansen en bedreigingen die uitgaan van nabijgelegen centra. Met een blauwe ellips zijn de voornaamste spanningsvelden tussen de diverse winkelgebieden in de Hoeksche Waard aangegeven. Het spanningsveld geeft weer dat er tussen de hierbinnen gelegen winkelcentra sprake is van sterke mate van onderlinge concurrentie en dat hier bij beoordeling/afstemming van eventuele nieuwe detailhandelsinitiatieven specifiek naar gekeken dient te worden. De spanningsvelden zijn bepaald aan de hand van het aanwezige aanbod in de kernen en de omgeving, de ligging in de regio en het economisch functioneren. Hierbij geldt dat ontwikkelingen in de grootste kern Oud-Beijerland in sommige gevallen invloed kunnen hebben op de gehele Hoeksche Waard of grote delen daarvan. Dit is geïllustreerd met de in de kaart opgenomen pijlen.
3.4 Visie op supermarktontwikkelingen De supermarktbranche is sterk in beweging en veel supermarktenketens moderniseren hun vestigingen, hetgeen veelal gepaard gaat met een uitbreiding van de verkoopruimte. Daarnaast zijn meerdere ketens expansief en zoeken nieuwe vestigingspunten. Initiatieven die een kwalitatieve verbetering van het supermarktaanbod en daarmee een verbetering van de consumentenverzorging in Hoeksche Waard betekenen, worden in principe positief benaderd. Maar er worden wel enkele voorwaarden gesteld aan de supermarktontwikkelingen.
Hoofdstuk 3
Zorgvuldig omgaan met supermarktuitbreidingen Specifiek voor nieuwe supermarktontwikkelingen geldt dat deze zoveel mogelijk plaats dienen te vinden binnen de bestaande, perspectiefrijke winkelgebieden.
Supermarkten spelen een belangrijke rol in de dagelijkse verzorging van de inwoners van de Hoeksche Waard. Niet alleen zijn zij de belangrijkste aankoopplaats voor levensmiddelen en andere dagelijks benodigde artikelen, ook zijn zij door hun hoge bezoekintensiteit in sterke mate bepalend voor het functioneren van winkelgebieden als geheel: andere winkels profiteren via combinatiebezoek van de aantrekkingskracht van supermarkten. Zij functioneren door de combinatie met parkeer- en stallings1 voorzieningen gewoonlijk ook vaak als ‘bronpunt’ voor het bezoek aan een winkelgebied.
Het centrale uitgangspunt in het beleid is daarom dat supermarktontwikkelingen primair in of aansluitend aan een winkelgebied dienen plaats te vinden. Alleen als dit op ruimtelijke gronden niet mogelijk is, zal hier gemotiveerd van afgeweken kunnen worden. Dit betekent niet dat bestaande supermarkten die buiten de centrumgebieden zijn gelegen niet kunnen moderniseren of uitbreiden. Wel zullen initiatieven hiervoor getoetst worden op hun effecten op de (ontwikkelingsmogelijkheden voor) de genoemde centra. Op het niveau van de Hoeksche Waard is er nauwelijks distributieve uitbreidingsruimte voor uitbreiding van het supermarktaanbod, maar de noodzakelijke modernisering gaat vaak wel gepaard met een uitbreidingswens. Dit vraagt om zorgvuldige, vaak gemeentegrensoverschrijdende afwegingen. In de kleinere kernen staat het dagelijks aanbod bovendien soms onder druk, met name vanwege het beperkte consumentendraagvlak. Desalniettemin wordt nadrukkelijk gestreefd naar het behoud van het supermarktaanbod in de kleinste kernen. Maar als het handhaven van het supermarktaanbod in een kern niet meer mogelijk is, wordt primair ingezet op het behoud van een goede consumentenverzorging door keuzes te maken: investeren in perspectiefrijke winkelgebieden, ook als dat op termijn betekent dat er van supermarktaanbod in perspectiefarme winkelgebieden afscheid genomen wordt.
Het behoud van de huidige detailhandelsstructuur is hieraan ondergeschikt. Een algemeen uitgangspunt is verder dat het supermarktaanbod qua omvang in totaliteit en per winkel moet passen bij de verzorgingspositie van de afzonderlijke kern. 1
Een bronpunt is de plek waar een bezoeker het bezoek aan een winkelgebied begint en ook weer eindigt. In veel gevallen is dat de locatie waar men het gebruikte voertuig (auto, fiets, etc.) geparkeerd heeft.
Hoofdstuk 3
Solitaire vestiging supermarkten Nieuwe solitaire supermarkten worden in principe niet toegestaan, tenzij kan worden aangetoond dat een solitaire supermarkt niet inpasbaar is in een winkelgebied, per saldo geen onaanvaardbare effecten heeft op de detailhandelsstructuur en de leegstand en positief is voor de consumentenverzorging.
De Hoeksche Waard zet in op een evenwichtige fijnmazige boodschappenstructuur, om de leefbaarheid en consumentenverzorging ook in de kleine kernen op peil te houden. Solitaire, buiten winkelgebieden gelegen supermarkten passen vanwege hun ruimtelijke ligging in principe niet bij het in standhouden van deze fijnmazige structuur. Zeker gezien het feit dat de structuur toch al onder toenemende druk staat. Soms zijn er echter geen (fysieke) mogelijkheden om een supermarktinitiatief binnen de bestaande detailhandelsstructuur te realiseren, terwijl een initiatief per saldo wel kan resulteren in een versterking van de leefbaarheid en de consumentenverzorging. In dergelijke gevallen kan gemotiveerd van het hoofdprincipe afgeweken worden. Megasupermarkten Een megasupermarkt wordt slechts in een zéér uitzonderlijk geval toegestaan, mits binnen een bestaand winkelgebied met aansluitende verzorgingsfunctie en indien er aantoonbaar geen onaanvaardbare effecten zullen ontstaan op de detailhandelsstructuur, de consumentenverzorging en de leegstand.
Specifiek met betrekking tot megasupermarkten (2.000 m² wvo en groter) geldt dat zeer voorzichtig moet worden omgegaan met eventuele nieuwe initiatieven, vanwege de fijnmazige boodschappenstructuur van de Hoeksche Waard, de beleidsambitie om de leefbaarheid en consumentenverzorging ook in de kleine dorpen op peil te houden en de beperkte distributieve uitbreidingsruimte in de dagelijkse sector. Megasupermarkten hebben doorgaans een regionale aantrekkingskracht, waardoor de effecten zich ook spreiden over een groot gebied. Een megasupermarkt wordt niet volledig uitgesloten, omdat deze in enkele gevallen wel kan bijdragen aan een betere consumentenverzorging in de vorm van meer keuzemogelijkheden.
3.5 Visie op detailhandel op perifere locaties De detailhandel op perifere locaties speelt een belangrijke rol in de lokale consumentenverzorging, maar omdat het deels om bijzondere, grootschalige winkels gaat, ook in de aantrekkingskracht op consumenten van buiten de Hoeksche Waard. Uitgangspunt voor de visie is dat detailhandel op perifere locaties qua bezoekdoel en -gedrag van de consumenten in principe complementair moet zijn aan het aanbod in de reguliere winkelgebieden en/of qua aard en omvang van de gevoerde artikelen niet of zeer moeilijk inpasbaar is in die reguliere winkelgebieden. Daarnaast is een uitgangspunt dat de huidige situatie wordt gerespecteerd, ook al voldoet hier aanwezig winkelaanbod niet aan het eerstgenoemde uitgangspunt.
Hoofdstuk 3
De Hoeksche Waard kent reeds een relatief uitgebreid perifeer detailhandelsaanbod. Hierdoor en vanwege de eerder geschetste landelijke trends en regionale ontwikkelingen, is er niet of nauwelijks distributieve ruimte aan te geven voor een uitbreiding van dit en het overige detailhandelsaanbod. Daarom is de volgende beleidslijn gekozen: Primair wordt voorzichtig c.q. restrictief omgegaan met het toevoegen van nieuwe detailhandelsmeters op perifere locaties, zoals ook uitgangspunt is in het provinciaal beleid. Dit houdt onder meer in dat voorwaarden gesteld worden aan de winkels die in aanmerking komen voor een vestiging buiten de reguliere winkelgebieden.
Navolgend zijn de randvoorwaarden geconcretiseerd. Branchering Winkels in de volgende branches en soorten winkels kunnen zich in principe vestigen op perifere locaties: detailhandel in auto’s, motoren, boten, caravans en tenten (beide laatste in combinatie met kampeerartikelen); detailhandel in automaterialen (in relatie met inbouw); detailhandel in keukens, badkamers, sanitair, tegels; detailhandel in woninginrichting (meubelen, vloerbedekking, woningtextiel, verlichting, babywoonwinkels); bouwmarkten en andere allround doe-het-zelf zaken; tuincentra (inclusief dierenbenodigdheden en –voeding en woondecoratie); detailhandel in (zeer) volumineuze artikelen zoals zonwering, tuinhuisjes, buitenspeeltoestellen, zwembaden, tuinbeelden, haarden en kachels, grafzerken, (paarden)trailers, aanhangwagens, etc.; brand- en explosiegevaarlijke stoffen, grove bouwmaterialen, landbouwwerktuigen; 2 kringloopwinkels (als onderdeel van een kringloopbedrijf) . Nevenassortimenten Branchevervaging in klassieke PDV-branches zoals de woon-, tuin- en doe-het-zelf-branche komt veel voor, maar mag niet leiden tot onaanvaardbare effecten op de detailhandelsstructuur. Daarom moet hier weloverwogen mee om worden gegaan. In die overweging spelen aspecten zoals de aanvaardbaarheid van een bepaalde mate van branchevervaging, het belang van beleving in de winkel en 2
Hiermee wordt een bedrijf bedoeld dat goederen/boedels ophaalt, opslaat, goederen selecteert op bruikbaarheid, opknapt en/of verwerkt tot grondstof dan wel halffabrikaat.
Hoofdstuk 3
eventuele effecten op reeds aanwezige winkels een rol. Niet wenselijk zijn bijvoorbeeld woonwinkels met speelgoed in de schappen en tuincentra die levensmiddelen verkopen. De consument verwacht in dergelijke winkels echter ook een bepaalde mate van branchevervaging. Zo is bijvoorbeeld het dierenassortiment van tuincentra inmiddels een landelijk geaccepteerd onderdeel van het reguliere assortiment. Branchevervaging bij de genoemde branches en soorten winkels is toegestaan tot maximaal 10% van het totaal gevoerde assortiment en een maximum van 100 m² wvo. Hierbij geldt verder het volgende: De artikelen die gevoerd mogen worden behoren direct of indirect tot het specifieke assortiment van de betreffende branche of soort winkel. Voor de aangewezen perifere locaties geldt dat het assortiment van alle toegestane branches en soorten winkels zonder beperkingen in alle hier aanwezige winkels verkocht mag worden. 3 Modische artikelen , levensmiddelen, en persoonlijke verzorgingsartikelen zijn expliciet niet toegestaan omdat dit de belangrijkste dragers zijn voor het functioneren van de reguliere winkelcentra Kleinschalige horecavoorzieningen, die ondergeschikt zijn aan de winkelfunctie, worden toegestaan. Daar waar in het verleden andere rechten zijn toegekend, blijven die geldig.
Maatvoering Voor de detailhandel op perifere locaties geldt een minimum maatvoering van 1.000 m² bvo, omdat kleinere winkels gewoonlijk goed terecht kunnen in de bestaande winkelgebieden. Indien er een initiatief is voor de vestiging van een winkel kleiner dan 1.000 m² op een perifere locatie, dient uit nader onderzoek te blijken dat er redelijkerwijs geen passende locatie in de centrumwinkelgebieden voor handen is. Locaties Vanuit de Provincie zijn drie opvanglocaties voor perifere detailhandel in de Hoeksche Waard opgenomen (woonboulevard De Bosschen, het bedrijventerrein in Numansdorp en het bedrijventerrein in Strijen). De ruimtevraag van een nieuw initiatief wordt afhankelijk van de kwaliteit en verzorgingsgebied eventueel gefaciliteerd op deze door de provincie benoemde opvanglocaties. Indien het initiatief een uitsluitend lokale verzorgingsfunctie heeft, wordt eventueel een geschikte locatie op kernniveau aangewezen. Aanwezige leegstand moet zoveel als mogelijk worden benut.
Perifere detailhandel met lokale verzorgingsfunctie Sommige perifere detailhandelsvestigingen hebben uitsluitend een lokale verzorgingsfunctie, zoals bijvoorbeeld een kleinschalige bouwmarkt. In dat geval heeft het geen zin om de zaak te vestigen op bijvoorbeeld De Bosschen, omdat sprake is van een lokale binding. Perifere detailhandel met uitsluitend een lokale verzorgingsfunctie krijgt de mogelijkheid zich te vestigen buiten de beoogde detailhandelsstructuur, mits er per saldo geen onaanvaardbare effecten zijn op de consumentenverzorging, de consumentenverzorging en de leegstand. Bij voorkeur moet worden aangesloten op locaties (bedrijventerreinen) waar reeds perifere detailhandel aanwezig is.
3
Uitgezonderd bij de toegestane perifere winkels behorende werkkleding en –schoenen, zoals bijvoorbeeld overalls of tuinklompen.
Hoofdstuk 3
Perifere detailhandel met regionale verzorgingsfunctie Perifere detailhandel met een bovenlokale verzorgingsfunctie dient idealiter op een locatie te worden gefaciliteerd die vanuit de gehele Hoeksche Waard centraal ligt, goed bereikbaar is en aansluit op bestaande (perifere) detailhandel. Voor sommige, voor perifere vestiging in aanmerking komende, winkels geldt dat ze een dusdanige ruimtevraag hebben dat clustering geen meerwaarde biedt of niet mogelijk is (bijvoorbeeld detailhandel in tegels/stenen, grove bouwmaterialen, zwembaden en sauna’s). Vestiging buiten de bestaande structuur moet mogelijk zijn, maar er moet bij initiatieven in het kader van het voorkomen van eventuele leegstand wel kritisch gekeken worden naar eventuele (verdringings)effecten. Detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij productiebedrijven Productiegebonden detailhandel op bedrijventerreinen is toegestaan indien het goederen betreft die 4 ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces , waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan het productieproces. In dit verband wordt een maximumomvang voor de detailhandel van 10% van de totale bedrijfsruimte met een maximum van 100 m² wvo aangehouden.
Een voorwaarde is wel dat vooraf is aangetoond dat de ondergeschikte detailhandel niet leidt tot een onaanvaardbare aantasting van de detailhandelsstructuur en/of een toename van de leegstand, zodanig dat sprake kan zijn van een onaanvaardbaar effect op het woon,- leef- en ondernemersklimaat. Een ruimtelijk-functionele effectenstudie kan hierover uitsluitsel bieden.
3.6 Visie op overige vormen en aspecten van detailhandel Internethandel De ambitie is webwinkels met afhaalpunten in bestaande winkelcentra te realiseren. Daar waar het niet mogelijk is om een fysieke webwinkel te realiseren in een bestaand winkelgebied kunnen deze webwinkels zich vestigen op trafficlocaties, vooropgesteld dat er geen onaanvaardbare effecten zullen zijn op de consumentenverzorging, de detailhandelsstructuur en de leegstand.
Internethandel speelt een steeds belangrijkere rol in de detailhandel. Het is zaak de dynamiek binnen de internethandel te faciliteren op de daarvoor kansrijke plekken. Deze vorm van koopgedrag kan een bijdrage leveren aan de vitaliteit van bestaande winkelgebieden en soms aan het verzorgingsniveau in de kleinste kernen. Bovendien verwacht de consument simpelweg dat afhaalpunten ruimtelijk mogelijk worden gemaakt. Binnen internethandel maken we onderscheid tussen: Pure players: detailhandelsbedrijven zonder fysieke winkel actief in de verkoop van producten en goederen en levering van diensten aan derden (consumenten, bedrijven en instellingen). Multi-channel: detailhandelsbedrijven die opereren als zowel een webwinkel als fysieke winkel actief in de verkoop van producten en goederen en levering van diensten aan derden (consumenten, bedrijven en instellingen).
4
Hier valt ook assemblage/montage onder.
Hoofdstuk 3
Internetwinkels met fysieke bezoekmogelijkheden, bijvoorbeeld om pakketten op te halen of te retourneren en/of omdat er showroom aanwezig is, worden ook door de provincie gezien als detailhandel en daarom worden zij alleen toegelaten op locaties met de bestemming detailhandel. In algemene zin is het beleid gericht op het faciliteren van afhaalpunten in de winkelgebieden, al of niet in combinatie met fysieke winkels. Solitaire afhaalpunten (pick-up-points) buiten deze gebieden worden slechts bij hoge uitzondering en onder voorwaarden toegestaan (geen negatieve effecten op de consumentenverzorging, detailhandelsstructuur en winkelleegstand). Een solitair afhaalpunt kan bijvoorbeeld een rol spelen in de consumentenverzorging in een kleine kern waar geen winkelvoorzieningen meer aanwezig zijn. Boerderij- en landwinkels De ambitie is detailhandelsactiviteiten in de vorm van boerderij- of landwinkels in beperkte mate mogelijk te maken.