CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

De+Staat+Van+Het+Dier+2024+FINAL+H1+Aangepast

Beeldvormende bijeenkomst 30 september 2025, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Initiatiefvoorstel Dierenwelzijn (presentatie)25.498 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

43 – STAAT VAN HET DIER

Onze huiskat op rooftocht Een van de uitgangspunten van de Wet dieren is dat dieren uiting moeten kunnen geven aan hun natuurlijk gedrag. Voor veel huiskatten betekent dit dat ze vrij buiten moeten kunnen rondlopen en prooien kunnen vangen. Huiskatten zijn juist vanwege dit natuurlijk gedrag gedomesticeerd; ze konden de voedselvoorraden van mensen beschermen door ratten en muizen weg te vangen. Een klein deel van de in Nederland gehouden katten vervult deze rol nog steeds, bijvoorbeeld op en rond boerderijen. Echter, het merendeel van de bijna drie miljoen katten in Nederland wordt als gezelschapsdier gehouden. Zij zijn voor voedsel niet langer afhankelijk van zelf gevangen muizen en ratten, maar van hun eigenaar die hen (als alles goed gaat) hoogwaardige diervoeding verstrekt. Desondanks blijft de gewoonte om katten vrij buiten te laten rondlopen en jagen onveranderd. Dit heeft grote gevolgen: katten doden in Nederland gezamenlijk miljoenen vogels per jaar en daarnaast een onbekend, maar hoogstwaarschijnlijk groot aantal kleine zoogdieren, amfibieën en reptielen.15 In de overwegingen over het welzijn van huiskatten hebben we dus niet alleen te maken met het welzijn van die katten zelf. De gedachte dat katten hun natuurlijk gedrag moeten kunnen uiten, is te kort door de bocht.

Het welzijn van katten moet afgewogen worden tegen het welzijn van al hun prooidieren én het functioneren van het ecosysteem. Denk bijvoorbeeld aan het lijden van gewonde prooien of het verhongeren van jonge vogels die een of beide ouders verloren hebben door predatie door huiskatten. Beslissingen over het al dan niet buiten laten van huiskatten vereisen het meewegen van de effecten van loslopende katten op het functioneren van het ecosysteem.

STAAT VAN HET DIER – 44

3.5 Kunnen de zes principes ons leiden bij de omgang met dieren in de natuur? De manier waarop mensen omgaan met de natuur, en met de wilde dieren die daarin leven, heeft een aanzienlijke invloed op het functioneren van het ‘ecosysteem aarde’. Hoe zouden mensen met dieren in de natuur om moeten gaan als het streven naar goed functionerende ecosystemen meer prioriteit zou krijgen? Wellicht kunnen de zes leidende principes voor dierwaardige houderij helpen bij het beantwoorden van deze vraag (zie hoofdstuk 1). Deze principes introduceerde de RDA in de zienswijze Dierwaardige veehouderij.17 Hoewel de natuur geen houderijsysteem is, kunnen de zes leidende principes wellicht iets zeggen over de eisen die aan de natuurlijke omgeving gesteld moeten worden ten behoeve van het welzijn, inclusief de gezondheid, van dieren in de natuur. In deze paragraaf passen we de zes leidende principes daarom toe op dieren in de natuur én het ecosysteem als geheel. Basisbehoeften Principe 1 is een generiek principe: het erkennen van de intrinsieke waarde en de integriteit van dieren, waar dan ook, dus ook van dieren in de natuur. Principes 2-4 vertegenwoordigen basisbehoeften, zoals voldoende voeding, drinkplaatsen, schuilplaatsen, vluchtmogelijkheden en gezonde leefomstandigheden.

Voor dieren in de natuur betekent dit dat ze moeten kunnen leven in een ecosysteem wat over het algemeen in deze basisbehoeften kan voorzien. Het is van belang dat dieren, afhankelijk van het seizoen, voldoende voedsel en water kunnen vinden. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat dieren vrij tussen verschillende gebieden moeten kunnen bewegen. Betekent dit dan ook dat menselijk ingrijpen noodzakelijk is als ecosystemen structureel niet meer kunnen voorzien in deze basisbehoeften van dieren ten gevolge van menselijke interventies? Moet dit menselijk ingrijpen zich dan op een individueel dier richten, of op de groep? In de zienswijze Zorgplicht natuurlijk gewogen uit 2012 concludeerden wij dat een groep dieren de vrijheid moet hebben om zich aan te passen aan de omgeving, aan de heersende omstandigheden.18 Verschillen tussen individuen kunnen van belang zijn voor het aanpassingsvermogen en de zelfredzaamheid van de groep als geheel. Interventie gericht op een individu kan mogelijk (direct of op termijn) een negatief effect hebben op het welzijn van andere individuen. Daarom moet de zorgplicht ook

45 – STAAT VAN HET DIER

rekening houden met de groep of populatie als een belangrijk onderdeel van de leefomgeving van het individu. Bijvoorbeeld: wanneer een natuurgebied afgesloten en/of geïsoleerd raakt, en er in dat gebied onvoldoende natuurlijke vijanden zijn, terwijl de populatie blijft groeien en de dieren niet naar een ander gebied kunnen migreren, kan het ecosysteem op termijn of gedurende een deel van het seizoen niet meer voldoen aan de basisbehoefte ‘voeding’ van elk dier. Hierdoor wordt het welzijn van individuele leden van die populatie sterk aangetast. Het welzijn van individuele dieren zal herstellen als het voedseltekort afneemt. Is het voedseltekort om welke reden dan ook structureel, dan zal de populatie in omvang afnemen. Natuurlijk gedrag en positieve emotionele toestand Voor principe 5 (ruimte voor natuurlijk gedrag) en 6 (een overwegend positieve emotionele toestand) is het onder andere van belang dat dieren tussen verschillende gebieden kunnen bewegen, bijvoorbeeld om voortplantingspartners te vinden. Op die manier kunnen populaties genetisch gezond blijven. Verschillende dieren, zoals grote hoefdieren, hebben daarvoor een groter leefgebied nodig dan de meeste Nederlandse natuurgebieden kunnen bieden. Om het welzijn van dieren in de natuur te bevorderen, is het belangrijk dat er ruimtelijke verbindingen tussen leefgebieden zijn.

Ook bij dieren in de natuur is een overwegend positieve emotionele toestand van belang. Daartoe is het onder andere van belang dat zij hun eigen voorkeuren kunnen volgen en enige controle over hun omgeving hebben. Dieren moeten voldoende in staat zijn om op veranderingen in hun sociale en fysieke omgeving te reageren. Ecosystemen als leefomgevingen voor dieren kennen geen grenzen, uitzonderingen zoals eilanden die ver van het vasteland afliggen daargelaten, ook al proberen mensen de natuurlijke ecosystemen een afgebakende plek te geven in de ruimtelijke ordening. Dieren houden zich niet aan de ruimtelijke ordening zoals mensen die definiëren. Duurzame keuzen voor de inrichting van ons land zijn urgent en van levensbelang. De inrichting van onze leefomgeving zou in ieder geval in lijn moeten zijn met doelstellingen zoals gedefinieerd in de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties19 en niet moeten contrasteren met de Science Based Targets for Nature20 van bedrijven en sectoren.

STAAT VAN HET DIER – 46

3.6 Conclusie In Nederland leven veel mensen en dieren op een klein oppervlak. Zij maken allemaal deel uit van hetzelfde ecosysteem. Mensen worden zich steeds bewuster van de negatieve gevolgen van hun activiteiten op ecosystemen en van het belang van goed functionerende ecosystemen. Als we de zes leidende principes voor dierwaardigheid als uitgangspunt nemen en meer concentreren op het belang van goed functionerende ecosystemen, wordt het logisch om het welzijn van alle elementen van die ecosystemen te waarborgen. Mensen zouden dan niet alleen hun eigen belangen moeten overwegen bij het vormen van een mening over schurende kwesties met betrekking tot dieren. Ook de langetermijnbelangen van een goed functionerend ecosysteem voor de kwaliteit van de omgeving, voedselzekerheid, voedselveiligheid en volksgezondheid zouden meegewogen moeten worden. Dit vereist meer aandacht voor het behouden en ontwikkelen van goed functionerende ecosystemen waarin mensen en dieren leven. Het stelt eisen aan de ruimtelijke ordening en vereist een zorgvuldige benadering van het welzijn van individuele dieren (gehouden of niet-gehouden) en het welzijn van populaties.

Wat er moet gebeuren voor dieren in de natuur • Verkennen welke effecten toenemende bevolkingsdichtheid en infrastructuur (inclusief bijvoorbeeld nieuwbouw, zonnepanelen, windmolens, waterbeheersing) op (ruimte voor, welzijn van, gezondheid van) niet-gehouden dieren heeft en welke consequenties daaraan verbonden zouden moeten worden; • Verkennen welke gevolgen klimaatverandering (inclusief de maatregelen die mensen nemen om dit tegen te gaan of ermee om te gaan) heeft voor het welzijn van gehouden en niet-gehouden dieren; • Handvatten creëren voor de wijze waarop een afweging gemaakt kan worden tussen het welzijn van een individueel dier en andere belangen zoals het welzijn van populaties en ecosystemen of andere belangen van mensen (economisch, cultureel, natuurbeleving); • Verkennen van de spanning tussen het welzijn van de invasieve exoten en de negatieve effecten die invasieve exoten hebben op het welzijn van andere soorten in een leefgemeenschap.

47 – STAAT VAN HET DIER

Bronnen 1. Hallmann, C.A., et al., 2017. More than 75 percent decline over 27 years in total flying insect biomass in protected areas. PLoS One. 12: 18-22. DOI: 10.1371/journal.pone.0185809. 2. European Environment Agency, 2023. Wat schaadt de natuur van Europa? Nieuwsbericht op website: https://www.eea.europa.eu/nl/ema-signalen/eea-signalen-2021/articles/ wat-schaadt-de-natuur-van-europa. Bezocht op 19 maart 2024. 3. Raad voor Dierenaangelegenheden, 2019. Staat van het dier. Beschouwingen en opinies over de verschuivende relatie tussen mens en dier in Nederland. Raad voor Dierenaangelegenheden, Den Haag. 4. Naturalis Biodiversity Centre, 2021. Biodiversiteit staat of valt met ons. Video op website: https://www.youtube.com/watch?v=xTh-lWJkokQ. Bezocht op 19 maart 2024. 5. Wageningen University & Research. Biodiversiteit. Artikel op website: https://www.wur. nl/nl/themas/biodiversiteit.htm. Bezocht op 19 maart 2024. 6. Europees Parlement, 2024. Wat is de oorzaak van de afname van bijenpopulaties en andere bestuivers? (infografiek). Artikel op website: https://www.europarl.europa.eu/topics/nl/ article/20191129STO67758/wat-is-de-oorzaak-van-de-afname-van-bijenpopulaties-enandere-bestuivers. Bezocht op 19 maart 2024. 7. EU-initiatief inzake bestuivers, 2018. Geraadpleegd via: https://eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/?uri=CELEX%3A52018DC0395. 8. Worobey, M., et al., 2022.

The Huanan Seafood Wholesale Market in Wuhan was the early epicenter of the COVID-19 pandemic. Science. 377(6609): 951-959. DOI: 10.1126/ science.abp8715 . 9. Pohlmann, A., et al., 2022. Has epizootic become enzootic? Evidence for a fundamental change in the infection dynamics of Highly Pathogenic Avian Influenza in Europe, 2021. MBio. 13(4). DOI: 10.1128/mbio.00609-22. 10. Keulemans, M., 2023. Geheimzinnige uitbraak vogelgriep bij Poolse katten laat zien: oppassen met voer. Nieuwsbericht op website: https://www.volkskrant.nl/wetenschap/geheimzinnigeuitbraak-vogelgriep-bij-poolse-katten-laat-zien-oppassen-met-voer~b95245c4/. Bezocht op 19 maart 2024. 11. Ouyang, J.Q., et al. 2017. Restless roosts: Light pollution affects behavior, sleep, and physiology in a free-living songbird. Glob Change Biol. 23(11): 4987-4994. DOI: 10.1111/ gcb.13756. 12. Zenit. De zichtbaarheid van sterren neemt wereldwijd snel af. Artikel op website: https:// zenitonline.nl/de-zichtbaarheid-van-sterren-neemt-wereldwijd-snel-af/. Bezocht op 19 maart 2024.

STAAT VAN HET DIER – 48

13. NIOO-KNAW. Het Licht op Natuur / Licht op Landschap project. Artikel op website: https://lichtopnatuur.org/nl. Bezocht op 18 maart 2024. 14. Russ, A., Lučeničová, T., Klenke, R., 2017. Altered breeding biology of the European blackbird under artificial light at night. Avian Biol. 48(8): 1114-1125. DOI: 10.1111/jav.01210. 15. LNV, 2023. Loslopende katten: Gezamenlijke verkenning van de problematiek en oplossingsrichtingen rondom loslopende huiskatten en zwerfkatten. Geraadpleegd via https://open.overheid.nl/documenten/ronl-d67a352af17431873c4c5b6880a920ca4466 794d/pdf. 16. Ecologische autoriteit, 2022. Website: www.ecologischeautoriteit.nl. Bezocht op 18 maart 2024. 17. Raad voor Dierenaangelegenheden, 2021. Dierwaardige veehouderij. Raad voor Dierenaangelegenheden, Den Haag. 18. Raad voor Dierenaangelegenheden, 2012. Zorgplicht natuurlijk gewogen. Raad voor Dierenaangelegenheden, Den Haag. 19. UN Global Compact. Sustainable Development Goals. Website: https://unglobalcompact. nl. Bezocht op 18 maart 2024. 20. Borregaard ASA, 2022. Target validation report. Science based targets initiative. Website: https://www.borregaard.com/media/yspdf0w1/science-based-target-initiative-targetvalidation-report-borregaard-july-2022.pdf. Bezocht op 18 maart 2024.

49 – STAAT VAN HET DIER

STAAT VAN HET DIER – 50

51 – STAAT VAN HET DIER

4. Stappen richting een dierwaardige veehouderij Beschouwing over productiedieren

Als inwoner van Nederland ben ik de laatste 10 jaar aanzienlijk beter geïnformeerd over het welzijn van productiedieren

22% 19%

De Nederlandse overheid doet wat nodig is om het welzijn van productiedieren te waarborgen

Foto: Rudmer Zwerver / Shutterstock

Productiedieren hebben het in Nederland veel beter dan in andere Europese landen

Het welzijn van productiedieren is de ­afgelopen 10 jaar sterk verbeterd

(helemaal) oneens

35%

2022

25%

43%

32%

2018

+

42%

22%

- 2022

34%

2018

39%

46%

2022

40%

47%

2018

41%

2022

46%

2018

40%

2022

43%

2018

39%

50% 47% 18%

42%

15%

niet eens, niet oneens

2018

34%

8% 7%

46% 41%

27%

13%

- 2022

26%

37%

16%

39%

42%

(helemaal) eens

Nu volgt een aantal stellingen. Geef aan in hoeverre u het hiermee oneens of eens bent. Basis: helft respondenten (n=circa 1.000)

STAAT VAN HET DIER – 52

ENQUÊTERESULTATEN

Houders en verzorgers van productiedieren doen het maximale om het welzijn van hun dieren te waarborgen

Organisaties die zich beroepshalve met productiedieren bezig houden, doen echt hun best om het welzijn van hun dieren te verbeteren

38%

Meer Nederlanders dan in 2018 vinden dat het dierenwelzijn binnen de huidige vorm van veehouderij niet te waarborgen is Wij mensen moeten niet onze eigen menselijke maatstaven gebruiken, maar hoognodig luisteren naar wat het dier wil 8%

7% 32%

ENQUÊTERESULTATEN

41% 4%

32%

15%

2022

2018

3%

In megastallen kan nooit sprake zijn van voldoende aandacht voor gezondheid en welzijn van de productiedieren

7%

11%

+ 28%

23% 30%

27%

42%

16%

In de huidige vorm van veehouderij is het niet mogelijk om dierenwelzijn te waarborgen

25%

30%

10% 2022

10% 2018

4%

19%

18%

40%

42%

20%

21%

17%

16%

2022

2018

3%

Nieuw: Het welzijn van productiedieren moet in de komende 10 jaar verbeterd worden

20%

Bij het terugdringen van stikstof en broei­ kasgassen in de veehouderij mag het dierenwelzijn er op achteruitgaan 4%

49%

3%

1%

Het vooruitgaan van het dierenwelzijn in de veehouderij is belangrijker dan het terugdringen van stikstof en broeikasgassen in de veehouderij

Er moet meer aandacht komen voor het welzijn van insecten

11% 27%

14%

13%

36%

47%

40%

32%

13% 50%

28%

32%

2022

2022

helemaal oneens

oneens

5%

17%

4%

2022

niet eens, niet oneens

35%

14%

4%

2022

eens

1% 2022

helemaal eens

Nu volgt een aantal stellingen. Geef aan in hoeverre u het hiermee oneens of eens bent. Basis: alle respondenten (2018: n=2.010; 2022: n=2.082)

53 – STAAT VAN HET DIER

Er moet meer aandacht komen voor het welzijn van vissen

Je mag een (ouder) productiedier ook doden als het economisch niet meer nuttig is om het in leven te houden

Nieuw: In Nederland is vlees eten geen basisbehoefte die het slachten van dieren rechtvaardigt

44%

35%

21%

2022

47%

33%

20%

2018

33%

24%

2022

Nieuw: wildgevangen zeedieren en vissen mogen gevoerd worden aan vleesetende vissen (zoals zalm) in viskwekerijen 27%

52%

28%

20%

2022

50%

30%

20%

2018

Als wij varkens, koeien en kippen niet de mogelijkheden kunnen geven om hun natuurlijk gedrag uit te voeren, dan moeten we die soorten niet als productiedier willen houden 34%

47%

2022

17%

38%

45%

2018

niet eens, niet oneens

28%

2022

Nieuw: voor dierenwelzijn is het beter om insecten in te zetten voor humane consumptie dan dieren zoals varkens en kippen 34%

19%

45%

44%

22%

2022

(helemaal) eens

Nu volgt een aantal stellingen. Geef aan in hoeverre u het hiermee oneens of eens bent. Basis: helft respondenten (n=circa 1.000)

STAAT VAN HET DIER – 54

ENQUÊTERESULTATEN

Ik kan aanvaarden dat varkens, kippen en koeien onvoldoende ruimte en afleiding krijgen zolang het geen negatieve gevolgen heeft voor hun lichamelijke gezondheid

(helemaal) oneens

43%

Belangrijkste positieve kanten aan onze omgang met dieren Gevarieerd aanbod aan smakelijk en gezond vlees, melk en eieren

Belangrijkste negatieve kanten aan onze omgang met dieren

36% 28%

+

2022 2018

n=2.010, 2022: n=2.082

Transport van productiedieren over grote afstandenverwondering en inspiratie

37% 37%

2022 2018

Krappe en saaie huisvesting

33% 33%

2022 2018

2018: n=2.010, 2022: n=2.082

ENQUÊTERESULTATEN

Lichte toename van het aantal Nederlanders dat nooit of slechts enkele dagen per week vlees eet, de dagelijkse consumptie is niet afgenomen Hoe vaak eet u gemiddeld vlees bij de warme maaltijd?

Is het gekochte vlees voorzien van het Beter Leven keurmerk of anderszins op diervriendelijke wijze geproduceerd?

Nooit

6% 4%

2022 2018

Nee, nooit

1 dag per week

6% 4%

2022 2018

Ja, soms

2 dagen per week

8% 7%

2022 2018

Ja, regelmatig

4% 3%

2022 2018 2022 2018

24% 25% 37% 38%

2022 2018

3 dagen per week

15% 15%

2022 2018

Ja, altijd

17% 18%

2022 2018

4 dagen per week

16% 16%

2022 2018

Weet ik niet

17% 16%

2022 2018

21% 21%

5 dagen per week

2022 2018

6 dagen per week

14% 18%

2022 2018

7 dagen per week

15% 15%

2022 2018

Basis: alle respondenten (2018: n=2.010 | 2022: n=2.082)

55 – STAAT VAN HET DIER

Basis: alle respondenten (2018: n=2.010 | 2022: n=2.082)

Een centrale plaats voor dierenwelzijn in de transitie naar een kringlooplandbouw. Dat was een van de speerpunten van de RDA in de afgelopen jaren. We introduceerden zes leidende principes voor het welzijn van dieren in de veehouderij, die breed omarmd werden. Ondertussen wordt het publiek kritischer. Een meerderheid van de burgers vindt dat het welzijn van productiedieren op korte termijn moet verbeteren. In de praktijk blijkt het echter niet altijd eenvoudig om welzijnsverbeteringen te realiseren. Hoe kunnen we er bijvoorbeeld voor zorgen dat alle productiedieren in de veehouderij hun natuurlijk gedrag kunnen uiten? En wat is er nodig om het welzijn van relatief nieuwe productiedieren, zoals kweekvissen en insecten, te waarborgen? Welke internationale ontwikkelingen zijn van invloed op het welzijn van productiedieren in Nederland?

4.1 Naar een dierwaardige kringlooplandbouw – terugblik op Staat van het Dier 2019 In Staat van het Dier 2019 beschreven we hoe veehouders en marktpartijen zich na de twee wereldoorlogen ingezet hebben om steeds meer, steeds efficiënter en tegen zo laag mogelijke kosten te produceren.1 De resulterende intensieve veehouderij had onbedoeld negatieve gevolgen voor productiedieren, het milieu en de biodiversiteit. De laatste decennia zijn mensen hier anders naar gaan kijken en dat heeft het welzijn van productiedieren merkbaar verbeterd. Nederland heeft bovendien een van de gezondste dierpopulaties in Europa, mede door de eisen die de internationale exportpositie van ons land aan diergezondheid en dierenwelzijn stelt. Tegelijkertijd erkenden we in 2019 dat de veehouderijsectoren met hardnekkige en nieuwe welzijnsproblemen te maken hadden, en dat de maatschappelijke problemen op het gebied van natuur en milieu invloed zouden hebben op de positie van productiedieren. We signaleerden dat dierenwelzijn een te beperkte plek kreeg in het zoeken naar oplossingen voor deze grote maatschappelijke vraagstukken. De in gang gezette transitie naar een kringlooplandbouw creëert ruimte voor innovaties en ontwerpen waarbij het welzijn en de gezondheid van dieren centraal zouden moeten staan. Nederland kan hierbij een rol spelen als gidsland, zo concludeerden we.

STAAT VAN HET DIER – 56

Dierenwelzijn in de kringlooplandbouw In de zienswijze Dierenwelzijn in de kringlooplandbouw uit 2020 adviseerden we om dierenwelzijn, inclusief diergezondheid, centraal te zetten bij de transitie naar kringlooplandbouw.2 We gaven aan dat de RDA wil bijdragen aan het ontwikkelen, verzamelen en delen van de kennis die hiervoor nodig is. We stelden voor om een adviescommissie te benoemen met vertegenwoordigers van de verschillende belangengroepen. Deze commissie zou dierenwelzijnsaspecten kunnen formuleren voor de onderzoeksagenda, parameters kunnen benoemen voor het monitoren van dierenwelzijn, en advies kunnen geven over (institutionele) borging van het dierenwelzijn in Nederland en daarbuiten. Een expertisecentrum voor dierenwelzijn zou kunnen dienen als vraagbaak en platform voor kennisuitwisseling. We pleitten ook voor investeringen in onderzoek gericht op dierenwelzijn in de kringlooplandbouw. Daarnaast benadrukten we dat het belangrijk is om binnen Europa netwerken te versterken en afstemming te verbeteren om een breed draagvlak te creëren voor de borging en verbetering van dierenwelzijn in kringloopsystemen. Deze inspanningen hebben bijgedragen aan de ontwikkelingen die in de volgende paragrafen besproken worden.

4.2 Naar een dierwaardige veehouderij In de zienswijze Dierwaardige veehouderij van 2021 werkten we de gedachtenlijn uit Dierenwelzijn in de kringlooplandbouw verder uit.3 We adviseerden om het welzijn van productiedieren centraal te zetten in de transitie in de veehouderij. Dierenwelzijn zou op zijn minst een gelijkwaardige plaats moeten krijgen in de aanpak van beleidsthema’s zoals klimaatverandering en stikstofproblematiek. We introduceerden zes leidende principes die nodig zijn voor het welzijn van dieren in de veehouderij: (1) erkennen van intrinsieke waarde en integriteit van het dier; (2) goede voeding; (3) goede omgeving; (4) goede gezondheid; (5) ruimte voor natuurlijk gedrag; en (6) een positieve emotionele toestand (zie hoofdstuk 1). We gaven expliciet aan dat de aanbevelingen in de zienswijze een stevige rol van de nationale overheid verlangden: ‘Het is aan de overheid om de urgentie te benoemen en het initiatief en de regie te nemen – in overleg met veehouders, marktpartijen, maatschappelijke organisaties en andere stakeholders – en een daarbij passende tijdshorizon te verbinden aan deze zienswijze van de Raad.’ Bovendien schreven we: ‘Sta als rijksoverheid voor de keuze van een dierwaardige veehouderij en

57 – STAAT VAN HET DIER

handel daarnaar op een proactieve manier richting de EU en richting provinciale en gemeentelijke overheden en waterschappen. Zorg waar nodig voor aanpassing van beleidsinstrumenten.’ Convenant dierwaardige veehouderij Op initiatief van het Ministerie van LNV is vanaf oktober 2022 door een kerngroep van partijen gewerkt aan een Convenant dierwaardige veehouderij, waarin de zes leidende principes voor een dierwaardige veehouderij centraal stonden.4 Voor dit convenant werd een overlegtafel onder leiding van een onafhankelijke voorzitter opgezet, met vertegenwoordigers van de veehouderijsectoren, ketenpartijen, retailers/food service, maatschappelijke organisaties en LNV. Parallel aan deze hoofdtafel werden sectorale en thematische deelsessies gehouden, waaraan meerdere belanghebbenden (sectorpartijen, ketenpartijen, maatschappelijke organisaties, LNV) onder leiding van een onafhankelijke voorzitter deelnamen. Aan de hoofdtafel werd onderhandeld over het convenant. Na overeenstemming aan de hoofdtafel zouden alle deelnemers aan de deeltafels de mogelijkheid krijgen om het convenant mede te ondertekenen. Het Convenant dierwaardige veehouderij is gerelateerd aan het Landbouwakkoord, dat na maandenlang overleg niet tot stand is gekomen.

In december 2023 rapporteerde de voorzitter van het convenanttraject over de stand van zaken.4 Op dat moment hadden de gesprekken nog niet geresulteerd in het vastleggen van afspraken in een convenant. Dit was onder andere te wijten aan de uiteenlopende belangen van de deelnemers, de complexiteit van sommige knelpunten en de demissionaire status van het kabinet. De deelnemers gaven desondanks aan dat zij door wilden gaan met de gesprekken. Overigens wilde de demissionair minister van LNV de afspraken uit het convenant ook gebruiken als input voor een alternatief voor het amendement Vestering in de Wet dieren, in de vorm van een aangepaste tekst en daarop gebaseerde aanvullende regelgeving.5,6 Dit amendement zou op 1 juli 2024 in werking treden, met als doel structurele beperkingen van het welzijn van dieren in de veehouderij tegen te gaan en lichamelijke ingrepen verder uit te faseren. Er ontstond veel politieke discussie over het amendement, met name op het gebied van uitvoerbaarheid. Begin maart 2024 heeft het Ministerie van LNV als alternatief voor het amendement Vestering een wetswijziging voorgesteld.7 Hierin worden de contouren beschreven van een pakket met eerste maatregelen voor vier veehouderijsectoren (melkvee, varkens,

STAAT VAN HET DIER – 58

kippen, kalveren) dat in een Algemene Maatregel van Bestuur over gedragsbehoeften en ingrepen vastgelegd wordt. Tot aan 2030 kunnen veehouders deze maatregelen zonder grote financiële gevolgen doorvoeren op het bedrijf. Voor de periode na 2030 is in de wetswijziging per veehouderijsector een toekomstbeeld voor 2040 en een tweede maatregelenpakket opgenomen. Op 19 maart 2024 heeft de Tweede Kamer ingestemd met deze wetswijziging, met inbegrip van een amendement met waarborgen voor het daadwerkelijk realiseren van een dierwaardige veehouderij voor 2040 en een amendement waarin geregeld is dat voor de transitie naar dierenwelzijn een beroep kan worden gedaan op het transitiefonds.

4.3 Het publiek wordt kritischer Ondertussen suggereren de resultaten van onze publieksenquête dat de Nederlandse samenleving kritisch is op de manier waarop er momenteel met productiedieren omgegaan wordt. Dit ondanks verschillende ontwikkelingen ter verbetering van dierenwelzijn, zoals het verdwijnen van plofkippen uit Nederlandse supermarkten in 2023.8 Een aanzienlijk deel van de respondenten noemde ‘transport van productiedieren over grote afstanden’ en ‘krappe en saaie huisvesting’ als een van de belangrijkste negatieve kanten aan onze omgang met dieren, respectievelijk 37% en 33%. Het percentage respondenten dat vond dat het in de huidige vorm van veehouderij niet mogelijk is om dierenwelzijn te waarborgen, steeg van 30% in 2018 naar 39% in 2022. De respons op een aantal nieuwe stellingen ondersteunt ook het beeld van een kritische houding van het Nederlands publiek: • • •

Het welzijn van productiedieren moet in de komende tien jaar verbeterd worden: 69% (helemaal) eens; Bij het terugdringen van stikstof en broeikasgassen in de veehouderij mag het dierenwelzijn erop achteruitgaan: 82% (helemaal) niet eens; Het vooruitgaan van het dierenwelzijn in de veehouderij is belangrijker dan het terugdringen van stikstof en broeikasgassen in de veehouderij: 38% (helemaal) eens en 40% niet eens, maar ook niet oneens.

59 – STAAT VAN HET DIER

Wij constateren dat het merendeel van de Nederlanders vindt dat het welzijn van productiedieren nu snel verbeterd moet worden en dat maatregelen die de overheid neemt om actuele maatschappelijke problemen, zoals klimaat en stikstof, aan te pakken niet ten koste mogen gaan van dierenwelzijn. Tegelijkertijd is het vertrouwen dat de overheid doet wat nodig is om het welzijn van productiedieren te waarborgen echter afgenomen, van 34% in 2018 naar 22% in 2022. Wij concluderen dat de transitie naar diergericht ontworpen veehouderijsystemen versneld moet worden. De overheid dient hier nadrukkelijker een leidende rol te nemen en de samenleving goed te informeren. Burger of consument Dierlijke producten worden overigens wel nog steeds gewaardeerd als hoogwaardig voedsel. Het percentage respondenten dat ‘gevarieerd aanbod aan smakelijk en gezond vlees, melk en eieren’ koos als een van de belangrijkste positieve kanten aan onze omgang met dieren nam zelfs toe van 28% in 2018 naar 36% in 2022. Tegelijkertijd groeide het percentage respondenten dat nooit of maximaal twee dagen per week vlees eet, van 15% in 2018 naar 20% in 2022. Zes procent van de respondenten at nooit vlees, terwijl 24% het (helemaal) eens was met de nieuwe stelling dat vlees eten in Nederland geen basisbehoefte is die het slachten van dieren rechtvaardigt.

We zien hier een discrepantie tussen de morele opvattingen van burgers en het gedrag van consumenten: hoewel veel consumenten allerlei morele overtuigingen hebben over dierenwelzijn, passen zij hun koopgedrag hier lang niet altijd daadwerkelijk op aan. Consumenten laten zich namelijk ook door andere factoren leiden bij het kiezen van producten, zoals prijs, smaak, gemak en gezondheid. De RDA besteedde hier in 2017 aandacht aan in de zienswijze Dierenwelzijn te koop!9

STAAT VAN HET DIER – 60

4.4 Insecten en kweekvissen als productiedieren Het viel ons op dat 22% van de respondenten het (helemaal) eens was met de nieuwe stelling dat het voor dierenwelzijn beter is om insecten te gebruiken voor humane consumptie dan traditionele productiedieren zoals varkens en kippen. In 2018 heeft de RDA aandacht besteed aan het welzijn van zowel insecten die als productiedier gehouden worden als van kweekvissen.10,11 Wat betreft insecten zagen we in voortschrijdend wetenschappelijk inzicht reden om meer aandacht te besteden aan hun welzijn dan voorheen gebruikelijk was. We adviseerden bijvoorbeeld om de intrinsieke waarde van insecten te respecteren en gehouden insecten te behandelen als voelende wezens die pijn, angst en stress kunnen ervaren. Ook over kweekvissen schreven we in 2018 dat er langzamerhand brede instemming ontstond dat dit wezens met gevoel zijn. We riepen de maatschappij als geheel op om zich ervan bewust te zijn dat vissen gevoel hebben en daar meer aandacht aan te besteden. Beide sectoren zijn op dit moment nog relatief klein. Het lijkt erop dat dat voor kweekvissen in Nederland zo blijft (zie Kader),12 maar wij verwachten dat de grootschalige insectenkweek in Nederland zal blijven groeien.13 Voor beide sectoren is het voor de RDA interessant om in de komende periode te kijken naar de zes leidende principes voor een dierwaardige houderij.

Welzijn van kweekvissen De sector Wereldwijd is de kweekvissector (aquacultuur) in de afgelopen decennia sterk gegroeid. Vooral in China en India wordt meer gekweekte vis gegeten en geproduceerd dan ooit tevoren. Ook in Afrika is kweekvis een groeiende bron van eiwitten. Meer dan de helft van alle door mensen geconsumeerde vis is nu afkomstig uit aquacultuur.14 Met ongeveer vijftien miljoen gekweekte vissen per jaar is de kweekvissector in Nederland relatief klein, zeker in vergelijking met de visserij op wilde vissen. In ons land wordt voornamelijk paling en meerval gekweekt, maar ook forel, tilapia, snoekbaars, tarbot, garnaal, steur en geelstaartkoningsvis maken deel uit van de Nederlandse aquacultuur.

61 – STAAT VAN HET DIER

Dierenwelzijnsproblemen Hoewel er grote verschillen tussen vissoorten zijn en niet alle soorten onderzocht zijn, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat veel vissoorten hoogstwaarschijnlijk bewuste ervaringen hebben.15-18 Hierdoor is het mogelijk dat zij pijn ervaren en gevoelens zoals angst kunnen hebben. De belangrijkste welzijnsproblemen bij kweekvissen zijn het gevolg van inadequate voedselsamenstelling, huisvesting, waterkwaliteit en watertemperatuur. De meeste kweekvissen worden gehouden in leefomstandigheden die sterk afwijken van hun natuurlijke leefomgeving, waardoor ze niet in staat zijn om natuurlijk gedrag te vertonen. In een kwekerij leven bijvoorbeeld ongeveer duizend tot tienduizend palingen op een kubieke meter, terwijl palingen in de natuur solitair leven en duizenden kilometers afleggen. Ook het transport van vissen van de kwekerij naar het verwerkingsstation kan welzijnsproblemen veroorzaken. Stress kan ontstaan door het vangen van de dieren, de beperkte ruimte in de transportcontainers, de verandering in waterkwaliteit en de trillingen tijdens het transport.

Voor het verdoven van de dieren voorafgaand aan de slacht worden verschillende methoden gebruikt, zoals elektrisch, met koolstofdioxide, door bevriezing met ijswater of door het verwijderen van de kieuwen.19 Bij sommige van deze methoden sterven de dieren snel en ervaren ze weinig pijn; bij andere methoden kan het lang duren en kan er aanzienlijk welzijnsverlies optreden. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft in diverse rapporten de voornaamste welzijnsrisico’s geduid, vaak per vissoort en productiecategorie, en aangegeven wat de mogelijkheden zijn voor risicoreductie en waar onderzoek gewenst is.20,21 Wet- en regelgeving Naast de algemene dierenwelzijnswetgeving bestaat er geen specifieke wetgeving voor kweekvissen. Bij de slacht is in Nederland alleen de paling beschermd; deze moet elektrisch verdoofd worden.22 In een recente studie gepubliceerd door de Europese Commissie werd geconstateerd dat wetgeving op het gebied van het welzijn van kweekvissen slecht ontwikkeld is, en dat er in vergelijking met andere productiedieren nauwelijks handhaving plaatsvindt.23 De studie pleitte voor meer onderzoek en voor EU-wetgeving. Momenteel werkt de Europese Commissie aan een uitgebreid wetgevingsvoorstel om het welzijn van productiedieren te verbeteren, waarin specifieke regelgeving over het welzijn van kweekvissen opgenomen zal worden.

STAAT VAN HET DIER – 62

4.5 Internationaal perspectief Gelijk speelveld Nederland opereert uiteraard binnen een internationale context. Onze samenleving profiteert economisch van de sterke exportpositie die de Nederlandse landbouw opgebouwd heeft, mede dankzij de open Europese markt en het Europese landbouwbeleid, met een vrijwel gelijk speelveld (level playing field) als basis. Ongeveer een derde van de Nederlandse veehouderijproducten is bestemd voor de binnenlandse markt. Nog eens een derde gaat naar Duitsland en de andere direct omliggende landen. Het resterende derde deel wordt geëxporteerd naar andere Europese landen en de rest van de wereld. Om binnen de EU een level playing field te garanderen, en om te kunnen voldoen aan Europese verdragen op het gebied van dierenwelzijn zoals het Verdrag van Lissabon24, wordt veel wet- en regelgeving op het gebied van dierenwelzijn op Europees niveau vastgesteld. Individuele lidstaten moeten tenminste de welzijnsnormen van de Europese Commissie (EC) respecteren, maar ze hebben ook de mogelijkheid om strengere normen vast te stellen. Vooral in de Noordwest-Europese lidstaten en het Verenigd Koninkrijk zijn de regels aanzienlijk strenger dan die van de EC.

Nederland werkt samen met Zweden, Denemarken, Duitsland en België om bij de EU te lobbyen voor betere Europese dierenwelzijnsregels.25 In de meeste andere lidstaten zijn de regels rondom dierenwelzijn niet veel strenger dan die van de EU omdat deze landen hun concurrentiepositie binnen de EU willen behouden. Bij het creëren van een gelijk speelveld gaat het overigens niet alleen om de onderlinge verhouding tussen Europese producenten, maar ook om hun interacties met producenten buiten de EU. Dierenwelzijn speelt een steeds grotere rol in de onderhandelingen over internationale handelsverdragen met landen buiten de EU, zoals CETA (Comprehensive Economic and Trade Agreement). Als de EU strengere welzijnsnormen hanteert dan landen daarbuiten, zouden de productiekosten in Europa hoger kunnen uitvallen. De veehouderijsector vreest dat dit de toestroom van goedkopere producten uit bijvoorbeeld Zuid-Amerika zal vergroten. Mogelijk zouden consumenten daarvoor kunnen kiezen. Hoewel uit de publieksenquête blijkt dat burgers dierenwelzijn erg belangrijk vinden, lijken slechts weinigen als consument bereid te zijn een meerprijs te betalen voor producten die met meer

63 – STAAT VAN HET DIER

oog voor dierenwelzijn gemaakt zijn. Daarom dringen zowel de veehouderijsector als dierenwelzijnsorganisaties aan op beperkingen van de import uit landen buiten de EU. Dit kan bijvoorbeeld bereikt worden door importheffingen op te leggen die het financiële voordeel van het niet naleven van Europese dierenwelzijnsnormen neutraliseren. Nieuwe Europese wetgeving Samen met de lidstaten werkt de EC al ruim veertig jaar aan het geleidelijk verbeteren van het welzijn van productiedieren (zie Kader). Recent heeft de EC zich gecommitteerd aan een uitgebreide herziening van alle wet- en regelgeving op het gebied van dierenwelzijn. De herziening moet de wetgeving in overeenstemming brengen met de laatste wetenschappelijke inzichten en eenvoudiger te handhaven maken. De nieuwe wetgevingsvoorstellen richten zich op vier onderwerpen: (1) het afschaffen van het gebruik van kooien en kratten voor de tien meest gebruikte productiediersoorten, (2) strengere wetgeving omtrent het slachten van dieren, (3) verscherpte wetgeving met betrekking tot het transport van dieren, en (4) het labelen van producten op basis van dierenwelzijn.

Hoewel het voornemen van de EC was om de wijzigingsvoorstellen in 2023 in procedure te brengen, is uiteindelijk alleen een voorstel ingediend voor de herziening van de Europese verordening inzake de bescherming van dieren tijdens transport (2007/01), terwijl de overige voorstellen uitgesteld zijn. De consequentie is dat voorlopig alles behalve de transportrichtlijnen bij het oude blijft, dus de huidige Europese wet- en regelgeving blijft van kracht. Tegen die achtergrond worden er momenteel veel adviesrapporten en opiniestukken uitgebracht door het Scientific Panel on Animal Health and Animal Welfare van de EFSA, waarin stappen voorgesteld worden om het welzijn van productiedieren te verbeteren. Daarmee is de discussie geenszins beslecht, maar de EC hecht over het algemeen veel waarde aan de adviezen van de EFSA.

STAAT VAN HET DIER – 64

Ontwikkelingen in de Europese wetgeving Enkele belangrijke ontwikkelingen in de Europese wetgeving op het gebied van het welzijn van productiedieren in de afgelopen 25 jaar zijn: • Het van kracht worden van de Council Directive 98/58/EC over de bescherming van dieren in de veehouderij in 1998 markeerde een belangrijke stap.26 Deze richtlijn omvat algemene regels voor het beschermen van dieren die gehouden worden voor de productie van voedsel, wol, leer en bont. Naast deze algemene regels zijn er sectorspecifieke richtlijnen voor legkippen, vleeskippen, kalveren en varkens. De richtlijnen zijn gebaseerd op de European Convention for the Protection of Animals kept for Farming Purposes27 en weerspiegelen de vijf vrijheden: (1) vrij van dorst, honger en onjuiste voeding; (2) vrij van fysiek en thermaal ongerief; (3) vrij van pijn, verwonding en ziekten; (4) vrij van angst en chronische stress en (5) vrij om natuurlijk gedrag te vertonen; • Met het protocol inzake dierenwelzijn bij het Verdrag van Amsterdam (1997)28, dat later in het Verdrag van Lissabon (2009)29 opgenomen werd als artikel 13, werden dieren erkend als sentient beings.

In het artikel staat dat ‘the Union and the Member States shall, since animals are sentient beings, pay full regard to the welfare requirements of animals’; • Als direct gevolg van het vaststellen van de European Green Deal (2019)30 en de Farm to Fork Strategy (2020)31 heeft de EC zich gecommitteerd aan een uitgebreide herziening van alle wet- en regelgeving op het gebied van dierenwelzijn. Deze herziening wordt naar verwachting afgerond in 2025; • In 2020 organiseerde een groep ngo’s een Europese petitie waarin de EC opgeroepen werd om een einde te maken aan het gebruik van kooien in de veehouderij. Volgens de ngo’s leven er in de EU ruim driehonderd miljoen dieren in kooien, terwijl het gebruik van kooien wreed en onnodig is. De EC reageerde dat het uitfaseren van kooien feitelijk al begonnen was met het verbod op legbatterijen (2012)32,33 en het gedeeltelijk verbod op het gebruik van kooien voor kalveren (1997)34 en varkens (2001)35. De EC kondigde ook aan dat zij in 2023 met een wetvoorstel zal komen om het gebruik van kooien volledig uit te faseren en uiteindelijk te verbieden voor alle tien diersoorten die in de petitie genoemd worden. Dit wetvoorstel zou onderdeel uitmaken van de hierboven genoemde herziening van de Europese wet- en regelgeving. Inmiddels is dit wetsvoorstel uitgesteld.36

65 – STAAT VAN HET DIER

Europese publieksconsultatie Ten behoeve van de herziening heeft de EC diverse partijen opdracht gegeven voor een evaluatie van de huidige wetgeving, een publieksconsultatie en een impactbeoordeling. Ook wordt onderzocht of het mogelijk is om een uniform keurmerk voor dierenwelzijn in te voeren. De publieksconsultatie werd in 2021 uitgevoerd en er namen 60.000 Europeanen aan deel.37 Net als de resultaten van onze publieksenquête suggereert de consultatie dat burgers belang hechten aan dierenwelzijn (zie Kader). Wij concluderen dat er ook in Europa veel steun is voor het bevorderen van dierenwelzijn. Tegelijkertijd plaatsen wij ook een kritische noot dat burgers de meningen die ze in enquêtes uiten niet altijd in de praktijk toepassen (zie paragraaf 4.3). Daarbij is nog een discussiepunt in hoeverre Nederland als gidsland, samen met enkele andere Noordwest-Europese landen, de verantwoordelijkheid voor dierenwelzijn wil nemen en voor de muziek uit wil lopen.

Europese publieksconsultatie over dierenwelzijn Enkele resultaten van de publieksconsultatie die de Europese Commissie in 2021 uitvoerde, waaraan 60.000 Europeanen deelnamen37: • 92% van de respondenten vond dat de toenmalige wet- en regelgeving op het gebied van dierenwelzijn onvoldoende bescherming bood voor dieren; • 66% van de respondenten vond dat de toenmalige wetgeving er onvoldoende voor zorgde dat bedrijven eerlijk konden concurreren binnen de EU; • 84% van de respondenten gaf aan onvoldoende informatie te hebben over de condities waaronder dieren in de EU gehouden werden; • 95% van de respondenten gaf aan dat er een maximum reistijd voor dieren in de veehouderij vastgesteld moest worden; • 90% was voorstander van een keurmerk op het gebied van dierenwelzijn.

STAAT VAN HET DIER – 66

4.6 Vrij om natuurlijk gedrag te vertonen in de veehouderij? Het initiatief voor het Convenant dierwaardige veehouderij werd voornamelijk genomen vanwege het amendement op de Wet dieren. In dit amendement staat onder andere dat alle productiedieren binnen de veehouderij hun natuurlijk gedrag moeten kunnen vertonen. Tijdens het RDA-congres in april 2023 werd in twee break-out-sessies gediscussieerd over het dierwaardig houden van dieren.38 Van de zes leidende principes roepen er twee veel vragen op: het waarborgen van de mogelijkheid om natuurlijk gedrag te vertonen en het bevorderen van een positieve emotionele toestand. Sommige deelnemers van het congres vroegen zich af hoe een positieve emotionele toestand betrouwbaar gemeten kan worden. Hoewel dit inderdaad een uitdaging is, is er steeds meer kennis over dit onderwerp beschikbaar. De zienswijze Digitalisering in de veehouderij uit 2019 bespreekt de kansen en bedreigingen die digitalisering met zich meebrengt voor het welzijn van dieren.39 Een van de kansen ligt in het zorgvuldig delen van data over dieren, waardoor veehouders minder tijd kwijt zijn aan administratieve taken en meer tijd kunnen besteden aan het verzorgen van hun dieren. Bovendien kan digitalisering in combinatie met kunstmatige intelligentie mogelijk ingezet worden om natuurlijk gedrag en de emotionele toestand van dieren te monitoren.

De RDA vat het kunnen vertonen van essentiële natuurlijke gedragingen en het vervullen van behoeften van het dier (natuurlijk gedrag) breed op, dus bijvoorbeeld inclusief het aanbieden van variatie en uitdaging om verveling tegen te gaan. Sommige deelnemers van het RDA-congres waren van mening dat een gehouden dier nooit zijn natuurlijk gedrag kan behouden. Wij zijn van mening dat dit geen zwart-wit kwestie is. Houderijsystemen kunnen en moeten zodanig ontworpen worden dat ze rekening houden met het natuurlijk gedrag van de dieren. Dit kan inderdaad tot praktische uitdagingen leiden. Soms kan het uitvoeren van natuurlijk gedrag botsen met andere aspecten van dierenwelzijn en andere leidende principes, juist omdat er sprake is van een gehouden (onnatuurlijke) situatie. Denk bijvoorbeeld aan diergezondheid (zie hoofdstuk 8).

67 – STAAT VAN HET DIER

4.7 Conclusie Uit onze recente publieksenquête blijkt dat de bezorgdheid over het welzijn van productiedieren in de Nederlandse samenleving groeit. Men vindt dat de overheid onvoldoende doet om het welzijn van deze dieren te waarborgen. Tegelijkertijd is men positief over het gevarieerde consumptieaanbod van dierlijke producten. In recente zienswijzen heeft de RDA beschreven aan welke voorwaarden toekomstige veehouderijsystemen moeten voldoen om als dierwaardig beschouwd te worden. De implementatie van deze voorwaarden moet een integraal onderdeel vormen van de bredere transitie naar een duurzame landbouw. De meeste (minimale) welzijnsnormen voor dieren in de veehouderij worden op Europees niveau vastgesteld. Momenteel wordt die Europese wetgeving herzien, met aandacht voor huisvesting, het transport van levende dieren en de slacht. Er wordt ook onderzocht of een keurmerk voor dierenwelzijn wenselijk en mogelijk is. De uitdaging is om dierwaardige houderijsystemen in te passen in een circulaire economie, ofwel kringlooplandbouw als onderdeel van een natuurlijk ecosysteem. Wij adviseren om de transitie naar kringlooplandbouw te versnellen, waarbij diverse aspecten geïntegreerd worden, waaronder dierenwelzijn met de mogelijkheid om natuurlijk gedrag te vertonen. De overheid moet hierin een leidende rol spelen.

Het is belangrijk om sectorpartijen snel duidelijkheid te verschaffen over het beleid ten aanzien van dierenwelzijn, zodat veehouders hier rekening mee kunnen houden bij nieuwe investeringen. Er kan dan snel werk gemaakt worden van het ontwerp van nieuwe houderijsystemen. Nederland is een belangrijke speler op het gebied van de productie van zuivel, vlees en eieren, en een grote exporteur. Daarom zou ons land actief bij moeten dragen aan het Europees debat over dierenwelzijn in de veehouderij.

STAAT VAN HET DIER – 68

Wat er moet gebeuren voor productiedieren • Verder uitdiepen van de twee leidende principes die in de veehouderijpraktijk veel vragen oproepen: het creëren van mogelijkheden om natuurlijk gedrag te uiten en het waarborgen van een positieve emotionele toestand. Dit dient verder verkend te worden, met aandacht voor de laatste inzichten op dit vlak in de wetenschap, het beleid en de praktijk; • Verder uitdiepen van de onderlinge relatie tussen de zes leidende principes en daarbij aangeven hoe een optimale dierwaardigheid te realiseren is; • Verkennen van mogelijkheden voor het monitoren van de zes leidende principes in de huidige veehouderijsystemen; • Verkennen van de toepasbaarheid van de zes leidende principes op insecten en mogelijk ook kweekvissen; • Verkennen van nieuwe ontwikkelingen in digitalisering en kunstmatige intelligentie, bijvoorbeeld op het gebied van monitoring van dierenwelzijn.

Bronnen 1. Raad voor Dierenaangelegenheden, 2019. Staat van het dier. Beschouwingen en opinies over de verschuivende relatie tussen mens en dier in Nederland. Raad voor Dierenaangelegenheden, Den Haag. 2. Raad voor Dierenaangelegenheden, 2020. Dierenwelzijn in de kringlooplandbouw. Raad voor Dierenaangelegenheden, Den Haag. 3. Raad voor Dierenaangelegenheden, 2021. Dierwaardige veehouderij. Raad voor Dierenaangelegenheden, Den Haag. 4. Rijksoverheid, 2023. Convenant dierwaardige veehouderij. Website: https://www.rijksoverheid. nl/documenten/convenanten/2022/11/04/convenant-dierwaardige-veehouderij. Bezocht op 18 maart 2024. 5. Amendement Vestering op Wet dieren, 2021. Geraadpleegd via: https://www. parlementairemonitor.nl/9353000/1/j9vvij5epmj1ey0/vli6ae95lkqr. 6. Nota van wijziging Wet dieren, 2021. Geraadpleegd via: https://open.overheid.nl/ documenten/298bc537-dfc8-4e3e-9ab8-bc9d27707638/file. 7. Rijksoverheid, 2024. Stapsgewijs naar een dierwaardige veehouderij. Nieuwsbericht op website: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2024/03/01/stapsgewijs-naareen-dierwaardige-veehouderij. Bezocht op 18 maart 2024.

69 – STAAT VAN HET DIER

8. NOS Nieuws, 2021. Geen plofkip meer in de supermarkt: wat betekent deze stap? Artikel op website: https://nos.nl/artikel/2393476-geen-plofkip-meer-in-de-supermarkt-watbetekent-deze-stap. Bezocht op 18 maart 2024. 9. Raad voor Dierenaangelegenheden, 2017. Dierenwelzijn te koop! Raad voor Dierenaangelegenheden, Den Haag. 10. Raad voor Dierenaangelegenheden, 2018. Ontpopping van de insectensector. Raad voor Dierenaangelegenheden, Den Haag. 11. Raad voor Dierenaangelegenheden, 2018. Welzijn van vissen. Raad voor Dierenaangelegenheden, Den Haag. 12. Nederlandse Vereniging van Viskwekers. Website: https://www.nevevi.nl/viskweek-innederland/. Bezocht op 18 maart 2024. 13. Network for Insect Knowledge. De insectensector… visie en trends. Website: https://nfik. nl/visie-op-de-nederlandse-insectensector/. Bezocht op 18 maart 2024. 14. FAO, 2020. Fisheries and aquaculture statistics, Yearbook 2020. FAO, Food and Agriculture Organization of the United Nations. 15. Brown, C., Schluessel, V., 2022. Smart sharks: a review of chondrichthyan cognition. Anim Cogn. 26(1): 3. DOI: 10.1007/s10071-022-01708-3. 16. Bernardi, G., 2012. The use of tools by wrasses (Labridae). Coral Reefs. 31: 39. DOI: 10.1007/s00338-011-0823-6. 17. Triki, Z., Bshary, R., 2020. Long-term memory retention in a wild fish species Labroides dimidiatus eleven months after an aversive event. Ethology. 126(3): 372-376.

DOI: 10.1111/ eth.12978. 18. Tebbich, S., Bshary, R., Grutter, A.S., 2002. Cleaner fish Labroides dimidiatus recognise familiar clients. Anim Cogn. 5(3): 139-145. DOI: 10.1007/s10071-002-0141-z. 19. Van de Vis, H. et al., 2020. Welfare of farmed fish in different production systems and operations. In Kristiansen, T.S., Fernö, A., Pavlidis, M.A., Van de Vis, H. (Eds) The welfare of fish. Animal Welfare book series volume 20. DOI: 10.1007/978-3-030-41675-1_14. 20. European Food Safety Authority, 2009. General approach to fish welfare and to the concept of sentience in fish. The EFSA Journal 954, pp. 1–27. 21. Waley, D., et al., 2021. Catching up – Fish welfare in wild capture fisheries. Eurogroup for Animals, Brussel. 22. NVWA, 2020. Toezicht op dierenwelzijn bij het doden van paling 2018-2020. Website: https:// www.nvwa.nl/onderwerpen/visketen-in-beeld/toezicht-op-de-visketen/dierenwelzijn-bijdoden-van-paling. Bezocht op 18 maart 2024.

STAAT VAN HET DIER – 70

23. Pavlidis, M., et al., 2023. Research for PECH Committee – Animal welfare of farmed fish. European Parliament, Policy Department for Structural and Cohesion Policies, Brussel. 24. Verdrag van Lissabon, 2009. TK 2007 – 2008 t/m 2011-2012, nrs. 1 tot 30. Geraadpleegd via: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=OJ%3AC%3A2007%3A306%3ATOC. 25. Van Rossum, M., 2021. Groep EU-landen wil ‘ambitieuze regelgeving’ dierenwelzijn. Nieuwsbericht op website: https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2021/09/22/groepeu-landen-wil-ambitieuze-regelgeving-dierenwelzijn. Bezocht op 18 maart 2024. 26. Council Directive 98/58/EC. Geraadpleegd via: https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/1998/58/ oj. 27. European Convention for the Protection of Animals kept for Farming Purposes, 1976. Geraadpleegd via: https://food.ec.europa.eu/system/files/2016-10/aw_european_ convention_protection_animals_en.pdf. 28. Verdrag van Amsterdam, 1997. Geraadpleegd via: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/ NL/TXT/?uri=celex%3A11997D%2FTXT. 29. Verdrag van Lissabon, 2009: Geraadpleegd via: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/ NL/ALL/?uri=OJ%3AC%3A2007%3A306%3ATOC. 30. Europese Green Deal, 2019. Website: https://commission.europa.eu/strategy-and-policy/ priorities-2019-2024/european-green-deal_nl. 31. Europese Commissie, 2020.

Een “van boer tot bord”-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem. Mededeling op website: https://commission.europa. eu/document/cac217cc-ca81-4d6b-abcf-d14343aefc5b_nl. Bezocht op 18 maart 2024. 32. Europese Richtlijn 1999/74/EG, 1999. Geraadpleegd via: https://eur-lex.europa.eu/ legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX:31999L0074. 33. Legkippenbesluit, 2001. Geraadpleegd via: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ stb-2001-545.html. 34. Wijziging van het Kalverenbesluit, 1997. Geraadpleegd via: https://zoek. officielebekendmakingen.nl/stb-1997-478.html. 35. Europese verordening, 1991. VERORDENING (EEG) Nr. 2092/91 VAN DE RAAD van 24 juni 1991 inzake de biologische produktiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwprodukten en levensmiddelen. Geraadpleegd via: https://eur-lex.europa. eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:01991R2092-20071227&from=EN. 36. Lesscher, I., 2023. Europese Commissie schuift kooiverbod op lange baan. Nieuwsbericht op website: https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2023/10/05/europese-commissieschuift-kooiverbod-op-lange-baan.

71 – STAAT VAN HET DIER

37. Eurogroup for Animals, 2022. Factual summary report of the online public consultation in support to the fitness check and revision of the EU animal welfare legislation. Website: https://www. eurogroupforanimals.org/files/eurogroupforanimals/2022-03/090166e5ea55b805%20 %281%29.pdf. Bezocht op 18 maart 2024. 38. Raad voor Dierenaangelegenheden, 2023. RDA congresverslag 2023. Raad voor Dierenaangelegenheden, Den Haag. 39. Raad voor Dierenaangelegenheden, 2019. Digitalisering in de veehouderij. Raad voor Dierenaangelegenheden, Den Haag.

STAAT VAN HET DIER – 72

73 – STAAT VAN HET DIER

5. Dierwaardig houden van gezelschapsdieren en hobbydieren Beschouwing over dieren die voor gezelschap of hobby gehouden worden

Als inwoner van Nederland ben ik de laatste 10 jaar aanzienlijk beter geïnformeerd over het welzijn van recreatiedieren

Foto: Rudi Ernst / Shutterstock

2022

20%

48%

32%

2018

37%

52%

36%

7%

48% 42%

15%

- 2022

57%

19%

33%

2018

- 2022

43%

2018

4%

26%

71%

2022

3%

27%

70%

2018

Recreatiedieren hebben het in Nederland veel beter dan in andere Europese landen

5%

Het welzijn van recreatiedieren is de afgelopen 10 jaar sterk verbeterd

9% 6%

(helemaal) oneens

31%

11%

De Nederlandse overheid doet wat nodig is om het welzijn van recreatiedieren te waarborgen Organisaties die zich beroepshalve met recreatiedieren bezig houden, doen echt hun best om het welzijn van hun dieren te verbeteren

47%

3%

niet eens, niet oneens

42%

53%

- 2022

60%

2018

40%

51%

2022

42%

53%

2018

38%

(helemaal) eens

Nu volgt een aantal stellingen. Geef aan in hoeverre u het hiermee oneens of eens bent. Basis: helft respondenten (n=circa 1.000)

STAAT VAN HET DIER – 74

ENQUÊTERESULTATEN

Houders en verzorgers van recreatiedieren doen het maximale om het welzijn van hun dieren te waarborgen

22%

Weinig tijd is nooit een excuus om honden of paarden onvoldoende afleiding of beweging te geven 3% 11%

86%

2022

2% 11%

87%

2018

Een paard zou nooit alléén in een stal of wei mogen staan

ENQUÊTERESULTATEN

46%

+

40%

36%

18%

2022

42%

18%

2018

Met het oog op vleesvermindering is het een goed idee om voor vleeseters als honden en katten een uitsluitend vegetarisch voer te ontwikkelen 50%

32% 18%

2022

48%

36% 16%

2018

Als eigenaar van een ziek hobby- of gezelschapsdier moet je altijd een maximale inspanning leveren om het leven van dit dier te redden, wat het je ook kost 23%

30%

47%

2022

21%

31%

48%

2018

Als je van je gezonde hond of kat af wil, zou je naar de dierenarts moeten kunnen gaan voor euthanasie van je huisdier 82% 11% 7% 2022 80% 12% 8% 2018

Als er voor een dier in een dierentuin, asiel of opvangcentrum geen plek is, is het aanvaardbaar dit dier te doden indien er binnen een half jaar geen goede bestemming voor kan worden gevonden

Het is niet acceptabel om vanwege schoonheidsredenen de tastharen op de neus bij paarden te knippen 5%

30%

77%

2022

5%

33%

75%

2018

(helemaal) oneens

niet eens, niet oneens

53%

30%

17%

2022

51%

31%

18%

2018

(helemaal) eens

Nu volgt een aantal stellingen. Geef aan in hoeverre u het hiermee oneens of eens bent. Basis: helft respondenten (n=circa 1.000)

75 – STAAT VAN HET DIER

Meer dan de helft van de Nederlanders heeft een huisdier Contact met dieren

2022 2018

41% 44%

Nee Ja, ik heb 1 of meer huisdieren

2022 2018

55% 52%

Ja, ik werk professioneel met/voor dieren

1% 2%

2022 2018

Ja, ik heb contact met dieren voor hobby

4% 4%

2022 2018

ENQUÊTERESULTATEN

Huisdier Kat

51% 51%

Hond

-

48% 45%

2022 2018 2022 2018

12% 19%

2022 2018

7% 11%

2022 2018

Zang- of siervogel

9% 9%

2022 2018

Knaagdier(en)

5% 7%

2022 2018

Anders

14% 9%

2022 2018

Vissen (aquarium of vijver) Konijn

-

Heeft u in het dagelijks leven (veel) contact met dieren? Meerdere antwoorden mogelijk. Basis: alle respondenten (2018: n=2.010 | 2022: n=2.082) Welk(e) huisdier(en) heeft u? Meerdere antwoorden mogelijk. Basis: alleen gesteld aan respondenten die één of meerdere huisdieren hebben (2018: n=1.045 | 2022: n=1.154)

STAAT VAN HET DIER – 76

Bij de gezelschaps- en hobbydieren zijn de thema’s die we in Staat van het Dier 2019 benoemden nog steeds actueel. Denk bijvoorbeeld aan dierenwelzijnsrisico’s die samenhangen met fokkerij, antropomorfisme en modegrillen. In dit hoofdstuk verkennen we of de zes leidende principes zoals beschreven in hoofdstuk 1 behulpzaam kunnen zijn bij het beoordelen van het welzijn van gezelschaps- en hobbydieren. Daarbij bekijken we in vogelvlucht wat er speelt bij dieren die mensen uit fascinatie houden, dieren die bij sport of spel gebruikt worden, werkdieren, aaibare huisdieren en dieren waarmee gefokt of gekweekt wordt.

5.1 Pets, passie en professionaliteit – terugblik op Staat van het Dier 2019 In Staat van het Dier 2019 concludeerden we dat er bij het houden van gezelschapsen hobbydieren in de voorgaande 25 jaar veel verbeterd was.1 Tegelijk constateerden we dat het belangrijk is om kritisch te blijven op ingrepen aan deze dieren, problemen in de fokkerij en gezondheidsrisico’s door het samenleven van mensen en dieren, zoals zoönosen of bijtincidenten met honden. We pleitten voor het accepteren van de eigenheid van dieren, met hun eigen gedragsrepertoire en behoeften. Ook stipten we aan dat nieuwe kennis van diergedrag aantoont dat het belangrijk is om verveling tegen te gaan bij gezelschaps- en hobbydieren. De meeste thema’s die we in 2019 benoemden, zijn nog steeds actueel. De resultaten van onze publieksenquête in 2022 waren ook heel vergelijkbaar met die uit 2018. De respondenten beoordeelden de manier waarop er in Nederland met gezelschaps- en hobbydieren omgegaan wordt bijvoorbeeld met gemiddeld een 7,2 in 2022 en 7,3 in 2018 (zie hoofdstuk 2). Dat verschil is niet significant. (Om precies te zijn, ging het in de publieksenquête over ‘recreatiedieren’.

Deze diergroep werd voor de respondenten als volgt gedefinieerd: dieren die thuis of op andere locaties gehouden worden (bijvoorbeeld op maneges, kinderboerderijen of dierentuinen) voor vrijetijdsbesteding van mensen: gezelschapsdieren, hobbydieren en dieren in dierentuinen (zie hoofdstuk 2).)

77 – STAAT VAN HET DIER

5.2 Toepassen van de zes leidende principes: een eerste proeve In hoofdstuk 1 beschreven we de zes leidende principes voor een dierwaardige omgang met dieren: (1) erkennen van intrinsieke waarde en integriteit van het dier; (2) goede voeding; (3) goede huisvesting en omgeving; (4) goede gezondheid; (5) ruimte voor natuurlijk gedrag; en (6) een positieve emotionele toestand. De principes vormen een inhoudelijk vertrekpunt van waaruit men vraagstukken over dierenwelzijn kan benaderen. Het zijn grondbeginselen die redelijk vastliggen, maar die niet buiten elke discussie staan. Ze vragen om concrete invulling. In paragraaf 5.3-5.8 zullen we verkennen welke mogelijkheden deze zes leidende principes bieden om het welzijn van de gezelschaps- en hobbydieren in Nederland te evalueren. Om de discussie te structureren, hebben we gezelschaps- en hobbydieren ingedeeld in vijf categorieën op basis van de reden waarom de eigenaar het dier houdt: (1) fascinatiedieren, (2) sportdieren, (3) werkdieren, (4) aaibare dieren (dat wil zeggen dieren die primair voor gezelschap gehouden worden) en (5) fok- of kweekdieren. Deze indeling hebben we gekozen omdat de reden waarom een dier gehouden wordt, geassocieerd is met specifieke welzijnsrisico’s. In de praktijk zijn dit geen vastomlijnde categorieën en kunnen dieren in meerdere categorieën tegelijk passen.

Fascinatiedieren Met fascinatiedieren bedoelen we bijvoorbeeld volièrevogels, siervissen en slangen en andere terrariumdieren die vaak ‘exoten’ genoemd worden. Mensen schaffen zulke dieren primair aan omdat zij ze mooi, interessant of fascinerend vinden. Er is beperkt direct contact tussen de houders en de dieren, en dat contact is meestal vooral praktisch van aard, bijvoorbeeld het dier uit het verblijf halen om het verblijf schoon te maken of het dier te verzorgen. Sportdieren Met sportdieren bedoelen we dieren die primair gehouden worden om bij sporten, spellen, evenementen en andere vrijetijdsactiviteiten gebruikt te worden. Denk bijvoorbeeld aan dressuur- en springpaarden, honden die voor wedstrijdsport gehouden worden, roofvogels van valkeniers en postduiven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16036619/1