De+Staat+Van+Het+Dier+2024+FINAL+H1+Aangepast
Tekst van het document
raad voor dierenaangelegenheden
Staat van het Dier 2024 beschouwingen en opinies over de verschuivende relatie tussen mens en dier in nederland
Staat van het Dier 2024 Beschouwingen en opinies over de verschuivende relatie tussen mens en dier in Nederland
2024, Raad voor Dierenaangelegenheden, Den Haag © Sommige rechten zijn voorbehouden / Some rights reserved Voor deze uitgave zijn gebruiksrechten van toepassing zoals vastgelegd in de Creative Commons licentie Naamsvermelding 3.0 Nederland. Voor de volledige tekst van deze licentie zie http://www.creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ Vormgeving: Public Cinema Infographic pagina 6-7: Vorm5 Eindredactie: Linda van den Berg, www.washoe.nl Productie: Tamara Bergstra en Lotte Stegeman Drukwerk: Xerox/OBT Foto’s: zie vermelding naast de foto’s Raad voor Dierenaangelegenheden Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag www.rda.nl
Inhoud 1. Mens en dier in een veranderende wereld
9
Inleiding
9
1.1
Verschuivende relatie tussen mens en dier
9
1.2
Zes leidende principes voor dierwaardigheid
10
1.3
Periode met grote maatschappelijke dynamiek
11
1.4
Een nieuwe verkenning
12
2. Een nieuwe peiling van de publieke opinie over de staat van het dier
17
2.1
Publieksenquête op herhaling
24
2.2
Morele opvattingen
25
2.3
Dierenwelzijn en dierhouderij
26
2.4
Interactie gehouden en niet-gehouden dieren
27
2.5
Rol van de overheid
27
2.6
Reflectie en conclusie
28
3. Samenleven in het ecosysteem Nederland
33
3.1
Grenzeloos samenleven - terugblik op Staat van het Dier 2019
36
3.2
Onverminderde zorgen
36
3.3
Kijken naar het grotere geheel
37
3.4
Mens en dier in het ecosysteem aarde
40
3.5
Kunnen de zes principes ons leiden bij de omgang met dieren in de natuur? 44
3.6
Conclusie
4. Stappen richting een dierwaardige veehouderij
46 51
4.1 Naar een dierwaardige kringlooplandbouw – terugblik op Staat van het Dier 2019
55
4.2
Naar een dierwaardige veehouderij
56
4.3
Het publiek wordt kritischer
58
4.4
Insecten en kweekvissen als productiedieren
60
4.5
Internationaal perspectief
62
4.6
Vrij om natuurlijk gedrag te vertonen in de veehouderij?
66
4.7
Conclusie
67
5. Dierwaardig houden van gezelschapsdieren en hobbydieren
73
5.1
Pets, passie en professionaliteit – terugblik op Staat van het Dier 2019
76
5.2
Toepassen van de zes leidende principes: een eerste proeve
77
5.3
Intrinsieke waarde
78
5.4
Diervoeding
81
5.5
Huisvesting
82
5.6
Diergezondheid
83
5.7
Natuurlijk gedrag
86
5.8
Positieve emotionele toestand
88
5.9
Conclusie
89
6. Naar de dierentuin van de toekomst
95
6.1 Vreemde snoeshanen ter lering ende vermaeck – terugblik op Staat van het Dier 2019
96
6.2
Draagvlak én kritiek
97
6.3
Gevolgen van de coronapandemie
99
6.4
Vergunningen voor onbepaalde tijd
101
6.5
Conclusie
101
7. Is er vooruitgang voor proefdieren?
105
7.1
Het best geregeld van allemaal? – terugblik op Staat van het Dier 2019
107
7.2
Maatschappelijk gevoelig
108
7.3
Proefdiervrije methoden
109
7.4
Traag verlopende transitie
110
7.5
Heiligt het doel de middelen?
115
7.6
Onderscheid tussen diersoorten
116
7.7
Conclusie
118
8. Zonder diergezondheid geen dierenwelzijn
123
8.1
Kosten van diergeneeskundige zorg voor gezelschapsdieren
123
8.2
Botsende belangen rondom de gezondheid van productiedieren
125
8.3
Discussie en conclusie
129
9. Aanpassen van dieren: genetische verstoring?
133
9.1
Knutselen aan dieren – terugblik op Staat van het Dier 2019
134
9.2
Fokken van productiedieren
136
9.3
Snurken is niet schattig
139
9.4
Kweken en houden van vogels, herpeten en vissen
142
9.5
Discussie en conclusie
142
10. Dieren in het recht: tussen de regels door klinkt muziek
149
10.1 Dieren tussen de regels door – terugblik op Staat van het Dier 2019
150
10.2 Voorzichtige veranderingen
151
10.3 Wat Nederlanders verwachten
153
10.4 Dieren in het recht: een rechtsterrein in opkomst
154
10.5 Institutioneel waarborgen
155
10.6 Conclusie
156
11. Denken vanuit het dier heeft grote gevolgen 11.1
Dierenwelzijn is belangrijk
161 161
11.2 Dierenwelzijn in een bredere context
164
11.3 Hoofdthema’s RDA-agenda voor de komende jaren
165
11.4 Conclusie
169
Definities en begrippen
172
Af kortingen
177
Colofon
178
Samenstelling van de Raad voor Dierenaangelegenheden
178
Staat van het Dier 2024 Mens en dier in een veranderende wereld. Hoe staan we ervoor? Lees meer in hoofdstuk 1+2
Beschouwingen Samenleven in ecosysteem Nederland
Dierwaardige houderij voor gezelschapsdieren
Het welzijn van alle elementen zo goed mogelijk bewaren
Wat is hier voor nodig?
Lees meer in hoofdstuk 5
Naar de dierentuin van de toekomst
Lees meer in hoofdstuk 3
Op weg naar het versnellen van randvoorwaarden
Dieren in de natuur Productiedieren
Lees meer in hoofdstuk 6
Recreatiedieren Proefdieren
Lees meer in hoofdstuk 4
Lees meer in hoofdstuk 7
Stappen richting een dierwaardige veehouderij
Vooruitgang voor proefdieren
Zet dierenwelzijn voorop in de ontwikkelingen in de veehouderij
Hoe brengen we proefdiergebruik terug?
Schurende kwesties Zonder diergezondheid geen dierenwelzijn
Dieren in het recht
Stijgende kosten en botsende belangen
Tussen de regels door klinkt muziek
Lees meer in hoofdstuk 8
Lees meer in hoofdstuk 10
Aanpassen van dieren Hoe ver mogen mensen gaan? Lees meer in hoofdstuk 9
Tot slot: Denken vanuit het dier heeft grote gevolgen Hoofdthema’s voor de toekomst
Lees meer in hoofdstuk 11
Leidende principes
Onderscheid tussen diersoorten
Maatschappelijke uitdagingen: plaats van dieren
Dier en doel
Dieren en (wettelijke) kaders
Spanning tussen gehouden en niet-gehouden dieren
9 – STAAT VAN HET DIER
1. Mens en dier in een veranderende wereld Inleiding In de Nederlandse samenleving groeit het respect voor dieren en de aandacht voor dierenleed. Dieren worden steeds meer gezien als partners met een intrinsieke waarde. Bovendien neemt de kennis over de randvoorwaarden die nodig zijn om dierenwelzijn te bevorderen toe. Deze conclusies trok de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) in 2019. Die verschuivende relatie tussen mens en dier en het voortschrijdend inzicht dwingen ons om kritisch te kijken naar de manier waarop we in Nederland met dieren omgaan. Daarbij vormden voor de RDA de ‘zes leidende principes voor dierwaardige houderij’ in de afgelopen jaren een leidraad. Nu, aan het begin van 2024, evalueren we opnieuw hoe burgers en experts oordelen over het welzijn van dieren in Nederland en de manier waarop dieren hier behandeld worden. Welke invloed hadden de afgelopen jaren vol maatschappelijke dynamiek op de opvattingen die Nederlanders over dieren hebben? Is dierenwelzijn op hun prioriteitenlijst gezakt en/of groeit het besef dat mensen en dieren deel uitmaken van hetzelfde ecosysteem?
foto: Ruud Morijn
1.1 Verschuivende relatie tussen mens en dier In 2019 publiceerde de RDA het boek Staat van het Dier: beschouwingen en opinies over de verschuivende relatie tussen mens en dier in Nederland. 1 (We noemen dit boek vanaf nu Staat van het Dier 2019. Als we in deze zienswijze ‘wij’ of ‘we’ schrijven, bedoelen we de RDA.) Daarin verkenden we de staat van verschillende diergroepen in Nederland. Hoe beoordeelden burgers en experts het welzijn van deze diergroepen en de manier waarop de dieren behandeld werden? Welke dilemma’s speelden er; waar botsten belangen; welke ontwikkelingen waren belangrijk en wat konden we in de toekomst verwachten? We constateerden dat er sinds de oprichting van de RDA in 1993 veel veranderd was, zowel in de positie van het dier als in de publieke opinie over dierenaangelegenheden. We zagen in de samenleving een groeiend respect voor dieren en een grotere gevoeligheid voor dierenleed. Waar mensen zichzelf vroeger als heersers over dieren aanmerkten, en
STAAT VAN HET DIER – 10
later als rentmeesters, beschouwden zij dieren in 2019 steeds meer als partners met een intrinsieke waarde. We concludeerden dat er een verschuiving gaande leek richting een meer gelijkwaardige relatie tussen mens en dier.
1.2 Zes leidende principes voor dierwaardigheid De RDA heeft zich in de afgelopen jaren de vraag gesteld hoe de verschuivende relatie tussen mensen en dieren zich verhoudt tot de manier waarop mensen nu met dieren omgaan. Dit resulteerde in 2021 in de zienswijze Dierwaardige veehouderij waarin wij zes leidende principes voor het welzijn van dieren in de veehouderij presenteerden2: • Principe 1 is het erkennen van de intrinsieke waarde en de integriteit van dieren, dat wil zeggen: erkenning en respect voor de ‘heelheid’ van dieren en de eigen waarde van dieren als wezens met gevoel, die pijn en plezier kunnen ervaren; • Principe 2, 3 en 4 betreffen basisbehoeften van dieren: voldoende eten en drinken, een comfortabele en veilige omgeving, en een goede gezondheid; • Principe 5 stelt dat er ruimte moet zijn om natuurlijk gedrag te vertonen: dieren hebben voldoende mogelijkheden nodig om essentiële natuurlijke gedragingen te vertonen en hun behoeften te vervullen. Ze hebben ook keuzemogelijkheid nodig in gedragsinteracties met andere dieren en met mensen.3 Het samenspel tussen ruimte voor natuurlijk gedrag en de bevrediging van basisbehoeften is doorslaggevend voor de emotionele toestand van dieren; • Principe 6 stelt dat dieren moeten kunnen reageren op hun omgeving om een emotionele toestand te kunnen bereiken die ze als overwegend positief ervaren.
Een dierwaardig leven omvat meer dan het voorzien in de basisbehoeften; het is gericht op kwaliteit van leven. De zes leidende principes zijn verankerd in de Wet dieren. De Wet dieren stelt dat de intrinsieke waarde van het dier wordt erkent, en dat dieren, voor zover redelijkerwijs kan worden verlangd, worden voorzien van (1) voldoende voeding van een goede kwaliteit, (2) een comfortabele en veilige omgeving met een goed klimaat, (3) waarborgen voor een goede gezondheid en het voorkomen van pijn, (4) voldoende mogelijkheden om te voorzien in hun gedragsbehoeften, en (5) een positieve emotionele toestand.4 U zult deze principes regelmatig tegenkomen in deze nieuwe verkenning van de staat van het dier.
11 – STAAT VAN HET DIER
1.3 Periode met grote maatschappelijke dynamiek Staat van het Dier 2019 werd geschreven tegen de achtergrond van enkele belangrijke ontwikkelingen, waaronder de herziening van de Europese richtlijn voor dierproeven, evaluatie van de Europese dierenwelzijnswetgeving, evaluatie van de Nederlandse Wet dieren, landbouwvisie van de toenmalig Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), klimaatverandering en wereldwijde afname van biodiversiteit. Sindsdien kreeg Nederland, naast de steeds beter zichtbare klimaatproblematiek en biodiversiteitscrisis, te maken met een scala aan samenhangende problemen en uitdagingen. Denk bijvoorbeeld aan de coronapandemie, een ernstige uitbraak van vogelgriep, de stikstofproblematiek, energiecrisis, inflatie, problemen op de woningmarkt, oorlog in Oekraïne, een dreigende waterproblematiek en de toename van het aantal wolven. De druk op de beschikbare ruimte in ons land is groter dan ooit en de belangen van mensen onderling én van mensen en dieren lijken steeds vaker te botsen. Wij waren benieuwd wat voor invloed deze ontwikkelingen zouden hebben op de opvattingen die mensen over dieren hebben. Enerzijds zou het kunnen dat mensen in moeilijke tijden meer op zichzelf gericht raken en dierenwelzijn minder hoog op hun prioriteitenlijst plaatsen.
Anderzijds zouden de huidige maatschappelijke problemen het bewustzijn kunnen vergroten dat mensen afhankelijk zijn van andere mensen, dieren én gezonde ecosystemen. De verschuiving in de relatie tussen mens en dier zou dan verder door kunnen zetten. In deze nieuwe verkenning van de staat van het dier kijken we daarom hoe het in deze turbulente periode volgens burgers en experts gaat met het welzijn van dieren in Nederland en de manier waarop mensen met dieren omgaan. Zijn de onderwerpen waar we in 2019 over schreven nog steeds actueel? Zijn er nieuwe schurende kwesties opgedoken? Zet de verschuiving in de mens-dierrelatie door? Kunnen we de zes leidende principes voor dierwaardigheid ook als leidraad gebruiken bij het denken over andere diergroepen dan productiedieren? We bespreken ook onderwerpen en schurende kwesties die al langer spelen, maar die we in 2019 niet of slechts oppervlakkig behandelden. We besteden dit keer bijvoorbeeld meer aandacht aan andere diergroepen dan zoogdieren.
STAAT VAN HET DIER – 12
1.4 Een nieuwe verkenning Net als vijf jaar geleden hebben we als onderdeel van deze verkenning een publieksenquête afgenomen over de manier waarop we in Nederland met dieren omgaan en denken over dieren. Deze enquête verrichtten we in 2018 voor het eerst en hebben we in oktober 2022 herhaald (zie hoofdstuk 2). We hebben de publieksenquête herhaald om voeling te houden met wat er in de maatschappij leeft. We willen graag weten of wij de belangrijkste kwesties in onze zienswijzen adresseren, niet alleen in de ogen van beleidsmakers maar óók in die van burgers. Verspreid over deze publicatie kunt u de belangrijkste enquêteresultaten lezen en het verschil met de resultaten uit 2018 zien. In april 2023 hebben deelnemers van het RDA-congres ook gediscussieerd over enkele onderwerpen.5 Deze discussies zijn samen met de uitkomsten van de publieksenquête gebruikt als inbreng voor een reeks beschouwingen en essays van de hand van RDA-leden. In hoofdstuk 3-7 vindt u beschouwingen over de staat van verschillende diergroepen. In hoofdstuk 8-10 vindt u essays over enkele schurende kwesties. Het is hierbij niet onze bedoeling om volledig te zijn; we schetsen slechts een aantal belangrijke ontwikkelingen. U zult zien dat de schurende kwesties in deze publicatie vaak gaan over dieren in relatie tot hun omgeving op een wat hoger (systeem)niveau.
Dierenwelzijn kan verbeterd worden met aanpassingen in de directe omgeving van dieren, bijvoorbeeld in hun huisvesting en verzorging. Dit is het laaghangend fruit. Uiteindelijk zal het welzijn van het dier echter uitsluitend gegarandeerd kunnen worden als het goed is afgestemd met factoren en belangen die op een hoger (systeem)niveau spelen. Dat zijn bijvoorbeeld belangen van mensen (zoals de economie, bestaanszekerheid, voedselzekerheid, publieke gezondheid, een gezonde leefomgeving, morele waarden), belangen van andere dieren (welzijn en gezondheid van individuen en populaties), belangen van de natuur (ecosystemen), en externe factoren zoals klimaatverandering. De RDA kijkt vanuit het dier naar de systemen en domeinen en pleit ervoor om vanaf de (her)ontwerpfase van systemen nadrukkelijk rekening te houden met de belangen van dieren, zoals we eerder gedaan hebben in de zienswijzen Dierenwelzijn in de kringlooplandbouw en Dierwaardige veehouderij.6 Vanwege de veranderende relatie tussen mensen en dieren wil de RDA vanuit bovenstaand perspectief opnieuw zijn agenda, rollen, probleemdefinities en
13 – STAAT VAN HET DIER
concrete bijdragen tegen het licht houden. Vooral omdat er tegenwoordig nauwelijks nog dierenaangelegenheden zijn die niet samenhangen met ontwikkelingen en uitdagingen in andere domeinen van de samenleving en het openbaar bestuur. In de slotbeschouwing in hoofdstuk 11 bespreken we wat dit concreet betekent voor de RDA-agenda voor de komende jaren. De RDA heeft Staat van het Dier 2019 vijf jaar geleden gebruikt om zijn meerjarige agenda voor de toekomst te bepalen. Van de zeventien agendapunten die in 2019 genoemd werden, zijn er veertien uitgewerkt in zienswijzen of essays (Tabel 1.1).7 Daarnaast zijn diverse onderwerpen uitgewerkt in bijvoorbeeld blogs en podcasts.8 Beschouwt u deze publicatie daarom opnieuw als een verkenning en inspiratiebron voor de RDA-agenda voor de komende jaren. Wij hopen u weer aan het denken te zetten met deze bundeling van publieksenquêteresultaten, beschouwingen over de verschillende diergroepen en essays over schurende kwesties. Uw reacties zijn, zoals altijd, meer dan welkom.
Tabel 1.1: Agendapunten uit Staat van het Dier 2019 die in de afgelopen jaren uitgewerkt zijn door de RDA Agendapunt
Product
Jaar
Rol van nieuwe technieken in de fokkerij van dieren, waardigheid van de zogenaamde design-dieren, afwegingen over het gebruik van CRISPR-Cas en vergelijkbare technieken;
Bijeenkomst CRISPR-Cas Adviesbrief gene editing Notitiebrief orgaankweek in dieren
2019 2019 2021
Doden van dieren: onder welke voorwaarden mag dit en hoe precies;
Zienswijze Doden van dieren aan het licht
2022
Gezondheid en sterfte bij jonge dieren;
Zienswijze Zorg voor het jonge dier
2021
Welzijns- en gezondheidsgevolgen van vermenselijking van dieren;
Essay Liefde maakt blind
2021
Dierenwelzijn binnen en tussen de verschillende bestuurslagen: rijk, provincies en gemeenten;
Zienswijze Dieren in het huis van Thorbecke
2021
Plaats van het dier in de kringlooplandbouw, zowel de productiedieren als de dieren in de ecosystemen waarin de landbouw functioneert.
Zienswijze Dierenwelzijn in de kringlooplandbouw
2021
Algemeen
STAAT VAN HET DIER – 14
Agendapunt
Product
Jaar
Welzijn van dieren en dierpopulaties in de Nederlandse ecosystemen;
Zienswijze Dilemma’s in de wildopvang
2022
Plaats in het ecosysteem van niet-gehouden dieren en dieren die nu aangeduid worden als plaagdieren.
Nog niet opgepakt
Dieren in de natuur
Productiedieren Ontwerpeisen voor de nieuwe veehouderij: identificeren van succescriteria van concepten met een hoog niveau van dierenwelzijn en diergezondheid, gebaseerd op diereigen behoeften;
Zienswijze Dierwaardige veehouderij
2021
Klimaatbeleid en de impact van klimaatverandering op gezondheid en welzijn van dieren;
Zienswijze Laat dierenwelzijn niet ondersneeuwen
2023
Gebruik van ICT bij dieren: waarde en risico’s van sensoren en verdere digitalisering van bedrijven.
Zienswijze Digitalisering in de veehouderij
2019
Verkennen van de grenzen in de relatie tussen gezelschaps- en hobbydieren en mensen;
Essay Liefde maakt blind
2021
Aanpak van obesitas bij gezelschaps- en hobbydieren;
Essay Liefde maakt blind
2021
Welzijn en gezondheid van het dier bij deelname aan sport en ontspanning.
Zienswijze Plezier voor mens én dier?
2022
Gezelschaps- en hobbydieren
Dieren in dierentuinen Voorwaarden voor het verkrijgen van een dierentuinvergunning nader bezien met betrekking tot dierenwelzijn en de bijdrage aan de bescherming van wilde dieren;
15 – STAAT VAN HET DIER
In behandeling: Thema Dierentuin van de toekomst
Agendapunt
Product
Jaar
Proefdieren De bescherming van alle dieren die ingezet worden als proefdieren: waarom zit er nog onderscheid tussen de verschillende groepen dieren;
Nog niet opgepakt
Aandacht vragen voor de huisvesting en verzorging van proefdieren, zowel voor, na als tijdens de dierproef.
Nog niet opgepakt
Bronnen 1. Raad voor Dierenaangelegenheden, 2019. Staat van het dier. Beschouwingen en opinies over de verschuivende relatie tussen mens en dier in Nederland. Raad voor Dierenaangelegenheden, Den Haag. 2. Raad voor Dierenaangelegenheden, 2021. Dierwaardige veehouderij. Raad voor Dierenaangelegenheden, Den Haag. 3. Mellor, D.J., 2016. Updating animal welfare thinking: Moving beyond the “Five freedoms” towards “A life worth living”. Animals (Basel). 6(3):21, DOI: 10.3390/ani6030021. 4. Wet dieren, 2011. Geraadpleegd via: https://wetten.overheid.nl/BWBR0030250/202212-22. 5. Raad voor Dierenaangelegenheden, 2023. RDA congresverslag 2023. Raad voor Dierenaangelegenheden, Den Haag. 6. Raad voor Dierenaangelegenheden, 2020. Dierenwelzijn in de kringlooplandbouw. Raad voor Dierenaangelegenheden, Den Haag. 7. Raad voor Dierenaangelegenheden. Overzicht van publicaties. Te vinden op website: https://www.rda.nl/publicaties. Bezocht op 22 maart 2024. 8. Raad voor Dierenaangelegenheden. Blogs en podcasts. Te vinden op website: https://www.rda.nl/blogs-en-podcasts. Bezocht op 22 maart 2024.
STAAT VAN HET DIER – 16
17 – STAAT VAN HET DIER
2. Een nieuwe peiling van de publieke opinie over de staat van het dier Diergroep-overstijgende beschouwing over de resultaten van de publieksenquête
Mate waarin dierenwelzijn mensen aan het hart gaat Gemiddeld rapportcijfer 2018
Gemiddeld rapportcijfer 2022
8,4 Rapportcijfers
2%
1% 3%
4%
19%
21%
Foto: Pressmaster / Shutterstock
2018
2022 76%
73%
1 tot 3
6 of 7
4 of 5
8 tot 10
Kunt u op een schaal van 1 t/m 10 aangeven hoezeer het welzijn van dieren u aan het hart gaat? Basis: alle respondenten (2018: n=2.010 | 2022: n=2.082)
STAAT VAN HET DIER – 18
ENQUÊTERESULTATEN
8,2
Ruim zeven op de tien vinden - net als in 2018 - dat een respectvolle omgang met dieren een positieve invloed heeft op de manier waarop mensen met elkaar omgaan Op geen van de stellingen zijn (significante) veranderingen ten opzichte van 2018. Net als in dat jaar denken ruim vier op de tien Nederlanders niet dat Nederlanders op korte termijn zo vaak vleesvervangers gaan eten dat dit het einde van de varkenshouderij betekent. 14% Een respectvolle omgang met dieren zorgt ervoor dat we stilstaan bij waarden die belangrijk zijn voor relaties tussen mensen, zoals inlevingsvermogen en mededogen
22%
58%
15%
2022
21%
60%
15%
2018
ENQUÊTERESULTATEN
14% 3% Het verhogen van wettelijke normen voor het welzijn van dieren in Nederland zorgt ervoor dat de bedrijfsmatige dierhouderij verhuist naar het buitenland waardoor de dieren alleen maar slechter af zijn
19%
38%
32% 8% 2022
18%
41%
33% 6% 2018
3% Het is een illusie te denken dat we medicijnen voor mensen en dieren kunnen ontwikkelen zonder deze op proefdieren te testen
8%
21%
33%
32% 6% 2022
9%
20%
34%
31% 6% 2018 4%
Op korte termijn zullen mensen steeds vaker vleesvervangers en namaakvlees eten en dat betekent het einde van de varkenshouderij
9%
34%
35%
18%
2022
6%
37%
37%
17%
2018
3%
helemaal oneens
oneens
niet eens, niet oneens
Nu volgt een aantal stellingen. Geef aan in hoeverre u het hiermee oneens of eens bent. Basis: alle respondenten (2018: n=2.010; 2022: n=2.082)
19 – STAAT VAN HET DIER
eens
helemaal eens
Belangrijkste positieve kanten aan onze omgang met dieren Dieren geven liefde, warmte en gezelligheid
82% 82%
2022 2018
-
Dieren zijn belangrijk voor de emotionele ontwikkeling van kinderen
50% 58%
2022 2018
-
Dieren helpen gehandicapten en ouderen van dagen in het dagelijkse leven
45% 50%
Dieren zijn een bron van kennis, verwondering en inspiratie
30% 33%
Gevarieerd aanbod aan smakelijk en gezond vlees, melk en eieren
36% 28%
2022 2018 2022 2018
+
2022 2018
uitsluitend de vijf meest genoemde kanten weergegeven. Basis: alle respondenten (2018: n=2.010 | 2022: n=2.082)
Belangrijkste negatieve kanten aan onze omgang met dieren
-
Dierenmishandeling/verwaarlozing
80% 86%
-
2022 2018
Gezondheidsrisico’s voor de mens als gevolg van hoog antibioticagebruik in veehouderij en dierziektes die op mensen kunnen overgaan
37% 43%
Het ruimen van gezonde dieren bij een dierziekte-epidemie
45% 40%
Transport van productiedieren over grote afstanden
37% 37%
2022 2018
Krappe en saaie huisvesting
33% 33%
2022 2018
2022 2018
+
2022 2018
Zet de 3 volgens u belangrijkste negatieve kanten aan onze omgang met dieren op volgorde van belangrijkheid. In dit figuur zijn uitsluitend de vijf meest genoemde kanten weergegeven. Basis: alle respondenten (2018: n=2.010 | 2022: n=2.082) Let op, significante verschillen met een betrouwbaarheidsmarge van 95% worden weergegeven met een een
+
(toename).
-
(afname) en
STAAT VAN HET DIER – 20
ENQUÊTERESULTATEN
Zet de 3 volgens u belangrijkste positieve kanten aan onze omgang met dieren op volgorde van belangrijkheid. In dit figuur zijn
Als het over morele vraagstukken gaat, zijn er nauwelijks veranderingen ten opzichte van 2018. Wel vinden minder Nederlanders dat mensen boven dieren staan
Gelijkwaardigheid van mens en dier
ENQUÊTERESULTATEN
Mens en dier zijn gelijkwaardig
Morele plicht om goed te doen voor dieren 2022 2018
26% 24%
De mens is superieur maar er zijn ook grensgevallen
38% 36%
De mens staat boven het dier
36% 40%
2022 2018
-
2022 2018
De mens heeft de morele plicht om goed te doen voor alle dieren De mens heeft de morele plicht om goed te doen voor dieren, afhankelijk van de relatie met een dier De mens heeft geen morele plicht om goed te doen voor dieren
Recht op leven
2022 2018 2022 2018
25% 25%
3% 4%
2022 2018
Eigen waarde
Alle dieren hebben een moreel recht op leven
79% 2022 80% 2018
Niet alle dieren hebben een moreel recht op leven, dat hangt van het nut voor de mens af
20% 18%
2022 2018
Dieren hebben geen moreel recht op leven
2% 2%
2022 2018
Alle dieren hebben een eigen waarde, ongeacht hun nut voor de mens
52% 49%
2022 2018
Alle dieren hebben een eigen waarde, maar de betekenis die mensen daar aan geven verschilt van mens tot mens
47% 50%
2022 2018
Dieren hebben geen eigen waarde
Kies het antwoord dat het dichtst bij uw eigen mening. Basis: alle respondenten (2018: n=2.010 | 2022: n=2.082)
21 – STAAT VAN HET DIER
72% 72%
1% 1%
2022 2018
Ook in 2022 vindt de meerderheid dat dieren eigenwaarde hebben, omdat ze levende wezens met gevoel zijn
Belangrijkste argumenten waarom dieren eigenwaarde hebben Omdat dieren levende wezens zijn en gevoel hebben
64% 63%
Omdat dieren en mensen beiden onderdeel zijn van het ecosysteem
54% 54% 33% 29%
Omdat dieren ons verbinden met de natuurlijke oorsprong van ons bestaan
26% 26%
Omdat dieren van mensen verzorging vragen en daarmee betekenis aan hun leven geven
20% 19%
Omdat dieren met mensen innige relaties onderhouden
24% 19%
Omdat dieren mensen helpen om ook onderling betere mensen te zijn
2022 2018 2022 2018 2022 2018 2022 2018
+
18% 15%
2022 2018 2022 2018
Omdat dieren biologisch boeiend en interessant zijn
12% 10%
2022 2018
Anders, namelijk...
1% 3%
2022 2018
Wat zijn de belangrijkste argumenten voor uw mening dat dieren een eigen waarde hebben. Basis: alle respondenten die vinden dat dieren een eigen waarde hebben (2018: n=1.984 | 2022: n=2.055)
STAAT VAN HET DIER – 22
ENQUÊTERESULTATEN
Omdat dieren nuttig zijn voor de mens
2022 2018
ENQUÊTERESULTATEN
Het gemiddelde cijfer dat Nederlanders geven voor de manier waarop er met diergroepen wordt omgegaan
Proefdieren
Productiedieren
Natuurdieren
Recreatiedieren
5,7 in 2022 5,7 in 2018
5,9 in 2022 6,1 in 2018
6,8 in 2022 6,8 in 2018
7,2 in 2022 7,3 in 2018
Er is een afname van het aantal Nederlanders dat vindt dat de Nederlandse overheid voldoende doet om het welzijn van productiedieren, recreatiedieren en natuurdieren te waarborgen. Nederlanders geven vaker dan in 2018 aan dat zij minder goed geïnformeerd zijn over het welzijn van proefdieren.
(helemaal) oneens
23 – STAAT VAN HET DIER
niet eens, niet oneens
(helemaal) eens
Recreatiedieren
Productiedieren
Proefdieren
Natuurdieren
Als inwoner van Nederland ben ik de laatste 10 jaar aanzienlijk beter geïnformeerd over het welzijn van dieren 38%
22% 19%
-
22%
47%
31%
41%
46%
20%
48%
32%
35%
39%
35%
+
+
42% 17% 23%
44%
33% 2022
18%
45%
37% 2018
47% 18%
Houders en verzorgers van dieren doen het maximale om het welzijn van hun dieren te waarborgen
- 15%
54%
31% 6% 29%
64% 2022
15%
56%
29% 9%
61% 2018
26%
41%
34%
11%
37%
52%
25%
43%
32%
7%
36%
57%
29%
37% 27%
+
42% 22% 39%
- 19%
34%
48%
15%
42%
33%
- 2022
- 19%
54%
27%
20%
48%
31%
19%
50%
30%
18%
46%
37% 2018
43%
Organisaties die zich beroepshalve met dieren bezig houden, doen echt hun best om het welzijn van hun dieren te verbeteren 16%
39%
46%
4% 26%
71%
11%
51%
38% 6% 28%
67% 2022
13%
40%
47%
3% 27%
70%
11%
51%
38% 6%
63% 2018
31%
Dieren hebben het in Nederland veel beter dan in andere Europese landen 8%
50%
41%
5%
7%
47%
46%
3%
42% 38%
53%
- 8%
61%
30% 21%
8%
58%
34% 13%
60%
+
58% 21% 58%
- 2022
29% 2018
Het welzijn van dieren is de afgelopen 10 jaar sterk verbeterd 18%
42%
40%
9%
40%
51%
11%
56%
33%
17%
46%
37% 2022
15%
42%
43%
6%
42%
53%
12%
55%
34%
12%
49%
39% 2018
*In de vraagstellingen werd dieren gespecificeerd als productiedieren, natuurdieren et cetera. Nu volgt een aantal stellingen. Geef aan in hoeverre u het hiermee oneens of eens bent. Basis: helft respondenten (n=circa 1.000)
STAAT VAN HET DIER – 24
ENQUÊTERESULTATEN
De Nederlandse overheid doet wat nodig is om het welzijn van dieren te waarborgen
In 2018 voerde de RDA een publieksenquête uit over het welzijn van dieren in Nederland en de manier waarop dieren hier behandeld worden. Sindsdien heeft ons land te maken gekregen met een grote uitbraak van vogelgriep, de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne. Bovendien nam de frequentie van wolvenaan vallen op gehouden dieren toe door de groei van de wolvenpopulatie in Nederland. Ondertussen zijn de problemen op het gebied van klimaat en biodiversiteit allesbehalve opgelost. Zijn er tijdens deze bewogen jaren veranderingen opgetreden in de publieke opinie over dierenaangelegenheden? Zet de verschuiving richting een meer gelijkwaardige relatie tussen mens en dier door? De RDA onderzocht dit in oktober 2022 met een nieuwe publieksenquête.
2.1 Publieksenquête op herhaling In 2018 voerden we een enquête uit onder een representatieve steekproef van Nederlanders tussen 18 en 69 jaar.1 We vroegen hoe zij dachten over het welzijn van dieren en de manier waarop dieren in Nederland behandeld worden. We concludeerden dat het Nederlandse publiek begaan was met dierenwelzijn en dat er een verschuiving gaande leek richting een meer gelijkwaardige relatie tussen mens en dier, een relatie die minder op utiliteit gericht was en meer op warmte en genegenheid. We schreven dat het zinvol zou zijn om na de nulmeting in 2018 periodiek na te gaan hoe de opvattingen over dierenwelzijn in de loop van de tijd veranderen. Daarom is de publieksenquête in oktober 2022 opnieuw uitgevoerd. Net als in 2018 heeft het onderzoekbureau Kantar Public de publieksenquête in 2022 uitgevoerd onder een representatieve steekproef van Nederlanders tussen 18 en 69 jaar.2 In totaal hebben 2.082 mensen de enquête ingevuld. (In 2018 waren dat er 2.010.) De uitgenodigde personen wisten van tevoren niet dat het onderzoek over dierenwelzijn zou gaan. Afgezien van enkele kleine wijzigingen in de formulering was de vraagstelling hetzelfde als in 2018. Er werden elf nieuwe stellingen toegevoegd. Een deel van de enquête richtte zich op vier specifieke diergroepen: dieren in de natuur, productiedieren, recreatiedieren en proefdieren (zie Kader).
Iedere respondent kreeg vragen over twee van de vier verschillende diergroepen. De vragen over de specifieke diergroepen zijn dus door ruim duizend respondenten beantwoord. Meer details zijn te vinden in het rapport van Kantar Public.2 De volledige enquêteresultaten kunnen bij de RDA opgevraagd worden.
25 – STAAT VAN HET DIER
De definities van de diergroepen in de publieksenquête • Dieren in de natuur: dieren die niet gehouden worden, maar die in de natuur hun eigen weg (kunnen) zoeken, ongeacht of deze dieren de mens wel of geen overlast bezorgen; • Productiedieren: dieren die in Nederland bedrijfsmatig worden gehouden in verband met producten die van die dieren afkomstig zijn (vlees, melk, eieren, kweekvis, wol, leer en dergelijke); • Recreatiedieren: dieren die thuis of op andere locaties gehouden worden (bijvoorbeeld op maneges, kinderboerderijen of dierentuinen) voor vrijetijdsbesteding van mensen: gezelschapsdieren, hobbydieren en dieren in dierentuinen; • Proefdieren: dieren die vooral gehouden worden voor wetenschappelijk onderzoek en voor wettelijk vereiste veiligheidstesten van consumentenproducten.
2.2 Morele opvattingen De publieksenquête bevatte een blok met vragen over morele opvattingen rondom dieren: over de morele plicht om goed te doen voor dieren, de intrinsieke waarde (eigen waarde) van dieren en het recht op leven voor dieren. Hoewel voor deze vragen de resultaten uit 2018 en 2022 in het algemeen zeer vergelijkbaar waren, ondersteunt de richting van de verschillen consequent een verdere verschuiving richting een meer gelijkwaardige relatie tussen mens en dier. Bij de stelling over gelijkwaardigheid van mens en dier, zagen we bijvoorbeeld een afname van het percentage respondenten dat van mening was dat de mens boven het dier staat, van 40% in 2018 naar 36% in 2022. (De verschillen tussen 2018 en 2022 die we in deze publicatie noemen zijn statistisch significant, tenzij anders vermeld. Met statistisch significant bedoelen we dat het verschil groter is dan wat op grond van toeval verwacht kan worden, met een betrouwbaarheidsmarge van 95%.) We vroegen in de enquête ook door over de intrinsieke (eigen) waarde van dieren. Maar liefst 99% van de respondenten vond dat dieren een intrinsieke waarde hebben, zowel in 2018 als in 2022. Daarbij vond ongeveer de helft dat alle dieren een intrinsieke waarde hebben, ongeacht hun nut voor de mens.
De andere helft koos voor het meer genuanceerde antwoord dat alle dieren een intrinsieke waarde hebben, maar dat de betekenis die mensen daaraan geven
STAAT VAN HET DIER – 26
verschilt van mens tot mens. De meest genoemde argumenten waarom dieren een intrinsieke waarde hebben, waren dat ‘dieren levende wezens zijn en gevoel hebben’ en dat ‘dieren en mensen beide onderdeel zijn van het ecosysteem’.
2.3 Dierenwelzijn en dierhouderij We vroegen ook weer hoezeer het welzijn van dieren de respondenten aan het hart ging op een schaal van 1-10. In 2018 was het rapportcijfer gemiddeld een 8,2 en in 2022 een 8,4. Dat verschil is niet significant. Bij deze vraag zagen we enkele verschillen naar achtergrondkenmerken. Praktisch opgeleide Nederlanders gaven bijvoorbeeld een hoger cijfer dan theoretisch opgeleide Nederlanders, respectievelijk een 8,9 en 8,2. Nederlanders die nooit vlees eten, gaven met gemiddeld een 9,2 het hoogste cijfer. Leeftijd en mate van verstedelijking van de woonplaats van respondenten vertoonden net als in 2018 geen significant verband met het rapportcijfer. We vroegen de respondenten ook welk cijfer van 1-10 zij zouden geven voor de manier waarop er in Nederland in het algemeen met de verschillende diergroepen omgegaan wordt. Deze cijfers verschilden niet significant van die van 2018: 6,8 voor dieren in de natuur (hetzelfde cijfer als in 2018), 5,9 voor productiedieren (6,1 in 2018), 7,2 voor recreatiedieren (7,3 in 2018) en 5,7 voor proefdieren (hetzelfde als in 2018). Nog steeds zien we dus aanzienlijke verschillen tussen de diergroepen. De respondenten zagen ruimte voor verbetering van het welzijn van productiedieren; dit was een nieuwe stelling in de enquête van 2022.
Van de respondenten vond 69% dat het welzijn van deze dieren in de komende tien jaar verbeterd moet worden. Een aanzienlijk deel van de respondenten vond bovendien ook dat er meer aandacht moet komen voor het welzijn van insecten (50%) en vissen (60%). De publieksenquêteresultaten suggereren dat de samenleving dierenwelzijn steeds belangrijker vindt. Door wetenschappelijke vooruitgang weten mensen ook steeds beter welke condities bijdragen aan het welzijn van dieren. Dit heeft consequenties voor het denken over de manier waarop dieren nu gehouden worden. Het percentage respondenten dat vond dat dierentuinen in Nederland verboden zouden moeten worden omdat wilde dieren niet achter tralies horen,
27 – STAAT VAN HET DIER
nam bijvoorbeeld toe van 16% in 2018 naar 21% in 2022 (zie hoofdstuk 6). En het percentage respondenten dat vond dat een paard nooit alléén in een stal of wei zou mogen staan, nam toe van 40% in 2018 naar 46% in 2022 (zie hoofdstuk 5).
2.4 Interactie gehouden en niet-gehouden dieren Waar de verschillen tussen 2022 en 2018 bij stellingen over morele opvattingen en het belang van dierenwelzijn in het algemeen minimaal waren, zagen we soms aanzienlijke verschillen bij stellingen die te maken hebben met de interactie tussen gehouden en niet-gehouden dieren. Er zijn in Nederland spanningen rondom wilde predatoren die gehouden dieren bedreigen, zoals wolven, én rondom gehouden predatoren die wilde dieren bedreigen, zoals huiskatten. Onze enquêteresultaten suggereren dat de sympathie voor wolven in de afgelopen jaren afgenomen is. Het percentage respondenten dat vond dat wolven niet belemmerd moeten worden in hun natuurlijk gedrag, ook niet als het gaat om jagen en zich met schapen voeden, nam bijvoorbeeld af van 30% in 2018 naar 23% in 2022. In de provincies Drenthe (32%) en Zeeland (35%) was het draagvlak voor het wegjagen van de wolf (in plaats van onszelf en onze dieren ertegen te beschermen) het grootst (zie hoofdstuk 3). In 2024 zal de RDA een door de minister gevraagd advies uitbrengen over de spanning tussen gehouden en niet-gehouden dieren, het doden van exoten en het samenleven met de wolf.3
2.5 Rol van de overheid Bij stellingen die te maken hebben met de rol van de overheid zagen we ook verschillen tussen 2018 en 2022. Het percentage respondenten dat vond dat de Nederlandse overheid doet wat nodig is om het welzijn van dieren te waarborgen, nam voor alle diergroepen af: • Dieren in de natuur: van 37% in 2018 naar 31% in 2022; • Productiedieren: van 34% in 2018 naar 22% in 2022; • Recreatiedieren: van 43% in 2018 naar 33% in 2022; • Proefdieren: van 30% in 2018 naar 27% in 2022. (Bij proefdieren is dit verschil, in tegenstelling tot bij de andere diergroepen, niet significant. Het kan dus op toeval berusten.)
STAAT VAN HET DIER – 28
Het vertrouwen dat de overheid zorgt voor het welzijn van dieren neemt dus af en met name bij recreatie- en productiedieren is die afname fors. Dit past in de bredere ontwikkeling dat steeds meer Nederlanders ontevreden zijn over het functioneren van de Nederlandse overheid.4 Mogelijk daarmee samenhangend zien we verschuivingen in enkele andere stellingen die met productiedieren te maken hebben. Het percentage respondenten dat het (helemaal) eens was met de stelling ‘In de huidige vorm van veehouderij is het niet mogelijk om dierenwelzijn te waarborgen’ nam bijvoorbeeld toe van 30% in 2018 naar 39% in 2022 (zie hoofdstuk 4).
2.6 Reflectie en conclusie Bevestiging van de verschuivende relatie tussen mens en dier Vier jaar is slechts een korte periode, maar het waren vier bewogen jaren met veel maatschappelijke dynamiek. De publieksenquêteresultaten van 2022 suggereren een voortzetting van de tendens die wij in Staat van het Dier 2019 signaleerden, namelijk een verschuiving naar een meer gelijkwaardige relatie tussen mens en dier en een grotere nadruk op het belang van dierenwelzijn. Het valt bovendien op dat we relatief weinig verschillen zien op achtergrondkenmerken zoals genderidentiteit, leeftijd, opleidingstype, stedelijkheid van de woonplaats, regio en grootte van het huishouden. (Bij genderidentiteit werd in de publieksenquête alleen onderscheid tussen mannen en vrouwen gemaakt.) In 2018 was dat ook zo. In tegenstelling tot wat vaak in de media beweerd wordt, zien wij bij de meeste stellingen slechts kleine verschillen tussen stad en platteland als het gaat om de mening over de omgang met dieren. Opleidingstype, genderidentiteit en dagelijks contact met dieren hebben wel een kleine invloed op hoe men naar dieren kijkt. Praktisch opgeleide respondenten hechten bijvoorbeeld meer belang aan dierenwelzijn. Dierenwelzijn is belangrijk(er) en kan verbeterd worden Opnieuw kunnen we concluderen dat het Nederlandse publiek dierenwelzijn belangrijk vindt, zelfs belangrijker dan in 2018.
Net als toen is er grote instemming met de stellingen dat alle dieren een moreel recht op leven hebben en dat mensen de morele plicht hebben om goed te doen voor alle dieren. De relatie tussen mens en dier lijkt een onderdeel van de opvattingen over hoe we met elkaar om moeten gaan in een veranderende wereld en in een gedeeld ecosysteem.
29 – STAAT VAN HET DIER
Hierdoor ontstaan er steeds meer bedenkingen bij de manier waarop mensen momenteel dieren houden. In de RDA-zienswijze over dierwaardige veehouderij uit 2021 stelden wij dat dierenwelzijn niet ondergeschikt mag zijn bij het overwegen van maatregelen gericht op bijvoorbeeld het verminderen van stikstof- en broeikasgasemissies. 5 Een grote meerderheid (82%) van de respondenten van onze publieksenquête was het daarmee eens. Bovendien vond 38% dat het vooruitgaan van dierenwelzijn in de veehouderij belangrijker is dan het terugdringen van de uitstoot van stikstof en broeikasgassen in de veehouderij. Wij concluderen dat meer aandacht voor dierenwelzijn volgens Nederlandse burgers hard nodig was, is en blijft. Nieuwe dilemma’s Doordat Nederlanders het welzijn van dieren steeds belangrijker vinden, ontstaan er nieuwe dilemma’s. Natuurlijk gedrag van het ene dier, zoals een wolf of een huiskat, kan immers ten koste gaan van het welzijn en het leven van het andere dier, zoals een schaap of wilde vogel. En gehouden pluimvee werd de afgelopen jaren regelmatig opgehokt om besmetting met vogelgriep vanuit wilde vogels te voorkomen. Meer aandacht voor dierenwelzijn roept dus nieuwe vragen op, die niet eenvoudig te beantwoorden zijn. Vaker dan voorheen vraagt dit om politieke keuzen.
De RDA analyseert zulke dilemma’s, onder andere ook met de terugkerende publieksenquête, om te peilen wat er in de maatschappij leeft en om tot adviezen aan de minister te komen. Met de beschouwingen in hoofdstuk 3-7 en essays over schurende kwesties in hoofdstuk 8-10 doen wij daartoe een eerste aanzet.
STAAT VAN HET DIER – 30
Bronnen 1. Kantar Public, 2018. De staat van het dier. Rapportage december 2018 in opdracht van de Raad voor Dierenaangelegenheden. Kantar Public, Amsterdam. 2. Kantar Public, 2022. De staat van het dier. Rapportage 1-meting december 2022 in opdracht van de Raad voor Dierenaangelegenheden. Kantar Public, Amsterdam. 3. Raad voor Dierenaangelegenheden, 2022. Bericht op website: https://www.rda.nl/ verwacht/publicaties/brieven/2022/12/06/minister-vraagt-de-rda-om-advies-overspanning-tussen-gehouden-en-niet-gehouden-dieren-doden-van-exoten-en-samenlevenmet-de-wolf. Bezocht op 19 maart 2024. 4. Sociaal en Cultureel Planbureau, 2023. Zes op de tien Nederlanders ontevreden over politiek. Nieuwsbericht op website: https://www.scp.nl/actueel/nieuws/2023/04/20/scp-6-opde-10-nederlanders-ontevreden-over-politiek. Bezocht op 20 maart 2024. 5. Raad voor Dierenaangelegenheden, 2021. Dierwaardige veehouderij. Raad voor Dierenaangelegenheden, Den Haag.
31 – STAAT VAN HET DIER
STAAT VAN HET DIER – 32
33 – STAAT VAN HET DIER
3. Samenleven in het ecosysteem Nederland Beschouwing over dieren in de natuur
23% +
Als inwoner van Nederland ben ik de laatste 10 jaar aanzienlijk beter geïnformeerd over het welzijn van natuurdieren
6%
Foto: Rudmer Zwerver / Shutterstock
Natuurdieren hebben het in Nederland veel beter dan in andere Europese landen
Het welzijn van natuurdieren is de afgelopen 10 jaar sterk verbeterd
(helemaal) oneens
29%
9%
De Nederlandse overheid doet wat nodig is om het welzijn van natuurdieren te waarborgen Organisaties die zich beroepshalve met natuurdieren bezig houden, doen echt hun best om het welzijn van hun dieren te verbeteren
45%
18%
29% 20%
6%
46% 28% 31%
6% 21% +
58%
12%
niet eens, niet oneens
37%
2018
64%
2022
61%
2018
- 2022
37%
2018
67%
2022
63%
2018
21%
- 2022
29%
2018
46%
37%
2022
49%
39%
2018
58%
13% 17%
2022
31%
48%
18%
33%
(helemaal) eens
Nu volgt een aantal stellingen. Geef aan in hoeverre u het hiermee oneens of eens bent. Basis: helft respondenten (n=circa 1.000)
STAAT VAN HET DIER – 34
ENQUÊTERESULTATEN
Houders en verzorgers van natuurdieren doen het maximale om het welzijn van hun dieren te waarborgen
44%
ENQUÊTERESULTATEN
Muizen zijn lastpakken en mag je daarom vergiftigen
Dieren in de natuur moeten zichzelf kunnen redden, bijvoederen in de winter moet in het algemeen verboden worden
26%
38%
36%
2022
27%
39%
34%
2018
Natuurdieren moeten in Nederland overal vrij en naar hun eigen voorkeuren kunnen bewegen en rondtrekken, ook als dit leidt tot overlast voor mensen
27%
35%
38%
2022
30%
34%
36%
2018
Als vogels en zoogdieren in de natuur voor de mens overlast geven, is het gerechtvaardigd om in te grijpen en ze te doden
35%
38%
27%
2022
39%
37%
38%
25%
2018
35%
Nieuw: om dierensterfte te voorkomen is het beter om leefgebieden te vergroten door kostbare verbindingen met andere natuurgebieden aan te leggen dan dieren af te schieten
+
28%
(helemaal) oneens
60%
2022
niet eens, niet oneens
(helemaal) eens
Nu volgt een aantal stellingen. Geef aan in hoeverre u het hiermee oneens of eens bent. Basis: helft respondenten (n=circa 1.000)
35 – STAAT VAN HET DIER
40%
-
2022
25%
2018
21%
Nieuw: om de honger bij wilde dierpopulaties te voorkomen is het goed om er een aantal af te schieten 25%
12%
40%
35%
40%
2022
De wolf als kwestie: ruim de helft van de Nederlanders wil de wolf niet wegjagen, maar vindt wel dat we onszelf en onze dieren tegen de wolf moeten beschermen
Draagvlak wegjagen wolf
23%
15% 32%
16%
15% 35%
13%
16%
25%
We moeten in Nederland de wolf niet wegjaren, maar onszelf en onze dieren tegen de wolf beschermen
20%
+
13%
26%
55% 2022
29%
58% 2018
24%
21%
20%
(helemaal) oneens
Wolven moeten in hun natuurlijke gedrag niet belemmerd worden, ook niet als het gaat om jagen en zich met schapen voeden
niet eens, niet oneens
40%
+
31%
37% 39%
23%
- 2022
30% 2018
(helemaal) eens
Nu volgt een aantal stellingen. Geef aan in hoeverre u het hiermee oneens of eens bent. Basis: helft respondenten (n=circa 1.000)
STAAT VAN HET DIER – 36
ENQUÊTERESULTATEN
Eén op de vijf is tegen de stelling dat we de wolf in Nederland niet moeten wegjagen maar onszelf tegen de wolf moeten beschermen (20%). Dat is een stijging ten opzichte van 2018, toen 13% hier tegen was. Ook zijn meer Nederlanders dan in 2018 van mening dat de wolf in zijn natuurlijke gedrag belemmerd mag worden op het moment dat de wolf gaat jagen en zich met schapen gaat voeden. In 2018 vond 31% dit en in 2022 is dat gestegen tot 40%. Naar leeftijd en opleiding zijn er geen (significante) verschillen. Naar provincie wel: zo is men in de provincies Drenthe (32%) en Zeeland (35%) vaker dan in andere provincies voor het wegjagen van de wolf (in plaats van onszelf en onze dieren ertegen te beschermen).
Overlast door vogelgriep, eikenprocessierupsen en wolven in Nederland. Deze uitdagingen maken duidelijk dat mensen en dieren deel uitmaken van hetzelfde ecosysteem. Dit kan schuren. Een goed functionerend ecosysteem is essentieel voor het welzijn en de gezondheid van zowel mensen als dieren. In dit hoofdstuk bespreken we hoe dieren en ecosystemen meer in samenhang beschouwd kunnen worden bij het verkennen van schurende kwesties rondom dieren in de natuur.
3.1 Grenzeloos samenleven - terugblik op Staat van het Dier 2019 Dieren in de Nederlandse natuur hebben in de afgelopen decennia meer leefruimte gekregen en meer mogelijkheden om zich te verspreiden via faunapassages. Echter, de kwaliteit van de leefomgeving neemt af, óók in natuurgebieden, onder andere doordat meststoffen en pesticiden in de natuurlijke milieus doordringen.1,2 Bovendien bestaan er relatief veel kleine en geïsoleerde natuur- en leefgebieden, met beperkte verbindingszones daartussen. Dat alles kwam aan bod in Staat van het Dier 2019.3 We bespraken toen ook dat het welzijn van dieren in de natuur steeds meer aandacht kreeg van beleidsmakers en het publiek, maar dat dit niet altijd door vertaald werd in hun wettelijke bescherming. Daarnaast kunnen de zorgplicht voor dieren en de afblijfplicht voor dieren in de natuur soms op gespannen voet staan, wat tot dilemma’s leidt. Moeten mensen de natuur ongemoeid laten of zijn mensen verantwoordelijk voor het welzijn van niet-gehouden dieren? En hoe zit het met het onderscheid tussen diersoorten: weegt het welzijn van een muis even zwaar als dat van een edelhert?
3.2 Onverminderde zorgen Anno 2024 zijn de zorgen over de kwaliteit van de leefomgeving van dieren in de natuur onverminderd actueel. Bij de meeste vragen over dieren in de natuur waren de resultaten van onze publieksenquête in 2022 ook vergelijkbaar met die in 2018. De respondenten beoordeelden de manier waarop er in Nederland met deze diergroep omgegaan wordt bijvoorbeeld gemiddeld met een 6,8 in zowel 2018 als 2022 (zie hoofdstuk 2). Alleen over de komst van de wolf blijken veel Nederlanders inmiddels anders te denken: de sympathie voor wolven is in de afgelopen jaren afgenomen.
37 – STAAT VAN HET DIER
In dit hoofdstuk combineren we kennis over ecosystemen en dierenwelzijn. We richten ons niet alleen op het welzijn van individuele dieren of diersoorten, maar ook op zaken die we beschouwen als gunstig voor (lokale) populaties en, op een grotere schaal, voor de gezondheid van het ecosysteem. We nemen dus het grotere plaatje in overweging. We verkennen of deze benadering een nieuw licht kan werpen op schurende kwesties rondom dieren in de natuur. We beginnen met verduidelijken wat we precies bedoelen met een ecosysteem en welke eisen dieren aan hun ecosysteem stellen, in paragraaf 3.3. Vervolgens beschrijven we hoe mensen en dieren in het ‘ecosysteem aarde’ samenleven, in paragraaf 3.4. Dan verkennen we of de zes leidende principes voor dierwaardige veehouderij, die in hoofdstuk 1 toegelicht zijn, toepasbaar zijn op dieren in de natuur en wat dit zou betekenen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, in paragraaf 3.5.
3.3 Kijken naar het grotere geheel Ecosystemen Een ecosysteem bestaat uit de organismen die samen ergens voorkomen, en de onderlinge relaties tussen die organismen en hun omgeving. Deze relaties kunnen heel direct zijn, zoals een merel die wormen eet of een sperwer die merels eet. Soms zijn de relaties meer indirect, zoals planten die zuurstof produceren, wat mensen en dieren nodig hebben. Of mensen en dieren die koolstofdioxide uitademen, wat door planten in voedingsstoffen omgezet kan worden, waardoor de planten kunnen groeien. Het geheel van voedselrelaties in een ecosysteem wordt het voedselweb genoemd. Voedselwebben en voedselketens Organismen kunnen verschillende rollen vervullen in een voedselweb. De basis van het voedselweb vormen de planten met bladgroen (algen, mossen, varens, kruiden, struiken en bomen). Met zonne-energie zetten zij koolstofdioxide om in biomassa. Groene planten kunnen gegeten worden door herbivoren (planteneters) of omnivoren (alleseters). Herbivoren variëren in grootte, van kleine eencellige parasieten tot plantenetende insecten, grote grazende vogels of zoogdieren. Vervolgens worden herbivoren weer gegeten door omnivoren of carnivoren (vleeseters), die ook weer variëren in grootte, van minuscule roofmijten tot roofvogels, haaien,
STAAT VAN HET DIER – 38
orka’s en leeuwen. De stroom van biomassa van de producerende planten naar de toppredatoren noemen we een voedselketen. Reducenten sluiten de kringloop In een voedselketen volgt de energiestroom slechts één richting, terwijl een compleet ecosysteem gekenmerkt wordt door een kringloop van energie en biomassa. Die kringloop wordt mogelijk gemaakt door een belangrijke groep organismen die een aparte rol vervullen in het ecosysteem, namelijk de reducenten. Zij breken de overblijfselen van dode planten en dieren af, waardoor voedingsstoffen weer vrijkomen en opnieuw de cyclus kunnen doorlopen. Voorbeelden van reducenten zijn aardwormen, slakken, pissebedden, vliegensoorten, schimmels en bacteriën. Dwarsverbindingen Het simpelste ecosysteem denkbaar, zou bestaan uit slechts één plantensoort, één soort planteneter, één soort roofdier en één soort reducent. In werkelijkheid bestaan ecosystemen uit een diversiteit aan soorten die betrokken zijn bij talloze interacties. Dit noemen we ‘biodiversiteit’.4,5 Plantensoorten kunnen bijvoorbeeld met elkaar concurreren om ruimte en licht, en één plantensoort kan door vele soorten herbivoren geconsumeerd worden. Van de zomereik profiteren bijvoorbeeld wel vierhonderd verschillende insecten.
De meeste herbivore insecten worden op hun beurt belaagd door diverse roofdieren, zoals sluipwespen, roofwantsen, wespen, mieren, insectenetende vogels, spitsmuizen en egels, die onderling ook weer concurrenten zijn. Deze dynamiek geldt ook voor de roofdieren zelf; zij worden belaagd door andere roofdieren. Ook de reducenten kunnen ten prooi vallen aan een leger van verschillende roofvijanden. Alle organismen worden bovendien bedreigd door ziekteverwekkers zoals virussen, bacteriën, schimmels en parasieten. Er zijn ook relaties waarvan soorten wederzijds profiteren. De belangrijkste is misschien wel de relatie tussen groene planten en bodemschimmels. Hierbij voorzien bodemschimmels groene planten van mineralen, terwijl de planten op hun beurt suikers leveren aan de bodemschimmels. Ieder organisme in de natuur heeft dus te maken met een groot aantal interacties met andere organismen in zijn omgeving.
39 – STAAT VAN HET DIER
Ruimtelijke variatie Variatie in niet-levende (abiotische) factoren zoals lucht, water, bodem, voedingsstoffen, warmte en licht resulteert in ruimtelijke variatie binnen ecosystemen. Hierdoor kan het voedselweb op de ene plaats uit heel andere soorten bestaan dan op een andere plaats. Kleine verschillen in de bodemsamenstelling, temperatuurverloop en de beschikbaarheid van water dragen bij aan variatie in soortensamenstelling binnen een ecosysteem, wat weer bijdraagt aan de lokale biodiversiteit. Acute veranderingen Voedselwebben bestaan grotendeels uit soorten die al lange tijd deel uitmaken van het ecosysteem. De relaties tussen deze soorten zijn gestabiliseerd door wederzijdse aanpassingen. Wanneer er acute veranderingen optreden in dit gestabiliseerde systeem, bijvoorbeeld door de introductie van nieuwe soorten zoals recent geïmmigreerde exoten, ontbreken deze wederzijdse aanpassingen. Het bestaande ecosysteem kan dan verstoord raken, vooral wanneer een zogenaamde invasieve exoot geïntroduceerd wordt. Maar ook de opkomst van nieuwe ziekteverwekkers of mutaties van aanwezige ziekteverwerkers kunnen het bestaande systeem veranderen. Het uitwisselen van organismen tussen eerder van elkaar geïsoleerde ecosystemen kan risico’s met zich meebrengen voor de gezondheid van mensen of dieren.
Afname biodiversiteit Ecosystemen kunnen niet goed functioneren wanneer er veel elementen wegvallen; denk aan een Jenga-toren.4 Door menselijke invloeden, zoals intensief gebruik van de beschikbare ruimte, globalisering, verstoring en vervuiling, verdwijnen er steeds meer elementen die essentieel zijn voor het functioneren van ecosystemen. Ecosystemen zijn gevoelig voor externe, door de mens veroorzaakte, verstoringen zoals klimaatverandering, de introductie van invasieve exoten of overmatige stikstofdepositie. Een overmaat aan verstoringen leidt tot een afname van biodiversiteit. Het verlies van biodiversiteit vormt een bedreiging voor de mensheid: leven op aarde is onmogelijk zonder biodiversiteit. Het complexe samenspel van talloze soorten planten, dieren en ecosystemen vormt de basis voor een gezonde leefomgeving, duurzame voedselproductie en het opvangen van klimaatverandering. Het verdwijnen van soorten heeft niet alleen directe gevolgen voor andere soorten, maar kan uiteindelijk ook leiden tot kettingreacties die onze
STAAT VAN HET DIER – 40
voedselvoorziening, klimaat, gezondheid, natuurlijke hulpbronnen, luchtkwaliteit, waterkwaliteit, én cultuur, recreatie en toerisme in gevaar brengen.5 Zo is 78% van de wilde bloemsoorten en 84% van de gewassoorten in de Europese Unie (EU) op een bepaalde manier afhankelijk van insecten voor de productie van zaden.6,7 De afgelopen jaren hebben imkers een afname in bijenkolonies en andere bestuivers opgemerkt. Dit betekent dat sommige plantensoorten zouden kunnen verdwijnen, net als de organismen die direct of indirect van hen afhankelijk zijn. Schaalgrootte Afhankelijk van de vragen die we stellen, kunnen we ecosystemen definiëren op allerlei ruimtelijke schalen. Zo kunnen we praten over het ecosysteem in uw darmen, het ecosysteem in de stad, of het ecosysteem van de West-Europese cultuursteppe. Voor sommige kwesties, zoals die van de klimaatverandering, is de aarde als geheel een groot ecosysteem.
3.4 Mens en dier in het ecosysteem aarde Veel mensen zien de natuur en door mensen bewoonde of bewerkte gebieden als afzonderlijke werelden. We maken echter allemaal deel uit van hetzelfde ecosysteem: bacteriën, virussen, schimmels, planten, gehouden dieren, wilde dieren en mensen. Voor de zuurstof die wij inademen zijn we volledig afhankelijk van dit ecosysteem. Ons voedsel maakt ook deel uit van de kringloop in het ecosysteem waarin we leven. De kwaliteit van ons omringende ecosysteem heeft een directe invloed op onze gezondheid en levensduur. We realiseren ons vaak pas écht hoezeer we verbonden zijn met dit systeem wanneer een deel ervan problemen veroorzaakt. De afgelopen jaren werd dit pijnlijk duidelijk toen een coronavirus de coronapandemie veroorzaakte.8 En er zijn nog veel meer voorbeelden. Zo wordt Europa momenteel geplaagd door de grootste epidemie van hoog-pathogene aviaire influenza (HPAI, vogelgriep) tot nu toe, die zowel gehouden pluimvee als wilde vogels treft. De recente uitbraken van vogelgriep vonden vaak hun oorsprong in wilde vogelpopulaties, met name watervogels.9 Af en toe raken ook wilde of gehouden zoogdieren besmet met het virus.10 Andere voorbeelden waarbij wilde en gehouden populaties elkaar kunnen besmetten zijn wilde zwijnen met varkenspest en dassen met rundertuberculose.
41 – STAAT VAN HET DIER
Tegelijkertijd hebben mensen en hun (landbouw)huisdieren negatieve effecten op het ecosysteem. Tussen 1900 en 2000 verdrievoudigde het inwoneraantal van ons land en sindsdien zijn er alweer drie miljoen mensen bijgekomen. De aanspraak die mensen maken op de ruimte is ook toegenomen. Er zijn meer eenpersoonshuishoudens, dus is er meer woonruimte nodig. Mensen hebben meer vrije tijd, dus is er meer behoefte aan ruimte voor recreatie. De welvaart is gestegen, dus kopen meer mensen auto’s en andere producten, wat resulteert in meer wegen en bijvoorbeeld distributiecentra. Ruimte voor de natuur wordt letterlijk weggenomen doordat er beton of asfalt in de plaats van flora en fauna komt. Ook figuurlijk wordt ruimte voor de natuur aangetast, door vervuiling (zoals door stikstof, pesticiden of drugsafval) en andere verstoringen (zoals lichtvervuiling en huiskatten, zie Kaders), wat leidt tot het verdwijnen van planten en dieren. Naarmate mensen zowel letterlijk als figuurlijk meer ruimte innemen, wordt ruimte voor een goed functionerend ecosysteem minder vanzelfsprekend. Dit resulteert in ecologische én economische problemen op de lange termijn; problemen die aandacht vereisen als we de aarde leefbaar willen houden voor mensen en dieren. Overigens zijn er zeker ook positieve ontwikkelingen te benoemen op het terrein van de omgang van mensen met de natuur.
Veel mensen spannen zich in om de kwaliteit van de natuur te verbeteren, bijvoorbeeld door het aanplanten van bomen, het creëren van kruidenrijke randen en zomen, of met rewilding-initiatieven. Een andere positieve ontwikkeling is de oprichting van de Ecologische Autoriteit (EA) in 2022.16 De EA zal in een latere fase adviseren over wetenschappelijke inzichten voor besluitvorming over bredere ecologische vraagstukken, om te beoordelen of ecologische doelen bereikt kunnen worden.
STAAT VAN HET DIER – 42
Lichtverontreiniging in steden en het broedsucces van merels ‘Blackbird singing in the dead of night’, The Beatles De dag-nacht cyclus is van groot belang voor dieren in de natuur, omdat het hen vertelt wanneer ze moeten jagen, eten, migreren en paren. Verstoring van dit ritme door lichtvervuiling heeft een aanzienlijke impact op de dieren. 11 Door kunstmatig licht is de hemelachtergrond in de afgelopen jaren wereldwijd met bijna 10% per jaar toegenomen.12 Dit beïnvloedt allerlei dieren. Onderzoek hiernaar is onder andere uitgevoerd in het Licht op Natuur/ Licht op Landschap-project.13 Nachtverlichting verstoort bijvoorbeeld het ritme van vogels. Het voortplantingssucces van vogels is sterk afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende voedsel in de periode dat de jongen opgroeien. Vogels moeten dus op het juiste moment beginnen met het bouwen van hun nest en het leggen van eieren. Het lengen van de dagen in het voorjaar stimuleert bij veel vogels de productie van geslachtshormonen, waardoor ze in de stemming komen om een territorium af te bakenen en een partner te zoeken. Door natuurlijke selectie begonnen de meeste vogels tot voor kort op het juiste moment met broeden, behalve wanneer een extreem koud voorjaar roet in het eten gooide.
In stedelijke gebieden komen vogels door kunstverlichting tegenwoordig eerder in de broedstemming, omdat ze de nachten als korter ervaren dan ze in werkelijkheid zijn. Onderzoek bij merels toont aan dat ze in steden aanzienlijk vroeger beginnen met broeden dan buiten de steden.14 Bovendien wachten de mannetjes niet met zingen tot het ochtendgloren; ze zingen vaak al in het holst van de nacht en slapen daardoor te kort. Nachtelijke lichtvervuiling heeft ook invloed op trekvogels, die gedesoriënteerd raken wanneer ze de sterrenhemel niet meer kunnen zien. De nachtelijke verlichting in stedelijke gebieden verbruikt veel energie en draagt bij aan de opwarming van de aarde door de productie van koolstofdioxide. Daarnaast is de verlichting niet goed voor het slaapritme van mensen. Er zijn dus veel redenen om de nachtverlichting te verminderen. Op sommige plaatsen in Nederland worden daarom al maatregelen genomen, zoals aanpassingen in straatverlichting, bijvoorbeeld groene of amberkleurige verlichting voor vleermuizen. Ook worden er bewustwordingscampagnes uitgevoerd over lichtvervuiling en de effecten ervan op mens en dier. Een voorbeeld hiervan is de jaarlijkse Nacht van de nacht, waar natuur- en milieufederaties door het hele land evenementen in het donker organiseren.