Bijlage toezegging 9 maart Gebiedsprofiel Hoeksche Waard-
Tekst van het document
De A29 heeft een sober en ingetogen wegprofiel
De A29 ligt transparant in het landschap
46
GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013
Panorama Karakteristiek Vanaf de A29 hebben automobilisten prachtig zicht op de open zeekleipolders met akkerbouw, dijken, voormalige kreken, bebouwingslinten en kernen van de Hoeksche Waard. Het snelwegpanorama maakt het contrast tussen de stedelijkheid van Rotterdam en de openheid van de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden zichtbaar. Met name de binnenkomst in de Hoeksche Waard via de Heinenoordtunnel en de Haringvlietbrug biedt de weggebruiker een weidse blik over het eiland. Daarnaast is de flauwe bocht, bij de mogelijke aansluiting met de A4-Zuid, een markant uitzichtpunt. Deze panorama’s zijn extra waardevol als ‘etalage’ van de Hoeksche Waard.
Ambities - De gebieden langs de A29 blijven open, zodat de bijzondere landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de Hoeksche Waard zichtbaar, herkenbaar en beleefbaar zijn. Schermen, bebouwing, kassen, reclamemasten en opgaande beplanting langs de weg worden voorkomen.
Vanaf de A29 prachtig zicht op het polderlandschap (foto veenenbos en bosch)
W E G D O O R S TA D E N L A N D
47
N-weg als landelijke doorsnijding Karakteristiek De oost-west georiënteerde N217 en N487 zorgen voor de ontsluiting van de dorpen in de Hoeksche Waard. Beide wegen liggen als autonome toevoegingen in het landschap, min of meer ontkoppeld van de ondergrond. De N217 ligt open in het landschap. Wegbeplanting ontbreekt, waardoor het weidse polderlandschap goed zichtbaar is. De N217 is niet alleen belangrijk voor de ontsluiting van het eiland en de dorpen, maar is ook een belangrijke verbinding tussen Dordrecht en Spijkenisse. Knooppunten zijn ruim opgezet en tussen de A29 en Oud-Beijerland ligt een losliggende busbaan naast de weg. Dit alles geeft de weg een grootschalig karakter. De N487 is veel kleinschaliger. De weg is voorzien van (vaak dichte) wegbeplanting. Dit zorgt in combinatie met de naastgelegen fruit- en bospercelen voor beperkt zicht en een besloten karakter.
Ambities - Hoofdontsluitingswegen liggen transparant en vanzelfsprekend in het landschap. Als de weg een landschappelijke hoofdstructuur kruist, zoals een kreek of een dijk, blijft deze structuur zichtbaar en herkenbaar. De contactpunten worden met zorg ontworpen. De ligging en inrichting van de weg nabij de dorpen draagt bij aan een goede oriëntatie. - De visuele relatie tussen de weg en de omgeving maximaliseren door dichte beplanting te voorkomen. De weg niet ruimtelijk aanzetten door middel van bebouwing. - Er wordt uitgegaan van een functioneel en ingetogen wegprofiel en zo min mogelijk wegmeubilair (vangrail, bebording, verlichting, etc.). De vormgeving van knopen en grondlichamen is sober en doelmatig. Knopen zijn prettige en bruikbare verbindingen die mens en dier in staat stellen om op een veilige en aangename manier over te steken. - De N217 wordt ingericht als een parkweg die soepel door het landschap beweegt. Er wordt uitgegaan van een ruim profiel met een groene uitstraling en doorzichten.
De parkweg N217 beweegt soepel door het landschap (foto veenenbos en bosch)
Het besloten karakter van de N487
48
GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013
Dijkweg Karakteristiek Dijkwegen zijn de lokale wegen op de dijk, ze zijn een vanzelfsprekend onderdeel van het landschap en kennen een minimale inrichting. De dijkwegen worden niet alleen gebruikt door autoverkeer maar ook door landbouw- en recreatief (langzaam) verkeer. Vanaf de dijk is zicht op de open polder mogelijk, je bent onderdeel van het landschap of kijkt er op uit. Samen met de polderwegen vormen de dijkwegen een fijnmazig netwerk op het eiland. Landschappelijk gezien staat bij een aansluiting van een dijkweg op een polderweg de continuïteit van de dijk voorop. In de praktijk blijkt het verkeerskundige karakter van de wegen vaak bepalend te zijn voor de inrichting van een kruispunt en niet de landschappelijke karakteristiek. Zo kan de continuïteit van een dijk doorbroken worden door de aansluiting op de polderweg prioriteit te geven boven het doorgaande karakter van de dijk(weg). Dit doet afbreuk aan de leesbaarheid van het polderpatroon.
Ambities - Lokale wegen zijn een vanzelfsprekend onderdeel van het landschap met zo weinig mogelijk verkeerstechnische ingrepen (rotondes, drempels, bebording, verlichting, etc.). - Het wegprofiel is functioneel en ingetogen, waarbij rekening gehouden wordt met het medegebruik en de oversteekbaarheid door langzaam (recreatief ) verkeer. - De dijkwegen liggen bij voorkeur op de dijk en worden – in overeenstemming met de dijktypologie - ingeplant (zie ook Herkenbaar open zeekleipolderlandschap). De dijk en het talud worden t.b.v. de verkeersfunctie zo min mogelijk aangetast. - Bij de aansluitingen tussen dijk- en polderwegen is de landschappelijke karakteristiek leidend voor de inrichting van de aansluiting en niet de verkeerskundige karakteristiek van de wegen. Dit betekent dat de continuïteit van de dijk(weg) prioriteit heeft, de polderweg is daaraan ondergeschikt.
Een stevig ingeplante dijkweg
Principeprofiel dijkweg
W E G D O O R S TA D E N L A N D
49
Polderweg Karakteristiek Polderwegen zijn lokale wegen door de polder. Door het verschil in hoogte (in de polder of op de dijk) wordt het landschap anders beleefd. Vanaf de polderweg wordt het zicht ingekaderd door de dijken rondom. De lokale wegen zijn een vanzelfsprekend onderdeel van het landschap en kennen een minimale inrichting. Zij worden niet alleen gebruikt door autoverkeer, maar ook door landbouw- en (recreatief ) langzaam verkeer. De wegen vormen samen een fijnmazig netwerk op het eiland. Landschappelijk gezien staat bij een aansluiting van een dijkweg op een polderweg de continuïteit van de dijk voorop.
Ambities - De polderwegen hebben een lineair verloop en passen zoveel mogelijk binnen het orthogonale karakter van de polder. - De polderwegen zijn onbeplant, waardoor de openheid van de polder beleefbaar is.
Langeweg, Oud-Beijerland
Principeprofiel polderweg
50
GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013
Ontwerpprincipes voor de aansluiting van een dijkweg en een polderweg
Polderweg krijgt functioneel voorrang, maar de de dijk blijft herkenbaar
Dijkweg krijgt functioneel en ruimtelijk voorrang
Oudendijk
W E G D O O R S TA D E N L A N D
51
Eilandentree over weg en water Karakteristiek De Hoeksche Waard is een eiland en daarmee een duidelijk afgebakend gebied. Het eiland wordt op verschillende manieren benaderd: over, onder en via het water. Het passeren van het water via een brug (Haringvlietbrug), tunnels (Heinenoordtunnel en Kiltunnel) en een veerdienst (tussen Nieuw Beijerland en Hekelingen) zijn bijzondere momenten; indrukwekkende vergezichten, imposante bouwwerken of grote contrasten. Dit alles draagt sterk bij aan het besef een eiland op te rijden.
Ambities - De eilandentrees worden zodanig vormgegeven dat passanten waar mogelijk zien en beleven dat zij in de Hoeksche Waard zijn aangekomen. Dit kan bijvoorbeeld door het zicht op het open polderlandschap te maximaliseren. Slim gepositioneerde zichtlijnen dragen bij aan de oriëntatie en herkenbaarheid van het eiland. - De eilandentrees ontwikkelen tot recreatieoverstappunten (transferia) van waaruit het eiland beleefd kan worden. De entrees zijn ook geschikte plekken om de duurzaamheidambitie van de Hoeksche Waard zichtbaar te maken.
Vanuit de Killtunnel is de openheid van de Hoeksche Waard slecht zichtbaar
Bij Nieuw-Beijerland is de Hoeksche Waard bereikbaar via het water
52
GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013
De entree van de Hoeksche Waard via de A29
W E G D O O R S TA D E N L A N D
53
Doorsnijdend spoor Karakteristiek In de eerste helft van de 20e eeuw werd de Hoeksche Waard door een stoomtramnet verbonden met Rotterdam Zuid. Daarbij werden ook op grote schaal goederen vervoerd. Het netwerk heeft de stormvloed van 1953 overleefd, maar vanwege de slechte staat is het tramvervoer in z’n geheel gestaakt. Sindsdien is de Hoeksche Waard voor het openbaar vervoer aangewezen op de bus. Wel wordt het eiland aan de oostkant doorsneden door de HSL, de hoge snelheidsverbinding tussen Amsterdam, Schiphol, Rotterdam en Antwerpen. De lijn ligt op maaiveld en vanuit de trein heeft de reiziger vrij zicht op het weidse polderlandschap met daarin kleinschalige dorpen, dijken en kreken.
Ambities uit de kwaliteitskaart - Een visuele relatie tussen spoor en omgeving is gewenst; dit betekent dat ontwikkelingen rekening houden met het zicht vanuit de trein op de omgeving.
Ontwikkelingen De HSL is sinds 2009 in gebruik. Op dit moment wordt het spoor nog niet volledig gebruikt. In de toekomst zullen er meer (snellere) treinen gaan rijden, maar dit heeft geen ruimtelijk gevolgen.
DOORSNIJDEND SPOOR
55
HSL Karakteristiek De hoge snelheidslijn tussen Amsterdam en Antwerpen ligt als een licht gebogen lijn autonoom in het landschap. De spoorlijn bereikt de Hoeksche Waard via een tunnel onder de Oude Maas en de Dordtsche Kil. Vanuit deze tunnels loopt het spoor langzaam op naar maaiveld. In de Hoeksche Waard zelf ligt de HSL op maaiveld dan wel verdiept in een open tunnelbak, waardoor de lijn niet nadrukkelijk aanwezig is in het landschap. De Molendijk, Mookhoek en de Boomdijk kruisen de HSL bovenlangs. De Maasdamseweg is gedeeltelijk verdiept en kruist het spoor onderlangs. Een aantal kruisende wegen is afgesloten dan wel afgebogen.
Ambities - De HSL gaat zoveel mogelijk op in het landschap door een transparante vormgeving. De spoorlijn wordt ruimtelijk niet aangezet met beplanting of bebouwing en het gebruik van spoorwegmeubilair (masten, verlichting, seinen, borden) is minimaal. - De barrièrewerking van het spoor minimaliseren door aangename en bruikbare dwarsverbindingen voor mens en dier. Deze verbindingen worden logisch vormgegeven, zodat het landschap en landschappelijke hoofdstructuren herkenbaar en leesbaar zijn. Historische structuren en routes worden zoveel mogelijk in tact gehouden.
De HSL ligt transparant in het landschap (foto veenenbos en bosch)
56
GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013
Openbaar vervoerpanorama Karakteristiek Vanwege de ligging op maaiveld (grotendeels) en het ontbreken van geluidsschermen heeft de treinreiziger goed zicht op de weidse polders met akkerbouw, dijken, kreken, linten en dorpen van de Hoeksche Waard. Na de drukte van de Randstad is het contrast met de rust en ruimte op het eiland groot. De tunnels onder de Oude Maas en de Dordtsche Kil markeren deze beleving.
Ambities - Het uitzicht op het landschap handhaven door ontwikkelingen evenwijdig aan het spoor te beperken; geen schermen, bebouwing, kassen, reclamemasten en opgaande beplanting langs het spoor. - Kruisingen met belangrijke landschappelijke structuren zichtbaar en beleefbaar maken.
Vanuit de HSL uitzicht over het weidse polderlandschap (foto veenenbos en bosch)
DOORSNIJDEND SPOOR
57
Water als structuurdrager Karakteristiek Water heeft een grote rol gespeeld in de vorming van de Hoeksche Waard. De huidige kreken, havenkanalen en de Binnenbedijkte Maas herinneren aan deze bijzondere ontstaansgeschiedenis. Het zijn alle drie kenmerkende landschappelijke structuurdragers, ze vormen een belangrijk onderdeel van het watersysteem en hebben tevens grote cultuurhistorische, ecologische en recreatieve betekenis. Kreken zijn restanten van oude getijdenstromen. Ze kronkelen in sterk contrast met de strak verkavelde polders door het landschap. Havenkanalen zijn gegraven watergangen om de dorpen die door opeenvolgende inpolderingen steeds verder van het buitenwater af kwamen te liggen weer te verbinden met open water. De Binnenbedijkte Maas tot slot is een restant van een oude rivierarm.
Ambities uit de kwaliteitskaart - Een beleefbaar waterstelsel als dragende structuur van Zuid Holland: verbeteren van de zichtbaarheid, toegankelijkheid, en uitstraling van het water. - Waar mogelijk wordt gezocht naar vereenvoudiging van het waterbeheer en gewerkt aan een klimaatbestendige en robuuste inrichting van het watersysteem. - De oevers van rivieren, vaarten, kanalen en plassen zijn waar mogelijk openbaar toegankelijk. Om oevers en water toegankelijk en beleefbaar te houden is er geen ruimte voor verdere verdichting (privatisering) van de oevers, direct grenzend aan het water. - Bewaken en herstellen van continuïteit van landschappelijke structuurdragers als veenstromen, kanalen of -dijken waar nodig.
Ontwikkelingen Het reliëf van dijken en kreken is benoemd als één van de drie kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Hoeksche Waard. Behoud en versterking van deze kernkwaliteiten is het uitgangspunt. Er wordt daartoe middels een aantal projecten ingezet op kreekherstel. Het Waterschap Hollandse Delta heeft in 2004 een Waterstructuurplan vastgesteld. Dit plan beschrijft de visie van de waterbeheerder op de gewenste ontwikkeling van het watersysteem en de hieraan gerelateerde wensen en voorwaarden ten aanzien van de inrichting van de Hoeksche Waard. Aandachtspunten zijn het vergroten van de waterbergingscapaciteit en het verbeteren van de waterkwaliteit van de Binnenbedijkte Maas en waardevolle kreken.
WAT E R A L S S T R U C T U U R D R A G E R
59
Kreek Karakteristiek Het krekenpatroon is één van de kernkwaliteiten van het landschap van de Hoeksche Waard. Als restanten van het oorspronkelijke getijdenlandschap herinneren ze aan de bijzondere ontstaansgeschiedenis. De kreken hebben een kronkelig verloop in contrast met het regelmatige polderlandschap. De kreken lopen midden door de polders en zijn vanaf de dijken en polderwegen vaak niet of beperkt zichtbaar. Ze zijn grotendeels ontoegankelijk. De kruispunten van wegen en kreken vormen markante punten vanwaar de kreken beleefbaar zijn. In het Oudeland van Strijen hebben de kreken veelal grasland oevers, in de overige polders gemengde riet- en moerasoevers. De afgelopen jaren is in een aantal projecten droge en natte natuur ontwikkeld langs de kreken en zijn wandelroutes aangelegd (o.a. Argusvlinder en Vlietproject).
Ambities - Versterken van de ecologische betekenis en landschappelijke expressie van de kreken in contrast met het regelmatige polderlandschap. Behoud en ontwikkeling van de eeuwissen, aanleg van natuurlijke rietoevers. - Waar nodig en mogelijk opheffen van ontbrekende schakels in het (vaar) netwerk van kreken en havenkanalen door de aanleg van nieuwe verbindingen (zie ook Voormalige kreek). - Versterken van de beleefbaarheid en recreatieve betekenis door waar mogelijk paden langs kreken aan te leggen en kreken op te nemen in het recreatieve (kano)vaarnetwerk. De paden hebben een natuurlijk karakter en liggen onnadrukkelijk in het landschap. Behoud van de primaire functie voor de water aan- en afvoer en de ecologische randvoorwaarden staan bij deze ontwikkelingen voorop. Vooral de verstoring van vogels in deze smalle stroken kan de mogelijkheden beperken. - Er wordt terughoudend omgegaan met opgaande beplanting langs de kreken om de openheid van de polders zo min mogelijk aan te tasten. - Inzet op extra natuurontwikkeling bij de inlaatpunten voor de kreken ter versterking van de ecologische schakelpunten tussen binnen- en buitenwater. Hier liggen ook mogelijkheden voor helyofiete waterzuivering.
De kreken kronkelen door het landschap. Ze zijn vaak niet goed zichtbaar
Principe profiel graspad langs kreek
60
GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013
De recreatieve en ecologische betekenis van enkele kreken is reeds verbeterd
Voormalige kreek
Kreekbedding/rug
Karakteristiek Bij de opeenvolgende inpolderingen, ontginningen en ruilverkavelingen zijn veel kreken verlegd, gedempt en er zijn nieuwe waterverbindingen gegraven.
Karakteristiek De kreken liggen in het open polderlandschap en worden begeleid door hoger gelegen kreekruggen of bredere laagten. Kreekruggen zijn ontstaan door zandafzettingen langs de kreek. Op deze hoger gelegen gronden vestigden zich de eerste bewoners. De kreekruggen hebben daarom vaak een hoge archeologische waarde. Op de hoge kreekoevers vind je boerderijen. Langs de kreken liggen vaak ‘eeuwissen’. Een eeuwis (ook wel eeuwkant genoemd) is een lager gelegen strook nat grasland langs de kreek, eventueel beplant met wilgenstobben en meestal in gebruik als hooiland. Veel eeuwissen zijn verloren gegaan.
Ambities - Bij het opheffen van ontbrekende verbindingen in het samenhangende (vaar)waternetwerk van kreken kan aansluiting gezocht worden op de oude ligging van voormalige kreken. - Uitgangspunt bij het aanleggen van nieuwe verbindingen is dat er onderscheid is tussen de oorspronkelijke, op natuurlijke wijze ontstane kreken en de nieuw gegraven verbindingen.
Ambities - Behoud van het kenmerkende reliëf van de kreekruggen/beddingen. - Behoud en herstel van de eeuwissen. - Behoud en versterking van de ecologische kwaliteit van de eeuwissen.
Deze voormalige kreek in de buurt van Zuid-Beijerland is verlegd en rechtgetrokken
62
Voormalige kreekbedding in Strijen
GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013
Binnenbedijkte Maas Karakteristiek De Binnenbedijkte Maas is een restant van een oude rivierarm. Op de hoogtekaart is te zien dat deze oorspronkelijk doorliep tot aan de huidige loop van de Oude Maas bij Oud-Beijerland. De Binnenbedijkte Maas heeft een kronkelig verloop. Aan beide uiteinden liggen dorpskernen. Daar zijn de oevers veelal bebouwd en privaat. De overige oevers hebben een meer natuurlijk karakter. Aan de noordzijde ligt een recreatieoord, hier is het gebruik intensiever. Het meer heeft een ecologische en recreatieve betekenis en kan benut worden als schoonwaterbuffer voor het eiland.
Ambities - Behoud van de huidige zonering met een meer intensief gebruik met bebouwde/private oevers aan de beide koppen en een meer extensief middendeel met natuurlijke oevers. - Doorontwikkeling van de recreatieve betekenis (toegankelijkheid oevers, routes, aanlegplaatsen, recreatieve voorzieningen, informatievoorziening, etc.). Recreatieoord Binnenmaas vormt een belangrijke recreatieve trekpleister. - Verbeteren van de waterkwaliteit in de Binnenbedijkte Maas en benutten als schoonwaterbuffer voor het eiland.
Zicht over de Binnenbedijkte Maas, natuurlijke oevers en particuliere oevers
Principe zonering Binnenbedijkte Maas
WAT E R A L S S T R U C T U U R D R A G E R
63
Havenkanaal (met sluis) Karakteristiek Door nieuwe aandijkingen kwamen de dorpen in de Hoeksche Waard steeds verder van het buitenwater af te liggen. Ten behoeve van de afwatering en vaarverbinding werd door het nieuw aangedijkte land een geul (havenkanaal) gegraven. De meeste havenkanalen lopen in een rechte lijn door de polders, hebben veelal onbeplante kaden en staan in contrast met de meer natuurlijke, kronkelige kreken. Sommigen, zoals het havenkanaal van Strijen, hebben echter een meer organisch verloop en natuurlijke oevers met rietvegetatie. Op een aantal plaatsen ontstonden aan het havenkanaal nieuwe nederzettingen. Zo passeerde het lange havenkanaal van Klaaswaal drie sluizen, waar drie dorpjes ontstonden: Oudesluis, Middelsluis en Buitensluis. Middelsluis en Buitensluis werden later Numansdorp. Aan de monding van het havenkanaal van Strijen ontstond ook een nieuwe nederzetting: Strijensas.
Ontstaan havenkanaal
64
Havenkanaal van Oud-Beijerland
Ambities - Voor de havenkanalen staat de cultuurhistorische betekenis voorop. Het karakter van de havenkanalen als historische vaarverbinding zichtbaar houden en maken in contrast met de meer natuurlijke kreken. Dit geldt niet bij de meer natuurlijke havenkanalen zoals het havenkanaal van Strijen. - Versterken van de beleefbaarheid en recreatieve betekenis van de havenkanalen door paden over de kades aan te leggen en een samenhangend recreatief vaarnetwerk van kreken en havenkanalen te ontwikkelen. Behoud van de primaire functie voor de wateraan- en afvoer en de ecologische randvoorwaarden staan bij deze ontwikkelingen voorop. - De kaden blijven in principe onbeplant. - Behoud van de sluizen in de havenkanalen als cultuurhistorische objecten. Versterking van de recreatief/toeristische betekenis.
Havenkanaal van Strijen
GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013
Afgesloten havenkanaal Karakteristiek Een aantal havenkanalen op het eiland zijn in het verleden afgesloten van het buitenwater. Een voorbeeld hiervan is het havenkanaal van Piershil.
Ambities - Afgesloten havenkanalen kunnen weer in ere worden hersteld als wateren vaarverbinding.
Het afgesloten havenkanaal van Oud-Beijerland
WAT E R A L S S T R U C T U U R D R A G E R
65
Kwaliteit in dorpsgebied Karakteristiek De dorpen, en met name de historische centra, zijn medebepalend voor het karakter en de identiteit van de Hoeksche Waard en vormen belangrijke recreatieve trekkers. Zij vormen levendige, drukkere plekken op het verder rustige eiland. De verschillende dorpstypen vertellen ook iets over de ontstaansgeschiedenis van het eiland. Het meest kenmerkend zijn de dijkdorpen en de voorstraatdorpen. Beide zijn ontstaan aan de rand van een polder en langs de dijk verder uitgegroeid. Een aantal dijkdorpen ontwikkelde zich door tot voorstraatdorpen. Hier werd op afstand van de dijk een kerk gebouwd en de verbindende voorstraat vormde het hart van het dorp. In tegenstelling tot voorstraatdorpen elders in de provincie werd de kerk vaak opzij van de voorstraat geplaatst en niet als het ‘sluitstuk’. Daarnaast zijn enkele dorpen ontstaan op oeverwallen van een rivierarm of kreek. Westmaas en Maasdam onderscheiden zich doordat ze op een dam zijn gebouwd. Vrijwel alle dorpen hebben eens aan het open water gelegen. Als gevolg van verdere inpolderingen werden deze van het water afgesloten. Door het nieuw gewonnen land groef men vaak een kanaal, een havenkanaal, zodat het dorp met de zee in verbinding bleef staan. In de Hoeksche Waard komen deze zogenaamde havenkanalen niet alleen voor bij voorstraatdorpen, maar ook bij andere dorpstypen.
K WALITEIT IN DORPSGEBIED
Ontwikkelingen De Hoeksche Waard ligt ingeklemd tussen de stedelijke gebieden van de Rotterdamse Regio en de Drechtsteden. Door de beperkte verstedelijking is het eiland een belangrijk uitloopgebied voor de aanliggende stedelijke gebieden én een aantrekkelijk woongebied. Hierbij wordt ingezet op het thema ‘dorpenland’. Ambities uit de kwaliteitskaart - Elk dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is onderdeel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. - Waar mogelijk blijven karakteristieke en beschermde dorpsgezichten ervaarbaar vanuit het omringende landschap. - Behoud en ontwikkeling van de havenkanalen als belangrijke cultuurhistorische en recreatieve elementen. - Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de groen- en waterstructuur als onderdeel van het dorpsontwerp. - Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. - Ontwikkelingen in of in de nabijheid van het historisch centrum dragen bij aan het behoud en de versterking van vitale dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt opgezocht en versterkt.
67
Dijkdorp Karakteristiek In de Hoeksche Waard werden, net als elders in het bedijkingslandschap van Zuidwest Nederland, veel dorpen aan de rand van de polder gesticht. De eerste bebouwing stond aan de voormalige zeezijde van de dijk, omdat het dijktalud daar flauwer afliep. De gehuchten groeiden langs de (buitenzijde van de) dijk verder tot dijkdorpen. De recentere uitbreidingen zijn minder gerelateerd aan de oorspronkelijke dijk en liggen in de polder. Zuid-Beijerland, Middelsluis, Nieuwendijk, Puttershoek, Blaaksedijk, Heinenoord en Maasdam zijn dijkdorpen. De dijklinten die niet of zeer beperkt zijn uitgebreid in de polder komen aan de orde in ‘Linten blijven linten’. Maasdam neemt een bijzondere positie in, omdat dit dorp op een dam in de Binnenmaas is gebouwd.
Ambities - Behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit en de verblijfskwaliteit van het historische dorpscentrum. - Er wordt uitgegaan van onderscheidende compacte dorpen met een dorps karakter. Elk dorp is uniek en uitbreidingen worden zoveel mogelijk binnen bestaand bebouwd gebied gerealiseerd. Dit mag echter niet ten koste gaan van de ‘lucht’ in het dorp. - Inzetten op behoud en versterking van de historische dijklinten. Er is hier beperkt ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, vanwege de dichtheid van het dijklint. Bij de inpassing van (vervangende) nieuwbouw wordt rekening gehouden met de huidige korrel, het profiel en variatie in bebouwing. - De dijklinten worden opgenomen in het recreatieve netwerk, waarbij het centrum fungeert als concentratiepunt voor routes en attracties. - Bij ontwikkelingen buiten de historische dijklinten worden waardevolle structuren ingezet als dragers van de stedenbouwkundige structuur. Waar mogelijk wordt de relatie met het omliggende landschap opgezocht door nieuwe (zicht)relaties.
De dijk van waaruit Heinenoord is gegroeid (foto veenenbos en bosch)
Opbouw van een dijkdorp
68
GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013
Voorstraatdorp Karakteristiek De grotere dijkdorpen groeiden door tot voorstraatdorpen. Hier werd op enkele honderden meters van de dijk een kerk gebouwd. Tussen de kerk en de dijk werd een voorstraat aangelegd, de voornaamste straat van het dorp. De ruimtelijke opbouw van de voorstraatdorpen is minder vastomlijnd dan op sommige andere eilanden in de Zuidwestelijke Delta. Zo bevindt de kerk zich soms aan het uiteinde van de voorstraat, zoals in Klaaswaal, en soms wat meer opzij, zoals in Piershil. En soms ligt de voorstraat aan beide zijden van een gegraven waterloop, zoals in Oud-Beijerland en ’s Gravendeel. Voorstraatdorpen zijn Piershil, Nieuw-Beijerland, Oud-Beijerland, ’s Gravendeel, Numansdorp, Klaaswaal en Westmaas. Dit laatste dorp is bovendien op een dam in de Binnenmaas gebouwd.
Ambities - Er wordt uitgegaan van onderscheidende compacte dorpen met een dorps karakter. Elk dorp is uniek en uitbreidingen worden zoveel mogelijk binnen bestaand bebouwd gebied gerealiseerd. Dit mag echter niet ten koste gaan van de ‘lucht’ in het dorp. - Inzetten op behoud en versterking van het historische centrum en het waterfront. Ontwikkelingen in het centrum bouwen voort op de waardevolle structuur van het dorp (haven, dijk en voorstraat) en houden rekening met de maat, schaal, beleefbaarheid en identiteit van het dorp. Inzetten op het behoud en de ontwikkeling van het havenkanaal als belangrijk cultuurhistorisch en recreatief element. - De voorstraat en de haven, als deze aanwezig is, worden opgenomen in het recreatieve netwerk, waarbij het centrum fungeert als concentratiepunt voor routes en attracties. - Bij ontwikkelingen buiten het historische centrum worden waardevolle structuren ingezet als dragers van de stedenbouwkundige structuur. Waar mogelijk wordt de relatie met het omliggende landschap opgezocht door nieuwe (zicht)relaties.
In Piershil staat de kerk naast de Voorstraat
Opbouw van een voorstraatdorp
K WALITEIT IN DORPSGEBIED
69
Overig dorp Karakteristiek Daarnaast zijn enkele dorpen ontstaan op de oeverwallen van een rivierarm of kreek. Een typisch rivierrugdorp is Mijnsheerenland aan de noordoever van de Binnenmaas, terwijl Goudswaard en Strijensas op de oeverwal van een belangrijke kreek zijn gebouwd. Strijen, het oudste dorp van de Hoeksche Waard, is ontstaan op een Middeleeuwse terp. De ruimtelijke opbouw van deze dorpen is minder generiek voor de Hoeksche Waard dan de dijkdorpen en voorstraatdorpen. De ruimtelijke opzet vertelt echter wel over de ontstaansgeschiedenis van de Hoeksche Waard.
Ambities - Er wordt uitgegaan van onderscheidende compacte dorpen met een dorps karakter. Elk dorp is uniek en uitbreidingen worden zoveel mogelijk binnen bestaand bebouwd gebied gerealiseerd. Dit mag echter niet ten koste gaan van de ‘lucht’ in het dorp. - Er wordt ingezet op het behoud en de versterking van het historische centrum. Ontwikkelingen in het centrum bouwen voort op de waardevolle structuur van het dorp en houden rekening met de maat, schaal, beleefbaarheid en identiteit van het dorp. - Waardevolle, vaak historische, structuren worden opgenomen in het recreatieve netwerk, waarbij het centrum fungeert als concentratiepunt voor routes en attracties. - Bij ontwikkelingen buiten het historische centrum worden waardevolle structuren ingezet als dragers van de stedenbouwkundige structuur. Waar mogelijk wordt de relatie met het omliggende landschap opgezocht door nieuwe (zicht)relaties.
Woningbouw Strijensas is ontstaan langs het oponbevaarbare de oeverwal van havenkanaal een kreek van Middelharnis
Mijnsheerenland is ontstaan op een rivierrug van de Binnenmaas
70
GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013
Oriëntatiepunt: kerktoren, molen met vrije windvang, watertoren, suikerunie Karakteristiek Oriëntatiepunten, zoals kerktorens, historische windmolens en watertorens, zijn bepalend voor de identiteit en het karakter van het dorp en het eiland. Deze oriëntatiepunten zijn veelal historische gebouwen, zoals de historische windmolens van Goudswaard en Maasdam of de watertorens van Heinenoord en Strijen, maar ook de hoge bebouwing, schoorsteen en silo’s van de Suikerfabriek bij Puttershoek zijn een belangrijk herkenningspunt. Zij bepalen het dorpssilhouet en fungeren als oriëntatiepunten op het eiland. Zij kunnen ook een recreatieve waarde hebben.
De watertoren van Klaaswaal
K WALITEIT IN DORPSGEBIED
Ambities - Inzet op behoud en bescherming van de oriëntatiepunten en het zicht daarop vanuit het landschap. De directe omgeving van oriëntatiepunten en belangrijke zichtlijnen vanuit het landschap vrijhouden van grootschalige ontwikkelingen. - Molens met vrije windvang als oriëntatiepunt in stand houden, inclusief de biotopen. Bij transformaties van de omgeving de vrije windvang en het zicht op de molen garanderen. - Oriëntatiepunten bepalen het dorpssilhouet. Dit betekent dat nieuwe ontwikkelingen nooit hoger zijn dan deze gebouwen en zorgvuldig worden ingepast. Het toevoegen van hogere bebouwing is een integrale gebiedsopgave die zowel vanuit het dorp als vanuit het landschap bekeken moet worden.
De Suikerfabriek is een belangrijk herkennings- en oriëntatiepunt
71
Kwaliteit van de dorpsrand Karakteristiek De dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. De relatie tussen dorp en landschap is afhankelijk van de karakteristieken van de dorpsrand en die van het aangrenzende landschap. Het is een hoogwaardig en geliefd woonmilieu; dorps wonen met vrij zicht op en direct contact met het buitengebied. Daarnaast heeft de dorpsrand door de aanwezigheid van routes en functies betekenis voor de dorpsbewoners.
Ontwikkelingen De meeste dorpen hebben aan de dorpsrand beperkte uitbreidingsruimte voor woningbouw of bedrijvigheid. Zo wordt op dit moment Poortwijk 3 in het zuidoosten van Oud-Beijerland ontwikkeld. Door de veranderende markt wordt echter minder ontwikkeld dan voorzien. Dit biedt mogelijkheden om in ieder stadium van ontwikkeling de dorpsrand opnieuw te interpreteren en de identiteit van het dorp te versterken.
De dorpen in de Hoeksche Waard liggen in de weidse polders. Het landschap en het dorp grenzen direct aan elkaar, waardoor contactkwaliteit ontstaat. Daarnaast liggen enkele dorpsranden direct achter de rivierdijk. De nabijheid van het water en het contrast tussen het dorp en de dijk / het water is bepalend voor de kwaliteit van deze dorpsranden. Tot slot liggen enkele dorpen aan de Binnenbedijkte Maas. Hier wordt de kwaliteit bepaald door het water en de bijbehorende programma’s op de oever; een dorpsrand met contactkwaliteit. Dit levert vijf typen dorpsranden op: - dijk als landschappelijke grens - rand aan hoofdweg - rand verweven met landschap - water als landschappelijke grens - groenzone aan dorpsrand Niet alleen de dorpsrand zelf is bepalend voor de woonkwaliteit, maar ook de bereikbaarheid van het landschap. Goede stad-landverbindingen zijn daarom van groot belang. Het karakter, de uitstraling en de ligging van deze haakse landschappelijke structuren, zoals dijken, linten en kreken, bepalen de kwaliteit van deze verbindingen.
K WALITEIT VAN DE DORPSRAND
73
Ambities uit de kwaliteitskaart Ontwikkelingen in de dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met overgangskwaliteit. Daarbij wordt in de provinciale kwaliteitskaart onderscheid gemaakt tussen de volgende overgangskwaliteiten: met contrast (front), contact en contract (overlap). - Contrast: Dorpsranden met een scherpe grens tussen bebouwing en land, waarbij de bebouwing en landschap ‘met het gezicht naar elkaar’ zijn gekeerd. Dorp en buitengebied brengen hun eigen eigenschappen maximaal tot expressie. Er zijn verschillende situaties denkbaar, waarbij landschappelijke grenzen zorgen voor een scherp contrast (bijvoorbeeld wanneer de dijk een dorp begrenst). - Contact: Bebouwd gebied en landschap zijn verbonden door zichtbare en begaanbare doorlopende structuren, zoals paden, dijken, linten, groenstructuren of waterlopen. In andere situaties is het kavelpatroon doorlopend. Dorp en landschap blijven beiden in hun eigen hoedanigheid herkenbaar en onderscheidend, maar worden in staat gesteld in elkaar door te dringen. - Contract: Tussen bebouwd gebied en landschap is een geleidelijke overgang. Stedelijke en landelijke programma’s vloeien in elkaar over, het zijn gebieden met een hybride uitstraling en betekenis: recreatiegebieden, sportvelden, volkstuincomplexen, golfbanen, enzovoorts.
Er wordt een geïntegreerde ontwikkeling ontworpen van woon-, werk- , productie- en vrijetijdslandschappen die zoveel mogelijk aansluiten bij de ruimtelijke kwaliteiten van het omringende landschap.
Routes als verbinding tussen stad en ommeland
74
GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013
Rand aan hoofdweg Karakteristiek Bij dorpsranden langs een hoofdweg is de historische relatie met het landschap vaak verdwenen. Door de hoofdweg wordt de dorpsrand afgesloten van het polderlandschap. De grens is scherp en het contact is beperkt. Hier zijn de verbindingen tussen stad en ommeland van extra groot belang. De oriëntatie van de dorpsranden langs een hoofdweg varieert. Op plekken waar de bebouwing zich richt op de weg en het landschap ontstaan voorkanten. Het landschap en de bebouwing staan met het gezicht naar elkaar en brengen hun eigen eigenschappen maximaal tot expressie. Op andere plekken keert de bebouwing zich af van de hoofdweg. De ruimte tussen de bebouwing en de weg fungeert als buffer tussen de vaak grootschalige infrastructuur en de bebouwing. De maat, schaal en inrichting van deze gebieden verschilt nogal, maar over het algemeen hebben zij vooral betekenis voor de buurtbewoners.
Ambities - De dorpsrand draagt bij aan de oriëntatie en kadert het landelijk gebied af. Positionering, schaal, omvang en ligging van nieuwe ontwikkelingen worden daarop afgestemd. - De barrièrewerking van de hoofdweg beperken door aangename en logische verbindingen. - Daar waar de dorpsrand zich op de hoofdweg en het landschap oriënteert, heeft de bebouwing een representatieve uitstraling en worden visuele relaties tussen dorpsrand en ommeland gewaarborgd. Geluidsschermen worden geweerd. - Daar waar de dorpsrand en de hoofdweg / het landschap zich van elkaar afkeren, wordt ingezet op een hoogwaardig ingerichte groene dorpsrand. Deze bufferzones worden aangesloten op de woonbuurt zodat een samenhangend netwerk ontstaat. Door het toevoegen van (visuele) verbindingen en functies krijgen deze gebieden betekenis voor de buurt.
De dorpsrand van Oud-Beijerland langs de Groeneweg
De dorpsrand van Nieuw-Beijerland ligt achter de rondweg Buitenom
K WALITEIT VAN DE DORPSRAND
75
Rand verweven met landschap Karakteristiek Dorpsranden aan het open polderlandschap hebben een directe (zicht)relatie met het landschap. Dit zijn de plekken waar men vanuit de voordeur als het ware zo de polder instapt. De randen kunnen op verschillende manieren worden vormgegeven, maar het onderscheid tussen de beslotenheid van het dorp en de openheid van het landschap is altijd maximaal. De overgang van dorp naar landschap ligt niet vast. Door ontwikkelingen kan de dorpsrand opschuiven. Een belangrijk kenmerk van de dorpsranden is de informele en dorpse uitstraling. Dit betekent dat de inrichting en de oriëntatie van de bebouwing continu varieert. Op een aantal plaatsen zijn de dorpsranden echter hard, schreeuwend en daarmee doen ze afbreuk aan het polderlandschap en het dorpssilhouet.
Ambities - Dorpen blijven herkenbaar. - Er wordt ingezet op het contact tussen kleinschalige compacte dorpen en het weidse polderlandschap. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan een heldere landschappelijke afronding van het dorp. - De dorpen hebben een groene rand naar het open polderlandschap. Dit kan zowel door private tuinen, als door openbaar groen of een beplante dorpsstraat. Deze afwisseling is belangrijk en draagt bij aan het informele en dorpse karakter. - Landschappelijk waardevolle structuren, zoals dijken en kreken, worden ingepast in de dorpsrand en vormen belangrijke stad-landverbindingen. - De toegankelijkheid en beleefbaarheid van de dorpsrand verbeteren door fysieke en visuele relaties te handhaven dan wel te versterken.
De besloten dorpsrand van Puttershoek ligt direct aan de open polder
De inrichting van de dorpsrand varieert, nmaar heeft een groene uitstraling
76
GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013
De dorpsrand is een geliefd woonmiieu vanwege het directe contact met het landschap
K WALITEIT VAN DE DORPSRAND
77
Dijk als landschappelijke grens Karakteristiek Bij een aantal dorpen ligt de rand direct achter de dijk, aan de rand van het eiland is dit de rivierdijk. De dijk is een heldere grens en geeft het dorp een landschappelijk kader. Het zicht vanuit de polder op de eerste bebouwing wordt weggenomen, dit is een sterke landschappelijke kwaliteit. De manier waarop de dorpen omgaan met de rivierdijk als grens verschilt nogal. Sommige dorpen, zoals Puttershoek en Strijensas, zijn gericht op de dijk en het water. In dit geval is de rivierdijk vaak onderdeel van een doorgaande route. De bebouwing richt zich op de weg (onder)aan de dijk en dit geeft de dijk een publiek karakter. In Nieuw-Beijerland en Oud-Beijerland is er zelfs buitendijks gebouwd, zodat er sprake is van een rivierfront. Andere dorpen, zoals ’s Gravendeel en Heinenoord, keren zich juist af van de rivierdijk en het water. De dijk is in dit geval beperkt toegankelijk en heeft een privaat karakter. Hier wordt de dorpsrand gevormd door achterkanten van woningen (tuinen) en bedrijven (opslag).
Ambities - Afstand tussen bebouwing en dijk zodat de dijk als landschappelijk element herkenbaar blijft. - Representatieve uitstraling aan de zijde van de dijk (niet perse voorkant). - Toegankelijkheid van de rivierdijk (zie ook Onderscheidend rivierengebied) middels op- en afgangen.
De dorpsrand van Puttershoek achter de rivierdijk
Principeprofiel met bebouwing langs de rivierdijk
78
GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013
Water als landschappelijke grens Karakteristiek Water vormt met name de grens voor de bebouwing langs de Binnenbedijkte Maas. Naast oude dijklinten (Zwanegatsedijk), open polders, de provincialeweg (N217) en een recreatiegebied wordt er gewoond aan het water. De dorpen Mijnsheerenland, Westmaas en Maasdam liggen met bebouwing tegen de Binnenbedijkte Maas aan. Naast bebouwing zijn er kleine (zand)strandjes en groene openbare oevers. De randen waaraan gewoond wordt zijn veelal privaat en worden gekenmerkt door achtertuinen met een aanlegplaats voor een kleine boot. Bij het recreatieterrein, de (zand) strandjes en de groene oevers is het voor recreanten mogelijk om bij het water te komen. De polders zijn in gebruik als weiland en niet toegankelijk. Doorgaande routes langs de waterkant ontbreken.
Ambities - De beleving van de ligging aan het water versterking door uitbreiding van het routenetwerk en het strategisch positioneren van recreatieve bestemmingen; - Een representatieve en groene uitstraling richting het water. - Toegankelijkheid oevers verbeteren door plekken aan het water te creëren en goede routes. - Bij bebouwing van de randen langs het water de afwisseling van tuinen, strandjes en parken behouden en versterken.
De dorpsrand aan de Binnenbedijkte Maas wordt gekenmerkt door een afwisseling van openbare plekken en private tuinen
Groene achtertuinen grenzen aan het water
K WALITEIT VAN DE DORPSRAND
79
Groenzone aan de dorpsrand Karakteristiek Stads- en dorpsranden die grenzen aan recreatieve groengebieden gaan uit van een geleidelijke overgang tussen bebouwd gebied en landschap. Het landschap is volledig getransformeerd, waardoor deze gebieden een hybride uitstraling en betekenis hebben gekregen: dag- en verblijfsrecreatie, sportvelden en volkstuincomplexen. Stedelijke en landelijke programma’s vloeien in elkaar over. Het zijn over het algemeen stevig beplante gebieden met daarin verschillende recreatieve functies. De gebieden zijn dooraderd met recreatieve routes die over het algemeen goed aansluiten op de aanliggende woongebieden. De hoogopgaande beplanting verzacht de overgang tussen stad en land, maar de inrichting is weinig specifiek.
Ambities - Stedelijke en landelijke programma’s vloeien in elkaar over en worden in samenhang ontworpen. Positionering, schaal, omvang en ligging van nieuwe ontwikkelingen worden daarop afgestemd. - De afwisseling in gebruik en inrichting bevorderen door de recreatieve groengebieden te differentiëren en zoveel mogelijk aan te sluiten op de ruimtelijke kwaliteiten van het omliggende landschap. - De toegankelijkheid en beleefbaarheid van de recreatieve groengebieden verbeteren door openbare routes te handhaven dan wel te versterken. De groengebieden, waaronder sportvelden, een gezicht geven richting de dorpsrand.
Door de groene inrichting ontstaat een zachte overgang (foto veenenbos en bosch)
Een geleidelijke overgang naar het landschap door de sportvelden van Puttershoek
80
GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013
Stad-landverbinding Karakteristiek De dorpen in de Hoeksche Waard zijn veelal ontstaan of verder gegroeid langs landschappelijke structuren, zoals dijken, kreken en polderwegen. Bewoners of bezoekers benaderen het dorp van oudsher via deze structuren. Deze structuren vormen zowel de dorpsentree als de verbinding tussen het dorp en het landschap. Het karakter en de uitstraling van deze stad-landverbindingen is door de aanleg van nieuwe woonwijken en een bedrijventerrein enorm veranderd. Zij zijn steeds verder ingesloten geraakt, maar vormen nog steeds de ‘navelstreng’ met het ommeland. De ligging, het karakter en de inrichting bepalen de kwaliteit van de stad-landverbindingen. Ook voor de dorpsentrees is de wijze waarop het dorp benaderd wordt van groot belang. Het draagt bij aan de identiteit en het karakter van het betreffende dorp. Door de eenvormigheid van de naastgelegen ontwikkelingen heeft een aantal dorpsentrees echter hun eigenheid en herkenbaarheid verloren.
De Koninginneweg in Oud-Beijerland is een belangrijke stad-landverbinding
K WALITEIT VAN DE DORPSRAND
Ambities - Het oorspronkelijke landschap met historische structuren (dijken, waterlopen en linten) vormt de basis voor vanzelfsprekende verbindingen tussen stad en land. De stad-landverbindingen zijn onderscheidend en sluiten aan op de directe omgeving. - De ontbrekende schakels in het routenetwerk repareren en hiermee de veelkleurigheid van het eiland ontsluiten. Uitgangspunt zijn logische en aangename routes voor verschillende modaliteiten; voor ieder wat wils. - De overgang van stad naar land markeren en de ruimtelijke kwaliteit hiervan verhogen. - Het opheffen van barrières bij grote infrastructurele doorsnijdingen door bruggen, viaducten of pontjes. De verkeersveiligheid voor langzaam verkeer vergroten. - De ruimtelijke kwaliteit van de dorpsentrees versterken door een representatieve en karakteristieke uitstraling die past bij de identiteit en typologie van het dorp.
Nieuwe ontwikkelingen houden afstand tot landschappelijke structuren (polderweg, dijk, kreek)
81
Linten blijven linten Karakteristiek De Hoeksche Waard is ontstaan door het na elkaar bedijken van een reeks opwassen en aanwassen. De hoogste delen werden tegen de zee beschermd door de aanleg van dijken waarachter men ging wonen. De oorspronkelijke bebouwingspatronen zijn dus veelal ontstaan als compacte gehuchten en buurtschappen rondom de dijk. Een aantal dijklinten is in de loop van de tijd doorgegroeid tot een dijkdorp of voorstraatdorp. Bijna elk dorp kent een ingesloten dijk- of polderlint dat vanuit de historische dorpskern naar de polder loopt. Deze uitlopers hebben nog steeds een sterke relatie met het landschap. De situering van de bebouwing langs deze dijklinten varieert, maar overal overheerst het groene karakter door de laan- en erfbeplanting. De bebouwde dijklinten zijn onderdeel van het dijkenpatroon in de Hoeksche Waard. Naast de dijklinten zijn er een paar polderlinten. Deze linten zijn bijna allemaal ingesloten en een belangrijke verbinding tussen het dorp en het landschap. Landbouw, en met name akkerbouw, is verreweg de grootste grondgebruiker van de Hoeksche Waard. De verspreid liggende boerenerven zijn daarom ook een essentieel onderdeel van het landschap. Deze erven liggen over het algemeen open en goed zichtbaar in de polder.
LINTEN BLIJVEN LINTEN
Ontwikkelingen Veranderingen binnen de linten vinden plaats door de behoefte aan extra ruimte voor wonen, recreatie, bedrijvigheid of agrarische activiteiten. Hierbij blijft de bebouwing soms gehandhaafd, maar verandert de functie. In andere gevallen verandert ook de bebouwing of wordt bebouwing toegevoegd. Binnen de landbouwsector zal zeer waarschijnlijk een verdere schaalvergroting plaatsvinden. Het aantal bedrijven zal afnemen, maar de grootte zal verder toenemen. Dit geldt niet alleen voor de gronden, maar ook voor de erven. Verder is duurzame landbouw een actueel thema in de Hoeksche Waard. Zo moeten de bloemrijke agroranden bijdragen aan de biodiversiteit. Ambities uit de kwaliteitskaart - Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. - Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. - Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. - Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat er op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoud zijn eigen gezicht.
83
Dijklint Karakteristiek Kenmerkend voor het bedijkingslandschap van de Hoeksche Waard is dat de bewoning voornamelijk aan de randen van de polders ontstond en langs de dijken uitgroeide. Dit begon vaak met boerderijen aan de voormalige zeezijde van de dijk waar het talud flauwer was en dit groeide uit tot linten met een gemengd karakter van wonen en werken. De bebouwing staat op of tegen de dijk en laan- en erfbeplanting zorgt voor een groen karakter. De belangrijkste kwaliteit is de sterke relatie met het omliggende landschap. De Keizersdijk is het oudste dijklint van de Hoeksche Waard. Deze dijk overleefde de Sint-Elisabethsvloed en veel overlevenden zochten hier na de ramp hun toevlucht. Zo ontstond een dicht bebouwingslint aan de westzijde van de dijk, dat loopt van Maasdam en Cillaarshoek tot aan Strijen.
Ambities - Er is beperkt ruimte voor nieuwe ontwikkelingen als rekening wordt gehouden met de karakteristieken van het lint. Dit betekent dat de huidige korrelgrootte, het profiel, de variatie in bebouwing en de transparantie van het dijklint met zicht over de weidse polder richtinggevend zijn. - Bij (nieuwe) ontwikkelingen wordt de relatie met het omliggende landschap opgezocht. Routes en zichtrelaties blijven behouden of worden gerealiseerd. - De recreatieve bruikbaarheid van het dijklint verbeteren door ruimte te bieden aan kleinschalige recreatieve voorzieningen en goede langzaam verkeersroutes over de dijk.
Zicht op een dijklint
Het dijklint van Goidschalxoord
84
GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013
Ingesloten dijklint Karakteristiek Veel dijklinten zijn doorgegroeid tot dijkdorpen. Bij deze ingesloten dijklinten zijn de doorzichten naar het landschap verdwenen, de aanliggende polder is immers bebouwd. Door de ligging in het dorp is de bebouwing van de dijk vaak intensiever. De achterkanten vormen een informele, soms rommelige overgang naar de aanliggende buurten, groengebieden of landschap. Zij zijn echter belangrijke verbindingen vanuit het dorp naar het buitengebied. Ook de ingesloten dijklinten zijn afwisselend beplant en onbeplant.
Ambities - Bij ingesloten dijklinten wordt ingezet op behoud en verbetering van de (recreatieve) route tussen het dorp en de polder. - Bij ingesloten dijklinten is weinig ruimte voor nieuwe ontwikkelingen door de dichtheid van het lint, tenzij bebouwing vervangen wordt. Hier vraagt de inpassing extra aandacht. - De ruimte tussen lint en aangrenzende buurten open en groen van karakter houden.
Het dijklint is vaak het hart van het dorp
Het oorspronkelijke dijklint van Heinenoord is ingesloten geraakt
LINTEN BLIJVEN LINTEN
85
Ontwerpprincipes nieuwe ontwikkelingen aan de dijk
Behoud bij nieuwe ontwikkelingen de continuïteit van het dijkprofiel. Nieuwe bebouwing staat of op de dijk, of onderaan de dijk.
Bebouwing wordt rechtstreeks vanaf de dijk ontsloten, of via opritten die schuin van het dijktalud aflopen. Bebouwing past binnen de huidige korrelgrootte. Beplanting is zoveel mogelijk gekoppeld aan de dijk. Behoud doorzichten vanaf de dijk .
inpassing nieuwe camping middels grondwal en watergang
Voorkom ‘aanplemping’ van de dijk waardoor de continuïteit van het profiel verloren gaat.
86
Er is onder aan de dijk beperkt ruimte voor ontwikkelingen met een groter ruimtebeslag, mits passend binnen het afwisselend beeld van de dijk. Beplanting blijft in dit geval gekoppeld aan de dijk.
GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013
Polderlint Karakteristiek Een polderlint ligt middenin de polder, op hetzelfde niveau als het landschap. Deze linten zijn vaak aan beide kanten bebouwd hebben een smal profiel. De Oud-Heinenoordseweg is een voorbeeld van zo’n polderlint. Van oorsprong heeft een polderlint een sterke relatie met het landschap, maar in de Hoeksche Waard zijn de meeste polderlinten ondertussen ingesloten door dorpsbebouwing. De weg is van oorsprong een toegangsweg tot het dorp en loopt daarom door tot in het centrum.
Ambities - Er is beperkt ruimte voor nieuwe ontwikkelingen als rekening wordt gehouden met de karakteristieken van het lint. Dit betekent dat de huidige korrelgrootte, het profiel, de variatie in bebouwing en de transparantie van het lint met zicht over de weidse polder richtinggevend zijn. - Bij (nieuwe) ontwikkelingen wordt de relatie met het omliggende landschap opgezocht. Routes en zichtrelaties blijven behouden of worden gerealiseerd.
De Boendersweg bij ‘s Gravendeel is een polderlint
Het polderlint Tiengemeten
LINTEN BLIJVEN LINTEN
87
Ingesloten polderlint Karakteristiek De ingesloten polderlinten zijn in de afgelopen decennia opgenomen in de uitbreiding van de dorpen. In tegenstelling tot de polderlinten in het buitengebied hebben de ingesloten polderlinten waardevolle beplanting. De ingesloten polderlinten zijn uitgegroeid tot groene verbindingen tussen het dorpscentrum en het landschap. Vaak liggen de verbindingen haaks op de dorpsrand. Dit is bijvoorbeeld het geval in Oud-Beijerland, Numansdorp, Mijnsheerenland en Maasdam.
Ambities - Bij ingesloten polderlinten wordt ingezet op behoud en verbetering van de (recreatieve) route tussen het dorp en de polder. - Bij ingesloten polderlinten is weinig ruimte voor nieuwe ontwikkelingen door de dichtheid van het lint, tenzij bebouwing vervangen wordt. Hier vraagt de inpassing extra aandacht. - Zorgvuldig omgaan met de ruimte tussen het polderlint en de aanliggende buurten. Inzetten op een open en groen karakter.
De schuinstaande bomen zijn karakteristiek voor de Raadhuislaan in Mijnsheerenland
88
GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013
Boerenervenlint Karakteristiek De Hoeksche Waard is een van de belangrijkste landbouwgebieden van Nederland. De grootschalige, grondgebonden landbouwbedrijven zijn typerend voor het eiland en belangrijk voor het behoud van het open landschap. De boerenerven zijn daarmee een essentieel onderdeel van het landschap. De erven liggen zowel langs de dijken als middenin de polder en hebben een directe en functionele relatie met het landschap. De erven langs de dijk zijn vaak omringd door dichte beplanting, terwijl de erven in de polder open en bloot in het landschap liggen. De reeksen van erven aan dezelfde weg vormen een boerenervenlint. De agrarische sector is aan verandering onderhevig. Trends als schaalvergroting, duurzaamheid (waaronder bloemrijke agroranden), innovatie en vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing zullen gevolgen hebben voor de uitstraling en de betekenis van zowel de erven als het landelijk gebied.
Principe profiel: beplant erf aan de dijk
LINTEN BLIJVEN LINTEN
Ambities - Erven gelegen aan de dijk worden landschappelijk ingepast door middel van erfbeplanting, waardoor zij onderdeel worden van de beplante dijkzones. - Erven gelegen in de polder kunnen niet of minder stevig ingeplant worden waardoor het contrast tussen de open polder en de beplante dijkzones vergroot wordt. Er is bij deze erven daarom meer aandacht nodig voor de beeldkwaliteit van de bebouwing (terughoudend kleurgebruik, agrarisch karakter). - Behoud van de grote spreiding tussen de verschillende erven, zodat het open en weidse karakter van de polder gehandhaafd blijft. - Bij de uitbreiding of transformatie van een boerenerf (bijvoorbeeld tot een woonerf ) blijft het agrarische karakter en de karakteristieke erfindeling gehandhaafd. De ontwikkeling ondersteunt de (verbrede) functie van het landbouwbedrijf door ruimte te bieden aan verbreding en innovatie. - Verbetering van de beleefbaarheid, toegankelijkheid en aantrekkelijkheid van het landelijk gebied door bijvoorbeeld de aanleg van wandelroutes, bloemrijke akkerranden en erfbeplanting.
Principe profiel: onbeplant erf in de polder, beeldkwaliteitseisen aan bebouwing
89
Werkgebieden met karakter Karakteristiek De bedrijvigheid van de Hoeksche Waard is van oudsher gerelateerd aan de landbouw en de voedselindustrie, zoals een sigarenfabriek, suikerfabriek, zalm- en palingrokerij en een melkfabriek. Veel van deze bedrijvigheid is inmiddels verdwenen en de werkgebieden bestaan nu voornamelijk uit lokaal georiënteerde bedrijventerreinen aan de dorpsrand. Het zijn meestal monofunctionele werkgebieden met een afgesloten karakter en weinig ruimtelijke kwaliteit met een totale netto oppervlakte van ongeveer 300 ha. Ook in de linten, zoals de Blaaksedijk en de Keizersdijk, is bedrijvigheid aanwezig. Hier zorgt de menging van wonen en werken voor een gevarieerd beeld. In de noordrand van de Hoeksche Waard wordt een regionaal bedrijventerrein (60 ha netto) gerealiseerd. Het bedrijvenpark is bedoeld voor bedrijven die qua omvang en bereik niet (meer) op de lokale terreinen passen. Het bedrijvenpark heeft een duurzaam karakter en er is heel nadrukkelijk aansluiting gezocht bij het karakter en de sfeer van de Hoeksche Waard, onder andere door het gebruik van gebiedseigen beplanting naar soort en structuur. Het terrein is onderdeel van het Regiopark Noordrand en in 2009 is de eerste fase bouwrijp gemaakt.
Ontwikkelingen In de Hoeksche Waard worden grotere regiogebonden bedrijven geconcentreerd op het Regionaal Bedrijvenpark Hoeksche Waard in de Noordrand van de Hoeksche Waard. Hierin is nadrukkelijk plek voor Hoeksche bedrijven die de lokale bedrijventerreinen zijn ontgroeid. Hierdoor ontstaat op de lokale terreinen weer ruimte voor andere, kleine bedrijven. Dit biedt bovendien de kans om deze kleinschalige en gemengde terreinen te
WERKGEBIEDEN MET KARAKTER
herstructureren en kwalitatief te verbeteren. Door de ligging van deze bedrijventerreinen aan de randen van de dorpen ontstaat de kans om de overgang tussen dorp en polder een kwaliteitsimpuls te geven. Door de veranderde economische situatie stagneert echter de ontwikkeling van het Regionaal Bedrijventerrein. Vaak kleinere bedrijven maken de stap naar een nieuwe locatie, met alle risico’s, niet. Het gevolg is dat er op het bestaande bedrijventerrein aan de dorpsrand wordt uitgebreid. Ambities uit de kwaliteitskaart - Op watergebonden werkgebieden is ruimte voor overslag en opslag. De relatie tussen functie en vorm is duidelijk zichtbaar. Bij ontwikkelingen wordt gezorgd voor een gepaste overgang tussen terrein en omgeving en het benutten van de milieuruimte zonder hinder voor de omgeving. Er wordt respectvol omgegaan met het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed. - Daar waar bedrijventerreinen de entree van een dorp vormen wordt extra aandacht geschonken aan de beeldkwaliteit (rand) van het terrein. Deze terreinen zijn het visitekaartje van het dorp. Doorgaande routestructuren worden gerespecteerd of krijgen een gelijkwaardige vervanger. Het terrein of haar omgeving is aantrekkelijk voor verschillende gebruikers. - Ontwikkelingen in de glastuinbouw dragen bij aan een grootschalig, geconcentreerd, modern uiterlijk en functioneren.
Gericht op zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik en collectieve voorzieningen, met aandacht voor aansluiting op bestaande landschappelijke structuren. Een dooradering van het gebied met water en recreatieve routes is gewenst.
91
Regionaal Bedrijventerrein Karakteristiek In de noordrand van de Hoeksche Waard wordt het Regionaal Bedrijvenpark Hoeksche Waard gerealiseerd. Het bedrijvenpark ligt in de OostZomerlandsepolder tussen de A29 en Puttershoek, naast het bestaande bedrijventerrein Boonsweg wat is aangegeven op de kaart. Het bedrijvenpark krijgt een duurzaam en hoogwaardig karakter en wordt zorgvuldig ingepast in het landschap. Een ruim opgezet landschappelijk raamwerk met brede grasbermen, waterpartijen en verschillende gebiedseigen boomsoorten zorgt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Ook aan de bedrijfsgebouwen worden hoge beeldkwaliteitseisen gesteld. De verhouding tussen uitgeefbaar terrein en openbare ruimte is ongeveer 50/50. De opzet van het bedrijvenpark anticipeert op de ligging in het toekomstige Regiopark Noordrand Hoeksche Waard. Bestaande lijnen (wegen, dijken en kreken) verankeren het bedrijvenpark aan het landschap. Tussen het bedrijvenpark en de omliggende dijken wordt voldoende ruimte vrij gelaten om de dijken herkenbaar te laten.
Ambities - Passend in het landschap door een ruime opzet en gebruik van gebiedseigen beplanting. - Vanzelfsprekende overgangen naar het landschap en gebruik van bestaande landschappelijke elementen. - Hoogwaardige bebouwing. - Transformatie van het bestaande Boonsweg naar een hoogwaardig bedrijventerrein aansluitend op de ambities van het Regionaal Bedrijventerrein.
Het Regionaal Bedrijventerrein wordt onderdeel van het Regiopark Noordrand
Collage Regionaal Bedrijventerrein
92
GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013
Werkgebied langs dorpsrand Karakteristiek In de Hoeksche Waard zijn de meeste werkgebieden kleinschalige bedrijventerreinen aan de rand van een dorp. Deze bedrijventerreinen zijn lokaal georiënteerd en van wisselende omvang. De bedrijven zijn vooral actief in de industrie, bouwnijverheid, handel en reparatie. De bedrijventerreinen liggen veelal aan de toegangswegen van de dorpen en zijn bepalend voor de beleving van de dorpsentree. Vaak liggen ze tussen het dorp en het landschap en functioneren daarmee als een visuele en fysieke barrière. De bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn goed zichtbaar door het ontbreken van beplanting. Vanuit het landschap zijn de terreinen medebepalend voor het dorpssilhouet. Dit geldt bij uitstek voor de Suikerfabriek bij Puttershoek. Ook al is de bedrijvigheid grotendeels verdwenen, de fabriek is nog steeds een belangrijk icoon en oriëntatiepunt op het eiland. De ontwikkelingen op deze bedrijventerreinen worden met name veroorzaakt door schaalvergroting en verplaatsingen. Daarnaast wordt ingezet op kwaliteitsverbetering en herstructurering, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de maat en schaal van de verschillende dorpen en het landschap.