CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage toezegging 9 maart Gebiedsprofiel Hoeksche Waard-

Oordeelsvormende vergadering 9 maart 2021, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Burg. De Zeeuwstraat t.h.v. nr. 68 te Numansdorp19.258 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gebiedsprofiel Hoeksche Waard

Gebiedsprofiel Hoeksche Waard Opgesteld door H+N+S Landschapsarchitecten en Enno Zuidema Stedebouw, in opdracht van de Provincie Zuid Holland

25 april 2013

H+N+S Landschapsarchitecten

Enno Zuidema Stedebouw

Soesterweg 300 3812 BH Amersfoort

Schiedamsevest 91d 3012 BG Rotterdam

t 033 4328036

t 010 4048289

www.hnsland.nl mail@hnsland.nl

www.ezstedebouw.nl mail@ezstedebouw.nl

Amersfoort en Rotterdam, april 2013 © H+N+S Landschapsarchitecten Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt mits de bron wordt vermeld.

Inhoud Inleiding

7

Het verhaal van de Hoeksche Waard Het verhaal van de Hoeksche Waard

13

Uitwerking legenda-eenheden Herkenbaar open zeekleipolderlandschap Onderscheidend rivierengebied Weg door stad en land Doorsnijdend spoor Water als structuurdrager Kwaliteit in dorpsgebied Kwaliteit van de dorpsrand Linten blijven linten Werkgebieden met karakter Vrijetijdslandschap Identiteitsdragers Rust en stilte

27 39 45 55 59 67 73 83 91 97 107 113

In de praktijk Inleiding Stougjesdijk-Oost Swaneblake - Piershil

117 119 131

Geraadpleegde bronnen

147

INHOUD

5

Inleiding Wat is een gebiedsprofiel? De provincie Zuid-Holland maakt werk van kwaliteit in de ruimtelijke ordening. Met de kwaliteitskaart in de provinciale structuurvisie is hiertoe een eerste aanzet gedaan. Als uitwerking van deze kwaliteitskaart worden in het buitengebied van Zuid-Holland voor 17 gebieden de “gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit” opgesteld. Dit gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken, ontwikkelingen, kwaliteiten en ambities in het gebied. Oftewel een antwoord op de vragen: ‘wat is er’, ‘wat speelt er’, ‘wat is waardevol’ en ‘wat willen we daarmee’. Het gebiedsprofiel is samen met gemeenten en andere gebiedspartners opgesteld. Gezamenlijk is bepaald wat karakteristiek is voor de streek en wat de (gewenste) ruimtelijke kwaliteit is. Met het formuleren van kwaliteitscriteria wordt de eerste stap gezet naar het maken van mooie, functionele en duurzame plannen. Het gebiedsprofiel is een hulpmiddel om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren. Het is nadrukkelijk geen blauwdruk of ontwikkelingsplan. Er wordt niet bepaald waar welke functie mag komen; er staan dus geen contouren, bestemmingen of functies in. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk.

INLEIDING

Een gebiedsprofiel is een compacte kwaliteitsgids met een beschrijving van ruimtelijke elementen die van bovenregionaal belang zijn. De kwaliteitskaart is het kader voor dit gebiedsprofiel. De gebiedsprofielen geven vooral richting aan middelgrote ruimtelijke ingrepen en aanpassingen. Grote ruimtelijke opgaven (opgaven waarbij het bestaande landschap getransformeerd wordt naar een nieuw landschap) vragen om een apart kwaliteitsplan. De werking van het gebiedsprofiel moet gezien worden in relatie tot de andere provinciale RO-instrumenten. De ‘set van instrumenten’ is: - structuurvisie: functiekaart en kwaliteitskaart (kader), - verordening (kader): - SER-ladder voor duurzame verstedelijking, - verplichting beeldkwaliteitparagraaf, - contouren - en gebiedsprofielen (handreiking). De functiekaart De functiekaart in de structuurvisie geeft de gewenste ruimtelijke functies weer die zijn vastgelegd als ruimtelijk beleid tot 2020. Deze kaart beantwoordt de vraag: wat komt waar? Op de functiekaart staan dus naast bestaande functies ook geplande ontwikkelingen.

7

De kwaliteitskaart Terwijl de functiekaart stuurt op ‘welke functie waar’, stuurt de kwaliteitskaart op het ‘waar en hoe’, onder het motto; “als je iets doet, doe het dan goed”. Met de kwaliteitskaart wordt beoogd dat alle ontwikkelingen positief bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. Dit kan door bij te dragen aan een mooiere omgeving, verbetering van de gebruikswaarde en / of een hogere duurzaamheid. De kwaliteitskaart beschrijft de huidige kenmerken en kwaliteiten van gebieden in tekst en kaartbeeld. Op de kaart staat daarom het landschap zoals dat er vandaag de dag bij ligt. Dit betekent dat op stapel staande ontwikkelingen die nog niet in uitvoering zijn, niet zijn meegenomen. (Wat nog niet gerealiseerd is, maakt nog geen deel uit van de karakteristiek van de plek). De ambities, behorend bij de kwaliteitskaart, geven aan of de provincie een bepaalde karakteristiek wil behouden, versterken en/of vernieuwen. Deze ambities geven inzicht in hoe men bij ruimtelijke ingrepen rekening kan houden met typische kenmerken van de streek, de ontwikkelingsgeschiedenis, schaal, maat, functionaliteit, ruimtelijke opbouw, samenhang en verschijningsvorm van de directe omgeving en met de inpassing in de wijdere omgeving.

De gebiedsprofielen De gebiedsprofielen zijn de schakel tussen de kwaliteitskaart van de structuurvisie (meer algemeen en op de schaal van de hele provincie) en de beeldkwaliteitsparagrafen van lokale overheden (gemeentelijke of nog kleinere schaal). Het gebiedsprofiel is een uitwerking van de legendaeenheden van de kwaliteitskaart. Het geeft een beschrijving en ambitie voor de kenmerken en kwaliteiten van een gebied, zoals we dat nu om ons heen waarnemen.

Gemeenten hebben nog steeds een eigen verantwoordelijkheid op het lokale schaalniveau en kunnen - aanvullend aan de ambities uit het gebiedsprofiel - lokaal waardevolle plekken of kwaliteiten beschermen door een gemeentelijk kwaliteitskader. Andersom geldt, dat het gebiedsprofiel niets expliciet verbiedt of gebieden op slot zet.

Hoe werkt een gebiedsprofiel? Gebiedsprofielen zijn zelfbindend voor de provincie. Ze worden vastgesteld door Gedeputeerde Staten. Voor de provincie dient het gebiedsprofiel als handleiding om de kwaliteit te stimuleren bij gebiedsprocessen en provinciale uitvoeringsprojecten. De provincie gebruikt een gebiedsprofiel in gesprek met de gemeente. Het gebiedsprofiel wordt vooral ingezet aan de voorkant van planprocessen, daar waar een provinciaal belang een rol speelt. Het zal bij het vooroverleg op tafel komen om het gesprek aan te gaan over de kwalitatieve aspecten van een ontwikkeling. De kwaliteitskaart is het formele kader op basis waarvan de provincie een overlegreactie of een zienswijze kan indienen. Het gebiedsprofiel is hierbij - door een concretere invulling van de ambities uit de kwaliteitskaart - een toelichting met een gebiedsspecifieke uitwerking. Het biedt inzicht in de provinciale afwegingen die gemaakt kunnen worden. Daarnaast is het een hulpmiddel voor gemeenten. Het gebiedsprofiel is een handreiking bij het opstellen van regionale en gemeentelijke structuurvisies, bij bestemmingsplannen en beeldkwaliteitsparagrafen in het bijzonder. Met het gebiedsprofiel in de hand wordt het opstellen van dergelijke plannen eenvoudiger.

Als er geen gemeentelijke leidraad is voor ruimtelijke kwaliteit, kan de gemeente het gebiedsprofiel gebruiken om plannen van initiatiefnemers te beoordelen op hun bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Immers, initiatieven op de kleinste schaal kunnen effect hebben op het gehele kwaliteitsbeeld. Hoe werkt dit in de praktijk voor gemeentelijke plannen of initiatieven van

8

GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013

Leeswijzer ondernemers? Als in een overleg tussen gemeente en provincie een ontwikkeling (woonwijk, bedrijventerrein, groengebied, enzovoort) voorgelegd wordt, zijn op dit moment * vier verschillende scenario’s mogelijk: - Staat een ontwikkeling op de functiekaart en past het binnen de ambities van de kwaliteitskaart, zoals die zijn beschreven voor de betreffende locatie, dan kan het plan ongewijzigd vastgesteld en uitgevoerd worden. - Staat een ontwikkeling niet op de functiekaart en sluit het niet aan bij de ambities van de kwaliteitskaart, dan zal de provincie niet akkoord gaan. - Staat een ontwikkeling op de functiekaart, maar sluit het niet aan bij de ambities van de kwaliteitskaart, zoals die zijn beschreven voor de betreffende locatie, dan zal de provincie adviseren om een beeldkwaliteitparagraaf of –plan op te stellen. Hierin staat een toelichting, hoe het plan rekening houdt met of bijdraagt aan verbetering van de ruimtelijke kwaliteit aan de hand van een verwijzing naar de ambities van de kwaliteitskaart. Het gebiedsprofiel kan in dit geval helpen om een vertaalslag te maken van de globale provinciale ambities naar concrete ruimtelijke voorstellen.

- Staat een ontwikkeling niet op de functiekaart, maar past het wel binnen de ambities van de kwaliteitskaart, doordat het een verbetering zou betekenen van de ruimtelijke kwaliteit van de betreffende locatie, dan adviseert de provincie om een verzoek tot ontheffing of actualisering van de PSV in te dienen. Dit kan aan de hand van een toelichting die verwijst naar de ambities van de kwaliteitskaart. Het gebiedsprofiel kan in dit geval helpen om een vertaling te maken van de ruimtelijke implicaties van het voorgestelde plan naar de provinciale kwaliteitsambities.

Het gebiedsprofiel begint met het verhaal van de streek. Dit verhaal dient als kennismaking met het gebied (geschiedenis en ligging in de ruimere context), de onderscheidende ‘smaakmakende’ karakteristieken en de ontwikkelingen die er spelen. Daarna worden ruimtelijke elementen per themakaart systematisch uitgewerkt en geïllustreerd. Het laatste hoofdstuk gaat in op de praktische toepassing van het gebiedsprofiel. Hierin staan ter inspiratie voorbeelden uitgewerkt.

Gebiedsprofiel als referentiedocument bij vooroverleg * Op dit moment werken we met een combinatie van functiekaart en kwaliteitskaart uit de Structuurvisie en de Verordening Ruimte als het formele kader, aangevuld met de gebiedsprofielen als handreiking. Om nog beter het ontwikkelen van ruimtelijke kwaliteit te bevorderen, is een verschuiving nodig van sturen op verboden en aantallen naar sturen op (kwaliteits) doelen. In de komende periode wordt verkend hoe we het best dit doel kunnen bereiken en welke instrumenten we daarvoor nodig hebben. Vooralsnog blijft het bestaande instrumentarium (PSV, VR) gewoon geldig.

INLEIDING

9

Het verhaal van de Hoeksche Waard

Goeree-Overflakkee nu

Het verhaal van de Hoeksche Waard Ontstaansgeschiedenis Uit recente archeologische vondsten is gebleken dat de Hoeksche Waard in de Romeinse tijd (omstreeks 1e tot 4e eeuw na Chr.) een belangrijke positie innam door de ligging in een streek waar grote Europese rivieren samenkwamen. Transport over water was toen nog belangrijker dan nu, zowel voor de handel als in militair opzicht. Hierdoor was de streek dichtbevolkt en welvarend. De loop van de rivieren was heel anders dan nu. De Maas stroomde van het tegenwoordige ’s Gravendeel via Maasdam en Westmaas naar de oostpunt van het eiland Putten, om samen te vloeien met de Waal. Al ver voor de Sint-Elisabethsvloed van 1421, zeker al vanaf 2000 voor Christus, waren de hogere oeverwallen langs de rivieren en kreken bewoond. De Binnenbedijkte Maas is nu nog het enig zichtbare restant van het oorspronkelijke rivierensysteem. In de ondergrond zijn echter nog veel meer sporen terug te vinden. De oude oeverwallen hebben een hoge archeologische verwachtingswaarde. Tot ongeveer 400 voor Christus werden tussen de rivierarmen grote veenpakketten gevormd die al vroeg bewoond en ontgonnen werden. Later werden bij rivier- en zee-inbraken kleilagen op het veen afgezet. Het dorp Strijen is vanaf 1250 continu bewoond geweest en hiermee het oudste dorp van de Hoeksche Waard.

De Sint-Elisabethsvloed in 1421 is een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van de Hoeksche Waard. Een groot deel van het toen al ingepolderde land rond Dordrecht kwam onder water te staan. De Groote Waard, een samenvoeging van kleine inpolderingen rondom Dordrecht verdween. De Keizersdijk tussen Strijen en Maasdam doorstond de vloed en ook de Sint Anthonypolder bleef gespaard. Na de vloedgolf moest een groot

HE T VERHAAL VAN DE HOEKSCHE WAARD

deel van de Hoeksche Waard opnieuw worden bedijkt. Men begon met het bedijken van droogvallende zandplaten. Deze vaak ovale en ronde zandplaten ontstonden op plekken waar geen of weinig stroming was. Zodra zich hier vegetatie ontwikkelde, werden deze platen voorzien van een kade. Zo ontstonden de opwaspolders van Oude Korendijk, Oud-Piershil en OudHeinenoord. Aan de randen van deze opwassen ontstonden aanwaspolders. Deze langgerekte polders zijn ontstaan door aanslibbing van zand en klei tegen de zeewerende dijk van een bestaande polder. Een aanwaspolder ligt als een halfronde schil tegen een opwas en loopt evenwijdig aan de getijdengeul. Het eiland is dus niet ontstaan vanuit één kern, de oude Sint Anthonypolder, maar vanuit meerdere kernen (opwassen) tegelijk. Door de verschillende aanwassen zijn de kernen aan elkaar gegroeid tot één eiland, de Hoeksche Waard. De structuur van op- en aanwaspolders is duidelijk afleesbaar door de dijken, al dan niet beplant met meerdere rijen bomen. De dijken zijn zeer kenmerkend voor het landschap van de Hoeksche Waard. De bodem van de Hoeksche Waard bestaat uit een bovenlaag van zeeklei of zandige klei op een ondergrond van veen. De dikte van zowel de kleilaag als de veenlaag verschilt, soms ligt het veen aan de oppervlakte. In de oude opwaspolders ligt er een dunne laag klei op een dik veen pakket.

In de jongere aanwaspolders is door de overstroming tijdens de SintElisabethsvloed meer klei afgezet. Door het verschil in dikte in klei- en veenlagen is de inklinking niet overal gelijk waardoor de polders een microreliëf hebben.

13

De open polders met een agrarisch karakter zijn kenmerkend voor de Hoeksche Waard

De eerste bewoning ontstond rondom de dijken. Boerderijen werden aan de voormalige zeezijde van de dijk gebouwd. In het hoogste gedeelte van een

nieuwe polder waren de risico’s bij een overstroming het kleinst. Toen de bedijkingen en de waterbeheersing beter werden, durfden de boeren zich ook in de lagere delen van de polder te vestigen. De boerderijen werden dan bij voorkeur langs een geul of kreek gebouwd, zodat vervoer over water mogelijk was als de onverharde kleiwegen door heftige regenval niet begaanbaar waren. In navolging van de boerderijen vestigden nieuwe bewoners zich langs de dijken, aan de rand van de lager gelegen polders. Een aantal van deze kleinere dijkdorpen groeide door tot zogenaamde voorstraatdorpen. Er werd dan een kerk in de polder gebouwd op enige honderden meters afstand van de dijk. Tussen de dijk en de kerk werd een brede voorstraat aangelegd, hierlangs kwamen de grootste huizen van het dorp te staan. De voorstraat- en dijkdorpen zijn zeer kenmerkend voor het bedijkingenlandschap van de Hoeksche Waard. Daarnaast zijn er enkele rivierrug- en kreekrugdorpen, deze dorpen zijn ontstaan op de oeverwallen van een kreek (Goudswaard en Strijen Sas) of rivierarm. Daarnaast ontstonden er dorpen vanuit een Middeleeuwse terp (Strijen) of een dam (Maasdam en Westmaas).

Opwaspolders (14e - 15e eeuw)

Zuidelijke aanwaspolders (16e eeuw)

Verlandde kreken liggen vaak iets hoger in het landschap. Deze inversie is ontstaan doordat de kreken zich in de loop der eeuwen gevuld hebben met zand waarop een laagje klei werd afgezet. Terwijl het veen in de omgeving inklonk behielden de kreekbeddingen hun hoogte. Hierdoor liggen de voormalige kreken nu als hogere ruggen in het landschap. Het Oudeland van Strijen is voornamelijk in gebruik als grasland, de polders liggen vrij laag en zijn te drassig voor akkerbouw. De kavels zijn klein en langwerpig, de vorm wordt sterk bepaald door de restanten van oude veenstromen. Kronkelige kreken die nu functioneren als poldersloten, soms met brede gras- en rietstroken langs de oevers. De wegen en dijken lopen recht en contrasteren met de kronkelige kreeklopen. In de jongere polders zijn de kavels groter en blokvormig. Dankzij een betere ontwatering en herverkaveling konden veel van deze aanwaspolders uit de vorige eeuwen geschikt gemaakt worden voor akkerbouw.

Noordelijke- en oostelijke aanwaspolders (15e eeuw)

Kleine aanwaspolders (16e - 18e eeuw)

De ontstaansgeschiedenis van de Hoeksche Waard

HE T VERHAAL VAN DE HOEKSCHE WAARD

15

De relatie met het water is door de eeuwen heen veranderd. Van oorsprong lagen bijna alle dorpen in de Hoeksche Waard aan het open water. Dit zorgde immers voor handel en werkgelegenheid. Als gevolg van de inpolderingen van nieuwe aanwassen dreigden de dorpen echter van het open water te worden afgesloten. Door het nieuw gewonnen land groef men dan een kanaal als verbinding tussen het oude dorp en de zee, een zogenaamd havenkanaal of havengeul. In 1953 werd de Hoeksche Waard echter getroffen door de Watersnoodramp waarbij vooral het zuidelijke en westelijke deel werden getroffen. De Ambachtsheerlijkheid Cromstrijen en Numansdorp werden het zwaarst getroffen. De rivierdijk werd verhoogd om het eiland te beschermen. Als gevolg hiervan raakten de dorpen afgesneden van het water. De laatste jaren wordt het water echter weer opgezocht. Buitendijkse woonmilieus zijn erg in trek vanwege de grote ruimtelijke kwaliteit. De Hoeksche Waard is door de geïsoleerde ligging en de dreiging van het water lang een dunbevolkt gebied gebleven. Met de aanleg van de Barendrechtse Brug in 1888 kwam de vaste verbinding met IJsselmonde tot stand. Tot die tijd werden er veerdiensten met het vaste land onderhouden. In 1898 legde de RTM een tramlijn over de brug en er kwamen drie tramlijnen op het eiland zodat bijna alle dorpen bereikt werden.

In 1969 werd de Heinenoordtunnel onder de Oude Maas aangelegd, en in de jaren tachtig de Kiltunnel onder de Dordtse Kil. Hiermee is het isolement definitief opgeheven. De aanleg van de A29 zorgde voor aansluiting met Rotterdam, Noord-Brabant en Zeeland.

16

Met het opheffen van het isolement groeiden de dorpen. De Rotterdamse haven zorgde voor een toenemende mate aan werkgelegenheid. De Hoeksche waard vormde een aantrekkelijk woongebied met betaalbare woningen met veel ruimte, dichtbij de grote stad. De dorpen hebben een sterke maatschappelijke cohesie met een goed ontwikkeld verenigingsleven en een grote saamhorigheid. Vooral dorpen als Oud-Beijerland en ‘s Gravendeel groeiden in snel tempo. Oud-Beijerland kreeg met een breed winkelaanbod en goed voorzieningenniveau een regionale functie in de Hoeksche Waard. Door het groeien van de dorpen nam ook het autoverkeer toe waardoor smalle polderwegen verbreed moesten worden. Dit is ten koste gegaan van soms heel oude wegbeplanting. Toch blijft de bevolkingsdichtheid laag, ongeveer 283 inwoners/km2 ten opzichte van 483 inwoners/km2 in heel Nederland. De inwoners hebben dus nog echt ruimte. Dat is een kwaliteit die gekoesterd moet worden. In 2005 wees de toenmalige regering Balkenende de Hoeksche Waard aan als locatie voor een Bovenregionaal bedrijventerrein wat bedrijvigheid uit Rotterdam, Dordrecht en de Hoeksche Waard moest faciliteren. De vijf gemeenten zagen dit als een grote bedreiging voor de karakteristieke openheid van het eiland en hebben samen met natuur- en landschapsorganisaties een sterk tegengeluid laten horen, waardoor deze ontwikkeling is afgewend.

In 2006 is de Hoeksche Waard aangewezen als Nationaal Landschap. Het landschap, de hoge archeologische verwachtingswaarde en het cultureel erfgoed maken van de Hoeksche waard een waardevol eiland.

GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013

Tiengemeten Tiengemeten ligt in het Haringvliet tussen de Hoeksche Waard en GoereeOverflakkee. Vermoedelijk is het rond de 17e eeuw ontstaan als zandplaat van ongeveer 10 gemet groot, een gemet was ongeveer een halve hectare. Nu is Tiengemeten zo’n 1.000 hectare groot. De kern wordt gevormd door een opwas die in 1780 is bedijkt. Tegen de zuidelijke dijk ontstonden gorzen die in 1834 zijn ingepolderd. Daarna vonden er geen bedijkingen meer plaats. Naast het ingepolderde binnendijkse land is het eiland omgeven door slikken en gorzen. De Blanke Slikken vormen met 300 ha het grootste buitendijkse gebied aan de westkant. Naast landbouw is de oostpunt in gebruik geweest als quarantaineplaats voor specerijen uit Indië. Het was vanouds een landbouwgebied met zeven boerenbedrijven die de grond pachten. Er voeren twee veerboten tussen Tiengemeten en de Hoeksche Waard, hiervan is er één over die vaart tussen de buurtschappen Tiengemeten en Nieuwendijk. De eigenaren van het eiland, de familie van Briemen, hebben het in 1907 overgedragen aan een exploitatiemaatschappij. Later kwam het in bezit van Volker Stevin en Amev. Thans is het in eigendom van Natuurmonumenten. Na uitgebreid onderzoek en voorbereiding is in 2005 gestart met de daadwerkelijke omvorming van het eiland tot natuureiland. De werkzaamheden zijn in 2007 afgerond.

Het eiland is verdeeld in drie zones die weemoed, weelde en wildernis worden genoemd. Het gaat daarbij niet alleen om nieuwe natuur, maar ook om mogelijkheden voor educatie en recreatie.

Natuur op het eiland Tiengemeten

HE T VERHAAL VAN DE HOEKSCHE WAARD

17

Schoonheid door eenvoud De Hoeksche Waard is een uniek agrarisch polderlandschap en als representant van de bedijkingsgeschiedenis van Nederland ook op internationale schaal bijzonder. Mede daardoor is de Hoeksche Waard aangewezen als Nationaal Landschap. De schoonheid van het landschap zit in de eenvoud: een weids en open landschap waarin dorpen, dijken, polders en kreken de ingrediënten van een leesbaar landschap zijn. De openheid van het landschap, het reliëf van dijken en kreken en het polderpatroon zijn de kernkwaliteiten van het landschap. De landschappelijke identiteit van de Hoeksche Waard wordt sterk bepaald door de ligging in het deltagebied. De Hoeksche Waard is een eiland tussen de grote wateren, al het land is gewonnen op het water. Het eilandkarakter zorgt niet alleen voor ruimtelijke maar ook voor maatschappelijke samenhang. De sociale verbanden zijn sterk en de mensen zijn trots op hun

Eiland

18

streek. De vruchtbare kleigronden hebben van de Hoeksche Waard een sterk landbouwgebied gemaakt. De landbouwsector is volop in ontwikkeling en een belangrijke drager van het landschap. Natuurontwikkeling, toerisme en watersport zijn kansrijk door de ligging aan het water. Tiengemeten en het Spuimondgebied zijn robuuste ecologische schakels tussen de Biesbosch en de Voordelta. Door het eilandkarakter en de beperkte externe ontsluiting is de verstedelijking in de Hoeksche Waard beperkt gebleven. Juist hierdoor is het eiland een belangrijke groene long voor de omliggende stedelijke gebieden, Rotterdam en de Drechtsteden. Door de rust en de ruimte is het een aantrekkelijk gebied voor recreatie, toerisme en wonen in de nabijheid van de stad.

Ligging in de regio

GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013

Kreken en dijken De kreken en dijken zijn de dragers van de groenblauwe structuur in de Hoeksche Waard. Er zijn verschillende typen dijken en kreken te onderscheiden, en er zijn gave en minder gave delen. Juist de samenhang tussen kreken en dijken is kenmerkend voor het Nationaal Landschap. De kreken en dijken zijn allereerst van belang voor het waterbeheer en de veiligheid, daarmee leveren ze de primaire bestaansvoorwaarden voor andere functies in het gebied. De kreken en dijken zijn niet alleen structurerend in het landschap, ze maken de verbinding met de dorpen doordat ze aan de basis van het ontstaan van de eerste nederzettingen stonden. Kreken en dijken lopen door tot in de dorpskern. De dijken zijn de routes op ‘niveau’, boven het polderlandschap slingeren de wegen over de dijken en bieden een formidabel uitzicht. De boombeplanting op de dijken draagt in hoge mate bij aan het landschapsbeeld, de bloemrijke taluds herbergen bijzondere plantensoorten en insecten. De kreken liggen verdiept in het landschap, soms zichtbaar aanwezig maar ook vaak verborgen. Naast waterberging hebben ze een functie in het natuurlijke en recreatieve netwerk. Voormalige kreeklopen vormen een herkenbaar reliëf in het verder vlakke polderlandschap.

Kreken en dijken

HE T VERHAAL VAN DE HOEKSCHE WAARD

Dorpen, linten en havenkanalen De dorpen in de Hoeksche Waard zijn nauw verbonden met de inpolderingsgeschiedenis. Veel nederzettingen zijn gekoppeld aan de dijken of het water. Dit heeft tot verschillende typen dorpen met een eigen stedenbouwkundige structuur geleid. De belangrijkste groepen zijn de dijk- en voorstraatdorpen. De linten worden gevormd door langgerekte aaneengesloten structuren van bebouwing, een dijk of een weg is de lijn in het landschap waaraan gewoond en gewerkt werd en wordt. Er zijn dijklinten, zoals de Stougjesdijk aan de rand van Oud-Beijerland, en boerenervenlinten. De boerenervenlinten zijn polderwegen waarlangs zich boerderijen vestigden als herkenbaar element in de open polder. In de loop van de inpoldering zijn sommige dorpen van het buitenwater afgesneden, havenkanalen werden gegraven om de vaarverbinding in stand te houden. Voorbeelden zijn Strijen en Piershil.

Dorpen, linten en havenkanalen

19

Ontwikkelingen De dynamiek in de Hoeksche Waard staat onder invloed van mondiale trends in de samenleving. Binnen de context van de uitgangspunten voor de Regionale Structuurvisie Hoeksche Waard - de versterking van de ruimtelijke kwaliteit, de leefbaarheid en de economische vitaliteit van Nationaal Landschap Hoeksche Waard- en anticiperend op de trends ambieert de regio een toekomst waarin ruimte moet zijn voor dynamiek: mensen moeten prettig kunnen wonen, werken en recreëren in de Hoeksche Waard. In het Ruimtelijk Plan wat onderdeel is van de Regionale Structuurvisie is het toekomstbeeld voor de streek tot 2030 vastgelegd. Hierin staat beschreven hoe de regio om wil gaan met onderwerpen als het regionale bedrijventerrein, nieuwe infrastructuur, landbouw, woningbouw en toerisme. Een van de uitgangspunten is het behoud van de unieke aspecten van het Nationaal Landschap Hoeksche Waard: de lange zichtlijnen, de polders en de dijken. Op basis van de trends en de Regionale Structuurvisie Hoeksche Waard is een vertaling gemaakt naar hoofdambities voor het gebiedsprofiel.

20

Hoofdambities voor de Hoeksche Waard De belangrijkste ambities waar het gebiedsprofiel zich op richt zijn: - Het herkenbaar houden en versterken van de structuur van dijken en kreken. - Het veiligstellen van de openheid van de polders. - Inzet op een zonering die zich richt op een dynamisch landschap in het noorden en een rustige en op natuur en recreatie gericht zuidelijk deel van de Hoeksche Waard. - Het ontwikkelen van kwalitatief hoogwaardige dorpsranden. - Het veiligstellen en waar mogelijk versterken van de verbindingen tussen dorp en landschap. - De verdere ontwikkeling van buitendijkse natuur, inclusief het eiland Tiengemeten. Deze hoofdambities en bijbehorende structuurdragers zijn op het kaartbeeld weergegeven. In het kader op de volgende pagina’s een overzicht van de ambities van de regio voor de ruimtelijke ontwikkeling van de Hoeksche Waard.

GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013

De hoofdambities voor de Hoeksche Waard

HE T VERHAAL VAN DE HOEKSCHE WAARD

Open polderlandschap

Buitendijk

Oudeland/opwaspolder

Buitendijks gebied

Kreken/havenkanalen

Eilandentrees

21

Regionale Structuurvisie Hoeksche Waard (2009) Robuuste kreken De regio kiest voor een verdere uitbouw van het krekenstelsel tot een robuuste landschappelijke structuur voor natuur, waterberging en recreatie, met behoud van de primaire functie voor de waterafvoer en wateraanvoer. Groene dijken De regio wil de dijken uitbouwen tot groene zones in het landschap, met extra ruimte voor recreatieve functies, verbrede landbouw, landelijk wonen (op beperkte schaal) en langzaam verkeer. Dit met behoud van de primaire functie voor de veiligheid. Duurzame landbouw De landbouw krijgt ruimte om zich verder te ontwikkelen in de richting van schaalvergroting en/of specialisatie, mits dit bijdraagt aan behoud of versterking van de kernkwaliteiten van het landschap.

Dorpenland De regio wil de leefbaarheid in de dorpen bevorderen en ruimte bieden voor ontwikkeling: de gemeenten mogen bouwen voor tenminste de eigen bevolkingsgroei met respect voor de kernkwaliteiten van het landschap. Vitale economie De regio kiest voor concentratie van grotere regionale bedrijven op een nieuw regionaal bedrijventerrein in de noordrand en op stimulering van kleinschalige en gemengde bedrijvigheid op de bestaande lokale bedrijventerreinen bij de kernen. Noordrand De regio streeft naar een integrale ontwikkeling van de noordrand, waarbij de aanleg van een regionaal bedrijventerrein en voorgenomen woningbouw rond de kernen wordt gecombineerd met de opbouw van een robuuste groenblauwe structuur, met daarin diverse regionale voorzieningen op het gebied van vrije tijd, sport en cultuur.

Kwaliteitszonering Hoeksche Waard (2009)

22

GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013

Zuidrand aan de Delta De regio streeft naar een gecombineerde ontwikkeling van watersport, woningbouw, verblijfsrecreatie en landschapsontwikkeling in de Zuidrand aan de Delta, met Numansdorp als regionaal nautisch centrum en Piershil en Strijensas als locaties voor kleinschaliger toeristische voorzieningen. Regionaal wegennet De regio streeft naar een samenhangend regionaal wegennet met waar nodig vrijliggende fietspaden, voor een goede interne verkeersafwikkeling en voor het oplossen van verkeersknelpunten op dorps- en dijkwegen; de externe bereikbaarheid moet worden verbeterd door een goede aansluiting op de bovenregionale infrastructuur. Deze punten zijn vastgelegd in de Ruimtelijke Agenda, die op 27 november 2007 is vastgesteld door de Commissie Hoeksche Waard. Het zijn de elementaire bouwstenen voor het Ruimtelijk Plan van de Regionale Structuurvisie.

Eerder al heeft de regio een Bestuurlijk Manifest vastgesteld, waarin zeven kwaliteitskaders zijn benoemd. De kaders geven richting aan de toekomst en maken toetsing van ruimtelijke plannen mogelijk: - De Hoeksche Waard is één en ondeelbaar. - De regio kiest voor duurzame ontwikkeling. - Uitgangspunt is de versterking van de leefbaarheid, de economische vitaliteit en de ruimtelijke kwaliteit van de regio. - De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap zijn leidend voor de ruimtelijke ontwikkeling. - Er wordt primair gebouwd voor de eigen woon- en werkbehoefte van de regio. Een bovenregionale opgave wordt niet uitgesloten als die bijdraagt aan de kwaliteit van het Nationaal Landschap. - Goede infrastructuur is een voorwaarde voor ruimtelijke ontwikkeling. - Maatwerk is nodig bij de inpassing van nieuwe ontwikkelingen, daarvoor is de opgestelde kwaliteitszonering leidend.

Ruimtelijke plan Hoeksche Waard (2009)

HE T VERHAAL VAN DE HOEKSCHE WAARD

23

Uitwerking legenda-eenheden

Herkenbaar open zeekleipolderlandschap Karakteristiek De huidige Hoeksche Waard is een mozaïek van polders die vanaf de Middeleeuwen zijn bedijkt. Het eiland is ontstaan vanuit een aantal oude polders die met de inpoldering van de noordelijke aanwaspolders aan elkaar zijn gegroeid. Daarna is het eiland in oostelijke en zuidelijke richting steeds verder uitgebreid door opeenvolgende aanwassen in te polderen. De verschillende poldertypen die zo zijn ontstaan hebben allen andere ruimtelijke karakteristieken en kwaliteiten en vertellen samen het verhaal van de ontstaansgeschiedenis van het eiland. De dijken zijn vaak beplant en bebouwd en vormen de contramal van de open polders. Ze begrenzen de open ruimten en maken de polderopbouw zichtbaar en beleefbaar. Ze geven reliëf aan het landschap en dragen in hoge mate bij aan de visuele beleving en de recreatieve aantrekkingskracht van het landschap. Gekoppeld aan de verschillende poldertypen zijn er verschillende dijktypen te onderscheiden. Ontwikkelingen Het polderpatroon, het reliëf van dijken en kreken en de openheid zijn benoemd als de drie kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Hoeksche Waard. Behoud en versterking van deze kwaliteiten is het uitgangspunt.

De landbouw is een belangrijke drager van het open polderlandschap en krijgt de ruimte om zich verder te ontwikkelen in de richting van schaalvergroting en/of specialisatie, mits dit bijdraagt aan behoud of versterking van de kernkwaliteiten. Daarnaast heeft de regio de ambitie om de dijken uit te bouwen tot groene zones in het landschap, met extra ruimte voor recreatieve functies, verbrede landbouw, landelijk wonen (op beperkte schaal) en langzaam verkeer.

HERKENBAAR OPEN ZEEKLEIPOLDERLANDSCHAP

Ambities uit de kwaliteitskaart - Versterken van het specifieke karakter van de Hoeksche Waard ten opzichte van de overige eilanden in de delta. - Herkenbaar houden van het patroon van (ronde) opwas- en (langgerekte) aanwaspolders door behouden en versterken van de (beplante) dijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager in contrast met de grootschalige, open polder. - Ontwikkelingen dragen bij aan het contrast tussen de regelmatige patronen in de polder en de (verkaveling rond) de kronkelige kreken. - Dorpen liggen als compacte kernen aan de rand van een polder - Versterken van de kreek als herkenbare landschappelijke structuurdrager van het zeekleilandschap. - Versterken van het contrast tussen de binnendijkse akkerbouwpolders en buitendijkse natuur. - Havenkanalen versterken de ruimtelijke en recreatieve relatie tussen dorp en open water. - Naast de ambities voor de zeekleipolders als geheel geldt voor de veenpolder dat ontwikkelingen rekening houden met het herkenbaar houden van het kleinschalige dijkenpatroon en de relatief onregelmatige verkaveling. Veenrestanten bepalen het beeld.

Buitendijk Voor de uitwerking van deze legenda-eenheid verwijzen wij naar Onderscheidend Rivierengebied (pagina 41).

27

Openheid van de polder en begrenzing door de dijk

Oudeland/opwaspolder Karakteristiek De oudste polder van de Hoeksche Waard is de Sint Anthonypolder, die als enige de St. Elizabethvloed uit 1421 doorstond. Na de vloed werden de hooggelegen gorzen aan de westzijde van de tevens behouden Keizersdijk als eerste bedijkt: het Oudeland van Strijen en Polder het Munnikenland van Westmaas. Aan de westzijde van het eiland liggen drie oude opwaspolders: Oud-Heinenoord, Oude-Korendijk en Oud-Piershil. Vanuit deze oude polders is middels een reeks aanwassen het eiland steeds verder uitgebreid. De opwaspolders hebben een min of meer ronde vorm met grillige dijken. Ze hebben een zeer open karakter en zijn grotendeels in gebruik als akkerland. Elke polder heeft een tegen de dijk aan en bij een kreek gelegen kern. Overige bebouwing ligt tegen de dijken aan en spaarzaam in de polder zelf. Beplanting komt in de polders nauwelijks voor. In het Oudeland van Strijen zijn restanten van het oude veenlandschap aanwezig. Dit is duidelijk herkenbaar doordat de polder hoofdzakelijk in gebruik is als grasland. De wegen in de polder zijn deels onverhard. Een deel van de polder is natuur- en/of stiltegebied.

Ontstaan van een opwaspolder

Ontstaan Oudeland van Strijen

HERKENBAAR OPEN ZEEKLEIPOLDERLANDSCHAP

Ambities - Behoud en versterking van de openheid van de polders. Voorkom versnippering van de ruimte door bebouwing en beplanting te koppelen aan de dijk en de erven of in te zetten voor de afronding van de compacte dorpskernen. - Behoud van de herkenbaarheid en leesbaarheid van het polderpatroon. De polder wordt als eenheid beschouwd en ontwikkelingen worden vanuit de polder als geheel bezien. - Ruimte voor ontwikkeling van de landbouw (schaalvergroting en/of specialisatie) als belangrijke drager van het open polderlandschap. - Behoud en versterken van de onderscheidende kenmerken van het Oudeland van Strijen (gebruik als grasland, deels onverharde wegen, natuur- en stiltegebied). De kartbaan is een gebiedsvreemd element; uitbreiding is ongewenst.

Open en weidse karakter van het Oudeland van Strijen

Karakteristiek van een opwaspolder: ronde vorm, compacte dorpskern bij kreekmonding, open karakter, afwisselende dijk

29

Noordelijke en oostelijke aanwaspolder Karakteristiek Tegen de buitendijk van de oude opwaspolders aan ontstonden door aanslibbing van zand en klei aanwassen. Deze werden - als ze ver genoeg waren opgeslibt - ingedijkt waardoor de oudste eilanden aan elkaar groeiden. Eerst werden de luwere delen aan de noordzijde van de Hoeksche Waard ingepolderd. Deze aanwaspolders zijn vaak zeer groot en hebben een onregelmatige vorm. Ze zijn voornamelijk als akkerland in gebruik. De verkaveling varieert van een blok- tot strokenverkaveling en richt zich naar het patroon van kreken en geulen. De dorpen liggen veelal aan de dijk bij de monding van een kreek. Overige bebouwing concentreert zich op en langs de dijken, met op een aantal plaatsen aaneengesloten, langgerekte dijkdorpen. Karakteristiek voor een groot aantal polders is het regelmatige wegenpatroon. Langs de wegen liggen verspreide, beplante erven. In de polders aan de noordrand van het eiland hebben de grootste stedelijke ontwikkelingen plaatsgevonden. De openheid van de polders komt hier onder druk te staan en het beeld wordt gedomineerd door bebouwing, infrastructuur, glastuinbouw e.d.

Opeenvolgende indijking van opwaspolders en aanwaspolders

30

Ambities - In de meer verstedelijkte polders aan de noordrand, waar de openheid onder druk staat, wordt ingezet op integrale gebiedsontwikkeling, waarbij stedelijke ontwikkelingen worden gecombineerd met investeringen in het landschap. Er wordt hierbij gestreefd naar behoud van de nog resterende openheid van de polders, door stedelijke ontwikkelingen waar mogelijk te concentreren en lange zichtlijnen te behouden. - In het minder verstedelijkte deel van de polders wordt ingezet op behoud en waar mogelijk versterking van de openheid. Voorkom versnippering van de ruimte door bebouwing en beplanting waar mogelijk te koppelen aan de dijklinten en de erven of in te zetten voor de afronding van de compacte dorpskernen. Hier is ruimte voor ontwikkeling van de landbouw (schaalvergroting en/of specialisatie) als belangrijke drager van het open polderlandschap.

Lange zichtlijnen over de grote noordelijke en oostelijke aanwaspolders

Karakteristiek: grote schaal en maat, lange zichtlijnen, gevarieerde, sterk bebouwde dijken

GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013

Zuidelijke aanwaspolder Karakteristiek Na de inpoldering van de noordelijke en oostelijke aanwaspolders werden de zuidelijke aanwaspolders ingedijkt. Deze polders liggen parallel aan de hoofdstroom van de rivier, hebben een langgerekte vorm en liggen in een typisch schillenpatroon. De polders zijn overwegend in gebruik als akkerland. Het patroon van wegen en verkaveling is zeer regelmatig. De dijken zijn zeer stevig beplant, verspreide beplanting in de polder komt nauwelijks voor. Het grootste gedeelte van de bebouwing concentreert zich op en langs de dijken. Deze polders zijn onderdeel van de zuidrand van de Hoeksche Waard. De zuidrand heeft een minder verstedelijkt karakter dan de noordrand van het eiland.

Doorzicht van dijk tot dijk

HERKENBAAR OPEN ZEEKLEIPOLDERLANDSCHAP

Ambities - Behoud van de openheid van het polderlandschap en de kenmerkende doorzichten van dijk tot dijk. Voorkom versnippering van de ruimte door bebouwing en beplanting waar mogelijk te koppelen aan de dijk en de erven of in te zetten op de afronding van de compacte dorpskernen. - Inzet op behoud van het ‘luwere’ karakter van de zuidrand van de Hoeksche Waard in contrast met de meer dynamische en verstedelijkte noordrand. Ontwikkelingen zijn gericht op versterking van recreatieve gebruiksmogelijkheden van het landschap en bijzondere woonmilieus, passend binnen het landschappelijke karakter, en worden integraal opgepakt. - Behoud van de herkenbaarheid en leesbaarheid van het kenmerkende schilvormige polderpatroon met stevig beplante dijken. De polder wordt als eenheid beschouwd en ontwikkelingen worden vanuit de polder als geheel bezien. - Er is ruimte voor ontwikkeling van de landbouw (schaalvergroting en/of specialisatie) als belangrijke drager van het open polderlandschap.

Karakteristiek: langgerekte, schilvormige polder, stevig beplante dijken, doorzichten van dijk tot dijk

31

Jonge aanwaspolder Karakteristiek Vanaf de 17e eeuw tot in de 20e eeuw zijn in de randzone van de Hoeksche Waard kleinere aanwaspolders ingedijkt, soms als herbedijking na een overstroming. Omdat naar de randen toe de waterdynamiek toeneemt, was het moeilijker om nog land te winnen en worden de polders steeds kleiner. Het zijn de jongste polders van het eiland met een rijke kleibodem en een grootschalige, rationele agrarische verkaveling. Er is van oorsprong weinig bebouwing en er zijn geen dijkdorpen. Deze polders zijn onderdeel van de zuidrand van de Hoeksche Waard en hebben een landelijk karakter.

Ambities - Behoud van het zeer open karakter van de jonge aanwaspolders met kenmerkende grootschalige verkaveling. - Indien grotere ontwikkelingen zich voordoen wordt ingezet op integrale gebiedsontwikkeling. De polder wordt hierbij als eenheid beschouwd en ontwikkelingen worden vanuit de polder als geheel bezien. - Ontwikkelingen passen binnen het profiel van de zuidrand van de Hoeksche Waard en zijn gericht op versterking van recreatieve gebruiksmogelijkheden van het landschap en bijzondere woonmilieus, passend binnen het landschappelijke karakter. - Ruimte voor ontwikkeling van de landbouw (schaalvergroting en/of specialisatie) als belangrijke drager van het open polderlandschap.

Zicht over een jonge aanwaspolder

Karakteristiek: kleine, langwerpige polder, weinig bebouwing en beplanting, grootschalig akkerbouw gebied

32

GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013

Open polder in gebruik als akkerland, stevig beplante dijkzones

Oudeland/opwaspolderdijk Karakteristiek De dijken rond de oude veen- en opwaspolders hebben een relatief grillig verloop als gevolg van de vele dijkdoorbraken in het verleden. Ze kennen een grote variatie aan beplanting en bebouwing. De Keizersdijk ten oosten van het Oudeland van Strijen is zeer oud en heeft bijzondere cultuurhistorische waarde.

Ambities - Behoud en versterking van de landschappelijke diversiteit en het afwisselende karakter van de dijken. - Behoud en versterking van het diverse en afwisselende beplantingsbeeld. Er kunnen vele soorten worden toegepast in rijen, groepen of solitair (fruitbomen, notenbomen, knotwilgen, meidoorn, struweel etc. ). Er is geen doorgaande laanbeplanting aanwezig. - Er is beperkt ruimte voor nieuwe ontwikkelingen langs de dijk als rekening wordt gehouden met de ruimtelijke karakteristieken. Dit betekent dat de huidige korrelgrootte, de positie van bebouwing binnen het dijkprofiel, en de afwisseling langs de dijk met doorzichten richting het achterliggende open polderlandschap richtinggevend zijn (zie ook Linten blijven linten). - Ontwikkelingen hebben geen grote verkeersaantrekkende werking en de verkeersfunctie voegt zich naar de maat en schaal van het dijklint.

Afwisselend bebouwde en beplante dijk met een grilig verloop

Principe profiel

34

GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013

Gevarieerde dijk Karakteristiek De dijken van de noordelijke aanwaspolders lopen in noord-zuid richting en zijn na de Oudeland/opwaspolderdijken de oudste dijken van het eiland. Ze zijn vaak dicht bebouwd, hebben een multifunctioneel karakter en er lopen vaak drukke wegen over. Ze sluiten aan op de grotere kernen in de noordrand van het eiland. Er is meestal geen doorgaande laanbeplanting aanwezig, de aanwezige erfbeplanting bepaalt het groenbeeld.

Ambities - Versterken van het gevarieerde en multifunctionele karakter. - Behoud en versterken van de erfbeplanting als drager van het groenbeeld van de dijk. Er is geen doorgaande laanbeplanting aanwezig. Pleksgewijs (bijvoorbeeld op kruispunten en overhoeken) kan beplanting aangeplant worden (b.v. monumentale bomen in groepen of solitair). - Er is ruimte voor nieuwe ontwikkelingen langs de dijk. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de ruimtelijke karakteristieken. Dit betekent dat de huidige korrelgrootte, de positie van bebouwing binnen het dijkprofiel, en de afwisseling langs de dijk richtinggevend is (zie ook Linten blijven linten).

Sterk bebouwde en afwisselend beplante dijk, gevarieerd beeld

Principe profiel

HERKENBAAR OPEN ZEEKLEIPOLDERLANDSCHAP

35

Monumentale dijk Karakteristiek De dijken langs de zuidelijke en oostelijke aanwaspolders hebben vaak een typisch dwarsprofiel met huizen op de dijk aan de voormalige zeezijde en boerderijen onder langs de dijk aan de polderzijde. De dijken werden in het verleden stevig met essen beplant (meerzijdige laanbeplanting). Dit heeft ‘kathedralen van dijken’ opgeleverd waarin de dijkhuizen met hun tuinen zijn opgenomen en die als groene achtergrond dienen voor de boerderijen. De monumentale beplanting geeft eenheid aan het gevarieerde bebouwingsbeeld. De dijken lopen voor het overgrote deel parallel aan elkaar. Vanaf de dijk is doorzicht mogelijk naar de volgende dijk.

Ambities - Behoud en versterking van het monumentale dijkbeeld als stevig groen lint in het open polderlandschap met doorgaande meerrijige laanbeplanting met kroonsluiting over de weg (veelal essen). - Er is beperkt ruimte voor nieuwe ontwikkelingen lang de dijk als rekening wordt gehouden met de ruimtelijke karakteristieken. Dit betekent dat de huidige korrelgrootte, de positie van bebouwing binnen het dijkprofiel, en de afwisseling langs de dijk met doorzichten richting het achterliggende open polderlandschap richtinggevend zijn (zie ook Linten blijven linten). - Ontwikkelingen hebben geen grote verkeersaantrekkende werking en de verkeersfunctie voegt zich naar de maat en schaal van het dijklint.

Dijk met stevige laanbeplanting, monumentaal karakter, afwisselend bebouwd

Principe profiel

36

GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013

Transparante dijk Karakteristiek De kleine aanwaspolders aan de rand van de Hoeksche Waard zijn relatief kleine, open polders. De dijken zijn grotendeels onbebouwd. De dijkbeplanting is transparant en regelmatig. Verschillende dwarsprofielen komen voor. Vanaf de dijken kan vaak door de polder naar de volgende dijk gekeken worden.

Ambities - Behoud en versterking van het regelmatige en transparante karakter van de dijkbeplanting met een zo constant mogelijk beeld over het hele dijktraject. Enkelrijige laanbeplanting op ruime plantafstand, geen onderbegroeiing. - Behoud van de grotendeels onbebouwde dijken. Er is daarom slechts zeer beperkt ruimte voor nieuwe ontwikkelingen.

Dijk met veelal net aangeplante, transparante laanbeplanting, weinig bebouwing

Principe profiel

HERKENBAAR OPEN ZEEKLEIPOLDERLANDSCHAP

37

Onderscheidend rivierengebied Karakteristiek De Hoeksche Waard is een eiland dat omringd wordt door brede voormalige zeearmen aan de zuidzijde en smallere rivierarmen aan de noordzijde. Deze vier wateren hebben allen een eigen karakteristiek. Langs de randen van het eiland, tegen de buitendijk aan, liggen de buitendijkse gebieden. Dit zijn veelal natuurgebieden. Ze staan met hun natuurlijke karakter in sterk contrast met de strak verkavelde, agrarische polders binnendijks. Op de randen van het eiland komen de twee werelden bij elkaar. De buitendijk vormt hier een belangrijke structuurdrager vanwaar beide werelden beleefbaar zijn. In het Haringvliet ligt het eiland Tiengemeten. Dit eiland is ontstaan uit een opwas die rond 1750 bedijkt werd. Aan de zuidwestelijke zijde ontstonden aanwassen, die begin 19e eeuw zijn ingepolderd. In 2006 is deze landbouwpolder deels omgevormd tot natuurgebied. Nu trekt het jaarlijks veel bezoekers. Ontwikkeling De ambitie is gesteld om de buitendijkse natuurgebieden langs de randen van de Hoeksche Waard aan elkaar te koppelen tot een doorgaande natuurlijke oeverzone met een belangrijke ecologische betekenis, die ook voor recreatie en toerisme veel mogelijkheden biedt. Hiertoe zouden ook binnendijks een aantal randpolders tot natuur worden ontwikkeld. Een aantal van deze plannen wordt niet of later uitgevoerd.

Vanuit de derde toetsing van de waterkeringen en om aan de toekomstige wateropgave te kunnen voldoen zijn er een aantal dijktrajecten waar een versterkingopgave ligt.

ONDERSCHEIDEND RIVIERENGEBIED

Op de randen van het eiland staat momenteel een aantal windturbines in lijnopstelling. In de toekomst zal de vraag naar duurzame energiebronnen en daarmee de opgave voor de plaatsing van windturbines sterk toenemen. Ambities uit de kwaliteitskaart - Het versterken van het natuurlijk landschap van slikken, (bekade) gorzen, grienden en wilgenbossen met ruimte voor dynamische natuurlijke processen, wisselende waterstanden en zoet-zoutovergangen zijn uitgangspunt bij ontwikkelingen in het buitendijks gebied. - Versterken van het contrast tussen binnen- en buitendijksgebied. - Ontwikkelingen aan de rand van de eilanden versterken (de ervaring van) het stoere deltakarakter en passen bij de maat en schaal van dijk en open wateren. - Ontwikkelingen in de rand worden bekeken in het licht van de ontwikkeling van de rand als geheel, waarbij een duidelijk verschil zit tussen de ‘dynamische’ noordrand en het ‘luwe’ zuiden. - Als ontwikkelingen plaatsvinden langs de rivier dan krijgen deze (ook) een voorkant naar de rivier en dragen deze bij aan behoud of versterking van het eigen karakter van de rivier.

39

Deltawateren Karakteristiek De Hoeksche Waard is een eiland dat omringt wordt door voormalige zeearmen aan de zuidzijde (Haringvliet en Hollandsch Diep) en rivierarmen aan de noordzijde (Dordtsche Kil, Spui en Oude Maas). Het Haringvliet en het Hollandsch Diep hebben een grote schaal en maat waardoor de Hoeksche Waard als eiland beleefbaar wordt. Deze wateren hebben een grote ecologische en recreatieve betekenis. Met de aanleg van de deltawerken is grotendeels een einde gekomen aan de natuurlijke dynamiek en getijdenwerking. De rivierarmen aan de noordzijde van het eiland zijn minder breed. De Dordtsche Kil en de Oude Maas vormen drukke scheepvaartroutes. Het Spui voert sinds de aanleg van de deltawateren het water van het Haringvliet af richting de Oude Maas en via de Nieuwe Waterweg naar zee. De stroomrichting is hierdoor omgekeerd. Er is een sterke stroming waardoor het minder geschikt is voor waterrecreatie. Het spui kan uitsluitend per boot worden overgestoken, op een aantal plaatsen zijn veerponten.

Ambities - Versterking van de beleefbaarheid van het water vanaf het eiland door het verbeteren of toevoegen van routes en uitzichtpunten op de buitendijk en het vergroten van de toegankelijkheid van het buitendijksgebied (met inachtneming van de ecologische randvoorwaarden en natuurwetgeving). - Behoud en versterking van de relatie tussen waterrecreatie op de deltawateren en landgebonden recreatie door jachthavens als knooppunten te ontwikkelen (zie ook Vrijetijdslandschap). - Uitbouwen van de gebruiksmogelijkheden van de veerponten als belangrijke verbindingen over het water en manier om het water en het eiland vanaf het water te beleven (zie ook Vrijetijdslandschap).

Zicht over het Haringvliet

Zicht over de Oude Maas

40

GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013

Buitendijk Karakteristiek De buitendijk is een primaire waterkering, met een robuust profiel en weinig tot geen beplanting en bebouwing. De buitendijk vormt de grens tussen het strak verkavelde, agrarische binnendijkse polderlandschap en de natuurlijke buitendijkse gebieden. Vanaf de verheven positie op de dijk zijn deze twee contrastrijke werelden goed beleefbaar. De dijk is slechts deels toegankelijk. Op diverse trajecten staat aan de binnendijkse kant een bomenrij aan de voet. Dit geeft een extra markering van de buitenrand van de Hoeksche Waard. Voor diverse trajecten is dijkversterking nodig.

Ambities - Behoud van de continuïteit en het monumentale en eenduidige karakter van de buitendijk. - Behoud en versterking van de toegankelijkheid en de beleving vanaf de buitendijk. Inzet op de aanleg van uitzichtspunten en doorgaande recreatieve routes op of buitenlangs de dijk (met inachtneming met de ecologische randvoorwaarden en natuurwetgeving) waardoor de Hoeksche Waard als eiland optimaal beleefd kan worden. - Bij het beheer van de buitentaluds kan aansluiting gezocht worden met het beheer van de buitendijkse natuurgebieden. De dijk blijft onbeplant. - Bij toekomstige dijkversterking inzetten op behoud van de continuïteit van het dijkprofiel en vergroten van de toegankelijkheid van de dijk.

Onbeplante buitendijk, wegen vaak onderlangs

Principe profiel

ONDERSCHEIDEND RIVIERENGEBIED

41

Buitendijks natuurlijk gebied Karakteristiek Tegen de buitendijk aan liggen rondom de Hoeksche Waard een reeks buitendijkse gebieden. Dit zijn veelal natuurgebieden (grienden, (gras) gorzen, moerasbossen etc.) met hoge natuurwaarden waar natuurlijke processen het beeld bepalen. Ze staan in sterk contrast met de strak verkavelde, agrarische polders binnendijks. Vroeger waren deze in gebruik voor de teelt van biezen, riet en wilgentenen. Deze oorspronkelijke functie is verloren gegaan. De hoger gelegen buitendijkse gronden, die slechts incidenteel onder water lopen, werden vroeger beweid. Dit zijn de grasgorzen, die typisch zijn voor de Hoeksche Waard. Vanaf de dijk bieden de open gorzen weidse vergezichten op het deltalandschap. Een aantal buitendijkse gebieden zijn omkaad en in agrarisch gebruik.

Ambities - Bescherming van de natuurwaarden van het buitendijks gebied in combinatie met het vergroten van de beleefbaarheid van natuurlijke processen, weidsheid en ongereptheid. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden waar ingezet wordt op het vergroten van de toegankelijkheid en recreatieve gebruiksmogelijkheden en gebieden die ontoegankelijk blijven en waar ingezet wordt op het vergroten van de beleving vanaf de buitendijk (zie ook Vrijetijdslandschap, natuurrecreatie). - Behoud van de openheid, het uitzicht op de rivier en de cultuurhistorische waarde van de grasgorzen. - Behoud en ontwikkeling van cultuurhistorisch waardevolle elementen zoals grienden en eendenkooien (zie ook Identiteitsdragers, eendenkooi). - Inzet op de ontwikkeling van een ‘groene zoom’ rondom de hele Hoeksche Waard met buitendijkse natuur- en recreatiegebieden en aangrenzende binnendijkse groengebieden.

Buitendijks natuurgebied

Buitendijks recreatiegebied

42

GEBIEDSPROFIEL HOEKSCHE WAARD - APRIL 2013

Tiengemeten

Windturbines in de randzone

Karakteristiek Een bijzondere positie in het buitendijksgebied wordt ingenomen door het eiland Tiengemeten. Deze voormalige landbouwpolder is in 2006 deels omgevormd tot natuurgebied. Aan de zuidkant is een gat in de dijk gegraven; een groot deel van het eiland staat nu dagelijks onder invloed van de rivier. Verderop staat het water stil en ontstaat een uitgestrekt moeras. Door de geïsoleerde ligging van het eiland heerst er een ongekende rust. Het eiland is bereikbaar middels een veerpont vanaf Nieuwendijk en trekt jaarlijks veel bezoekers.

Karakteristiek Op dit moment staan er op twee locaties aan de zuidzijde van het eiland korte lijnopstellingen windturbines langs de buitendijk. De provincie heeft besloten om op vijf plaatsen windmolens in lijnopstellingen te realiseren. Deze locaties liggen ook aan de rand van het eiland, o.a. omdat windturbines bij de grote maat en schaal van de deltawateren passen en kunnen bijdragen aan het markeren van de heldere grens tussen land en water en de oriëntatie op het eiland.

Ambities - Doorontwikkeling van de recreatieve gebruiksmogelijkheden van het eiland. De beleving van rust en stilte en de ecologische draagkracht en natuurwetgeving bepalen hierbij de randvoorwaarden. Denk hierbij aan recreatieve voorzieningen (entreegebied, bezoekerscentrum, museum, horeca, kleinschalige verblijfsrecreatie etc.), routing, informatievoorzieningen, etc..

Een groot deel van Tiengemeten staat onder invloed van de rivier

ONDERSCHEIDEND RIVIERENGEBIED

Ambities - Per locatie is maatwerk nodig met betrekking tot alle ruimtelijke aspecten; de precieze plaatsing van windturbines in het landschap en in onderlinge afstemming ten opzichte van elkaar is een integrale ontwerpopgave.

Windturbines aan de zuidrand van het eiland

43

Weg door stad en land Karakteristiek De Hoeksche Waard wordt ontsloten door de snelweg A29 en de provinciale N217. De noord-zuid georiënteerde A29 loopt van Barendrecht via de Heinenoordtunnel en de Haringvlietbrug naar Dinteloord. Het is een belangrijke verbinding tussen Rotterdam en zuidwest Nederland. De N217 is de belangrijkste oost-west verbinding en verbindt het eiland met Spijkenisse en Dordrecht. De weg begint bij de veerstoep van het veer Hekelingen Nieuw Beijerland en verlaat het eiland bij ’s Gravendeel via de Kiltunnel. De N487 ontsluit het zuidelijke deel van de Hoeksche Waard. Karakteriserend voor deze wegen is de transparante ligging in het landschap en het prachtige uitzicht. Het vlakke polderland en de dijken zijn goed zichtbaar en beleefbaar voor de passerende automobilist. Het lokale wegennetwerk bestaat uit rechte polderwegen en hoger gelegen, vaak slingerende, dijkwegen. De aansluitingen van de polderwegen en de dijkwegen zijn markante punten, maar zijn nu vooral verkeerskundig ingericht. Ontwikkelingen Er wordt reeds lang gesproken over de aanleg van de A4-Zuid, de verbinding tussen de A15 (Beneluxplein) en de A29, maar de definitieve besluitvorming heeft nog niet plaatsgevonden. Hierbij wordt ook nagedacht over een mogelijke op- en afrit bij Oud-Beijerland.

Daarnaast zijn er diverse plannen voor nieuwe (rand)wegen om bestaande woongebieden te ontzien en nieuwe woon- en werkgebieden goed te ontsluiten. Hierbij wordt zoveel mogelijk ingezet op bundeling met of de opwaardering van bestaande wegen, maar definitieve tracékeuzes zijn nog niet genomen.

W E G D O O R S TA D E N L A N D

Ambities uit de kwaliteitskaart - Daar waar de snelweg de rand van een dorp vormt, is extra aandacht voor de kwaliteit van de dorpsrand, waaronder doorgaande verbindingen tussen dorp en ommeland. - De autoweg doorsnijdt het landschap zonder functionele, logistieke interactie met dit landschap. - Een visuele relatie tussen weg en omgeving is gewenst. Vanaf de snelweg zijn de omringende landschappen en kruisingen met landschappelijke hoofdstructuren beleefbaar. - Ontwikkelingen aan de snelweg zijn altijd integrale gebiedsopgaven met specifieke aandacht gevraagd voor: verknoping met het onderliggend wegennet en het verminderen van de barrièrewerking van wegen voor doorgaande recreatieve en ecologische verbindingen. - Nieuwe infrastructuur wordt aangelegd als een logische verbinding van A naar B die ook na langere tijd nog begrijpbaar is. De weg beweegt waar mogelijk mee met de richting van het landschap. - Nieuwe of aan te passen infrastructuur is een integrale gebiedsopgave. Onder inpassing wordt naast ligging in het landschap ook verstaan: omgaan met doorlopende landschappelijke structuren, logische oplossingen voor doorgaande recreatieve verbindingen en behoud van gebruikswaarde van het omliggend gebied. - Waar N-wegen landschappelijke hoofdstructuren kruisen, blijft de landschappelijke lijn als afzonderlijke structuur zichtbaar en herkenbaar.

Deze ‘contactpunten’ worden met zorg ontworpen en komen terug in de op te stellen beeldkwaliteitparagraaf.

45

Snelweg als landelijke doorsnijding Karakteristiek De A29 is een belangrijke verbinding tussen Rotterdam en zuidwest Nederland. De weg is door de afritten bij Heinenoord en Numansdorp echter ook belangrijk voor de bereikbaarheid van het eiland zelf. De snelweg doorsnijdt het landschap en biedt automobilisten een waardevol panorama op de open polders. Daarbij is het contrast met de stedelijkheid van de regio Rotterdam groot. De snelweg ligt als een autonome lijn in het landschap, maar is landschappelijk goed ingepast. De weg ligt op maaiveld en wegbeplanting ontbreekt. Door deze eenvoudige en sobere inrichting vormt de weg geen visuele barrière. Ook de fysieke barrière is beperkt, omdat de meeste routes en landschappelijke structuren intact zijn gebleven. De kruisingen zijn eenvoudig vormgegeven en logisch gepositioneerd. Een belangrijke ontwikkeling is de mogelijke aanleg van de A4-Zuid, ten westen van Oud-Beijerland. Er zijn nog geen uitspraken gedaan over de precieze ligging en inpassing van de weg.

Ambities - Het landelijke karakter van de snelweg overheerst. Dit betekent dat de weg transparant is en niet nadrukkelijk aanwezig is in het landschap. Het functionele en ingetogen wegprofiel handhaven. Voorkomen dat een zelfstandig weglandschap ontstaat door de weg ruimtelijk niet aan te zetten (bijvoorbeeld met beplanting). - De visuele relatie tussen de weg en de omgeving wordt gemaximaliseerd, zodat de dijken, kreken, dorpen en de openheid van het polderlandschap goed zichtbaar en beleefbaar zijn vanaf de weg. - Kruisingen met landschappelijke hoofdstructuren, zoals dijken, worden met zorg ontworpen, zodat de landschappelijke structuur zichtbaar en herkenbaar blijft. - Veiligheid staat voorop, maar wegmeubilair (vangrail, bebording, verlichting, etc.) zoveel mogelijk beperken of bundelen. - Het deel van de A29 dat door de Hoeksche Waard loopt, staat niet op zichzelf. De inrichting sluit daarom aan bij de rest van het traject.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10119037/1