Bijlage 3 Nota van Zienswijzen BP en EP Stougjeswijk 1.5
Tekst van het document
Reactie college: 1. Begrenzing supermarktmeters / commerciële voorzieningen: Het bestemmingsplan bevat in artikel 3.4.1 sub c van de planregels een duidelijke kwantitatieve begrenzing: maximaal 2.000 m² bvo aan commerciële voorzieningen, waaronder supermarkten worden gerekend. Hoewel het begrip ‘commerciële voorzieningen’ niet apart is gedefinieerd in artikel 1 (begrippenlijst), blijkt uit de toelichting op meerdere plaatsen dat supermarkten hier wel degelijk onder vallen. Daarmee is de toegestane omvang wel degelijk juridisch begrensd. Gezien de samenhang tussen planregels en toelichting (artikel 3.4.1 verwijst impliciet naar toelichting p. 13), is er naar onze mening geen sprake van onduidelijkheid. Om tegemoet te komen aan de wens van indiener wordt in de definitiebepalingen van het vast te stellen bestemmingsplan alsnog worden verduidelijkt dat ‘commerciële voorzieningen’ mede supermarkten omvatten, ter vergroting van de rechtszekerheid. Dit betreft een ondergeschikte aanpassing. 2. Laddertoets detailhandel ontbreekt Lidl voert aan dat de laddertoets slechts ziet op woningbouw en niet op de detailhandelsvoorzieningen. De laddertoets zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van de toelichting gaat inderdaad primair in op woningbouw.
Tegelijkertijd wordt ook benoemd dat het plan circa 3.000 m² commerciële voorzieningen (waaronder een supermarkt) faciliteert ter ondersteuning van circa 2.485 woningen. Gezien deze ondersteunende functie binnen de wijk, is hier sprake van wijkverzorgende detailhandel, waarvoor in de praktijk een lichtere motiveringseis geldt. Dit 28/79
past binnen de ruimtelijk-functionele logica en behoeft doorgaans geen zelfstandige distributieplanologische onderbouwing, mede gelet op de beperkte omvang. Om tegemoet te komen aan de wens van indiener is als bijlage bij het vast te stellen bestemmingsplan alsnog een DPO (distributieplanologische onderbouwing) bijgevoegd, als onderbouwing voor het planologisch toestaan van deze functies en als rechtszekerheid voor de belangen van indiener. De conclusies van dit onderzoek zijn: De Lidl is de supermarkt die het dichtstbij het plangebied ligt. Hierdoor is deze supermarkt het meest gevoelig voor de effecten van het overaanbod en de nieuwvestiging van een extra supermarkt. Dit doordat inwoners uit het zuidoosten van Oud-Beijerland hiermee gaan beschikken over een ander alternatief op korte afstand van hun woning. Tegelijkertijd is de Lidl ook de supermarkt die het meest kan profiteren van de toename van de extra inwoners, door de nabije ligging tot de Stougjeswijk. De groei van het aantal inwoners is daarentegen niet groot genoeg om beide supermarkten op te laten draaien. Doordat de Lidl een solitair supermarkt is met ruime parkeergelegenheid aan de doorgaande weg, maakt dit de positie van de Lidl sterk. De verwachting is dat dit de supermarkt is waar het grootste deel van de omzeteffecten als gevolg van voorliggend plan terecht komen.
Er zijn derhalve voor Lidl en voor andere supermarkten geen ruimtelijke onaanvaardbare effecten te verwachten (lees: leegstand). De omzeteffecten zijn immers niet zo groot dat supermarkten als gevolg hiervan hun deuren moeten sluiten. Zoals hierboven aangegeven is de Lidl de supermarkt die waarschijnlijk het meeste effect zal ondervinden. Maar ook in het uiterst onwaarschijnlijke geval dat deze supermarkt zijn deuren zou moeten sluiten, heeft dit geen onaanvaardbare ruimtelijke effecten. De Lidl ligt immers op een solitaire locatie en de sluiting van deze supermarkt heeft dus geen direct effect op omliggend aanbod. 3. Toetsing aan artikel 6.13 Omgevingsverordening Zuid-Holland ontbreekt Volgens Lidl is niet onderbouwd dat het woon- en leefklimaat niet wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat, zoals artikel 6.13 vereist. Het plan toetst aan artikel 6.10 van de Omgevingsverordening, waarin de laddertoets en locatiekeuze worden behandeld. Artikel 6.13 ziet op nieuwe detailhandelsontwikkelingen en vereist o.a. dat geen onaanvaardbare leegstand optreedt. Het plan sluit juist aan op de gemeentelijke Detailhandelsvisie, waarin is vastgesteld dat binnen nieuwe woonwijken ruimte is voor wijkvoorzieningen, waaronder supermarkten. Daarmee wordt voldaan aan het beleid voor zogeheten “te optimaliseren centra”.
De beoogde ontwikkeling betreft geen grootschalige perifere locatie en blijft binnen 2.000 m² bvo aan detailhandel, wat beneden de adviesdrempel ligt voor verplichte toetsing door de Adviescommissie Detailhandel Zuid-Holland. Voor de volledigheid en als reactie op deze zienswijze wordt de toelichting verduidelijkt en uitgebreid om in de toelichting explicieter in te gaan op artikel 6.13 Omgevingsverordening ZH.
Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. De regels en toelichting worden aangevuld. Ook wordt het DPO als bijlage toegevoegd. Een overzicht van de wijzigingen is opgenomen in hoofdstuk 3 van deze nota. 29/79
30/79
2.2.9 Samenvatting en reactie op zienswijze van de ontwikkelende partijen p.m. Reactie college: p.m.
Conclusie: De zienswijze geeft wel/geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
31/79
2.2.10 Samenvatting en reactie op zienswijze van Hoekschewaards Landschap Vereniging Hoekschewaards Landschap (HWL) heeft een zienswijze gegeven die voornamelijk de groen-blauwe invulling en uitwerking daarvan betreft. Woningbouw en de ontsluiting HWL kent het woningtekort, maar vraagt zich af of op deze locatie zoveel gebouwd moet worden. Met de ontwikkeling van Stougjeswijk wordt een stukje urbanisatie aan het landschap toegevoegd. Wanneer daarvoor de infrastructuur opgewaardeerd wordt, zal dat leiden tot verdere urbanisatie van de Noordrand van de Hoeksche Waard. Dit zal het karakter van de Hoeksche Waard flink aantasten. De groen-blauwe invulling van Stougjeswijk Indiener is tevreden met de ideeën met betrekking tot de groen-blauwe invulling. Wel zijn er twijfels of deze ook uitgevoerd gaan worden, mede gelet op de lange doorlooptijd. Groen-Blauw Ambitiedocument en Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit HWL pleit voor duidelijke gemeentelijke regie op de uitvoering van de groen-blauwe invulling. Ook wordt gevraagd om een op te stellen ambitiedocument, gebaseerd om het gemeentelijke Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit. In het ambitiedocument moet geborgd worden wat de gemeentelijke inzet is. Voorkomen moet worden dat de beoogde kwaliteit van het groen en water niet gerealiseerd wordt.
Participatieplan Indiener mist een integraal en doorlopend participatieplan voor de gehele doorlooptijd van het plan. Indiener stelt een plan voor waarin de rol van HWL/toezegging om betrokken te worden geformaliseerd wordt. Fasering Indiener pleit voor het als eerste aanleggen van de groen-blauwe structuur. Dit heeft meerdere voordelen voor nog bestaande functies en toekomstige bewoners. Indiener wijst ook nog op de mogelijkheid voor het beheren van het gebied als tijdelijke natuur.
Reactie college: Woningbouw en de ontsluiting: De ontwikkeling van Stougjeswijk betekent inderdaad een stukje urbanisatie. Bij de ontwikkeling is echter wel gestreefd naar een zorgvuldige inpassing waarin juist meer ruimte zal gaan ontstaan voor groen/water en flora/fauna. Door de locatiekeuze tussen de bestaande kern en randweg is getracht om de impact op het totale landschap van de Hoeksche Waard te beperken. De groen-blauwe invulling van Stougjeswijk: Goed om te constateren dat indiener tevreden is met de ideeën op dit punt. De betreffende ideeën maken onderdeel uit van het in de regels geborgde beeldregieplan en de contractueel tussen gemeente en ontwikkelaars gemaakte afspraken. Groen-Blauw Ambitiedocument en Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit: De ambities voor Stougjeswijk op dit punt liggen vast in zowel het beeldregieplan als de tussen gemeente en ontwikkelaars gesloten anterieure overeenkomst. Gemeente zal bij de uitwerking 32/79
van de plannen door ontwikkelaars toetsen op de nakoming hiervan. Gemeente zal per fase van Stougjeswijk de door de ontwikkelaars op te stellen deeluitwerkingen toetsen en goedkeuren als deze voldoen aan de overeengekomen uitgangspunten. Participatieplan: Participatie is gedaan in het kader van opstellen van het bestemmingsplan middels inloopavonden. De participatie richting de uitwerking van het plan zal nader vorm gegeven worden. Ontwikkelaars hebben de toezegging gedaan om HWL te betrekken in de verdere uitwerking van de plannen als het gaat om de inrichting van de groene en blauwe hoofdstructuren. Fasering: Ontwikkelaars zijn in overleg met het Waterschap om te komen tot een versnelde aanleg van de groen blauwe hoofdstructuur rondom de kreek . Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan en/of exploitatieplan.
33/79
2.2.11 Samenvatting en reactie op zienswijze van Indiener 1 Indiener heeft na het indienen van de oorspronkelijke zienswijze, binnen de termijn, zijn zienswijze nog aangevuld. De oorspronkelijke zienswijze wordt eerst samengevat. De aanvulling bestaat uit een opsomming van 9 punten. Deze is daarna samengevat. De indiener geeft aan dat het onderwerp verkeer het grootste hangijzer is. Dit en de bestaande woningen worden onvoldoende meegenomen. Door de ontsluiting van de wijk op de Stougjesdijk en het ontbreken van een verbindingsweg tussen de wijkdelen, zal er een aanzienlijke stijging van verkeer op de dijk zijn. 1 van de ontsluitingen op de dijk is vlak bij de woning van de indiener voorzien. De indiener verwacht dan ook een toename van overlast in de vorm van geluid, getoeter en het inschijnen van koplampen. In het akoestisch onderzoek is de belasting op de Stougjesdijk niet meegenomen. Tot slot geeft indiener aan dat de gevoerde participatie onvoldoende is. De input van de omgeving is niet meegenomen en de avonden zijn enkel informerend geweest. De opsomming uit de aanvulling; 1. In strijdt met eerdere toezeggingen zijn er twee ontsluitingen op de Stougjesdijk gepland. Hiervoor ontbreekt de motivering. Door de manier van autoluw maken van de Stougjeswijk, neemt de verkeersintensiteit en -onveiligheid op de Stougjesdijk toe.
Eerder heeft de gemeente Oud-Beijerland besloten dat de dijk afgesloten zou worden voor sluipverkeer. Hiervoor zijn nog geen maatregelen gerealiseerd. Indieners verzoeken dit spoedig met de klankbordgroep op te pakken. Indieners doen ook de suggestie om de wijk te ontsluiten middels en rotonde op de N217 en beschrijven de voordelen die zij daarbij zien. 2. De huidige verkeerssituatie bij de N217 is al ondermaats om het verkeersaanbod te verwerken. De problemen worden bij de realisatie van Stougjeswijk, zonder maatregelen, vergroot en zullen tot een infarct leiden. Er dient een gedegen plan voor verbetering van de doorstroming, luchtkwaliteit en geluidsoverlast te komen. 3. Bij de in de stukken genoemde turbo-rotonde bij de Lidl is geen rekening gehouden met toenemende geluidsoverlast, overlast van inschijnende koplampen en uitstoot van wachtende auto’s op bestaande bebouwing en woningen. 4. Indiener geeft aan dat de gemeentelijke parkeernota een verlaging van de parkeernorm door bijvoorbeeld een R-net verbinding niet mogelijk maakt. Ook zou de parkeernorm na verlaging nog ruim boven de 1 behoren te komen. Verder geeft indiener aan dat de gehanteerde parkeernormen niet toereikend zijn. Een R-net verbinding is geen voldoende oplossing in een gemeente waar het autobezit en autogebruik bovengemiddeld is. 34/79
5. Er is in de stukken geen voorziening opgenomen voor het vele bouwverkeer de komende 15 jaar. Het is onacceptabel wanneer dit over de Stougjesdijk zou gaan. 6. Volgens indiener zijn er feitelijk 2 wijken; noord en zuid. Hierdoor zijn de uitgevoerde onderzoeken niet voldoende (Besluit NIBM) en dienen er aanvullende onderzoeken naar de impact op o.a. luchtkwaliteit en geluidsoverlast gedaan te worden. Een extra ontsluiting op de Stougjeswijk is onacceptabel. 7. Indiener is niet bereid akkoord te gaan met een hogere geluidsbelasting (Ontwerpbesluit hogere waarden geluid). Bestaande woningen zijn ook eerstelijnsbebouwing. Woningen die vlak bij de beoogde ontsluitingen staan zullen enorme toename aan geluidshinder ondervinden. Hiervoor dienen aanvullende voorzieningen getroffen te worden of een planwijziging. 8. Indiener geeft aan dat enkel de verdiepingshoogte schematisch is aangegeven in het plan, maar er is geen informatie over nokhoogtes. Ook ontbreekt een bezonningsstudie over de impact die dit heeft op de bestaande bebouwing. In de omgevingsvisie 2018 wordt gesproken over een ruim opgezette, groene wijk met 1400-1600 woningen. Indiener begrijpt dat er in tijden van woningnood meer woningen gebouwd moeten worden, maar het huidige plan met hoogbouw is in strijdt met de genoemde omgevingsvisie.
Waarom is er specifiek gekozen om op deze locatie het grote aantal woningen te realiseren? 9. Indiener geeft aan dat voor ontwikkelingen van deze grote participatie verplicht is. Er heeft geen participatie plaatsgevonden, er zijn enkel informatieavonden geweest. De geleverde input op de eerste informatieavond is niet verwerkt. De input ging onder ander over de verkeersafwikkeling op de N217, de geluidsoverlast, route landbouwverkeer en de ontsluiting op de Stougjesdijk. Deze punten worden in de verslagen van de avonden wel genoemd als uit te werken punten. Op deze manier is consensus op de plannen niet haalbaar.
Reactie college: Verkeer en ontsluiting Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van Rijkswaterstaat, paragraaf 2.2.3 van deze nota. Hierin wordt beschreven hoe de verkeersafwikkeling van de wijk gewijzigd is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Parkeren Voor de ontwikkeling moet aangesloten worden bij de geldende gemeentelijke en provinciale regels voor parkeren. Het gebied kan aangemerkt worden als ‘matig stedelijk’. De gemeentelijke beleidsregel vermeld het volgende met betrekking tot een gebied met R-net: Binnen een straal van 750 meter wordt rondom HOV- en R-net haltes de stedelijke zone aangemerkt als ‘Centrum’ met de daarbij behorende lagere parkeercijfers dan de overige stedelijke zones. 35/79
Hieruit volgt dat de parkeernormen voor ‘centrum’, welke lager zijn dan voor ‘matig stedelijk’ aangehouden moeten worden. Bouwverkeer Om te zorgen dat het bouwverkeer op een goede manier het plangebied kan bereiken en verlaten is een bepaling opgenomen in de bestemming ‘groen’. Deze bepaling maakt het mogelijk om, zolang de ontsluiting op de N217 nog niet gereed is, een tijdelijke ontsluiting te realiseren vanuit het plangebied richting de Beneden Oostdijk. Wijkdelen De verschillende delen van het plangebied vormen samen een complete wijk. Door de opzet van het plan moet de ontwikkeling ook gezien worden als 1 wijk. Er is geen aanvullend onderzoek nodig. De verkeersontsluiting is aangepast. Zie hiervoor paragraaf 2.2.3 van deze nota. Hogere waarden geluid Met het vaststellen van een hogere waarde voor geluid wordt enkel op de nieuwe woningen een hogere geluidsbelasting toegestaan. Dit (ontwerp)besluit heeft geen invloed op de bestaande woningen aan de Stougjesdijk. Hoogtes en bezonningsstudie Op de (digitale) verbeelding staan de bestemmingen met bijbehorende functieaanduidingen aangegeven. De bouwhoogtes staan niet direct op de verbeelding aangegeven. Dit komt omdat binnen de verschillende functieaanduidingen meerdere type woningen met verschillende bouwhoogtes mogelijk zijn. In de regels van het bestemmingsplan zijn de maximale bouwhoogtes vastgelegd.
Bezonningsstudie Het bestemmingsplan geeft op hoofdlijnen een invulling van de mogelijke functies, met grote bouwvlakken en grote woonvelden. Het is nog niet in detail per toekomstig (woon)perceel uitgewerkt. De aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen is de concretisering, die moet echter aan beeldregieplan voldoen. Mocht er straks in die fase sprake zijn van bezonningsstudie noodzaak, dan zal dat gebeuren door aanvrager, maar het is onmogelijk dat in deze fase al uit te voeren, omdat de verkaveling en daarmee bouwplan op detail nog niet vaststaat. Zonder deze 2 punten kan je geen bezonninsgstudie doen. Visie Het project kent een lange ontwikkeltijd. In die tijd zijn er verschillende visies gemaakt. Door een veranderende woningmarkt en aangescherpte eisen vanuit de gemeente en de provincie, is het plan verder doorontwikkeld. Om aan te sluiten bij zowel gemeentelijk als provinciaal beleid, waaronder de regels uit de Omgevingsverordening met betrekking tot buitenstedelijke woningbouwlocaties, is gekozen om deze locatie ook te optimaliseren. Participatie De Wet ruimtelijke ordening, waaronder dit bestemmingsplan nog in procedure is gebracht, stelt participatie niet verplicht. De gemeente hecht wel waarde aan de inbreng die tijdens 36/79
participatie wordt opgehaald. Naar aanleiding van de zienswijzen is er gesproken met verschillende indieners, voornamelijk om de inhoud van de zienswijzen goed te begrijpen. Naar aanleiding van verschillende zienswijzen zijn er voorstellen tot aanpassing van het plan ontwikkeld. Het gaat dan met name om de wijziging van de verkeersontsluiting. Deze voorstellen zijn gepresenteerd op 19 mei 2025 op een informatieavond voor omwonenden en overige belangstellenden. Voor de vervolgfases wordt een apart communicatie- en participatieplan gemaakt.
Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zie hiervoor paragraaf 2.2.3 van deze nota.
37/79
2.2.12 Samenvatting en reactie op zienswijze van Indiener 2 De zienswijze bestaat uit een opsomming van 5 punten. 1. De indiener geeft aan dat, in strijdt met eerdere toezeggingen, er twee ontsluitingen op de Stougjeswijk gepland staan. Daarbij is het nog bezwaarlijker dat verkeer dat zich tussen de wijkdelen wil verplaatsen ook via de Stougjesdijk moet gaan. Indiener wil graag een harde toezegging dat een ‘harde knip’, zoals ook in overleggen tussen gemeente en bewoners besproken is, zal worden uitgevoerd op de Stougjesdijk en het verkeer ontsloten wordt op de N217. 2. Indiener wijst op het principe ‘eerst ontsluiten, dan bouwen’ en verzoekt om de maatregelen voor de N217 die een verkeersinfarct moeten voorkomen. Dit omdat de n217 al grote moeite heeft om het huidige verkeersaanbod te verwerken. 3. Indiener ontvangt graag een schriftelijke toezegging dat het bouwverkeer niet over de dijk, langs de huizen plaatsvind, ivm de overlast. 4. Door de voorgenomen plannen komen de uitstoot van stikstofoxiden boven de norm en de uitstoot van fijnstof verhoogd aanzienlijk. Indiener mist de voornemens om de omgeving hiertegen te beschermen of te compenseren. 5. De gronden tegenover het huis van indiener worden gebruikt als hertenweide, met monumentale bomen, welke bijdragen aan de sfeer en identiteit van het gebied. Het doel en de schaalgrote van de bouw (type en locatie) is onduidelijk.
Indiener wenst een onderbouwing voor de noodzaak van de bebouwing op deze locatie, met zeer grote aantallen op een enkele locatie. Indiener vraagt zich af waarom niet voor meerdere kleine uitbreidingslocaties is gekozen, omdat naar mening van de indiener de impact op de omgeving dan beperkt blijft. Indiener verzoekt om met inachtneming van zijn zienswijze het bestemmingsplan niet of gewijzigd vast te stellen. Reactie college: Verkeer en ontsluiting Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van Rijkswaterstaat, paragraaf 2.2.3 van deze nota. Hierin wordt beschreven hoe de verkeersafwikkeling van de wijk gewijzigd is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Bouwverkeer Om te zorgen dat het bouwverkeer op een goede manier het plangebied kan bereiken en verlaten is een bepaling opgenomen in de bestemming ‘groen’. Deze bepaling maakt het mogelijk om, zolang de ontsluiting op de N217 nog niet gereed is, een tijdelijke ontsluiting te realiseren vanuit het plangebied richting de Beneden Oostdijk. Stikstof/fijnstof De toename van stikstof en fijnstof zijn berekend middels vastgestelde methoden. Uit de rekenmethoden blijkt dat de toename van de luchtverontreiniging binnen de door de wet gestelde normen blijft.
38/79
Locatie/grootte Het project kent een lange ontwikkeltijd. In die tijd zijn er verschillende visies gemaakt. Door een veranderende woningmarkt en aangescherpte eisen vanuit de gemeente en de provincie, is het plan verder doorontwikkeld. Om aan te sluiten bij zowel gemeentelijk als provinciaal beleid, waaronder de regels uit de Omgevingsverordening met betrekking tot buitenstedelijke woningbouwlocaties, is gekozen om deze locatie ook te optimaliseren. Naast dit project heeft de gemeente een woningbouwprogramma welke is goedgekeurd door de provincie. In dit woningbouwprogramma zijn ook al ontwikkelingen in de andere kernen binnen de gemeente opgenomen. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zie hiervoor paragraaf 2.2.3 van deze nota.
39/79
2.2.13 Samenvatting en reactie op zienswijze van Indiener 3 Indiener beschrijft de ligging van een (rijks)monumentale woning. Door de ontwikkeling van Stougjeswijk, komt de nieuwe bebouwing mogelijk zo dicht op het monument dat het aanzicht ervan aangetast wordt. Indiener doet een voorstel voor een gewenste situatie, met het verzoek daar rekening mee te houden bij de verdere ontwikkeling van het plan.
Reactie college: Er is naar aanleiding van de zienswijze contact geweest met de indiener. Uit dit contact is geen wijziging van het bestemmingsplan gekomen. Aan 1 zijde van de woning is het plangebied van Stougjeswijk direct naast het perceel gelegen. Het bouwvlak ligt echter niet tot de rand van het perceel. Daarnaast geeft het beeldregieplan, welke geborgd is in de regels van het bestemmingsplan, het kader hoe bij de aanwezige, monumentale, bebouwing aangesloten moet worden. Dit wordt bij de verdere uitwerking van het plan ook verder uitgewerkt. Hierbij zal rekening gehouden worden met de vereisten van het monumentale aanzicht van de woning.
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
40/79
2.2.14 Samenvatting en reactie op zienswijze van Indiener 4 Indiener geeft aan geenszins bezwaar te hebben tegen de ontwikkeling van Stougjeswijk. Enkel de ontsluiting van de wijk aan de noordelijke kant baart de indiener zorgen. Aangegeven wordt dat door de plaatsing van de meetpunten bij de verkeersonderzoeken het lijkt of de verkeersbewegingen naar/van het perceel van indiener niet (goed) meegenomen zijn. De in het verkeersonderzoek ingetekende ontsluiting lijkt dicht op de uitrit van indiener te zitten waardoor indiener vreest voor onbereikbaarheid.
Reactie college: Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van Rijkswaterstaat, paragraaf 2.2.3 van deze nota. Hierin wordt beschreven hoe de verkeersafwikkeling van de wijk gewijzigd is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Aangenomen wordt dat hiermee de zorgen van de indiener weg genomen kunnen worden.
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
41/79
2.2.15 Samenvatting en reactie op zienswijze van Indiener 5 De zienswijze bestaat uit een opsomming van 7 punten; 1. Indiener constateert dat er in strijdt met eerdere toezeggingen 2 ontsluitingen voor gemotoriseerd verkeer gepland zijn op de Stougjesdijk. Dit is ook niet in lijn met het beeldregieplan. Indiener geeft aan een voorkeur te hebben voor de in het beeldregieplan benoemde ‘harde knip’. Eerder is deze maatregel ook in beeld geweest, maar volgens indiener niet doorgezet door een advies van de politie. Indiener verzoekt om de maatregel toch uit te voeren en een schriftelijke toezegging te doen dat de autostructuur conform pagina 74 van het beeldkwaliteitsplan zal worden gerealiseerd, en niet volgens het voornemen op pagina 69. 2. De huidige verkeerssituatie is al problematisch. Verzocht wordt om transparantie over berekeningen en te nemen maatregelen ter voorkoming van een verkeersinfarct. 3. Gevraagd wordt om een schriftelijke toezegging dat bouwverkeer niet via de dijk/langs de huizen plaats zal vinden om de overlast te beperken. 4. Het plan voldoet niet aan het recente voornemen van de provincie voor de verdeling van woningen (2/3 betaalbaar, waarvan de helft sociale woningbouw). Indiener stelt de vraag hoe verwacht wordt aan de wens van de provincie tegemoet gekomen gaat worden. 5. Aangegeven wordt dat indiener vragen heeft over de schaalgrootte.
Verzocht wordt om een schriftelijke onderbouwing van aantal en de specifieke locatie. Gelet om de wens tot behoud van de leefbaarheid in de kleinere kernen wordt gevraagd waarom niet gekozen is voor meerdere kleinere uitbreidingslocaties. 6. Indiener geeft aan dat de gemeentelijke parkeernota een verlaging van de parkeernorm door bijvoorbeeld een R-net verbinding niet mogelijk maakt. Ook zou de parkeernorm na verlaging nog ruim boven de 1 behoren te komen. Gevraagd wordt om een toelichting over de afwijking van dit beleid. 7. Indiener vraagt verder om een toelichting op de berekening van de parkeernorm, omdat naar de mening van indiener een parkeernorm van 0,7 niet haalbaar is. Reactie college: Verkeer en ontsluiting Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van Rijkswaterstaat, paragraaf 2.2.3 van deze nota. Hierin wordt beschreven hoe de verkeersafwikkeling van de wijk gewijzigd is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Bouwverkeer Om te zorgen dat het bouwverkeer op een goede manier het plangebied kan bereiken en verlaten is een bepaling opgenomen in de bestemming ‘groen’. Deze bepaling maakt het 42/79
mogelijk om, zolang de ontsluiting op de N217 nog niet gereed is, een tijdelijke ontsluiting te realiseren vanuit het plangebied richting de Beneden Oostdijk. Woningen Gemeente Hoeksche Waard heeft, net als provincie Zuid-Holland en de minister, zich geconformeerd aan de Woondeal (2022-2030). In de woondeal is afgesproken dat er 2/3e betaalbare woningen gerealiseerd worden, waarvan 30% sociale huur is. Het plan bestaat uit minimaal 30% sociale huur, circa 40% zal betaalbaar zijn en voor het overige (circa 30%) zal het vrije sector woningen betreffen. Hiermee wordt voldaan aan de uitgangspunten zoals afgesproken. Locatiekeuze/schaalgrootte Het project kent een lange ontwikkeltijd. In die tijd zijn er verschillende visies gemaakt. Door een veranderende woningmarkt en aangescherpte eisen vanuit de gemeente en de provincie, is het plan verder doorontwikkeld. Om aan te sluiten bij zowel gemeentelijk als provinciaal beleid, waaronder de regels uit de Omgevingsverordening met betrekking tot buitenstedelijke woningbouwlocaties, is gekozen om deze locatie ook te optimaliseren. Naast dit project heeft de gemeente een woningbouwprogramma welke is goedgekeurd door de provincie. In dit woningbouwprogramma zijn ook al ontwikkelingen in de andere kernen binnen de gemeente opgenomen.
Parkeren Voor de ontwikkeling moet aangesloten worden bij de geldende gemeentelijke en provinciale regels voor parkeren. Het gebied kan aangemerkt worden als ‘matig stedelijk’. De gemeentelijke beleidsregel vermeld het volgende met betrekking tot een gebied met R-net: Binnen een straal van 750 meter wordt rondom HOV- en R-net haltes de stedelijke zone aangemerkt als ‘Centrum’ met de daarbij behorende lagere parkeercijfers dan de overige stedelijke zones. Hieruit volgt dat de parkeernormen voor ‘centrum’, welke lager zijn dan voor ‘matig stedelijk’ aangehouden moeten worden.
Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zie hiervoor paragraaf 2.2.3 van deze nota.
43/79
2.2.16 Samenvatting en reactie op zienswijze van Indiener 6 De zienswijze van indiener gaat voornamelijk over de verkeerssituatie en ontsluiting van het plangebied. Het is niet in overeenstemming met eerdere afspraken dat het plan ontsluit op de Stougjesdijk. Door de manier van ontsluiten van het plan gaat het auto luw maken van Stougjeswijk ten koste van de Stougjesdijk. Indiener vraagt zich af waarom de plannen niet intern bij de gemeente gedeeld zijn met de werkgroep van de gemeente die met de bewoners bezig is om verkeersmaatregelen te treffen op de Stougjesdijk. Indiener haalt eerdere afspraken aan waarbij ook toezeggingen waren dat een ontwikkeling niet op de Stougjesdijk zou ontsluiten, maar waar dit uiteindelijk toch gebeurde. Om de situatie voor de Stougjesdijk op te lossen somt de indiener een aantal mogelijkheden op. Daarna geeft de indiener aan dat de nieuwe wijk beter ontsloten kan worden op de N217 en haalt daarbij de voordelen daarvan aan. Indiener geeft ook aan dat hij beseft dat de provincie hier een rol in heeft. Tot slot vraagt de indiener aandacht voor het voorkomen van bouwverkeer over de Stougjesdijk. Indiener verzoekt de raad om met inachtneming van zijn zienswijze het ontwerpbestemmingsplan niet vast te stellen.
Reactie college: Verkeer en ontsluiting Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van Rijkswaterstaat, paragraaf 2.2.3 van deze nota. Hierin wordt beschreven hoe de verkeersafwikkeling van de wijk gewijzigd is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Verkeersmaatregelen Stougjesdijk De Stougjesdijk valt niet binnen het plangebied van (ontwerp)bestemmingsplan Stougjeswijk. Daarnaast zijn veel verkeersmaatregelen niet te regelen in het bestemmingsplan. Bouwverkeer Om te zorgen dat het bouwverkeer op een goede manier het plangebied kan bereiken en verlaten is een bepaling opgenomen in de bestemming ‘groen’. Deze bepaling maakt het mogelijk om, zolang de ontsluiting op de N217 nog niet gereed is, een tijdelijke ontsluiting te realiseren vanuit het plangebied richting de Beneden Oostdijk.
Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zie hiervoor paragraaf 2.2.3 van deze nota.
44/79
2.2.17 Samenvatting en reactie op zienswijze van Indiener 7 Indiener geeft aan te begrijpen dat er woningen moeten worden gebouwd en geeft aan de visie uit 2018 met 1400-1600 woningen en veel groen/brede watergangen/nauwelijks hoogbouw/flinke afstand tot woningen op en aan de Stougjesdijk, aanvaardbaar te achten. Indiener geeft aan dat er te weinig overleg is met de buurt, waarbij ook op inloopavonden niet voldoende duidelijkheid gegeven kon worden. Hierbij worden 4 concrete (bezwaar)punten genoemd; 1. Afstand van bebouwing tot bestaande bebouwing 2. Onvoldoende aandacht voor verkeersontwikkeling richting snelweg 3. Bouwhoogtes worden nergens weergegeven in de verbeelding op www.ruimtelijkeplannen.nl 4. Verkeerde impressies over ‘gemengd’ (plaatjes vs beschrijving) Verzocht wordt om duidelijkheid te geven en consensus te zoeken. Reactie college: Visie Het project kent een lange ontwikkeltijd. In die tijd zijn er verschillende visies gemaakt. Door een veranderende woningmarkt en aangescherpte eisen vanuit de gemeente en de provincie, is het plan verder doorontwikkeld. Om aan te sluiten bij zowel gemeentelijk als provinciaal beleid, waaronder de regels uit de Omgevingsverordening met betrekking tot buitenstedelijke woningbouwlocaties, is gekozen om deze locatie ook te optimaliseren.
Afstand tot bestaande bebouwing In een deel van het plangebied liggen de bouwvlakken op enige afstand van de bestaande percelen. Verder zijn in de regels van het bestemmingsplan afstanden van de nieuwe bebouwing tot de perceelsgrenzen vastgelegd. Hierdoor moet de impact op de bestaande bebouwing acceptabel blijven. In de omgevingsvergunning zal op dat moment op perceelsniveau worden aangetoond dat er geen belemmeringen zijn met die regels. Verkeer en ontsluiting Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van Rijkswaterstaat, paragraaf 2.2.3 van deze nota. Hierin wordt beschreven hoe de verkeersafwikkeling van de wijk gewijzigd is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Bouwhoogtes op digitale verbeelding Op de (digitale) verbeelding staan de bestemmingen met bijbehorende functieaanduidingen aangegeven. De bouwhoogtes staan niet direct op de verbeelding aangegeven. Dit komt omdat binnen de verschillende functieaanduidingen meerdere type woningen met verschillende bouwhoogtes mogelijk zijn. In de regels van het bestemmingsplan zijn de maximale bouwhoogtes vastgelegd. Impressies ‘gemengd’ 45/79
Aangenomen wordt dat indiener hier de impressies uit het Beeldregieplan bedoelt. De getoonde impressies zijn bedoelt als voorbeelden van de gewenste uitstraling. Het geheel van beschrijving en verbeelding vormt de weergave van de gewenste beeldkwaliteit.
Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zie hiervoor paragraaf 2.2.3 van deze nota.
46/79
2.2.18 Samenvatting en reactie op zienswijze van Indiener 8 Indiener dient de zienswijze in namens cliënten. Geluidsoverlast Cliënten wonen op zeer korte afstand tot het plangebied en ervaren reeds geluidsoverlast van de N217. De nieuwe woonwijk is voor de ontsluiting grotendeels afhankelijk van de N217. Hier zal de verkeersintensiteit dan ook toenemen, wat naar mening van de indiener ook meer geluidsoverlast met zich mee zal brengen. Indiener geeft aan dat er geen geluidsonderzoek is gedaan naar de geluidseffecten van de verkeerseffecten op de omgeving van het plangebied. Uit de geluidsonderzoeken blijkt dat het noodzakelijk is om op grond van de Wet geluidhinder een hogere waarde geluid vast te stellen voor de woningen in het plangebied. Indiener draagt aan dat dit aangeeft dat het daarmee aannemelijk is dat de woning van cliënten ook niet voldoet aan de wettelijke normen. Door het gebrek aan voorzieningen aan de zijde van cliënten, wordt aangedragen dat het ontwerpbestemmingsplan in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De voorgenomen wijziging heeft onevenredige effecten voor cliënten. Overlast door de fietstunnel Het plangebied wordt voor fietsverkeer ontsloten door middel van een fietstunnel. Deze is in het ontwerpbestemmingsplan voorzien naast de woning van cliënten.
Deze fietstunnel gaat voor een grote toename aan fietsverkeer zorgen op de nu doodlopende weg langs de woning. Cliënten vrezen voor overlast. Met deze ontsluiting is geen rekening gehouden met de belangen van cliënten. Conclusie Verzocht wordt om het ontwerpbestemmingsplan niet vast te stellen. Daarnaast wordt aangegeven dat indiener van mening is dat aanpassen leiden tot een wezenlijk ander plan waardoor een nieuwe voorbereidingsprocedure onder de omgevingswet gevolgd zou moeten worden.
Reactie college: Geluidsoverlast Naar aanleiding van de zienswijzen is de ontsluiting van het plangebied aangepast. In aanvulling daarop is ook specifiek geluidsonderzoek gedaan naar de effecten voor de omgeving/het perceel van de indiener. Hierbij zijn zowel metingen gebruikt als een rekenkundige methode. De meet- en rekenresultaten uit het geluidsonderzoek komen ondanks de korte meetperiode redelijk goed overeen, de rekenresultaten liggen in het onzekerheidsgebied van de meetresultaten. Het verschil is waarschijnlijk te verklaren door verschillen in methodes of invoergegevens, zoals hogere rijsnelheden in het model dan in werkelijkheid. We concluderen dat het rekenmodel de geluidbelasting op deze locatie voldoende nauwkeurig kan 47/79
bepalen. Voor de situatie 2025 is de berekende maximale geluidbelasting op de gevel 53 dB voor het ene perceel van de indiener en 59 dB voor het andere perceel van de indiener. We adviseren de meetperiode te verlengen om de meetonzekerheid te verkleinen. Ook is vervolgonderzoek nodig voor de beide woningen, omdat de geplande ontwikkeling tot meer geluid zal leiden en de huidige geluidbelastingen (ook) al boven de standaardwaarde liggen. Toetsing aan grenswaarden en het afwegen van geluidbeperkende maatregelen zijn in dat geval aan de orde. Dit wordt meegenomen bij de verdere planuitwerking. Overlast door de fietstunnel Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van Rijkswaterstaat, paragraaf 2.2.3 van deze nota. Hierin wordt beschreven hoe de verkeersafwikkeling van de wijk gewijzigd is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. In deze wijziging is ook de fietstunnel op een andere plaats, niet in de buurt van woning van cliënten, voorzien. Met deze wijziging wordt er van uit gegaan dat de zorgen bij indiener/cliënten zijn weg genomen op dit punt. Conclusie De gemeente is van mening dat de aanvullingen en de wijzigingen op het ontwerpbestemmingsplan niet tot een wezenlijk ander plan leiden. De basis van het plan is niet gewijzigd.
Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zie hiervoor paragraaf 2.2.3 van deze nota.
48/79
2.2.19 Samenvatting en reactie op zienswijze van Indiener 9 Indiener is van mening dat door het volbouwen van grote stukken en snipperstukjes het groene karakter van het landschap wordt aangetast en de verkeersdrukte toeneemt. De huidige verkeersdruk is al hoog, er kan niet meer verkeer bij. Ook is indiener van mening dat met verkeerde parkeer/verkeercijfers is gerekend, omdat in de praktijk iedereen 1 of meerdere auto’s heeft. Voor indiener is het ook onbegrijpelijk dat een boer vanwege stikstof weg zou moeten, maar dat een grote woonwijk (bouw en gebruik van 2800 woningen, 4500 voertuigen, etc) wel mogelijk is. Tot slot geeft indiener aan dat hij het onacceptabel vindt dat voor dit project 20 miljoen euro uit gemeenschapsgeld wordt bijgedragen. Reactie college: Landschap Met de ontwikkeling van het gebied als een complete wijk wordt beoogd de impact op het totale landschap van de Hoeksche Waard beperkt te houden. Verkeer en ontsluiting Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van Rijkswaterstaat, paragraaf 2.2.3 van deze nota. Hierin wordt beschreven hoe de verkeersafwikkeling van de wijk gewijzigd is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Stikstof Voor het project zijn toetsen uitgevoerd conform wet- en regelgeving. Deze toetsen moeten bij iedere ontwikkeling worden uitgevoerd.
Geconcludeerd wordt dat voor de aanlegfase en gebruiksfase per saldo geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De voortoets voor het plan voldoet, ten aanzien van de effecten van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan artikel 2.7, lid 1 van de Wet natuurbescherming. Bijdrage project Op het moment dat het bestemmingsplan ter vaststelling bij de raad voorligt, is er met de ontwikkelende partijen een anterieure overeenkomst gesloten waarin het kostenverhaal verzekerd is. Daarnaast wordt ook gelijktijdig met het bestemmingsplan een exploitatieplan ter vaststelling voor gelegd. Dit exploitatieplan kan niet los worden gezien van het bestemmingsplan. Met het exploitatieplan is het kostenverhaal verzekerd.
Conclusie: 49/79
De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zie hiervoor paragraaf 2.2.3 van deze nota.
50/79
2.2.20 Samenvatting en reactie op zienswijze van Indiener 10 Indiener geeft aan dat zijn bedrijf gevestigd is in Oud-Beijerland. Hij geeft aan dat de huidige ontsluiting van en naar Oud-Beijerland al ondermaats is om het verkeersaanbod te verwerken. Indiener uit zijn zorgen dat de toename van woningbouwprojecten, zowel deze als andere in de nabijheid, zal leiden tot verkeersinfarcten. Verder geeft indiener aan dat de gehanteerde parkeernormen niet toereikend zijn. Een R-net verbinding is geen voldoende oplossing in een gemeente waar het autobezit en autogebruik bovengemiddeld is. Indiener is van mening dat het huidige plan niet aansluit bij de gemeentelijke wens om de leefbaarheid in de kleinere kernen te behouden. Het huidige plan staat ver af van de eerdere omgevingsvisie en past niet bij Oud-Beijerland. Reactie college: Verkeer en ontsluiting Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van Rijkswaterstaat, paragraaf 2.2.3 van deze nota. Hierin wordt beschreven hoe de verkeersafwikkeling van de wijk gewijzigd is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Parkeren Voor de ontwikkeling moet aangesloten worden bij de geldende gemeentelijke en provinciale regels voor parkeren. Het gebied kan aangemerkt worden als ‘matig stedelijk’.
De gemeentelijke beleidsregel vermeld het volgende met betrekking tot een gebied met R-net: Binnen een straal van 750 meter wordt rondom HOV- en R-net haltes de stedelijke zone aangemerkt als ‘Centrum’ met de daarbij behorende lagere parkeercijfers dan de overige stedelijke zones. Hieruit volgt dat de parkeernormen voor ‘centrum’, welke lager zijn dan voor ‘matig stedelijk’ aangehouden moeten worden. Visie en leefbaarheid in de kleinere kernen Het project kent een lange ontwikkeltijd. In die tijd zijn er verschillende visies gemaakt. Door een veranderende woningmarkt en aangescherpte eisen vanuit de gemeente en de provincie, is het plan verder doorontwikkeld. Om aan te sluiten bij zowel gemeentelijk als provinciaal beleid, waaronder de regels uit de Omgevingsverordening met betrekking tot buitenstedelijke woningbouwlocaties, is gekozen om deze locatie ook te optimaliseren. Naast dit project heeft de gemeente een woningbouwprogramma welke is goedgekeurd door de provincie. In dit woningbouwprogramma zijn ook al ontwikkelingen in de andere kernen binnen de gemeente opgenomen.
Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zie hiervoor paragraaf 2.2.3 van deze nota. 51/79
2.2.21 Samenvatting en reactie op zienswijze van Indiener 11 De zienswijze bestaat uit een opsomming van 10 punten; 1. In strijdt met eerdere toezeggingen zijn er twee ontsluitingen op de Stougjesdijk gepland. Hiervoor ontbreekt de motivering. Door de manier van autoluw maken van de Stougjeswijk, neemt de verkeersintensiteit en -onveiligheid op de Stougjesdijk toe. Eerder heeft de gemeente Oud-Beijerland besloten dat de dijk afgesloten zou worden voor sluipverkeer. Hiervoor zijn nog geen maatregelen gerealiseerd. Indieners verzoeken dit spoedig met de klankbordgroep op te pakken. Indieners doen ook de suggestie om de wijk te ontsluiten middels en rotonde op de N217 en beschrijven de voordelen die zij daarbij zien. 2. De huidige verkeerssituatie bij de N217 is al ondermaats om het verkeersaanbod te verwerken. De problemen worden bij de realisatie van Stougjeswijk, zonder maatregelen, vergroot en zullen tot een infarct leiden. Er dient een gedegen plan voor verbetering van de doorstroming, luchtkwaliteit en geluidsoverlast te komen. 3. Bij de in de stukken genoemde turbo-rotonde bij de Lidl is geen rekening gehouden met toenemende geluidsoverlast, overlast van inschijnende koplampen en uitstoot van wachtende auto’s op bestaande bebouwing en woningen. 4.
Indiener geeft aan dat de gemeentelijke parkeernota een verlaging van de parkeernorm door bijvoorbeeld een R-net verbinding niet mogelijk maakt. Ook zou de parkeernorm na verlaging nog ruim boven de 1 behoren te komen. Verder geeft indiener aan dat de gehanteerde parkeernormen niet toereikend zijn. Een R-net verbinding is geen voldoende oplossing in een gemeente waar het autobezit en autogebruik bovengemiddeld is. 5. Er is in de stukken geen voorziening opgenomen voor het vele bouwverkeer de komende 15 jaar. Het is onacceptabel wanneer dit over de Stougjesdijk zou gaan. Indiener doet een aantal voorstellen om het probleem op te lossen. 6. Volgens indiener zijn er feitelijk 2 wijken; noord en zuid. Hierdoor zijn de uitgevoerde onderzoeken niet voldoende (Besluit NIMB) en dienen er aanvullende onderzoeken naar de impact op o.a. luchtkwaliteit en geluidsoverlast gedaan te worden. Een extra ontsluiting op de Stougjeswijk is onacceptabel. 7. Indiener is niet bereid akkoord te gaan met een hogere geluidsbelasting (Ontwerpbesluit hogere waarden geluid). Bestaande woningen zijn ook eerstelijnsbebouwing. Woningen die vak bij de beoogde ontsluitingen staan zullen enorme toename aan geluidshinder ondervinden. Hiervoor dienen aanvullende voorzieningen getroffen te worden of een planwijziging. De overheid heeft de taak om 52/79
de inwoners te beschermen. Onderzocht dient te worden of er sprake is van een reconstructie, als bedoeld in de Wet geluidhinder. 8. Indiener geeft aan dat enkel de verdiepingshoogte schematisch is aangegeven in het plan, maar er is geen informatie over nokhoogtes. Ook ontbreekt een bezonningsstudie over de impact die dit heeft op de bestaande bebouwing. Ook maken bewoners van de oostzijde van de Stougjesdijk zich zorgen over hun privacy als er hoge(re) gebouwen vlak naast hun kavels worden gerealiseerd. In de omgevingsvisie 2018 wordt gesproken over een ruim opgezette, groene wijk met 1400-1600 woningen. Indiener begrijpt dat er in tijden van woningnood meer woningen gebouwd moeten worden, maar het huidige plan met hoogbouw is in strijdt met de genoemde omgevingsvisie. Waarom is er specifiek gekozen om op deze locatie het grote aantal woningen te realiseren? 9. Indiener geeft aan dat voor ontwikkelingen van deze grote participatie verplicht is. Er heeft geen participatie plaatsgevonden, er zijn enkel informatieavonden geweest. De geleverde input op de eerste informatieavond is niet verwerkt. De input ging onder ander over de verkeersafwikkeling op de N217, de geluidsoverlast, route landbouwverkeer en de ontsluiting op de Stougjesdijk. Deze punten worden in de verslagen van de avonden wel genoemd als uit te werken punten. Op deze manier is consensus op de plannen niet haalbaar.
Indiener verwacht van de gemeente dat er op korte termijn wel gestart wordt met participatie. 10. Naast alle gestelde gebreken is ook de financiële haalbaarheid niet vanzelfsprekend door een exploitatietekort van tientallen miljoenen. Hoe gaat dit worden opgelost?
Reactie college: Verkeer en ontsluiting Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van Rijkswaterstaat, paragraaf 2.2.3 van deze nota. Hierin wordt beschreven hoe de verkeersafwikkeling van de wijk gewijzigd is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Parkeren Voor de ontwikkeling moet aangesloten worden bij de geldende gemeentelijke en provinciale regels voor parkeren. Het gebied kan aangemerkt worden als ‘matig stedelijk’. De gemeentelijke beleidsregel vermeld het volgende met betrekking tot een gebied met R-net: Binnen een straal van 750 meter wordt rondom HOV- en R-net haltes de stedelijke zone aangemerkt als ‘Centrum’ met de daarbij behorende lagere parkeercijfers dan de overige stedelijke zones. Hieruit volgt dat de parkeernormen voor ‘centrum’, welke lager zijn dan voor ‘matig stedelijk’ aangehouden moeten worden. Bouwverkeer 53/79
Om te zorgen dat het bouwverkeer op een goede manier het plangebied kan bereiken en verlaten is een bepaling opgenomen in de bestemming ‘groen’. Deze bepaling maakt het mogelijk om, zolang de ontsluiting op de N217 nog niet gereed is, een tijdelijke ontsluiting te realiseren vanuit het plangebied richting de Beneden Oostdijk. Wijkdelen De verschillende delen van het plangebied vormen samen een complete wijk. Door de opzet van het plan moet de ontwikkeling ook gezien worden als 1 wijk. Er is geen aanvullend onderzoek nodig. De verkeersontsluiting is aangepast. Zie hiervoor paragraaf 2.2.3 van deze nota. Hogere waarden geluid Met het vaststellen van een hogere waarde voor geluid wordt enkel op de nieuwe woningen een hogere geluidsbelasting toegestaan. Dit (ontwerp)besluit heeft geen invloed op de bestaande woningen aan de Stougjesdijk. Hoogtes, bezonningsstudie en privacy Op de (digitale) verbeelding staan de bestemmingen met bijbehorende functieaanduidingen aangegeven. De bouwhoogtes staan niet direct op de verbeelding aangegeven. Dit komt omdat binnen de verschillende functieaanduidingen meerdere type woningen met verschillende bouwhoogtes mogelijk zijn. In de regels van het bestemmingsplan zijn de maximale bouwhoogtes vastgelegd. Bezonningsstudie Het bestemmingsplan geeft op hoofdlijnen een invulling van de mogelijke functies, met grote bouwvlakken en grote woonvelden.
Het is nog niet in detail per toekomstig (woon)perceel uitgewerkt. De aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen is de concretisering, die moet echter aan beeldregieplan voldoen. Mocht er straks in die fase sprake zijn van bezonningsstudie noodzaak, dan zal dat gebeuren door aanvrager, maar het is onmogelijk dat in deze fase al uit te voeren, omdat de verkaveling en daarmee bouwplan op detail nog niet vaststaat. Zonder deze 2 punten kan je geen bezonninsgstudie doen. Met de komst van de Stougjeswijk verandert de situatie voor de bewoners van de Stougjesdijk van een gebied zonder achterburen naar een situatie met achterburen. In een deel van het plangebied liggen de bouwvlakken op enige afstand van de bestaande percelen. Verder zijn in de regels van het bestemmingsplan afstanden van de nieuwe bebouwing tot de perceelsgrenzen vastgelegd. Hierdoor moet de impact op de privacy acceptabel blijven. Visie Het project kent een lange ontwikkeltijd. In die tijd zijn er verschillende visies gemaakt. Door een veranderende woningmarkt en aangescherpte eisen vanuit de gemeente en de provincie, is het plan verder doorontwikkeld. Om aan te sluiten bij zowel gemeentelijk als provinciaal beleid, waaronder de regels uit de Omgevingsverordening met betrekking tot buitenstedelijke woningbouwlocaties, is gekozen om deze locatie ook te optimaliseren.
Participatie De Wet ruimtelijke ordening, waaronder dit bestemmingsplan nog in procedure is gebracht, stelt participatie niet verplicht. De gemeente hecht wel waarde aan de inbreng die tijdens 54/79
participatie wordt opgehaald. Naar aanleiding van de zienswijzen is er gesproken met verschillende indieners, voornamelijk om de inhoud van de zienswijzen goed te begrijpen. Naar aanleiding van verschillende zienswijzen zijn er voorstellen tot aanpassing van het plan ontwikkeld. Het gaat dan met name om de wijziging van de verkeersontsluiting. Deze voorstellen zijn gepresenteerd op 19 mei 2025 op een informatieavond voor omwonenden en overige belangstellenden. Voor de vervolgfases wordt een apart communicatie- en participatieplan gemaakt. Exploitatie Op het moment dat het bestemmingsplan ter vaststelling bij de raad voorligt, is er met de ontwikkelende partijen een anterieure overeenkomst gesloten waarin het kostenverhaal verzekerd is. Daarnaast wordt ook gelijktijdig met het bestemmingsplan een exploitatieplan ter vaststelling voor gelegd. Dit exploitatieplan kan niet los worden gezien van het bestemmingsplan. Met het exploitatieplan is het kostenverhaal verzekerd.
Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zie hiervoor paragraaf 2.2.3 van deze nota.
55/79
2.2.22 Samenvatting en reactie op zienswijze van Indiener 12 Indiener geeft aan dat het plan voor indiener onaanvaardbare gevolgen voor het woon- en leefgenot heeft. Indiener is in de huidige woning komen wonen voor het ‘vrij wonen’. Echter, nu wordt al veel overlast ervaren van de omleiding van de N217, de turborotonde, een zendmast en de supermarkt rond het perceel van indiener. Door het voorliggende plan is indiener van mening het laatste stukje open uitzicht, vrijheid en privacy kwijt te raken en vreest voor meer geluidsen stankoverlast. Indiener is van mening dat het voorliggende plan niet voldoet aan een goede ruimtelijke ordening (art. 3.1 Wro) en het evenredigheidsbeginsel (art. 3.4 Awb). 1. Indiener stelt dat huidig plan kan leiden tot het volledig verdwijnen van de privacy voor indiener. Indiener maakt zich vooral zorgen over de realisatie van een hoog appartementengebouw en de aanleg van een ontsluitingsweg dichtbij de woning. Uit het voorlopig stedenbouwkundig plan blijkt dat er een appartementengebouw van 5 lagen en een ontsluitingsweg gerealiseerd zullen worden. Het ontwerpbestemmingsplan waarborgt op geen enkele wijze de privacy van indiener. 2. Door verdere omsluiting van het perceel van indiener, verdwijnen voor indiener ook de laatste zichtlijnen. Dit tast de leefomgeving verder aan. 3. Door de opzet van het plan zijn er feitelijk 2 woonwijken.
Indiener woont in het wijkdeel waar ook de school gesitueerd is, waarbij de wijkontsluiting langs het perceel van indiener loopt. Door de opzet zal het aantal verkeersbewegingen hoger zijn dan in de modellen is meegenomen, omdat kinderen uit het andere wijkdeel die met de auto gebracht worden ook langs het perceel van indiener zullen komen. Door de fasering verwacht indiener voor de volledige planperiode last te hebben van de bouw (aanleg bus- en fietsbaan, bouwverkeer langs de woning). Dit is onevenredig. Indiener ervaart al geluidsoverlast van de drukte op de N217, dit zal onacceptabel toenemen bij toename van verkeer. In verleden is door een bureau al geconstateerd dat de belasting op woning van indiener te hoog is. Er dient alsnog een onderzoek uitgevoerd te worden naar de belasting van de geluidstoename op de woning (toename van verkeer op de N217, de Stougjesdijk en de ontsluitingsweg langs de woning). Indiener wijst ook nog op een beoordeling van de geluidsonderzoeken door een deskundigenbureau. Korte conclusie is dat het plan naar mening van het bureau niet voldoet. 4. Door de omvang van het plan zal de verkeersintensiteit toenemen (gebruik en bouw). Hierdoor zal de luchtkwaliteit bij de woning van indiener (stankoverlast en fijnstof) ontoelaatbaar afnemen. 56/79
5. Er is ten onrechte geen onderzoek gedaan naar de bezonning. Indiener vreest voor afname van de bezonning ter plaatse van de woning en tuin, waardoor een goede ruimtelijke ordening niet kan worden gewaarborgd. Onderzoek dient alsnog gedaan te worden. 6. Het bestaande wegennet, met name de N217, is al ondermaats voor de huidige verkeersafwikkeling. Voor de toename aan verkeer is een gedegen plan nodig, waarbij ook belasting van de Stougjesdijk voorkomen wordt. Onduidelijk is of er al overleg heeft plaatsgevonden met de wegbeheerders en wat de uitkomst daarvan is. Zonder passende maatregelen is het plan onuitvoerbaar. Onduidelijk is of maatregelen uitgevoerd kunnen worden. In het kader van een zorgvuldige voorbereiding dient de verkeerssituatie met alle uitbreidingen (huidig plan en omliggende plannen) integraal onderzocht te moeten worden. 7. Verder geeft indiener aan dat de gehanteerde parkeernormen niet toereikend zijn. Een R-net verbinding is geen voldoende oplossing in een gemeente waar het autobezit en autogebruik bovengemiddeld is. Ook zou de parkeernorm na verlaging nog ruim boven de 1 behoren te komen. Indiener vreest voor onaanvaardbare parkeerdruk in de buurt. 8. Verkeers- en omgevingsveiligheid nemen af door het voorliggende plan.
De omliggende dijken zijn niet berekend op de toename van verkeer, de constructieve veiligheid van deze dijken dient meegenomen te worden. Door het huidige, en door het plan toenemende, verkeer is het onveilig voor de kinderen van indiener rondom hun eigen huis. 9. Indiener geeft aan planschade te (gaan) ondervinden van het plan. Hij stelt dat de gemeente dient te zorgen voor het zo beperkt mogelijk houden van het ondervonden nadeel. Dit wordt versterkt door de bijdrage voor het project zoals opgenomen in het exploitatieplan. Indiener verwacht een inhoudelijke reactie. 10. Het huis van indiener is niet onderheid. Door verkeerstoename en zwaar transport ontstaat het risico op verzakking en scheurvorming. Indiener geeft aan deze stress niet te willen. Tot sluit benadrukt indiener dat door ontwikkelingen in het verleden zij al benadeeld zijn en dat de beoogde ontwikkeling wederom voor hen als een zwaar nadeel zal uitvallen. In de woorden van de indiener; ‘dit keer zelfs zover dat we straks volledig ingesloten zitten, net als in een gevangenis’. Reactie college: 57/79
Privacy Met de komst van de Stougjeswijk verandert de situatie voor de bewoners van de Stougjesdijk van een gebied zonder achterburen naar een situatie met achterburen. Dit heeft altijd effect op het woon- en leefklimaat van de huidige bewoners. In een deel van het plangebied liggen de bouwvlakken op enige afstand van de bestaande percelen. Verder zijn in de regels van het bestemmingsplan afstanden van de nieuwe bebouwing tot de perceelsgrenzen vastgelegd. Hierdoor moet de impact op de privacy acceptabel blijven. Leefbaarheid Achter het perceel van indiener is in algemene zin de bestemming ‘wonen’ opgenomen. Dit zorgt inderdaad voor insluiting van het perceel. Door de regels met betrekking tot de afstand tot perceelgrenzen moet de impact direct op het perceel van indiener gereguleerd blijven. Daarnaast zal het bouwvlak dat is opgenomen achter het perceel van indiener verder van het perceel worden gesitueerd. Ook zal direct achter het perceel een groenbestemming worden opgenomen. Hiermee wordt de leefbaarheid van het perceel van indiener geborgd. Wijkdelen De verschillende delen van het plangebied vormen samen een complete wijk. Door de opzet van het plan moet de ontwikkeling ook gezien worden als 1 wijk. Er is geen aanvullend onderzoek nodig. De verkeersontsluiting is aangepast. Zie hiervoor paragraaf 2.2.3 van deze nota.
Bouwverkeer Om te zorgen dat het bouwverkeer op een goede manier het plangebied kan bereiken en verlaten is een bepaling opgenomen in de bestemming ‘groen’. Deze bepaling maakt het mogelijk om, zolang de ontsluiting op de N217 nog niet gereed is, een tijdelijke ontsluiting te realiseren vanuit het plangebied richting de Beneden Oostdijk. Geluidsbelasting De geluidsbelasting is niet specifiek voor het perceel van indiener onderzocht. Door de beoogde verplaatsing van de ontsluitingsstructuur zal de situatie, naar verwachting, ten positieve ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan veranderen. Er is vervolgonderzoek nodig, omdat de geplande ontwikkeling tot meer geluid zal leiden en de huidige geluidbelastingen naar verwachting (ook) al boven de standaardwaarde liggen. Toetsing aan grenswaarden en het afwegen van geluidbeperkende maatregelen zijn in dat geval aan de orde. Dit wordt meegenomen bij de verdere planuitwerking. De voor het bestemmingsplan opgestelde geluidsonderzoeken zijn getoetst door deskundigen van de omgevingsdienst. Hieruit is niet gebleken dat de onderzoeken onjuist zijn. Luchtkwaliteit De toename van fijnstof en NO2 zijn berekend middels vastgestelde methoden. Uit de rekenmethoden blijkt dat de toename van de luchtverontreiniging binnen de door de wet gestelde normen blijft. Bezonningsstudie 58/79
Het bestemmingsplan geeft op hoofdlijnen een invulling van de mogelijke functies, met grote bouwvlakken en grote woonvelden. Het is nog niet in detail per toekomstig (woon)perceel uitgewerkt. De aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen is de concretisering, die moet echter aan beeldregieplan voldoen. Mocht er straks in die fase sprake zijn van bezonningsstudie noodzaak, dan zal dat gebeuren door aanvrager, maar het is onmogelijk dat in deze fase al uit te voeren, omdat de verkaveling en daarmee bouwplan op detail nog niet vaststaat. Zonder deze 2 punten kan je geen bezonninsgstudie doen. Verkeer en ontsluiting Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van Rijkswaterstaat, paragraaf 2.2.3 van deze nota. Hierin wordt beschreven hoe de verkeersafwikkeling van de wijk gewijzigd is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Parkeren Voor de ontwikkeling moet aangesloten worden bij de geldende gemeentelijke en provinciale regels voor parkeren. Het gebied kan aangemerkt worden als ‘matig stedelijk’. De gemeentelijke beleidsregel vermeld het volgende met betrekking tot een gebied met R-net: Binnen een straal van 750 meter wordt rondom HOV- en R-net haltes de stedelijke zone aangemerkt als ‘Centrum’ met de daarbij behorende lagere parkeercijfers dan de overige stedelijke zones.
Hieruit volgt dat de parkeernormen voor ‘centrum’, welke lager zijn dan voor ‘matig stedelijk’ aangehouden moeten worden. Planschade De ontwikkeling voldoet naar mening van de gemeente aan een goede ruimtelijke ordening. Met de toelichting en daarbij behorende onderzoeken is dit verder onderbouwd. Een verdere onderbouwing met betrekking tot planschade is bij het bestemmingsplan niet aan de orde. Dit wordt behandeld met een separate planschadeprocedureregeling. Niet onderheide woning Ontwikkelaars zullen voorafgaand aan bouwactiviteiten (van aanleg van infrastructuur tot bouw van woningen) onderzoek doen naar de effecten van deze activiteiten om belendende bebouwing. Uit onderzoek zal blijken of er aanleiding is tot het nemen van maatregelen; denk bijvoorbeeld aan het toe te passen heisysteem. Dit zal per geval beoordeeld worden. Indien onverhoopt toch schade ontstaat zijn ontwikkelaars hiervoor verzekerd. Tevens is de ontsluitingsstructuur van de wijk aangepast. De verwachting is dat door deze wijziging ook een betere situatie met betrekking tot verkeer zal ontstaan voor het perceel van de indiener. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zie hiervoor paragraaf 2.2.3 van deze nota. Tevens wordt de verbeelding aangepast met het toevoegen van een groenbestemming en de verschuiving van een bouwvlak.