Bijlage 3 Nota van Zienswijzen BP en EP Stougjeswijk 1.5
Tekst van het document
Nota beantwoording zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan ‘Stougjeswijk’, ontwerpexploitatieplan ‘Stougjeswijk’ en ontwerpbesluit hogere waarden geluid.
3 september 2025
Inhoudsopgave 1. Inleiding
3
1.1 Inleiding
3
1.2 Procedure
4
1.3 Overzicht zienswijzen
5
2. Samenvatting en beantwoording van de zienswijzen 2.1 Inleiding
6
2.2 Zienswijzen
7
3. Wijzigingen
38
3.1 Inleiding
38
3.2 Overzicht wijzigingen
38
4. Bijlagen
2/79
40
6
1. Inleiding 1.1 Inleiding In dit document worden de binnengekomen zienswijzen op het Ontwerpbestemmingsplan “Stougjeswijk” (met identificatienummer NL.IMRO.1963.BPStougjeswykOBL23-ON01) en het Ontwerpexploitatieplan “Stougjeswijk” (met identificatienummer NL.IMRO.1963.EPStougjeswykOBL23-ON01) behandeld. Een consortium van projectontwikkelaars is voornemens om samen met de gemeente Hoeksche Waard het gebied Stougjeswijk te transformeren tot een woonwijk met circa 2.485 woningen. Er zal sprake van een gedifferentieerd woningbouwprogramma om zo een gevarieerde dorpsuitbreiding te maken voor verschillende doelgroepen met alle voorzieningen binnen handbereik. Zo komen er eveneens commerciële- en maatschappelijke voorzieningen, maar ook mobiliteitsfuncties (zoals een R-net). Tenslotte wordt het nieuwe woon- en werkgebied adequaat ingepast met respect voor natuur, landschap en cultuurhistorie om zo voldoende ruimte te hebben voor groen- en water/natuurruimtes. Het plan kent een lange aanlooptijd. De ontwikkeling van de plannen is al gestart in de voormalige gemeente Oud-Beijerland. De plannen zijn verschillende keren doorontwikkeld, waarbij steeds de laatste inzichten, beleidsuitgangspunten en -regels in acht zijn genomen. Het resultaat is nu een plan voor een complete, gevarieerde wijk.
Het bestemmingsplan biedt het planologisch kader om de beoogde ontwikkelingen mogelijk te maken en toont aan dat de gewenste ontwikkelingen in overeenstemming zijn met een goede ruimtelijke ordening. Opgemerkt wordt dat dit een bestemmingsplan is met verbrede reikwijdte, zoals bedoeld in de Crisis- en herstelwet (Chw). De locatie voor de beoogde nieuwe woonwijk Stougjeswijk is gelegen aan de oostkant van de kern Oud-Beijerland, aansluitend op de bestaande woonwijk ‘Poortwijk’. Het betreft een hoofdzakelijk agrarisch gebied van circa 77 hectare (deels in gebruik ten behoeve van tuinbouw) met verspreid liggend bedrijfsbestemmingen, enkele woonbestemmingen en enkele maatschappelijke bestemmingen. Het gebied ligt ingekapseld tussen de infrastructuur van de Stougjesdijk aan de westzijde en de N217 die slingert langs de noord- en oostelijke zijde van het plangebied richting de zuidelijke zijde, tot waar deze weer kruist met de Stougjesdijk.
3/79
1.2 Procedure Ter inzage Het Chw ontwerp bestemmingsplan ‘Stougjeswijk’, het ontwerpbesluit hogere waarden (Wet geluidhinder), het ontwerp exploitatieplan ‘Stougjeswijk’ en alle bijlagen hebben van 21 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen om een ieder in de gelegenheid te stellen een mondelinge of schriftelijke zienswijze in te dienen. Deze termijn is met 3 weken verlengt omdat het ontwerpbesluit hogere waarden pas later digitaal raadpleegbaar was. Het ontwerp was analoog (op afspraak) raadpleegbaar op het gemeentehuis te Maasdam en digitaal via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. In het kader van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is overleg gepleegd met de diverse instanties, zoals Waterschap Hollandse Delta en diensten van provincie en rijk. De zienswijzen zijn, op 1 zienswijze na, allen ontvangen binnen de termijn, zoals geregeld in de Awb. De ene zienswijze buiten de termijn, is enkel een dag buiten de termijn ingediend. Gelet op de minimale overschrijding van de termijn, wordt de zienwijze meegenomen in de beantwoording. Opgemerkt wordt dat er voor de omwonenden van het plangebied alsook belangstellenden op woensdagavond 14 september 2023 en woensdagavond 4 oktober 2023 een informerende inloopavond is georganiseerd geweest, hieruit is aanvullende informatie opgehaald.
Met deze opgehaalde informatie is het ontwerpbestemmingsplan op voorhand al verder aangescherpt. Van deze avond is een participatieverslag gemaakt, welke als bijlage 16 bij het bestemmingsplan is bijgevoegd. Naar aanleiding van de zienswijzen is met verschillende (vertegenwoordigers van) indieners gesproken over de zienswijze. Doel van deze gesprekken was verduidelijking van de zienswijze. Ook is er op 19 mei 2025 nog een informatiebijeenkomst geweest om de voorgestelde (grote) wijzigingen toe te lichten aan indieners en andere belangstellenden. Een kort verslag is toegevoegd aan het participatieverslag (bijlage 16 bij het bestemmingsplan). De grootste wijziging is de verplaatsing van de wijkontsluiting aan de noord- en zuidzijde van de Stougjesdijk naar de buitenkant van de wijk met een ontsluiting op de N217. Wijzigingen In paragraaf 2.2 worden de zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien. Ten slotte wordt in de conclusie aangegeven of de zienswijze (gedeeltelijk) aanleiding geeft tot aanpassing van het plan. Alle wijzigingen, zowel vanuit de zienswijzen als ambtshalve wijzigingen, zijn opgenomen in hoofdstuk 3.
4/79
1.3 Overzicht zienswijzen Indieners van de zienswijzen Op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) zijn de namen van de indieners van de zienswijzen geanonimiseerd. Anonimiseren is niet nodig voor namen van bedrijven en organisaties die een zienswijze indienen. Nr . 1 2 3 4 5 6
Naam
Datum ontvangst 11 januari 2024 12 januari 2024 12 januari 2024 23 januari 2024 26 januari 2024 31 januari 2024
Registratienummer
31 januari 2024 07 februari 2024 20 februari 2024 22 februari 2024 02 januari 2024 20 januari 2024 21 januari 2024
Z/24/230883 Z/24/231382 Z/24/232811 Z/24/233067 Z/24/228004 Z/24/229747 Z/24/229935 Z/24/233336 Z/24/230146 Z/24/230302 Z/24/230147 Z/24/230877 Z/24/232355 Z/24/232550 Z/24/232771 Z/24/232471 Z/24/232770 Z/24/232633 Z/24/232784 Z/24/232821
7 8 9 10 11 12 13
Evides Connexxion Rijkswaterstaat Waterschap Hollandse Delta Provincie Zuid-Holland Protestantse Gemeente te Mijnsheerenland, Greupkerk RED Vastgoed Lidl Nederland Ontwikkelende partijen Hoekschewaards Landschap Indiener 1 Indiener 2 Indiener 3
14 15 16 17 18 19
Indiener 4 Indiener 5 Indiener 6 Indiener 7 Indiener 8 Indiener 9
23 januari 2024 24 januari 2024 24 januari 2024 31 januari 2024 16 februari 2024 17 februari 2024
20
Indiener 10
18 februari 2024
21 22 23
Indiener 11 Indiener 12 Indiener 13
19 februari 2024 20 februari 2024 20 februari 2024
5/79
Z/24/229057 Z/25/333649 Z/25/333648 Z/24/230359 Z/24/230480 Z/24/230432
en
en en
2. Samenvatting en beantwoording van de zienswijzen 2.1
Inleiding
Door verschillende betrokkenen zijn zienswijzen ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan ingediend; hierna kortweg aangeduid als indiener(s). Het college van Burgemeester en wethouders heeft integraal kennis kunnen nemen van de ingediende zienswijzen. Indien onderdelen van een zienswijze niet expliciet worden benoemd, betekent dit niet dat deze niet bij de beoordeling zijn betrokken. De ingediende zienswijzen zijn in hun totaliteit beoordeeld en afgewogen. Enkele zienswijzen gaan over dezelfde onderwerpen. We proberen om de beantwoording zoveel mogelijk gezamenlijk te doen. Hierdoor wordt er soms verwezen naar de beantwoording van andere zienswijzen.
6/79
2.2 Zienswijzen 2.2.1 Samenvatting en reactie op zienswijze van Evides Evides heeft een zienswijze gegeven op het bestemmingsplan, om een betrouwbare drinkwaterlevering aan ruim 2,5 miljoen klanten in Zuidwest Nederland te garanderen. Aan de rand van het plangebied is een 600 mm drinkwatertransportleiding gelegen, dit is een waterleiding met een vitale functie voor de drinkwatervoorziening van de regio en is daarom wat betreft indiener relevant vanuit planologisch oogpunt. Men verzoekt daarom dan ook om voor deze leiding een dubbelbestemming op te nemen, middels de bestemming ‘Leiding – Water’ met een strook van 5 m aan weerszijden van de hartlijn van deze leiding. Men heeft daartoe een regelvoorstel in de zienswijze opgenomen.
Reactie college: De belangen van Evides worden erkend. De voorgestelde aanpassing aan het bestemmingsplan wordt verwerkt en zal de genoemde dubbelbestemming op de plankaart en in de regels worden opgenomen. De dubbelbestemming zal conform het digitale leidingbestand van Evides worden ingetekend. De regels zullen één op één worden overgenomen van het gedane regelvoorstel in de zienswijze.
Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Op de plankaart en in de regels zal een dubbelbestemming worden opgenomen. Deze zal ook beschreven worden in de toelichting.
7/79
2.2.2 Samenvatting en reactie op zienswijze van Connexxion Connexxion heeft een zienswijze ingediend op het bestemmingsplan, waarbij men hoofdzakelijk reageert op de toekomstige ontsluiting van Stougjeswijk met het openbaar vervoer. a. Wat betreft pagina 18 van het bestemmingsplan vraagt indiener inzake de quote “Hoewel het R-Net een verbetering betekent, is het belangrijk na te gaan wat de toegevoegde waarde is van het vervangen van bestaande routes en hoe de implementatie het beste kan worden uitgevoerd om een verbetering op te leveren in vergelijking met het huidige OV-netwerk” of dit de visie is van de opsteller van het bestemmingsplan, de ontwikkelaars, de gemeente of de provincie Zuid-Holland als concessieverlener? En daarbij vraagt zich men eveneens af welke partij(en) gaan na wat de toegevoegde waarde is van het bestaande routes en bepaalt hoe de implementatie het beste kan worden uitgevoerd. b.
Wat betreft pagina 19 vraagt indiener, inzake de quote “Na het uitvoeren van het onderzoek zijn een aantal belangrijke punten naar voren gekomen die cruciaal zijn voor een vlekkeloze implementatie van de mobiliteitsvisie binnen het plan” en “R-Net speelt een essentiële rol in het gebied doordat het de parkeernorm kan verlagen en zo de bereikbaarheid binnen het gebied en naar andere steden verbetert, wat alternatieve vervoerswijzen stimuleert” zich af hoe dit in verhouding met hetgeen op pagina 18 staat beschreven? c. Als derde stelt indiener dat uit het kaartmateriaal min of meer op te maken wat het beoogde tracé van de R-netverbinding is (overige zone – zoekgebied infrastructuur openbaar vervoer). Connexxion heeft hier echter een aantal opmerkingen over; Het huidige tracé kent 5 min of meer haakse bochten. Dit heeft een zeer negatief effect op de te behalen rijsnelheid van het R-net. Connexxion geeft nadrukkelijk aan dat wanneer wordt vastgehouden aan het huidige tracé dit veel vloeiender door de wijk moet lopen. Met minder haakse bochten en een bochtverbreding die uitgaat van een hoge ontwerpsnelheid. In het bestemmingsplan zal hier ruimte voor gereserveerd moeten worden. De busbaan kruist 9 maal de weg voor het autoverkeer en 3 maal een voorziening voor het fietsverkeer.
Twaalf potentiële conflictpunten bevorderen niet de snelheid en doorstroming van het openbaar vervoer. Een van de varianten van de aansluiting van de busbaan met bestaande infrastructuur aan de noordkant van het plangebied kent een ander ruimtebeslag dan waar momenteel rekening wordt gehouden. Indien voor deze variant wordt gekozen dient dit in het bestemmingsplan verwerkt te worden. Varianten worden uitgewerkt door bureau Goudappel. d. Over het algemeen maakt de route door Stougjeswijk het voor reizigers zonder herkomst of bestemming in Stougjeswijk het onaantrekkelijk om van het openbaar vervoer gebruik te maken. De route zorgt voor een lagere snelheid op de volledige verbinding. Richting provincie Zuid-Holland heeft Connexxion aangegeven dat er ook tracés van R-net denkbaar zijn die niet dóór maar langs Stougjeswijk lopen.
Reactie college: 8/79
a. Visie en verantwoordelijkheden: De quote waar indiener naar verwijst op pagina 18 van het bestemmingsplan heeft betrekking op de visie van de opstellers van het bestemmingsplan, in dit geval de samenwerking tussen de gemeente en de bijbehorende ontwikkelaars. Het doel van deze passage is om te benadrukken dat er zorgvuldigheid en evaluatie nodig is bij het implementeren van het R-Net, en dat dit een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van verschillende betrokken partijen, waaronder de gemeente, ontwikkelaars en concessieverleners zoals de provincie Zuid-Holland. b. Verhouding tussen pagina 18 en 19: De quotes op pagina 19 van het bestemmingsplan benadrukken de cruciale rol die het R-Net speelt bij de implementatie van de mobiliteitsvisie binnen het plangebied. Deze punten zijn aanvullend aan de opmerkingen op pagina 18 en vormen een aanvulling op het streven naar een verbeterd OV-netwerk. De nadruk ligt op het belang van het R-Net als een middel om de bereikbaarheid te vergroten en alternatieve vervoerswijzen te stimuleren. c. Opmerkingen over het tracé van de R-netverbinding en d. Route door Stougjeswijk en alternatieve tracés: Naar aanleiding van het indienen van deze zienswijze is nader contact met de indiener geweest inzake de inhoudelijke vormgeving van het tracé van de R-netverbinding.
Hieruit is gekomen dat de routing van het tracé wordt aangepast, zodanig dat tegemoet wordt/is gekomen aan de wensen van indiener. Hiermee worden haakse bochten, conflictpunten en varianten van aansluiting, zo optimaal en veilig mogelijk ingediend. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Op de verbeelding zal het tracé van de R-netverbinding worden aangepast.
9/79
2.2.3 Samenvatting en reactie op zienswijze van Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat heeft een zienswijze uitgebracht, naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan, welke hierna puntsgewijs is opgenomen. Rijkswaterstaat ziet, als beheerder van de nabij het plangebied gelegen rijksweg A29, toe op een vlotte en veilige doorstroming van het verkeer. Rijkswaterstaat verlangt dat bij nieuwe grootschalige ontwikkelingen een analyse wordt opgesteld van de verkeersintensiteiten waarbij de verkeerseffecten van het plan op de (aansluitingen van) rijksweg A29 in beeld worden gebracht. Dit onderzoek moet worden opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. Onder grootschalige ontwikkelingen valt onder andere een woningbouwontwikkeling van meer dan 250 woningen binnen 5 kilometer van een aansluiting op de rijksweg en/of 10 ha bedrijventerrein en/of 5.000 m2 kantooroppervlak. De ontwikkeling die het plan mogelijk maakt, is dus grootschalig. Daarom dient genoemde analyse aanwezig te zijn maar deze ontbreekt. In de toelichting is nu opgenomen dat een verkeersanalyse op netwerkniveau nog moet worden uitgevoerd omdat de ontsluitende weg N217 het extra verkeer zeer waarschijnlijk niet goed kan afwikkelen. Hierbij wordt aangegeven dat de provincie wordt betrokken omdat de N217 in beheer is bij de provincie. De N217 sluit echter ook direct aan op de rijksweg A29.
Rijkswaterstaat verzoekt derhalve een mobiliteitsparagraaf op te nemen in het bestemmingsplan waarin de veranderingen in verkeersintensiteiten als gevolg van het plan in beeld worden gebracht voor zowel de rijksweg A29 als het onderliggend wegennet. Zolang Rijkswaterstaat geen inzicht heeft in de verkeerseffecten van het plan op het Hoofdwegennet, alsmede de mogelijke maatregelen, kan Rijkswaterstaat niet instemmen met de plannen voor Stougjeswijk. Reactie college: Bij de gemeente en de ontwikkelaars zijn de zorgen van de provincie niet onbekend. Als onderdeel van het ontwerp bestemmingsplan is eerder een verkeerstoets uitgevoerd. Een beschrijving van de resultaten van deze toets is destijds toegevoegd als bijlage 2 bij het ontwerp-bestemmingsplan. Na de ter inzage legging van dit bestemmingsplan zijn diverse zienswijzen binnengekomen van omwonenden, maar ook van andere stakeholders zoals provincie Zuid-Holland en Rijkswaterstaat. Naar aanleiding van deze zienswijzen is gewerkt aan een nieuw concept voor de wijkontsluiting voor het definitieve bestemmingsplan. In dit aangepaste plan is op veel punten tegemoet gekomen aan de ingediende zienswijzen. Er is daarbij voornamelijk gericht op de interne ontsluiting van het plangebied en de directe aansluiting van het plangebied op de omliggende wegen. Tegelijk is ook gekeken naar de ontsluiting op grotere afstand.
Daarbij is niet alleen gekeken naar de gevolgen van de ontwikkeling van Stougjeswijk, maar zijn ook ontwikkelingen in bredere zin in de Hoeksche Waard meegenomen. De verkeerstructuur in de wijk is zo vormgegeven dat voor interne bewegingen in de wijk de fiets wordt gestimuleerd en dat het gemotoriseerde verkeer wordt verdeeld over een zuidelijke
10/79
aansluiting middels een nieuwe rotonde ten westen van de Greupkerk en een nieuwe aansluiting middels een rotonde direct op de N217 aan de oostzijde van de wijk. Ook is er in de afgelopen periode tussen ontwerp-bestemmingsplan en nu een nieuwe ontsluitingsstructuur ontworpen waarin Stougjeswijk direct wordt ontsloten op de N217. In deze studie zijn verschillende mogelijkheden uitgewerkt waarbij 1 variant als best passend is beoordeeld. Daarom is deze vormgeving ingevoerd in het ontwerp van de ontsluitingsstructuur. Samenvattend zijn de conclusies als volgt: - Noordelijk deel van de wijk: Het noordelijke deel van Stougjeswijk wordt ontsloten middels een ‘eigen’ oostelijke rotonde direct op de N217. Om het verkeersaanbod op een juiste wijze te kunnen verwerken dient een turborotonde, type spiraal, te worden toegepast; - Zuidelijk deel van de wijk: Om het zuidelijke deel van de wijk een eigen ontsluiting te kunnen geven is een nieuwe rotonde voorzien ten oosten van de Greupkerk. Ontsluiting van de wijk via de Stougjesdijk is als onwenselijk bestempeld voor de aanwezige oude bebouwing langs de Stougjesdijk en ook de Greupkerk. Vandaar dat een nieuwe locatie meer oostelijk is gekozen.
Om het berekende verkeer te kunnen verwerken is conform de studie met VISSIM een turborotonde, type gestrekte knie noodzakelijk; - Stougjesdijk zuidzijde: In de huidige situatie ligt in de N217 een rotonde ter hoogte van de Stougjesdijk, aan de zuidkant van het te ontwikkelen gebied. Deze rotonde komt heel dicht op de nieuwe rotonde te liggen. Vandaar dat ervoor is gekozen om deze rotonde te verwijderen en fietsverkeer hier te gaan faciliteren in een veilige oversteek middels een fietstunnel. Oversteken met (landbouw)verkeer op de Stougjesdijk zou leiden tot een onveilige situatie. Het afsluiten van de Stougjesdijk is daarom overwogen, maar als niet haalbaar benoemd vanwege de waarde van deze verbinding voor het lokale (landbouw)verkeer. Het oversteken van de N217 wordt in de plannen echter wel fysiek onmogelijk gemaakt om de onveilige verkeersbewegingen tegen te gaan. Verkeer kan alleen rechtsaf de Stougjesdijk in en uit. Verkeer wat bijvoorbeeld vanuit het zuiden komt en richting het westen of noorden wil rijden dient eerst rechtsaf te gaan om vervolgens te keren op de nieuwe zuidelijke rotonde. - Beneden Oostdijk: In eerdere plannen was een aansluiting voorzien in het noordwesten van Stougjeswijk richting Beneden-Oostdijk. De bezwaren die tegenover deze variant bestonden zijn opgelost door deze verbinding voor autoverkeer te laten vervallen.
Wel blijft hier natuurlijk een snelle verbinding voor fietsers richting onder andere het centrum van Oud-Beijerland. Met deze aanpak is de doorstroming op de nieuwe kruispunten in de N217 geborgd. Daarmee voldoet het plan op dit punt aan een goede ruimtelijke ordening. Nadat verkeer vanuit de wijk de N217 op is gereden wil het verder rijden, bijvoorbeeld richting de A29 11/79
richting Bergen op Zoom of Rotterdam of in westelijke richting naar Nieuw-Beijerland of het veer naar Hekelingen/Spijkenisse. De N217 richting A29 is op dit moment al een zwaar belaste weg, deze weg kan het verkeersaanbod in de huidige situatie maar net aan. De vraag is dus in hoeverre het extra verkeer veroorzaakt door de nieuwbouw van Stougjeswijk op de N217 op een acceptabele manier verwerkt kan worden. Zeker ook wanneer in ogenschouw genomen wordt dat er ook andere woningbouw plannen ontwikkeld worden, zoals Tienvoet bij Heinenoord. Gemeente Hoeksche Waard werkt aan het uitwerken van een algehele visie op de ontsluiting van de Hoeksche Waard. Onderdeel van het verzekeren van de ontsluiting van Oud-Beijerland, in deze studie, zal daarbij zeker zijn het ombouwen van de Bossche Kruising en de aanpak/verbreding van de N217 tussen Tienvoet en de A29. Ook het viaduct over de A29 wordt bij deze studies betrokken. Feit is dat er zonder deze maatregelen op de N217 meer vertraging zal gaan optreden voor verkeer dat in de spits de Hoeksche Waard wil verlaten, of in wil komen rijden. Volgens de berekeningen van Goudappel loopt de vertraging daarmee iets op. Dat is wellicht vervelend, maar files en vertragingen horen ook bij het maken van de keuze voor het reizen met de auto.
De door Goudappel berekende maximale vertragingen zijn daarbij ook niet van dien aard dat dit als onacceptabel wordt gezien, ook niet door wegbeheerder Provincie Zuid-Holland.
Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. De verbeelding, toelichting en de bijlagen zullen worden geactualiseerd naar aanleiding van het geactualiseerde verkeersonderzoek en aangepaste ontsluitingsstructuur.
12/79
2.2.4 Samenvatting Hollandse Delta
en
reactie
op
zienswijze
van
Waterschap
Waterschap Hollandse Delta heeft een zienswijze ingediend, naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan. Hierna is de zienswijze puntsgewijs opgenomen. a. Op pagina 69 in de toelichting dient een aanvulling te geschieden zodanig dat de nadere planuitwerkingen aan het waterschap moeten worden voorgelegd, dat er vooroverleggen moeten geschieden en dat pas daarna gesteld kan worden dat er geen directe negatieve gevolgen zijn voor de waterhuishoudkundige systemen in het plangebied. Ook moet getoetst worden aan de KRW, de Kaderrichtlijn Water, alsmede aandacht gegeven worden aan de waterkwaliteit en ecologie. b. Op pagina 65 en 66 dient genoemd te worden dat het waterschap bezig is met nieuw beleid, zodanig dat de genoemde 10% in de toekomst waarschijnlijk 14% wordt, waarbij eveneens genoemd moet worden dat in de toekomst het onderscheid tussen landelijk en stedelijk gebied vervalt. c. Op pagina 62 moet aangepast worden dat het hemelwater niet wordt afgevoerd naar het riool, maar dat dit moet geschieden middels afvoer via het open water. Dit dient het uitgangspunt te zijn. d. Op pagina 69 dient niet de dimensionering van werken en onderhoudssituaties te worden besproken, maar juist de veiligheid van waterkeringen alsmede bijvoorbeeld dijken te worden uitgewerkt.
Duidelijk moet worden dat werken buiten het profiel van de vrije ruimte van de waterkering moeten worden geplaatst, en dat de veiligheid van deze kering dientengevolge niet achteruit mag gaan alsmede dat deze werken in deze zone vergunningsplichtig zijn. e. Als laatste geeft het waterschap aan dat het waterschap ook belang heeft op de wegen, hierover dient nader overleg te geschieden. Verder dient de legenda van afbeelding 6.2 aangepast te worden (onduidelijk/geen uitleg) alsmede dient afbeelding 6.3 te worden voorzien van een goede legenda.
Reactie college: Het is mooi om te vernemen dat het waterschap in hoofdzaak positief tegenover het planvoornemen staat. Wat betreft de genoemde aandachtspunten, hierop zal in de vast te stellen toelichting nader worden ingegaan en op deze plek worden verwerkt. Wat betreft de gewenste en noodzakelijke vooroverleggen of overleggen gedurende de uitwerkingsfase, dit zal door de ontwikkelaars met het waterschap worden opgepakt alsmede worden aangetoond gedurende de aanvragen voor de omgevingsvergunning voor bouwen. Tenslotte wordt deze nadere uitwerking geborgd in de regels van het vast te stellen bestemmingsplan.
Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. De aangegeven punten zullen gewijzigd worden in de toelichting. Verder wordt in de regels geborgd dat het waterschap betrokken dient te worden. 13/79
2.2.5 Samenvatting en reactie op zienswijze van Provincie ZuidHolland De provincie Zuid-Holland heeft een zienswijze ingediend, naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan. Hierna is de zienswijze puntsgewijs opgenomen. De zienswijze gaat over de onderdelen bereikbaarheid, parkeren, regionale woningbouwprogramma, ecologische verbindingszone, detailhandel, kantoren en de algemene wijzigingsregels van het bestemmingsplan. a. De provincie geeft aan dat de getrokken conclusies inzake de afwikkeling middels hoogwaardige en veilige verkeerstructuur nog niet op instemming van de provincie kunnen rekenen. De effecten moeten voldoende inzichtelijk nog worden gemaakt. Eveneens moet daarbij zicht op mogelijke maatregelen zijn om de bereikbaarheid van Stougjeswijk, Oud-Beijerland en het omliggende verkeersnetwerk te optimaliseren en te garanderen. Daarbij moet de verkeersgeneratie adequaat worden opgelost, zeker richting de regio’s Dordrecht en Rotterdam middels de N217. Verwacht wordt nl. door de provincie dat de huidige capaciteit van deze weg, op basis van bekende prognoses en verkeerstellingen, onvoldoende is waardoor de verkeersveiligheid en de bereikbaarheid van bewoners, bezoekers en bedrijven in het geding komt.
Tenslotte zijn er zorgen omtrent de inpassing van de toekomstige planaansluiting op de kruising Beneden Oostdijk, de zuidelijke rotonde op de Stougjesdijk en de Bosschenrotonde. Deze moeten verder worden uitgewerkt, zodanig dat de effecten en de verschillende modaliteiten, nabijgelegen kruisingen, benodigde ruimte en kosten voldoende overzichtelijk zijn. Daarbij moet de aansluiting van de vrij liggende busbaan te allen tijde goed inpasbaar zijn alsmede “in bedrijf” zijn vóórafgaand aan de oplevering van de eerste woningen in het plangebied. De provincie verzoekt daarom concreet om een verkeersonderzoek uit te voeren voor de ontsluitingen van de nieuwe woonwijk op het omliggende verkeers- en vervoersnetwerk. Indien nodig moeten de uitkomsten van dit onderzoek verankerd worden in het bestemmingsplan en moet de benodigde financiering worden vastgelegd. De provincie gaat hier graag het gesprek over aan, om mogelijk ook afwegingen te maken in samenspraak met de gemeente. b. De provincie verzoekt om een duidelijke parkeernorm voor de sociale huurwoningen. Nu is dit nog niet vastgelegd, maar geschiedt dit in de nadere planuitwerkingen, en is dit planologisch geborgd middels een ‘dynamische verwijzing’.
Men verzoekt echter om te borgen dat voor de sociale huurwoningen de parkeernorm maximaal 0,7 betreft, danwel om maatwerk te voeren en een passende norm af te spreken, de provincie stemt dit graag samen met de gemeente af. c. De provincie verzoekt om, in het kader van de regionale behoefte aan woningen en de regels uit het provinciale Omgevingsbeleid, geen 1500 woningen bij recht toe te staan maar slechts 750. Daarbij verzoekt men de gemeente om 750 woningen op te nemen in het regionale woningbouwprogramma en het bestemmingsplan past vast te stellen 14/79
nadat Gedeputeerde staten deze woningen in het genoemde woningbouwprogramma hebben aanvaard. d. De kreek in Stougjeswijk is onderdeel van de ecologische verbindingszone (EVZ) Hollands Diep-Oude Maas en behoort tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De provincie ziet het als positief dat deze kreek in het plan verbreed wordt en volgens het beeldkwaliteitskader een natuurlijke inrichting krijgt. De borging van deze zone dient volgens de provincie echter in het bestemmingsplan nader te worden gespecificeerd, waaronder ook specifiek de verkeersbestemming die in de EVZ ligt. Daarbij moeten de regels van de opgenomen vrijwaringszone zodanig worden ingericht, dat de toegestane functies en activiteiten deze kreek niet belemmeren als natuur en daarmee geen significante nadelige effecten hebben op de kenmerken en waarden, kwaliteit en oppervlak van de kreek en de ecologische verbindingszone. In het opgenomen beeldregieplan dient de EVZ daarbij ook nader te worden beschreven, alsmede de inrichtingsuitgangspunten van de kreek. Tenslotte dient geborgd te worden dat gronden van de bestemming ‘Gemengd’ of ‘Wonen’ te allen tijde op een afstand van 5 m of meer vanaf de vrijwaringszone NNN te zijn gesitueerd. Wat betreft de groenbestemming wordt geborgd worden dat deze gronden niet als erf, binnen 5 m van de NNN, mogen worden ingericht of onderdeel hiervan uitmaken.
De provincie graat hier graag het gesprek over aan met de gemeente, om zo gezamenlijk een goede ecologische verbinding te realiseren, passend bij de inrichting van Stougjeswijk. e. De provincie verzoekt om, in het kader van artikel 3 van de regels, de planregels en bijhorende definities zodanig aan te passen zodat geborgd wordt dat er maximaal 2.000 m² BVO detailhandel gerealiseerd kan worden. Ook ziet men graag een regeling om concentratie en bundeling van detailhandelsvoorzieningen te borgen in Stougjeswijk. Tevens verzoekt men in het kader van artikel 5 om ‘ondergeschikte detailhandel’ te definiëren middels een begripsdefinitie om ook te borgen dat het maximale vierkante meters oppervlakte is vastgelegd (max. 200 m²). f.
In het kader van artikel 17 van de planregels verzoekt men expliciet te regelen dat het aantal m² aan detailhandel (max. 2.000 m² toegestaan volgens de provincie) niet vergroot kan worden middels deze regeling. Eveneens verzoekt men om het begrip ‘dienstverlening’ limitatief om te sommen en aan te geven dat detailhandel hieronder niet is begrepen, om zo strijdigheid met artikel 6.13 uit te sluiten.
g. Stougjeswijk is volgens de provincie niet aangemerkt als kantorenlocatie op de kaart 10 in bijlage 2 bij de Omgevingsverordening Zuid-Holland (artikel 6.11 lid 1). De begripsdefinitie in het bestemmingsplan is breder van die in de genoemde verordening, verzoek is om dit aan te passen en in lijn met de verordening te brengen. h. Tenslotte verzoekt men om artikel 17.1 onder c van de planregels duidelijker te formulieren, om zo op voorhand provinciale belangen uit te sluiten en strijdigheden daarmee te voorkomen.
15/79
Reactie college: De gemeente is verheugd om te vernemen dat de provincie in hoofdzaak positief tegenover het planvoornemen staat. Hierna zal op de gedane aandachtspunten worden ingegaan. a. De gemeente snapt de wens van de provincie om deze verkeersverbindingen op voorhand helder en overzichtelijk in een verkeersonderzoek te hebben uitgewerkt. Gezien de flexibiliteit van met name ‘Woongebied-1’ is dit niet overal mogelijk, aangezien dit bestemmingsplan met name een kaderstellend karakter op hoofdlijnen heeft. Dat dit naar akkoord bevonden kaders moet worden aangelegd is echter ook zo geborgd in de anterieure overeenkomst tussen gemeente en de planontwikkelaars. De gemeente heeft naar aanleiding van deze zienswijze echter het gesprek hierover met de provincie aangegaan. Om tegemoet te komen aan deze zienswijze is het verkeersonderzoek aangepast (inhoudelijk wordt op deze plek terugverwezen naar de zienswijzebeantwoording van Rijkswaterstaat, om dubbelingen te voorkomen en deze nota zo compact mogelijk te houden). b. De genoemde parkeernorm zal in de toelichting nader worden gespecificeerd. De wijzigingen worden opgenomen in het overzicht in hoofdstuk 3 van deze nota. c. In de woningbouwprogrammering 2024-2033 Hoeksche Waard zijn voor de ontwikkeling Stougjeswijk alle 2485 woningen opgenomen.
Wij gaan er vanuit dat met het door Gedeputeerde Staten genomen besluit, de regionale woningbouwprogrammering met inbegrip van de 2485 woningen voor Stougjeswijk voor de Hoeksche Waard is vaststelt en aanvaard. Naar aanleiding van de zienswijze is er ook overleg met de provincie geweest. Hieruit is gebleken dat door de opname en aanvaarding van het volledige programma ook de dubbelbestemming ‘Wetgevingszone – woningbouwprogrammering’ met daarin het tijdelijke bouwverbod, geen toegevoegde waarde meer had. Dit artikel is dan ook uit de bestemmingsplanregeling gehaald. d. De doelstelling van deze ‘Natuur’-zone is (weliswaar beknopt) verantwoord in de toelichting van het bestemmingsplan. Deze gronden zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de aldaar voorkomende en/of potentiële ecologische en landschappelijke waarden als ook de instandhouding van de geomorfologische, de bodemkundige en hydrologische kenmerken. Daarnaast zijn deze gronden bedoeld voor de ontwikkeling en versterking van de ecologische structuur en voor waterhuishouding en waterberging in de vorm van waterverbindingen en waterpartijen. De tekstuele suggesties van de provincie zullen worden overgenomen, en de regels zodanig worden ingericht.
De gemeente kan instemmen met de constatering van de provincie dat expliciete nadere toelichting op de natuurdoelen uit is gebleven aan de toetsing van het planvoornemen aan het provinciale beleid. Dit zal worden hersteld en in de toelichting en/of het beeldkwaliteitsplan worden aangevuld. Tevens zal in de toelichting van het bestemmingsplan onder de paragraaf ‘provinciale beleid’ nader worden ingegaan op het belang van de EVZ’s als verbinding tussen de diverse natuurgebieden, als landschapselement en voor de biodiversiteit. Tenslotte is daadwerkelijk sprake van een natuurverbetering. Immers zijn deze gronden thans nog grotendeels agrarisch of bedrijfsmatig in gebruik en wordt dit in de toekomst ook daadwerkelijk als ecologische verbindingszone ingericht als natuur en als zodanig ook planologisch bestemd. Hiermee wordt voldaan aan de eis zoals opgenomen in de Omgevingsverordening van de 16/79
provincie, namelijk dat de toelichting een verantwoording moet bevatten over de kwaliteit en kwantiteit van de natuurdoelen. De natuurdoelen en de natuurambities zullen in het bestemmingsplan worden geborgd, de regels van de desbetreffende aanduiding en bestemming zullen hierop worden aangepast, dit om te voorkomen dat de toegestane functies een significant negatief effect zullen hebben op de natuurdoelen. Hiermee wordt de ecologische verbindingszone adequaat juridisch planologisch beschermd. Deze groene corridor door het plangebied heen is het domein van flora en fauna, waarbij een deel van deze zone wordt beschouwd als niet bebouwd en niet openbaar gebied. Op de plekken waar de woningen op minimale afstand van deze bestemming zijn gelegen, dan zal de inrichting van deze zone ervoor zorgen dat er voldoende beschermende werking optreedt. Dit zal bij de planrealisatie middels bebording en fysieke afscheidingen worden aangegeven. De genoemde minimale afstand van 5 m zal worden overgenomen in de plankaart en in de planuitwerkingen. Artikel 3 van de regels zal zodanig worden aangepast dat de planregels en bijhorende definities borgen dat er maximaal 2.000 m² BVO detailhandel (incl. supermarkt) gerealiseerd kan worden. Gelet op de uitkomsten van het dpo wordt er maximaal 1750 m2 BVO mogelijk gemaakt voor een supermarkt.
Naar aanleiding van gesprekken met de provincie over de zienswijze wordt het maximum aan commerciële voorzieningen vastgelegd op 3000 m2 BVO. Ook zal een regeling om concentratie en bundeling van detailhandelsvoorzieningen te borgen in Stougjeswijk worden opgenomen. Tevens zal artikel 5 worden aangepast om ‘ondergeschikte detailhandel’ te definiëren middels een begripsdefinitie om zo ook te borgen dat het maximale vierkante meters oppervlakte is vastgelegd. e. Eveneens zal artikel 17 van de planregels expliciet gaan regelen dat het aantal m² aan detailhandel (max. 2.000 m² toegestaan volgens de provincie) niet vergroot kan worden middels deze regeling. Tenslotte wordt het begrip ‘dienstverlening’ zodanig ingericht dat duidelijk is dat detailhandel hieronder niet is begrepen, om zo strijdigheid met artikel 6.13 uit te sluiten. f.
De begripsdefinitie in het bestemmingsplan inzake kantoren zal worden aangepast in lijn met de verordening.
g. Tenslotte zal om artikel 17.1 onder c, hetgeen een bevoegdheid van het College van B&W is en niet van de provincie, worden aangevuld dat er geen sprake mag zijn van strijdigheid met provinciale belangen.
Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Deze zienswijze leidt tot aanpassingen aan de toelichting, de onderzoeken omtrent inpassing van het geheel (bijlage 1) omtrent verkeer (bijlage 2), de plankaart en de regels. 17/79
De zienswijze van de provincie Zuid-Holland leidt tot aanpassingen met betrekking tot de ruimtelijke kwaliteit, de ecologische verbindingszone, de woningbouwprogrammering en detailhandel. Er zal een nadere motivering in de toelichting worden opgenomen. De regels worden beperkt of de tekstuele voorstellen en aanpassingen worden overgenomen. Ook wordt de verbeelding in lijn gebracht met de aanpassingen. In hoofdstuk 3 van deze nota worden alle wijzigingen opgenomen.
18/79
2.2.6 Samenvatting en reactie op zienswijze van Protestantse Gemeente te Mijnsheerenland, de Greupkerk Het ontwerpbestemmingsplan heeft bij reclamant, welke een kerkgebouw in eigendom heeft, geleid tot vragen. Allereerst maakt reclamant zich zorgen over de bereikbaarheid en parkeergelegenheid. In de zienswijze wordt hier tot op detail in gegaan, concreet vraagt reclamant echter om een duidelijkere invulling van de wijze waarop desbetreffend perceel wordt ontsloten in de toekomstige situatie. Een andere aspect is parkeerruimte. De kerkbezoekers betreffen zowel lokale bezoekers alsmede bezoekers uit ander omliggende plaatsen. Ook zijn er rouw- en trouwdiensten. Momenteel wordt deze parkeerbehoefte in en rondom het gebied van de kerk opgelost, als gevolg van ‘Stougjeswijk’ kan dat echter niet meer op deze manier. Concreet vraagt reclamant daarom om een duidelijke invulling van de wijze waarop kerkbezoekers in de toekomst kunnen parkeren in de nabijheid van de kerk, zodanig dat deze plaatsen voor de kerkgangers te allen tijde beschikbaar zijn en niet in gebruik zijn voor de woningen in het plangebied Stougjeswijk. Verder maakt reclamant zich zorgen omtrent de gevolgen van de toename aan verkeersbewegingen in de vorm van geluidsoverlast. Men vraagt zich af of er maatregelen genomen worden om deze overlast voor de kerk te beperken.
In samenhang hiermee vraagt men zich eveneens af of het gegarandeerd is dat de R-Net wordt gerealiseerd. Tenslotte spreekt reclamant de hoop uit dat de nieuwe woonwijk in eerste instantie een wijk wordt voor de eigen Hoeksche-Waardse woningzoekenden, om zo lokale verbondenheid van mensen en potentieel voor verenigingen en kerken te waarborgen.
Reactie college: Bereikbaarheid en parkeergelegenheid: De gemeente begrijpt de zorgen over de bereikbaarheid en parkeergelegenheid bij het kerkgebouw. Men vraagt om een duidelijkere invulling van de wijze waarop het perceel wordt ontsloten en hoe kerkbezoekers in de toekomst kunnen parkeren in de nabijheid van de kerk, rekening houdend met de ontwikkelingen in het plangebied Stougjeswijk. Naar aanleiding van deze ingediende zienswijze zijn heeft overleg plaatsgevonden met deze indiener. Daarbij zijn concrete afspraken gemaakt, zodanig inhoudende dat de ontwikkelaars tegemoet zijn gekomen aan de wensen van de kerk voor de bereikbaarheid en parkeergelegenheid rondom het kerkgebouw. De ontwikkelaars hebben hierover nadere afspraken en toezeggingen aan de indiener gedaan. Door de wijziging van de ontsluiting van het zuidelijk deel van het plangebied zal de huidige rotonde direct naast de Greupkerk worden opgeheven en omgezet in een T-splitsing rechstaf in / rechtsaf uit. Deze nieuwe verkeersituatie betekend dat het wegprofiel ter plaatse van de kerk versmalt wordt en er meer ruimte tussen kerk en weg zal ontstaan. De bereikbaarheid van de kerk per fiets vanuit het zuiden zal veiliger en makkelijker worden door de aanleg van de nieuwe fietstunnel onder de Stougjesdijk door.
Ontwikkelaars hebben aan de indiener de toezegging gedaan om bij de nadere uitwerking van het plan de indiener te betrekken op een tweetal punten:
19/79
-
Onderzoek van de mogelijkheid tot creëren van een wandelverbinding vanuit de nieuwe wijk naar de kerk - Onderzoeken van de mogelijkheid tot creëren van parkeren in een nader te bepalen verharding ter plaatse van de afrit van de dijk (waar momenteel door de kerkgangers wordt geparkeerd. Dit kan niet rechtstreeks geborgd worden in het bestemmingsplan omdat het bestemmingsplan hiervoor niet dat detailniveau heeft. Geluidsoverlast en verkeersbewegingen: Uit de zienswijze blijkt tevens de bezorgdheid over mogelijke geluidsoverlast als gevolg van een toename aan verkeersbewegingen. De kerk wordt in het kader van de Wet en het Besluit geluidhinder (opgenomen in de bruidsschat van de Omgevingswet)) niet aangemerkt als geluidgevoelige bestemming. Dit betekent dat ten gevolge van deze ontwikkelingen voor wat betreft de invloed van het plan niet getoetst hoeft te worden aan de eisen zoals gesteld binnen deze wet- en regelgeving. Het uitvoeren van akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting van de wegen op het kerkgebouw is dan ook niet verplicht. Akoestisch onderzoek met betrekking tot geluidhinder is daarom niet nodig en het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
De ontwikkelaars zullen in het verdere proces echter in overleg met de indiener zorgvuldig kijken naar mogelijke maatregelen om eventuele ervaarde overlast te beperken en zo het religieuze gebruik te waarborgen. Wat betreft de realisatie van R-Net, deze ontwikkeling is als zodanig bestemd en meegenomen in deze planvormingen. De zorgen van reclamant worden begrepen door de gemeente, maar vooralsnog zijn er geen redenen om aan te nemen dat de R-Net niet gerealiseerd zou worden, aangezien deze ook is meegenomen in het mobiliteitsbeleid van de gemeente Hoeksche Waard. Woonwijk en lokale verbondenheid: De opmerkingen omtrent de nieuwe woonwijk en het behoud van lokale verbondenheid zijn zeer waardevol, en worden onderstreept door zowel de gemeente als ook de ontwikkelaars. Zie in dit kader ook de eerder genoemde toezegging van de ontwikkelaars om samen met indiener de fysieke verbinding tussen wijk en kerk te onderzoeken.
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
20/79
2.2.7 Samenvatting en reactie op zienswijze van RED Vastgoed Indiener heeft namens cliënte een zienswijze ingediend op zowel het ontwerpbestemmingsplan als het ontwerpexploitatieplan. Inleiding - Indiener geeft een opsomming van de ontwikkeling met de constatering dat de samenwerkende marktpartijen een groot deel van de gronden in het gebied in eigendom hebben. - Indiener geeft aan dat cliënte een bedrijf heeft waarvan de hoofdvestiging/kantoor gevestigd is op een bedrijventerrein niet ver van het plangebied. Op de bedrijfslocatie in het plangebied is een bedrijfs- en opslaglocatie van het bedrijf gevestigd. - Deze locatie heeft een bedrijfsbestemming en is bestemd voor bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 1 en 2, en bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 3 die naar aard, omvang en hinderuitstraling gelijk te stellen zijn met bedrijfsactiviteiten in categorie 2. Ontwerpbestemmingsplan - In het ontwerpbestemmingsplan heeft de locatie de bestemming ‘wonen’ gekregen en worden de bedrijfsactiviteiten wegbestemd. Er is geen rekening gehouden met de belangen van cliënte. - In het ontwerpexploitatieplan is aangegeven dat er onzekerheid is over het verkrijgen van de locatie door de samenwerkende marktpartijen. De marktpartijen hebben cliënte benaderd, maar de onderhandelingen zijn gestaakt. Cliënte zal op de locatie haar bedrijfsactiviteiten blijven uitoefenen.
Uit vaste jurisprudentie volgt dat legaal bestaand gebruik uit een oogpunt van rechtszekerheid in beginsel als zodanig in het bestemmingsplan moet worden bestemd. Indien nieuwe planologische inzichten daartoe aanleiding geven en het belang bij de beoogde nieuwe bestemming zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangen, kan uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening daarvan worden afgezien. In dat geval moet wel aannemelijk worden gemaakt dat het gebruik op termijn binnen planperiode zal worden beëindigd. - In het (ontwerp)bestemmingsplan wordt met de aangehaalde onderzoeken (woningmarktanalyse 2019 en Sprinco 2021) niet de behoefte aan 2485 woningen onderbouwd. Beide onderzoeken geven een lagere behoefte. - In het (ontwerp)bestemmingsplan is ook een bouwverbod opgenomen voor 985 woningen, welke opgeheven wordt na opname in het provinciale woningbouwprogramma. Dit laat zien dat de behoefte niet aangetoond is. - Door het bouwverbod zijn niet alle woningen planologisch mogelijk. Daardoor wordt niet voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Het is daarom nog niet zeker of voor alle woningen extra woningbouwprogramma zal worden toegekend. - Het is niet onderbouwd waarom de belangen van de marktpartijen boven het belang van cliënte zou moeten gaan. Zowel in de toelichting als in het (ontwerp)exploitatieplan is geen aandacht besteed het belang van cliënte.
Daarnaast is er ook geen overleg geweest tussen gemeente en cliente. Uit het (ontwerp)exploitatieplan blijkt ook dat er geen gelden gereserveerd zijn voor onteigening of minnelijke verwerving. 21/79
-
-
-
Binnen de regio is ook geen alternatieve locatie beschikbaar voor het bedrijf. Verplaatsing brengt bovendien onaanvaardbare hoge financiële lasten met zich me. Verplaatsing is dan ook niet mogelijk. Indiener geeft aan dat het onvoldoende aannemelijk is dat de bedrijfsactiviteiten binnen de planperiode zullen worden verplaatst. Hier had rekening mee gehouden moeten worden in het ontwerpbestemmingsplan en ontwerpexploitatieplan. Doordat de belangen niet op een evenwichtige wijze zijn gewogen, is het bestemmingsplan in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Indiener verzoekt namens cliente om de geldende bedrijfsbestemming weer op te nemen en de bedrijfsactiviteiten positief te bestemmen.
Richtafstand VNG-brochure - De locatie zal in het plan worden omringd door woningen, zonder enige beperking. Indiener geeft aan dat gevreesd wordt voor overlast door geluid, geur, trilling, licht en/of stof. Hier is geen onderzoek naar gedaan. Gelet hierop wordt verzocht om de VNGrichtafstand van 30 meter tussen de grens van het perceel en toekomstige bebouwing en bijbehorende tuinen aan te houden. Ter voorkoming van overlast voor toekomstige bewoners en om te voorkomen dat het bedrijf belemmerd wordt in zijn bedrijfsactiviteiten. Verkeersontsluiting - Indiener geeft aan dat de ontsluiting van het perceel (de Papeweg) in het ontwerpbestemmingsplan een groenbestemming heeft gekregen. Voor het bedrijf van cliente is een ontsluitingsweg voor vrachtwagens en zwaar materieel nodig. Deze past niet in de bestemming in het ontwerpbestemmingsplan. Verzocht wordt om de ontsluiting naar de Stougjesdijk weer als zondanig te bestemmen. - Gebruik van de weg door zowel kinderen als het bedrijfsverkeer levert gevaarlijke situaties op. Indiener geeft aan dat in het ontwerpbestemmingsplan geen rekening is gehouden met de verkeersbewegingen als gevolgd van de bedrijfsactiviteiten. Het bestemmingsplan is hierdoor in strijdt met een goede ruimtelijke ordening.
M.e.r.-beoordeling - In de m.e.r.-beoordeling is ten onrechte geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat de bedrijfsactiviteiten zullen worden voortgezet. Indiener verzoekt om de m.e.r.beoordeling op dit punt aan te vullen. Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) - Op grond van de ZHOV is de locatie aangewezen als een gebied met beschermingscategorie 3. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn alleen toegelaten als de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk blijft. De ontwikkeling past niet binnen de gebiedsidentiteit, waardoor er sprake is van transformeren. Hiervoor moet er sprake zijn van een integraal ontwerp waarbij rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Omdat het nog niet zeker is of alle woningen worden gerealiseerd (bouwverbod), is indiener van mening dat het niet zeker is of het beeldregieplan en inrichtingsplan ook daadwerkelijk zullen worden uitgevoerd.
22/79
-
-
De openheid en het groene karakter van het landschap mogen niet onevenredig worden aangetast. Gelet op de grote hoeveelheid woningen in het plangebied is onvoldoende gemotiveerd dat de openheid en de structuur van het landschap worden betrokken. De vaart langs de Papeweg en een strook aan weerszijden behoren tot het Natuurnetwerk Nederland. Alleen inpassen is toegestaan. Nu er sprake is van transformeren, is niet aan dit beleid voldaan.
Uitvoerbaarheid - Omdat de gronden van cliënte niet in eigendom zijn van de gemeente of van de ontwikkelende partijen, staan de eigendomsverhoudingen aan de uitvoerbaarheid van het plan op de locatie in de weg. - Het is nog niet zeker of voor alle woningen extra woningbouwprogramma zal worden toegekend. Indiener is van mening dat het plan hierdoor niet uitvoerbaar is. Exploitatieplan - Indiener geeft aan dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de wens van cliënte om op de locatie haar bedrijfsactiviteiten voort te zetten. Het exploitatieplan dient hierop aangepast te worden en de locatie dient buiten het kostenverhaal te worden gehouden. - Client is van mening dat de inbrengwaarde zoals opgenomen in het ontwerpexploitatieplan veel te laag is ingeschat, gelet op de bestemming en het gebruik. Ook is er geen rekening gehouden met kosten voor het vrijmaken van de gronden door middel van onteigening. Indien cliënte haar bedrijfsactiviteiten zou moeten verplaatsen, zal zij daardoor aanzienlijke schade lijden. Deze kosten dienen ook te worden gecompenseerd. De door de gemeente aangehouden waarde van de grond is voor cliënte onvoldoende om de kosten voor verplaatsing van het bedrijf te dekken.
- Omdat er geen sprake zal zijn van minnelijke verwerving en ook geen gelden zijn gereserveerd voor onteigening, is het bestemmingsplan voor wat betreft de locatie van cliënte ook financieel niet uitvoerbaar. Schade - Indiener voert aan dat cliënte door de ontwikkeling schade zal lijden; door het beperkt worden in de bedrijfsactiviteiten en de onmogelijkheid om binnen het perceel nog uit te breiden. Cliënte doet op voorhand een beroep op planschade. Conclusie - Indiener concludeert dat het ontwerpbestemmingsplan en ontwerpexploitatieplan niet goed zijn voorbereid en de belangen van cliënte niet zijn betrokken of gemotiveerd. Daarmee voldoet het plan naar mening van indiener niet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. - Verzocht wordt om de zienswijze mee te nemen en het bestemmings- en exploitatieplan zodanig vast te stellen dat rekening gehouden wordt met de bestaande bedrijfsactiviteiten en het eigendom van cliënte. 23/79
Reactie college: Ontwerpbestemmingsplan Met het bestemmingsplan wordt beoogd om de realisatie van een complete, groene, levendige wijk mogelijk te maken. Een uitgangspunt hierbij is het STOMP-principe, waarbij nadrukkelijk ingezet wordt op verplaatsing via Stappen (voetgangers), Trappen (fietsverkeer) en Openbaar vervoer (hoogwaardig Rnet). Bij de belangenafweging voor het plan moeten de belangen van indiener inderdaad meegenomen worden. Volgens vaste jurisprudentie dient bestaand legaal gebruik in het algemeen dienovereenkomstig te worden bestemd. Dit uitgangspunt kan onder meer uitzondering vinden, indien het als zodanig bestemmen van bestaand legaal gebruik op basis van nieuwe inzichten niet langer in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en het belang bij de beoogde nieuwe bestemming zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangen. Met de ontwikkeling van de woonwijk wordt in belangrijke mate tegemoet gekomen aan de grote woningbehoefte zoals deze uit verschillende recente onderzoeken blijkt. Zowel op gemeentelijk niveau als op provinciaal niveau (ladder van duurzame verstedelijking) is afgewogen om de woningbouwontwikkeling in het plangebied te realiseren. Een bedrijfsbestemming zoals die van cliënte, met daarbij behorende verkeersbewegingen, past niet binnen de principes van een woonwijk.
Richtafstand VNG-brochure Gelet op de afweging om de locatie van client mee te nemen in de totale ontwikkeling van de woonwijk, en daarmee de bedrijfsactiviteiten onder het overgangsrecht te brengen, volgt niet de noodzaak om richtafstanden op te nemen in de bestemmingsplanwijziging. In het (ontwerp)exploitatieplan zijn verschillende fases vastgelegd. De directe omgeving van de bedrijfslocatie wordt in dezelfde fase uitgewerkt. Verkeersontsluiting Gelet op de afweging om de locatie van client mee te nemen in de totale ontwikkeling van de woonwijk, en daarmee de bedrijfsactiviteiten onder het overgangsrecht te brengen, volgt niet de noodzaak om vanaf het perceel naar de Stougjeswijk meer mogelijk te maken dan een ‘ondergeschikte weg’ zoals mogelijk is binnen de beoogde bestemming. Daarnaast is de ontsluitingsstructuur ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan aangepast. Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van Rijkswaterstaat, paragraaf 2.2.3 van deze nota. Hierin wordt beschreven hoe de verkeersafwikkeling van de wijk gewijzigd is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. De wijziging geeft zolang het bedrijf (onder het overgangsrecht) activiteiten heeft, de mogelijkheid om rechtstreeks de wijk te verlaten richting de N217.
M.e.r.-beoordeling Gelet op de afweging om de locatie van client mee te nemen in de totale ontwikkeling van de woonwijk, en daarmee de bedrijfsactiviteiten onder het overgangsrecht te brengen, volgt niet de noodzaak om de m.e.r. beoordeling op dit punt aan te vullen. Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) 24/79
In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt uiteengezet hoe het plan in verhouding staat tot de richtpunten uit de verordening. Conclusie hierbij is dat door het huidige gebruik en inrichting van het plangebied, voor de hoofdopzet de inrichting gebaseerd is op de bestaande landschapsstructuur en de reeds gerealiseerde nieuwbouwwijken en dorpsstructuur ten westen van het plangebied. Daarnaast is ook de (provinciale) ladder van duurzame verstedelijking in het omgevingsbeleid van de provincie vastgelegd. Hierin is onder andere vastgelegd dat ontwikkelingen waarbij voorzien wordt dat een locatie van meer dan 3 ha nodig is, gerealiseerd worden op een locatie welke is opgenomen in het Programma ruimte. Het plangebied is opgenomen op de zogenaamde 3 ha-kaart in het Programma ruimte en sluit hiermee dus aan op provinciaal omgevingsbeleid. Uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan legt in principe vast wat er op de gronden mag gebeuren. De eigendomsverhoudingen zijn vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet van doorslaggevende betekenis. Met de ontwikkeling beoogt de gemeente een complete, samenhangende gebiedsontwikkeling te realiseren. Het is nog in basis nog mogelijk dat tot minnelijke verwerving door 1 van de partijen over gegaan kan worden, aangezien initiatiefnemer in de zienswijze ook aangeeft gesprekken te hebben gevoerd over verkoop.
Waarbij ook nog in de zienswijze wordt aangegeven dat de opgenomen waardes aangepast dienen te worden. Er is enkel wel aangegeven dat de onderhandelingen gestaakt zijn. Daarbij is het ook niet uitgesloten dat er binnen de planperiode over gegaan kan worden tot onteigening. Hierdoor is de uitvoerbaarheid op voorhand niet uitgesloten. In de woningbouwprogrammering 2024-2033 Hoeksche Waard zijn voor de ontwikkeling Stougjeswijk alle 2485 woningen opgenomen. Wij gaan er vanuit dat met het door Gedeputeerde Staten genomen besluit, de regionale woningbouwprogrammering met inbegrip van de 2485 woningen voor Stougjeswijk voor de Hoeksche Waard is vaststelt en aanvaard. Daarmee is het voor het totale aantal woningen zeker dat deze opgenomen zijn. Het artikel met daarin een tijdelijk bouwverbod is na overleg met provincie Zuid-Holland ook uit het bestemmingsplan gehaald. Exploitatieplan Er wordt in het kader van het bestemmingsplan afgewogen of de huidige activiteiten passen in de beoogde ontwikkeling en of de beoogde ontwikkeling zwaarder weegt dan de belangen van cliënte. Dit dient terug te komen in de toelichting van het bestemmingplan. Zoals eerder aangegeven is zowel minnelijke verwerving als onteigening binnen de planperiode niet op voorhand uitgesloten. 25/79
Belanghebbende stelt dat bij de raming van de inbrengwaarde ten onrechte niet is uitgegaan van de onteigeningsschadeloosstelling, maar van de werkelijke waarde. Volgens belanghebbende moet de inbrengwaarde daarom worden geraamd op basis van onteigeningsschadeloosstelling. Op grond van artikel 6.13, vijfde lid, Wro geldt als hoofdregel dat – indien geen sprake is van onteigening – de inbrengwaarde van gronden wordt vastgesteld met overeenkomstige toepassing van de artikelen 40b t/m 40f van de Onteigeningswet (Ow), oftewel de werkelijke waarde. Slechts indien en voor zover (i) gronden reeds zijn onteigend, (ii) een onteigeningsbesluit is genomen, of (iii) aannemelijk is dat gronden op onteigeningsbasis zijn of worden verworven, is de inbrengwaarde gelijk aan de onteigeningsschadeloosstelling. In dit kader kan gewezen worden op ABRvS 8 februari 2023, CLI:NL:RVS:2023:494. Daarin werd – onder verwijzing naar eerdere jurisprudentie – overwogen dat, tenzij reeds is onteigend, alleen indien aannemelijk is dat onteigend zal worden dan wel op onteigeningsbasis wordt verworven, de inbrengwaarde niet naar werkelijke waarde (art. 40b– 40f OW) wordt vastgesteld, maar gelijk is aan de onteigeningsschadeloosstelling. De overweging in de plantoelichting dat onteigening niet is uitgesloten is hiervoor onvoldoende.
Dit sluit ook aan bij de Parlementaire Geschiedenis (PG) op de Wro (Kamerstukken II 2005/06, 30 218, nr. 7, p. 5-6). Daarin staat het volgende: “Deze bepaling zet niet de weg open voor een gemeente om alle percelen tegen onteigeningswaarde te verwerven en in te brengen. Dat zou een ongewenst prijsopdrijvend effect hebben, waarvan de kosten gedeeltelijk worden afgewenteld op andere eigenaren in het exploitatiegebied. Gemeenten dienen zich te realiseren dat inbreng tegen onteigeningswaarde zonder dat sprake is van een onteigeningsbesluit of onteigening alleen acceptabel is wanneer de verwerving tegen deze waarde noodzakelijk en urgent is.” Toepassing op het onderhavige plan In dit dossier is ten tijde van de vaststelling van het exploitatieplan: niet reeds onteigend, of een onteigeningsbesluit genomen; sprake was van minnelijke verwerving op onteigeningsbasis (waarbij verwerving op die basis noodzakelijk en urgent is); of anderszins aannemelijk was dat op onteigeningsbasis zou worden verworven. Dat in de plan- of toelichtingsteksten staat vermeld dat het instrument onteigening niet op voorhand wordt uitgesloten, maakt dit niet anders (zie de voormelde uitspraak van de ABRvS) Daarmee is terecht de werkelijke waarde (art. 40b–40f OW) als inbrengwaarde geraamd. Overigens dwingt art. 6.13 Wro niet tot één specifieke taxatiemethode; een door een onafhankelijke deskundige 26/79
zorgvuldig tot stand gekomen taxatie naar werkelijke waarde vormt in beginsel een deugdelijke grondslag. Schade Een verzoek om tegemoetkoming in planschade wordt niet behandeld bij de vaststelling van het bestemmingsplan.
Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan en het exploitatieplan. De toelichting van het bestemmingsplan zal aangevuld worden met een onderbouwing over het onder het overgangsrecht brengen van de bedrijfsactiviteiten. Verder zal de toelichting worden aangepast met de gewijzigde ontsluitingsstructuur. Zie hiervoor paragraaf 2.2.3 van deze nota. In het exploitatieplan is bijlage 10 aangepast.
27/79
2.2.8 Samenvatting en reactie op zienswijze van Lidl Nederland Hieronder is een beknopte maar inhoudelijk samenvatting van de zienswijze van Lidl op het ontwerpbestemmingsplan Stougjeswijk weergegeven. Belangrijkste bezwaren: 1. Onvoldoende begrenzing van supermarktmeters: o Het bestemmingsplan maakt detailhandel (waaronder een supermarkt) mogelijk op gronden met de bestemming Gemengd, maar zonder heldere begrenzing in de planregels. o De term “commerciële voorzieningen” is niet gedefinieerd, wat juridische onduidelijkheid creëert. 2. Ontbrekende onderbouwing van behoefte (ladder duurzame verstedelijking): o Het plan bevat geen onderbouwing van de behoefte aan een supermarkt, wat strijdig is met artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). o De algemene verwijzing naar de Detailhandelsvisie Hoeksche Waard is onvoldoende, mede omdat daar geen concreet onderzoek aan ten grondslag ligt. 3. Geen toetsing aan Omgevingsverordening Zuid-Holland: o Artikel 6.13 van de Omgevingsverordening vereist een onderbouwing van effecten op leefklimaat en leegstand, die in dit plan ontbreekt. o Mogelijk is ook advies van de provinciale adviescommissie detailhandel vereist. Lidl verzoekt om het bestemmingsplan op deze punten aan te passen vóór vaststelling.