CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 RES 1.0 regio Hoeksche Waard

Besluitvormende raad 15 juni 2021, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Regionale energie strategie (RES) regio HW, inclusief Regionale Structuur Warmte (RSW)20.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.5.2 Knelpunten in het netwerk

Door de energietransitie kunnen knelpunten ontstaan op de stations. Stedin werkt hard om deze knelpunten te voorkomen. Op basis van de informatie uit deze RES 1.0 worden er voor de stations Oud-Beijerland en Klaaswaal geen onoplosbare knelpunten verwacht. Bij station ’s-Gravendeel ontstaat er

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

naar verwachting een knelpunt vanwege de voorziene opwek (met name zon-op-dak). Stedin verwacht dat dit knelpunt wel oplosbaar is vóór 2030, omdat er naar verwachting slechts sprake is van kortdurende kabeloverbelasting. Er zijn geen nieuwe stations nodig en ook geen andere grote maatregelen. Vooralsnog volstaat monitoring door Stedin. Op het niveau van lagere netvlakken zijn wel maatregelen nodig, zoals vervanging en uitbreiding van kabels. Ook moeten er transformatoren worden geplaatst in de openbare ruimte. De geschatte kosten hiervoor bedragen 12-19 miljoen euro. Er is circa 170-590 m2 additionele ruimte nodig.

4.5.3 Aanbevelingen/aandachtspunten

De elektriciteits- en gasnetten zijn door de energietransitie ingrijpend aan het veranderen. Om alle ontwikkelingen als gevolg van de energietransitie te faciliteren en betaalbaar te houden, is

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

het noodzakelijk om naar het totale energiesysteem te kijken. Door de systeemefficiëntie te verbeteren, wordt de gemiddelde benutting van het net verbeterd en wordt de betaalbaarheid van de energietransitie vergroot. Er zijn verschillende factoren waarmee bijgedragen kan worden aan systeemefficiëntie. De RES-regio heeft ambitie om nog meer zon-op-dak te reali­ seren. Op zonnige dagen kan dit tot pieken aan de aanbodzijde leiden. Op station ‘s-Gravendeel kan hierdoor een knelpunt optreden. Om een beter beeld te krijgen van dit mogelijke knelpunt is verdieping van de daadwerkelijke haalbare potentie voor zon-op-dak in het voedingsgebied van station ’s-Gravendeel wenselijk, met extra aandacht voor het bedrijventerrein. Gezien het grote aandeel van grootschalig zon-op-dak adviseert Stedin om de haalbaarheid hiervan nader te onderzoeken en instrumenten te ontwikkelen om de planbaarheid en stuurbaarheid van deze opgave te vergroten.

25

 able-pooling: het benutten van 1 kabel C voor zowel zonne- als windenergie. 11 Curtailment: balanceren van aanbod en vraag om overbelasting van het net te voorkomen. 10

Onderwerp

26

Ook op lagere netvlakken (MS/LS) treden knelpunten op van­ wege de ambitie van meer zon-op-dak. Verschuiving van de verhouding tussen zon-op-dak en zon-op-land/wind-op-land kan het aantal knelpunten op lagere netvlakken verminderen.

houden met benodigde ruimte voor energie-infrastructuur in vergunningstrajecten is essentieel voor tijdige realisatie van de ambitie. De RES-regio heeft daarmee zelf grote invloed op de benodigde doorlooptijd van netuitbreidingen.

De daadwerkelijk benodigde werkzaamheden op deze lagere netvlakken zijn sterk afhankelijk van de exacte locaties en vermogens van zon-op-dak. Beter inzicht hierin is wenselijk om tijdig de juiste knelpunten aan te kunnen pakken.

De energie-infrastructuur is gebaat bij balans tussen aanbod en vraag. Het is wenselijk om de komende jaren een integraal plan op te stellen voor ontwikkeling van de energievraag, zodat aanbod en vraag beter in balans komen. In dit plan moeten ook andere transities/thema’s, zoals de warmte- en mobiliteits­ transitie en de industrie een plek krijgen.

Het uitbreiding en verzwaren van het net kost tijd. Er is grote afhankelijkheid tussen projecten en de doorlooptijd is onder andere afhankelijk van de beschikbare uitvoeringscapaciteit. Stedin kan niet alle benodigde werkzaamheden gelijktijdig uitvoeren. Gezamenlijke uitwerking van de fasering van de RES-projecten en bijbehorende netinvesteringen in een uitvoeringsprogramma is noodzakelijk om de ambitie van de realiseren. Planprocedures vormen een belangrijk onderdeel van de doorlooptijd en hebben grote invloed op de onzekerheid. Verankeren van de plannen in omgevingsbeleid en rekening

Oordeel Stedin

De huidige benutting van de netten in RES-regio Hoeksche Waard loopt tegen de grenzen aan met het RES 1.0 bod. Het is goed om te realiseren dat ontwikkelingen grote gevolgen kunnen hebben voor maatschappelijke kosten, ruimte en doorlooptijden. In de RES-regio zijn er mogelijkheden om door middel van zogenaamde ‘cable-pooling’ grootschalig zon op land en wind te combineren. Hiermee kunnen significante besparingen in maatschappelijke kosten, ruimte en tijd gerealiseerd worden.

Toelichting

Zon/wind-verhouding 50-50 Redelijk goed voor opwek

Om de capaciteit van de stations en verbindingen goed te benutten, is een 50-50 verhouding tussen grootschalig zon/wind in opgesteld vermogen het streven. De opgave van de RES-regio bevat 47% zon (99,8 MW) en 53% wind (111 MW).

Benutting van het bestaande net

Goed

Door de opgave RES 1.0 en samen met bestaande opwek, worden met name de stations ‘s-Gravendeel en Oud-Beijerland belast. Station Klaaswaal heeft nog additionele capaciteit beschikbaar. De benutting van het net loopt met deze plannen tegen de grenzen.

Clustering

Goed

Het clusteren van opwek geeft voordelen als efficiëntere benutting, lagere maatschappelijke kosten. Daarnaast kan het ruimtelijke voordelig zijn en zorgen voor meer maatschappelijk draagvlak. In de opgave RES 1.0 wordt goed rekening gehouden met clustering van projecten van betreft de voorziene zon en wind projecten op land. Aanvullend wordt additionele grootschalige zon-op-dak geconcentreerd bij de 3 MS stations.

Vraag en aanbod lokaal matchen

Aandacht is vereist

Om het transport van energie te beperken is het slim om energie op te wekken dichtbij de locatie waar het gebruikt gaat worden, of daar waar er veel wordt opgewekt nieuwe afname te plaatsen. Uit de opgave RES 1.0 blijkt dat het aanbod sterk groeit, maar de vraag achterblijft. Het is van belang dat deze balans wordt verbeterd, bijvoorbeeld door middel van vraaggestuurde afname (slimladen elektrische voertuigen (EV’s), flexibele marktpartijen) of grote afnemers.

Overig: cable-pooling10, curtailment11, etc.

Verbetering mogelijk

De opgave van de RES-regio biedt kansen voor het significant reduceren van maatschappelijke kosten, tijd en ruimte door het combineren van grootschalige opwek wind en zon op 1 locatie door middel van ‘cable pooling’.

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

4.6 Specifieke aspecten die mogelijk relevant zijn in de Hoeksche Waard

De Hoeksche Waard wordt van noord naar zuid doorkruist door de buisleidingenstraat (zie figuur 9). Dit is een strook grond van ongeveer 100 meter breed die al sinds begin jaren ‘70 is gemaakt en ingericht voor het aanleggen van buisleidingen en kabels. Juist omdat in de energietransitie een goed netwerk van

buisleidingen en kabels een belangrijke rol inneemt - denk aan transport van warmte, waterstof, CO2 en elektriciteit - is het goed om ons in de energiestrategie bewust te zijn van de aanwezigheid van deze buisleidingenstraat. Heel concrete raakvlakken zijn er nu nog niet, maar de buisleidingenstraat zou bijvoorbeeld een perfecte ruggengraat kunnen zijn in het netwerk van opslaan, transport, aanbod en vraag van de producten die in de energietransitie zo belangrijk zijn. In de buisleidingenstraat is nog volop ruimte voor nieuwe buis­ leidingen en kabels en de buisleidingenstraat wordt beheerd door LSNed. Gemeente Hoeksche Waard is in gesprek met LSNed om te kijken of de buisleidingstraat kansen biedt voor de energie­ transitie in de Hoeksche Waard.

4.7 Knelpunten en randvoorwaarden voor realisatie nieuwe initiatieven - Wat er nodig is

Realisatie van nieuwe initiatieven voor grootschalige opwek van duurzame elektriciteit in de Hoeksche Waard wordt op enkele punten/thema’s belemmerd. Om de potentie die er is te benutten en te versnellen is het noodzakelijk om deze belemme­ringen weg te nemen. Voor zon op grote daken geldt allereerst dat daken qua construc­tie geschikt moeten zijn om zonnepanelen te kunnen dragen. Ook moet het dak geschikt zijn qua oriëntatie richting de zon en niet/nauwelijks in de schaduw liggen. Bij (Rijks) monumenten en/of beschermde dorpsgezichten gelden specifieke beperkingen. Daarnaast blijken in de praktijk de volgende drempels.

Figuur 9: Buisleidingenstraat door de Hoeksche Waard (Wikipedia)

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

1. Niet beschikken over juiste aansluiting op het elektriciteitsnet, dan wel te ver van het net afliggen; 2. Sentimenten als: ‘gedoe op mijn terrein’, ‘wat word ik er beter van?’ en ‘teveel moeite voor te weinig resultaat’; 3. Eigenaren zien op tegen het vestigen van recht van opstal, omdat ze zich afvragen wat dat met name doet bij de verkoop van hun pand;

27

4. Een groot deel van de agrariërs (circa 1/3) pacht de agrarische bedrijfspanden en bedrijfswoningen, en heeft dus geen zeggenschap over de verduurzaming ervan; 5. De verzekeringspremie stijgt, omdat er een zonnestroom­ installatie op het dak ligt (met name brandgevaar); 6. Zorgen over continuïteit van de bedrijfsvoering als er wat met de installatie gebeurt; 7. Problemen met de hypotheekverstrekker, omdat er een recht van opstal op het pand gevestigd wordt; 8. Lokaal, dan wel provinciaal beleid, maakt combinaties van zon en wind op agrarische bebouwing en erven lastig.

28

Binnen RES-regio Hoeksche Waard vinden op dit moment gesprekken plaats over deze belemmeringen en hoe deze kunnen worden weggenomen.

Ontwikkelingen bij de Rijksoverheid

Sommige randvoorwaarden kunnen niet door de RES-regio zelf worden ingevuld. Daarvoor is inzet nodig op nationaal niveau. RES-regio Hoeksche Waard, maar ook andere RES-regio’s, hebben in hun concept-RES de Rijksoverheid opgeroepen zich daarvoor in te zetten.

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

Vanuit het NPRES is er een 4-tal werkgroepen in het leven geroepen die begin februari 2021 advies hebben uitgebracht over kansen en knelpunten op 4 thema’s12: • • • •

Energie, natuur en landschap; SDE en maatschappelijke kosten; Zon op dak; Netimpact (systeemefficiëntie).

Het opdrachtgevend beraad van het NPRES, bestaand uit verschillende ministeries en de koepels, besluit over eventuele vervolgstappen. Specifiek voor de agrarische bedrijven in de Hoeksche Waard geldt dat deze over het algemeen vrij ver van elkaar liggen. Hierdoor zijn de kosten voor netaansluiting gemiddeld hoger dan elders in het land. De business-case voor een zon-op-dakproject op agrarische daken is daarom niet makkelijk rond te krijgen. Het combineren van zon-op-dak met één of meer boerenmolens (as-hoogte 25-35 meter) op het erf, kan dit probleem mogelijk helpen opheffen.

Ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit

Eén van de belangrijkste redenen waarom de geïnventariseerde bestemmingen13 als minst-gevoelig zijn geclassificeerd is, omdat de ruimtelijke impact van duurzame energie opwek op deze plekken minimaal is. Zeker in vergelijking met wind en zon op land. Aspecten als landschappelijk ontwerp en de positieve of negatieve effecten op biodiversiteit en het lokaal eigendom moeten nog nader worden onderzocht in vervolgfasen richting RES 1.0 en/of bij de behandeling van individuele projectaanvragen. In het kader van het op te stellen uitvoeringsprogramma ‘Hoeksche Waard richting energieneutraal’ wordt daar verder naar gekeken, wanneer blijkt dat zon-op-land-projecten nodig zijn.

Draagvlak en participatie

De minst-gevoelige bestemmingen14 zijn locaties die, gedurende het gezamenlijke zoekproces in Hoeksche Waard, op meer draagvlak lijken te kunnen rekenen voor de toepassing van

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

duurzame energie dan bijvoorbeeld landbouwgronden. Het gaat bij deze minst-gevoelige locaties met name om inpassing van zonnepanelen. De aanname is dat voor dit soort oplossingen breed draagvlak bestaat binnen de samenleving.

12

 oelichting besluit over adviezen T - Regionale Energiestrategie (regio­nale-energiestrategie.nl)

13

Zon-op-grote-daken, parkeerplaatsen, uitgeefbaar terrein op bedrijventerreinen, restruimte langs Rijkswegen en provinciale wegen.

14

Zon-op-grote-daken, parkeerplaatsen, uitgeefbaar terrein op bedrijventerreinen, restruimte langs Rijkswegen en provinciale wegen.

Omdat het veelal om kleinschalige projecten gaat, lenen de minst-gevoelige locaties zich in theorie goed om collectief/ coöperatief te worden ontwikkeld door lokale partijen en de lokale samenleving met tenminste 50% lokaal eigendom. Uit de praktijk blijkt dat een dergelijke insteek, mits goed georganiseerd, ook kan bijdragen aan acceptatie voor projecten onder inwoners. RES-regio Hoeksche Waard is, in het kader van het uitvoeringsprogramma ‘ Hoeksche Waard richting energieneutraal’, in gesprek met de samenleving over deze redeneerlijn. Uiteraard geldt dat ook in het ontwerp en de ontwikkeling van nieuwe initiatieven een zorgvuldig proces met de samenleving een pré is. Met name van zon-op-dak-projecten zijn voorbeelden waarbij vooral via de postcoderoosregeling lokale energiecoöperaties met eigen inwoners aan de slag zijn. In de Hoeksche Waard is 1 voorbeeld hiervan uitgevoerd, te weten aan het Vierwiekenplein in Oud-Beijerland op een pand van HW Wonen. Voor de RES 1.0 van de RES-regio Hoeksche Waard hebben verschillende stakeholders (LTO Noord (afdeling Hoeksche Waard), HWDuurzaam, Hoekschewaards Landschap, Onder­ nemersvereniging Hoeksche Waard en de Stichting tot Behoud van de Hoeksche Waard als Polderlandschap) op dit moment hun praktijkervaringen en expertise over (inwoner)participatie ingebracht.

29

Hoofdstuk 5 - De Regionale Structuur Warmte 2030 van regio Hoeksche Waard De Regionale Structuur Warmte (hierna: RSW) is als separaat document bij deze RES 1.0 opgenomen. De RSW bevat een eerste verkenning van de regionale kansen voor het duurzaam verwarmen van RES-regio Hoeksche Waard. Er is in kaart gebracht waar de warmtevraag in de regio zich bevindt en welk inzicht er al is in de bestaande en potentiële warmtebronnen. De combinatie van de regionale warmtevraag en de regionale beschikbaarheid van warmtebronnen geeft inzicht in de infrastructuur, die passend is voor de regio om over te kunnen stappen naar duurzame warmte. In deze RSW is nog geen verdeling gemaakt in waar in de regio de beschikbare warmtebronnen het beste kunnen worden ingezet. Nader onderzoek is nodig naar de exacte potentie van de warmte­ bronnen en meer is inzicht nodig in de meest geschikte warmte­oplossingen per dorp. Deze inzichten neemt de regio mee in de RSW 1.0 en verder. RES-regio Hoeksche Waard heeft enkele dorpen met voldoende dichtheid voor collectieve infrastructuur. In deze, voornamelijk grotere, dorpen liggen kansen voor collectieve warmteoplossingen. Daarnaast is er in de regio een grote verscheidenheid van warmtebronnen aanwezig. Lokale restwarmte (beperkt), Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO), zonthermie en reststromen van biomassa behoren tot de mogelijkheden.

Ook loopt er een onderzoek naar het verwarmen van nieuw­ bouw­woningen in Strijen vanuit de nabijgelegen rioolwater­ zuiveringsinstallatie. In de regio is potentie voor geothermie aanwezig. Omdat het organiseren van voldoende afzet (aan­ gesloten concentratie van warmtevragers) in de regio niet eenvoudig is, is geothermie echter geen logische toekomstige warmtebron voor de Hoeksche Waard.

30

De gebieden die geschikt zijn voor een collectieve warmte­infrastructuur - zoals een warmtenet - zijn op het oog relatief klein van omvang en liggen verspreid over de regio Hoeksche Waard. Daarnaast zijn er op dit moment geen warmtebronnen aanwezig die meer warmte leveren dan de lokale vraag. Hierdoor is de inschatting dat de rol van regionale warmtenetten beperkt is. Ook is met de kennis van nu, een allocatie/verdeling van (bovengemeentelijke) warmtebronnen niet aannemelijk. Een deel van de woningen en kantoren in de regio worden uiteindelijk verwarmd met individuele oplossingen of met behulp van duurzaam gas. Dit geldt onder andere voor de kleinere dorpen en het buitengebied. Door het deel van de warmtevraag dat straks elektrisch wordt ingevuld, stijgt de regionale vraag naar elektriciteit aanzienlijk. Dit vraagt om extra opwekkingsmogelijkheden voor duurzame elektriciteit, zoals beschreven in deze RES 1.0. RES-regio Hoeksche Waard is samen met de RES-regio Goeree-Overflakkee één van de 2 RES-regio’s in Nederland die bestaat uit slechts één gemeente. Dat zorgt voor een sterke overlap tussen de regionale strategie en de gemeentelijke plannen. Daarom ligt voor de verdere uitvoering van de warmtetransitie de focus vooral op de TVW en (wijk)uitvoerings­ plannen.

Hiernaast zoekt RES-regio Hoeksche Waard actief het gesprek op met omliggende regio’s, gemeenten (Rotterdam, Drechtsteden, Voorne-Putten) en de Leidingenstraat Nederland (LSNED) over ontwikkelingen en kansen, die een eventuele bovenregionale warmte-infrastructuur wel aannemelijk kunnen maken.

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

31

DEEL C - ONDERBOUWING EN PROCES

32

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

Hoofstuk 6 - Hoe de RES 1.0 Hoeksche Waard tot stand is gekomen 6.1 Regionale aanpak grootschalige opwek duurzame elektriciteit

De aanpak van RES-regio Hoeksche Waard is erop gericht aan te sluiten op lokale plannen/ontwikkelingen binnen gemeente Hoeksche Waard. Lokale ontwikkelingen, zoals de TVW en het uitvoeringsprogramma ‘Hoeksche Waard richting energieneutraal’, zijn leidend en de RES volgt. De regio heeft gekozen om, in aansluiting op het landelijke RES-proces, via 2 fases aan de ontwikkeling van een gedragen regionale bijdrage aan de nationale doelen te werken: Fase 1 richtte zich op de ontwikkeling van een concept-RES. Voor 1 juni 2020 heeft de regio een voorlopige concept-RES ingediend bij het NPRES. Deze is kwalitatief beoordeeld door het PBL. Fase 1 was opgebouwd uit 6 stappen: 1. Starten en basis op orde brengen; 2. In afstemming met de samenleving eerste stappen zetten op de inhoud; 3. Ontwikkeling van de inhoud; 4. Opstellen voorlopige concept-RES; 5. Opstellen concept-RES; 6. Besluitvorming concept-RES. Fase 1 eindigde op 1 oktober met het indienen van de concept-RES bij het NPRES.

6.2

Fase 1: richting concept-RES

6.2.1 Starten en basis op orde brengen

In een eerste Meedenkbijeenkomst (startbijeenkomst) hebben we het plan van aanpak en de uitgangspunten voor de RES gepresenteerd aan een grote groep geïnteresseerde raadsleden, inwoners, ondernemers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. In deze presentatie zijn we ingegaan op de landschappelijke kwaliteiten van de Hoeksche Waard, de gebiedsopgaven en de kwalitatieve en kwantitatieve uitgangspunten voor de energietransitie in de Hoeksche Waard.

6.2.2 In afstemming met de samenleving eerste stappen zetten op de inhoud Om een eerste stap te zetten richting de inhoudelijke ontwikkeling van de RES 1.0 is een eerste Schetsbijeenkomst georganiseerd voor een gerichte groep van maatschappelijke organi­ saties, waar geënt op landschapstypen en daarbij horende energiebouwstenen, aan de slag zijn gegaan met inventari­ serend en ontwerpend onderzoek. Het bestaande ruimtelijke voorkeursscenario uit de Ruimtelijke Analyse is herijkt en vanuit energiebouwstenen is de koppeling gelegd met andere majeure gebieds- en maatschappelijke opgaven. Tevens zijn er 3 ruimtelijke scenario’s/denkrichtingen ontwikkeld, welke hieronder zijn weergegeven: Randen en entrees van de Hoeksche Waard

Aan de dorpsranden

Energiepolder

Fase 2 bestaat uit 3 stappen: 1. Doorontwikkeling van de inhoud; 2. Opstellen RES 1.0; 3. Besluitvorming RES 1.0. Fase 2 eindigt op 1 juli 2021 met het indienen van de RES 1.0 bij het NPRES.

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

Figuur 10: Abstracte weergave van ruimtelijke denkrichtingen

33

De uitkomsten van deze eerste schetsbijeenkomst zijn voor­ gelegd aan een brede groep geïnteresseerden in een tweede Meedenkbijeenkomst. Na een toelichting op de denkrichtingen konden de aanwezigen per denkrichting aangeven welke kansen en bedreigingen zij zagen en de werkorganisatie input te geven voor het vervolgtraject richting RES 1.0. Dit heeft geleid tot nuttige inzichten over de meest kansrijke gebieden waar groot­schalige opwek eventueel zou kunnen worden gerealiseerd.

In stap 2 hebben wij een eerste Themabijeenkomst Warmte gehouden waarin, samen met een kleine groep van warmte-­ specialisten, maatschappelijke organisaties en Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, is gekeken naar de warmteconcepten zoals die in een eerder traject waren ontwikkeld. Deze concepten hebben we gevalideerd.

Pas op de plaats!

6.2.3 Ontwikkeling van de inhoud

Na stap 2 bleek dat het tempo en de scope van de RES 1.0 het goede gesprek in de regio in de weg zat. De 2 trajecten: (1) RES en (2) Hoeksche Waard energieneutraal 2040 raakten op een niet-constructieve manier in elkaar verweven. Het maat­ schappelijk en bestuurlijk draagvlak om op de ingezette weg door te gaan met de RES verdween in hoog tempo: een nieuwe aanpak was nodig. Bestuurlijk is besloten tot een nieuwe aanpak waarin onderscheid wordt gemaakt tussen het RES-traject enerzijds en het traject Hoeksche Waard energieneutraal 2040 anderzijds. Besloten is om deze trajecten parallel aan elkaar te laten lopen en in nauwe afstemming met maatschappelijke organisaties de scope voor de RES 1.0 (de regionale bijdrage) vast te stellen. In een parallel spoor gaat de gemeente Hoeksche Waard in gesprek met maatschappelijke organisaties om inzicht te krijgen in hetgeen nodig is om de energieneutraal-doelstelling te realiseren. Hiertoe wordt momenteel het uitvoeringsprogramma ‘Hoeksche Waard richting energie­neutraal’ opgesteld, welke voortvloeit uit het reeds vastgestelde Programmaplan Duurzaamheid. Het ruimtelijk spoor om te komen tot zoekgebieden voor grootschalige opwek van duurzame elektriciteit op land is vanaf dat moment (voorlopig/tijdelijk) op de plank gelegd.

34

Stap 2 werd afgesloten met een Stuurgroepvergadering waar de balans is opgemaakt van het doorlopen proces tot dan toe en richting is gegeven aan het vervolg ervan.

Nadat bestuurlijk was besloten tot een aanpassing van het oorspronkelijke plan van aanpak, is in een tweede Schetsbijeenkomst met vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties het gesprek gevoerd over de omvang van het ‘concept-bod’. Dit gesprek bleek pas goed mogelijk nadat onduidelijkheid en daardoor onbegrip over energiecijfers (opwek en verbruik) was weggenomen. (Mede)-overheden en maatschappelijke organisaties hebben elkaar gevonden in de cijfers en de aannames daarachter. In een extra derde Schetsbijeenkomst is gezamenlijk gewerkt aan een redeneerlijn voor een gedragen regionale bijdrage. Deze bijdrage aan de nationale doelstelling bestaat uit (1) bestaande energieprojecten, (2) energieprojecten in de ‘pijplijn’, en (3) een inschatting van nieuwe initiatieven.

6.2.4 Opstellen voorlopige concept-RES

In het voorjaar van 2020 heeft de regio een voorlopige concept-RES opgesteld en ingediend bij het NPRES. Het PBL heeft deze versie kwalitatief beoordeeld en met de regio besproken. De beoordeling was positief en heeft niet geleid tot grote aanpassingen.

6.2.5 Opstellen concept-RES

In fase 1 is de concept-RES opgesteld op basis van alle informatie die is verzameld in de verschillende schets-, meedenk- en themabijeenkomsten, cijferanalyses (opwek) en afstemming met gemeenteraad (proces).

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

Corona-virus De RES-werkorganisatie was voornemens om na de derde Schetsbijeenkomst de uitkomsten te presenteren aan een grote groep geïnteresseerden in een derde Meedenkbijeenkomst. Als gevolg van de landelijke maatregelen om verspreiding van het coronavirus te beperken, zag de regio zich genoodzaakt om de derde Meedenkbijeenkomst te laten vervallen. Landelijk is op 8 april 2020 besloten meer ruimte te geven aan het RES-proces. De deadlines voor indiening concept-RES en concept-RSW zijn met 4 maanden verschoven. Een nieuwe stap in het proces is dat elke regio uiterlijk 1 juni 2020 een voorlopige concept-RES en uiterlijk 1 oktober 2020 haar concept-RES indient bij het NPRES. De extra ruimte in het RES-proces bood kansen om het goede gesprek in de Hoeksche Waard met minder tijdsdruk te kunnen voeren.

Themabijeenkomst Warmte

6.2.6 Besluitvorming (voorlopige) concept-RES

In het door de gemeenteraad, Provinciale Staten en Verenigde Vergadering vastgestelde Startdocument van de RES-regio Hoeksche Waard is vastgelegd dat besluitvorming over de concept-RES plaatsvindt in het college van Burgemeester en Wethouders van gemeente Hoeksche Waard, Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland en het college van Dijkgraaf en Heemraden van waterschap Hollandse Delta.

Schetsbijeenkomst

De (voorlopige) concept-RES is voor consultatie voorgelegd aan het algemeen bestuur van het waterschap, de raad in Hoeksche Waard en provinciale staten van Zuid-Holland. De volgende reacties en wensen en bedenkingen gegeven:

Schriftelijke reactie raad gemeente Hoeksche Waard

In de besluitvormende raadsvergadering van 14 juli 2020 heeft de gemeenteraad besloten om geen schriftelijke reactie te sturen aan het college van Burgemeester en Wethouders over de (voorlopige) concept-RES.

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

Schetsbijeenkomst

35

Wensen en bedenkingen Provinciale Staten Zuid-Holland

De (voorlopige) concept-RES is door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor eventuele wensen en bedenkingen voor­ gelegd aan Provinciale Staten (hierna: PS). De meerderheid van de fracties heeft zich positief uitgesproken over de (voorlopige) concept-RES. Voor de verdere uitwerking van de (voorlopige) concept-RES richting RES 1.0 hebben PS een aantal wensen en bedenkingen meegegeven aan de 7 RES-regio’s van Zuid-­ Holland. De wensen en bedenkingen hebben betrekking op proces-participatie en lokaal eigendom en op een aantal inhoudelijke thema’s. Bij brief van 15 september 2020 hebben GS aan de RES-regio Hoeksche Waard medegedeeld dat zij kunnen instemmen met de verzending van de concept-RES naar het NPRES. De wensen en bedenkingen hebben niet geleid tot een gewijzigde RES 1.0 ten aanzien van de (voorlopige) concept-RES.

Wensen en bedenkingen Verenigde Vergadering waterschap Hollandse Delta

De (voorlopige) concept-RES is door het college van Dijkgraaf en Heemraden voor eventuele wensen en bedenkingen voorgelegd aan de Verenigde Vergadering. Bij brief van 20 oktober 2020 geeft het college aan dat zij de inzet vanuit het waterschap herkent in de (voorlopige) concept-RES. Zoals in de (voorlopige) concept-RES is verwoord wil het waterschap een bijdrage leveren aan het verwezenlijken van de regionale klimaat- en energiedoelen. Het waterschap werkt eraan om in 2030 energieneutraal te zijn.

De regio heeft 2 ‘Oplossessies 0,1 TWh’ gehouden met een brede groep stakeholders voor zon-op-dak projecten om de kansen en belemmeringen voor deze projecten in kaart te brengen.

6.3.2 Opstellen RES 1.0

In fase 2 is de concept-RES nader aangescherpt op basis van nadere cijferanalyses (opwek), gesprekken met maatschappe­ lijke partners (‘Oplossessies 0,1 TWh’), afstemming met NPRES en analyserapporten van het NPRES (‘NPRES-foto’) en PBL (‘RES-monitor’).

6.2.3 Besluitvorming RES 1.0

In het door de gemeenteraad, Provinciale Staten en Verenigde Vergadering vastgestelde Startdocument van de RES-regio Hoeksche Waard is vastgelegd dat besluitvorming over de RES 1.0 plaatsvindt in de gemeenteraad van gemeente Hoeksche Waard, Provinciale Staten van de provincie Zuid-Holland en de Verenigde Vergadering van waterschap Hollandse Delta.

6.4 Vervolg richting RES 2.0

In het Klimaatakkoord is afgesproken om elke 2 jaar de RES te herijken. Zo kunnen de laatste inzichten en ontwikkelingen een plek krijgen in de plannen en is er ruimte om innovaties te benutten. In de Hoeksche Waard wordt gewerkt aan het uitvoerings­ programma ‘Hoeksche Waard richting energieneutraal’ en de TVW. Als uit deze trajecten nieuwe inzichten komen, bijvoorbeeld over de hoeveelheid grootschalige opwek die nodig is, dan kan deze dus worden meegenomen in het traject richting RES 2.0.

De wensen en bedenkingen hebben niet geleid tot een gewijzigde RES 1.0 ten aanzien van de (voorlopige) concept-RES.

6.3 Fase 2: richting RES 1.0 6.3.1 Doorontwikkeling van de inhoud

In fase 1 was gebleken dat er in de Hoeksche Waard voldoende geschikte grote daken zijn om in 2030 0,1 TWh duurzame energie grootschalig op te wekken met zon-op-dak-projecten.

36

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

37

BIJLAGEN

38

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

Bijlage 1 - Gemeentelijk beleid (Woonvisie, Gebiedsprogramma, Omgevingsvisie) De RES raakt veel beleidsterreinen van de gemeente Hoeksche Waard. Hieronder volgt een overzicht van gemeentelijk beleid. De tekst in de bijlage is aangeleverd door de gemeente.

Regionale Woonvisie 2030

Vanuit de woonvisie wordt ingezet op vitaliteit in de Hoeksche Waard. In de komende periode (tot 2025) worden er verwachting ca. 3000 woningen gebouwd in de Hoeksche Waard. Daarnaast hebben we in toenemende mate te maken met vergrijzing. Om de vitaliteit te behouden zet de gemeente zich in om jonge gezinnen naar de Hoeksche Waard te krijgen en te behouden. Het verduurzamen van de woningen en het ook comfortabel maken van de woningen op gebied van energie is hier ook een onderdeel van. Voor nieuwbouw wordt ingezet op energieneutraal, waarbij zowel de gebouwgebonden als de gebruiksgebonden energie op of aan de woningen moet worden opgewekt. Daar waar het een gehele gebiedsontwikkeling betreft wordt ook uitgegaan van energieneutraliteit op gebiedsniveau. Op deze manier wordt voorkomen dat nieuwbouwwoningen een extra opgave gaan vormen waarvoor energie moet worden opgewekt. Daar waar mogelijk kijkt de gemeente naar de alternatieven voor aardgas bij de verschillende gebiedsontwikkelingen zodat hierop ingespeeld kan worden. Met de RES en de daaruit voorvloeiende Transitievisie Warmte kan daar nog beter op worden ingespeeld.

Gebiedsprogramma Hoeksche Waard

De Hoeksche Waard ondergaat de komende 15 jaar een demo­ grafische transformatie. Deze demografische ontwikkelingen bedreigen de sociaaleconomische vitaliteit van de Hoeksche Waard. Daarom hebben partijen uit de Hoeksche Waard en provincie Zuid-Holland de handen ineengeslagen om de

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

gevolgen van de demografische ontwikkelingen zoveel mogelijk te dempen en de sociaaleconomische vitaliteit van het gebied te behouden en waar mogelijk te versterken. Hiertoe hebben we een gebiedsprogramma opgesteld: ”De Hoeksche Waard werkt, de voedingsbodem voor de Randstad”. Hoofddoelstelling van dit programma is het versterken/behouden van de sociaaleconomische vitaliteit van het gebied. Het programma behelst 5 actielijnen (energie, natuur & recreatie, landbouw, bereikbaarheid en demografie). We werken samen om binnen de 5 actielijnen te komen tot regionale inhoudelijke programma’s zodat alle kansen en synergiemogelijkheden optimaal benut worden. We trachten gezamenlijke opgaven en kansen met een versnelling en verbreding tot uitvoering te brengen met als doel een positieve bijdrage te leveren aan de vitaliteit en versterking van de economische ontwikkeling van de regio en daarmee werkgelegenheid, de omgevingskwaliteit en het welzijn van de inwoners van de Hoeksche Waard. In het gebiedsprogramma zijn onder de actielijn “energie” de nodige projecten opgenomen, waaronder ook de RES. De meeste projecten die hierin zijn opgenomen komen uit de Energievisie Hoeksche Waard 2016-2020. Deze dragen bij aan het besparen van energie of het duurzaam opwekken van energie. Deze worden meegenomen bij het opstellen en uitwerken van de het Programmaplan Duurzaamheid.

Omgevingsvisie Hoeksche Waard

In de Hoeksche Waard is met betrokkenheid van de samen­ leving (zo’n 200 Waardmakers) een Omgevingsvisie opgesteld en vervolgens door de gemeenteraad vastgesteld in december 2019. In deze Omgevingsvisie is al zo goed mogelijk rekening gehouden met de ambities op het gebied van duurzaamheid. In alle “Waardmakersteams” die de Omgevingsvisie hebben opgesteld is duurzaamheid ter sprake gekomen. Aangezien het proces van de Omgevingsvisie voor liep het RES-proces is de

39

Omgevingsvisie zodanig opgesteld dat de ambities en de uitkomsten van de RES hier ingepast kunnen worden. Het streven is om de RES 1.0 één-op-één over te nemen in de Omgevingsvisie.

Maatschappelijke opgaven: de Hoeksche Werken

Als één ding duidelijk is geworden tijdens het opstellen van de Omgevingsvisie is dat Hoeksche Waarders trots zijn op hun eiland. Ze koesteren de kwaliteit van wonen, werken en leven. De inzet is om dat goeds ook in de toekomst te hebben. Breed is het besef aanwezig dat dat niet vanzelfsprekend is. Trends en ontwikkelingen zorgen ervoor dat we moeten blijven werken om de Hoeksche Waard vitaal en leefbaar te houden. 5 maatschappelijke opgaven vragen specifiek onze aandacht de komende jaren. Dit noemen we in de Omgevingsvisie de Hoeksche Werken. Daarbij gaat het om de volgende opgaven: 1. 2. 3. 4. 5.

Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig; Vitaal economisch klimaat; Bereikbaar, nabij en toegankelijk; Duurzame, innovatieve landbouw; Vitale dorpen en actieve samenleving.

Het tegengaan van klimaatverandering, aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en een transitie naar een circulaire economie zijn randvoorwaarden voor behoud van welzijn en welvaart van onze inwoners. Een duurzame Hoeksche Waard vereist een transitie op economisch, sociaal, ruimtelijk en ecologisch gebied. Een florerend regionaal eco­ systeem is essentieel om een duurzame Hoeksche Waard te realiseren. Tegelijkertijd biedt de transitie kansen voor eco­ nomische ontwikkeling. Als we niks doen vergrijst en ontgroent de Hoeksche Waard. Dit kan verder leiden tot het verdwijnen van voorzieningen en krapte op de arbeidsmarkt, waardoor vacatures steeds lastiger zijn in te vullen voor werkgevers. De sociale cohesie kan ook onder druk komen te staan: wie kan nog voor wie zorgen? De demografische ontwikkeling kan op termijn leiden tot een negatieve spiraal.

40

Actie is dus geboden. De Hoeksche Waard is sterk verweven met de omliggende gebieden. Elke dag gaan zo’n 25.000 Hoeksche Waarders van het eiland af om elders te gaan werken. Ook voor grotere voorzieningen zoals een ziekenhuis en een theater zijn we afhankelijk van het stedelijk gebied om ons heen. In omgekeerde richting reizen elke dag zo’n 12.500 mensen de Hoeksche Waard in om er te gaan werken. Verder zal de stroom recreanten en toeristen de komende jaren verder toenemen, zo is de verwachting. Door de groei is de bereikbaarheid van de Hoeksche Waard verslechterd. De infrastructuur in de Hoeksche Waard en de verbindingen met onze omgeving moeten worden aangepast aan de nieuwe eisen. De Hoeksche Waard is van oudsher een top landbouwgebied, waar ondernemers inzetten op innovatie en kennisontwikkeling, agrobiodiversiteit en agrarisch natuurbeheer. De komende decennia komen enkele grote structurele veranderingsopgaven bij elkaar in het landelijk gebied. De productie van gezond en veilig voedsel, geproduceerd door een innovatieve en economisch krachtige agrarische sector is één van de grotere opgaven. Daarbij moet de voedselproductie nog meer in balans komen met gezondheid, klimaat, luchten waterkwaliteit, waterbeheer, biodiversiteit en kwaliteit van het landschap. Veel inwoners van de Hoeksche Waard ‘hebben het goed’.

Ze hebben een baan, inkomen, sociale contacten, voelen zich gewaardeerd, geaccepteerd, weerbaar en beschermd. Voor een groep mensen is dat niet het geval. Tegen hun zin en vaak buiten hun macht worden ze geconfronteerd met problemen. Kwetsbare ouderen, het opvoed- en opgroeiklimaat voor onze jeugd en jongeren en armoede. Om iedereen mee te laten doen hebben we blijvend aandacht voor inwoners die het tijdelijk op eigen kracht niet redden.

Omgevingskwaliteit: de Hoeksche Waarden

De Hoeksche Waard, eiland tussen de grote wateren, waar land is gewonnen op het water. Een uniek agrarisch polderlandschap waar het oorspronkelijk karakter met zijn openheid, dijken en

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

kreken en buitendijkse natuurgebieden nog duidelijk zichtbaar is. Waar inwoners en bezoekers nog echt rust en ruimte kunnen ervaren, terwijl grootstedelijke voorzieningen binnen hand­ bereik zijn.

zijn randvoorwaarden voor het behoud van welzijn en welvaart van onze inwoners. Een duurzame Hoeksche Waard vereist een transitie op economisch, sociaal, ruimtelijk en ecologisch gebied.

Landschap, natuur, rust en ruimte zijn belangrijke Hoeksche Waarden. Ook vitaliteit en het betrekken van iedereen in de samenleving zijn kenmerken waar de Hoeksche Waard voor staat. De Hoeksche Waard heeft haar eigen karakter dat het waard is om te koesteren. Daarom willen we dat nieuwe ontwikkelingen en ingrepen in landschap of in dorpen met liefde en zorg voor de plek worden uitgevoerd.

Een florerend regionaal ecosysteem is essentieel om een duurzame Hoeksche Waard te realiseren. Tegelijkertijd biedt de transitie kansen voor economische ontwikkeling.

Bij de ontwikkeling van onze leefomgeving stond eerst vooral de kwaliteit van bouwwerken centraal. In de loop der tijd zijn ook natuur, landschap en erfgoed hierbij gekomen. Nu hebben we het ook over vraagstukken van bijvoorbeeld voedsel, energie, klimaat en gezondheid. We vatten dit samen als omgevingskwaliteit.

Onze ambitie is om in 2040 een energieneutraal en klimaat­ bestendig eiland te zijn. Daarbij richten we ons in de eerste plaats op de energieopgave voor de Hoeksche Waard zelf. Dat wil zeggen dat in 2040 de energie die in de Hoeksche Waard wordt verbruikt ook lokaal duurzaam wordt opgewekt. Tevens moet onze hele bebouwde omgeving uiteindelijk aardgasvrij worden. Verder zijn we als eiland in 2040 ingericht voor de opvang van de gevolgen van klimaatverandering. Aanvullende ambities zijn:

Om de omgevingskwaliteit van de Hoeksche Waard ook voor de toekomst te borgen, hebben we in deze Omgevingsvisie aangegeven wat we als gemeenschap en gemeente binnen de Hoeksche Waard de belangrijkste waarden vinden. Dit noemen we de Hoeksche Waarden.

Waardmaken: een andere manier van werken

Waardmaken vraagt nieuwe vaardigheden van initiatiefnemers, bestuurders en medewerkers van de gemeente. Wet- en regel­ geving geldt nog steeds als vertrekpunt. Dit geldt ook voor de bestemmingsplannen. Vanuit de gedachte van de Omgevingswet benaderen we nieuwe initiatieven die niet passen binnen het bestemmingsplan vanuit het ‘Ja, mits-principe’. Aangetoond moet worden dat het initiatief bijdraagt aan de Hoeksche Werken en de Hoeksche Waarden.

Hoeksche Werken: Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig

Het tegengaan van klimaatverandering, aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, de energie- en warmtetransitie (aardgasloos) en een transitie naar een circulaire economie

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

1. Voldoende ruimte en inspanning voor herstel biodiversiteit; 2. Voldoende ruimte en inspanning voor waterkwaliteit en waterkwantiteit; 3. Aandacht en beleid voor behoud identiteit dragend erfgoed; 4. Voldoende ruimte en beleid voor innovatieve, natuur-­ inclusieve kringlooplandbouw. Het traject bestaat uit 2 delen: 1. In het traject van de klimaatadaptatie proberen we de effecten van klimaatverandering zo goed mogelijk op te vangen. 2. In het traject van de energie- en warmtetransitie proberen we de effecten niet erger te maken dan dat ze nu al zijn. We vinden het van belang dat bij het realiseren van onze ambities ook het karakteristieke landschap van de Hoeksche Waard wordt ontwikkeld en dat economische kansen van genoemde transities lokaal worden benut.

41

Voor de energietransitie zetten we in op: 1. Zo veel mogelijk energie besparen in de gebouwde omgeving; 2. Zo veel mogelijk energie opwekken uit duurzame bronnen binnen de Hoeksche Waard; 3. Zo veel mogelijk duurzame mobiliteit. We vinden het van belang dat alle betrokkenen vanuit eigen rollen en mogelijkheden een bijdrage leveren aan een duur­ zame, energieneutrale en klimaatbestendige Hoeksche Waard. Onze bijdrage aan de energietransitie leggen we samen met onze regionale partners vast in een RES, gevolgd door een Transitievisie Warmte in 2021. Als overheid geven we het goede voorbeeld door zelf al in 2030 energieneutraal vastgoed te hebben.

42

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

Bijlage 2 - Partners in stuurgroep en hun bijdrage Elk van de partners in de stuurgroep heeft in eigen bewoording aangegeven hoe zij willen bijdragen aan de RES:

Gemeente Hoeksche Waard

De opgaven op het gebied van energietransitie en klimaat­ bestendigheid zijn actueel en urgent. De Hoeksche Waard is de uitdaging aangegaan om energieneutraal te zijn in 2040. Dat wil zeggen dat in 2040 de energie die we in de Hoeksche Waard verbruiken, ook lokaal duurzaam opwekken. We willen als overheid zelf het goede voorbeeld geven. We willen faciliteren dat de inwoners een goed beeld krijgen van wat deze opgaven voor hen inhouden We hebben oog voor wat de effecten zijn voor inwoners. Het is ons streven om als overheid in 2030 energieneutraal te zijn, waarmee we onze voorbeeldrol ook in de praktijk brengen. Stimuleren en faciliteren Om de ambities te bereiken, wil de coalitie inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers faciliteren en stimuleren om energiebesparende maatregelen uit te voeren en over te stappen op duurzame energiebronnen zoals zonne­ panelen op het dak. De gemeente geeft hierbij het goede voorbeeld door het eigen gemeentelijk vastgoed versneld energieneutraal te maken. Regionale Energiestrategie Hoeksche Waard In het RES-proces willen we aan deze ambitie verder vorm­ geven, maar vooral ook bijdragen aan de landelijke doel­ stellingen. Draagvlak en participatie zijn voor ons belangrijk, want zonder onze maatschappelijke organisaties, inwoners en ondernemers gaan wij het niet redden.

Het RES-proces is losgekoppeld van onze ambitie om richting energieneutraal te gaan in 2040 energieneutraal. Dit om de participatie om te komen tot een energieneutrale Hoeksche Waard volledig tot zijn recht te laten komen, en onze partners voldoende tijd en ruimte te bieden om hun bijdrage hieraan te leveren. De ambitie voor een energieneutrale Hoeksche Waard in 2040 is daarom opgenomen en verder uitgewerkt in het Programmaplan Duurzaamheid

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

van gemeente Hoeksche Waard. Momenteel wordt gewerkt aan het uitvoeringsprogramma ‘Hoeksche Waard richting energieneutraal 2021-2026’. In de RES zetten wij in op: • Goede en brede participatie, zodat wij komen tot een breed gedragen RES die de basis vormt tot onze ambitie om in 2040 energieneutraal te zijn; • Indien er grootschalige energie-opwek noodzakelijk is willen we deze op een goede manier, in samenspraak met betrokken partijen, inpassen in het landschap, waarbij rekening wordt gehouden met de ruimtelijke kwaliteiten van de Hoeksche Waard; • Zoveel mogelijk benutten van alle (grootschalige)daken om energie op te wekken met PV-panelen; • Onze inwoners moeten kunnen profiteren van de opbrengsten van grootschalige energie-opwek, niet alleen de lasten maar ook de lusten houden; • Stabiele en duurzame energie-opwek voor al onze inwoners, ondernemers en bezoekers; • Goede en betrouwbare warmtebronnen als alternatief voor aardgas, wat uiteindelijk verder vormgegeven wordt in de Transitievisie Warmte; • Goede inpassing van de RES in de Omgevingsvisie Hoeksche Waard.

Provincie Zuid-Holland

Schone energie voor iedereen is een van de pijlers van ons coalitieakkoord. Met het Klimaatakkoord van Parijs en het voorgestelde nationale Klimaatakkoord werken we toe naar een samenleving en economie gebaseerd op duurzame energie. De invulling van de maatregelen beoordelen we aan de hand van de mogelijkheden binnen Zuid-Holland. De betaalbaarheid en de haalbaarheid voor inwoners zijn hierbij belangrijk. Een belangrijke uitwerking van het Klimaatakkoord moet gebeuren in de Regionale Energiestrategieën (RES’en). De afgelopen jaren heeft de provincie al intensief samengewerkt met de regionale partners aan de energietransitie. Wij willen deze samenwerking graag op deze voet voortzetten.

43

De belangrijkste aandachtspunten voor de provincie Zuid-­ Holland in het RES-proces zijn: • Een ambitie en aanpak voor besparen op de elektriciteits- en warmtevraag. • Het zoveel mogelijk toepassen van beschikbare duurzame restwarmte, aardwarmte en aquathermie. • Het zoveel mogelijk opwekken van elektriciteit met zon-PV op daken, gevels, bedrijventerreinen en bedrijfspanden. • Invulling geven aan lokaal eigenaarschap, zodat onze inwoners mede-eigenaar zijn van de maatregelen die bijdragen aan de energietransitie. • Toepassen van ruimtelijke ontwerpprincipes, zoals meer­ voudig ruimtegebruik en het behouden en zo mogelijk creëren van ruimtelijke kwaliteit. • Het proces van de RES zal goed moeten worden verbonden met het proces van het gemeentelijk en provinciaal omgevings­b eleid. Energieopwekking uit wind op land is de laatste voorkeur. In het coalitieakkoord is afgesproken om de plaatsingsvisie voor windmolens en daarmee het omgevingsbeleid aan te passen. Daarbij is aangegeven waar de voorkeur ligt: lijnopstellingen langs infrastructuur en grote open wateren en ook waar niet: Groene Hart, Hoeksche Waard, Midden-Delfland en natuurgebieden. De provincie werkt samen aan de energiestrategie in 7 regio’s en houdt daarbij de bovenregionale optimalisatie en de samenhang van de maatregelen in het oog.

In de RES 1.0sen wordt een aanbod voor de regionale potentie voor de duurzame opwek van elektriciteit gedaan en een voorstel voor mogelijke zoekgebieden hiervoor. De RES 1.0sen vormen belangrijke input voor de voorgenomen herziening van onze plaatsingsvisie wind. Daarom hechten wij ook aan een actief en zorgvuldig participatieproces voor de RES.

Waterschap Hollandse Delta (WSHD)

Waterschap Hollandse Delta werkt aan adaptieve en mitigerende maatregelen om de effecten van klimaatverandering het hoofd te

44

bieden. Klimaatverandering heeft immers grote effecten op ons dagelijks werk. Adaptieve maatregelen zijn gericht op het omgaan met hevige neerslag, met ernstige watertekorten bij langdurige droogte en met de gevolgen van de zeespiegelstijging en de bodemdaling. Om de klimaatverandering af te remmen is het terugdringen van de CO2-uitstoot door energiebesparing en de inzet van hernieuwbare energie de belangrijkste (mitigerende) maatregel. Het waterschap ziet daarbij meerwaarde in een regionale aanpak. De bijdrage van WSHD aan de Regionale Energiestrategie Hoeksche Waars bestaat uit de volgende punten: • Waterschap Hollandse Delta wil in 2030 energieneutraal zijn. Energieneutraliteit is geen doel op zich maar een resultaat dat moet bijdragen aan minder broeikasgassenuitstoot en aan een betaalbare, betrouwbare, schone en veilige energievoorziening voor iedereen in de regio. • Het waterschap wil onderzoeken waar zij eigen gronden en assets kan inzetten voor de energietransitie binnen de randvoorwaarden van het waarborgen van goed en veilig water­ beheer. In het bijzonder geldt dat voor aquathermie zoals warmtewinning uit oppervlaktewater en gezuiverd afvalwater. De ontwikkeling van aquathermie projecten willen we facili­ teren, waar mogelijk dragen we er actief aan bij.

• WSHD onderzoekt de inzet van het eigen biogas voor de opwek van elektriciteit en warmte en alternatieve inzet daarvan, zoals levering van groen gas aan het aardgasnet. We staan open voor participatie en samenwerking op het gebied van duurzame energievoorziening, zoals wind- en zonne-energie. • WSHD onderzoekt de vermindering van uitstoot van broeikas­gassen bij de afvalwaterzuiveringen.

Stedin

In de basis wil Stedin 4 belangrijke bouwstenen aanbieden: Actief deelnemen in RES: • Proactief bijdragen aan regionale stuurgroep en werkgroep(en) gedurende het proces voor de lange termijn met als doel gezamenlijk richting geven aan de energietransitie. Waar nodig legt Stedin de verbinding met de andere net­

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

beheerders als dat relevant wordt gedurende het proces. Op deze manier wordt ook kennis en ervaringen van de deel­ name van Stedin in andere RES’en gedeeld per RES-regio. Kennis van energie-infrastructuur: • Een basisdocument met uitleg hoe de energie-infrastructuur werkt, enkele ruimtelijke ontwerpprincipes, kengetallen en kaarten van de elektriciteits- en gasinfrastructuur van de regio. Toelichting en nadere uitleg via het hoe en waarom van infrastructuur verloopt via actieve deelname van Stedin. Inzicht ontwikkelmogelijkheden energietransitie initiatieven: • Inzicht in waar het net makkelijk en moeilijk (ruimte, tijd en geld) uitgebreid kan worden. Hiermee kan bepaald worden welke gebieden wanneer vanuit infrastructureel oogpunt geschikt zijn voor hernieuwbare opwek voor de korte termijn (kansenkaarten). Stedin biedt graag een workshop aan om hiermee aan de slag te gaan. Consequenties energie-infrastructuur inzichtelijk maken: • Iteratief regionale aanbod doorrekenen naar impact op energie-infrastructuur via de netimpactanalyse. Het resultaat wordt telkens geduid in benodigde tijd, ruimte en maatschappelijk kosten. Met deze vertaalslag helpt Stedin duiding te geven aan de impact van diverse gezamenlijk bepaalde scenario’s en kan Stedin optimaliseren in oplossingsrichtingen ten aanzien van verstandig omgaan met maatschappelijke middelen, ruimte en tijd.

Hierbij kijkt Stedin over de grenzen van de RES-regio’s heen, en betrekt zij ook de infrastructuur van de landelijke netbeheerders.

Met een integrale RES komen we verder: • De energietransitie is integraal en omvangrijk. De infra­ structuur van Stedin ook. Tijdig investeren in infrastructuur betekent ook idealiter aandacht voor industrie, mobiliteit en landbouw in de RES. Ontwerpen met aandacht voor infrastructuur: • De RES gaat over ruimtelijke inpassing van hernieuwbare productie zoals wind, zon & warmte en om de benodigde ruimte voor infrastructuur (boven- en ondergronds) om deze regionaal te ontsluiten. Probeer de wereld na 2030 niet te vergeten: • Infrastructuur gaat lang mee en uitbreidingen worden ver van te voren gepland. Een zichthorizon tot 2050 stelt ons in staat tijdig te investeren in uitbreidingen.

HW Wonen

HW Wonen is een middelgrote woningcorporatie met circa 10.000 verhuurbare eenheden in de Hoeksche Waard. Jaarlijks krijgen honderden woningen een Levensduur Verlengende Ingreep waarbij duurzaamheidsmaatregelen worden doorgevoerd. Deze duurzaamheidsmaatregelen passen in het huidige beleid om de elektriciteits- en warmtevraag te verminderen door onder andere bestaande woningen te isoleren waar mogelijk. Onze nieuwbouwwoningen bouwen wij zoveel mogelijk ‘’Nul op de Meter’’. Zo dragen wij bij om de woonlasten van onze huurders beheersbaar te houden.

Het belang van Stedin in de RES Met een goede RES kunnen netbeheerders anticiperende investeringen in infrastructuur uitbreidingen doen. Samen kunnen we de energietransitie planbaar(der) maken:

Comfortabel en gezond wonen, de woonomgeving, passend bij de portemonnee, het milieu en de dienstverlening zijn de 5 pijlers in ons Duurzaamheidsbeleid en in ons Ondernemingsplan 2019-2022. HW Wonen zet zich in om huurders met een inkomen die behoren tot onze primaire doelgroep hun ‘thuis’ te vinden.

Met een concrete RES komen we verder • Maak regionaal aanbod zo duidelijk mogelijk (wat, waar, hoeveel en wanneer). Dan kan Stedin beter anticiperend investeren in infrastructuur uitbreidingen.

HW Wonen kijkt dan ook ver vooruit. Bij alles wat wij doen, hebben wij oog voor het milieu. Voor ons is het belangrijk om de juiste strategische afwegingen te maken. Dat doen wij kerngericht. Wij maken onze vastgoedportefeuille stap voor stap

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

45

gereed voor een duurzame toekomst. Daarbij streven wij naar een maximale bijdrage aan de landelijke- en regionale doelstellingen. HW Wonen streeft naar het zoveel mogelijk toepassen van beschikbare duurzame restwarmte, aardwarmte en aquathermie. Daarnaast staan wij open om mee te denken en te investeren in nieuwe technieken die in de toekomst beschikbaar komen, bijvoorbeeld waterstof. Daarnaast voorzien wij komende jaren circa 250 woningen per jaar van zon-PV op onze daken. Met onze koers voor de lange termijn zorgen wij ervoor dat de betaalbaarheid van het wonen voor onze huurders en de bedrijfscontinuïteit van HW Wonen in de toekomst voorop blijven staan. HW Wonen werkt dan ook al jaren intensief samen met belangrijke regionale stakeholders omtrent de energietransitie. De RES is dan ook van groot belang voor HW Wonen. Hierin bouwen wij graag verder op de samenwerking met onze stakeholders. HW Wonen neemt deel aan de Stuurgroep RES en de Projectgroep RES. Daarnaast hechten we veel waarde aan dat inwoners kunnen participeren in het RES-proces. HW Wonen kan op deze manier optimaal verder samenwerken aan de energietransitie.

46

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

Bijlage 3 - Stakeholders (maatschappelijke organisaties en partners) Naast de decentrale overheden (gemeente Hoeksche Waard, provincie Zuid-Holland en waterschap Hollandse Delta), Stedin en HW Wonen. 1. Coöperatie HoekscheWaardDuurzaam 2. Dorp, Stad & Land (landschapsarchitect namens gemeente Hoeksche Waard) 3. Energieke Regio 4. Hoekschewaards Landschap 5. LTO Noord, afdeling Hoeksche Waard 6. Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 7. Ondernemersvereniging Hoeksche Waard (commissie duurzaamheid) 8. Rabobank Zuid-Hollandse Eilanden 9. RAD Hoeksche Waard 10. Rijkswaterstaat 11. Staatsbosbeheer 12. Stichting tot Behoud van de Hoeksche Waard als Polderlandschap 13. Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid 14. Waardmakers 15. GGD

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

47

Bijlage 4 - M  aatschappelijke organisaties en hun bijdrage aan de (voorlopige) concept-RES in voorjaar 2020 Dit is de bijdrage van een aantal van de maatschappelijke organisaties aan het begin het RES-traject. Aangezien de RES 1.0 inhoudelijk niet is gewijzigd ten aanzien van de (voorlopige) concept-RES hebben wij niet opnieuw om een bijdrage gevraagd voor de RES 1.0. In het traject van het uitvoeringsprogramma ‘Hoeksche Waard richting energieneutraal’ zijn de maatschappelijke organisaties betrokken en wordt om hun inbreng gevraagd. Dit geldt ook voor de Transitievisie Warmte.

Coöperatie HoekscheWaardDuurzaam (voorjaar 2020) HoekscheWaardDuurzaam wil vanuit haar statutaire doel­ stelling maar zeker ook vanuit de maatschappelijke verantwoordelijk een actieve bijdrage leveren aan de energietransitie in de Hoeksche Waard. Niet alleen in woord, maar ook zeker in daad. Dit kunnen wij niet alleen, hiervoor dient er een nauwe en transparante samenwerking te zijn tussen alle betrokken. Is deze samenwerking er niet dan komt er wel een concept RES maar is dan deze breed maatschappelijk gedragen?

Onze kernboodschap / oproep is dan ook: 1. Maak de te volgen route vanaf heden naar 1 oktober inzich­ telijk en benoem hierbij op welke wijze dit ten uitvoer wordt gebracht; 2. Zorg ervoor dat de inwoners meegenomen worden in het proces, meer communicatie via de media dan wel in informatieavonden; 3. Geef duidelijk aan hoe het 50 % lokaal eigendom wordt geborgd/verankerd; 4. Ga in de berekeningen uit van een all-electric situatie; 5. Houd vast aan het gepresenteerde concept bod van 0,576 TWh en draag zorg voor een heldere (rekenkundige) onderbouwing;

48

6. Aan grootschalige projecten uitsluitend uitvoering geven als dit alsnog noodzakelijk blijkt uit de uitkomsten van de berekeningen en de herverdeling vanuit Route 35. Dit met inachtneming van 50% Lokaal eigendom, passend binnen de contouren van het betreffende gebied en met voldoende draagvlak vanuit de samenleving; 7. Maak gebruik van de Hoekschewaardse kennis, stel een expertteam samen.

Hoeksche Waards Landschap (voorjaar 2020)

De Vereniging Hoekschewaards Landschap (HWL) voelt zich nauw betrokken bij de processen die moeten leiden tot in voldoende mate opwekken van schone energie, besparende maatregelen en het ontwikkelen van alternatieven. Hoekschewaards Landschap draagt daaraan bij als organisatie voor natuur en landschap in de Hoeksche Waard. Dit impliceert, dat de waarden van het landschap altijd uitgangspunt zijn voor beoordeling van voorgenomen maatregelen. Natuur en landschap hebben in tegenstelling tot bijvoorbeeld ondernemers en agrariërs geen stem. Natuur roept niet en schrijft niet en het landschap wacht geduldig de besluiten van anderen af. Zaak dus dat HWL zich opwerpt als stem van natuur en landschap. Zaak dus ook te waken, dat waarde omschrijvingen van de Hoeksche Waard als gebied waar ruimte, rust, dijklinten en polders nog volop aanwezig zijn, ook leiden tot consequenties in de uitwerking van deze regionale energiestrategie. HWL onderschrijft de noodzaak van energieproductie middels wind en zon. De medewerking aan diverse wind projecten en voornemens tot bouw van zonneparken zijn voorbeelden van de actieve participatie.

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

In de komende weken zal de concept RES omgewerkt worden naar de definitieve RES 1.0. Vrij zeker zal RES 1.0 voorstellen bevatten die beslag op de open ruimte leggen. Soms is dat onvermijdelijk, maar vaak leidt het ook tot het beeld van het onder­ geschoven kindje. Het slot in het proces van nadenken en dan een kluifje naar het landschap gooien. HWL wil de vervolg mede­ werking aan de RES koppelen aan inspanningen die moeten leiden tot bescherming van natuur en landschap in de RES 1.0. HWL bepleit ook, dat ontwikkelingen op energiegebied niet los worden gezien van andere ontwikkelingen in de Hoeksche Waard. Woningbouw, economie en infrastructuur zullen ook offers vragen. Uit de omgevingsvisie en meer nog het omgevingsplan zal blijken hoe serieus het landschap zal worden genomen.

De sectoren willen een helpende hand bieden aan de maatschappelijke opgave, vastgelegd als doelstelling van de RES’en om in 2030 35 TWh aan hernieuwbare en duurzame energie op te wekken. Sectoren willen zelf en actief aan het roer staan om agrarisch gebied te benutten voor opwek van energie, en niet te fungeren als kleurplaat voor maatschappelijke organisatie/ commerciële partijen. Sectoren kiezen voor maatschappelijke geaccepteerde vormen, waarbij op regionaal niveau gebiedsaanpakken worden opgesteld om energie, natuur en landbouw in synergie te laten opereren. Momenteel zijn verschillende gebiedsaanpakken met lokale overheden gestart en wordt gewerkt aan blauwdrukken voor nieuwe energiesystemen.

LTO Noord, afdeling Hoeksche Waard

De land- en tuinbouwsectoren wekken anno 2020 voor 85% aan het eigen energieverbruik zelf op, door middel van de opwek van zonneen windenergie. LTO Noord definieert de opgave om als land- en tuinbouwsector in 2030 energieneutraal te produceren en in 2050 voor 125% energieleverend te zijn door het volledig benutten van alle agrarische daken en bouwblok voor zonne-energie, aangevuld met een boerderijmolen (max. 35 meter as-hoogte) ondersteund door flexibele energiesystemen. Knelpunten hierin zijn in vele (landelijke) gebieden de capaciteit van het netwerk om terug te kunnen leveren en de planologische ruimte voor het plaatsten van een boerderijmolen. In veel gevallen stijgen de aansluitkosten van energiesystemen op het net tot boven de €50.000 tot € 100.000 per onderneming. Hierdoor neemt de terugverdientijd tot ruim 10 jaar toe, waardoor investeren in opwek van duurzame energie niet wordt doorgezet. Door een knellend net, weinig planologische ruimte en teruglopen financiële ondersteuningen wordt deze maatschappelijk gedragen potentie van zonnedaken en boerderijmolens niet benut. Elke gemeente, RES-regio en provincie kan hier direct mee aan de slag. De potentie van agrarische daken en boerderijmolens is reeds door diverse LTO Noord afdelingen aan veel gemeenten aangeboden. We gaan er van uit dat deze potentie mee wordt genomen in de RES 1.0.

Daarbij is notitie geleverd waarin de knelpunten nader worden toegelicht.

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

49

Bijlage 5 - Energieneutraal Belangrijk in de bepaling van de bijdrage van de Hoeksche Waard aan de nationale doelstelling is een gedeeld begrip over opwekcijfers. De Hoeksche Waard heeft in haar participatie­ traject nadrukkelijk aandacht besteed aan concepten als ‘energieneutraal’, ‘vermogen’, ‘formaat’, ‘vollasturen’ en ‘oriën­ tatie’. Vanuit dit gedeelde begrip is zorgvuldig bepaald hoeveel grootschalige opwek op dit moment in regio opgesteld is en de komende jaren gerealiseerd gaat worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10135346/1