CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 RES 1.0 regio Hoeksche Waard

Besluitvormende raad 15 juni 2021, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Regionale energie strategie (RES) regio HW, inclusief Regionale Structuur Warmte (RSW)20.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Hoeksche Waard

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard 8 maart 2021 (met instemming van Stuurgroep)

COLOFON RES 1.0 Hoeksche Waard © RES-regio Hoeksche Waard Contact: Ilse Voogt (Adviseur Duurzaamheid en Projectleider RES gemeente Hoeksche Waard): ilse.voogt@gemeentehw.nl Marnix Brongers (Projectleider RES Hoeksche Waard adviesbureau Over Morgen): marnix.brongers@overmorgen.nl Ruimtelijke ontwerpen: H+N+S Landschapsarchitecten (Pieter Swengenga, Arjen Spijkerman, Tim Kort) Stuurgroep RES-regio Hoeksche Waard: Piet van Leenen (voorzitter, wethouder Hoeksche Waard) Huibert Steen (wethouder Hoeksche Waard) Berend Potjer (gedeputeerde provincie Zuid-Holland) Leo Stehouwer (heemraad waterschap Hollandse Delta) Aart-Jan Zwartscholten (Stedin) Dennis Lausberg (HW Wonen) Ambtelijke Projectgroep RES: Anja Kerklaan (provincie Zuid-Holland) Hans Schouffoer (waterschap Hollandse Delta) Martin Roobol (gemeente Hoeksche Waard) Jelle Hatenboer (adviesbureau Over Morgen) Kevin Uijtdewillegen (HW Wonen) Martijn van der Steen (Stedin) Marjolein Derks (gemeente Hoeksche Waard) Stephan Dorst (gemeente Hoeksche Waard) Regionale Structuur Warmte: Adviesbureau Over Morgen (Coen Bernoster, Koen Brundel en Sanne de Boer) Eindredactie: Marnix Brongers (adviesbureau Over Morgen)

Vormgeving: Torval van den Hoogen (Delvorm, reclame en vormgeving) De RES-regio Hoeksche Waard is een samenwerkingsverband tussen gemeente Hoeksche Waard, provincie Zuid-Holland, waterschap Hollandse Delta, Stedin en HW Wonen.

Voorwoord Het opstellen van een Regionale Energiestrategie (hierna: RES), waarbij 3 overheden (gemeente Hoeksche Waard, provincie Zuid-Holland en waterschap Hollandse Delta) in korte tijd aan regionale plannen werken, is geen sinecure. Het zijn plannen voor grootschalige opwek van duurzame elektriciteit en een Regionale Structuur Warmte (hierna: RSW). Dit wordt in nauwe afstemming gedaan met netbeheerder Stedin, woningcorporatie HW Wonen, verschillende maatschappelijke organisaties en betrokken inwoners en ondernemers. De energietransitie raakt ons allemaal en vraagt ons om antwoorden te vinden op lastige vragen. Het college van burgemeester en wethouders, Gedeputeerde Staten en het college van dijkgraaf en heemraden hebben met veel waardering kennisgenomen van het resultaat van het vele werk dat door alle betrokkenen in afgelopen periode is verzet. In deze tijden, waarin het coronavirus onze samenleving al ruim een jaar in haar greep heeft, is dat een extra bijzondere pres­ tatie. We kunnen met trots constateren dat in de Hoeksche Waard het goede gesprek over de RES is en wordt gevoerd: een gesprek dat is gestart en zeker nog wordt vervolgd richting de RES 2.0 en de periode daarna. Parallel aan de gesprekken over de RES, werkt gemeente Hoeksche Waard, vanuit het programmaplan Duurzaamheid, met de samenleving aan de energietransitie.

Van daaruit is er steeds meer inzicht in de betekenis van de ambitie “Hoeksche Waard Energieneutraal 2040”. En met 5 bestaande en reeds in ontwikkeling zijnde windparken en 1 zonnepark (locatie Cosun Beet Company) in aanbouw is gemeente Hoeksche Waard op dit moment al in staat om in een aanzienlijk deel van haar elektriciteitsbehoefte te voorzien. Daarbij zetten wij komende jaren in op grootschalige opwek van duurzame energie door realisatie van zon op (agrarische) bedrijfsdaken. Sinds de periode vanaf de start van het RES-proces (eind 2019) is er al circa 0,01 TWh aan grootschalige opwek van duurzame energie middels zonnepanelen op daken bijgekomen.

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

Er is dus al een deel van deze ambitie gerealiseerd en veel ondernemers hebben geïnvesteerd in zonnepanelen. Tegelijkertijd weten we dat de warmtevoorziening van onze bebouwde omgeving aardgasvrij moet worden en er dus alter­ natieve warmtebronnen nodig zijn. En naar verwachting vraagt onze mobiliteit naar meer elektriciteit in 2040 en minder, maar nog steeds, om fossiele brandstoffen. Hoe de warmte- en mobiliteitstransitie onze totale energievoorziening beïnvloeden en hoe wij daar mee kunnen en willen omgaan vraagt om meer inzicht. Daarom werken wij parallel aan de RES binnen de energietransitie ook aan een Transitievisie Warmte voor de Hoeksche Waard en aan het uitvoeringsprogramma ‘Hoeksche Waard richting Energieneutraal’. De gemeente, maar ook onze mede-overheden in de RES-regio Hoeksche Waard, hechten grote waarde aan een zorgvuldig proces met de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in de Hoeksche Waard. Daarom blijven we op het eiland met elkaar in gesprek over de energietransitie en zoeken we samen naar de beste manier om onze eigen doelstellingen te realiseren en tegelijkertijd een bijdrage te leveren aan nationale klimaatdoelen. Drs P.J. van Leenen Voorzitter Stuurgroep RES-regio Hoeksche Waard Wethouder Hoeksche Waard

3

Inhoudsopgave Voorwoord Publiekssamenvatting

3 6

DEEL A: ACHTERGROND

8

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Nationaal Klimaatakkoord 1.2 Regionaal maatwerk voor nationale doelen 1.3 Regionale/lokale ambitie - Komen tot een realistisch/ gedragen bijdrage vanuit de Hoeksche Waard 1.4 Relatie met ander visies en beleidsstukken 1.5 De RES 1.0 Hoeksche Waard - Duurzame elektriciteit en warmte opwekken 1.6 Van concept-RES naar definitieve RES 1.0 1.7 Doorkijk richting 2030 en 2050 1.8 Leeswijzer

9 9 9

10 11 12 14

Hoofdstuk 2: Inzicht in de regionale energiemix 2.1 Scope van de RES

14 14

Hoofdstuk 3: Regio Hoeksche Waard 3.1 Welkom in de regio - Leer de Hoeksche Waard kennen 3.2 Waardmaken - Participatie in de Hoeksche Waard

16 16 16

10 10

DEEL B: DE REGIONALE BIJDRAGE AAN DE NATIONALE DOELSTELLINGEN Hoofdstuk 4: Wat de regio Hoeksche Waard kan én wil opwekken met zon- en windenergie voor 2030 4.1 Gerealiseerde energieprojecten - Wat we al hebben gedaan 4.2 Energieprojecten in de ‘pijplijn’ - Wat we al hebben besloten 4.3 Nieuwe initiatieven voor energieprojecten Kansen die we gezamenlijk met de maatschappelijk belanghebbenden gaan onderzoeken 4.4 Regionale bijdrage aan nationale doelstelling 4.5 Beoordeling door Stedin 4.6 Specifieke aspecten die mogelijk relevant zijn in de Hoeksche Waard 4.7 Knelpunten en randvoorwaarden voor realisatie nieuwe initiatieven - Wat er nodig is Hoofdstuk 5: De Regionale Structuur Warmte 2030 van regio Hoeksche Waard

4

18

19 19 20

22 24 24 27 27

30

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

DEEL C: ONDERBOUWING EN PROCES Hoofstuk 6: Hoe de RES 1.0 Hoeksche Waard tot stand is gekomen 6.1 Regionale aanpak grootschalige opwek duurzame elektriciteit 6.2 Fase 1: richting concept-RES 6.3 Fase 2: richting RES 1.0 6.4 Vervolg richting RES 2.0

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

32

33 33 33 36 36

BIJLAGEN 38 Bijlage 1 - Gemeentelijk beleid (Woonvisie, Gebiedsprogramma, Omgevingsvisie) 39 Bijlage 2 - Partners in stuurgroep en hun bijdrage 43 Bijlage 3 - Stakeholders (maatschappelijke organisaties en partners) 47 Bijlage 4 - Maatschappelijke organisaties en hun bijdrage aan de (voorlopige) concept-RES in voorjaar 2020 48 Bijlage 5 - Energieneutraal 50 Bijlage 6 - Innovatie in nieuwe en alternatieve technologieën 51 Bijlage 7 - Wensen en bedenkingen op (voorlopige) concept-RES 56

5

Publiekssamenvatting De Hoeksche Waard staat voor een groot aantal verande­ ringen. Internationaal en ook landelijk is afgesproken dat we klimaatverandering willen beperken. De uitstoot van broeikas­gassen moet omlaag. In 2030 willen we 49% minder CO2 uitstoten en in 2050 willen we 95% minder CO2 uitstoten. Om dit te bereiken gaan we minder fossiele brandstoffen gebruiken. Onze elektriciteit gaan we duurzaam opwekken, onze gebouwen duurzaam verwarmen en onze auto’s rijden straks niet meer op benzine, diesel of LPG. Deze veranderingen noemen we de energietransitie. 1

 ok veel inwoners van de Hoeksche O Waard hebben in zonnepanelen geïnvesteerd. Een heel positieve ontwikkeling. Aangezien in de RES de focus ligt op de grootschalige opwek, spreken we van de ondernemers die hebben geïnvesteerd in zonnepanelen op bedrijfsdaken. Dit doet niets af aan de inspanningen van inwoners en de bijdrage die inwoners leveren aan de energietransitie.

De energietransitie raakt iedereen. Gelukkig hebben we nog tijd om deze veranderingen met elkaar te regelen. Maar, we moeten wel aan de slag. Nederland bestaat uit 30 energieregio’s. De Hoeksche Waard is één van deze regio’s. Elke regio, dus ook de regio Hoeksche Waard, moet een bijdrage leveren aan de landelijke doelstellingen. Daarom werkt elke regio hard aan een Regionale Energie Strategie, de RES. Dit document is een eerste versie van de RES, de RES 1.0.

parken (Windpark Oude Maas en ter vervanging van de eerste generatie windturbines: Westerse Polder en Oude Mol), een zonnepark (op het terrein van Cosun Beet Company in Puttershoek) en enkele grote bedrijfsdaken in de pijplijn. Voor deze zogenoemde pijplijn-projecten zijn inmiddels de benodigde ruimtelijke procedures afgerond en zijn de omgevingsvergunningen onherroepelijk. Richting 2030 wil de regio nog meer elektriciteit opwekken. Daarbij worden grote daken in de Hoeksche Waard in elk geval zoveel mogelijk benut voor zonnepanelen. Sinds de periode vanaf de start van het RES-proces (eind 2019) is er circa 0,01 TWh aan grootschalige opwek van duurzame energie middels zonnepanelen op daken bijgekomen. Veel ondernemers1 hebben dus geïnvesteerd in zonnepanelen. In de RES 1.0 houden we 4 januari ‘21 als peildatum aan. In de RES 2.0 actualiseren we de cijfers qua grootschalige opwek van duurzame energie middels zonnepanelen op daken en rekenen deze door.

In de RES maken gemeente Hoeksche Waard, provincie Zuid-Holland, waterschap Hollandse Delta, Stedin, HW Wonen en andere partijen afspraken over 2 onderwerpen: 1. Elektriciteit: Waar kan grootschalig duurzame elektriciteit opgewekt worden, rekening houdend met verschillende belangen? 2. Warmte: Hoe komen we tot een aardgasvrije gebouwde omgeving?

Elektriciteit

In de Hoeksche Waard staan al windturbines (windparken Spui, Hogezandse Polder en Clothildis) en er komen er nog meer bij. Dit noemen we de ‘pijplijn’. Op dit moment zitten er 3 wind­

6

Figuur 1: Bijdrage van de regio Hoeksche Waard aan nationale doelstellingen van 35 TWh hernieuwbare elektriciteit

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

gemeente Hoeksche Waard. Daarin komt te staan welke wijken wanneer van het aardgas af kunnen en wat dat het meest waarschijnlijke alternatief wordt. De gemeente zet in op betaalbare, praktische en realistische oplossingen.

Oud-Beijerland Oude Maas (2021) 5 turbines 166 TJ 0,046 TWh

Puttershoek

Energieneutraal

Spui 5 turbines 247 TJ 0,068 TWh

A29

‘s-Gravendeel Clothildis 6 turbines 43 TJ 0,012 TWh

Westerse Polder (2020) 5 turbines 248 TJ 0,069 TWh

Numansdorp

Oude Mol (2022)

Strijen

4 turbines 198 TJ 0,055 TWh

Hogezandse Polder 9 turbines 352 TJ 0,097 TWh

Gemeente Hoeksche Waard wil in 2040 energieneutraal zijn. Dit kan bereikt worden door alle gebruikte energie in 2040 op een duurzame manier op het eiland op te wekken. De komende jaren gaat dit in elk geval betekenen dat we meer elektriciteit nodig gaan hebben. Steeds meer mensen gaan elektrisch rijden en hun huizen verwarmen met warmtepompen. Gelukkig wordt er ook energie bespaard. Energie die niet wordt gebruikt, hoeft ook niet te worden opgewekt. Daarom moet het besparen van energie niet uit het oog worden verloren. Door gebouwen beter te isoleren, en bijvoorbeeld zuinigere apparaten te gebruiken, hebben we minder energie nodig. Ook een elek­ trische auto verbruikt minder energie dan een auto die rijdt op benzine, diesel of LPG.

Figuur 2: Bestaande windparken en windparken ‘in de pijplijn’ in de Hoeksche Waard

Warmte

RES-regio Hoeksche Waard heeft de eerste onderzoeken uit­ gevoerd hoe in de toekomst de gebouwen aardgasvrij kunnen worden. Met name in de grotere dorpen lijken collectieve warmteoplossingen kansrijk. Er komt dan niet voor elke woning een andere oplossing, als het aardgas gaat verdwijnen. In andere dorpen en het buitengebied zijn deze gezamenlijke warmteoplossingen niet kansrijk. Dit betekent dat gebouwen op een andere individuele manier verwarmd moeten gaan worden. Het verwarmen van deze gebouwen kan dan met groen gas óf elektrisch, bijvoorbeeld met een warmtepomp.

Samen met de inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties RES-regio Hoeksche Waard denkt na over mogelijke nieuwe locaties waar op grote schaal duurzame elektriciteit opgewekt kan worden. De gemeente, maar ook haar medeoverheden in de RES-regio Hoeksche Waard, hecht grote waarde aan een zorgvuldig proces met de inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de Hoeksche Waard. Daarom blijven we op het eiland met elkaar in gesprek. We zoeken samen naar de beste manier om onze eigen doelstellingen te realiseren en een bijdrage te leveren aan landelijke afspraken. Naast het RES-­ traject blijven we samen werken aan een breder uitvoerings­ programma ‘Hoeksche Waard richting energieneutraal’.

In 2021 gaat de regio door met onderzoeken om nog beter te kunnen bepalen hoe gebouwen aardgasvrij gemaakt kunnen worden. In de loop van 2020 is de gemeente gestart met het opstellen van een Transitievisie Warmte die eind 2021 gereed moet zijn en ter vaststelling wordt aangeboden aan de raad van

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

7

DEEL A - ACHTERGROND

8

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

Hoofdstuk 1 - Inleiding 1.1

Nationaal Klimaatakkoord

Nederland heeft het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend en haar doelstellingen bepaald voor 2030 (49% CO2-emissiereductie ten opzichte van 1990) en 2050 (minimaal 80-95% CO2-emissiereductie ten opzichte van 1990). Voor de uitwerking van de afspraken is op 28 juni 2019 het Klimaatakkoord gepresenteerd. Het Klimaatakkoord is inmiddels getekend door de Vereniging Nederlands Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg en de Unie van Waterschappen. Aan 5 tafels (zie figuur 3) zijn voorstellen ontwikkeld voor het verminderen van de CO2-uitstoot: • • • • •

Elektriciteit Gebouwde omgeving Industrie Landbouw en landgebruik Mobiliteit

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de tafels Elektriciteit en Gebouwde omgeving regionaal uitgewerkt en gerealiseerd worden. Hiertoe zijn dertig energieregio’s gevormd (zie figuur 4). Een van deze regio’s is de RES-regio Hoeksche Waard.

1.1.1

Waarom een Klimaatakkoord?

Met het Klimaatakkoord proberen wij in Nederland stappen te zetten om de klimaatverandering die gaande is, te beperken. De opwarming van de aarde moet beperkt worden. In het tegengaan van klimaatverandering speelt de energie­ transitie een belangrijke rol. Eén van de onderdelen daarin is het verminderen van het gebruik van fossiele bronnen voor onze energievoorziening. De afgelopen jaren hebben we in Nederland gemerkt dat gaswinning uit de Groningse velden leidde tot aardbevingen. Aardgaswinning in Groningen is een aflopende zaak. Voorlopig kan Nederland nog niet zonder aardgas. Import is mogelijk maar is uiteindelijk ongewenst, mede gezien het feit dat Nederland zich daarmee afhankelijk maakt van landen die gas exporteren. Beter is het daarom wanneer Nederland zijn eigen energie opwekt.

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

Nederland heeft besloten dat zij duurzame energiebronnen wil benutten en indien nodig wil ontwikkelen. Voor de opwek van elektriciteit, nu nog vooral opgewekt door elektriciteitscentrales gestookt op fossiele bronnen, moeten alternatieve bronnen komen. In het Klimaatakkoord is afgesproken om in de periode tot 2030 vooral in te zetten op bewezen technieken voor de opwek van duurzame elektriciteit via windturbines en zonne­ panelen (op dak en op land). Onderkend wordt dat innovaties snel gaan en er ruimte moet blijven om de komende jaren plannen aan te passen als nieuwe technologieën haalbaar en betaalbaar ingezet beschikbaar komen. Figuur 3: De 5 tafels van het Klimaatakkoord

Op zee gaat daarom 49 TWh aan vermogen geïnstalleerd worden via windparken. Op land moet daarnaast 35 TWh worden opgewekt en daarnaast wordt ervan uitgegaan dat op daken van particuliere woningen via autonome groei 7 TWh aan elektriciteit via zonnepanelen opgewekt gaat worden in 2030.

1.2

Regionaal maatwerk voor nationale doelen

Om invulling te geven aan de nationale doelen en afspraken is regionaal maatwerk nodig. Op landelijk niveau hebben gemeenten, provincies en waterschappen voorgesteld om vanuit een samenwerkingsverband van de 3 overheden te starten en andere partijen te betrekken. Dit geldt in het bijzonder voor de ruimtelijke inpassing van hernieuwbare opwek, opslag en de infrastructuur voor warmte en elektriciteit. Ruimte is immers een schaars goed. Dit vraagt om een nieuwe vorm van samenwerken tussen overheden en maatschappelijke partners. In regio Hoeksche Waard is gekozen om Stedin en woning­ corporatie HW Wonen als maatschappelijke partners te betrekken in het besluitvormginsproces over de RES. Zij maken naast gemeente Hoeksche Waard, provincie Zuid-Holland en Waterschap Holland Delta deel uit van de Stuurgroep RES en de Ambtelijke Projectgroep RES.

Figuur 4: De 30 energieregio’s van Nederland

9

Besluitvorming over concrete nieuwe projecten, die mogelijkerwijs voortkomen uit de RES, vindt plaats via het omgevingsbeleid van gemeenten, provincies en Rijk en het via het beleid van de waterschappen (onder andere via het waterbeheerplan en waterverordening). Regio Hoeksche Waard heeft haar inwoners, ondernemers en (andere) maatschappelijke organisaties uitgenodigd om een bijdrage te leveren aan de totstandkoming van het inhoudelijke deel van de RES 1.0. In besloten bijeenkomsten, waaronder 1 energiecijfer-werksessie, 2 oplossessies, 3 schetsbijeenkomsten en 2 openbare meedenkbijeenkomsten is gezamenlijk gebouwd aan de RES 1.0 voor RES-regio Hoeksche Waard. Op 2 december 2020 is tijdens de online Brede bijeenkomst ‘De energietransitie: inzetten op besparen en overgaan op schone energie in de Hoeksche Waard’ een update gegeven van het RES-proces.

1.3 Regionale/lokale ambitie - Komen tot een realistisch/gedragen bijdrage vanuit de Hoeksche Waard Programmaplan Duurzaamheid - Thema Energie­ transitie

In december 2020 is het Programmaplan Duurzaamheid vast­ gesteld door de gemeenteraad. Hiermee is de Energievisie Hoeksche Waard 2016-2020, en het bijbehorende Regionaal Uitvoeringsprogramma Energievisie 2016-2020, komen te vervallen. De doelstelling om in 2040 een energieneutrale Hoeksche Waard te zijn is overgenomen. Dit kan bereikt worden door alle energie die in 2040 in de Hoeksche Waard gebruikt wordt duurzaam lokaal op te wekken. Het Programmaplan gaat over 4 thema’s; Energietransitie, Biodiversiteit, Circulaire economie en Klimaatadaptatie. Voor al deze thema’s wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld middels een participatieproces met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. De ambitie om in 2040 energieneutraal te zijn wordt verder uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma ‘Hoeksche Waard richting energieneutraal’. De uitkomsten van dit uitvoerings­ programma, dat voor de zomer 2021 ter vaststelling moet

10

worden aangeboden aan de gemeenteraad, worden opgenomen in de volgende RES, de RES 2.0. De RES 1.0 Hoeksche Waard is niet het sluitstuk, maar het fundament waarop partijen de komende jaren verder kunnen met de uitvoering ervan. Binnen het thema Energietransitie en parallel aan de RES 1.0 is de gemeente gestart met een traject om te komen tot een Transitievisie Warmte (hierna: TVW). Het Rijk heeft aan alle Nederlandse gemeenten opdracht gegeven om voor eind 2021 deze visie vastgesteld te hebben. Hierin moet worden aan­ gegeven welke alternatieve verwarmingsbronnen in de Hoeksche Waard kunnen worden ingezet. Hierbij wordt per wijk of dorp het beste alternatief aangereikt, zowel qua kosten, continuïteit als infrastructureel. In de bij deze RES 1.0 behorende Regionale Structuur Warmte (hierna: RSW) wordt nader ingegaan op deze Transitievisie Warmte. De RES 1.0 is dan ook volgend op de TVW en het uitvoerings­ programma ‘Hoeksche Waard richting energieneutraal’, in plaats van andersom. In beide processen vindt participatie plaats met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Hiervoor hebben we meer tijd en ruimte dan in het afgelopen RES-proces. Om deze reden is het RES-proces dan ook losgekoppeld, op verzoek van participanten, van het traject om te komen tot een energieneutrale Hoeksche Waard in 2040.

1.4

Relatie met ander visies en beleidsstukken

Het thema Energietransitie uit het Programmaplan Duurzaamheid, het bijbehorende nog op te stellen uitvoeringsprogramma ‘Hoeksche Waard richting energieneutraal’ en de RES hebben relaties met andere al bestaande beleidsstukken en visies zoals de Regionale Woonvisie 2030, het Gebiedsprogramma Hoeksche Waard en de Omgevingsvisie Hoeksche Waard (zie bijlage 1).

1.5 De RES 1.0 Hoeksche Waard - Duurzame elektriciteit en warmte opwekken

In de RES-regio Hoeksche Waard hebben gemeente Hoeksche Waard, provincie Zuid-Holland, waterschap Hollandse Delta, Stedin en HW Wonen (zie bijlage 2) in nauwe afstemming en samenwerking met een groot aantal maatschappelijke partners (zie bijlage 3) voorliggende RES 1.0 opgesteld.

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

De RES 1.0 van RES-regio Hoeksche Waard bevat 2 hoofdonderdelen, die hieronder (paragraaf 1.5.1 en 1.5.2) worden beschreven:

1.5.1 Wat de regio kan én wil met de grootschalige opwek van duurzame elektriciteit

De RES 1.0 bevat een regionale inventarisatie van de hoeveelheid duurzame elektriciteit die de RES-regio grootschalig op land kan en wil opwekken en waar dat mogelijk is. De nationale doelstelling is 35 TWh opwekking van duurzame elektriciteit op land. Deze doelstelling is niet verdeeld over de provincies, RES-regio’s of gemeenten. Het is aan elke RES-regio om te bepalen welke bijdrage zij denkt te kunnen en te willen te leveren aan de realisatie van de nationale doelstelling. RES-regio Hoeksche Waard heeft afgelopen jaren flinke stappen gezet met (voorbereiding op) de realisatie van 3 nieuwe windparken (windpark Spui, Hogezandse Polder en Oude Maas) en 2 windparken ter vervanging van de eerste generatie wind­ turbines (Westerse Polder en Oude Mol). De ruimtelijke proce­ dures voor deze windparken zijn reeds afgerond, de benodigde vergunningen onherroepelijk en een deel van de windparken is al gebouwd. Tevens wordt momenteel gebouwd aan een zonnepark op het terrein van Cosun Beet Company in Puttershoek. De lokale ambities in de Hoeksche Waard zijn groot: richting energieneutraal in 2040. Daarom heeft de Hoeksche Waard zichzelf voor het RES-proces geen extra doelstelling opgelegd, anders dan al opgenomen in bestaand beleid.

Relatie RES en lokale ambitie energieneutraal 2040

Tijdens de ontwikkeling van de RES 1.0 is het lastig gebleken om zonder gedragen gevoel bij de grootte van de opgave voor het realiseren van de lokale doelstelling, het gesprek te voeren over de grootte van de regionale ambitie voor de RES 1.0. RES-regio Hoeksche Waard veel hecht aan een zorgvuldig participatieproces met regionale belanghebbenden om te komen tot de RES 1.0. Daarom heeft RES-regio Hoeksche Waard gekozen om voor het bepalen van haar bijdrage aan de nationale doestelling vooralsnog uit te gaan van reeds gerealiseerde projecten voor zon- en windenergie, de reeds geplande en in procedure zijnde projec-

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

ten voor zon- en windenergie, en nieuwe initiatieven op minder gevoelige locaties, maar waarvan de verwachting groot is dat deze nog volgen. Tegelijkertijd is met de maatschappelijke partners afgesproken gezamenlijk aan de slag te gaan om inzicht te krijgen in hetgeen nodig voor het realiseren van de lokale doelstelling richting energieneutraliteit in 2040. Dit vindt plaats in het traject om te komen tot het uitvoeringsprogramma ‘Hoeksche Waard richting energieneutraal’.

1.5.2 Hoe de regio de toekomstige warmtevoorziening wil realiseren

Bij deze RES 1.0 hoort een Regionale Structuur Warmte (hierna: RSW) waarin de regio de plannen voor duurzame warmtevoorziening van woningen en gebouwen in de Hoeksche Waard beschrijft.

De RSW beschrijft hoeveel warmte de regio verwacht nodig te hebben in de periode tot 2030 en tot 2050. De RSW inventariseert potentiële warmtebronnen in de regio. De RSW beschrijft hoe de regio de warmteverdeling wil doen en de warmte wil leveren aan woningen en gebouwen, en hoe de regio de benodigde infrastructuur en opslagcapaciteit voor warmte wil organiseren.

De energie-infrastructuur is een cruciaal onderdeel, dat elektriciteits- en warmtevoorziening verbindt. Het gaat om een integraal energiesysteem, waardoor de 2 opgaven op elektriciteit en warmte niet los van elkaar kunnen worden gezien. In hoofdstuk 5 is een samenvatting opgenomen van de RSW. De RSW 1.0 is een separaat document bij deze RES 1.0.

1.6

Van concept-RES naar definitieve RES 1.0

De regio Hoeksche Waard heeft voor 1 oktober 2020 haar bestuur­lijk vastgestelde concept-RES ingediend bij het NPRES met het verzoek deze door te sturen aan het PBL voor door­ rekening. Het PBL heeft in de periode 1 oktober 2020 tot 1 februari 2021 berekend of de 30 concept-RES’en optellen

11

tot het nationale doel van 35 TWh grootschalige opwek van elektriciteit op land. Daarbij heeft het PBL op een kwalitatieve en kwantitatieve manier gekeken. Zij hebben onderzocht hoe de 30 concept-RES’en passen in het geheel en de samenhang op nationaal niveau. Daarnaast onderzoekt het PBL hoe de RES-regio’s de warmtestructuur op orde brengen, hoe grootschalige opwek van elektriciteit ruimtelijk wordt ingepast, hoe de samenleving wordt meegenomen, of de besturen het eens zijn met de concept-RES’en en of de gezamenlijke regionale plannen passen op het landelijke elektriciteitsnet. Het PBL keek naar 5 informatiebronnen voor de doorrekeningen: 1. Concept-RES per regio. 2. Cijfers die de RES-regio’s aan Netbeheer Nederland hebben aangeleverd. 3. Analyse van de cijfers door Netbeheer Nederland. 4. Openbare bronnen zoals cijfers van CBS over hernieuwbare bronnen. 5. Quick-scan RES per regio (uittreksel per RES-regio zodat RES’en vergelijkbaar en optelbaar zijn). Parallel aan de doorrekening van het PBL werkten de koepels IPO, VNG en UvW aan een appreciatie. Als mocht blijken dat de 30 concept-RES’en niet optellen tot de beoogde 35 TWh, dan volgt er een herverdeling (Route35). De koepels hebben in het Klimaatakkoord toegezegd dat zij dan met de RES-regio’s in gesprek gaan en gezamenlijk komen met een herverdeling, waardoor de 35 TWh doelstelling wordt gehaald. 2 3

 egionale-energiestrategie.nl R Monitor concept-RES | PBL Planbureau voor de Leefomgeving

Op 1 februari 2021 presenteerden het NPRES haar RES-foto2 en het PBL de definitieve rapportage RES-monitor3. Uit deze monitor bleek dat de kans dat de 35 TWh wordt gehaald groter is, dan de kans dat de 35 TWh niet wordt gehaald. De genoemde Route 35 hoeft daarom vooralsnog niet worden ingezet. Op basis van de gesprekken die de RES-regio had met NPRES en PBL, de definitieve rapportage RES-monitor, de geactualiseerde cijfers van Stedin, en in nauwe samenwerking met maatschappelijke partners stelde RES-regio Hoeksche Waard deze RES 1.0 op.

12

De RES 1.0 gaat, net als de concept-RES, in op 2 thema’s: elektriciteit en warmte. In de nu voorliggende RES 1.0 vindt een verdieping plaats naar de ruimtelijke impact en de consequenties voor het elektriciteitsnetwerk. Deze verdieping wordt mede gebaseerd op de uitkomsten van de gesprekken met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in de Hoeksche Waard en het advies van het PBL. In het bijzonder zijn er door de Hoeksche Waard al gezamenlijke gesprekken georganiseerd over het vinden en oplossen van barrières voor de aanleg van groot­ schalige zon-op-dak projecten. In de concept-RSW, is ook het thema warmte (gebouwde om­ geving) verder bijgesteld. Dit is gebeurd op basis van nadere informatie die beschikbaar komt, mede door het lokale traject waarin wordt gewerkt aan de Transitievisie Warmte. Deze wisselwerking tussen het lokale en regionale niveau is dus geen eenmalige exercitie. Juist de continue iteratie tussen beide schaalniveaus zorgt voor optimale inzet van alle beschikbare warmteopties en draagt bij aan een aanscherping van zowel de lokale plannen als de regionale strategie. Het beeld dat in de RSW 1.0 naar voren komt moet in de toekomst regelmatig worden bijgesteld als inzichten voortschrijden.

De raad van gemeente Hoeksche Waard, Provinciale Staten van Zuid-Holland en de Verenigde Vergadering van waterschap Hollandse Delta besluiten uiterlijk 1 juli 2021 over de RES 1.0 en de RES 1.0 indienen bij het NPRES.

1.7

Doorkijk richting 2030 en 2050

Ontwikkelingen op het gebied van energieopwekking gaan razendsnel. Ook maatschappelijk zien we ons telkens voor nieuwe uitdagingen gesteld. Dat maakt dat we elke dag opnieuw moeten kijken naar waar we staan. Of onze plannen nog steeds goed zijn of dat we nieuwe inzichten hebben waardoor het verstandiger is om bestaande plannen aan te passen. Technologische ontwikkelingen gaan zeker een rol spelen in de energietransitie. Vanwege de innovatietrend in zonnepanelen en windturbines valt te verwachten dat de technieken tot 2030

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

belangrijk blijven. Ook nieuwe warmte-oplossingen kunnen beschikbaar komen. Op basis van de huidige stand van alter­ natieve technologieën is de verwachting dat de meeste alter­ natieve technologieën vóór 2030 een bescheiden bijdrage gaan. Om in 2030 de regionale bijdrage aan de nationale doelstellingen, zoals vastgelegd in deze RES 1.0, te kunnen realiseren, moeten noodzakelijke omgevingsvergunningen voor aanleg van zonneparken en windturbines uiterlijk rond 2025 worden verleend . In het geval van alle pijplijn-projecten over wind en zon-op-land zijn deze ondertussen ook verleend4 en onher­ roepelijk. Inspraak was al onderdeel van de doorlopen ruimte­ lijke procedures. Aangezien deze RES 1.0 is gebaseerd op bestaande en reeds vergunde projecten en er geen sprake is van nieuwe ontwikkelruimte, is inspraak op deze RES 1.0 niet nodig.

Periodieke herijking

Het is niet ondenkbaar dat richting 2030 en zeker richting 2050 sommige alternatieve technologieën (zowel voor grootschalige opwek van elektriciteit als warmte-oplossingen) een stadium bereiken waarin zij een grote bijdrage aan de doelstelling kunnen leveren. Daarom wordt de definitieve RES 1.0 na 2021 elke 2 jaar geüpdatet om bestaande plannen aan te passen aan de nieuwste inzichten. Als alternatieve technologieën beter scoren op bijdrage aan de doelstellingen, schaalbaarheid en uitvoerbaarheid is er op dat moment de mogelijkheid en de flexibiliteit om ze op te nemen in de RES (2.0, 3.0, etc.).

Richting energieneutraal 2040

is in het Klimaatakkoord afgesproken dat in 2050 de CO2-­ uitstoot met 95% moet zijn gereduceerd. Het RES-proces met 2-jaarlijkse herijking biedt de ruimte om bij te stellen wanneer nodig en/of gewenst. Ook is het proces ondertussen gestart om te komen tot een uitvoeringsprogramma voor deze ambitie, het uitvoeringsprogramma ‘Hoeksche Waard richting energieneutraal 2021-2026’.

1.8

Leeswijzer

Deze RES 1.0 bestaat uit 3 delen.

2

 iteraard kunnen vergunningen alleen U worden verleend als er initiatieven zijn.

Deel A neemt u mee in aanleiding van de RES 1.0 en de context waarbinnen deze RES 1.0 tot stand is gekomen. Deel B beschrijft het thema elektriciteit en de bijdrage die RES-regio Hoeksche Waard denkt te kunnen en willen leveren aan de nationale doelstelling voor de opwek van 35 TWh aan duurzame elektriciteit in Nederland (op land). Deel C geeft een inhoudelijke onderbouwing van de regionale bijdrage aan de nationale doelstelling en beschrijft het proces waarbinnen de regio is gekomen tot haar bijdrage. Ook bevat het een samenvatting van de RSW 1.0 voor de regio. De volledige RSW 1.0 is een separaat document naast deze RES 1.0. De RES 1.0 wordt afgesloten met een aantal bijlagen met meer achtergrond bij onderdelen zoals genoemd in de hoofdtekst.

Gemeente Hoeksche Waard heeft de ambitie om energieneutraal te zijn in 2040. In bijlage 5 wordt ingegaan op wat energieneutraal inhoudt. De RES-regio Hoeksche Waard beseft dat energieneutraliteit in 2040 niet betekent dat er in de Hoeksche Waard geen fossiele energie meer wordt gebruikt. Een deel van de gebouwde omgeving gebruikt in 2040 naar verwachting nog aardgas en ook de mobiliteit is niet volledig elektrisch- of waterstof-aangedreven. Ook beseft de Hoeksche Waard dat de wereld niet ophoudt na 2040. Wat er precies nodig is in 2040 is nog onbekend. Nationaal

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

13

Hoofdstuk 2 - Inzicht in de regionale energiemix 2.1

Scope van de RES

Regio Hoeksche Waard heeft ervoor gekozen de focus van de RES 1.0 te leggen op de opgaven van de thema’s elektriciteit en gebouwde omgeving: 1. Elektriciteit: Waar kan grootschalig duurzame elektriciteit opgewekt worden, rekening houdend met verschillende belangen? 2. Warmte: Hoe komen we tot een aardgasvrije gebouwde omgeving?

5

 andreiking RES 1.1, uitgegeven door H Nationaal Programma RES

Besparing

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat elke RES-regio zich in elk geval voor het thema elektriciteit richt op het vergroten van de productie van duurzame elektriciteit (aanbodzijde). Elke regio wordt gevraagd een bijdrage te leveren aan de nationale doelstelling om 35 TWh aan hernieuwbare elektriciteit op te wekken.

Naast de thema’s elektriciteit en gebouwde omgeving hebben ook de thema’s mobiliteit, industrie en landbouw en landgebruik invloed op onze toekomstige energievraag. De regio Hoeksche Waard heeft de energievraag met betrekking tot deze thema’s daarom meegenomen in berekening van de energievraag en het bepalen van de impact van de concept RES op het aanbod van energie en de beoogde CO2-reductie in de regio Hoeksche Waard.

Voor het thema warmte is besparing natuurlijk ook een belangrijk deel van de oplossing om te komen tot een aardgasvrije warmtevoorziening die minder CO2-uitstoot. Isoleren van woningen verlaagt de vraag naar warmte en maakt het bovendien mogelijk om andere (laagtemperatuur) warmteoplossingen te gebruiken.

De Hoeksche Waard heeft door ontwikkelingen in het verleden al een aanzienlijke CO2-reductie behaald ten opzichte van 1990 (>35%). Verduurzaming van de energievoorziening door uit­ voering van de RES brengt in 2030 deze reductie tot boven de Nederlandse doelstelling van 49% én mogelijk ook boven de aanstaande Europese ambitie van 55%.

Hoewel essentieel in de energietransitie is besparing van energie (elektriciteit en warmte) geen onderdeel van de RES. In de regio Hoeksche Waard wordt naast het RES-traject gewerkt aan maatregelen om het energieverbruik in de regio te verlagen, hetgeen is opgenomen in het reeds vastgestelde Programmaplan Duurzaamheid.

Aan andere tafels wordt gewerkt aan verduurzaming van mobiliteit, industrie en landbouw, zodat die thema’s ook bij­ dragen aan het verlagen van de CO2-uitstoot. Voor zover relevant en beïnvloedbaar door de regio, zoekt de regio hierbij wel de samenhang. Ook inpassing van bijvoorbeeld laadinfrastructuur en het benutten van mogelijkheden die agrariërs zien binnen hun bedrijven om CO2-uitstoot te reduceren wil de regio Hoeksche Waard omarmen.

Nieuwe of alternatieve technologieën

In de regio wordt al gewerkt aan andersoortige energieplannen om het energiegebruik om laag te brengen (o.a. via het Regionaal Energieloket en Stichting Energieke Regio) en aan de

14

doelen van het huidige Energieakkoord (waaronder de 6000 MW wind op land) door het realiseren van 5 windparken (in totaal 28 windturbines) langs de randen van de Hoeksche Waard.

In de RES 1.0 gaan we in op de regionale bijdrage aan de landelijke doelstelling van 35 TWh aan hernieuwbare energie­ opwekking (elektriciteit) op land. Binnen de gestelde kaders tellen alleen weersafhankelijke hernieuwbare bronnen op land5, zoals windturbines en grootschalige zonnepanelen (>15 kWp, meer dan 60 zonnepanelen), mee in de optelling tot 35 TWh. Andere technieken zijn op dit moment nog onvoldoende bewezen of ontwikkeld waardoor (grootschalige) realisatie vóór 2030 niet realistisch is.

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

Aangenomen mag worden dat ontwikkelingen doorgaan en bestaande technieken zoals windturbines en zonnepanelen nog efficiënter worden. Daarnaast wordt er wereldwijd gewerkt aan nieuwe technieken. Op langere termijn gaan die zeker een rol spelen in de energietransitie. Waar mogelijk wil de regio Hoeksche Waard innovatie stimuleren. Hoewel de focus van de RES ligt op bewezen, weersafhankelijke, technieken is in bijlage 6 een overzicht gegeven van bestaande en nieuwe technieken en ontwikkelingen die mogelijkerwijs interessant worden voor de regio.

Op basis van de meest recente data uit 2017 blijkt dat de Hoeksche Waard ongeveer 1373 TJ aan elektriciteit, bijna 0,4 TWh per jaar gebruikt (zie figuur 5). Ten opzichte van de 2016 data heeft er energiebesparing plaatsgevonden en zien we een subtiele autonome stijging van de (duurzame) elektriciteitsvraag. Gezien de ontwikkelingen in de komende jaren verwachten we dat deze elektriciteitsvraag zal blijven stijgen door bijvoorbeeld een toename van het aantal elektrische auto’s. De opgave van de Hoeksche Waard voor grootschalige duurzame opwek kan ervoor zorgen dat een groot deel van elektriciteitsvraag in de regio duurzaam ingevuld kan worden.

Nationale doelstelling RES en Regionaal Elektriciteitsverbruik De nationale doelstelling van 35 TWh grootschalige opwek van duurzame elektriciteit kan op verschillende manieren worden ‘toegerekend’ aan de 30 energieregio’s. Het Nationaal programma RES heeft bewust geen verdeling gemaakt van deze opgave tussen de regio’s.

Om toch een gevoel te krijgen bij de ‘RES-opgave’ per regio, is de opgave te beschouwen vanuit een bandbreedte waarin de landelijke 35 TWh bekeken kan worden vanuit verschillende perspectieven. Bijvoorbeeld vanuit het huidige energiegebruik per regio ten opzichte van het landelijke verbruik, het beschikbaar oppervlak in de regio ten opzichte van het landelijk oppervlak of het aantal inwoners in een regio ten opzichte van het landelijke totaal aantal inwoners. De RES-regio Hoeksche Waard heeft met elkaar een ambitie bepaald van 0,1 TWh (grootschalige opwek zon-op-dak). In 2019 was de ‘onderkant’ van het RES-bod 0,376 TWh. Inmiddels - tussen de start van het RES-proces eind 2019 tot begin 2021 - is al een deel van deze ambitie gerealiseerd (0,01 TWh). Daarmee wordt het RES-bod van de Hoeksche Waard minimaal 0,386 TWh (was eind 2019 0,376 TWh) en maximaal 0,476 TWh.

Figuur 5: F  inale Energievraag Regio Hoeksche Waard (bron: Klimaatmonitor Rijkswaterstaat, peiljaar: 2017)

Naast deze, enigszins technische exercitie, heeft de Hoeksche Waard een eigen ambitie om energieneutraal te zijn in 2040. De eigen energievraag moet dus verduurzaamd worden.

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

15

Hoofdstuk 3 - Regio Hoeksche Waard 3.1 Welkom in de regio - Leer de Hoeksche Waard kennen

ver is, zijn de contouren van het eiland door windturbines op bepaalde locaties zichtbaar gemarkeerd.

3.1.1

3.1.2 Agrarisch landschap

Landschap

Het open landschap van de Hoeksche Waard is uniek. Hoewel de Hoeksche Waard de status van nationaal landschap is kwijtgeraakt, wordt het landschap nog steeds breed gewaardeerd. De Hoeksche Waard is een verzameling van circa 60 polders op een ondergrond van zeeklei; omringd door grote watergangen als het Spui, de Oude Maas, Dordtse Kil, het Haringvliet en Hollands Diep. De Hoeksche Waard is gesitueerd onder de rook van de verstedelijkte Randstad nabij Rotterdam. Het landschap van de Hoeksche Waard bestaat uit grote en kleine polders en is open van karakter. Smalle dijken, soms leeg en soms met lintbebouwing, liggen als ringen rond de polders. Kreken liggen er nog grotendeels en verzorgen met de haven­ kanalen de afwatering. Op andere plekke liggen zichtbare herinneringen aan oude kreken. In het midden van de Hoeksche Waard ligt het prachtige Oude Land van Strijen; een gebied met strookverkaveling en thans natuurgebied (Natura 2000) en de Binnenbedijkte Maas (Binnenmaas). Ten zuiden van de Hoeksche Waard ligt het natuureiland Tiengemeten. Hoewel er al enkele droge stukken land waren, is het eiland Hoeksche Waard pas echt ontstaan na de Sint-Elizabethsvloed van 1421. Her en der waren kleine polders (opwaspolders) die langzaam maar zeker aan elkaar zijn gegroeid doordat via zandaanzettingen nieuwe droge gebieden ontstonden.

Door deze gebieden in te polderen (aanwaspolders) ontstond de huidige Hoeksche Waard. De oude en ‘nieuwe’ polders zijn nog steeds te herkennen in het landschap. De afgelopen jaren zijn op verschillende locaties langs de randen van de Hoeksche Waard windparken gebouwd. Hoewel de Hoeksche Waardse horizon op veel plaatsen nog leeg en

16

De Hoeksche Waard is van oudsher een agrarisch gebied. Op groot open akkerland worden vooral vollegrond groenten verbouwd. Een beperkt deel van de Hoeksche Waard is glastuinbouwgebied. Ook is er in de Hoeksche Waard veehouderij. Er wordt sinds enkele jaren Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer uitgevoerd door het Agrarisch Natuurcollectief Hoeksche Waard. Boeren richten zich in hun bedrijfsvoering ook op het behoud en de verbetering van de kwaliteit van landschap en natuur, zoals het vergroten van de biodiversiteit door aanleg van bloemrijke akkerranden.

3.1.3 Cultuur van het eiland Hoeksche Waard

De Hoeksche Waard is één van de Zuid-Hollandse eilanden. Van oudsher zijn de inwoners van de Hoeksche Waard gewend om hun eigen broek op te houden. “Samen regelen we het op het eiland”. Dit gevoel is sterk ontwikkeld en maakt dat inwoners graag betrokken worden bij de toekomst van het eiland. De afgelopen jaren is er met de ontwikkeling van de Omgevings­ visie Hoeksche Waard deze traditie verder vormgegeven door de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties te betrekken bij lokale/regionale ontwikkelingen. De verwacht­ ingen zijn hoog en voor succesvolle projecten is het goede gesprek nodig. Dat kost tijd.

3.2 Waardmaken - Participatie in de Hoeksche Waard

Lange tijd nam de overheid in haar beleid het voortouw als het ging om het bepalen van kwaliteit in onze leefomgeving. De Omgevingsvisie Hoeksche Waard biedt handvatten en inspiratie aan iedereen die een bijdrage wil leveren aan de Hoeksche Waard. Dat noemen we Waardmaken.

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

Waardmaken is een nieuwe manier van ontwikkelen. Bij de totstandkoming van een initiatief worden initiatiefnemers uitgenodigd bij te dragen aan de Hoeksche Waard: aan de Hoeksche Werken en aan de Hoeksche Waarden. Daarmee is omgevingskwaliteit niet langer het domein van overheid en specialisten, maar een verantwoordelijkheid van ons allemaal.

Omgevingsvisie Hoeksche Waard

Gemeente Hoeksche Waard heeft samen met haar inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties de Omgevingsvisie Hoeksche Waard opgesteld. De participatieve wijze waarop deze Omgevingsvisie tot stand is gekomen (met zo’n 200 Waard­ makers), is goed bevallen en sluit goed aan bij de behoefte van de samenleving om nauw betrokken te zijn bij de ontwikkeling van het eiland. Er is een nieuwe standaard van participatie ontstaan. In het RES-traject komt dit terug. Betrokkenheid van de samenleving is hoog. Tegelijkertijd constateert de regio dat de tijd om te komen tot een RES 1.0 beperkt is en daardoor druk ontstaat op het proces en het goede gesprek met de samen­ leving. Hier is echter zo goed mogelijk invulling aan gegeven en de verbinding met de Waardmakers is gelegd voor de RES 1.0. (Voor meer informatie over de Omgevingsvisie, zie bijlage 1).

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

17

DEEL B - DE REGIONALE BIJDRAGE AAN DE NATIONALE DOELSTELLINGEN

18

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

Hoofdstuk 4 - Wat de regio Hoeksche Waard kan én wil opwekken met zon- en windenergie voor 2030 In regio Hoeksche Waard zijn de afgelopen jaren al verschillende energieprojecten voor grootschalige opwek van duurzame elektriciteit gerealiseerd. Het betreft hier een 3-tal windparken, waarvan er één nog wordt gesaneerd en vervangen (Strijensas). Naast de al gerealiseerde windparken (Spui en Hogezandse Polder) zijn er nog 3 windparken in ontwikkeling, waarvan er één momenteel wordt gebouwd (Westerse Polder) en 2 in afwachting van realisatie zijn (Oude Maas en Oude Mol) - voor deze 5 windparken zijn de ruimtelijke procedures doorlopen en de omgevingsvergunningen inmiddels onherroepelijk. Tevens wordt momenteel een zonnepark gerealiseerd op het terrein van Cosun Beet Company in Puttershoek.

4.1 Gerealiseerde energieprojecten Wat we al hebben gedaan

Zoals gezegd hebben wind- en zonneparken aanzienlijke ruimtelijk impact. In gesprek met maatschappelijke organi­ saties in de Hoeksche Waard is gebleken dat nadere gesprekken moeten plaatsvinden om te komen tot een gedragen ambitie en ruimtelijke kaders voor opwek van duurzame energie middels projecten op land (wind en zon), boven op de 5 genoemde windparken. De periode tot 1 juli 2021 is te kort om dit gesprek met de gewenste zorgvuldigheid te doorlopen. Het goede gesprek moet mede worden gevoerd om te komen tot het uitvoeringsprogramma ‘Hoeksche Waard richting energie­ neutraal’, dat voortvloeit uit het Programmaplan Duurzaamheid. Hierin is de doelstelling opgenomen dat de Hoeksche Waard in 2040 energieneutraal moet zijn.

Naam windpark

Vermogen Aantal Verwachte gemiddeld turbines (MW) turbines vollasturen per jaar

Sanering Jaaropbrengst Jaaropbrengst (TJ) (TWh)

Clothildis (Strijensas)6

0,8

6

2.500

Ca. 2022

43,2

0,012

Hogezandse 3,4 Polder (Numansdorp)

9

3.200

N.v.t.

352

0,097

Spui (Nieuw-­ Beijerland)

5

3.280

N.v.t.

247

0,068

De basis voor de bijdrage van de Hoeksche Waard aan de nationale doelstelling van 35 TWh is opgebouwd uit gereali­ seerde energieprojecten en projecten in de ‘pijplijn’. Boven deze basis ziet RES-regio Hoeksche Waard mogelijkheden om op ‘minst-gevoelige locaties’ (zoals bedrijfs- en school daken) duurzame elektriciteit op te gaan wekken, zogenoemde ‘nieuwe initiatieven’.

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

4.1.1 Windenergie

In RES-regio Hoeksche Waard zijn 3 windparken die begin 2021 daadwerkelijk energie opwekken. De gebruikte vollasturen van de windturbines wijken af van centraal beheerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) die ook door Plan Bureau voor de Leefomgeving (hierna PBL) gebruikt worden. Deze cijfers zijn gebaseerd op de lokale inzichten van onder andere de energiecoöperatie HoekscheWaardDuurzaam. Dit is vastgesteld in een overleg met PBL in oktober 2020.

4,2

Tabel 1: Bestaande windparken in de Hoeksche Waard (opbrengst)

6

 indpark Clothildis wordt te zijner tijd gesaneerd en vervangen door windpark Oude Mol, W waarvoor inmiddels de ruimtelijke procedure is afgerond en de omgevingsvergunning onherroepelijk is. Het windpark wordt verwacht in 2022 gereed te zijn.

19

Oud-Beijerland

Puttershoek Spui 5 turbines 247 TJ 0,068 TWh

A29

‘s-Gravendeel

Clothildis

Strijen Numansdorp

6 turbines 43 TJ 0,012 TWh

Hogezandse Polder 9 turbines 352 TJ 0,097 TWh

Figuur 6: Bestaande windparken in de Hoeksche Waard

4.1.2 Zonne-energie

In RES-regio Hoeksche Waard zijn verschillende grootschalige zonprojecten op daken die begin 2021 energie opwekken. Startpunt van analyse waren de bestaande locaties zoals weergegeven in de SDE-lijst uit februari 2021. Categorie

Jaaropbrengst (MWh) Jaaropbrengst (TJ)

Grootschalige zon-op-dak-projecten, 14.800 bestaand

53

Jaaropbrengst (TWh) 0,015

Tabel 2: Bestaande zon-op-dak-projecten in de Hoeksche Waard (opbrengst)

Rekening houdend met de sanering van het huidige windpark Clothildis is de huidige opwek van de bestaande wind- & zon-projecten 0,180 TWh per jaar (circa 648 TJ per jaar)

20

4.2 Energieprojecten in de ‘pijplijn’ Wat we al hebben besloten

In RES-regio Hoeksche Waard zijn al verschillende energie­ projecten voor grootschalige opwek van duurzame elektriciteit in ontwikkeling: de ‘pijplijn’. Het betreft hier een 3-tal wind­ parken en één zonnepark. Van deze projecten zijn de ruimtelijke procedures inmiddels doorlopen en de omgevingsvergunningen onherroepelijk.

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

4.2.1 Windenergie

De volgende windprojecten zijn in ontwikkeling: Naam windpark

Vermogen Aantal Verwachte gemiddeld turbines (MW) turbines vollasturen per jaar

Verwacht Jaaropbrengst Jaaropbrengst realisatiejaar (TJ) (TWh)

Westerse Polder

4

5

3.456

~2020

248

0,069

Oude Maas

3

5

3.074

~2021

166

0,046

Oude Mol7

4,2

4

3.280

~2022

198

0,055

Tabel 3: Windparken ‘in de pijplijn’ in de Hoeksche Waard (opbrengst)

Oud-Beijerland Oude Maas (2021) 5 turbines 166 TJ 0,046 TWh

Puttershoek

A29

‘s-Gravendeel

Westerse Polder (2020) 5 turbines 248 TJ 0,069 TWh

Oude Mol (2022)

Strijen

4 turbines 198 TJ 0,055 TWh

Numansdorp

Pijplijn-projecten zijn locaties/initiatieven in de Hoeksche Waard waar zeker een wind- en zonnepark gerealiseerd gaat worden in de periode tot 1 januari 2030. Startpunt waren de locaties zoals weergegeven in de SDE-lijst uit februari 2021. Omdat de ruimtelijke procedure voor het initiatief van een zonnepark aan de westzijde van de Heinenoordtunnel nabij Heinenoord bij het schrijven van deze RES 1.0 nog niet was gestart, wordt dit zonnepark niet als ‘pijplijn’ project opgenomen in de RES 1.0.

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

Figuur 7: Windparken ‘in de pijplijn’ in de Hoeksche Waard

4.2.2 Zonne-energie

Regio Hoeksche Waard verwacht de volgende grootschalige zonprojecten. Op basis van ervaringscijfers van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), verwachtte het NPRES in oktober 2019 dat van de pijplijn aan grootschalige zon-projecten slechts 50% daadwerkelijk gerealiseerd gaat worden. Regio

7

 indpark Oude Mol komt ter vervanging W van het te zijner tijd te saneren windpark Clothildis (Strijensas).

21

Hoeksche Waard verwacht echter dat het zonnepark ‘in de pijplijn’ daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden. Het betreft hier het zonnepark op het terrein van Cosun Beet Company in Puttershoek. De regio verwacht, op basis van de ervaringen tot nu toe, dat van de grootschalige zon-op-dak-projecten minimaal 60% wordt gerealiseerd. Dat heeft geleid tot het volgende overzicht. Categorie

Jaaropbrengst (MWh) Jaaropbrengst (TJ)

Jaaropbrengst (TWh)

Grootschalige zon-op-dak-projecten

15.421

56

0,015

Grootschalige zon-op-land-projecten 21.160

76

0,021

Tabel 4: Grootschalige zonprojecten ‘in de pijplijn’ in de Hoeksche Waard (opbrengst)

Dit overzicht is gebaseerd op de SDE-lijst uit februari 2021. In deze lijst ontbreken daardoor de projecten die in de 2020 SDE+ ‘Najaars­ ronde’ ingediend zijn door initiatiefnemers. Deze gegevens komen over enkele maanden beschikbaar op gemeenteniveau. Oud-Beijerland Oude Maas (2021) 5 turbines 166 TJ 0,046 TWh

Puttershoek

Spui 5 turbines 247 TJ 0,068 TWh

A29

‘s-Gravendeel Clothildis

Westerse Polder (2020) 5 turbines 248 TJ 0,069 TWh

Numansdorp

6 turbines 43 TJ 0,012 TWh Oude Mol (2022)

Strijen

4 turbines 198 TJ 0,055 TWh

Hogezandse Polder 9 turbines 352 TJ 0,097 TWh

Rekening houdend met de sanering van het huidige windpark Clothildis (Strijensas) wordt de totale verwachte opwek van de bovenstaande energieprojecten 0,386 TWh per jaar (circa 1390 TJ per jaar)

4.3 Nieuwe initiatieven voor energieprojecten - Kansen die we gezamenlijk met de maatschappelijk belanghebbenden gaan onderzoeken

In de regio Hoeksche Waard leven ideeën voor de realisatie van nieuwe projecten voor grootschalige opwek van duurzame elektriciteit (nieuwe initiatieven). De focus voor de bijdrage van de regio aan de nationale doelstelling richt zich op het benutten van minst-gevoelige locaties. Andere energieprojecten (wind en zon op land bijvoorbeeld langs de randen van het eiland, of in de Hoeksche Waardse polder) liggen veel gevoeliger. In de Hoeksche Waard zijn locaties te benoemen die in nauwe samenspraak met de direct belanghebbende en de direct betrokken maatschappelijke organisaties, wellicht in aan­ merking komen voor een (extra) bijdrage aan de nationale doelstelling. Dit betreft voornamelijk de inpassing van projecten voor zonne-­energie. Deze locaties noemen wij minst-gevoelige locaties. Voorbeelden van minst-gevoelige locaties zijn: 1. Grote daken (>15 kWp) 2. Parkeerplaatsen 3. Uitgeefbaar terrein op bedrijventerrein 4. Restruimte langs Rijkswegen en in de oksels van open afritten 5. Restruimte langs provinciale wegen Deze kansen worden verder onderzocht tijdens het (participatie) proces om te komen tot het uitvoeringsprogramma ‘Hoeksche Waard richting energieneutraal’.

Figuur 8: B  estaande windparken en windparken ‘in de pijplijn’ in de Hoeksche Waard

22

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

4.3.1 Zonne-energie: Zon-op-dak

Uit onderzoek blijkt dat er in de Hoeksche Waard voldoende geschikte grote daken zijn om 0,1 TWh duurzame energie grootschalig op te wekken. Op grote (agrarische) bedrijfsdaken en schooldaken is nog potentie voor grootschalige opwek van duurzame energie via zonnepanelen en uiteraard zet gemeente Hoeksche Waard zich in om daken van maatschappelijk vastgoed te benutten voor zonne-energie. De regio heeft 2 ‘oplossessies 0,1 TWh’ gehouden met een brede groep stakeholders voor zon-op-dak projecten om de kansen en belemmeringen voor deze projecten in kaart te brengen. Om alle kansen te benutten zijn met name de afstand tot aansluitpunten en de kosten voor benodigde infrastructuur knelpunten. De afstand van opwek tot gebruik is in veel situaties een belemmering die geen eenvoudige oplossing kent. Tevens is de netwerkcapaciteit van Stedin niet overal toereikend om alle daken te kunnen benutten voor grootschalige opwek van zonne-energie. De regio is in gesprek met Stedin om te kijken hoe het netwerk passend kan worden gemaakt voor de toename in opgewekte energie en ook een toename in energievraag (onder andere als gevolg van laadinfra voor elektrisch vervoer en elektrische warmteoplossingen zoals warmtepompen). Dit vraagt in elk geval forse investeringen richting 2030 en verder. De netbeheerders staan landelijk voor een grote uitdaging. Dit speelt niet alleen in de Hoeksche Waard.

Tussentijdse oplossingen zoals daken voor de helft benutten in verband met de benodigde aansluiting, energie lokaal delen, zon energie combineren met kleine windmolens, energie tijdelijk opslaan of de vraag op locatie tijdelijk te vergroten, maken het mogelijk om een deel van de daken (beter) te gaan benutten. Om alle daken te benutten zijn verregaande oplossingen nodig zoals het bouwen van uitgebreide net-infrastructuur of het aanpassen van gedragspatronen om energievraag te spreiden. De realisatie van grootschalige zon-op-dak projecten zal onderdeel uitmaken van het uitvoeringsprogramma ‘Hoeksche Waard richting energieneutraal’. Vanuit dit uitvoeringsprogramma zet de regio ook het gesprek voort met de verschillende

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

stakeholders voor de RES, waaronder Stedin, provincie Zuid-Holland, waterschap Hollandse Delta, LTO Noord (afdeling Hoeksche Waard), Ondernemersvereniging Hoeksche Waard, Energieke Regio Hoeksche Waard en Schooldakrevolutie. En hiertoe een gezamenlijk actieplan opstellen en uitvoeren. Op basis van de genoemde sessies van de afgelopen periode is de verwachting dat in 2030 ongeveer 0,1 TWh aan duurzame elektriciteit opgewekt kan worden via grootschalige zon-opdak-projecten. Dit is mede afhankelijk van de ontwikkelingen in het energienetwerk en de investeringen die daarvoor nodig zijn.

4.3.2 Windenergie - Erfmolens

Sinds een aantal jaren groeit de populariteit van kleine windmolens, vaak ook boerderijmolens8 of erfmolens genoemd. Na Groningen hebben inmiddels ook Friesland en andere open, windrijke gebieden in Nederland, België en Duitsland de erf­ molens omarmd. De windturbines hebben een vermogen van 10 KW en leveren ongeveer 33.000 KWh aan elektriciteit op jaarbasis. Dit staat gelijk aan zo’n 10 huishoudens of een melkveehouderij met 80 koeien. De terugverdientijd bedraagt rond de 7-10 jaar.

8

 ie voor een voorbeeld van een Z boerderijmolen/erfmolen: https://www. eazwind.com/nl/product-new-3/

In gesprek met agrariërs lijkt er in de Hoeksche Waard, naast zonnepanelen op grote agrarische daken, ook potentie te zijn voor erfmolens (molens met een as-hoogte van maximaal 15 meter). Het combineren van boerenmolens met zon-op-dak vergroot de kans op een positieve business-case. Aangezien boerenmolens in het open landschap van de Hoeksche Waard ruimtelijk impact hebben, moet hierover nog een breder maatschappelijk gesprek in de regio plaatsvinden. Het huidige ruimtelijk beleid van de provincie biedt hiertoe ook ruimte. Lokaal beleid biedt daar, met uitzondering van het landelijk gebied van Korendijk en Strijen, (nog) geen ruimte voor.

4.3.3 Zonne-energie: Zon-op-land

Grootschalige zon-op-land-projecten in de Hoeksche Waard liggen gevoelig in verband met de ruimtelijke impact die zonneparken kunnen hebben op het landschap.

23

9

 eer informatie over de energie-infraM structuur kunt u in het document ‘Basisinformatie over energie-infrastructuur’, uitgegeven door Netbeheer Nederland (https://www.netbeheernederland.nl/_upload/Files/Basisdocument_ over_energie-infrastructuur_149.pdf)

In het licht van de ambitie zoals vastgelegd in het Programmaplan Duurzaamheid is gemeente Hoeksche Waard in gesprek met de maatschappelijke partners om te kijken of, en zo ja onder welke voorwaarden, grootschalige zon-op-land-projecten kunnen worden gerealiseerd.

Om te zorgen dat de energie-infrastructuur in de toekomst betaalbaar, betrouwbaar en toegankelijk blijft voor iedereen en op de gewenste locaties, is het belangrijk om de impact van regionale keuzes op de energie-infrastructuur9 inzichtelijk te maken.

De gemeente streeft ernaar om daar in nauwe afstemming met de samenleving meer invulling aan te geven. Onder andere het zonnepark-initiatief aan de westzijde van de Heinenoordtunnel wordt verder uitgewerkt. De benodigde vergunningaanvragen zijn reeds ingediend en het college en de raad moeten het besluit nemen om de ruimtelijke procedure te starten.

Op verzoek van de regio heeft Stedin daarom de impact van deze RES 1.0 op de energie-infrastructuur onderzocht. Hiervoor heeft Stedin naast deze RES 1.0, ook landelijke datasets gebruikt die inzicht geven in de segmenten die de regio niet kon aanleveren. Met behulp van rekenmodellen en expertise is de impact van deze RES op de energie-infrastructuur bepaald. Deze impact is altijd een dynamisch samenspel van vraag en aanbod op de elektriciteits- en gasinfrastructuur.

Op basis van eerste inschattingen verwacht de regio ongeveer 0,09 TWh aan opgesteld vermogen van bovenstaande nieuwe initiatieven in 2030.

4.4 Regionale bijdrage aan nationale doelstelling

De bijdrage van de RES-regio Hoeksche Waard aan de nationale doelstelling van 35 TWh aan grootschalige opwek van duurzame elektriciteit is gebaseerd op al gerealiseerde energieprojecten, energieprojecten ‘in de pijplijn’ en nieuwe initiatieven. De regionale bijdrage ligt binnen een bandbreedte van 0,386 en 0,476 TWh.

De bijdrage van de regio Hoeksche Waard aan de nationale doelstelling van 35 TWh bestaat uit minimaal 0,386 TWh en een bandbreedte richting 0,476 TWh aan grootschalige opwek van elektriciteit.

4.5 Beoordeling door Stedin

De Netimpactanalyse van Stedin is als separaat document bij deze RES 1.0 opgenomen.

24

Het grootste deel van de regionale bijdrage van de Hoeksche Waard bestaat uit gerealiseerde of geplande windprojecten. De impact hiervan is in een eerder stadium al doorgerekend c.q. kenbaar gemaakt bij netbeheerder Stedin.

4.5.1 Netwerk in de Hoeksche Waard

In de RES-regio bevinden zich 3 Stedin midden- en tussen­ spanningstations: Klaaswaal, Oud-Beijerland en ‘s-Gravendeel. De ruggengraat van het netwerk bestaat uit een 50 kV kabel­ verbinding. Op het eiland zijn geen TenneT-stations aanwezig, dus de RES-regio is afhankelijk van de aan- en afvoerende kabelverbindingen richting Middelharnis en Dordrecht. Meer­ dere RES-regio’s zijn afhankelijk van deze twee Stedin-stations en daarmee zijn de RES-regio’s Goeree-Overflakkee, Drecht­ steden en Hoeksche Waard afhankelijk van elkaars plannen. Stedin-stations zijn niet exclusief toebedeeld aan 1 RES-regio. Ook andere regio’s kunnen capaciteit vragen van de stations in de regio.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10135346/1