CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 RES 1.0 regio Hoeksche Waard

Besluitvormende raad 15 juni 2021, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Regionale energie strategie (RES) regio HW, inclusief Regionale Structuur Warmte (RSW)20.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

“Energieneutraal betekent dat er evenveel energie duurzaam opgewekt wordt als er gebruikt wordt.”

Energieneutraal

In de praktijk worden in Nederland verschillende termen gebruikt wanneer men spreekt over de uitvoering van het Nederland Klimaatakkoord. CO2-reductie, CO2-compensatie, klimaatneutraal en energieneutraal zijn voorbeelden van termen die verschillende gevolgen hebben. Dit kan worden toegepast in verschillende contexten. Vaak wordt het in de gebouwde omgeving gebruikt in de context van een nul-op-de-meter woning. Waarbij de woning zelfvoorzienend is in haar eigen energie behoefte, zowel voor elektriciteit als voor warmte. In de context van de regio Hoeksche Waard betekent energieneutraal dat er voor het energieverbruik wat toegewezen wordt aan de regio er een evenredige hoeveelheid aan energie duurzaam wordt opgewekt (inclusief conversie- en transport verliezen). De definitie van energieneutraal heeft consequenties voor de manier waarop deze doelstelling gehaald kan worden. Wanneer er in het jaar dat men energieneutraal wil zijn nog fossiele energie wordt gebruikt, dan moet op een andere manier ‘gecompen­seerd’ worden. Bijvoorbeeld door meer grootschalige wind- of zonne-energie op te wekken dan er in deze vorm van energie gebruikt wordt door de regio zelf. Dit zou ook nood­ zakelijk kunnen zijn voor de Hoeksche Waard om in 2040 energieneutraal te zijn. Momenteel wordt gewerkt aan een uitvoeringsprogramma ‘Hoeksche Waard richting energie­ neutraal’.

50

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

Bijlage 6 - Innovatie in nieuwe en alternatieve technologieën De energietransitie vraagt om Innovatie, zowel innovatie in bestaande technologieën als innovatie in alternatieve technologieën. Om rekening te houden met deze ontwikkelingen is de RES 1.0 niet het eindstation. Elke 2 jaar wordt de RES geüpdatet naar de laatste stand van de techniek. Hierdoor is het ook mogelijk om alternatieve technologieën in een latere RES mee te nemen als deze sneller dan verwacht een significante bijdrage kan leveren. Deze paragraaf zal duiden waarom bovenstaande alternatieve technologieën richting 2030 naar verwachting geen significant aandeel zal hebben in de hernieuwbare opwek en wat de ontwikkelingen zijn rondom zonne- en windenergie.

Innovatie in bestaande technologieën

De ontwikkelingen in zonnepanelen en windturbines volgen elkaar in hoog tempo op. Hierdoor worden zonnepanelen en windturbines steeds efficiënter en zijn er naar verwachting van beide minder nodig in de toekomst.

Ontwikkelingen in windturbines

Voor windturbines geldt dat de hoogte van de wieken bepalend is in de hoogte van de productie. De trend in de ontwikkeling van windturbines is daarom ook dat ze groter worden, de volgende stelregel is toepasbaar: 2 x grotere wieken = 4 x meer energie Op dit moment wordt er door het Nationaal Programma RES gerekend met 5,6 MW windturbines. Deze hebben een tiphoogte van ongeveer 240 meter. De tiphoogte is het hoogste punt dat de wiek van de turbine bereikt. Op de Maasvlakte bij Rotterdram draait op dit moment een proef met een turbine van 260 meter hoog en een opbrengst van 12 MW15.

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

Grotere molens hebben voordelen ten opzichte van kleinere. De ruimteclaim is kleiner, omdat er minder windturbines per hoeveelheid opgewekte elektriciteit nodig is. Ook is er mogelijk kleinere impact op vogels en vleermuizen16. Voor vogels geldt; hoe minder windmolens (bij een gelijke totale opbrengst), hoe lager het aantal slachtoffers.17

15

h  ttps://nos.nl/artikel/2297778-grootste-windmolen-ter-wereld-komt-in-rotterdamse-haven.html

16

Er bestaan windturbines die uitgerust zijn met radar waardoor zij vogels en vleermuizen kunnen zien aankomen. Molens kunnen zichzelf dan uitschakelen waardoor de impact op vogels en vleermuizen beperkt wordt. Windturbines in windpark Krammer zijn met deze detectiesystemen uitgerust18.

 urbines met een hogere tiplaagte(!) T zouden minder storend kunnen zijn voor vleermuizen, die veelal niet zo hoog vliegen, maar wetenschappelijk onderzoek lijkt hier nog geen eenduidig antwoord op te hebben.

17

h  ttps://edepot.wur.nl/449804

18

De ontwikkelingen in de techniek, maar ook de marktontwik­ kelingen gaan snel. Inmiddels is er een eerste windpark op land dat zonder subsidie wordt gerealiseerd19.

h  ttps://www.windparkkrammer.nl/ vogel-en-vleermuisdetectiesysteem-­ media/

19

h  ttps://www.rijksvastgoedbedrijf.nl/ actueel/nieuws/2020/03/25/ duurzame-elektriciteit-met-windpark-tweede-maasvlakte-op-rijksgrond

Ontwikkelingen in zonnepanelen

Bij zonnepanelen is de ontwikkelingstrend een hogere efficiëntie en een verandering in oriëntatie ten opzichte van de zon. Deze 2 ontwikkelingen versterken elkaar. Het beeld van het standaard zonnepaneel is dat van een schuin liggend paneel op dak of op land, georiënteerd op het zuiden. Dit was nodig om een zo hoog mogelijke efficiëntie en energieopbrengst te realiseren. Tegenwoordig zijn er echter ook panelen die bifocaal werken. Dit betekent dat ze aan beide zijden van het paneel energie kunnen opwekken. Hierdoor is de opbrengst van de panelen zo’n 10-30% hoger en wordt een oost-west oriëntatie van de panelen mogelijk. Ook wordt het mogelijk om zonnepanelen verticaal in te zetten waardoor ze een kleiner ruimtebeslag hebben en meervoudig ruimtegebruik vaker mogelijk is.

51

Door deze ontwikkelingen is het mogelijk om zonnepanelen anders in te zetten. Hierdoor ontstaan er meer mogelijkheden voor meervoudig grondgebruik ontstaan zoals in onderstaande afbeelding.

Ontwikkelingen in de combinatie van zonnevelden en windparken

In de ontwikkeling van zonne- en windparken vinden ook ontwikkelingen plaats om de (kosten-) efficiëntie te verhogen. Bij zonneparken wordt er steeds meer gekeken naar cable-pooling, waarbij meerdere parken op een kabel worden aangesloten. Hierdoor kunnen de kosten van de aansluiting worden verdeeld. Daarnaast is er een trend zichtbaar waarbij zonneparken en windparken bij elkaar worden geplaatst. Omdat het opwekprofiel over een jaar van zon en wind complementair zijn betekent een combinatie van beide een efficiënter gebruik van het net. In plaats van twee 50MW-kabels aan te leggen voor een 50 MW zonnepark én een 50 MW windpark kunnen beide 50 MW parken (zon en wind) op een 50 MW kabel worden aangesloten. Om deze reden heeft het combineren van zon en wind de voorkeur.

Alternatieve technologieën

Naast zon en wind zijn en verschillende technologieën in verschillende stadia van ontwikkeling die naar verwachting een bijdrage kunnen leveren aan de doelstellingen in het Klimaatakkoord. De RES dient de doelstellingen van 35 TWh en 49 CO2-reductie in 2030 gerealiseerd te hebben. Daarom zijn er 3 criteria voor technologieën om aan te voldoen: 1. Bijdrage aan de hernieuwbare doelen; 2. Schaalbaar tot 2030; 3. Uitvoerbaar voor tot 2030. Op dit moment is de trend dat zonnevelden niet meer in een zuid-, maar in een oost-westoriëntatie tot de zon worden geplaatst. Deze oriëntatie is ook beter voor de netaansluiting, omdat in piekuren, zuid georiënteerde zonnepanelen zo veel opbrengen dat het net de opbrengt niet kan verwerken en de panelen worden afgeschakeld (‘curtailment’). Een oost-westoriëntatie heeft een lagere piek en spreidt de opbrengst beter over de dag waardoor het net de opbrengst altijd kan verwerken.

52

Technologieën die hier niet aan voldoen kunnen relevant zijn maar vallen buiten de 2030 horizon van de RES. In de tabel hier onder worden de 6 technologieën beschouwd op bovenstaande criteria. Hieruit blijkt waarom van deze technologieën niet wordt verwacht dat ze voor 2030 een significante bijdrage zullen leveren. Ook blijkt hieruit welke onderdelen in de toekomst doorontwikkeld dienen te worden om richting 2050 een bijdrage te leveren.

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

Bijdrage aan Schaalbaar tot hernieuwbare doelen 2030

Uitvoerbaarheid voor 2030

Waterkracht +

-

+/-

Kernenergie

+/-

-

-

Waterstof

+/-

-

-

Biomassa

-

+/-

+/-

TEO / TEA

+

-

+/-

Geothermie

+

-

+/-

Ultradiepe geothermie

+

-

-

Waterkracht

De technologie waterkracht gaat over het opwekken van energie door gebruik te maken van de beweging van water. Deze technologie is volledig hernieuwbaar en draagt bij aan de doelen. Energie uit waterkracht valt uiteen in 2 varianten: 1. Energie uit stromend water zoals bij rivieren. Hierbij wordt energie opgewekt door de kracht in de stroming van het water te gebruiken om een turbine aan te drijven die vervolgens hernieuwbare elektriciteit produceert. 2. Energie uit vallend water zoals bij stuwen. Hierbij wordt energie opgewekt door de kracht van het water dat over een stuw naar beneden valt een turbine te laten aan­ drijven die vervolgens hernieuwbare elektriciteit produceert. Aan de westkant van de regio Hoeksche Waard stroomt het Spui, in beheer bij Rijkswaterstaat: een watergang met snelstromend water dat potentieel interessant is om energie uit stromend water op te wekken. De regio Hoeksche Waard wil onderzoek naar mogelijkheden om deze potentiële bron voor energie-opwekking te benutten. De verwachting is dat waterkracht in de regio Hoeksche Waard een rol kan spelen vanwege de aanwezigheid van snelstromend water in de wateren rondom het eiland, zowel richting 2030 als 2050.

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

Kernenergie

Kernenergie (of nucleaire energie) wordt opgewekt door reacties tussen atoomkernen. Bij deze reacties komen grote hoeveel­ heden warmte vrij. Kerncentrales zetten met deze warmte water om in stoom die via turbines en generatoren in elektriciteit wordt omgezet. Bij kernenergie wordt radioactieve kernafval geproduceerd. Het dusdanig bewerken van radioactieve afval dat het onschadelijk is, is technisch nog niet mogelijk. Het afval dient dus te worden opgeslagen op een veilige locatie. Door de problemen met het radioactief afval van kernenergie zijn er vraagtekens te plaatsen bij de bijdrage aan de hernieuwbare doelen van kernenergie. Op dit moment telt Nederland 6 nucleaire installaties waarvan er 1 in bedrijf is als kerncentrale. Om een kerncentrale te mogen bouwen Nederland zijn in verband met veiligheidseisen strenge vergunningen nodig. Daarnaast is de verwachting dat de bouw van een kerncentrale in Nederland zeker 10 jaar duurt. Ook zijn er zeer hoge investeringen nodig. Hierdoor scoort een kern­ centrale niet hoog op schaalbaarheid en uitvoerbaarheid richting 2030. Kleine centrales Een relevante ontwikkeling op het gebied van kernenergie zijn zogenaamde SMR-centrales (Small Modular Reactor). Een SMR is in feite een kleinschaliger versie van een kerncentrale. Ze hebben een vermogen van 10-300 MW (de Kerncentrale Borssele heeft een vermogen van 485 MW).

In tegenstelling tot een conventionele kerncentrale is een SMR-centrale modulair opgebouwd waardoor ze in serie, en sneller, geproduceerd worden tegen een lagere, maar nog steeds aanzienlijke, kostprijs. Het is niet reëel te veronderstellen dat SMR-centrale een schaalbare en uitvoerbare technologie is richting 2030. In het Klimaatakkoord is kernenergie daarom opgenomen als technologie die na 2030 wellicht interessant kan worden. Daarbij geldt bovendien dat, wanneer SMR-reactoren betaalbaar en haalbaar zijn, deze eerder ingezet worden als een regionale of lokale kerncentrale op plaatsen waar véél vraag naar energie is. Dat is niet het geval in de Hoeksche Waard.

53

SMR-reactoren zijn vergevorderd op het gebied van veiligheid, zo kunnen ze langere tijd zonder menselijke interventie ope­reren. Echter, vanwege de strenge veiligheids- en vergunnings­eisen voor kernenergie is de realisatie van een SMR-centrale voor 2030 niet haalbaar. Richting 2050 lijken de mogelijkheden voor een dergelijke centrale beter.

Waterstof (H2)

Waterstof is het meest voorkomende chemische element op aarde en wordt aangeduid met het symbool H. Onder normale omstandigheden binden twee atomen H aan elkaar tot waterstofgas (H2), maar in de volksmond wordt deze binding ook waterstof genoemd. In tegenstelling tot aardgas kan waterstof niet eenvoudig in grote hoeveelheden uit de aardkorst gewonnen worden. Het kan wel door middel van andere vormen van energie (elektriciteit of aardgas) geproduceerd worden. Het is dan ook geen energiebron, maar een energiedrager. Na productie kan waterstof worden opgeslagen, getransporteerd en vervolgens weer in elektriciteit worden omgezet of worden verbrand (hoge temperatuur warmte). Het opslaan en vervoeren van grote hoeveelheden waterstof is goedkoper dan de opslag en het vervoer van grote hoeveelheden elektriciteit. Bij de productie van waterstof met elektriciteit én het opwekken van elektriciteit met waterstof gaat wel energie verloren (omzettingsverlies), in de vorm van warmte. Dit omzetverlies van elektriciteit naar waterstof en terug naar elektriciteit is met bestaande technieken nog heel groot en in de meeste gevallen meer dan 50%. Waterstof kan op verschillende manieren worden geproduceerd. In het algemeen spreekt men van grijze waterstof of groene waterstof. Grijze waterstof wordt geproduceerd met fossiele bronnen (bijvoorbeeld grijze elektriciteit of aardgas).

Groene waterstof is geproduceerd hernieuwbare bronnen zoals groene elektriciteit. Groene waterstof draagt dus bij aan de hernieuwbare doelen, maar grijze waterstof niet. Wanneer er waterstof met elektriciteit geproduceerd wordt, is waterstof net zo groen als de elektriciteit die daarvoor gebruikt

54

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

wordt. De elektriciteit die we in Nederland gebruiken is momenteel voor 14% groen. De waterstof die je daarmee produceert is dus ook voor 14% groen. Als onze elektriciteit volledig is vergroend, is de daarmee geproduceerde waterstof ook volledig groen. Alleen als je waterstof niet produceert via de elektriciteit van het elektriciteitsnet, maar direct koppelt aan windmolens en zonnepanelen, kun je op korte termijn van groene waterstof spreken.

voor waterstof relatief laag ingeschat. Met de verwachte groei van het aandeel hernieuwbare elektriciteit en innovaties waardoor omzetverliezen kleiner worden, kan waterstof na 2030 een relevante technologie worden voor energieopslag of het verduurzamen van energiegebruik.

Omdat waterstof een geschikte technologie is om energie op te slaan, is waterstof interessant om te gebruiken als buffer in een hernieuwbaar energiesysteem. Het inzetten van waterstof uit elektriciteit kan de efficiëntie van het energiesysteem verhogen, door bij momenten met veel duurzame opwek groene waterstof te produceren. Op momenten met weinig duurzame opwek kan deze waterstof vervolgens weer in elektriciteit worden omgezet en zo balans op het elektriciteitsnetwerk garanderen. Waterstof kan dus een belangrijke rol spelen in het balanceren van ons energiesysteem. Daarnaast kan waterstof ook helpen bij het verduurzamen van de energievraag in de industrie, de transport- en mobiliteitssector en voor bijvoorbeeld het verwarmen van woningen. (Groene) waterstof kan vooral interessant zijn als er minder goede alternatieven zijn, zoals bij zeer hoge temperatuur warmte (zoals in de industrie), als lichtgewicht energieopslag van groot belang is (zoals bij zwaar transport) of als grondstof voor bijvoorbeeld de kunstmest, plastic- of staalindustrie. Op dit moment gebruiken we nog veel meer elektriciteit dan we hernieuwbaar produceren. Er is hierdoor weinig tot geen overtollige elektriciteit om groene waterstof mee te produceren. Ook de installaties die hiervoor nodig zijn, zijn maar zeer beperkt beschikbaar. Hiermee is volledig groene waterstof dus nog erg schaars.

Het uitbreiden van de productiecapaciteit hangt sterk samen met de beschikbaarheid van hernieuwbare elektriciteit. Zonder een overschot van hernieuwbare elektriciteit immers geen groene waterstof. Vanwege het kleine bestaande productievermogen, het feit dat ons totale elektriciteitsaanbod de komende jaren nog niet volledig duurzaam is en de omzettingsverliezen in de groene waterstofketen, worden de kansen voor uitvoerbaarheid en schaalbaarheid richting 2030

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

55

Bijlage 7 - Wensen en bedenkingen op (voorlopige) concept-RES Pagina 57 - 60 Statenbesluit wensen en bedenkingen op de concept regionale energiestrategieen in Zuid-Holland Pagina 61 Brief_aan_bestuurlijke_trekkers_RES_Midden_Holland_Hoeksche_Waard_Goeree-Overlakkee.doxc(1) Pagina 62 Zienswijze WSHD op concept-RES

56

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

57

58

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

59

60

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

61

62

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Hoeksche Waard

Met instemming van Stuurgroep 8 maart 2021

63

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10135346/1