Bijlage 1 Ontwerp PvE OV Concessie
Tekst van het document
5.
De Concessiehouder sluit voor de Buurtbussen een verzekering voor het Voertuig en een inzittendenverzekering af.
6.
De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het bedrijfsklaar hebben en houden van de Buurtbussen inclusief apparatuur (= onderhoud) en de energie- of brandstofvoorziening.
7.
De Concessiehouder stelt aan buurtbusverenigingen een vervangende gelijkwaardige Taxibus beschikbaar als hun Buurtbus in onderhoud is en/of gerepareerd wordt. In geval van pech wisselt de Concessiehouder een Buurtbus zo snel mogelijk door een vervangende gelijkwaardige Taxibus.
Artikel 4.5.9 Kleinere Bussen 1.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat wanneer hij voor de uitvoering van de Concessie Bussen inzet die op grond van tabel 4.2 classificeren als kleinere Bussen (dat wil zeggen, een lengte hebben 7,4 tot 9,6 meter) deze Bussen in ieder geval beschikken over:
60 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
a.
2 separate deuropeningen voor Reizigers ((een) instapdeur(en) met een lage instap, waardoor het Materieel geschikt is voor rolstoelen, en (een) uitstapdeur(en);
b.
een nagenoeg vlakke vloer vanaf de instapdeur(en) (de eerste deur(en) gerekend vanaf de voorzijde van de kleinere Bus) tot en met ten minste de eerste uitstapdeur(en);
c.
30 zit- en/of staanplaatsen;
d.
14 zitplaatsen, waarbij in het voorste deel van de Bus ten minste 4 zitplaatsen in de rijrichting geplaatst zijn en zonder podest of opstap bereikbaar zijn dan wel 2 zitplaatsen in de rijrichting geplaatst zijn en 2 klapstoelen geplaatst zijn die allen zonder podest of opstap bereikbaar zijn;
e.
1 rolstoelplaats voor 1 rolstoelgebruiker;
f.
een oprijplaat die betreding van de Bus met een rolstoel mogelijk maakt, die in voorkomende gevallen wordt bediend door de chauffeur, de rolstoelgebruiker of de begeleider van een rolstoelgebruiker. Indien de oprijplaat wordt bediend door iemand anders dan de chauffeur, blijft de Concessiehouder verantwoordelijk voor de veiligheid van zowel de rolstoelgebruiker als degene die de oprijplaat bedient;
g.
2 functionerende Displays, waarvan er 1 zodanig is geplaatst dat Reizigers die gebruik maken van de rolstoelplaats en tegen de rijrichting in zitten de informatie op de Displays kunnen lezen.
Artikel 4.5.1 0 Vervoer van zeer specifieke typen Reizigers De Concessieverlener kan de Concessiehouder toestaan om voor het vervoer van zeer specifiek typen Reizigers Voertuigen in te zetten die niet volledig voldoen aan de eisen gesteld in artikelen 4.5.1 tot en met 4.5.9. De Concessiehouder en de Concessieverlener treden in een dergelijke situatie in overleg. De Concessiehouder mag Voertuigen die niet volledig voldoen aan de in de eerste volzin bedoelde eisen uitsluitend inzetten na voorafgaande schriftelijke toestemming van de Concessieverlener.
Artikel 4.5.1 1 Wettelijke eisen tijdens de Concessie 1.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat hij tijdens de looptijd van de Concessie voldoet aan de vigerende wet- en regelgeving voor personenvervoer en beschikt over alle benodigde verzekeringen en vergunningen om het Materieel voor de uitvoering van de Concessie te kunnen (laten) inzetten en Openbaar Vervoer en door of namens hem aangeboden Mobiliteitsdiensten14, te kunnen (laten) verrichten.
2.
Het in dit artikel bepaalde laat onverlet dat indien gedurende de looptijd van de Concessie nieuwe, gewijzigde en/of strengere normen van kracht worden waar de Concessiehouder wettelijk aan moet voldoen, de Concessiehouder voor eigen rekening en risico aan al die normen zal moeten voldoen.
14
In dat geval wordt onder Materieel mede verstaan transportmiddelen die voor de uitvoering van een Mobiliteitsdienst worden ingezet, zoals (elektrische) (bak)fietsen, (elektrische) steps en zelfrijdende voertuigen.
61 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
4.6
Sociale Veiligheid Artikel 4.6.1 Algemeen 1.
De Concessiehouder is verantwoordelijk voor de (sociale) veiligheid van Reizigers en het Personeel in het Materieel.
2.
De Concessiehouder neemt alle maatregelen die ingevolge wet- en regelgeving vereist zijn, en in ieder geval alle maatregelen die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden, om de veiligheid van Reizigers en het Personeel in het Materieel te waarborgen.
3.
De Concessiehouder geeft zijn beleid op gebied van sociale veiligheid vorm binnen de kaders van het Beleidskader Sociale Veiligheid (zie Bijlage F bij het Bestek) of diens opvolger(s) en conformeert zich aan het Landelijk Convenant Sociale Veiligheid in het Openbaar Vervoer 2020-2025 (zie Bijlage F bij het Bestek) of diens opvolger(s).
4.
De Concessiehouder spant zich maximaal in om alle samenwerkingsverbanden op het gebied van sociale veiligheid zoals die voor aanvang van de Concessie bestaan, zoveel mogelijk voort te zetten.
5.
De Concessiehouder werkt proactief mee aan het verder versterken van de samenwerking met andere vervoerders en de veiligheidsketen, conform de ambities in het Beleidskaders Sociale Veiligheid.
6.
De Concessiehouder stelt een gedragscode op die de huis- en gedragsregels voor Reizigers en het Rijdend Personeel beschrijft zoals die gelden in het Openbaar Vervoer. De Concessiehouder brengt de gedragscode actief onder de aandacht van Reizigers en het Rijdend Personeel, onder meer door de gedragscode duidelijk zichtbaar en goed leesbaar in elk Voertuig aan te brengen.
7.
Bevoegde opsporingsambtenaren die in opdracht van gemeenten of politie werken, provinciale concessiebeheerders en andere door de Concessieverlener aangewezen personen mogen voor de uitvoering van hun taken ten behoeve van de Concessie kosteloos gebruik maken van het Openbaar Vervoer. Hiervoor verstrekt de Concessiehouder een geldig Vervoerbewijs aan de personen bedoeld in dit lid.
Artikel 4.6.2 Planvorming 1.
De Concessiehouder stelt in samenwerking met de Concessieverlener en de concessiehouders van de andere concessies in de provincie Zuid-Holland minimaal eenmaal per twee Kalenderjaren een Uitvoeringsprogramma Sociale Veiligheid op, overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B12, en legt deze samen met de andere concessiehouders en de Concessieverlener ter advisering voor aan het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) en de Stuurgroep OV-HWGO.
2.
De Concessiehouder stelt jaarlijks voor het daarop volgende Kalenderjaar een Jaarplan Sociale Veiligheid op, waarin hij het Beleidskader Sociale Veiligheid en het Uitvoeringsprogramma Sociale Veiligheid vertaalt naar de specifieke karakteristieken en aandachtspunten voor de Concessie. De Concessiehouder stemt de inhoud van het Jaarplan Sociale Veiligheid af met de Concessieverlener en legt het plan ter advisering voor aan het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) en de Stuurgroep OV-HWGO. De Concessiehouder levert het eerste Jaarplan Sociale Veiligheid voor aanvang van de
62 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Concessie op en heeft daarbij een inspanningsverplichting wat de afstemming van de inhoud van dit plan met de concessiehouder van de noodconcessie Zuid-Holland Noord betreft15. 3.
De Concessiehouder stemt zijn maatregelen gericht op de sociale veiligheid af met andere bij de handhaving en verbetering van de sociale veiligheid betrokken partijen, zoals Wegbeheerders, politie en concessiehouders van aangrenzende concessies en werkt proactief deel aan (de totstandkoming van nieuwe) samenwerkingsverbanden met deze partijen.
Artikel 4.6.3 Voortgang, rapportages en monitoring 1.
De Concessiehouder levert na afloop van elk kwartaal een voortgangsrapportage op waarin hij algemene ontwikkelingen op het gebied van sociale veiligheid in het Concessiegebied en rond concessiegrensoverschrijdende Lijnen beschrijft. Onderdeel van deze voortgangsrapportage is in ieder geval: (i) een analyse van de incidentregistratie en het grijsen zwartrijden en (ii) de status van de uitvoering van het Uitvoeringsprogramma Sociale Veiligheid en het Jaarplan Sociale Veiligheid. De Concessiehouder bespreekt de voortgangsrapportage met de Concessieverlener.
2.
De Concessiehouder levert na afloop van elk Kalenderjaar een jaarrapportage op met daarin de trendontwikkeling van incidenten, trendontwikkeling van grijs- en zwartrijden, de sociale veiligheidsbeleving onder Reizigers en de status van de uitvoering van het Beleidskader Sociale Veiligheid, het Uitvoeringsprogramma Sociale Veiligheid en het Jaarplan Sociale Veiligheid.
3.
De Concessiehouders levert ten minste één keer per twee Kalenderjaren een rapportage op met daarin een analyse van de ontwikkeling in de sociale veiligheidsbeleving onder het Personeel en de meldingsbereidheid van Incidenten op het gebied van sociale veiligheid bij het Personeel.
4.
De Concessiehouder informeert de Concessieverlener proactief over ontwikkelingen op het gebied van sociale veiligheid in het Concessiegebied en rond concessiegrensoverschrijdende Lijnen.
5.
De Concessiehouder meldt Incidenten van categorie A1 binnen de ABC-systematiek zoals bedoeld in artikel 4.6.4, lid 1 onverwijld bij de Concessieverlener.
6.
Indien op enig moment gedurende de looptijd van de Concessie: a.
de scores voor de kwaliteitsindicatoren C2 en V2 tot en met V4 lager zijn dan de outputnorm zoals opgenomen in de tabel in artikel 7.1.1 en/of het landelijke gemiddelde,
b.
het percentage Reizigers dat volgens de metingen uit de Klantenbarometer aangeeft slachtoffer te zijn geweest van Incidenten in het Voertuig of op de Halte, voor enige categorie (de huidige categorieën zijn: lastig gevallen, bedreigd, bestolen, mishandeld en anders) hoger is dan het landelijk percentage,
c.
de waardering van de sociale veiligheid door het Personeel zoals deze volgt uit de Personeelsmonitor lager is dan het landelijke gemiddelde, en/of
15
Indien de Concessiehouder tevens de concessiehouder van de noodconcessie Zuid-Holland Noord is, zorgt de Concessiehouder voor afstemming van de inhoud van het Jaarplan Sociale Veiligheid op de inhoud van het plan dat wordt opgesteld voor het laatste Jaar van de noodconcessie ZuidHolland Noord.
63 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
d.
de totale omvang van vandalismeschade aan het Materieel, geregistreerd door de Concessiehouder en uitgedrukt in het totale schadebedrag per Kalenderjaar, hoger is dan het Kalenderjaar ervoor en/of naar het oordeel van de Concessieverlener beduidend hoger is dan gebruikelijk,
dan neemt de Concessiehouder binnen twee maanden na publicatie van de betreffende meting(en) maatregelen om de geconstateerde situatie te verbeteren. De Concessiehouder informeert de Concessieverlener over de door hem te nemen maatregelen en het verwachte resultaat van deze maatregelen. De eventuele kosten van deze maatregelen zijn voor rekening en risico van de Concessiehouder. 7.
De Concessiehouder neemt samen met de beheerder(s) van Halte(s) waarvoor geldt dat de sociale veiligheidsbeleving negatief scoort ten opzichte van het landelijke gemiddelde, maatregelen ter verbetering van de sociale veiligheid op en rondom de betreffende Halte(s).
Artikel 4.6.4 Registratie en nazorg in geval van sociale veiligheidsincidenten 1.
De Concessiehouder past de landelijk overeengekomen methodiek voor incidentenregistratie in het Openbaar Vervoer toe, thans de ABC-systematiek, zoals opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Sociale Veiligheid Openbaar Vervoer (zie Bijlage F bij het Bestek) of diens opvolger(s). De Concessiehouder deelt de ABC-incidentgegevens via de door DOVA beheerder applicatie SVOVda of diens opvolgers.
2.
De Concessiehouder werkt proactief mee aan het verbeteren van de (landelijke uniforme) registratie van Incidenten. Hij houdt zich aan de afspraken die daarover op landelijk niveau worden gemaakt en past voorgestelde verbeteringen die redelijkerwijs van hem gevraagd kunnen worden toe.
3.
De Concessiehouder zorgt voor een eenvoudige toegankelijke procedure voor het melden van eventuele Incidenten op het gebied van sociale veiligheid en zorgt dat het Personeel en Reizigers van deze procedure kennis kunnen nemen en in voorkomende gevallen hiervan gebruik kunnen maken.
4.
De Concessiehouder voert een deugdelijk nazorgbeleid voor Personeel dat en Reizigers die geconfronteerd is/zijn geweest met agressie, geweld en/of overige Incidenten en/of Calamiteiten en zorgt dat het Personeel en Reizigers kennis kunnen nemen van dit beleid en in voorkomende gevallen hiervan gebruik kunnen maken.
5.
De Concessiehouder stimuleert dat het Personeel altijd aangifte doet bij A-incidenten (strafbare feiten, waaronder bijvoorbeeld bedreiging met ernstig geweld of de dood, mishandeling en/of wapengebruik) en begeleidt het Personeel hierbij. De Concessiehouder beschouwt de benodigde tijd voor het doen van de aangifte als arbeidstijd en biedt het Personeel de mogelijkheid het adres van de Concessiehouder op te geven als domicilieadres.
6.
De Concessiehouder zorgt, indien nodig, voor juridische ondersteuning, mede om eventuele door het Personeel geleden schade en schade voor de Concessiehouder, zoals schade die ontstaat door ziekteverzuim, te verhalen.
Artikel 4.6.5 Controle geldig Vervoerbewijs 1.
De Concessiehouder controleert regelmatig of Reizigers in het bezit zijn van een geldig Vervoerbewijs.
64 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
2.
De Concessiehouder stelt met het oog op de veiligheid van Reizigers en het Personeel ten minste 2,0 fulltime-equivalenten (fte’s) Personeel volledig ter beschikking voor het houden van toezicht, verlenen van service en het uitvoeren van (incidentele en representatieve) controles van Vervoerbewijzen. Voor de daaropvolgende jaren neemt de Concessiehouder in het Jaarplan Sociale Veiligheid een voorstel op voor de omvang van de personele inzet ten behoeve van de sociale veiligheid.
3.
De Concessiehouder houdt bij de inzet van Personeel ten behoeve van de controle van Vervoerbewijzen rekening met (i) de mogelijkheid voor Reizigers om het Voertuig te betreden zonder hun Vervoerbewijs te ontwaarden en (ii) het percentage Reizigers dat dit ook daadwerkelijk doet.
4.
De Concessiehouder rapporteert minimaal jaarlijks resultaten van representatieve controles van Vervoerbewijzen aan de Concessieverlener die deze resultaten zonder nadere toestemming van de Concessiehouder ter beschikking kan stellen aan Derden, zoals de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en van Justitie en Veiligheid of CROW-KpVV. Het is de Concessiehouder toegestaan deze rapportage mede te baseren op reguliere controles van Vervoerbewijzen.
Artikel 4.6.6 Financiering activiteiten op gebied van sociale veiligheid 1.
Concessiehouder is primair verantwoordelijk voor het financieren van activiteiten die voortvloeien door of als gevolg van het Beleidskader Sociale Veiligheid, het Uitvoeringsprogramma Sociale Veiligheid, het Jaarplan Sociale Veiligheid of andere activiteiten op het gebied van Sociale Veiligheid.
2.
De Concessiehouder neemt in het Jaarplan Sociale Veiligheid een budget op dat hij reserveert voor de uitvoering van activiteiten op het gebied van sociale veiligheid zoals bedoeld in lid 1. De onder artikel 4.6.3 genoemde sociaal veiligheidsplan een budget ter goedkeuring voor aan de Concessieverlener en rapporteert hierover na afloop van het Kalenderjaar
4.7
Reisinformatie Artikel 4.7.1 Algemene eisen over reisinformatie 1.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat (potentiële) Reizigers de reisinformatie zoals genoemd in dit artikel gratis kunnen opvragen, raadplegen en downloaden (in printbaar formaat) via zijn (een) website, (een) mobiele applicatie(s), de Informatiepunten, de Distributiepunten en de klantenservice van de Concessiehouder. De Concessiehouder vermeldt de mogelijkheden voor het opvragen van reisinformatie op de Haltepalen.
2.
De Concessiehouder toont via zijn website en (een) mobiele applicatie(s) die herkenbaar is als behorend bij de Concessie de actuele reisinformatie die via het dynamische reisinformatiesysteem zoals bedoeld in artikel 4.7.5 beschikbaar komt.
3.
De Concessiehouder geeft minimaal één keer per Jaar een Dienstregeling in gedrukte vorm uit die hij ten minste via de Informatiepunten, de Distributiepunten en de klantenservice voor
een prijs van maximaal € 5,00 verstrekt. De Concessiehouder mag voor het per post versturen van deze Dienstregeling, bovenop de prijs van maximaal € 5,00, een bijdrage in de verzendkosten vragen die niet hoger is dan het op dat moment van toepassing zijnde
65 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
posttarief. De Dienstregeling in gedrukte vorm omvat in ieder geval de informatie zoals genoemd in Bijlage B9 en de geografische Lijnennetkaart genoemd in lid 8. 4.
De Concessiehouder voorziet de gedrukte Dienstregeling die hij overeenkomstig het bepaalde in het vorige lid verstrekt van aanvullende actuele wijzigingsbladen nadat hij een wijziging in de Dienstregeling heeft doorgevoerd.
5.
De Concessiehouder maakt de Dienstregeling en wijzigingen in de Dienstregeling minimaal een maand voor inwerkingtreding van de Dienstregeling of de wijzigingsdatum bekend aan (potentiële) Reizigers, in ieder geval door publicatie of door een verwijzing naar de publicatie: a.
op zijn (een) website;
b.
in een (combinatie van) huis-aan-huisblad(en) waarmee hij het gehele Concessiegebied bereikt;
6.
c.
op de Halte (bijvoorbeeld door vermelding van een einddatum op de vertrekstaat);
d.
in het Materieel; en
e.
bij Informatiepunten en Distributiepunten (bijvoorbeeld middels folders en/of posters).
De Concessiehouder informeert (potentiële) Reizigers in ieder geval door publicatie of door een verwijzing naar de publicatie op de in @@lid 5@@ genoemde wegen en in zijn Reisplanner op zijn website specifiek over Aansluitingen en Gegarandeerde Aansluitingen en welke mogelijkheden en rechten (potentiële) Reizigers eraan kunnen ontlenen.
7.
De Concessiehouder spant zich maximaal in om Reizigers die in het bezit zijn van een Bijzonder Vervoerbewijs of Reisproduct (bijvoorbeeld een abonnement) voor specifieke Trajecten en daarom verzoeken rechtstreeks te informeren over wijzigingen in de Dienstregeling die op het desbetreffende Traject van invloed zijn.
8.
De Concessiehouder geeft minimaal één keer per Dienstregelingjaar Lijnfolders in geprinte of gedrukte vorm uit. De Lijnfolders omvatten in ieder geval de informatie genoemd in Bijlage B9 onder punt 2 tot en met 12 en de namen van alle Haltes van de betreffende Lijn(en). De Concessiehouder brengt een Lijnfolder opnieuw uit, indien de Dienstregeling van de betreffende Lijn is gewijzigd.
9.
De Concessiehouder ontwikkelt een geografische, niet zijnde een schematische, Lijnennetkaart waarop hij ten minste de volgende zaken afbeeldt: a.
al het Openbaar Vervoer dat de Concessiehouder aanbiedt, waarbij ten minste onderscheid wordt gemaakt tussen de bedieningsvormen en tussen de Lijnen van het Vaste Vervoer op basis van productformules en/of frequenties
b.
locaties waar de Concessiehouder Andere Mobiliteitsdiensten aanbiedt;
c.
Openbaar Vervoer dat andere concessiehouders in het Concessiegebied verrichten;
d.
haltes die zijn aangelegd conform de R-netproductformule; en
e.
eventuele voorzieningen die in de directe omgeving van Haltes aanwezig zijn.
De Concessiehouder voegt de Lijnennetkaart toe aan de gedrukte Dienstregeling. 10. De Concessiehouder stelt informatie over de toegankelijkheid van Haltes zoals opgenomen in het Centraal Haltebestand16 beschikbaar via in ieder geval zijn (een) website, (een) mobiele applicatie(s), de Informatiepunten, de Distributiepunten en de klantenservice. 11. De Concessiehouder stelt geprinte of gedrukte versies van de Lijnfolders en Lijnennetkaarten gratis via de Informatiepunten, de Distributiepunten en zijn klantenservice aan (potentiële) Reizigers beschikbaar. De Concessiehouder mag voor het per post versturen van de
16
66 van 161
Zie bijvoorbeeld https://halteviewer.ov-data.nl/ of http://data.ndovloket.nl/haltes/
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Lijnfolders en Lijnennetkaart een bijdrage in de verzendkosten vragen die niet hoger is dan het op dat moment van toepassing zijnde posttarief. 12. De Concessiehouder legt, als onderdeel van het Kwaliteitsplan, wijzigingsvoorstellen voor de in dit artikel genoemde reisinformatie ter goedkeuring aan de Concessieverlener voor. Voordat de Concessiehouder de wijzigingsvoorstellen ter goedkeuring aan de Concessieverlener voorlegt, legt de Concessiehouder deze voorstellen ter advisering voor aan het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO). De Concessiehouder geeft richting de Concessieverlener aan hoe hij in zijn voorstel met het advies van het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) is omgegaan en geeft een gedegen onderbouwing wanneer hij van (delen van) het advies afwijkt.
Artikel 4.7.2 Begrijpelijke, toegankelijke reisinformatie 1.
De Concessiehouder zorgt dat alle reisinformatie begrijpelijk en toegankelijk is voor alle Reizigers, waaronder Reizigers met een visuele of auditieve beperking, onder meer door alle schriftelijke informatie ook auditief en in andere leesvormen (bijvoorbeeld uitvergroot) via de klantenservice van de Concessiehouder beschikbaar te stellen. De Concessiehouder brengt hiervoor geen additionele kosten in rekening.
2.
De Concessiehouder implementeert de toegankelijkheidseisen ten aanzien van reisinformatie volgend uit de Europese Toegankelijkheidsvoorschriften en de verwerking daarvan in de Nederlandse wet- en regelgeving17, vanaf aanvang van de Concessie, ongeacht het moment van inwerkingtreding van deze wet- en regelgeving.
3.
Als norm voor de begrijpelijkheid van reisinformatie hanteert de Concessiehouder niveau B1
4.
Als norm voor de toegankelijkheid van reisinformatie op websites dan wel mobiele applicaties
van het Europees Referentiekader voor de talen.
hanteert de Concessiehouder het waarmerk niveau AA volgens WCAG 2.1 of diens opvolger(s) (zie www.wcag.nl). 5.
De Concessiehouder toont uiterlijk drie maanden voor de ingangsdatum van de Concessie ten genoegen van de Concessieverlener aan dat de websites en mobiele applicaties gecertificeerd zijn (zie www.accessibility.nl) en voldoen aan: a.
niveau AA volgens WCAG 2.1 of diens opvolger(s) (zie www.wcag.nl);
b.
de wetgeving inzake digitale toegankelijkheid zoals gepubliceerd op de website www.digitoegankelijk.nl;
c.
niveau B1 van het Europees referentiekader voor de talen als het gaat om de
d.
waar relevant aan de Europese standaard EN 301549.
begrijpelijkheid van reisinformatie; en
Artikel 4.7.3 Reisinformatie op Haltes 1.
De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het aanbrengen, onderhouden en actueel houden (bij iedere wijziging van de Dienstregeling) van de statische reisinformatie op de Halteborden en abri’s op busstations en Haltes. De kosten voor het aanbrengen, onderhouden en actueel houden van de statische reisinformatie zijn voor rekening en risico van de Concessiehouder. Dit geldt zowel voor informatievoorzieningen die bij aanvang van
17
Zie https://www.internetconsultatie.nl/3410. Op het moment van publiceren is de consultatietermijn
geweest.
67 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
de Concessie in het gebied aanwezig zijn als informatievoorzieningen die gedurende de looptijd van de Concessie geplaatst of vervangen worden. 2.
Op een vertrekstaat, Haltebord en informatiedrager geeft de Concessiehouder minimaal de informatie zoals genoemd in Bijlage B10 weer.
3.
De Concessiehouder geeft de statische reisinformatie als bedoeld in lid 2 op de R-nethaltes
4.
Indien op een Haltepaal of in een abri de middelen ontbreken voor het aanbrengen van
genoemd in Bijlage B4 weer overeenkomstig de bepalingen in het Handboek R-net.
statische reisinformatie, zoals bevestigingspanelen, informeert de Concessiehouder de betreffende beheerder(s) hierover onverwijld. 5.
Indien meerdere concessiehouders een Halte aandoen, treedt de Concessiehouder in overleg met de andere concessiehouder(s) om te komen tot een voor Reizigers duidelijke en overzichtelijke weergave van de statische reisinformatie voor de Lijnen die bij de betreffende Halte halteren. De Concessiehouder verleent hierbij alle medewerking om ook reisinformatie van te gedogen Lijnen op Haltepalen en in abri ’s te vermelden.
6.
De Concessiehouder gedoogt dat in opdracht of na instemming van de Concessieverlener aan de Haltepalen (onder)borden worden bevestigd met informatie van aanbieders van bestaand of nog op te zetten CVV.
7.
Het is de Concessiehouder toegestaan om, zij het alleen na voorafgaande afstemming met de Concessieverlener, Bar-/QR-codes op Halteborden of in abri’s te plaatsen. De Concessiehouder werkt mee aan initiatieven van de Concessieverlener om voor Reizigers of de Concessieverlener relevante informatie via Bar-/QR-codes op Haltes te ontsluiten.
8.
Het is de Concessiehouder niet toegestaan om een eigen huisstijl te voeren op de Haltepalen en abri’s die in eigendom zijn van de Concessieverlener of andere Wegbeheerders zonder voorafgaand overleg met en toestemming van de betreffende beheerder.
9.
De Concessiehouder zorgt voor adequate communicatie met de DRIS-apparatuur in andere concessiegebieden en neemt daarbij de bepalingen in Bijlage B14 in acht.
Artikel 4.7.4 Reisinformatie bij (on)geplande verstoringen 1.
De Concessiehouder informeert (potentiële) Reizigers ten minste vijf Werkdagen van tevoren over de gevolgen van hem bekende, geplande infrastructurele maatregelen voor de uitvoering van de Dienstregeling. De Concessiehouder maakt ten minste het moment waarop en de locatie waar de stremming zal plaatsvinden, alsmede alternatieve reismogelijkheden bekend.
2.
De Concessiehouder informeert bij plotseling optredende verstoringen de Reizigers in het Voertuig en op de Haltes zo snel mogelijk over de mogelijke oorzaak en verwachte duur van de verstoring, alsmede over alternatieven voor het vervolg van hun reis.
3.
De Concessiehouder biedt de informatie zoals bedoeld in de leden 1 en 2 in ieder geval aan op de betreffende Haltes, in het Materieel en op zijn website alsmede aan DOVA OV-data en de NDOV loketbeheerders.
4.
De Concessiehouder spant zich in om Reizigers die in het bezit zijn van een Bijzonder Vervoerbewijs of Reisproduct (bijvoorbeeld een abonnement) voor specifieke Trajecten en daarom vragen rechtstreeks te informeren over geplande verstoringen van de geldende Dienstregeling zoals beschreven in lid 1.
68 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Artikel 4.7.5 Verstrekken van statische en dynamische reisinformatie 1.
De Concessiehouder levert rechtstreeks, gratis, tijdig, juist en volledig brongegevens aan over het door hem te verrichten Openbaar Vervoer ten behoeve van het voeden en actualiseren van digitale reisinformatiesystemen van alle relevante partijen en exploitanten van (dynamische) reisinformatiesystemen, waaronder in elk geval de DOVA OV-data en de NDOV loketbeheerders. De Concessiehouder voldoet bij de gegevensaanlevering aan de bepalingen en specificaties zoals opgenomen in het document ‘Concessiebijlage datasets OV’ (zie Bijlage B13) of diens opvolger(s).
2.
De in het vorige lid bedoelde gegevens betreffen zowel statische gegevens (Dienstregeling inclusief korte-termijnafwijkingen hiervan, vervoerwijzen, de geografische positie van Haltes, tarieven en geldigheid) als actuele gegevens (realtime informatie met betrekking tot in ieder geval vertrek- en aankomsttijden aan de hand van positiebepaling van de Voertuigen), en eventuele andere voor Reizigers relevante gegevens. De Concessiehouder neemt daarbij minimaal de bepalingen in Bijlage B14 in acht.
3.
De Concessiehouder hanteert een dynamisch reisinformatiesysteem (DRIS) en conformeert zich daarbij aan de specificaties in het document ‘Concessiebijlage datasets OV’ (zie Bijlage B13) of diens opvolger(s) en aan afspraken over wijzigingen in de landelijke standaarden voor dynamische reisinformatie, waarbij hij binnen één Jaar na totstandkoming van de betreffende afspraken zijn informatiehuishouding overeenkomstig aanpast.
4.
De Concessiehouder verleent desgevraagd kosteloos zijn medewerking aan het landelijk ontwikkelen en implementeren van nieuwe koppelvlakken ten behoeve van dynamische reisinformatie.
5.
De Concessiehouder conformeert zich aan landelijke afspraken over het aanleveren van gegevens aan DOVA OV-data en de NDOV loketbeheerders ten behoeve van het verkorten van de verwerkingstermijn, zowel voor bestaande als toekomstige koppelvlakken.
6.
Indien de Concessiehouder, in aanvulling op de aanlevering van de in leden 3, 4 en 5 genoemde gegevens, aan enig afnemer (andere) data beschikbaar stelt of zelf publiceert, stelt hij deze data gelijktijdig en volledig gedocumenteerd via DOVA OV-data en de NDOV loketbeheerders ter beschikking.
7.
De Concessiehouder genereert op verzoek van de Concessieverlener en volgens door de Concessieverlener vastgestelde specificaties voor elke Halte een digitale vertrekstaat.
8.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat alle gegevens die hij voor het DRIS genoemd in lid 3 genereert, desgevraagd kosteloos en op eenvoudige wijze via intranet/internet toegankelijk zijn voor de Concessieverlener.
9.
De gegevens die de Concessiehouder voor de koppelvlakken en specificaties zoals genoemd in het document ‘Concessiebijlage datasets OV’ (zie Bijlage B13) of diens opvolger(s) en in de leden 3, 4 en 5 genereert zijn open data en moeten voor iedereen toegankelijk en bewerkbaar zijn.
10. De Concessiehouder stemt de vrije teksten die hij in het Concessiegebied via het DRIS aan Reizigers communiceert af met concessiehouders van aangrenzende concessies die op hetzelfde moment vrije tekst (willen) communiceren die relevant is voor Reizigers in het Concessiegebied of op concessiegrensoverschrijdende verbindingen.
69 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Artikel 4.7.6 Dynamische reisinformatie in het Materieel 1.
De Concessiehouder toont op de in artikel 4.5.5, leden 4 en 5 bedoelde Display(s) in Voertuigen informatie die ten minste voldoet aan het gestelde in Bijlage B17 en als acceptabel voor Reizigers kan worden aangemerkt.
2.
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid, geeft de Concessiehouder de informatie op
3.
De Concessiehouder geeft op verzoek van de Concessieverlener op Displays in R-net
4.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat via het in artikel 4.5.5, lid 3 bedoelde systeem van
Displays in R-net Bussen weer overeenkomstig de bepalingen in het Handboek R-net.
Bussen informatie over de R-netproductformule weer zonder hiervoor kosten te rekenen.
automatische halteafroep in ieder geval de naam van de eerstvolgende Halte en de belangrijkste overstapmogelijkheden op deze Halte (indien van toepassing) een ruime periode voor het bereiken van deze Halte wordt omgeroepen. 5.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat de in leden artikel 4.5.5, 4 en 5 bedoelde Display(s) de namen van de eerstvolgende drie Haltes en de actuele Aansluitingen op de eerstvolgende Halte een ruime periode voor het bereiken van deze eerstvolgende Halte onafgebroken worden getoond.
6.
De Concessiehouder houdt zich aan afspraken die de Concessieverlener heeft gemaakt of maakt met betrekking tot de uniformering van reisinformatie in de Randstad. De Concessiehouder implementeert (wijzigingen in) gemaakte afspraken binnen zes maanden.
4.8
Marketing Artikel 4.8.1 Marketing 1.
De Concessiehouder baseert zijn marketing op de kansen om invulling te geven aan de (potentiële) Vervoervraag van de verschillende typen (potentiële) Reizigers in het Concessiegebied zoals genoemd in paragraaf 1.2.
2.
De Concessiehouder werkt samen met en stemt (de uitvoering van) zijn marketing- en communicatie-activiteiten en de inhoud en vormgeving van de daarbij behorende uitingen af op de activiteiten, communicatieboodschappen en beeldtaal van: a. andere concessiehouders die in opdracht van de Concessieverlener Openbaar Vervoer verzorgen; en b. op verzoek van de Concessieverlener, concessiehouders van aangrenzende concessies die in opdracht van een andere concessieverlener Openbaar Vervoer verzorgen. De Concessiehouder stemt de inhoud en vormgeving van de bij zijn marketing- en communicatie-activiteiten behorende uitgingen af met de Concessieverlener.
3.
De Concessiehouder voert externe communicatie-uitingen met betrekking tot de R-netlijnen (zoals communicatie-uitingen over de Dienstregeling, promoties en nieuwsbrieven) uit conform het bepaalde in het Handboek R-net.
4.
De Concessiehouder sluit aan bij en neemt actief deel aan een eventueel marketingplatform en (overkoepelende) marketingactiviteiten van de Concessieverlener, bijvoorbeeld in de vorm van salesacties, een promotionele website of acties ten behoeve van specifieke typen Reizigers. In zijn eigen uitingen neemt de Concessiehouder onverkort verwijzingen op naar dergelijke marketingactiviteiten.
70 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Artikel 4.8.2 Marketingplan 1.
De Concessiehouder stelt als nadere uitwerking van het (geactualiseerde) Ontwikkelplan zoals beschreven in artikel 6.1.3 jaarlijks een Marketingplan op dat aansluit bij de doelen zoals beschreven in paragraaf 1.2 en neemt daarbij het bepaalde in Bijlage B12 in acht.
2.
In het Marketingplan neemt de Concessiehouder ten minste de volgende onderdelen op: a.
de typen Reizigers waarop hij zich met zijn marketing- en communicatieactiviteiten richt, waarbij hij in elk geval de typen (potentiële) Reizigers zoals genoemd in paragraaf 1.2 onderscheidt;
b.
eventuele Productformules die aansluiten bij de wensen van (een) onder sub a beschreven type(n) Reizigers en die zich onderscheiden van andere door de Concessiehouder aangeboden vormen van Openbaar Vervoer, waarbij de Concessiehouder aandacht besteed aan: i.
de wijze waarop hij inzicht heeft gekregen en gedurende de looptijd van de Concessie inzicht zal krijgen in de marktpotentie van de Productformule(s); en
ii. c.
de typen (potentiële) Reizigers waarop hij zich met deze Productformule(s) richt;
de inzet van communicatiemiddelen teneinde de onder sub a bedoelde typen Reizigers meer gebruik te laten maken van het Openbaar Vervoer, waaronder eventueel de onder sub b genoemde Productformules, en indien de Concessiehouder dit aanbiedt de Mobiliteitsdiensten, of hun actuele reisgedrag te bestendigen;
d.
de inzet van communicatiemiddelen teneinde de bekendheid van en kennis over Andere Mobiliteitsdiensten bij de onder sub a bedoelde typen (potentiële) Reizigers te vergroten teneinde multimodaal reizen te stimuleren;
e.
de inzet van communicatiemiddelen teneinde bekendheid te geven aan het wijzigen van tarieven, indien de Concessieverlener een voorstel voor wijzigingen van het Tariefstelsel heeft vastgesteld;
f.
het vergroten van de naamsbekendheid van R-net en de invulling van de vijf zekerheden van R-net (betrouwbaar, frequent, snel, toegankelijk en aantrekkelijk) teneinde het gebruik van R-netlijnen te stimuleren;
g.
activiteiten om (potentiële) Reizigers die niet of nauwelijks gebruik maken van Openbaar Vervoer, op laagdrempelige wijze kennis te laten maken met het Openbaar Vervoer;
h.
de omgang met demografische, economische en maatschappelijke ontwikkelingen in het Concessiegebied, waaronder begrepen het inspelen op veranderende klantwensen en informatiebehoeften van (potentiële) Reizigers waarvan woonsituatie, huishoudensamenstelling of inkomenssituatie veranderen;
i.
het behouden van de samenhang tussen de inzet van communicatiemiddelen met als doel herkenbare communicatie over een herkenbaar product, zowel voor als tijdens de reis; en
j.
verwachte effecten van de marketing- en communicatieactiviteiten op de Vervoervraag en Vervoeropbrengsten.
3.
De Concessiehouder stemt zijn Marketingplan tijdig af met relevante partijen, waaronder in elk geval concessiehouders in aangrenzende concessies en aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten.
4.
De Concessiehouder voegt bij het Marketingplan een Communicatiekalender waarin hij de inzet van communicatiemiddelen zoals beschreven in lid 1, sub c, d en e uitzet in de tijd.
71 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
5.
De Concessiehouder actualiseert zijn Communicatiekalender elke vier weken en stelt de geactualiseerde Communicatiekalender onverwijld ter beschikking aan de Concessieverlener.
6.
De Concessiehouder voegt bij het Marketingplan een begroting van de marketing- en communicatieactiviteiten toe. Het budget dat de Concessiehouder jaarlijks voor uitvoering van het Marketingplan inzet is ten minste even hoog als het budget dat hij heeft opgenomen in het Marketingplan dat deel uitmaakt van de Inschrijving en bedraagt ten minste €450.000 per Jaar. Het is de Concessiehouder toegestaan om marketing- en communicatieactiviteiten die hij gezamenlijk met Derden uitvoert, uit dit budget te bekostigen. Het is de Concessiehouder niet toegestaan dit budget in te zetten voor (i) marketing- en communicatieactiviteiten gericht op (typen) Reizigers die hun herkomst buiten het Concessiegebied hebben, dan wel (ii) de inzet van Personeel.
7.
De Concessiehouder maakt jaarlijks, of vaker indien de Concessieverlener daarom verzoekt, in de vorm van evaluatie(s) inzichtelijk wat de effecten van zijn marketing- en communicatieactiviteiten zijn. De Concessiehouder betrekt de resultaten van de evaluatie(s) bij het opstellen van het Marketingplan voor het volgende jaar.
8.
De Concessiehouder legt, overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B12, het Marketingplan voor het daaropvolgende Dienstregelingjaar ter advisering aan het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) en de Stuurgroep OV-HWGO voor.
9.
De Concessiehouder biedt het Marketingplan voor het daaropvolgende Dienstregelingjaar, overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B12, uiterlijk op 1 november ter vaststelling aan de Concessieverlener aan. De Concessiehouder geeft daarbij aan hoe hij is omgegaan met de adviezen van het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) en de Stuurgroep OVHWGO en geeft een gedegen onderbouwing wanneer hij van (delen van) het advies is afgeweken.
4.9
Klantenservice en -reacties Artikel 4.9.1 Bereikbaarheid en aanspreekbaarheid voor klantenreacties 1.
De Concessiehouder treft voor het stellen van vragen en het indienen van klachten en suggesties, goede, laagdrempelige voorzieningen (in ieder geval de voorzieningen zoals bedoeld in leden 2, 3 en 4) en maakt deze bekend aan (potentiële) Reizigers.
2.
De Concessiehouder beschikt uiterlijk vanaf één maand voor aanvang van de Concessie over een informatie- en klachtentelefoonnummer dat ten minste op Werkdagen van 8:00 tot 19:00 uur en op zaterdagen van 9:00 tot 17:00 uur bereikbaar is. Het tarief dat de Concessiehouder bij bellers in rekening brengt bedraagt ten hoogste het tarief voor het bellen binnen het Concessiegebied vanaf een vast telefoontoestel.
3.
De Concessiehouder biedt Reizigers de mogelijkheid om via een antwoordnummer, een online reactie- en klachtenformulier en een elektronisch postadres te reageren en/of een klacht in te dienen.
4.
De Concessiehouder draagt er zorg voor dat de klantenservice bereikbaar is voor Reizigers met een Functiebeperking.
5.
De Concessiehouder werkt onvoorwaardelijk mee aan initiatieven van de Concessieverlener
voor een gezamenlijke opzet en uitvoering van de “front office” (waa ronder de klantenservice)
72 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
voor de concessies van de Concessieverlener tijdens de looptijd van de Concessie. De hiervoor te maken kosten zijn voor rekening en risico van de Concessieverlener.
Artikel 4.9.2 Klantenservice en verloren voorwerpen 1.
De Concessiehouder beschikt over een klachtenafhandelingsprocedure waarin hij beschrijft hoe hij klachten van Reizigers afhandelt. Hij maakt hierbij naar eigen inzicht eventueel onderscheid tussen (de aard van de) klachten, restitutieverzoeken, vragen en suggesties.
2.
De Concessiehouder stuurt zo spoedig mogelijk een ontvangstbevestiging naar Reizigers die een klacht, restitutieverzoek, vraag of suggestie indienen en verwijst hierbij naar zijn klachtenafhandelingsprocedure.
3.
De Concessiehouder geeft klachten en restitutieverzoeken die betrekking hebben op de infrastructuur, het mobiliteitsbeleid of onderdelen van een Ketenreis die niet onder zijn verantwoordelijkheid vallen binnen drie Werkdagen door aan de betreffende Wegbeheerder, de Concessieverlener respectievelijk de Derde die verantwoordelijk is voor dat onderdeel van de Ketenreis en meldt de indiener van de klacht in dat geval aan welke partij hij de klacht heeft doorgegeven, inclusief vermelding van de contactgegevens van deze partij.
4.
De Concessiehouder is aangesloten bij de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, Postbus 90600, 2509 LP te Den Haag (of diens eventuele opvolger).
5.
De Concessiehouder handelt klachten, restitutieverzoeken, vragen en suggesties, met uitzondering van de klachten en restitutieverzoeken als bedoeld in lid 3, binnen vier weken na ontvangst af door middel van een per e-mail of per brief verstuurde, deugdelijk gemotiveerde reactie. Specifiek bij de afhandeling van de ingediende klachten geeft de Concessiehouder richting de klachtindiener duidelijk aan: a.
de wijze waarop hij de klacht heeft afgehandeld en in de toekomst vergelijkbare klachten voorkomt;
b.
het bestaan van de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, waar de klachtindiener de mogelijkheid heeft om onder bepaalde voorwaarden een geschil voor te leggen; en
c.
het bestaan van de OV Ombudsman, waar de klachtindiener een klacht in kan dienen wanneer de klacht niet naar tevredenheid van de klachtindiener is afgehandeld.
6.
De Concessiehouder bewaart voorwerpen die Reizigers in Voertuigen en op Haltes hebben laten liggen overeenkomstig de Regeling Gevonden Voorwerpen (BurgerlijkWetboek, boek 5) en stelt Reizigers die iets verloren hebben in de gelegenheid om hun eigendommen via een gebruikersvriendelijke procedure, ten minste via een online formulier en een telefoonnummer, een beroep te doen op een door de Concessiehouder opgestelde regeling gevonden voorwerpen. De Concessiehouder publiceert deze regeling uiterlijk bij aanvang van de Concessie op in ieder geval zijn website en in de Bussen en Buurtbussen die hij voor de uitvoering van het Openbaar Vervoer inzet.
4.1 0
Infrastructuur en overige voorzieningen Artikel 4.1 0.1 Infrastructuur busdienst 1.
De Concessiehouder maakt gebruik van alle specifiek (of vooral) voor het Openbaar Vervoer bedoelde (nog aan te leggen) Infrastructuur, waaronder R-net-Haltes, busstations, busbanen, busstroken, opritten en verkeersregelinstallaties met busprioriteit, tenzij de Concessieverlener op verzoek van de Concessiehouder hiervoor ontheffing heeft verleend.
73 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
2.
De Concessiehouder maakt met de betreffende Wegbeheerders afspraken over het gebruik van de in het vorige lid bedoelde Infrastructuur, alsmede over het gebruik van door de Wegbeheerders gehanteerde informatiesystemen 18.
3.
De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het verkrijgen van eventuele vergunningen die benodigd zijn voor het gebruik van specifieke Infrastructuur.
Artikel 4.1 0.2 Haltelocaties 1.
De Concessiehouder maakt met de Wegbeheerders afspraken over locatie, inrichting en gebruik van haltelocaties. Het gebruik van eventuele DRIS-systemen verloopt conform Bijlage B14.
2.
De Concessiehouder is, met inbegrip van de mogelijke overname van Haltepalen en Halteborden van de vorige concessiehouder, voor eigen rekening en risico verantwoordelijk voor het plaatsen, onderhouden en verwijderen van Haltepalen en Halteborden dan wel andere tekens die voldoen aan de wettelijke eisen voor het aanmerken van een locatie als Halte, bij de Haltes gelegen aan door de Concessiehouder geëxploiteerde Lijnen, met inbegrip van de Haltes van Buurtbuslijnen, maar met uitzondering van R-nethaltes en Haltes waar een knooppuntdisplay aanwezig is. De Concessiehouder neemt daarbij de aanwijzingen van de Wegbeheerder met betrekking tot welstandseisen alsmede een eventuele aanwijzing van de Concessieverlener met betrekking tot de vormgeving van een Halte in acht.
3.
De Concessiehouder is verantwoordelijk voor (tijdelijke) verplaatsingen van Haltepalen inclusief Halteborden en een eventuele Display, bijvoorbeeld in geval van wegwerkzaamheden of Evenementen, en neemt daarbij het gestelde in Bijlage B14 in acht.
4.
De Concessiehouder draagt alle Haltepalen en Halteborden die in het bezit zijn van de Concessiehouder dan wel in zijn opdracht zijn geplaatst, om niet over aan de opvolgende concessiehouder.
5.
De Concessiehouder voert minimaal één maal per Dienstregelingjaar een halteschouw uit van alle Haltes die de Concessiehouder binnen en buiten het Concessiegebied aandoet en rapporteert de resultaten aan de Concessieverlener, het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) en de betreffende Wegbeheerder. De Concessiehouder stemt met de Concessieverlener en het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) de te schouwen aspecten af.
6.
Indien de Concessiehouder op enig moment tijdens de looptijd van de Concessie gebreken constateert aan voorzieningen bij Haltes die hij aandoet, ook wanneer deze buiten het Concessiegebied liggen, meldt hij deze gebreken proactief zo snel mogelijk bij de eigenaar/beheerder van deze voorzieningen en bewaakt hij de voortgang van het herstel van deze gebreken.
7.
Indien de Concessiehouder tijdelijk van een alternatieve Halte gebruik wenst te maken, overlegt hij hierover minimaal twee weken voor de datum van ingebruikname van de Halte met de betreffende Wegbeheerder. De Concessiehouder communiceert de ingebruikname van tijdelijke Haltes, waaronder de toegankelijkheid, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.3.7 en, in die gevallen waar dat artikel niet in voorziet, minimaal vijf Werkdagen voor de datum van ingebruikname richting Reizigers en de Concessieverlener.
18
Ten tijde van het opstellen van het Programma van Eisen betreft dit de systemen MELVIN en CHB (Centraal Halte Bestand).
74 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
8.
Indien een Wegbeheerder besluit tot vervanging van in eigendom van de Concessieverlener zijnde Haltepalen en Halteborden, werkt de Concessiehouder hier onvoorwaardelijk aan mee.
Artikel 4.1 0.3 Beïnvloeding verkeersregelinstallaties 1.
De Concessiehouder stemt de toepassing van systemen voor de informatie-uitwisseling tussen Voertuigen en Infrastructuur (daaronder worden ook verkeersregelinstallaties (VRI) verstaan) af op de systemen die de betreffende Wegbeheerder gebruikt.
2.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat het voertuigvolgsysteem als bedoeld in lid 11 van
artikel 4.5.1 zo nauwkeurig is dat hij verkeersregelinstallaties (VRI’s) op betrouwbare wijze kan beïnvloeden. 3.
De Concessiehouder waarborgt dat de gegevens in het voertuigvolgsysteem gelijk zijn aan
4.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat de in te zetten Voertuigen door middel van de in lid 1
de gegevens die hij voor het DRIS aanlevert (de integratieservice).
genoemde systemen voor informatie-uitwisseling (in ieder geval KAR; een Voertuig dient tevens te zijn voorzien van VETAG en/of VECOM indien het Voertuig wordt ingezet op een route waar één of meerdere VRI’s KAR niet ondersteunen, maar VETAG/VECOM wel ondersteunen) met de Infrastructuur, waaronder zakpalen, kunnen communiceren. De Concessiehouder neemt daarbij de bepalingen in Bijlage B13 in acht. 5.
De Concessiehouder houdt rekening met en werkt in voorkomende gevallen zonder voorbehoud mee aan de implementatie van nieuwe technologieën ten behoeve van de prioritering van Voertuigen bij verkeersregelingsinstallaties, bijvoorbeeld i-VRI. De Concessiehouder en zijn Voertuigen voldoen aan de eisen en afspraken zoals deze zijn en worden vastgelegd binnen het partnership Talking Traffic (zie ook het document ‘ Optionele aanvulling DOVA OV bestekstekst prioritering via iVRI's v0.8’ in Bijlage F bij het Bestek). Uiterlijk twee maanden voor aanvang van de Concessie toont de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener aan dat hij aan deze eisen voldoet.
4.1 1
Implementatie Artikel 4.1 1 .1 Implementatie 1.
De Concessiehouder neemt alle nodige maatregelen om er voor te zorgen dat hij vanaf aanvang van de Concessie: a.
de Concessie volledig en correct ten uitvoer kan en zal brengen conform ten minste de
b.
over alle benodigde vergunningen en toestemmingen beschikt en zal beschikken om het
Concessievoorschriften en de toezeggingen in de Inschrijving van de Concessiehouder;
Openbaar Vervoer en eventuele door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten te kunnen en mogen verrichten. 2.
In de periode tussen het moment van verlening en de ingangsdatum van de Concessie vindt wekelijks een implementatieoverleg plaats tussen de Concessiehouder en de Concessieverlener, waarbij in ieder geval de voortgang op de volgende onderdelen van de implementatie aan de orde komen: a.
de levering van het voor de uitvoering van de Concessie benodigde Materieel;
b.
de realisatie van de voor de inzet van Nulemissievoertuigen benodigde Productiemiddelen, waaronder het vinden van en vergunningverlening voor laadlocaties,
75 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
waarbij de Concessieverlener de Concessiehouder desgevraagd ondersteunt in de gesprekken met de betreffende gemeente/Wegbeheerder; en c.
de voortgang van het overleg met chauffeursvertegenwoordigers over de Dienstregeling voor het eerste Dienstregelingjaar en de daarvoor benodigde goedkeuring van de rijroosters door chauffeursvertegenwoordigers.
3.
De Concessiehouder communiceert voor aanvang van de Concessie proactief en onverwijld over wijzigingen van het Openbaar Vervoer richting (potentiële) Reizigers, Regio ’s en gemeenten, burgers, bedrijven, organisaties en pers.
4.
Indien de Concessiehouder voor de uitvoering van de Concessie nieuw Materieel aanschaft, zorgt de Concessiehouder, telkens wanneer de Concessieverlener hierom verzoekt, voor (i) toegang voor de Concessieverlener tot de betreffende fabriekslocaties dan wel (ii) deelname van een vertegenwoordiger van de betreffende leverancier aan het implementatieoverleg als bedoeld in lid 3.
5.
Indien de Concessiehouder delen van het Openbaar Vervoer door één of meer Onderaannemers laat uitvoeren, zorgt de Concessiehouder, telkens wanneer de Concessieverlener hierom verzoekt, voor (i) deelname van een vertegenwoordiger van deze Onderaannemers aan het implementatieoverleg als bedoeld in lid 3 en (ii) doorgeleiding van voortgangsrapportages van deze Onderaannemers, onder andere over de routetraining van chauffeurs, aan de Concessieverlener.
6.
De Concessiehouder doet zijn definitieve overeenkomsten – inclusief de definitieve prijsopgaven – met Derden inzake de Concessie toekomen aan de Concessieverlener, waaronder overeenkomsten met leverancier(s) van Materieel. De Concessieverlener kan te allen tijde aanvullende informatie van de Concessiehouder verlangen die hij relevant acht.
7.
De Concessiehouder levert tijdens de implementatie van de Concessie na afloop van elk kwartaal aan de Concessieverlener een voortgangsrapportage die in een redelijke mate van detail, zulks ter beoordeling van de Concessieverlener, weergeeft hoe de uitvoering van de plannen uit zijn Inschrijving, waaronder het implementatieplan dat beoogt dat hij op 15 december 2024 zonder problemen met de uitvoering van de Concessie kan starten, verloopt.
8.
Indien er tijdens de implementatie afwijkingen van het implementatieplan zijn die realisatie van de activiteiten die zich op het kritieke pad bevinden beïnvloeden, rapporteert de Concessiehouder dit per omgaande aan de Concessieverlener en doet hij hierbij een voorstel voor bijsturing.
9.
De Concessiehouder doet zo spoedig mogelijk na gunning van de Concessie doch uiterlijk op 1 april 2025 aan de Concessieverlener een opgaaf van al zijn wensen betreffende de Infrastructuur en Haltes. De Concessieverlener zal de aldus opgegeven wensen toetsen op realiseerbaarheid en de wensen die, naar het uitsluitend oordeel van de Concessieverlener, realiseerbaar zijn, doen toekomen aan de betreffende Wegbeheerder en de Wegbeheerder verzoeken aan de aldus gepresenteerde wensen tegemoet te komen. De Concessiehouder kan geen rechten ontlenen aan de in de eerste volzin genoemde opgaaf.
10. Het aanhangig zijn van bezwaar en/of beroep doet op geen enkele wijze afbreuk aan de verplichting van de Concessiehouder tot het treffen van (tijdelijke) maatregelen die nodig zijn om vanaf aanvang van de Concessie aan alle voorwaarden die aan de Concessie verbonden zijn te kunnen voldoen. Alle kosten en investeringen die de Concessiehouder maakt/doet in de periode dat de Concessie nog niet onherroepelijk is, komen geheel voor zijn eigen rekening en risico.
76 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
5
Eisen aan de duurzaamheid en overnames
5.1
Nulemissievoertuigen en overname Materieel Artikel 5.1.1 Overnameverplichting elektrische Bussen inclusief Productiemiddelen van de huidige concessiehouder 1.
De Concessiehouder neemt twintig Solaris Urbino 12 Hydrogen-bussen inclusief Productiemiddelen, onderdelen en bedrijfsinformatie maar exclusief boordsysteem en Kaartlezers over van de huidige concessiehouder van de concessie Hoeksche Waard Goeree-Overflakkee te nemen van Connexxion tegen de overnamewaarde en conform de voorwaarden en procedure zoals opgenomen in Bijlage J bij het Bestek.
2.
De kosten voor aanschaf en inbouw van een boordsysteem en Kaartlezers in de twintig Solaris Urbino 12 Hydrogen-bussen zijn voor rekening en risico van de Concessiehouder. Dit geldt ook voor een eventuele inkomstenderving wanneer de Concessiehouder de twintig Solaris Urbino 12 Hydrogen-bussen inzet terwijl de Kaartlezers nog niet zijn ingebouwd en/of nog niet zijn aangesloten op het OV-Betaalsysteem.
3.
Indien de Concessiehouder de twintig Solaris Urbino 12 Hydrogen-bussen vervangt, bijvoorbeeld vanwege de leeftijdseis zoals geformuleerd in artikel 4.5.1, vervangt hij deze door Nulemissievoertuigen.
4.
De Concessiehouder zet de twintig Solaris Urbino 12 Hydrogen-bussen ten minste in tot en met december 2034 en maakt gebruik van de tanklocatie Heienoord, zodanig dat aan het bestaande contract over de afname van waterstof wordt voldaan. (Zie Bijlage J bij het Bestek)
Artikel 5.1.2 Inzet Nulemissievoertuigen 1.
De Concessiehouder zet vanaf aanvang van de Concessie voor de uitvoering van de Rnetlijn(en) op alle R-netlijnen uitsluitend R-netbussen in die classificeren als Nulemissievoertuigen.
2.
De Concessiehouder voert met ingang van het eerste Dienstregelingjaar minimaal 85% van de afgelegde Dienstregelingkilometers in de Concessie uit met Nulemissievoertuigen. De afgelegde Dienstregelingkilometers per Taxibus zijn voor het genoemde percentage niet van toepassing.
3.
De Concessiehouder laat met ingang van het Dienstregelingjaar 2027 alleen nog Bussen voor de uitvoering van de Concessie instromen die classificeren als Nulemissievoertuig.
4.
Uiterlijk met ingang van het Dienstregelingjaar 2031 zet de Concessiehouder alleen nog Bussen voor de uitvoering van de Concessie in die classificeren als Nulemissievoertuig.
5.
De Concessiehouder beschikt over een managementsysteem dat inzicht geeft in het energiemanagement en voertuigdata van de door hem ingezette Nulemissievoertuigen en voorziet de Concessieverlener desgevraagd van (realtime) gegevens over (de ontwikkeling van) het energieverbruik in totaal, per Nulemissievoertuig en per kilometer.
77 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
6.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat alle Nulemissiebussen zijn voorzien van een Acoustic Vehicle Alerting System (AVAS)19.
7.
De Concessiehouder verleent zijn onvoorwaardelijke medewerking aan de inzet van bussen met een innovatieve brandstof of aandrijving die de Concessieverlener bijvoorbeeld met subsidie uit Europese subsidieprogramma ’s aanschaft of laat aanschaffen. De eventuele meerkosten voor de aanschaf en exploitatie van deze brandstofcelbussen komen voor rekening van de Concessieverlener. De Concessiehouder stelt hiertoe een business case op.
Artikel 5.1.3 Productiemiddelen 1.
De Concessiehouder is voor eigen rekening en risico verantwoordelijk en aansprakelijk voor de tijdige realisatie, het beheer en onderhoud, de veiligheid en het gebruik van alle voor de inzet van Nulemissievoertuigen benodigde Productiemiddelen.
2.
De Concessiehouder is verantwoordelijk voor (het maken van afspraken met Derden over) de aanleg van de voor de Productiemiddelen benodigde energievoorzieningen en het verkrijgen van de daarvoor benodigde vergunningen, met dien verstande dat de Concessieverlener de Concessiehouder waar mogelijk zal faciliteren bij het verkrijgen van de vergunningen.
3.
De Concessiehouder is eigenaar van Productiemiddelen, tenzij de Concessieverlener en de Concessiehouder in het kader van een Meerpartijenovereenkomst anders overeenkomen. Hiertoe maakt hij met Derden die de grond van de beoogde locatie van de Productiemiddelen in eigendom hebben, afspraken teneinde voor de looptijd van de Concessie een opstalrecht op de Productiemiddelen te vestigen.
4.
De Concessiehouder zorgt er bij zijn keuze van en de locaties voor Productiemiddelen voor dat: a.
laders voldoen aan veiligheidsnormen en standaarden die hiervoor in internationaal verband zijn vastgesteld, zoals – maar niet uitsluitend – NEN1010;
b.
de geluidsproductie van een lader, gemeten op 1 meter afstand van de lader en 1,8 meter hoogte, en van de laadoperaties per locatie, gemeten op 10 meter afstand, voldoen aan de grenswaarden voor langtijdgemiddelde en maximale geluidsproductie zoals geformuleerd in het Activiteitenbesluit milieubeheer, thans maximaal 65 dB(A) is;
c.
de vormgeving van de Productiemiddelen passend is in het straatbeeld, zulks ter beoordeling van de betreffende gemeente/Wegbeheerder; en
d. 5.
voor de Productiemiddelen een open laadprotocol (OCPP) geldt.
De Concessiehouder stelt één installatieverantwoordelijke beschikbaar (als bedoeld in artikel 4.3 van NEN 3140) voor alle Productiemiddelen die hij aanlegt. De Concessiehouder deelt het curricula vitae van (de eventuele opvolger van) de installatieverantwoordelijke met de Concessieverlener. Indien de Concessieverlener zwaarwegende redenen heeft te twijfelen aan de kwaliteiten van een voorgedragen persoon, kan de Concessieverlener deze kwaliteiten nader toetsen tijdens een gesprek met deze persoon. De Concessieverlener heeft het recht om op basis van dit gesprek de persoon af te wijzen als installatieverantwoordelijke. De Concessiehouder zorgt in dat geval voor een geschikte vervanger.
19
Zie https://www.crow.nl/getmedia/caf3bc55-9c58-4de5-99d7-1b8e80d3aa98/Geluidssignalen-bijelektrische-bussen_web.pdf.aspx?ext=.pdf. De 23 elektrische Bussen zoals genoemd in artikel 5.1.1 zullen door de concessiehouder van de noodconcessie Zuid-Holland Noord van AVAS worden voorzien.
78 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
6.
De Concessiehouder spant zich in om met concessiehouders van aangrenzende concessies het wederzijds gebruik van Productiemiddelen en bijbehorende energievoorzieningen te bevorderen. De Concessiehouder stelt zich in dat kader constructief op bij verzoeken van concessiehouders van aangrenzende concessiegebieden om, ten hoogste tegen een kostendekkende vergoeding, gebruik te mogen maken van Productiemiddelen en/of bijbehorende energievoorzieningen in de openbare ruimte, en spant zich desgevraagd in om