Bijlage 1 Ontwerp PvE OV Concessie
Tekst van het document
– binnen de grenzen van wat redelijk is vanuit het oogpunt van het garanderen van de eigen dienstverlening – de betreffende concessiehouder een passend aanbod te doen. 7.
De Concessiehouder verschaft de Concessieverlener realtime inzicht in de beschikbaarheid en het gebruik, waaronder het gebruik door concessiehouders van aangrenzende concessies, van Productiemiddelen, laders en energievoorzieningen.
Artikel 5.1.4 Overnameregeling Nulemissievoertuigen + Productiemiddelen 1.
Indien de Concessiehouder hier ten minste 30 maanden voor het einde van de Concessie om verzoekt, zal de Concessieverlener in de aanbestedingsdocumenten voor de opvolgende concessie een overnameverplichting opnemen voor de Nulemissievoertuigen en bijbehorende Productiemiddelen die de Concessiehouder heeft aangeschaft ter vervanging van de twintig Solaris Urbino 12 Hydrogen-bussen inclusief Productiemiddelen zoals genoemd in artikel 5.1.1. Dit onder de voorwaarde dat: a.
de Concessiehouder de onder de overnameregeling vallende Nulemissievoertuigen en bijbehorende Productiemiddelen tot het einde van de Concessie voor de uitvoering van de Concessie inzet (d.w.z. indien de Concessiehouder de betreffende Nulemissievoertuigen tot het einde van de Concessie regulier inzet voor de uitvoering van de Dienstregeling); en
b.
de leeftijd van de onder de overnameregeling vallende Nulemissievoertuigen op het moment van overdracht ten minste vijf jaar lager is dan de voor de betreffende categorie Voertuigen geldende maximale leeftijdseis zoals geformuleerd in artikel 4.5.1, lid 1.
2.
Op de mogelijkheid tot het laten overnemen van de Nulemissievoertuigen en bijbehorende Productiemiddelen als bedoeld in het vorige lid zijn de bepalingen uit Bijlage B8 van toepassing.
3.
De Concessiehouder verwijdert eventuele Productiemiddelen die niet onder de overnameregeling vallen en die niet worden overgenomen door de opvolgende concessiehouder, en brengt de locatie van de betreffende Productiemiddelen terug in de oorspronkelijke staat, indien de eigenaar/beheerder van de betreffende locatie hierom verzoekt.
5.2
Overige Voertuigen Artikel 5.2.1 Euronormering Voertuigen 1.
Voor het Materieel gelden de volgende eisen met betrekking tot euronormering:
Type Materieel
Bussen die worden ingezet op R-
Materieel dat vanaf aanvang van
Materieel dat na aanvang van
de Concessie in gebruik wordt
de Concessie in gebruik wordt
genomen in de Concessie
genomen in de Concessie
Nulemissiebus
Nulemissiebus
net-Lijnen
79 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Type Materieel
Bussen die uitsluitend voor
Materieel dat vanaf aanvang van
Materieel dat na aanvang van
de Concessie in gebruik wordt
de Concessie in gebruik wordt
genomen in de Concessie
genomen in de Concessie
Euro-VI
Euro-VI
Euro-VI
Tot start Dienstregelingjaar 2027:
Scholierenlijnen, Vervangend Vervoer, Versterkings- en/of Verdichtingsritten of vervoer naar Evenementen worden ingezet Alle overige Bussen
Euro-VI Vanaf start Dienstregelingjaar 2027: Nulemissiebus
Auto’s, inclusief Buurtbussen
Euro-6
Tot start Dienstregelingjaar 2031: Euro-6 Vanaf start Dienstregelingjaar 2031: Nulemissieauto
2.
De Concessiehouder draagt er zorg voor dat Voertuigen zijn voorzien van een monitoringsysteem dat continu registreert of de uitlaatgasreinigingsinstallatie die nodig is om met het betreffende Voertuig aan het gestelde in lid 1 te voldoen, goed functioneert en onmiddellijk een signaal aan de chauffeur en (indirect) aan de technische dienst afgeeft op het moment dat dit niet het geval is. De Concessiehouder rapporteert eventuele storingen van de uitlaatgasreinigingsinstallatie en de maatregelen die hij heeft getroffen om deze storingen te verhelpen in het duurzaamheidsjaarverslag overeenkomstig het bepaalde in punt 13 in Bijlage B12.
3.
In afwijking van het gestelde in lid 2 hoeven Nulemissievoertuigen niet voorzien te zijn van het in dit lid genoemde monitoringsysteem.
5.3
Bedrijfsvoering Artikel 5.3.1 Duurzame bedrijfsvoering 1.
De Concessiehouder verleent volledige medewerking aan initiatieven van de Concessieverlener betreffende (innovaties op het gebied van) duurzaamheid.
2.
De Concessiehouder spant zich maximaal in om zowel bij de uitvoering van het Openbaar Vervoer en door of namens hem aangeboden Mobiliteitsdiensten zelf als in alle onderliggende bedrijfsprocessen, de uitstoot van schadelijke emissies en geluid blijvend te minimaliseren, het energiegebruik te beperken en overige negatieve effecten van de uitvoering van het Concessiebesluit voor het milieu blijvend te vermijden.
3.
De Concessiehouder maakt voor de uitvoering van de Concessie zoveel mogelijk, maar in ieder geval voor het laden van Nulemissievoertuigen volledig gebruik van gecertificeerde 100% hernieuwbare energie of brandstof (afkomstig uit windenergie, zonne-energie, waterkracht of geothermische energie20) die zoveel als mogelijk in Nederland opgewekt, met inbegrip van de gebieden zoals aangewezen bij kavelbesluiten op grond van de Wet windenergie op zee, België en Luxemburg is opgewekt. De Concessiehouder onderbouwt aan de hand van een overeenkomst met de leverancier de bron en het herkomstgebied van
20
Let op, het gebruik van biomassa en kernenergie voor de opwekking van elektriciteit is niet toegestaan.
80 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
de 100% hernieuwbare energie of brandstof waarvan hij voor de uitvoering van de Concessie gebruik maakt. 4.
Met het gebruik van hernieuwbare energie voor het laden van Nulemissievoertuigen, zoals omschreven in lid 3, ontstaat bij de Concessiehouder de mogelijkheid voor de verkrijging van verhandelbare emissierechten (zoals Hernieuwbare Brandstofeenheden). De Concessiehouder laat deze verhandelbare emissierechten registreren bij de Nederlandse Emissieautoriteit ten gunste van de Concessieverlener zonder dat de Concessieverlener terzake enige vergoeding verschuldigd is. De Concessieverlener bepaalt wat er met de aldus verkregen verhandelbare emissierechten gebeurt.
5.
De Concessiehouder streeft bij de uitvoering van de Concessie blijvend naar maximalisatie van hergebruik van producten, materialen en grondstoffen en het behoud van natuurlijke hulpbronnen.
6.
De Concessiehouder stelt als nadere uitwerking van het (geactualiseerde) Ontwikkelplan zoals beschreven in artikel 6.1.3 iedere vijf jaar een MVO-plan op en neemt daarbij het bepaalde in Bijlage B12 in acht. In het MVO-plan neemt de Concessiehouder ten minste de volgende onderdelen op: a.
herkomst van materialen en producten (inclusief het Materieel en eventuele batterijpakketten);
b.
reparatie, hergebruik en recyclying van gebruikte materialen en producten;
c.
overige bedrijfsprocessen;
d.
afspraken met leveranciers en afnemers; en
e.
effecten hiervan op de uitstoot van schadelijke emissies en geluid, het energiegebruik te beperken en overige negatieve effecten van de uitvoering van de Concessie voor het milieu.
De Concessiehouder biedt het MVO-plan overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B12 ter vaststelling aan de Concessieverlener aan. 7.
De Concessiehouder rapporteert, overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B12, in het duurzaamheidsjaarverslag over de duurzaamheidsmaatregelen die hij in het betreffende jaar heeft getroffen en de resultaten die hij daarmee heeft bereikt.
81 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
6
Eisen aan de ontwikkeling en samenwerking
6.1
Ontwikkelopdracht Artikel 6.1.1 Plaats, inhoud en kaders Ontwikkelopdracht 1.
De Concessiehouder draagt zorg voor de uitvoering van de Ontwikkelopdracht. De Ontwikkelopdracht omvat alle elementen van het Openbaar Vervoer en door of namens hem aangeboden Mobiliteitsdiensten die ontwikkeling behoeven, waaronder in ieder geval het in samenhang en in samenwerking met andere betrokken partijen structureel en planmatig ontwikkelen en implementeren van: a.
de in de Inschrijving beschreven visie op de ontwikkeling van het Openbaar Vervoer en eventuele door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten gedurende de looptijd van de Concessie;
b.
een samenhangend netwerk van Openbaar Vervoer (lijnvoering, Dienstregeling, rijtijden, vertrektijden en (Gegarandeerde) Aansluitingen), (Andere) Mobiliteitsdiensten en (innovatieve) vervoersoplossingen dat: i. blijvend is afgestemd op de (potentiële en veranderende) Vervoervraag; ii. inwoners en bezoekers van het Concessiegebied verleidt om met het Openbaar Vervoer te reizen; en iii. ertoe bijdraagt dat meer Reizigers buiten de spits gaan reizen en dat iedereen, met of zonder Functiebeperking, die voor gebruik van het Openbaar Vervoer niet afhankelijk is van de hulpverlening door het Personeel volwaardig kan deelnemen aan de maatschappij (= inclusieve samenleving);
c.
Aansluitingen tussen vervoerdiensten zowel binnen het netwerk van de Concessiehouder als tussen zijn netwerk en de trein, Lijnen in en vanuit aangrenzende concessiegebieden en (Andere) Mobiliteitsdiensten, zoals CVV;
d.
op de behoeften van de verschillende typen Reizigers afgestemde acties, onder andere op het gebied van marketing en mobiliteitsmanagement, gericht op een toename van het aantal Reizigers en/of de Vervoeropbrengsten dan wel die op andere wijze bijdragen aan realisatie van de doelen voor de Concessie zoals beschreven in paragraaf 1.2;
e.
op de behoeften van de verschillende typen Reizigers afgestemde informatievoorziening (rekening houdend met alle modaliteiten), zowel voorafgaand aan als tijdens de reis, met gebruik making van de nieuwste technologische ontwikkelingen;
f.
op de behoeften van de verschillende typen Reizigers afgestemde (nieuwe) betaalmethodes voor het Openbaar Vervoer en eventuele door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten en inzet van overige technologische ontwikkelingen in de mobiliteitssector;
g.
een Tariefstelsel dat bijdraagt aan het benutten van door de Concessiehouder geïdentificeerde marktkansen, met dien verstande dat de uiteindelijke vaststelling en overweging van het Tariefstelsel een bevoegdheid is van de Concessieverlener;
h.
maatregelen ter waarborging en verbetering van de sociale veiligheid;
i.
maatregelen op het gebied van de toegankelijkheid van het Openbaar Vervoer, met in ieder geval aandacht voor de toegankelijkheid van het Materieel en de informatievoorziening en voor de dienstverlening door het Personeel, gericht op de behoeften van (potentiële) Reizigers; en
82 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
j.
maatregelen gericht op realisatie van de klimaatambities en (een verdere) energietransitie bij de uitvoering van de Concessie.
2.
De Concessiehouder richt zich bij de ontwikkeling van het Openbaar Vervoer en eventuele Mobiliteitsdiensten in het bijzonder op het leveren van een bijdrage aan de in paragraaf 1.2 benoemde doelen en het realiseren van de in artikel 7.1.1 benoemde outputnormen.
3.
De Concessiehouder hanteert het Programma van Eisen en het vigerende provinciaal beleid ten aanzien van mobiliteit, ruimtelijke ordening, economie, duurzaamheid en energie, waaronder het Beleidskader, en de daarin verwoorde doelen en streefbeelden tijdens de looptijd van de Concessie als kader voor de uitvoering van de Ontwikkelopdracht.
4.
De Concessiehouder betrekt Reizigers, gemeenten, Wegbeheerders, het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO), concessiehouders van aangrenzende concessiegebieden, aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten en overige belanghebbenden actief bij de uitvoering van de Ontwikkelopdracht en overlegt regelmatig met deze partijen over onder andere de ontwikkelkansen en uitvoering van het Openbaar Vervoer en (Andere) Mobiliteitsdiensten.
Artikel 6.1.2 Organisatie in het kader van de Ontwikkelopdracht 1.
De Concessiehouder beschikt over een ontwikkelteam dat belast is met de uitvoering van de Ontwikkelopdracht en dat over de kennis, expertise en ervaring beschikt om alle elementen van de Ontwikkelopdracht goed uit te kunnen voeren.
2.
De Concessiehouder stelt gedurende de gehele looptijd van de Concessie ten minste één vast persoon beschikbaar die eindverantwoordelijk is voor de uitvoering van de Ontwikkelopdracht (bijvoorbeeld een concessiemanager of ontwikkelmanager).
3.
De persoon (personen) zoals bedoeld in het vorige lid voldoet (voldoen gezamenlijk) aan de volgende eisen: a.
hij/zij is HBO- of WO-opgeleid en beheerst de Nederlandse taal zowel mondeling als schriftelijk;
b.
hij/zij is in staat om de Ontwikkelopdracht overeenkomstig de gestelde eisen uit te kunnen voeren;
c.
hij/zij is namens de Concessiehouder aanspreekpunt en op Werkdagen beschikbaar voor overleg over de uitvoering van de Ontwikkelopdracht, desgevraagd in het provinciehuis;
d.
hij/zij beschikt over voldoende mandaat om namens de Concessiehouder te kunnen beslissen over wijzigingen in de Dienstregeling en over de inzet van het marketingbudget zoals bedoeld in artikel 4.8.2, lid 6; en
e.
hij/zij beschikt over voldoende tijd, te weten ten minste 0,4 fte, om zijn/haar rol in het kader van de Ontwikkelopdracht adequaat te kunnen invullen.
4.
De Concessiehouder stelt gedurende de gehele looptijd van de Concessie tevens ten minste: a.
één vast persoon beschikbaar als aanspreekpunt voor alle zaken die de toegankelijkheid
b.
één vast persoon beschikbaar als aanspreekpunt voor Wegbeheerders;
van het Openbaar Vervoer betreffen;
c.
één vast persoon beschikbaar als aanspreekpunt voor alle zaken die de sociale veiligheid van het Openbaar Vervoer en eventuele door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten betreffen;
d.
één vast persoon beschikbaar als aanspreekpunt voor aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten en voor MaaS-aanbieders;
83 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
e.
één vast persoon beschikbaar voor het aanleveren van informatie, rapportages en analyses aan de Concessieverlener zoals bedoeld in paragraaf 7.4; en
f.
één vast persoon beschikbaar voor de secretariële ondersteuning van het ontwikkelteam van de Concessiehouder.
5.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat de omvang en samenstelling van het ontwikkelteam gedurende de gehele looptijd van de Concessie ten minste vergelijkbaar is met hetgeen hij in zijn Inschrijving heeft aangeboden.
6.
De Concessiehouder deelt tijdens de implementatie van de Concessie en bij voorgenomen wijzigingen in de samenstelling van het ontwikkelteam de curricula vitae van de persoon of personen zoals bedoeld in leden 2 en 4 met de Concessieverlener. Indien de Concessieverlener zwaarwegende redenen heeft te twijfelen aan de kwaliteiten van een voorgedragen persoon, kan de Concessieverlener deze kwaliteiten nader toetsen tijdens een gesprek met deze persoon. De Concessieverlener heeft het recht om op basis van dit gesprek de persoon af te wijzen als lid van het ontwikkelteam. De Concessiehouder zorgt in dat geval voor een geschikte vervanger.
Artikel 6.1.3 Ontwikkelplan 1.
De Concessiehouder stelt in het kader van zijn ontwikkelrol eens in de vijf jaar een Ontwikkelplan voor de eerstvolgende vijf Dienstregelingjaren op en actualiseert het Ontwikkelplan na drie Jaar. In het Ontwikkelplan behandelt en onderbouwt de Concessiehouder in ieder geval de volgende onderwerpen: a.
de visie van de Concessiehouder ten aanzien van de ontwikkelingsmogelijkheden van het Openbaar Vervoer tijdens de geldigheidsduur van het Ontwikkelplan en de daaropvolgende periode;
b.
per type (potentiële) Reizigers waarop de Concessiehouder zich gedurende de Concessie richt, doelstellingen op het gebied van aantallen Reizigers en Vervoeropbrengsten alsmede doelstelling(en) op het gebied van onder meer imagoverbetering van het Openbaar Vervoer. Daarbij heeft de Concessiehouder nadrukkelijk ook oog voor het behoud van bestaande Reizigers;
c.
op hoofdlijnen de wijze waarop de Concessiehouder het Openbaar Vervoer gedurende de looptijd van de Concessie vormgeeft als een aantrekkelijk reisalternatief voor de verschillende typen Reizigers. De Concessiehouder besteedt daarbij in ieder geval aandacht aan: i. de vervoerkundige doorontwikkeling van de Concessie teneinde de verwachte reizigersgroei te kunnen accommoderen, in ieder geval onderscheiden naar de volgende onderdelen van het Openbaar Vervoer netwerk: (i) R-net-Lijnen, (ii) Streeklijnen, (iii) Buurtbuslijnen (iv) Maatwerkvervoer en, voor zover van toepassing, (vi) Lijnen gericht op specifieke doelgroepen, zoals Scholieren- en Nachtlijnen; ii. aanvullende (Andere) Mobiliteitsdiensten in het Concessiegebied, met hierbij aandacht voor: a.
de partijen waarmee hij eventueel gaat samenwerken en de concrete diensten die hij aanbiedt om de Ketenreis voor Reizigers te vergemakkelijken; en
84 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
b.
de vraag hoe hiermee een samenhangend aanbod wordt gecreëerd dat gebruiksvriendelijk is en dat door Reizigers als zodanig wordt herkend en erkend;
iii. de verschillende typen Voertuigen die hij gedurende de looptijd van de Concessie inzet, met hierbij aandacht voor: a.
de capaciteit van de Voertuigen;
b.
het moment waarop hij de Voertuigen gaat inzetten; en
c.
de mate waarin de verschillende typen Voertuigen bijdragen aan de realisatie van de doelstellingen van de Concessiehouder op het gebied van duurzaamheid;
iv. de inzet van marketing- en communicatiemiddelen; en v. het Tariefstelsel en (Bijzondere) Vervoerbewijzen; d.
de effecten die de Concessiehouder met de inzet van zijn middelen beoogt te realiseren, waaronder de effecten op aantallen Reizigers en de Vervoeropbrengsten, en de toezeggingen die de Concessiehouder in zijn Inschrijving heeft opgenomen; en
e.
de mate waarin de beoogde effecten zich verhouden tot de doelen die de Concessieverlener met het Openbaar Vervoer nastreeft, zoals beschreven in paragraaf 1.2.
2.
De Concessiehouder baseert zijn Ontwikkelplan op een onderzoek naar de wensen van een representatieve groep (potentiële) Reizigers dat hij elke twee jaar uitvoert c.q. door Derden in zijn opdracht laat uitvoeren. Het in de vorige volzin bedoelde onderzoek betreft ten minste de aansluiting van het aanbod van Openbaar Vervoer op de (vervoer)wensen van de in paragraaf 1.2 onderscheiden typen (potentiële) Reizigers, en de (door Reizigers ervaren) kwaliteit van het Openbaar Vervoer (inclusief aanvullende diensten die de Concessiehouder voor de uitvoering van de Concessie aanbiedt). Het onderzoek resulteert in een overzicht van inzichten en kansen (ten minste onderscheiden naar bestaande en nieuwe verbindingen en diensten) en bedreigingen. De Concessiehouder zorgt er daarbij voor dat uit deze analyse naar voren komt wat de belangrijkste kwaliteitscriteria zijn waar zijn aanbod aan moet voldoen om Reizigers te trekken en te behouden, onderverdeeld naar typen (potentiële) Reizigers en/of reismotieven. De Concessiehouder rapporteert de uitkomsten van het onderzoek aan de Concessieverlener conform het bepaalde in Bijlage B12.
3.
De Concessiehouder baseert zijn Ontwikkelplan voor de eerste vijf jaar van de Concessie op de in het kader van de in de aanbesteding uitgevraagde onderwerpen zoals deze deel uitmaken van zijn Inschrijving.
4.
De Concessiehouder baseert (de actualisatie van) zijn Ontwikkelplan op: a.
het onderzoek zoals bedoeld in lid 2;
b.
de analyse van vraag, aanbod en gebruik van het Openbaar Vervoer (zie Bijlage B12 onder punt 1);
c.
de evaluatie/effectmeting (zie Bijlage B12 onder punt 2);
d.
de analyse van de rijtijden en Aansluitingen (zie Bijlage B12 onder punt 6); en
e.
de provinciale beleidsdoelen;
en neemt hierbij het bepaalde in Bijlage B12 in acht. 5.
De Concessiehouder legt het (geactualiseerde) Ontwikkelplan ter advisering voor aan het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) en het voorstel voor verwerking van dit advies in het (geactualiseerde) Ontwikkelplan aan de Stuurgroep OV-HWGO.
85 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
6.
De Concessiehouder legt het (geactualiseerde) Ontwikkelplan ter goedkeuring aan de Concessieverlener voor en motiveert eventuele afwijkingen van de in het voorgaande lid bedoelde adviezen.
7.
De Concessiehouder hanteert het Ontwikkelplan als uitgangspunt voor de door hem op te stellen plannen, voorstellen en analyses genoemd in Bijlage B12, waaronder zijn Vervoerplan en zijn Marketingplan.
6.2
Samenwerking met het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) Artikel 6.2.1 Onderwerpen advisering 1.
De Concessiehouder neemt voor eigen rekening en risico ten minste drie maal per Dienstregelingjaar, of zoveel vaker als één der partijen hieraan behoeft heeft, het initiatief tot een overleg met het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO).
2.
De Concessiehouder vraagt het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) minimaal één keer per Dienstregelingjaar advies over in ieder geval de volgende onderwerpen: a.
de voorgenomen wijzigingen van de Dienstregeling;
b.
de wijze waarop de Concessiehouder Reizigers informeert over de Dienstregeling, de tarieven en de klachtenafhandelingsprocedure;
c.
de vervoervoorwaarden waartegen Openbaar Vervoer wordt verricht;
d.
de voorgenomen wijzigingen in het Tariefstelsel;
e.
de Vervoerbewijzen die de Concessiehouder hanteert;
f.
de wijze waarop en de mate waarin Vervoerbewijzen verkrijgbaar zij;
g.
de wijze waarop Reizigers de betaling van het Vervoerbewijs kunnen voldoen;
h.
de voorzieningen die de Concessiehouder treft ten aanzien van de toegankelijkheid van het Openbaar Vervoer en de dienstverlening van het Personeel aan Reizigers met een Functiebeperking;
i.
de voorzieningen die de Concessiehouder treft voor het waarborgen van een verantwoorde mate van (sociale) veiligheid van Reizigers en van het Personeel;
j.
de procedure voor de behandeling van klachten van Reizigers;
k.
een vergoedingsregeling aan Reizigers in geval van verstoring in de uitvoering van de Dienstregeling of ander ongemak, buiten de schuld van de betreffende Reiziger;
l.
de aan het publiek kenbaar gemaakte doelstellingen van de Concessiehouder over de kwaliteit van het door hem te verrichten Openbaar Vervoer; en
m. de kwaliteit en het comfort van tijdens de implementatieperiode en/of tijdens de looptijd van de Concessie aan te schaffen of aan te passen Materieel. 3.
De Concessiehouder legt, overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B12, in ieder geval de volgende, in het kader van de Ontwikkelopdracht op te stellen producten ter advisering voor aan het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO): a.
het Ontwikkelplan;
b.
het Vervoerplan;
c.
een analyse van de vraag, het aanbod en het gebruik van het Openbaar Vervoer en eventuele door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten;
86 van 161
d.
het Marketingplan;
e.
de evaluatie/effectmeting zoals genoemd in Bijlage B12 onder punt 2;
f.
voorstellen voor wijziging van het Tariefstelsel; en
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
g.
het Jaarplan Sociale Veiligheid.
Artikel 6.2.2 Adviesprocedure 1.
De Concessiehouder kondigt een adviesaanvraag zoals bedoeld in artikel 6.2.1, leden 2 en 3 ten minste vier weken voorafgaand aan het moment van de verzending van die aanvraag schriftelijk en/of per e-mail aan bij het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO)Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO). En doet dit zoveel als mogelijk buiten de zomervakantieperiode.
2.
De Concessiehouder vraagt een advies zoals bedoeld in artikel 6.2.1, leden 2 en 3 op een zodanig tijdstip dat het van wezenlijke invloed kan zijn op de door de Concessiehouder te nemen beslissing (conform artikel 31, lid 4 van de Wp2000).
3.
De Concessiehouder geeft het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO)Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) ten minste vijf weken de tijd, gerekend vanaf het moment van ontvangst van de adviesaanvraag, om een advies op te stellen.
4.
De Concessiehouder voorziet het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) uiterlijk binnen twee weken na een verzoek hiertoe van informatie die naar het oordeel van het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) noodzakelijk is om een onderbouwd advies op te stellen, in ieder geval voor zover de gevraagde informatie onderdeel is van de door de Concessiehouder aan de Concessieverlener te leveren informatie zoals genoemd in Bijlage B11.
5.
De Concessiehouder geeft het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) de gelegenheid met de Concessiehouder, eventueel in het bijzijn van de Concessieverlener, overleg te voeren voordat advies wordt uitgebracht (conform artikel 31, lid 2 van de Wp2000). Dit overleg vindt op zijn vroegst één week na ontvangst van de adviesaanvraag en uiterlijk 2 weken voor het moment waarop het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) een advies moet indienen plaats.
6.
De Concessiehouder stelt het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van een advies in kennis van een beslissing die hij neemt naar aanleiding van het uitgebrachte advies. Indien de Concessiehouder afwijkt van het advies informeert hij het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) over de redenen om van het advies af te wijken (conform artikel 31, lid 5 van de Wp2000).
7.
In aanvulling op het bepaalde in het vorige lid biedt de Concessiehouder het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) de gelegenheid voor nader overleg alvorens gevolg te geven aan zijn beslissing (conform artikel 31, lid 5 van de Wp2000).
Artikel 6.2.3 Overige bepalingen ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) 1.
De Concessiehouder informeert het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) ten minste één maal per Dienstregelingjaar schriftelijk en/of per e-mail over in ieder geval de volgende onderwerpen: a.
uitvoering van de Dienstregeling;
b.
Aansluitingen tussen en afstemming met andere netwerken van Openbaar Vervoer;
c.
de ontwikkeling in het gebruik van het Openbaar Vervoer en eventuele door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten (Vervoervraag, waaronder migratie van het doelgroepenvervoer naar het Openbaar Vervoer en maatregelen voor de stimulering van het toekomstige gebruik, waaronder marketingacties;
87 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
d.
informatievoorziening;
e.
halteplaatsen;
f.
verbeteringen, veranderingen, innovaties en knelpunten;
g.
uitval van Ritten, beschikbare zitplaatsen, punctualiteit en overige kwaliteitsindicatoren;
h.
overzicht van Incidenten op het gebied van sociale veiligheid;
i.
overzicht van klachtenafhandeling en uitspraken van de Geschillencommissie Openbaar Vervoer; en
j. 2.
advies reizigerspanel als genoemd in artikel 7.2.2.
De Concessiehouder onderzoekt de door het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) op eigen initiatief opgestelde en onderbouwde voorstellen voor verbetering of verandering van het Openbaar Vervoer en eventuele door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten op haalbaarheid en koppelt de resultaten van dit onderzoek terug aan het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO).
3.
De Concessiehouder conformeert zich wat betreft de advisering door en samenwerking met het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) aan de afspraken zoals vastgelegd in de
regeling ‘Structurering overleg en advisering consumentenoverleg provincie Zuid-Holland in kader Wp2000’ of diens opvolger(s). 4.
De Concessiehouder onderzoekt de door het Reizigersoverleg op eigen initiatief opgestelde en onderbouwde voorstellen voor verbetering of verandering van het Openbaar Vervoer en/of bijbehorende diensten op haalbaarheid.
5.
Het Reizigersoverleg kan bepalen dat een bij het Reizigersoverleg aangesloten consumentenorganisatie aanvullend aan het advies van het Reizigersoverleg zelf nog een aantal specifieke opmerkingen en kanttekeningen plaatst
6.
Indien het Reizigersoverleg hierom verzoekt dan wel wanneer het Reizigersoverleg ophoudt de bestaan, dan draagt de Concessiehouder zorg voor de planning en organisatie van het overleg met de door de Concessiehouder aangewezen consumentenorganisaties.
6.3
Samenwerking met de Concessieverlener en externe partijen Artikel 6.3.1 Samenwerkingsverklaring 1.
De Concessieverlener en de Concessiehouder stellen tijdens de implementatieperiode gezamenlijk een samenwerkingsverklaring op waarin zij de door beide partijen gewenste manier van samenwerken inclusief procesafspraken tijdens de implementatieperiode en de looptijd van de Concessie beschrijven.
2.
De Concessieverlener en de Concessiehouder ondertekenen beiden de in het vorige lid bedoelde samenwerkingsverklaring. Beide partijen zullen te allen tijde naar redelijkheid en billijkheid handelen in de geest van deze samenwerkingsverklaring gedurende zowel de implementatieperiode als de looptijd van de Concessie.
Artikel 6.3.2 Stuurgroep Openbaar Vervoer HWGO 1.
De Concessieverlener stelt een Stuurgroep OV-HWGO in, bestaande uit bestuurlijke vertegenwoordigers van de provincie Zuid-Holland, de gemeente Hoeksche Waard en de gemeente Goeree-Overflakkee, waarbij de provincie Zuid-Holland de voorzitter levert en het secretariaat verzorgt.
88 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
2.
De Concessiehouder heeft minimaal tweemaal per Kalenderjaar overleg met de Stuurgroep OV-HWGO over hetgeen de Concessiehouder in de afgelopen periode heeft bereikt en in de volgende periode wil bereiken. Basis voor dit overleg zijn de in Bijlage B12 benoemde op te leveren producten en de resultaten van het reizigerspanel als genoemd in artikel 7.2.2. De Concessiehouder en de leden van de Stuurgroep OV-HWGO hebben tevens de mogelijkheid om aanvullende of alternatieve plannen en suggesties te agenderen. De overleggen met de Stuurgroep OV-HWGO worden voorbereid in een werkgroep, bestaande uit ambtelijke vertegenwoordigers van de Concessieverlener, de gemeenten en de Concessiehouder.
3.
De Concessiehouder levert de plannen die hij volgens het overzicht in Bijlage B12 ter toetsing of goedkeuring aan de Concessieverlener moet voorleggen, tijdig ter advisering aan de Stuurgroep OV-HWGO aan, en wel uiterlijk op een door de Concessieverlener nader aan te geven aanleverdatum zodanig dat de Concessieverlener de gelegenheid heeft het overleg met de Stuurgroep OV-HWGO ambtelijk met vertegenwoordigers van de gemeenten voor te bereiden.
4.
De Concessieverlener toetst de plannen als bedoeld in het vorige lid aan de concessievoorwaarden en het Beleidskader en rapporteert de bevindingen aan de Stuurgroep OV-HWGO. De Stuurgroep OV-HWGO brengt vervolgens schriftelijk advies uit aan de Concessiehouder. De Concessiehouder verwerkt adviezen van de Stuurgroep OVHWGO in zijn plannen en geeft bij een volgend overleg van de Stuurgroep OV-HWGO aan hoe hij hiermee is omgegaan. De Concessieverlener betrekt de motivering van de Concessiehouder om adviezen niet over te nemen bij zijn besluit tot goedkeuring van of instemming met het betreffende plan of voorstel.
5.
De Concessiehouder zorgt dat de Concessieverlener eventuele bestuurlijke afspraken kan nakomen die de Concessieverlener met de gemeenten maakt inzake de samenwerking tijdens de looptijd van de Concessie.
Artikel 6.3.3 Concessie-overleg 1.
Tijdens de looptijd van de Concessie vindt minimaal eens per maand een concessie-overleg plaats tussen vertegenwoordigers van de Concessiehouder en de Concessieverlener over de gang van zaken bij de uitvoering van de Concessie. De Concessieverlener behoudt zich het recht voor, indien daar aanleiding voor is, de overlegfrequentie al dan niet op verzoek van de Concessiehouder te verhogen dan wel te verlagen.
2.
Tijdens het concessie-overleg komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde: a.
de uitvoering van plannen, voorstellen en eventuele verbeterplannen voor het lopende Dienstregeling- of Kalenderjaar;
b.
ontwikkeling in gebruik en opbrengsten van het Openbaar Vervoer en door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten;
c.
ontwikkeling van prestaties in relatie tot de outputnormen zoals genoemd in artikel 7.1.1;
d. e.
eventuele bijzonderheden tijdens de uitvoering; afstemming en samenwerking met aanbieders en opdrachtgevers van Andere Mobiliteitsdiensten, waaronder CVV-systemen, Wegbeheerders en andere bij de uitvoering van de Concessie betrokken partijen; en
f.
de opzet van plannen, voorstellen, rapportages en analyses voor het lopende en komende Dienstregeling- of Kalenderjaar die volgens het overzicht in Bijlage B12 ter
89 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
bespreking, ter toetsing of ter goedkeuring aan de Concessieverlener moeten voorgelegd.
Artikel 6.3.4 Samenwerking en overleg met Wegbeheerders 1.
De Concessiehouder zorgt dat de Concessieverlener eventuele bestuurlijke afspraken kan nakomen die de Concessieverlener met de Wegbeheerders maakt inzake de beschikbaarheid van de infrastructuur.
2.
De Concessiehouder heeft een signaalfunctie richting Wegbeheerders op het gebied van infrastructurele en/of doorstromingsproblemen. Ingeval de Concessiehouder op een route te maken heeft of krijgt met infrastructurele en/of doorstromingsproblemen die de stiptheid van de dienstuitvoering in de weg staan, treedt de Concessiehouder in overleg met de betreffende Wegbeheerder(s) over mogelijke doorstromingsmaatregelen of andere oplossingen.
3.
De Concessiehouder heeft minimaal één maal per Kalenderjaar, of zoveel vaker als nodig is gegeven geplande wegwerkzaamheden en aanpassingen van de Infrastructuur, overleg met de Wegbeheerders over de kwaliteit en effectiviteit van het aangeboden Openbaar Vervoer en Maatwerkvervoer alsmede over de wijze waarop toekomstige ontwikkelingen vanuit beider verantwoordelijkheid worden vormgegeven. Om de noodzaak tot overleg goed te kunnen beoordelen, voegen de Wegbeheerders de Concessiehouder als agenda-lid toe aan hun regioregie overleggen die in principe vier keer per jaar plaatsvinden.
4.
De Concessiehouder betrekt de Wegbeheerders bij de uitvoering van de Ontwikkelopdracht zoals bedoeld in paragraaf 6.1.
5.
De Concessiehouder informeert de Concessieverlener wanneer Wegbeheerders hem niet tijdig informeren over (voorstellen tot) aanpassingen van de Infrastructuur, voorziene wegwerkzaamheden waardoor Infrastructuur tijdelijk niet beschikbaar is voor Openbaar Vervoer en Maatwerkvervoer dan wel wijzigingen in de prioritering van het Openbaar Vervoer bij verkeersregelinstallaties en de daarvoor benodigde apparatuur als bedoeld in artikel 4.10.3, leden 4 en 5.
6.
De Concessiehouder reageert binnen een termijn van vijftien Werkdagen op voorstellen van Wegbeheerders voor aanpassingen en wijzigingen als bedoeld in het vorige lid die gevolgen voor het Openbaar Vervoer en eventueel Maatwerkvervoer (kunnen) hebben. In zijn reactie gaat de Concessiehouder in ieder geval in op mogelijke gevolgen voor de uitvoering van het Openbaar Vervoer, waaronder een wijziging van routes en bediening van Haltes en meer- of minderkosten, de implicaties hiervan voor Reizigers in termen van beschikbaarheid en kwaliteit van het Openbaar Vervoer, en eventuele alternatieven.
7.
De Concessiehouder dient verzoeken tot nieuwe, dan wel uitbreidingen van bestaande voorzieningen voor Openbaar Vervoer, Maatwerkvervoer en eventuele door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten tijdig per post en/of per e-mail in bij de betreffende partij. De Concessiehouder voorziet zijn verzoeken van een deugdelijke motivering.
8.
De Concessiehouder heeft op generlei wijze recht op realisatie van de door hem geuite verzoeken en/of wensen, zoals bedoeld in het vorige lid en in artikel 4.11.1, lid 9.
9.
De Concessiehouder geeft wijzigingen in de Dienstregeling tijdig per post en/of per e-mail aan de betreffende Wegbeheerders door, opdat zij verkeersbeïnvloedingssystemen tijdig kunnen aanpassen.
90 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Artikel 6.3.5 Samenwerking en overleg met gemeenten 1.
De Concessiehouder vraagt de gemeenten om advies over voorgenomen wijzigingen van de Dienstregeling zoals beschreven in een concept-Vervoerplan. De Concessiehouder voorziet de gemeenten tijdig van voldoende informatie om een onderbouwd advies te kunnen geven. Indien de Concessiehouder afwijkt van de ontvangen adviezen, verstrekt hij een deugdelijke motivering aan de betreffende gemeenten en, tezamen met het Vervoerplan, aan de Concessieverlener.
2.
De Concessiehouder onderzoekt en reageert inhoudelijk op: a.
haalbaarheid van door gemeenten opgestelde en van een deugdelijke motivering
b.
plannen van gemeenten voor toekomstige werkzaamheden (nieuwbouw, groot
voorziene verbetervoorstellen;
onderhoud, et cetera) in relatie tot de aanwezige dan wel gewenste voorzieningen voor Openbaar Vervoer; en c.
eventuele hinder die (Reizigers in) het Openbaar Vervoer ondervinden door infrastructurele beperkingen en/of overig verkeer, alsmede het reduceren en voorkomen van (nieuwe) hinder.
Artikel 6.3.6 Samenwerking en overleg met andere concessieverleners 1.
De Concessiehouder betrekt de concessieverleners van aangrenzende concessiegebieden bij de ontwikkeling van de concessiegrensoverschrijdende verbindingen zoals genoemd in Bijlage B2.
2.
De Concessiehouder vraagt de in het vorige lid bedoelde concessieverleners om advies in geval van voorgenomen wijzigingen in het aanbod op de voor hen relevante concessiegrensoverschrijdende verbindingen. De Concessiehouder voorziet de betreffende concessieverleners tijdig van voldoende informatie om een onderbouwd advies te kunnen geven en houdt hierbij in ieder geval rekening met de voorbereidingstermijnen die de concessiehouders in de betreffende aangrenzende concessiegebieden hanteren. Indien de Concessiehouder afwijkt van de ontvangen adviezen, verstrekt hij een deugdelijke motivering aan de betreffende concessieverlener(s) en, tezamen met het Vervoerplan, aan de Concessieverlener.
Artikel 6.3.7 Samenwerking en overleg met andere concessiehouders en overige (lokale) aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten 1.
Indien de Concessieverlener daarom verzoekt, zoekt de Concessiehouder constructief en tijdig afstemming met een op te richten MaaS-platform teneinde gezamenlijk met Derden het aanbod van en de aansluitingen tussen de verschillende vormen van vervoer en (Andere) Mobiliteitsdiensten in het Concessiegebied te verbeteren. Deze afstemming kan gaan over een goede afstemming van het vervoer, uitwisseling van informatie voor de fabricage van kaartmateriaal en dienstverleningsconcepten en -producten en informatieverstrekking over de Dienstregeling.
2.
De Concessiehouder maakt proactief, constructief en tijdig afspraken met de exploitant(en) die in het Concessiegebied CVV verzorgen en met de exploitant(en) van Openbaar Vervoer in en vanuit aangrenzende concessiegebieden over een goede afstemming van het Openbaar Vervoer, uitwisseling van informatie voor de fabricage van kaartmateriaal en dienstverleningsconcepten en -producten en informatieverstrekking over de Dienstregeling.
91 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
3.
De Concessiehouder treedt met exploitanten van Andere Mobiliteitsdiensten in overleg indien zij daarom verzoeken en bespreekt de mogelijkheid tot uitwisseling van informatie voor de fabricage van kaartmateriaal en dienstverleningsconcepten en -producten en informatieverstrekking over de Dienstregeling, teneinde de overstap tussen Openbaar Vervoer en Andere Mobiliteitsdiensten voor Reizigers zo makkelijk mogelijk te maken. De Concessiehouder stelt de Concessieverlener op de hoogte van het verloop van deze gesprekken.
4.
De Concessiehouder organiseert minimaal eens per Kalenderjaar een overleg met de exploitant(en) genoemd in leden 2 en 3, eventueel in aanwezigheid van de Concessieverlener. De Concessieverlener behoudt zich het recht voor, indien daar aanleiding voor is, de overlegfrequentie al dan niet op verzoek van de Concessiehouder te verhogen dan wel te verlagen.
5.
De Concessiehouder stelt als nadere uitwerking van zijn Ontwikkelopdracht iedere vijf jaar een Ketenplan op en neemt daarbij het bepaalde in Bijlage B12 in acht. In het Ketenplan beschrijft de Concessiehouder de maatregelen die hij tijdens de komende vijf Dienstregelingjaren zal uitvoeren om het voor (potentiële) Reizigers makkelijker te maken om hun Ketenreis (deels) met Openbaar Vervoer te maken en besteedt daarbij in ieder geval aandacht aan het aanbod aan (Andere) Mobiliteitsdiensten in het Concessiegebied, met daarbij aandacht voor de wijze waarop de Inschrijver behoud van de kwaliteit van en bekendheid van (potentiële) Reizigers met het aanbod borgt. De Concessiehouder biedt het Ketenplan overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B12 ter vaststelling aan de Concessieverlener aan.
Artikel 6.3.8 Samenwerking met MaaS-dienstverleners 1.
De Concessiehouder voldoet aan de eisen zoals opgenomen in het document
‘Concessiebijlage MaaS-waardige bestekseisen’21. 2.
De Concessiehouder implementeert wijzigingen van en aanvullingen op de eisen als genoemd in lid 1 binnen één jaar na publicatie van een gewijzigde of vervangende versie van
het document ‘Concessiebijlage MaaS-waardige bestekseisen’.
21
https://www.crow.nl/kennis/bibliotheek-verkeer-en-vervoer/kennisdocumenten/maaswaardige-ovconcessies
92 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
7
Sturing en monitoring
7.1
Sturing op outputnormen Artikel 7.1 .1 Sturing op outputnormen 1.
De Concessieverlener stuurt de wijze waarop de Concessiehouder de Concessie uitvoert en de prestaties die hij daarmee realiseert voornamelijk aan op basis van de volgende voor Reizigers relevante kwaliteitsindicatoren met bijbehorende outputnormen:
Tabel 7.1 Kwaliteitsindicatoren en outputnormen Nr.
Kwaliteitsindicatoren
Outputnorm
Comfort C1
Reizigersoordeel22 ‘Klantvriendelijkheid
8,0
personeel’ C2
Reizigersoordeel28 ‘Netheid
7,4
voertuig/schoon’ C3
Reizigersoordeel28 ‘Rijstijl bestuurder’
7,7
C4a
Bezettingsgraad 23 buiten de Spits,
Aantal Reizigers tijdens elke Rit per Dagsoort
gemiddeld per Dagsoort per
bedraagt in elke kalendermaand gemiddeld niet
kalendermaand
meer dan 100% van het aantal zitplaatsen in het Voertuig24
C4b
Bezettingsgraad
29
tijdens de Spits,
Aantal Reizigers tijdens elke Rit per Dagsoort
gemiddeld per Dagsoort per
bedraagt in elke kalendermaand gemiddeld niet
kalendermaand
meer dan 100% van het aantal zitplaatsen plus 50% van het aantal staanplaatsen in het Voertuig
Gemak G1 G2
Reizigersoordeel28 ‘Reissnelheid’ Reizigersoordeel
28
‘Informatie
7,9 5,8
vertraging/problemen’ Betrouwbaarheid B1
Reizigersoordeel28 ‘Punctualiteit’
B2a
Punctualiteit Beginpunten
7,5 Te vroeg vertrekken: 0% van de Ritten in elke kalendermaand vertrekt meer dan 0 seconden te vroeg
22
Dit betreft het reizigersoordeel over het genoemde aspect zoals gemeten met de Klantenbarometer waarbij aan Reizigers in het Voertuig wordt gevraagd een rapportcijfers voor verschillende kwaliteitsaspecten te geven. Als outputnorm geldt het gemiddelde rapportcijfer over een geheel Jaar.
23
De bezettingsgraad van het aantal zit- of staanplaatsen wordt als volgt bepaald. Van elke Rit in de Dienstregeling wordt per Dagsoort, gemeten over een kalendermaand, het gemiddelde aantal Reizigers op het drukste punt van de Rit bepaald. De bezettingsgraad wordt vervolgens verkregen door dit gemiddelde aantal Reizigers te delen door het aantal zitplaatsen en indien van toepassing staanplaatsen in het Voertuig.
24
Dit betekent dat op elke Rit buiten de Spits alle Reizigers moeten kunnen zitten (per Dagsoort, gemeten over een maand).
93 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Te laat vertrekken: Minimaal 90% van de Ritten in elke kalendermaand vertrekt maximaal 119 seconden te laat B2b
Punctualiteit Tijdhaltes
Te vroeg vertrekken: 0% van de Ritten in elke kalendermaand vertrekt meer dan 0 seconden te vroeg Te laat vertrekken: minimaal 85% van de Ritten in elke kalendermaand vertrekt maximaal 179 seconden te laat
B2c
Punctualiteit OV-Knooppunten en
Te vroeg vertrekken: : 0% van de Ritten in elke
Overstappunten
kalendermaand vertrekt meer dan 0 seconden te vroeg Te laat vertrekken: minimaal 85% van de Ritten in elke kalendermaand vertrekt maximaal 179 seconden te laat
B3a
B3b
Percentage gehaalde Aansluitingen ten
Minimaal 99% van de in de Dienstregeling
opzichte van het totale aantal in de
vastgelegde Gegarandeerde Aansluitingen zoals
Dienstregeling vastgelegde
bedoeld in lid 1 van artikel 4.3.4 wordt in elke
Gegarandeerde Aansluitingen
kalendermaand gehaald
Percentage gehaalde Aansluitingen
Minimaal 99% van de aangevraagde wordt in elke
van het totale aantal door Reizigers
kalendermaand gehaald
aangevraagde Aansluitingen van Maatwerkvervoer op Openbaar Vervoer en vice versa B4
Verwijtbare Rituitval25
Maximaal 0,2%26 van het totaal aantal geplande Ritten valt (gedeeltelijk) uit als gevolg van een aan de Concessiehouder te verwijten oorzaak
Veiligheid V1
Controlekans geldigheid Vervoerbewijs
Per kalendermaand een representatieve controle van minimaal 1% van alle Reizigers in de Voertuigen
V2
Reizigersoordeel
28
‘Veiligheid
7,9
algemeen’ 25
Conform het MIPOV 2008 maakt de Concessieverlener onderscheid tussen Verwijtbare en nietVerwijtbare Rituitval. Het gaat dan om Kernelement 4/MIPOV15, waarbij enkele elementen gericht zijn aangepast. Tot Verwijtbare Rituitval wordt gerekend rituitval door het ontbreken van Materieel, het ontbreken van Personeel en/of een verkeerde dienstuitvoering (Overig). Tot niet-Verwijtbare Rituitval wordt gerekend rituitval als gevolg van een ongeval/aanrijding, sociale onveiligheid, vertraging, extreem weer, een ongeplande stremming van de route (Overig), een vervuilde bus (Overig) en/of het onwel worden van een passagier waarbij op hulp gewacht moet worden (Overig) en uitsluitend voor zover de Concessiehouder naar het oordeel van de Concessieverlener heeft aangetoond dat de rituitval het gevolg is van één van de hiervoor genoemde oorzaken. Verwijtbare Rituitval wordt in alle gevallen gekort op de Exploitatiebijdrage (zie verder artikel 11 van de Concessiebeschikking). Tevens heeft de Concessieverlener het recht om bij overschrijding van de norm (een) Boete(s) op te leggen.
26
De Concessiehouder meldt uitzonderlijk hoge rituitval of rituitval als gevolg van Calamiteiten zo snel mogelijk doch uiterlijk binnen vijf Werkdagen aan de Concessieverlener gemeld.
94 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
V3
Reizigersoordeel28 ‘Veiligheid in
8,5
voertuig’ V4
Reizigersoordeel28 ‘Veiligheid op
7,8
halte/station’ 2.
Voor zover dit niet is vastgelegd in het Programma van Eisen, bepaalt de Concessieverlener tijdens de implementatieperiode na overleg met de Concessiehouder de exacte meet- en rapportagewijze (bijvoorbeeld bron en betrouwbaarheid) voor het monitoren van de outputnormen.
3.
De Concessieverlener kan de outputnormen in tabel 7.1 tijdens de looptijd van de Concessie, bijvoorbeeld naar aanleiding van een tussentijdse herijking, in overleg met de Concessiehouder aanpassen als blijkt dat het redelijkerwijs goed mogelijk is om een bepaalde outputnorm scherper te stellen of als het door onvoorziene omstandigheden buiten de invloedssfeer van de Concessiehouder redelijkerwijs onmogelijk is om een outputnorm te behalen. Daarnaast kan de Concessieverlener in overleg met de Concessiehouder kwaliteitsindicatoren toevoegen, wijzigen of laten vervallen, indien er sprake is van een gewijzigde sturingsbehoefte (bijvoorbeeld de behoefte om expliciet te gaan sturen op betaalgemak, realtime reisinformatie, et cetera).
4.
Indien de Concessiehouder en de Concessieverlener geen overeenstemming bereiken over een voorgenomen aanpassing van kwaliteitsindicatoren en/of outputnormen, zoals bedoeld in het vorige lid, wijzen de Concessieverlener en de Concessiehouder ieder voor eigen rekening en risico één deskundige aan en deze twee deskundigen wijzen gezamenlijk een derde deskundige aan waarvan de kosten worden gedeeld door de Concessieverlener en Concessiehouder. De drie deskundigen bepalen gezamenlijk of, en zo ja in welke mate, er aanleiding is om kwaliteitsindicatoren en/of outputnormen aan te passen. Indien de deskundigen geen overeenstemming bereiken, voert de Concessieverlener de betreffende aanpassing niet door.
5.
De Concessieverlener streeft ernaar om de aanbod-gerelateerde kwaliteitsindicatoren in tabel 7.1 met betrekking tot betrouwbaarheid (punctualiteit, gehaalde Aansluitingen en rituitval) gedurende de implementatieperiode en/of looptijd van de Concessie in samenwerking met de Concessiehouder om te zetten in gebruik-gerelateerde indicatoren zoals reizigerspunctualiteit. De Concessiehouder werkt tijdens de implementatieperiode (en op verzoek van de Concessieverlener ook tijdens de looptijd van de Concessie, bijvoorbeeld als er nieuwe inzichten zijn met betrekking tot gebruik-gerelateerde indicatoren) een voorstel uit waarin hij beschrijft welke gebruik-gerelateerde indicatoren inclusief bijbehorende outputnormen en welk tijdspad voor invoering hij wil gaan hanteren. Na goedkeuring van het voorstel door de Concessieverlener vervangt de Concessieverlener de betreffende aanbodgerelateerde kwaliteitsindicatoren in tabel 7.1 door de nieuwe gebruik-gerelateerde indicatoren met bijbehorende outputnormen.
6.
De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het betrouwbaar en valide (laten) meten van de kwaliteitsindicatoren conform het gestelde in lid 2, met uitzondering van de kwaliteitsindicatoren gemeten met de Klantenbarometer, en onderbouwt de betrouwbaarheid en validiteit van de gegevens proactief aan de Concessieverlener.
95 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
7.2
Op te leveren informatie, rapportages en analyses Artikel 7.2.1 Informatievoorziening algemeen 1.
De Concessiehouder versterkt aan de Concessieverlener in ieder geval de gegevens, rapportages en analyses genoemd in Bijlagen B11 en B12, en neemt daarbij de bepalingen in deze Bijlagen ten aanzien van onder meer de aan te leveren producten en uiterste aanlevermomenten in acht. De Concessieverlener gebruikt deze gegevens, rapportages en analyses voor de monitoring van en de controle op de naleving van (i) de eisen verbonden aan de Concessie en de uitvoering van de Ontwikkelopdracht, en (ii) de door de Concessiehouder in zijn Inschrijving gedane aanvullende toezeggingen.
2.
De Concessiehouder stelt de gegevens over de uitvoering van de Concessie door middel van een actueel online platform met analyse- en exportfunctie aan de Concessieverlener beschikbaar. De Concessiehouder zorgt er daarbij voor dat: a. de Concessieverlener via het platform op elk moment gegevens en rapportages kan downloaden en analyses op deze gegevens kan uitvoeren, in ieder geval voor zover het gegevens en rapportages betreft die betrekking hebben op de elementen genoemd in Bijlage B11; b. de gegevens en rapportages tijdens de gehele looptijd van de Concessie beschikbaar voor de Concessieverlener zijn en blijven; en c. alle gegevens en rapportages in hun definitieve vorm tijdens de looptijd en na afloop van de Concessie worden overgedragen aan de Concessieverlener (bijvoorbeeld door een download van het platform aan te bieden).
3.
De Concessiehouder en de Concessieverlener maken tijdens de implementatieperiode nadere afspraken over de te hanteren standaarden, indeling en lay-out van gegevens, rapportages en analyses als bedoeld in lid 1 en de opzet van het platform en de analyse- en exportfunctie als bedoeld in lid 2. De Concessiehouder toont uiterlijk drie maanden voor aanvang van de Concessie naar tevredenheid van de Concessieverlener aan dat hij alle gegevens, rapportages en analyses overeenkomstig deze afspraken kan leveren en dat het platform met analyse- en exportfunctie functioneert.
4.
De Concessiehouder past de informatievoorziening aan wanneer op basis van landelijk overleg of andere voorschriften de inhoud van de aan te leveren informatie wordt gewijzigd (bijvoorbeeld als gevolg van een aanpassing of vervanging van het MIPOV).
5.
Indien – na overleg met en voorafgaande schriftelijke toestemming van de Concessieverlener
– de Concessiehouder de methodiek van gegevensverzameling voor (een) kengetal(len) wijzigt, zorgt hij ervoor dat de gegevens vergelijkbaar blijven met gegevens uit de periode voor deze wijziging. 6.
De Concessiehouder voorziet de aan de Concessieverlener ter beschikking gestelde gegevens desgevraagd van een rechtsgeldig ondertekende verklaring waarin de Concessiehouder verklaart dat de gegevens een waarheidsgetrouw beeld geven.
7.
De Concessiehouder werkt actief mee aan het als open data beschikbaar stellen van informatie over de uitvoering van de Concessie via een (door, (mede) namens of in opdracht van de Concessieverlener ontwikkelde en beheerde) openbare online publicatie. De Concessieverlener maakt voorafgaand aan de ingangsdatum van de Concessie nadere afspraken met de Concessiehouder over de tijdige, geautomatiseerde dan wel handmatige aanlevering van informatie ten behoeve van de openbare online publicatie. Deze afspraken
96 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
betreffen in ieder geval het leveren van informatie over reizigersaantallen, reizigerskilometers, punctualiteit, Dienstregelinguren en dienstregelingkilometers, toegankelijkheid, sociale veiligheid, klanttevredenheid en milieuprestaties. 8.
Het staat de Concessieverlener vrij de door de Concessiehouder verstrekte gegevens, waaronder gegevens over de uitvoeringskwaliteit, het Personeel (inclusief onderscheid naar functies van direct en indirect Personeel en ziekteverzuimpercentages, een en ander met inachtneming van de privacywetgeving), de status van het Materieel en gebruiks- en opbrengstgegevens, te gebruiken ten behoeve van haar beleid, onderzoek, rapportages over de Concessie en te publiceren in het kader van toekomstige aanbestedingen indien: a. dit wettelijk is toegestaan; b. het belang van openbaarmaking van detailinformatie volgens de Concessieverlener opweegt tegen het belang van bescherming van concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens27 (en anders zal de Concessieverlener na overleg met de Concessiehouder de informatie in geaggregeerde vorm openbaar maken); c. het geen informatie betreft uit de financiële verantwoording van de Concessiehouder, met uitzondering van die informatie die mogelijkerwijs noodzakelijk is voor de aanbesteding van de opvolgende concessie.
9.
De Concessiehouder verleent (desgevraagd) volledige medewerking aan de Klantenbarometer of diens opvolger en aan eventuele andere (klanttevredenheid)onderzoeken naar het Openbaar Vervoer die de Concessieverlener uitvoert of laat uitvoeren.
10. De Concessieverlener kan de Concessiehouder verplichten aanvullende gegevens te leveren, bijvoorbeeld wanneer de Concessieverlener dit noodzakelijk acht voor de controle op de naleving van de eisen verbonden aan de Concessie en door de Concessiehouder in zijn Inschrijving gedane toezeggingen, voor onderzoekstudies en/of voor de uitvoering van projecten, en/of ten behoeve van (de voorbereiding van) een aanbesteding. De Concessiehouder levert in een dergelijk geval de aanvullende gegevens onvoorwaardelijk en binnen een door de Concessieverlener te bepalen termijn aan. 11. Alle bestanden, waaronder de bronbestanden, ten aanzien van de dienstuitvoering en ten aanzien van de financiële, klachten-, onderhouds- alsook de projectadministratie van de Concessiehouder, zijn te allen tijde toegankelijk voor de Concessieverlener. Onder toegankelijk wordt verstaan fysiek en digitaal (mits van toepassing) toegankelijk, leesbaar en ten minste in kopie in de Nederlandse taal beschikbaar. 12. De Concessiehouder stelt, met in achtneming van wet- en regelgeving, alle informatie die voortkomt uit het OV-Betaalsysteem zonder voorbehoud beschikbaar aan de Concessieverlener. De Concessieverlener kan deze informatie naar eigen inzicht gebruiken en openbaar maken, met inachtneming van wet- en regelgeving. 13.
De Concessiehouder spant zich maximaal in om de uit de brondata van het OVBetaalsysteem voortvloeiende informatie ook na de wettelijke bewaartermijn van achttien maanden in (minimaal) geaggregeerde en toegankelijke vorm beschikbaar te stellen aan de Concessieverlener.
27
De Concessieverlener past in dit verband de relatieve weigeringsgrond van artikel 5.1, lid 2 sub f van de Wet open overheid toe. Door de Concessiehouder aangeleverde informatie valt niet onder de absolute weigeringsgrond van artikel 5.1, lid 1 sub b van de Wet open overheid.
97 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Artikel 7.2.2 Informatievoorziening door een reizigerspanel 1.
De Concessiehouder stelt, in aanvulling op het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO), ten minste één panel samen (bij voorkeur bestaande uit willekeurig geselecteerde (potentiële) Reizigers) dat representatief is voor de in paragraaf 1.2 onderscheiden typen (potentiële) Reizigers.
2.
De Concessiehouder benadert het panel ten minste vier maal per Dienstregelingjaar actief om inzicht te krijgen in de door (potentiële) Reizigers gewenste bijstellingen van de Dienstregeling en hun waardering van het door hem aangeboden vervoer. Het panel kan zowel een vaste samenstelling hebben als in wisselende samenstellingen georganiseerd zijn.
3.
De Concessiehouder bespreekt de resultaten voortvloeiend uit het panel met de Concessieverlener en het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO).
7.3
Controle op naleving Artikel 7.3.1 Controle op naleving verplichtingen 1.
De Concessieverlener monitort en evalueert de naleving van de eisen verbonden aan de Concessie en door de Concessiehouder in zijn Inschrijving gedane aanvullende toezeggingen met name aan de hand van (i) de outputnormen opgenomen in artikel 7.1 1, (ii) de reizigersaantallen en de Vervoeropbrengsten, (iii) de gegevens, rapportages en analyses zoals bedoeld in artikel 7.2.1, lid 1 en (iv) eventuele door de Concessieverlener of andere belanghebbende gedane (en aan de Concessiehouder gemelde) waarnemingen, zoals nader is toegelicht in paragraaf 1.4.
2.
De Concessieverlener behoudt zich het recht voor kwaliteitssystemen die de Concessiehouder gebruikt te toetsen, alsmede de betrouwbaarheid en validiteit van de processen en procedures die de Concessiehouder volgt te toetsen conform de eisen die hieraan vanuit het betreffende kwaliteitssysteem gesteld worden.
3.
De Concessiehouder verleent medewerking aan functionarissen die namens of in opdracht van de Concessieverlener belast zijn met de controle van de naleving van de eisen verbonden aan de Concessie en de door de Concessiehouder in zijn Inschrijving gedane toezeggingen dan wel de controle op de realisatie van de outputnormen, bij de uitoefening van hun taak.
4.
De Concessieverlener behoudt zich het recht voor de in artikel 4.7.5, lid 3 bedoelde gegevens te gebruiken om de prestaties van de Concessiehouder te beoordelen, bijvoorbeeld als het gaat om een stipte uitvoering van de Dienstregeling.
Artikel 7.3.2 Controle van geleverde informatie 1.
De Concessieverlener behoudt zich het recht voor controles uit te voeren op de correctheid van rijtijden. Indien de Concessieverlener vaststelt dat rijtijden te ruim zijn, corrigeert de Concessiehouder deze met de eerstvolgende wijziging van de Dienstregeling, doch uiterlijk binnen 26 weken na constatering hiervan.
2.
De Concessieverlener kan onder andere steekproefsgewijze controles uitvoeren en/of waarnemingen van mystery guests op Haltes en in Voertuigen gebruiken voor de controle van de juistheid van de door de Concessiehouder geleverde gegevens. De Concessiehouder verleent hieraan (desgevraagd) volledige medewerking.