Bijlage 1 Ontwerp PvE OV Concessie
Tekst van het document
4.2
OV-Betaalsysteem Artikel 4.2.1 OV-Betaalsysteem 1.
De Concessiehouder treft alle benodigde maatregelen, onder andere in de Voertuigen en binnen de organisatie van de Concessiehouder, om vanaf aanvang van de Concessie over een volledig functionerend OV-Betaalsysteem te beschikken en conformeert zich daarbij aan besluiten met betrekking tot het OV-Betaalsysteem die door de Coöperatie Openbaar Vervoerbedrijven en/of in het NOVB (of hun opvolgers) zijn en worden genomen.
2.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat zolang dit een noodzakelijke voorwaarde is voor de verwerking van betalingen met Productdragers waaronder de OV-Chipkaart, het OVBetaalsysteem, eventueel met gebruikmaking van de backoffice van Derden, is aangesloten op de landelijke backoffice van Translink en dat zijn OV-Betaalsysteem is gecertificeerd door Translink, tenzij Translink voor certificering een ontheffing (“waiver”) heeft verleend.
3.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat het OV-Betaalsysteem in staat is om in ieder geval de elektronische versie van de volgende Proposities te voeren:
42 van 161
a.
proposities voor specifieke doelgroepen, zoals groepen met een Functiebeperking;
b.
dalkortingen buiten de ochtend- en middagspits;
c.
aanvullende leeftijdskortingen voor jongeren van 12 tot en met 17 jaar;
d.
stapelingen van kortingen;
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
e.
proposities op basis van tariefzones;
f.
proposities op basis van reizen op rekening; en
g.
reisproducten zoals bedoeld in artikel 4.1.1, leden 7 en 8.
Indien de Concessieverlener hierom verzoekt voert de Concessiehouder Proposities zoals genoemd in dit lid binnen een door de Concessieverlener te bepalen redelijke termijn in. Alle eventuele kosten van aanpassingen aan het OV-Betaalsysteem die nodig zijn om aan een dergelijk verzoek te voldoen zijn voor rekening en risico van de Concessiehouder. 4.
Alle kosten van de invoering, instandhouding, uitbreiding, vernieuwing en/of vervanging van het OV-Betaalsysteem van de Concessiehouder (waaronder de aanschaf en installatie van apparatuur, het (laten) plegen van onderhoud, het treffen van administratieve voorzieningen, et cetera) of anderszins gerelateerd aan het OV-Betaalsysteem zijn voor rekening en risico van de Concessiehouder.
5.
De Concessiehouder implementeert de toegankelijkheidseisen ten aanzien van het OVBetaalsysteem volgend uit de Europese Toegankelijkheidsvoorschriften en de verwerking daarvan in de Nederlandse wet- en regelgeving10 vanaf aanvang van de Concessie, ongeacht het moment van inwerkingtreding van deze wet- en regelgeving.
Artikel 4.2.2 Beschikbaarheid van het OV-Betaalsysteem 1.
De Concessiehouder zorgt voor goed beheer en deugdelijk onderhoud van het OVBetaalsysteem gedurende de duur van de Concessie zodanig dat: a.
de gemiddelde beschikbaarheid van de Kaartlezers in de Voertuigen ten minste 98% is;
b.
de gemiddelde beschikbaarheid van de Oplaad- en/of Ophaalautomaten ten minste 98% is; en
c.
de gemiddelde beschikbaarheid van de Verkoopautomaten ten minste 98% is.
Met beschikbaarheid wordt bedoeld dat een in sub a tot en met sub c genoemd object gedurende een bepaalde exploitatietijd de overeengekomen functionaliteit biedt. De beschikbaarheid per object wordt uitgedrukt in een percentage van de totale tijdsduur van de openstellingsperiode (de uren waarop het systeem toegankelijk is voor gebruik door Reizigers) per maand. De Concessiehouder informeert de Concessieverlener maandelijks over de beschikbaarheid van het OV-Betaalsysteem. 2.
Na constatering door hemzelf of na melding van een Storing door een Reiziger, lost de Concessiehouder deze Storing zo snel mogelijk op of meldt hij deze Storing zo snel mogelijk aan de leverancier. Indien sprake is van een Storing wordt het betreffende object geacht niet beschikbaar te zijn. De niet-beschikbaarheid van een object geldt vanaf het eerste moment dat de Storing wordt geconstateerd tot aan het moment dat de Concessiehouder de Storing heeft verholpen of de leverancier het object terecht hersteld meldt.
3.
Voor alle normen in lid 1 geldt dat deze niet van toepassing zijn indien de Storing van een object aantoonbaar het gevolg is van vandalisme. In dat geval zal de Concessiehouder er in redelijkheid binnen zijn mogelijkheden alles aan doen om een Storing zo snel mogelijk op te lossen en rapporteert hij hierover desgevraagd aan de Concessieverlener.
4.
Indien hij door een Storing een norm genoemd in lid 1 niet haalt, herstelt de Concessiehouder binnen twee weken na constatering van een Storing deze Storing zodat de betreffende norm weer wordt gehaald. De Concessiehouder informeert de Concessieverlener
10
Zie https://www.internetconsultatie.nl/3410. Op het moment van publiceren is de consultatietermijn geweest.
43 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
over de door hem te nemen maatregelen om de Storing te herstellen en het verwachte resultaat van deze maatregelen. De eventuele kosten van de maatregelen zijn voor rekening van Concessiehouder. 5.
De Concessieverlener kan na een daartoe ingediende schriftelijke aanvraag van de Concessiehouder ontheffing verlenen voor de verplichting(en) zoals bedoeld in lid 1.
Artikel 4.2.3 Nieuwe OV-Betaalwijzen 1.
De Concessiehouder vervult een actieve rol bij, staat open voor en werkt constructief mee aan de ontwikkeling en invoering van Nieuwe OV-Betaalwijzen in aanvulling op of ter vervanging van de OV-Chipkaart. De Concessiehouder stemt de activiteiten die hij in dit kader onderneemt nauw af met de Concessieverlener en concessiehouders van aangrenzende concessies.
2.
De Concessiehouder conformeert zich aan besluiten die door de Coöperatie Openbaar Vervoerbedrijven en/of in het NOVB (of hun opvolgers) zijn en worden genomen over de ontwikkeling, invoering en ondersteuning van Nieuwe OV-Betaalwijzen gebaseerd op de EMVc-standaard, Bar-/QR-codes en applicaties voor mobiele telefoons.
3.
De Concessiehouder zorgt er voor dat zijn OV-Betaalsysteem zodanig is ingericht dat Reizigers vanaf aanvang van de Concessie met Nieuwe OV-Betaalbewijzen gebaseerd op de EMVc-standaard en Bar-/QR-codes kunnen betalen. Indien landelijk wordt vastgesteld dat deze Nieuwe OV-Betaalwijzen nog niet ingevoerd kunnen worden, treedt de Concessiehouder in overleg met de Concessieverlener over de invoeringsdatum van Nieuwe Betaalwijzen.
4.
De Concessieverlener bepaalt, na overleg met de Concessiehouder welke, mogelijk nieuwe, Reisproducten en Proposities de Nieuwe OV-Betaalwijzen en, gedurende de overgangsperiode, de OV-Chipkaart in ieder geval moeten kunnen voeren.
5.
Alle kosten voor ontwikkeling, invoering, instandhouding, uitbreiding, vernieuwing en/of vervanging van hard- en software van het OV-Betaalsysteem ten behoeve van Nieuwe OVBetaalwijzen zijn voor rekening en risico van de Concessiehouder.
6.
Ingeval de Concessieverlener na overleg met de Concessiehouder en het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) bepaalt dat de OV-Chipkaart of een Nieuwe OVBetaalwijze mag worden uitgefaseerd, zal de Concessieverlener hier een redelijke minimale uitfaseringstermijn voor stellen. Het is niet de intentie van de Concessieverlener om een lange uitfaseertermijn voor een (zeer) beperkt aantal Reizigers te hanteren, tenzij landelijk andere afspraken worden gemaakt.
Artikel 4.2.4 OV-Betaalsysteem in Bussen en Auto’s 1.
Ten behoeve van het in- en uitchecken voorziet de Concessiehouder: a.
Bussen en Taxibussen die hij voor Vast Vervoer inzet, ten minste van een werkende,
b.
Alle overige Voertuigen die hij voor de uitvoering van de Concessie inzet, waaronder
vast in het Voertuig gemonteerde Kaartlezer bij iedere deuropening; en
Voertuigen die de Concessiehouder inzet voor het Maatwerkvervoer, van een werkende mobiele (‘handheld’) of vast in het Voertuig gemonteerde Kaartlezer. 2.
In afwijking van het bepaalde in lid 1, sub b, is het de Concessiehouder toegestaan om voor oproepafhankelijk Maatwerkvervoer alternatieve Betaalwijzen te hanteren, waarbij de betaling
44 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
gekoppeld wordt aan de reservering van de Rit. In het geval dat de Concessiehouder van dit alternatief gebruikmaakt, draagt hij ervoor zorg dat: a.
Voor elke reserveringsoptie gangbare gebruiksvriendelijke betaalwijzen aanbiedt die voor (vrijwel) alle Reizigers bruikbaar zijn; en
b.
Hij in het geval dat een Reiziger geen gebruik kan maken van deze betaalwijzen, deze Reiziger gratis vervoert; en
c.
Hij alle in het Concessiegebied geldige abonnementen accepteert, ook bij gebruik van andere betalingswijzen; en
d.
De Reiziger in het geval van een overstap op het overige Openbaar Vervoer nooit een tweede keer het opstaptarief in rekening gebracht wordt.
3.
De Concessiehouder vervoert Reizigers die als gevolg van ontbrekende of defecte Kaartlezers in het Voertuig niet kunnen in- en/of uitchecken gratis of hanteert, uitsluitend na voorafgaande schriftelijke goedkeuring door de Concessieverlener, een andere klantvriendelijke oplossing. Indien de Concessiehouder gebruik maakt van een andere klantvriendelijke oplossing dan gratis Openbaar Vervoer, legt hij deze oplossing tijdens de implementatieperiode ter goedkeuring voor aan de Concessieverlener.
Artikel 4.2.5 Verkrijgbaarheid (distributienetwerk) 1.
De Concessiehouder is verantwoordelijk voor de distributie van Productdragers, Proposities, Reisproducten en Vervoerbewijzen, en draagt alle hiermee gepaard gaande kosten en
risico’s. 2.
De Concessiehouder zorgt er vanuit zijn verantwoordelijkheid zoals genoemd in lid 1 in ieder geval voor dat: a.
Hij afspraken met de concessieverleners van omliggende concessies maakt over het inrichten van een Informatiepunt in de daar gevestigde informatiepunten;
b.
Reizigers bij een Informatiepunt en bij de klantenservice van de Concessiehouder informatie over en een aanvraagformulier voor een Persoonlijke OV-Chipkaart kunnen opvragen. De Concessiehouder stuurt desgevraagd een aanvraagformulier naar het huisadres van Reizigers zonder dat hier voor Reizigers kosten aan zijn verbonden;
c.
Hij een digitale Informatiepunt inricht waar (potentiële) Reiziger tijdens de bedieningstijden van het Openbaar Vervoer, zoals bedoeld in tabel 3.4, per gratis videoverbinding contact kunnen opnemen met de Klantenservice;
d.
Hetzelfde of een naar het oordeel van de Concessieverlener qua dekking van het Concessiegebied vergelijkbaar (of gelet op het bepaalde in lid 3 toereikend) netwerk van Distributiepunten als het distributienetwerk dat op 1 december 2023 beschikbaar is (zie voor een indicatie van het distributienetwerk Bijlage H bij het Bestek);
e.
bij Distributiepunten ten minste één Verkoopautomaat dan wel Oplaad- en Ophaalautomaat aanwezig en voor Reizigers beschikbaar is;
f.
ten minste de bussen die worden ingezet op R-net, HOV- en streekbuslijnen voorzien zijn van een afhaalmogelijkheid voor het ophalen van bestellingen die vanaf de buitenzijde toegankelijk is;
g.
Reizigers de functie Automatisch Opladen Saldo op hun Persoonlijke OV-Chipkaart of Productdrager met vergelijkbare functionaliteit kunnen aanvragen, activeren en wijzigen; en
45 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
h.
Reizigers via de Webwinkel Saldo, Proposities en Reisproducten kunnen aanschaffen, waaronder in ieder geval alle regionale Reisproducten als bedoeld in artikel 4.1.1, lid 8 en de landelijke Reisproducten die beschikbaar komen via de NAL-applicatie, zonder dat hierbij een (verkoop-)toeslag bij Reizigers in rekening wordt gebracht. De Concessiehouder zorgt er daarbij voor dat de Webwinkel voldoet aan de functionaliteit die op dat moment gebruikelijk is voor Webwinkels en dat Reizigers via de Webwinkel besteld(e) Saldo, Proposities en Reisproducten bij alle Informatiepunten en Distributiepunten kunnen ophalen.
3.
De Concessiehouder informeert de Concessieverlener jaarlijks, als onderdeel van het Marketingplan, over aanpassingen van het distributienetwerk. De Concessiehouder kan voorstellen doen om Distributiepunten te laten vervallen mits hij aantoont dat Reizigers voor de aanschaf van Productdragers, Vervoerbewijzen, Saldo en Proposities in hoofdzaak geen gebruik maken van het desbetreffende Distributiepunt en/of er betere alternatieven zijn.
4.
Alvorens het voorstel voor aanpassingen van het distributienetwerk ter goedkeuring bij de Concessieverlener in te dienen, legt de Concessiehouder de voorgenomen aanpassingen ter advisering voor aan het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO). De Concessiehouder geeft aan hoe hij in zijn voorstel is omgegaan met de adviezen betreffende de voorgenomen aanpassingen van het distributienetwerk en geeft een gedegen onderbouwing wanneer hij van (delen van) het advies afwijkt.
4.3
Uitvoering Artikel 4.3.1 Uitvoering Dienstregeling 1.
De Concessiehouder voert alle in de Dienstregeling vastgelegde Ritten met Vast Vervoer en alle door Reizigers aangevraagde Ritten met het overige Maatwerkvervoer nauwgezet, volledig en conform de Dienstregeling en, voor zover het Maatwerkvervoer betreft, conform de eisen in artikelen 3.4.1 en 3.4.2 uit.
2.
De Concessiehouder realiseert bij de uitvoering van de Dienstregeling en het eventuele overige, niet in de Dienstregeling opgenomen, Maatwerkvervoer de outputnormen zoals genoemd in artikel 7.1.1.
3.
De Concessiehouder evalueert jaarlijks voor het opstellen van zijn Kwaliteitsplan de uitvoering van de concessie. Hij betrekt daarbij in ieder geval de resultaten van de ovKlantenbarometer, eigen onderzoek, en de oordelen van het Reizigersoverleg HWGO, de in het Concessiegebied gelegen gemeenten en de Concessieverlener. Op basis hiervan benoemt de Concessiehouder minimaal drie aandachtspunten, die hij jaarlijks in zijn Kwaliteitsplan verder uitwerkt. Daarbij geeft hij aan welke acties hij naar aanleiding van de genoemde aandachtspunten voor het eerstvolgende Dienstregelingjaar onderneemt en welke doelen hij hiermee wil bereiken..
4.
De Concessiehouder geeft jaarlijks in zijn Kwaliteitsplan de maatregelen aan die hij treft om bij de uitvoering van de Dienstregeling en het Maatwerkvervoer ten minste de outputnormen zoals genoemd in artikel 7.1.1 te kunnen realiseren.
5.
De Concessiehouder bespreekt de inhoud van het Kwaliteitsplan vooraf met de Concessieverlener en legt het Kwaliteitsplan ter advisering voor aan het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) en neemt daarbij het bepaalde in Bijlage B12 in acht.
46 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Artikel 4.3.2 Vervoerplicht 1.
De Concessiehouder vervoert alle op een Halte aanwezige Reizigers die willen en mogen reizen met een Lijn die volgens de Dienstregeling die Halte aandoet, met het eerstkomende Voertuig waarmee deze Lijn wordt uitgevoerd mits dit wettelijk is toegestaan, dan wel, indien de Concessiehouder een Versterkingsrit aanbiedt, met het Voertuig dat deze Versterkingsrit uitvoert.
2.
De Concessiehouder stemt de aangeboden vervoercapaciteit (d.w.z. het aantal voor Reizigers beschikbare zit- en staanplaatsen in een Voertuig, eventuele Versterkingsritten meegerekend) zodanig af op de redelijkerwijs te voorziene Vervoervraag dat hij voldoet aan het gestelde in het vorige lid en de in artikel 7.3.1 genoemde outputnormen. Hieronder valt onder andere een voor de Concessiehouder redelijkerwijs te voorziene hogere Vervoervraag bij Evenementen. In alle andere omstandigheden spant de Concessiehouder zich maximaal in om bij onverwachte pieken in de Vervoervraag alle op een Halte aanwezige Reizigers zoveel mogelijk met het eerstkomende Voertuig van de Lijn waarmee zij willen reizen, mee te nemen.
3.
De in lid 1 en 2 geformuleerde eisen gelden voor concessiegrensoverschrijdende Lijnen alleen voor het Traject binnen het Concessiegebied.
Artikel 4.3.3 Rituitval 1. 2.
Een Rit die niet of niet volledig is uitgevoerd wordt aangemerkt als uitgevallen Rit. Het risico van rituitval is volledig voor rekening van de Concessiehouder, ongeacht de reden van de rituitval zoals een technisch defect, een werkonderbreking of een lokale, regionale of landelijke staking. De Concessieverlener heeft het recht om uitgevallen Ritten in mindering te brengen op de Exploitatiebijdrage, behoudens in geval van Overmacht.
3.
De voertuiglogbestanden (volgend uit het rittenregistratiesysteem) van de Concessiehouder dienen als basis voor de registratie van de rituitval door de Concessiehouder. De Concessiehouder beschikt daartoe over een incidentmanagementsysteem en koppelt deze aan de gegevens uit zijn voertuiglogbestanden. De Concessiehouder neemt daarbij de bepalingen in Bijlage B13 in acht.
Artikel 4.3.4 Aansluitingen 1.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat in de dienstregeling aangeboden Aansluitingen altijd worden gehaald.
2.
Indien een Aansluiting niet wordt gehaald dient de Concessiehouder op eigen kosten Vervangend Vervoer te regelen voor Reizigers die door het missen van de Aansluiting langer dan dertig minuten moeten wachten op een volgende reismogelijkheid in de richting van hun bestemmingshalte(s) brengt. Dit Vervangend Vervoer dient binnen dertig minuten na aankomst van de Reiziger op het OV-Knooppunt of Overstappunt beschikbaar te zijn. De Concessiehouder maakt deze regeling op actieve wijze bij de Reizigers bekend. Dit gebeurt in ieder geval in geval van een zodanige vertraging van een Rit dat het halen van een Aansluiting voor de beleving van Reizigers onzeker is geworden.
3.
De Concessiehouder registreert het aantal gehaalde en gemiste Aansluitingen en
4.
Indien een Reiziger de laatste Rit van de Dag mist die een Gegarandeerde Aansluiting op
Gegarandeerde aansluitingen per Reisrelatie en rapporteert dit aan de Concessieverlener.
een OV-Knooppunt of Overstappunt biedt (bijvoorbeeld door vertraging of het uitvallen van
47 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
de laatste Rit), zorgt de Concessiehouder ervoor dat de gedupeerde Reiziger(s) naar hun eindbestemming (tot de deur) worden gebracht, dan wel naar een OV-Knooppunt indien een gedupeerde Reiziger vanaf het betreffende OV-Knooppunt nog met Openbaar Vervoer naar zijn/haar eindbestemming kan reizen. 5.
In afwijking van het vorige lid is het de Concessiehouder toegestaan om gedupeerde Reizigers als alternatief een hotelovernachting (inclusief gratis vervoer naar en van het hotel) aan te bieden, indien hun eindbestemming zich meer dan 50 kilometer buiten het Concessiegebied bevindt.
Artikel 4.3.6 Overmacht 1.
Onder Overmacht wordt verstaan elke gebeurtenis die de Concessiehouder beperkt of hindert in de nakoming van zijn verplichtingen ingevolge de Concessie en die niet te wijten is aan zijn schuld, noch krachtens wet, rechtshandeling of in het maatschappelijke verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt, zoals extreme weersomstandigheden (bijvoorbeeld ijzel en/of hevige sneeuwval waarbij het KNMI een weeralarm afgeeft), epidemieën/ pandemieën met ernstige gevolgen voor het maatschappelijk verkeer, een plotselinge aanwijzing van bevoegd gezag, beperkingen in de beschikbaarheid van cruciale infrastructuur (zoals de Heinenoordtunnel, de Kiltunnel, de Haringvlietbrug, de Haringvlietdam en de N59 tussen Hellegatsplein en Den Bommel), een natuurramp, een catastrofe of een andere Calamiteit of ernstig Incident buiten de invloedssfeer van de Concessiehouder (bijvoorbeeld een ongeval met als gevolg een ongebruikelijke file).
2.
Onder Overmacht wordt in ieder geval niet verstaan: a.
tekort aan Personeel en/of Materieel als gevolg van ziekte van Personeel, mankementen aan het Materieel, uitvoering van opdrachten voor andere opdrachtgevers of anderszins,
b.
lokaal, regionaal of landelijk afgekondigde stakingen, niet afgekondigde stakingen en/of werkonderbrekingen van Personeel van de Concessiehouder (en/of eventuele Onderaannemers);
3.
In geval van een situatie van Overmacht spant de Concessiehouder zich maximaal in om zoveel mogelijk aan het Programma van Eisen te blijven voldoen en de Dienstregeling zo volledig mogelijk te blijven uitvoeren. De Concessiehouder spant zich daarnaast in, en neemt waar mogelijk maatregelen, om de negatieve gevolgen van Overmacht voor Reizigers en de Concessieverlener zoveel mogelijk te beperken, zowel in ernst als in duur.
4.
Indien er naar het oordeel van de Concessieverlener sprake is van extreme weeromstandigheden, gelden de eisen in artikelen 4.3.1 tot en met 4.3.5 ten aanzien van de uitvoering van de Dienstregeling niet. Ritten die gepland waren en al dan niet uitgevoerd zijn ten tijde van deze omstandigheden worden niet meegenomen bij de beoordeling van de realisatie van de in artikel 7.1.1 genoemde outputnormen.
5.
In geval van een situatie van Overmacht meldt de Concessiehouder dit onverwijld aan de Concessieverlener en doet hij in elk geval binnen 2 Werkdagen nadat de betreffende situatie zich voordeed een verslag aan de Concessieverlener toekomen dat ten minste een beschrijving omvat van: a.
de aard en (verwachte) duur van de situatie van Overmacht;
b.
de gevolgen die de situatie van Overmacht heeft gehad voor de mogelijkheid voor de Concessiehouder om de Concessie ten uitvoer te leggen;
48 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
c.
de maatregelen die de Concessiehouder heeft genomen/zal nemen teneinde de situatie van Overmacht (voor de tenuitvoerlegging van de Concessie) zo snel als mogelijk op te heffen dan wel de negatieve gevolgen van de situatie van Overmacht voor Reizigers en de Concessieverlener zoveel mogelijk te beperken; en
d.
alle andere feiten en omstandigheden die redelijkerwijs van belang geacht kunnen worden in verband met de ontstane situatie van Overmacht.
De Concessiehouder treedt in overleg met de Concessieverlener over de kosten van de maatregelen als bedoeld onder sub c.
Artikel 4.3.7 (Weg)werkzaamheden 1.
In geval van (weg)werkzaamheden spant de Concessiehouder zich maximaal in om de Dienstregeling te kunnen blijven uitvoeren.
2.
De (praktische en financiële) gevolgen - waaronder in ieder geval begrepen de kosten voor en een eventuele opbrengstderving als gevolg van maatregelen ten behoeve van de uitvoering van de Dienstregeling (zoals langere rijtijden en het laten vervallen van Haltes) en/of de inzet van Vervangend Vervoer - van: a.
voorziene en onvoorziene (weg)werkzaamheden;
b.
tijdelijke of definitieve infrastructurele wijzigingen; en
c.
(tijdelijke wijzigingen als gevolg van) Evenementen, Incidenten en/of Calamiteiten;
komen, met uitzondering van het gestelde in het volgende lid, geheel voor rekening en risico van de Concessiehouder. 3.
Indien een wijziging en/of een omstandigheid zoals bedoeld in het vorige lid leidt tot een toename van het aantal Gewogen Dienstregelinguren (bijvoorbeeld door omrijden of het inzetten van Vervangend Vervoer) en dit tot een kostenverhoging leidt van meer dan
€ 15.000 (berekend door het extra aantal Gewogen Dienstregelinguren te vermenigvuldigen met het meerwerktarief zoals beschreven in de Concessiebeschikking), treedt de Concessiehouder met de desbetreffende verantwoordelijke Wegbeheerder(s) in overleg over mogelijke maatregelen om de kostenverhoging te beperken dan wel over de verdeling van de
meerkosten boven € 15.000. 4.
Indien het overleg als bedoeld in het vorige lid niet tot een voor alle partijen aanvaardbare uitkomst leidt, kan de Concessieverlener: a.
de Concessiehouder opdracht geven om Haltes van een Lijn die door een omleiding niet meer kunnen worden aangedaan, te blijven bedienen, bijvoorbeeld door de inzet van Vervangend Vervoer, om alsnog aan de bedieningseisen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 te voldoen;
b.
de Concessiehouder, uitsluitend na voorafgaande schriftelijke toestemming van de Concessieverlener, toestaan het aanbod aan Openbaar Vervoer dat gebruik maakt van Infrastructuur die als gevolg van de hinder niet (volledig) beschikbaar is te verminderen, ook wanneer dit ertoe leidt dat de Concessiehouder daarmee niet aan de bedieningseisen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 voldoet.
5.
Het is de verantwoordelijkheid van de Concessiehouder dat hij steeds op de hoogte is van, en rekening houdt (ook in zijn Inschrijving) met (grootschalige) tijdelijke of definitieve infrastructurele wijzigingen, tijdelijke wijzigingen als gevolg van Evenementen en wegwerkzaamheden. Hieronder vallen in ieder geval de wijzigingen zoals benoemd in Bijlage G bij het Bestek.
49 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Artikel 4.3.8 Vergoedingsregeling Reizigers 1.
De Concessiehouder hanteert, overeenkomstig artikel 33 lid 3 onder sub b van het Bp2000, een vergoedingsregeling. De vergoedingsregeling omvat ten minste compensatie van: a.
de helft van de prijs van de gemaakte Rit indien de uitvoering van de Dienstregeling of het Maatwerkvervoer door de Concessiehouder tekortschiet waardoor een Reiziger meer dan 30 minuten vertraging oploopt; en
b.
maximaal zes keer per Kalenderjaar het teveel betaalde bedrag indien één en dezelfde Reiziger bij het verlaten van het Voertuig niet heeft uitgecheckt.
2.
De Concessiehouder maakt de regeling via diverse kanalen zoals de displays in de bus actief bekend aan de Reizigers en stelt Reizigers in de gelegenheid om via een gebruiksvriendelijke procedure, bestaande uit ten minste een online in te vullen en een telefonisch of schriftelijk te bestellen formulier, een beroep te doen op de vergoedingsregeling.
3.
De Concessiehouder werkt de vergoedingsregeling nader uit in het Kwaliteitsplan dat hij ter advisering aan het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) en vervolgens ter toetsing aan de Concessieverlener voorlegt.
Artikel 4.3.9 Communicatie met de Centrale Verkeersleiding en aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten en tussen Rijdend Personeel onderling 1.
De Concessiehouder beschikt over een Centrale Verkeersleiding die over voldoende lokale kennis beschikt om, ook in geval van verstoringen, Incidenten en Calamiteiten, de uitvoering van de Dienstregeling en het Maatwerkvervoer in goede banen te kunnen leiden.
2.
De Concessiehouder zorgt dat alle voor de uitvoering van de Concessie in te zetten Voertuigen zijn voorzien van goed functionerende communicatiemiddelen waarmee: a.
rechtstreeks, onopvallend en onmiddellijk contact mogelijk is tussen Rijdend Personeel
b.
rechtstreekse, dat wil zeggen zonder tussenkomst van de Centrale Verkeersleiding,
en de Centrale Verkeersleiding; en
mondelinge communicatie mogelijk is, bijvoorbeeld in geval van vertragingen en overstappers, tussen het Rijdend Personeel onderling en, voor zover de technische voorzieningen in de Voertuigen van concessiehouders van aangrenzende concessies dit toelaat, met chauffeurs op Lijnen die tot aangrenzende concessies behoren (kort verkeer). 3.
De Concessiehouder spant zich maximaal in om ook met de aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten, waaronder CVV zoals genoemd in artikel 2.1.1, lid 1 sub i, afspraken te maken over onderlinge communicatie inzake overstappen (indien van toepassing), waaronder de wijze waarop het Rijdend Personeel in geval van vertraging van de Rit de chauffeur van een aansluitende Andere Mobiliteitsdienst kan informeren.
4.4
Personeel Artikel 4.4.1 Dienstverlening 1.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat het Personeel dat in contact staat met Reizigers betrokken, verzorgd, herkenbaar en klantvriendelijk is, goed Nederlands spreekt en dienstverlenend optreedt.
50 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
2.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat het Rijdend Personeel Reizigers veilig, comfortabel en in overeenstemming met de Dienstregeling vervoert en toeziet op de rust en orde in het Voertuig.
3.
De Concessiehouder instrueert het Personeel over de te volgen procedures en te nemen maatregelen in geval van Incidenten en Calamiteiten en ziet erop toe dat het Personeel bij een nog niet gemeld Incident of Calamiteit direct contact opneemt (al dan niet via de Centrale Verkeersleiding) met het bevoegd gezag en eventuele andere belanghebbenden (bijvoorbeeld de Wegbeheerder).
4.
De Concessiehouder instrueert het Personeel over de omgang met Reizigers met een Functiebeperking, waarbij de Concessiehouder er in ieder geval voor zorgt dat het Rijdend Personeel of een andere medewerker van de Concessiehouder, indien een Reiziger hierom verzoekt, Reizigers met een Functiebeperking helpt bij het betreden en verlaten van het Voertuig en het vinden van een zitplaats.
5.
De Concessiehouder instrueert het Rijdend Personeel over de toelating en het zo nodig vastzetten van (elektrische) rolstoelen en andere hulpmiddelen in het Voertuig en ziet erop toe dat het Rijdend Personeel dienovereenkomstig handelt.
6.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat het Personeel voldoende kennis heeft van het Concessiegebied, het lijnennet, de Dienstregeling en eventuele omleidingen om: a.
een Lijn en/of rit met Maatwerkvervoer zelfstandig te kunnen rijden;
b.
op OV-Knooppunten en Overstappunten aan te kunnen geven welke (aansluitende) Bus/Auto welke bestemming heeft; en
c.
vragen over verkrijgbaarheid van kaartsoorten, tarieven en serviceverlening adequaat te beantwoorden.
7.
De Concessiehouder ziet erop toe dat het Personeel zorgt voor de correcte instelling van de apparatuur in het Voertuig.
Artikel 4.4.2 Goed werkgeverschap en arbeidsvoorwaarden 1.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat al het Personeel dat hij inzet voor het uitvoeren van de Concessie en dat bij hem in dienst is, werkt onder arbeidsvoorwaarden die gelijk of minimaal gelijkwaardig zijn aan de CAO Openbaar Vervoer.
2.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat hij gedurende de gehele looptijd van de Concessie over voldoende Personeel beschikt om, ook bij een wijziging in de (vervoer)omvang, de Concessie goed uit te kunnen voeren.
3.
De Concessiehouder voert een personeelsbeleid gericht op bevordering van de vitaliteit van het Personeel, leidend tot beperking van ziekteverzuim en duurzame inzetbaarheid van het Personeel.
4.
De Concessiehouder voert personeelsbeleid dat een bijdrage levert aan het realiseren van een inclusieve arbeidsmarkt, waarin iedereen participeert naar vermogen (= Social Return on Investment, SROI).
5.
De Concessiehouder beschikt over een door zijn ondernemingsraad goedgekeurde klokkenluidersregeling voor zijn werknemers voor situaties waarbij een werknemer het vermoeden heeft dat sprake is van een ernstige misstand. De klokkenluidersregeling stelt de betreffende werknemer in staat om hier melding van te maken bij een daarvoor speciaal door de Concessiehouder intern benoemde vertrouwenspersoon, en omvat een beschrijving van de wijze waarop de melding intern wordt afgewikkeld. Dit voor zover het vermoeden
51 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de werknemer in zijn dienstbetrekking bij de Concessiehouder heeft opgedaan of die voortvloeien uit de kennis die de werknemer heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij de Concessiehouder, en waarbij het maatschappelijk belang in het geding is bij in ieder geval: a.
de (dreigende) schending van een wettelijk voorschrift;
b.
een (dreigend) gevaar voor de volksgezondheid;
c.
een (dreigend) gevaar voor de veiligheid van personen;
d.
een (dreigend) gevaar voor de aantasting van het milieu; en
e.
een (dreigend) gevaar voor het goed functioneren van een openbare dienst of een onderneming als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten.
Artikel 4.4.3 Opleidingen 1.
De Concessiehouder faciliteert het Personeel zodanig dat zij hun taken goed kunnen uitvoeren door in ieder geval aandacht te besteden aan opleiding, aansturing en (het gevoel van) veiligheid.
2.
De Concessiehouder zorgt er op ieder willekeurig moment gedurende de looptijd van de Concessie voor dat het Personeel een gedegen en juiste opleiding heeft gevolgd en over de vereiste kwalificaties en/of certificaten beschikt.
3.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat alle chauffeurs binnen drie maanden na indiensttreding (voor zover dit van toepassing is): a.
getraind zijn in ‘Het Nieuwe Rijden’ (zie http://www.hetnieuwerijden.nl) en in comfortabel en veilig rijden;
b.
getraind zijn in het omgaan met agressie en het beheersen van en kunnen optreden tijdens risicovolle situaties gedurende een Rit en daarbij Reizigers en/of zichzelf in veiligheid te brengen;
c.
getraind zijn in het omgaan met de voor de betreffende tunnels geldende veiligheidsvoorschriften, indien zij op routes rijden waarin tunnels voorkomen waarvoor aanvullende veiligheidsvoorschriften gelden.
d.
getraind zijn in het klant- en servicegericht werken, waaronder het omgaan met Reizigers met een Functiebeperking;
e.
verplichte medische keuringen met goed gevolg hebben doorstaan; en
f.
beschikken over een geldig EHBO-diploma of een training voor levensreddend handelen met goed gevolg hebben afgelegd.
4.
In aanvulling op het vorige lid zorgt de Concessiehouder voor de (herhalings)training, (herhalings)opleiding, medische keuring en begeleiding van alle chauffeurs, zodanig dat de chauffeurs in staat zijn en blijven om hun taken naar behoren in te vullen.
5.
De Concessiehouder draagt er in overleg met de buurtbusverenigingen zorg voor dat alle chauffeurs van Buurtbuslijnen de wettelijk benodigde en door beide partijen als nuttig en zinvol vastgestelde training(en) krijgen, zoals de certificaten als bedoeld in lid 2 en de trainingen als bedoeld in lid 3, medisch gekeurd en adequaat verzekerd zijn, opdat zij hun taken naar behoren in kunnen vullen.
6.
De Concessiehouder ziet erop toe dat op Buurtbuslijnen geen chauffeurs worden ingezet die ouder zijn dan 79 jaar.
52 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
4.5
Materieel Artikel 4.5.1 Algemene eisen aan het Materieel 1.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat het Materieel dat hij ten behoeve van de uitvoering van de Concessie inzet op ieder willekeurig moment gedurende de looptijd van de Concessie voldoet aan de eisen in tabel 4.2.
Tabel 4.2 Algemene eisen aan Materieel Reguliere
Nulemissie
maximale
maximale
Minimale
Type Materieel
leeftijd
leeftijd
lengte
Maximale lengte
Gelede Bussen
11 Jaar
16 Jaar
17 meter
20 meter
Grote Bussen, niet zijnde
11 jaar
16 jaar
14 meter
17 meter
11 Jaar
16 Jaar
9,6 meter
14 meter
Kleinere Bussen
11 Jaar
16 Jaar
7,4 meter
9,6 meter
Auto’s, waaronder Buurtbussen
8,5 Jaar
11 Jaar
n.v.t.
n.v.t.
Gelede Bussen of Bussen Bussen, niet zijnde Gelede of Grote Bussen
Voor de bepaling van de leeftijd is de eerste afgifte van het kentekenbewijs deel 1 in geval van een in Nederland nieuw afgegeven kenteken maatgevend. Indien het Voertuig voorheen in het buitenland eerder is toegelaten, geldt de eerste toelating in het buitenland. 2.
De Concessiehouder stemt het Materieel dat hij inzet af op de capaciteit en beperkingen van de Infrastructuur, onder andere waar het gaat om lengte, breedte, hoogte, toegestane doorrijhoogte bij viaducten, draaicirkel, afstand tot het wegdek, toegestane aslast en aandrijving11.
3.
Het is de Concessiehouder niet toegestaan om voor uitvoering van de Concessie Materieel in te zetten dat is uitgevoerd als dubbeldekker of als dubbelgelede Bus en om voor de uitvoering van Vast Vervoer Auto’s, niet zijnde een Taxibus, in te zetten.
4.
De Concessiehouder voorziet alle Bussen die hij voor de uitvoering van de Concessie inzet van zowel een instapdeur als een uitstapdeur die toegang geven tot het lage-vloer gedeelte van de Bus en die in een dusdanig tempo opent dat Reizigers niet onnodig lang hoeven te wachten bij het in- en uitstappen en halteringstijden beperkt blijven.
5.
Het is de Concessiehouder niet toegestaan bestickering, beplating, of horizontale balken in of op de zijruiten aan te (laten) brengen die het zicht van zittende en staande Reizigers naar buiten belemmeren.
6.
De Concessiehouder voorziet alle Bussen die hij voor de uitvoering van de Concessie inzet van een functionerend registratief digitaal camerasysteem en een voor Reizigers duidelijk zichtbare en goed leesbare tekst waarin wordt aangegeven dat het Rijdend Personeel geen toegang heeft tot de videobeelden.
7.
De Concessiehouder draagt er zorg voor dat camera’s in Bussen en , ingeval de Concessiehouder ervoor kiest camera’s in Auto’s te (laten) plaatsen, Auto’s (waaronder Buurtbussen en eventuele Voertuigen van Onderaannemers) zodanig geplaatst zijn dat ze
11
Bijlage G bij het Bestek bevat informatie over kenmerken van de Infrastructuur die door Wegbeheerders ten behoeve van de aanbesteding is aangeleverd.
53 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
alle zit- en staanplaatsen waarnemen en dat de opnames van voldoende kwaliteit zijn om zonodig door de politie voor opsporing te kunnen worden gebruikt. De Concessiehouder zorgt er daarbij voor dat de camera's tijdens de uitvoering van de Dienstregeling en het Maatwerkvervoer steeds zijn ingeschakeld en opnames in kleur en met audio maken. 8.
De Concessiehouder beschikt over een protocol voor het opslaan en beheren van videobeelden die met het camerasysteem genoemd in lid 7 zijn gemaakt. Het protocol is dusdanig opgesteld dat dit het gebruik voor opsporingsdoeleinden als genoemd in lid 8 optimaal faciliteert (met inachtneming van de toepasselijke privacywetgeving).
9.
De Concessiehouder legt voor alle Voertuigen die hij voor de uitvoering van de Concessie inzet de met een Voertuig gereden dienstregelingkilometers en hiervoor ingezette Dienstregelinguren vast.
10. De Concessiehouder voorziet alle Bussen en Auto’s (met uitzondering van Bussen die uitsluitend voor Vervangend Vervoer en Auto’s die voor Maatwerkvervoer worden ingezet) van een functionerend IVS. Indien de Concessieverlener dit wenselijk acht, kan hij gedurende de gehele concessieduur toezicht houden op en inzage krijgen in de werking van het IVS, inclusief het voertuigvolgsysteem bij de Concessiehouder.
Artikel 4.5.2 Aanschaf, beheer en onderhoud Materieel tijdens de Concessie 1.
De Concessiehouder is verantwoordelijk voor de aanschaf/lease, het stallen en het in goede staat houden van het Materieel en zorgt er daarbij voor dat hij gedurende de gehele looptijd van de Concessie over voldoende Materieel beschikt en daarbij een voldoende technische reserve aanhoudt om de Dienstregeling met de in dit Programma van Eisen vereiste kwaliteit te kunnen uitvoeren. Onder het aanhouden van voldoende Materieel wordt nadrukkelijk ook verstaan voldoende (reserve) Materieel om Lijnen die onder een bepaalde Productformules uit te kunnen voeren met uitsluitend Voertuigen die zijn uitgevoerd overeenkomstig (de eisen aan) de betreffende Productformule.
2.
De Concessiehouder mag een nieuw type Voertuig dat hij tijdens de looptijd van de Concessie wil laten instromen, pas inzetten nadat hij: a.
het Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) en andere door de Concessieverlener aan te wijzen partijen, in de gelegenheid heeft gesteld advies over de inrichting van het nieuwe type Voertuig uit te brengen en wel op een zodanig moment dat het advies nog meegenomen kan worden bij het besluit over de aanschaf van het nieuwe type Voertuig;
b.
heeft aangegeven hoe hij omgaat met het advies zoals bedoeld onder sub a en een gedegen onderbouwing heeft gegeven wanneer hij van (delen van) dit advies afwijkt;
c.
uiterlijk twee maanden voorafgaand aan de ingebruikname van het nieuwe type Voertuig met ten minste twee exemplaren van dit type Voertuig ten minste twee weken heeft proefgereden en daarbij ten genoegen van de Concessieverlener aantoont het type Voertuig zonder problemen voor de uitvoering van de Concessie in te kunnen zetten; en
d.
uiterlijk twee maanden voorafgaand aan de ingebruikname van het nieuwe type Voertuig ten genoegen van de Concessieverlener aantoont dat het nieuwe type Voertuig voldoet aan alle wettelijke eisen (zie ook lid 2 van artikel 4.5.11) en overige eisen die op grond van het Programma van Eisen hieraan worden gesteld, alsook aan de specificaties opgenomen in de Inschrijving van de Concessiehouder.
54 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Artikel 4.5.3 Reiscomfort en faciliteiten 1.
De Concessiehouder voorziet de Bussen en Auto ’s van: a.
voldoende beenruimte in de zin dat de Steek van in dezelfde rijrichting geplaatste stoelen ten minste 68 centimeter bedraagt, met dien verstande dat (i) de Steek in R-net Bussen en Bussen die de Concessiehouder op HOV-lijnen inzet bij ten minste 80 procent van in dezelfde rijrichting geplaatste stoelen ten minste 72 centimeter bedraagt en (ii) sprake is van vis-a-vis opstellingen van stoelen, de afstand tussen de rugleuningen minimaal 125 centimeter bedraagt;
b.
comfortabele stoelen, waarbij geldt dat: i.
de dikte van de bekleding op de zitting ten minste 3 centimeter bedraagt;
ii.
de dikte van de bekleding op de rugleuning ten minste 2 centimeter bedraagt;
iii.
de stoelbekleding bestaat uit duurzaam, antistatisch en comfortabel materiaal;
iv.
de stoelbreedte (zitting) ten minste 43 centimeter bedraagt; en
v.
de afstand tussen twee individuele stoelen naast elkaar minimaal 2 centimeter bedraagt.
c.
voldoende bagageruimte voor onder meer het meenemen van koffers of een vouwfiets;
d.
goede vering;
e.
goed functionerend draadloos internet (wifi) met voldoende capaciteit en datasnelheid voor regulier gebruik, waarvan Reizigers gratis en veilig gebruik kunnen maken zonder dat zij persoonsgegevens hoeven aan te leveren om een internetverbinding tot stand te brengen;
f.
een goed functionerend Klimaatbeheerssysteem, dat voorziet in verwarming, continue ventilatie en koeling, waarbij de Concessiehouder Bussen en Auto’s eventueel ter verhoging van het comfort van Reizigers en het Rijdend Personeel aanvullend mag voorzien van een Standkachel mits dit systeem geen gebruik maakt van fossiele brandstoffen; en
g. 2.
een goed functionerende en goed bereikbare USB-aansluiting bij elke zitplaats.
Het gestelde in het vorige lid onder sub e, f en g is niet van toepassing op Bussen die de Concessiehouder uitsluitend voor Vervangend Vervoer, Scholierenvervoer en Versterkingsen/of Verdichtingsritten inzet.
Artikel 4.5.4 Toegankelijkheid 1.
De Concessiehouder is verantwoordelijk voor de naleving van alle relevante wet- en regelgeving en landelijk overeengekomen richtlijnen op het gebied van toegankelijkheid.
2.
De Concessiehouder implementeert de toegankelijkheidseisen volgend uit de Europese Toegankelijkheidsvoorschriften en de verwerking daarvan in de Nederlandse wet- en regelgeving12 in alle Voertuigen die hij vanaf aanvang van de Concessie inzet, ongeacht het moment van inwerkingtreding van deze wet- en regelgeving. De Concessiehouder zorgt ervoor dat eventuele Nieuwe Voertuigen die hij tijdens de looptijd van de Concessie inzet voldoen aan de laatste eisen en inzichten op het gebied van toegankelijkheid en voorzieningen.
12
Zie https://www.internetconsultatie.nl/3410. Op het moment van publiceren is de consultatietermijn geweest.
55 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
3.
De Concessiehouder ziet er op toe dat alle Bussen die hij voor uitvoering van de Concessie inzet in ieder geval beschikken over de volgende eigenschappen: a.
een nagenoeg vlakke vloer vanaf de instapdeur(en) (zijnde de eerste deur(en) gerekend vanaf de voorzijde van de Bus) tot en met ten minste de eerste uitstapdeur(en) en een maximum vloerhoogte ter plaatse van de deuren van 34 centimeter ten opzichte van het straatniveau;
b.
een dusdanige inrichting dat ten minste vier zitplaatsen als stoelen voor Reizigers met een Functiebeperking zijn aangemerkt die zich allen bevinden in de voorste helft van de Bus en vanaf de voorste instapdeur(en) zonder opstapje bereikbaar zijn;
c.
een rolstoelplaats voor ten minste één rolstoelgebruiker waar een (al dan niet elektrische) rolstoel die voldoet aan de NEN-ISO 7176-19 norm veilig kan worden vastgezet. Indien niet in gebruik door een rolstoel dient de ruimte minimaal plaats te
bieden aan twee uitgeklapte buggy’s. De Concessiehouder mag alleen bij de rolstoelplaats(en) klapstoelen aanbrengen, mits deze automatisch opklappen wanneer er geen gebruik van wordt gemaakt. De Concessiehouder voorziet de rolstoelplaats van een knop waarmee de rolstoelgebruiker in direct contact kan komen met de chauffeur, en plaatst ten minste één Display in het zicht van de rolstoelgebruiker; d.
een tweepuntsgordel op de voor de rolstoel gereserveerde plaats van voldoende lengte om een passagier in de rolstoel te kunnen borgen tegen onbedoeld verplaatsen;
e.
een dusdanige inrichting, kleurstelling en contraststelling voor onder andere in- en uitstapdeuren, handgrepen stopknoppen en eventuele traptreden/verhogingen, opdat Reizigers met een visuele handicap hun weg in de Bus weten te vinden; en
f.
een oprijplaat die betreding van de Bus met een rolstoel mogelijk maakt, die in voorkomende gevallen wordt bediend door de chauffeur (alleen als de oprijplaat elektrisch bedienbaar is), de rolstoelgebruiker of de begeleider van een rolstoelgebruiker. Indien de oprijplaat wordt bediend door iemand anders dan de chauffeur, blijft de Concessiehouder verantwoordelijk voor de veiligheid van zowel de rolstoelgebruiker als degene die de oprijplaat bedient.
4.
De Concessiehouder zorgt dat alle Taxibussen beschikken over een lage instap, een lage vloer,(een) brede openschuivende deur(en) aan de zijkant en een handbediende oprijplaat, waarbij minimaal twee zitplaatsen in de rijrichting bereikbaar zijn zonder opstapje en de Voertuigen geschikt zijn voor rolstoelen.
5.
In alle in te zetten Bussen en Taxibussen is vanaf alle zit- en staanplaatsen een stopknop binnen handbereik. Stopknoppen zijn voorzien van brailleaanduidingen en bij het indrukken van de stopknop wordt in het Voertuig een visueel en geluidsignaal afgegeven.
6.
Het gestelde in leden 4 en 5 is niet van toepassing op Taxibussen die de Concessiehouder uitsluitend voor Maatwerkvervoer inzet, maar wel van toepassing op Taxibussen die de Concessiehouder voor de uitvoering van Buurtbuslijnen beschikbaar stelt en voor Taxibussen die worden ingezet voor Maatwerkvervoer met waarbij de Rit minimaal één vast vertrektijdstip heeft.
7.
De Concessiehouder draagt er zorg voor dat: a.
de chauffeur de Bus zo dicht mogelijk halteert langs de perronrand/stoeprand, en
b.
de Bus knielt indien een Reiziger met een zichtbare Functiebeperking op de Halte staat of indien een Reiziger in de Bus hierom verzoekt,
56 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
zodat Reizigers (eventueel met behulp van een oprijplaat en met hulp van anderen) de Bus makkelijk in en uit kunnen. 8.
De Concessiehouder draagt er zorg voor dat Taxibussen kunnen halteren bij zowel verhoogde als niet-aangepaste Haltes.
9.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat rolstoelgebruikers die niet in aanmerking komen voor een OV-begeleiderskaart eenvoudig en zelf (zonder actieve hulp van een eigen begeleider) gebruik kunnen maken van het Openbaar Vervoer. Dit laat onverlet dat indien een rolstoelgebruiker hierom verzoekt, de chauffeur deze rolstoelgebruiker helpt bij het betreden en/of verlaten van het Voertuigen en het vastzetten van de rolstoel (zie ook artikel 4.4.1, leden 4 en 5).
Artikel 4.5.5 Informatievoorzieningen 1.
De Concessiehouder voorziet het Materieel, met uitzondering van Voertuigen die hij inzet voor Maatwerkvervoer, van een op een afstand van ten minste 30 meter op ieder tijdstip goed leesbare (ook in het donker wanneer een Voertuig dan wordt ingezet) actuele lijn- en bestemmingsaanduiding aan zowel de voor- als de rechterzijde van de Bus en Auto. Voertuigen van het Maatwerkvervoer dienen op een afstand van dertig meter herkenbaar te zijn als Voertuigen van het Maatwerkvervoer, ook in het donker.
2.
De Concessiehouder voorziet de achterzijde van het Materieel, met uitzondering van Voertuigen die hij inzet voor Maatwerkvervoer, van een op een afstand van ten minste 30 meter op ieder tijdstip goed leesbare actuele lijnaanduiding. Wenselijk zijn een lijnaanduiding aan de linkerzijde van de bus en een bestemmingsaanduiding aan de achterzijde.
3.
De Concessiehouder voorziet elke Bus van een functionerend systeem van automatische halteafroep met regelbaar volume, zodat de informatie die wordt omgeroepen goed verstaanbaar is. De Concessiehouder zorgt ervoor dat dit systeem gedurende de tijd dat een Bus wordt ingezet voor de uitvoering van de Dienstregeling niet wordt uitgezet.
4.
De Concessiehouder voorziet elke (Gelede) Bus van ten minste drie functionerende Displays, waarvan er twee zodanig zijn geplaatst dat in ieder geval Reizigers die in de rijrichting zitten de informatie op de Displays kunnen lezen zonder dat zij gehinderd worden door lichtinval van buiten (één in de voorste helft en één in de achterste helft van de Bus, bij een Gelede Bus achter de geleding), en één zodanig is geplaatst dat Reizigers die gebruik maken van de rolstoelplaats en tegen de rijrichting in zitten de informatie op de Displays kunnen lezen zonder dat zij gehinderd worden door lichtinval van buiten.
5.
De Concessiehouder voorziet elke Auto, met uitzondering van Auto’s die hij uitsluitend inzet voor Maatwerkvervoer, van één Display voorin de Auto dat zodanig is geplaatst dat alle Reizigers de informatie op het Display kunnen lezen zonder dat zij gehinderd worden door lichtinval van buiten.
Artikel 4.5.6 Uitstraling en reinheid 1.
Al het Materieel dat de Concessiehouder voor uitvoering van de Concessie inzet is herkenbaar als Openbaar Vervoer en in één uniforme kleurstelling uitgevoerd. Deze verplichting geldt niet voor R-net Bussen en Voertuigen die de Concessiehouder uitsluitend inzet op Lijnen die hij volgens een Productformule uitvoert. De Concessiehouder voert zowel het exterieur als het interieur van de R-net Bussen uit conform de R-netproductformule.
57 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
2.
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid, is het de Concessiehouder toegestaan om, uitsluitend na schriftelijke toestemming van de Concessieverlener, Materieel dat de Concessiehouder uitsluitend inzet op Scholierenlijnen, of uitsluitend voor Vervangend Vervoer, Versterkingsritten en Maatwerkvervoer, in een afwijkende kleurstelling of huisstijl uit te voeren.
3.
De Concessiehouder zet Materieel enkel in op die Ritten waarvoor de kleurstelling van de Voertuigen voldoet aan het bepaalde in lid 113, of waarvoor hij op grond van lid 2 ontheffing van het bepaalde in lid 1 heeft verkregen.
4.
Het is de Concessiehouder uitsluitend na schriftelijke toestemming van de Concessieverlener toegestaan om als (tijdelijke) vervanging een Voertuig in te zetten dat is uitgevoerd in een andere kleurstelling of huisstijl dan het (tijdelijk) te vervangen Voertuig.
5.
Ingeval de Concessieverlener een eigen huisstijl en/of branding ontwikkelt, verleent de Concessiehouder hier onvoorwaardelijk medewerking aan en voert hij zowel het exterieur als
het interieur van de Bussen en eventueel Auto’s in deze huisstijl en/of de branding uit. De te maken kosten voor aanpassing van de Voertuigen zijn voor rekening en risico van de Concessieverlener. 6.
De Concessiehouder draagt er zorg voor dat de uitstraling van Nulemissievoertuigen het nulemissiekarakter van de Nulemissievoertuigen benadrukt, onder de voorwaarde dat de kleurstelling van de Nulemissievoertuigen past bij die van de andere Voertuigen.
7.
Het is de Concessiehouder wel toegestaan Uitingen van Reclame, al dan niet van Derden, aan de binnen- en/of buitenzijde van het Materieel aan te brengen, mits deze niet onbetamelijk, niet aanstootgevend en niet religieus zijn. De Concessieverlener zal hierop toezien. Ingeval de Concessieverlener oordeelt dat Uitingen van Reclame de regels van het betamelijke overschrijden dan wel aanstootgevend en/of religieus van aard zijn, verwijdert de Concessiehouder de Uitingen van Reclame onverwijld en voor eigen rekening. De Concessiehouder mag uitsluitend na schriftelijke toestemming van de Concessieverlener Uitingen van Reclame aanbrengen op de zijramen, mits deze van binnenuit doorzichtig zijn.
8.
In afwijking van het gestelde in het vorige lid is het de Concessiehouder alleen toegestaan om Uitingen van Reclame aan de achterzijde van R-net Bussen aan te brengen.
9.
Indien de Concessieverlener een eigen huisstijl en/of branding ontwikkelt zoals bedoeld in lid 5, kunnen beperkingen gesteld worden aan de Uitingen van Reclame die op de betreffende Voertuigen aangebracht mogen worden (bijvoorbeeld door alleen Uitingen van Reclame aan de achterzijde van de Bus toe te staan).
10. Het is de Concessiehouder niet toegestaan om Uitingen van Reclame (d.w.z. auditieve reclame) of muziek in het Voertuig ten gehore te brengen. 11. De Concessiehouder honoreert onvoorwaardelijk en zonder kosten te berekenen, binnen drie weken een verzoek van de Concessieverlener tot het, door bestickering, aanbrengen van promotionele uitingen op de achterzijde van maximaal tien Bussen die op elk willekeurig moment evenwichtig verspreid door het Concessiegebied rijden. 12. De Concessieverlener kan in het kader van het bevorderen van de eigen naamsbekendheid, de bekendheid van de eigen huisstijl en/of branding zoals bedoeld in lid 5 of de bekendheid van de R-netproductformule, in overleg met de Concessiehouder, de Concessiehouder
13
Deze beperking geldt niet voor ritten van de stalling naar het Beginpunt, vanaf het Eindpunt naar de stalling en/of naar de werkplaats, de zogenaamde matritten.
58 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
gedurende de concessieduur verzoeken bestickering op de achterzijde van zowel al het eigen als het door Derden in te zetten Materieel aan te brengen met een nader door de Concessieverlener te bepalen logo en/of tekst. De Concessiehouder honoreert een dergelijk verzoek minimaal één keer per Jaar onvoorwaardelijk, waarbij de te maken kosten van het aanbrengen en eventuele verwijderen van de bestickering voor rekening van de Concessiehouder zijn. De te maken kosten voor de ontwikkeling en het produceren van de stickers zijn voor rekening van de Concessieverlener, waarbij de Concessieverlener de Concessiehouder zal betrekken bij de selectie/keuze van de te produceren stickers. 13. De Concessiehouder voorziet de achterzijde van het Materieel (met uitzondering van Materieel dat niet langer dan vier weken in de concessie wordt ingezet) van de telefoonnummers en internetsites van het landelijke reisinformatiesysteem. De letters en cijfers moeten ten minste 10 centimeter hoog zijn. 14. Het is de Concessiehouder toegestaan Uitingen van Reclame op Displays te tonen, maar niet langer dan tien aaneengesloten seconden en maximaal 25% van de rijtijd tussen twee opeenvolgende Haltes van een Rit. De Concessiehouder mag uitsluitend afwijken van het bepaalde in de vorige volzin na overleg en voorafgaande schriftelijke toestemming van de Concessieverlener.
De Concessieverlener kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden. 15. De Concessiehouder geeft op verzoek van de Concessieverlener op de Displays in de R-net Bussen informatie over de R-netproductformule weer zonder hiervoor kosten te rekenen. 16. De Concessiehouder draagt er zorg voor dat het Materieel er zowel aan de binnenzijde als aan de buitenzijde verzorgd en schoon uitziet en vrij is van graffiti en schade. De Concessiehouder zorgt ervoor dat het Materieel dat hij voor de uitvoering van de Concessie inzet of laat inzetten iedere dag ten minste voor het begin van de dienst aan de binnenzijde wordt gereinigd, waarbij hij door Reizigers (bij normaal gebruik) veel gebruikte contactpunten desinfecteert. 17. De Concessiehouder reinigt de buitenzijde van het Materieel dat hij voor de uitvoering van de Concessie inzet of laat inzetten, waaronder mede begrepen Buurtbussen ook als die bij de woning van een vrijwilliger wordt gestald, ten minste eens per week in de maanden oktober tot en met maart, en ten minste eens per twee weken in de maanden april tot en met september. 18. De Concessiehouder verwijdert graffiti op het Materieel zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een week na constatering.
Indien er sprake is van racistische en/of haatzaaiende uitingen, zet de Concessiehouder het Materieel niet voor de uitvoering van de Concessie in zolang de betreffende uiting(en) nog niet is (zijn) verwijderd.
Artikel 4.5.7 Veiligheidsmanagementsysteem voor de inzet van Nulemissiebussen 1.
De Concessiehouder beschikt over een Veiligheidsmanagementsysteem (VMS) voor de inzet van Nulemissiebussen.
2.
Onderdeel van het VMS is een veiligheidsplan, waarin de Concessiehouder aangeeft welke preventieve en mitigerende maatregelen hij neemt ten behoeve van de fysieke veiligheid (in ieder geval omvat dit veiligheidsbeleid, gevaaridentificatie en veiligheidstraining en -promotie) in Nulemissiebussen en in de nabijheid van Productiemiddelen en hoe hij de melding en registratie van voorvallen (d.w.z. Incidenten, Calamiteiten en/of doelbewuste acties) organiseert. Ook legt de Concessiehouder in het VMS afspraken vast met Wegbeheerders,
59 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
politie, brandweer en concessiehouders van aangrenzende concessiegebieden die in het Concessiegebied, of op de Trajecten waar de Concessiehouder Openbaar Vervoer verricht, actief zijn. 3.
Het VMS is gebaseerd op een risicoanalyse van het gebied waar Nulemissiebussen worden ingezet. Daarbij speelt de batterij- of waterstofaandrijftechniek een belangrijke rol.
4.
De Concessiehouder evalueert het VMS jaarlijks en legt een op basis van deze evaluatie geactualiseerd veiligheidsplan ter toetsing voor aan de Concessieverlener en de betreffende veiligheidsregio. Evaluatie vindt plaats op basis van onder andere ervaringen, uitkomsten van oefeningen en toetsing van uitgevoerde mitigerende maatregelen.
Artikel 4.5.8 Buurtbussen 1.
De Concessiehouder stelt bij aanvang van de Concessie voor elke Buurtbuslijn zoals genoemd in tabel 3.6 alsmede voor elke nieuwe Buurtbuslijn als bedoeld in artikel 3.5.3, lid 2 ten minste één nieuwe Buurtbus ter beschikking. De Concessiehouder zorgt er voor dat deze Buurtbus tot het moment van vervanging door een nieuwe Buurtbus vanwege de leeftijdseis zoals geformuleerd in artikel 4.5.1 dan wel tot het einde van de Concessie beschikbaar blijft voor de uitvoering van de Buurtbuslijn. Vervanging van een Buurtbus vanwege de leeftijdseis zoals geformuleerd in artikel 4.5.1 of vanwege permanente uitval is voor rekening en risico van de Concessiehouder.
2.
De Concessiehouder voorziet iedere Buurtbus in ieder geval van: a.
een automatisch openende en sluitende instapdeur;
b.
winterbanden tijdens het winterseizoen;
c.
een kluisje met cijfercode voor de mobiele telefoon en de contactsleutels (indien de buurtbusvereniging dit wenst); en
d. 3.
een vast in het Voertuig gemonteerde Kaartlezer.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat vrijwilligers van buurtbusverenigingen training en instructies met betrekking tot het gebruik van de Buurtbussen inclusief apparatuur ontvangen alvorens zij deze in gebruik nemen.
4.
De Concessiehouder stelt, indien een buurtbusvereniging hierom verzoekt, per ter beschikking gestelde Buurtbus één mobiele telefoon met handsfree set ter beschikking, die de chauffeur gratis kan gebruiken voor communicatie tijdens de uitvoering van de Buurtbuslijn.