Bijlage 1 Ontwerp PvE OV Concessie
Tekst van het document
Tabel 3.4 Bedieningstijden Openbaar Vervoer Bedieningsperiode Spits
Werkdag
Zaterdag
Zon- of Feestdag
7.00 – 9.00;
-
-
7.00 – 18.00 uur
9.00 – 18.00 uur
15.30 – 18.30 uur Dag
6.00 – 7.00; 9.00 – 15.30 uur
Avond, vroeg
18.30 – 20.00 uur
-
-
Avond
20.00 – 0.00 uur
18.00 – 0.00 uur
18.00 – 0.00 uur
Artikel 3.2.4 Verplichte verbindingen en frequenties 1.
De Concessiehouder biedt tijdens de bedieningstijden zoals bedoeld in tabel 3.4 van en naar alle verplicht te bedienen Haltes zoals bedoeld in tabel 3.3 en in artikel 3.2.2 minimaal a.
Een Rechtstreekse Verbinding van en naar minimaal één door op het betreffende tijdstip door Vast Vervoer bediende Halte waarvandaan verder gereisd kan worden naar relevante bestemmingen.
b.
Een Verbinding met maximaal één overstap van en naar minimaal één verplichte ovKnooppunt, zoals bedoeld in tabel 3.2.
2.
De Concessiehouder biedt op de in lid 1 aangegeven verplichte verbindingen per type kern zoals opgenomen in tabel 3.3 ten minste het in tabel 3.5 beschreven voorzieningenniveau aan in de vorm van de aantallen per uurblok en richting te bieden Ritten of, in het geval van vraagafhankelijk Maatwerkvervoer, reismogelijkheden. Deze Ritten of reismogelijkheden biedt de Concessiehouder voor elke te bedienen Halte(s) per kern (zoals bedoeld in tabel 3.3).
3.
De Concessiehouder spant zich maximaal in om op de in lid 2 bedoelde verbindingen reismogelijkheden en/of Ritten aan te bieden conform de in tabel 3.5 tussen haakjes aangegeven minimumfrequenties (toekomstbeeld). De Concessiehouder geeft in zijn Inschrijving aan hoe hij er naar toe werkt om deze minimumfrequenties te realiseren en op welk termijn hij deze frequenties implementeert.
4.
Het is de Concessiehouder toegestaan met een combinatie van Lijnen te voldoen aan de minimumfrequenties zoals genoemd in tabel 3.5.
21 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Tabel 3.5 Minimumfrequenties start concessie, en toekomstbeeld per Kern (tussen haakjes): reismogelijkheden per uur en per richting voor de minimaal te bedienen Halte(s) Te bedienen
Werkdagen
gebied Spits
Dag
1M (1M)
1M (1M)
1 (1)
Avond
Weekend Zo/Fd,
Avond
Za, Dag
1M (1M)
1M (1M)
1M (1M)
1M (1M)
1M (1M)
1 (1)
1M (1)
1M (1M)
1M (1M)
1M (1M)
1M (1M)
2 (2)
1 (2)
1 (2)
1 (1)
1 (2)
1 (2)
1 (1)
2 (4)
2 (4)
2 (4)
1 (2)
1 (2)
1 (2)
1 (2)
vroeg
Avond
Dag
Kernen genoemd in Bijlage B5 met 200 tot 1.500 inwoners Kernen genoemd in Bijlage B5 met 1.500 tot 3.000 inwoners
1)
Kernen genoemd in Bijlage B5 met meer dan 3.000 inwoners Kernen genoemd in Bijlage B5 met meer dan 5.000 inwoners M
Het voorzieningenniveau mag worden ingevuld met maatwerkvervoer, waarbij ten minste het aantal genoemde
1)
Alsmede Herkingen en Stad aan ’t Haringvliet.
vertrek- en aankomstmogelijkheden per uurblok moet worden geboden.
Artikel 3.2.5 Bediening Grensoverschrijdende Verbindingen
1.
De Concessiehouder biedt op de in tabel 3.6 opgenomen Grensoverschrijdende Verbindingen per
Halte minimaal de in de tabel aangegeven bedieningsvorm en frequenties voor verbindingen zoals bedoeld in Artikel 3.2.4, lid 1, tijdens alle bedieningsperioden zoals opgenomen in tabel 3.4.
Tabel 3.6 Bediening Grensoverschrijdende Verbindingen Huidige Lijn(en)
Verbinding
Minimale bedieningsvorm per Halte
104
Gemeentegrens Goeree-Overflakkee
Maatwerkvervoer
(N57) – Renesse Transferium 104, 604, 630
169, 669
Gemeentegrens Goeree-Overflakkee
Vast Vervoer en
(N57) – Spijkenisse Centrum (metro)
Scholierenvervoer
Gemeentegrens Goeree-Overflakkee
Maatwerk- en Scholierenvervoer
(A29) – Willemstad Steenpad Gemeentegrens Hoeksche Waard (A29) –
716
Maatwerkvervoer
Barendrecht Station (trein) 163, 663
Gemeentegrens Hoeksche Waard (A29) –
Vast Vervoer
Rotterdam Lombardijen Station (trein) 160, 166, 170, 171, 172,
Gemeentegrens Hoeksche Waard (A29) –
436, 437
Rotterdam Zuidplein (metro)*
22 van 161
R-net-Lijn(en)
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Tabel 3.6 Bediening Grensoverschrijdende Verbindingen Huidige Lijn(en)
Verbinding
Minimale bedieningsvorm per Halte
166, 176
Gemeentegrens Hoeksche Waard (N217)
Vast Vervoer
– Dordrecht Station (trein) *De Concessiehouder mag (maar is niet verplicht om) op deze Grensoverschrijdende Verbindingen de Halte Rotterdam, Vaanweg bedienen.
2. De Concessiehouder bedient daarbij de volgende Grensoverschrijdende Verbindingen met Lijnen van het Vaste Vervoer met op de hele route van de Grensoverschrijdende Verbinding per uur en richting minimaal de volgende frequenties:
Tabel 3.7 Minimumfrequenties Grensoverschrijdende Verbindingen Corridor
Minimale frequenties
Gemeentegrens Goeree-Overflakkee (N57) – Spijkenisse
Conform de eisen aan Kernen met meer
Centrum (metro)
dan 3.000 inwoners zoals bedoeld in tabel 3.5
Gemeentegrens Hoeksche Waard (N217) – Dordrecht Station
Conform de eisen aan Kernen met meer
(trein)
dan 5.000 inwoners zoals bedoeld in tabel 3.5
3.
Wanneer de concessieverlener van een naburige concessie de Concessiehouder verzoekt een offerte uit te brengen over de bediening van een aanvullende grensoverschrijdende verbinding, is de Concessiehouder verplicht om een aanbod voor de vergoeding voor het bieden van deze bediening uit te brengen. De bediening van deze grensoverschrijdende verbinding maakt geen deel uit van de Concessie, waardoor hiervoor andere dan in deze Concessie opgenomen eisen van toepassing kunnen zijn. Desgewenst dient de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener aan te tonen dat deze aanvullende verbinding geen negatieve effecten op de Concessie heeft.
Artikel 3.2.6 Verplichte R-net-corridors en frequenties 1.
De Concessiehouder bedient alle Corridors zoals weergegeven in figuur 3.1 en zoals beschreven in tabel 3.8 in elk geval met R-net-Lijnen. Uitlopers zijn in de tabel cursief gemarkeerd.
23 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Figuur 3.1:
Verplichte R-net-Corridors inclusief uitlopers van R-Net-Corridors
R-net-verbindingen HWGO
Zuidplein R net
OUDE MAAS
SPUI
OudBeijerland
R net
R net
Heinenoord busstation
Numansdorp /A29
Stellendam
HARINGVLIET
Goedereede
R net
P+R De Tienvoet Bosschen
DORDTSE KIL
R net
Goudswaard
Dirksland Sommelsdijk
R net
Ouddorp
HOLLANDS DIEP
Middelharnis Nieuwe Tonge
Oude Tonge
Den Bommel N59/P+R
Legenda: R-net Uitloper R-net met beperkte frequentie
Facultatieve uitloper R-net met beperkte frequentie
Tabel 3.8 Overzicht bestaande en toekomstige R-net-Corridors Huidige Lijnen
Verbinding
436/104
Ouddorp – Stellendam1 )
436
Stellendam – Dirksland Ziekenhuis
436/437
Dirksland Ziekenhuis – Middelharnis gemeentehuis
436/437
Middelharnis gemeentehuis – Oude Tonge Busstation
436/437
Oude Tonge Busstation – Rotterdam Zuidplein
160/170
Goudswaard – Oud-Beijerland Zinkweg
160/170, 163,
Oud-Beijerland Zinkweg – Heinenoord, Tienvoet (via Rembrandtstraat en
171/1722)
Stougjeswijk)3)
171/172*
Oud-Beijerland Zinkweg – Heinenoord, Tienvoet (via Bierkade)
160
Heinenoord, Tienvoet – Heinenoord busstation – Rotterdam Zuidplein
170, 171/172*
Heinenoord, Tienvoet – Rotterdam Zuidplein (rechtstreeks)
1)
Dit traject mag geheel of gedeeltelijk worden uitgevoerd door een HOV- of Streeklijn in plaats van een R-net-Lijn.
2)
De route van de huidige buslijnen 160/170 en 171/172 wijkt gedeeltelijk af van de geplande R-net-corridor.
3)
De Concessiehouder maakt daarbij gebruik van de busbaan in Oud-Beijerland Stougjeswijk zoals opgenomen in Bijlage 4. Zie ook de aanvullende bepalingen in lid 3.
*
2.
Deze lijnen zijn in de huidige situatie geen R-net-Lijnen.
De Concessiehouder is verplicht om de R-net-Corridor Rotterdam Zuidplein – Oude Tonge – Dirksland – Stellendam te exploiteren overeenkomstig de in Bijlage 4 beschreven routes en halteplaatsen.
3.
De Concessiehouder is verplicht de R-net-Corridor Rotterdam Zuidplein (– Heinenoord busstation) – Heinenoord Tienvoet – De Bosschen – Bierkade / Stougjeswijk-Rembrandtstraat – Oud-Beijerland Zinkweg – Goudswaard te exploiteren overeenkomstig de in Bijlage 4 beschreven routes en
24 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
halteplaatsen. In het geval dat bij start van de Concessie de busbaan Stougjeswijk en de eerste woningen in Stougjeswijk nog niet zijn opgeleverd, dient de Concessiehouder gebruik te maken van de bestaande busroute door Oud-Beijerland zoals opgenomen in Bijlage 4 en een vergelijkbaar aanbod te bieden. De Concessieverlener en de Concessiehouder maken in dit geval nadere afspraken over de bediening van de R-net-Corridor en het gebruik van R-net-bussen op de betreffende Lijnen. 4.
De Concessiehouder biedt op de R-net-Corridor zoals bedoeld in lid 3 in ieder geval een R-net-Lijn tijdens alle bedieningstijden die de twee verbindingen Goudswaard – Zinkweg en Rotterdam Zuidplein – Heinenoord busstation – Heinenoord Tienvoet bedient.
5.
De Concessiehouder biedt op de R-net-Corridors minimaal de frequenties zoals genoemd in tabel 3.9 tijdens de daarin aangegeven tijdvakken en uitsluitend met R-net-Lijnen. Daarbij geldt dat de Concessiehouder met alle Ritten alle tussengelegen R-net-Haltes op de desbetreffende Corridors bedient, tenzij anders aangegeven. De Concessiehouder mag daarbovenop aanvullende R-netLijnen en Ritten bovenop de minimale frequenties aanbieden die niet alle tussengelegen R-netHaltes bedienen.
6.
De Concessiehouder spant zich maximaal in om op de R-net-Corridors minimaal de frequenties aan te bieden conform de in tabel 3.9 tussen haakjes aangegeven minimumfrequenties (toekomstbeeld) tijdens de daarin aangegeven tijdvakken en uitsluitend met R-net-Lijnen. Daarbij geldt dat de Concessiehouder met alle Ritten alle tussengelegen R-net-Haltes op de desbetreffende Corridors bedient, tenzij anders aangegeven. De Concessiehouder geeft in zijn Inschrijving aan vanaf wanneer hij de frequenties genoemd in tabel 3.9 realiseert en hoe hij er naar toe werkt om deze frequenties te implementeren.
7.
Maatgevend of de Concessiehouder tijdens elke bedieningsperiode aan de minimumfrequenties zoals genoemd in tabel 3.9 voldoet, zijn de aankomsttijden van de eerste Rit in de maatgevende richting in elke bedieningsperiode op het Eindpunt en vertrektijden van de laatste Rit in de maatgevende richting in elke bedieningsperiode vanaf het Beginpunt van de respectievelijke R-netLijn.
25 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Tabel 3.9 Minimale bediening R-net-Lijnen (Ritten per uur en richting) inclusief toekomstbeeld1 )
Werkdagen
Corridor
Spits
Dag
Avond vroeg
Weekend, feestdagen Avond
Za, dag
Zo-fd, dag
avond
Corridor Rotterdam – Dirksland – Stellendam (– Ouddorp) Ouddorp – Stellendam7
2 (2)
2 (2)
2* (2*)
1 (2)
1 (2)
1 (2)
1 (1)
2 (2)
2 (2)
2* (2*)
1 (1)
1 (2)
1 (2)
1 (1)
4 (6*)
4 (4)
4* (4*)
1 (2*)
1 (2)
1 (2)
1 (2*)
6* (8*)
4 (4)
4* (4*)
1 (2*)
1 (2)
1 (2)
1 (2*)
6* (8*)
4 (4)
4* (4*)
1 (2*)
1 (2)
1 (2)
1 (2*)
Stellendam – Dirksland Ziekenhuis Dirksland Ziekenhuis –
M’harnis gemeentehuis
M’harnis gemeentehuis – Oude Tonge Oude Tonge – Rotterdam Zuidplein
Corridors Rotterdam Zuidplein – (Heinenoord busstation –) Heinenoord Tienvoet – OudBeijerland Zinkweg – Goudswaard Goudswaard – Zinkweg
2 (4)
2 (4)
2* (4*)
1 (2)
1 (2)
1 (2)
1 (1)
4 (6)
2 (4)
2* (4*)
2 (2)
2 (2)
2 (2)
1 (2)
4 (6)
2 (4)
2* (4*)
2 (2)
2 (2)
2 (2)
1 (2)
4 (6)
2 (4)
2* (4*)
2 (2)
2 (2)
2 (2)
1 (2)
4 (6)
2 (4)
2* (4*)
2 (2)
2 (2)
2 (2)
1 (2)
Zinkweg – Tienvoet (via Rembrandtstr.Stougjeswijk)2) Zinkweg – Tienvoet (via Bierkade) Tienvoet – Zuidplein (via Heinenoord busstation)** Tienvoet – Zuidplein (rechtstreeks)
*In de maatgevende richting. In de andere richting volstaat een lagere bediening conform de volgende criteria:
Één Rit per uur een richting bij een aangegeven bediening van twee Ritten per uur en richting; Twee Ritten per uur en richting bij een aangegeven bediening van vier Ritten per uur en richting; Vier Ritten per uur en richting bij een aangegeven bediening van zes of acht Ritten per uur en richting.
** De Ritten die gebruik maken van de route via Heinenoord busstation mogen alternatief gebruikmaken van de rechtstreekse route tussen Tienvoet en Zuidplein in het geval dat er op
7
Dit traject mag geheel of gedeeltelijk worden uitgevoerd door een HOV- of Streeklijn in plaats van een R-net-Lijn.
26 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Tabel 3.9 Minimale bediening R-net-Lijnen (Ritten per uur en richting) inclusief toekomstbeeld1 ) Heinenoord busstation op de desbetreffende Rit geen Aansluiting kan worden geboden op andere Lijnen. Dit laat onverlet de bepalingen in de artikelen 3.1.2 en 3.6.1. 1)
De tussen haakjes vermelde frequenties per uurblok hebben betrekking op het Toekomstbeeld voor de ontwikkeling van de Concessie. De Concessiehouder werkt hier gedurende de uitvoering van de Concessie naar toe.
2)
Het is toegestaan ten behoeve van scholierenvervoer een deel van de ritten (Zuidplein - ) busstation Heinenoord – Stougjeswijk – Zinkweg in de ochtendspits in de hiervoor maatgevende richting als sneldienst Heinenoord – Poortwijk Zuid – Zinkweg te laten rijden.
3.3
Lijnen van het Vaste Vervoer Artikel 3.3.1 R-net-Lijnen en -Haltes 1.
De Concessiehouder bedient met elke R-net-Lijn uitsluitend R-net-Haltes die op de R-netCorridor(s) van de desbetreffende R-net-Lijn gelegen zijn.
2.
De Concessiehouder biedt R-net-Lijnen die op een logische manier meerdere R-net-
3.
De Concessiehouder is verplicht om R-net-Lijnen met R-net-materieel te exploiteren. Inzet
Corridors, zoals bedoeld in tabel 3.8, bedienen die in elkaars verlengde liggen.
van ander materieel op R-net-Lijnen is bij uitzondering toegestaan wanneer door externe oorzaken onvoldoende R-net-bussen beschikbaar zijn.
Artikel 3.3.2 Streeklijnen en HOV-Lijnen 1.
De Concessiehouder mag Streeklijnen aanbieden om aan de bedieningseisen in de tabellen 3.1 tot en met 3.7 te voldoen.
2.
Het is de Concessiehouder toegestaan om Streeklijnen aan te bieden op verzoek van Derden, mits de Concessieverlener hier toestemming voor verleent. Het is de Concessiehouder echter niet toegestaan om de minimale bedieningseisen zoals genoemd in de tabellen 3.3 en 3.5 in te vullen met Lijnen die hij op verzoek van Derden in zijn netwerk van Vast Vervoer en Maatwerkvervoer heeft opgenomen.
3.
De Concessiehouder mag gedurende de Concessieduur een voorstel voor één of meerdere HOV-Lijnen, al dan niet in plaats van een of meerdere bestaande Lijnen, bij de Concessieverlener indienen. De Concessieverlener toetst dit voorstel op het evenwicht tussen de belangen van huidige en toekomstige (potentiële) Reizigers. De Concessiehouder mag Lijnen pas na toestemming van de Concessieverlener als HOV-Lijnen exploiteren.
4.
De Concessiehouder spant zich maximaal in om tijdens de looptijd van de Concessie door hem te bepalen Lijnen, niet zijnde R-net-Lijnen, op te waarderen tot HOV-Lijnen.
5.
De Concessiehouder mag op HOV-Lijnen een voor Reizigers aantrekkelijke, herkenbare en onderscheidende HOV-Productformule hanteren. De Concessiehouder mag deze HOVProductformule uitsluitend hanteren voor HOV-Lijnen.
6.
HOV-Lijnen dienen minimaal aan de frequentie-eisen te voldoen zoals bedoeld in tabel 3.10, tenzij de Concessieverlener anders bepaalt.
27 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Tabel 3.10 Minimale bediening HOV-Lijnen (Ritten per uur en richting) Werkdagen
HOV-Lijn
Spits
Dag
4
4
Avond vroeg
4
Zaterdagen, Zon- en Feestdagen Avond
Za, Dag
Zo/Fd, Dag
Avond
2*
2
1
1
*In de maatgevende richting, andere richting 1x per uur 7.
HOV-Lijnen dienen minimaal aan de snelheidseisen van R-net-Lijnen zoals vastgelegd in de Productformule R-net te voldoen.
Artikel 3.3.3 Ontwikkelen van HOV- en R-net-Lijnen 1.
De Concessiehouder draagt er maximaal zorg voor om de bediening van R-net-Lijnen tijdens de looptijd van de Concessie verder te verbeteren op basis van het toekomstbeeld zoals beschreven in tabel 3.9. Verder spant zich de Concessiehouder maximaal in om tijdens de looptijd van de Concessie verdere verbeteringen te realiseren die leiden tot een hogere kwaliteit van het gehele Openbaar Vervoer.
2.
De Concessieverlener betrekt de Concessiehouder bij aanpassingen van de Infrastructuur in het kader van de R-net-productformule en verwacht van de Concessiehouder een actieve en constructieve rol bij de uitwerking en tijdens de uitvoering van deze aanpassingen, bijvoorbeeld door over deze aanpassingen mee te denken of daarvoor noodzakelijk onderzoek te verrichten.
3.
De Inschrijver (tijdens de Aanbesteding) en de Concessiehouder (tijdens de Concessie) mag voorstellen doen aan de Concessieverlener om Haltes gelegen aan bestaande R-netCorridors zoals bedoeld in tabel 3.8 op te waarderen tot R-net-Haltes. Voor zover het budget van de Concessieverlener dit toelaat en hij de opwaardering waardevol acht voor Reizigers, zal de Concessieverlener zich inspannen om de betreffende Halte op te waarderen. De Concessieverlener is echter op geen enkele manier verplicht om tot opwaardering van een Halte tot R-net-Halte over te gaan. Nadat een Halte zoals bedoeld in lid 2 tot R-net-Halte is opgewaardeerd, voegt de Concessieverlener deze Halte toe aan het overzicht van R-netHaltes zoals opgenomen in Bijlage B4 en past zij, voor zover dit noodzakelijk is, de Corridor(s) zoals weergegeven in tabel 3.8 overeenkomstig aan. De Concessiehouder bedient uiterlijk vanaf het Dienstregelingjaar volgend op het moment dat de opwaardering van de Halte volledig gerealiseerd is, deze Halte overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.2.6 en 3.3.1.
4.
Gedurende de looptijd van de Concessie kan de Concessiehouder, al dan niet op verzoek van de Concessieverlener, voorstellen doen aan de Concessieverlener voor het introduceren van R-net-Lijnen op andere routes dan de Corridors die tabel 3.8 zijn weergegeven. De Concessiehouder voorziet zijn voorstellen van een onderbouwing waaruit blijkt dat de (verwachte) Vervoervraag op de betreffende routes voldoende is om de introductie van een R-net-Lijn die voldoet aan het bepaalde in artikel 3.2.6 en 3.3.1 te rechtvaardigen.
5.
Indien de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener heeft aangetoond dat introductie van een HOV- en/of R-net-Lijn op een bepaalde route gerechtvaardigd is, kan de Concessieverlener, na afstemming met de betreffende Wegbeheerder(s), besluiten tot
28 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
aanpassing van de Infrastructuur als bedoeld in lid 2. De Concessiehouder kan hieraan echter geen rechten ontlenen. 6.
Alleen indien de Concessieverlener besluit tot aanpassing van de Infrastructuur als bedoeld in leden 2 en 5, bedient de Concessiehouder uiterlijk vanaf het Dienstregelingjaar volgend op het moment dat de aanpassing van de Infrastructuur gerealiseerd is, de betreffende route en/of R-net-Haltes met een R-net-Lijn die voldoet aan het bepaalde in artikel 3.2.6 en 3.3.1.
7.
De Concessiehouder legt gedurende de looptijd van de Concessie, als onderdeel van het Vervoerplan, voorstellen voor eventuele wijzigingen in zijn aanbod aan Productformules zoals opgenomen in zijn Inschrijving ter goedkeuring aan de Concessieverlener voor en volgt daarbij de procedure zoals beschreven in artikel 3.6.2. De Concessieverlener is niet verplicht om het in de vorige volzin bedoelde voorstel goed te keuren.
Artikel 3.3.4 Buurtbuslijnen 1.
De Concessiehouder faciliteert de door de Concessieverlener op basis van de Regeling Buurtbusprojecten van de Provincie (of diens eventuele opvolger) goedgekeurde Buurtbuslijnen8 zoals genoemd in tabel 3.11 en neemt deze op in zijn netwerk van Vast Vervoer.
Tabel 3.1 1 Overzicht bestaande Buurtbuslijnen Lijn
Buurtbusproject
711
Oud-Beijerland Boezemsingel – Numansdorp Viaduct A29 en v.v.
712
Oud-Beijerland Debussyring – Zuid-Beijerland Oldenbarneveltstraat en v.v.
715
Strijen Politiebureau – ’s Gravendeel Weegje en v.v.
716
Heinenoord Witte Boederij – Barendrecht Station v.v.
735
Middelharnis Gemeentehuis – Ooltgensplaat Weespad v.v.
2.
In het geval dat de Concessiehouder gebruikmaakt van Buurtbuslijnen om aan de bedieningseisen van Kernen met Vast Vervoer als minimale bedieningsvorm zoals bedoeld in de tabellen 3.3 en 3.5 te voldoen, is de Concessiehouder verplicht om eventuele Rituitval door een tekort aan vrijwillige chauffeurs bij de betreffende buurtbusvereniging te voorkomen door eigen Personeel in te zetten.
3.
In het geval dat een buurtbusvereniging ophoudt te bestaan, treden de Concessiehouder, de Concessieverlener en de betreffende gemeente(n) in overleg. Daarbij behoudt de Concessieverlener zich het recht voor om de bedieningseisen voor de betreffende verbinding te verlagen.
4.
Al dan niet op verzoek van een (nieuwe) buurtbusvereniging kan de Concessieverlener, na overleg met betrokken Gemeente(n) en de Concessiehouder, besluiten om de in lid 1 genoemde Buurtbuslijnen uit te breiden of te beëindigen dan wel hier Buurtbuslijnen aan toe te voegen. De Concessiehouder is verplicht hieraan medewerking te verlenen.
5.
Het is de Concessiehouder niet toegestaan nieuwe Buurtbuslijnen te initiëren en/of Buurtbuslijnen te beëindigen zonder voorafgaand overleg van de Concessieverlener.
8
De vermelde lijnnummers zijn gebaseerd op de dienstregeling 2023 ingaande 15-12-2022. De lijnnummers zijn slechts ter indicatie aangegeven.
29 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
6.
In afwijking van het bepaalde in lid 5 mag de Concessiehouder Buurtbuslijnen beëindigen wanneer de Concessiehouder alternatief Vast Vervoer aanbiedt waarbij het alternatieve Vaste Vervoer met minimaal dezelfde frequenties minimaal alle Haltes van de betreffende Buurtbuslijn bedient.
7.
In afwijking van het bepaalde in lid 5 mag de Concessiehouder in zijn inschrijving extra Buurtbuslijnen opnemen als hij daar mogelijkheden toe ziet. De Concessiehouder is in dat geval verantwoordelijk voor het realiseren van de Buurtbus; wanneer dit niet (tijdig) lukt dient de Concessiehouder de verbinding met eigen personeel te exploiteren als Lijn van het Vaste Vervoer.
8.
De Concessiehouder richt samen met de betreffende buurtbusvereniging de exploitatie van een Buurtbuslijn zodanig in dat op ten minste één Overstappunt of ov-Knooppunt sprake is van een veilige, comfortabele en Gegarandeerde Aansluiting tussen Buurtbussen en Vast Vervoer en/of de trein.
9.
De Concessiehouder ondersteunt elke buurtbusvereniging in het Concessiegebied bij het jaarlijkse opstellen van de Dienstregeling voor Buurtbuslijnen inclusief route en halteplaatsen, alsmede bij het maken van dienstroosters. De Concessiehouder stemt zijn Dienstregeling tijdig af met de betreffende buurtbusvereniging, opdat buurtbusverenigingen tijdig advies kunnen uitbrengen over eventuele wijzigingen in de Dienstregeling (zie ook artikel 3.6.2, lid 5).
10. De Concessiehouder stelt één vaste contactpersoon beschikbaar die beschikt over voldoende mandaat om namens de Concessiehouder besluiten te kunnen nemen over dagelijkse aangelegenheden in relatie tot het vervoer per Buurtbus en die als aanspreekpunt fungeert voor alle buurtbusverenigingen in het Concessiegebied. 11. De Concessiehouder initieert ten minste één keer per jaar een gezamenlijk overleg (over onder andere ontwikkelingen en de uitvoering van de Buurtbuslijnen) met de Concessieverlener en vertegenwoordigers van alle (potentiële) buurtbusverenigingen in het Concessiegebied. 12. De Concessiehouder maakt met alle (potentiële) buurtbusverenigingen afspraken over de verdeling van verantwoordelijkheden rondom de exploitatie van Buurtbuslijnen, waarbij hij chauffeurs van Buurtbuslijnen vrijwaart van aansprakelijkheid voor schade en ongevallen tijdens Ritten die opgenomen zijn in de Dienstregeling en voor het uitvoeren van de Dienstregeling noodzakelijke Ritten. 13. In geval van geschillen tussen de Concessiehouder en een buurtbusvereniging treden de Concessiehouder, de Concessieverlener en de desbetreffende buurtbusvereniging in overleg. Wanneer dit overleg niet tot overeenstemming leidt, neemt de Concessieverlener de eindbeslissing over het geschil.
Artikel 3.3.5 Nachtlijnen 1.
Het is de Concessiehouder toegestaan om Nachtlijnen aan te bieden, al dan niet op verzoek van en tegen betaling door Derden.
2.
Het is de Concessiehouder niet toegestaan om Nachtlijnen in te zetten om te voldoen aan de minimumbedieningseisen zoals opgenomen in de artikelen 3.2 en 3.3, tenzij de Concessieverlener toestemming daarvoor verleent.
30 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
3.
De Concessiehouder mag eventuele (Gewogen) Dienstregelinguren die hij inzet op Nachtlijnen, niet meetellen bij (de invulling van) het in de Inschrijving aangeboden aantal Gewogen Dienstregelinguren.
Artikel 3.3.6 Scholierenlijnen 1.
Het is de Concessiehouder toegestaan om Scholierenlijnen aan te bieden, al dan niet op verzoek van en tegen betaling door Derden.
2.
De Concessiehouder biedt in ieder geval op de volgende verbindingen Scholierenlijnen of Scholierenritten:
Tabel 3.1 2 Verplichte Scholierenlijnen en/of -ritten Huidige
Route (dienstregeling 2023)
Onderwijsinstelling(en)
Ouddorp Bernhardweg – Stellendam busstation –
Helenium, Albeda,
Hellevoetsluis Amnesty Internationallaan
Penta College
Hellevoetsluis Amnesty Internationallaan –
CSG Prins Maurits,
Stellendam busstation – Middelharnis gemeentehuis
Regionale scholen-
– Sommelsdijk campus
gemeenschap Goeree-
Ooltgensplaat – Achthuizen – Den Bommel N59
Overflakkee, Albeda
lijnnummer 604
630
635
P+R – Den Bommel – Stad aan ’t Haringvliet – Middelharnis gemeentehuis 1 ) Ouddorp Bernhardweg – Stellendam provinciale
639
weg N215 – Melissant – Middelharnis gemeentehuis
– Sommelsdijk campus 662
Numansdorp viaduct A29 – Zuid-Beijerland –
CSG Willem van Oranje,
Zuidzijde – Oud-Beijerland Zinkweg
Hoeksch Lyceum, Actief College
667
669
Strijen – De Klem – Klaaswaal – Oud-Beijerland
Zie bovenstaand plus
Zinkweg
Yuverta Klaaswaal
Willemstad – Numansdorp A29 – Klaaswaal – OudBeijerland Zinkweg
1)
Lijn 635 vervult ook een rol in het reguliere vervoer; deze lijn mag worden gebruikt om aan de ontsluitingseisen te voldoen mits de hiervoor benodigde ritten ook in de schoolvakanties worden geboden.
3.
De Concessiehouder biedt reismogelijkheden met Scholierenlijnen en –ritten waarvan de Dienstregeling wordt jaarlijks afgestemd met in ieder geval de Onderwijsinstellingen, zoals opgenomen in tabel 3.12 die hij met de Scholierenlijnen en –ritten bedient. De Concessiehouder mag verder Scholierenlijnen en -ritten bieden naar elke overige Onderwijsinstelling.
4.
De Concessiehouder hoeft een Scholierenlijn en/of Scholierenritten niet aan te bieden op dagen dat op alle door de betreffende Scholierenlijn en/of Scholierenritten bediende scholen geen onderwijs wordt gegeven, mits de Concessiehouder dit duidelijk communiceert naar Reizigers.
31 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
5.
De Concessieverlener heeft in de huidige concessie afspraken gemaakt met de gemeente Goeree-Overflakkee en een aantal scholen in de betreffende gemeente over het spreiden van de lestijden. De Concessieverlener gaat deze afspraken verlengen en heeft de ambitie om ook in gemeente Hoeksche Waard soortgelijke afspraken te maken. De Concessiehouder mag de afspraken met de scholen in Goeree-Overflakkee gebruiken als uitgangspunt bij het opstellen van het Vervoerplan, maar blijft daarbij te allen tijde gehouden aan de vervoerplicht (artikel 4.3.2)
3.4
Maatwerkvervoer Artikel 3.4.1 Maatwerkvervoer
1.
2.
De Concessiehouder is verplicht om alle Haltes, zoals bedoeld in artikel 3.2.2, lid 1, binnen het betreffende uurblok waarin deze Haltes niet met Vast Vervoer worden bediend, met Maatwerkvervoer te bedienen. De door de Concessiehouder aangeboden Maatwerkvervoervormen voldoen in ieder geval aan alle volgende voorwaarden: a.
De Maatwerkvervoervorm biedt vervoer met een Bus of Auto tussen
o
Haltes gelegen in het Concessiegebied; en/of
o
Tussen een met Maatwerkvervoer te ontsluiten Halte op Grensoverschrijdende Verbindingen en een Overstappunt gelegen in het Concessiegebied;
waarvan er ten minste één van de twee Haltes niet binnen een periode van 30 minuten voor tot 30 minuten na vertrek wordt bediend met Vast Vervoer; b.
De Maatwerkvervoersvorm biedt vervoer over een maximale reisafstand van 15 kilometer hemelsbreed;
c.
De Maatwerkvervoersvorm biedt uitsluitend vervoer over reisrelaties tussen twee of meer Haltes; bij verplaatsingen binnen de bebouwde kom dient of de vertrek- of de aankomsthalte op het moment van vertrek respectievelijk aankomst te worden bediend met Vast Vervoer.
d.
De Maatwerkvervoersvorm biedt geen vervoer over reisrelaties met een reisafstand van meer dan drie kilometer wanneer daarbij voor maximaal de helft van de afstand, gemeten op basis van de meest logische rijroute, gebruik kan worden gemaakt van Vast Vervoer.
3.
De Concessiehouder mag Maatwerkvervoervormen aanbieden die de volgende kenmerken hebben: a.
Geen of alleen deels vaste vertrek- en aankomsttijdstip van en op Haltes; en/of
b.
Geen of alleen een deels vaste route en Haltes; en/of
c.
(Gedeeltelijk) Oproepafhankelijk waarbij de Reiziger (voor het in- en uitstappen op sommige Haltes) vooraf moet reserveren, zoals bedoeld in artikel 3.4.2.
4.
In het geval dat de Concessiehouder een Maatwerkvervoervorm aanbiedt zonder een vaste route, zorgt de Concessiehouder in het geval van een gecombineerde Rit (een Rit met minimaal twee Reizigers die verschillende vertrek- en/of aankomsthaltes hebben) ervoor dat de reistijd voor elke Reiziger met deze Maatwerkvervoervorm maximaal tien minuten langer is dan de reistijd van de directe route van vertrek- tot aankomsthalte. De Concessiehouder neemt daarbij de eisen aan (Gegarandeerde) Aansluitingen in acht.
32 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Artikel 3.4.2 Aanvullende bepalingen (gedeeltelijk) oproepafhankelijk Maatwerkvervoer 1.
In het geval van een (gedeeltelijk) oproepafhankelijke Maatwerkvervoervorm is het de Concessiehouder toegestaan om het aantal reismogelijkheden van en naar de desbetreffende Halte te beperken tot één mogelijkheid per uurblok.
2.
In het geval van oproepafhankelijk Maatwerkvervoer zonder een vaste Dienstregeling dient de gereserveerde Rit nooit later dan 15 minuten na het gereserveerde vertrektijdstip vanaf de vertrekhalte te vertrekken. De Concessiehouder houdt daarbij rekening met (Gegarandeerde) Aansluitingen op OV-Knooppunten en Overstappunten, zoals bedoeld in de artikelen 3.1.2 en 3.6.1.
3.
In het geval van een (gedeeltelijk) oproepafhankelijke Maatwerkvervoervorm biedt de Concessiehouder ten minste de volgende mogelijkheden voor het reserveren van de respectievelijke Maatwerkvervoervorm: a.
Telefonisch op een gratis telefoonnummer tijdens ten minste de bedieningstijden van het Openbaar Vervoer zoals vastgelegd in tabel 3.4.
b. 4.
Via een gratis app.
De Concessiehouder spant zich maximaal in om bij start van of tijdens de looptijd van de Concessie overige mogelijkheden voor het reserveren van oproepafhankelijke Ritten aan te bieden en te ontwikkelen, waaronder het reserveren bij de chauffeur van Rit van het Vaste Vervoer en reserveringszuilen op logische Haltes en/of in Voertuigen. De Concessiehouder dient in ieder geval in zijn Kwaliteitsplan voorstellen in hoe Reizigers op andere manieren kunnen reserveren dan in lid 3 aangegeven. De Concessiehouder mag voor dergelijke reserveringsmogelijkheden kortere vooraanmeldtijden, zoals bedoeld in lid 7, hanteren.
5.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat de centrale minimaal 70% van de gemaakte belpogingen voor het reserveren van een Rit binnen 30 seconden opneemt en begint met het aannemen van de reservering. De Concessiehouder dient voor 100%
6.
van de gemaakte belpogingen voor het reserveren van Rit ervoor te zorgen dat de centrale binnen 60 seconden de telefoon opneemt en begint met het aannemen van de reservering. Wanneer iemand aan de telefoon in de wacht wordt gezet of een wachtrijmelder te horen krijgt, geldt dat niet als het opnemen van de telefoon zoals hierboven bedoeld.
7.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat Reizigers bij hun reservering van een oproepafhankelijke Rit kunnen aangeven of zij een Functiebeperking (in het bijzonder: een mobiliteitsbeperking) hebben en zet een rolstoeltoegankelijk Voertuig in indien dit gelet op deze Functiebeperking noodzakelijk is.
8.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat Reizigers in ieder geval tot 60 minuten voor het vertrektijdstip van elke te reserveren Rit deze Rit kunnen reserveren en biedt de mogelijkheid om een Rit tot minimaal zes maanden vooruit te reserveren. De Concessiehouder mag een kortere termijn dan 60 minuten hanteren. Het is de Concessiehouder toegestaan om te bepalen dat te reserveren Ritten voor het eerste uurblok van een dag een dag van tevoren tot uiterlijk 23:00 uur moeten worden gereserveerd door de Reiziger.
9.
De Concessiehouder biedt voor oproepafhankelijke Ritten de mogelijkheid om elke gereserveerde Rit tot 30 of minder minuten voor vertrek van de gereserveerde Rit zonder kosten of nadere voorwaarden te annuleren.
10. De Concessiehouder verstrekt de Reiziger direct na het maken van de reservering van een oproepafhankelijke Rit een bevestiging hiervan, waarin in ieder geval is opgenomen het vertrektijdstip, de vertrek- en aankomsthalte en een telefoonnummer dat in geval van
33 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
problemen gebeld kan worden. Vijf minuten voor de werkelijke aankomst van het voertuig op de afgesproken halte (te genereren op basis van voertuigdata) verzendt de vervoerder een melding dat de bus over vijf minuten arriveert. Deze meldingen worden met een pushbericht (bij gebruik van de app) of in een SMS (bij telefonische reservering) verzonden. 11. Het is de Concessiehouder toegestaan om Reizigers die meermaals niet op komen opdagen voor een gereserveerde Rit, na een waarschuwing voor een periode van maximaal drie maanden uit te sluiten van elke oproepafhankelijke Maatwerkvervoervorm. Daarnaast mag de Concessiehouder de kosten voor elke Rit bij de Reiziger in rekening brengen wanneer de Reiziger niet op de Vertrekhalte verschijnt (binnen het Tijdvenster van het vertrek van zijn gereserveerde Rit). 12. De Concessiehouder zorgt ervoor dat Reizigers overeenkomstig het bepaalde in dit artikel Maatwerkvervoervormen ook via MaaS-aanbieders kunnen reserveren.
3.5
Lijnnummering Artikel 3.5.1 Eisen aan de nummering van Lijnen 1.
De Concessiehouder nummert de Lijnen in overeenstemming met door de Concessieverlener goedgekeurde uitgangspunten voor de lijnnummering.
2.
De Concessiehouder kent op de volgende manier lijnnummers aan Lijnen toe: a.
Streeklijnen: een driecijferig nummer, beginnend met een 1;
b.
R-net-Lijnen: een driecijferig nummer, beginnend met een 4;
c.
Maatwerkvervoer (Met vaste, gepubliceerde Dienstregeling en/of vaste route): een driecijferig nummer, beginnend met een 5;
3.
d.
Scholierenlijnen: een driecijferig nummer, beginnend met een 6;
e.
Buurtbuslijnen: een driecijferig nummer, beginnend met een 7;
f.
Nachtlijnen: een nummer beginnend met een “N” gevolgd door 2 cijfers.
De Concessiehouder spant zich in om het huidige lijnnummersysteem voor Lijnen in de Hoeksche Waard voort te zetten. Hiervoor geldt dat voor Lijnen die op busstation Heinenoord stoppen en Aansluiting bieden op andere lijnen, het tweede cijfer van het lijnnummer een ‘6’ is; Lijnen die busstation Heinenoord niet bedienen, hebben als tweede cijfer van het
lijnnummer een ‘7’. Dit systeem dient ook te worden toegepast op de R-net-lijnen naar OudBeijerland en Goudswaard. 4.
Het is de Concessiehouder niet toegestaan om Lijnen die rijden op de routes zoals beschreven in Bijlage B2 lijnnummers toe te kennen die in gebruik zijn in de desbetreffende aangrenzende concessie(s).
5.
De kosten van wijzigingen van de lijnnummering, waaronder begrepen de eventuele kosten als gevolg van aanpassing van het OV-Betaalsysteem, zijn voor rekening en risico van de Concessiehouder.
34 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
3.6
Dienstregeling Artikel 3.6.1 Dienstregeling 1.
De Concessiehouder voert het Vaste Vervoer en Maatwerkvervoer, voor zover het vaste aankomst- en vertrektijdstippen heeft, uit op basis van een Dienstregeling die hij publiceert conform het bepaalde in artikel 4.7.1, lid 5.
2.
De Concessiehouder baseert de Dienstregeling op in de praktijk haalbare rij- en halteringstijden, waarbij hij zelf verantwoordelijk is voor de inschatting of gehanteerde rij- en halteringstijden in de praktijk haalbaar zijn. Waar relevant maakt de Concessiehouder onderscheid tussen rijtijden op werkdagen tijdens de Spits en buiten de Spits, op zaterdagen en op zon- en Feestdagen en hanteert hij eventueel afwijkende rijtijden voor de Vakantiedienstregeling. De Concessiehouder baseert de rij- en halteringstijden op de analyse van de rijtijden en Aansluitingen zoals genoemd in Bijlage B12 waarbij de 85%percentielwaarde bepalend is voor de te hanteren rijtijd per Rit. De Concessiehouder onderbouwt ten genoegen van de Concessieverlener eventuele wijzigingen in de rij- en halteringstijden in het Vervoerplan, waarbij de Concessiehouder voor de Dienstregeling voor het Dienstregelingjaar 2026 de wijzigingen aangeeft en onderbouwt ten opzichte van de rijtijden volgens de Dienstregeling voor het Dienstregelingjaar 2024.
3.
De Concessiehouder neemt in ieder geval alle Haltes als genoemd in artikel 3.2.2 en eventueel logisch gelegen Tijdhaltes op in de Dienstregeling.
4.
De Concessiehouder stemt zijn Dienstregeling en Aansluitingen op relevante in het Concessiegebied en op de Grensoverschrijdende Verbindingen gelegen ov-Knooppunten en Overstappunten zo goed mogelijk af met andere concessiehouders die de respectievelijke Overstappunten (mogen) bedienen.
5.
De Concessiehouder zet zijn Dienstregeling dusdanig op dat op ov-Knooppunten en Overstappunten in ieder geval veilige en comfortabele Aansluitingen worden geboden op Lijn(en) met de laagste frequentie(s). De Concessiehouder zorgt daarbij ervoor dat Reizigers altijd hetzelfde vertrek- en aankomsttijdstip hebben.
6.
In aanvulling op het bepaalde in lid 5 biedt de Concessiehouder op OV-Knooppunten en Overstappunten in ieder geval een Vaste en Gegarandeerde Aansluiting
7.
a.
Tussen het Vaste Vervoer en elke Rit van het Maatwerkvervoer; en
b.
Van het Vaste Vervoer op elke Rit van een Lijn met een frequentie van 60 minuten.
De Concessieverlener kan, na overleg met de Concessiehouder, de Concessiehouder verplichten om (een) extra Halte(s), Overstappunt(en) en/of Tijdhalte(s) in de Dienstregeling op te nemen en/of (een) Halte(s), Overstappunt(en) en/of Tijdhalte(s) te verwijderen.
8.
De Concessiehouder vermeldt in de Dienstregeling alle (Gegarandeerde) Aansluitingen die hij biedt, waaronder Aansluitingen zoals bedoeld in artikel 3.1.2, lid 2 en Gegarandeerde Aansluitingen zoals bedoeld in lid 6 en 3.3.4, lid 7.
9.
De Concessiehouder mag gedurende een Dienstregelingjaar één of meerdere Vakantiedienstregelingen hanteren tijdens de vakanties van het voortgezet onderwijs in de regio Midden. De Concessiehouder onderbouwt in het Vervoerplan waarom hij ervoor kiest om in bepaalde periodes te rijden volgens een Vakantiedienstregeling en hoe deze Vakantiedienstregeling aansluit bij de Vervoervraag in deze periodes.
35 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Artikel 3.6.2 Wijzigingen van de Dienstregeling en Vervoerplan 1.
De Concessiehouder mag de Dienstregeling maximaal vier maal per Dienstregelingjaar wijzigen (de eventuele overgangen van de reguliere Dienstregeling naar de Vakantiedienstregeling en vice versa en tijdelijke wijzigingen van de Dienstregeling voor Scholierenlijnen niet meegerekend), tenzij de Concessiehouder en de Concessieverlener anders overeenkomen (bijvoorbeeld in geval van tijdelijke (lokale) wijzigingen).
2.
De Concessiehouder onderbouwt voorstellen voor het wijzigen van de Dienstregeling in het Vervoerplan voor het betreffende Dienstregelingjaar. Het Vervoerplan bevat in ieder geval een gemotiveerd voorstel voor aanpassingen van de lijnvoering (routes, Haltes, ovKnooppunten, Overstappunten en/of Tijdhaltes), vertrek- en aankomsttijden, rijtijden, frequenties, (Gegarandeerde) Aansluitingen (op Vast Vervoer en Maatwerkvervoer), de tariefkilometermatrix per Lijn zoals genoemd in artikel 4.1.2, lid 9, Infrastructuur (in overleg met de betreffende Wegbeheerder(s)) en andere aspecten van het aanbod van Openbaar Vervoer. De Concessiehouder gaat daarbij in ieder geval in op: a.
Het bedienen van specifieke typen (potentiële) Reizigers door middel van een op hun behoeften afgestemd aanbod van Openbaar Vervoer en Maatwerkvervoer;
b.
De wijze waarop hij tegemoet komt aan de hogere Vervoervraag gedurende de Spits en naar attracties; en
c.
De criteria die ten grondslag liggen aan de eventuele keuze voor de inzet van Maatwerkvervoervorm(en) zonder vaste route en/of die oproepafhankelijk zijn.
3.
De Concessiehouder actualiseert jaarlijks voorafgaand aan het opstellen van het Vervoerplan de gegevens over het aantal inwoners per Kern en de omvang en grenzen van bestaande en eventuele nieuwe Kernen in het Concessiegebied op basis van de in Bijlage B5 genoemde bronnen en past indien nodig zijn aanbod aan Openbaar Vervoer met ingang van het daaropvolgende Dienstregelingjaar aan om aan de minimumfrequenties zoals genoemd in tabel 3.5 te blijven voldoen.9
4.
De Concessiehouder inventariseert jaarlijks bij de Regio’s en de gemeenten in het Concessiegebied de gewenste wijzigingen van het Openbaar Vervoer binnen de gemeente en betrekt deze informatie bij de onderbouwing van zijn voorstellen voor het wijzigen van de Dienstregeling zoals bedoeld in het vorige lid en neemt daarbij het bepaalde in artikel 6.3.5, lid 1 in acht.
5.
De Concessiehouder legt het Vervoerplan ter instemming voor aan de Concessieverlener en neemt daarbij het bepaalde in Bijlage B12 in acht.
6.
Voordat de Concessiehouder het Vervoerplan ter instemming aan de Concessieverlener voorlegt, legt de Concessiehouder het ontwerp Vervoerplan ter advisering voor aan de Stuurgroep OV-HWGO, het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) en de buurtbusverenigingen en neemt daarbij het bepaalde in respectievelijk artikel 6.3.2, artikel 6.2.2 en artikel 3.3.4, lid 9 in acht.
9
Dit kan het geval zijn indien:
de locatie van het Geografisch Zwaartepunt van Kernen vanaf 200 maar met minder dan 3.000 inwoners wijzigt;
het percentage woonadressen in Kernen vanaf 3.000 inwoners dat binnen de in tabel 3.3 genoemde hemelsbrede afstanden van een Halte ligt verandert; of
de Kern in omvang groeit of krimpt waardoor op deze Kern andere bedieningseisen van toepassing zijn (conform het bepaalde in tabel 3.3).
36 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
7.
De Concessieverlener toetst de voorgestelde wijzigingen in de Dienstregeling zoals opgenomen in het Vervoerplan aan onder andere het Programma van Eisen en de wijze waarop de Concessiehouder met het advies van de Stuurgroep OV-HWGO en het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGOHM) en eventuele adviezen van buurtbusverenigingen is omgegaan, waarbij hij bij afwijkingen van (delen van) de ontvangen adviezen gedegen onderbouwt waarom hij hiervan is afgeweken.
8.
De Concessieverlener geeft binnen zes weken na ontvangst van het Vervoerplan, inclusief de onderbouwing van eventuele afwijkingen van (delen van) adviezen zoals bedoeld in het vorige lid, aan of zij instemt met de in het Vervoerplan opgenomen wijzigingsvoorstellen voor de Dienstregeling. De Concessieverlener stemt in met de wijzigingsvoorstellen indien de voorstellen passen binnen de kaders van dit Programma van Eisen en de Concessiehouder eventuele afwijkingen van (delen van) de ontvangen adviezen gedegen heeft onderbouwd. Indien dit niet het geval is kan de Concessieverlener het betreffende wijzigingsvoorstel of onderdelen daarvan afkeuren, waarbij zij aan de Concessiehouder (bindende) aanwijzingen kan verstrekken om de wijzigingsvoorstellen zodanig aan te passen dat zij alsnog passen binnen de kaders van dit Programma van Eisen en/of invulling geven aan de adviezen van de Stuurgroep OV-HWGO en het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGOHM) en eventuele adviezen van buurtbusverenigingen. De Concessiehouder verwerkt aanwijzingen van de Concessieverlener in de Dienstregeling en geeft binnen zes weken na ontvangst aan hoe hij met de aanwijzingen is omgegaan.
9.
De Concessiehouder informeert de Wegbeheerders over de procedure die aan een wijziging van de Dienstregeling voorafgaat, waaronder de uiterste momenten waarop Wegbeheerders input kunnen leveren en eventueel op wijzigingsvoorstellen kunnen reageren.
37 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
4
Eisen aan de betaalbaarheid, betrouwbaarheid en kwaliteit
4.1
Tarieven en productassortiment Artikel 4.1.1 Tarieven en productassortiment 1.
De Concessiehouder hanteert uitsluitend door de Concessieverlener vastgestelde of goedgekeurde tarieven, Reisproducten en Vervoerbewijzen.
2.
De Concessiehouder heeft binnen de kaders van dit Programma van Eisen, het provinciaal Tarievenkader OV (zie Bijlage F bij het Bestek) en het Landelijk Tarievenkader (LTK) of diens eventuele opvolgers, de mogelijkheid om voorstellen te doen voor te hanteren tarieven, Reisproducten en Vervoerbewijzen (zie verder artikel 4.1.2 voor de omgang met tariefvoorstellen).
3.
De Concessiehouder accepteert de Reisproducten en conformeert zich aan de afspraken en spelregels zoals opgenomen in het LTK.
4.
De Concessiehouder hanteert vanaf aanvang van de Concessie tot 1 januari 2027 als maximum de tarieven per kilometer en per Rit genoemd in tabel 4.1 vermeerderd met de Landelijke Tariefindex (LTI) voor 2025 en 2026 (zie voor de indexering van de tarieven vanaf 1 januari 2027 artikel 4.1.2, lid 1):
Tabel 4.1 Maximumtarieven Maximum
Voor
Bijzonderheden
(prijspeil 2024)
€ 0,155 per
Openbaar Vervoer
kilometer
5.
De Concessiehouder heeft de mogelijkheid om speciale tarieven en/of Reisproducten zoals abonnementen (waaronder zoneabonnementen of vergelijkbare abonnementen) en kortingsproducten aan te bieden, bijvoorbeeld voor het reizen tijdens daluren en/of in groepen en ten behoeve van (promotie)acties. Speciale tarieven mogen niet hoger zijn dan de in tabel 4.1 genoemde tarieven per kilometer of per Rit, eventueel vermeerderd met administratiekosten.
6.
De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder zich actief inspant om, al dan niet in samenwerking met Derden, speciale tarieven en/of Reisproducten zoals genoemd in het vorige lid te ontwikkelen voor in elk geval de typen (potentiële) Reizigers genoemd in paragraaf 1.2.
7.
De Concessiehouder biedt op verzoek van Derden, na overeenstemming met de aanvrager over de afwikkeling van de financiële gevolgen en na instemming van de Concessieverlener, voor specifieke doeleinden en/of doelgroepen, bijvoorbeeld leerlingen in het speciaal onderwijs, medewerkers van sociale werkplaatsen en mensen met een Wmo-indicatie, Openbaar Vervoer tegen een speciaal tarief, onder de voorwaarde dat het speciale tarief niet strijdig is met het Tarievenkader OV en het LTK.
8.
De Concessiehouder is verplicht de in de huidige Concessie bestaande en door de gemeenten gefinancierde speciale tarieven voor de doelgroep ‘minima’ te continueren. De
38 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
verplichting vervalt wanneer gemeente(n) niet langer bereid zijn de door hen te betalen compensatie te financieren. De Concessiehouder mag de gevraagde compensatie aanpassen aan de ontwikkeling van lonen en prijzen (LBI). 9.
De Concessiehouder maakt met concessiehouders van aangrenzende concessies afspraken over de onderlinge acceptatie van Reisproducten en Vervoerbewijzen en de verdeling van opbrengsten uit deze Reisproducten en Vervoerbewijzen. De Concessiehouder dient in ieder geval het volgende te bieden: a.
De Concessiehouder maakt gezamenlijke afspraken met concessiehouders van aangrenzende concessies over de afstemming en/of integratie van Tarieven voor concessiegrensoverschrijdende reizen, in ieder geval voor abonnementen en dagkaarten. In het geval dat de Concessiehouder en de concessiehouders van aangrenzende concessies niet overeenkomen, behoudt zich de Concessieverlener het recht voor om in samenwerking met overige concessieverleners een bindend besluit hierover te nemen;
b.
De Concessiehouder zorgt er samen met concessiehouders van aangrenzende concessies voor dat Reizigers die voor hun reis mede gebruik maken van Openbaar Vervoer behorend tot aangrenzende concessies niet geconfronteerd worden met een dubbel opstaptarief bij hun overstap;
c.
De Concessiehouder biedt met concessiehouders van door de Concessieverlener en de MRDH verleende concessies een gezamenlijk Reisproduct aan voor frequente reizigers, waaronder in ieder geval het Regio Abonnement (of diens eventuele opvolger);
d.
De Concessiehouder biedt met concessiehouders van de concessies van de MRDH een gezamenlijk Reisproduct/Vervoerbewijs aan voor toeristen, waaronder in ieder geval het
‘Tourist Day Ticket’ (of diens eventuele opvolger); e.
De Concessiehouder informeert de Concessieverlener proactief over de inhoud van de afspraken met andere concessiehouders en de gevolgen daarvan voor het aantal Reizigers en de Vervoeropbrengsten.
10. De Concessiehouder richt zijn OV-Betaalsysteem zodanig in dat hij in staat is opbrengsten uit Reisproducten en Vervoerbewijzen zoals bedoeld in lid 8 op adequate en controleerbare wijze te registreren en te verdelen onder de rechthebbende concessiehouders. 11. De Concessiehouder stelt ten behoeve van (de controle van) de verdeling van opbrengsten uit Reisproducten en Vervoerbewijzen zoals bedoeld in lid 8 binnen een week na een daartoe strekkend verzoek van de Concessieverlener alle door de Concessieverlener relevant geachte geregistreerde gegevens beschikbaar over gebruik van en opbrengsten uit de desbetreffende Reisproducten en Vervoerbewijzen. De Concessieverlener kan vrij en zonder voorbehoud over deze gegevens beschikken en kan deze zonder nadere toestemming van de Concessiehouder ter beschikking stellen aan de met (de controle van) de verdeling van de opbrengsten belaste organisatie(s). 12. De kosten voor onderzoek naar het gebruik van gezamenlijke Reisproducten en Vervoerbewijzen als bedoeld in lid 8, voor de verdeling van de opbrengsten uit deze Reisproducten en Vervoerbewijzen als bedoeld in lid 9 en voor het verstrekken van gegevens als bedoeld in lid 9 zijn voor rekening en risico van de Concessiehouder. 13.
De Concessiehouder biedt Reizigers in ieder geval tot de introductie van Nieuwe OVBetaalwijzen gebaseerd op de EMVc-standaard in zijn Voertuigen, de mogelijkheid om in het Voertuig, waaronder de Buurtbus, een Ritkaart aan te schaffen voor een prijs die
39 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
vergelijkbaar is met het vigerende gemiddelde voltarief. De Concessiehouder biedt Reizigers daarbij de mogelijkheid om de Ritkaart te laden op een Productdrager waarmee hij het gebruik van de Ritkaart door Reizigers registreert en die Reizigers de mogelijkheid biedt met de Ritkaart over te stappen op een andere Lijn behorend tot de Concessie. Een vergelijkbare prijs betekent dat de Concessiehouder de prijs niet hoger mag vaststellen dan het vigerende gemiddelde voltarief behorende bij een reis met een lengte gelijk aan het gemiddeld aantal kilometers dat Reizigers die zonder korting op Saldo reizen, per Rit of combinatie van Ritten met daartussen ten hoogste 35 minuten overstaptijd afleggen. De Concessiehouder baseert zich hierbij op reis- en betaalinformatie uit het meest recente Jaar waarover gegevens van het gehele Concessiegebied beschikbaar zijn. 14. De Concessiehouder maakt het gebruik van Ritkaarten aan de Concessieverlener inzichtelijk en geeft daarbij in ieder geval aan voor welke Lijn(en) en tijdens welke tijdvakken, zoals genoemd in tabel 3.4, Ritkaarten zijn gebruikt. 15. De OV-jaarkaart en de Studenten OV-kaart zijn geldig in het Openbaar Vervoer. 16.
In geval van een eventuele afschaffing of aanpassing van de Studenten OV-kaart treden de Concessieverlener en de Concessiehouder met elkaar in overleg over de eventuele gevolgen hiervan voor de uitvoering van de Concessie, overeenkomstig de regeling zoals opgenomen in Bijlage B6. 17. De Concessiehouder biedt een restitutiemogelijkheid aan Reizigers die aangeven geen gebruik (meer) te willen maken van doorlopende Reisproducten, zoals kortingsproducten en abonnementen, die zij bij de Concessiehouder hebben afgenomen. De Concessiehouder stelt hiervoor als onderdeel van het Kwaliteitsplan een restitutieregeling op. De Concessiehouder legt (wijzigingen in) de restitutieregeling ter advisering voor aan het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) en vervolgens ter toetsing aan de Concessieverlener. De Concessieverlener toetst (wijzigingen in) de restitutieregeling op redelijkheid en billijkheid. 18. De Concessieverlener biedt in ieder geval voor alle bewoners van de nieuwe woonwijk Stougjeswijk (Oud-Beijerland) bij de oplevering van een nieuwe woning een gratis proefabonnement voor al het Openbaar Vervoer in het Concessiegebied met een geldigheid van minimaal negen maanden aan.
De Concessiehouder monitort en evalueert de effecten van dit proefabonnement op het ov-gebruik en de vervoeropbrengsten en verleent de Concessieverlener volledig inzicht in de data van het monitoring en de evaluatie. De Concessiehouder dient, in het kader van het Marketingplan (zie artikel 4.8.2) een voorstel bij de Concessieverlener in hoe hij dit proefabonnement nader vormgeeft en op welke wijze hij samen werkt met andere betrokken partijen. 19. Indien de Concessieverlener een abonnement in wil voeren met één prijs voor al het Openbaar Vervoer in het Concessiegebied en andere concessiegebieden, zoals bijvoorbeeld bij het Deutschlandticket in Duitsland of het 1-2-3-Ticket in Oostenrijk, werkt de Concessiehouder mee aan de implementatie van een dergelijk abonnement. De Concessiehouder is verplicht om a.
Een dergelijk abonnement te accepteren als Reisproduct voor al zijn Openbaar Vervoer wanneer dit door de Concessieverlener wordt ingevoerd; en
b.
De Concessieverlener voor- en nacalculatorisch volledig en onderbouwd inzicht te geven in de effecten op het ov-gebruik en de vervoeropbrengsten, onderscheiden naar onder meer kaartsoort.
40 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
20. De Concessiehouder vervoert Reizigers van een leeftijd tot en met 11 jaar gratis in al zijn Openbaar Vervoer en tijdens alle bedieningstijden zoals opgenomen in tabel 3.4.
Artikel 4.1.2 Tariefvoorstellen en -wijzigingen 1.
De Concessiehouder mag de Kilometertarieven zoals opgenomen in lid 4 van artikel 4.1.1, de speciale tarieven en de tarieven voor Reisproducten jaarlijks maximaal indexeren met de LTI (of diens eventuele opvolger) conform het LTK en met inachtneming van de volgende bepalingen: a.
Bij de indexering van deze tarieven van Jaar op Jaar werkt de Concessiehouder met
b.
De tarieven die Reizigers betalen (= consumententarieven) rondt de Concessiehouder af
niet-afgeronde tarieven (= rekentarieven); en
op tienden van centen. In afwijking hiervan rondt de Concessiehouder de tarieven die Reizigers betalen voor Reisproducten af op centen of eventueel uit het oogpunt van
betalingsgemak op tienden euro’s of hele euro’s. 2.
De Concessiehouder kan bij aanvang van en tijdens de looptijd van de Concessie voorstellen doen tot wijzigingen in het aanbod aan speciale tarieven, Reisproducten zoals kortingsproducten en abonnementen en Ritkaarten. De Concessiehouder toont in dat geval aan dat bij de wijzigingen: a.
sprake is van gemiddelde kostenneutraliteit voor Reizigers; en
b.
de eventuele kostenstijging voor individuele Reizigers maximaal tien procent bedraagt, met dien verstande dat de Concessiehouder een kostenstijging van meer dan tien procent voor individuele Reizigers mag voorkomen door een compensatieregeling te hanteren. De Concessiehouder vult deze compensatieregeling in overleg met de Concessieverlener en het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) in.
3.
De Concessiehouder dient jaarlijks overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B12 een voorstel voor wijzigingen in het Tariefstelstel als bedoeld in leden 1 en 2 ter vaststelling bij de Concessieverlener in.
4.
De Concessiehouder geeft een gedegen onderbouwing van de effecten van de voorgenomen wijzigingen in het Tariefstelsel, waaronder de te verwachten effecten voor individuele Reizigers en voor de Vervoeropbrengsten.
5.
Alvorens het voorstel voor wijzigingen in het Tariefstelsel ter vaststelling bij de Concessieverlener in te dienen, legt de Concessiehouder de voorgenomen wijzigingen in het Tariefstelsel ter advisering voor aan het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO). De Concessiehouder geeft aan hoe hij in zijn voorstel is omgegaan met de adviezen betreffende de voorgenomen wijzigingen in het Tariefstelsel en geeft een gedegen onderbouwing wanneer hij van (delen van) het advies afwijkt.
6.
De Concessieverlener toetst het voorstel voor wijzigingen in het Tariefstelsel onder andere aan het Tarievenkader OV, het LTK en de opvolging van het advies van het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO).
7.
De Concessieverlener stelt het voorstel voor wijzigingen in het Tariefstelsel vast indien (i) het voorstel past binnen het Tarievenkader OV en het LTK en (ii) het advies van het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO) naar tevredenheid van de Concessieverlener in het voorstel is verwerkt. Indien aan één of beide criteria niet is voldaan, kan de Concessieverlener het gehele voorstel of onderdelen daarvan niet vaststellen en is de
41 van 161
ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.
PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023
Concessieverlener bevoegd een bindend oordeel te vellen over de hoogte van de Kilometertarieven, speciale tarieven en tarieven voor Reisproducten. 8.
Het besluit tot verlening van de Concessie houdt niet de goedkeuring of vaststelling in van een in de Inschrijving opgenomen voorstel voor het te hanteren Tariefstelsel. De Concessiehouder dient overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B12 een voorstel voor (wijzigingen in) het Tariefstelsel voor het eerste jaar van de Concessie dat is gebaseerd op de voorstellen in zijn Inschrijving ter vaststelling bij de Concessieverlener in.
9.
De Concessiehouder dient uiterlijk drie maanden voor de inwerkingtreding van de Concessie en daarna bij elke wijziging in de Dienstregeling bij de Concessieverlener ter vaststelling een voorstel in ten aanzien van de te hanteren tariefkilometermatrix per Lijn. In deze matrix neemt hij voor alle mogelijke Halte-Halte combinaties van de betreffende Lijn, het aantal tariefkilometers op dat hij aan Reizigers in rekening brengt. De Concessiehouder gebruikt voor de identificatie van Haltes de haltecodes conform het Centraal Halte Bestand. Indien de Concessiehouder Lijnen op verschillende tijdstippen via andere routes laat rijden, neemt de Concessiehouder in de tariefkilometermatrix voor elke routevariant per Halte-Halte combinatie het laagste aantal tariefkilometers over alle routevarianten op.
10. De Concessiehouder levert de vastgestelde tariefkilometermatrices voor alle Lijnen digitaal bij de Concessieverlener aan. De Concessieverlener stelt de tariefkilometermatrices als open data beschikbaar. 11. In aanvulling op het bepaalde in lid 7 heeft de Concessieverlener de mogelijkheid om eenzijdig tarieven genoemd in lid 1 te verhogen overeenkomstig de regeling zoals opgenomen in Bijlage B7. 12. De Concessiehouder maakt (wijzigingen van) gebruiksvoorwaarden en verkrijgbaarheid van tarieven, Reisproducten en Vervoerbewijzen via de gebruikelijke communicatiekanalen bekend aan (potentiële) Reizigers en andere belanghebbenden.