CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ontwerp PvE OV Concessie

Besluitvormende raad 30 januari 2024, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Programma van Eisen Openbaar Vervoer Concessies45.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Programma van Eisen

EUROPESE AANBESTEDING CONCESSIE OPENBAAR VERVOER HOEKSCHE WAARD - GOEREEOVERFLAKKEE (HWGO)

Bijlage B bij het Bestek (versie ontwerp Programma van Eisen)

Datum: 12 december 2023

DOS 2023-0005091

PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ............................................................................................................................... 4

1.1

OPENBAAR VERVOERBELEID........................................................................................ 4

1.2

DOELEN VOOR DE CONCESSIE..................................................................................... 8

1.3

TOTSTANDKOMING VAN DIT PROGRAMMA VAN EISEN ..................................................... 9

1.4

STURING VOORAFGAAND AAN EN TIJDENS DE LOOPTIJD VAN DE CONCESSIE.................. 10

1.5

DEFINITIES............................................................................................................... 10

2

ONDERWERP VAN DE CONCESSIE ................................................................................... 1 1

2.1

CONCESSIEDOMEIN .................................................................................................. 11

2.2

CONCESSIEDUUR EN -VERLENGING ............................................................................ 12

2.3

TAAKAFBAKENING IN DE CONCESSIE .......................................................................... 14

3

EISEN AAN DE BESCHIKBAARHEID.................................................................................. 1 6

3.1

OPBOUW VAN HET OV-NETWERK................................................................................ 17

3.2

VOORZIENINGENNIVEAU IN HET CONCESSIEGEBIED ..................................................... 19

3.3

LIJNEN VAN HET VASTE VERVOER.............................................................................. 27

3.4

MAATWERKVERVOER................................................................................................ 32

3.5

LIJNNUMMERING....................................................................................................... 34

3.6

DIENSTREGELING ..................................................................................................... 35

4

EISEN AAN DE BETAALBAARHEID, BETROUWBAARHEID EN KWALITEIT ................. 38

4.1

TARIEVEN EN PRODUCTASSORTIMENT ........................................................................ 38

4.2

OV-BETAALSYSTEEM ............................................................................................... 42

4.3

UITVOERING ............................................................................................................ 46

4.4

PERSONEEL ............................................................................................................. 50

4.5

MATERIEEL .............................................................................................................. 53

4.6

SOCIALE VEILIGHEID................................................................................................. 62

4.7

REISINFORMATIE ...................................................................................................... 65

4.8

MARKETING ............................................................................................................. 70

4.9

KLANTENSERVICE EN -REACTIES ................................................................................ 72

4.10

INFRASTRUCTUUR EN OVERIGE VOORZIENINGEN ......................................................... 73

4.11

IMPLEMENTATIE........................................................................................................ 75

5

EISEN AAN DE DUURZAAMHEID EN OVERNAMES ......................................................... 77

5.1 5.2

OVERIGE VOERTUIGEN ............................................................................................. 79

5.3

BEDRIJFSVOERING ................................................................................................... 80

6

2 van 161

NULEMISSIEVOERTUIGEN EN OVERNAME MATERIEEL ................................................... 77

EISEN AAN DE ONTWIKKELING EN SAMENWERKING ................................................... 82

6.1

ONTWIKKELOPDRACHT ............................................................................................. 82

6.2

SAMENWERKING MET HET ROCOV REIZIGERSOVERLEG HWGO (RO HWGO)............ 86

6.3

SAMENWERKING MET DE CONCESSIEVERLENER EN EXTERNE PARTIJEN ........................ 88

INHOUDSOPGAVE

PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023

7

3 van 161

STURING EN MONITORING ................................................................................................. 93

7.1

STURING OP OUTPUTNORMEN ................................................................................... 93

7.2

OP TE LEVEREN INFORMATIE, RAPPORTAGES EN ANALYSES ......................................... 96

7.3

CONTROLE OP NALEVING .......................................................................................... 98

BIJLAGEN

1 01

B1

BEGRIPPENLIJST .................................................................................................... 101

B2

CONCESSIEGRENSOVERSCHRIJDENDE VERBINDINGEN .............................................. 115

B3

TE GEDOGEN VERBINDINGEN ................................................................................... 117

B4

R-NET-LIJNEN ........................................................................................................ 118

B5

TE BEDIENEN WOONKERNEN ................................................................................... 122

B6

REGELING EVENTUELE AFSCHAFFING OF AANPASSING STUDENTEN OV-KAART............ 124

B7

REGELING EVENTUELE TARIEFVERHOGING DOOR DE CONCESSIEVERLENER ................ 126

B8

OVERNAMEREGELING ............................................................................................. 127

B9

INFORMATIE IN DE DIENSTREGELING IN GEPRINTE OF GEDRUKTE VORM....................... 128

B10

INFORMATIE OP HALTEBORDEN, VERTREKSTATEN EN INFORMATIEDRAGERS ................ 129

B11

EISEN VOOR (MIPOV) INFORMATIEVOORZIENING...................................................... 130

B12

EISEN VOOR PLANNEN, RAPPORTAGES EN ANALYSES ................................................ 139

B13

EISEN VOOR NDOV EN KAR .................................................................................. 148

B14

EISEN VOOR SERVICELEVELS DRIS ......................................................................... 149

B15

SANCTIES .............................................................................................................. 150

B16

WENSEN VAN DERDEN ............................................................................................ 156

INHOUDSOPGAVE

PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023

1

Inleiding Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland zijn Concessieverlener1 voor de exploitatie van het Openbaar Vervoer over de weg in het concessiegebied Hoeksche Waard – GoereeOverflakkee, bestaande uit de gemeenten Hoeksche Waard en Goeree-Overflakkee (verder: Concessiegebied), en een aantal Lijnen naar bestemmingen buiten het Concessiegebied. De huidige concessie die na een Europese aanbestedingsprocedure aan Connexxion is gegund, eindigt op 13 december 2025. De verlening van de nieuwe concessie die op 14 december 2025 ingaat is momenteel voorzien medio 2024.

Dit document, het Programma van Eisen, bevat de eisen die de Concessieverlener aan de uitvoering van de opvolgende concessie Hoeksche Waard – Goeree-Overflakkee (verder: de Concessie) stelt. Een goede uitvoering van de Concessie is niet alleen belangrijk voor Reizigers en de Concessieverlener, maar ook voor gemeenten, consumentenorganisaties, aanbieders van door de Concessiehouder te gedogen Openbaar Vervoer en aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten, zoals Collectief Vraagafhankelijk Vervoer.

1 .1

Openbaar vervoerbeleid Het Openbaar Vervoer is belangrijk voor de bereikbaarheid en het functioneren van de gemeenten Goeree-Overflakkee en Hoeksche Waard, alsmede van omliggende gebieden. Kwalitatief hoogwaardig Openbaar Vervoer zorgt ervoor dat zoveel mogelijk mensen de door hen gewenste reizen kunnen maken. Het gaat om verschillende doeleinden van een reis, zoals bijvoorbeeld het bereiken van banen, onderwijs- en zorginstellingen en reizen met een sociaalrecreatief motief. Hierbij kan iedereen, met of zonder Functiebeperking, in principe2 volwaardig deelnemen aan de maatschappij.

Naast de hierboven beschreven sociale functie heeft het Openbaar Vervoer ook een

bereikbaarheidsfunctie. Deze bestaat zowel uit het bijdragen aan de bereikbaarheid van economisch en maatschappelijk relevante bestemmingen, zoals ziekenhuizen, winkelcentra en bedrijventerreinen. Daarnaast zorgt het Openbaar Vervoer er op drukke relaties voor dat meer mensen per bus reizen, waardoor (de groei van) het autoverkeer wordt beperkt. Een ovverplaatsing is onder meer significant schoner (minder uitstoot), veiliger (minder slachtoffers) en ruimtebesparender (minder vierkante meter grond), waardoor niet alleen wordt bijgedragen aan het economische vestigingsklimaat, maar ook aan de doelstellingen op het gebied van verkeersveiligheid, leefbaarheid en (het beperken van) klimaatverandering.

Vanuit deze gedachte hebben Provinciale Staten van de provincie Zuid-Holland met de

vaststelling van het Beleidskader ‘Aanbesteding OV-concessie Hoeksche Waard en Goeree-

1

Bijlage B1 bij het Programma van Eisen bevat een begrippenlijst, waarin kernbegrippen zoals Concessie, Concessieverlener, Concessiehouder en Openbaar Vervoer zijn gedefinieerd.

2

In lijn met de toelichting bij het Besluit toegankelijkheid van het openbaar vervoer hanteert de Concessieverlener als uitgangspunt dat de Concessiehouder geen Reizigers hoeft te vervoeren die dermate beperkt zijn dat voor het reizen met het Openbaar Vervoer hulpverlening door het Personeel nodig is, met uitzondering van hulpverlening bij het betreden en verlaten van het Voertuig en het vinden van een zitplaats.

4 van 161

ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.

PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023

Overflakkee (HWGO)’ (zie Bijlage F bij het Bestek) aangegeven dat de Concessie zoveel mogelijk invulling moet geven aan de provinciale bestuurlijke ambities van provincie zoals die zijn

beschreven in het coalitieakkoord ‘krachtig Zuid -Holland’; vanzelfsprekend wordt daarbij waar mogelijk rekening gehouden met de wensen en behoeften van collega-besturen en stakeholders. Dit leidt tot onderstaande ambities, welke zijn gekoppeld aan de paragrafen uit het coalitieakkoord:

‘Perspectief op een netwerk van bereikbare en vitale steden, dorpen en gemeenschappen’ Een goede bereikbaarheid is een basisvoorwaarde voor levende en leefbare steden, dorpen en buurtschappen. Vooral in kleinere kernen, die vaak weinig of geen voorzieningen zoals winkels, scholen en huisartsen hebben, wordt sterk gehecht aan de bereikbaarheid met Openbaar Vervoer omdat dat voor mensen zonder eigen vervoer de enige manier is om relevante voorzieningen te bereiken. De kwaliteit en betrouwbaarheid van het vervoer zijn daarbij van groot belang; reizigers naar en vanuit kernen met een beperkt aantal inwoners moeten immers minstens net zo goed kunnen vertrouwen op het ov-aanbod. Dit is reden geweest om in de concessie specifieke en, ten opzichte van de huidige concessie, zwaardere eisen op te nemen voor de kwaliteit en de betrouwbaarheid van het vervoer van en naar de kleine kernen.

‘Perspectief op een welvarend Zuid-Holland’ Zuid-Holland is niet alleen zeer dicht bevolkt, maar kent ook een grote bedrijvigheid in tal van sectoren. Daaromheen zijn weer veel kenniscentra gevestigd, die op hun beurt omvangrijke stromen studerenden genereren. De grote economische activiteit is zowel een aanjager van als een bedreiging voor de welvaart: de activiteiten bieden veel mensen werkgelegenheid, maar veroorzaken anderzijds direct èn indirect negatief gewaardeerde effecten als milieubelasting, geluidsoverlast, (verkeers)onveiligheid en files. Juist die laatsten

ondermijnen de voor veel bedrijven belangrijke vestigingsplaatsfactor ‘bereikbaarheid’. Om die reden streeft Zuid-Holland onder meer naar een snelle energietransitie, het besparen van energie (voorkomen van verspilling) en het ontwikkelen van nieuwe technieken. Het Openbaar Vervoer loopt hierin voorop, onder meer door inzet van een groot aantal emissieloze bussen, zowel met batterij- als waterstoftechniek. Doelstelling is om al eind 2030 het gebruik van verbrandingsmotoren in het ov te beëindigen. Hierdoor behoudt het Openbaar Vervoer haar grote voorsprong op ander wegverkeer. Een belangrijk element in het behoud van de bereikbaarheid is het aansluiten van arbeidsplaatsen op het ov-systeem. Slechts op die manier is het interessant voor werknemers om gebruik te maken van het Openbaar Vervoer, waardoor een bijdrage wordt geleverd aan het behouden van de bereikbaarheid.

‘Perspectief op natuurherstel en duurzame landbouw’ De provincie Zuid-Holland, en de gemeenten Hoeksche Waard en Goeree-Overflakkee in het bijzonder, beschikken over unieke weide-, rivier en duinlandschappen. Deze landschappen worden in toenemende mate bedreigd door de emissies van landbouw, verkeer en industrie. Daarnaast is in onze provincie ook sprake van ruimtegebrek, waardoor de verschillende gebruikswensen sterk met elkaar concurreren en een ‘zuinig’ ruimtegebruik noodzakelijk is. Het ov kan hieraan een bescheiden bijdrage leveren, zowel door het maximaal vermijden van emissies met de inzet van emissievrij materieel en een duurzame en circulaire bedrijfsvoering

5 van 161

ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.

PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023

als door het stimuleren van ov-gebruik ten gunste van autogebruik. Het ov heeft immers, gemeten per reizigerskilometer, een veel beperkter ruimtebeslag dan andere vervoerwijzen.

‘Perspectief op een gezonde omgeving en slagvaardig bestuur’ De vele uitdagingen waar de provincie voor gesteld is, zijn moeilijk ruimtelijk in te passen in de volle provincie Zuid-Holland, zeker als we de unieke landschappen willen beschermen en de provincie leefbaar willen houden. De uitwerking daarvan is, voor wat betreft het openbaar vervoer, al in de voorgaande punten aan de orde gesteld. Een tweede element is de doelstelling van een slagvaardig bestuur dat betrokken is bij de omgeving en haar keuzes vanuit een solide financiële huishouding maakt. De samenwerking met de omgeving is al vormgegeven in de voorbereiding op de aanbesteding in de vorm van een intensieve samenwerking met gemeenten en reizigersoverleg, alsmede een uitgebreide inspraakprocedure. Concessiehouder en -verlener zullen de stakeholders ook in de verdere uitvoering van de concessie bij de ontwikkelingen betrekken; daarnaast levert de Concessiehouder een aantal voortgangsrapportages die zowel inzicht geven in de recente als de toekomstige ontwikkeling van de concessie.

Budget Ten behoeve van de exploitatie van het openbaar vervoer binnen de HWGO-concessie wordt een

jaarlijkse exploitatiebijdrage aan de Concessiehouder beschikbaar gesteld van € 13,65 miljoen (prijspeil 2023). Voor het in stand houden van de lage kilometertarieven in de concessie HWGO, zonder dat dit ten koste gaat van het voorzieningenniveau, wordt een aanvullende

exploitatiebijdrage van € 450.000.- toegevoegd Taakverdeling Net als bij de huidige concessie Hoeksche Waard – Goeree-Overflakkee en andere concessies van de provincie Zuid-Holland hebben Provinciale Staten met de vaststelling van het Beleidskader de ontwikkelfunctie voor het Openbaar Vervoer bij de Concessiehouder neergelegd (zie paragraaf @@6.1@@). De Concessieverlener verwacht dat op deze wijze bovenstaande ambities het beste gerealiseerd kunnen worden. De Concessiehouder heeft immers beter zicht op: (i)

de behoeften van (potentiële) Reizigers,

(ii) de samenhang en het relatieve belang van deze behoeften, en (iii) methoden om deze behoeften binnen de kaders van dit Programma van Eisen op efficiënte wijze in te vullen. Om de Concessiehouder te stimuleren deze behoeften zo goed mogelijk in te vullen, met als logisch effect dat meer inwoners en/of bezoekers van het Concessiegebied met het Openbaar Vervoer zullen gaan reizen, is de Concessiehouder opbrengstverantwoordelijk. Daarbij geldt dat de Concessiehouder voorstellen voor wijzigingen in het aanbod aan Openbaar Vervoer, in het Tariefstelsel en in het aanbod aan Vervoerbewijzen ter goedkeuring aan de Concessieverlener moet voorleggen; dit om de betaalbaarheid van het Openbaar Vervoer voor Reizigers te waarborgen. Aanvullend hierop bevat de concessie een bonus-regeling, waarmee de Concessiehouder gestimuleerd wordt om het aantal reizigers te laten groeien, deze wordt in de Concessiebeschikking nader uitgewerkt.

6 van 161

ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.

PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023

De Concessiehouder kan voor de invulling van behoeften van (potentiële) Reizigers navolgende vormen van Openbaar Vervoer inzetten:

Vast Vervoer: Ritten die niet gereserveerd hoeven te worden en volgens een Dienstregeling op een vaste route rijden en op Haltes stoppen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen Rnet-lijnen, (op termijn) HOV-lijnen, Streeklijnen en overige Lijnen, waaronder begrepen Buurtbuslijnen en Scholierenlijnen en -ritten;

Maatwerkvervoer: Ritten tussen Haltes die worden uitgevoerd door een flexibele vervoervorm. Het Maatwerkvervoer mag daarbij over flexibele routes en/of zonder een vaste Dienstregeling en/of (gedeeltelijk) oproepafhankelijk worden uitgevoerd. In het laatste geval hoeven Ritten alleen worden uitgevoerd wanneer een reiziger deze reserveert. De inschrijvers kunnen voorstellen doen welke Maatwerkvervoervormen zij willen bieden.

Het is aan de Concessiehouder om, binnen de vervoerkundige kaders zoals uitgewerkt in hoofdstuk 3 van dit Programma van Eisen, te bepalen welke vorm(en) van Openbaar Vervoer het beste invulling geeft of geven aan de vervoerbehoefte van inwoners en bezoekers van het Concessiegebied. Daarbovenop mag de Concessiehouder aanvullende vervoerdiensten bieden die niet onderdeel van de Concessie zijn. Dit betreft Deur-Halte Vervoer en het CVV. De Concessieverlener daagt de Concessiehouder ook uit om, in afstemming met de betreffende gemeenten en aanbieders, met (Andere) Mobiliteitsdiensten te komen. (Andere) Mobiliteitsdiensten vallen, net als het Deur-Halte Vervoer, niet onder de wettelijke definitie van Openbaar Vervoer. Uitgangspunt is daarbij dat (Andere) Mobiliteitsdiensten bovenop en niet in plaats van het Openbaar Vervoer komen; zij vormen derhalve een extra reismogelijkheid voor Reizigers. Enerzijds betekent dit dat de Concessiehouder geen exclusief recht krijgt om Mobiliteitsdiensten in het Concessiegebied aan te mogen bieden. Anderzijds geldt het Besluit toegankelijkheid openbaar vervoer niet voor (Andere) Mobiliteitsdiensten en stelt de Concessieverlener niet de tarieven voor deze (Andere) Mobiliteitsdiensten vast, zoals dat wel het geval is voor het Openbaar Vervoer.

Bij dit alles geldt ten slotte dat leerervaringen van voorgaande aanbestedingen van concessies en dan met name de leerervaringen in geval van een overgang van de concessie naar een andere concessiehouder een plek hebben gekregen in dit Programma van Eisen. Reizigers kunnen zowel bij de concessie-overgang als tijdens de uitvoering van de Concessie worden verrast door de omvang en de intensiteit van de veranderingen, bijvoorbeeld doordat een voor een Reiziger belangrijke halte wordt opgeheven. Om een dergelijke ervaring te voorkomen is ervoor gekozen dat alle Haltes in de Concessie (alsmede de toe te voegen haltes in kleine kernen en buurtschappen die nu nog niet op het Openbaar Vervoer zijn aangesloten) gedurende de gehele Concessie bediend moeten blijven met op zijn minst Maatwerkvervoer. Op die manier wordt zeker gesteld dat het hele Concessiegebied bereikbaar blijft. Daarnaast worden gerichte eisen gesteld aan de communicatie richting Reizigers, zowel voor aanvang van de Concessie als tijdens de uitvoering van de Concessie. Vervolgens geeft de Concessieverlener de Concessiehouder de ruimte om het aanbod aan Openbaar Vervoer binnen de kaders zoals vastgelegd in dit Programma van Eisen tijdens de looptijd van de Concessie te ontwikkelen, onder de voorwaarde dat hij Reizigers en andere belanghebbenden (waaronder Personeel) hierbij goed meeneemt.

7 van 161

ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.

PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023

1 .2

Doelen voor de Concessie Het belangrijkste doel bij de aanbesteding van de Concessie is dat mensen weer zoveel mogelijk voor het Openbaar Vervoer gaan kiezen. Op die manier wordt een gezonde financiële basis bereikt voor het herstel van het vervoeraanbod na COVID-19, rekening houdend met eventuele wijzigingen in de vervoervraag en -behoefte. Daarbovenop gelden de bestuurlijke ambities uit de vorige paragraaf. Deze ambities zijn vertaald in de volgende doelen voor de Concessie, welke in hoofdstuk 3 van het Beleidskader zijn beschreven:

1.

Borgen Basisbereikbaarheid Basisbereikbaarheid is bedoeld om op alle plaatsen waar nu een bushalte is de bereikbaarheid overeind te houden. Op al deze haltes dient van ’s ochtends vroeg tot middernacht ten minste één reismogelijkheid per uur te worden geboden (tenzij andere eisen een hoger voorzieningenniveau voorschrijven). Hierdoor behouden mensen altijd een reismogelijkheid, ook als de vaste bus de halte niet meer bedient. De maatregel zorgt er niet alleen voor dat ook buurtschappen en kernen met meer dan tweehonderd inwoners überhaupt bereikbaar zijn, in combinatie met de kwaliteitseisen is sprake van goed en betrouwbaar vervoer. Daarbij heeft de Concessieverlener oog voor de verschillende typen (potentiële) reizigers en hun behoeften en vraagt dit ook van de Concessiehouder. De Concessieverlener daagt de Concessiehouder uit om de toegankelijkheid en de veiligheid op een manier te borgen die aansluit op de behoeften van verschillende typen (potentiële) reizigers.

2.

Verdere verbetering bovenregionale bereikbaarheid De Concessie kent, naast de verbindingen naar kernen met een beperkt aantal inwoners, ook drukke tot zeer drukke verbindingen, die in redelijke tot grotere mate de potentie hebben voor een aanzienlijke groei van het aantal reizigers. Deze zijn vaak snel, frequent en betrouwbaar. De provinciale visie op de omvang en kwaliteit van het ov-aanbod om deze kansrijke verbindingen is op hoofdlijnen in het PvE opgenomen. Daarbij daagt de Concessieverlener de Concessiehouder uit om het aanbod op deze verbindingen verder te verbeteren (het ovaanbod is hier al redelijk tot goed) verleidt bestaande en potentiële reizigers (vaker) het ov te gebruiken, onder meer ter vervanging van autoverplaatsingen. Daarbij vraagt de Concessieverlener ook aandacht voor het comfort van het Materieel en de beschikbaarheid van actuele en toegankelijke reisinformatie.

3.

Ov als instrument voor klimaatdoelen en leefbaarheid. Het ov levert een grote bijdrage aan de klimaat- en leefbaarheidsdoelstellingen. Openbaar vervoer kent een lager energieverbruik en lagere emissies per reizigerskilometer, en levert bovendien een grote bijdrage aan de verkeersveiligheid. Met de snelle implementatie van emissieloze bussen, zoals voorzien in deze Concessie, wordt de voorsprong van het ov op deze terreinen verder vergroot. Verder ondersteunt het ov bij het ruimtelijk beleid en de grote woningbouwopgaven in de Provincie, de Concessieverlener daagt de Concessiehouder uit om in te spelen op dergelijk veranderingen

4.

Betrouwbaar en stabiel ov-aanbod. De door reizigers verwachte of waargenomen kwaliteit van het ov-aanbod is in sterke mate bepalend voor de bereidheid om het ov te gebruiken. Belangrijke factoren daarin zijn de betrouwbaarheid van het uitgevoerde vervoer en de stabiliteit (toekomstvastheid) van het ov-

8 van 161

ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.

PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023

aanbod. De concessie geeft een aantal aanzetten voor verbetering, onder meer in de vorm van reserveringsbevestiging en vertrekaankondiging van vraagafhankelijke ritten en aansluitgaranties ten minste bij overstappen van of naar lijnen met een beperkte frequentie. Dit moet de kwaliteitsperceptie van bestaande reizigers vergroten.

1 .3

Totstandkoming van dit Programma van Eisen De Wp2000 stelt dat de Concessieverlener voor de Concessie een Programma van Eisen moet opstellen. In het Programma van Eisen staan de eisen die de Concessieverlener aan het Openbaar Vervoer en de Concessiehouder3 stelt. Daarnaast moet de Concessiehouder zich vanzelfsprekend aan alle wettelijke bepalingen en regelingen houden die relevant zijn bij de uitvoering van het Openbaar Vervoer. Deze wettelijke bepalingen en regelingen zijn niet in het Programma van Eisen opgenomen.

Basis voor het Programma van Eisen is het op 8 november 2023 door Provinciale Staten van de provincie Zuid-Holland vastgestelde Beleidskader aanbesteding OV-concessie Hoeksche Waard

– Goeree-Overflakkee. In het Beleidskader zijn de ambities, doelen en uitgangspunten voor de concessieverlening beschreven en toegelicht. Deze ambities, doelen en uitgangspunten zijn in het Programma van Eisen uitgewerkt in concrete eisen. Het gaat hierbij om minimumeisen waaraan de Concessiehouder in ieder geval moet voldoen. De Concessieverlener daagt geïnteresseerde vervoerders echter uit om in het kader van de aanbesteding van de Concessie zoveel mogelijk extra’s bovenop deze minimumeisen aan te bieden om daarmee de Concessie te verkrijgen. De wensen van de Concessieverlener met betrekking tot deze extra ’s en de daaraan gekoppelde Gunningcriteria worden nader toegelicht in het Bestek.

Een ontwerpversie van het Programma van Eisen wordt:

conform artikel 27 van de Wp2000 voor advies voorgelegd aan het door de Concessieverlener aangewezen Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO);

voor een reactie voorgelegd aan beide gemeenten binnen het Concessiegebied, vervoerders (in de vorm van een marktconsultatie), buurtbusverenigingen en concessieverleners van aangrenzende concessiegebieden. Met de betreffende concessieverleners maakt de Concessieverlener tevens afspraken over de uitvoering van verbindingen naar en vanuit aangrenzende concessiegebieden;

ter kennisname aangeboden aan Provinciale Staten van de provincie Zuid-Holland. De bespreking van het PvE in de Statencommissie Bereikbaarheid en Wonen is voorzien op 10 januari 2024

De Concessieverlener zal de adviezen en reacties naar aanleiding van het ontwerp Programma van Eisen opnemen in een Nota van Beantwoording. Hierin geeft de Concessieverlener aan of en, zo ja, op welke wijze de adviezen en reacties in het Programma van Eisen worden verwerkt.

3

Tenzij expliciet anders is aangegeven, gelden de eisen die in dit Programma van Eisen aan het Openbaar Vervoer en de Concessiehouder gesteld worden, ook voor Onderaannemers die namens de Concessiehouder een deel van het Openbaar Vervoer uitvoeren.

9 van 161

ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.

PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023

Zowel de Nota van Beantwoording als het uiteindelijke Programma van Eisen worden begin 2024 door Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland vastgesteld.

1 .4

Sturing voorafgaand aan en tijdens de looptijd van de Concessie Gelet op het belang van een goede uitvoering van de Concessie voor Reizigers, gemeenten en andere belanghebbenden, monitort en controleert de Concessieverlener zowel tijdens de implementatieperiode als tijdens de looptijd van de Concessie continu de prestaties van de Concessiehouder en stuurt hierop indien nodig bij. De wijze waarop dit gebeurt wordt nader beschreven in hoofdstuk 7. Specifiek voor de implementatieperiode geldt dat de Concessieverlener bij de overgang van de oude naar de nieuwe concessie de regie zal nemen voor de samenwerking en communicatie met gemeenten en andere partijen (die ook hebben meegewerkt aan het Beleidskader). De Concessiehouder is echter verantwoordelijk voor de implementatie van de Concessie, zoals voor onder meer de werving van Personeel, de tijdige aanschaf van het juiste Materieel en de tijdige realisatie van bijbehorende Productiemiddelen.

De Concessieverlener monitort de wijze waarop de Concessiehouder de Concessie uitvoert en de prestaties die hij daarmee realiseert voornamelijk op basis van outputnormen die betrekking hebben op voor Reizigers relevante kwaliteitsindicatoren (zie paragraaf 7.1). Daarbij gaat de Concessieverlener na in hoeverre de Concessiehouder de vastgelegde afspraken ten aanzien van de door hem te leveren prestaties nakomt. Bij deze afspraken gaat het in ieder geval om:

De eisen die zijn vastgelegd in de Concessiebeschikking en het Programma van Eisen

(inclusief eventuele wijzigingen voortkomend uit Nota’s van Inlichtingen) en die als minimumeisen en kaders voor de ontwikkelfunctie gelden;

 

De toezeggingen die de Concessiehouder in zijn Inschrijving heeft gedaan; De uitvoering van de plannen die de Concessiehouder als onderdeel van zijn Inschrijving en in het kader van de Ontwikkelopdracht indient;

Nadere afspraken die de Concessiehouder en de Concessieverlener tijdens de implementatieperiode of de looptijd van de Concessie maken.

Bij de beoordeling of de Concessiehouder deze afspraken nakomt, baseert de Concessieverlener zich onder meer op door de Concessiehouder aangeleverde informatie, eigen waarnemingen en/of waarnemingen van andere belanghebbenden, zoals Reizigers, het ROCOV Reizigersoverleg HWGO (RO HWGO), gemeenten en concessieverleners van aangrenzende concessies. Wanneer onverhoopt blijkt dat de Concessiehouder afspraken en/of eisen niet nakomt, zal de Concessieverlener passende maatregelen treffen zoals beschreven in paragraaf 7.3.

1 .5

Definities In het Programma van Eisen hebben gedefinieerde begrippen de betekenis die daaraan in Bijlage B1 wordt toegekend. Gedefinieerde begrippen worden met een hoofdletter geschreven.

10 van 161

ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.

PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023

2

Onderwerp van de Concessie

2.1

Concessiedomein Artikel 2.1.1 Concessiedomein 1.

De Concessie betreft het exclusieve recht van de Concessiehouder om Openbaar Vervoer over de weg met Bus en/of Auto in het Concessiegebied te verrichten. Het Concessiegebied bestaat uit het grondgebied van de gemeenten Hoeksche Waard en Goeree-Overflakkee, een en ander op basis van de gemeentegrenzen zoals deze gelden op 1 januari 2024.

2.

In aanvulling op het vorige lid is de Concessiehouder gerechtigd om - in het kader van de uitvoering van de Concessie - Openbaar Vervoer per Bus en/of Auto uit te voeren op de in Bijlage B2 vermelde concessiegrensoverschrijdende verbindingen naar aangrenzende concessiegebieden en met inachtneming van het bepaalde in artikel 2.1.2 en Bijlage B2.

3.

Het recht beschreven in de leden 1 en 2 omvat niet: a.

Openbaar Vervoer per trein, tram en/of metro;

b.

Personenvervoer over water;

c.

Openbaar Vervoer per Auto en/of Bus dat dient als tijdelijke vervanging van de onder sub a en sub b genoemde vormen van vervoer;

d.

Openbaar Vervoer op de in Bijlage B3 vermelde grensoverschrijdende verbindingen vanuit aangrenzende concessiegebieden waarop (andere) concessiehouders in opdracht van (andere) concessieverleners Openbaar Vervoer per Bus en/of Auto uitvoeren in het Concessiegebied;

e.

Openbaar Vervoer dat de Concessieverlener wegens dwingende bepalingen van wet- of

f.

Openbaar Vervoer per Bus, waaronder langeafstandsbusvervoer, waarvoor op grond van

regelgeving dient toe te staan in het Concessiegebied;

artikel 29 van de Wp2000 door de Concessieverlener een ontheffing is of wordt verleend; g.

Openbaar Vervoer ten aanzien waarvan de Concessieverlener en de Concessiehouder overeenkomen dat dit binnen het Concessiegebied door een Derde kan worden uitgevoerd;

h.

Openbaar Vervoer dat niet halteert in het Concessiegebied;

i.

(Doelgroepen)vervoer waaronder, maar niet uitsluitend, in opdracht van de gemeenten uitgevoerd Wmo- en leerlingenvervoer. Samenwerking in de organisatie en uitvoering van het (doelgroepen)vervoer is overigens op termijn toegestaan als alle betrokken opdrachtgevers en opdrachtnemers hiermee instemmen;

j.

vervoer naar P+R-terreinen, strand of andere specifieke (toeristische) bestemmingen, bijvoorbeeld in de vorm van een shuttle- of hop-on-hop-off bus, uitgevoerd in opdracht van andere partijen zoals, maar niet uitsluitend, gemeenten;

k.

collectief vervoer verricht door aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten; en

l.

door en/of in opdracht van Derden verricht (besloten) vervoer voor Evenementen en naar P+R-terreinen.

4.

Het hierboven genoemde (openbaar) vervoer wordt door de Concessiehouder gedoogd. De in lid 3 bedoelde gedoogplicht omvat mede dat de routes en/of de omvang van het te gedogen (openbaar) vervoer kunnen wijzigen. Dit betekent dat de Concessieverlener gedurende de Concessie bijvoorbeeld de te rijden routes, aantallen lijnen, frequenties en bedieningstijden van het te gedogen (openbaar) vervoer kan wijzigen, ook wanneer dit leidt

11 van 161

ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.

PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023

tot een aanpassing van (Haltes gelegen langs) de verbindingen zoals opgenomen in Bijlage B3. 5.

De Concessiehouder stelt zich constructief op wat betreft wijzigingen in het te gedogen (openbaar) vervoer binnen het Concessiegebied.

Artikel 2.1.2 Concessiegrensoverschrijdende verbindingen 1.

Het is de Concessiehouder uitsluitend toegestaan op de in Bijlage B2 vermelde concessiegrensoverschrijdende verbindingen Ritten met herkomst of bestemming in het betreffende aangrenzende concessiegebied aan te bieden indien deze Ritten ten minste één Halte in het Concessiegebied bedienen. Het is de Concessiehouder derhalve niet toegestaan Ritten aan te bieden die uitsluitend het buiten het Concessiegebied gelegen Traject bedienen of uitsluitend uitgevoerd worden om in een Vervoervraag buiten het Concessiegebied te voorzien. De Concessiehouder stemt zijn aanbod op de in Bijlage B2 vermelde concessiegrensoverschrijdende verbindingen af op de Vervoervraag.

2.2

Concessieduur en -verlenging Artikel 2.2.1 Start en einde van de Concessie 1.

De Concessie treedt in werking op zondag 14 december 2025, zijnde de wijzigingsdatum van de Dienstregeling van het Hoofdrailnet in dat Kalenderjaar, bij aanvang van de dienst. De Concessie eindigt van rechtswege op de dag vóór de wijzigingsdatum van de Dienstregeling van het Hoofdrailnet in december 2035. Naar verwachting is dit zaterdag 9 december 2035.

2.

De Concessieverlener behoudt zich het recht voor om overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.2.2 met instemming van de Concessiehouder de Concessie – in afwijking van het bepaalde in lid 1 – de looptijd van de Concessie te wijzigen in 13 Dienstregelingjaren in plaats van 10 Dienstregelingjaren, in welk geval de Concessie van rechtswege eindigt in december 2038.

3.

De Concessieverlener behoudt zich het recht voor overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.2.3 lid 1a de looptijd van de Concessie eenzijdig met maximaal twee Dienstregelingjaren te verlengen in welk geval de Concessie van rechtswege eindigt in december 2040.

4.

De Concessieverlener behoudt zich het recht voor overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.2.3 lid 1b de looptijd van de Concessie eenzijdig met maximaal drie Dienstregelingjaren te verlengen in welk geval de Concessie van rechtswege eindigt in december 2038.

5.

Onverminderd het bepaalde in lid 2 t/m 4 kan de Concessieverlener besluiten tot (verdere) verlenging van de Concessie, indien dit op grond van wet- en regelgeving is toegestaan. De Concessieverlener zal alsdan nader bepalen onder welke voorwaarden de (verdere) verlenging van de Concessie zal plaatsvinden.

6.

Een verlenging van de Concessie op grond van dit artikel laat onverlet de bevoegdheid van de Concessieverlener om het tijdvak waarvoor de Concessie is verleend eenmaal, onder gelijkluidende voorwaarden, voor een periode van ten hoogste twee Jaar te verlengen, indien aanbesteding van een concessie voor een aansluitend tijdvak niet heeft geleid tot een concessieverlening.

7.

Ingeval de Concessie op een latere datum eindigt dan de datum bedoeld in lid 1 blijven de bepalingen in het Programma van Eisen, de Concessiebeschikking en de Inschrijving van de Concessiehouder onverminderd van kracht, en wel onder gelijkluidende voorwaarden, tenzij de Concessieverlener en de Concessiehouder uitdrukkelijk anders overeenkomen of al

12 van 161

ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.

PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023

eerder overeen zijn gekomen. De Concessieverlener en de Concessiehouder kunnen de afspraken verbonden aan de Concessie bijvoorbeeld aanpassen aan beleidsmatige, demografische en/of technische ontwikkelingen. Ook kunnen de Concessieverlener en de Concessiehouder overeenkomen dat de financiële voorwaarden van de Concessie ten gunste van de Concessieverlener worden gewijzigd (bijvoorbeeld omdat bepaalde investeringen op de einddatum van de Concessie zoals genoemd in lid 1 dan wel lid 2 zijn afgeschreven). De Concessieverlener kan het al dan niet verlengen van de Concessie afhankelijk maken van het al dan niet instemmen door de Concessiehouder met een wijziging van de financiële voorwaarden.

Artikel 2.2.2 Wijziging einddatum van de Concessie

1.

In afwijking van het bepaalde in artikel 2.2.1, lid 1 eindigt de Concessie van rechtswege op de dag vóór de wijzigingsdatum van de Dienstregeling van het Hoofdrailnet in december 2038 (naar verwachting is dit 12 december 2038) indien de Concessiehouder in zijn Inschrijving heeft toegezegd dat: a.

vanaf aanvang van de Concessie alle Bussen die hij voor de uitvoering van de Concessie inzet classificeren als Nulemissievoertuigen, en

b.

Uiterlijk vijf Jaar na aanvang van de Concessie alle Auto’s die hij voor de uitvoering van de Concessie inzet classificeren als Nulemissievoertuigen

2.

In aanvulling op het bepaalde in het vorige lid, kan de Concessieverlener uiterlijk binnen vier Jaar na aanvang van Concessie, eventueel op aanvraag van de Concessiehouder, besluiten de Concessie eveneens in december 2038 te laten eindigen indien naar zijn oordeel aan alle hierna volgende criteria is voldaan: a.

de Concessiehouder heeft ten behoeve van de uitvoering van de Concessie: i.

in zijn Inschrijving onvoorwaardelijk en onherroepelijk toegezegd uiterlijk vier Jaar na aanvang van de Concessie in Nulemissievoertuigen en bijbehorende Productiemiddelen te zullen investeren; en/of

ii.

voor aanvang van de Concessie dan wel uiterlijk op het moment van het besluit tot wijziging van de einddatum van de Concessie in Nulemissievoertuigen en bijbehorende Productiemiddelen geïnvesteerd; en/of

iii.

na aanvang van de Concessie onvoorwaardelijk en onherroepelijk toegezegd om in geval van wijziging van de einddatum van de Concessie in Nulemissievoertuigen en bijbehorende Productiemiddelen te zullen investeren, bovenop hetgeen de Concessiehouder in zijn Inschrijving heeft aangeboden;

zodat alle Bussen en Auto’s die de Concessiehouder vanaf 1 januari 2030 voor de uitvoerig van de Concessie inzet classificeren als Nulemissievoertuigen; b.

wet- en regelgeving verzetten zich niet tegen wijziging van de einddatum en de dan vigerende wet- en regelgeving maakt een looptijd van de Concessie langer dan tien Jaar mogelijk;

c.

de Concessiehouder is zijn verplichtingen voortvloeiende uit de Concessie naar het oordeel van de Concessieverlener structureel in voldoende mate nagekomen en de verwachting is dat de Concessiehouder dit zal blijven doen;

d.

de Concessiehouder heeft het Standaardformulier K (Financieel economische onderbouwing, (T2)) dat onderdeel is van zijn Inschrijving vóór een door de

13 van 161

ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.

PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023

Concessieverlener nader te bepalen moment volledig, naar waarheid en naar tevredenheid van de Concessieverlener aangevuld met de informatie voor de Dienstregelingjaren 2036 tot en met 2038 De Concessieverlener is – ook als aan bovenstaande criteria is voldaan – nooit verplicht om te besluiten dat de Concessie wordt verlengd. 3.

Ingeval de Concessieverlener niet besluit dat de Concessie in december 2038 eindigt, is de Concessiehouder niet gehouden de in lid 2 sub a onder iii. bedoelde toezeggingen gestand te doen voor zover het toezeggingen betreft bovenop hetgeen de Concessiehouder in zijn Inschrijving heeft aangeboden. Hetgeen de Concessiehouder in zijn Inschrijving heeft aangeboden dient te allen tijde te worden uitgevoerd, ongeacht het besluit van de Concessieverlener om de Concessie al dan niet in december 2038 te eindigen.

Artikel 2.2.3 Verlengingsmogelijkheid van de Concessie 1.

De Concessieverlener kan in samenhang met de mogelijkheid om de Concessie in december 2038 te eindigen zoals beschreven in artikel 2.2.2, na overleg met de Concessiehouder, zelfstandig of op verzoek van de Concessiehouder besluiten de Concessie te verlengen. a.

Indien de concessieverlener in het kader van artikel 2.2.2. besluit om de Concessie in december 2038 te laten eindigen, dan kan de Concessiehouder besluiten de concessie met maximaal twee Dienstregelingjaren (tot december 2040) te verlengen.;

b.

Indien de concessieverlener in het kader van artikel 2.2.2. niet besluit om de Concessie in december 2038 te laten eindigen, dan kan de Concessiehouder besluiten de concessie met maximaal drie Dienstregelingjaren (tot december 2038) te verlengen;

De Concessieverlener kan hiertoe besluiten indien naar zijn oordeel aan alle hierna volgende criteria is voldaan: a.

de Concessiehouder is zijn verplichtingen voortvloeiende uit de Concessie naar het oordeel van de Concessieverlener structureel in voldoende mate nagekomen, waaronder tijdige, betrouwbare en valide informatievoorziening richting de Concessieverlener overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B11 en ontwikkeling en uitvoering van de plannen genoemd in Bijlage B12, en de verwachting is dat de Concessiehouder dit zal blijven doen; en

b.

de Concessiehouder heeft het Standaardformulier K (Financieel economische onderbouwing (T2)) dat onderdeel is van zijn Inschrijving vóór een door de Concessieverlener nader te bepalen moment volledig, naar waarheid en naar tevredenheid van de Concessieverlener aangevuld met de informatie voor de Dienstregelingjaren waarmee de looptijd van de Concessie wordt verlengd.

De Concessieverlener is - ook als aan bovenstaande criteria wordt voldaan - nooit verplicht om te besluiten dat de Concessie wordt verlengd.

2.3

Taakafbakening in de Concessie Artikel 2.3.1 Algemene taakafbakening uitvoering Concessie 1.

De taken van de Concessiehouder bij de uitvoering van de Concessie bestaan in ieder geval uit: a.

Het (laten) verzorgen van Openbaar Vervoer en eventuele door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten, inclusief het uitvoeren van alle

14 van 161

ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.

PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023

bijbehorende taken en werkzaamheden die nodig zijn om het Openbaar Vervoer en deze Mobiliteitsdiensten uit te kunnen voeren, overeenkomstig de toezeggingen uit de Inschrijving, de eisen uit de Concessiebeschikking, het Bestek en het Programma van Eisen, en alle van toepassing zijnde wettelijke en financiële verplichtingen; b.

Het planmatig verzorgen van de ontwikkeling van het Openbaar Vervoer en eventuele door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten op zodanige wijze dat het vervoeraanbod voortdurend, zowel kwalitatief als kwantitatief, is afgestemd op de vraag vanuit de markt, waarbij de Concessiehouder prioriteit geeft aan een verdere bijdrage aan de realisatie van de in paragraaf 1.2 benoemde doelen;

c.

Het aanleggen, huren dan wel in eigendom overnemen, het onderhouden en/of het beheren van Productiemiddelen, stalling(en), eindpuntvoorzieningen, Haltepalen en Halteborden die geen eigendom van Wegbeheerders zijn 4;

d.

Het ontwikkelen en uitvoeren van maatregelen ter vergroting van het aantal Reizigers. onderscheiden naar de verschillende typen (potentiële) Reizigers, en ter verbetering van de toegankelijkheid, de (sociale) veiligheid, het imago en de betrouwbaarheid van het Openbaar Vervoer;

e.

Het gevraagd en ongevraagd adviseren van de Concessieverlener en de gemeenten/Wegbeheerders bij de ontwikkeling en/of uitvoering van het openbaar vervoerbeleid en (infrastructurele) maatregelen;

f.

Het uitvoeren, monitoren en evalueren van de maatregelen die worden aangekondigd in de plannen die deel uitmaken van de Inschrijving van de Concessiehouder en in de op te leveren producten in het kader van de Ontwikkelopdracht; en

g.

Alle overige voorkomende werkzaamheden die direct of indirect behoren of kunnen behoren tot de taken van een openbaar vervoerbedrijf dat zich als ondernemer in de mobiliteitsmarkt gedraagt.

2.

Tenzij anders is aangegeven, zijn alle investeringen, uitgaven en activiteiten die nodig zijn om bovengenoemde taken uit te voeren en/of om te kunnen voldoen aan de voorschriften die de Concessieverlener aan de Concessie verbonden heeft, voor rekening en risico van de Concessiehouder.

4

De aanleg, het beheer, de bereikbaarheid te voet en per auto en fiets, de toegankelijkheid en de sociaal veilige inrichting van Haltes is uitdrukkelijk geen taak van de Concessiehouder, maar van de betreffende gemeente/Wegbeheerder.

15 van 161

ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.

PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023

3

Eisen aan de Beschikbaarheid De (potentiële) Reiziger staat in deze Concessie centraal. Dit vraagt om een nog beter, betrouwbaarder en duurzamer aanbod aan Openbaar Vervoer en een kwalitatief hoogwaardige uitvoering van de Dienstregeling met onder ander excellente Aansluitingen tussen vervoervormen. Daarbij gaat de aandacht niet alleen uit naar Reizigers op de hoofdassen, maar vooral ook de Reizigers van en naar de kleinere Kernen. Van de Concessiehouder wordt verwacht dat hij inzet op een hoogwaardige bereikbaarheid van het gehele Concessiegebied en continu naar een goede balans streeft met zijn inzet van middelen om het aanbod voor de Reizigers van en naar alle Kernen te verbeteren. De Concessiehouder geeft hiervoor invulling aan een zo hoogwaardig mogelijke uitvoering van het Maatwerkvervoer enerzijds en aan het streefbeeld om het vervoer op hoofdassen verder door te ontwikkelen anderzijds.

De Concessieverlener heeft hiervoor de Knooppuntdienstregeling als uitgangspunt voor de eisen aan het netwerk van Openbaar Vervoer in deze Concessie vastgelegd, zoals deze ook in de huidige concessie Hoeksche Waard Goeree-Overflakkee toegepast wordt. Deze Knooppuntendienstregeling houdt in dat op diverse plaatsen betrouwbare aansluitingen tussen de diverse buslijnen worden geboden. De Concessieverlener eist hiervoor logisch opgebouwde basisfrequenties van zestig, dertig of vijftien minuten per Lijn, waarbij de aansluitingen op ovKnoop- en Overstappunten worden ontworpen vanuit de laagst toegestane frequentie. Dit maakt snelle reizen tussen meerdere plaatsen in en buiten het concessiegebied mogelijk.

Voor de ontwikkeling van hoogwaardige knooppunten stuurt de Concessieverlener met zijn eisen en het verder uitgewerkte toekomstbeeld, zoals ook beschreven in het Beleidskader, op hoge basisfrequenties op de hoofdassen tijdens alle bedieningstijden van de dag. De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder waar mogelijk het toekomstbeeld gebruikt als leidraad voor de ontwikkeling van de concessie.

Tegelijkertijd biedt de knooppuntdienstregeling een grote kans om het potentieel van de kleinere vervoerstromen beter te benutten. Essentieel voor de bediening van alle Kernen is de integraliteit van vaste vervoerdiensten onderling en met het Maatwerkvervoer in de knooppuntendienstregeling. Juist op verbindingen met een lage frequentie is het voor de kwaliteit van het Openbaar Vervoer voor Reizigers van groot belang om een Aansluiting daadwerkelijk te halen. Daarom stelt de Concessieverlener hoge eisen aan de uitvoeringskwaliteit. De Concessieverlener verwacht onder ander dat de Concessiehouder de Reizigers aansluitgaranties biedt. Dit houdt in dat de Concessiehouder Vervangend Vervoer organiseert in het geval dat Reizigers een Rit missen waarop een Gegarandeerde Aansluiting wordt geboden. Om de Concessiehouder hierbij meer flexibiliteit te bieden sturen wij de Concessiehouder onder meer op de reizigerspunctualiteit.

Voor de knooppuntendienstregeling zijn betrouwbare en duurzame rijtijden een randvoorwaarde. De Concessieverlener verwacht daarom van de Concessiehouder een actieve houding naar alle actoren om het belang van hoogwaardig en betrouwbaar Openbaar Vervoer te bepleiten. De Concessieverlener ondersteunt de Concessiehouder zowel bij het beïnvloeden van besluitvorming als bij het uitwerken van alternatieve oplossingen.

16 van 161

ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.

PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023

Bij de ontwikkeling van het aanbod heeft de Concessiehouder een zo groot mogelijke vrijheid om vervoervormen, routes, frequenties en producten te bepalen. Tegelijkertijd is de betrouwbaarheid van het aanbod tijdens de looptijd van de Concessie een van kwaliteitsfactoren die de Concessieverlener als uitgangspunt voor deze Concessie hanteert. Om die reden is bepaald dat alle Haltes van het Vaste Vervoer die in de dienstregeling 2022 bestonden tijdens de hele looptijd van de Concessie op zijn minst met Maatwerkvervoer bediend moeten worden. Met deze bepaling wordt de ontsluiting van de in de huidige concessie genoemde zorgvoorzieningen en bedrijventerreinen geborgd gedurende de gehele concessieduur.

3.1

Opbouw van het ov-netwerk Artikel 3.1 .1 Algemene uitgangspunten Openbaar Vervoer 1.

De Concessiehouder biedt een samenhangend netwerk van Lijnen op basis van een Knooppuntdienstregeling zoals bedoeld in artikel 3.1.2 die de te bedienen Kernen en Haltes in een vast patroon verbinden met ov-Knooppunten.

2.

De Concessieverlener onderscheidt binnen het netwerk als bedoeld in lid 1 in ieder geval: a.

R-net-Lijnen;

b.

Streekbuslijnen;

c.

Scholierenlijnen;

d.

Buurtbuslijnen; en

e.

Maatwerkvervoer.

De Concessiehouder mag verder de volgende onderscheidende lijntypen aanbieden:

3.

f.

(Opgewaardeerde) Streekbuslijnen conform productformules zoals “HOV”; en

g.

Nachtlijnen.

De Dienstregeling van dit netwerk is zodanig opgezet dat: a.

Op ov-Knooppunten en, waar relevant, eindpunten Vaste Aansluitingen en bij voorkeur Gegarandeerde Aansluitingen worden geboden naar en van de voor Reizigers belangrijkste ov-verbindingen, zowel binnen als buiten de Concessie. Hieronder vallen ook de reismogelijkheden die onder de Basismobiliteit voor deze Concessie vallen;

b.

Sprake is van een klokvaste dienstregeling, waarbij ritten steeds op dezelfde minuut aankomen en vertrekken; voor Maatwerkvervoer geldt dat de vertrek- en/of aankomsttijden een zo klein mogelijke variatie hebben;

Artikel 3.1 .2 Knooppuntendienstregeling 1.

De Concessiehouder zorgt bij het opstellen van de Dienstregeling voor een evenwichtige en klokvaste Dienstregeling binnen de bedieningsperioden zoals bedoeld in tabel 3.4, teneinde de reismogelijkheden voor Reizigers duidelijk en daarmee eenvoudig communiceerbaar te houden. Dit houdt in ieder geval in dat de Concessiehouder ervoor zorgt a.

Dat frequenties en opvolgtijden van Lijnen en reismogelijkheden van het Maatwerkvervoer naar mogelijkheid en in ieder geval bij frequenties van vier keer per uur en richting of minder op een Lijn of Corridor, evenwichtig over het uur verdeeld zijn, zoals bedoeld in tabel 3.1. Bij een frequentie van twee keer per uur zou dit betekenen dat afzonderlijke Ritten elkaar met een interval van 30 minuten opvolgen. Het is de Concessiehouder alleen toegestaan om van de patroontijden af te wijken ten behoeve van het bieden van een Aansluiting op één van de verplichte ov-Knooppunten zoals

17 van 161

ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.

PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023

bedoeld in tabel 3.2, onder de voorwaarde dat de Concessiehouder zijn keuze om van patroontijden af te wijken goed onderbouwd in zijn Vervoerplan; en b.

Dat hij de vertrektijden van Lijnen die (gedeeltelijk) dezelfde route volgen op elkaar afstemt zodat de vertrektijden naar mogelijkheid gelijkmatig over het uur gespreid worden; en

c.

Dat de vertrektijden per uurblok van alle Ritten en reismogelijkheden ten minste zoveel mogelijk gelijk blijven tijdens alle bedieningsperioden; en

d.

Dat hij duidelijke en eenduidige regels toepast wat betreft de plaatsen en tijden waarop Vast Vervoer dan wel (oproepafhankelijk) Maatwerkvervoer wordt ingezet; en

e.

Dat hij bij het bieden van (Gegarandeerde) Aansluitingen rekening houdt met de looptijden en loopafstanden voor Reizigers op ov-Knooppunten en Overstappunten.

Tabel 3.1 Frequentieschema voor frequenties met gelijkmatige patroontijden

2.

Aantal Ritten per uur en richting

Frequentie per uur en richting

Een keer per uur

60 minuten

Twee keer per uur

30 minuten

Vier keer per uur

15 minuten

De Concessiehouder dient zijn ov-netwerk zodanig op te bouwen dat een Knooppuntendienstregeling ontstaat waarbij tijdens de bedieningstijden zoals opgenomen in tabel 3.4 in ieder geval op de belangrijkste ov-Knooppunten zoals opgenomen in tabel 3.2 een optimale Aansluiting in zoveel mogelijke reisrichtingen wordt geboden. De Concessiehouder spant zich maximaal in om ook op alle overige Overstappunten een optimale Aansluiting in zoveel mogelijke reisrichtingen te bieden.

Tabel 3.2 Verplichte ov-Knooppunten Heinenoord busstation Numansdorp A29 Den Bommel N59 P+R Stellendam busstation Oude Tonge busstation1 ) 1)

Oude Tonge busstation is een verplicht ov-Knooppunt indien de Halte wordt bediend door lijnen van andere concessiehouders.

3.

De Concessieverlener kan, na overleg met de Concessiehouder, verplichte ov-Knooppunten aan tabel 3.2 toevoegen en/of laten vervallen, in welk geval de Concessiehouder deze aanpassingen in het eerstvolgende Dienstregelingjaar verwerkt in zijn netwerk van Vast Vervoer. De Concessiehouder volgt daarbij de procedure zoals beschreven in artikel 3.6.2.

4.

Het is de Concessiehouder toegestaan op eigen initiatief doch met inachtneming van de procedure zoals beschreven in artikel 3.6.2 (een) extra ov-Knooppunt(en) in zijn netwerk van Vast Vervoer op te nemen (bijvoorbeeld in zijn Inschrijving). Het is de Concessiehouder in dat geval niet toegestaan het (de) desbetreffende ov-Knooppunt(en) zonder voorafgaande toestemming van de Concessieverlener weer te laten vervallen.

18 van 161

ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.

PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023

3.2

Voorzieningenniveau in het Concessiegebied Artikel 3.2.1 Ontsluiting van Kernen 1.

De Concessiehouder bedient alle kernen in het Concessiegebied die voldoen aan de criteria zoals bedoeld in tabel 3.3 met minimaal de bedieningsvormen naar minimaal de Haltes bedoeld in tabel 3.3. Daarbij geldt de volgende hiërarchie aan bedieningsvormen (beginnend bij de meest hoogwaardige vorm). a.

R-net

b.

HOV

c.

Streekbus

d.

Buurtbus

e.

Maatwerkvervoer

Dit betekent dat Vast Vervoer in plaats van Maatwerkvervoer mag worden geboden (maar niet omgekeerd), zowel voor alle reismogelijkheden als voor een beperkt aantal Ritten. De Concessiehouder mag het bedieningsniveau van een kern alleen significant verlagen wanneer aan onderstaande voorwaarden is voldaan: a.

Het aantal reizigers ligt structureel te laag om de vereiste bedieningsvorm op

b.

De Concessiehouder heeft zich aantoonbaar en maximaal ingespannen om het aantal

vervoerkundige en economische gronden te rechtvaardigen; en

reizigers te doen stijgen naar het vereiste aantal; of c.

De bespaarde Dienstregelinguren worden door de concessiehouder elders in de concessie op een zodanige manier ingezet dat hierdoor significant meer reizigers vervoerd worden.

De Concessiehouder blijft in ieder geval bedieningsvormen conform de minimale bedieningsvormen zoals bedoeld in tabel 3.3 bieden. Een aanpassing als bedoeld in dit lid mag pas worden doorgevoerd nadat de Concessieverlener hier toestemming voor heeft verleend. De Concessieverlener kan aan zijn toestemming aanvullende voorwaarden verbinden.

19 van 161

ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.

PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023

Tabel 3.3 Ontsluiting van kernen en minimale bedieningsvorm per kern Te bedienen Kern

Minimale

Ontsluiting per bedieningsvorm

bedieningsvorm Kernen genoemd in

Maatwerkvervoer

Maatwerkvervoer: Minimaal eén Halte die

Bijlage B5 met 200 tot

hemelsbreed maximaal 400 meter vanaf het

1.500 inwoners

Geografisch Zwaartepunt van de Kern

Kernen genoemd in

Op Werkdagen van 6:00

Bijlage B5 met 1.500

uur tot 19:00 uur Vast

tot 3.000 inwoners,

Vervoer, daarbuiten

alsmede Herkingen en

Maatwerkvervoer

Stad aan ’t Haringvliet5

gelegen is1)

Vast Vervoer: Minimaal eén Halte die hemelsbreed maximaal 800 meter vanaf het Geografisch Zwaartepunt van de Kern gelegen is

R-net of HOV: Minimaal eén Halte die hemelsbreed maximaal 1.200 meter vanaf het Geografisch Zwaartepunt van de Kern gelegen is2)

Kernen genoemd in

Vast Vervoer

Ten minste 80% van de woonadressen

Bijlage B5 met meer

binnen de Kern hebben binnen een

dan 3.000 inwoners

hemelsbrede afstand van 800 meter een door het Vaste Vervoer bediende Halte en/of binnen een hemelsbrede afstand van 1.200 meter een door R-net en/of HOV bediende Halte.

100% van de woonadressen binnen de Kern hebben binnen een hemelsbrede afstand van 400 meter een door het Maatwerkvervoer bediende Halte en/of 800 meter een door het Vaste Vervoer bediende Halte en/of binnen een hemelsbrede afstand van 1.200 meter een door R-net en/of HOV bediende Halte.

Om te voldoen aan deze eisen volstaat alternatief de bediening van deze Kernen met Vast Vervoer zoals opgenomen in de Dienstregeling 2024. 1)

De Concessiehouder dient in kernen waar nog geen halte is in afstemming met de wegbeheerder zorg te dragen voor de plaatsing van een halte. De wegbeheerder draagt verantwoordelijkheid voor aanvullende voorzieningen als zitgelegenheid, abri en fietsenstallingen.

2)

R-net-Haltes die niet tijdens alle bedieningsperioden worden bediend door minimaal één R-netLijn, dienen door de Concessiehouder worden beschouwd als Haltes van het Vaste Vervoer.

Artikel 3.2.2 Verplichte bediening van Haltes 1.

Naast de Haltes zoals bedoeld in tabel 3.3 bedient de Concessiehouder gedurende de hele looptijd van de Concessie alle in de dienstregeling 2022 opgenomen Haltes ten minste met Maatwerkvervoer6. Indien de Concessiehouder op een Grensoverschrijdende Verbinding geen Vast Vervoer biedt, geldt dat de Concessiehouder voor alle Haltes gelegen op deze

5

De kernen Herkingen en Stad aan ’t Haringvliet worden in dit PvE gerekend tot kernen met 1.500 – 3.000 inwoners. Zie ook Bijlage B5.

6

20 van 161

De Concessiehouder is niet verplicht om de Halte Rotterdam, Vaanweg te bedienen.

ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ,[K],HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.

PZH-2023-844119835 dd. 12-12-2023

Grensoverschrijdende Verbinding uitsluitend reismogelijkheden van en naar Haltes gelegen in het Concessiegebied biedt. 2.

De Concessieverlener kan, na overleg met de Concessiehouder, Haltes toevoegen, in welk geval de Concessiehouder de aanpassingen uiterlijk in het eerstvolgende Dienstregelingjaar verwerkt in zijn netwerk. De Concessieverlener verwacht van de Concessiehouder een actieve en constructieve rol bij het uitwerken en uitvoeren van deze aanpassingen. De Concessiehouder volgt daarbij de procedure zoals beschreven in artikel 3.6.2.

Artikel 3.2.3 Bedieningstijden 1.

De Concessiehouder biedt het in tabel 3.3 en in artikel 3.2.2 beschreven voorzieningenniveau ten minste tijdens de bedieningstijden van het Openbaar Vervoer zoals aangegeven in tabel 3.4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13677582/1