Bestemmingsplan Tienvoet Heinenoord ontwerp 1
Tekst van het document
Als gevolg van een incident met toxische stoffen over het water en de weg geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
54
4.9.4 Conclusie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de vaarroute Oude Maas en de N217, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Uit de beknopte verantwoording blijkt dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Verder zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen aanwezig. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.10
Kabels en leidingen
4.10.1 Toetsingskader Rond planologisch relevante leidingen dient rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden (belemmeringenzones). 4.10.2 Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Langs de weg Tienvoet bevindt zich een rioolleiding en ten zuiden bevindt zich (buiten het plangebied) een waterleiding. Voor de rioolleiding is de dubbelbestemming overgenomen. Hiermee staat het aspect kabels en leidingen de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
4.11
Bodemkwaliteit
4.11.1 Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd.
4.11.2 Onderzoek en conclusie Door nieuwe inzichten gedurende de planontwikkeling (het betrekken van het deel ten westen van de weg Tienvoet) is het milieukundig bodemonderzoek niet plangebied dekkend, hiertoe zijn 2 verschillende rapportages opgesteld en deze zullen in onderstaande paragraaf dan ook los van elkaar worden behandeld. Uiteindelijk wordt wel één conclusie getrokken ten aanzien van de gehele planontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
55
4.11.2.1 Dorpsstraat 1‐5 te Heinenoord In opdracht van Novaform Vastgoedontwikkelaars West BV heeft RSK Netherlands (hierna RSK) een actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Dorpsstraat 1‐5 te Heinenoord. De aanleiding voor het onderzoek vormt de voorgenomen eigendomsoverdracht van de locatie (aankoop). De volledige rapportage van dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 13 bij deze toelichting op het bestemmingsplan. Hieronder zijn de conclusies en aanbevelingen uit het rapport overgenomen. Conclusies Bodemkwaliteit In de bovengrond zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten zware metalen (cadmium, koper, kwik, lood, molybdeen en zink) en OCB gemeten. In de ondergrond zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten kobalt, molybdeen en nikkel gemeten. In de westelijke akkerstrook worden plaatselijk sterk verhoogde (boring 20 en 31) en matig verhoogde (boring 25, 37 en 32) gehalten OCB (DDE) gemeten. OCB‐verontreiniging Ter plaatse van de westelijke akkerstrook zijn in de kleiige bovengrond (1,0‐1,5 m‐mv) sterk verhoogd gehalte OCB (DDE) gemeten (boring 20 en 31) – de sterk verhoogde gehalten zijn gerelateerd aan voormalige activiteiten (boomgaard). De sterke verontreiniging is horizontaal en verticaal afgeperkt en bevindt zich in de bodemlaag van 0 m‐mv tot 0,3 m‐mv. De sterke verontreiniging beperkt zich tot twee spots rondom boringen 20 en 31.
Voor de verontreiniging rondom boring 20, met een oppervlakte van circa 225 m² en een gemiddelde laagdikte van 0,3 m, bedraagt de omvang van de sterke verontreiniging circa 70 m³. Voor de verontreiniging rondom boring 31, met een oppervlakte van circa 250 m² en een gemiddelde laagdikte van 0,3 m, bedraagt de omvang van de sterke verontreiniging circa 75 m². De totale omvang van de verontreiniging bedraagt zich circa 145 m². Op basis van het volumecriterium is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging (meer dan 25 m³ bodemvolume verontreinigd boven de interventiewaarde). Hergebruik grond Op basis van indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is de grond grotendeels toepasbaar als Achtergrondwaarde, Wonen of Industrie met uitzondering van de matig tot sterke verontreiniging met OCB, de bovengrond van de westelijke akkerstrook is veelal niet toepasbaar. Op basis van het Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS‐houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van 29 november 2019) kan de bovengrond in het noordwesten (MM1 PFAS) en zuidoosten (MM4 PFAS) van het onderzoeksgebied worden hergebruikt in de gebieden, waarvoor de toepassingseis Wonen/ Industrie geldt. Voor de overige bovengrond en de ondergrond van het gehele gebied kan de grond worden hergebruikt in gebieden, waarvoor de toepassingseis Landbouw/ natuur geldt.
Binnen de regio Zuid‐Holland Zuid is sprake van regionaal bodembeleid voor PFOA, opgenomen in de Herziene handreiking toepassing van PFOA houdende grond Zuid‐Holland Zuid (13 juni 2018). De onderzoeklocatie ligt binnen de zones van de verwachtingskaart. De grond kan worden toegepast in zowel zone A als B. Grondwater In peilbuis 13 is een sterk verhoogde concentratie nikkel aangetoond. In peilbuis 10 is een matig verhoogde concentratie minerale olie aangetoond. Daarnaast worden in het grondwater over het algemeen licht verhoogde concentraties barium, xylenen en naftaleen aangetoond. Plaatselijk worden licht verhoogde concentraties koper, lood en minerale olie aangetoond. Nikkel‐verontreiniging
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
56
Ter plaatse van het noordoosten van het onderzoekgebied (oosten van de kas) wordt een sterk verhoogde concentratie nikkel gemeten. Er zijn 8 aanvullende peilbuizen geplaatst ten behoeve van horizontale afperking van de sterke nikkel verontreiniging. In alle peilbuizen worden sterk verhoogde concentraties nikkel aangetoond. De verontreiniging is derhalve niet afgeperkt. Op basis van de beschikbare gegevens is er sprake van minstens 2.000 m³ met nikkel sterk verontreinigd grondwater. Op basis van het volumecriterium is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging (meer dan 50 m³ bodemvolume verontreinigd boven de interventiewaarde). Veiligheidsklasse Conform de CROW400 'Werken in en met verontreinigde bodem' is voor de werkzaamheden in grond (inclusief de sterke OCB verontreiniging) en met betrekking tot grondwater (inclusief de sterke nikkel verontreiniging) geen veiligheidsklasse van toepassing. Dit betekent dat voor eventuele werkzaamheden in de bodem de basishygiëne geldt. Advies Geadviseerd wordt de eventuele ontwikkelingsplannen van de locatie tegen het licht te houden van de thans bekende verontreinigingssituatie. Mogelijk kunnen eventuele plannen worden geïntegreerd in de eventuele saneringsaanpak van de aangetoonde bodemverontreinigingen. Bij gelijkblijvend gebruik (akkerland en kas) is er momenteel geen spoedige sanering noodzakelijk.
Er is sprake van een historische verontreiniging welke op basis van de risico's (humane, ecologische en verspreidingsrisico's) niet spoedeisend is (zie Sanscrit verklaring in bijlage 7). De risico's zijn beoordeeld op basis van de thans bekende volumes, met name de nikkel verontreiniging. Indien het voornemen bestaat de aangetoonde verontreinigingen te saneren, wordt geadviseerd voorafgaand aan het opstellen van een saneringsplan / BUS melding in overleg te treden met het bevoegde gezag. Mogelijk dat er nog aanvullende afperking wordt gevraagd voorafgaande aan het opmaken van de plannen. 4.11.2.3 Oud‐Heinenoordseweg (achter) 4‐8 In opdracht van Novaform Vastgoedontwikkelaars West BV heeft RSK Netherlands een verkennend bodem‐ en waterbodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Oud‐Heinenoordseweg (achter) 4‐8 te Heinenoord. De aanleiding voor het onderzoek vormt de voorgenomen eigendomsoverdracht van de locatie (aankoop). De volledige rapportage van dit bodemonderzoek is opgenomen in Bijlage 12 bij deze toelichting. Hieronder zijn de conclusies en aanbevelingen uit de rapportage overgenomen. Conclusies Bodemkwaliteit In de bovengrond worden veelal licht verhoogde gehalten (> Achtergrondwaarde) zware metalen (kobalt, lood, nikkel) en ligt verhoogde gehalten PAK en OCB gemeten. In de ondergrond wordt plaatselijk een licht verhoogd gehalte koper gemeten.
Voor het overige zijn geen van de geanalyseerde parameters (zware metalen, PAK, PCB's, OCB's en/of minerale olie) aangetoond boven de Achtergrondwaarde. PFAS In de bodem, met name de bovengrond, en in de waterbodem zijn verhoogde gehalte PFAS gemeten (tot 0,5 mmv). Op basis van het Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS‐houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van 2 juli 2020) kan zowel de boven‐ als ondergrond en de volledige waterbodem van het gehele onderzoeksgebied worden hergebruikt in de gebieden, waarvoor de toepassingseis Landbouw/ natuur geldt. Grondwater In het grondwater worden licht verhoogde concentraties (> Streefwaarde) barium en plaatselijk xyelenen (peilbuis 33) aangetoond.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
57
Veiligheidsklasse Conform de CROW400 'Werken in en met verontreinigde bodem' is voor de werkzaamheden in grond en met betrekking tot grondwater (indicatief) geen veiligheidsklasse van toepassing. Dit betekent dat voor eventuele werkzaamheden in de bodem de basishygiëne geldt. Advies Hergebruik grond Op basis van indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is de boven‐ en ondergrond (inclusief PFAS) grotendeels altijd toepasbaar (Achtergrondwaarde), met uitzondering van de bovengrond ter hoogte van de Oud‐ Heinenoordseweg 8, deze grond is van kwaliteitsklasse Klasse Industrie. Voor het toepassen van grond en bouwstoffen elders is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onderhavig bodemonderzoek is een indicatief onderzoek. Voor het bepalen van de definitieve hergebruiksmogelijkheden van vrijkomende grond en bouwstoffen is formeel een keuring conform de geldende richtlijnen uit het Besluit bodemkwaliteit (BRL 1000) noodzakelijk. 4.11.2.2 Oud‐Heinenoordseweg (achter) 4‐8 In opdracht van Novaform Vastgoedontwikkelaars West BV heeft RSK Netherlands een verkennend bodem‐ en waterbodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Oud‐Heinenoordseweg (achter) 4‐8 te Heinenoord. De aanleiding voor het onderzoek vormt de voorgenomen eigendomsoverdracht van de locatie (aankoop). De volledige rapportage van dit bodemonderzoek is opgenomen in Bijlage 12 bij deze toelichting.
Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en indicatieve milieuhygiënische hergebruikskwaliteit van de grond en waterbodem, inclusief OCB en PFAS. Bodemkwaliteit In de bovengrond worden veelal licht verhoogde gehalten (> Achtergrondwaarde) zware metalen (kobalt, lood, nikkel) en ligt verhoogde gehalten PAK en OCB gemeten. In de ondergrond wordt plaatselijk een licht verhoogd gehalte koper gemeten. Voor het overige zijn geen van de geanalyseerde parameters (zware metalen, PAK, PCB's, OCB's en/of minerale olie) aangetoond boven de Achtergrondwaarde. PFAS In de bodem, met name de bovengrond, en in de waterbodem zijn verhoogde gehalte PFAS gemeten (tot 0,5 mmv).Op basis van het Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS‐houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van 2 juli 2020) kan zowel de boven‐ als ondergrond en de volledige waterbodem van het gehele onderzoeksgebied worden hergebruikt in de gebieden, waarvoor de toepassingseis Landbouw/ natuur geldt. Grondwater In het grondwater worden licht verhoogde concentraties (> Streefwaarde) barium en plaatselijk xyelenen (peilbuis 33) aangetoond. Veiligheidsklasse Conform de CROW400 'Werken in en met verontreinigde bodem' is voor de werkzaamheden in grond en met betrekking tot grondwater (indicatief) geen veiligheidsklasse van toepassing.
Dit betekent dat voor eventuele werkzaamheden in de bodem de basishygiëne geldt. Advies Hergebruik grond
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
58
Op basis van indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is de boven‐ en ondergrond (inclusief PFAS) grotendeels altijd toepasbaar (Achtergrondwaarde), met uitzondering van de bovengrond ter hoogte van de Oud‐ Heinenoordseweg 8, deze grond is van kwaliteitsklasse Klasse Industrie. Voor het toepassen van grond en bouwstoffen elders is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onderhavig bodemonderzoek is een indicatief onderzoek. Voor het bepalen van de definitieve hergebruiksmogelijkheden van vrijkomende grond en bouwstoffen is formeel een keuring conform de geldende richtlijnen uit het Besluit bodemkwaliteit (BRL 1000) noodzakelijk. 4.11.2.3 Westzijde van de Tienvoet In opdracht van Rho Adviseurs heeft RSK Netherlands (hierna RSK) een asfalt‐, verkennend bodem‐ en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie ten westen van de weg Tienvoet te Heinenoord. Met het onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit (teerhoudendheid) van het asfalt, de milieuhygiënische bodemkwaliteit en (indicatieve) hergebruikskwaliteit van de grond bepaald, alsmede de benodigde veiligheidsmaatregelen conform CROW400 bij de werkzaamheden. De volledige rapportage van dit onder is opgenomen in Bijlage 14 bij deze toelichting op het bestemmingsplan. Hieronder volgen de conclusies en aanbevelingen uit de rapportage.
Conclusies Asfalt De asfaltverharding van de parkeerplaats ten westen van de Tienvoet is teervrij. Bodemkwaliteit In de grond zijn (plaatselijk) licht verhoogde gehalten (> Achtergrondwaarden) zware metalen (cadmium, kobalt, kwik, lood, molybdeen), PAK, PCB en minerale olie gemeten. Ter plaatse van de volkstuinen worden geen verhoogde gehalten boven de Achtergrondwaarden OCB's aangetoond. Er is zintuiglijk geen dempingsmateriaal dan wel voormalige waterbodem ter plaatse van de gedempte sloot aangetroffen, derhalve is er analytisch geen onderzoek uitgevoerd naar de sloot demping. Zeer waarschijnlijk is de sloot gedempt met gebiedseigen grond. Zware metalen en PAK verontreiniging parkeerplaats In de puinhoudende zandige bodemlaag (0,18 ‐ 0,8 m‐mv) direct onder de asfaltverharding van de parkeerplaats zijn sterk verhoogde gehalten (> Interventiewaarden) koper, zink en PAK, matig verhoogde gehalten (> ½ AW+I) nikkel en PCB en licht verhoogde gehalten overige zware metalen en minerale olie aangetoond. De verontreiniging is verticaal afgeperkt (zintuiglijk schone zandlaag onder de puinhoudende bodemlaag), waarbij geen gehalten boven de Achtergrondwaarden zijn gemeten. De verontreiniging is niet in horizontale richting afgeperkt.
Er is nog onvoldoende onderzoek gedaan om te concluderen of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (> 25 m³ sterk verontreinigde grond). Wel kan geconstateerd worden dat de puinhoudende zandige bodemlaag diffuus heterogeen verontreinigd is, gerelateerd aan de bijmengingen met puin. Zink verontreiniging volkstuinen Ter plaatse van boring 64 (midden‐oostelijk deel volkstuinen) is in de baksteenhoudende kleiige bodemlaag (0 ‐ 0,3 m‐mv) een sterk verhoogd gehalte (> Interventiewaarden) zink, matig verhoogde gehalten (> ½ AW+I) koper en PAK en licht verhoogde gehalten (> Achtergrondwaarden) overige zware metalen (cadmium, kobalt, lood, molybdeen en nikkel) en PCB gemeten. Tijdens het aanvullend onderzoek is de verontreiniging in zowel de verticale als horizontale richting afgeperkt. In de afperkende boringen zijn maximaal licht verhoogde gehalten nikkel, zink en PAK aangetoond. De verontreiniging is in voldoende mate afgeperkt, er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging (< 25 m3 sterk verontreinigde grond). PFAS In de bodem, met name de bovengrond zijn verhoogde gehalte PFAS gemeten (tot 0,5 m‐mv).
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
59
Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS‐houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van 2 juli 2020) kan de braakliggende kleiige bovengrond in het oosten van het onderzoeksgebied worden hergebruikt in de gebieden, waarvoor de toepassingseis Wonen/ Industrie geldt. De overige bodemlagen kunnen ook worden toegepast in gebieden, waarvoor de toepassingseis Landbouw/ natuur geldt. Binnen de regio Zuid‐Holland Zuid is sprake van regionaal bodembeleid voor PFOA, opgenomen in de Herziene handreiking toepassing van PFOA houdende grond Zuid‐Holland Zuid (13 juni 2018). De onderzoeklocatie ligt binnen de zones van de verwachtingskaart. De grond kan worden toegepast in zowel zone A als B. Grondwater In het grondwater worden licht verhoogde concentraties (> Streefwaarde) barium en plaatselijk nikkel en vluchtige aromaten (benzeen, xylenen, naftaleen) aangetoond. Veiligheidsklasse Conform de CROW400 'Werken in en met verontreinigde bodem' is voor de werkzaamheden in grond en met betrekking tot grondwater (indicatief) geen veiligheidsklasse van toepassing (inclusief de sterke zware metalen en PAK verontreinigingen). Dit betekent dat voor eventuele werkzaamheden in de bodem de basishygiëne geldt. Een en ander onder voorbehoud van eventuele resultaten vanuit (noodzakelijk) aanvullend onderzoek.
Advies Zware metalen en PAK verontreiniging parkeerplaats Geadviseerd wordt om bij handelingen aan het asfalt van de parkeerplaats of de direct onderliggende puinhoudende zandlaag een nader bodemonderzoek uit te voeren. De verontreiniging is in verticale zin in voldoende mate afgeperkt. Zink verontreiniging volkstuinen Voor (grond)werkzaamheden in de sterk verontreinigde grond (baksteenhoudende kleiige bodemlaag) tot 0,5 m‐mv ter plaatse van de volkstuinen (boring 64) dient een melding bij het bevoegd gezag Wbb (opstellen plan van aanpak) te worden gedaan. Hergebruik grond Op basis van indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is de boven‐ en ondergrond grotendeels altijd toepasbaar (Achtergrondwaarde), met uitzondering van de puinhoudende zandige bodemlaag onder de asfaltverharding van de parkeerplaats, de baksteenhoudende kleiige bodemlaag ter plaatse van de volkstuinen, de kolengruishoudende zandige bodemlaag ten westen van de bushalte en de zintuiglijk schone zandige bovengrond in het oosten van het onderzoeksgebied. De puinhoudende zandige bodemlaag direct onder de asfaltverharding van de parkeerplaats en de baksteenhoudende kleiige bodemlaag ter plaatse van de volkstuinen is niet toepasbaar. De kolengruishoudende zandige bodemlaag ten westen van de bushalte grond is van kwaliteitsklasse Klasse Industrie.
De zintuiglijk schone zandige bovengrond in het oosten van het onderzoeksgebied is van kwaliteitsklasse Klasse Wonen. Opmerking hergebruik grond, baggerspecie en bouwstoffen Voor het toepassen van grond en bouwstoffen elders is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onderhavig bodemonderzoek is een indicatief onderzoek. Voor het bepalen van de definitieve hergebruiksmogelijkheden van vrijkomende grond en bouwstoffen is formeel een keuring conform de geldende richtlijnen uit het Besluit bodemkwaliteit (BRL 1000) noodzakelijk.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
60
Voor meer informatie over hergebruik van PFAS‐houdende grond en baggerspecie, het volledige toetsingskader en voorwaarden wordt verwezen naar het 'Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS‐houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van 2 juli 2020)'.
4.11.3 Conclusie De bodem ter plaatse van de toekomstige woonbuurt is geschikt (te maken) voor de woonfunctie. Ter plaatse van de westelijke akkerstrook zijn in de kleiige bovengrond (1,0‐1,5 m‐mv) sterk verhoogd gehalte OCB (DDE) gemeten (boring 20 en 31) – de sterk verhoogde gehalten zijn gerelateerd aan voormalige activiteiten (boomgaard). Op basis van het volumecriterium is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging (meer dan 25 m³ bodemvolume verontreinigd boven de interventiewaarde). Geadviseerd wordt de eventuele ontwikkelingsplannen van de locatie tegen het licht te houden van de thans bekende verontreinigingssituatie. Mogelijk kunnen eventuele plannen worden geïntegreerd in de eventuele saneringsaanpak van de aangetoonde bodemverontreinigingen. Voor (grond)werkzaamheden in de sterk verontreinigde grond (baksteenhoudende kleiige bodemlaag) tot 0,5 m‐mv ter plaatse van de volkstuinen (boring 64) dient een melding bij het bevoegd gezag Wbb (opstellen plan van aanpak) te worden gedaan. De bovenstaande paragrafen en bijgevoegde onderzoeken zijn beoordeeld en akkoord bevonden door het bevoegd gezag.
4.12
Cultuurhistorie en archeologie
4.12.1 Cultuurhistorie Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan ligt in de Buitenwaard. De Buitenwaard ligt letterlijk en figuurlijk op een kruispunt van landschappen, wegen en dorpse structuren. Een plek waar van oudsher verschillende van deze elementen bij elkaar komen, zoals dijken, rivieren, polders, lintbebouwing en kreken. Een spannende plek met veel identiteiten verscholen in het dorp en in de verschillende landschappen. Het ontwerp is geïnspireerd op de historie en de bestaande geschiedenis van het landschap en van het dorp, om zo een nieuw ecologisch en klimaatadaptief woonlandschap te creëren dat behalve een unieke woonbeleving ook nieuwe verbindingen en relaties legt tussen het dorp en ommeland. Na zorgvuldige analyse zijn er vier belangrijke essenties waar langs dit gebied wordt ontwikkeld. Dit zijn: Toevoeging aan het Dorpslint. Creëren van een groene Entreelaan: De Laan Introduceren van een (klimaat) park: De Waard Realiseren van een kreeklandschap: De Kreek De cultuurhistorische inpassing van de ontwikkeling wordt verder verwoord in paragraaf 2.2 Toekomstige situatie.
4.12.2 Archeologie Door nieuwe inzichten gedurende de planontwikkeling (het betrekken van het deel ten westen van de weg Tienvoet) is het archeologische onderzoek niet plangebied dekkend, hiertoe zijn drie verschillende rapportages opgesteld en deze zullen in onderstaande paragraaf dan ook los van elkaar worden behandeld. Uiteindelijk wordt wel één conclusie getrokken ten aanzien van de gehele planontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
61
4.12.2.1 Oostzijde van de Tienvoet Bureauonderzoek In opdracht van Novaform Vastgoedontwikkelaars B.V heeft The Missing Link een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Tienvoet te Heinenoord. In het plangebied zal een nieuwbouwwijk worden gerealiseerd. Het plangebied heeft op dit moment, naast de dubbelbestemming archeologie, de enkelbestemming 'Agrarisch'. In het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging naar 'Wonen' en de daaruit volgende ingrepen is het nodig een archeologisch vooronderzoek uit te voeren. De eerste stap in het proces van de archeologische Monumentenzorg (AMZ‐cyclus) is het uitvoeren van een bureauonderzoek, om tot een gespecificeerde archeologische verwachting te komen. Het onderzoek dient om te bepalen of de kans bestaat dat er bij het uitvoeren van de voorgenomen ingrepen archeologische resten in de ondergrond worden verstoord. Volgens de gemeentelijke verwachtingskaart geldt voor het plangebied een hoge (noord) archeologische verwachting die richting het zuiden afloopt naar middelhoge verwachting. De nader gespecificeerde archeologische verwachting op basis van dit bureauonderzoek luidt als volgt. Uit het bureauonderzoek (zoals opgenomen in Bijlage 15) is gebleken dat er in het plangebied een middelhoge tot hoge verwachting geldt voor archeologische resten.
Om de trefkans voor intacte archeologische resten beter in beeld te brengen is beter inzicht in het bodemprofiel vereist. Gezien het bovenstaande adviseert The Missing Link een verkennend booronderzoek uit te voeren. Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel en de intactheid ervan. Door middel van het verkennend booronderzoek moet nader worden bepaald of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn, met bijzondere aandacht voor de bewoning in het kwelder gebied. Inventariserend veldonderzoek In opdracht van The Missing Link heeft RAAP in februari 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 16 bij dit bestemmingsplan. Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: Het plangebied ligt landschappelijk in een komgebied van een oude Maastak, dat is opgebouwd uit Hollandveen (grotendeels bosveen, met lokale rietveeninschakelingen) met een dek van komklei (Formatie van Echteld).
Dit komgebied is in de middeleeuwen geërodeerd onder invloed van getijdenwerking, waarbij in het noordelijke en oostelijke deel van het plangebied het kleidek is verdwenen en de erosie tot in het Hollandveen reikt. In het westelijke en zuidelijke deel van het plangebied was de erosie door de getijdenwerking ondieper en is nog een restant van de komklei aanwezig. De afzettingen die onder invloed van de getijdenwerking zijn gevormd worden gerekend tot het Laagpakket van Walcheren, dat onderdeel uitmaakt van de Formatie van Naaldwijk. De stroomgordel, die volgens de gemeentelijke verwachtingskaart in het noordelijkste deel van het plangebied aanwezig zou zijn, is in de boringen niet aangetroffen. Ook bij eerder onderzoek, direct ten westen van het plangebied werd deze stroomgordel niet aangetroffen (De Boer, 2005). Blijkbaar ligt de begrenzing van deze stroomgordel verder noordelijk dan op de verwachtingskaart staat aangegeven. Archeologische resten uit de ijzertijd konden worden verwacht in de top van het Hollandveen. In het noordelijke en oostelijke deel van het plangebied is de top van het veen in de middeleeuwen geërodeerd onder invloed van getijdenwerking. In het zuidelijke en westelijke deel van het plangebied is de top van het veen nog intact, maar er is nergens een veraard niveau aangetroffen.
Op grond van deze resultaten worden er geen vindplaatsen binnen het plangebied meer verwacht.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
62
Er zijn in de boringen geen afwijkende lagen aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een woonheuvel in het komgebied. Er zijn ook geen andere aanwijzingen voor de mogelijke aanwezigheid van een vindplaats aangetroffen. Conclusie oostzijde van de Tienvoet Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied vrijwel zeker geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. De gemeente Hoeksche Waard heeft het rapport de rapporten goedgekeurd en het advies om het gebied vrij te geven onderschreven. 4.12.2.2 Oostelijke uitbreiding In opdracht van The Missing Link heeft ADC ArcheoProjecten in december 2020 een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Tienvoet. De aanleiding voor het onderzoek is de oostelijke uitbreiding van het Plangebied Tienvoet‐Heinenoord. De rapportage van dit onderzoek is opgenomen in bijlage 17 bij de toelichting op dit bestemmingsplan. Op basis van het bureauonderzoek werd binnen het plangebied de mogelijke aanwezigheid van resten uit de IJzertijd tot de Vroege Middeleeuwen verwacht in de top van het Hollandveen. Archeologische waarden vanaf de inpoldering in de 15e eeuw tot de Nieuwe Tijd worden in de top van overstromingsafzettingen verwacht.
Voor beide periodes is de verwachting echter laag. Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Uit het booronderzoek bleek dat de bodemopbouw binnen het plangebied bestaat uit Hollandveen met daarop overstromings‐ of getijdenafzettingen. In geen van deze lagen zijn aanwijzingen voor archeologische waarden aangetroffen, of voor bodemlagen waarin deze aanwezig kunnen zijn. ADC ArcheoProjecten adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is nooit volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. De gemeente Hoeksche Waard heeft het rapport goedgekeurd en het advies om het gebied vrij te geven onderschreven. 4.12.2.3 Westzijde van de Tienvoet In opdracht van RSK Netherlands heeft ADC ArcheoProjecten in december 2020 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de gronden ten westen van de weg Tienvoet behorende bij dit bestemmingsplan. De volledige rapportage van dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 18 bij deze toelichting op het bestemmingsplan. Hieronder zijn de conclusies en aanbevelingen opgenomen.
Conclusie en aanbevelingen In het plangebied is sprake van een min of meer intact Hollandveenlandschap, waarvan de top zich tussen 2 – 3,5 m –NAP bevindt. Het veen wordt in een deel van het gebied nog afgedekt door een enkele decimeters dikke komkleilaag. Boven het veen of de komklei is sprake van een pakket zandige afzettingen gevormd tijdens en na de laatmiddeleeuwse overstromingen in het gebied. In de top van deze overstromingsafzettingen is de bouwvoor gevormd.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
63
Het Hollandveen en de afdekkende komklei zijn in circa de helft van het gebied min of meer intact, in de overige boringen is de komklei en de top van het Hollandveenpakket geërodeerd. In het westen van het gebied is deze erosie waarschijnlijk het gevolg van de daar aanwezige kreek. In het veen noch in de komafzettingen zijn aanwijzingen voor oude oppervlakken (veraarde veenlagen of vegetatiehorizonten) waargenomen. Ook zijn er geen aanwijzingen voor akkerbouw in de vorm van klei‐ en/of veenbrokjes in beide niveaus aangetroffen. In de top van de overstromingsafzettingen zijn geen archeologisch niveaus aangetroffen die duiden op archeologische resten. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Ten aanzien van vindplaatsen op en in het veen kan de verwachting op basis van het booronderzoek naar laag worden bijgesteld. De kans op nederzettingsresten wordt daarmee gering geacht. Wel kunnen sporen van landgebruik uit de periode voorafgaande aan de laatmiddeleeuwse overstromingen aanwezig zijn. Dit zal hoofdzakelijk sporen van landbouw betreffen (o.a. perceleringsgreppels). Het plangebied is voldoende onderzocht ten aanzien van de voorgenomen ontwikkelingen.
Indien er in de toekomst diepere en grootschalige ingrepen gaan plaatsvinden (bijvoorbeeld een ondergrondse parkeergarage) dan strekt het tot aanbeveling om de ontgraving archeologisch te begeleiden op het niveau van de top van het veen/komklei. Hiermee kan een beeld worden verkregen van het landgebruik in de periode voorafgaande aan de laatmiddeleeuwse overstromingen.
ADC ArcheoProjecten adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is nooit volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies. 4.12.3 Conclusie Na het beoordelen van het onderzoek ter plaatse van het westelijke deel van de weg Tienvoet kan het plangebied vrij gegeven worden voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is nooit volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet.
4.13
Vormvrije m.e.r.‐ beoordeling
4.13.1 Beleid en Normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan‐m.e.r.‐plichtig, project‐m.e.r.‐plichtig of m.e.r.‐beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.‐beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG‐richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.‐beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.‐beoordeling:
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
64
Voor de ontwerp‐bestemmingsplanfase moet een m.e.r‐beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.‐beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.‐beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.‐beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
65
4.13.2 Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.‐beoordelingsplichtig is in gevallen, waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van maximaal 142 woningen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.‐beoordeling' noodzakelijk is. Voorafgaand aan de ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan zal de gemeenteraad van gemeente Hoeksche Waard (op basis van een m.e.r. aanmeldnotitie) besluiten dat er geen MER‐procedure doorlopen hoeft te worden.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
66
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische planbeschrijving
Inleiding
Voor de opbouw van een bestemmingsplan is door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) een standaard ontwikkeld, de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). In dit bestemmingsplan wordt van deze standaarden gebruikgemaakt. Hiermee wordt de rechtsgelijkheid en de uniformiteit binnen de gemeentelijke c.q. landelijke bestemmingsplannen gediend. Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.
Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken et cetera. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart). De hoofdstukindeling van de bestemmingsplanregels bestaat uit: 1. Inleidende regels. 2. Bestemmingsregels. 3. Algemene regels. 4. Overgangs‐ en slotregels.
5.2
Artikelsgewijze toelichting
5.2.1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de planregels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Artikel 2 Wijze van meten
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
67
In dit artikel wordt bepaald op welke manier bij de toepassing van de planregels wordt gemeten. Bij het meten van bouw– en goothoogtes van gebouwen is het begrip peil van belang. 5.2.2 Bestemmingen en gebruik Artikel 3 Agrarisch Aan de westzijde van de weg Tienvoet zijn volkstuinen gevestigd. Deze volkstuinen worden in het kader van de voorgenomen ontwikkeling verschoven richting het westen. De bestemming met haar regels is grotendeels overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan 'Heinenoord'. Hiervoor is de bestemming 'Agrarisch' met de aanduiding volkstuin opgenomen. Voor de volkstuinen is in totaal 5% aan bebouwing toegestaan. De 5% wordt gemeten ten opzichte van het maximale oppervlak van het complex (3.700 m²). Het maximale oppervlak per gebouw is 30 m². Hiermee wordt voorkomen dat grote gebouwen worden opgericht. Kleine gebouwen passen bij de kleinschaligheid van de individuele volkstuinen. De gronden die niet gebruikt worden ten behoeven van de volkstuinen kunnen worden gebruikt als agrarische gronden. De volkstuinen mogen pas worden gebruikt wanneer er gelijktijdig een landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd en in stand gehouden wordt van minimaal 10 meter breed. Zodat de volkstuin aan het zicht vanaf de entree van het dorp wordt onttrokken. Artikel 4 Groen Binnen het plangebied zijn vooral de grote, aaneengesloten groengebieden bestemd tot 'Groen'.
Behalve voor beplantingen, zijn deze gronden ook bestemd voor speelvoorzieningen, water, nutsvoorzieningen en voet‐ en fietspaden. Hierin wordt ook de landschappeijke inpassing gewaarborgd. De ontsluiting van het plan aan de Dorpsstraat 1b te Heinenoord is vastgelegd op de verbeelding door de functieaanduiding 'ontsluiting'. Hierdoor wordt gewaarborgd dat dit verder losstaande plan kan worden ontsloten op de woonbuurt en niet op de Dorpsstraat. Aan de oostzijde van het plangebied wordt een langzaamverkeersverbinding beoogd met een calamiteitenroute, zo wordt de verbinding voor voetgangers en fietsers verkort en is het plangebied via twee routes te bereiken voor hulpdiensten. Hiervoor is de functieaanduiding 'calamiteiten ontsluiting' opgenomen. Artikel 5 Verkeer De ontsluitingsweg in het plangebied is bestemd als 'Verkeer'. Behalve voor verkeersvoorzieningen, zoals wegen en fiets‐ en voetpaden, zijn de betreffende gronden ook bestemd voor parkeervoorzieningen en straatmeubilair. Er is een functieaanduiding opgenomen voor de nieuwe locatie van het vrachtwagenparkeerterrein.
Artikel 6 Water De hoofdwatergangen in het plangebied zijn bestemd als 'Water'. Binnen de bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals keermuren voor de waterbeheersing, oeverbeschoeiingen, duikers, bruggen en aanlegsteigers worden gebouwd met een maximale hoogte van 3 m. Artikel 7 Woongebied
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
68
De bestemming Woongebied is opgenomen voor een groot deel van het plangebied. Binnen deze bestemming mogen grondgebonden woningen worden gebouwd, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' is een appartementencomplex toegestaan met op de begane grond 200 m² voorzieningen. Voor de Tiny Houses is op de verbeelding een aanduiding 'Tiny House' opgenomen Hier zijn uitsluitend Tiny Houses met een vloeroppervlakte van maximaal 35 m² toegestaan. In de regels zijn aanvullende regels opgenomen zoals het maximum aantal woningen, goot‐ en bouwhoogte en een minimaal percentage voor groen, water en speelvoorzieningen. Ten minste 30% van het totale plangebied moet worden ingericht als groen, water en speelvoorzieningen. Ten minste 10% van de gronden dient te worden ingericht als water. Deze 10% maakt onderdeel uit van de eis van 30%.
De ontsluiting van de woonbuurt op de Tienvoet is vastgelegd op de verbeelding door middel van de functieaanduiding 'ontsluiting'. Artikel 8 Leiding ‐ Riool Voor de rioolleiding in het plangebied is deze dubbelbestemming opgenomen. Deze dubbelbestemming heeft tot doel een veilig en bedrijfszeker afvalwatertransport te waarborgen. De rioolleiding heeft een belemmerde strook van 3 m aan weerszijden vanuit het hart van de leiding. In totaal gaat het om een belemmeringsstrook van 6 m. Binnen deze strook is het uitvoeren van werken aan een aanlegvergunning gekoppeld. Alvorens ten dienste van een andere bestemming gebouwd mag worden is, ontheffing van het College vereist op basis van een advies van de leidingbeheerder. Artikel 9 Waarde ‐ Archeologie Op basis van het archeologische beleid van de Hoeksche Waard en de voormalige gemeente Binnenmaas is aan het plangebied een dubbelbestemming toegekend. Met deze dubbelbestemming wordt geregeld dat er uitsluitend werken uitgevoerd mogen worden, nadat is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden aangetast. Binnen het plangebied is er sprake van één archeologische verwachtingswaarden op het westelijk deel van het plangebied, de overige gronden zijn op basis van paragraaf 4.12.2 vrijgegeven voor archeologisch onderzoek.
Artikel 10 Waterstaat ‐ Waterkering Voor het behoud van de waterkering in het plangebied geldt dat in het bestemmingsplan hiervoor een beschermende regeling is opgenomen. In principe mogen alleen bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gerealiseerd, mits wordt voldaan aan de maximale bouwhoogte. Voor het realiseren van gebouwen is een ontheffingsbevoegdheid opgenomen waarbij vooraf instemming van de waterbeheerder noodzakelijk is. Tevens is een aanlegvergunningstelsel opgenomen om de waterkering te beschermen tegen de verschillende werken en werkzaamheden. 5.2.3 Algemene regels Artikel 11 Antidubbeltelregel Deze regel dient om te voorkomen dat indien in het bestemmingsplan bij een bepaald gebouw een zeker open terrein is geëist, dat terrein nog eens meetelt bij het beoordelen van een aanvraag voor een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 12 Algemene bouwregels Overschrijding bouwgrenzen De op de verbeelding aangegeven bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen worden overschreden met kleine bouwdelen. In dit artikel is geregeld hoe groot de overschrijding mag zijn en onder welke voorwaarden. Tevens is aangegeven voor welke bouwwerken en tot welke mate aangegeven hoogten mogen worden overschreden.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
69
Artikel 13 Algemene gebruiksregels In dit artikel wordt benadrukt wat wordt verstaan onder strijdig gebruik. Artikel 14 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn alle afwijkingsregels opgenomen die voor het gehele plangebied van toepassing zijn. Het gaat om kleine afwijkingen die kunnen worden verleend als een aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen niet geheel past binnen het bestemmingsplan. Het gaat dan om ondergeschikte afwijkingen ten behoeve van bijvoorbeeld balkons, trappenhuizen en liftkokers. Artikel 15 Algemene wijzigingsregels In dit artikel zijn wijzigingsregels opgenomen voor het desgewenst overschrijden van bestemmingsgrenzen met ten hoogste 3 m en het vergroten van bouwvlakken met ten hoogste 10%, indien dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Artikel 16 Overige regels In de overige regels is in artikel 16.1 Voldoende parkeergelegenheid geregeld dat bij een nieuw bouwwerk of verandering van een bouwwerk wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. 5.2.4 Overgangs‐ en slotregels Artikel 17 Overgangsrecht Het overgangsrecht ten aanzien van bouwen is neergelegd in artikel 16.1lid 1 Wro. Enkele bouwmogelijkheden in afwijking van de regels blijven bestaan voor gebouwen die afwijken van het plan en die zijn of worden gebouwd bij of krachtens de Woningwet. Bestaande afwijkingen mogen niet worden vergroot.
Uitbreiding is slechts mogelijk met een omgevingsvergunning om af te wijken van het bevoegd gezag. Lid 2 betreft de overgangsregels met betrekking tot het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtsmacht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het gebruik is slechts toegestaan indien de afwijzing hierdoor niet wordt vergroot. Artikel 18 Slotregel Het laatste artikel van de planregels betreft de slotregel van het onderliggende bestemmingsplan.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
70
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.1.1 Participatie Voor Tienvoet‐Heinenoord vond de afgelopen maanden een participatietraject plaats. De eerste bijeenkomst was in december 2019. Daarna is in november 2020 tot en met maart 2021 het traject vervolgd. Een divers traject waarbij bewoners en ge•nteresseerden op verschillende (digitale) manieren zijn meegenomen in het proces. Zij hadden de mogelijkheid om kansen, zorgen en dromen te uiten door middel van verschillende (online) participatie momenten. Alle opgehaalde informatie is meegenomen en, indien mogelijk, verwerkt in het stedenbouwkundig ontwerp. Communicatie Het project Tienvoet‐Heinenoord maakte al voor dit participatietraject gebruik van de website https://www.tienvoet‐heinenoord.nl/. Deze website wordt gebruikt om alle participatiemomenten aan te kondigen en om de terugkoppeling op te plaatsen. Ook werd er gebruik gemaakt van de digitale nieuwsbrief om een breed publiek uit te nodigen voor de informatieavonden. Voor de eerste bijeenkomst van 2020 ontvingen alle inwoners van het dorp Heinenoord een uitnodiging per post. Bijeenkomst #1, 4 december '19 De bijeenkomst vond plaats in het Museum Hoeksche Waard en in totaal hebben 120‐150 personen de bijeenkomst bijgewoond.
Er was veel diversiteit in de bezoekers ( jongeren, starter, jonge gezinnen, ouderen etc) Tijdens de bijeenkomst is de eerste opzet van het plan toegelicht door Linde Elsinga (ECHO Urban Design). Belangrijkste onderwerpen deze avond waren: a. Locatie appartementen b. Uitwerking Tiny Houses c. Oplossing voor parkeren Belangstellenden hebben aangegeven graag in gesprek te gaan en te willen meedenken. Thema's voor de volgende bijeenkomst waren: Stijl van de woningen Duurzaamheidsvoorzieningen ( oplaadpalen, toepassing warmtepomp, zonnepanelen) Speelvoorzieningen in de wijk Webinar #1, 25 november '20 De kick‐off van het participatietraject was het webinar van 25 november '20. Hier kwamen 180 deelnemers op af. Tijdens dit informatieve webinar gaf wethouder Piet van Leenen een korte toelichting op het project. Waarna de landschapsarchitect van het stedenbouwkundige bureau de eerste ontwerpen van het stedenbouwkundig plan van Tienvoet liet zien. Tijdens deze sessie konden alle deelnemers vragen stellen via de chat. Deze vragen zijn beantwoord live of via de Q&A door betrokken medewerkers van ontwikkelaar en gemeente. De opname van het webinar en de Q&A zijn gedeeld via
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
71
website. Enquête – 25 november t/m 9 december '20 In twee weken tijd is de enquête door 138 mensen ingevuld. Het doel van de enquête was om een duidelijk beeld te krijgen over de ideeën die men heeft over onderwerpen zoals groen & recreatie, voorzieningen, duurzaamheid, woningen en verkeer. Een analyse van de enquête is teruggekoppeld via de website. Met de input van de avond en enquête is gestart met het verdere uitwerken van het plan voor de meedenktafels.
Meedenktafels, 16 december '20 Om dieper in te gaan op de getoonde plannen werden op 16 december '20 meedenktafels georganiseerd. Een digitaal event waarbij geïnteresseerden al hun zorgen, kansen en dromen konden delen. Op verschillende thema's zoals tiny houses, duurzaamheid, mobiliteit, groen en water werden in kleine groepjes digitaal gesprekken gevoerd. Alle informatie werd live meegeschreven op een digitaal whiteboard. Dit is teruggekoppeld via de website. Met de input is het plan meer concreet uitgewerkt en zijn diverse ontwerpaanpassingen gedaan. Webinar #2, 3 maart '21 Dit webinar was bedoeld om te delen wat de meer definitieve invulling van het gebied wordt. Hier is dus ook gepresenteerd wat het ontwerpteam aan aanpassingen heeft gedaan op basis van alle informatie die belangstellenden en belanghebbenden hebben gegeven tijdens de eerdere bijeenkomsten. Ook naar het tweede webinar werd met veel belangstelling gekeken. Het panel bestond wederom uit medewerkers van ontwikkelaar, het stedenbouwkundig bureau en de gemeente. Het stedenbouwkundig bureau presenteerde de meest recente ontwikkelingen aan 150 belangstellenden, waarvan maar liefst 40% nieuw kijkers. Ze sprak over onderwerpen als groen & water, spelen & verblijven, verkeer & parkeren, het woonprogramma en duurzaamheid. Vervolgens was er de tijd om alle vragen van de deelnemers te beantwoorden.
Een opname van het webinar en alle antwoorden op de vragen zijn teruggekoppeld Tienvoet‐Heinenoord
6.1.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het concept‐ontwerpbestemmingsplan is toegezonden aan de overlegpartners in het kader van het wettelijk overleg op grond van artikel 3.1.1 Bro. De voortgekomen reacties van onder anderen het waterschap, de provincie en de omgevingsdienst zijn verwerkt in voorliggend ontwerpbestemmingsplan. 6.1.3 Zienswijzen De formele bestemmingsplanprocedure start met het ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Belanghebbenden kunnen binnen deze periode een zienswijze indienen.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
In de Wro is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie opgenomen. Centrale doelstelling van deze afdeling is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling. In artikel 6.12 Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 Bro is vastgelegd wat onder een bouwplan wordt verstaan. Hieronder valt onder meer de bouw van een of meer woningen, alsmede de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
72
Er is in het plangebied sprake van een aangewezen bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), namelijk de ontwikkeling van nieuwe woningen in de vorm van een woonwijk. Derhalve dient een exploitatieplan opgesteld te worden. Hiervan kan worden afgeweken indien de plankosten anderszins zijn verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst. Tussen de gemeente en initiatiefnemer wordt in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een anterieure overeenkomst afgesloten. In de overeenkomst wordt opgenomen dat de kosten betreffende de ontwikkeling van de locatie voor rekening zijn van de initiatiefnemer. Derhalve zijn de plankosten anderszins verzekerd en wordt er voldaan aan de eisen voortkomend uit de Wro.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
75
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
76
Bijlage 1 Planvoorstel Tienvoet_Heinenoord juli 2019
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
77
Rho adviseurs voor leefruimte
20191930
DE BUITENWAARD
02 / 07 / 2019
HEINENOORD - WAAR LAAN, WAARD EN KREEK SAMENKOMEN
1
Geachte lezer, Hartelijk dank voor de mogelijkheid die ons is geboden om een planvisie voor de uitbreidingslocatie aan de Tienvoet te maken. Met veel enthousiasme hebben wij, samen met onze adviseurs, gewerkt aan de uitvraag en ons planvoorstel ingericht op klimaat-adaptieve en duurzame maatregelen met oog voor de gebiedseigenheid in een toekomst bestendige woonomgeving. Wij gaan graag met u, de omwonenden en andere stakeholders in gesprek om tot een verdere ontwikkeling voor Tienvoet te komen, die recht doet aan de wensen, maar ook aan de kwaliteit en het karakter van Heinenoord.
COLOFON De Buitenwaard Tienvoet locatie, Heinenoord 02 juli 2019 Een samenwerking van: KlokHolding Kroon & De Koning plein06 RoosRos Architecten Alba Concepts Vos de Boer & Partners
KlokHolding met haar ontwikkelaar (Novaform Vastgoedontwikkelaars West) en Kroon & De Koning (onderdeel van VolkerWessels) zijn voor deze tender een samenwerking aangegaan. Wij hebben ons team uitgebreid met het stedenbouwkundig- en landschappelijk bureau plein06 uit Rotterdam, het architectenbureau RoosRos uit Oud-Beijerland, duurzaamheidsadviseur Alba Concepts uit Rosmalen en procesbegeleider Vos - De Boer & Partners uit Rotterdam, om de uitvraag in te vullen. Vanuit onze ervaringen en innovaties gaan wij uitdagingen op het gebied van bodem en water, warmteoverlast en hergebruik materialen, niet uit de weg.
Uw Programma van Eisen ten aanzien van de openbare ruimte en de randvoorwaarden als genoemd door de Stichting Dorp, Stad & Land, als omschreven staan in het Stedenbouwkundig Kader Tienvoet (Heinenoord) van augustus 2018, zijn voor ons de vertrekpunten geweest. Een aansluiting op een eventuele vervolgfase is vanuit ons planvoorstel goed mogelijk te maken, door de ‘zachte randen’ van ons plan. Daarnaast sluit ons plan goed aan op de bestaande langzaam verkeersroutes, de openbaar vervoer verbindingen, de entree tot Heinenoord en bij de huidige gebruikers (museum, sportvoorzieningen) en omwonenden. In onze presentatie op 9 juli a.s. zullen wij ons planvoorstel toelichten zodat wij na de zomervakantie verder kunnen gaan met het verder vormgeven van het plan met de omgeving. Ons team staat in de ‘startblokken’!
2
K1 1.
RUIMTELIJKE INPASSING EN KWALITEIT STRUCTUUR
De Buitenwaard ligt letterlijk en figuurlijk op een kruispunt van landschappen, wegen en dorpse structuren. Een plek waar van oudsher verschillende van deze elementen bij elkaar komen, zoals dijken, rivieren, polders, lintbebouwing en kreken. Een spannende plek met veel identiteiten verscholen in het dorp en in de verschillende landschappen.
+
Onze visie is om de historie en de bestaande geschiedenis van het landschap en van het dorp als inspiratie te gebruiken om een nieuw ecologisch en klimaatadaptief woonlandschap te creëren dat behalve een unieke woonbeleving ook nieuwe verbindingen en relaties legt tussen het dorp en ommeland. Na zorgvuldige analyse zien wij vier belangrijke essenties waarlangs wij dit gebied willen ontwikkelen. Dit zijn: • • • •
Toevoeging aan het Dorpslint. Creëren van een groene Entreelaan: De Laan Introduceren van een (klimaat) park: De Waard Realiseren van een kreeklandschap: De Kreek
Toevoeging aan het Dorpslint
Creëren van een groene entree: De Laan
Heinenoord is een samensmelting van historische dijklinten met aanpalende bebouwing. Deze historische linten raken elkaar op het kruispunt van Tienvoet en de Dorpsstraat. Op dit moment liggen er rondom dit kruispunt maatschappelijke dorpsfuncties zoals het museum, een sporthal, een basisschool en horeca.
Veel bewoners en bezoekers rijden Heinenoord binnen via de Tienvoet. Deze laan heeft potentie, maar kent op dit moment nog te weinig allure. Wij geven met de ontwikkeling van dit plan meer allure aan de Tienvoet en wij stellen voor om de laan nog steviger te beplanten.
De planontwikkeling Tienvoet presenteert zich passend aan dit kruispunt met een groter stedenbouwkundig gebaar. Het ensemble van gebouwen bestaat uit appartementen en circa 250 m2 aan maatschappelijk-economische voorzieningen rondom een dorpserf. Het museum en het nieuw te realiseren dorpse cluster (erf) zijn in ons plan een ankerpunt voor het dorp. Vanaf dit punt lopen de wegen verder het dorp in. In onze visie stellen wij aan het begin van de laan een publieke voorziening voor om de laan aan twee kanten programmatisch op te spannen.
We stellen voor de bomenlaan door te zetten tot aan de provinciale weg en een derde rij bomen toe te voegen aan het profiel richting de planlocatie. Daarnaast flankeren we de weg met dorpse, statige huizen met diepe voortuinen die de entree meer representatief maken en cachet geven. Juist de afwisseling tussen dorpse architectuur en open landschappelijke delen, waar men het buitengebied in kijkt, zorgt voor een goede representatie van het dorp.
4
K1 1.
RUIMTELIJKE INPASSING EN KWALITEIT STRUCTUUR
+
+
Introduceren van nieuwe kreeklandschappen: De Kreek Geïnspireerd door de landschappelijke historische analyses zien we kans om het watersysteem in en rond de Buitenwaard meer zichtbaar en meer beleefbaar te maken. De huidige kreek aan de westkant van het dorp dient daarvoor als belangrijke inspiratie. In het plan verbreden we aan de oostzijde tegen de achterzijde van de huidige kavels graag een breed en rijk krekenlandschap met veel groen en breed water. Dit landschap is een kwaliteitsinjectie en zorgt voor voldoende waterbuffering en ecologische waarde. Zo krijgen de bestaande woningen een kwalitatieve inpassing aan de achterzijde en zorgt de verbreding van de waterstructuur voor een beter leesbaar en begrijpbaar blauwgroen netwerk op buurt- en op dorpsniveau.
=
Een toekomstbestendig (klimaat) park: De Waard
Samenvatting
Een waard is een oude naam voor vlak land in een rivierengebied. Waarden zijn ontstaan onder invloed van rivieren, waar ze geheel of gedeeltelijk door omgeven waren. Lang geleden was de Hoeksche waard een wild rivierenstroomgebied waar lage en hoge delen elkaar afwisselden en flora en fauna rijkelijk en gevarieerd aanwezig waren.
De Buitenwaard is de integratie van deze vier essenties. Een plan dat goed aantakt op het omliggende landschap en de dorpskern. Wij ontwikkelen een ecologisch en klimaatadaptief woonlandschap dat verbindingen maakt en ook programmatisch iets toevoegt aan het dorp.
Wij introduceren een nieuwe openbare waard dwars door het plangebied dat verbinding maakt met andere belangrijke groenstructuren in en rond het dorp. Nieuwe oost-west verbindingen kunnen gemaakt worden in de toekomst. Op deze manier wordt een herkenbare groenstructuur door het dorp gemaakt, waar in gewandeld, gerecreëerd, gespeeld en gesport kan worden. Een dragende kwaliteit waar waar in de Buitenwaard direct aan gewoond wordt.
De Buitenwaard biedt een plek voor een maatschappelijke voorziening, een dorpserf met deelmobiliteit en een (klimaat) park waar in gespeeld en gesport kan worden. Daarnaast wordt de ecologie en de natuurwaarden in het gehele dorp versterkt en zorgen we voor een waterbuffer, die het plan klimaatadaptief maakt, waar de directe omgeving ook van mee profiteert.
5
K1 1.
RUIMTELIJKE INPASSING EN KWALITEIT STRUCTUUR