CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Ambitie- en programmaplan 2017 inclusief gebiedsagenda

Beeldvormende bijeenkomst 20 september 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Omgevingswet24.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Er gaan meer algemene regels gelden en er zijn daardoor minder vergunningen nodig. Daarnaast zijn in de AMvB’s algemene zorg- en voorzorgplichten opgenomen. Deze gelden naast de algemene regels en vergunningplichten en gelden voor initiatiefnemers en overheid. De algemene zorgplicht wordt bestuurlijk en strafrechtelijk handhaafbaar. Deze zaken leiden er automatisch toe dat waar voorheen vooraf werd getoetst, de meeste toetsingen in het nieuwe stelsel achteraf gaan plaatsvinden. Daarnaast moet toezicht gehouden worden op de naleving van de zorg- en voorzorgplicht. De ervaring leert ons dat burgers en bedrijven de grens opzoeken. Het ligt daarom voor de hand dat die grens ook wordt overschreden.

Integrale behandeling De Omgevingswet raakt binnen gemeenten verschillende afdelingen, die in een andere verhouding tot elkaar komen te staan. Verschillende afdelingen behandelen nu aanvragen op het gebied van verschillende wetten, regelgeving en beleid. Met de komst van de Omgevingswet worden die aspecten meer integraal benaderd. Met de Omgevingswet moet het beleid gebiedsgericht en integraal worden afgewogen en eventueel worden aangepast. Dat is bestuurlijk gezien een andere benadering en leidt tot een herschikking van taken en processen om deze processen uit te voeren. Vooral in de planvorming kan dit tot gevolg hebben dat afzonderlijke vakdisciplines – nog meer dan nu het geval is – meer integraal moeten denken en samenwerken. Naast de interne samenwerking heeft de gemeente bij de beoordeling van activiteiten te maken met taken die door andere partners worden uitgevoerd, zoals provincie, waterschap en omgevingsdienst. Op het gebied van vergunningverlening zijn afspraken tussen deze organisaties nodig in verband met de snelheid/ kwaliteit die in procedures wordt gevraagd. Zaakgericht werken Het samenwerken tussen interne en externe partijen vraagt gestandaardiseerde processen en een zaakgerichte aanpak. Het zaakgericht werken gaat uit van een vorm van standaardisatie van proces- of workflow beschrijvingen.

Deze vorm van werken is ook nodig om de in de Omgevingswet opgenomen kortere termijnen van procedures te kunnen halen. De korte proceduretermijnen bij vergunningverlening vragen een strak ingericht werkproces. Hieruit volgt ook hier dat het vooroverleg tijdens de initiatieffase van belang is om een goed vergunningtraject te kunnen volgen. Dit en het feit dat er minder vergunningen worden aangevraagd heeft tot gevolg dat de werkzaamheden van vergunningverleners meer naar de voorzijde van het proces verschuiven, zodat het proces ten tijde van de aanvraag op korte termijn afgewikkeld kan worden.

21

Het bovenstaande leidt tot een verschuiving van de focus van vergunningverlening (preventieve toetsing) naar toezicht en handhaving (repressieve toetsing). Dit heeft een aantal praktische gevolgen. Er zijn meer FTE’s en middelen nodig voor het toezicht en handhaving. Daarnaast maakt het toezicht meer gebruik van geavanceerde technieken (ICT, tablets, warmtebeeldcamera’s, drones). Dit terwijl er minder legesinkomsten tegenover staan door het feit dat er minder vergunningaanvragen zullen zijn. De kennis die voor toezicht en handhaving noodzakelijk is, is over het algemeen al wel ‘in huis’ omdat vergunningverleners en toezichthouders/handhavers veel van dezelfde kennis hebben. Om de juiste medewerker met de juiste competenties op de juiste plaats te krijgen moet er geïnvesteerd worden in opleidingen, ‘mindset’ en cultuuropbouw. Wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) De wettelijke bepalingen omtrent toezicht sluiten in beginsel aan op de huidige bepalingen die zijn opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht en de Wabo. Op landelijk niveau wordt al langer gewerkt aan een verdere professionalisering op het gebied van vergunningverlening, toezicht, en handhaving. Dit heeft geleid tot de Wet Verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving.

Deze wet ziet toe op de mogelijkheden om op landelijk niveau kwaliteitscriteria vast te stellen voor de uitvoering van deze taken. Daarnaast kunnen regels worden gesteld over de onderlinge afstemming van handhavingsactiviteiten en de prioriteitsstelling daarbinnen, de informatie-uitwisseling tussen handhavende overheden en het gebruik van informatie. Kwaliteitscriteria voor werkprocessen, de capaciteit en de kennis die nu gelden voor de basistaken (de milieutaken die de Omgevingsdienst voor ons uitvoert) gaan naar alle waarschijnlijkheid ook gelden voor de zorgtaken (ruimtelijke ordening en bouwen) die de gemeenten zelf uitvoeren. Aangegeven is dat deze wet opgaat in de Omgevingswet.

Private kwaliteitsborging Daarnaast is in dit verband het wetsvoorstel ‘Wet kwaliteitsborging voor het bouwen’ relevant. Met de komst van deze wet verschuift (in eerste instantie) de preventieve bouwtechnische toetsing en het toezicht op de uitvoering van nieuw te bouwen grondgebonden woningen naar de markt en is vanaf dan geen gemeentelijke taak meer. Andere taken komen hier voor in de plaats. Zo komt de focus te liggen op het toezicht van de omgevingsveiligheid bij bouwplaatsen. Er moet gecontroleerd worden of er gebouwd wordt onder toezicht van een erkend kwaliteitsborger. Er wordt op toegezien dat er een ‘as-built dossier’ wordt ingeleverd. De toetsing en het toezicht op alle bouwwerken groter dan de grondgebonden woningen blijft een taak van de gemeente. Naast het bovenstaande moet meer ingezet worden op de kwaliteit van de bestaande gebouwenvoorraad (bouwtechnische veiligheid, asbest, thermische eigenschappen, bescherming monumenten) en het gebruik van panden en percelen. Landelijk is er nog veel discussie over deze wet. Handhaving Wanneer uit het gehouden toezicht volgt dat niet voldaan wordt aan de (wettelijke) eisen en/of zorgplicht moet tot handhaving worden overgegaan. Op het eerste gezicht verandert er onder de Omgevingswet weinig ten opzichte van het huidig recht voor wat de handhaving betreft.

De handhavingsinstrumenten blijven dezelfde en staan grotendeels in de Algemene wet bestuursrecht, terwijl de bijzondere handhavingsbepalingen in de Omgevingswet voor het merendeel zijn overgenomen uit de Wabo. Het college van burgemeester en wethouders is – zoals ook nu het geval is – in de meeste gevallen bevoegd tot handhaving van het omgevingsrecht..

Hieruit blijkt dat het belang van toezicht en handhaving steeds groter wordt, hetgeen leidt tot meer benodigde capaciteit en middelen. Daarnaast wordt het beschikken over een adequaat en doordacht handhavingsbeleid van groter belang. Het huidige handhavingsbeleid ziet nu over het algemeen toe op de diverse sectorale aspecten. Onder de Omgevingswet is het van belang een algemeen breed inzetbaar handhavingsbeleid op te stellen dat toeziet op de gehele fysieke leefomgeving. Dit handhavingsbeleid gaat onderdeel uitmaken van het geheel van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Verwevenheid VTH taken onderling en met overige wet- en regelgeving Binnen de gemeentelijke werkprocessen is er op het gebied van de VTH taken een onderlinge verwevenheid. De vergunningverleners zijn afhankelijk van de input van het toezicht en handhaving. Het toezicht is de ogen en oren van handhaving. Daarnaast is er ook sprake van een verwevenheid van de VTH taken Omgevingswet met de VTH taken van overige wet- en regelgeving zoals de Drank- en Horecawet, de Drank- en Horecaverordening, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Opiumwet, de Wet op de kansspelen, de Wet Bodembescherming en Brandveiligheidsvoorschriften. Bij het opstellen van de werkprocessen en de bepaling van de capaciteit wordt met het bovenstaande rekening gehouden.

Ontvlechting van de VTH taken kan ongewenste effecten hebben.

Ook waar taken op het gebied van vergunningverlening en toezicht zijn belegd bij bijvoorbeeld de Veiligheidsregio en de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, zijn de handhavingstaken en de afhandeling van bezwaren voor een groot deel bij de gemeenten zelf belegd.

22

5.3

PROCESSTAPPEN WERKPROCESSEN

De Omgevingswet kent meerdere processtappen waarop werkprocessen moeten worden ingericht. In onderstaand schema is een overzicht weergegeven van de processtappen.

2020 Processtappen Omgevingswet Informatieverstrekking

Omgevingsplannen

Initiatieffase

Toets Activiteiten omgevingsplan

Vergunningvrij bouwen

In- en uitritten Kappen

Monumenten

Onderzoek mogelijk­ heden afwijken omgevingsplan

Vergunningen (8-12 weken verdragen met 6 weken) Inboeken in digitaal systeem Toets volledigheid aanvraag

Toets Adviescomissie Afwijken omgevingsplan, steden­ bouw, Welstand en Monumenten

Toezicht

Toets Omgevingsveiligheid bouwplaatsen

Handhaving

Strijdiggebruik

Illegale bouw Toets Bouwbesluit > grondgebonden woningen

Toets Omgevingsplan

Toezicht bestaande bouw

Coördinatie inwinnen advies OZHZ Waterschap, VR

Toezicht gebruik gebouwen en percelen

Toets activiteiten

Toezicht Monumenten

Toets Bouwbesluit > grondgebonden woningen

Inrichtingseisen Horeca Toets constructieve veiligheid

Toets As builddossier

Toets Kwaliteitsborger

Administratieve afhandeling vergunning

23

APV

DHW

Opiumwet Damodes

Brandveiligheid

Wet Bodembescherming

6.

Digitalisering

De invoering van de Omgevingswet heeft grote impact op de informatievoorziening van gemeenten. De wet wordt aangepast en gaat uit van geheel digitaal werken. ICT is een cruciale en kritische factor bij de invoering van de Omgevingswet.

Themadoelstelling: Voorbereiden en inrichten van de informatiesystemen van de Hoeksche Waard voor de invoering van de Omgevingswet in 2019. Impact: De Omgevingswet gaat uit van geheel digitaal werken. Hiervoor moeten de informatievoorzieningen van de gemeenten aangepast worden. Beoogd resultaat: • De informatievoorzieningen van de gemeenten in de Hoeksche Waard zijn ingericht voor de Omgevingswet, voor de burgers, de bedrijven en de gemeente. Activiteiten: • Eén zaaksysteem inrichten voor de Hoeksche Waard waarbij de werkprocessen op een uniforme manier worden ingericht: in één systeem op één manier voor allemaal • Eén vergunningenapplicatie inrichten voor Hoeksche Waard, waarbij de werkprocessen op een uniforme manier worden ingericht: in één systeem op één manier voor alle Hoeksche Waardse gemeenten • Volgen landelijke ontwikkelingen Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en hierop aansluiten.

ICT is een cruciale en kritische factor bij de invoering van de Omgevingswet: 1. We moeten aansluiten op de landelijke voorzieningen (informatiehuizen, digitaal stelsel Omgevingswet); 2. We moeten onze eigen systemen verbeteren/aanpassen aan de nieuwe processen van de Omgevingswet (zaakgericht werken, gegevensbeheer en gegevensuitwisseling, maak- en beheersoftware voor Omgevingswetinstrumenten). Dit betekent ook iets voor de leveranciers van onze applicaties;

3. De informatievoorziening en digitalisering moet op orde zijn (gemeente en burger hebben dezelfde informatiepositie: met één klik op de kaart moeten zij zien wat mogelijk is op bepaalde locatie). Dit hoofdstuk beschrijft welke zaken op het gebied van informatievoorziening in de Hoeksche Waard geregeld moeten worden om de processen rondom de Omgevingswet te ondersteunen.

6.1

INFORMATIEARCHITECTUUR

Informatiearchitectuur komt gewoonlijk ‘achteraan’. Als de (impact van) wet- en regelgeving vaststaat en de bijbehorende dienstverleningsconcepten en bedrijfsprocessen zijn uitgetekend, dan wordt gekeken tot welke informatiebehoefte dit leidt. En daarna zien we welke functionaliteiten en systemen nodig zijn om hierin te voorzien. Er is nu nog veel onzekerheid: wetgeving en beleid zijn nog in ontwikkeling. Ook is de beschrijving van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) nog niet op orde. Dit hoofdstuk beschrijft wat er in onze ogen geregeld moet worden. De invulling hiervan moet dus nog worden bepaald door de inhoud: door de keuzes die gemaakt worden. In ieder geval moeten we aan de volgende zaken denken: • informatie uitwisseling; • zaakgericht werken; • informatie voorziening.

6.2

COMPLEXITEIT INFORMATIESYSTEMEN

Op dit moment is het nog onduidelijk hoe de bestuurlijke toekomst van de Hoeksche Waard eruit ziet. De inrichting van de informatievoorziening is hiervan afhankelijk. Er is namelijk wet- en regelgeving met betrekking tot de inzage en gebruik van gegevens van je inwoners. Daarnaast is de afstemming van werk­ processen over vijf organisaties complexer dan bij één organisatie.

24

6.3

LANDELIJKE ONTWIKKELINGEN

Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) Het Digitaal Stelsel Omgevingswet is de landelijke digitale ondersteuning van de Omgevingswet. Het Digitaal stelsel is niet één groot ICT-systeem, het is een geordend en verbonden geheel van wet- en regelgeving, afspraken, ICTvoorzieningen, registraties, gegevensverzamelingen en bronnen. Dit stelsel is nodig om aan een ieder (initiatiefnemers, belanghebbenden en bevoegd gezag) de informatie beschikbaar te stellen die zij willen raadplegen of nodig hebben voor processen. Zoals planvorming en uitvoering (vergunningverlening, toezicht en handhaving) onder de Omgevingswet. Het DSO vervangt voor een groot deel een aantal bestaande voorzieningen zoals Omgevingsloket Online (OLO) en www.ruimtelijkeplannen.nl. Het DSO levert aanvullende ondersteuning (data en functionaliteit) aan gemeenten en gebruikers. Het DSO richt zich op twee digitale aspecten: • beschikbaarheid van de juiste informatie voor een gebruiker op het juiste moment; • ondersteunen van het gebruik van de Omgevingswet. Het Digitaal Stelsel wordt verdeeld in drie onderwerpen: 1. Eén loket met gebruikerstoepassingen die op een gestandaardiseerde manier informatie aanbieden die initiatiefnemers, belanghebbenden en bevoegde gezagen in de praktijk nodig hebben om zich te informeren of te oriënteren; 2.

Een centrale informatie-infrastructuur, waarvoor heldere afspraken en digitale standaarden gelden, om overzicht en inzicht te kunnen bieden; 3. Informatiehuizen die op de informatie-infrastructuur aangesloten zijn en die vanuit verschillende beleidsvelden (zoals water, bodem, lucht, geluid, et cetera.) op een gestandaardiseerde manier informatie ontsluiten. In 2017 wordt bepaald welke informatiehuizen er komen en in welke volgorde gemeenten daarop moeten aansluiten. Het DSO ondersteunt de informatie-uitwisseling met inwoners en bedrijven, maar ook de processen voor planvorming, vergunningverlening, toezicht en handhaving bij de overheid zelf. Ook bij gemeenten. Gemeenten zijn niet alleen gebruikers, maar ook belangrijke leveranciers van informatie aan het stelsel. Op dit moment is het DSO nog volop in ontwikkeling en is het nog niet duidelijk wat er landelijk geregeld wordt en wat wij lokaal moeten regelen. Er worden drie

25

Uitvoering Omgevingswet

Digitalisering Omgevingswet

Uitvoering Omgevingswet (centraal)

Gebruikers­ toepassingen

Gegevens uitwisselen

Gegevens­ voorzieningen

Informatiesystemen (decentraal) Bevoegde gezagen en andere rechtspersonen (bronhpuders) Rijk

Provincies

Gemeenten

Waterschappen

Andere rechtspersonen (bij AMvB aangewezen)

scenario’s onderscheiden: • Scenario 1 is de realisatie van digitale ondersteuning die bij inwerkingtreding van de Omgevingswet minimaal wettelijk noodzakelijk is. • Scenario 2 is het wettelijk minimum met instandhouding van het huidig dienstverleningsniveau. De kern van scenario 2 is het dienstverleningsniveau van de drie bestaande voorzieningen (RuimtelijkePlannen.nl, Activiteitenbesluit Internet Module (AIM) en OLO) te vertalen naar een integraal functionerend geheel. • Scenario 3 is het gewenste eindbeeld en bevat aanvullend op scenario 2 o.a. de volgende onderdelen gericht op: -- digitaal (samen)werken; -- gebruikersperspectief; -- vermindering onderzoeklast; -- betrouwbare gegevens (met als gevolg minder procedures).

INFORMATIEVOORZIENING BINNEN DE GEMEENTEN

Duidelijk is in ieder geval dat gemeenten zich moeten koppelen aan een nieuw online Omgevingsloket, ter vervanging van het huidige. Ook moeten de gemeen-

6.4

ten verbonden (‘’gekoppeld’) zijn aan de informatiehuizen. De Digitale Agenda 2020 biedt een aanvullend platform/mechanisme voor een aantal zaken dat nodig is voor de Omgevingswet. De maatregelen die nodig zijn voor de Digitale Agenda 2020 worden in het informatiebeleidsplan van ISHW opgenomen..

Huidige situatie Op dit moment gebruikt elke gemeente een zaaksysteem, een vergunningen­ applicatie, een beheer systeem voor openbare ruimte en een website. Elke applicatie heeft per gemeente een eigen inrichting, gebaseerd op het werkproces van die gemeente.

Gebruikersperspectief

Vermindering onderzoeklast

Onder­zoeks­ hulp

Eén Loket

Applicatie

Binnenmaas

Cromstrijen

Korendijk

OudBeijerland

Strijen

Vergun­ningen

Squit

Squit

Squit

SBA

Squit

Beheer open-

Obsurv

Obsurv

Obsurv

Obsurv

Obsurv

Huidig niveau dienstverlening

bare ruimte DMS/ Zaaksysteem

Decos Join

Decos Join

Decos Join

Decos Join

Decos Join

Wettelijk minimium

Website

SIM

SIM

SIM

SIM

SIM

Ruimtelijke plannen

RO beheer (SVHW)

RO beheer (SVHW)

RO beheer (SVHW)

RO beheer (SVHW)

RO beheer (SVHW)

Gis Viewer

Geoweb (SVHW)

Geoweb (SVHW)

Geoweb (SVHW)

Geoweb (SVHW)

Geoweb (SVHW)

Samen­ werkings­ ruimte Digitaal (samen)werken

Informatie­ huizen

Minder procedures meer betrouwbare gegevens

Zaakgericht werken

Pilot Zuid-Holland Zuid De veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid heeft vier pilots gestart. Eén ervan gaat over de integrale weergave van omgevingsdata. De uitvoeringsdiensten OZHZ, VR ZHZ en GGD ZHZ werken op dit gebied samen met als doel te bekijken of de beschikbare data, die elk van de diensten heeft, elkaar kunnen versterken en of deze data te gebruiken zijn bij advisering op bestuurlijk niveau. We volgen deze ontwikkelingen op de voet.

Uitvoering geven aan de Omgevingswet betekent in veel gevallen samenwerking van een gemeente met ketenpartners zoals omgevingsdiensten, waterschappen en veiligheidsregio’s. Belangrijk in de Hoeksche Waard is dat er één proces komt, met één proceseigenaar en één manier van zaakgericht werken, in één systeem op één manier ingericht. De huidige situatie is dat alle HW gemeenten gebruik maken van Decos Join, als documentmanagementsysteem en zaaksysteem. Elke gemeente heeft echter zijn eigen applicatie, een eigen inrichting en installatie. Om Hoeksche Waard breed zaakgericht te kunnen werken is het dus nodig naar één zaaksysteem over te gaan en alle processen op één manier in te richten. De inrichting van één zaaksysteem is afhankelijk van de bestuurlijke toekomst van de Hoeksche Waard: het inrichten van een zaaksysteem voor één gemeente is een stuk eenvoudiger dan één zaaksysteem voor vijf gemeenten.

26

Vanuit de informatie architectuur van ISHW is het zeer wenselijk te starten met één zaaksysteem. Dit zaaksysteem wordt namelijk door veel andere applicaties/werkprocessen gebruikt. Als de gemeenten één zaaksysteem als basis hebben, kunnen vervolgens andere applicaties hierop aangesloten en geharmoniseerd worden. Aangezien een zaaksysteem veel werkprocessen van de gemeenten raakt, is het aan te raden in 2017 al te starten met de aanschaf en inrichting van één zaaksysteem voor de Hoeksche Waard. Informatie verstrekken De Omgevingswet beoogt dat initiatiefnemer en belanghebbenden sneller en toegankelijker inzicht hebben in wat er op een bepaalde plek wel of niet kan, welke regels er gelden en welke onderzoeken er nodig zijn. Hiervoor moeten informatie, gegevens, regels en besluiten goed (digitaal) worden ontsloten en gemakkelijker getoond kunnen worden (bijvoorbeeld via 3D). Ook mogen de inwoners en ondernemers zelf kiezen op welke manier zij met de gemeente zaken doen. De gemeente moet er zelf voor zorgen dat alle contactkanalen beschikbaar zijn (online, balie, brief, telefoon, WhatsApp, e-mail en social media). Huidige situatie Op de websites van de gemeenten staat een link om een omgevingsvergunning aan te vragen. Ook staat er informatie over de vergunningen. Op dit moment geven geen van de gemeenten in de Hoeksche Waard status-informatie door aan de website.

Wel hebben sommige gemeenten een kaartje op hun website waarop de verleende vergunningen te zien zijn. Om status-informatie te kunnen publiceren is het nodig dat er een koppeling met het zaaksysteem komt (zie paragraaf 6.4). Applicatie voor vergunningverlening De gemeenten gebruiken twee verschillende applicaties voor het proces van vergunningverlening en toezicht en handhaving. Iedere gemeente heeft zijn werkproces dat ondersteund wordt door de applicatie. Ook bij het gebruik van dezelfde applicatie verschilt de inrichting per gemeente. Een nieuw stelsel waarbij er minder vergunningen zijn, meer zorgplichten en meer algemene regels leidt er automatisch toe dat waar voorheen vooraf werd

27

getoetst, de meeste toetsingen in het nieuwe stelsel achteraf gaan plaatsvinden. Dit betekent een verschuiving van de focus van vergunningverlening naar toezicht (en eventueel gevolgd door handhaving) en dat heeft dan ook een aantal praktische gevolgen. Er zijn meer middelen nodig voor toezicht en handhaving. Daarnaast zal het toezicht meer gebruik gaan maken van geavanceerde technieken (denk aan: ICT, tablets, warmtebeeldcamera’s, drones). Nodig is: 1. één systeem voor vergunningverlening & toezicht en handhaving; 2. één inrichting van dit systeem; 3. één proceseigenaar; 4. één beschrijving en inrichting van de benodigde processen.

6.5

ARCHIVERING

Het uitvoeren van de Omgevingswet leidt er onder meer toe dat bij de gemeenten en ketenpartners in gezamenlijke voorzieningen veel informatie in digitale vorm wordt vastgelegd. De Archiefwet is hierop van toepassing. Dit betekent dat deze informatie voor kortere of langere tijd duurzaam toegankelijk moet zijn. Digitale toegankelijkheid van informatie en daarmee digitaal werken en archiveren is voor uitvoering van de Omgevingswet een randvoorwaarde. Bij samenwerking in ketens is het nu niet duidelijk wie verantwoordelijk is voor de archiefzorg, wie welke informatie duurzaam toegankelijk houdt. Op dit moment is het nog onduidelijk in hoeverre DSO hier een antwoord op gaat geven. Hieruit volgen onderstaande acties: 1. Alle gemeenten zorgen ervoor dat zij vervangingsbesluiten hebben voor de digitalisering van alle, niet digitaal ontvangen, informatie in de processen ter uitvoering van de Omgevingswet. 2. Zolang nog onduidelijk is wie verantwoordelijk is voor de archivering in geval van ketensamenwerking: richt een archief in, liefst bij één gemeente.

Digitaal stelsel

Belanghebbend

Basis registraties

Initiatiefnemer

Bevoegd gezag

Generieke gegevensverzamelingen zijn gegevensverzamelingen die veelvuldig binnen het stelsel worden gebruikt, maar niet tot één specifiek Informatiehuis behoren, zoals:

Aanvragen, checken en melden

Railverkeergegevens

Verkeerregister

Populatie gegevens

Informatiehuizen

Onderzoekshulp

Samenwerkingsruimte

Aansluiten op basis registraties Een basisregistratie is een door de overheid officieel aangewezen registratie met daarin gegevens van hoogwaardige kwaliteit, die door alle overheidsinstellingen verplicht en zonder nader onderzoek, worden gebruikt bij de uitvoering van publiekrechtelijke taken.

Geconsolideerdewet- en regelgeving Lucht

Cultureel erfgoed

Natuur

Geluid

Water

Externe veiligheid

Bodem

Ruimte

Bouwen

Afval

Bevoegd Gezag Bepaling locatie aanvraag

Checken Kaartviewer

Kwaliteit informatieproducten

Beschikbaar

1 2 3 4 AB

Bruikbaar

Omgevingswet en algemene regelgeving

Toetsing

Informatiehuizen en huismeesters Lucht

Natuur

Rijksdienst Cultureel Erfgoed

Geluid

RIVM

Water

Externe veiligheid

Bodem

Rijkswaterstaat

Bouwen

RIVM

Toetsing aan geconsolideerde wet- en regelgeving

Cultureel erfgoed

IPO

Rijkswaterstaat en UvW

Provinciale verorderingen en waterschapsverordering

Vragen op basis van locatie

Bestendig

RIVM

Omgevingsplannen gemeenten

IPO

Aansluiting op basis registraties

Informatieproducten beschikbaar

Aansluiting op basis registraties, zoals :

Ruimte Kadaster

Afval

Uitkomst Situatie

Uitkomst Mag Mag, melding nodig Mag, vergunning nodig Mag niet

Rijkswaterstaat

28

7. Programmasturing In de voorgaande hoofdstukken is omschreven wat onze ambitie en invoeringsstrategie is en wat er moet gebeuren om dit te verwezenlijken. In dit hoofdstuk wordt omschreven hoe dit programma is georganiseerd.

7.1

STURINGSFILOSOFIE

7.2

Het programma voor de invoering van de Omgevingswet in de Hoeksche Waard wordt vanuit één aanpak door een programmaorganisatie aangestuurd. De programmaorganisatie is verantwoordelijk voor het behalen van de omschreven doelen. De daarvoor benodigde personele inzet, middelen, verantwoordelijk­­ heden en bevoegdheden zijn belegd in de programmaorganisatie.

PROGRAMMAORGANISATIE

De organisatie van dit programma wordt vormgegeven langs de lijnen van een programmateam en de drie inhoudelijke programmathema’s (veranderopgave, nieuw instrumentarium en digitalisering).

Harmonisatievraagstukken Stuurgroep Harmonisatie

Colleges en Raden

Programma

Stuurgroep

Programmateam

Omgevingswet

Omgevingswet

implementatie Omgevingswet Zuid-Holland Zuid Afstemming ontwikkelingen dienstverlening

PFO

Veranderopgave Pilots & experimenten Kennisontwikkeling Competentie-ontwikkeling

Instrumentarium Project omgevingsvisie Project omgevingsplan & vergunningen Project werkprocessen

29

Digitalisering Aansluiten Digitaal stelsel Omgevingswet Informatievoorziening binnen de gemeenten

Rollen, taken en bevoegdheden De verschillende gremia uit het organogram worden onderstaand verder uitgewerkt. De colleges en raden stellen de bestuurlijk-politieke kaders voor de implementatie van de Omgevingswet in de Hoeksche Waard. Zij stellen het ambitie-, het programma- en het projectplan voor de omgevingsvisie vast en mandateren daarbinnen de stuurgroep. De gemeenteraden gaan over de vaststelling van de omgevingsvisie, omgevingsplan en het vergunningstelsel. Zij stellen eveneens het proces vast dat moet komen tot een omgevingsvisie. De voortgang van het implementatieproces wordt via het reguliere planning- en control proces (hierna te benoemen als: P&C proces) en een nog op te zetten monitor gevolgd. Portefeuillehoudersoverleg (pfo): De Omgevingswet raakt vele portefeuilles en daarom wordt zoveel mogelijk afstemming gezocht binnen het gezamenlijk pfo. Het ‘pfo-ruimte’ is het coördinerende pfo en levert de bestuurlijk opdrachtgever. Binnen het ambitie- en programmaplan stelt het pfo verdere inhoudelijke kaders en is het hoogste bestuurlijke opschalingsniveau voor inhoudelijke intergemeentelijke discussiepunten of interventies gedurende de uitvoering van de implementatie. De stuurgroep Harmonisatie is aan zet op het moment dat een (niet inhoudelijk) harmonisatievraagstuk zich voordoet tussen de vijf gemeenten.

Hierbij wordt onder andere gedacht aan harmonisatievraagstukken op het gebied van HRM en ICT. De ‘harmonisatieagenda’ is hiervoor kaderstellend. Stuurgroep implementatie Omgevingswet Hoeksche Waard: De stuurgroep bestaat uit de bestuurlijk opdrachtgever, ambtelijk opdrachtgevers MOHW/RMT en de programmamanager. Afhankelijk van de agendapunten sluiten thematrekkers aan bij dit overleg. De stuurgroep is verantwoordelijk voor de bestuurlijk-politieke afstemming van de implementatie. Het programmateam stuurt het programma integraal aan en legt verbindingen tussen de verschillende programmaonderdelen, andere programma’s en externe gremia. Het programmateam stuurt, beheert en monitort daarmee de verschillende programmadoelstellingen. Vanuit het programmateam wordt onder andere op strategische knooppunten verbinding gezocht met het RMT en MOHW.

Programmathema’s: In dit ambitie- en programmaplan is een drietal inhoudelijke thema’s belegd. Ieder thema wordt getrokken door een thematrekker die verantwoordelijk is voor het behalen van de themadoelstellingen en via het programmateam verbinding legt naar de programmadoelstellingen en andere thema’s. De samenstelling van het programmateam is weergegeven in bijlage 4. De ambtelijk opdrachtgever vanuit het MOHW is integraal verantwoordelijk voor het programma en geeft opdracht aan de programmamanager. Hij is budgetverantwoordelijk en stuurt de programmamanager aan. Hij neemt deel aan externe stuurgroep overleggen en/of stemt hierover af met de ambtelijk opdrachtgever vanuit het RMT. De programmamanager is opdrachtnemer en is verantwoordelijk voor het leveren van de afgesproken prestaties en resultaten. Zijn taken zijn onder meer het aanbrengen en bewaken van de samenhang tussen inspanningen om de verschillende doelen te bereiken. Hij vervult de rol als deelopdrachtgever voor de verschillende projecten en activiteiten. Hij is integraal budgetbeheerder van het programma en stuurt de projectleiders/ thematrekkers aan. Hij adviseert het bestuur. De projectleiders zijn opdrachtnemers van verschillende projecten/ activiteiten. Zij handelen binnen het geaccordeerde projectplan en sturen eventueel een projectteam aan.

Zij zijn verantwoordelijk voor het behalen van de projectdoelstellingen, projectbudgetbeheersing en hebben hierover overleg met de programmamanager en thematrekker. Ze maken onderdeel uit van het themateam. De overige functies en hun positionering binnen het programma zijn eveneens in bijlage 4 verder uitgewerkt. In de programmaorganisatie werken mensen vanuit de vijf gemeenten, SOHW en enkele externen met verschillende culturen en achtergronden meerjarig samen aan de implementatie van de Omgevingswet. Daarom wordt er binnen dit programma inzet gepleegd op het ontwikkelen van een prettige programmacultuur waarin alle medewerkers met plezier samenwerken. Hierbij wordt gedacht aan teambuilding, teamdagen, vieren van successen, maar ook het werken aan dit programma op één locatie in de Hoeksche Waard.

30

7.3

PROGRAMMAFINANCIERING

Op 21 april 2016 heeft de Minister, de VNG, het IPO en de UvW een financieel akkoord voor de Omgevingswet gesloten. De baten voor gemeenten en de herintroductie van milieuleges worden niet afgeroomd door uitnames uit het Gemeentefonds. Het Rijk staat aan de lat voor de investeringskosten voor het digitale stelsel en de invoeringsondersteuning. Verder is de afspraak dat iedere partij zelf de transitiekosten van de wet draagt. De VNG heeft hierop in samenwerking met Deloitte een model ontwikkeld om de invoeringskosten voor gemeenten te prognosticeren voor de periode 2017 t/m 2024. Op basis van dat model en dit ambitie- en programmaplan is er een ‘best case’ en een ‘worst case’ scenario opgesteld. De personele inzet voor het programma, aannames rondom aanbestedingen, HRM kosten, ICT kosten zijn enkele variabele die in de scenario’s zijn meegenomen. Binnen de Hoeksche Waard is de opgave rondom de implementatie van de Omgevingswet goed in beeld gebracht en is de programmalijn uitgezet. Er wordt daarom uitgegaan van een best case scenario. De sturing op de kosten wordt via de programmabeheersing meegenomen en gekoppeld aan de P&C cyclus van de gemeenten. De begroting van dit programma wordt gecoördineerd via de begroting van SOHW.

Naast de kosten voor de invoering van de wet komen er verschuivingen aan de baten kant. Door het werken met algemene regels zijn er straks minder vergunningen nodig. Dat heeft effect op de legesinkomsten, waarbij er op dit moment een inschatting wordt gemaakt dat deze met minimaal 50% afnemen. Daarnaast zal er een wijziging optreden in de toerekening van kosten in de exploitatieplannen. Deze verschuivingen worden verder inzichtelijk gemaakt.

PROGRAMMAPLANNING

7.4

Voor het programma is een planning op hoofdlijnen gemaakt die in de onderstaande figuur is weergegeven. Deze planning wordt na de vaststelling van het ambitie- en programmaplan geconcretiseerd op basis van de projecten die opgestart worden. Voor de beheersing van de doorlooptijd van het programma, de programmaonderdelen en onderliggende projecten wordt gebruik gemaakt van een digitaal systeem voor een integrale planning.

Invoeringskosten Omgevingswet Hoeksche Waard per programmaonderdeel (2017 - 2024) Programmakosten*

Veranderopgave

Instrumentarium

Digitalisering**

Totaal

Worst case scenario 2017 - 2024

€ 2.382.015

€ 1.166.929

€ 1.984.985

€ 237.437

€ 5.771.365

Best case scenario 2017 -2024

€ 2.329.839

€ 816.850

€ 1.389.489

€ 166.206

€ 4.702.384

*

Overall kosten, communicatie en inzet gemeentelijk programmateam tot en met 2020 (interne tarieven 2015, bij externe inhuur zullen de programmakosten toenemen)

**

Interne ICT kosten worden opgenomen via de ICT harmonisatie Hoeksche Waard.

Invoeringskosten Omgevingswet Hoeksche Waard per jaar (2017 - 2024) 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Best case scenario

€ 421.060

€ 1.202.584

€ 1.404.656

€ 1.202.584

€ 202.072

€ 134.714

€ 67.357

€ 67.357

Binnenmaas 34%

€ 143.160

€ 408.879

€ 477.583

€ 408.879

€ 68.704

€ 45.803

€ 22.901

€ 22.901

Cromstrijen 15%

€ 63.159

€ 180.388

€ 210.698

€ 180.388

€ 30.311

€ 20.207

€ 10.104

€ 10.104

Korendijk 13%

€ 54.738

€ 156.336

€ 182.605

€ 156.336

€ 26.269

€ 17.513

€ 8.756

€ 8.756

Oud-Beijerland 28%

€ 117.897

€ 336.724

€ 393.304

€ 336.724

€ 56.580

€ 37.720

€ 18.860

€ 18.860

Strijen 10%

€ 42.106

€ 120.258

€ 140.466

€ 120.258

€ 20.207

€ 13.471

€ 6.736

€ 6.736

31

IJkpunt 1 2017 Q4

Q1

IJkpunt 2 bij invoering wet

2018 Q2

Q3

Q4

Q1

2019 Q2

Q3

Q4

Q1

IJkpunt 3

2020 Q2

Q3

Q4

Q1

IJkpunt 4 2021

Q2

Q3

Q4

Q1

2024 Q2

Samenwerken in de overheidsketen Bovenregionale afstemming Cultuuropgave Kennis wet- en regelgeving Competentie-ontwikkeling Experimenten Ontwikkeling instrumentarium Gebiedsagenda Hoeksche Waard Omgevingsvisie Hoeksche Waard Omgevingsplan Hoeksche Waard Ontwikkelen vergunningstelsel Opzetten werkprocessen Digitalisering Aansluiten DSO en doorontwikkeling DSO Informatievoorziening binnen de gemeenten Procesfase Bewustwording Verdieping Verbreding en verankering Doorontwikkeling en beheer

Deze integrale planning bevat activiteiten en mijlpalen en heeft als doel: • het inzichtelijk maken van de haalbaarheid, ruimte en knelpunten in het programma, de programmaonderdelen en/of project; • onderbouwen van de beslissingen over de te nemen maatregelen; • managen van onderlinge afhankelijkheden;

• inzichtelijk maken van het kritieke pad; • meten van de voortgang op de afgesproken mijlpalen. De sturing op de planning en beheersing van de risico’s vindt plaats via de reguliere P&C cyclus en de nog op te zetten monitor.

32

Bestuurlijke ijkmomenten

colleges en medewerkers is ook gestart met de veranderopgave (zoals in hoofd-

In het proces van de programmauitvoering is een aantal bestuurlijke ijkmomenten ingebouwd die dienen als reflectiemoment tijdens de realisatiefase. De ijkmomenten worden benut om te reflecteren op de afgelopen periode voor wat betreft het behalen van de doelen, voortgang, planning, financiering, et cetera. Daarnaast wordt dit moment benut om vooruit te kijken en de doelen, planning en middelen te herijken. Hierbij wordt eveneens de koppeling gemaakt met de voortgang van het landelijke invoeringstraject en het effect daarvan op het implementatieproces in de Hoeksche Waard. Deze ijkmomenten staan los van de bestuurlijk-politieke besluitvorming over de producten zoals een omgevings­ visie, omgevingsplan en vergunningstelsel.

stuk 2 beschreven). In de fase die voor ons ligt gaan we verder op ‘expeditie’, met elkaar (colleges, raden, medewerkers), waarbij de focus naar buiten (extern) wordt gericht.

7.5

PROGRAMMABEHEERSING

Programmabeheersing gaat over de activiteiten en processen die nodig zijn voor een goede beheersing. Het doel is om vast te stellen of het programma volgens plan verloopt en nog steeds in staat is om de afgesproken doelen en afspraken uit het ambitie- en programmaplan te halen. Er worden twee niveaus van beheersing onderscheiden: • doen we de juiste dingen? Dit vindt plaats op programmaniveau; • doen we de dingen juist? Dit vindt plaats op thema- en projectniveau. We zetten een dynamisch en kort cyclisch proces op om tot de invoering van de Omgevingswet te komen. Dit betekent dat we werken met korte planningen die aansluiten bij de dynamiek van het invoeringsproces en daarbij periodiek monitoren en evalueren of we op de goede weg zitten: zowel inhoudelijk, financieel, personeel, en op communicatief gebied. De programmabeheersing wordt op verschillende onderdelen, zoals risico-, capaciteit-, en kwaliteitsbeheersing nader uitgewerkt. Inkoop- en aanbesteding Voor de inkoop van producten en diensten binnen het programma wordt het inkoop- en aanbestedingsbeleid van het Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard gebruikt. Het Inkoopbureau West-Brabant ondersteunt het inkoopproces.

7.6

COMMUNICATIE

De communicatie in fase 0 (opstellen impactanalyse, bestuurlijke ambitie/bouwstenenboek) was veelal intern gericht, waarbij de komst van en kennis over de nieuwe Omgevingswet centraal stond. Maar met de workshops voor raden,

33

Uitgangspunt voor communicatie De bestuurlijke ambitie en de invoeringsstrategie (hoofdstuk 1) en het in fase 0 geschreven communicatieplan vormt de basis voor het communicatie/ participatieproces. “De Hoeksche Waard wil de komst van de Omgevingswet aangrijpen om met een externe focus te veranderen. Dit betekent dat niet de regels, maar de maatschappelijke opgaven en de initiatiefnemers met hun omgeving, centraal staan”.

‘Opplussen’ bestaande communicatiekanalen De bestaande communicatiekanalen, die wij voor de interne en externe communicatie gebruiken (intranet, internet, informatiebrieven, informatiebijeenkomsten et cetera), worden ‘opgeplust’. Zo hebben we reeds een Nieuwsflits Omgevingswet ontwikkeld en een twitter-account aangemaakt (@hw_omgevingswet). Naast de huidige werkvormen die wij gebruiken, zoals dialogentafels/werkateliers, denken wij ook aan het instellen van nieuwe communicatiemiddelen die passen bij de uitgesproken bestuurlijke ambitie ‘onderscheiden en vernieuwen’. Nieuwe communicatiekanalen Bij nieuwe communicatiemiddelen denken we bijvoorbeeld aan een digitaal platform. Een digitaal platform maakt, naast ‘face-to-face’ contacten (gesprekken op locatie, werkataliers, dialogentafels, workshops et cetera) online participatie met inwoners, stakeholders mogelijk. Zo kunnen we digitaal input krijgen op de Gebiedsagenda en de op te stellen omgevingsvisie en omgevingsplan. Daarnaast valt ook te denken aan een burgerpanel/platform waarin deelnemers uit verschillende sectoren (uit zowel het sociale en fysieke domein) en leeftijdscategorieën deelnemen. Leren van elkaar Daarnaast willen we zoveel mogelijk aanhaken bij initiatieven die in Zuid-Holland Zuid worden ontwikkeld.

We stemmen de communicatie op elkaar af en leren van elkaar, het ‘wiel’ hoeft ten slotte niet door de gemeenten in Zuid-Holland

Zuid afzonderlijk uitgevonden te worden. Ook landelijk worden er initiatieven ontwikkeld, onder meer door de VNG, op het vlak van participatie. De ‘toolkit’ die nodig is voor de verandering wordt steeds meer gevuld. Zo ontwikkelt het programma ‘Aan de slag met de Omgevingswet’ een inspiratiegids, waaraan wij ook een bijdrage leveren en gaan gebruiken bij het vormgeven van de participatie. Organisatie van de communicatie De communicatie vindt plaats langs de vier benoemde programmathema’s: samenwerken in de overheidsketen, veranderopgave (cultuurverandering), instrumentatrium en digitalisering.

De uitvoering van de hieronder genoemde activiteiten is een gezamenlijke verantwoordelijkheid en staat als vast agendapunt op voor de vergadering van de stuurgroep en het programmateam. Op basis hiervan wordt de communicatiematrix doorlopend geactualiseerd en aangevuld en worden er afspraken gemaakt over de uitvoering van de communicatie-acties en -middelen. De interne en externe communicatie vindt plaats vanuit de integrale benadering. Dit betekent dat de berichten worden aangepast aan de fase waarin de implementatie van de Omgevingswet zich bevindt, onder aansturing van het programmateam. Afstemming over de communicatie zal eveneens plaatsvinden met het bureau dat voor de volgende fase (opstellen omgevingsvisie/omgevingsplan) geselecteerd wordt.

Thema

Subdoelstellingen

Betrokkenen (doelgroepen)

Samen­ werking in de overheidsketen

Verbinding, samenwerking en afstemming met betrokken partijen voor een goede implementatie van de Omgevingswet op het gebied van inhoud, proces en relatie (wat? hoe? waarom?)

Ketenpartners, zoals rijksoverheid, provincie, waterschap, DG&J, VRZHZ, OZHZ en omliggende regio’s.

• Communicatie die voortvloeit uit programmaplan invoering Omgevingswet ZHZ; • Bijeenkomsten/afstemming over inhoudelijke gebiedsopgaven (lokaal/dorpen) en bovenregionaal; • Communicatie in Nieuwsflits ZHZ (proces en inhoud); • Bijeenkomsten colleges, raden ZHZ; • Communicatie over proces en inhoud via alle communicatiekanalen; • Conferentie.

Verander­opgave

Binnen de Hoeksche Waard zijn wij ons zowel ambtelijk als bestuurlijk bewust van de veranderende rol en weten wij hoe wij deze toe kunnen passen in onze werkzaamheden

Medewerkers, collegeleden, raadsleden, inwoners en ondernemers

• Websites 5 gemeenten en SOHW en online platform; • Intranet Samen@Work; • Nieuwsflits Omgevingswet; • Workshops/expedities voor medewerkers; • Bijeenkomsten voor raden en colleges; • Intervisie/creëren leeromgeving; • Trainingen; • Werken op locatie; • Communicatie over proces en inhoud via alle communicatiekanalen; • Informatiecampagne over de Omgevingswet.

Communicatie/Activiteiten

34

Instrumentarium

Het implementeren van de kerninstrumenten uit de Omgevingswet (het vaststellen van een Gebiedsagenda, omgevingsvisie en een omgevingsplan).

Provincie, waterschap, DG&J, VRZHZ, OZHZ, omliggende regio’s, medewerkers, collegeleden, raadsleden, inwoners en ondernemers.

• Bijeenkomsten met partijen intern en extern. Maatschappelijk middenveld en inwoners voor het opstellen omgevingsvisie en plan; • Bijeenkomsten met medewerkers en bestuur (raden en colleges); • Communicatie over proces en inhoud via alle communicatiekanalen; • Informatiecampagne over Omgevingswet.

Digitalisering

In beeld brengen welke aanpassingen we moeten doen aan de informatiesystemen van de Hoeksche Waard om de Omgevingswet in te kunnen voeren in 2019.

Medewerkers, collegeleden, provincie, waterschap, DG&J, VRZHZ, OZHZ, omliggende regio’s, DSO, ISHW.

• Informatiehuizen; • Communicatie over Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO); • Communicatie over proces en inhoud via alle communicatiekanalen.

Informatiecampagne Omgevingswet De nieuwe werkwijze van de Omgevingswet vraagt niet alleen het nodige van gemeenten, maar ook van burgers, ondernemers en initiatiefnemers. Er komen meer verantwoordelijkheden bij initiatiefnemers te liggen, het vergunningstelsel wijzigt en er wordt meer gewerkt met algemene regels. Omdat de Omgevingswet ruimte laat voor lokale invulling, verschilt de impact van gemeente tot gemeente. De informatievoorziening richting inwoners, ondernemers en initiatiefnemers moet dus toegespitst zijn op de ambitie en werkwijze van het gebied. Er is geen ‘one size fits all’ informatiecampagne voor alle gemeenten. Wel vindt hierover afstemming met elkaar plaats vanuit het programmateam. Ook voor de communicatie geldt een kort cyclisch proces (continu aanpassen aan signalen uit de in- en externe omgeving).

Dit najaar wordt een informatiecampagne opgezet voor inwoners, ondernemers en initiatiefnemers over de betekenis van de stelselwijziging in de Hoeksche Waard. Deze kick-off willen we door middel van een conferentie laten plaatsvinden. Hiervoor willen we een inspirerende spreker vragen en de betrokkenen (in paragraaf 1.3 benoemd) uitnodigen.

7.7

KOPPELINGEN LOPENDE AGENDA’S EN PROCESSEN

Binnen de Hoeksche Waard zijn verschillende gezamenlijke processen en agenda’s opgesteld. Vanuit dit programma zijn de noodzakelijke opgaven voor de invoering van de Omgevingswet benoemd. Op een aantal thema’s zoals HRM, ICT en dienstverlening, wordt er binnen de Hoeksche Waard geharmoniseerd. De programmamanagers en ambtelijk opdrachtgevers van de ICT, dienstverlening, en HRM harmonisatie moeten op regelmatige basis afstemming hebben over de stand van zaken rondom de verschillende programma’s en de koppelingen die daartussen tot stand gebracht moeten worden. Gezien het wettelijk tijdspad van de implementatie van de Omgevingswet is het noodzakelijk dat een aantal zaken snel geregeld worden. De ICT moet op orde zijn en medewerkers moeten kunnen werken volgens het gedachtengoed van de Omgevingswet. Dit programma stuurt daar op aan en pakt waar nodig de opgaven op.

35

Bijlagen

Bijlage 1. Gebiedsagenda Hoeksche Waard Bijlage 2. Inventarisatie bestaand beleid en regelgeving Bijlage 3. Verklarende woordenlijst Bijlage 4. Functie programma OW

Afkortingenlijst RMT Regionaal Management Team MOHW Management Overleg Hoeksche Waard DG&J Dienst Gezondheid en Jeugd Zuid Holland Zuid VRZHZ Veiligheidsregio Zuid Holland Zuid OZHZ Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid ISHW ICT Samenwerking Hoeksche Waard VNG Vereniging Nederlandse Gemeenten Wabo Wet algemene bepalingen Omgevingswet Amvb Algemene maatregel van bestuur Wro Wet ruimtelijke ordening Bro Besluit ruimtelijke ordening

Imro Informatie model ruimtelijke ordening VTH Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving FTE Full time equivalent APV Algemene Plaatselijke Verordening DHW Drank-en Horecawet DSO Digitaal Stelsel Omgevingswet OLO Omgevingsloket Online AIM Activiteitenbesluit Internet Module SVHW Samenwerkingsverband Heffingen- en Waardebepalingen

Bijlage 1. Gebiedsagenda Hoeksche Waard

37

Thema 1: VITALE DORPEN & ACTIEVE SAMEN-LEVING Gebiedsagenda Hoeksche Waard:

Opmaat Omgevingsvisie (en Omgevingsplan) Hoeksche Waard Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard, Versie 31 mei 2017

1

Rapportnummer: 212x01286 Datum: 31 mei 2017 Contactpersoon opdrachtgever:

Joost Ridderhof

Projectteam BRO:

Susanne de Geus, Roel Grether, Guy Kersten, Renze van Och, Luke Vredeveld, Piet Zuidhof.

Bron kaft: BRO

INHOUDSOPGAVE

3

pagina Gebiedsagenda Hoeksche Waard 5 Thema 1: Vitale dorpen & actieve samenleving

11

Thema 2: Vitaal economisch klimaat 13 Thema 3: Duurzaamheid, energieneutraal & klimaatbestendig

17

Thema 4: Bereikbaar, nabij & toegankelijk

19

Thema 5: Sterke omgevingskwaliteit 23 Omgevingsaspecten integraal verweven 26 Opweg naar een omgevingsvisie 28

Bron: Ambitie- en Programmaplan 2017 Implementatie Omgevingswet Hoeksche Waard

GEBIEDSAGENDA HOEKSCHE WAARD

Hoeksche Waard waardevol bezig!

Als Hoeksche Waard werken we vooruitstrevend aan de vitaliteit en leefbaarheid van onze kernen en de kwaliteit van het gebied. Hiervoor zijn nog veel kansen te verzilveren. De Hoeksche Waard ligt op een steenworp afstand van het stedelijk gebied, met een compleet voorzieningenpakket, nabijheid van werklocaties en we maken onderdeel uit van de Zuidwestelijke Delta. Uniek is ons karakteristieke polderlandschap met kleinschalige, hechte gemeenschappen. De Omgevingswet biedt kansen om samen met gebiedspartijen beter te (kunnen) werken aan vitaliteit, leefbaarheid en kwaliteit. In het gedachtengoed van de nieuwe Omgevingswet (die naar verwachting medio 2019 ingaat), draait het om vertrouwen, om het op een goede wijze verder brengen van initiatieven. Om flexibiliteit, integraliteit en samenwerken. We werken binnen de Hoeksche Waard al voor een belangrijk deel op deze wijze. Dit laten voorbeelden als de Hoeksche Waardenmakerij, de Landschapstafels en het Pact van mijn Hart, het Pact van de Waard, het Maatschappelijk Middenveld en het Hoeksche Waard Landschap zien. Door een goede verankering en verknoping van al deze activiteiten, dit ook voor iedereen zichtbaar te maken, kunnen kansen verzilverd worden, wordt dubbel werk voorkomen en wordt losgemaakte energie ook daadwerkelijk benut.

5

Eén Omgevingsvisie voor de Hoeksche Waard

Als onderdeel van de Omgevingswet moet iedere overheid een Omgevingsvisie opstellen: een integrale strategische visie voor de leefomgeving voor de langere termijn. Dit heeft meerdere voordelen: De omgevingsvisie bevat de centrale koers en daarmee de basis voor de uitwerking naar thema’s en gebieden en voor communicatie en lobbytrajecten; Het geeft voor iedereen overzicht en inzicht in samenhang van thema’s, opgaven en activiteiten; Door samen te werken worden partijen en processen gemobiliseerd en verbonden; Het helpt om prioriteiten te benoemen, initiatieven los te maken en op een goede wijze te begeleiden.

Doel Gebiedsagenda Hoeksche Waard

Deze Gebiedsagenda vormt de opmaat en vliegende start van de Omgevingsvisie en vervolgens ook voor het Omgevingsplan voor de Hoeksche Waard. De agenda geeft antwoord op de vragen: Wat zijn de centrale opgaven voor de Hoeksche Waard? Wat is de beoogde sturingsfilosofie hiervoor? Wat is het doel van de Omgevingsvisie? Wat is de betekenis voor de andere instrumenten in het proces? Deze Gebiedsagenda is gebaseerd op de resultaten van bijeenkomsten met het Pact van de Waard, het Pact van mijn Hart, het Maatschappelijk Middenveld, de uitvoeringsdiensten (Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid, Veiligheidsregio, Dienst Gezondheid en Jeugd), het Waterschap, de colleges van burgemeester- en wethouders, gemeenteraden, medewerkers en op een data- en beleidsanalyse.

7

Hoofduitdaging: Eén Centrale Koers voor de Hoeksche Waard

Er is grote behoefte aan één Centrale Koers voor de Hoeksche Waard. Dit is een belangrijke uitdaging voor de Omgevingsvisie. Deze koers moet de identiteit, de kracht van de Hoeksche Waard EN haar betekenis voor de omliggende regio’s laten zien. Door het (boven)regionaal helder en gericht uitdragen van die koers, komen investeringen op gang die bijdragen aan het versterken van de vitaliteit, de levendigheid en de kwaliteit van de Hoeksche Waard. Tot 2015 was de centrale koers voor de Hoeksche Waard vooral gebaseerd op haar landschappelijke kwaliteiten: een ‘groene long’ voor de Zuidvleugel van de Randstad. De status Nationaal Landschap heeft geleid tot flinke landschappelijke investeringen waarvan de Hoeksche Waard de vruchten plukte. Om de kwaliteiten te behouden is hieraan een beschermend instrumentarium gekoppeld. De praktijk laat echter zien dat dit onvoldoende stimulerend werkt voor nieuwe initiatieven, noodzakelijk voor vitaliteit en leefbaarheid. De koers ‘groene long’ haakt slechts voor een deel aan op de kwaliteiten van de Hoeksche Waard, het toont onvoldoende de breedte en diversiteit ervan en de betekenis voor haar omgeving. De identiteit van de Hoeksche Waard wordt getypeerd door begrippen als ‘ruimte & mogelijkheden’, ‘veilig & geborgen’, ‘omzien naar elkaar & actief’ en ‘innovatief, doorzetten & pionieren’.

In het traject van de Omgevingsvisie moet op zoek worden gegaan naar een koers voor de Hoeksche Waard, die de kracht duidt EN tevens dynamiek op gang brengt die goed is voor het gebied. Belangrijk is dat die dynamiek plaatsvindt op een wijze die past bij de Hoeksche Waard: de ‘Hoeksche wijze’. Uitwerking hiervan is onderdeel van de Omgevingsvisie.

Kansen voor dynamiek liggen er genoeg, bijvoorbeeld gekoppeld aan de zoektocht van de Metropoolregio Rotterdam - Den Haag naar groene recreatiemogelijkheden, naar hoogwaardige woonmilieus en naar mogelijkheden om innovatief door te kunnen pakken bij de grondstof- en energietransitie. De Hoeksche Waard kan hieraan op alle fronten een belangrijke bijdrage leveren.

Sturingsfilosofie: samen, integraal, dwars door schaalniveaus

Voor de Hoeksche Waard vormen de (te verwachten) maatschappelijke opgaven het vertrekpunt voor handelen. Denk bijvoorbeeld aan de demografische ontwikkelingen, de energietransitie en de ontwikkelingen binnen de landbouw. We zijn een hecht onderdeel van de Rijnmondregio, van de Zuidwestelijke Delta, en hebben sterke relaties met de Drechtsteden en Noordwest Brabant. ‘Hoeksche Waarders’ maken gebruik van voorzieningen elders, vinden er werk en andersom komen forenzen en recreanten van buiten, waar lokale ondernemers weer baat bij hebben. Het is dus van belang om lokale en (boven)regionale opgaven in samenhang te benaderen en om hierbij samen op te trekken. Ontwikkelingen moeten goed zijn voor de kernen, de Hoeksche Waard en voor de grotere regio waarbinnen de Hoeksche Waard valt. Iedere opgave, ieder gebied of kern vraagt om een eigen aanpak met specifieke, toegesneden acties. Vaak is het noodzakelijk om tegelijkertijd op meerdere schaalniveaus activiteiten te ondernemen om een vraagstuk goed aan te kunnen pakken. In deze gebiedsagenda benoemen we daarom agendapunten op zowel kernniveau, het niveau van de Hoeksche Waard en op het niveau daarboven (Rijnmond, Zuidwestelijke Delta, de provincie). We kijken hierbij zowel naar de korte- als de lange termijn.

8

Voor het aanpakken van de opgaven waarvoor we als Hoeksche Waard staan, ligt er een gedeelde verantwoordelijkheid bij allerlei partijen die werken in en voor het gebied, ook bij de mensen die er wonen en werken. We kunnen het niet alleen! De overgrote meerderheid van de investeringen vindt door private partijen en organisaties plaats. Daarom is het belangrijk om samen de koers te bepalen en afspraken te maken. Er wordt al intensief samengewerkt, zoals met het Pact van de Waard, Pact van mijn Hart, de Werkgroep Wonen, Welzijn, Zorg, het Maatschappelijk Middenveld, het Kwaliteitsteam, het Waterschap en de Uitvoeringsdiensten maar ook met de MRDH. In de komende periode waarin deze Gebiedsagenda uitgewerkt wordt naar een Omgevingsvisie Hoeksche Waard, zal ook de kracht en kennis van de dorpen, bewoners en ondernemers ten volle benut worden. Daar is immers de kennis aanwezig over wat echt van belang is voor de vitaliteit en leefbaarheid van en in de Hoeksche Waard. Als onderdeel van een kerngerichte aanpak, worden samen kernagenda’s opgesteld met prioriteiten en een taakverdeling. We pakken door op de aanpak die in gang gezet is met de Hoeksche Waardenmakerij. Initiatieven uit de samenleving staan centraal, waarbij gewerkt wordt vanuit vertrouwen, met een gezamenlijke koers, heldere uitgangspunten en een zorgplicht voor eenieder als leidraad.

We maken de omslag van ‘inspraak achteraf’ naar ‘co-creatie en dialoog vooraf’. Gemeenten en Provincie behartigen het algemeen belang en staan voor de opgave om een goede procesgang en werkwijze in te richten. De Omgevingsvisie vormt voor de Hoeksche Waard een belangrijk instrument om de ‘goede initiatieven’ op gang te brengen, de procesgang daarvoor te versnellen en tegelijkertijd de realisatie op een (kwalitatief) goede wijze te laten plaatsvinden.

Contouren Omgevingsvisie Hoeksche Waard

De op te stellen Omgevingsvisie voor de Hoeksche Waard, moet helder de centrale koers en de prioriteiten uitdragen. De visie moet inzicht geven in de samenhang tussen opgaven en activiteiten die gericht zijn op vitaliteit, leefbaarheid en kwaliteit van het gebied. De Omgevingsvisie verbindt inhoud, processen en partijen, helpt om ontwikkelingen goed te laten plaatsvinden en vormt een actuele gespreksagenda. Hiervoor moet de Omgevingsvisie krachtig, bondig, uitnodigend en inspirerend zijn, evenals breed gedragen, praktisch toepasbaar en ‘dagvers’. We maken de Omgevingsvisie echt integraal, wat wil zeggen sociale en fysieke elementen in samenhang. Alleen dan kan gewerkt worden aan leefbare kernen en een vitale en aantrekkelijke Hoeksche Waard. De Omgevingsvisie vormt de kapstok voor de uitwerking in thematische of gebiedsgerichte ‘Programma’s’. Ook nu wordt al gewerkt aan ‘Programma’s’, zoals de Woonvisie, de Transformatieagenda in het sociale domein, de Detailhandelsvisie en de Economische Transitie Monitor. Deze trajecten zijn onlosmakelijk verbonden met het Omgevingsvisieproces. Wenselijke, haalbare ontwikkelingen worden onder de Omgevingswet juridisch-planologisch mogelijk gemaakt in het Omgevingsplan.

Voor een borging van de goede ‘Hoeksche Wijze’, kunnen we ertoe besluiten om bijvoorbeeld keuzes uit de Omgevingsvisie (en Programma’s) via beleidsregels te koppelen aan het Omgevingsplan. Verordeningen worden gebiedsgericht vertaald en geïntegreerd, zodat er sprake is van overzicht en ontwikkelingen zo soepel mogelijk kunnen plaatsvinden. Een aanvraag rondom een initiatief (Omgevingsvergunning) wordt getoetst aan het Omgevingsplan. Wanneer dit niet passend is, vormt de Omgevingsvisie het afwegingskader. Dit maakt de Omgevingsvisie voor ons tot het belangrijkste instrument van de Omgevingswet.

9

Relatie Gebiedsprogramma Hoeksche Waard

De urgentie om te komen tot afstemming, samenwerking tussen partijen en het maken van de ‘juiste keuzen’ is hoog. Daarom zijn naast elkaar meerdere trajecten opgestart. Dit wordt verder gevoed door het toenemende besef van de omvang van de (maatschappelijke) opgaven waarvoor de Hoeksche Waard staat. Op initiatief van en samen met de provincie wordt gewerkt aan het Gebiedsprogramma Hoeksche Waard. Het Gebiedsprogramma richt zich op een versnelling van (aanstaande en lopende) projecten. De projecten worden geprioriteerd en (voor een deel) van middelen voorzien. Het Gebiedsprogramma draagt daarmee ook bij aan het aanpakken van de opgaven zoals die in deze Gebiedsagenda worden geagendeerd. In de integrale Omgevingsvisie worden de opgaven, in samenhang en op verschillende schaalniveaus uitgewerkt in een visie voor de langere termijn. Hieraan worden uitvoeringsprogramma’s gekoppeld, het Gebiedsprogramma is daarvoor een belangrijke basis. De Omgevingsvisie en het Gebiedsprogramma Hoeksche Waard zijn dus nauw verbonden.

De vijf integrale thema’s: 1. 2. 3. 4. 5.

Vitale dorpen & een sterke actieve samenleving Vitaal economisch klimaat Duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief Bereikbaar, nabij en toegankelijk Sterke, aangename omgevingskwaliteit

Per thema geeft deze gebiedsagenda de centrale opgave voor de Omgevingsvisie, met vervolgens een praktische agendering van activiteiten naar de schaalniveaus: -

het kernenniveau, de Hoeksche Waard

-

Hoeksche Waard-overstijgend.

Opzet Gebiedsagenda Hoeksche Waard

De overkoepelende ambitie is het werken aan een vitale, leefbare en aantrekkelijke Hoeksche Waard. Om in het proces naar de Omgevingsvisie hier gericht mee aan de slag te kunnen gaan, wordt een onderscheid gemaakt naar vijf thema’s. Deze thema’s zijn integraal en omvatten sociale en fysieke componenten. Alleen door de activiteiten in samenhang op te pakken, kan gericht gewerkt worden aan een vitale, leefbare en aantrekkelijke Hoeksche Waard.

Telkens wordt het schaalniveau waarop bij dat themacluster het accent ligt, het eerst vermeld. Dit wisselt per thema. Gezondheid, veiligheid en milieuaspecten vormen een onmisbare basis voor alle thema’s. In het laatste onderdeel ‘Omgevingsaspecten’ wordt een eerste stap gezet op weg naar een integrale verweving hiervan.

THEMA 1: VITALE DORPEN & ACTIEVE SAMENLEVING

11

1. Wat speelt er?

2. Centrale Opgave ‘Vitale dorpen & actieve samenleving’

De Hoeksche Waard wordt gekenmerkt door actieve kernen, waar mensen omzien naar elkaar en waar innovaties plaatsvinden. Een actieve samenleving is van groot belang voor een vitaal dorp: mensen helpen elkaar, zodat ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Een belangrijke basis voor vitaliteit is een zo evenwichtig mogelijke bevolkingssamenstelling, evenals betrokkenheid bij en trots op de kern.

In het algemeen geldt dat het van belang is dat er een opgaande spiraal op gang komt in het inwonertal van de Hoeksche Waard, leidend tot meer draagvlak voor voorzieningen, meer vrijwilligers en investeringen. Hiervoor zijn kansen genoeg, gezien onze strategische ligging in de Delta, nabij stedelijke gebieden. De Hoeksche Waard is aantrekkelijk voor allerlei doelgroepen, van jonge gezinnen tot senioren. Daarnaast is het van belang dat de mensen die hier wonen, ook graag willen blijven wonen (of als ze verhuizen, ze later willen en kunnen terugkeren). Dit vraagt om aantrekkelijke kernen, een toegesneden woningvoorraad en voorzieningen. Maar wat betekent dat concreet? Voor iedere kern in de Hoeksche Waard leidt dit tot andere aandachts- en actiepunten. Samen mèt de kernen moet hierop grip gekregen worden.

Het is aantrekkelijk wonen in de Hoeksche Waard door de (betaalbare) ruimte, de kleinschaligheid, veiligheid en het stedelijk voorzieningenpakket en werkgelegenheid ‘om de hoek’. Het lijkt erop dat daardoor eenvoudig voldaan kan worden aan de voorwaarden voor vitaliteit. Door een samenspel aan factoren is er echter vanaf 2006 over het geheel gezien sprake van een dalende bevolkingsomvang in de Hoeksche Waard. Daarnaast is er sprake van een hoge mate van vergrijzing en ontgroening. Opvallend is dat de bevolkingsontwikkeling varieert per kern. In veel kernen is sinds 2014 weer sprake van groei door een positief migratiesaldo. Deze lijn zou vastgehouden moeten worden. Voor kernen waar de bevolkingsdaling speelt komt de vitaliteit mogelijk in gevaar. De Hoeksche Waard is nog geen ‘krimpregio’, maar aangewezen als ‘anticipeerregio’ waarbij het van groot belang is om adequaat in te spelen op trends en kansen. Door de kleiner wordende huishoudens, zal het aantal woningen de komende jaren zeker nog moeten toenemen. Omdat dit niet leidt tot meer inwoners en draagvlak, vormt dit echter onvoldoende stimulans voor het behoud van de vitaliteit van alle kernen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11849655/1