CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Ambitie- en programmaplan 2017 inclusief gebiedsagenda

Beeldvormende bijeenkomst 20 september 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Omgevingswet24.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ambitie- en programmaplan 2017

Implementatie Omgevingswet Hoeksche Waard

keling

Ontwik

Samenwerken

Vertrouwen Ja, mits

Inhoudsopgave 1. 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Terugblik fase 0 implementatie Omgevingswet Doel ambitie- en programmaplan Leeswijzer

3 3 3 4 5

2. 2.1 2.2 2.3

Ambitie & invoeringsstrategie Verandertypen Ambitie Invoeringsstrategie

6 6 7 7

3. 3.1 3.2

Samenwerking met partijen Programma Zuid-Holland Zuid Samenwerkingsfilosofie

9 9 10

4. 4.1 4.2

Veranderopgave Impact Aanpak richting 2019

11 11 13

5. 5.1

Instrumentarium Ontwikkeling van nieuw instrumentarium Werkprocessen Processtappen werkprocessen

15

5.2 5.3 6. 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

15 20 23

Digitalisering 24 Informatiearchitectuur 24 Complexiteit informatiesystemen 24 Landelijke ontwikkelingen 25 Informatievoorziening binnen de gemeenten 26 Archivering 27

7. 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7

Programmasturing Sturingsfilosofie Programmaorganisatie Programmafinanciering Programmaplanning Programmabeheersing Communicatie Koppelingen lopende agenda’s en processen

Bijlagen 1. Gebiedsagenda Hoeksche Waard 2. Inventarisatie bestaand beleid en regelgeving 3. Verklarende woordenlijst 4. Functie programma OW

29 29 29 31 31 33 33 35

1. Inleiding 1.1

AANLEIDING

De huidige regels binnen het fysieke domein zijn erg complex geworden. Daardoor worstelen inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en overheden met het huidige omgevingsrecht. De nieuwe Omgevingswet moet er voor zorgen dat het eenvoudiger, duidelijker, beter en sneller gaat. Dit betekent het beter op elkaar afstemmen van de verschillende plannen voor ruimtelijke ordening, milieu en natuur en het stimuleren van verschillende doelstellingen. Tegelijkertijd geeft de Omgevingswet gemeenten meer ruimte hun omgevingsbeleid af te stemmen op de eigen lokale behoeften en biedt de wet meer ruimte voor particuliere initiatieven. Dit vraagt een verandering in de samenwerking met omgeving en partners. Tot slot is een cultuuromslag nodig in de wijze waarop ruimtelijke ontwikkelingen worden beoordeeld. Van een ‘nee tenzij’ naar een ‘ja mits’ benadering. Op 1 juli 2015 heeft de Tweede Kamer daarom ingestemd met de Omgevingswet. De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel op 22 maart 2016 aangenomen. Uiteindelijk moet de wet medio 2019 in werking treden. De Omgevingswet heeft vier verbeterdoelen: 1. meer inzicht in, voorspelbaarheid van en gebruiksgemak van de regels van het omgevingsrecht; 2. meer samenhang tussen beleid, besluitvorming en regelgeving over de fysieke leefomgeving; 3. meer bestuurlijke afwegingsruimte om lokaal maatwerk te kunnen leveren; 4.

snellere en betere besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving.

Het nieuwe stelsel gaat daarmee uit van een omwenteling in het denken en doen; van bescherming van de fysieke leefomgeving via een afhoudende benadering van activiteiten, naar een beleidscyclus waar de continue zorg voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving centraal staat en ruimte ontstaat voor ontwikkeling. De nieuwe benadering gaat uit van vertrouwen, waarbij er snel en doeltreffend kan worden opgetreden als dat nodig is.

1.2

TERUGBLIK FASE 0 IMPLEMENTATIE OMGEVINGSWET

Om de Omgevingswet te implementeren staan de gemeenten, provincies, waterschappen en de rijksoverheid voor de uitdaging zich goed voor te bereiden. Voor de zomer van 2016 hebben de vijf colleges van burgemeesters en wethouders in de Hoeksche Waard het procesplan voor de gezamenlijke implementatie van de Omgevingswet in de Hoeksche Waard vastgesteld en aangeboden aan de gemeenteraden. In het procesplan is een zogenoemde fase 0 ingebouwd die benut wordt ter voorbereiding, zodat we klaar zijn voor de implementatie van de Omgevingswet voor de jaren 2017 en verder. Hierbij zijn de volgende opgaven voor de fase 0 benoemd: • opstellen van een impactanalyse; • bepalen van de bestuurlijke ambitie; • opstellen van een programmaplan 2017; • bewustwording bij raden, colleges en medewerkers; • opstellen van een Gebiedsagenda. De acties en uitkomsten van de eerste drie punten zijn integraal opgenomen in dit ambitie- en programmaplan. Het plan draagt bij aan punt 4, de bewustwording bij raden, colleges en medewerkers. De Gebiedsagenda is als bijlage 1 bij dit document toegevoegd.

1.2.1 Gezamenlijke expeditie fase 0 Vanaf de start tot aan het tweede kwartaal 2017 stonden bewustwording en verdieping in de materie, betreffende de Omgevingswet, centraal. Zo zijn wij met de raden, colleges en medewerkers op expeditie geweest om de veranderopgave die de Omgevingswet met zich meebrengt te verkennen. In de eerste helft van 2017 hebben we expedities met medewerkers gehouden over het doel van de Omgevingswet en de betekenis voor hun werkzaamheden. We hebben daarbij de cultuuropgave verkend. In de tweede expeditie is feedback gevraagd op het concept programmaplan en is er verdere input gegeven voor de vulling van de programmaonderdelen.

3

Er zijn eind 2016/begin 2017 dialogen gevoerd met de colleges en raden over onze ambitie met betrekking tot het invoeren van de Omgevingswet. Wat is onze visie op de verbeterdoelen van de Omgevingswet en welke invoeringsstrategie willen wij hanteren? Met het RMT en MOHW heeft een aantal dialogen plaatsgevonden over de invoeringsstrategie en de rol van het management bij deze veranderopgave. Niet alleen spraken we met de Hoeksche Waardse colleges en raden, maar ook met onze ketenpartners op het niveau van Zuid-Holland Zuid. Deze dialogen hebben geleid tot een bouwstenennotitie. Deze bouwstenen gebruiken wij voor het verder vormgeven van de invoeringsstrategie voor de implementatie van de Omgevingswet binnen de Hoeksche Waard. In dit ambitieen programmaplan vertellen wij u hier meer over. In fase 0 is ook gewerkt aan een Gebiedsagenda voor de Hoeksche Waard, waarin de inhoudelijke opgaven binnen het fysieke domein en de relaties met het sociaal domein zijn verkend. De Gebiedsagenda is de basis voor het opstellen van de omgevingsvisie en omgevingsplan Hoeksche Waard.

1.3

Dit ambitie- en programmaplan heeft als hoofddoelstelling de gemeenten in de Hoeksche Waard tijdig voor te bereiden op de invoering van de Omgevingswet die medio 2019 is gepland en door zal lopen tot medio 2024. Vanuit dit programma wordt daar, vanuit verschillende thema’s met subdoelstellingen, invulling aangegeven. Thema

Subdoelstellingen

Betrokkenen

Samenwerking in de overheidsketen

Verbinding, samenwerking en afstemming met betrokken partijen voor een goede implementatie van de Omgevingswet op het gebied van inhoud, proces en relatie (wat? hoe? waarom?).

Ketenpartners, zoals rijksoverheid, provincie, waterschap, DG&J, VRZHZ, OZHZ en om­liggende regio’s.

Veranderopgave

Binnen de Hoeksche Waard zijn wij ons zowel ambtelijk als bestuurlijk bewust van onze veranderende rol en weten wij hoe wij deze toe gaan passen in onze werkzaamheden.

Medewerkers, college­ leden, raadsleden, inwoners en ondernemers.

Instrumentarium

Het implementeren van de kerninstrumenten uit de Omgevingswet (het vaststellen van een Gebiedsagenda, omgevingsvisie en een omgevingsplan).

Provincie, waterschap, DG&J, VRZHZ, OZHZ, omliggende regio’s, medewerkers, college­ leden, raadsleden, inwoners en ondernemers.

Digitalisering

In beeld brengen welke aanpassingen we moeten doen aan de informatiesystemen van de Hoeksche Waard om de Omgevingswet in te kunnen voeren in 2019.

Medewerkers, college­ leden, provincie, waterschap, DG&J, VRZHZ, OZHZ, omliggende regio’s, ISHW.

DOEL AMBITIE- EN PROGRAMMAPLAN

In dit ambitie- en programmaplan is de ambitie die de gemeenten in de Hoeksche Waard hebben met de invoering van de Omgevingswet weergegeven. Daarmee is er een duidelijke stip op de horizon gezet. Afgezet tegen de huidige situatie geeft dit plan inzicht in het proces dat nodig is voor de implementatie van de Omgevingswet. Het plan geeft daarmee ook inzicht in de acties die nodig zijn voor de invoering van de Omgevingswet. Deze acties zijn weergegeven in programmathema’s in het schema hiernaast.

Met de subdoelstellingen hiervoor zetten wij een programma op dat zich niet alleen richt op het ruimtelijke spoor, maar juist inzet op de beoogde omwenteling in het denken en doen: een andere verhouding tussen overheid en

4

samenleving. Daarmee zijn zaken rondom cultuurverandering (het thema veranderopgave), samenwerking in de keten en de ontwikkeling van een nieuw set aan instrumentarium onlosmakelijk met elkaar verbonden en moet dit worden ondersteund door een digitaliseringsslag.

1.4

LEESWIJZER

De invoering van de Omgevingswet in de Hoeksche Waard heeft een programma in plaats van een project aanpak. Waar een project zich vaak richt op een de realisatie van één vooraf overeengekomen resultaat, richt een programma zich op het nastreven van meerdere samenhangende doelen. De invoering van de Omgevingswet wordt op verschillende schaalniveaus opgepakt. Het ministerie heeft onlangs nog de invoeringswet van de Omgevingswet voor consultatie opengesteld, waarin ook inhoudelijke wijzigingen zijn opgenomen. De provincie heeft een rol en wij als gemeenten moeten voor afstemming zorgen met onze ketenpartners. Veel opgaven zijn inzichtelijk, maar er zijn ook nog opgaven die in de loop van de tijd scherper worden. Dit maakt het proces van de invoering van de Omgevingswet dynamisch, maar ook complex. In deze context moet u dit ambitie- en programmaplan lezen; de programmalijn is omschreven, maar op sommige onderdelen is in de loop van het proces verdieping nodig. In dit hoofdstuk is kort een terugblik gegeven op fase 0 en zijn de doelstellingen voor de implementatie van de Omgevingswet in de Hoeksche Waard omschreven. Deze doelstellingen vloeien voort uit de ambitie en invoeringsstrategie die in hoofdstuk 2 nader zijn omschreven.

In de hoofdstukken 3 tot en met 6 wordt ingegaan op de vier thema’s waar­ binnen de invoering van de Omgevingswet wordt opgepakt: • samenwerking in de overheidsketen; • veranderopgave; • ontwikkeling van nieuw instrumentarium; • digitalisering. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 ingegaan op de programmasturing, waarbij aspecten zoals organisatie, communicatie, financiën, planning en beheersing aan de orde komen. In dit hoofdstuk wordt ook de koppeling aangegeven met andere trajecten die lopen, zoals de harmonisatieagenda.

5

2. Ambitie & invoeringsstrategie In fase 0 zijn verschillende dialogen gehouden over de invoering van de Omgevingswet en de ambitie die de gemeenten hebben, afgezet tegen de mogelijkheden die de wet biedt. In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de verandertypen die onderdeel waren van de gehouden dialogen. Vervolgens wordt ingegaan op de geformuleerde ambitie en de daarbij behorende invoeringsstrategie.

2.1

VERANDERTYPEN

Calculerend

Veranderen

Om de ambitie van de invoeringsstrategie te kunnen bepalen, zijn de volgende vragen relevant: • In welke mate willen wij gebruik maken van de ruimte die de wet biedt om anders te werken binnen het fysieke domein? • Hoe groot is de veranderopgave die de wet met zich meebrengt voor de manier van werken van de gemeente?

Consoliderend

Externe focus Aanpassen

Interne focus

Vernieuwend

Onderscheidend

Het antwoord op dit soort vragen vormt de basis voor de keuze van het verandertype en daarmee ook voor een passende aanpak voor de invoering van de Omgevingswet in de Hoeksche Waard. De VNG-heeft een model ontwikkeld om de invoe-

Consoliderend

Aanpassen & interne focus De gemeente gebruikt de Omgevingswet in eerste instantie alleen om de wettelijk noodzakelijke wijzigingen door te voeren.

Onderscheidend

Aanpassen & externe focus De gemeente gaat uit van de huidige situatie en maakt een keuze voor een bepaalde gebiedsopgave om het verschil te maken. Veranderen & interne focus

Calculerend

De gemeente gebruikt de Omgevingswet om te veranderen waar dit aanwijsbaar resultaat oplevert in efficiency en effectiviteit. Veranderen & externe focus

Vernieuwend

De gemeente gebruikt de Omgevingswet om een forse vernieuwingsslag door te voeren door proces- en mens­ gericht te werken.

ringsstrategie te bepalen op basis van vier verandertypen. De volgende vragen onderscheiden de verschillende verandertypen: • Wil je de Omgevingswet als kans aangrijpen om de werkwijze helemaal te vernieuwen of wil je liever uitgaan van de huidige werkwijze en beleidskaders? (veranderen – aanpassen) • Wil je je vooral op de externe opgaven en actoren in het fysieke domein richten of wil je je in eerste instantie op de eigen organisatie c.q. kosten en baten richten? (externe – interne focus)

6

2.2

AMBITIE

Uit de verschillende bijeenkomsten met raden, colleges en medewerkers (ondersteund door de VNG), bleek een voorkeur voor ambitieniveau onderscheidend en waar mogelijk vernieuwend.

De Hoeksche Waard wil de komst van de Omgevingswet aangrijpen om met een externe focus te veranderen. Dat betekent dat niet de regels, maar de maatschappelijke opgaven en de initiatiefnemers met hun omgeving, centraal staan. Uit deze keuze volgt dat de gemeente uitnodigend, faciliterend en ‘regelgevingsluw’ is. Initiatiefnemers krijgen ruimte. Bij een dergelijke ambitie past het deels afschaffen van het meldings- en vergunningstelsels en het opnemen van algemene regels in het omgevingsplan.

Deze ambitie sluit ook aan bij de verschillende trajecten die binnen de Hoeksche Waard al volgens de gedachten van de Omgevingswet worden opgepakt en verder ingebed kunnen worden in onze processen, zoals: • In 2014 zijn we begonnen met de ‘Hoekschewaardenmakerij’: een zoektocht naar nieuwe vormen van gebiedsontwikkeling, waarbij de initiatiefnemer centraal staat en gezocht wordt naar gezamenlijke meerwaarde. • Er zijn binnen Hoeksche Waard twee pacten (‘Pact van de Waard’ en ‘Pact van mijn Hart 2.0’) actief die andere verhoudingen tussen samenleving en overheid al sterk uitstralen en daar ook landelijke bekend mee zijn geworden. • Gemeente Korendijk heeft de omgevingsvisie Korendijk opgesteld waarin het gedachtengoed van de Omgevingswet een plek heeft gekregen en de eerste doorwerking in de organisatie plaatsvindt. • Gemeente Oud-Beijerland heeft reeds een omslag gemaakt naar uitnodigingsplanologie, waar het gedachtengoed van de Omgevingswet goed in tot uiting komt. Er is ook een ‘ontslakkingsproject’ uitgevoerd. • Er is een gebiedsprogramma, waarin gezamenlijke met de provincie ZuidHolland een gebiedsgerichte aanpak wordt nagestreefd in plaats van een sectorale benadering.

7

• Er is voor de implementatie van de Omgevingswet een Gebiedsagenda Hoeksche Waard opgesteld waarin een omslag is gemaakt van een secto­ rale benadering (wonen, werken, enzovoorts) naar een opgavegerichte benadering. • Er is een ‘kwartiermaker kerngericht werken’ aan de slag om op dorps-, wijken straatniveau verbindingen te leggen tussen verschillende opgaven.

2.3

INVOERINGSSTRATEGIE

Om de ambitie van de Hoeksche Waard te implementeren passen wij een mix van invoeringsstrategieën toe. Dit betekent dat we vanuit de huidige situatie innoveren, aanpassen en veranderen naar de gewenste situatie die onder meer tot uiting komt in de omgevingsvisie Hoeksche Waard. De uitkomsten van experimenten en nieuwe werkvormen voeren we in onze organisaties en instrumentarium in. Op hoofdlijnen zijn daarbij de volgende aspecten van toepassing: • De basis, zoals het zaakgericht werken en de ICT, moet op orde zijn voordat veranderingen worden doorgevoerd. Maar de voorbereidingen van de veranderingen verlopen parallel aan het opzetten van deze basis. • We zorgen dat de organisaties goed kunnen inspelen op de veranderende rollen door een duidelijk perspectief te bieden en hen te begeleiden in de veranderopgave. • We zetten experimenten op om aan de slag te gaan met nieuwe vormen van gebiedsontwikkeling, participatie, dienstverlening en de cultuuromslag/ veranderende rollen, waaronder de rollen college/raad en de samenwerking met de ketenpartners. We leren hiervan en zetten de ‘best practices‘ door in ons beleid. We innoveren hierbij op basis van daadwerkelijke acties, waarbij we niet verzanden in studies en/of commissies. Innoveren, verbeteren en veranderen is doen. • We wachten niet tot de invoering van de Omgevingswet tot het tweede kwartaal van 2019, zoals die nu gepland is.

We gaan nu al actief aan de slag om volgens het gedachtengoed van de Omgevingswet te gaan werken. We maken niet langer dan noodzakelijk gebruik van het overgangsrecht. We sluiten zoveel mogelijk aan bij lopende processen.

• We zetten een dynamisch en kort cyclisch proces op om tot de invoering van de Omgevingswet te komen. Dit betekent dat we werken met korte planningen die aansluiten bij de dynamiek van het invoeringsproces en daarbij periodiek monitoren en evalueren of we op de goede weg zitten. • Voor de invoering van de Omgevingswet in de Hoeksche Waard volgen we het landelijke invoeringsproces en maken we zoveel mogelijk gebruik van de handvatten die ons geboden worden. In de afbeelding hieronder is de invoeringsstrategie schematisch weergegeven.

2.3.1 Programmathema‘s Om de Omgevingswet in de Hoeksche Waard op een goede wijze te implemen­ teren hebben wij binnen dit programma een viertal thema’s uitgewerkt:

Samenwerking met partijen

Veranderopgave

Digitalisering

Voor het goed laten slagen van de implementatie van de Omgevingswet in de Hoeksche Waard is het van belang deze thema’s in onderlinge samenhang en in relatie tot de doelen van de Omgevingswet te zien. De onderlinge relatie tussen deze thema’s (hoofdstuk 3 tot en met 6) en de Harmonisatieagenda Hoeksche Waard is in hoofdstuk 7 omschreven.

Uiterlijk 2024 volledige implementatie Omgevingswet

Omschrijft ambitie op inhoud Huidige visies, beleid en regels

Ontwikkeling van nieuw instrumentarium

Omgevingsvisie Hoeksche Waard Terug­ koppelen

Ervaren

2017

2019

GEBIEDS­AGENDA

Wat zijn de opgaven? Hoe willen we sturen? Wat is het doel van de omgevingsvisie?

ONTWIKKELEN OMGEVINGSPLAN EN Actief VERGUNNING­STELSEL Reflecteren experimenteren Wat is het effect op de instrumenten en de organisatie?

Intern: Wat willen/moeten we leren?

Conceptualiseren Leervraag bepalen

8

Extern: Wat vragen de opgaven en onze omgeving van onze regels, houding en gedrag?

2024

Uitvoering

BEHEERFASE DYNAMISCHE BELEIDSCYCLUS Geen periodieke actualisatieplicht

Beleids­ doorwerking

Beleids­ ontwikkeling

3.

Samenwerking met partijen

Met de Omgevingswet verandert de rol van de overheid. Beslissingen over de fysieke leefomgeving worden grotendeels decentraal (bij de gemeenten) belegd. Gemeenten krijgen zo meer beleidsvrijheid en verantwoordelijkheid om in te spelen op gebiedsspecifieke opgaven.

Themadoelstelling: Zoeken van verbinding, samenwerking en afstemming met betrokken partijen/stakeholders voor een goede implementatie van de Omgevingswet op het gebied van inhoud, proces en relatie. Impact: Volgens het gedachtengoed van de Omgevingswet moet er meer integraal en meer vanuit de gebiedsopgave naar vraagstukken worden gekeken, in plaats van dat de posities en taken van betrokken overheidsorganisaties leidend zijn. Deze gebieds- en opgavegerichte manier van samenwerken tussen overheidsorganisaties vraagt om regionale afstemming. Daarbij is ook aandacht nodig voor de rol van het verlengd lokaal bestuur bij de OZHZ, VRZHZ en DG&J. Beoogd resultaat: • Programma agenda invoering Omgevingswet Zuid-Holland Zuid. • Bij inhoudelijke gebiedsopgaven verbinding en afstemming zoeken tussen het lokale niveau (de dorpen), de Hoeksche Waard en het (boven) regionale niveau. Activiteiten: • Deelnemen aan de projectgroep en stuurgroep ‘Implementatie Omgevingswet Zuid-Holland Zuid’. • Via de omgevingsvisie en het omgevingsplan Hoeksche Waard met partners afstemming en samenwerking zoeken op de inhoudelijke gebiedsopgaven.

9

In de nieuwe wet staat ook dat gemeenten meerdere belangen moeten afwegen bij de inrichting van het gebied. Onder andere dat van milieu, veiligheid en gezondheid. Hierin krijgen ook decentrale uitvoeringsdiensten zoals de Omgevingsdienst (OZHZ), Veiligheidsregio en Dienst Gezondheid & Jeugd ZuidHolland Zuid (DG&J), een rol.

3.1

PROGRAMMA ZUID-HOLLAND ZUID

Binnen de gemeenten in Zuid-Holland Zuid wordt gewerkt aan de voorbereidingen van de nieuwe wetgeving. De Omgevingswet raakt een groot aantal stakeholders die zich op dit moment allemaal aan het voorbereiden zijn op de invoering van de Omgevingswet. Op het niveau van Zuid-Holland Zuid zoeken we afstemming met de betrokken uitvoeringsdiensten (VR ZHZ, OZHZ, DG&J), de provincie en het waterschap over de implementatie van de Omgevingswet. Daarbij wordt samengewerkt langs drie lijnen, namelijk: 1. Het weten (kennis): het delen van inhoudelijke kennis en informatie. Het gaat daarbij om het eigen maken van de nieuwe wet, de uitvoeringsbesluiten en de aanvullingswetten en het reageren op concepten daarvan tijdens consultatierondes. Onderdeel hiervan is de impact voor de werkprocessen, voor ICT, mandaten, et cetera. 2. Het doen (houding/gedrag): het is belangrijk de betrokkenheid bij elkaars projecten en de ‘oefenterreinen’ breed te organiseren: met provincie, waterschappen, Rijkswaterstaat, uitvoeringsorganisaties, gemeenten regio-breed en niet te vergeten de samenleving. Het werken vanuit het gedachtengoed van de Omgevingswet vraagt daarnaast andere rollen en competenties van bestuurders en van medewerkers. De cultuuromslag wordt gezien als een van de grootste uitdagingen waar we voor staan. Ook hier kan samenwerking lonend zijn.

3. Gezamenlijke opgave: De besluitvorming moet sneller gaan, de samenwerking wordt versterkt en de burgers en bedrijven moeten daarbij worden ‘ontzorgd’. En dit zorgt voor hoge eisen aan onze digitale systemen en de uitwisselbaarheid daarvan. Ook op het gebied van het verkrijgen en toegankelijk maken van data over de fysieke omgeving voor eenieder in de zogenaamde ‘informatiehuizen’, is de lat door het Rijk hoog gelegd. Naast deze aandachtspunten vanuit de inhoud hoort ook de dialoog of, en zo ja hoe, je de intensievere samenwerking gaat organiseren. Wat zijn binnen die samenwerking ieders taken, rollen en verantwoordelijk­heden en welke afspraken worden daarover gemaakt? De relatie opdrachtnemer – opdrachtgever is daarbij van belang.

In 2017 werken partijen binnen Zuid-Holland Zuid verder aan de verdere invulling van het programma ZHZ en de afstemming (inhoud en proces) met de lopende programma’s op subregionaal en provin­ ciaal niveau.

3.2

SAMENWERKINGSFILOSOFIE

Onze ambitie geeft aan dat we niet de regels, maar de maatschappelijke opgaven en de initiatief­ nemers met hun omgeving centraal stellen. Vanuit die gedachten werken we samen met partijen: omdat maatschappelijke opgaven dat vragen of omdat we met andere partijen taken efficiënter en effectiever kunnen uitvoeren voor onze inwoners en onder­ nemers. Voorbeelden daarvan zijn de landschapstafels ‘duurzame landbouw’ en ‘Haringvliet’, de investeringsagenda Metropoolregio Rotterdam Den Haag en het Nationaal Park Biesbosch Haringvliet. Maar ook de samenwerking met de uitvoeringsdiensten op het niveau van Zuid-Holland Zuid. Belangrijk daarbij is dat producten en diensten op een overzichtelijke én bereikbare wijze, met een zo’n hoog mogelijke kwaliteit, aangeboden worden aan onze inwoners en ondernemers. We laten ons bij bovenregionale samenwerking leiden door de maatschappelijke opgave en niet door bestuurlijke samenwerkingsverbanden waar de gemeenten in de Hoeksche Waard op dit moment onderdeel van uitmaken.

10

4.

Veranderopgave

Gemeenten moeten zich voorbereiden op de komst van de Omgevingswet door ervoor te zorgen dat er een nieuwe juridisch instrumentarium komt, maar dat is slechts een deel van de opgave.

Themadoelstelling: Binnen de Hoeksche Waard zijn wij ons zowel ambtelijk als bestuurlijk bewust van onze veranderende rol en weten wij hoe wij deze toepassen in onze werkzaamheden. Impact: De veranderopgave brengt een verschuiving van verantwoordelijkheden en bevoegdheden met zich mee. Zowel ambtelijk als bestuurlijk moeten wij leren loslaten in het vertrouwen dat de samenleving zich verantwoordelijk voelt voor haar leefomgeving. Dit vraagt niet alleen een andere werkwijze, maar ook een andere houding en ander gedrag van alle betrokkenen. Beoogd resultaat: Een goed functionerend samenspel tussen overheid en samenleving passend binnen het gedachtengoed van de Omgevingswet. Ambtenaren en bestuurders zijn goed toegerust op de nieuwe manier van werken. Zij leveren elk vanuit hun eigen rol en positie een bijdrage aan de opgaven die wij als Hoeksche Waard willen realiseren en ondersteunen de samenleving bij het nemen van verantwoordelijkheid voor het creëren van een veilige, gezonde en uitnodigende leefomgeving. Activiteiten: • Ontwikkelen van inhoudelijke kennis van wet- en regelgeving. • Stimuleren van het op locatie werken en het samen leren door intervisie en experimenten. • Bepalen van de kerncompetenties die nodig zijn voor het op een goede manier uitvoeren van de Omgevingswet.

• Bepalen van de vaardigheden die leidinggevenden nodig hebben voor het sturen op verandering/beweging. • Creëren van een Hoeksche Waardse leeromgeving voor het ontwikkelen van competenties.

• Bijeenkomsten organiseren voor bestuurders over de wijze waarop zij invulling kunnen geven aan hun veranderende rol. De Omgevingswet vraagt ook een andere manier van kijken naar wet- en regelgeving van ons en daarmee een verandering in onze werkhouding en werkwijze. Hierbij gaat het om houding en gedrag van alle betrokkenen; medewerkers, leidinggevenden, collegeleden en raadsleden. In dit hoofdstuk gaan we in op de ‘veranderopgave’ die samenhangt met de implementatie van de Omgevingswet.

4.1

IMPACT

Zoals geschetst in de inleiding van deze paragraaf heeft de implementatie van de Omgevingswet veel impact op de organisatie. Naast het vergaren van kennis over wet- en regelgeving gaat het vooral om zaken die te maken hebben met houding en gedrag. De minister van Infrastructuur & Milieu heeft aangegeven dat houding en gedrag voor 80% bepaalt of de implementatie van de Omgevingswet een succes wordt. De overige 20% wordt bepaald door de kwaliteit van de instrumenten. Dit betekent dat wij voldoende oog moeten hebben voor deze aspecten om de implementatie van de Omgevingswet succesvol uit te voeren. Gelukkig staan wij daarin als regio niet alleen. Alle gemeenten staan de komende tijd voor de uitdaging om de Omgevingswet op een goede manier te implementeren. Zij worden hierbij ondersteund vanuit het programma ‘Aan de slag met de Omgevingswet’: een samenwerkingsverband van gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk. Kristel Lammers, programmamanager namens de VNG heeft recent een essay geschreven met als titel ‘Variëteit voor verandering’, een pleidooi voor een meervoudige veranderaanpak voor de Omgevingswet.

11

Lammers is van mening dat de veranderopgave variëteit met zich meedraagt. Er is sprake van meerdere soorten veranderingen. Zij onderscheidt visionaire, juridische en cultuurgerichte veranderingen. Ook in onze aanpak onderscheiden wij verschillende veranderingen. In de cultuurgerichte verandering waar het in deze paragraaf om draait, gaat het om het zoeken naar andere manieren van handelen van politiek, bestuurders, managers en professionals in de praktijk. De impact van deze zoektocht is groot, want het gaat om loslaten van gebaande wegen en vertrouwde patronen. Er is niet één blauwdruk die wij kunnen hanteren om de gewenste beweging in gang te zetten. Wel kunnen we aangeven op welke terreinen de Omgevingswet iets van ons vraagt: 1. kennis van wet- en regelgeving; 2. competenties en vaardigheden; 3. werkprocessen (taken/bevoegdheden/verantwoordelijkheden). Onderstaand wordt voor elk van de hierboven genoemde terreinen aangegeven waar we nu staan. Belangrijk hierbij is ons te realiseren dat we op dit moment te maken hebben met zes verschillende organisaties (vijf gemeenten en het SOHW) met elk hun eigen werkwijze en cultuur.

4.1.1 Kennis van wet- en regelgeving Vanuit de programmaorganisatie zijn nog geen trainingen / opleidingen aangeboden die gericht zijn op de inhoudelijke kennis van de Omgevingswet en de Algemene maatregelen van bestuur. Een aantal medewerkers heeft zichzelf wel verdiept in de Omgevingswet, ofwel door het volgen van een opleiding ofwel door vakliteratuur te lezen. Tijdens de interactieve workshops op 16 januari jl.gaven veel medewerkers aan behoefte te hebben aan (meer) kennis van de wet- en regelgeving om zich een goed beeld te kunnen vormen van wat de Omgevingswet voor hen betekent. Dit punt wordt de komende tijd opgepakt. De afgelopen maanden zijn ook de raadsleden in collegeleden in diverse sessies bijgepraat over de veranderingen binnen de wetgeving.

4.1.2 Competenties en vaardigheden Wij zijn, evenals de minister van Infrastructuur & Milieu, van mening dat een groot deel van het succes van de Omgevingswet afhankelijk is van hoe we ermee omgaan. Minder scherpe kaders vraagt om werken vanuit vertrouwen en verantwoordelijkheid. Het gezamenlijk werken aan de fysieke leefomgeving vraagt om

integrale samenwerking en om dromen en idealen van burgers en ondernemers waar te maken, moeten we actief op zoek gaan naar de dialoog. Deze dialoog helpt ons om de veelheid aan belangen te zien, te horen en te leren kennen en van daaruit te handelen. Dit vraagt andere competenties en vaardigheden, zowel van ambtenaren als van bestuurders. De belangrijkste verandering voor raadsleden is dat ze meer kaderstellend aan de voorkant van het proces worden. De raad gaat niet meer over de details, maar over de grote lijnen. Dit vraagt andere vaardigheden en competenties van raadsleden. De raadsleden moeten actief meedenken over wat men wil in de fysieke samenleving en welke ruimte ze de samenleving willen geven. Afhankelijk van de ruimte die ze daarna willen geven (in bijvoorbeeld het omgevingsplan), moeten de raadsleden leren loslaten. Binnen de Omgevingswet staan de opgaven centraal. De vraag is of de huidige sectorale portefeuilleverdeling van de colleges binnen de Omgevingswet gehandhaafd kunnen worden. Opgavengerichte sturing in combinatie met een activerende samenleving vraagt andere competenties en vaardigheden van bestuurders. Ook van ambtenaren vraagt de Omgevingswet andere competenties. Binnen het fysieke domein zijn verschillende typen medewerkers werkzaam: vergunningverleners, toezichthouders, handhavers, beleidsmedewerkers, projectleiders en adviseurs.

Voor vergunningverleners, toezichthouders en handhavers geldt dat hun functie zich vooral richt op het toetsen aan wet- en regelgeving. Een aantal van hen zal zich de vraag stellen hoe zij hun werk kunnen doen zonder de houvast van procedures en regels. Voor beleidsmedewerkers, projectleiders en adviseurs geldt dat de Omgevingswet een kans biedt om meer diversiteit en maatwerk mogelijk te maken, maar tegelijkertijd vraagt dit ook iets van hen als het gaat om het maken van een integrale afweging en het nemen van verantwoordelijkheid. Werkprocessen (taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden) Het onderdeel ‘werkprocessen’ is een apart deelproject en wordt beschreven in paragraaf 5.2.

12

4.2

AANPAK RICHTING 2019

Wij hebben met elkaar vastgesteld dat wij de invoering van de Omgevingswet willen aangrijpen om met een externe focus te veranderen. Dit betekent dat niet de regels, maar de maatschappelijke opgaven met de initiatiefnemers en hun omgeving centraal staan. Om daar te komen, passen we een mix van invoeringsstrategieën toe. Dat betekent dat we vanuit de huidige situatie innoveren, aanpassen en veranderen. We willen dit doen door experimenten op te zetten om aan de slag te gaan met nieuwe vormen van gebiedsontwikkeling, participatie, dienstverlening en veranderende rollen. Naast de inhoudelijke opgaven die de Omgevingswet met zich meebrengt is de aanpak ook gericht op het veranderproces van politiek, bestuurders en medewerkers. Met diverse bestuurders zijn al een aantal stappen gezet in de aanpak naar 2019. Zowel met colleges als met raadsleden is gekeken naar de veranderaanpak die past bij de Hoeksche Waard. Aan de hand van een casusbespreking is ook al een eerste verkenning gedaan waar het gaat om de veranderende rol van bestuurders. De verdieping van deze eerste verkenning vindt de komende tijd plaats bij de uitwerking van de omgevingsvisie en de daarbij passende sturingsfilosofie. Een sturingsfilosofie die past bij de verbeterdoelen van de Omgevingswet en die het mogelijk maakt om de besluitvorming te versnellen en procedures te verkorten.

Dit betekent dat de gemeenteraad stuurt op het niveau van de omgevingsvisie en dat het college de ruimte krijgt om binnen die visie initiatieven in de fysieke omgeving te realiseren. Het college moet op haar beurt de samenleving het vertrouwen geven om op een goede manier de verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen leefomgeving. Medewerkers hebben een belangrijke rol bij het behalen van de verbeterdoelen van de Omgevingswet. Het is daarom belangrijk hen te betrekken bij de ontwikkelingen en hen te stimuleren om vooral ook met elkaar het gesprek aan te gaan over wat de Omgevingswet voor hen betekent. In fase 0 zijn hiervoor de eerste stappen gezet. Zo gingen 90 medewerkers op 16 januari jl. met elkaar op expeditie om de Omgevingswet te verkennen. Deze expeditie ging langs drie sporen: het doel en de werking van de Omgevingswet, de veranderopgaven en invoeringsstrategieën en de betekenis van de Omgevingswet voor het werk van de medewerkers. In de expeditie part II, die op 5 april jl. plaatsvond, gaven medewerkers feedback op het concept ambitie- en programmaplan. Daarnaast hebben we op een aantal thema’s een verdiepingsslag gemaakt.

13

Vanuit strategisch personeelsmanagement hebben leidinggevenden een belangrijke rol in het realiseren van de veranderopgave, zowel als het gaat om ontwikkeling van de huidige medewerkers als bij het werven van nieuw personeel. Zij kunnen medewerkers stimuleren om met de ontwikkeling van competenties aan de slag te gaan en zij dragen bij aan het creëren van het juiste klimaat voor een lerende organisatie. Met hen heeft daarom een innovatieve werksessie plaatsgevonden waarin gezamenlijk is gezocht naar het antwoord op de vraag: wat kunnen leidinggevenden vanuit hun rol bijdragen aan de veranderopgave en wat hebben zij nodig om dat op een goede wijze te doen?

4.2.1 Kennis van wet- en regelgeving Het aanbod aan trainingen is groot en divers. Vanuit het programma ‘Aan de slag met de Omgevingswet’ worden diverse trainingen aangeboden. Daarnaast springen ook trainingsinstituten vanzelfsprekend in op de ontwikkelingen. De programmaorganisatie Omgevingswet kijkt welke inhoudelijke trainingen/ opleidingen in-company aangeboden kunnen worden. We denken hierbij aan een basiscursus voor alle betrokken medewerkers en een verdieping op specifieke thema’s.

4.2.2 Competenties en vaardigheden De komende tijd verkennen wij samen met griffiers op welke wijze we de competenties en vaardigheden van raadsleden kunnen ontwikkelen die passen binnen de nieuwe sturingsfilosofie van de Omgevingswet. Dit doen we langs de weg van de inhoud (omgevingsvisie) en bewustwording. Een vergelijkbaar traject wordt opgestart voor de collegeleden. Wat is nodig qua vaardigeden en competenties om integraal, samen met de samenleving, aan opgaven te werken en niet meer via de sectorale portefeuilles. In gesprekken met medewerkers, leidinggevenden en personeelsfunctionarissen verkennen wij met elkaar welke competenties in onze ogen nodig zijn om de Omgevingswet op een goede manier in- en uit te voeren. Vooralsnog denken wij hierbij aan: • creativiteit / probleemoplossend vermogen; • integraal denken en werken; • omgevingsbewust met een externe focus; • verantwoordelijkheid; • vertrouwen en loslaten. Zowel bij het in beeld brengen van de competenties, als bij het ontwikkelen van deze competenties, brengen we samenhang aan met andere ontwikkelingen die invloed hebben op de competenties die wij nodig hebben. Zoals de ontwikkelingen binnen het Sociaal Domein. Het idee is om een Hoeksche Waardse leeromgeving in te richten, waarbij een divers aanbod aan trainingen/ workshops inspeelt op de ontwikkelvraag.

In deze leeromgeving krijgt ook de veranderende rol van leidinggevenden een plaats. Voor hen geldt dat zij niet (uitsluitend) op resultaat sturen, maar meer moeten kijken naar de rol die een medewerker in het proces vervult en hoe/hij zij dat doet. Dit vraagt een andere vorm van leiderschap.

We gaan in het experiment op politiek, bestuurlijk en ambtelijk niveau werken op een manier die aansluit bij de nieuwe Omgevingswet. In een interactieve sessie wordt met medewerkers gezocht naar projecten die zich lenen om als experiment te dienen. De experimenten worden begeleid door een experimentencoach die voorafgaand de juiste leervragen formuleert en die ervoor zorgt dat het geleerde op een juiste wijze wordt geïmplementeerd. De uitkomst van een experiment kan zich enerzijds richten op relaties, werkprocessen, houding en gedrag. Anderzijds kan een experiment zich richten op de wijze waarop gemeenten, mede in relatie tot de provincie, willen sturen op de opgaven.

4.2.4 Leren doe je samen en met vallen en opstaan Wij willen met elkaar leren door te doen. Door niet af te wachten tot de Omgevingswet daadwerkelijk in werking treedt, maar door nu al dingen op een andere manier aan te pakken, zien we in de praktijk wat wel en niet werkt. Ongetwijfeld gaan we hierbij ook tegen zaken aanlopen die we een volgende keer anders moeten doen. Dat is niet erg, want leren betekent ook fouten mogen maken. Wel vinden we het belangrijk dat we iets van onze fouten leren en daarom creëren we een platform in de vorm van intervisieclubs en bijeenkomsten voor het uitwisselen van ervaringen, waar alle betrokken medewerkers voor uitgenodigd worden. Nadrukkelijk nodigen wij ook externe partijen uit, die ons feedback geven op onze aanpak. Met hen gaan wij graag in gesprek om te kijken wat goed gaat en wat beter kan.

4.2.3 Buiten gebeurt het! Eén van de experimenten waarmee we in het najaar van 2017 willen starten, is het werken op locatie. Wij dagen medewerkers uit om zich letterlijk een beeld te vormen van wat er buiten gebeurt door gesprekken met initiatiefnemers niet in het gemeentehuis, maar bij de initiatiefnemer op locatie te voeren. Ook stimuleren wij hen om vaker op locatie te werken, bijvoorbeeld bij één van onze ketenpartners of een maatschappelijke instelling in onze gemeente. Daarnaast willen we met een aantal concrete case-experimenten aan de slag.

14

5.

Instrumentarium

Het huidige omgevingsrecht is verbrokkeld en verdeeld over tientallen wetten. Er zijn aparte wetten voor bodem, bouwen, geluid, infrastructuur, mijnbouw, milieu, monumentenzorg, natuur, ruimtelijke ordening en waterbeheer. Deze verbrokkeling leidt tot afstemmings- en coördinatieproblemen en verminderde kenbaarheid en bruikbaarheid voor alle gebruikers.

Themadoelstelling: Het opstellen en implementeren van de kern­ instrumenten uit de Omgevingswet. Impact: De huidige situatie waarin aparte wetten, sectorale structuur­ visies, bestemmingsplannen, beheersverordeningen, lokale verordeningen en beleid naast elkaar bestaan, vervalt door de nieuwe Omgevingswet. Het stelsel van de Omgevingswet beoogt een integrale benadering van de fysieke leefomgeving. Daarbij wordt ook een andere houding, een meer ‘faciliterende opstelling’ van de overheid verwacht. Om dit te bereiken moet een nieuw instrumentarium worden ingevoerd. Beoogd resultaat: • Het vaststellen van een Gebiedsagenda voor de Hoeksche Waard • Het vaststellen van een omgevingsvisie voor de Hoeksche Waard • Het vaststellen van een omgevingsplan voor de Hoeksche Waard Activiteiten: Het opstellen van een projectplan voor het uitwerken van de Gebiedsagenda naar een omgevingsvisie en het opstellen van een omgevingsplan. Het in beeld brengen en harmoniseren van lokale verordeningen en beleid die onderdeel uit gaan maken van het omgevingsplan.

15

5.1

ONTWIKKELING VAN NIEUW INSTRUMENTARIUM

Op deelterreinen is de afgelopen jaren al gestart met het moderniseren van het omgevingsrecht, zoals met de Wet algemene bepalingen Omgevingswet (Wabo), Wet ruimtelijke ordening, etc. Maar hiermee ontstaat er geen inzichtelijk, samenhangend en toekomstbestendig stelsel van omgevingsrecht. Daarvoor is meer nodig en dat wordt beoogd met de Omgevingswet. Met de wet worden regels vereenvoudigd, gebundeld en meer in samenhang met elkaar gebracht. Dit leidt tot een verdergaande integratie van wet- en regelgeving van verschillende beleidsvelden. Circa 26 wetten en daaronder vallende circa 120 Amvb’s en 120 ministeriële regelingen gaan geheel of gedeeltelijk op in het nieuwe stelsel onder de Omgevingswet. Hiermee wordt een integraal beheer van de fysieke leefomgeving nagestreefd. Het is van belang om een nieuw instrumentarium te ontwikkelen.

Wet milieubeheer Wet ruimtelijke ordening Monumentenwet Woningwet Wabo etc.

Omgevingswet

Omgevingsvisie Gemeentebreed

Hoofdlijn

Structuurvisie Strategische visie Toekomstvisie etc. Milieubeleidsplan Woonvisie Centrumvisie Bedrijventerreinvisie Horecabeleidsplan Detailhandelsvisie Geurbeleid Wmo beleidsplan Wijkvisie etc.

Uitwerking Actualisatie

Programma’s Thema Detailhandel Wonen Welstand Landschap etc.

Reclameverordening APV Bestemmingsplan Bouwverordening Monumentenverordening Welstand etc.

Gebied Centrum Buitengebied Woongebied EHS etc.

Project Uitvoerings­ programma voor een concreet project

Milieu Geur Geluid Gezondheid etc.

Juridische borging

Omgevingsplan Gemeentebreed of deelgebied, beheer of ontwikkeling

Toetsing Omgevingsvergunning (bouwen, kap, milileu, afwijking) Ontheffing flora en faunawet Watervergunning etc.

Omgevingsvergunning Initiatieven

Bron: BRO werksessie Gebiedsagenda

16

Aanpak NSL PAS etc. Afweging bij afwijking

ming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de (fysieke) leefomgeving. Met die maatregelen moeten omgevingswaarden of andere doelen voor de leefomgeving worden bereikt. Voor enkele (Europese) onderwerpen moet verplicht een programma worden vastgesteld. Daarnaast staat het de gemeente vrij om zelf programma’s op te stellen. In het schema hiernaast zijn voorbeelden opgenomen waarvoor programma’s kunnen worden opgesteld. Op enkele uitzonderingen na binden programma’s alleen het vaststellende bestuursorgaan (de gemeente). • Decentrale regelgeving: uitgangspunt van de Omgevingswet is dat decentrale overheden (provincies, gemeenten en waterschappen) hun regelgeving over de fysieke leefomgeving opnemen in één regeling die op het gehele

gelegd. De huidige regelgeving rond leefomgeving, een groot aantal wetten en meervoud aan AMvB’s worden gebundeld in deze vier AMvB’s. Het gaat om de volgende AMvB’s: -- besluit Activiteiten leefomgeving (gericht op burger/bedrijf); -- besluit Bouwwerken en leefomgeving (gericht op burger/bedrijf); -- besluit Kwaliteit leefomgeving (gericht op overheid); -- omgevingsbesluit (procedurele bepalingen relevant voor alle doelgroepen). • Omgevingsvergunning: de omgevingsvergunning toetst vooraf of ruimtelijke activiteiten (zoals slopen, bouwen, oprichten of gebruiken) mogen plaatsvinden. Met de omgevingsvergunning kan een initiatiefnemer via één aanvraag bij één loket toestemming krijgen voor het totaal aan activiteiten die hij of zij wil gaan uitvoeren. Er is één bevoegd gezag (één aanspreekpunt), één uniforme procedure, één procedure voor bezwaar en beroep en één handhavend bestuursorgaan.

WET

In de Omgevingswet zijn de volgende kerninstrumenten opgenomen waarmee de overheid de gewenste kwaliteit van de (fysieke) leefomgeving binnen de beleidscyclus kan bereiken: • Omgevingsvisie: een samenhangend, strategisch plan voor de leefomgeving. De visie richt zich op de fysieke leefomgeving als geheel, rekening houdend met alle ontwikkelingen die voor het gebied van belang zijn. De visie bevat een beschrijving van de hoofdlijnen van de gewenste kwaliteit van en de ambities voor de fysieke leefomgeving. Het is een verplicht instrument voor het Rijk, de provincie en gemeenten. De omgevingsvisie vervangt de huidige structuurvisie. • Programma’s: hierin formuleert de overheid de maatregelen voor bescher-

gebied toeziet. Het gaat om het gemeentelijk omgevingsplan, de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. • Algemene rijksregels: er komen vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) waarin algemene rijksregels rond het omgevingsrecht worden vast-

BELEID

De opbouw van de Omgevingswet heeft een beleidscyclus (zie figuur hieronder) als uitgangspunt: de continue zorg voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving centraal stellen en ruimte bieden voor ontwikkeling. De cyclus is gericht op het actief realiseren van Terug­ specifieke doelen voor de fysieke leefomgekoppelen ving. In samenspraak met de maatschappij formuleren gemeenten (of provincie en het Rijk) doelen voor de (fysieke) BEHEERFASE leefomgeving en monitoren DYNAMISCHE Beleids­ gemeenten of de doelen worden BELEIDSCYCLUS ontwikkeling gehaald. Het is een stelsel dat Uitvoering Geen periodieke uitgaat van vertrouwen en minder actualisatieplicht regelgeving en waar niettemin snel en doeltreffend kan worden opgetreden als dat nodig is in het belang van Beleids­ de doelen van de wet. De beleidscyclus doorwerking van de Omgevingswet.

BELEID

5.1.1 Kerninstrumenten onder de Omgevingswet

• Projectbesluit: instrument voor het Rijk, de provincies en waterschappen voor het toestaan van vaak complexe projecten in de fysieke leefomgeving met een publiek belang. De gemeente kan geen gebruik maken van het projectbesluit. Gemeenten hebben de verplichting de wettelijke taken uit te voeren. Daarvoor moet de basis op orde zijn. Dit betekent dat de kerninstrumenten van de Omgevingswet ingevoerd moeten worden. De kerninstrumenten gaan uit van een integrale benadering voor de gehele fysieke leefomgeving. Dit in tegenstelling tot de huidige situatie waarin sectorale structuurvisies, bestemmingsplannen, beheersverordeningen, verordeningen en beleid naast elkaar bestaan. Om inzicht te krijgen welke invloed de Omgevingswet heeft op de bestaande instrumenten van gemeenten is een (voorlopige) inventarisatie opgesteld van de bestaande kaders die een plaats moeten of kunnen krijgen in één van de instrumenten van de Omgevingswet. Deze inventarisatie treft u in bijlage 2 van dit document aan.

5.1.2 Omgevingsvisie Hoeksche Waard De Omgevingswet schrijft voor dat elke gemeente een omgevingsvisie vaststelt. De Omgevingswet laat daarbij ruimte de omgevingsvisie op regionaal niveau vast te stellen. De visie vervangt de huidige structuurvisie en de beleidsplannen en -visies op het gebied van verkeer en vervoer, water milieu, natuur, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, landbouw en cultureel erfgoed.

• Wat is het doel van de omgevingsvisie en daarmee de opzet en inhoud; • Wat is de betekenis voor de andere instrumenten uit de Omgevingswet; • Hoe ziet het proces er uit dat leidt tot een regionale omgevingsvisie. Adviesburo Bro is gevraagd de Gebiedsagenda voor de Hoeksche Waard op te stellen. Zij zochten in de eerste helft van 2017 in een interactief proces naar antwoorden op bovenstaande vragen. De weerslag is te vinden in de Gebiedsagenda zelf, zie bijlage 1. De uitkomsten van de Gebiedsagenda vormen de leidraad voor het opstellen van de omgevingsvisie Hoeksche Waard. Na de zomer van 2017 wordt gestart met het traject dat leidt tot een de omgevingsvisie.

5.1.3 Omgevingsplan De inhoud van de omgevingsvisie Hoeksche Waard wordt vervolgens uitgewerkt en vertaald in een omgevingsplan Hoeksche Waard. Het omgevingsplan vervangt alle bestaande bestemmingsplannen, wijzigingsplannen, uitwerkingsplannen, beheersverordeningen, exploitatieplannen en inpassingsplannen. Ook gaan er (delen van) lokale verordeningen in op. Het omgevingsplan is een gebiedsdekkend plan dat regels bevat over de fysieke leefomgeving. Het plan bevat een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (te vergelijken met bestemmingen). In het plan worden (algemene) regels en vergunningplichten vastgelegd.

Op 14 december 2016 is tijdens het Raadsledenoverleg Hoeksche Waard de bouwstenennotitie voor de implementatie van de Omgevingswet in de Hoeksche Waard besproken. Daarin is voorgesteld om een omgevingsvisie en omgevingsplan op Hoeksche Waards niveau op te stellen. Op dit niveau kan vanuit de kracht van de verschillende dorpen de onderlinge verbinding goed worden gelegd. Daarnaast ligt er vanuit de Hoeksche Waard een belangrijke (externe) opgave om verbinding te leggen met de (boven)regionale opgave; dit betekent samenwerking met omliggende gebieden en partners. Om de gewenste koers voor de omgevingsvisie te kunnen bepalen, is gekozen om eerst een Gebiedsagenda op te stellen. De Gebiedsagenda beoogt aan de hand van onderzoek en gesprekken met maatschappelijke stakeholders en bestuurders antwoord te geven op belangrijke richtinggevende vragen als: • Wat zijn de centrale opgaven voor de omgevingsvisie van de Hoeksche Waard; • Wat is de sturingsfilosofie voor het werken aan die opgaven;

17

deze harmonisatie en selectie vergt een aanzienlijke ambtelijke capaciteit. Hiermee wordt aangevangen in 2017.

5.1.4

Omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning is een instrument waarbij vooraf wordt getoetst of bepaalde activiteiten uitgevoerd kunnen worden en onder welke voorwaarden. Een omgevingsvergunningplicht kan ontstaan uit de Omgevingswet of op grond van een gemeentelijk omgevingsplan, een provinciale omgevingsverordening of een waterschapsverordening. De omgevingsvergunning is geen nieuw instrument in het omgevingsrecht; onder de huidige Wabo kennen we dit instrument ook al. De omgevingsvergunning bouwt voort op en is een verdere uitbouw van de omgevingsvergunning onder de Wabo. Wanneer een initiatief past binnen de omgevingsvisie moet de gemeentelijke regelgeving, die nu nog is vastgelegd in bestemmingsplannen, verordeningen en beleid, geen belemmering vormen om het initiatief te kunnen ontplooien. Het verdient daarom de aanbeveling en het past binnen de gemaakte ambitiekeuze om de omgevingsvisie zo snel mogelijk te vertalen in een omgevingsplan. Op die manier kunnen wij zo snel en optimaal mogelijk gebruik maken van de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt.

Het uitgangspunt van de wetgever is zoveel mogelijk te volstaan met het stellen van algemene regels voor activiteiten (de rijksregels), waardoor voor de initiatiefnemer van een activiteit geen voorafgaande toestemming is vereist. Door meer algemene regels te stellen zijn straks minder vergunningen nodig, met als gevolg dat het aantal vergunningaanvragen afneemt. De wetgever gaat ervan uit dat gemeenten ook in het omgevingsplan meer algemene regels stellen in plaats van een vergunningplicht.

In de gemaakte algemene inventarisatie van de bestaande regelgeving is bij benadering aangegeven welke verordeningen en beleid in het omgevingsplan of in programma’s vertaald kunnen worden. Uitkristallisering van de wetgeving moet uiteindelijk uitsluitsel geven welke (delen van) verordeningen daadwerkelijk een plaats in het omgevingsplan moeten krijgen. Er moet door de gemeente een nadere inventarisatie en selectie worden gemaakt van (delen van) de verordeningen en beleid die in het omgevingsplan worden opgenomen. Deze moeten worden geharmoniseerd en waar mogelijk moeten regels worden geschrapt. Vooral

In de opgestelde Gebiedsagenda en op te stellen omgevingsvisie geven wij onder andere richting aan de ambities en het gewenste niveau van sturing en regelgeving. Op basis hiervan vindt bij het opstellen van het omgevingsplan een afweging plaats voor welke activiteiten algemene regels gesteld kunnen worden en voor welke activiteiten en/of op welke locatie het gewenst is een vergunningplicht te behouden of op te nemen.

18

5.1.5 Overgangsrecht De beoogde datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet is vooralsnog bepaald op 1 juli 2019. Op die datum hoeven de omgevingsvisie en het omgevingsplan niet gereed te zijn. Het overgangsrecht geeft aan dat bestaande structuurvisies hun werking nog 5 jaar kunnen behouden. Daarnaast houden bestaande bestemmingsplannen en (van belang zijnde) verordeningen hun werking. Aangevuld met algemene regels van het Rijk worden deze gelijk gesteld met het omgevingsplan. Gemeenten krijgen 10 jaar de tijd om bestaande instrumenten uit te bouwen naar een omgevingsplan dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. De genoemde termijnen moeten nog wel door het Koninklijk Besluit bevestigd worden. Zoals aangegeven vormt de Gebiedsagenda het vertrekpunt voor het opstellen van een omgevingsvisie Hoeksche Waard. In 2017 wordt gestart met de werkzaamheden om te komen tot een omgevingsvisie voor de Hoeksche Waard. De inhoud van de omgevingsvisie wordt vervolgens uitgewerkt en vertaald in een omgevingsplan Hoeksche Waard. Het omgevingsplan vormt de juridische basis voor het beoordelen van plannen en initiatieven. Het omgevingsplan is naar verwachting (nog) niet gereed bij de beoogde inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet. Op grond van het overgangsrecht zullen de bestaande instrumenten hun werking behouden, totdat het omgevingsplan is vastgesteld.

Om nieuwe plannen en initiatieven mogelijk te maken en de doelen uit de omgevingsvisie te bereiken, is het gewenst de overgangstermijn zo kort mogelijk te houden en voortvarend aan de slag te gaan met het opstellen van het omgevingsplan.

5.1.6 Actualiseringsplicht huidige bestemmingsplannen De huidige Wet ruimtelijke ordening (Wro) schrijft voor dat bestemmingsplannen en beheersverordeningen eens in de tien jaar geactualiseerd moeten worden. Wanneer hieraan niet wordt voldaan, blijven deze inhoudelijk gelden, maar mag een gemeente geen leges heffen voor het verlenen van diensten zoals het in behandeling nemen van aanvragen om omgevingsvergunning (legessanctie). Om te voorkomen dat een gemeente actief aan de slag moet met het actualiseren van oudere bestemmingsplannen en beheersverordeningen is op 26 januari 2017 een wetsvoorstel ingediend waarmee de verplichting voor gemeenten tot actualisering van bestemmingsplannen en beheersverordeningen op korte termijn komt te vervallen.

19

De minister heeft hierbij aangegeven dat de overgang van bestemmingsplannen, beheersverordeningen en lokale verordeningen naar samenhangende omgevingsplannen met alle regels over de fysieke leefomgeving een aanzienlijke opgave is. Het is van belang dat gemeenten hiermee al voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet voortvarend aan de slag kunnen gaan. Met het schrappen van de actualiseringsplicht voor bestemmingsplannen en beheersverordeningen wordt hiervoor capaciteit vrijgemaakt. Het wetsvoorstel regelt niet dat de actualiseringsplicht wordt afgeschaft voor alle bestemmingsplannen en beheersverordeningen. De regeling ziet alleen toe op plannen die beschikbaar en raadpleegbaar zijn gesteld op www.ruimtelijkeplannen.nl. Dat zijn plannen die: • op grond van de Wro digitaal zijn vastgesteld volgens de op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voorgeschreven standaarden (IMRO2008 en IMRO2012); • zijn vastgesteld volgens een oudere standaard (IMRO2006) die indertijd niet werd voorgeschreven, maar die wel werd gebruikt en die plannen op een vergelijkbare wijze raadpleegbaar maakt; • oudere plannen die nog niet zijn opgesteld volgens digitale standaarden, maar waarvan wel een ingescande versie beschikbaar is gesteld op www.ruimtelijkeplannen.nl.

Voor plannen die niet op www.ruimtelijkeplannen.nl raadpleegbaar zijn, blijft de actualiseringsplicht in de Wro van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt. Uit de opgestelde en bijgevoegde inventarisatie blijkt dat dit slechts in een enkel geval van toepassing is. Deze plannen zijn op dit moment ook al verouderd, waardoor een legessanctie geldt. Het is aan de afzonderlijke gemeenten of deze plannen in dit stadium nog geactualiseerd worden zodat de legessanctie opgeheven wordt. Het is nog niet bekend wanneer de besluitvorming op dit wetsvoorstel zal plaatsvinden. Tot die tijd blijft de huidige actualiseringsverplichting nog wel gelden.

5.2

WERKPROCESSEN

Themadoelstelling: Het opstellen van werkprocessen en uitvoeringsbeleid voor de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving. Impact: Er wordt een nieuw instrumentarium geïmplementeerd. Daarbij moeten wij werkprocessen en de instrumenten opnieuw vormgeven. De processen en daarmee de werkzaamheden veranderen. Beoogd resultaat: • Het implementeren van nieuwe zaakgerichte werkprocessen en beleid passend bij de vastgestelde ambitie en sturingsfilosofie. Activiteiten: • Het inventariseren van de huidige werkprocessen, kengetallen en formatie; • Het opstellen van nieuwe zaakgerichte werkprocessen voor de VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhavings)taken; • Het bepalen van benodigde formatie; • Het opstellen van een nieuwe legesverordening; • Het maken van werkafspraken over de samenwerking tussen alle (interne en externe) partijen.

Binnen het fysieke domein wordt een aantal hoofdprocessen onderscheiden: beleids- & planontwikkeling, vergunningverlening en toezicht en handhaving. Deze hoofdprocessen zien we ook terug in de beleidscyclus van de Omgevingswet. De Omgevingswet heeft impact op elk van deze processen. In voorgaande hoofdstukken is het proces van beleidsontwikkeling- en door­ werking besproken. In dit deel van de impactanalyse gaan wij in op de impact op de vergunningverlening en toezicht en handhaving.

5.2.1 Impact ambitie op werkprocessen De gemeenteraad legt haar ambitie vast in de omgevingsvisie, waarna deze wordt vertaald in het omgevingsplan. De gemeenteraad bepaalt in hoeverre er ruimte voor ontwikkelingen wordt gegeven en in welke mate hiervoor algemene regels gelden of een vergunningplicht wordt opgelegd. Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegde bestuursorgaan in de vergunningverlening en afwijkingsprocedures. Deze verdeling van bevoegdheden heeft als doel

de doorlooptijden van vergunningverlening en afwijkingsprocedures aanzienlijk te verkorten. In hoofdstuk 2 van dit ambitie- en programmaplan is beschreven dat de Hoeksche Waard de komst van de Omgevingswet wil aangrijpen om met een externe focus te veranderen. Deze keuze bepaalt voor een groot deel hoe werkprocessen moeten worden vormgegeven en hoe ze eruit gaan zien. Het resultaat is dat de gemeente uitnodigend, faciliterend en regelgevingsluw is. Initiatiefnemers krijgen ruimte. Bij een dergelijke ambitie past het afschaffen van het meldings- en vergunningstelsels en het opnemen van algemene regels in het omgevingsplan.

5.2.2 Initiatieffase Met de invoering van de Omgevingswet wordt beoogd dat er meer algemene regels gelden waardoor er minder vergunningen aangevraagd worden. Onze ambitiekeuze sluit daarbij aan. Het verminderen van regels betekent dat burgers en bedrijven in eerste instantie (meer dan nu het geval is) zelf informatie moeten inwinnen en moeten interpreteren en beoordelen of het door hen gewenste project (rechtstreeks) is toegestaan en zo ja, binnen welke (rand)voorwaarden. Onder de Omgevingswet wordt het daarom nog belangrijker voldoende aandacht te geven aan de voorkant, in de initiatieffase. Om burgers en bedrijven goed te informeren is de kwaliteit van het omgevingsplan essentieel. Met een kwalitatief goed omgevingsplan vermijden we dat onduidelijkheden ontstaan en worden (juridische) procedures voorkomen. Daarnaast is het van belang dat informatie voor burgers en bedrijven bereikbaar is. Daarbij gaan we uit van het uitgangspunt ‘digitaal waar kan’ en ‘persoonlijk waar het moet’. Met name bij complexere en vergunningplichtige activiteiten is een persoonlijk contact gewenst.

5.2.3 Vergunningverlening Wanneer een activiteit niet onder de algemene regels valt, moet een initiatiefnemer een omgevingsvergunning aanvragen bij het bevoegd gezag. De hoofdregel is dat het college van burgemeester en wethouders als bevoegd gezag wordt aangemerkt. De omgevingsvergunning onder de Omgevingswet bouwt voort op, en is een verdere uitbouw van de omgevingsvergunning onder de Wabo. Door het feit dat veel wetten en regelingen in de Omgevingswet opgaan, ziet ook de omgevingsvergunning toe op een breder pakket van activiteiten.

20

Voor het indienen van een aanvraag geldt dat volstaan kan worden met één aan-

5.2.4 Toezicht

vraag bij één loket en dat uiteindelijk één bevoegd gezag toestemming verleend. De overheid moet zorgen voor een afgestemde procedure binnen de daarvoor gestelde termijn van acht weken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11849655/1