CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

20250626 Uitvoeringsprogramma Mobiliteitsplan Hoeksche Waard - concept

Besluitvormende raad 25 maart 2025, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: M002 Tracéstudie Hoeksche Waard Zuid-West17.326 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Aantrekkelijke dorpen Snelheidsverlaging 50 naar 30 km/u

Herinrichting Nicolaas van Puttenstraat/Molendijk* Herinrichting Lageweg/Raadhuisstraat* Herinrichting Sportlaan Herinrichting Romeinseweg Herinrichting Vlielanderstraat Herinrichting Middelsluissedijk Westzijde tussen Zijplaan/Rijksstraatweg Herinrichting Zoomwijcklaan Herinrichting Noord-Achterweg Herinrichting Koninginneweg* Snelheidsremmers Vaartweg Snelheidsremmers Dorpsstraat/Oosteinde* Snelheidsremmers Blaaksedijk* Snelheidsremmers Kreupeleweg (tussen Acacialaan en komgrens) Snelheidsremmers Westdijk (vanaf komgrens tot N489) Snelheidsremmers Zijplaan Snelheidsremmers Middelsluissedijk Westzijde tussen Zijplaan/komgrens Snelheidsremmers Groeneweg Snelheidsremmers Arent van Lierstraat Snelheidsremmers Rustenburgstraat/Weverseinde Snelheidsremmers woonstraten Puttershoek* Snelheidsremmers Alexanderstraat, Van Groningenstraat Snelheidsremmers Kilweg (noordelijk deel) Snelheidsremmers Molendijk/Dorpsstraat/Schoutsdijk*

34

Goudswaard Maasdam Maasdam Mijnsheerenland Numansdorp Numansdorp Oud-Beijerland Zuid-Beijerland Zuid-Beijerland Goudswaard Heinenoord Heinenoord Klaaswaal Mijnsheerenland Numansdorp Numansdorp Puttershoek Puttershoek Puttershoek Puttershoek s-Gravendeel s-Gravendeel Zuid-Beijerland

Uitvoering Uitvoering Uitvoering Uitvoering Uitvoering Uitvoering Uitvoering Uitvoering Uitvoering Uitvoering Uitvoering Uitvoering Uitvoering Uitvoering Uitvoering Uitvoering Uitvoering Uitvoering Uitvoering Uitvoering Uitvoering Uitvoering Uitvoering

DUURZAAMHEID

MAATREGEL

BERIEKBAARHEID AUTO

aangegeven met een *.

BEREIKBAARHEID OV

op te pakken zijn. De projecten op de gemeentelijke wegen via werk-met-werk gerealiseerd worden zijn

BEREIKBAARHEID FIETS

verbeteringen van fietsroutes op wegen die opnieuw ingericht worden zijn maatregelen die via werk-met-werk

MENS CENTRAAL

termijn (na 10 jaar) worden gerealiseerd. Met name de herinrichtingsprojecten, snelheidsremmers en

VERKEERSVEILIGHEID

In onderstaande tabel staan projecten die ofwel via werk-met-werk worden opgepakt, ofwel op de lange

AANTREKKELIJKE LEEFOMGEVING

3.5 Werk-met-werk of lange termijn (>10 jaar)

AANTREKKELIJKE LEEFOMGEVING

DUURZAAMHEID

BERIEKBAARHEID AUTO

BEREIKBAARHEID OV

BEREIKBAARHEID FIETS

VERKEERSVEILIGHEID

Uitvoeringsprogramma mobiliteitsplan Hoeksche Waard - 26 juni 2025

35

TYPE

MENS CENTRAAL

MAATREGEL

Fiets Doorfietsroute

Doorfietsroute Oud-Beijerland - Spijkenisse Doorfietsroute Oud-Beijerland - Dordrecht

Noord Noord

Agenderen Agenderen

Blaaksedijk Goudswaard ‘s-Gravendeel Zuid-Beijerland

Agenderen Agenderen Agenderen Agenderen

Klaaswaal Klaaswaal Zuid-Beijerland

Agenderen Agenderen Agenderen

Goudswaard Heinenoord Numansdorp-Strijen

Uitvoering Uitvoering Agenderen

Klaaswaal

Uitvoering

Diverse locaties Nieuw-Beijerland Puttershoek

Agenderen Agenderen Agenderen

Utilitair netwerk

Fietsverbinding Mollekade verbeteren Fietsverbinding Steegjesdijk – Molendijk verbeteren Oversteek kruispunt N217 – Hendrik Hamerstraat verbeteren Fietsverbinding Schenkeldijk – Molendijk verbeteren Verbindend netwerk

Oud-Cromstrijensedijk (oost en westzijde) Bommelskoussedijk Schoutsdijk (tussen Korteweg en kom Zuid-Beijerland) Overig

Aanleg ontbrekende schakel (recreatief) Nieuwendijk-Westdijk Aanleg fietspad Buitenzomerlanden Aanleg fietspad Ambachtsheerlijkheid Gemotoriseerd verkeer Nieuwe infrastructuur

Aanleg randweg Klaaswaal (fase 2) Verkeersveiligheid

Aanpak 'kleine' kruispunten N217 Verbetering profiel N217+fietspad Nieuw-Beijerland-Oud-Beijerland Aanpassen wegcategorisering Polderweg

rootschalige herinrichting

erkeersveiligheid

oorfietsroute

ietsoversteek

O viaduct

ieuwe bushalte

nerg hub incl vrachtwagenparkeren

iet aan locatie gebonden

laatselijke ingrepen

choolzones

tilitair

eerponten verbeteren

ieuwe hub

oorstroming verbeteren

iet aan locatie gebonden

. egionale samenwerkingsagenda

utoluw centrumgebied

erbindend

iet aan locatie gebonden

ecreatief

. Onderzoek

iet aan locatie gebonden

iet aan locatie gebonden

km u op bedrijventerreinen

. omgrenzen optimaliseren

. altevisie ieuwe infrastructuur

andbouw

oekgebied nieuwe infrastructuur erkeersluw gebied erkeersveiligheid

36

oekgebied nieuwe infrastructuur

. egionale afstemmingen grote wegwerkzaamheden

ub verbeteren . ffect milieuzones in dorpen

. andhaving middels periodiek overleg,

. eleidsnota deelvervoer

. ebiedsteam wegbeheerdersoverleg

. eleid herzien t.b.v. duurzaamheid

. arkeerbeleid opstellen

. Onderzoek naar de verdere optimalisering van lijnen

. Opstellen monitoringsplan iet aan locatie gebonden

oorstroming erkeersveiligheid

. edragscampagnes

. eriodieke actualisatie verkeersmodel

4

4. VERVOLG Na vaststelling van het UVP door het college gaan we aan de slag om de eerste concrete projecten op te pakken. In dit hoofdstuk lichten we toe hoe de verdere uitvoering van het UVP eruit ziet. Het mobiliteitsplan is een lange termijn programma met een looptijd van meerdere decennia. Monitoring en evaluatie van het programma - en met name bijdragen aan de doelen die we nastreven – is daarom extra belangrijk. Het UVP is niet ‘in beton gegoten’. et plan zal komende jaren waar nodig aangepast worden om zo goed mogelijk met voortschrijdend inzicht en de beperkte middelen om te gaan. Tot slot, geven we aan hoe we komende jaren willen samenwerken met medeoverheden zoals het waterschap en de provincie, omdat zij een belangrijke rol hebben in het behalen van onze doelstellingen.

4.1 Uitvoering van het programma

4.2 Monitoring en evaluatie

De eerste projecten van het UVP zullen in 2026 worden opgestart. Projecten

Het UVP is een meerjarenprogramma. De toekomst kan echter altijd anders

dienen veelal eerst verder uitgewerkt te worden binnen de kaders van het

uitpakken dan nu voorzien. Daarom is het belangrijk dat het UVP ook later

mobiliteitsplan, waarbij soms ook nog een nadere integrale afweging nodig is

aangepast kan worden om op een goede manier met nieuwe ontwikkelingen en

over aspecten als groen, cultuurhistorie en stedenbouw. De eerste maatregelen

inzichten om te gaan. Hiervoor is monitoring en evaluatie van de voortgang van

van het mobiliteitsplan zullen naar verwachting vanaf 2027 tot uitvoering

het UVP en de effecten die maatregelen opleveren van belang.

komen. De lopende projecten worden nu al voorbereid, volgen hun eigen planning, en zullen vaak al eerder tot uitvoering komen.

Daarom is een van de maatregelen die wordt uitgevoerd het opstellen van een monitorings- en evaluatieplan (M&E-plan). In dit plan worden meetbare

Bij de verdere uitwerking van maatregelen worden belanghebbenden zoals

indicatoren en een aanpak uitgewerkt, en waarin is opgenomen hoe de

bewoners, ondernemers en agrariërs opnieuw betrokken om mee te praten over

gemeente de komende jaren inzicht krijgt en grip houdt op de uitvoering en

de concretere plannen. De participatie wordt per project georganiseerd.

effecten van het mobiliteitsbeleid. In het M&E-plan wordt vastgelegd welke indicatoren (bv. intensiteiten autoverkeer, aantallen fietsers, verkeersongevallen,

Bij grotere, complexere en/of maatschappelijk-gevoelige maatregelen is in veel

leefbaarheid) worden gemeten, op welke manier (bv. verkeerstellingen,

gevallen extra/aparte besluitvorming door de gemeenteraad nodig zijn. Diverse

enquêtes, openbare data), en met welke frequentie. Per indicator wordt

projecten overstijgen het UVP omdat deze vragen om een zorgvuldige afweging

aangegeven welke databron gebruikt wordt en wie verantwoordelijk is voor de

van belangen en het veelal gaat om substantiële investeringen waar buiten het

uitvoering. Zo geeft de gemeente transparant en onderbouwd inzicht in de

UVP om extra financiering voor nodig is. Dit betreft bijvoorbeeld de tweede fase

voortgang en effecten van het mobiliteitsplan.

van randweg Klaaswaal en de Westelijke ontsluitingsweg Numansdorp. Periodiek wordt het mobiliteitsplan uitvoeriger geëvalueerd en worden de plannen zo nodig bijgesteld. Daarbij zal afstemming met de gemeenteraad plaatsvinden om inzichten uit de evaluatie te delen en zo nodig financiële kaders aan te passen.

Uitvoeringsprogramma mobiliteitsplan Hoeksche Waard - 26 juni 2025

37

4.3 Samenwerking met andere overheden

4.4 Financiën: bekostiging van de maatregelen

Een behoorlijk aantal maatregelen heeft ook betrekking op wegen en fietspaden

Het uitvoeringsprogramma wordt uit verschillende bronnen bekostigd. Diverse

die in beheer zijn bij andere wegbeheerders: het waterschap, de provincie en

projecten zullen bij de andere wegbeheerders geagendeerd worden, waarbij we

het rijk. Goede samenwerking met deze overheden is dan ook cruciaal om

in beginsel ook verwachten dat de medeoverheden maatregelen treffen om de

stappen te zetten, maatregelen tot uitvoering te brengen en effecten te

verkeersveiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid van de Hoeksche Waard te

realiseren. Op diverse wijzen wordt nu al samengewerkt met de andere

verbeteren.

overheden, zoals in gezamenlijke projectteams (zoals in Hoeksche Waard Zuidwest, randweg Klaaswaal of fietspad Korteweg) of via periodieke afstemmingsoverleggen (zoals het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid). Ook bij grotere gebiedsontwikkelingen, zoals Stougjeswijk, is uitvoerig afstemming met de provincie over de kaders en mogelijkheden van nieuwe woonwijken en de ontsluiting daarvan per auto, fiets en openbaar vervoer. Het is van belang om deze samenwerking op een constructieve wijze voort te zetten. Belangrijk in de samenwerking is om nadere afspraken te maken met de andere wegbeheerders om beleid op elkaar af te stemmen, en gezamenlijk tot een gedragen prioritering van maatregelen te komen. Dat kan eventueel geformaliseerd worden middels gezamenlijke uitvoeringsagenda’s of samenwerkingsovereenkomsten. Dit wordt met de andere wegbeheerders nader afgestemd. Overigens kan dit op een later moment nog leiden tot een andere prioriteitstelling van maatregelen, mochten partijen hier toch andere belangen of verschil van inzicht bij hebben. Daar is dus nog geen uitsluitsel over bij alle

Figuur 4.1: maatregelen uit het UVP worden op verschillende manieren bekostigd

beoogde maatregelen, omdat besluitvorming en afweging bij de medewegbeheerders via andere processen plaatsvinden dan het gemeentelijk mobiliteitsplan.

Uitvoering koppelen aan beheer en onderhoud (werk-met-werk) Voor de uitvoering van maatregelen wordt zo veel mogelijk werk-met-werk gemaakt door aan te sluiten bij bestaande middelen binnen de gemeente vanuit wegonderhoud en rioolvervanging. Gemiddeld moet een straat standaard eens in de 30 à 40 jaar opnieuw ingericht worden omdat de verharding is versleten. Dit is dan een mooie kans om de inrichting grootschaliger aan te pakken, zodat we de beschikbare middelen zo goed mogelijk inzetten.

38

Extra financiële middelen door opzet van mobiliteitsfonds Toch kunnen we niet altijd werk-met-werk maken en zijn extra financiële middelen nodig om uiteindelijk alle projecten uit te kunnen voeren. Bij het vaststellen van het uitvoeringsprogramma wordt dan ook een investeringsfonds aangevraagd bij de gemeenteraad om het eerste pakket met maatregelen voor de korte termijn mogelijk te maken. Financiering vanuit gebiedsontwikkeling Een andere bron van financiering zijn gebiedsontwikkelingen. Op meerdere plekken in de gemeente worden nieuwe woonwijken aangelegd, die ook om maatregelen vragen om de wijk te ontsluiten en om extra verkeer op te kunnen vangen op omliggende wegen. Met de ontwikkelaars van deze nieuwe gebieden maakt de gemeente afspraken over (financiële) bijdragen aan maatregelen. Dit is aan de orde bij onder meer Stougjeswijk en de benodigde maatregelen aan de N217, en bij de Molenpolder in Numansdorp waarvoor de aanleg van de westelijke ontsluitingsroute van belang is. Subsidie vanuit andere overheden Tot slot, zijn er ook subsidiemogelijkheden die we kunnen benutten om maatregelen uit te voeren en een deel van de kosten te dekken.

Zowel bij de provincie als het rijk zijn er verschillende subsidieregelingen met specifieke doeleinden waar medefinanciering aangevraagd kan worden voor projecten om bijvoorbeeld de verkeersveiligheid te verbeteren, regionale fietspaden aan te leggen, het openbaar vervoer te versnellen of woningbouw mogelijk te maken. De gemeente benut deze subsidiemogelijkheden waar kan zo goed mogelijk.

Uitvoeringsprogramma mobiliteitsplan Hoeksche Waard - 26 juni 2025

39

BIJLAGE 40

BIJLAGE 1. INRICHTINGSPRINCIPES In het mobiliteitsplan zijn de gewenste mobiliteitsnetwerken voor auto, fiets, OV en landbouwverkeer opgesteld. In deze netwerken is onderscheid gemaakt naar verschillende type verbindingen. Ieder type verbinding heeft zijn eigen functie, bijbehorend gebruik en daarmee ook een bijpassende inrichting. In deze bijlage zijn voor elk van de verschillende type verbindingen van de mobiliteitsnetwerken inrichtingsprincipes gespecificeerd. Deze principes geven aan hoe een weg of een fietspad in de ideale situatie ingericht wordt.

B1.1 Landelijke richtlijnen als uitgangspunt

B1.2 Inrichting wandel- en looproutes

De inrichtingsprincipes zijn grotendeels gebaseerd op de standaard

Niet ieder gebied is hetzelfde. Een centrumgebied vraagt een andere inrichting

ontwerprichtlijnen van het CROW, het landelijke kennisinstituut voor verkeer,

van straten en verdeling van de openbare ruimte dan een plek in het

mobiliteit en infrastructuur. Er zijn diverse publicaties waarin ontwerprichtlijnen

buitengebied met drukkere verkeersaders. Ook verschilt per gebied wie de

zijn opgenomen. De belangrijkste betreft de ASVV, het handboek wegontwerp

hoofdgebruiker is. Dit verschil passen we toe – met het STOMP-principe als

buiten de bebouwde kom, en de ontwerpwijzer fietsverkeer.

vertrekpunt - door heel Hoeksche Waard in ABC-gebieden in te delen:

De inrichtingsprincipes en ontwerprichtlijnen zijn gebaseerd op Duurzaam Veilig

•

schoolomgevingen of zorginstellingen. Fietsers en voetgangers zijn het

richtlijnen van het CROW. Duurzaam Veilig is een ontwerpfilosofie met als doel om zo veilig mogelijke mobiliteitsnetwerken in te richten. Belangrijke aspecten daarbij zijn onder meer: •

functionaliteit (indeling naar verschillende type wegen/paden),

•

homogeniteit in snelheid, massa en richting (grote snelheids- en massaverschillen voorkomen),

•

herkenbaarheid en voorspelbaarheid (een weggebruiker weet hoe die zich moet gedragen en wat die kan verwachten)

•

A-gebied: centrumgebied en locaties met veel voetgangers zoals belangrijkst, autoverkeer en ov zijn ondergeschikt of geheel afwezig.

•

B-gebied: woonwijken. Fietsers en voetgangers zijn belangrijk, maar er moet ook voldoende ruimte voor veilige afwikkeling van autoverkeer en ov.

•

C-gebied: buitengebied en bedrijventerreinen. Voor de verkeersveiligheid is het belangrijk om verschillende verkeerssoorten – zoals langzaam verkeer, gemotoriseerd verkeer en vrachtverkeer – zoveel mogelijk van elkaar te scheiden.

en vergevingsgezindheid (een menselijke fout leidt niet meteen tot een ernstig ongeval).

De inrichtingsprincipes geven de ideale situatie weer. De praktijk blijkt echter vaak weerbarstig, waardoor de ideale inrichting niet altijd haalbaar is. Daarom moeten deze principes worden gezien als richtlijnen en niet als absolute eisen. Afwijken van deze principes doen we alleen bij aantoonbare, zwaarwegende

Figuur B1.1 Onderscheid in wegprofiel tussen ABC-gebieden

redenen, zoals ruimtelijke beperkingen, disproportionele kosten of het behoud van cultuurhistorische waarden.

Uitvoeringsprogramma mobiliteitsplan Hoeksche Waard - 26 juni 2025

41

A-TOPKWALITEIT INRICHTINGSPRINCIPES

Voetgangersgebied

1.

Voetgangersgebieden

Extra bij voorzieningen:

2.

Duidelijke afbakening van gebied

8.

Hoogwaardig materiaalgebruik

3.

Voldoende ruimte voor verblijven

9.

Toegankelijke bushaltes met bijpassende voorzieningen

4.

Fietsparkeervoorzieningen aan de rand

10. Laden en lossen binnen gereguleerd tijdsslot

5.

Ruimte voor groen en klimaatadaptatie

Extra bij onderwijs:

6.

Toegankelijk voor mindervaliden

11. Extra brede voetpaden (wachtruime voor ouders)

7.

Mindervalide parkeren dichtbij voorzieningen

12. Veilige Kiss & Ride voorzieningen

Voetgangersgebied

13. Auto meer op afstand (bv. middels schoolstraat)

B - BASIS INRICHTINGSPRINCIPES 1.

Goede oversteekbaarheid van wegen

2.

Voetpaden zo veel mogelijk obstakelvrij

3.

Fijnmazig netwerk voetpaden ten behoeve

Goede oversteekbaarheid

Zo veel mogelijk obstakelvrij

Fijnmazige structuur

van korte looproutes naar voorzieningen, groen en bushaltes 4.

Meer ruimte voor de auto dan in A-gebied

Zo veel mogelijk obstakelvrij

C - OVERIG INRICHTINGSPRINCIPES 1. 2. 3.

42

Meer gescheiden structuren voor auto en fiets op (drukke) hoofdaders Bij rustige wegen menging mogelijk, mits intensiteit en snelheid voldoende laag Beperkt belang voor voetgangers. Aparte voetpaden niet vereist, binnen de kom op bedrijventerrein wel gewenst. Medegebruik fietspad door voetgangers.

Scheiding tussen vervoerswijzen

Medegebruik fietspad

Op rustige wegen op rijbaan

B1.3 Inrichting fietsroutes

Deze netwerken vormen samen de hoofdroutes voor fietsverkeer binnen en

In het mobiliteitsplan is bijgevoegd wensbeeld fiets opgenomen. In dit

bijvoorbeeld binnen dorpen of naar specifieke voorzieningen. Een nadere

fietsnetwerk wordt onderscheid gemaakt naar 4 verschillende soorten routes:

uitwerking van de fietsvoorzieningen op lokaal niveau – zoals verbindingen naar

•

Regionale doorfietsroute: voor verplaatsingen over langere afstand

voorzieningen als scholen, winkels en ontmoetingsplekken – is daarom

tussen de grootste kernen in Zuid-Holland (onderdeel provinciaal

opgenomen als maatregel in het uitvoeringsprogramma

doorfietsnetwerk). •

•

tussen de dorpen. Daarnaast wordt er ook buiten deze hoofdroutes gefietst,

Utilitair netwerk: dit betreft de belangrijke fietsroutes binnen de

Inrichtingsprincipes fietsvoorzieningen

gemeente om de dorpen en belangrijkste voorzieningen met elkaar te

Om het fietsnetwerk goed te laten functioneren hanteren we richtlijnen voor de

verbinden (utilitair betreft forenzen en scholieren).

inrichting van fietspaden. Daarvoor sluiten we veelal aan bij de landelijke

Verbindend netwerk: bevat de aanvullende fietsroutes binnen de

ontwerprichtlijnen van het CROW, deze zijn in diverse publicaties zoals de

gemeente om tot een netwerk te komen waarbij alle dorpen en belangrijke

Ontwerpwijzer fietsverkeer vastgelegd.

locaties zijn verbonden (lager gebruik dan het utilitair netwerk). •

Recreatief netwerk: fietsroutes gericht op recreatief gebruik om het

De verschillende type fietsroutes verschillen qua gewenste inrichtingsprincipes

landschap en de gemeente te beleven. Deze routes kennen minder strakke

in het kwaliteitsniveau. Voor de doorfietsroutes hanteren we het hoogste

eisen, belangrijk is de aantrekkelijkheid, variatie en veiligheid.

kwaliteitsniveau: deze bestaan idealiter volledig uit vrijliggende, extra brede fietspaden waar fietsers zo min mogelijk autoverkeer tegengekomen en die als doorgaande fietsroute herkenbaar zijn (kleur, verlichting, bewegwijzering). Een kwaliteitsniveau lager betreft de utilitaire fietsroutes en vervolgens de verbindende en recreatieve fietsroutes. Verschillen zitten in het type fietsvoorziening (vrijliggend, fietsstroken, fietsstraat, gemengd), de breedte, de uitstraling en de eventuele aanwezigheid van aanvullende voorzieningen (bewegwijzering, verlichting , rustpunten). Voor het recreatieve netwerk zijn geen inrichtingsprincipes opgenomen, omdat we hier meer vrijheid in de inrichting aanhouden gezien de verschillende behoeftes van recreatieve fietsers. Op de volgende pagina is een overzicht te zien van de inrichtingsprincipes voor de verschillende types fietsroutes.

Figuur B1.2 Wensbeeld fiets

Uitvoeringsprogramma mobiliteitsplan Hoeksche Waard - 26 juni 2025

43

Utilitair fietsnetwerk

Doorfietsroute

Verbindend fietsnetwerk

Figuur B1.3 Voorbeelden van inrichtingen per type fietsroute

Omrijdfactor (max.) Type voorziening

Voorrangsmaatregel op kruispunten

Breedte Herkenbaarheid (kleur) Bewegwijzering Verharding Verlichting

Doorfietsroute Buiten de kom 1,2

Utilitair netwerk Binnen de kom 1,4

Buiten de kom 1,4

Vrijliggend

Vrijliggend, tenzij..

Vrijliggend, tenzij..

Buiten de kom 1,4 ETW60: gemengd, fietsstrook of vrijliggend GOW80: vrijliggend

ETW: bij voorkeur ETW: rechts gaat voor ETW: rechts gaat voor ETW: rechts gaat voor voorrang fiets GOW: voorrang auto, GOW: voorrang auto + GOW: voorrang auto, GOW: voorrang auto + middengeleider fiets middengeleider fiets middengeleider fiets middengeleider fiets SW: ongelijkvloers SW: ongelijkvloers SW: ongelijkvloers SW: ongelijkvloers Fietsstrook: minimaal 1,7 m breed. Fietspad 1-richting: min. 2,0 m. Fietspad 2-richtingen: min. 2,5 m. Afhankelijk van intensiteit fietsverkeer, in geval van bromfietsers geldt een breedtetoeslag, zie tabel volgende pagina. Rood (of roodachtig) Bij voorkeur rood Geen eis Geen eis Geen eis Aanwezig Geen eis Aanwezig Geen eis Geen eis Asfalt Bij voorkeur asfalt Asfalt Asfalt of klinkers Bij voorkeur asfalt Reguliere Reguliere Bij voorkeur aanwezig Niet, tenzij.. Niet, tenzij.. straatverlichting straatverlichting ETW: voorrang fiets GOW: voorrang auto+ middengeleider fiets SW: ongelijkvloers

Tabel B1.1 Inrichtingsprincipes per type fietsroute 44

Verbindend netwerk Binnen de kom 1,4 ETW30: gemengd GOW30: fietsstrook GOW50: vrijliggend

Type fietsvoorziening

Breedte fietsvoorziening

Wat betreft het type fietsvoorziening wordt het keuzeschema hieronder gebruikt

De benodigde breedte van een fietspad hangt af van de intensiteit van het

als hulpmiddel. Er is een keuzeschema voor fietsroutes binnen de bebouwde kom,

fietsverkeer en het type voorziening (één- of tweerichtingsverkeer). In

en buiten de bebouwde kom. Deze laatste is indicatief omdat deze fietspaden en

onderstaande tabel zijn de richtlijnen weergegeven:

wegen vaak in beheer zijn bij het waterschap.

Wegcategorie

Erftoegangsweg

Gebiedsontsluitingsweg

Snelheidslimiet

Intensiteit

autoverkeer

autoverkeer

[km/u]

[mvt/etm]

Stapvoets 30

30 50

Functie fietsroute

Eenrichting fietspad

Intensiteit

Tweerichtingsfietspad

fietsverkeer [per uur]

Solitair fietspad

Vrijliggend fietspad

Vrijliggend fietspad

[m]

[m]

[m]

Hoofdfietsroute

Basisnetwerk

0-50

1,50

2,50

-

(regionaal +

(verbindend

50-150

2,50

2,5-3,5

2,00

utilitair)

+overig)

150-350

3,50

3,5-4,0

2,50-3,00

<1.000

N.v.t.

Woonerf

<4.000

Fietsstraat

>350

4,50

4,50

3,50-4,00

4.000-6.000

Fietsstroken of

Gemengd

Tabel B1.4 Richtlijnen voor de breedtes van fietspaden

fietspad

<10.000

Fietsstroken of vrijliggend fietspad

>10.000

Vrijliggend fietspad

Let op: wanneer het fietspad ook wordt gebruikt als bromfietspad, geldt een

N.v.t.

Vrijliggend fietspad

breedtetoeslag van circa 0,5 meter. Deze toeslag is bedoeld om voldoende

Tabel B1.2 keuzeschema type fietsvoorziening binnen de bebouwde kom

ruimte te bieden voor de hogere snelheden en grotere voertuigen. Deze aanbeveling en de ontwerprichtlijnen zijn overeenkomstig de Ontwerpwijzer

Wegcategorie

Snelheidslimiet

Intensiteit

autoverkeer

autoverkeer

[km/u]

[mvt/etm]

60 Erftoegangsweg

Gebiedsontsluitingsweg

<2.000

Fietsverkeer van het CROW.

Functie fietsroute Hoofdfietsroute

Basisnetwerk

(regionaal +

(verbindend +

utilitair)

overig)

Fietsstraat of

Gemengd of

fietsstroken

fietsstroken

Fietspad of

60

2.000-3.000

60

>3.000

Fietspad

80

N.v.t.

Fietspad

fietsstroken

Fietsstroken

Tabel B1.3 keuzeschema type fietsvoorziening buiten de bebouwde kom

Uitvoeringsprogramma mobiliteitsplan Hoeksche Waard - 26 juni 2025

45

B1.4 Inrichting OV-routes en -haltes

Inrichtingsprincipes ov-routes Waar binnen de bebouwde kom bussen rijden, ligt bij de gemeente als

Het openbaar vervoer in de Hoeksche Waard wordt aanbesteed door de

wegbeheerder de taak om te zorgen voor een passende inrichting. Een bus

provincie. De gemeente heeft op de OV-lijnvoering dan ook geen directe

moet kunnen doorrijden, maar de situatie moet ook veilig zijn voor andere

invloed. De gemeente heeft wel een taak bij een goede inpassing van openbaar

weggebruikers zoals voetgangers en fietsers. In beginsel hanteert de gemeente

vervoer, zoals de inrichting van wegen waar OV-bussen overheen rijden, en de

de standaard ontwerprichtlijnen zoals beschreven in de ASVV maar specifiek

inrichting, toegankelijkheid en bereikbaarheid van busstations en bushaltes.

wordt ook de richtlijn ‘Wegontwerp voor openbaar vervoer’ gehanteerd.

In het mobiliteitsplan is het hieronder weergegeven wensbeeld openbaar

Wegen waar bussen rijden dienen soms net wat meer breedte te hebben dan

vervoer opgenomen. De buslijn tussen Rotterdam en Oud-Beijerland wordt

normaal. Daar dient dan goed rekening mee gehouden te worden om negatieve

opgewaardeerd naar R-net waarbij sommige ritten worden doorgetrokken

gevolgen voor het openbaar vervoer te voorkomen. De benodigde breedtes per

richting Goudswaard. De andere dorpen worden bediend met streekbussen

wegtype bij belangrijke ov-routes betreft:

(vaste lijnen met vaste haltes en vaste tijden). Het buitengebied en de kleinere

•

buurtschappen worden bediend met buurtbussen en/of maatwerkvervoer met of zonder dienstregeling.

Gebiedsontsluitingsweg 50 km/u, bus op rijbaan, minimaal 3.5 m per rijstrook (S1 / S2)

•

Gebiedsontsluitingsweg 30 km/u, bus op rijbaan, totaal gewenste breedte 6.5 à 7.0 m

•

Erftoegangsweg 30 km/u, bus op rijbaan, totaal gewenste breedte is 6.5 m

Figuur B1.54.1 Maatvoering ov-routes Andere inrichtingsprincipes zoals richtlijnen voor kruisingen en snelheidsremmende maatregelen zijn opgenomen in de verschillende CROWrichtlijnen. Specifiek voor R-net routes wordt ten behoeve van de doorstroming Figuur B1.4 Wensbeeld openbaar vervoer

46

van de bus gestreefd deze zo veel mogelijk als veilige 50 km/u-weg in te richten. Als dat niet veilig kan, dan is GOW30 bespreekbaar.

Inrichtingsprincipes ov-haltes Een bushalte is een herkenbare plek waar bussen stoppen om reizigers in en uit te laten stappen. Haltes zijn te herkennen aan een haltepaal en worden afhankelijk van het wegtype op verschillende manieren ingericht. Wegtype

OV-haltering

GOW50

In haltekom

GOW30

Haltekom of rijbaan

ETW30

Op rijbaan

Tabel B1.5 Halteringsvorm per wegtype Bushaltes moeten goed toegankelijk en bereikbaar zijn, zodat iedereen (ook mensen met een mobiliteitsbeperking) gebruik kan maken van het openbaar vervoer. Goed toegankelijk openbaar vervoer bestaat volgens het CROW uit de volgende aspecten: •

Figuur B1.6 Overzicht inrichting halteplaatsen

De route naar de halte moet toegankelijk zijn (o.a. geleidelijnen, veilige oversteeklocaties);

•

Een toegankelijke halte (voldoende breedte, hellingbanen tbv rolstoeltoegankelijkheid);

•

Een goede instap (perron op hoogte voor gelijkvloerse instap).

Verder is bij bushaltes ook behoefte aan aanvullende voorzieningen zoals een beschutte wachtmogelijkheid (bushokje / abri), fietsparkeervoorziening, actuele reisinformatie (lijnennetkaart) en bij heel belangrijke OV-haltes soms ook digitale schermen met vertrektijden. Wat per halte gewenst / nodig is, wordt bepaald door het type halte. Provincie Zuid-Holland onderscheidt 6 verschillende types: uitstaphalte, reguliere halte, drukke reguliere halte, HOVhalte, klein knooppunt, groot knooppunt. De gemeente sluit hierbij zo veel mogelijk aan om de kwaliteit van bushaltes te verbeteren.

Figuur B1.7 Impressie van een R-net halte

Uitvoeringsprogramma mobiliteitsplan Hoeksche Waard - 26 juni 2025

47

B1.5 Inrichting wegennet

Het wensbeeld is vertaald naar de standaard wegcategorieën zoals landelijk

In het wensbeeld gemotoriseerd verkeer personenauto’s en vrachtverkeer is een

onderscheid. Van oudsher wordt binnen de bebouwde kom onderscheid gemaakt

vorkstructuur zichtbaar, waarbij de A29 de steel is, de N217 een belangrijke

in

drager, en de verschillende noord-zuid hoofdwegen (zoals het Buitenom,

(erftoegangswegen). De eerste heeft nadrukkelijk een verkeers-/netwerkfunctie,

Langeweg, N489/N488 en N491) de ‘tanden’.

de tweede niet en is juist gericht op het ontsluiten van woningen.

aangehouden conform Duurzaam Veilig en zoals het CROW deze ook

eze hoofdwegen hebben een

50

km-wegen

(de

gebiedsontsluitingswegen)

en

30

km-wegen

ruime passende inrichting als gebiedsontsluitingsweg. Enkele jaren geleden hebben het CROW en het ministerie ook de Daarnaast zijn er in de Hoeksche Waard vele dijk- en polderwegen ten behoeve

gebiedsontsluitingsweg 30 km/u geïntroduceerd. In het nieuwe mobiliteitsplan

van het ontsluiten van de buurtschappen, dijkwoningen en landbouw-percelen.

heeft ook de gemeente Hoeksche Waard dit nieuwe wegtype omarmd en

Een enkele dijk- en polderweg heeft ook een verkeersfunctie, deze noemen we

opgenomen in haar beleid. Elk van deze wegtypen kent een eigen specifieke en

secundaire

bijpassende weginrichting.

wegen

(zoals

Zwartsluisje/Sluisjesdijk,

Middelsluissedijk

Oostzijde/Varkensdijk/Weelsedijk). Vanaf de hoofdwegen zijn er allerlei in- en uitvalsroutes naar de dorpen. Dit noemen we de kernontsluitingen. Deze wegen hebben ook een verkeersfunctie waar rekening mee gehouden moet worden bij de inrichting van deze wegen.

OW OW ca. . mvt etmaal OW

ca. . mvt etmaal

W W ca. . mvt etmaal

Figuur B1.9 Wegcategorisering binnen de bebouwde kom

Voor ieder dorp en ieder buurtschap is het wensbeeld vertaald naar een kaart Figuur B1.8 Wensbeeld gemotoriseerd verkeer

48

met de gewenste wegencategorisering van iedere weg en straat.

Inrichtingsprincipes voor wegen binnen de bebouwde kom Typische profielen van een..

Binnen de bebouwde kom CROW-categorie

Gebiedsontsluitingsweg

Gebiedsontsluitingsweg

Erftoegangsweg

Primaire functie

Verkeersfunctie

Dubbelfunctie: zowel verkeerals verblijfsfunctie

Verblijfsfunctie

Snelheid

50 km/u

30 km/u

30 km/u

Fysieke rijrichtingscheiding

Nee, middenberm mag wel

Nee

Nee

Fietsers

Vrijliggend fietspad

Fietsstroken

Gemengd

Bromfietsers op rijbaan

Ja

Ja

Ja

Snelheidsremmers

Nee, tenzij..

Ja, op kruispunten

Ja, op kruispunten en wegvakken

Voetgangersoversteek

Bij kruispunten/via middengeleider

Bij kruispunten en op wegvakken (zebra)

Overal

Woning ontsloten op weg

Bij voorkeur niet

Ja

Ja

Voorrang

Ja

Per situatie beoordelen

Parkeren

Bij voorkeur niet

Ja, in vakken (langsparkeren)

Verharding

Asfalt

Asfalt of klinkers

Klinkers

Openbaar Vervoer

Haltekom

Halteren op rijbaan

Halteren op rijbaan

R-net: haltekom

R-net: haltekom

Wegbeheerder (doorgaans)

Gemeente

Gemeente

Gemeente

Gebiedsontsluitingsweg 50 km/u (GOW50)

Gebiedsontsluitingsweg 30 km/u (GOW30)

Gelijkwaardig, bij voorkeur op plateau Ja, in vakken of op de rijbaan

Erftoegangsweg 30 km/u (ETW30)

Tabel B1.6 Inrichtingsprincipes voor wegen binnen de bebouwde kom

Uitvoeringsprogramma mobiliteitsplan Hoeksche Waard - 26 juni 2025

49

Inrichtingsprincipes voor wegen buiten de bebouwde kom

Typische profielen van een..

Buiten de bebouwde kom CROW-categorie

Gebiedsontsluitingsweg

Erftoegangsweg type 1

Erftoegangsweg type 2

Primaire functie

Verkeersfunctie

Ontsluitingsfunctie en enige verkeersfunctie

Ontsluitingsfunctie (max 2.000 mvt/etm)

Snelheid

80 km/u

60 km/u

60 km/u

Fysieke rijrichtingscheiding

Bij voorkeur wel

Nee

Nee

Fietsvoorziening

Vrijliggend fietspad

Fietsstroken of vrijliggend

Gemengd

Bromfietsers op rijbaan

Nee

Ja

Ja

Snelheidsremmers

Nee

Ja

Ja

Voetgangersoversteek

Bij kruispunten

Nee

Nee

Woning ontsloten op weg

Nee

Ja

Ja

Lengtemarkering

Kantmarkering

Per situatie beoordelen

Geen

Voorrang

Voorrangsweg

Gelijkwaardig

Gelijkwaardig

Parkeren

Nee

ee, tenzij…

ee, tenzij…

Verharding

Asfalt

Asfalt of klinkers

Asfalt of klinkers

Openbaar Vervoer

Haltekom

Halteren op rijbaan

Halteren op rijbaan

Wegbeheerder (doorgaans)

Provincie

Waterschap

Waterschap

Tabel B1.7 Inrichtingsprincipes voor wegen buiten de bebouwde kom

50

Gebiedsontsluitingsweg 80 km/u (GOW80)

Erftoegangsweg 60 km/u type 1 (ETW60-I)

Erftoegangsweg 60 km/u type 2 (ETW60-II)

Bijzondere categorie: dijkwegen binnen de kom De Hoeksche Waard is ontstaan door inpoldering. Van oudsher liggen er wegen boven op de polderdijken, waarlangs op diverse plekken woningen en soms hele buurtschappen zijn gebouwd. Sommige huizen staan letterlijk op de weg. ergelijke dijkwegen zijn zogeheten ‘grijze wegen’ omdat deze niet goed aansluiten bij de huidige ontwerprichtlijnen, en veelal ook niet 100% passend zijn te maken vanwege de bebouwing, beperkte beschikbare ruimte, aanwezige bomen en soms historische waarde van een dijkweg. Dijkwegen hebben meestal geen belangrijke verkeersfunctie en worden daarom vaak als erftoegangsweg aangemerkt, met een snelheidslimiet van 30 km/u binnen de kom. Tegelijkertijd zijn dijkwegen niet in te richten zoals een typische woonstraat in een 30-km zone. Er rijdt regelmatig verkeer zonder bestemming en ook landbouwvoertuigen maken gebruik van deze wegen, wat niet past bij het karakter van een erftoegangsweg. Daarom vormen dijkwegen een

Voorbeelden van goed ingerichte dijkwegen binnen de kom Sterke punten • Klinkers • Fietsstraat-profiel (auto te gast) • Duidelijk komgrens / overgang naar 30km

• Beperkte rijbaanbreedte • Asverspringingen en wegversmallingen door bloembakken • Parkeren langs rijbaan in vakken Sterke punten • Klinkers (zorgen ook voor snelheidsremming)

bijzondere wegcategorie, waar vaak maatwerk nodig is.

• Versmalling door kantstroken

Een reguliere erftoegangsweg heeft vaak een voetpad, klinkerverharding en

• Beperkte rijbaanbreedte

(grasbetontegels)

drempels. Op dijkwegen is dit meestal niet haalbaar vanwege ruimtegebrek, trillingsgevoelige woningen en landbouwverkeer. Daarom worden ze vaak ingericht met asfalt, zonder voetpad en met terughoudend gebruik van drempels. Wel is het belangrijk dat de inrichting veilig fietsen mogelijk maakt en weggebruikers stimuleert om 30 km/u te rijden. Voor dijkwegen hanteren we daarom de volgende principes: •

• Duidelijke overgang van 50 naar

30 km/u

Pas waar mogelijk verticale snelheidsremmers zoals drempels en

• Snelheidsremmer (versmalling)

plateaus toe. Als dat niet kan, zorg voor wegversmallingen of as

• Andere weguitstraling met rode

verspringingen. •

Sterke punten

Zorg voor een goed ingerichte komgrens die de overgang naar een lagere snelheidslimiet en de woonomgeving duidelijk maakt.

•

Pas waar mogelijk wél klinkers of klinkerachtige verharding toe.

•

Zorg voor onderbrekingen van rechtstanden met plateaus of pleinen.

stroken i.p.v. grijs asfalt • Iets van visuele versmalling door toepassing van stroken in verschillende tint/kleur

Uitvoeringsprogramma mobiliteitsplan Hoeksche Waard - 26 juni 2025

51

Bijzondere categorie: Wegen op bedrijventerreinen Op bedrijventerreinen zijn er 2 type wegen: •

Hoofdwegen: ontsluiten grotere gebieden en hebben bijna altijd gescheiden loop- en fietsvoorzieningen (bijv. Jan van der Heijdenstraat). Deze kan goed als GOW 50 km/u gecategoriseerd worden.

•

Toegangswegen: geven directe toegang tot bedrijven en hebben vaak een gemengd profiel zonder aparte fiets- en/of voetpaden. Toegangswegen hebben geen netwerkfunctie, en zouden dus erftoegangswegen 30 km/u moeten zijn volgens duurzaam veilig.

In de huidige situatie zijn beide type wegen 50 km/u. Bij toegangswegen delen fietsers en soms voetgangers de rijbaan met gemotoriseerd verkeer, wat bij een snelheid van

km u risico’s met zich meebrengt. it is niet volgens uurzaam

Jan vd. Heijdenstraat

Voorbeeld toegangsweg bedrijven

Veilig die stelt dat grote verschillen in massa en snelheid voorkomen moeten worden. Ook kennen toegangswegen vaak vele erfaansluitingen waar voertuigen op en afrijden. Omdat er vaak onvoldoende ruimte is voor aparte fiets- en voetpaden, kan een verlaging van de snelheid naar 30 km/u bijdragen aan een veiligere verkeerssituatie. Dit vergroot niet alleen de veiligheid, maar maakt bedrijventerreinen ook beter bereikbaar voor fietsers en voetgangers. Om de doorstroming voor vrachtverkeer niet te veel te hinderen, kunnen specifieke snelheidsremmende maatregelen zoals plateaus worden toegepast. Deze zijn minder hinderlijk dan drempels. Een doordachte inrichting van toegangswegen draagt zo bij aan zowel verkeersveiligheid als een goede bereikbaarheid. Bij bestaande bedrijventerreinen wordt beoordeeld of de indeling in hoofd- en toegangswegen nog passend is, en of aanvullende maatregelen nodig zijn om de verkeerssituatie te verbeteren. Bij nieuwe bedrijventerreinen sturen we vanaf het begin op een Duurzaam Veilige inrichting van het wegennet.

52

Voorbeeld van plateau op een toegangsweg van een bedrijventerrein Figuur B1.10 Voorbeelden van weginrichtingen op bedrijventerreinen

B1.6 Inrichting landbouwroutes

Voor de landbouwroutes opgenomen in het wensbeeld hanteren we in de basis de volgende inrichtingsprincipes:

Door heel de Hoeksche Waard zijn in het buitengebied landbouwpercelen

•

Asfaltverharding

gelegen, waar agrariërs met hun voertuigen moeten kunnen komen. Voor

•

Verhardingsbreedte 5,5 meter (kan ook middels bermverharding)

verplaatsingen over langere afstand is hiernaast het wensbeeld

•

Enige obstakelvrije berm en vrije doorrijdhoogte ten behoeve van een

landbouwverkeer weergegeven. Dit zijn routes die relatief veel gebruikt worden door landbouwers. Daarom is het wenselijk – ook voor de verkeersveiligheid en

profiel van vrije ruimte •

leefbaarheid – dat deze wegen daar ook geschikt voor zijn. De kans dat 2 landbouwvoertuigen elkaar tegenkomen is op deze wegen ook groter.

Op bebouwde dijken zeer terughoudend met drempels en plateaus om trillinghinder (en scheurvorming te voorkomen).

•

Lokale versmallingen toegestaan

•

Bij lage intensiteiten is een smalle rijbaan met passeerhavens ook denkbaar, i.p.v. een rijbaanbreedte van 5,5 meter.

Voor de andere wegen in het buitengebied waar landbouwverkeer kan rijden gelden geen speciale inrichtingsprincipes, maar hanteren gemeente en het waterschap de standaard inrichtings-kenmerken voor een erftoegangsweg 60 km/u type 1 of type 2.

Figuur B1.11 Wensbeeld landbouwroutes

Figuur B1.12 Afmetingen profiel van vrije ruimte voor landbouwvoertuigen

Uitvoeringsprogramma mobiliteitsplan Hoeksche Waard - 26 juni 2025

53

BIJLAGE 2. ANALYSES PRIORITERING In deze bijlage zijn de analyses toegelicht die gebruikt zijn om prioriteiten te kunnen stellen. Welke opgaven en maatregelen zijn het meest urgent en dienen als eerste opgepakt te worden? En welke opgaven zijn relatief gezien minder problematisch en kunnen meer op de lange termijn uitgevoerd worden? De verschillende analyses leiden tot inzichten van benodigde maatregelen en de urgentie daarvan, waarmee maatregelen zijn ingedeeld in de pakketten voor de korte termijn, middellange termijn en lange termijn.

B2.1 Analyses gericht op verschillende aspecten Voor de prioritering van de maatregelen in de verschillende pakketten zijn de

B2.2 Wat vinden inwoners belangrijk? Voor het mobiliteitsplan is een enquête uitgezet onder inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden. Daarin zijn mensen gevraagd welk belang zij hechten aan thema’s zoals verkeersveiligheid, leefbaarheid, autobereikbaarheid, fietsnetwerk op drie verschillende schaalniveaus (in hun directe woonomgeving, op gemeentelijk niveau, en op regionaal niveau). Daaruit volgt het beeld dat in figuur

. is opgenomen. o’n .

mensen hebben hun reactie gegeven. In

de resultaten vallen ons met name de thema’s op die relatief erg belangrijk worden gevonden, en waarvan de huidige situatie slecht wordt beoordeeld, hier liggen dan ook de grootste opgaven. it betreft de thema’s die geel gearceerd

volgende analyses uitgevoerd: •

Wat vinden inwoners belangrijk? Op basis van enquête-onderzoek.

•

Risicolocaties verkeersveiligheid: wat zijn de meest risicovolle locaties?

•

Veiligheid fietsroutes naar scholen: waar kunnen scholenroutes veiliger?

•

Grijze wegen met dubbelfunctie (wonen en verkeer): wat zijn drukke verkeerswegen met krappe inrichting die door woongebieden gaan?

•

Bebouwde dijken buitengebied: waar is de hinder op bebouwde dijken het grootst en zijn maatregelen het snelste nodig?

•

Overige wegen in buitengebied: waar is de verkeersveiligheid op andere wegen het meest in het geding?

•

Doorstroming autoverkeer: welke knelpunten moeten als eerste aangepakt worden ten aanzien van de doorstroming voor het autoverkeer?

zijn, en deze gaan over de leefbaarheid, verkeersveiligheid, loop- en fietsvoorzieningen en het openbaar vervoer. Figuur B2.1: beoordeling en belang van thema’s volgens inwoners

54

B2.3 Risicolocaties verkeersveiligheid

Gevolgd door gemeentelijke wegen en daarna provinciale wegen. De

Risicogroepen: kinderen, tieners, jongvolwassenen, senioren

ongevallen is niet onderzocht en soms ook niet goed te achterhalen, vaak is er

Risicogroepen wat betreft verkeersveiligheid betreft kinderen en tieners (veel op

sprake van meerdere oorzaken en een noodlottig samenspel van factoren. In

de fiets), jonge mannelijke autobestuurders (beginnend bestuurders), en

diverse gevallen is er bijvoorbeeld ook sprake van te hard rijden, alcohol- en

senioren (fysiek soms minder fit). Dit blijkt deels ook uit de ongevallen-

drugsgebruik, afleiding door telefoongebruik en vermoeidheid. Wel zijn de

statistieken waarin is te zien dat tieners en jongvolwassenen tussen de 15 en 25

wegen in het buitengebied risicovoller omdat bij een fout de weginrichting

oververtegenwoordigd zijn. Deze doelgroepen zijn het vaakst als slachtoffer

minder vergevingsgezind is. Op een smallere dijkwegen staan geregeld ook

betrokken bij ongevallen. Soms zijn dit ongevallen met botsingen met andere

bomen dicht langs de weg waar automobilisten tegenaan kunnen botsen, wat

verkeersdeelnemers, maar het betreft ook geregeld eenzijdige ongevallen (zoals

de afloop van een ongeval ernstig kan verergeren

ongevallen op Rijkswegen betreft de A29. De oorzaak van elk van deze

een fietser die uit balans raakt en valt, of tegen een paaltje fietst, of een automobilist die van de weg raakt en tegen een boom aanrijdt). Senioren lijken

3

op het oog niet uit deze tabel te springen, maar als deze aantallen worden

6

afgezet tegen het aantal senioren en het aantal verplaatsingskilometers dat zij maken, dan kent ook deze groep een hoger veiligheidsrisico.

3

Gemeente Waterschap Provincie Rijk 11

Figuur B2.3: verdeling dodelijke ongevallen naar wegbeheerder (2014-2024)

Figuur B2.2: leeftijd van mensen die als slachtoffer zijn betrokken bij verkeersongevallen (data: ongevallen in Hoeksche Waard, 2014-2024)

Risicolocaties Op basis van data-analyse door bureau VIA waarbij voor ieder wegvak en ieder kruispunt een risicofactor wordt bepaald, is een top 10 van meest onveilige wegvakken en een top 10 van meest onveilige kruispunten samengesteld (zie

Dodelijke ongevallen vaak op 60 km/u-wegen in buitengebied

figuur B2.4). Het veiligheidsrisico van een weg en kruispunt zijn bepaald door

Als we verder inzoomen op de dodelijke verkeersongevallen en waar deze

een combinatie van de ongevallenscore en de snelheidsscore. Daarbij wordt per

optreden, dan vinden deze voor een groot deel plaats op waterschapswegen.

locatie het aantal ongevallen, het aantal ernstig gewonden en aantal doden

Uitvoeringsprogramma mobiliteitsplan Hoeksche Waard - 26 juni 2025

55

meegewogen, naast het aandeel snelheidsoverschrijders en de mate van

middelbare scholen zijn gelegen in Oud-Beijerland, een in Klaaswaal. Vanuit de

snelheidsoverschrijding. De top 10 onveilige locaties willen we met prioriteit

verschillende dorpen moeten kinderen dus dagelijks op de fiets (of een andere

aanpakken, en nemen we daarom op als project voor de korte termijn. In

vervoermiddel) naar school, waarbij hun fietsroute geregeld ook over de dijk- en

diverse gevallen betreft dit ook wegen en kruispunten die in beheer zijn bij het

polderwegen gaan waar (groot en zwaar) gemotoriseerd verkeer rijdt en waar

waterschap, de provincie of Rijkswaterstaat. Daarom agenderen we deze

60 km/u of harder wordt gereden. Daarom zijn hier nadere analyses naar

knelpunten bij de andere overheden om samen te werken om hier maatregelen

gedaan.

te treffen.

Scholierenroutes: waar wordt veel gefietst door scholieren? In figuur B2.5 is een indicatie gegeven van het aantal scholieren per fietsroute. De donkerdere kleuren wijzen op fietsroutes met meer scholieren. Logischerwijs gaan veel routes vanuit de verschillende dorpen richting Oud-Beijerland en soms ook richting laaswaal. anuit ‘s-Gravendeel gaan daarentegen juist ook veel scholieren via de Kiltunnel in Dordrecht naar school.

Figuur B2.4: top 10 onveilige wegvakken en top 10 onveilige kruispunten (op basis van BLIQ-rapportage Verkeersveiligheid Hoeksche Waard, uitgave 2020-2024)

B2.4 Fietsveiligheid scholieren Veel mensen hebben in de participatie aangegeven de veiligheid van schoolgaande kinderen op de fiets extra belangrijk te vinden. Drie van de vier

56

Figuur B2.5: schatting aantal scholieren per route (bron: Provincie Zuid-Holland)

Inrichting en oversteeklocaties per scholierenfietsroute

B2.5 Grijze wegen

Vervolgens is de inrichting van de scholierenfietsroute nader bekeken. Rijden fietsers samen met gemotoriseerd verkeer op dezelfde rijbaan, zijn er

Hinder door verkeer voor aanwonenden ontstaat vaak langs wegen met een

fietsstroken naast de rijbaan of is er een vrijliggend fietspad? Voor de

dubbele functie. Wegen die zowel een netwerk-/verkeersfunctie hebben (en

verkeersveiligheid van fietsers zijn vrijliggende fietspaden doorgaans het meest

waar dus veel verkeer rijdt) als waar aan gewoond wordt. Dergelijke wegen

gewenst. Verder is gekeken naar waar scholieren een drukkere weg over

noemen we grijze wegen. Dit betreft bijvoorbeeld de Centrale as in

moeten steken of een weg waar hard wordt gereden. Dit zijn in potentie

Numansdorp. Van oudsher is dit de in- en uitvalsweg naar het dorp, maar deze

risicovolle locaties vanwege de drukte en snelheid. Daar waar de inrichting van

weg en diens omgeving leent zich echter niet goed om het vele verkeer af te

deze oversteeklocaties niet optimaal is willen we deze met prioriteit aanpakken

wikkelen. Dit leidt lokaal tot veel klachten over de leefbaarheid. Het verkeer

en zijn deze in het korte termijn pakket opgenomen.

zorgt voor geluidshinder en trillinghinder. Vaak is er bij dergelijke wegen tegelijkertijd ook sprake van een mindere verkeersveiligheid, omdat de inrichting van de weg krap is, omdat verkeer (te) hard rijdt, en fietsers hier gemengd of op smalle fietsstroken op de rijbaan fietsen. Deze knelpunten kunnen aangepast worden door ofwel er een veilige 50-weg van te maken (waar vaak niet de ruimte voor is, en vaak geen oplossing is voor de leefbaarheidsopgave), ofwel door de intensiteit en snelheid van het verkeer te verlagen. Daarvoor richten we deze wegen in volgens de GOW30 principes. We hebben geïnventariseerd waar grijze 50-wegen in de Hoeksche Waard voorkomen, en geanalyseerd waar het risico het grootste is. Om de problemen op deze wegen aan te pakken zijn vaak grootschalige herinrichtingen nodig, die veel tijd kosten en erg kostbaar zijn. We willen deze herinrichtingen dan ook zo veel mogelijk combineren door werk-met-werk te maken op de momenten dat er ook groot onderhoud nodig is. Echter, als de veiligheid te veel onder druk staat dan willen we deze straten eerder aanpakken. In figuur B2.7 zijn alle grijze 50-wegen in de Hoeksche Waard ingedeeld naar de intensiteit (hoeveel autoverkeer rijdt er) en is aangegeven hoeveel ongevallen hebben plaatsgevonden. Alle wegen waar meer dan 1 ongeval per 100 meter is

Figuur B2.6: analyse van de inrichting van fietsroutes van middelbare scholieren en potentieel risicovollere oversteeklocaties over autowegen

geregistreerd afgelopen jaren gaan we met prioriteit aanpakken en zijn daarom opgenomen in het korte termijn pakket. Overigens komen uit deze analyse ook diverse wegen waar we al druk mee bezig zijn (Centrale as, Rembrandtstraat).

Uitvoeringsprogramma mobiliteitsplan Hoeksche Waard - 26 juni 2025

57

Figuur B2.7: analyse van grijze 50 km/u-wegen met indeling naar verschillende intensiteitsklassen en het aantal ongevallen dat daar heeft plaats gevonden

58

B2.6 Bebouwde dijken buitengebied e oeksche Waard bestaat uit zo’n

polders, omringd door dijken, waar van

hoofdwegennet opgebouwd middels een vorkstructuur, bestaande uit de N217 als belangrijke drager, vanwaar er verschillende noord-zuidverbindingen zijn van hoofdwegen (Buitenom, Langeweg, N489, N488, N491) naar de dorpen in de

oudsher vaak ook de wegen zijn gelegen en waar aan gewoond wordt. In

zuidrand. Deze wegen zijn goed ingericht om grotere hoeveelheden verkeer af

sommige gebieden zijn in de loop der jaren nieuwe hoofdwegen aangelegd om

te wikkelen. Tegelijkertijd worden niet alle dorpen en verkeersstromen goed

de toenemende aantallen verkeersbewegingen af te wikkelen. Dat is echter niet

bedient door deze vorkstructuur, en rijdt er autoverkeer meer over lagere orde

overal het geval, waardoor er dijkwegen zijn waar relatief veel verkeer rijdt, en

wegen door de polder of over de dijk.

geregeld ook geen herkomst of bestemming heeft aan de dijk zelf of het direct omliggende gebied. Dijkwegen worden soms dus ook door meer doorgaand

Dit zijn vaak 60 km/u wegen in beheer bij het waterschap. Deze wegen zijn

verkeer gebruikt. Dat is gezien de weginrichting en functie van een dijkweg

krapper ingericht, hier staan soms ook dijkwoningen pal aan de weg, en er is

minder wenselijk en kan lokaal voor knelpunten zorgen op het gebied van

hier meer menging van verkeerssoorten (autoverkeer, vrachtverkeer,

verkeersveiligheid en ten aanzien van leefbaarheid voor aanwonenden. In de

landbouwverkeer, fietsers en voetgangers). Deze wegen zijn dan ook niet

participatie zijn de opgaven op de bebouwde dijken veelvuldig benoemd. Bij

geschikt om veel verkeer af te wikkelen. Daarom is in beeld gebracht op welke

dijkbewoners leven veel zorgen over de leefbaarheid en verkeersveiligheid.

van deze wegen bovengemiddeld veel gemotoriseerd verkeer rijdt. Enerzijds kan dat komen doordat hier geen hoofdwegen liggen, anderzijds doordat bij drukte/vertragingen op de hoofdwegen verkeer gaat sluipen.

Figuur B2.8: inventarisatie van de dijkwegen in Hoeksche Waard Analyse dijkwegen met bovengemiddeld veel gemotoriseerd verkeer Reeds in het mobiliteitsplan is een analyse uitgevoerd waar er problemen optreden op de wegen in het buitengebied. In de Hoeksche Waard is het

Figuur B2.9: niet-hoofdwegen in het buitengebied met bovengemiddeld veel gemotoriseerd verkeer

Uitvoeringsprogramma mobiliteitsplan Hoeksche Waard - 26 juni 2025

59

Aanpak middels verkeersluwe gebieden

3.

Stougjesdijk en omgeving

Uit de analyse is een aanpak bedacht in de vorm van verkeersluwe gebieden.

Opgave in dit gebied is allereerst om de verkeersveiligheid van scholieren die

Voorkomen moet worden dat door maatregelen verkeer wordt verplaatst en dat

op de fiets naar Oud-Beijerland en Klaaswaal gaan te verbeteren. Op diverse

er nieuwe knelpunten ontstaan op andere wegen. Er is daarom een

wegen rijden scholieren hier samen met het gemotoriseerde verkeer op

gebiedsgerichte aanpak nodig. Het project Hoeksche Waard Zuidwest – dat nu

dezelfde rijbaan. Op de Stougjesdijk zijn daarvoor soms slechts smalle

al loopt – is een voorbeeld van zo’n gebiedsgerichte aanpak, waarbij samen met

fietsstroken beschikbaar, terwijl de Stougjesdijk ook druk wordt bereden door

lokale belanghebbenden als bewoners en ondernemers naar passende

gemotoriseerd verkeer. Op de Brabersweg, Buijensweg en enkele aansluitende

oplossingen wordt gekeken. Deze aanpak wordt nu ook voor 7 andere gebieden

wegen rijdt er minder gemotoriseerd verkeer, maar is het wegprofiel krapper

voorzien. Voor elk gebied is hierna een nadere beschouwing van de

waardoor het voor fietsers alsnog onveilig en oncomfortabel kan zijn/voelen.

problematiek en de mogelijke eerste stappen beschreven. Doel van de verkeersluwe aanpak is om de verkeersintensiteit op deze wegen te 1.

Hoeksche Waard Zuidwest

verminderen, en de weginrichting te verbeteren zodat de verkeersveiligheid

Dit lopende project heeft in samenspraak met belanghebbenden tot diverse

voor fietsers verbeterd. De intensiteit op de Stougjesdijk is hoog omdat deze als

maatregelen geleidt die gemeente en waterschap gaan treffen. Dit betreft

wegverbinding fungeert tussen Oud-Beijerland en Klaaswaal. Op de Brabersweg

onder meer de aanleg van twee bypasses en het geleiden van vrachtverkeer

en Buijensweg is juist sprake van sluipverkeer door vertragingen op de N217.

over routes buiten de kwetsbare dijken om. Ook worden op de dijken

Aanleg van de randweg Klaaswaal en verbetering van de doorstroming op de

maatregelen getroffen om vrachtverkeer te weren en veilig rijgedrag te

N217 moet verkeer van deze wegen wegtrekken “pull”-effect). Dat effect is

stimuleren.

echter mogelijk nog niet voldoende, en deze projecten duren ook nog even voordat ze zijn gerealiseerd. Daarom zijn ook inrichtingsmaatregelen aan de

2.

Zuidzijde, Zinkweg en omgeving

wegen in het gebied zelf gewenst “push”-effect). Ambitie is om op de

In Zuidzijde is de weginrichting in 2024 aangepast naar 30 km/u, en de Zinkweg

Stougjesdijk een vrijliggend fietspad te realiseren door aanpassing van het

ter hoogte van het buurtschap wordt in 2025 aangepakt. In beide gevallen zijn

wegprofiel, en om bij de N217 een fietstunnel te realiseren zodat fietsers op een

in de weginrichting snelheidsremmende maatregelen genomen om de snelheid

veilige manier ongelijkvloers de drukke provinciale weg veilig kunnen kruisen.

van het verkeer te verminderen, om daarmee lokaal de veiligheid en leefbaarheid te verbeteren. Dit kan er ook aan bijdragen dat deze wegen minder

Op de Brabersweg en Buijensweg kan gedacht worden aan snelheidsremmende

aantrekkelijk worden voor gebiedsvreemd verkeer. De volgende stap is om de

maatregelen als drempels, wegversmallingen en kruispuntplateaus. Dit pakken

situatie na de herinrichting te evalueren en te bepalen of aanvullende

we samen met het waterschap op. Mocht de toenemende drukte op de N217

maatregelen nodig zijn. Daarbij kan gedacht worden aan gedragsmaatregelen,

alsnog leiden tot veel sluipverkeer, met negatieve gevolgen voor de

kleine inrichtingsmaatregelen, en extra snelheidsremmende maatregelen.

verkeersveiligheid van fietsers en de leefbaarheid voor omwonenden, dan zullen

Concreet voorbeeld zijn plateaus, drempels en versmallingen op de 60 km/u-

we ingrijpendere maatregelen moeten overwegen, zoals spitsafsluitingen of

wegen die in beheer zijn bij het waterschap, om over lange afstand de snelheid

selectieve toegang.

uit het verkeer te halen en de route minder aantrekkelijk te maken.

60

op plekken waar dat niet ideaal is. Tijdige bebording om dit aan te geven is 4.

Goidschalxoordsedijk & Dorpsstraat Heinenoord

wenselijk en kan mogelijk nog verbeterd worden.

Deze dijken kennen een krappe inrichting, terwijl hier soms ook enig sluipverkeer rijdt bij vertragingen op de N217 en deze wegen onderdeel zijn van

Verder wordt eerst ingezet op monitoring van de situatie om te beoordelen hoe

de doorfietsroute naar Rotterdam. Er lijkt hier nog geen sprake te zijn van

de verkeersintensiteit en de mate en frequentie van sluipverkeer op de dijk zicht

structureel sluipverkeer. Sluipverkeer treedt met name op bij incidenten zoals

ontwikkeld.

een ongeval op de N217. Door sluipverkeer ervaren aanwonenden en fietsers een toenemende verkeersdruk dat voor verkeersonveiligheid en hinder (geluid,

6.

Molendijk (tussen Puttershoek en ’s-Gravendeel) en omgeving

trillingen) zorgt. Bij toenemende drukte op de N217 neemt het risico op meer

Deze dijkweg vormt een soort secundaire verbinding tussen deze twee dorpen

en vaker sluipverkeer wel toe. Hiervoor gaan we eerst de situatie monitoren en

voor auto- en vrachtverkeer als alternatief voor de N217. Tegelijk is dit ook een

nader beoordelen, om te bepalen waar de grens ligt wat deze dijkwegen nog

fietsroute, en is de dijk op bepaalde delen best krap. Deze dijkweg komt ook

aan kunnen en wanneer ingrijpendere maatregelen wat betreft de

voor in de top 10 van meest onveilige wegvakken in de Hoeksche Waard.

toegankelijkheid voor autoverkeer nodig zijn om de veiligheid en leefbaarheid

Daarom hebben we deze dijk als verkeersluw gebied aangemerkt en met

te borgen. Denkbare maatregelen zijn dan een spitsafsluiting, selectieve

prioriteit opgenomen in het korte termijn pakket. Een nadere afweging is nodig

toegang of algehele afsluiting voor gemotoriseerd verkeer ergens op de

welke maatregelen gewenst zijn om de verkeersveiligheid, leefbaarheid en ook

(sluip)route.

het fietscomfort te verbeteren. Doorgaans kan dat door enerzijds de snelheid van het autoverkeer te verlagen (bv. versmallingen, drempels, plateaus),

5.

Blaaksedijk en omgeving

De Blaaksedijk is in 2021 voor een groot deel opnieuw ingericht. Daarbij zijn

anderzijds door de intensiteit van het autoverkeer te verminderen (bv. afsluiting).

diverse wegversmallingen en plateaus toegepast, ook geldt er een inrijverbod voor vrachtverkeer. Desondanks blijven bewoners hinder ervaren van

7.

sluipverkeer en hardrijdend verkeer. Ook op deze dijk geldt dat bij vertragingen

Door deze buurtschappen rijdt soms behoorlijk wat gemotoriseerd verkeer. De

Mookhoek, Schenkeldijk, Steenplaats

op de N217 verkeer soms gaat sluipen over deze krappere dijk waar ook over

alternatieve route over de N217 en N491 wordt door velen toch als te ver

gefietst wordt en aan gewoond wordt. Dat is zowel personenautoverkeer als

omrijden gezien. Wel behoren de Strijenseweg, Mookhoek en Strijensedijk tot

vrachtverkeer. Daarom zijn in het UVP ook maatregelen voorzien om de

de drukst bereden dijkwegen in de Hoeksche Waard. En ook aan deze dijken

doorstroming op de N217 te verbeteren zodat mensen minder geneigd zijn om

wordt op lange stukken gewoond, en rijden fietsers op de rijbaan. Voor dit

te gaan sluipen. Dit betreft bijvoorbeeld maatregelen aan het kruispunt N217-

gebied willen we onderzoeken middels een pilot wat de effecten en

Vrouwe Huisjesweg en het kruispunt N217-Blaakseweg.

mogelijkheden zijn van het stremmen van de doorgaande verkeersroute door dit gebied. Daarbij moet uiteraard goed bekeken worden hoe alle

Een andere gehoorde klacht is dat vrachtwagenchauffeurs soms pas laat door

bestemmingen in het gebied bereikbaar blijven en hoe landbouwverkeer en

hebben dat ze de Blaaksedijk niet in mogen rijden, en vervolgens moeten keren

mogelijk bepaald bestemmingsverkeer wel doorgang kan blijven houden.

Uitvoeringsprogramma mobiliteitsplan Hoeksche Waard - 26 juni 2025

61

8.

’t Oudeland van Strijen

•

Blaaksedijk

In het Oudeland van Strijen is het waterschap reeds bezig met het verder autovrij maken van de wegen in het gebied, uitgezonderd de Hoekseweg. Ook

In deze gebieden zijn de afgelopen jaren al inrichtingsmaatregelen genomen,

is de gemeente bezig met de aanleg van een vrijliggend fietspad, zodat fietsers

en dus gaan we eerst monitoren en evalueren in welke mate deze al bijdragen

en gemotoriseerd verkeer gescheiden worden.

aan het verminderen van de problematiek. Hieruit zou wel kunnen volgen de

Prioritering verkeersluwe gebieden De aanpak van de verkeersluwe gebieden heeft veelal als doel om zowel de verkeersveiligheid als de leefbaarheid in deze gebieden te verbeteren, doordat

effecten nog onvoldoende zijn, en dat extra maatregelen gewenst zijn.

B2.7 Overige wegen buitengebied

de verkeersintensiteit door het gebied afneemt. Dit draagt ook bij aan minder

Ook buiten de verkeersluwe gebieden zijn er wegen met hogere

autoverkeer op fietsroutes door dit gebied, waardoor ook fietsen aantrekkelijk

veiligheidsrisico’s omdat hier veel verkeer rijdt, of hard wordt gereden of de

wordt. Daarmee bedienen deze maatregelen meerdere doelen. Gezien de

combinatie van alle verkeersdeelnemers niet goed samengaat. Uit deze analyse

opgaven in deze gebieden en de vele klachten vanuit deze gebieden willen we

komen naar voren: Blaakseweg/Romeinseweg, Oud-Cromstrijensedijk Oost- en

hier werk van maken. Wel maken we enig onderscheid in de prioritering in de

Westzijde, Hogeweg, Molendijk (Zuid-Beijerland) en Middelsluissedijk-Oostzijde.

aanpak hiervan gelet op reeds uitgevoerde maatregelen als de urgentie.

De Blaakseweg/Romeinseweg komt in de top 10 risicolocatie voor, deze geven dan ook prioriteit in het UVP. De rest van deze wegen zullen we agenderen bij

Lopende projecten •

Hoeksche Waard Zuidwest

•

’t Oudeland van trijen

het waterschap en zullen middels werk-met-werk opgepakt worden.

Korte termijn •

Stougjesdijk en omgeving

•

Molendijk tussen uttershoek en ’s-Gravendeel

•

Mookhoek, Schenkeldijk, Steenplaats

•

Goidschalxoordsedijk en Dorpsstraat Heinenoord

In deze gebieden zijn de opgaven relatief groot en/of urgent, en daarom prioriteren we deze in de korte termijn. Ook komen in deze gebieden soms top 10 onveilige locaties voor (Stougjesdijk, Molendijk, Dorpsstraat), en zijn er bijvoorbeeld opgaven om fietsroutes van scholieren te verbeteren. Middellange termijn •

62

Zuidzijde & Zinkweg

Figuur B2.10 andere wegen in het buitengebied buiten de verkeersluwe gebieden met een hoger veiligheidsrisico

B2.8 Doorstroming autoverkeer In het wegennet van de Hoeksche Waard zijn de A29 en N217 belangrijke schakels. De A29 heeft een belangrijke functie voor de regionale bereikbaarheid van het eiland, en het verbindt Hoeksche Waard met de omliggende gebieden. De N217 zorgt juist voor de verbindingen hierop van alle dorpen in de noordrand, en verbindt de Hoeksche Waard met Dordrecht. Op deze wegen is de verkeersintensiteit het hoogst. Soms leidt dat ook tot vertragingen. Onder meer op de A29 stroopt het verkeer soms op. We agenderen dit bij het rijk, maar vooralsnog worden hier geen concrete grootschalige aanpassingen voorzien. Daarna is de N217 een belangrijke schakel in het wegennet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15787335/1