122690 bijlage 5 - Laagdrempelige-langdurige-hulp-aan-slachtoffers-van-complex-huiselijk-geweld
Tekst van het document
20
Elke week heeft het kernteam, inclusief de vaste liaisonpartners van de politie, een uitgebreide casuïstiekbespreking van 2,5 a 3 uur, waarin ze een casus kunnen inbrengen. Daarnaast kan tussentijds altijd met collega’s of de gedragswetenschapper overlegd worden over een casus. Dit zorgt ervoor dat ICM’ers het gevoel hebben dat ze de verantwoordelijkheid gezamenlijk dragen met het team. Uit de observaties en interviews bleek dat het kernteam hecht is en zowel serieus gesproken wordt, maar ook veel humor gebruikt wordt. Dit zorgt ervoor dat professionals de heftige casuïstiek kunnen dragen. Binnen Filomena is veel zorg voor elkaar, ook vanuit management naar uitvoerende professionals. Zorg voor elkaar houdt ook in dat tijd wordt gemaakt voor het volgen van trainingen, deskundigheidsbevordering en intervisie. Dit is een periode minder geweest maar nadat ICM’ers aankaartten dat er te weinig zorg was voor elkaar is dit opgepakt. “Werk dat wij doen, waarbij je dagelijks te maken heb met veiligheid binnen de gezinnen en binnen de relaties, heb je ontzettend veel veiligheid nodig binnen je eigen team. Want als er niet is dan heb je op twee vlakken onveiligheid en daar schakelen mensen niet zo goed op.” Naast het kernteam, zijn er vaste netwerkpartners die structureel betrokken zijn.
Naast de twee vaste medewerkers vanuit de politie, zoals hiervoor aangegeven, zijn ook een procesregisseur en vertrouwensarts van Veilig Thuis en de FARR vast partners (zie ook de inleiding). Uit de gesprekken kwam naar voren dat de politie een belangrijke rol vervuld, zowel wat betreft de veiligheidsinschatting als de verbinding tussen Filomena en strafrechtpartners. De politieliaisons kunnen snel schakelen met de politie van het district, of de reclassering. De politieliaisons kunnen op elk moment dat het nodig is in het politiesysteem kijken wat bekend is over direct betrokkenen in een casus, waarbij ze letten op oude en nieuwe geweldsincidenten, of iemand
bekend is met vuurwapens en of geweld is gepleegd richting hulpverleners. Bovendien kunnen ze op de locatie van Filomena uitleg geven aan cliënten over de mogelijkheden, zoals het verschil van het doen van een melding of aangifte. De vaste procesregisseurs vanuit Veilig Thuis wisselen af, en sluiten (telefonisch) aan bij de vaste overleggen. De procesregisseur samen met een ICM’er in gesprek met een binnenloper of gezamenlijk optrekken in een casus. Officieel lag ten tijde van de gesprekken de procesregie bij Veilig Thuis en de uitvoering van het traject bij Filomena, dit leverde echter verwarring op over wie de regie precies had. Momenteel is de afspraak dat Veilig Thuis in principe afsluit op het moment dat de casus door Filomena wordt opgepakt. Via de procesregisseur kan Filomena ook gebruik maken van de faciliteiten van Veilig Thuis, zoals bijvoorbeeld het regelen van een plek in de vrouwenopvang.18 Buiten de overleggen om kan de ICM’er advies vragen aan de procesregisseur, de lijnen zijn kort. De vertrouwensarts en FARR zijn altijd beschikbaar voor Filomena, en worden ingezet op het moment dat hun expertise nodig is. Als de ICM’ers een specifieke medische vraag hebben, bijvoorbeeld om mee te kijken en denken in geval van letsel en eventueel door te verwijzen naar huisarts of ziekenhuis, kan de vertrouwensarts geconsulteerd worden.
De vertrouwensartsen van Veilig Thuis rouleren en kunnen dus allemaal geconsulteerd worden. Tussen de vertrouwensarts en FARR zijn korte lijnen, waarbij de vertrouwensarts de FARR kan betrekken om te sparren of om foto’s te maken bij letsel. Daarnaast kan de ICM’er de FARR ook rechtstreek benaderen om een forensisch onderzoek te laten plaatsvinden en dat wordt altijd teruggekoppeld aan de vertrouwensarts.
18 De verwachting is dat Filomena na de zomer 2024 zelf plaatsingen kan doen, omdat meerdere professionals een training hebben gevolgd om dit te kunnen doen.
21
Het contact met het kernteam van Filomena ervaren deze netwerkpartners als prettig en ze zien de deskundigheid bij Filomena. Door twee netwerkpartners werd aangegeven dat het zoeken blijft naar de manier waarop ze betrokken worden, en invulling geven aan de afgesproken structurele samenwerking. Door te kort aan personeel konden de vertrouwensarts en procesregisseur niet meer structureel aansluiten bij de overleggen van Filomena.19. Daarom is afgesproken om hen te bellen als dit nodig is, maar dit blijkt in de praktijk lastig. De vertrouwensarts en procesregisseur merken dat ze nu minder betrokken worden, omdat ICM’ers er niet aan denken te bellen, maar ook vanwege tekort aan personeel.
3.3.
Meerwaarde en resultaten van Filomena
Eigenlijk alle professionals noemden dat een meerwaarde van Filomena is dat ze de tijd hebben om aan te sluiten bij het tempo van de cliënten; er is geen termijn of een maximaal aantal uur waarbinnen het hulptraject moet zijn afgerond . Hierdoor hebben ICM’ers de tijd om het vertrouwen van cliënt en (ex-)partner te winnen en naast de cliënt te staan. Dit vinden professionals een essentieel element van Filomena: het zorgt ervoor dat cliënten begrip en erkenning voelen. Als er in de toekomst wel tijdsdruk zou komen, verwachten professionals cliënten kwijt te raken omdat de dan de tijd ontbreekt een vertrouwensband op te bouwen. “Soms kunnen we ook vertragen als moeder bijvoorbeeld zegt van het is mij allemaal te veel. Dan ga je bijvoorbeeld een stuk wandelen zonder het ergens over te hebben. Elkaar dan gewoon even zien. Zo volgend kunnen zijn is een groot deel van onze kracht.”
19 Sinds zomer 2024 is een dag per week de procesregisseur vanuit Veilig Thuis weer structureel aanwezig. Ook heeft Filomena nu een eigen vertrouwensarts die bij casuïstiek en de ISO aansluit.
Professionals zijn niet altijd volgend aan het tempo van de cliënt. Als het onveilig is, wordt actie ondernomen, maar altijd in overleg met de cliënt, aldus de ICM’ers. De betrokkenheid van professionals speelt een rol bij deze tijd nemen en aansluiten bij de cliënt. Enkele professionals buiten de kern, maar wel in het vaste team, benoemden de betrokken ICM’ers als meerwaarde. Betrokkenheid en de tijd nemen om te kijken wat er aan de hand is en wat er moet gebeuren zorgt voor (een uitstraling van) rust. “Ze doen heel erg hun best om naast de client te gaan staan. Het goed voor die client te regelen. Daarin ook buiten de lijntjes durven te kleuren. Mogen kleuren ook.” Deze betrokkenheid bleek ook uit de observaties. ICM’ers laten een cliënt niet zomaar los, zijn creatief en hebben de drive om cliënten écht te helpen. Dit heeft echter ook een keerzijde, want het vraagt veel van professionals vanwege de forse (gewelds)problematiek. Daarom is het extra belangrijk dat het een hecht team is met aandacht voor elkaar. Meerdere professionals benoemden dat het een meerwaarde is om verschillende organisaties onder één dak te hebben. Dit zorgt ervoor dat snel gehandeld kan worden, cliënten hun verhaal niet meerdere keren hoeven te vertellen, de lijntjes kort zijn en veel expertise in huis is, zoals strafrechtelijke en medische kennis.
Zo kan direct de politie betrokken worden als dit nodig is en de politie kan altijd een veiligheidscheck doen en in het politiesysteem kijken. En de procesregisseur vanuit Veilig Thuis zit bijvoorbeeld bij de intakegesprekken en kan ook – als dat nodig is – direct een plek regelen bij de vrouwenopvang. Doordat het vaste gezichten zijn en (deels) samen op de locatie zitten, lopen ze ook makkelijk bij elkaar naar binnen om even iets te overleggen of met elkaar te sparren. Ze weten wat ze aan elkaar hebben en weten ook wat ze kunnen aanbieden aan een cliënt en dat ook kunnen waarmaken. Bovendien zorgt dit ervoor dat ze een systemische aanpak kunnen hebben, omdat ze– met alle andere netwerkpartners – zowel slachtoffer als dader perspectief hebben. 22
Deze kennis en expertise zorgt er volgens professionals voor dat als andere hulpverlening is vastgelopen, Filomena voor een doorbraak kan zorgen. Deze slachtoffers zouden anders tussen wal en schip vallen, omdat niemand ze meer wil oppakken. “Meerwaarde zit hem in de korte lijnen. Ik ben van mening dat je deze complexe manier van geweld echt samen moet doen. Door dit te doorbreken moet je echt samenwerken en ook open staan voor elkaar want soms kun je blinde vlekken hebben. Dus belangrijk dat je open staat om van elkaar te leren.” Daarnaast wordt de gastvrouwen als meerwaarde benoemd, omdat die een cliënt elk welkom laat voelen en direct zorgt dat er iemand bij de cliënt is als diegene binnenkomt. Tot slot werd door een ICM’er benoemd dat het hebben van zowel de regiefunctie als gesprekken voeren met het slachtoffer, (ex-) partner en kinderen, van meerwaarde is. “We staan boven de casus, dus meer in de keten, de andere partijen bij elkaar houden in wat goed gaat en minder goed. Maar tegelijker tijd ook in het gezin zijn, zelf de gesprekken voeren. En de ins en outs weten. Die combinatie is heel waardevol.”
3.4.
Uitdagingen voor nu en in de toekomst
Door het kernteam wordt met bepaalde netwerkpartners een structurele samenwerking gemist, vooral met een psychiater, GZ psycholoog voor onder andere traumabehandeling, (forensische) GGZ en verslavingszorg.20 Zo merken professionals dat het lastig is om contact te maken met cliënten waarbij sprake is van psychiatrische problematiek, omdat ze vaak in de weerstand zitten. Ze missen hier een psychiater die mee kan denken. Of bijvoorbeeld als
20 Sinds 2024 is Filomena met Enver en de Waag de pilot ‘Laagdrempelige specialistische zorg bij HGKM’ gestart om de samenwerking met de (forensische) GGZ beter vorm te geven.
traumatherapie nodig is, komt een cliënt nu op een wachtlijst te staan, waardoor het traject stagneert, aldus professionals. Dit zouden ze graag op een andere manier regelen, zodat trauma therapie sneller ingezet kan worden. Bovendien zou Filomena graag willen dat ze rechtstreek iemand kunnen plaatsen bij de vrouwenopvang.21 Dit zorgt er namelijk voor dat het proces langer duurt, zeker bij visieverschil hierover. Door de vaste netwerkpartners wordt vooral aangegeven dat het belangrijk is om te blijven investeren in de samenwerking, zodat de lijnen weer net zo kort worden en ze weer net zo vaak betrokken worden als toen ze structureel aanwezig waren op de locatie. Voorwaarde is dat ze vanuit hun organisatie meer tijd krijgen om (structureel) betrokken te worden bij Filomena. Een andere uitdaging die uit de gesprekken met professionals naar voren komt is meer eenstemmigheid over het delen van informatie en toestemming vragen. Enkele netwerkpartners vragen zich af of goed geborgd is welke informatie gedeeld en opgevraagd kan worden, zoals wat mag de politie in het systeem opzoeken en doorgeven aan de betrokken ICM’er. Filomena heeft hier afgelopen jaar een doorontwikkeling in gemaakt. Ze zijn nu een specifieke afdeling van Veilig Thuis (zie hoofdstuk 1).
Daarnaast blijkt uit de observaties en gesprekken dat verschillend gedacht wordt over wanneer zonder toestemming informatie opgehaald en gedeeld mag worden met netwerkpartners of gesproken mag worden met kinderen. Enerzijds hebben vooral professionals van Filomena het motto “doen wat nodig is” en lijkt veiligheid voorop te staan bij de afweging of toestemming nodig is of niet, terwijl netwerkpartners soms meer vanuit het protocol handelen dat altijd toestemming nodig is van beide partners of gezaghebbende ouders.
21 Ondertussen zijn professionals van Filomena getraind om plaatsingen te kunnen doen, zodat Filomena zonder tussenkomst van Veilig Thuis kan plaatsen. .
23
3.5.
Conclusie
Het inloopspreekuur is vernieuwend en wordt door professionals als meerwaarde ervaren; cliënten lopen binnen op een zelfgekozen moment en vervolgens wordt direct actie ondernomen. Het SOF-7 traject wordt vanwege verschillende redenen ingezet. Meestal is het een uitzoekfase om de (gewelds)situatie goed in kaart te brengen en met elkaar af te stemmen wat (eerst) nodig is. Daarnaast wordt de SOF-7 ingezet bij letsel of als onderzoeksfase. De meerwaarde van de SOF-7 is volgens professionals dat cliënten niet hun verhaal opnieuw hoeven te doen, snel gehandeld kan worden omdat alles op één locatie is en de cliënt de hele dag dezelfde contactpersoon heeft. Tijdens het DMFItraject wordt langdurige ondersteuning gegeven, waarbij ICM’ers niet alleen een regiefunctie hebben, maar ook vanwege de vele gesprekken met cliënt(en) en professionals een goed zicht hebben op het geweld en een belangrijke steun zijn voor de cliënt(en).
Sommige netwerkpartners worden nog gemist, vooral een psychiater, GZ psycholoog en de GGZ. Sinds maart 2024 is Filomena aangesloten bij een pilot die is opgezet vanuit de Waag en Enver om de samenwerking met de (forensische) GGZ beter vorm te geven. Een ander knelpunt dat naar voren is gebracht betreft een visieverschil tussen professionals van Filomena en expertisepartners over wanneer informatie gedeeld mag worden en wanneer zonder toestemming in belang van de veiligheid toch gesproken mag worden met kinderen of netwerkpartners.
Een belangrijk werkzaam element in de ondersteuning aan cliënten is het hebben van tijd om een vertrouwensband op te bouwen met de cliënt en om de geweldsproblematiek goed uit te zoeken door informatie te verzamelen. Daarnaast is de grote betrokkenheid van ICM’ers een werkzaam element. De ICM’ers investeren veel tijd in cliënten en laten pas los als dit in het belang van de cliënt is. Als een vrouw naar de opvang gaat, blijft de ICM’er betrokken, of als een traject bij Filomena niet passend is, vindt een warme overdracht plaats. De verschillende organisaties onder één dak wordt ook als werkzaam element van Filomena door de professionals naar voren gebracht. Hierdoor kan snel gehandeld en met elkaar afgestemd worden, want de lijntjes zijn kort vanwege de vaste gezichten. Door alle kennis en expertise van verschillende netwerkpartners bij elkaar, kan Filomena voor een doorbraak zorgen op het moment dat andere hulpverlening is vastgelopen. Hierdoor krijgen cliënten, die anders vaak tussen wal en schip waren gevallen, toch de juiste hulp en ondersteuning om het geweld te doorbreken. 24
4
Ervaringen van cliënten
In dit hoofdstuk staat het perspectief van cliënten centraal. Wat zijn hun verwachtingen en ervaringen met de geboden hulp door Filomena? We beschrijven eerst de achtergrond van de gesproken cliënten. Vervolgens gaan we in op de ervaringen van de cliënten rondom het eerste contact met Filomena, hulp van Filomena, hulp van samenwerkingspartners en tot slot de resultaten van de hulp en verbeterpunten.
4.1.
Achtergrond geïnterviewde cliënten
Er is gesproken met negen cliënten, waarvan met zes cliënten tweemaal. Deze paragraaf geeft inzicht in de achtergrond kenmerken van deze negen cliënten, het geweld en welzijn, hulpverleningsachtergrond en de huidige situatie van cliënten. 4.1.1.
Algemene achtergrondkenmerken
Alle gesproken cliënten zijn vrouwen, met een leeftijd tussen de 26 en 48 jaar.22 Vier vrouwen komen uit Nederland en de andere vrouwen uit Zuid-Afrika, Zuid-Amerika, China, Hongarije en Aruba. Alle negen vrouwen hadden een gewelddadige relatie met een man. Ten tijde van het eerste interview was de relatie voor alle vrouwen met hun gewelddadige partner al verbroken, en dit is ook zo bij het tweede interview. Eén vrouw had bij het tweede interview een nieuwe relatie en was zwanger. Alle negen vrouwen hebben kinderen, variërend
van één tot vijf kinderen in de leeftijd tussen 2 en 25 jaar, waarbij de meeste kinderen minderjarig waren. Bij 8 vrouwen is de gewelddadige ex-partner ook de biologische vader van de kinderen. 4.1.2. Geweldsproblematiek en welzijn Bij de gesproken vrouwen was ten tijde van de relatie veelal sprake van zowel fysiek als psychisch geweld van de (ex-)partner richting de vrouw. Bij één vrouw was de relatie eerst stabiel, maar begon het geweld toen haar partner drugs begon te gebruiken. Hij kreeg stemmingswisselingen en werd fysiek agressief naar haar toe. Door hulp vanuit Filomena is ze bij hem weggegaan. Nu is er geen contact meer, hij is ook niet de vader van haar kind. De andere acht vrouwen spraken over psychisch geweld; ze werden geïsoleerd van familie en vrienden, uitgescholden, gekleineerd en denigrerend bejegend. Hun partner was erg bepalend, bijvoorbeeld over hoe de vrouw met de kinderen moest omgaan (de opvoeding) en wat de vrouw wel en niet mocht doen, maar ook hoe de kinderen zich moesten gedragen. Meerdere vrouwen vertelden dat ze vaak op eieren liepen en pleasend waren om escalatie te voorkomen. Bij vijf van deze acht vrouwen was ook sprake van fysiek geweld, waarbij ze verwondingen opliepen zoals blauwe plekken, gebroken sleutelbeen of kaak uit de kom. Meestal waren de kinderen getuige van het psychisch en fysieke geweld.
Vier vrouwen spraken ook over rechtstreeks (psychisch) geweld richting de kinderen. “Toen we met onze oudste [kind] voor het eerst thuiskwamen uit het ziekenhuis en hij begon te huilen, zei hij [partner], “niet naar toe gaan, een kind hoort zichzelf in slaap te huilen”, terwijl ik graag naar mijn zoon toe wilde.”
22 Van 3 vrouwen was de leeftijd onbekend. Naar inschatting van de onderzoeker valt de leeftijd van deze vrouwen binnen deze range.
25
Na de relatie ging het geweld bij al deze acht vrouwen door, vooral psychisch; hun ex-partner bleef contact zoeken, veel berichten sturen, uitte dreigementen dat hij de kinderen bij haar weg zou halen, vertelde leugens aan anderen en één vrouw vertelde dat hij haar auto in brand had gestoken. De vrouwen wilden geen contact meer, maar zij moesten contact blijven houden vanwege de omgang tussen vader en de kinderen. Vijf vrouwen23 benoemden dat kinderen eigenlijk geen contact wilden met vader en het geweld doorging; de kinderen voelden zich niet ontspannen, moesten continu rekening houden met hem houden, kregen geen eten of werden geslagen. Ook hadden de kinderen allerlei klachten, zoals geen concentratie hebben, niet kunnen slapen, paniekaanvallen of juist woedeaanvallen en heel explosief en agressief gedrag.
De kwaliteit van leven is laag voor deze vrouwen. Dit komt ook uit het dossieronderzoek naar voren.24 Cliënten scoorden gemiddeld een 7 op hun kwaliteit van leven, met een range van 1 tot en met 17. Vergeleken met een referentiegroep onder de Nederlandse bevolking is dit zeer laag, daar was het gemiddelde namelijk 16 met een range van 8 tot en met 21 (Krugten et al., 202125). Voor hun psychisch welzijn scoorden cliënten gemiddeld een 4, met een range van 1 tot en met 8. Bijna drie kwart van de cliënten gaf een onvoldoende (5 of lager) voor hun psychisch welzijn. Vergeleken met de referentiegroep is ook dit zeer laag, daar was het gemiddelde een 8 met een range van 2 tot en met 10 (Krugten et al., 2021).
De verhalen laten zien dat bij deze acht vrouwen sprake was van een patroon van dwang en controle vanuit de partner naar de vrouw. De (ex-)partner beperkt haar vrijheid, isoleert haar en gebruikt vaak ook ernstig fysiek geweld.
Voor de aanmelding bij Filomena hadden de vrouwen al met twee tot en met zeven netwerkpartners contact (gehad). Het ging om Veilig Thuis (n=6), de politie (n=5), de Jeugdbescherming (n=5), huisarts (n=4), consultatiebureau of school (n=3), het wijkteam (n=1), geestelijke gezondheidszorg voor moeder (n=3), kinderen (n=1) of partner (n=2), juridische ondersteuning (n=4) of ander soort hulp (n=4). Bij meerdere vrouwen werd de politie gebeld na een geweldincident en dit was vaak het startpunt van hulpverlening. Politie schakelde Veilig Thuis in en via deze weg raakte de Jeugdbescherming en de Raad van de Kinderbescherming betrokken. Enkele vrouwen zochten in dezelfde periode hulp voor de kinderen omdat er grote zorgen waren. Ook zochten enkele vrouwen hulp voor zichzelf via bijvoorbeeld de huisarts, om meer greep op de situatie te krijgen of om over hun zorgen te spreken. Soms zochten vrouwen hulp omdat hun ex-partner vond dat het probleem bij de vrouw lag en hij erop aandrong dat ze daarvoor hulp zocht.
Meerdere vrouwen vertelden dat ze achteraf gezien zichzelf kwijt waren geraakt tijdens de relatie en psychisch gebroken waren. Dit proces verliep zo geleidelijk dat ze pas achteraf beseften wat er was gebeurd. Tijdens de relatie zaten vrouwen vooral in een overlevingsmodus. Enkele vrouwen gaven aan dat ze last kregen van fysieke klachten, zoals darm- of slaapproblemen. Vooral nadat ze weg waren bij hun partner kwamen gevoelens als verdriet en angst voor wat hun ex-partner zou gaan doen, naar boven. Sommige vrouwen spraken wel over een gevoel van opluchting en vrijheid toen zij waren weggegaan bij hun partner; niet meer bang hoeven zijn om iets verkeerds te doen of te kopen. Echter maakten alle vrouwen zich (en nog steeds) zorgen over de kinderen, die nog steeds naar hun vader moesten terwijl ze dat niet wilden, zoals hiervoor beschreven.
23 Bij de andere drie vrouwen waren de kinderen of nog heel jong (n=2) of was het kind uit huis geplaatst (n=1).
4.1.3.
Hulpverleningsachtergrond cliënten
24 In 83 dossiers stond een cijfer voor kwaliteit van leven (range 0 tm 21) en in 91 dossier voor psychisch welzijn (range 0 tm 10). 25 van Krugten, F.C.W., Busschbach, J.J.V., Versteegh, M.M., Hakkaart-van Roijen, L, & Brouwer, W.B.F. (2021). The Mental Health Quality of Life Questionnaire (MHQoL): development and first psychometric evaluation of a new measure to assess quality of life in people with mental health problems. Quality of Life Research (31), 633–643.
26
4.2.
Kennismaking Filomena
In deze paragraaf beschrijven we hoe de vrouwen bij Filomena terecht zijn gekomen, hoe ze het eerste contact met Filomena ervaren hebben en wat hun wensen en behoeftes waren toen ze bij Filomena kwamen. 4.2.1. Eerste contact met Filomena Volgens acht vrouwen kwamen ze bij Filomena via Veilig Thuis, de RvdK of een andere hulporganisatie waar ze al hulp van kregen, en één vrouw is via het inloopspreekuur binnengekomen. De aanleiding van aanmelding vanuit een hulporganisatie is doorgaans dat de desbetreffende organisatie geen specialistische hulp rondom ernstig en complex huiselijk geweld kon bieden of de situatie te complex werd en hulpverlening vastliep. Degene via Veilig Thuis of de RvdK zijn aangemeld bij Filomena. Bij de andere was bij een enkele vrouw sprake van een warme overdracht, maar anderen zijn alleen geattendeerd op Filomena en hebben zelf de stap gezet om naar Filomena te gaan. Deze vrouwen namen doorgaans eerst telefonisch contact op met Filomena. De gastvrouw speelt hier een belangrijk rol, omdat die het eerste contact heeft met de cliënten. “Ik heb gebeld en ik heb opgehangen, want ik durfde niet. Ik ben teruggebeld en iemand zei “u heeft gebeld kan ik u helpen?” En ik zei “shit ik had anoniem moeten bellen”. Ze zei “dat geeft niet we herkennen dit, kom eens langs”.
Toen heb ik een afspraak gemaakt.” De vrouwen zijn allemaal bij Filomena gekomen toen ze nog in het oude gebouw zaten.26 Vrouwen meldden zich aan bij de balie van de GGD en wachtten in de gemeenschappelijke wachtruimte tot de gastvrouw hen kwam halen. Het contact met de gastvrouw vinden de vrouwen erg prettig, ze krijgen koffie en
worden op hun gemakt gesteld. Ook legt de gastvrouw uit met wie de vrouw daarna gaat spreken en hoe dat precies in zijn werk gaat. Deze duidelijkheid zorgt bij cliënten voor geruststelling. “De gastvrouw was heel warm en had begrip. Ze bleef bij mij tot de casemanager erbij kwam. Ik denk dat dat ook heel goed is geweest, want ik was misschien wel weggelopen. Het is echt dood- en doodeng.” Daarna gingen de vrouwen in gesprek met een ICM’er. Dit vond plaats in een rustige kamer. Hier konden de vrouwen hun verhaal volledig vertellen. De vrouwen ervaarden Filomena als een plek waar ze, soms voor het eerst, echt hun verhaal konden doen en ook begrepen werden. De meeste vrouwen waren positief over het eerste contact met Filomena. Het zorgde voor opluchting, het gevoel dat ze gehoord en gesteund werden en ze durfden dingen te vertellen die ze nooit eerder hadden verteld. “Het eerste gesprek was bizar mooi. Het was voor het eerst dat iemand echt luisterde naar mij, en zei: ‘wat is dit erg, dit kan niet’. Je twijfelt aan jezelf, want in je relatie wordt altijd getwijfeld aan jou. Als je dan opeens die bevestiging krijgt, dan word je gesteund in wat je al jaren voelt en al jaren zegt.” Enkele vrouwen waren minder tevreden over het eerste gesprek.
Deze vrouwen benoemden dat dit vooral kwam doordat ze hun verhaal opnieuw moesten vertellen en dezelfde vragen kregen als bij eerdere hulpverlening. Ze hadden liever gehad dat Filomena het dossier van eerdere organisaties had kunnen inzien.
26 Sinds mei 2024 zit Filomena in een nieuwe gebouw, waarbij cliënten direct naar de wachtruimte van Filomena gaan..
27
4.2.2. Verwachtingen en wensen
4.3.1.
Geen van de vrouwen was bekend met Filomena en de verwachtingen liepen uiteen van geen verwachtingen en vooral nieuwsgierigheid naar de ondersteuningsmogelijkheden die Filomena kon bieden tot angst en twijfels hebben over de betrouwbaarheid van de Filomena. Zo was een vrouw vooral bang dat haar kinderen uit huis werden geplaatst zouden worden of dat ze als een slechte moeder zou worden gezien. Dit maakte de stap spannend. Direct tijdens het eerste gesprek realiseerde ze dat haar angst ongegrond was, omdat ze haar verhaal kon vertellen en naar haar geluisterd werd, wat haar vertrouwen gaf en ze zich open durfde te stellen.
De aanleiding om naar Filomena te gaan was vaak een crisissituatie: hun situatie had een kritiek punt bereikt. Vrouwen hadden het overzicht niet meer en wisten niet meer hoe ze greep op hun leven moesten houden. Op het moment dat vrouwen bij Filomena kwamen, kregen ze een vaste ICM’er. Deze vaste ICM’er nam de regie (over). Dit zorgde voor een grote mate van opluchting: de vrouwen voelden zich gesteund. De regie overnemen betekende dat de ICM’er van alles ging regelen, van praktische dingen zoals helpen bij het verhuizen, het aanvragen van een visum of ervoor zorgen dat de politie betrokken werd in de bescherming door een ‘afspraak op locatie’ (AOL). Ook werd contact met betrokken netwerkpartners gezocht of geregeld. Dit betekende echter niet dat vrouwen buiten het proces werden gehouden. De meeste vrouwen benoemden dat ze betrokken werden bij de keuzes die de ICM’er maakte en dat hun mening daarin belangrijk was. Hierdoor voelden ze zich gehoord en gerespecteerd.
Wat betreft wensen rondom de ondersteuning zijn de vrouwen eenduidig. Zij hoopten op begrip en ondersteuning. Vrouwen hadden de behoefte om gehoord te worden, zonder dat de situatie direct beoordeeld wordt. Deze ervaring hadden ze niet gehad bij eerdere hulporganisaties. “Ik hoopte dat ik contact met iemand kon krijgen die mij kon uitleggen wat er nou precies aan de hand was. Iemand die naast mij zou staan.”
4.3.
Ervaren hulp van Filomena
In de paragraaf gaan we in op de hulp die de vrouwen van Filomena kregen en hoe zij die ervaarden, net als de hulp aan de ex-partner27 en kinderen. Daarna beschrijven we wat vrouwen vonden van de samenwerking tussen Filomena en netwerkpartners, en tot slot hoe de afsluiting van hulp werd ervaren.
Hulp aan de vrouw
“Mijn casemanager was fantastisch, heel liefdevol, doortastend… en dat heb je nodig, je hebt iemand nodig die zegt; ik ga nu voor jou staan. Nu is het klaar, jij gaat de rust in, voor je kinderen zorgen, jij gaat bijkomen, wat heb je nodig? Ik ga het voor je regelen.” “Ze neemt je gewoon mee in alles wat ze gaat doen. Ze vraagt vind je dat goed? Dat vind ik wel belangrijk van hulpverlening. Dat je mening gewoon telt.” Enkele vrouwen hadden soms het gevoel dat ze een bepaalde richting ingeduwd werden, zoals het doen van aangifte, of dat niet haar tempo werd gevolgd, en dit vonden ze vervelend (of ze voelden zich daardoor onder druk gezet).
27 In huidige onderzoek lag de focus voornamelijk op partnergeweld in de gesprekken met professionals en cliënten en niet op het kleine aandeel casussen waar ander geweld speelt. Daarom spreken we over (ex-)partner.
28
“Het enige wat ik niet leuk aan hem vond was dat hij eiste dingen die ik moest doen, je moet in therapie, je moet naar psycholoog, denk eens over na. Ik zei steeds: ik wil niet, want ik heb dat al gehad. Maar hij bleef het elke keer herhalen, herhalen en herhalen. Ik vond het niet prettig.” Daarnaast misten enkele vrouwen soms het krijgen van een terugkoppeling, waardoor ze het gevoel hadden dat er niks gebeurde en geen controle hadden over de situatie. Vrouwen geven aan dat ze met hun vaste ICM’er een vertrouwensband opbouwden. Deze vertrouwensband ontstond bij sommige vrouwen snel, omdat ze tijdens de gesprekken met de ICM’er voor het eerst ervaarden dat ze begrepen werden en het gevoel hadden dat er iemand achter hen stond. Bij andere vrouwen duurde het langer voordat een vertrouwensband ontstond. Gezien deze vertrouwensband, vonden vrouwen het lastig en vervelend als ze moesten wisselen van ICM’er. Daarnaast ondersteunde Filomena enkele vrouwen die in juridische procedures verwikkeld waren, meestal betrof dit een familierechtelijke procedure over het bepalen van een omgangsregeling. Filomena ondersteunde cliënten met name in de aanloop naar de zitting. Dit vonden cliënten prettig en ze vertrouwden Filomena. Gedurende de zitting zelf, voelden cliënten zich echter vaak in de steek gelaten.
Dit kwam bijvoorbeeld omdat Filomena geen informatie kon leveren of Filomena geen kant mocht kiezen, terwijl vrouwen hoopten dat Filomena bewijsstukken zou aanleveren of als getuige zou optreden tijdens de zitting.
4.3.2. Hulp aan (ex-)partner Filomena beoogt ondersteuning te bieden aan het gehele systeem, inclusief de (ex)partner. Alle vrouwen gaven aan dat Filomena contact had gezocht met hun ex-partner, maar 3 ex-partners wilde geen contact. Bij de andere zes vrouwen had Filomena wel contact met de (ex-)partner. De vorm van de ondersteuning aan de (ex)partner en de manier waarop systeemgericht gewerkt wordt, verschilde per casus. Een aantal vrouwen benoemden dat Filomena het contact met de ex-partner onderhield, bijvoorbeeld over de kinderen, en dat zij zelf geen contact meer had met de ex-partner. Dit werd door vrouwen als prettig ervaren, omdat hierdoor wel omgang plaats kon vinden tussen vader en de kinderen, maar ze zelf geen contact hoefde te hebben met haar ex-partner. “Mijn ICM’er heeft contact met mijn ex, ik niet. Ze is de ultieme mediator. Ondanks dat ik nu weinig contact heb met mijn ICM’er blijft ze contactpersoon voor de familie van mijn ex. Mijn ex en zijn familie hebben mijn gegevens niet, maar mocht er wat gebeuren dan kunnen we via mijn ICM’er wel contact opnemen.” Enkele vrouwen gaven aan dat het nu onduidelijk voor hen was of de ICM’er nog contact had met hun ex-partner en hoe dit contact eruit zag. Deze vrouwen wilden vaak geen contact met de ex-partner en zo min mogelijk over hem weten.
“Toen heb ik ook aan mijn ICM’er gevraagd om zo min mogelijk over mij te praten met hem, en andersom ook. Ik wil me bezig houden met de kinderen, wat kunnen we daar voor oplossingen bedenken?”
“Bij de rechtszaak waren twee mensen van Filomena, maar zij zeiden in de gang tegen mij: ‘we vinden het heel vervelend om dit tegen je te zeggen, maar wij mogen hier geen kant kiezen, dus wij gaan niks inhoudelijk toevoegen’. Toen voelde ik alle moed in mijn schoenen zakken.”
29
In ieder geval vier vrouwen gaven aan dat haar ICM’er ook contact onderhield met haar ex-partner, waarbij soms later in het traject alsnog een tweede ICM’er werd ingezet voor de ex-partner. Een tweede ICM’er werd gezocht als gemerkt werd dat het niet goed werkte om één ICM’er op de casus te hebben. Een van de vrouwen gaf aan dat niet een andere ICM’er op de casus werd gezet, maar wel een mannelijke deskundige die een maatje was voor haar ex-partner. Vrouwen die dezelfde ICM’er als hun ex-partner hadden, vonden dit vaak lastig omdat ze niet wisten aan ‘wiens kant’ de ICM’er stond, waardoor ze het lastiger vonden om de ICM’er te vertrouwen. Als vrouw en ex-partner beide een ICM’er hadden, speelde deze kwestie van partijdigheid in mindere mate en voelden beide partners zich beter gehoord. “Mijn contactpersoon is bij mij, maar ook bij mijn ex langs geweest en toen zeiden ze ook dat hij de vader is en hij het beste wil voor iedereen, maar dat kwam helemaal niet overeen met zijn daden. Het voelde een beetje alsof zij zijn kant had gekozen.”
“De kinderen vonden dat erg fijn, maar ook spannend natuurlijk. Eerst wilden ze niet praten, ze hadden al zoveel organisaties gesproken en het vertrouwen compleet verloren; ze luisteren toch niet, dus waarom zou Filomena dan wél naar ons luisteren? Uiteindelijk heeft de gedragswetenschapper het vertrouwen van de meiden zo erg gewonnen dat ze zijn gaan praten.” Wat vrouwen lastig vonden was dat kinderen op een wachtlijst kwamen als meer hulp nodig was, zoals traumatherapie. Ze zagen de problemen bij hun kind verergeren, en voelden zich machteloos. Wel wordt door Filomena gezocht naar tijdelijke ondersteuningsmogelijkheden, zoals de training ‘let op de kleintjes’.28 Dit maakt de periode van wachten draaglijker. Vrouwen waarderen het dat er tijdens de wachttijden naar alternatieven gezocht wordt. Dit geeft hen het gevoel dat ze serieus genomen worden. “Voor mijn kinderen is het erg ingewikkeld, omdat er nog steeds hele nare dingen gebeuren. Mijn zoontje heeft gezegd dat hij dood wil. Als ik zorgmelding doe bij JB word ik niet serieus genomen. Filomena ziet dit, maar ze kunnen hierin ook niks. Ik had gehoopt dat ze ook mijn zoontje zouden kunnen helpen.”
4.3.3. Hulp aan kinderen Vrouwen vertelden wisselende verhalen over de hulp aan kinderen vanuit Filomena. Bij zes vrouwen is gesproken met de kinderen. Deze vrouwen waren tevreden over de ondersteuning aan hun kinderen en hadden het gevoel dat Filomena echt naar het belang van de kinderen keek en daarvoor op kwam. Zowel de ICM’er had contact met de kinderen maar bijvoorbeeld ook de gedragswetenschapper. Vrouwen vertelden dat kinderen het spannend vonden, maar uiteindelijk heel fijn om in gesprek te gaan. Filomena wist langzaam het vertrouwen van de kinderen te winnen en kinderen voelden zich serieus genomen.
4.3.4. Contact met betrokken netwerkpartners Bij alle vrouwen nam Filomena contact op met netwerkpartners en bespreekt met hen of ze betrokken blijven of dat Filomena de hulp overneemt. Op het moment dat Filomena betrokken raakt, blijkt uit de gesprekken met de vrouwen dat het aantal betrokken netwerkpartners vermindert. Dit laat zien dat Filomena deels de ondersteuning overneemt. Als sprake was van een jeugdbeschermingsmaatregel bleef de gecertificeerde instelling wel betrokken (n=4). Daarnaast werd nieuwe passende hulp gezocht door de ICM’er. Bij zes vrouwen
28 Dit is een training voor kinderen van 6 t/m 12 jaar die te maken hebben gehad met ruzie en geweld thuis. Tijdens de wekelijkse groepsbijeenkomst leren de kinderen hun gevoelens en ervaringen te delen, doen oefeningen voor meer zelfvertrouwen en werken met ouders aan een fijne en veilige toekomst samen.
30
voor haarzelf, kinderen en/of (ex-)partner werd hulp door andere organisaties (zoals traumatherapie, systeemtherapie of opvoedhulp) ingezet door Filomena. Bij enkele vrouwen werd juridische hulp ingeschakeld of een organisatie om omgang te begeleiden. Ook zorgde Filomena ervoor dat bescherming geboden werd, door een AWARE-knop of AOL (n=3) of vrouwenopvang (n=2). Volgens de vrouwen ondernam Filomena snel actie als dat nodig was, bijvoorbeeld om een AWARE, AOL of NICHD-interview voor de kinderen te regelen. Ook vonden vrouwen het prettig dat Filomena het contact met netwerkpartners overnam, zodat de vrouw niet meer al het contact hoefde te doen. Dat zorgde voor rust. “Ik merk verschil met Filomena en andere organisaties in zo’n situatie, ze kunnen snel schakelen. In dat opzicht qua politie… ze hebben voor mij heel snel een AOL op mijn naam gezet, dat wordt heel snel geregeld, fantastisch.” Vrouwen vonden het soms ook lastig als er meerdere instanties waren betrokken. Vooral als het ging om de inschatting van de onveiligheid in relatie tot omgang bleken Filomena en andere netwerkpartners die mandaat hebben soms een andere visie te hebben. Twee vrouwen hadden het gevoel dat Filomena buitenspel werd gezet door de andere netwerkpartner en het rechtssysteem, in plaats van dat Filomena gezien werd als organisatie met kennis en expertise op deze problematiek.
Dit zorgde voor een gevoel machteloosheid bij vrouwen. Toch bleven zich wel gesteund voelen vanuit Filomena, omdat Filomena erkenning gaf voor de situatie. “Het voelt eenzaam, omdat je je eigenlijk erbij neer moet gaan leggen terwijl je niet accepteert wat er gebeurt. We hebben uiteindelijk gekozen om niet in hoger beroep te gaan tegen de omgangsregeling, omdat het systeem zo tegen ons is.”
Doorverwijzen naar andere hulp Twee vrouwen volgde (sinds kort) traumatherapie dat door Filomena was ingezet ten tijde van het (laatste) interview en beide voelde dat het beter ging en ze meer rust hadden. Twee vrouwen gaven aan dat ze graag traumatherapie wilden volgen om hun ervaringen te verwerken, maar hiervoor nog op de wachtlijst stonden. Ze vonden het lastig dat ze niet direct therapie konden krijgen; ze hadden gehoopt dat ze via Filomena direct therapie konden volgen. Met beide vrouwen gaat het wel beter, bijvoorbeeld doordat ze via zelfstudie meer inzicht hebben gekregen. Een van de vrouwen heeft nu geen behoefte meer aan therapie. “Ik heb zoiets van ik denk wat ik van hun nodig had inmiddels zelf wel heb gedaan, maar ik ben toch bereid om te kijken wat ik er uit kan halen en kijken of ik er nog iets van kan leren.” Meerdere vrouwen gaven aan dat Filomena probeerde om zoveel mogelijk te zoeken naar tijdelijke ondersteuningsvormen. Zo werd een catwalk georganiseerd voor vrouwen die hulp kregen bij Filomena. Bij deze catwalk konden vrouwen hun verhaal met elkaar delen, wat ze heel fijn vonden. “Je ziet dat je niet de enige bent. het was heel fijn. Ik had dit echt nodig, dat iedereen ook alles kon vertellen en uiten.
Waar ik bang voor was? Wat ik heb meegemaakt? Maar ook waar ik zeker van ben en wat mijn kracht is.” Daarnaast zijn twee vrouwen geplaatst bij de vrouwenopvang toen ze bij Filomena kwamen. Ze vonden het fijn dat Filomena dit in gang zette en hierin de regie pakte. Daarbij gaf Filomena ook praktische ondersteuning, zoals het helpen met het verhuizen van spullen of het regelen van een auto. Dat was voor hen heel waardevol. Gedurende de periode dat ze bij de vrouwenopvang verbleven, bleef de ICM’er van Filomena ook betrokken. Het was één van de vrouwen niet altijd duidelijk wat de verhouding tussen Filomena en de vrouwenopvang was en wie de regie had. 31
“Tijdens de periode bij de vrouwenopvang kwam mijn ICM’er eens in de twee maanden langs. De rollen van Filomena en vrouwenopvang waren voor mij onduidelijk. Filomena was er vooral om de ‘ex-situatie’ te regelen en ging bijvoorbeeld mee om dingen bij de politie te regelen, terwijl de vrouwenopvang alleen een adres van het politiebureau gaf.” 4.3.5. Afsluiting van de hulp De afronding van de hulp van Filomena verloopt vaak geleidelijk. Vrouwen gaven aan dat er geen duidelijk afsluitmoment is geweest, maar doordat de geweldssituatie in rustiger vaarwater komt en het beter met hen gaat, nam het contact met Filomena langzaam af. De meeste vrouwen gaven aan dat ze weten dat ze nog contact met hun ICM’er kunnen zoeken als ze daar behoefte aan hebben of als hun situatie veranderd en de stress toeneemt. Een aantal vrouwen had ook af en toe nog contact met de ICM’er, bijvoorbeeld om ergens over te sparren met de ICM’er. Ze vinden het fijn dat de mogelijkheid om contact te zoeken open blijft en dat ze zich hierdoor mentaal gesteund blijven voelen omdat Filomena op de achtergrond betrokken blijft. “Ik heb gesproken met degene van Filomena dat ik het hier eigenlijk een beetje afsluit om verder te gaan, maar als ik advies nodig heb dan kan ik haar gewoon bellen.
Dat vind ik fijn.” Aan de andere kant zorgt het gebrek aan een afsluitmoment ook voor onduidelijkheid, omdat vrouwen bijvoorbeeld niet weten of er nog contact ‘moet’ zijn met Filomena of welke ondersteuning ze precies kunnen krijgen van welke organisatie. Filomena voerde de regie, onderhield het contact met netwerkpartners en was een vast gezicht voor de vrouw waar ze een vertrouwensband mee had. Dit vaste gezicht valt weg en de vrouw moet het contact met alle betrokkenen weer zelf gaan doen, terwijl ze liever een vast contactpersoon hebben. De verschuiving van verantwoordelijkheid werd door enkele vrouwen als verwarrend en onprettig ervaren.
“Filomena blijft niet. Mijn wijkteam zegt dat ik zelfstandig dingen kan regelen, dus ik krijg geen vast contactpersoon. Als ik iets nodig heb, kan ik een algemeen nummer bellen. Het is ingewikkeld, er zijn veel mensen betrokken maar niemand heel erg.” Drie vrouwen benoemden ook dat het volgens hen geen gezamenlijk besluit is geweest dat Filomena zou afsluiten, maar dit vanuit Filomena werd besloten. Twee vrouwen werden overgedragen naar het wijkteam, al is het voor de vrouwen nog niet duidelijk welke rol het wijkteam precies oppakt. De andere vrouw gaf aan dat Filomena zich heeft teruggetrokken, omdat de situatie te complex werd en Filomena het gevoel had ze voor verdere escalatie zorgde. Dit zorgde bij deze vrouw voor een gevoel van machteloosheid en dat ze er weer alleen voor staat.
4.4. Resultaten en verbeterpunten 4.4.1. Resultaten Als we kijken naar de situatie van vrouwen en hun kinderen voordat ze bij Filomena kwamen en wat de hulp van Filomena heeft opgeleverd, gaven de meeste vrouwen aan dat de hulp van Filomena echt wat heeft opgeleverd. De meeste vrouwen benoemden dat ze na de betrokkenheid vanuit Filomena meer rust ervaarden in hun leven, doordat Filomena de regie nam en zorg droeg voor de praktische ondersteuning en juridische regeldingen. Daarnaast voelden vrouwen zich écht gesteund en gehoord, werd er eindelijk naar ze geluisterd waardoor ze ervaarden dat ze er niet meer alleen voor stonden. Door de gesprekken met de ICM’ers kregen vrouwen het besef dat het geen gezonde situatie was waarin ze hadden gezeten en dat er echt iets moest veranderen. Vrouwen gaven aan dat het nu beter met ze gaat dan toen ze net bij Filomena kwamen; ze hebben hun leven (groten)deels weer op orde, voelen zich beter en durven weer dingen te ondernemen. Aan de andere kant gaven 32
meerdere vrouwen aan dat hun ex-partner onvoorspelbaar blijft en ze niet weten wat hij in de toekomst zal doen. Van de zes vrouwen die we tweemaal hebben gesproken, gaven twee vrouwen aan dat het echt goed gaat met ze, maar zij hebben ook geen contact meer met hun gewelddadige ex-partner, ook de kinderen hebben geen contact met hem (bij één ging het ook niet om de vader). De andere vier vrouwen merkten nog steeds de invloed van hun ex-partner, vanwege het contact (vaak per mail of telefoon) dat er moet zijn rondom de kinderen. Ook merkten deze vrouwen dat het nog steeds niet goed gaat met de kinderen, wat hen een machteloos gevoel geeft. 4.4.2. Verbeterpunten De vrouwen brachten een aantal verbeterpunten voor Filomena naar voren, wat betreft de wisselingen van ICM’ers, hulp aan kinderen en de positionering en mandaat van Filomena. De wisseling van ICM’ers wordt door vrouwen als vervelend ervaren op het moment dat het niet een wens van de vrouw zelf was. Wisselingen waren bijvoorbeeld noodzakelijk vanwege persoonlijke omstandigheden van de ICM’er of personele wisselingen bij Filomena. Vrouwen vonden dit niet prettig; ze hadden doorgaans een fijne vertrouwensband opgebouwd met hun ICM’er en dit moest opnieuw opgebouwd worden met een nieuwe ICM’er.
Als het niet anders kan dan te wisselen van ICM’er, vinden vrouwen het belangrijk dat een goede overdracht is naar de ICM’er en de nieuwe ICM’er bekend is met de situatie, zodat vrouwen niet opnieuw hun verhaal hoeven te vertellen. “Ik zag er tegen op. Ik had mijn hele verhaal, alles blootgelegd en dan moet je dat weer opnieuw gaan doen. Dat was iets dat mij heel erg tegenstond. Ik had de power en kracht er niet voor.”
Daarnaast gaat het nog steeds niet goed met de kinderen, en hadden de vrouwen gehoopt dat (eerder) hulp ingezet had kunnen worden. Dit heeft bij een deel van de vrouwen ook te maken met het weigeren van de vader om toestemming te verlenen voor hulp aan de kinderen. Daarom moest vervangende toestemming worden geregeld waardoor het proces werd vertraagd. Vrouwen vinden het onrechtvaardig dat een vader die geweld pleegt toestemming voor hulp aan het kind kan weigeren. Dat hulp lang op zich laat wachten heeft ook te maken met wachtlijsten waar kinderen op komen te staan. Dit geldt ook voor de vrouwen zelf als ze bijvoorbeeld traumatherapie nodig hebben. Tot slot wordt de positionering en mandaat van Filomena op verschillende vlakken benoemd als punt wat vrouwen lastig vonden. Enerzijds gaat dit over de rol die Filomena kan of wil pakken in juridische procedures; welke informatie kunnen ze leveren in een rechtszaak, en kunnen ze hierbij achter de vrouw gaan staan of zijn ze meervoudig partijdig. Ook is het voor vrouwen soms onduidelijk naar welke netwerkpartners ze moeten luisteren als het bijvoorbeeld gaat over omgang tussen vader en kinderen; Filomena heeft hier soms een andere visie dan een netwerkpartner. En als vrouwen naar de vrouwenopvang gaan, blijft Filomena betrokken, maar is de rol van Filomena ten opzichte van die van de vrouwenopvang soms onduidelijk.
Dit laat het belang zien om duidelijke afspraken met netwerkpartners te maken welke rol en positionering Filomena heeft, en naar de cliënten van Filomena ook duidelijk te benoemen wat ze wel kunnen doen maar ook wat Filomena niet voor hen kan betekenen.
4.5.
Conclusie
Voornamelijk vrouwen waarbij sprake is van ernstig psychisch geweld, controle en dwang, vaak in combinatie met fysiek geweld, komen bij Filomena. Het lijkt erop dat deze groep vrouwen slachtoffer is van intiem terreur. Op het moment dat ze bij Filomena aankloppen gaat het slecht met hen. Vaak zijn al meerdere hulpinstanties betrokken geweest, wat niet geleidt heeft tot afname van het 33
geweld en verbetering van de situatie. Bij Filomena ervaren de vrouwen dat echt geluisterd wordt, ze – vaak voor het eerst – begrepen worden en ze daadwerkelijk gesteund en geholpen worden. Filomena weet de situatie goed in te schatten, de contacten met netwerkpartners te leggen en te zorgen voor meer rust. De vrouwen voelen zich betrokken bij de beslissingen die worden genomen en ondersteund in de activiteiten die zij moeten ondernemen. Deze manier van casusregie pakken is ondersteunend aan de behoefte van de vrouwen en past ook goed bij de geweldsproblematiek die er speelt. De ICM’ers weten een mooie vertrouwensband met de vrouwen op te bouwen. Dit maakt ook dat vrouwen het lastig vinden als ze moeten wisselen van ICM’er. Het gaat beter met de vrouwen door de betrokkenheid van Filomena. Daarnaast draagt het verbreken van het contact met de ex-partner daaraan bij. Maar een deel van de vrouwen moet contact onderhouden met de ex-partner wegens omgang tussen kinderen en hun vader, en dan blijft de ex-partner een negatieve invloed uitoefenen op hun leven. In de loop van de tijd wordt het contact met Filomena minder intensief en uiteindelijk dooft het contact vaak uit. Vrouwen vinden het prettig dat ze weten dat altijd weer contact opgenomen kan worden met Filomena.
Het is belangrijk om het moment van afsluiten een gezamenlijk besluit te laten zijn en zorg te dragen voor een duidelijk overdracht naar netwerkpartners als de vrouw (en kinderen) nog hulp willen.
Als vanuit Filomena gesproken wordt met de kinderen, zijn vrouwen hier positief over. Daarentegen blijkt het lastig om de juiste (trauma)hulp in te zetten voor kinderen, vanwege een vader die geen toestemming geeft en wachtlijsten. De meeste kinderen hebben nog omgang met hun vader, terwijl kinderen zelf aangeven niet naar vader te willen. Vrouwen voelen zich hierin machteloos: ze zien dat het niet goed gaat met de kinderen en het geweld naar de kinderen doorgaat, maar zij en Filomena kunnen hier niks in doen. Tot slot vinden vrouwen het positief dat Filomena het contact met netwerkpartners van het overneemt. Filomena schakelt snel en heeft een pro-actieve houding. Lastig hierbij is dat Filomena soms een andere visie heeft dan netwerkpartners en vrouwen niet weten naar wie ze moeten luisteren of het gevoel krijgen dat Filomena buitenspel wordt gezet. De rol en positionering van Filomena kan onduidelijk zijn als meerdere netwerkpartners betrokken zijn of de vrouw bij de vrouwenopvang zit. Het is belangrijk om hierover met netwerkpartners in gesprek te blijven en duidelijk te communiceren naar de cliënten van Filomena.
Filomena ondersteunt de vrouw en het lukt regelmatig om ook contact te leggen met de ex-partner. Er wordt maatwerk geleverd in de manier waarop het systeemgericht werken vorm krijgt. Filomena kan zelf het contact met de ex-partner hebben of in samenwerking met een netwerkpartner. Filomena kan ook contact hebben met de ex-partner omtrent de kinderen of het contact tussen vader en kinderen begeleiden, zodat vrouwen zelf geen contact hoeven te hebben met de ex-partner. Het blijkt belangrijk om twee ICM’ers in te zetten op het moment dat vanuit Filomena het contact met de ex-partner wordt onderhouden, zodat een ICM’er niet meervoudig partijdig hoeft te zijn en de vrouw echt het gevoel krijgt dat ze iemand heeft die achter haar (en de kinderen) staat. 34
5
Samenwerking met netwerkpartners
Filomena werkt samen met verschillende organisaties, ook wel netpartners genoemd, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen onderzoekpartners en expertisepartners (zie hoofdstuk 1). Dit hoofdstuk gaat over expertisepartners. Hierbij betrekken we ook het perspectief van de gemeente. We beschrijven hoe de samenwerking eruit ziet, wat als positief wordt ervaren en welke knelpunten zij ervaren. Tot slot bespreken we de positionering van Filomena binnen de huidige aanpak huiselijk geweld.
5.1.
Samenwerking netwerkpartners
Filomena voert op zowel casusniveau als beleidsniveau gesprekken met de netwerkpartners. Op casusniveau krijgt de samenwerking op verschillende manieren vorm; casussen worden bij elkaar aangemeld of over gedragen, ook vindt informatie-uitwisseling plaats en wordt gebruik gemaakt van elkaars kennis en expertise. Met een aantal netwerkpartners is gekeken naar een structurele samenwerking, waarbij de netwerkpartner ook aansloot bij casuïstiekoverleg van Filomena. Bij alle netwerkpartners is dit ondertussen gestopt, deels vanwege financiering maar ook omdat de meerwaarde niet gevoeld werd om elke week aan te sluiten. De netwerkpartners Veilig Thuis (buiten de procesregisseur en vertrouwensartsen), Politie (buiten de politieliaison die aansluiten) en het Zorg- en Veiligheidshuis Rotterdam-Rijnmond (ZVHRR) melden alleen casussen aan bij Filomena, maar trekken niet gezamenlijk op. Als Veilig Thuis na triage een
casus geschikt acht, melden zij deze aan bij Filomena. Dit ging volgens de medewerker tot nu toe over casussen waar sprake was van hoog risico op femicide, ernstige stalking of bij langdurige geweld waar al meerdere netwerkpartners betrokken waren en het niet lukte om het geweld te doorbreken. Ook vanuit de politie kan direct doorverwezen worden naar Filomena, maar de vaste route is dat de politie een Veilig Thuis melding maakt en deze - eventueel via het Zorg- en Veiligheidshuis - bij Filomena terecht komt. Enkel de specialisten binnen de politie die Filomena kennen, hebben weleens een casus direct aangemeld bij Filomena. Het ging dan om structurele onveiligheid. Indien sprake is van acute onveiligheid, kan de politie ook rechtstreek bij de vrouwenopvang aanmelden, maar in principe gebeurt deze triage bij Veilig Thuis. Volgens de gesproken politiemedewerker zou deze triage ook niet de rol van de politie moeten zijn, aangezien deze kennis bij de meeste agenten niet aanwezig is. Tot slot worden casussen aangemeld vanuit het ZVHRR. De gesproken medewerker gaf aan dat deze aanmelding voorheen rechtstreek gebeurde, maar vanwege de vele administratie dit nu altijd via Veilig Thuis wordt gedaan. Het gaat om casussen waarin ze vastlopen en sprake is van langdurig geweld en complexe problematiek, zoals LVG of intiem terreur.
Ook het ZVHRR kan aanmelden bij de vrouwenopvang, dat gebeurt bijvoorbeeld in geval van stalking. Ondanks dat ze niet samen optrekken, denken ze wel mee als de ICM’er hen benadert over een casus. Meerdere netwerkpartners melden zowel cliënten aan bij Filomena als dat Filomena cliënten bij hen kan aanmelden: het wijkteam, Fier, Arosa, Jeugdbescherming Rotterdam-Rijnmond JBRR en het Centrum Seksueel Geweld (CSG). Het wijkteam en Filomena dragen echt aan elkaar over en werken niet samen. Dat is ook niet nodig volgens de gesproken medewerker van het wijkteam. Filomena is voor de heftige huiselijk geweld casussen en kunnen langdurige betrokken blijven, terwijl het wijkteam voor de lichtere 35
casussen is en binnen een half jaar moeten afronden. Dat is een voorwaarde om de casus te kunnen oppakken vanuit het wijkteam. Momenteel is alleen sprake geweest van afschalen vanuit Filomena naar het wijkteam. Dan heeft het wijkteam vooral nog een monitoringsfunctie of het ‘rustig blijft in het gezin en de traumabehandeling goed verloopt’. Het opschalen is nog niet van de grond gekomen, maar is volgens de professional wel wenselijk. Echter zijn er ruim 40 wijkteams, dus Filomena zou overbelast raken als die allemaal zouden kunnen aanmelden. De andere netwerkpartners dragen een casus niet over, maar trekken gezamenlijk op. Zo gaf de medewerker van Fier aan dat als in een casus vooral sprake is van onveiligheid en geweld in plaats van dat behandeling nodig is, ze de casus aanmelden bij Filomena. Tegelijk kan Filomana een casus bij Fier aanmelden als traumabehandeling ingezet moet worden. Deze cliënten komen dan bovenaan de wachtlijst. De ervaring is echter dat bij de meeste cliënten het nog niet veilig genoeg was om traumabehandeling in te zetten, dus er zijn nog niet veel casussen aangemeld bij Fier. De vrouwenopvang, Arosa, meldt bijvoorbeeld een cliënt aan bij Filomena op het moment dat een cliënt vaker terugkomt en het niet lukt om het geweld te doorbreken. Andersom kan Filomena een cliënt aanmelden bij Arosa voor opvang of voor het aanvragen van een AWARE.
Dit kan tegenwoordig direct, dus hoeft niet meer via Veilig Thuis. Ook de jeugdbescherming heeft enkele casussen gehad waarin ze samen optrokken met Filomena, waarbij sprake was van langdurige en structureel ernstig geweld. De medewerkers van het CSG gaven aan dat nog bijna geen samenwerking is geweest met Filomena. Vanuit Filomena zijn geen casussen aangemeld bij het CSG, terwijl dit wel verwacht zou worden. Het CSG zou dan bijvoorbeeld medische zorg zoals een soa test kunnen bieden. Vanuit het CSG zijn maximaal een handvol casussen aangemeld bij Filomena, daar speelde seksueel geweld in de context van huiselijk geweld of intiem terreur. De gesproken medewerkers verwachten dat dit beter gaat lopen als ze samen op de nieuwe locatie zitten.
Voor deze vier netwerkpartners is de plek van Filomana niet altijd duidelijk en dan heerst discussie of het naar Filomena moet of bijvoorbeeld ook naar Fier of Arosa zou kunnen. Ook merkte een netwerkpartner dat ze een aantal casussen hadden aangemeld, maar Filomena het dan geen casus vond die bij hen paste en de casus werd doorgezet naar Veilig Thuis of het wijkteam. Het is volgens de netwerkpartners belangrijk om duidelijk te houden waar Filomena precies voor is en waar de andere netwerkpartners voor zijn. Ook benoemden enkele netwerkpartkers dat ze het lastig vonden wie precies de regie heeft of pakt, maar dat per casus met Filomena bespraken en daar tot nu toe gezamenlijk uitkwamen. Tot slot gaven de medewerkers van de Waag en Reclassering aan dat ze bij enkele casussen benaderd zijn vanuit Filomena, voor advies vanuit het pleger-perspectief of als reclassering toezicht heeft op een pleger. Daarnaast zijn reclassering en de Waag in gesprek met Filomena over het vormgeven van de samenwerking. Besproken wordt of de Waag direct bij Filomena kan aanmelden als bijvoorbeeld bij een cliënt met agressieregulatieproblemen ook sprake is van huiselijk geweld. Filomena zou dan kunnen meedenken en advies geven.
Nu worden deze casussen nog gemeld bij Veilig Thuis en ZVHRR, maar het zou mooi zijn als de lijnen hier korter kunnen zijn zodat sneller geschakeld kan worden, aldus de gesproken medewerker. Beide netwerkpartners zien een rol weggelegd voor zichzelf om het contact met de pleger te doen. Zij benadrukten dat voorkomen moet worden dat de pleger alleen gezien wordt als degene die onveiligheid veroorzaakt, waardoor de pleger nog minder aanspreekbaar is en de onveiligheid doorgaat. Het is belangrijk dat de pleger ook een onafhankelijke gesprekspartner heeft, die de relatie en geweldsdynamiek helpt ontrafelen en kennis en expertise heeft wat betreft het pleger perspectief.
36
5.2.
Wat gaat goed
Netwerkpartners zijn over het algemeen tevreden over de samenwerking met Filomena, zowel op casusniveau als op managementniveau. Al bij de oprichting van Filomena werden gesprekken gevoerd op managementniveau, waardoor netwerkpartners zich betrokken voelden. Op casusniveau zijn de lijnen kort en weten ze elkaar goed te vinden. Sommige netwerkpartners gaven aan soms verschil in visie te ervaren of dat ze verschillende perspectieven hebben, maar deze netwerkpartners hebben ook het gevoel dat ze daar gezamenlijk goed uit komen. Netwerkpartners en gemeentebeleidsmakers uit de regio Rotterdam-Rijnmond benoemden op verschillende vlakken de meerwaarde van Filomena. Allereerst de wijze van werken: een open onderzoekende houding, bedenken en doen wat nodig is, en doorzettingskracht; ze houden vast in plaats van dat ze overdragen of afsluiten. Ook is het van meerwaarde dat Filomena langdurig betrokken kan zijn bij een cliënt in plaats van dat ze verbonden zitten aan een maximale termijn. Daarnaast merken netwerkpartners dat er veel kennis en expertise zit bij Filomena, vooral op intiem terreur en femicide. Dit vinden ze een goede toevoeging op hetgeen er al is in Rotterdam. Het is ook mooi dat Filomena deze kennis en expertise actief verspreid door het organiseren van werkbezoeken, themabijeenkomsten en symposia, waardoor ook bij netwerkpartners deze kennis vergroot wordt.
5.3.
Uitdagingen voor in de toekomst
Netwerkpartners en beleidsmakers zien verschillende uitdagingen voor de toekomst. Zo is de positionering en mandaat van Filomena voor sommige netwerkpartners en beleidsmakers niet altijd duidelijk. Het blijft belangrijk om hierover met elkaar in gesprek te blijven en duidelijk te maken waarin Filomena zich onderscheid van andere bestaande organisaties. En daarbij ook te kijken hoe het zit met de regie en mandaat van Filomena en hoe dit zich verhoud tot de andere functies binnen Veilig Thuis. De rolverdeling tussen de (vrouwen) opvang, als een cliënt daar wordt geplaatst en ook begeleiding krijgt vanuit Filomena, is niet altijd helder; in hoeverre is begeleiding vanuit Filomena nog gewenst als cliënt binnen de opvang ook intensief wordt begeleid? Ook is het niet voor elke netwerkpartner duidelijk waarvoor ze naar Filomena kunnen. Zo kan Filomena een casus teruggeven terwijl zij niet begrijpen waarom het geen casus voor Filomena was; de criteria wanneer een casus geschikt is voor Filomena zijn niet duidelijk. Een ander aspect is het versterken van de samenwerking met netwerkpartners, zodat in meer casussen samen wordt opgetrokken. Netwerkpartners en Filomena zijn hierover in gesprek. Financiering speelt daarbij een rol, netwerkpartners moeten namelijk uren kunnen schrijven.
Daarom lukt het vaak niet om structureel iemand bij Filomena te laten aansluiten, behalve als dit vanuit Filomena betaald zou kunnen worden. Bovendien was het voor netwerkpartners niet altijd duidelijk welke informatie wel en niet gedeeld mocht worden en hoe het juridisch geregeld was binnen Filomena rondom de AVG. Zo werd bijvoorbeeld door een netwerkpartner genoemd dat volgens het AVG het technisch niet mogelijk was om structureel aan te sluiten bij casuïstiek want casussen werden niet anoniem besproken.