122690 bijlage 5 - Laagdrempelige-langdurige-hulp-aan-slachtoffers-van-complex-huiselijk-geweld
Tekst van het document
37
Enkele netwerpartners benoemden dat Filomena vooral gericht is op het slachtoffer en dat nog een winst te behalen valt door altijd ook vanuit het plegerperspectief te denken. Zo is het belangrijk om de pleger niet alleen als pleger te zien voor een de-escalerend effect, en vooral ook de dynamiek te bekijken tussen (ex-)partners. Tot slot vinden enkele netwerkpartners het niet hebben van een wachtlijst bij Filomena een knelpunt. Dit betekent namelijk dat als netwerkpartners een casus hebben die ze ernstig vinden en willen aanmelden bij Filomena, maar de ICM’ers vol zitten, ze alsnog het reguliere traject in moeten. Filomena heeft bewust gekozen om geen wachtlijst te hebben.29 Als de ICM’ers vol zitten komt er een stop op de aanmeldingen vanuit organisaties, maar binnenlopers worden wel altijd opgepakt. Plek van Filomena in huidige aanpak huiselijk geweld Wat betreft de positionering van Filomena vinden netwerkpartners en beleidsmakers dat Filomena een mooie positie heeft opgebouwd en een belangrijke toevoeging is op bestaande netwerkpartners. Ze zien Filomena als een centraal punt voor casussen waar sprake is van ernstige en complexe geweldsproblematiek, waarin andere hulpverlening is vastgelopen of andere expertise vereist is.
Filomena heeft namelijk de kennis en expertise, doorzettingskracht, tijd en aandacht die nodig is voor deze problematiek om de geweldspatronen te doorbreken. De meerwaarde dat ze met verschillende netwerkpartners bij elkaar zitten en de samenwerking hebben met andere netwerkpartners helpt ook om systeemgericht te kunnen werken. Een belangrijke toevoeging volgens de beleidsmakers is het binnenloopspreekuur, waar de doelgroep die nu nog onder de rader blijft (vaak de intieme terreur casussen) toch door in beeld komt.
29 De reden om geen wachtlijst te hebben bij Filomena is dat op het moment dat er geen plek is voor een nieuwe cliënt, de cliënt niet tussen wal en schip mag vallen doordat het op een wachtlijst komt te staan.
Het blijft echter belangrijk om een duidelijke afbakening te houden waar Filomena voor is en waar andere netwerkpartners voor zijn. Dit gesprek met netwerkpartners is belangrijk om te blijven voeren, zodat Filomena geen casuïstiek krijgt die ook door andere netwerkpartners opgepakt kan worden. Rotterdam heeft meerdere netwerkpartners die zich richten op huiselijk geweld. Daarnaast is vanuit het Landelijke programma Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming de gedachte dat de wijkteams versterkt worden door samen te werken met regionale veiligheidsteams, zodat ze minder snel casuïstiek overdragen. Hierdoor blijft voor Filomena vooral casuïstiek over die hoog specialisme vereist. Beleidsmakers zien duidelijk een rol voor Filomena weggelegd naast de regionale veiligheidsteams. Netwerkpartners benoemden daarnaast dat Filomena de belangrijke rol heeft om de kennis en expertise, in samenwerking met de netwerkpartners, in de keten te vergroten. Dit zou Filomena nog meer mogen doen, zodat het netwerk verder versterkt wordt omdat netwerkpartners samengebracht worden en de kennis over bepaalde thema’s, zoals intieme terreur en femicide, vergroot worden. De beleidsmedewerkers benadrukken dat een kennisfunctie weliswaar belangrijk is, maar dat de focus moet blijven liggen op het inloopspreekuur en de specifieke aanpak voor een beperkte doelgroep.
5.4.
Conclusie
Filomena heeft vanaf de start een mooie samenwerking opgebouwd met belangrijke netwerkpartners. De samenwerking op zowel management als casusniveau verloopt goed. Filomena is een belangrijke toevoeging vanwege deze samenwerking in combinatie met de kennis en expertise op complexe en ernstige geweldproblematiek en de langdurige en intensieve betrokkenheid die Filomena heeft bij cliënten. De afgelopen jaren heeft Filomena dan ook een belangrijke plek gekregen in de aanpak van huiselijk geweld in Rotterdam. Komende jaren hopen netwerkpartners en beleidsmakers dat de samenwerking met netwerkpartners verder versterkt wordt en meer duidelijkheid komt over de focus en exacte positionering van Filomena ten opzichte van andere netwerkpartners. 38
en 6 Conclusie aanbevelingen Filomena is het Centrum huiselijk geweld en kindermishandeling in de regio Rotterdam voor slachtoffers van zeer ernstig geweld met complexe problematiek, waardoor hoog-specialistische inzet nodig is (zoals van forensische artsen, traumaspecialisten en/of politie) en die te complex is om op lokaal niveau te organiseren. Filomena is bijzonder door het laagdrempelige inloopspreekuur, een multidisciplinaire onderzoeksfase vanuit één locatie (one-stop-shop) en het bieden van intensieve en langdurige begeleiding. Hiermee onderscheidt Filomena zich van andere voorzieningen die hulp en ondersteuning bieden aan slachtoffers van ernstig huiselijk geweld. Filomena is sinds 2019 constant in ontwikkeling en heeft zich steeds nadrukkelijker gepositioneerd als voorziening voor slachtoffers van zeer ernstig geweld met complexe problematiek, waaronder intieme terreur, terwijl tegelijkertijd een multisectoraal en systeem gerichte aanpak het uitgangspunt blijft. Daarnaast ontwikkelt Filomena zich ook steeds meer als Kennis- en expertisecentrum. Het huidig onderzoek vond plaats in de periode december 2022 tot en met juni 2024. Het doel van deze procesevaluatie was inzicht te krijgen in de werkwijze van Filomena.
Wordt de beoogde doelgroep bereikt? Hoe ziet de werkwijze van Filomena er in de praktijk uit en wat is de ervaring van het kernteam, netwerkpartners (onderzoekspartners en expertisepartners) en cliënten? Wat zijn werkzame elementen? Dit bespreken we in paragraaf 6.1. In de afsluitende paragraaf (6.2) gaan we in op de vraag waar nog uitdagingen voor de toekomst liggen en geven wij aanbevelingen.
6.1.
Werkwijze van Filomena
Cliënten kunnen zelf contact zoeken via het inloopspreekuur, telefonisch of per mail. Daarnaast kunnen cliënten bij Filomena komen via professionals, waarbij voorheen de meldroute via het ZVHRR verliep, maar sinds 2024 professionals direct bij Filomena kunnen aanmelden. Filomena heeft twee trajecten die ingezet kunnen worden: een snelle onderzoeksfase, de SOF-7, en een duurzame interventie gericht op veiligheid en herstel, de DMFI. In deze concluderende paragraaf gaan we eerst in op de doelgroep die bij Filomena komt en de ervaring met deze twee trajecten. Daarna bespreken we hoe de samenwerking binnen het kernteam en de samenwerking met netwerkpartners ervaren wordt. We sluiten af met de werkzame elementen van Filomena. 6.1.1.
Doelgroep
Bij Filomena komen voornamelijk vrouwelijke slachtoffers van ernstig structureel geweld met een patroon van dwang en controle door de (ex)partner. Twee derde van de vrouwen heeft ook kinderen. De kinderen zijn getuige van het geweld, soms in combinatie met directe kindermishandeling. De helft van de vrouwen was nog samen met de gewelddadige partner op het moment dat zij bij Filomena kwamen. Bij enkele cliënten (bijna 10 procent) gaat het niet om partnergeweld, maar komt het geweld vanuit een ander familielid (kind naar ouder, ouder naar volwassen kind of bijvoorbeeld van een oom) of een andere huisgenoot. Dit is een complexe en gedifferentieerde groep waar ernstig geweld plaatsvindt, daarom doet Filomena bijna altijd nader onderzoek naar de geweldspatronen. In de doorontwikkeling van Filomena is het belangrijk een keuze te maken of deze groep tot de doelgroep van Filomena behoort en daarmee meer aandacht vereist in de werkwijze. Naast de geweldsproblematiek spelen er vaak ook problemen op andere gebieden bij het slachtoffer, de (ex-)partner en/of de kinderen. Hierbij valt te denken aan psychische problematiek, traumaklachten of middelengebruik. 39
De meeste cliënten hadden voordat ze bij Filomena kwamen al contact gehad met verschillende hulporganisaties, politie of andere veiligheidsorganisaties. Eerdere hulpverlening heeft van alles geprobeerd en weet niet meer hoe de geweldsproblematiek kan worden doorbroken, waardoor het slachtoffer bij Filomena wordt aangemeld of zij zelf bij Filomena aanklopt. De doelgroep die bij Filomena komt is conform de in het handboek beschreven criteria; er is sprake van zeer ernstig en complex geweld in combinatie met andere problematiek zoals psychosociaal trauma waardoor hoog-specialistische inzet nodig is. De beoogde doelgroep van Filomena wordt dus bereikt. De focus van Filomena ligt op het vergroten van de veiligheid door bescherming van slachtoffers, waarbij systeemgericht wordt gewerkt en er aandacht is voor de (ex-)partner en eventuele kinderen. Uit de interviews met professionals en cliënten is gebleken dat het vaak lukt om contact te leggen met de kinderen, maar doorverwijzing naar specialistische hulp, zoals traumatherapie, blijkt nog lastig. Meerdere vrouwen merken ook dat het nog steeds niet goed gaat met de kinderen, ook als Filomena al enige tijd betrokken is. Dit komt mede doordat het geweld naar de kinderen doorgaat. De meeste kinderen hebben ook een omgangsregeling met de vader terwijl de vrouw (en kinderen) dit niet willen.
Het lukt Filomena vooral om met partners contact te krijgen, dus als cliënten nog samenwonen. Als partners uit elkaar zijn, lukt het lang niet altijd om de ex-partner te betrekken. Plegers willen geen hulp, ontkennen het geweld of er is sprake van middelengebruik of persoonlijkheidsproblematiek. Op het moment dat de pleger het geweld en zorgen omtrent de kinderen ontkent, geven zij vaak ook geen toestemming voor hulp aan de kinderen. Dit is een van de redenen dat hulp aan kinderen niet of langzaam van de grond komt. Het probleem dat vaders weigeren om toestemming te geven voor hulp aan het kind komt uit verschillende studies naar voren . In de doorontwikkeling van Filomena verdienen ex-partners extra aandacht, waarbij samenwerking met (forensische) netwerkpartners essentieel is.
6.1.2.
Uitvoering van en ervaring met de werkwijze
Cliënten kunnen zelf contact zoeken met Filomena of worden doorverwezen, waarna Filomena twee trajecten heeft die – eventueel aansluitend - gevolgd kunnen worden: de onderzoeksfase l SOF-7, en de Duurzame Multisectorale Filomena Interventie DMFI. In beide trajecten krijgt de cliënt een vaste intensieve casemanager (ICM’er) en worden, indien nodig, netwerkpartners betrokken. Een derde van de cliënten zocht zelf contact, telefonisch of via de binnenloopfunctie in de periode van het onderzoek. In het eerste half jaar van 2024 was dit aandeel gestegen. Cliënten hebben een intake met een ICM’er. Zij kunnen hun verhaal vertellen en er wordt uitgezocht wat deze cliënt nodig heeft en wat de hulpvraag is . Na de intake wordt in een intersectoraal overleg besloten of Filomena de juiste plek voor een cliënt is en welk traject gewenst is. Voor cliënten die worden aangemeld, wordt op basis van bekende informatie bepaald of een DMFI traject zinvol is. In deze paragraaf bespreken we de ervaring met de SOF-7 en het DMFI-traject, de samenwerking binnen het kernteam van Filomena en de samenwerking met netwerkpartners. SOF-7 en DMFI Het dossieronderzoek liet zien dat in ongeveer de helft van de casussen een SOF-7 traject was ingezet. Vooral cliënten die zelf contact zoeken gaan (eerst) een SOF-7 traject in, wat ook zo beschreven staat in het handboek van Filomena.
Cliënten die bij Filomena worden aangemeld door een andere organisatie gaan bijna altijd direct een DMFI-traject in en slechts bij een enkeling wordt eerst een SOF-7 ingezet. Volgens het kernteam wordt de SOF-7 meestal gebruikt op het moment dat onvoldoende informatie beschikbaar is om zicht te krijgen op de geweldspatronen en andere problemen die er spelen. Er ontbreekt informatie waardoor niet kan worden bepaald wat nodig is. Daarom moet eerst multidisciplinair onderzoek plaatsvinden, waarbij extra gesprekken gevoerd worden met betrokkenen en professionals. Hierbij is de tijd nemen en vertragen 40
belangrijk om de gevolgen van handelen en verschillende perspectieven met elkaar af te wegen. Naast dit doel wordt de SOF-7 soms ook voor letselonderzoek gebruikt en worden foto’s gemaakt door de FARR. Ruim de helft van de SOF-7 trajecten gaan door naar een DMFI-traject en de andere helft wordt afgesloten of overgedragen. Het afsluiten of overdragen gebeurt zorgvuldig. De intensieve betrokkenheid van ICM’ers borgt een zorgvuldige procedure en warme overdracht. De intensieve betrokkenheid van ICM’ers kan ook met zich meebrengen dat zij het lastig vinden om een casus over te dragen. Twee derde van de cliënten die bij Filomena komen, gaat (al of niet na een SOF-7) een DMFI-traject in. Als een netwerkpartner een casus bij Filomena aanmeldt, wordt deze meestal opgepakt door Filomena. Soms vindt Filomena echter dat de casus niet passend is. Enkele netwerkpartners gaven aan dat het belangrijk is om duidelijkere criteria te hebben welke casussen naar Filomena kunnen en wanneer andere netwerkpartners aan zet zijn. Als een DMFI-traject wordt ingezet, wordt intensieve hulp en ondersteuning geboden voor een lange periode, minimaal een tot anderhalf jaar, en soms zelfs langer. De ICM’ers pakken de casusregie vanuit het uitgangspunt dat de cliënt de regie houdt. Dit betekent dat ze aansluiten bij het tempo en de behoeften van de cliënt.
Cliënten vinden dit prettig, het geeft ze rust, en bovendien voelen ze zich hierdoor betrokken bij de afwegingen die in het proces gemaakt worden. De cliënt ervaart op die manier dat zij regie houdt over haar traject. Dat Filomena langdurige en intensieve hulp en ondersteuning kan bieden wordt door iedereen als meerwaarde gezien; cliënten, de ICM’ers en netwerkpartners. Op deze manier is er tijd om een band op te bouwen met de cliënt, wat nodig is om verandering teweeg te brengen. Netwerkpartners hebben deze tijd vaak niet, ze zitten vast aan een maximale termijn. De intensiviteit van het contact fluctueert in de tijd; naarmate het traject langer loopt neemt de intensiteit van het contact af omdat de cliënt minder hulp en steun nodig heeft. Vanuit cliënten wordt aangegeven dat het contact uitdooft en een duidelijk
afsluitmoment ontbreekt, terwijl cliënten wel behoefte hebben aan een duidelijke afsluiting. Door het ontbreken ervan is voor hen niet altijd helder wat nog de rol is van Filomena versus andere betrokken netwerkpartners. Voor de doorontwikkeling van Filomena is het belangrijk om een duidelijk afsluitmoment te hebben, waarbij het helpend is om met de cliënt af te stemmen voor welke vragen zij nog bij de ICM’er terecht kan en met welke vragen zij naar andere netwerkpartners kan. Samenwerking kernteam Filomena Het kernteam van Filomena bestaat uit de ICM’ers, twee gedragswetenschappers en een manager. Elke ICM’er heeft een eigen caseload, waarbij ICM’ers ook met zijn tweeën in een casus betrokken kunnen zijn als de cliënt en (ex-)partner een eigen ICM’er hebben. Bij de start van Filomena was er standaard één ICM’er bij één casus betrokken en werd gewerkt vanuit het principe van meerzijdige partijdigheid. Vrouwen vonden het lastig dat de ICM’er meervoudig partijdig was en vonden het mede daarom moeilijker om de ICM’er te vertrouwen als hun ex-partner dezelfde ICM’er kreeg. Sinds zomer 2024 is de insteek van Filomena dat vaker twee ICM’ers ingezet worden als het gaat om ex-partners en anders inhoudelijk onderbouwd wordt waarom één ICM’er wenselijk is. De gedragswetenschappers hebben een overkoepelende rol, door mee te denken in casuïstiek.
Daarnaast hebben ze soms ook contact met cliënten (waaronder ook kinderen) en kunnen ze traumascreenings uitvoeren. Het kernteam heeft, samen met de vaste liaisonpartners van de politie, elk week een casuïstiekbespreking. Het team is hecht, ze nemen elkaar serieus en gebruiken ook vaak humor in hun werk om de heftige casussen met elkaar te kunnen dragen . Ook het management laat zorg zien voor het team, door tijd te maken voor intervisie, training en deskundigheidsbevordering. Samenwerking netwerkpartners Filomena werkt veel samen met netwerkpartners, waarbij er een onderscheid is tussen de onderzoekspartners en expertisepartners. De onderzoekspartners zijn vaste samenwerkingspartners die een rol hebben bij het onderzoek en 41
meedenken over de beste aanpak. De expertisepartners hebben specialistische kennis en expertise waar indien nodig gebruik van gemaakt kan worden tijdens een traject bij Filomena. Zowel de onderzoekspartners als expertisepartners zijn over het algemeen tevreden over de samenwerking met Filomena; de lijnen zijn kort en ze voelen zich verbonden en betrokken. Toch blijft het ook zoeken hoe de (structurele) samenwerking het beste invulling kan krijgen en hoe de rol van iedere netwerkpartner het beste kan worden ingevuld. De onduidelijkheid in hoe Filomena zich verhoudt tot andere netwerkpartners, zoals ten opzichte van opvanglocaties waar cliënten worden opgevangen terwijl de ICM’er betrokken blijft, kwam ook uit de interviews met cliënten naar voren. Enerzijds ervaren cliënten het als steun dat de ICM’er betrokken blijft, maar de rol van de ICM’er lijkt soms te overlappen met die van professionals bij netwerkpartners, wat onduidelijkheid kan veroorzaken bij zowel de professionals als cliënt. Het kernteam van Filomena vindt het wenselijk om de samenwerking met bepaalde expertise te versterken, zoals (forensische) GGZ en verslavingszorg. Dit sluit aan bij de wens van cliënten die er tegen aan lopen dat de wachttijden voor traumabehandeling voor zichzelf en hun kinderen lang is, waardoor de problematiek verergert of juist de behoefte aan therapie afneemt.
Een ander punt dat naar voren komt is de frictie rond juridische problematiek. Wat vanuit hulpverlening het beste is, kan soms haaks staan op wat binnen het recht nodig is. Zo geeft het bijvoorbeeld frictie als het voor brusjes beter is om het gesprek samen te voeren, terwijl het vanuit het recht noodzakelijk is om de brusjes apart te spreken om het gesprek als bewijs te kunnen opvoeren. Cliënten voelen zich kwetsbaar in de juridische procedures rond zorg, omgang en gezag, maar ook bij het doen van aangifte en strafrechtelijke procedures. Zij ervaren dat Filomena hen in deze procedures op dit moment nog niet goed bij kan staan. Voor de doorontwikkeling van Filomena is het belangrijk om de samenwerking te versterken met bijvoorbeeld (gespecialiseerde) advocatuur en slachtofferhulp. Hierin zijn de eerste stappen genomen.
6.1.3.
Werkzame elementen
Met de meeste cliënten die gesproken zijn gaat het beter vanaf het moment dat ze bij Filomena komen; ze ervaren meer rust, voelen zich gehoord en gesteund – iets wat ze vaak misten bij eerdere hulpverlening – en krijgen hun leven steeds meer op orde. Ook netwerkpartners zien dat het Filomena lukt om iets te bereiken in casussen waar sprake is van ernstige en complexe problematiek, terwijl andere hulpverlening daarin vastloopt. Hierdoor ontvangen cliënten, die anders vaak tussen wal en schip vallen, alsnog de benodigde hulp en begeleiding om het geweld te doorbreken. Uit het onderzoek komen meerdere werkzame elementen naar voren die hieraan bijdragen. Deze worden ook in het handboek van Filomena benoemd: de laagdrempelige inloopfunctie, een vast gezicht en langdurige betrokkenheid, en korte lijnen met vaste netwerkpartners. Laagdrempelige inloopfunctie Vanuit professionals wordt de inloopfunctie als belangrijk werkzaam element en toevoeging op bestaande hulpverlening gezien voor deze ernstige en complexe doelgroep. Volgens de netwerkpartners zorgt de inloopfunctie er namelijk voor dat cliënten die nu nog vaak onder de radar blijven, maar wel ernstig en structureel geweld zoals intiem terreur meemaken, toch in beeld komen. Door het inloopspreekuur kunnen cliënten op een moment dat het ze zelf uitkomt binnenlopen en wordt – indien nodig – direct actie ondernomen.
Cliënten benoemen de belangrijke rol van de gastvrouw. Ze noemen het pro-actief handelen van de gastvrouw door direct terug te bellen als iemand telefonisch contact zoekt maar toch ophangt, de vriendelijke ontvangst met zorg voor volwassenen en kinderen, waardoor cliënten zich op hun gemak voelen als ze binnenkomen bij Filomena. Daarnaast is het voor cliënten heel fijn dat ze hun hele verhaal kunnen vertellen en dat er de tijd voor ze wordt genomen. Zij geven aan dat ze zich echt gehoord voelen en het gesprek hen kan helpen om hun complexe situatie te duiden.
42
Vast gezicht en langdurige betrokkenheid Elke cliënt krijgt een vaste ICM’er die vanaf het begin van het traject betrokken is. Cliënten vinden het ontlastend dat zij meteen één aanspreekpunt hebben voor alles waar zij mee geconfronteerd worden. Voor de hulp en ondersteuning vanuit Filomena staat geen maximale termijn. Hierdoor is het mogelijk om te werken aan een vertrouwensband met cliënt, de (ex-)partner en eventuele kinderen. Het opbouwen van deze vertrouwensband zorgt voor erkenning en begrip. Onderzoek laat zien dat een vertrouwensband en het opbouwen van een samenwerkingsrelatie een vereiste is om over het geweld te kunnen praten . ICM’ers steunen hun cliënten, zijn creatief in het zoeken naar oplossingen en hebben de drive om cliënten écht te helpen. Dat maakt dat het Filomena lukt om in kaart te brengen welke geweldspatronen en bijkomende problematiek er speelt en wat nodig is om het geweld (duurzaam) te stoppen. De reguliere hulpverlening loopt vaak vast omdat tijd, kennis en expertise gemist wordt. Een goede analyse van de aard en ernst van het geweld en andere problematiek in het gezin, gepaard met langdurige ondersteuning is belangrijk om maatwerk te bieden en het geweld duurzaam te stoppen .
Korte lijnen met vaste netwerkpartners Vanuit de one-stop-shop gedachte werkt Filomena multidisciplinair samen vanuit een vaste plek waar ook de verschillende (forensische) onderzoeken zoveel mogelijk plaatsvinden. Als cliënten bij Filomena komen, zijn vaak al meerdere netwerkpartners betrokken. Filomena pakt hierin de casusregie en verzamelt vanuit alle netwerkpartners informatie om een inschatting te maken over de veiligheid en de situatie in kaart te brengen. Vervolgens wordt gezamenlijk een afweging gemaakt over wat de beste aanpak is en gedurende het traject wordt constant afgestemd met relevante netwerkpartners. De korte lijnen tussen Filomena en de netwerkpartners zorgen ervoor dat ze elkaar goed weten te vinden en makkelijk contact met elkaar zoeken. Ook zorgt het ervoor dat de juiste expertise bij elkaar komt en er snel gehandeld kan worden. Dit geeft cliënten rust, omdat Filomena het contact met alle netwerkpartners overneemt, en op deze manier ook zo veel mogelijk voorkomt dat een cliënt
haar verhaal meerdere keren moet vertellen. Het geeft cliënten vertrouwen dat Filomena pro-actief is en snel kan schakelen met netwerkpartners, waardoor cliënten daadwerkelijk gesteund worden.
6.2.
Aanbevelingen
Filomena blijft hun werkwijze door ontwikkelen. Gezien deze ontwikkelingen zijn knelpunten die tijdens het onderzoek naar voren kwamen deels al opgepakt. De belangrijkste uitdagingen voor de doorontwikkeling van Filomena in de toekomst bespreken we hieronder. Positionering van Filomena Zorg voor een duidelijke focus wat betreft de doelgroep en blijf in gesprek met netwerkpartners over de specifieke aanpak van Filomena: waarin onderscheidt Filomena zich van andere organisaties? In de regio Rotterdam zijn veel organisaties die zich bezighouden met huiselijk geweld en het is belangrijk dat casussen op de juiste plek komen. Duidelijke criteria voor de doelgroep van Filomena zijn dan helpend. Netwerkpartners en beleidsmakers bij de gemeente zien een belangrijke rol voor Filomena in de aanpak van huiselijk geweld waarbij hoog specialisme is vereist. Daarnaast vinden zowel netwerkpartners als cliënten het soms onduidelijk welke rol Filomena heeft ten opzichte van andere netwerkpartners. Maak hierover duidelijke afspraken met netwerkpartners (op maat) en betrek hierin ook de cliënt. De kennispositie van Filomena wordt gewaardeerd door de netwerkpartners als het gaat om kennisverspreiding.
Deze rol als kennis en expertisecentrum kan Filomena nog meer pakken, zodat kennis over deze ernstige en complexe doelgroep en thema’s zoals intieme terreur en femicide onder netwerkpartners wordt vergroot. Door het samenbrengen van netwerkpartners rond deze thema’s wordt het netwerk versterkt. 43
Ondersteuning aan kinderen Het is belangrijk het gesprek aan te gaan met jeugdhulporganisaties over de hulp aan kinderen en met jeugdbescherming over de spanning tussen het recht op veiligheid en het recht op omgang. Kinderen krijgen dikwijls niet (direct) de hulp die ze nodig hebben. Vaak gaat het nog niet beter met de kinderen, en staan ze op wachtlijsten voor hulp. Bovendien ontbreekt dikwijls een gezamenlijke visie van Filomena en jeugd(beschermings)organisaties over de balans tussen het borgen van veiligheid voor kinderen enerzijds en anderzijds het recht op omgang met de vader, die pleger is van geweld. Kennis en expertise over vader-kind contact, vooral wanneer sprake is van intiem terreur, mist vaak bij netwerkpartners, terwijl dit belangrijk is om in het belang van de kinderen de juiste afweging te kunnen maken over het contact met de vader . Dit geldt ook voor de afweging om toch te spreken met de kinderen als geen toestemming door (meestal) de vader wordt gegeven. Samenwerking netwerkpartners Versterk de samenwerking met netwerkpartners, zodat in meer casussen de juiste expertise ingezet wordt. Dit gaat met name om de forensische GGZ, traumahulp en juridische ondersteuning. Zowel cliënten als professionals gaven aan dat er wachtlijsten voor traumatherapie zijn, waardoor cliënten niet de hulp kunnen krijgen als het nodig is.
Ook het betrekken van de ex-partner lukt vaak onvoldoende en daar zien de forensische netwerkpartners een grotere rol voor zichzelf weggelegd. Bovendien missen cliënten vaak de juiste juridische ondersteuning, de advocatuur of Slachtofferhulp Nederland zou hierbij een belangrijke netwerkpartner kunnen zijn.
44
7
Bijlage 1: Methodologische verantwoording
In deze bijlage beschrijven we hoe het onderzoek is uitgevoerd, waarbij we een beschrijving geven van de verschillende activiteiten van het onderzoek. Doel van het onderzoek was om inzicht te krijgen in de uitvoering van de werkwijze van Filomena; wat is de doelgroep, hoe ziet de werkwijze er in de praktijk uit, wat is de ervaring van professionals van Filomena, cliënten en netwerkpartners, wat zijn werkzame elementen en hoe kan de aanpak worden verbeterd. Het onderzoek begon met een verkennende fase (december 2022 – februari 2023) waarin we een documentanalyse uitvoerde en interviews met sleutelfiguren hielden. In februari en maart 2023 zijn vervolgens professionals van het kernteam en verschillende onderzoekspartners gesproken. Ook woonden we overleggen bij. In april tot en met juni 2023 is een dossieronderzoek uitgevoerd. De eerste gespreksronde met cliënten vond plaats van februari 2023 tot en met januari 2024, een tweede gespreksronde volgde 3 tot 6 maanden later met dezelfde cliënten. Daarnaast spraken we in de periode november 2023 tot en met januari 2024 met verschillende samenwerkingspartners gesproken (grotendeels de expertisepartners). Tot slot is in mei 2024 een reflectiesessie georganiseerd met professionals van het kernteam en zijn in juni 2024 enkele gemeentebeleidsmakers gesproken.
Gezien deze verschillende onderdelen omvatte de totale periode van dataverzameling anderhalf jaar, waarbij het onderzoek vooral uitliep omdat de werving van cliënten moeizaam verliep en het daardoor langer duurde voordat voldoende cliënten gesproken waren. Dit betekent dat bepaalde aspecten die uit de gesprekken naar voren kwamen,
vooral met professionals van het kernteam en de onderzoekspartners, al zijn doorontwikkeld. Documentanalyse We analyseerden de beschikbare documenten waarin de werkwijze van Filomena beschreven stond. Op basis van deze documenten werd informatie verzameld over de achtergrond, uitgangspunten en werkwijze van Filomena. De bestudeerde documenten waren het aanmeldformulier zelfmelders, aanmeldformulier DMFI en het handboek (februari 2022). De aanmeldformulieren gaven inzicht in de criteria en procedures bij instroom van zelfmelders en DMFI. Het handboek gaf gedetailleerd inzicht in de beoogde doelgroep, verschillende interventies, overlegstructuren, samenwerkingspartners en specifieke werkwijzen bij verschillende vormen van huiselijk geweld. De geanalyseerde documenten zijn gemaakt en aangeleverd door Filomena. Bij het schrijven van de rapportage is het vernieuwde handboek (versie zomer 2024) gelezen, zodat de ontwikkelingen meegenomen konden worden. Interviews sleutelfiguren Tijdens de eerste verkennende fase zijn interviews gehouden met drie sleutelfiguren. Deze interviews gaven inzicht in het doel, de uitgangspunten, opzet en uitvoering. We spraken met iemand die betrokken was vanaf de start van Filomena en momenteel in het bestuur zit. Daarnaast spraken we met iemand die op beleidsniveau betrokken is en iemand die op managementniveau betrokken is.
45
Interviews kernteam en onderzoekspartners We hielden interviews met alle verschillende functies die betrokken zijn bij Filomena. De contactgegevens werden aangeleverd vanuit Filomena. In totaal spraken we met acht professionals: twee intensieve casemanagers, twee forensisch artsen, een gedragswetenschapper, een vertrouwensarts, een procesregisseurs en een politiemedewerker. De interviews vonden fysiek of online plaats. Tijdens de interviews vroegen we naar de rol van de geïnterviewde bij de hulp aan cliënten, de samenwerking binnen het team en met netwerkpartners, de ervaring met en uitvoering van de drie verschillende functies (de inloopfunctie, SOF7 en DMFI), werkzame elementen van Filomena en knelpunten. Teamobservaties Voor een volledig beeld van de overlegstructuren, observeerden we bij meerdere teamoverleggen. Deze observaties gaven zicht in wat er besproken werd tijdens de overleggen, maar ook hoe professionals met elkaar samenwerkten en wat daarin eventuele knelpunten waren. We observeerden bij in totaal bij vier verschillende teamoverleggen. Dit waren twee MDO’s, een uitgebereid casuistiek overleg waarbij het kernteam van Filomena aanwezig was en eventueel relevante andere betrokkenen online werden ingebeld. Tijdens het ene MDO werden 5 casussen besproken en tijdens het andere MDO werden 3 casussen besproken.
Daarnaast observeerden we bij twee ISO overleggen, waarbij de betrokken medewerkers van Filomena zaten met betrokken netwerkpartners. Dossieronderzoek We bekeken 99 dossiers met een startdatum tussen januari 2021 en april 2023. Het dossieronderzoek is uitgevoerd via het elektronisch dossier Myneva. Doel van het dossieronderzoek was om een volledig beeld te krijgen van de doelgroep bij Filomena en de hulp die zij krijgen. We noteerden verschillende gegevens, zoals gezinssamenstelling, hoe cliënten terecht kwamen bij Filomena
(inloopfunctie, doorverwijzing), welk traject zij volgden, het soort geweld, bijkomende problematiek, betrokken hulpinstanties en duur van het traject. De analyse is uitgevoerd op 93 van de 99 dossiers. Bij 2 dossiers was vrijwel geen informatie bekend, dus deze werden uitgesloten van analyse. Van de overige 97 casussen waren 57 casussen nog steeds lopend, 38 afgesloten en 2 onbekend. Bij 4 casussen was de reden van snel afsluiten dat deze casus niet passend was bij de doelgroep van Filomena. Dit was vooral bij kortdurende casussen het geval en werd dan na een ISO besloten. In sommige gevallen bleef Filomena wel als consultant betrokken en dan bleef het dossier langer open. Gezien Filomena deze 4 casussen niet passend vond voor Filomena besloten we dat deze 4 casussen uitgesloten werden van het dossieronderzoek. De analyse is gedaan met 93 dossiers, waarvan 34 afgesloten casussen. Interviews met cliënten Om een beeld te krijgen van de ervaren en waardering vanuit cliënten met de werkwijze van ondersteuning vanuit Filomena voerden we gesprekken met 9 cliënten, waarvan met 6 cliënten tweemaal. Het tweede gesprek vond 3 tot 8 maanden later plaats. De werving van de cliënten voor de klantreizen liep via de medewerkers van Filomena. Medewerkers van Filomena hebben conform de AVG eerst contact gelegd met cliënten, en hen gevraagd of zij eventueel openstaan voor interviews.
Voor de medewerkers die de cliënten benaderen, en de cliënten zelf hebben we een flyer gemaakt met kort en in begrijpelijke taal de belangrijkste informatie over het onderzoek. Cliënten die aangaven open te staan voor een interview werden benaderd door het Verwey-Jonker Instituut. Telefonisch werd het onderzoek nogmaals toegelicht. Als de cliënt instemde, werd een afspraak gepland, die fysiek of online kon plaatsvinden. De gesprekken werden uitgevoerd door twee onderzoekers. Respondenten kregen een vergoeding van 20 euro per interview.
46
Tijdens de interviews gebruikten we de cliëntreis methode, waarbij de ervaringen van de cliënt centraal staan en via een tijdlijn de belangrijkste momenten, stappen, wensen en behoeften worden uitgevraagd. Ook werd een cijfer gevraagd op de verschillende momenten en gevraagd wanneer dit cijfer begon te veranderen. We hebben geen vaste topiclijst gebruikt waardoor respondenten echt hun eigen verhaal kunnen vertellen. Dit betekent dus ook dat niet aan iedereen dezelfde vragen gesteld worden en aspecten die cliënten benoemd hebben ook kunnen gelden voor cliënten die dit niet genoemd hebben. Uiteindelijk geven de interviews inzicht in patronen en beantwoorden de volgende vragen: wat is er aan hulp geboden? Welke stappen zijn gezet door de verschillende instanties in het hulpverleningstraject? Hoe is dat ervaren? Wat waren de werkzame elementen en waar zien cliënten ruimte voor verbetering? Groepsgesprekken met netwerkpartners We hielden 7 (groeps)gesprekken met verschillende netwerkpartners waar Filomena mee samenwerkt. In het gesprek vroegen we naar de manier en ervaring van het samenwerken, zoals het doorverwijzen en samen optrekken in casussen, wat volgens de expertise partners de rol van Filomena is en wat werkzame elementen zijn, en welke uitdagingen zij zien voor de toekomst.
We spraken in totaal met 10 partners, namelijk CSG, De Waag, reclassering, Fier, Arosa, JBRR, het wijkteam, de politie, Veilig Thuis en het Zorg- en Veiligheidshuis. De gesprekken waren allemaal online.
Reflectiesessie met kernteam van Filomena Een onderdeel van de cliëntreis methode die gebruikt werd voor de interviews met cliënten is een reflectiesessie om de bevindingen te duiden en te leren van de ervaringen van de cliënten. Hiervoor werden 4 interviews gekozen die grafische werden vormgegeven, waarop de casusbeschrijving stond, belangrijkste inzichten van de casus, de verschillende stappen in het traject van de cliënt met daarbij quotes van ervaringen, een emotietijdlijn en de wens per stap. De verhalen zijn zoveel mogelijk geanonimiseerd, waarbij kenmerken zoals namen, leeftijd, achtergrond en aantal kinderen werden aangepast. Bij de reflectiesessies waren 10 professionals aanwezig: de manager, 5 ICM’ers, 2 gedragswetenschappers, iemand van de politie en een beleidsmedewerker. In het eerste deel van de reflectiesessie gingen de professionals in groepjes in gesprek over drie vragen: wat valt op in het verhaal; wat verbaast je; wat raakt je het meest. Daarna bespraken dezelfde groepjes welke positieve aspecten ze zagen die ze graag meer zouden willen doen, wat ze anders zouden willen doen en wat ze daarvoor nodig hebben. Dit werd vervolgens plenair besproken. De reflectiesessies duurde een dagdeel.
Interviews met beleidsmakers Tot slot spraken we met drie verantwoordelijke beleidsmakers op het terrein van huiselijk geweld over welke rol zij zien voor Filomena in de gehele aanpak huiselijk geweld, wat volgens hen werkzame elementen zijn en wat uitdagingen zijn voor de toekomst.
47
COLOFON Opdrachtgever Auteurs
Met medewerking van
Foto omslag Uitgave
Filomena Dr. M. K. M. Lünnemann J. T. van der Ploeg, MSc Mr. Dr. K. D. Lünnemann Dr. R. de Wildt Y. Dusault, MSc M. Buijs, MSc M. te Molder Prof. Dr. M. J. Steketee Adobe Stock, Freshidea, 845264858 Verwey-Jonker Instituut Giessenplein 59 C 3522 KE Utrecht T (030) 230 07 99 E secr@verwey-jonker.nl I www.verwey-jonker.nl
De publicatie kan gedownload worden via onze website: http://www.verwey-jonker.nl ISBN 978-94-6409-322-3 © Verwey-Jonker Instituut, Utrecht, oktober 2024. Het auteursrecht van deze publicatie berust bij het Verwey-Jonker Instituut. Gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld. The copyright of this publication rests with the Verwey-Jonker Institute. Partial reproduction of the text is allowed, on condition that the source is mentioned.