Werf35_Toelichting
Tekst van het document
4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek is ingevoerd ter vervanging van de voorheen geldende. Het aangepaste artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan (of uitgebreide omgevingsvergunning, red.) dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 29
Een stedelijke ontwikkeling wordt in het Bro gedefinieerd als een "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". Relatie tot dit bestemmingsplan Om vast te stellen of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro, dienen diverse factoren in overweging te worden genomen. Om tot een goede afweging te komen kunnen daar de volgende beoordelingscriteria voor worden gehanteerd, waarbij de onderlinge samenhang bepalend is voor de vraag of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling: een (zodanige) functiewijziging; omvang bebouwing; ruimtebeslag in onderlinge samenhang met functiewijziging; voorziene planologische mogelijkheden; toegestane planologische mogelijkheden. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt de bedrijfsbestemming omgezet in de bestemming 'Bedrijf' en 'Gemengd'. Binnen beide bestemmingen zijn bedrijfsactiviteiten toegestaan, echter worden binnen de bestemming 'Gemengd' ook nieuwe functies zoals wonen mogelijk gemaakt. Derhalve kan worden geconcludeerd dat sprake is van nieuwe planologische mogelijkheden dat gesproken moet worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Gelet op het voorgaande is de Ladder voor duurzame verstedelijking dan ook van toepassing op dit bestemmingsplan. Een Laddertoets vindt plaats in paragraaf 4.1.4.
4.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder is als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen: bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Artikel 3.1.6 van het Bro: lid 2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
lid 3: indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. lid 4: een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat het bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 30
dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Toelichting op gebruik De Ladder is in de Nota van Toelichting (Stb. 2017, 182) gemotiveerd: "Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting. Tevens wordt de mogelijkheid geboden in het derde lid, om de toepassing van de Ladder door te schuiven naar het uitwerkings- of wijzigingsplan.
De verwachting is dat de Ladder hierdoor beter hanteerbaar zal zijn, beter aansluit bij het geheel aan vereisten aan een toelichting bij bestemmingsplannen en tot minder onderzoekslasten zal leiden." Relatie tot dit bestemmingsplan In de overzichtsuitspraak van 28 juni 2017 (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724) is bepaald wanneer sprake is van een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 1.1.1 van het Bro. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in 1) meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie kunnen worden aangemerkt, 2) stedelijke voorzieningen in de vorm van een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² en 3) stedelijke voorzieningen in de vorm van een gebouw met een bruto-voeroppervlakte van meer dan 500 m², dan dient deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. Ter plaatse van het plangebied Werf35, Hilversum wordt middels dit bestemmingsplan ca. 13.000 m² bruto-vloeroppervlakte aan programma gerealiseerd, waaronder woningbouw, detailhandel en een werkfunctie. In principe kan gezien de omvang worden aangenomen dat sprake is van een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 1.1.1 van het Bro. De behoefte dient te worden aangetoond. Woningbouwprogramma Een vereiste in de ladder voor duurzame verstedelijking is het aantonen van nut en noodzaak van de geplande ontwikkeling.
In de “Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019-2040” is een indicatie gegeven van de woningbehoefte per gemeente. Onderstaande tabel geeft voor de periode 2019-2030 de kwantitatieve basis zoals die voorkomt uit de prognose. Regio's kunnen deze tabel gebruiken bij het actualiseren van hun regionale afspraken. Voor de provincie vormen ze het uitgangspunt voor het beoordelen van nut en noodzaak van nieuwe woningbouwontwikkelingen.
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 31
Tabel 4.1 Ontwikkeling indicatieve woningbehoefte per gemeente 2019-2030 (aantal woningen) (bron: Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019-2040) In de gemeente Hilversum wordt een groei van circa 4.100 woningen verwacht tot 2030. Het voorgenomen initiatief draagt bij aan deze groei, door het toevoegen van maximaal 41 woningen in het plangebied. Onderdeel van dit woonprogramma betreffen 16 units die geschikt zijn voor co-living. In de Provinciale woonagenda 2020-2025 is de wens uitgesproken om de komende jaren veel betaalbare en duurzame woningen beschikbaar te stellen. De vraag naar passende en betaalbare woningen in de provincie Noord-Holland is groot en neemt onder alle doelgroepen toe. De beoogde woningen dragen bij aan de behoefte aan betaalbare woningen en bieden een passende oplossing als huisvesting voor lagere inkomens. De behoefte aan het beoogde woningbouwprogramma kan gezien voorgaande worden aangetoond. De ladder kan met succes worden doorlopen voor het woningbouwprogramma. Detailhandel In paragraaf 4.2.5 van dit bestemmingsplan wordt getoetst aan het Detailhandels- en Leisurebeleid Noord Holland. In dit beleid heeft de provincie de ambitie uitgesproken om toe te werken naar een vitaal, aantrekkelijk en evenwichtig winkel- en leisureaanbod, dat goed aansluit op de behoeftes van bewoners en de bezoekers aan Noord-Holland.
Om een aantrekkelijk en gevarieerd winkelaanbod te creëren en om leegstand tegen te gaan, zijn gemeenten in Noord-Holland verplicht om regionaal afgestemde detailhandelvisies op te stellen. De provincie verzamelt jaarlijks informatie over ontwikkelingen in de detailhandel. Op het moment van opstellen van dit bestemmingsplan is de meest recente Monitor Detailhandel die over 2020-2021. De Monitor Detailhandel 2020-2021 beschrijft de ontwikkelingen in de detailhandel over 2020 met peildatums in april en september 2020 (werkgelegenheid) en januari 2021 (winkelaanbod en planvoorraad). In Gooi en Vechtstreek, waar het plangebied is gelegen, is sprake van relatief veel leegstand. Er zal hier kritisch moeten worden gekeken naar nieuwbouwplannen. Onderstaande figuur betreft een tabel met een indicatie van de detailhandelsplannen en marktruimte 2025.
Tabel 4.2 Indicatie detailhandelsplannen en marktruimte 2025 in m² per deelregio (bron: Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 32
Monitor Detailhandel 2020-2021) In het plangebied van Werf35 is in de huidige situatie al sprake van een samenkomst van onder andere bedrijvigheid, horeca, kunstenaars en evenementen. Met dit bestemmingsplan wordt het braakliggende voorterrein ook herontwikkeld en hierdoor betrokken bij de bestaande activiteiten. Ondergeschikte detailhandel en een concept store maakt onderdeel uit van de bestaande en de beoogde functies in het plangebied. Zoals is genoemd in het Detailhandels- en Leisurebeleid Noord Holland heeft de provincie een positieve grondhouding voor nieuwe ontwikkelingen, innovatieve concepten, schaalvergroting, enzovoorts, die versterkend kunnen zijn voor detailhandelstructuur in het algemeen, en kunnen bijdragen aan de vitaliteit en aantrekkingskracht. De behoefte aan de beoogde ondergeschikte detailhandel en concept store kan worden aangetoond, aangezien een bestaande locatie wordt versterkt met onder andere beperkte detailhandelsactiviteiten. De ladder kan met succes worden doorlopen voor het detailhandelsprogramma. Horeca In paragraaf 4.4.3 wordt getoetst aan het gemeentelijk horecabeleid Horecakader 'Gezellig en Gastvrij: Horeca maakt Hilversum'. Zoals uit deze toets volgt is er buiten de horecaconcentratiegebieden geen focus op uitbreiding van horeca. Initiatieven voor 'pareltjes' blijven wel mogelijk en het terrein Werf35 is aangemerkt als pareltje.
Hiermee sluit het horecaonderdeel van het initiatief aan bij het beleid dat door de gemeente Hilversum is vastgesteld. De ladder kan met succes worden doorlopen voor het onderdeel horeca. Werkfunctie Paragraaf 4.4.5 van dit bestemmingsplan betreft een toets aan de nota Economisch perspectief 2040. In deze nota wordt voor de Mussenstraat, waar het plangebied is gelegen, ingezet op herstructurering bij vertrek van grote bedrijven. Aangezien de locatie reeds in gebruik is als locatie voor samenkomsten van onder andere bedrijvigheid, horeca, kunstenaars en evenementen, wordt op het bestaande gebruik voortgebouwd. Er worden met het initiatief onder andere werklocaties toegevoegd. De provincie Noord-Holland kent de Monitor Werklocaties Noord-Holland 2020-2021. De Monitor Werklocaties 2020-2021 brengt ontwikkelingen in beeld op de Noord-Hollands gemengde werklocaties, kantorenlocaties en (zeehaven) bedrijventerreinen. Deze monitor brengt de ontwikkelingen in 2020 in beeld met als peildatum januari 2021. In de monitor is al uitgegaan van de herinrichting van bestaande bedrijventerreinen. Hiermee sluit de ontwikkeling van werklocaties aan bij de behoefte in de provincie Noord-Holland en kan de ladder met succes worden doorlopen voor het werkprogramma.
4.2
Provincie
In deze paragraaf wordt het juridisch-planologisch kader op het provinciaal niveau uitgelicht. 4.2.1 Omgevingsvisie NH2050 De Omgevingsvisie NH2050 is vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Holland op 19 november 2018. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. De Omgevingsvisie richt zich op lange termijn ambities en –doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig wil koesteren en die proberen in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De visie spreekt zich dus uit over het 'waarom' en ten dele over het 'wat'. Onder de hoofdambitie, 'balans tussen economische groei en leefbaarheid', zijn samenhangende ambities geformuleerd. De ambities zijn uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. In die bewegingen worden meerdere ontwikkelprincipes gehanteerd. Alle ontwikkelprincipes hangen met elkaar samen. De omgevingsvisie laat in algemene zin zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 33
provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema's gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast schetst de provincie vijf samenhangende bewegingen, die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Deze bewegingen zijn niet overkoepelend en zijn locatie- of onderwerp specifiek. Het gaat om de onderwerpen: Dynamisch Schiereiland, Metropool in ontwikkeling, Sterke kernen, sterke regio's, Nieuwe energie en Natuurlijk en Vitaal landelijke omgeving. Relatie tot dit bestemmingsplan De Omgevingsvisie bevat acht hoofdthema's. De relevante thema's uit deze Omgevingsvisie op dit project worden hieronder beschreven. Verstedelijking De woonbehoefte in Noord-Holland neemt toe, waardoor sprake is van een toename van behoefte aan woningen. Tegelijkertijd is steeds meer sprake van leegstand, waardoor leefbaarheidsproblemen kunnen ontstaan. In dit kader gaat de voorkeur uit naar verstedelijking. In onderhavig is een deel van de bestaande bebouwing in het plangebied reeds getransformeerd. Daarnaast wordt een niet volledig gebruikt bedrijventerrein getransformeerd naar een levendig woon-werkgebied.
Door leegstand tegen te gaan en gebruik te maken van transformatie, wordt aansluiting gezocht bij het thema verstedelijking. Het plangebied is gelegen in gebieden die zijn aangewezen op kaart 5, kaart 6, kaart 7 en kaart 8 van de Omgevingsvisie NH2050. Deze kaarten worden hieronder achtereenvolgens besproken. Kaart 5 Kaart 5 betreft de Metropool in ontwikkeling. Hiervoor gelden specifieke regels. Het plangebied is gelegen binnen het gebied zoals aangemerkt voor 'Wonen en werken binnenstedelijk'. Wonen en werken worden binnenstedelijk geconcentreerd (transformeren, bundelen, verdichten). Hierbij wordt oog gehouden voor behoud en versterking van de leefbaarheid in bestaande en nieuwe gebieden. De kritische succesfactoren hier zijn: 1. Het duurzaam ontwikkelen van de metropool met behoud van diversiteit van economische activiteiten. 2. De gewenste ontwikkeling van de metropool kan alleen plaatshebben wanneer het verkeerssysteem kwalitatief en kwantitatief meegroeit, waarbij het gebruik van OV en fiets prioriteit hebben in binnenstedelijk gebied. Inventieve, duurzame vormen van stedelijke en regionale distributie zijn belangrijke aandachtspunten. Met het voorgenomen initiatief wordt wonen en werken gecombineerd toegevoegd aan het plangebied. De kritische succesfactoren bij 'Wonen en werken binnenstedelijk' staan het initiatief niet in de weg.
Tevens is het plangebied gelegen in het op kaart 5 aangewezen gebied 'Landschap als onderdeel metropolitaan systeem'. Het is voor deze opgaven noodzakelijk dat het landschappelijke raamwerk in de metropool wordt versterkt, bijvoorbeeld door het verbinden van gebieden. De kritische succesfactoren hier zijn: 1. Het metropolitane landschap wordt adequaat beschermd. 2. Het landschap is goed bereikbaar, zeker met de fiets, te voet of met het openbaar vervoer. 3. Waar mogelijk is het landschap openbaar toegankelijk. 4. Waar mogelijk combineren we functies. Dit vraagt om een gebiedsgerichte benadering en samenwerking, rekening houdend met de kernkwaliteiten van het gebied. 5. Voldoende beschikbare middelen voor investeringen en beheer, door aanwending van de verdiencapaciteit in de metropool (kosten en baten voor en over de hele metropool Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 34
beschouwen). 6. Bij noodzakelijke ontwikkelingen in het landschap zoeken we in een vroegtijdig stadium naar integrale versterking van het gebied (zoals het beter inpassen en opheffen van doorsnijdingen bij aanpassing van infrastructuur). Op de bereikbaarheid van het plangebied wordt nader ingegaan in paragraaf 3.3 en 5.1.4. Het combineren van verschillende functies in het plangebied past bij de kritische succesfactoren van het gebied 'Landschap als onderdeel metropolitaan systeem' (zie 4 en 5). Er worden geen knelpunten verwacht. Als laatste is het plangebied gelegen in het op kaart 5 aangegeven gebied 'Investeren in alle verkeersnetwerken regionaal verkeer boven doorgaand'. Om de groei van het verkeer in de metropool in goede banen te leiden moet worden geïnvesteerd in alle verkeersnetwerken, het regionaal OV en fietsnetwerk en auto, waarbij de grotere behoefte aan ruimte voor regionaal verkeer boven interregionaal en doorgaand verkeer wordt gefaciliteerd. Op het verkeer en de bereikbaarheid van het plangebied wordt nader ingegaan in paragraaf 3.3 en 5.1.4. Kaart 6 Het plangebied is gelegen in het op kaart 6 aangeven gebied 'Functies concentreren bij knooppunten + ontwikkeling vraaggestuurd'.
Om de bereikbaarheid van het noordelijk deel van de provincie te verbeteren, worden functies of bestemmingen zoveel mogelijk gebundeld nabij OV-, weg-, energie-, agri- en data-knooppunten, aangevuld met de ontwikkeling van vraaggestuurde vervoersconcepten. De kritische succesfactoren zijn hier: 1. Een basisbereikbaarheid voor de kleine kernen naar de voorzieningen van grote(re) kern of stad. 2. Voor mobility as a service is goede regelgeving en financiering nodig. 3. Vanuit de centrumsteden is een goede relatie met de eigen centrumkern van belang. Voor stedelijke gebieden als Hoorn en Alkmaar is dat Amsterdam/de MRA. Tegelijk is een goede verbinding tussen de centrumstad en omliggende kernen en regio's van zeer groot belang. Dit stelt eisen aan de kwaliteit van de verbindingen, in capaciteit, vervoersmodaliteit en frequentie. De A9- en de A7-corridors zijn daarin de backbone van het systeem. In de oude kernen ontbreekt de ruimte om alle manieren van vervoer te laten bestaan. De inzet is hier gericht op het vermijden van autogebruik. Voor gemeenten in Gooi en Vechtstreek zijn de verbindingen met de omliggende steden Amsterdam, Almere, Amersfoort en Utrecht van belang, alsmede de goede verbindingen tussen de kernen in Gooi en Vechtstreek 4.
Ook wordt op de grenzen van de gebieden (NHN en MRA) en modaliteiten (knopen) een overstap tussen de verschillende vervoersmogelijkheden of een opstap op het metropolitane systeem bevorderd 5. Samenwerking Op de bereikbaarheid van het plangebied wordt nader ingegaan in paragraaf 3.3 en 5.1.4. Tevens is het plangebied in het gebied 'Concentreren in kernen, passend bij rol in regionaal netwerk'. Nieuwe ontwikkelingen van woningbouw en voorzieningen worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk, en voegen zich naar vraag op basis van de meest actuele cijfers. De kritische succesfactoren hier zijn: 1. 2. 3. 4.
Regionale samenwerking. Maatwerk per regio. Betrekken van de bevolking/gemeenschappen. Aanpasbaarheid van bestaande woningvoorraad op feitelijke bevolkingssamenstelling en behoefte.
De beoogde woningbouw en de voorzieningen worden aansluitend op het bestaande
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 35
programma van Werf35 gerealiseerd, waardoor bij de kritische succesfactoren van het gebied 'Concentreren in kernen, passend bij rol in regionaal netwerk' kan worden aangesloten. Kaart 7 Het plangebied is gelegen in 'Optimale energiemix'. De regionale optimale energiemix voor opwekking van hernieuwbare energie in de ondergrond, op de bovengrond en in de bebouwde omgeving past bij de regionale landschappelijke en gebiedskwaliteiten en de economische kansen. De kritische succesfactoren bij dit gebied zijn echter niet van toepassing op het beoogde initiatief, waardoor geen belemmeringen ontstaan. Daarnaast is het plangebied gelegen in 'Vraag en aanbod gebundeld'. Vraag en aanbod van hernieuwbare energie worden zodanig gebundeld dat sprake is van efficiënte benutting van bestaande en nieuwe energie-infrastructuur en van restwarmte. De kritische succesfactoren zijn niet van toepassing op het beoogde initiatief, waardoor geen belemmeringen ontstaan. Kaart 8 Als laatste is het plangebied gelegen in de gebieden 'Natuurlijke processen richtinggevend', 'Robuust ecosysteem' en 'Faciliteren duurzame agrifoodsector'. De kritische succesfactoren zijn van alle gebieden niet van toepassing op het beoogde initiatief. Er worden geen belemmeringen verwacht.
4.2.2 Omgevingsverordening NH2020 De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Deze vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De Omgevingsverordening NH2020 is op 17 november 2020 in werking getreden. Relatie tot dit bestemmingsplan Het plangebied is op grond van de omgevingsverordening NH gelegen in de volgende gebieden: Bodemsanering; Hoogtebeperkingen luchthaven Hilversum; Regionale verdringingsreeks Amstel Gooi en Vecht (AGV). Bodemsanering Op basis van de verordening geldt een meldingsplicht op het moment dat sprake is van sanering. Hoogtebeperkingen luchthaven Hilversum Op basis van de omgevingsverordening gelden hoogtebeperkingen in het plangebied, vanwege de ligging in het hoogtebeperkingen gebied. Uit de bijlagen bij de Verordening Luchthavenbesluit Hilversum volgt dat de hoogtebeperking 100 meter is. Deze hoogte wordt niet overschreden, waardoor geen sprake is van een belemming. Verdringingsreeks De regels behorende bij dit thema zien op de verdeling van water met het oog op dreigend watertekort. Dit is voor de voorgenomen ontwikkeling niet relevant.
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 36
4.2.3 Provinciale woonagenda 2020-2050 De provincie Noord-Holland wil dat er de komende jaren veel betaalbare en duurzame woningen beschikbaar komen. Zij gaat gemeenten helpen om de flinke ambitie op het gebied van wonen waar te maken. Dat staat in de definitieve Woonagenda die is vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten. De vraag naar passende en betaalbare woningen in de provincie Noord-Holland is groot en neemt onder alle doelgroepen toe. In de Provinciale woonvisie wordt benoemd dat het belang bestaat om in de woonbehoefte te voorzien en daartoe de woningbouwproductie aan te jagen. Sneller meer woningen bouwen Er bestaat momenteel een grote vraag naar woningen en er zijn gelukkig ook veel plannen. Bij sommige woningen zijn alle planologische procedures doorlopen en deze mogen meteen gebouwd worden. In de praktijk moeten ook bij deze plannen soms nog wel een of meer knelpunten worden opgelost voordat er gebouwd kan worden. De provincie richt zich daarbij in eerste instantie op de plannen die zijn vastgelegd in een bestemmingsplan in gemeenten met een relatief grote bouwopgave. In tweede instantie kijkt de provincie naar plannen die nog moeten worden vastgelegd in een bestemmingsplan, maar wel ook passen binnen landelijke en provinciale wet- en regelgeving.
Samen met afzonderlijke gemeenten, Metropoolregio Amsterdam en Bouwend Nederland zet de provincie zich in om knelpunten weg te nemen en tot productie te komen via het uitvoeringsprogramma binnenstedelijk bouwen en versnellen woningbouw. Regionale afspraken wonen De provincie richt zich op bouwprojecten waar behoefte aan is. Vooral op de steden omdat daar de meeste mensen nu eenmaal graag wonen. Echter, de stad moet wel leefbaar en aantrekkelijk blijven, zodanig dat de 'lucht niet uit de stad gehaald wordt'. Gemeenten maken regionale afspraken over woningbouw, die passen binnen de woningbehoefte en mogelijkheden. Er moet een zorgvuldige afweging worden gemaakt wat de beste plek is om te gaan bouwen. Hierbij wordt onder andere ook rekening houden met bereikbaarheid, werkgelegenheid, gezondheid, waterberging, natuur en ruimte. Relatie tot dit bestemmingsplan Onderdeel van het beoogde initiatief is het toevoegen van maximaal 41 woningen in het plangebied. Onderdeel van dit woonprogramma betreffen 16 units die geschikt zijn voor co-living. Het doel van de provincie is om te zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Hierbij sluiten de beoogde woningtypologieën aan. Er worden geen knelpunten verwacht met het beleid zoals vastgelegd in de Provinciale woonagenda 2020-2025.
4.2.4 Actieagenda Circulaire Economie 2021-2025 De provincie Noord-Holland heeft in de Actieagenda Circulaire Economie omschreven wat de provincie in de periode tot 2025 doet om de verandering naar een circulaire economie te versnellen. De provincie Noord-Holland is een van de ondertekenaars van het Nationaal Grondstoffenakkoord, dat volgde uit het kabinetsplan van 2016 Nederland Circulair in 2050. De ambitie van de provincie sluit aan op die van Europa en het Rijk: Noord-Holland is in 2050 volledig circulair en het gebruik van primaire grondstoffen is in 2030 met 50% gedaald. Sinds 2017 zet de provincie zich daarom volop in om de overgang naar een circulaire economie te versnellen. Om ervoor te zorgen dat de ambities voor 2030 en 2050 worden behaald, wil de provincie zoveel mogelijk barrières wegnemen die circulair ondernemen in de weg staan en circulair ondernemerschap stimuleren. Dit wordt gedaan via onder andere het spoor 'circulair ondernemerschap en innovatie' en het spoor 'grondstoffen'. Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 37
Relatie tot dit bestemmingsplan De ambitie van Werf35 is een duurzame stadswijk te bouwen. Op de Werf zijn (bijna) alle bestaande gebouwen duurzaam gerenoveerd en worden alle nieuwe werk- en woonplekken duurzaam gerealiseerd. Er is geen sprake meer van het gebruik van gas; alle nieuwe gebouwen zijn 'all-electric'. Waar mogelijk voorzien zij in hun eigen energie, met onder meer zonnepanelen. Daarnaast is de ambitie om zo min mogelijk afval op de Werf te realiseren. Hierbij kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van een innovatieve composteermachine bij de gemeenschappelijke parkeerplaats. Deze composteermachine maakt het mogelijk om op de Werf binnen 24 uur alle organische afvalstromen met 85% te reduceren en om te zetten in bruikbare compost. De bruikbare compost is in te zetten voor de groenvoorziening op de Werf, als grondverbeteraar of in de volkstuin.Hiermee wordt bijgedragen aan de ambities omtrent duurzaamheid voor 2030 en 2050. 4.2.5 Detailhandels- en Leisurebeleid Noord Holland De ambitie van de provincie Noord-Holland voor de detailhandel en leisure in de provincie is om toe te werken naar een vitaal, aantrekkelijk en evenwichtig winkel- en leisureaanbod, dat goed aansluit op de behoeftes van de bewoners van en de bezoekers aan Noord-Holland.
De provincie Noord-Holland heeft een positieve grondhouding voor nieuwe ontwikkelingen, innovatieve concepten, schaalvergroting, enzovoort, die versterkend kunnen zijn voor detailhandelstructuur in het algemeen, en kunnen bijdragen aan de vitaliteit en aantrekkingskracht. Hierbij geldt dat nieuwe detailhandels-ontwikkelingen of uitbreidingen niet mogen leiden tot ernstige verstoring en duurzame ontwrichting van de bestaande winkelstructuur in de regio. De regionale afstemming vindt plaats in regionale adviescommissies. Gemeenten moeten grootschalige plannen ter advisering aan de commissie voorleggen. De nota is in mei 2009 vastgesteld. Relatie tot dit bestemmingsplan Dit beleid heeft geen inhoudelijke gevolgen voor het bestemmingsplan. Er worden in dit bestemmingsplan geen grootschalige plannen voor de detailhandel en leisure mogelijk gemaakt. Binnen de bestemming 'Gemengd' is in dit bestemmingsplan een concept store mogelijk gemaakt met een oppervlakte van maximaal 200 m². Daarnaast is uitsluitend ondersteunende detailhandel toegestaan. 4.2.6 Verkeers- en Vervoerplan Noord-Holland 'Ruimte voor Mobiliteit Uitgangspunt van dit plan is de vrije mobiliteitskeuze van burgers. De behoefte aan mobiliteit blijft toenemen.
Dat wordt onder meer veroorzaakt doordat de afstanden tussen de plaatsen waar mensen wonen, werken, recreëren, winkelen en zorgvoorzieningen gebruik maken steeds groter worden en tegelijk de verplaatsingspatronen steeds complexer worden. Dat veroorzaakt bereikbaarheidsvraagstukken. Daarom zet de provincie niet alleen in op wegen en openbaar vervoer en flankerend beleid maar tevens op een verantwoorde locatiekeuze van deze activiteiten. Het verkeer en vervoerplan is in 2003 vastgesteld. Relatie tot dit bestemmingsplan Het aspect 'Verkeer' wordt in paragraaf 5.1.4 van deze bestemmingsplantoelichting behandeld.
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 38
4.2.7 Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan Een goede bereikbaarheid is cruciaal voor de provincie, zowel voor de economie, maar ook voor de leefkwaliteit voor de burgers. De provincie zet zich in op de drie fronten benutten, beprijzen en bouwen om die bereikbaarheid te kunnen waarborgen. Dit betekent blijvende inzet om de wegcapaciteit te vergroten daar waar nodig, maar ook inzetten op het gebruik van de alternatieven en optimalisatie van de verplaatsing in de 'keten'. De provincie wil een betere balans brengen in het gebruik van de verschillende vervoersmogelijkheden onder andere door gebruik te maken van het prijsinstrument. Deze actualisatie is op 1 oktober 2007 vastgesteld door Provinciale Staten en vervangt delen van het Verkeer en Vervoerplan uit 2003. Relatie tot dit bestemmingsplan Het aspect 'Verkeer' wordt in paragraaf 5.1.4 van deze bestemmingsplantoelichting behandeld. 4.2.8 Watervisie 2021 Om Noord-Holland veilig, leefbaar en groen te houden en tegelijkertijd een goed investeringsklimaat te hebben, is het nodig om over grenzen heen te kijken. Oplossingen zullen meer buiten het eigenlijke waterdomein gaan vinden, met water als vanzelfsprekend onderdeel van ruimtelijke gebiedsontwikkelingen. Dijken kunnen bijvoorbeeld niet oneindig worden opgehoogd om de veiligheid te garanderen. Er zijn slimme en ruimtelijke alternatieven nodig.
Innovatieve oplossingen, waarvoor de provincie volop ruimte willen bieden. De Watervisie 2021 zoekt de koppeling van wateropgaven met ruimte, economie en natuur. Zo is er op en aan het water rust, maar ook ruimte voor vertier en activiteiten. Waar water en natuur zijn, ontstaat vaak als vanzelf recreatie. En die combinatie biedt weer kansen voor economische ontwikkeling. Als een dijk wordt versterkt omdat dat nodig is voor de veiligheid, kan ook meteen een strand worden aanleggen. En wandel- en fietspaden. Wellicht kan ondernemers ruimte worden gegeven voor de aanleg van een jachthaven of steiger. Als dat op de juiste manier wordt gedaan, neemt de biodiversiteit toe én wordt er gewerkt aan de economische ontwikkeling van het gebied. Zo ontstaan mogelijkheden voor natuur en recreatie, en versterkt Noord-Holland de status als watersportprovincie. Relatie tot dit bestemmingsplan Het aspect 'Water' wordt in paragraaf 5.1.3 van deze bestemmingsplantoelichting behandeld. 4.2.9 Keur 2019 De taak van het waterschap is om te zorgen voor een veilig en gezond watersysteem.
Volgens de Waterwet gaat het daarbij om drie hoofddoelstellingen: voorkomen van overstroming, wateroverlast en waterschaarste beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit en ecologische kwaliteit van watersystemen vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen Om deze doelen te kunnen realiseren beschikken de waterschappen over een eigen verordening, die van oudsher de Keur heet. De Keur kent "verboden" en "geboden" voor de manier van inrichten, gebruik en onderhoud van waterkeringen, oevers en wateren. Voor een deel van de verboden activiteiten uit de Keur kan onder voorwaarden vergunning worden verleend. Het waterschap Amstel, Gooi en Vecht heeft regels en richtlijnen opgesteld voor het beheer en onderhoud van alle oppervlaktewateren. Ook wordt in de Keur beschreven hoe er omgegaan moet worden met grondwateronttrekkingen waarvoor AGV bevoegd gezag is. Er gelden diverse geboden en verboden bij werken aan of bij oppervlaktewateren, oevers en beschoeiingen. In het Keurbesluit Vrijstellingen staat beschreven onder welke voorwaarden bepaalde Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 39
activiteiten zijn toegestaan zonder dat een keurvergunning nodig is. Dit scheelt administratief werk voor burgers en bedrijven. In veel gevallen geldt wel een meldplicht. Relatie tot dit bestemmingsplan Het aspect 'Water' wordt in paragraaf 5.1.3 van deze bestemmingsplantoelichting behandeld. 4.2.10 Leidraad Landschap en Cultuurhistorie De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie is een provinciale handreiking (vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 10 april 2018) voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad geeft gebiedsgerichte én ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Relatie tot dit bestemmingsplan Het plangebied is gelegen in Het Gooi. Het Gooi vormt een bosrijk woongebied tussen Amsterdam, Utrecht en Amersfoort en is een uitloper van de Utrechtse Heuvelrug. De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen: bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek; bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. 1. Het reliëf stuurt in Het Gooi.
De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: het kunnen ervaren van hoogteverschillen. Behoud de zichtbaarheid van de overgangen van hoog naar laag. Houd nog onbebouwde hellingen vrij van nieuwe ontwikkelingen. Dit geldt specifiek voor de open lage gebieden aan weerszijden van het stuwwallencomplex, zoals bij Naarden, Hilversumse Meent en de zijde van de Eempolders. het markeren van toppen. Behoud de zichtlijnen op bouwwerken die een functionele relatie met hoogte hebben (watertorens, televisiemasten) en laat deze als enige hoogteaccenten boven de horizon uitsteken. het open houden van de resterende engen en het beleefbaar houden van het reliëf. Creëer doorzichten naar dorpskernen. Voorkom verommeling en verdichting van de resterende wegen. beleving van het hoogteverschil in het verloop van wegen. Behoud (de beleefbaarheid van) het perspectivisch verloop van de oude verbindingswegen; houd in wegenontwerp rekening met de belijning (wees kritisch bij het toepassen van versmallingen, drempels en rotondes). 2. Het 'illusielandschap' van Het Gooi met weinig zichtbare bebouwing op de heidevelden blijft intact. Ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: het groen houden van randen van open gebieden. Pas bebouwing in achter de groene randen, zodat de indruk van aaneengesloten groengebieden blijft bestaan.
Voor bebouwing direct aan de rand is de hoogte van de bomen en de dichtheid van de beplanting van belang. Bouw aan de rand niet hoger dan de 'boomgrens' (ca. 15 meter). In de richting van het centrum van de kernen is hogere bebouwing mogelijk, mits de bebouwing onzichtbaar blijft vanaf de heideterreinen. het koesteren en versterken van de groenstructuur van het 'illusielandschap'. Behoud de nog aanwezige groene buffers tussen de kernen. Houd de verbindingswegen tussen de kernen vrij van ruimtelijke ontwikkelingen. Behoud het contact tussen de weg en het landschap. het dramatiseren van de abrupte landschappelijke overgangen open-dicht van de A1. Koester de overgangen van open naar dicht en omgekeerd op de flanken van de stuwwal. Versterk de beleving van rijksweg A1 als doorsnijding van de stuwwal. Behoud de uitstraling van een 'groene corridor' en verminder de barrièrewerking in oost-west richting Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 40
(kans). 3. De bijzondere samenhang van de vesting Naarden met het omliggende landschap wordt versterkt. De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: het herstel van de openheid van de schootsvelden en zanderijen. Verbeter het zicht op de vesting en omgekeerd het zicht vanaf de vestingwerken naar het buitengebied. Houd de zanderijen open en vlak. Laat de bodems intact en respecteer het patroon van waterlopen. Plaats bebouwing alleen op de steilranden. 4. De opbouw van de landgoederenzone van 's-Graveland blijft helder. Ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: het respecteren van de langgerekte opbouw van de verkaveling van 's-Graveland. Behoud en herstel lanen en sloten die de langgerekte ruimten versterken. Behoud het zicht vanaf het Noorder- en Zuidereinde de kamers in. het behouden en waar mogelijk restaureren van zichtlijnen van de landgoederenzone op de Ankeveense en Kortenhoefse polder. Behoud zichtlijnen van de buitens. Ga zorgvuldig om met de resterende ruimtes in het lint die uitzicht bieden op de achterliggende polders. 5. Overige ontwikkelprincipes. De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: het behouden en het zichtbaar/beleefbaar blijven van de huidige verkavelingsstructuur (inclusief sloten) bij (semi-)tijdelijke functies en opstellingen in het landschap, zoals voor zonne-energie.
Zorg voor een ruime landschappelijke begrenzing van het terrein, die aansluit op het bestaande omringende landschap; vermijd hoge hekken in het landschap. Streef ernaar dat de opstelling kwaliteit toevoegt aan het bestaande landschap (zie in de Voorbeeldenbank de Kwaliteitsimpuls Zonneparken voor inspiratie). het behouden van de vrije ruimte (molenbiotopen) rond historische windmolens, in verband met de windvang en de zichtbaarheid van de molens in het landschap (zie aanvullende informatie voor de molenbiotoop). Het beoogde initiatief raakt niet in negatieve zin aan één van de voorgaande ambities of ontwikkelprincipes, waardoor geen belemmeringen ontstaan voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.3
Regio
In deze paragraaf wordt het juridisch-planologisch kader op het regionaal niveau uitgelicht. 4.3.1 Ontwikkelingsvisie Noordvleugel Utrecht 2015-2030 De Noordvleugel vormt weliswaar geen bestuurlijk geheel, maar in ruimtelijk-economisch opzicht wel een sterk eenheid. Daarom hebben de betrokken overheden waaronder de gemeente Hilversum op verzoek van de rijksoverheid een visie opgesteld die een samenhangend antwoord moet geven op de complexe ruimtelijke vraagstukken waarvoor het gebied is gesteld. Essentie van deze ontwikkelingsvisie is het vinden van een oplossing voor de spanning tussen twee waarden: ten eerste de behoeft aan ruimte om te wonen en te werken voor het nog steeds groeiende aantal huishoudens van de Noordvleugel, ten tweede, de net zo dringende behoefte aan bescherming van natuur en landschap en de duurzaamheid in de ruimtelijk-economische ontwikkeling. Uit de ontwikkelingsvisie blijkt dat de spanning weliswaar blijft bestaan, maar dat het mogelijk is er op een verantwoorde manier mee om te gaan. Verantwoord wil zeggen: het huidige bebouwde gebied optimaal benutten voor nieuwe woningbouw, het waar mogelijk met Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 41
elkaar mengen van de functies wonen en werken, en het creëren van voldoende recreatieaanbod in en rondom de steden. Verder wordt in de ontwikkelingsvisie voorgesteld een spoorverbinding tussen Almere via Hilversum naar Utrecht aan te leggen. Het concept is bestuurlijk nog niet geaccordeerd. Relatie tot dit bestemmingsplan De inhoud van dit bestemmingsplan is in lijn met de ontwikkelingsvisie Noordvleugel Utrecht 2015-2030. Dit bestemmingsplan voorziet immers in het huidige bebouwde gebied benutten voor nieuwe woningbouw en mengt de functies wonen en werken met elkaar. 4.3.2 Metropoolregio Amsterdam, ontwikkelingsbeeld Noordvleugel 2040 De nota vormt het gemeenschappelijke vertrekpunt voor de raden voor het opstellen van de structuurvisies en is een uitwerking van de Structuurvisie Randstad 2040 van het rijk. De kern van de strategie is het ontwikkelen van wervende grootstedelijke vestigingsmilieus, die internationaal kunnen wedijveren met concurrerende metropolen. Kernwaarden intensiteit, bereikbaarheid en duurzaamheid. Voor het stedelijk gebied wordt gestreefd naar intensiveren en transformeren.
Doel is niet zozeer verdichting maar vooral efficiënter ruimtegebruik, transformatie van verouderde gebieden naar moderne, gespecialiseerde of gemengde gebieden, behoud van sociale en culturele menging in de stedelijke gebieden, concentratie van regionale voorzieningen, publieke diensten en economische functies bij knooppunten van regionaal openbaar vervoer. Voor het door ontwikkelen van de netwerkstad Noordvleugel tot een Europese metropool is vereist dat de internationale en interregionale bereikbaarheid gegarandeerd is. Hierbij zijn betere verbindingen nodig tussen Almere en Utrecht en Amersfoort. Er moet geïnvesteerd worden in een metropolitaan landschap. Het bestaande landschap voegt een onmisbare en onderscheidende kwaliteit toe aan de metropool. Met name de positie van de agrarische bedrijvigheid, de wateropgave en natuurontwikkeling vereisen een langjarige regionale strategie met forse investeringen. Dit alles moet bovenal duurzaam zijn. De nota is vastgesteld op 14 december 2007. Relatie tot dit bestemmingsplan De inhoud van dit bestemmingsplan is in lijn met de nota Metropoolregio Amsterdam, ontwikkelingsbeeld Noordvleugel 2040. Dit bestemmingsplan voorziet immers in het transformeren van een bestaand stedelijk gebied.
4.3.3 Woonvisie Regio Gooi en Vechtstreek 2016 - 2030 Op 8 maart 2017 heeft de raad van de gemeente Hilversum de regionale woonvisie Gooi en Vechtstreek 2030 vastgesteld. Het doel van de woonvisie is om de regio mooier, completer en duurzemer te maken. Om dit te bereiken worden drie sleutel ambities nagestreefd: 1. Beweging op de woningmarkt: door het wegnemen van belemmeringen en het stimuleren van doorstroming zorgen we voor meer beweging op de regionale woningmarkt. Hierdoor krijgen meer mensen meer keuzes en meer kansen. 2. Identiteit en diversiteit: Gooi en Vechtstreek is een regio met een sterke eigen identiteit. Deze identiteit willen we behouden en versterken. Dit wordt onder andere gepoogd door te zorgen voor meer diversiteit aan woningen en woonmilieus in de regio. 3. Samenwerking: Omdat men samen sterker staat, werken de gemeenten nauw samen met alle woonpartners in de regio om de missie te verwezenlijken. Via het voeren van een continue dialoog en via het monitoren en evalueren van de gezamenlijke inspanning. Naast de drie ambities zijn vijf thema's opgesteld: 1. De inclusieve regio: een woonregio voor iedereen. Dit thema richt zich op de betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen voor minder kansrijke groepen op de woningmarkt. Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 42
2. De bouwende regio: bouwopgave en transformatie. Dit thema geeft aan dat uitbreiding van de woningvoorraad nodig blijft. De ambitie is om minimaal 20 procent van de woningtoevoegingen door middel van transformaties te laten plaatsvinden. 3. De vernieuwende regio: vernieuwing van de bestaande woningvoorraad. Dit thema richt zich zowel op de fysieke als de sociale aspecten van de bestaande woningvoorraad. Het gaat hierbij om aspecten als onderhoud, verbetering en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. 4. De zorgzame regio: wonen met zorg. Dit thema richt zich op passende woonvormen met aandacht voor ondersteuning en begeleiding van mensen met fysieke, mentale of sociale beperkingen. 5. De duurzame regio: naar een duurzame toekomst. Dit thema richt zich op het terugdringen van het energieverbruik in de bebouwde omgeving, onder andere door het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad en aandacht voor duurzaamheid bij nieuwbouw. Relatie tot dit bestemmingsplan Binnen dit bestemmingsplan zijn mogelijkheden voor het creëren van betaalbaar aanbod voor ouderen, jongeren en jonge gezinnen. In paragraaf 4.1.4 is nader op het woonprogramma en de behoefte aan woningen ingegaan. Hiermee wordt aangesloten op het eerste thema uit de regionale woonvisie.
Daarnaast wordt ook op het tweede thema uit de woonvisie aangesloten doordat dit bestemmingsplan de transformatie van een bedrijventerrein mogelijk maakt en daarbij onder andere woningen worden toegevoegd. Als laatste wordt aangesloten bij het vijfde thema uit de regionale woonvisie door aandacht voor duurzaamheid bij de nieuw te bouwen woningen. In paragraaf 5.4 wordt nader op dit thema ingegaan. 4.3.4 Gooi en Vechtstreek regionale detailhandelsvisie Op 17 december 2019 heeft de gemeenteraad de regionale detailhandelsvisie vastgesteld. In de regio is sprake van een relatief platte hiërarchie in de winkelstructuur, met een relatief klein hoofdwinkelcentrum (Centrum Hilversum), verschillende middelgrote centrumgebieden (Huizen, Bussum, Laren) en een aantal grote ondersteunende winkelgebieden. In de regionale visie ligt het accent op een sterke, meer hiërarchische hoofdstructuur.
Hiervoor wordt de volgende visie en beleidslijn gevolgd: Het centrum van Hilversum vormt het recreatieve winkelhart van de regio met de (inter)nationale ketens; De bovenlokale centra, het bijzondere centrum van Laren, de dorpscentra en de grote ondersteunende clusters hebben een beperkter bereik; Concentratie van winkels in volumineus aanbod zo veel als mogelijk in de drie bestaande PDV-clusters; Grootschalige initiatieven in de reguliere detailhandel die niet passen binnen het regionale hoofdcentrum of de bovenlokale centra en grote ondersteunende centra kunnen een plaats krijgen in Maxis Muiden; Er wordt geen medewerking verleend aan initiatieven tot nieuwe clusters van detailhandel buiten de hoofdstructuur; Nieuwe solitaire ontwikkelingen zijn in de regio niet gewenst. Samengevat houdt het regionale beleid de volgende lijn aan: 1. Initiatieven dienen bij te dragen aan de versterking van de gewenste hoofdstructuur in de Gooi en Vechtstreek; 2. Nieuwe clusters van detailhandel buiten de genoemde hoofdstructuur zijn niet gewenst; 3. Initiatieven die voorzien in de realisering of uitbreiding van verspreid (of solitair) gevestigde detailhandel zijn niet mogelijk. Relatie tot dit bestemmingsplan
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 43
Dit bestemmingsplan is niet in strijd met de regionale detailhandelsvisie. Binnen de bestemming 'Gemengd' is in dit bestemmingsplan een concept store mogelijk gemaakt met een oppervlakte van maximaal 200 m². Daarnaast is uitsluitend ondersteunende detailhandel toegestaan. Dit bestemmingsplan voorziet derhalve niet in een nieuw cluster van detailhandel. De beoogde detailhandel past bij de omvang van de wijk en doet geen afbreuk aan de hoofdstructuur. Hierdoor is de ondersteunende detailhandel en de concept store niet in strijd met de regionale detailhandelsvisie.
4.4
Gemeente
In deze paragraaf wordt het juridisch-planologisch kader op het gemeentelijk niveau uitgelicht. 4.4.1 Structuurvisie Hilversum 2030 Door de raad is op 15 mei 2013 een nieuwe structuurvisie vastgesteld, waarin het toekomstbeeld van de gemeente tot 2030 wordt geschetst. In deze structuurvisie zijn de hoofdlijnen voor het ruimtelijk beleid tot 2030 vastgelegd. De structuurvisie bevat de volgende ambities en doelstellingen voor 2030: 1. een goede woongemeente om in te leven met voldoende werkgelegenheid en (basis)voorzieningen; 2. behoud van omringende natuurgebieden; 3. Mediastad en vestigingsplaats voor creatieve bedrijvigheid; 4. centrumgemeente met accent op zorg; 5. hoge stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden met weinig ontwikkelingen en de dynamische gebieden. Behoud en ontwikkeling zijn met elkaar in balans. In de woonwijken staat behoud van het huidige karakter voorop en wordt weinig ruimtelijke ontwikkeling voorzien. Dat geldt ook voor het buitengebied, inclusief het dynamische gebied Zonnestraal en omgeving, waar geen verdergaande verstedelijking zal plaatsvinden. Het centrum en de werklocaties zijn de dynamische gebieden (binnen bestaand bebouwd gebied) waar sprake is van aanmerkelijke ruimtelijke ontwikkelingen en functiewijzigingen.
De structuurvisie biedt de ruimte voor, en geeft richting aan, het realiseren van de ambities op het gebied van hoogwaardig wonen, natuur, media, zorg en architectuur. Vanuit de integrale benadering zijn voorts dwarsverbanden in beeld gebracht, bijvoorbeeld vanuit de invalshoeken duurzaamheid, bereikbaarheid en regio. Relatie tot dit bestemmingsplan Het initiatief voorziet in woningen, detailhandel, horeca en werklocaties. Deze verschillende functies worden gecombineerd, waardoor een centrumvoorziening ontstaat. Vanuit de Structuurvisie volgen geen belemmeringen die de vaststelling van dit bestemmingsplan in de weg staan. 4.4.2 Woonvisie 2021 tot 2030 Op 8 juni 2021 is de Woonvisie 2021 tot 2030 'Hilversumse woningmarkt toegankelijk voor iedereen' vastgesteld. De gemeente heeft hierin haar ambities op het vlak van het woonbeleid voor de periode tot 2030 vastgelegd. In de woonvisie ligt de focus op thema’s en opgaven waar de gemeente ook echt invloed op kan uitoefenen. De thema's zijn: 1. 2. 3. 4.
Hilversumse woningmarkt onder druk Ontbrekende schakels in de woningmarkt Langer en weer zelfstandig thuis wonen van mensen met een zorgvraag Duurzame en energiezuinige woningen
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 44
In het eerste thema wordt ingezet op de realisatie van 3.000 extra woningen, de samenwerking met ontwikkelende partijen en op een goede benutting van de bestaande woningvoorraad. Het tweede thema gaat in op het goed benutten van de bestaande woningen door kansen voor doorstroming te vergroten, door aanvullend woningen toe te voegen in segmenten die het meest onder druk staan (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) en door ruimte te bieden aan de behoefte van bijzondere groepen. Het derde thema voorziet in het bieden van meer levensloopgeschikte en geclusterde woonvormen voor ouderen, met aandacht voor zorg en ontmoeting in de omgeving, en voor het zorg dragen voor andere zorgvragers voor voldoende aanbod verspreid over de stad, zodat mensen pretting kunnen wonen en buurten ook mensen kunnen opvangen. Voor wat betreft het vierde en laatste thema wordt verwezen naar de Transitievisie Warmte (TVW) die voor de gehele bebouwde omgeving in Hilversum is opgesteld.
Relatie tot dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan maakt onder andere de realisatie van woningen in het plangebied mogelijk. Binnen het plangebied kunnen maximaal 41 woningen worden gerealiseerd. In dit woonprogramma is plaats voor maximaal 16 units geschikt voor co-living. De overige woningen zijn woningen in het middensegment. In de Woonvisie heeft onder andere het thema 'Hilversumse woningmarkt onder druk' prioriteit, samen met 'Ontbrekende schakels in de woningmarkt'. De woningtypologieën die zijn beoogd in het plangebied sluiten aan bij deze twee thema's. Verder zijn op de Werf (bijna) alle bestaande gebouwen duurzaam gerenoveerd en worden alle nieuwe werk- en woonplekken duurzaam gerealiseerd. Er is geen sprake meer van het gebruik van gas; alle nieuwe gebouwen zijn 'all-electric'. Waar mogelijk voorzien zij in hun eigen energie, met onder meer zonnepanelen. Dit draagt bij aan thema 4. De ontwikkeling is hiermee in lijn met de Woonvisie 2021 tot 2030 'Hilversumse woningmarkt toegankelijk voor iedereen'. 4.4.3 Horecakader 'Gezellig en Gastvrij: Horeca maakt Hilversum' In 2017 heeft de gemeenteraad het Horecakader 'Gezellig en Gastvrij: Horeca maakt Hilversum' vastgesteld. Hilversum werkt hard aan een centrum dat meer mensen aantrekt, die het centrum meer waarderen, vaker terugkomen, langer verblijven en meer uitgeven. Horeca speelt hierin een belangrijke rol.
Om deze ambitie te realiseren moet de horeca (potentiële) bezoekers meer gaan bieden. Het onderscheidend vermogen van de horeca moet worden vergroot. Daarbij is herkenbaarheid van de horeca van belang, net als de juiste ondernemer op de juiste plaats en profilering. De gemeente draagt bij aan de herkenbaarheid van de horeca door deze vooral in het centrum te faciliteren. Hier speelt de horeca een belangrijke rol als onderdeel van een aantrekkelijk centrum. Buiten het centrum wordt (al jaren) terughoudend omgegaan met het toevoegen van horeca. Daarbij is het van belang dat horeca voor bijvoorbeeld De Gijsbrecht (ondersteunt de winkelfunctie), voor buurten en wijken (ontmoetingsfuncties) en locatie als Mediapark, Werf35 en werklocaties evident. Relatie tot dit bestemmingsplan Buiten de horecaconcentratiegebieden is er geen focus op uitbreiding van horeca. Initiatieven voor zogenoemde 'pareltjes' blijven wel mogelijk. Werf35 is in het horecakader genoemd als één van die pareltjes. Bij initiatieven die niet passen in het bestemmingsplan wordt een zorgvuldige afweging gemaakt. Hierbij worden alle betrokken belangen, ruimtelijke aspecten en zaken als cultuurhistorische waarden en milieu afgewogen.
Een pareltje heeft toegevoegde waarde voor een specifiek gebied (bijvoorbeeld Media Park, Werf35, Arenapark, rand natuurgebied) of voor een complex (baak bij Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 45
herbestemming van monumentale panden). Ook kijkt de gemeente naar het onderscheidend vermogen voor Hilversum en de mate waarin een initiatief zal concurreren met de horeca in de horecaconcentratiegebieden. Het plangebied van dit bestemmingsplan betreft Werf35; één van de pareltjes. De beoogde horeca-activiteiten in het plangebied zijn hiermee in lijn met het Horecakader van de gemeente Hilversum. 4.4.4 Afwegingskader Hotels Hilversum Mediastad 2020 In de Metropoolregio Amsterdam (MRA) groeit zowel zakelijk als recreatief toerisme sterk. De verwachting is dat deze groei zich in de nabije toekomst voortzet. De toeristische sector is dan ook van grote economische waarde voor de MRA, met 2,5 miljard aan bestedingen en 66.000 banen (bron: ZKA, Grip op Groei, 2018). Een deel van die bestedingen en banen komt in Hilversum terecht. Door de groei van toerisme, stijgt ook de vraag naar verblijfsaccommodaties. De stop op nieuwe hotelontwikkelingen in Amsterdam zorgt ervoor dat hoteleigenaren, ontwikkelaars en exploitanten uitwijken naar andere plaatsen in de Metropoolregio. De vraag vanuit de markt naar hotelkamers in Hilversum neemt toe. De gemeente Hilversum wil proactief sturen op gewenste ontwikkelingen om zo het groeiend toerisme in goede banen te leiden.
In het afwegingskader zijn diverse uitgangspunten geformuleerd onder de volgende onderdelen: algemeen; levendig klimaat; vestigingsklimaat; leefbaarheid. Op basis van de uitgangspunten behorende bij de pijlers is een toetsingskader opgesteld. Elk initiatief wordt door het Omgevingsteam aan de hand van het toetsingskader beoordeeld op wenselijkheid en haalbaarheid van realisatie.
Het kader steunt op twee pijlers: 1. Kansrijke gebieden: is er ruimte voor ontwikkelingen in het gebied? 2. Economische meerwaarde: in hoeverre heeft het initiatief toegevoegde waarde voor het gebied? Om ervoor te zorgen dat een goede afweging gemaakt wordt, zal elk initiatief moeten voldoen aan de volgende eisen: 1. Ruimtelijke eis: ruimte voor nieuwe ontwikkelingen op de beoogde locatie? 2. Economische eis: in welke mate heeft het initiatief toegevoegde (economische) waarde voor het gebied? 3. Maatschappelijke eis: in welke mate is er sprake van buurtbetrokkenheid, sociaal ondernemerschap, duurzaamheid etc.? 4. Bereikbaarheidseis: in hoeverre heeft het initiatief invloed op de bereikbaarheid van de locatie? 5. Haalbaarheidseis: in hoeverre is het initiatief exploitabel? Relatie tot dit bestemmingsplan De voorgenomen ontwikkeling voorziet mogelijk in een Hotel Special. Het programma is echter nog niet zeker. Bij de omgevingsvergunningaanvraag voor de activiteit bouwen zal het Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 46
toetsingskader doorlopen worden, indien de Hotel Special wordt gerealiseerd. Hier ontstaan geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. 4.4.5 Economisch perspectief 2040 Op 18 maart 2021 is het Economisch perspectief 2040 opgesteld voor Hilversum. Dit document is een bouwsteen voor de Omgevingsvisie van Hilversum en is derhalve een aanzet tot de strategie die nodig is voor een gezonde economische ontwikkeling van Hilversum richting 2040. Met name in het stedelijk weefsel (dus buiten de bedrijventerreinen en kantoorlocaties) is een kwart van de Hilversumse werkgelegenheid de afgelopen tien jaar verdwenen, maar er wordt gewerkt aan herstel. Het vestigingsklimaat is de grote boosdoener, met name door structureel ruimtetekort. De sleutel zit aan de fysieke kant, door voldoende ruimte te maken voor de economie in Hilversum. Wanneer uit wordt gegaan van gezonde economische ontwikkeling in Hilversum, vraagt dit om meer ruimte voor bedrijvigheid: ruim 38 hectare op bedrijventerreinen en ruim 130.000 m² op overige locaties in Hilversum. Hierdoor is ruimte creëren van belang. Ook verdichting en functiemenging op zowel formele werklocaties als in de woonwijken en overige informele werklocaties worden daarbij een noodzakelijke oplossing.
Relatie tot dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan is in lijn met het Economisch perspectief 2040 daar dit bestemmingsplan wordt voorzien in ruimte voor bedrijvigheid. In de bestaande situatie zijn er planologisch reeds bedrijfsfuncties toegestaan, maar deze hebben een hogere maximale milieucategorie dan de beoogde bedrijvigheid. Het aanpassen van de milieucategorie bedrijfsactiviteiten leidt tot een terrein waar middels verdichting en functiemenging een gebied ontstaat met ruimte voor werken en andere functies, zoals wonen en horeca. 4.4.6 Evenementenkader In 2017 is het Evenementenkader 'Evenementen met een verhaal!' opgesteld voor de gemeente Hilversum. Hierin wordt richting gegeven en een kader geboden aan organisatoren, inwoners en andere betrokkenen bij het organiseren van evenementen in Hilversum. Hilversum is mede vanwege deze evenementen een aantrekkelijke plek om te wonen, te werken en te bezoeken. Evenementen vinden plaats in het centrum, maar ook op andere locaties zoals Werf35, Landgoed Zonnestraal en Plein Hilversumse Meent. Evenementen vinden vooral in het centrum plaats, maar deze locaties moeten worden gedeeld en het Stationsplein zal bijvoorbeeld in de toekomst vervallen als locatie.
Hierdoor wordt onder andere gekeken naar een locatie als Werf35, die gelet op het karakter (groen, water, media monumentaal, cultuurhistorie) complementair is aan locaties in het centrum. Daarnaast dient er naast het belang van evenementen voor de stad, aandacht te zijn voor de balans tussen levendigheid en leefbaarheid. Op deze balans is het evenementenbeleid gericht. Relatie tot dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan voorziet in het toestaan van evenementen binnen het plangebied, op een locatie waar reeds evenementen zijn georganiseerd. Het plangebied wordt in dit verband al genoemd in het Evenementenkader uit 2017. Dit bestemmingsplan voorziet in een evenementenlocatie die complementair is en blijft aan de locaties voor evenementen in het centrum. Daarnaast is aandacht voor de balans tussen de levendigheid en leefbaarheid, en wordt hierop ingegaan in het locatieprofiel. Het locatieprofiel is in Bijlage 3 opgenomen bij deze bestemmingsplantoelichting. Belangrijke aspecten bij de balans tussen levendigheid en leefbaarheid is de categorie, duur, omvang, geluid en tijdsbestek. Op deze aspecten wordt in het Locatieprofiel Werf35 (COUP, mrt 2022) nader ingegaan.