Werf35_Toelichting
Tekst van het document
TOELICHTING PROJECT
Werf35, Hilversum
STATUS
vastgesteld
PROJECTNUMMER
NL.IMRO.0402.09bp04werf35-va01
DATUM
16-02-2024
Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer
info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628
COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 - 744 08 38 085 - 744 08 37 Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 2
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
6 Aanleiding Doelstelling Plangeschiedenis Functie van het bestemmingsplan Leeswijzer
6 6 6 8 8
Begrenzing plangebied en vigerende bestemmingsplannen
10
2.1 2.2
10 10
Begrenzing plangebied Vigerende bestemmingsplannen
Karakteristieken plangebied
12
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
12 14 15 16 21 23 25 26
Ruimtelijke structuur Wonen, werken en voorzieningen Verkeer Duurzaamheid en leefbaarheid Cultuurhistorische waarden Bodem en watersysteem Kabels en leidingen Veiligheid
Relevante beleidskader
28
4.1 4.2 4.3 4.4
28 33 41 44
Rijk Provincie Regio Gemeente
Ruimtelijk plan
53
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10
53 60 64 68 70 75 76 78 78 81
Ruimtelijke ontwikkeling Milieu beoordeling Natuur Duurzaamheid Leefbaarheid Cultuurhistorische waarden Bodem en watersysteem Kabels en leidingen Veiligheid Planning en fasering
Implementatie
82
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
82 82 93 94 95
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Planmethodiek Bestemmingsregeling Handhaving Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Pagina | 3
Bijlagen Bijlage 1 Stedenbouwkundige visie (Medianest, COUP, Karres Brands en Vakwerk, mei 2021) Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan (Vakwerk architecten, febr. 2022)
Bijlage 3
Locatieprofiel Werf35 (COUP, mrt 2022)
Bijlage 4
Aanmeldnotitie (Mees Ruimte & Milieu, nov. 2023)
Bijlage 5
Mobiliteitsonderzoek (Sj Stienstra & COUP, okt. 2023)
Bijlage 6 aug. 2021)
Quickscan in het kader van de natuurwetgeving (Van der Goes & Groot,
Bijlage 7
Onderzoek naar stikstofdepositie (Van der Goes & Groot, nov. 2023)
Bijlage 8
Akoestisch onderzoek naar weg- en railverkeer (Peutz, jan. 2022)
Bijlage 9
Ontwerpbesluit Hogere waarden (Gemeente Hilversum, dec. 2023)
Bijlage 10
Onderzoek naar trillingen ten gevolge van railverkeer (Peutz, okt. 2022)
Bijlage 11 2021)
Onderzoek bedrijven en milieuzonering (Mees Ruimte & Milieu, nov.
Bijlage 12 Verkennend bodemonderzoek Mussenstraat ongenummerd (Milieutechniek ZVS Eemnes BV, maart 2010) Bijlage 13 Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 en Raafstraat (Infrasoil bv, mei 2011) Bijlage 14
Historisch onderzoek Mussenstraat 21 (Medianest BV, okt. 2018)
Bijlage 15
Verkennend bodemonderzoek Mussenstraat 9 (Back Milieu, mei 2021)
Bijlage 16
Wateradvies (Waternet, mei 2022)
Bijlage 17 Onderzoek externe veiligheid ten aanzien van transport gevaarlijke stoffen over het spoor (Peutz, sept 2022) Bijlage 18
Notitie bouwen binnen het plasbrandaandachtsgebied (Peutz, sept 2022)
Bijlage 19
Reactienota Werf35 (gemeente Hilversum, nov. 2023)
Bijlage 20
Participatieverslag (COUP, augustus 2022)
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 4
Toelichting
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 5
Hoofdstuk 1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn de aanleiding, doelstelling en functie van het bestemmingsplan opgenomen. In dit hoofdstuk staat ook de leeswijzer.
1.1
Aanleiding
Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de juridisch-planologische regeling die nodig is voor de herontwikkeling van het terrein 'Werf35, Hilversum'. Het plangebied omvat de locatie Werf35 aan de Mussenstraat. In mei 2020 is een intentieovereenkomst (IOK) voor Werf35 getekend. In de overeenkomst zijn programmatische uitgangspunten vastgelegd. In totaal bestaat Werf35 (oud & nieuw) straks uit 13.000 m² (b.v.o.) programma. Het bestaande programma omvat reeds ca. 4.700 m² en dit betekent dat er conform de IOK (mei 2020) 8.300 m² aan nieuwbouw wordt toegevoegd. Het college heeft 25 mei 2021 ingestemd met de "Stedenbouwkundige visie Werf 35" (d.d. 10 mei 2021). Deze stedenbouwkundige visie dient als basis voor het onderhavige bestemmingsplan en het nader uit te werken bouwplan voor Werf35.
1.2
Doelstelling
Het doel van het bestemmingsplan Werf35 is het passend bestemmen van de reeds getransformeerde bebouwing binnen het plangebied en het mogelijk maken van de beoogde nieuwe ontwikkelingen (zie hoofdstuk 5). Het bestemmingsplan vormt het juridisch-planologische kader waarbinnen de ontwikkelingen dienen plaats te vinden. Werf35 heeft zich in de afgelopen jaren al ontwikkeld tot een creatieve 'hotspot' met een verzameling van onder andere bedrijvigheid, horeca, kunstenaars en evenementen. Nagenoeg alle bestaande, cultuurhistorisch waardevolle bebouwing op het terrein is reeds gerenoveerd en getransformeerd. De beoogde nieuwe ontwikkelingen bestaan uit de invulling van het braakliggende voorterrein middels nieuwbouw. Het doel is om het plangebied te herontwikkelen naar een gemengd gebied waar de functies wonen, werken en recreëren samenkomen.
1.3
Plangeschiedenis
Voorafgaand aan dit bestemmingsplan voor de beoogde herontwikkeling van het plangebied Werf35, Hilversum zijn diverse stappen gezet. In deze paragraaf wordt beknopt ingegaan op deze plangeschiedenis voorafgaand aan onderhavig bestemmingsplan.
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 6
1.3.1 Intentieovereenkomst In de intentieovereenkomst (IOK) zoals getekend in mei 2020 hebben gemeente Hilversum en de ontwikkelende partij afgesproken tot herontwikkeling over te gaan van het plangebied Werf35, Hilversum. De IOK geeft aan dat voor de herontwikkeling een planologische wijziging nodig is en er zijn in de overeenkomst een aantal uitgangspunten en afspraken vastgelegd. Het doel van de overeenkomst is meerledig en betreft onder andere het gezamenlijk onderzoeken of en zo ja binnen welk stedenbouwkundig kader kan worden gekomen tot herontwikkeling. In de IOK zijn onder andere uitgangspunten en randvoorwaarden opgenomen waaraan de concept-stedenbouwkundige visie dient te voldoen. Tevens is in de IOK de intentie opgenomen dat, na instemming met het stedenbouwkundig plan, gekomen wordt tot een anterieure overeenkomst voor grondexploitatie. Voorafgaand aan het opstellen van dit bestemmingsplan is ingestemd met een stedenbouwkundige visie (zie ook paragraaf 1.3.2) en is een anterieure overeenkomst gesloten. In paragraaf 6.4 wordt hier nader op ingegaan. 1.3.2 Stedenbouwkundige visie Werf 35 De "Stedenbouwkundige visie Werf 35" (d.d. 10 mei 2021, zie ) is opgesteld met als doel om het plangebied verder te laten groeien als creatieve hotspot in Hilversum.
Er wordt met name ingezet op de ontwikkeling van het zuidelijk terrein, want op het moment van opstellen van dit bestemmingsplan zijn de bestaande gebouwen in het noordelijk deel van het terrein nagenoeg allemaal volledig gerestaureerd en getransformeerd. In de stedenbouwkundige visie wordt de ontwikkellocatie uitgebreid geanalyseerd en wordt ingegaan op het beoogde programma in de toekomstige situatie. In het plangebied ontstaat hierdoor een interessante mix tussen hoofdzakelijk werken en aanvullend wonen, en het toeveogen van drie soorten aanvullende voorzieningen (zie ook paragraaf 1.3.3). Verder is in de stedenbouwkundige visie een stedenbouwkundig model uitgewerkt, met ruimtelijke ingrediënten als het hart van de Werf, entrees, bouwvelden, etc. en is voorzien in een voorbeelduitwerking. Uitgebreid wordt er ook ingegaan op de thema's beeldkwaliteit, duurzaamheid en mobiliteit in de toekomstige situatie. Onderstaande figuur toont een voorbeelduitwerking uit de Stedenbouwkundige visie.
Figuur 1.1 Voorbeeld uitwerking Werf35 (bron: Stedenbouwkundige visie Werf 35 d.d. 10 mei 2021) In de stedenbouwkundige visie is met het SmartAgent model en de leefstijlvinder de doelgroep voor gebruikers en bewoners van het plangebied uitgewerkt. De persona's avontuurzoeker, stijlzoeker en plezierzoeker zijn indicatoren voor de toekomstige populatie. De visie voor de Werf is geen blauwdrukplan maar een organisch en pragmatisch plan. Voorliggend bestemmingsplan is binnen de kaders zoals opgenomen in de Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 7
Stedenbouwkundige visie Werf 35 uitgewerkt. 1.3.3 Beknopte beschrijving van het ruimtelijk plan Werf35, Hilversum wordt ontwikkeld tot een multifunctionele plek waar creatieve bedrijvigheid gecombineerd wordt met wonen en horeca, met behoud van de industriële identiteit en uitstraling. In totaal bestaat Werf35 (oud & nieuw) straks uit 13.000 m² (b.v.o.) programma. Het bestaande programma omvat reeds ca. 4.700 m² en dit betekent dat er conform de IOK (mei 2020) 8.300 m² aan nieuwbouw wordt toegevoegd. Op hoofdlijnen bestaat het beoogde programma uit werken (totaal minimaal 60%), wonen (totaal minimaal 30%) en overige voorzieningen. Binnen het plangebied kunnen maximaal 41 woningen worden gerealiseerd. In dit woonprogramma is plaats voor maximaal 16 units geschikt voor co-living. De overige woningen zijn woningen in het middensegment. De drie soorten aanvullende voorzieningen zijn een hotel special (hostel +), conceptstore (de Werf store: kleinschalige detailhandel waar kunst, cultuur en lokaal vervaardigde producten hand-in-hand gaan) en horeca (ondersteunende en versterkende horeca voor de functies in het gebied). In paragraaf 5.1.5 wordt nader ingegaan op het beoogde programma. Het industrieel erfgoed is het vertrekpunt geweest voor de stedenbouwkundige opzet en de nieuwe architectuur. De Werf heeft, net als vroeger, een duidelijke buiten- en binnenkant.
De buitenkant wordt gevormd door bebouwde rooilijnen in combinatie met een deel van de oude fabrieksmuur. Het zuidelijk deel van het plangebied (daar waar nieuwbouw plaatsvindt) wordt in tweeën gedeeld door een nieuwe hoofdstraat. Het hart van de Werf wordt gevormd door het centraal gelegen plein. Het plein verbindt de bestaande en de nieuwe gebouwen met elkaar en vormt daarmee het gezamenlijk hart van de Werf. In paragraaf 5.1 wordt zowel de stedenbouwkundige structuur, groen-, water- en verkeersstructuur in de toekomstige situatie beschreven.
1.4
Functie van het bestemmingsplan
Het bestemmingsplan 'Werf35, Hilversum' regelt de bestemmingen en het gebruik van de gronden voor het betreffende gebied. Het bestemmingsplan bestaat uit een of meer verbeeldingen (kaarten), regels en een toelichting. De verbeelding en de daarop aangewezen bestemmingen en regels vormen tezamen het juridische plan. De plantoelichting heeft geen rechtskracht. De regels omvatten de omschrijvingen van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven. In de toelichting worden de achtergronden en beweegredenen aangegeven die hebben geleid tot de bestemmingen. Een bestemmingsplan wordt met de daarbij behorende toelichting langs elektronische weg vastgelegd. Het bestemmingsplan wordt in die vorm vastgesteld. Een volledige papieren versie van het bestemmingsplan wordt gelijktijdig vastgesteld. Indien de inhoud van het langs elektronische weg vastgelegde bestemmingsplan na vaststelling en die van de papieren versie daarvan tot een verschillende uitleg aanleiding geeft, is de eerstbedoelde inhoud beslissend.
1.5
Leeswijzer
De toelichting is opgebouwd uit zes hoofdstukken. In het inleidende hoofdstuk is ingegaan op de aanleiding, doelstelling en functie van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 2 wordt aangegeven waar het plangebied ligt en wat de exacte plangrenzen zijn. In hoofdstuk 2 wordt ook aangegeven welke bestemmingsplannen voor het plangebied gelden tot het verkrijgen van rechtskracht van het nieuwe bestemmingsplan. De hoofdstukken 3-5 vormen de kern van de toelichting. In hoofdstuk 3 worden de karakteristieken van het plangebied beschreven. Dit is een beschrijving van de bestaande Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 8
situatie. Relevante beleidskaders van Rijk, provincie/regio/waterschap en gemeente staan centraal in hoofdstuk 4. De voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen en de toetsing aan de omgevingsaspecten worden beide behandeld in hoofdstuk 5. Per planaspect wordt hierbij gemotiveerd aangegeven wat er komt. Per omgevingsaspect zijn de van toepassing zijnde regelgeving en het beleid genoemd. Vervolgens zijn de onderzoeken beschreven en conclusies getrokken. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de bestemmingsregeling, de (economische) uitvoerbaarheid, de inspraak en het ambtelijk overleg, en op de externe communicatie. Er wordt aangegeven hoe de regels gelet op de toelichting gelezen moeten worden en hoe bij de formulering van de bestemming en de regels rekening wordt gehouden met de handhaafbaarheid daarvan. Deze paragraaf vormt de relatie tussen het juridische plan en de toelichting. De ten behoeve van het bestemmingsplan verrichte onderzoeken en ook de 'watertoets' zijn als bijlage opgenomen.
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 9
Hoofdstuk 2 Begrenzing plangebied en vigerende bestemmingsplannen
2.1
Begrenzing plangebied
Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan betreft het voormalige fabriekscomplex aan de Mussenstraat, langs de spoorzone in het oosten van Hilversum (zie figuur 2.1). De gronden zijn gelegen in de wijk Liebergen. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door een 50 kV station van Liander, rijwoningen aan de Raafstraat en bedrijvigheid met bovenwoningen aan de Arendstraat. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de Arendstraat, aan de Arendstraat gelegen diverse bedrijvigheid en parkeergelegenheid. Aan de zuidzijde van het plangebied bevindt zich de Mussenstraat en parkeergelegenheid. Ten zuiden van de parkeerplaatsen ligt de spoorlijn Hilversum – Amersfoort. Aan de westzijde van het plangebied grenst eveneens de Mussenstraat en aan de Mussenstraat gelegen rijwoningen.
Figuur 2.1: Begrenzing plangebied (bron: QGIS)
2.2
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied zijn de volgende vigerende bestemmingsplannen van kracht, te weten: Kamerlingh Onnesweg (vastgesteld op 12-06-2013); Regeling meervoudige bewoning (vastgesteld op 24-06-2016); Veegbestemmingsplan 2016 (vastgesteld op 14-12-2016); Flitsbezorging met darkstores (vastgesteld op 21-02-2023). Het vigerende bestemmingsplan Kamerlingh Onnesweg is vastgesteld op 12 juni 2013. Dit bestemmingsplan heeft hoofdzakelijk een conserverend karakter, dat wil zeggen dat het plan alle bestaande legale functies in kaart brengt en alleen de mogelijkheden uit het daarvoor geldende bestemmingsplan en doorlopen juridisch - planologische procedures zijn overgenomen.
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 10
Figuur 2.2: Overzicht vigerende bestemmingsplannen (bron: QGIS, eigen bewerking) Op basis van het bestemmingsplan Kamerlingh Onnesweg kennen de gronden binnen het plangebied de enkelbestemming 'Bedrijf'. Op de enkelbestemming rust de functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.1'. Daarnaast is een bouwvlak van kracht, met een maximum bouw- en goothoogte van 12 meter en een maximum bebouwingspercentage van 75%. In gevolge van de vaststelling van het Veegbestemmingsplan 2016 is voor het plangebied de functieaanduiding 'wonen uitgesloten' opgenomen. De Regeling meervoudige bewoning heeft onder andere tot gevolg gehad dat in de regels van het bestemmingsplan Kamerlingh Onnesweg is opgenomen dat het verboden is om gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. In onderhavig bestemmingsplan "Werf35, Hilversum" wordt een specifieke vorm van bewoning, namelijk co-living mogelijk gemaakt. In paragraaf 5.1.5.1 wordt hier nader op ingegaan. Het doel om het plangebied te herontwikkelen naar een gemengd gebied waar de functies wonen, werken en recreëren samenkomen is binnen de geldende bestemmingsplannen niet mogelijk. Onder andere de beoogde woningen, horeca en detailhandelsfunctie zijn niet toegestaan.
Verder wordt grotendeels aangesloten bij de reeds toegestane bouwhoogte van 12 meter, maar worden er in de beoogde ontwikkeling ook enkele hoogteaccenten toegevoegd van maximaal 18 meter. Dit leidt ertoe dat de voorgenomen bouwhoogte niet binnen de geldende bestemmingsplannen past. De toekomstige bebouwing bevindt zich grotendeels binnen het bestaande bouwvlak. Enkel aan de zuidzijde is sprake van een beperkte uitbreiding. Verder is in het geldende bestemmingsplan een bebouwingspercentage van 75% van het totale bouwvlak opgenomen. In dit bestemmingsplan is geen sprake meer van één totaal bouwvlak, maar is onderscheid gemaakt in meerdere kleinere bouwvlakken. Per saldo wordt het bebouwingspercentage in het plangebied hierdoor niet overschreden, echter voorziet het voorliggende bestemmingsplan niet meer in een dergelijke regeling. Om de gewenste herontwikkeling mogelijk te maken zal het geldende bestemmingsplan voor de gronden in het plangebied daarom moeten worden herzien ex artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening.
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 11
Hoofdstuk 3 Karakteristieken plangebied In dit hoofdstuk komt de huidige situatie aan de orde. Onder andere wordt aandacht besteed aan de wegenstructuur (verschillende typen en/of categorieën wegen), groen- en waterstructuur en bebouwingsstructuren.
3.1
Ruimtelijke structuur
3.1.1 Historie Werf35 is een voormalige fabriekscomplex dat ontstaan is in de tweede helft van de jaren '30 (20ste eeuw) maar al in 1916 werd het oudste industriepand op de locatie gebouwd, hiermee is Werf35 onderdeel van de industriële historie van Hilversum. Sinds 2021 heeft de bestaande bebouwing in het plangebied de status van gemeentelijk monument. De Werf35 is van huis uit een complex met een hoog utilitair karakter. Het gebied en haar gebouwen hebben door de decennia heen ten dienste gestaan van de activiteiten die daar zijn ontplooit. Daarin is het een adaptief geheel gebleken dat zich heeft aangepast aan de tijdsgeest. Het gebied kent een hoge cultuurhistorische waarde door de oorspronkelijke functie als farmaceutisch industriecomplex, later als locatie van de gemeentereiniging, daarna als gemeentewerf en meer recent als creatieve broedplaats in ontwikkeling. Het complex heeft architectonische waarde vanwege de herkenbaarheid als fabriekscomplex uit het begin van de 20e eeuw in een traditionele baksteenarchitectuur. Het complex behoort tot een van de zeldzaam in stand gebleven fabrieksterreinen in Hilversum. Het pand in het midden van de Werf is het oudste industriepand van Hilversum (1916) en diende als fabriekje waar pleisters werden gemaakt. Al snel werden er andere gebouwen omheen gebouwd met de karakteristieke zaagtanddaken, 'sheddaken' genoemd.
In 1930 is het geheel overgenomen door de gemeente Hilversum en diende het als gemeentewerf waar wagens en materieel werden onderhouden. In 2012 is het terrein verkocht aan Medianest. Met de nieuwe eigenaar had Werf35 direct haar eerste grote gebruiker. Daarna heeft het gebied zich organisch ontwikkeld tot creatieve broedplaats die het vandaag de dag is. 3.1.2 Stedenbouwkundige structuur Het gebied, een voorheen solitaire industriële plek vlak buiten het oorspronkelijke Hilversum, is door de jaren heen onderdeel is geworden van een meer stedelijke context. Enerzijds zijn er de kleinschalige woonbuurten (in het noorden en westen) en anderzijds vindt men ten oosten van de werf een terrein waarin bedrijfspanden en bedrijfsverzamelgebouwen samen een cluster van creatieve bedrijvigheid hebben gevormd. Aan de zuidzijde grenst de ontwikkellocatie aan het spoor. In het plangebied zelf bestaat de stedenbouwkundige structuur uit diverse losstaande gebouwen die verwijzen naar het oorspronkelijke gebruik. De gebouwen van de Pharmaceutische industrie zijn niet op de huidige stedenbouwkundige structuur in het grotere gebied georiënteerd omdat deze straten bij de bouw van de fabriek nog niet bestonden. Stedenbouwkundig vormen de bestaande gebouwen in het plangebied een ruimtelijk-functionele herkenbaarheid als industrieel complex aan het spoor rond de Mussenstraat.
Het verharde terrein in de zuidzijde van het plangebied vormt in de bestaande situatie stedenbouwkundig geen onderdeel van het ensemble van gebouwen.
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 12
3.1.3 Groenstructuur In het plangebied is weinig groen aanwezig. Onbebouwde delen van het plangebied bestaan in de huidige situatie veelal uit verharding van betonklinkers en betonplaten. Enkele groene elementen zijn te vinden aan de randen van het plangebied in de zuid- en westzijde. Aan de zijde van de Mussenstraat bevindt zich een groenzone. Onderstaande figuur toont de verharding en het groen in de bestaande situatie.
Figuur 3.1 Verharding en groen - bestaande situatie (bron: Beeldkwaliteitsplan Werf35) 3.1.4 Waterstructuur In het plangebied zijn geen oppervlaktewateren gelegen. Het plangebied is nagenoeg geheel verhard. 3.1.5 Verkeersstructuur Werf35 ligt langs de spoorzone in het oosten van Hilversum. Vanaf het plangebied fietst men in tien minuten naar het centrum, station Hilversum of Hilversum Sportpark.
Figuur 3.2 Bereikbaarheid plangebied (bron: Stedenbouwkundige visie Werf 35 d.d. 10 mei 2021)
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 13
Op het moment van opstellen van dit bestemmingsplan wordt er gewerkt aan een nieuwe HOV-lijn, parallel aan het huidige spoor met een halte op de hoek van de Van Linschotenlaan (deze wordt ook bereikbaar vanaf de Mussenstraat/A. Fokkerweg, indien deze brug er niet komt, is de HOV-lijn middels een andere weg bereikbaar, de loopafstand is in dat geval circa 10 minuten). Via deze halte kost het slechts enkele minuten om station Hilversum te bereiken. Deze HOV-lijn zorgt ook voor een directe verbinding met Huizen en is aanleiding een nieuwe fiets- en voetgangersverbinding op de Oosterengweg, onder het spoor door. Wie met de auto komt, rijdt vanaf de A27 naar het plangebied. In paragraaf 3.3.1 wordt nader ingegaan op autoverkeer. In het plangebied zelf vindt voornamelijk beweging plaats van langzaam verkeer (fietsers en voetgangers). Daarnaast wordt een belangrijk deel van het terrein benut als parkeervoorziening. Het terrein kenmerkt zich door een duidelijke entree en meer gesloten delen. Het plein tussen de bestaande bebouwing vormt binnen het plangebied een belangrijk element voor de ontsluiting van de bebouwing. Hier vinden in de bestaande situatie de meeste bewegingen plaats.
3.2
Wonen, werken en voorzieningen
3.2.1 Wonen In het plangebied bevinden zich geen woningen. De omliggende buurt wordt in het algemeen getypeerd door woningbouw in twee lagen met een kap uit verschillende periodes, met hier en daar een uitzondering in hoogte. Zo is langs de doorgaande wegen woningbouw tot 5 lagen te vinden en bij het winkelcentrum aan de ander kant van het spoor is bebouwing aanwezig tot 8 lagen hoog. 3.2.2 Werken Door renovatie en transformatie van de bestaande bebouwing binnen het plangebied is er in de huidige situatie bedrijvigheid binnen het plangebied met ca. 250 vaste arbeidsplaatsen. Op het moment van opstellen van dit bestemmingsplan zijn onder andere Karres en Brands landschapsarchitecten, Respace en TinQwise gevestigd in het plangebied (zie figuur 3.3). In de voormalige pleisterfabriek bevindt zich onder meer een yogastudio (Yogi Heroes) en een communicatie & design boetiek (Story Studio). Door restauratie van de Stookplaats worden ook in dit bouwwerk flexibele werkplekken binnen het plangebied gerealiseerd. Alle aanwezige (en toekomstige) bedrijvigheid binnen het plangebied bestaat in de huidige situatie uit bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 1 en 2.
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 14
Figuur 3.3 Bedrijvigheid binnen het plangebied in de bestaande situatie (bron: Stedenbouwkundige visie Werf 35 d.d. 10 mei 2021) 3.2.3 Voorzieningen Doordat Werf35 zich in de afgelopen jaren al ontwikkeld heeft tot een creatieve 'hotspot', is er in de huidige situatie - naast bedrijvigheid - reeds horeca gevestigd en worden er evenementen georganiseerd. In de voormalige pleisterfabriek is het restaurant Chef aan de Werf gevestigd. Daarnaast zal bij afronding van de restauratie van de Stookplaats (reeds vergund en in uitvoering op het moment van opstellen van deze bestemmingsplantoelichting), gerelateerd aan de flexibele werkplekken, ondersteunende horeca worden geëxploiteerd.
Figuur 3.4 en 3.5 Bestaande situatie Chef aan de Werf (links) en de Stookplaats (rechts) (bron: Stedenbouwkundige visie Werf 35 d.d. 10 mei 2021)
3.3
Verkeer
3.3.1 Autoverkeer Ontsluiting In Hilversum zijn de wegen gecategoriseerd in gebiedsontsluitingswegen (50 km/u) en verblijfsgebieden (30 km/u). Het plangebied wordt ontsloten door de Mussenstraat, gelegen aan de west- en zuidzijde van het plangebied en is de erftoegangsweg van het plangebied. De huidige ontsluiting vindt plaats via de wijk naar de Kamerlingh Onnesweg en via de Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 15
Anhoni Fokkerweg, naar de Minkelersstraat. De hoofdontsluiting zal in de toekomt gaan via de nieuwe weg over Anna's Hoeve. De gebiedsontsluitingswegen vormen ook de hoofdroutes voor nood- en hulpdiensten. De overige wegen rondom het plangebied hebben een verblijfsfunctie. De hoofdfunctie van deze wegen is het rechtstreeks ontsluiten van de aanwezige woningen en bedrijven. De verblijfsfunctie staat centraal en de verkeersbelasting is beperkt. Parkeren Parkeren vindt in de huidige situatie plaats binnen de begrenzing van het plangebied, op het maaiveld en daarmee in het zicht. 3.3.2 Openbaar vervoer Werf35 ligt langs de spoorzone in het oosten van Hilversum. Vanaf het plangebied fietst men in tien minuten naar het centrum, station Hilversum of Hilversum Sportpark. Op het moment van opstellen van dit bestemmingsplan wordt er gewerkt aan een nieuwe HOV-lijn, parallel aan het huidige spoor met een halte op de hoek van de Van Linschotenlaan (deze wordt ook bereikbaar vanaf de Mussenstraat/A. Fokkerweg, indien deze brug er niet komt, is de HOV-lijn middels een andere weg bereikbaar, de loopafstand is in dat geval circa 10 minuten). Via deze halte kost het slechts enkele minuten om station Hilversum te bereiken. Deze HOV-lijn zorgt ook voor een directe verbinding met Huizen en is aanleiding een nieuwe fiets- en voetgangersverbinding op de Oosterengweg, onder het spoor door.
3.3.3 Langzaam verkeer In de bestaande situatie zijn er geen speciale voorzieningen in het plangebied aanwezig voor fietsverkeer of voetgangers.
3.4
Duurzaamheid en leefbaarheid
3.4.1 Duurzaamheid Duurzaamheid is gericht op drie kwaliteitsaspecten: people, planet en profit/prosperity. De pijler 'people' richt zich op aspecten van sociale kwaliteit en proceskwaliteit: de leefbaarheid van de omgeving, sociale veiligheid en de betrokkenheid van bewoners, bedrijven en overheden (sociale duurzaamheid). De pijler 'planet' is direct gerelateerd aan de milieukwaliteit en thema's als energie, ecologie en water, maar ook aan gezondheid, verkeer en afval, en daarmee aan verschillende grote milieuproblemen zoals verlies aan biodiversiteit, klimaatsverandering, bedreigingen van de gezondheid en aantasting van de leefomgeving (fysieke duurzaamheid). Uitgangspunten zijn een brongerichte benadering, het sluiten van kringlopen en behoud en versterking van de kwaliteit van de leefomgeving. De pijler 'profit/prosperity' richt zich op de aanwezigheid van voorzieningen, voldoende werkgelegenheid en inkomensdifferentiatie en dragen bij aan het functioneren van de leefomgeving (economische duurzaamheid). De essentie van deze zogenaamde Triple P-benadering is een evenwichtige integrale ontwikkeling van de kwaliteitsaspecten. Voor wat betreft de pijlers 'people' en 'profit/prosperity' zijn met de reeds getransformeerde bebouwing binnen het plangebied en doordat Werf35 zich in de afgelopen jaren al ontwikkeld heeft tot een creatieve 'hotspot', belangrijke stappen gezet.
Het verdwijnen van de bedrijvigheid met een hogere milieucategorie van het terrein heeft een bijdrage geleverd voor de pijler 'planet'.
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 16
3.4.2 Leefbaarheid 3.4.2.1 Geluid Een (geluids)zone is een aandachtsgebied waarbinnen, indien er geluidsgevoelige bestemmingen zijn of kunnen worden gerealiseerd, moet worden getoetst aan de grenswaarden van de Wgh. Geluidsgevoelige bestemmingen zijn onder andere woningen, scholen en gebouwen voor de gezondheidszorg. De voorkeursgrenswaarde voor geluidsgevoelige bestemmingen ten gevolge van wegverkeerslawaai bedraagt 48 dB. De voorkeursgrenswaarde ten gevolge van spoorweglawaai bedraagt voor woningen 55 dB en voor andere geluidsgevoelige gebouwen 53 dB. In geval van industrielawaai bedraagt de voorkeursgrenswaarde ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen 50 dB(A). Indien er hogere waarden zijn vastgesteld (door gedeputeerde staten, tot 1 januari 2007, of door het college van B&W) dient dat hier vermeld te worden. Het betreffende besluit moet als bijlage opgenomen worden. De regelgeving die betrekking heeft op geluidshinder staat in een aantal wetten. De Wgh voorziet in een zonering van wegen, spoorwegen en industrieterreinen waar 'grote lawaaimakers' zijn of kunnen worden gevestigd, en stelt eisen aan de geluidsbelasting binnen de zones rond en langs die (spoor)wegen en industrieterreinen. De geluidshinder die afkomstig is van inrichtingen (met name bedrijven) wordt gereguleerd op basis van de Wet milieubeheer (Wm).
Zones rond industrieterreinen (hoofdstuk V Wet geluidhinder) Industrieterreinen waarop zich bedrijven bevinden (of kunnen vestigen) met een hoge geluidsbelasting, kennen een geluidszone zoals bedoeld in artikel 40 van de Wgh. De zone is aangegeven op verbeelding behorende bij het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Relatie tot dit bestemmingsplan Het plangebied is op basis van het bestemmingsplan 'Kamerlingh Onnesweg' niet in een geluidszone van een gezoneerd industrieterrein gelegen. Binnen het plangebied en op de gronden nabij het plangebied zijn wel bedrijven mogelijk. De meeste bedrijven vallen onder de werking van de Wet milieubeheer en moeten hierdoor voldoen aan opgelegde geluidsvoorschriften.
Zones langs wegen (hoofdstuk VI Wet geluidhinder) Busbanen worden gezien als normale autowegen. Wegen waarop een 30 km/h-regime van toepassing is en wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied, hebben op basis van artikel 74 van de Wgh geen geluidszone. Voor overige autowegen gelden de volgende zones: 350 m voor een weg bestaande uit drie of meer rijstroken (stedelijk gebied); 200 m voor een weg bestaande uit één of twee rijstroken (stedelijk gebied); 600 m voor een weg bestaande uit vijf of meer rijstroken (buitenstedelijk gebied); 400 m voor een weg bestaande uit drie of vier rijstroken (buitenstedelijk gebied); 250 m voor een weg bestaande uit één of twee rijstroken (buitenstedelijk gebied). Relatie tot dit bestemmingsplan Het gedeelde van de Mussenstraat dat gelegen is aan de zuidzijde van het plangebied, is een 50 km/h weg. Hier geldt een zone van 200 meter, waarbinnen het plangebied is gelegen. Daarnaast is het plangebied ook in de 200 meter zone van de Oosterengweg gelegen. Bij ontwikkelingen in het plangebied dient derhalve aandacht te worden besteed aan de geluidbelasting van wegverkeer in het plangebied. Hier wordt in paragraaf 5.5.2 nader op ingegaan.
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 17
Zones langs spoorwegen (hoofdstuk VII Wet geluidhinder) Langs een spoorweg bevindt zich een geluidszone waarvan de breedte, gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf, is aangegeven op de bij het Besluit geluidhinder (Bgh) behorende kaart. Relatie tot dit bestemmingsplan Het invloedgebied van het spoortraject Hilversum - Amersfoort valt over het plangebied. De geluidszone bedraagt 300 meter. Bij ontwikkelingen in het plangebied dient derhalve aandacht te worden besteed aan de geluidbelasting van spoorweglawaai in het plangebied. Hier wordt in paragraaf 5.5.2 nader op ingegaan.
Zones rond inrichtingen (hoofdstuk 8 Wet milieubeheer) De geluidsproductie van een inrichting is afhankelijk van de soort inrichting en van de in de milieuvergunning opgenomen regels met betrekking tot geluid. Zie voor indicatieve geluidszones de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Relatie tot dit bestemmingsplan In de omgeving van het plangebied zijn enkele bestaande inrichtingen aanwezig waarvan de indicatieve geluidszone over het plangebied valt. Bij ontwikkelingen in het plangebied dient derhalve aandacht te worden besteed aan de geluidbelasting van inrichtingen in het plangebied. Hier wordt in paragraaf 5.5.2 nader op ingegaan.
Evenementen Ten aanzien van evenementen kan er door de gemeente beleid zijn opgesteld (evenementenbeleid). In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) zijn vaak algemene voorschriften opgenomen. Afhankelijk van de omvang en frequentie van bepaalde evenementen kan ook de Wm van toepassing. Relatie tot dit bestemmingsplan Binnen het plangebied zijn in de bestaande situatie reeds evenementen toegestaan na het verkrijgen van een vergunning. Bij ontwikkelingen in het plangebied dient derhalve aandacht te worden besteed aan de geluidbelasting van evenementen in het plangebied. Hier wordt in paragraaf 5.5.2 nader op ingegaan. 3.4.2.2 Lucht Sinds 15 november 2007 geldt de Wet luchtkwaliteit. Door deze nieuwe wetgeving kunnen kleine bouwprojecten doorgaan. Het gaat om projecten die de hoeveelheid fijn stof en stikstofdioxide in de lucht met maximaal 3% verhogen. Voor dergelijke projecten hoeft geen aanvullende maatregelen meer te worden genomen om de luchtkwaliteit op peil te houden. De wet legt tevens de basis voor een Nationaal Samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL). Projecten die passen in het programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de Europese normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit.
Relatie tot dit bestemmingsplan Op basis van het bestemmingsplan 'Kamerlingh Onnesweg' blijkt dat in de bestemmingsplansituatie Kamerlingh Onnesweg te Hilversum geen sprake is van overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Goed woon- en leefklimaat Op basis van de NSL Monitoringstool kan worden beoordeeld wat de totale concentratie is ter plaatse van een specifiek rekenpunt. Om de huidige situatie inzichtelijk te maken, is gekeken naar het monitoringsjaar 2019, rekenjaar 2018. De totale concentratie bestaat uit de achtergrondconcentratie (op basis van de GCN-kaart) Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 18
en de lokale bijdrage (van lokale bronnen, op basis van data over onder andere verkeersgegevens). Aan de hand daarvan kan worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de projectlocatie. De grenswaarden voor toetsing van deze concentraties zijn: 40 µg/m3 voor stikstofdioxide NO2, 40 µg/m3 voor fijnstof PM10 en 25 µg/m3 voor fijnstof PM2,5. Onderstaande tabel toont de totale concentraties ter plaatse van het dichtstbijzijnde rekenpunt nabij de projectlocatie (geraadpleegd via NSL Monitoringstool op 3 maart 2022) met bijbehorende grenswaarden.
Tabel 3.1: Totale concentraties van stikstofdioxide en fijnstof in nabijheid van de projectlocatie Uit de tabel blijkt dat de grenswaarden ter plaatse van het plangebied, van zowel fijnstof als stikstofdioxide, niet worden overschreden. Bij ontwikkelingen in het plangebied dient opnieuw aandacht te worden besteed aan luchtkwaliteit in het plangebied. In paragraaf 5.5.3 wordt hier nader op in gegaan met rekenjaar 2020 en 2030. Hieruit volgt dat de luchtkwaliteit verbetert is ten opzichte van de situatie in rekenjaar 2018. 3.4.2.3 Trilling Er bestaan nog geen specifieke wetten rond trillingshinder. Indirect echter wel, want trillingsoverlast valt vaak binnen gemeentelijke milieuwetgeving. Verder beschikt de Stichting Bouw Research (SBR) over meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen. De SBR-richtlijnen worden in de jurisprudentie gehanteerd ter bepaling van de beoordelingscriteria. Trillingniveaus vanwege het railverkeer worden getoetst aan de streefwaarden uit de Richtlijn B “Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet- en beoordelingsrichtlijn” uit augustus 2002 van de Stichting Bouwresearch. Relatie tot dit bestemmingsplan Het plangebied ligt nabij het spoortraject Hilversum - Amersfoort. Vanwege de afstand van minimaal 30 meter tot de nabijgelegen spoorlijn kan trillinghinder niet op voorhand worden uitgesloten.
In de bestaande situatie is echter uitsluitend aan de noordzijde van het plangebied bebouwing gesitueerd waardoor hinder voor personen in gebouwen niet al op minimaal 30 meter kan ontstaan. Bij ontwikkelingen in het plangebied en daardoor ook het bouwen op kortere afstand van de spoorlijn, dient aandacht uit te gaan naar eventuele trillinghinder. Hier wordt in paragraaf 5.5.4 nader op ingegaan. 3.4.2.4 Bedrijven en milieuzonering Ten behoeve van milieuzonering is door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een bedrijvenlijst opgesteld, waarin bedrijfsactiviteiten op hun milieueffecten zijn gecategoriseerd. Afhankelijk van de mate waarin de in deze lijst opgenomen bedrijven milieuhinder kunnen veroorzaken (uitgaande van de gemiddelde bedrijfssituatie), kent de lijst aan de bedrijven een categorie toe. Naarmate de milieuhinder toeneemt, loopt de categorie op van 1 tot en met 6, met bijbehorende minimale afstanden tot woongebieden. Deze zonering is opgenomen in de handreiking Bedrijven en Milieuzonering 2009 (VNG). In de handreiking is per bedrijfstype een indicatie gegeven van het invloedsgebied voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De handreiking geeft richtafstanden per categorie en per type bedrijvigheid aan. Buiten deze richtafstanden is bij een gemiddelde bedrijfsvoering in een rustige woonwijk geen hinder van het bedrijf te verwachten.
Op basis van het aspect met de grootste afstand zijn de bedrijven in de categorieën 1 tot en met 6 ingedeeld. Tabel 3.1 toont per categorie de richtafstanden.
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 19
Tabel 3.2: Richtafstanden bedrijven en milieuzonering De afstanden gelden in principe tussen de perceelsgrens van het bedrijf (bij een gangbare perceelsgrootte en -indeling) en anderzijds de gevel van een woning. De afstanden in bovengenoemde uitgaven moeten als indicatief gezien worden. Doordat de omvang van bedrijven kan verschillen en omdat bedrijven maatregelen kunnen nemen om de invloed te beperken kan de invloedssfeer in werkelijkheid afwijken van bovengenoemde afstanden. De uiteindelijke afstemming tussen de hinder van het bedrijf en de omgeving wordt geregeld in het kader van de Wet milieubeheer. Bij functiemengingsgebieden kan gedacht worden aan: stadscentra, dorpskernen en winkelcentra; horecaconcentratiegebieden; zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen; (delen van) woongebieden met kleinschalige cq. ambachtelijke bedrijvigheid. Het kan daarbij gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. Een specifieke Staat van Bedrijfsactiviteiten is wenselijk, omdat de activiteiten in dergelijke functiemengingsgebieden qua schaal sterk kunnen verschillen van de activiteiten op een bedrijventerrein.
Relatie tot dit bestemmingsplan In de huidige situatie maakt het plangebied onderdeel uit van een terrein dat bestemd is en deels in gebruik is als bedrijventerrein. De omliggende gronden zijn bestemd met woon-, bedrijfs-, en maatschappelijke bestemmingen. Gesteld kan worden dat sprake is van gemengd gebied. De richtafstanden kunnen daarom met één trede verlaagd worden, met uitzondering van de richtafstand behorende bij het aspect gevaar. Ter plaatse van het bestaande bedrijventerrein zijn bedrijven tot en met categorie 4.1 toegestaan zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten (SvB). De SvB is opgenomen als bijlage 3 bij de regels van het bestemmingsplan 'Kamerlingh Onnesweg'. Bij milieucategorie 4.1 is sprake van een richtafstand van 200 meter. Deze kan verlaagd worden naar 100 meter vanwege de ligging in gemengd gebied. Aan de noord-, noordwest-, oost- en zuidzijde van het plangebied zijn eveneens bedrijfsbestemmingen opgenomen. De bedrijfsbestemming aan de zuidzijde van het plangebied behoort tot een ander bestemmingsplan dan 'Kamerlingh Onnesweg', namelijk het bestemmingsplan 'Van Riebeeck / Bonairelaan'. Verder is van belang dat in de directe omgeving van het plangebied reeds gevoelige functies (zoals woningen) aanwezig zijn. Met name aan de noord- en westzijde van het plangebied bevinden zich op korte afstand woningen.
In dit kader is van belang dat ontwikkelingsmogelijkheden van bedrijvigheid reeds rekening dient te houden met het woonen leefklimaat ter plaatse van deze woningen. In paragraaf 5.5.5 wordt nader ingegaan op het aspect bedrijven en milieuzonering in de Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 20
toekomstige situatie.
3.5
Cultuurhistorische waarden
3.5.1 Historische stedenbouwkundige structuren Het terrein Werf35 is onderdeel van de industriële historie van Hilversum. Het gebied kent een hoge cultuurhistorische waarde door de oorspronkelijke functie als fabrieksgebouwen complex van de Pharmaceutische fabriek, later als locatie van de gemeentereiniging en daarna als gemeentewerf, uit de eerste helft van de twintigste eeuw met een uitbreiding uit de wederopbouwperiode. Het complex heeft architectonische waarde vanwege de herkenbaarheid als industrieel complex aan het spoor, maar is niet als beschermd stadsgebied aangewezen. De bebouwing zoals onderdeel van het cultuurhistorisch waardevolle complex is beschermd als gemeentelijk monument, zie paragraaf 3.5.2. 3.5.2 Gebouwd erfgoed Rijksmonumenten staan ingeschreven in het Monumentenregister van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Provinciale monumenten zijn opgenomen in de provinciale monumentenlijst en gemeentelijke monumenten in de gemeentelijke monumentenlijst. UNESCO-monumenten zijn opgenomen in de lijst van het werelderfgoed. Het plangebied is voor een deel aangewezen als gemeentelijk monument. Onderdeel van het gemeentelijk monument is de bestaande bebouwing binnen het plangebied. In onderstaande figuur is een uitsnede opgenomen van de gemeentelijke monumentenkaart, waarop de begrenzing van het gemeentelijk monument is aangegeven.
Figuur 3.6: Uitsnede monumentenkaart Hilversum (bron: gemeente Hilversum) De waardering van het gemeentelijk monument is opgebouwd uit meerdere onderdelen. 1. Cultuurhistorische waarden Het voormalige fabrieksterrein met de gebouwen heeft cultuurhistorische waarde vanwege de oorspronkelijke functie als fabrieksgebouwen complex van de Pharmaceutische fabriek, later als locatie van de gemeentereiniging en daarna als gemeentewerf, uit de eerste helft van de twintigste eeuw met een uitbreiding uit de wederopbouwperiode. De locatie en de gebouwen hebben een ruimtelijk-functionele herkenbaarheid als industrieel complex aan het spoor rond de Mussenstraat. Het complex is onderdeel van het gebied dat alle thema’s toont van de ontwikkeling van deze fabrieks-/arbeiderswoningbuurt in Hilversum Oost langs de spoorlijn (1874) dat tot versnelde ontwikkeling kwam vanaf 1900. Daarbij spelen de arbeiderswoningen die door de pharmaceutische fabriek werden gebouwd een belangrijke rol. Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 21
Als onderdeel van de ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied ten oosten van de spoorlijn (1874) en als uiting van de industriële ontwikkeling van Hilversum in de 20e eeuw. Daarmee is het complex een herkenbaar element uit de periode dat Hilversum door de betere bereikbaarheid een snelle ontwikkeling doormaakte tot arbeiders- en industriestad. 2. Architectuur- en bouwhistorische waarden Het complex heeft architectonische waarde vanwege de herkenbaarheid als fabriekscomplex uit het begin van de 20e eeuw in een traditionele baksteenarchitectuur. De twee uitbreidingen uit de wederopbouwperiode zijn in een meer modernistische stijl gebouwd. Het schaftlokaal uit 1957 is ontworpen door W.M. Dudok. 3. Situationele- en ensemblewaarden Het fabrieksterrein heeft een hoge ensemblewaarde. De gebouwen samen vormen een herkenbaar fabrieksensemble, de fabrieksmuur uit 1917 maakt hier een wezenlijk onderdeel vanuit. Deze muur is nog deels aanwezig. Het terrein vormt daarnaast een ensemble met de omliggende industriële panden. Vanwege de beeldbepalende ligging aan de Mussenstraat als onderdeel van een gebied met verschillende fabrieks- en bedrijfsgebouwen. Tevens is er een duidelijke link met de aanwezige arbeiderswoningen uit 1923 en 1931. De gebouwen liggen aan de rand van het gemengde industrie-woongebied in de wijk Oost. Vanwege de beeldbepalende ligging aan het spoor. 4.
Gaafheid en herkenbaarheid Qua typologie, ligging en vormgeving getuigt het gebouwencomplex van de functie en ontwikkeling als fabriekscomplex in de loop van de 20e eeuw. De locatie en de gebouwen vormen een herkenbare industrielocatie aan het spoor. De gebouwen zijn in bouwmassa redelijk gaaf bewaard gebleven. De plaatsing van de gebouwen op het terrein en hun oorspronkelijke functie zijn gaaf en herkenbaar bewaard gebleven, ondanks wijzigingen (in de oorspronkelijke gevelopeningen). In het interieur van gebouw 1 zijn nog twee oorspronkelijke tussenmuren aanwezig met oud draadglas. In gebouw 2 zijn ook nog verschillende sporen uit het verleden aanwezig. In het schaflokaal bij gebouw 4 zijn ook nog enkele elementen uit de bouwtijd aanwezig. De gebouwen hebben toekomstwaarde en kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de herkenbaarheid en het gemengde functioneren van het karakteristieke gebied ‘over het spoor’. 5. Zeldzaamheid Het complex behoort tot een van de zeldzaam in stand gebleven fabrieksterreinen in Hilversum. 3.5.3 Archeologische waarden Het Verdrag van Valletta was geïmplementeerd in de Monumentenwet 1988 en de Wet op de archeologische monumentenzorg, tot de inwerkingtreding van de Erfgoedwet op 1 juli 2016. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland.
De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is een primair gemeentelijke opgave. De gemeente is het bevoegd gezag, en verantwoordelijk voor het opstellen van een archeologische verwachtings- en beleidskaart. Op de verwachtingskaart staat aangegeven welke archeologische beschermde monumenten, bekende waarden en archeologische verwachtingen in Hilversum aanwezig zijn. Voor het te voeren beleid ten aanzien van de Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 22
archeologische waarden en verwachtingen in de gemeente heeft de gemeente een beleidsnota en de daarbij behorende beleidskaart opgesteld. De beleidskaart moet volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in het bestemmingsplan worden opgenomen, zodat voor de aanvrager van een vergunning duidelijk is in welke gevallen een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Deze gevallen worden voornamelijk bepaald door een maximale verstoringsoppervlakte en -diepte. Relatie tot dit bestemmingsplan Op basis van het bestemmingsplan 'Kamerlingh Onnesweg' zijn er in het plangebied geen archeologische waarden aanwezig. De informatie over mogelijk aanwezige archeologische waarden in dit bestemmingsplan is gebaseerd op de Structuurvisie Archeologie 'De ondergrondse stad'. In deze structuurvisie is al het mogelijk aanwezige archeologisch erfgoed beschreven. De archeologische dubbelbestemmingen zijn op die kaart gebaseerd. Onderstaande figuur toont een uitsnede van de kaart met daarop de dubbelbestemmingen voor archeologie. Het plangebied van dit bestemmingsplan kent geen archeologische dubbelbestemming.
Figuur 3.7: Uitsnede kaart dubbelbestemmingen (bron: Steunpunt Monumenten & Archeologie Noord-Holland)
3.6
Bodem en watersysteem
De provincie Noord-Holland heeft een bodemtoets ontwikkeld voor de afweging van bodemaspecten in bestemmingsplannen. Het gaat om de aspecten bodemopbouw, bodemkwaliteit, milieubeschermingsgebieden en archeologie. Deze aspecten zijn met uitzondering van archeologie (zie daarvoor paragraaf 3.5.3) opgenomen in deze bodemparagraaf. In onderstaande paragraaf is ook het grondwatersysteem en daarin eventueel voorkomende verontreinigingen meegenomen. 3.6.1 Bodem De gemeente Hilversum maakt onderdeel uit van de geografische eenheid het Gooise stuwwallencomplex met onder andere fysisch geografische eenheden zoals stuwwallen. Het plangebied is conform de geomorfologische kaart eveneens onderdeel van een stuwwal. De bodem van Hilversum bestaat hoofdzakelijk uit matig fijne tot zeer grove zanden. De zanden maken deel uit van het water voerende pakket, dat haar basis heeft op een diepte van N.A.P. -160 meter. Naast de genoemde zanden bevat de bodem grindbestanddelen. Tot een diepte van 50 meter onder het maaiveld is gestuwd materiaal aanwezig. Hierin kunnen plaatselijk fijnzandige, lemige en slib houdende lagen voorkomen. De stuwwal is een inzijgingsgebied. De bodem in het plangebied is op de kaart van de bodemopbouw aangeduid met 'bebouwing'. Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 23
De bodemopbouw binnen het plangebied stelt derhalve geen bijzondere eisen aan de functies en bestemmingen op de locatie.
Figuur 3.8: Uitsnede kaart bodemopbouw (bron: Steunpunt Monumenten & Archeologie Noord-Holland) In Hilversum liggen grondwaterbeschermingsgebieden van een tweetal grondwaterwinningen voor drinkwatervoorziening; waterwinning Laren en waterwinning Loosdrecht. Om de waterwinningen te beschermen zijn zones met grondwaterbeschermingsgebieden aangewezen. Het plangebied is geen onderdeel van de grondwaterbeschermingsgebieden. Een groot deel van het stuwwallengebied is door de provincie aangewezen als gebied met aardkundige waarden en de ongeroerde delen zijn aangewezen als aardkundig monument. Vrijwel het gehele buitengebied van Hilversum betreft gebieden met aardkundige waarden en monumenten. Het plangebied bevindt zich buiten de gebieden met aardkundige waarden en is niet aangewezen als aardkundig monument. 3.6.2 Watersysteem Het watersysteem in Hilversum is in grote lijnen te zien als wisselwerking tussen de hoger gelegen heuvelrug en de lager gelegen veenweidegebieden. Met de heuvelrug als infiltratiegebied en de lager gelegen delen zoals de veenweidegebieden (vooral aan de voet van de heuvelrug) als gebieden met uittredend kwelwater. Hilversum ligt volledig in het beheersgebied van Hoogheemraadschap Amstel Gooi en Vecht (AGV). Binnen het beheersgebied geldt de AGV Keur 2019 van het waterschap (zie ook paragraaf 4.2.9).
In nagenoeg de gehele bebouwde kom van Hilversum komt door de diepe grondwaterstanden onder maaiveld en de zandige bodemopbouw (vanwege ligging op de heuvelrug) van nature geen oppervlaktewater voor. Dit is ook in het plangebied het geval. In het plangebied en de directe omgeving is een gescheiden rioolstelsel aanwezig, waarbij het regenwater en het vuile afvalwater gescheiden afgevoerd worden. Het regenwater wordt onder andere afgevoerd naar de waterpartijen bij de Anna's Hoeve op ruim 200 meter ten oosten van het terrein Werf35 (buiten het plangebied).
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 24
3.7
Kabels en leidingen
3.7.1 Riolering In het plangebied en de directe omgeving is een gescheiden rioolstelsel aanwezig. De afvalwaterstroom en de regenwaterstroom worden los van elkaar via verschillende rioleringsnetwerken afgevoerd; het hemelwater via een hemelwaterleiding en het afvalwater via een droogweerafvoerleiding. Er zijn onder andere afvoerpunten naar de waterpartijen bij de Anna's Hoeve op ruim 200 meter ten oosten van het terrein Werf35 (buiten het plangebied). 3.7.2 Nutsvoorzieningen Voor sommige kabels en leidingen is het belangrijk deze op te nemen in het bestemmingsplan. Het gaat dan niet om de algemene nutsleidingen, maar om de leidingen waarbij bijvoorbeeld een veiligheidszone geldt of leidingen die een risico zijn als ze bij werkzaamheden geraakt worden. Bepaalde leidingen moeten vanuit regelgeving of rijksbeleid in een bestemmingsplan worden opgenomen. Dit is het geval bij bovengrondse hoogspanningslijnen en buisleidingen. Bij andere leidingen bepaald bevoegd gezag of dit wenselijk is, dit is bijvoorbeeld steeds vaker het geval bij ondergrondse hoogspanningsverbindingen. Dergelijke leidingen kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik van de omgeving.
Naast planologisch relevante leidingen kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die planologisch niet relevant zijn, maar waar met de beheerder van de kabels en leidingen afstemming dient plaats te vinden over het beschermen dan wel verleggen van in en nabij een ontwikkellocatie gelegen kabels en leidingen. Buisleidingen Voor buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van belang. Binnen het toepassingsbereik van het Bevb vallen: buisleidingen voor aardgas met een uitwendige diameter van 50 mm of meer en een druk van 1.600 kPa of meer. buisleidingen voor brandbare stoffen met een uitwendige diameter van 70 mm of meer of een binnendiameter van 50 mm of meer en een druk van 1.600 kPa of meer. buisleidingen voor vergiftige stoffen. buisleidingen voor specifieke stoffen met een uitwendige diameter van 70 mm of meer of een binnendiameter van 50 mm of meer en een druk van 1.600 kPa of meer. In paragraaf 3.8.3 van dit bestemmingsplan wordt ingegaan op de buisleidingen in (de directe omgeving van) het plangebied.
Bovengrondse hoogspanningslijnen en ondergrondse hoogspanningsverbindingen In de nabijheid van het plangebied ligt een 50 kV station met kabelverbinding. De RIVM richtlijn heeft het enkel over hoogspanningsverbindingen boven de 50 kV. De dichtstbijzijnde 150 kV hoogspanningsverbinding gezien vanaf het plangebied ligt in de buurt van Bussum. Door de grote afstand tot deze hoogspanningsverbinding vormt de ligging ten opzichte van de kabelverbindingen in het plangebied geen belemmering voor herontwikkeling.
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 25
Figuur 3.9: Uitsnede hoogspanningsnet Netkaart (bron: webkaart.hoogspanningsnet.com)
3.8
Veiligheid
3.8.1 Sociale veiligheid Sociale veiligheid omvat de bescherming tegen elke vorm van criminaliteit en fysieke bedreiging/gevoelens van onveiligheid. In de huidige situatie is het plangebied "in gebruik" op weekdagen tussen 9.00u en 17.00u, uitgezonderd het restaurant dat gevestigd is in het plangebied. Hierdoor staat de sociale veiligheid onder druk. 3.8.2 Fysieke veiligheid Fysieke veiligheid betreft de bescherming van mens, dier en milieu tegen daadwerkelijke ongelukken. In de huidige situatie is het plangebied goed bereikbaar voor hulpdiensten. De verkeersveiligheid in het plangebied is voldoende en is gerelateerd aan de beperkte verkeersbelasting. In het plangebied bevinden zich in de huidige situatie met name langzaam verkeersbewegingen en wordt er door auto's geparkeerd. 3.8.3 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, LPG en munitie over weg, water, spoor en door buisleidingen. Ook de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. Het plangebied is niet gelegen in het invloedsgebied van een Bevi-inrichting, een stationaire risicobron of een buisleiding voor transport van gevaarlijke stoffen.
De dichtstbijzijnde buisleiding voor transport van gevaarlijke stoffen ligt op een afstand van 750 meter van het plangebied, zie onderstaande figuur. De werkdruk van deze is 4.000 kPa. Bij deze werkdruk geldt een maximaal invloedsgebied van 440 meter. Het plangebied is hier niet in gelegen. Verder ligt in de zuidelijke richting van het plangebied, op een afstand van circa 20 meter, een spoorweg waar gevaarlijke stoffen over getransporteerd worden. Op de risicokaart is de spoorlijn aangemerkt als 'basisnet-spoortraject met PAG-indicatie'. Bij herontwikkeling in het plangebied dient derhalve rekening te worden gehouden met het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor. In paragraaf 5.9.3 wordt hier nader op ingegaan.
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 26
Figuur 3.10: Uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl)
Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 27
Hoofdstuk 4 Relevante beleidskader In dit hoofdstuk is het relevante rijks-, provinciaal-, regionaal en gemeentelijk beleid ten aanzien van de ruimtelijke structuur en de functionele structuur opgenomen. Er wordt aangegeven hoe dit beleid zich verhoud tot de ontwikkeling in het plangebied.
4.1
Rijk
In deze paragraaf wordt het juridisch-planologisch kader op het Rijksniveau uitgelicht. 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.
Figuur 4.1 Afwegen met de NOVI (bron: Nationale Omgevingsvisie) De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Drie afwegingsprincipes Mees Ruimte & Milieu | Werf35, Hilversum
Pagina | 28
Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen Relatie tot dit bestemmingsplan De voorgenomen ontwikkeling schaadt geen van de 21 nationale belangen. De ontwikkeling is niet in strijd met de Nationale omgevingsvisie. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van lagere overheden, is het Barro opgesteld.
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het Barro is op 1 januari 2017 geconsolideerd. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Ook de bescherming van erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden, zoals de Limes, is in het Barro vastgelegd. Dit is inmiddels doorvertaald in de provinciale omgevingsvisie en -verordening. Relatie tot dit bestemmingsplan Met het opstellen van dit bestemmingsplan is het Barro als uitgangspunt genomen. Het initiatief Werf35, Hilversum speelt zich af op lokaal niveau en conflicteert niet met het ruimtelijke ordeningsbeleid op nationaal niveau. Het Barro heeft geen doorwerking naar dit bestemmingsplan.