Voorjaarsnota 2024 -Balanceren
Tekst van het document
159
4. Vervangen lichtmasten
75
5. Vervanging afgeschreven wegen
536
536
536
6. Vervanging verkeersregelinstallaties
6.124 60
7. Wegwerkzaamheden in combinatie met riolering
36
36
8. Zero-emissie voertuigen
75
10
2.2 - Parkeren
36
412
-251
9. Vervangen parkeerapparatuur
-251 16.500 16.500
5.2- Sportaccommodaties 10. Sportcomplex Arenapark 5.7 - Openbaar groen en (openlucht) recreatie
-92
11. Aanpak kastanjebloedingsziekte ’25, 26, 27 11. Ecologische verbindingszones versterken Programma Groen '24, '25, '26 11. Realisatie koele plekken Programma Groen '24, '25, en '26 11. Realisatie en fasering biodiverse vijvers Programma Groen '24, '27, '28
11. Realisatie en fasering Natuurverbinding Raabos-Raaweg Programma Groen '25
16.500 145
1.803
840
10
10
10
30
30
30
60
60
60
39
-130
-130
-911
1.184
60
-200
60
260
-514
668 -200
60
260
300
300
11. Realisatie en fasering Kwaliteitsimpuls Gooise Vaart Programma Groen '26 11. Realisatie en fasering natuur inclusieve maatregelen Programma Groen '24, '26, '27
16.500
11. Realisatie en fasering stadsranden verbinden met buitengebied Programma Groen '26 en '27 11. Realisatie koele groene routes Programma Groen, '25, en '26 11. Realisatie en fasering plantsoenen Diependaalselaan Programma Groen '25
169
1.541
169
114
11. Vergroenen speelterreinen '24, '25, '26
128
240
60
11. Verwijderen zinloze verharding Programma Groen '24, '25, '26
30
30
30
12. Instandhouden bomen
13
14
17
379
13. Renovatie groenvoorziening
14
14
15
336
107
111
109
657
14. Vervangen speelvoorzieningen
-150
14. Vergroenen speelterreinen ‘25
225
23
7.2 - Riolering
-455 -3.586
1.409
2.663
-1.125
389
778
-987
341
682
-1.518
525
1.049
154
154
4.325
15. Afkoppelen en infiltreren grote daken postcode 1221 fase 2 16. Optimalisatie hemelwaterafvoer openbare ruimte fase 2 17. Splitsen hemelwater van vuilwater fase 2 18. Subsidie impulsregeling klimaat adaptieve maatregelen
-570
19. Vervangen afgeschreven riolering GWP 2021-2026
4.325
-180 154
8. Zero-emissie voertuigen
115
70
02 Zorg
640
1.054
12
0
11.983
4.2 - Onderwijshuisvesting 20. Indexatie Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvestiging 20242027
640
1.054
12
0
11.983
640
1.054
12
20. Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 2024-2027
11.983
04 Bestuur
75
0.4 - Overhead
75
21. Laadinfrastructuur voor duurzame gemeentelijke voertuigen Eindtotaal
75 16.032 -1.691
4.106 21.185
25.289
Bijstelling investeringen uit het investeringsprogramma voor 2024 Met de voorjaarsnota 2024 wordt het huidig jaar en het meerjarenperspectief t/m 2028 weergegeven. Aanvullend op deze voorjaarsnota zijn een aantal investeringen uit voorgaande jaren (2021, 2022 en 2023) geactualiseerd. Voorgesteld wordt om het investeringsvolume voor jaarschijf 2021 te verhogen met € 0,054 miljoen, het investeringsvolume voor jaarschijf 2022 te verhogen met € 0,075 miljoen en het investeringsvolume in jaarschijf 2023 te verlagen met afgerond € 4,3 miljoen. Met de vaststelling van de voorjaarsnota 2024 worden eveneens deze wijzigingsvoorstellen vastgesteld. Bedragen x 1.000 Verlaging investeringsvolume -, Verhoging investeringsvolume + Investering
IP 2021
IP 2022
IP 2023
2.1 - Verkeer en vervoer
75
-1.000
Aanhanger met noodstroomaggregaat
75
KSB n.a.v. nieuwe overeenkomst met I&W (investering is verlaagd naar 4,5 mln. voor Hilversum een voordeel van 1 mln.)
-1.000
5.7 - Openbaar groen en (openlucht) recreatie
107
Ecoverbinding Laapersveld '23
47
Vergroenen speelterreinen
60
7.2 - Riolering
54
Impulsregeling klimaat adaptieve maatregelen
54
-3.500
Realisatie vuilwaterberging Oost
-3.500
Eindtotaal
54
24
75
-4.393
Te onderzoeken richting de begroting 2025 verdiencapaciteit projecten/ woningbouw Om de financiële consequenties van de projecten te dempen kan overwogen worden om de verdiencapaciteit van de projecten te vergroten door het aanbrengen van extra woonlagen (bouwhoogte). Een andere factor kan zijn het aanpassen van de huidige verhouding tussen koop/middenhuur/huur. Het project dat zich hier het beste voor leent is in eerste oogopslag het sportpark. In deze voorjaarsnota wordt hier nadrukkelijk geen besluit over gevraagd, maar de potentiële opties worden richting de programmabegroting 2025 nader uitgewerkt.
25
2.6 Renteontwikkelingen Rente langlopende leningen De wijzigingen in rentetarieven vormen de aanleiding om de rentelasten zoals opgenomen in de meerjarenbegroting 2024 bij te stellen. Om de investeringsprojecten tot uitvoering te kunnen brengen moeten wij externe financiering aantrekken. Dit gaat gepaard met rentelasten. De rentelast is het product (= ‘p’ x ‘q’) van rente als de prijs van de financiering (‘p’) en de omvang van de benodigde financiering (‘q ‘). De hoogte en ontwikkeling van de rente (‘p’) is als exogene en niet beinvloedbare factor niet voorspelbaar, maar de rente is wel een last voor onze begroting. De q is wel voor een belangrijk deel beïnvloedbaar en is bepalend bij de ontwikkeling van de financieringsbehoefte en de daarmee samenhangende rentelasten. Het aantrekken van nieuwe financiering is volgend op besluitvorming over de omvang en fasering van investeringen etc. De rentelasten zijn in voorliggende voorjaarsnota geactualiseerd voor het jaar 2024 en voor de daarop volgende jaren. Daarbij is uitgegaan van een bestendige en prudente gedragslijn waarbij het uitgangspunt is dat de rentetarieven ieder jaar met 0,25% stijgen. De grondgedachte die hierin centraal staat is anticipatie op negatief renterisico, ofwel de gevolgen van het stijgen van het inherent onzekere en niet beïnvloedbare renteniveau.
Actualisatie rentelast langlopende financiering (> 1 jaar) Bij het aantrekken van langlopende financiering wordt ten alle tijden gekeken naar de meest gunstige (financiering) voorwaarden. De rentelast voor de langlopende financiering wordt berekend op basis van de 10 jaarrente met een forward rate van 1 jaar. Dit is het rentetarief voor een lening met een looptijd van 10 jaar die nu wordt afgesloten, maar pas over 1 jaar ter beschikking wordt gesteld. De forward rate is een instrument om de rente over toekomstige financiering op een bepaald moment te fixeren. De huidige 10 jaarsrente bedraagt op het moment van schrijven van deze voorjaarsnota afgerond 2,90%. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2024 bedroeg de 10 jaarsrente nog 3,45% voor 2024 en 3,70% voor 2025. De gemeente hoeft in 2024 naar verwachting minder langlopende financiering aan te trekken dan begroot. Een belangrijke oorzaak hiervoor zijn mutaties in de planning van (investerings)projecten. De verminderde financieringsbehoefte leidt, in combinatie met een gunstiger rente tarief dan vooraf begroot, tot een voordeel op de rentelasten. Actualisatie rentelast kortlopende financiering (< 1 jaar) Naast langlopende financiering maken wij ook gebruik van kortlopende financiering. De jaren tot 2022 waren een periode waarin de rente historisch gezien ongekend laag was.
Sinds 2022 stijgen de rentetarieven voor kortlopende (<1 jaar) leningen. De referentie voor de inschatting van deze rentetarieven is het rentetarief op de financieringsovereenkomst met de BNG, zijnde de 1 maand Euribor rente met een opslag van 0,15%. De 1 maand Euribor bedroeg op 11 april jl. 3,9%. De rente bedraagt bij het opstellen van deze voorjaarsnota afgerond 4%. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2024 is rekening gehouden met een rentepercentage op kortlopende financiering van 3,8% in 2024 en 3,85% in 2025. De gemeente hoeft in 2024 naar verwachting minder kortlopende financiering aan te trekken dan begroot. De verminderde financieringsbehoefte leidt in 2024 tot een voordeel op de rentelasten. Door de stijgende rente op kortlopende financiering nemen de rentelasten in de jaren 2025-2028 naar verwachting licht toe.
26
Totaal effect fluctuatie rentetarieven De rentetarieven op langlopende leningen zijn ten opzichte van de begroting 2024 gedaald. De rentetarieven op kortlopende leningen zijn daarentegen ten opzichte van de begroting 2024 gestegen. Daarnaast is de financieringsbehoefte gewijzigd ten opzichte van de begroting 2024 onder andere door veranderingen in projectplanningen. De effecten zien er als volgt uit en zijn reeds opgenomen als autonome ontwikkeling (onderdeel rente en financiering) in deze voorjaarsnota: Bedragen x € 1.000 - voordeel/ + nadeel 2024
2025
2026
2027
2028
Langlopende financiering
-666
-602
-1.181
-1.549
-1.379
Kortlopende financiering
-280
65
70
75
75
Rente-effect voorjaarsnota 2024
-946
-537
-1.111
-1.474
-1.304
De rente-effecten worden wederom geactualiseerd bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2025.
27
3 Van voorjaarsnota naar begroting Zoals in de inleiding al is geschetst, wordt deze voorjaarsnota meer dan voorgaande jaren gekenmerkt door een hoge mate van onzekerheid. Onzekerheid die samenhangt met de voortdurende onduidelijkheid uit Den Haag over de hoogte van de Algemene Uitkering en de verschillende onderdelen hiervan. Dit maakt in het proces richting de begroting de afhankelijkheid van de meicirculaire groter dan gebruikelijk. We hebben vanuit het oogpunt van financiële stabiliteit gekoerst op minimaal een sluitende begroting voor 2025 en een sluitend meerjarenbeeld. Het ravijnjaar 2026 blijft met de inzichten van nu pijnlijk zichtbaar. Zeker in deze nog onzekere en onvoorspelbare fase rondom de algemene uitkering, hanteert het college het uitgangspunt om onder druk snel forse bezuinigingen door te voeren. Het college wil voorkomen dat opgestart beleid, nieuwe voorzieningen en geplande gebiedsontwikkelingen, allemaal hard nodig, kapot gemaakt worden terwijl de toekomst ongewis is. Het is een traditie dat ook in de gemeentefinanciën na een lange periode van donkere wolken vaak weer een blauwe hemel wacht.
We zijn dan ook tevreden dat ondanks diverse forse tegenvallers die buiten de invloedsfeer van de gemeente zijn ontstaan (zoals de aanbesteding van het wijkonderhoud, de CAO en prijsstijgingen in de jeugdzorg) en de blijvende onzekerheid rondom de algemene uitkering het voorliggende beeld relatief gunstig is en waarin zelfs nog per saldo in het meerjarenbeeld van 2025 tot en met 2028 een geringe toevoeging aan de algemene reserve van 2,5 miljoen mogelijk is. Daarvoor vragen we wel iets van de gemeenteraad, de totale begroting en de inwoner. Om tot een meerjarig houdbaar begrotingssaldo te komen, hebben we een nog verder in te vullen zoekrichting van € 800.000 op de in de begroting verwerkte coalitiegelden opgenomen. Daarnaast zoeken we binnen de totale bestaande begroting naar € 800.000 aan ruimte door bestaande budgetten kritisch te analyseren. Dit wordt concreet gemaakt in de programmabegroting. Het effect voor de inwoner wordt zichtbaar door een aanvullende opbrengst van de woonlasten met € 800.000. Het uiteindelijke financiële beeld bij het opstellen van de begroting is leidend in welke mate deze drie zoekrichtingen worden ingevuld. De verwachting is dat bij de voorbereidingen van de programmabegroting 2025 een deel van de onzekerheden zoals de algemene uitkering gekwantificeerd zullen kunnen worden. Mede afhankelijk van de kabinetsformatie en de uitkomsten daarvan.
Met dat inzicht kan het effect op de financiële positie van de gemeente Hilversum worden geconcretiseerd. De uitgangspunten voor het opstellen van de begroting zijn opgenomen in bijlage 5.1. Niet uit te sluiten valt dat er bij de programmabegroting 2025 aanvullende dekkingsvoorstellen aan de gemeenteraad moeten worden voorgelegd als gevolg van onvoorziene tegenvallers. Deze dekkingsvoorstellen kunnen dan, indien nodig, als opties aan de gemeenteraad worden voorgelegd bij de behandeling van de programmabegroting 2025. Daarin betrekken we natuurlijk heel graag de richtingen die gemeenteraad meegeeft naar aanleiding van de bespreking van deze voorjaarsnota. Het financieel beeld van deze voorjaarsnota als uitgangspunt voor de begroting ziet er als volgt uit: Bedragen x € 1.000 - Voordeel + Nadeel Omschrijving
2024
2025
2026
2027
2028
0
0
1.553
374
374
Totaal ontwikkelingen
12.853
17.296
16.571
14.636
14.782
Zoekrichtingen
-3.100
-6.259
-11.200
-11.575
-11.950
-839
-11.301
-4.038
-4.000
-4.800
8.914
-264
2.886
-565
-1.594
Beginstand Voorjaarsnota 2024
Totaal dekkingsplan Actuele stand na de voorjaarsnota 2024
28
4 Tot slot We hebben gekoerst op minimaal een sluitende begroting voor 2025 en een sluitend meerjarenbeeld. Het ravijnjaar 2026 blijft met de inzichten van nu pijnlijk zichtbaar. Ook 2024 koerst af op een forse uitname uit de algemene reserve. In deze voorjaarsnota zijn meerdere onzekerheden geschetst rondom het financieel meerjarenperspectief. De verwachting is dat bij de voorbereidingen van de programmabegroting 2025 een deel van de onzekerheden zoals de algemene uitkering gekwantificeerd kunnen worden. Dit zal mede afhankelijk zijn van de kabinetsformatie. Gezien de onzekerheden rondom deze voorjaarsnota zijn wij alert op ontwikkelingen die het begrotingssaldo kunnen beïnvloeden. Wij zetten als college in op een duurzaam financieel stabiele begroting. Daarbij zoeken wij constant naar de balans tussen aandacht voor wat de samenleving nodig heeft in het hier, en wat Hilversum nodig heeft om ook in de toekomst een stad te zijn waar het prettig is om te wonen, werken, ondernemen en verblijven.
29
5 Bijlagen
30
5.1 Uitgangspunten begroting Inleiding In dit hoofdstuk presenteren wij de voorgestelde kaders en uitgangspunten voor de begroting 20252028. Algemeen De prijzen van goederen en diensten zijn aan inflatie onderhevig. Inflatie treedt op wanneer er sprake is van een algemene stijging van de prijzen van goederen en diensten (niet alleen van individuele producten). Dit heeft als resultaat dat je vandaag minder kunt kopen voor € 1 dan gisteren. Als gevolg van eventuele inflatie kan in de toekomst minder maatschappelijk effect gerealiseerd worden dan met hetzelfde geld nu. Om de maatschappelijke doelstellingen te kunnen blijven realiseren maken wij jaarlijks de overweging om budgetten (deels) te corrigeren voor de inflatie. Het is en blijft immers een politieke overweging om de extra kosten af te wegen tegenover het gewenste maatschappelijke effect. Hoofdlijnen In de onderstaande tabel presenteren wij de hoofdlijnen van de uitgangspunten: Omschrijving Onroerendzaakbelasting Afvalstoffenheffing
Uitgangspunt Consumentenprijsindex CPI-maart (2,8%) Kostendekkend/ Consumentenprijsindex CPI maart
Rioolheffing
Kostendekkend/ CBS-prijsindex voor de GWW-sector maart (deelgebied 4221, Werken voor vloeistoffen) Consumentenprijsindex CPI-maart (2,8%)
Woonlasten als geheel (OZB, riool- en afvalstoffenheffing) Lonen en pensioenpremie
CAO en/of maartraming, loonvoet sector overheid (CPB)
Investeringen onderwijshuisvesting Investeringen (en kosten) gemeentelijk watermanagement plan (rioleringen) Uitgaande subsidies Marktgelden Overige lokale leges, rechten en heffingen (Reken)rente
BDB-index (maart) CBS-prijsindex voor de GWW-sector maart (deelgebied 4221, Werken voor vloeistoffen) Consumentenprijsindex CPI-maart (2,8%) Consumentenprijsindex CPI-maart (2,8%) Wettelijk vastgesteld tarief Berekende omslag
Begroten in onze gemeente Hilversum Het uitgangspunt bij het opstellen van de begroting voor volgend jaar is het prijspeil van het huidige begrotingsjaar. De begroting bestaat hierdoor meerjarig uit structurele (gelijke) budgetten, waarbij deze budgetten worden aangevuld met incidentele budgetten. Voorbeelden van deze incidentele budgetten zijn de verwachte lasten en baten voortkomend uit grondexploitaties, maar ook bijvoorbeeld incidentele budgetten vanuit het coalitieakkoord. Voor een aantal budgetten hanteren wij echter niet hetzelfde prijspeil. Bij deze budgetten houden wij meerjarig rekening met toekomstige ontwikkelingen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de algemene uitkering, de onroerendzaakbelasting en de stelpost autonome en nominale ontwikkeling. 31
Categorie Algemene uitkering
Wijze van begroten Bij de algemene uitkering sluiten we aan bij de circulaires van het Gemeentefonds. Het Gemeentefonds gaat uit van stijgende uitgaven en compenseert de gemeenten hiervoor. Dit gebeurt met het zogenaamde accres. De gemeente heeft hier in mindere mate invloed op.
Onroerendzaakbelasting
Meerjarig (de jaren volgend op het begrotingsjaar) gaan wij bij de onroerendzaakbelasting uit van een jaarlijks stijgende opbrengst. Hierbij is in voorgaande jaren, in lijn met het coalitieakkoord, het uitgangspunt gehanteerd dat de totale woonlasten niet meer stijgen dan de inflatie (CPI-raming maart) en een stijging van 350 woningen per jaar in de aantallen.
Stelpost autonome ontwikkelingen
Om de in deze voorjaarsnota opgenomen zoekrichting ten aanzien van de woonlasten te kunnen realiseren is het noodzakelijk om in 2025 de woonlasten sterker te laten stijgen dan de inflatie. In de programmabegroting wordt een stelpost autonome ontwikkelingen opgenomen. De stelpost kan worden ingezet ter compensatie van autonome ontwikkelingen. Deze is in deze voorjaarsnota verhoogd naar jaarlijks € 2.000.000 (hoogte is historisch bepaald).
Stelpost nominale ontwikkelingen
Jaarlijks hogen wij de stelpost vanaf het laatste jaar structureel op met € 2.000.000. In deze Voorjaarsnota hebben wij dit verwerkt voor het begrotingsjaar 2028. In de programmabegroting wordt een stelpost nominale ontwikkelingen opgenomen. Deze stelpost kan worden ingezet ter compensatie van de nominale ontwikkelingen. Deze is in deze voorjaarsnota verhoogd naar jaarlijks € 3.000.000 (hoogte is historisch bepaald). Jaarlijks dient de stelpost vanaf het jaar t+3 eveneens structureel opgehoogd te worden met € 3.000.000. In deze Voorjaarsnota hebben wij dit verwerkt voor het begrotingsjaar 2028.
32
Indiceren in onze gemeente De begroting bestaat uit meerdere kostensoorten, welke ieder anders op inflatie reageren. Per categorie hanteren wij een andere afweging/werkwijze om de begroting op te stellen naar het prijspeil van het begrotingsjaar. Wij onderscheiden de volgende categorieën.
Categorie Onroerendzaakbelasting (OZB)
Wijze van begroten Het OZB-tarief volgt uit de bij de begroting opgestelde woonlasten notitie. Bij de vaststelling van de totale woonlasten worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •
Stabiele meerjarige tarieven en Voor het begrotingsjaar een stijging van het tarief ten opzichte van voorgaand jaar met het CPI-percentage. (Het Centraal Planbureau berekent doorlopend de Nationale Consumentenprijsindex. Het inflatiepercentage voor het toekomstige jaar (begrotingsjaar) is gebaseerd op de CPI-raming peildatum maart van het huidige jaar.
Jaarlijks wordt, bij het opstellen van de programmabegroting, de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven (zie ook categorie ‘woonlasten’).
Afvalstoffenheffing
Onze uitgangspunten bij het bepalen van de afvalstoffenheffing zijn: • • •
99% Kostendekkend (De kosten mogen, op basis van wet- en regelgeving, maximaal 100% kostendekkend zijn). Stabiele meerjarige tarieven. Voor het begrotingsjaar een stijging van het tarief ten opzichte van voorgaand jaar met het CPI-percentage van maart.
Jaarlijks wordt, bij het opstellen van de programmabegroting, de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven (zie ook categorie “woonlasten”) Rioolheffing
De uitgangspunten bij het bepalen van de rioolheffing zijn: • • •
99% Kostendekkend (De kosten mogen, op basis van wet- en regelgeving, maximaal 100% kostendekkend zijn). Stabiele meerjarige tarieven. Voor het begrotingsjaar een stijging van het tarief ten opzichte van voorgaand jaar met de CBS-prijsindex voor de GWW-sector maart (deelgebied 4221, Werken voor vloeistoffen). Dit is in lijn met het vastgestelde GWP 2021-2026.
Jaarlijks wordt, bij het opstellen van de programmabegroting, de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven (zie ook categorie “woonlasten”)
33
Woonlasten als geheel (OZB, riool- en afvalstoffenheffing)
Uitgangspunten voor de woonlasten zijn: Bij de gezamenlijke woonlasten beoordelen wij of voldaan wordt aan het coalitieakkoord. Hierin is het volgende opgenomen: “De gemiddelde woonlasten stijgen jaarlijks niet meer dan het inflatiepercentage”. Dit betekent een stijging van de woonlasten ten opzichte van voorgaand jaar met het CPI-percentage, peildatum maart. Gezien de voorschriften ten aanzien van het minimaal kostendekkend zijn van de riool- en afvalstoffenheffing dienen hiervoor veelal de OZB-tarieven aangepast te worden. Jaarlijks wordt, bij het opstellen van de programmabegroting, de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven. Gezien de financiële noodzaak dient deze coalitieafspraak wellicht te worden heroverwogen bij de doorrekening van de woonlasten bij het aanbieden van de programmabegroting 2025.Het college heeft in deze voorjaarsnota het voorstel opgenomen om de woonlasten, boven op de inflatiegroei, te laten toenemen met € 800.000 structureel.
(Reken)rente
Investeringen (afschrijvingen)
Onderwijshuisvesting (investeringen)
De rente op de geld- en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) en andere macroeconomische ontwikkelingen. Voor de toerekening van de rentelasten wordt gebruik gemaakt van de rente-omslagmethode. Het totaal van de rentelasten wordt ‘omgeslagen’ over het geheel van de investeringen. De rentelasten betreffen het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen en de kortlopende financiering minus de renteopbrengsten van overtollige middelen en verstrekte geldleningen. Deze rentelasten wordt vervolgens d.m.v. het rente omslagpercentage verdeeld over de programma's (onderdeel van de kapitaallasten op investeringen). Zodra de afwijking tussen de gehanteerde omslagrente en de werkelijke rentelast groter wordt dan 0,5% dient de gehanteerde omslagrente aangepast te worden. Aanpassingen kunnen worden doorgevoerd via de voorjaarsnota en/of programmabegroting (Het rente omslagpercentage zoals opgenomen in de programmabegroting 2024 bedraagt 1,6% (2023: 1,4%). Investeringen zijn eveneens onderhevig aan de nominale ontwikkelingen en worden beïnvloed door loon –en prijsaanpassingen. De investeringen verschillen van elkaar in aard en omvang. Om deze reden worden investeringen niet standaard geïndexeerd. Investeringen worden beoordeeld en eventueel bijgesteld op individueel niveau.
In lijn met het Integraal Huisvestingsplan (IHP) worden de investeringen onderwijshuisvesting jaarlijks geïndexeerd met de BDB-index (maart). Dit gebeurt jaarlijks bij de voorjaarsnota. Het ophogen van de investeringskredieten zorgt op termijn voor een toename van de rente en afschrijvingslasten, ofwel kapitaallasten.
34
Riolering (investeringen)
In lijn met het Gemeentelijk Watermanagement Plan (GWP) worden de investeringen jaarlijks geïndexeerd met het CBS-prijsindex voor de GWW-sector maart (deelgebied 4221, Werken voor vloeistoffen).
Lonen en salarissen
De lonen en salarissen volgen de cao-gemeenteambtenaren. In afgelopen jaren is het verschillende keren voorgekomen dat de begroting opgesteld wordt zonder dat de CAO bekend is voor het begrotingsjaar. Op basis van veronderstellingen worden dan de verwachte loonstijgingen bepaald en verwerkt in de begroting. Jaarlijks dient op basis van geldende CAO en/of verwachte aanpassingen de totaal personeelslasten bepaald. Loonindexaties worden verwerkt in de programmabegroting op basis van de maartraming, loonvoet sector overheid, zoals afgegeven door het Centraal Plan Bureau (CPB).
Uitgaande subsidie
Specifieke uitkeringen (SiSa)
Reguliere budgetten
Uitgangspunt is dat de subsidies jaarlijks worden geïndexeerd met CPI. (Het Centraal Planbureau berekent doorlopend de Nationale Consumentenprijsindex (cpi). Het inflatiepercentage voor het toekomstige jaar (begrotingsjaar) is gebaseerd op de CPI -raming peildatum maart. Jaarlijks wordt de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven. Specifieke uitkeringen worden van het rijk ontvangen om bepaalde taken uit te voeren en betreffen geoormerkte middelen. Dit betekent dat wanneer middelen niet worden uitgegeven dat deze terugbetaald dienen te worden aan het rijk. De indexatie van deze middelen vindt plaats door aanpassingen in het beschikbare budget door het rijk. De indexatie is, behoudens politieke lobby, vrijwel niet te beïnvloeden door de gemeente. Voor het restant van de budgetten geld dat deze niet structureel worden geïndexeerd. Voor deze budgetten geld dat jaarlijks wordt bekeken welke budgetten nodig zijn om de werkzaamheden uit te kunnen blijven voeren. Vaak liggen hier contractuele afspraken aan ten grondslag (bijvoorbeeld bij de ingekochte zorg en ICT). Het kan ook voorkomen dat budgetten niet jaarlijks worden opgehoogd, maar bijvoorbeeld elke 5 jaar. Dit kan ook samenlopen met de aanpassingen van de onderliggende beleidsnota’s In deze categorie zullen ook gestegen energielasten leiden tot een hoger benodigd budget.
Gezien de verwachte omvang zal ook deze specifiek bepaald worden.
Beheersplannen
Uit de beheersplannen (exploitatielasten) blijkt welke budgetten nodig zijn om de huidige kapitaalgoederen te onderhouden (gebouwen, wegen, groen etc.). Deze worden jaarlijks geactualiseerd. Deze categorie wordt derhalve gelijk behandeld als de categorie reguliere budgetten.
35
Dekking hogere lasten als gevolg van indiceren Bovenstaande lasten dienen in eerste instantie opgevangen te worden door de hogere baten, de stelpost autonome- en nominale ontwikkelingen. Indien gewenst/noodzakelijk kunnen ook andere politieke keuzes voor dekking zorgen: • Op basis van politieke overwegingen kan besloten worden indexaties op een andere wijze toe te passen. • Er kunnen politieke keuzes gemaakt worden ten aanzien van de uit te voeren activiteiten in de begroting (bezuinigen) • Er kunnen politieke keuzes gemaakt worden die leiden tot hogere baten (belastingverhoging) • Ook is het mogelijk de hogere lasten te dekken vanuit de algemene reserve. Algemene reserve Indien de begrote lasten hoger zijn dan de begrote baten dan is er sprake van een niet sluitende begroting. Indien dit incidenteel voorkomt kan ervoor gekozen worden het nadelige saldo te onttrekken uit de algemene reserve. Indien er structureel sprake is van een niet sluitende begroting dan zal de provincie bij het uitvoeren van haar toezichtstaken eisen dat er structurele oplossingen worden gevonden om de tekorten te dekken (verhogen belastingen en/of bezuinigingen).
36
5.2 Investeringsprogramma 5.2.1 Toelichting actualisatie 2024 In paragraaf 2.5 Inzicht in Investeringen worden diverse wijzigingen ten aanzien van het investeringsprogramma 2024-2028 voorgesteld. Onderstaand een aanvullende toelichting per wijzigingsvoorstel. 1. Infrastructurele maatregelen (priowegen) Het investeringsbedrag voor prioritaire wegen 2027 en 2028 is opgenomen in het investeringsprogramma conform het raadsbesluit 2 februari 2022. De investeringen voor prioritaire wegen loopt tot en met 2030. 2. Materieel gladheidsbestrijding In de voorjaarsnota 2023 is de raad geïnformeerd over de beëindiging van het contract met SBS/Tomingroep voor de gladheidsbestrijding. De gemeente heeft een andere partij gevonden die deze taak gaat uitvoeren. Het van SBS overgenomen strooimaterieel (strooiers, sneeuwploegen en borstels) heeft zijn einde levensduur bereikt en zal verspreidt over drie jaar vervangen moeten worden. Vanaf 2024 t/m 2026 stijgen de investeringskosten met € 300.000 per jaar. 3. Vervangen afgeschreven bebording en bewegwijzering Tot en met 2023 werd de bebording vervangen via de exploitatie. In het beheerplan is de vervanging van de bebording en bewegwijzering planmatig ingestoken en wordt overgegaan tot een systematisch beheer van het areaal. Conform het vastgestelde beheerplan wordt een investering voor 2028 aangevraagd. 4.
Vervangen lichtmasten Conform het vastgestelde beheerplan wordt de investering voor 2028 aangevraagd. De lichtmasten hebben gemiddeld een levensduur van ca. 40 jaar. Vanaf 2028 tot 2032 zal een deel van de masten hun einde levensduur bereiken en moeten worden vervangen. 5. Vervanging afgeschreven wegen Het grootste deel van de afgeschreven wegen wordt integraal vervangen met afgeschreven riolering (jaarlijks wordt 6,5 km riool vervangen). Dit levert de hoogste kwaliteit en de inrichting kan integraal aangepast worden aan de tegenwoordige eisen voor klimaatadaptatie, energietransitie, groen, verkeer en welzijn. Tevens vindt zo vervanging plaats tegen de laagste maatschappelijke kosten. Vanwege de sterke prijsstijgingen in de afgelopen jaren is voor 2025 en verder een index van 9,6% (CBS Wegen) toegepast op de investeringen. Conform het vastgestelde beheerplan wordt de investering voor 2028 aangevraagd. 6. Vervanging verkeersregelinstallaties In 2028 is de VRI-installatie aan de Larenseweg ter hoogte van de Ampèrestraat aan het einde van de economische levensduur en dient te worden vervangen. 7. Wegwerkzaamheden in combinatie met riolering Bij het vervangen van het riool wordt ook de weg vervangen. Voor de wegwerkzaamheden boven de rioolsleuf wordt vanuit de algemene middelen een bedrag vrijgegeven.
Voor 2025 en verder wordt dit bedrag geïndexeerd met 9,6% (CBS Wegen) vanwege de sterke prijsstijgingen. Voor 2028 wordt de nieuwe investering aangevraagd.
37
8. Zero-emissie voertuigen De onderstaande bestaande voertuigen worden vervangen door zero-emissie voertuigen. Deze auto's hebben een lager verbruik, maar zijn duurder in aanschaf. Hiervoor zijn de volgende ophogingen in de begroting noodzakelijk:
Taakveld 2.1 2.1
Voertuig Vervangen Nissan Navara calamiteitenvoertuig Vervanging VW Transporter VRI's
Was 70.000 60.000
Wordt 145.000 70.000
7.2 7.2 7.2 7.2 7.2
VW Crafter hoog vervanging van V-862-KN VW Crafter pickup t.b.v. gemalen, vervanging V-483-KT VW Crafter pickup t.b.v. wachtdienst gemalen Vervanging Fiat Fiorino VV-480-K Vervanging VW Caddy gemalen VJ-084-L
70.000 60.000 50.000
100.000 100.000 65.000 50.000 50.000
Twee wagens worden nu voor het eerst opgevoerd. Voorheen was het aanschafbedrag onder de investeringsgrens van € 50.000. Door de nieuwe eisen wordt dit nu wel een investering. De wagens voor taakveld 7.2 riolering zijn rendabel omdat deze worden gedekt door de rioolheffing. 9. Vervangen parkeerapparatuur Deze investering komt te vervallen i.v.m. de uitbreiding betaald parkeren in de Schil. Er is € 4,8 miljoen in het investeringsprogramma opgenomen waarmee de betaalde parkeerplaatsen worden uitgebreid van 8000 naar 18000. 10. Splitsing van het huidige krediet Sportcomplex Sportpark/Arenapark van € 18 mln. In jaarschijf 2024 van het investeringsprogramma van de Programmabegroting 2024 is een krediet van € 18 mln. opgenomen voor het Sportcomplex Arenapark (afschrijving in 50 jaar). De raad heeft het krediet nog niet beschikbaar gesteld omdat het een sterretjespost betreft waarbij nog een separaat raadsvoorstel en -besluit nodig is. Voorgesteld wordt nu het huidige krediet van € 18 mln. te splitsen in: -
een krediet “aankoop grond sportcomplex Sportpark ”€ 1,5 mln. (in 2024, géén afschrijving omdat op grond niet afgeschreven wordt) en een krediet “stichtingskosten sportcomplex Sportpark” € 16,5 mln. (in 2027, afschrijving in 50 jaar).
Omdat het aankopen van grond een bevoegdheid van het college is, wordt de raad bij de Voorjaarsnota 2024 voorgesteld het krediet “aankoop grond” (€ 1,5 mln.) direct vrij te geven; voor het krediet “stichtingskosten” blijft wel een separaat raadsvoorstel en -besluit nodig. 11. Prijsverhoging en Fasering Programma Groen n.a.v. marktontwikkelingen: Tot slot stellen we voor het aantal investeringskredieten binnen het ‘Programma Groen’ te verhogen. Dit programma omvat diverse investeringen die cruciaal zijn voor het bevorderen van groene infrastructuur en duurzaamheid. Bij de eerste aanbesteding bleek dat de kosten hiervan hoger zijn uitgevallen dan oorspronkelijk geraamd, met een stijging van 30%. Deze onverwachte toename in kosten is tevens waargenomen bij andere aanbestedingen in het openbaar groen. Gezien deze marktontwikkeling stellen we voor om alle aangevraagde en nog vrij te geven kredieten binnen het ‘Programma Groen’ met 30% te verhogen. Dit stelt ons in staat te voldoen aan de groeiende kosten van projectuitvoering. 38
Tevens worden als onderdeel van het faseplan 'Programma Groen' een aantal kredieten doorgeschoven naar de toekomst, zoals 'Realisatie stadsranden verbinden met buitengebied', 'Kwaliteitsimpuls Gooise Vaart' en 'Realisatie en fasering van biodiverse vijvers in Programma Groen. De fasering van middelen is een zorgt voor een doeltreffende en duurzame inzet van onze investeringskredieten over meerdere jaren, waarbij we rekening houden met zowel de huidige als toekomstige behoeften binnen ons programma voor groene ontwikkeling". De wijzigingen betreft de volgende kredieten: - Vergroenen speelterreinen '24, '25, '26 - Realisatie koele plekken Programma Groen '24, '25, en'26 - Verwijderen zinloze verharding Programma Groen '24, '25, '26 - Ecologische verbindingszones versterken Programma Groen '24, '25, '26 - Realisatie koele groene routes Programma Groen, '25, '26 - Realisatie en fasering biodiverse vijvers Programma Groen '24, '27, '28 - Realisatie en fasering natuur inclusieve maatregelen Programma Groen '24, '26, '27 - Realisatie en fasering stadsranden verbinden met buitengebied Programma Groen '26 en '27 - Ecoverbinding Laapersveld ‘23 - Realisatie en fasering Natuurverbinding Raabos-Raaweg Programma Groen ‘25 - Realisatie en fasering Kwaliteitsimpuls Gooise Vaart Programma Groen ‘26 - Realisatie Plantsoenen Diependaalselaan Programma Groen '25 12.
In standhouden bomen Conform het vastgestelde beheerplan wordt de investering voor 2028 aangevraagd. De bomen zijn aan het einde levensduur in de wijken, wat ten koste kan gaan van de veiligheid en het kwaliteitsbeeld van de groene stad Hilversum. Met name veiligheid vraagt om extra onderhoudsmaatregelen. Bij uitstel verschuiven de kosten naar de exploitatie, waarbij veiligheid meer onder druk komt te staan. Ook door droogte en stikstof (eiken en beuken ondervinden hier hinder van). Effect bij oudere bomen is toename van snoeiwerkzaamheden en grotere schade bij onder andere stormen. Vanwege de sterke prijsstijgingen in de afgelopen jaren is voor 2025 en verder een index van 4,6% (vakorganisatie TuinKeur) toegepast op de investeringen. 13. Renovatie groenvoorziening Conform het vastgestelde beheerplan wordt de investering voor 2028 aangevraagd. Het groen is aan het einde levensduur in de wijken, wat ten koste gaat van het kwaliteitsbeeld van de groene stad Hilversum. Bij uitstel verschuiven de kosten naar de exploitatie als gevolg van verhoogde snoeiwerkzaamheden, verhoogde onkruidbestrijding in groen (kale plekken) en toplaagonderhoud (gras). Vanwege de sterke prijsstijgingen in de afgelopen jaren is voor 2025 en verder een index van 4,6% (vakorganisatie TuinKeur) toegepast op de investeringen. 14.
Vervangen speelvoorzieningen Vanwege de gezamenlijke aanpak van de speelterreinen wordt in 2024 € 225.000 in mindering gebracht op het reguliere vervangingsbudget van speelvoorzieningen in 2024 en toegevoegd aan het krediet Vergroenen speelterreinen. De investeringen voor speelvoorzieningen zijn vanaf 2024 verhoogd met € 75.000 voor uitbreiden tot ontmoetingsplekken waar ook gelegenheid wordt geboden voor sportactiviteiten (raadsbesluit Visie openbare ruimte 2023). Dekking voor de kapitaallasten komt uit een stelpost coalitieakkoord van € 50.000 (taakveld 5.7 Openluchtrecreatie). Daarnaast wordt vanwege de sterke prijsstijgingen in de afgelopen jaren voor 2025 en verder een index van 5,1% (CBS GWW) toegepast op de investeringen. Als laatste wordt conform het vastgestelde beheerplan wordt de investering voor 2028 aangevraagd. 15. Afkoppelen en infiltreren grote daken postcode 1221 fase 2 16. Optimalisatie hemelwaterafvoer openbare ruimte fase 2 39
17. Splitsen hemelwater van vuilwater fase 2 De investeringen voor de riolering worden jaarlijks geïndexeerd conform GWW-index van het CBS. Zonder indexatie kunnen de opgaven GWP niet geheel worden gerealiseerd. Voor 2024 is de indexatie 3,7 %. Gezien de omvang en doorlooptijd van deze investeringen worden de investeringen nu gespreid over 2 jaren. Het jaar van investering voor splitsen hemelwater van vuilwater fase 2 wordt 1 jaar naar achteren verplaatst omdat voorbereiding van afkoppelen een intensief proces is met grondeigenaren. Fase 1 is hierdoor vertraagd. Fase 2 optimalisatie hemelwaterafvoer wordt 1 jaar later aangevraagd omdat in 2023 een rijkssubsidie Klimaatadaptatie is aangevraagd van € 705.000. Deze subsidie wordt nu eerst ingezet voor deze opgave. Het jaar van investering voor het afkoppelen en infiltreren fase 2 is 1 jaar naar achteren verplaatst omdat voorbereiding van afkoppelen een intensief proces is met grondeigenaren en interne capaciteit vooral is ingezet op de uitwerking van de GWP-maatregel waterberging 1221 voor het tegengaan van wateroverlast bij de Kleine Drift. 18. Subsidie impulsregeling klimaat adaptieve maatregelen Bij herinrichtingsprojecten wordt hemelwater lokaal vastgehouden en geïnfiltreerd. Hiervoor zijn investeringen opgenomen in het Watermanagement plan (€ 2,2 miljoen optimalisatie hemelwaterafvoer).
Door het toenemend aantal herinrichtingsprojecten en toenemende kostprijs van afkoppelen/infiltreren put dit krediet snel uit. De gemeente heeft gebruik kunnen maken van de landelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie. Via die regeling kunnen ze een bijdrage van het Rijk krijgen voor de uitvoering van klimaatadaptatiemaatregelen, waarbij 2/3 van de kosten wordt betaald door de gemeente en 1/3 wordt gesubsidieerd. Met de impulsregeling klimaatadaptatie kan Hilversum bij vijf extra herinrichtingsprojecten hemelwaterinfiItratievoorzieningen aanleggen. Behalve ontstenen en vergroenen worden voorzieningen aangelegd zoals wadi’s, infiltrerende bergingskelders en infiltratieputten. Hierdoor wordt significant meer water lokaal vastgehouden en geïnfiltreerd. Op twee locaties wordt een infiltratiekelder aangelegd waarin naast water uit het gebied zelf, ook hemelwater uit de omgeving kan infiltreren. Deze maatregel zorgt voor het afvangen van 40-70% van het hemelwater dat afstroomt bij grote buien waarmee wateroverlast (schade) wordt voorkomen. De subsidie dient als dekking voor de werkzaamheden die al zijn inbegrepen bij het krediet voor de complete werkzaamheden ter plekke. Voor alle kredieten geldt dat ze toereikend zijn voor de werkzaamheden met uitzondering van JP Zeehelden fase 1. Hier is € 54.000 extra benodigd. 19.
Vervangen afgeschreven riolering GWP 2021-2026 De Raad heeft in augustus 2020 het GWP 2021-2026 vastgesteld waarin is opgenomen dat er jaarlijks ongeveer 6,5 km riolering wordt vervangen. Conform het GWP vragen we de investering voor 2028 aan. Tevens heeft de raad besloten om de rioleringsinvesteringen jaarlijks te indexeren voor gestegen kosten. De index die is toegepast vanaf IP 2025 is 3,7% (CBS Civieltechnische werken). De investeringen worden financieel gedekt uit de rioolheffing. 20. Indexatie Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 2024-2027 In april is het IHP 2024 vastgesteld. De daarin gekwantificeerde projecten lopen tot en met 2027 en zijn opgenomen tegen prijspeil 2024. Afgesproken is dat de projecten bij de Voorjaarsnota worden geïndexeerd conform de BDB-index. Voor 2025 is deze 2,4%. 21. Laadinfrastructuur voor duurzame gemeentelijke voertuigen Het gemeentelijk wagenpark wordt vervangen door zero-emissie voertuigen. Hiervoor dienst er op de gemeentewerf een laadinfrastructuur te worden aangebracht.
40
5.2.2 Investeringen met een sterretje In het investeringsplan van de gemeente Hilversum zijn een aantal investeringen aangemerkt met een sterretje. Over deze investeringen wordt een afzonderlijk besluit aan de raad voorgelegd. Onderstaand een overzicht van de reeds openstaande investeringen die aangeduid zijn met een sterretje. Taakveld
Investering omschrijving
1.03
1000 Woningen, openbare ruimte
Investering saldo
1.03
Spoorzone
794.000
1.03
Centrumring
9.000.000
1.03
Nieuwe buurtvoorzieningen Riebeeck
1.200.000
1.03
OV-knooppunt Crailo verbeteren en Park&Bike onderzoek
1.000.000
1.03
Realisatie transferium en hub Arenapark
1.500.000
1.03
Extra fiets parkeerplekken centrum en ov-knooppunten
500.000
1.03
Nieuwe Bibliotheek en herinrichting kerkbrink
500.000
1.03
Beweegvriendelijker openbare ruimte
500.000
1.03
Opstellen en uitvoeren gebiedsagenda centrum
500.000
1.03
Opstellen en uitvoeren gebiedsagenda Zuid-West
500.000
1.03
Opstellen en uitvoeren gebiedsagenda Mediapark
500.000
1.03
Ondergrondse fietsenstalling
1.02
Sportpark aankoop grond sportcomplex (voormalig Arenapark)
1.500.000
1.02
Sportpark stichtingskosten sportcomplex (voormalig Arenapark)
16.500.000
2.02
Meer ventilatie op scholen
5.02
Duurzaamheidsmaatregelen Raadhuis
5.02
Duurzaamheidsmaatregelen Stadskantoor
570.000
Gemeente Hilversum totaal sterretjes post
61.384.000
3.000.000
21.400.000
500.000 1.420.000
41
5.3 Overzicht begrotingswijzigingen Onderstaande tabel bevat de ontwikkelingen die effect hebben op het begrotingssaldo zoals opgenomen in deze voorjaarsnota. Onderstaande tabel bevat geen zoekrichtingen -en geen dekkingsvoorstellen. Bedragen x 1.000 + nadeel / - voordeel
Ontwikkelingen
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028
Aanbesteding ICT-applicatie Sociaal Domein 100 200 300 We bereiden ons in 2024 voor op een aanbesteding voor de ICT-applicatie(s) Sociaal Domein. Uitgangspunt voor de aanbesteding is de dienstverlening die we vanuit het Sociaal Domein leveren aan onze inwoners. Aanbesteding wijkonderhoud
1.917
1.884
1.884
1.884
1.884
Met raadsinformatiebrief 2024-5 bent u geïnformeerd over de voortgang van de aanbesteding van de contracten boomverzorging, gladheidsbestrijding en wijkonderhoud openbare ruimte. De aanbesteding voor het wijkonderhoud is financieel hoger uitgevallen. De oorzaken hiervan zijn divers. Het gaat in grote mate om de stijging van het minimumloon, maar ook andere zaken wegen mee, zoals een langer groeiseizoen, werken met elektrisch gereedschap en elektrisch vervoer. Zoals in de raadsinformatiebrief is aangegeven zijn er mogelijkheden onderzocht om de meerkosten verder terug te brengen. We hebben de overschrijding terug weten te brengen tot € 1,9 miljoen. Uitgangspunt blijft het met de raad afgesproken kwaliteitsniveau en beheerstrategie (het beheerplan groen). Aanpassing i.v.m. cao 2024
3.679
4.367
4.367
4.367
4.365
De Cao Gemeenten regelt de arbeidsvoorwaarden voor werknemers die in dienst zijn bij een gemeente. Via raadinformatiebrief 2023-102 bent u geïnformeerd over de financiële effecten als gevolg van de vaststelling van de CAO 2024. De CAO is vastgesteld in december 2023 en loopt van 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2025. Bij het opstellen van de begroting 2024 is ten dele rekening gehouden met een cao-stijging. Het destijds voorziene bedrag is niet toereikend om de toenemende laste te kunnen dekken, om deze reden wordt in deze voorjaarsnota voorgesteld de extra lasten alsnog te verwerken in de begroting 2024 en de daaropvolgende jaren. Actualisatie GREX 2024
-82
-85
59
-48
-47
De raad heeft op 15 mei 2024 de geactualiseerde grondexploitaties 2024 vastgesteld. Middels deze begrotingswijzigingen worden de daaraan verbonden financiële effecten verwerkt in de meerjarenbegroting.
Actualisatie Vennootschapsbelasting
108
-173
-72
224
105
De raad heeft op 15 mei 2024 de geactualiseerde grondexploitaties 2024 ten opzichte van 2023 vastgesteld en de begroting is hierop meerjarig bijgesteld. De effecten ten aanzien van de vennootschapsbelasting worden hierbij verwerkt in de meerjarenbegroting. Anterieure overeenkomsten
100
150
150
150
150
In de meerjarenraming is een opbrengst stelpost van € 300.000 opgenomen voor inkomsten uit anterieure overeenkomsten. In het algemeen geldt dat in deze overeenkomsten de kosten van de gemeente worden verhaald op particuliere ontwikkelaars in die gevallen waarbij aanpassing van bestemmingsplan nodig is. Dit betekent dat er aanvullende personele capaciteit nodig is om het werk uit te voeren, waardoor het effect teniet wordt gedaan. De ambitie is destijds te hoog ingeschat, wat ook blijkt uit de jaarrekeningen van 2022 en 2023. Het voorstel is om de stijgende taakstelling vanaf 2024 te verlagen, om beter in lijn te zijn met de werkelijke capaciteit en uitkomsten van deze overeenkomsten.
42
Bedragen x 1.000 + nadeel / - voordeel
Ontwikkelingen
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028
Areaaluitbreidingen 78 78 78 78 78 In de beheerplannen worden de benodigde middelen berekend op basis van de areaalgegevens uit de beheersystemen. Elke vier jaar worden deze plannen geactualiseerd, waarbij ook de areaalgegevens worden bijgewerkt. Kleine areaalwijzigingen kunnen worden opgevangen binnen de beschikbare middelen. Grotere areaalwijzigingen moeten we opvoeren, willen we het beheer en onderhoud op peil houden conform het vastgestelde beheerplan. Voor het beheer en onderhoud van de Alexiatunnel, de verlegde weg over Anna's Hoeve en de Maartendijkseweg is respectievelijk € 49.000, € 22.000 en € 7.000 nodig. Belastingen OZB
113
113
113
113
113
In 2023 heeft een herwaardering voor de WOZ-waarde van panden plaatsgevonden. Het gevolg van deze herwaardering is dat de lasten voor de onroerendezaakbelasting voor onderwijshuisvesting in 2023 € 85.000 hoger was dan begroot en voor diverse andere panden in ons beheer en woonarklocaties € 28.000 hoger dan begroot. Aangezien de stijging van deze lasten structureel is, dienen deze lasten structureel met € 113.000, te worden verhoogd. Beleidsagenda armoede en schulden 2024-2030
-250
250
De raad heeft op 20 december 2023 de beleidsagenda armoede en schulden 2024-2030 vastgesteld. Dit resulteert in een structurele uitbreiding van capaciteit ad. € 75.000, de dekking vindt plaats vanuit de coalitiegelden. Voor de continuering van de inzet van de budget coaching in 2024 wordt incidentele budget van € 270.000 (vanuit de stelpost schulden en minima) aangewend. Bovendien is besloten om de toevoeging van € 250.000 vanuit de septembercirculaire 2023 door te zetten van 2024 naar 2025 en dit in de voorjaarsnota 2024 te verwerken.
Chief Information Security Officer
78
156
156
156
156
De noodzaak van een CISO (Chief Information Security Officer) wordt steeds groter vanwege de toenemende dreiging van cyberaanvallen en de groeiende waarde van gegevens voor organisaties. De CISO is verantwoordelijk voor het waarborgen van de informatiebeveiliging, het toetsen, ontwikkelen en implementeren van beveiligingsbeleid en -procedures en het voorkomen en aanpakken van mogelijke bedreigingen. Met de voortdurende evolutie van technologieën en de complexiteit van cyberdreigingen is een fulltime CISO essentieel om de veiligheid van gegevens en systemen te waarborgen. Op dit moment wordt de taak als geringe nevenactiviteit uitgevoerd door de IT architect. Deze tijdelijke oplossing is echter niet verstandig op lange termijn vanwege toenemende rol van informatieveiligheid in opgaven, dienstverlening en bedrijfsvoering. Voorgesteld wordt om een fulltime Ciso Officer aan te trekken en deze ongewenste kwetsbaarheid op te lossen. Circusterrein Beheerskosten
53
53
53
53
Conform Raadsbesluit 06-03-2024. Het budget voor het beheer van de openbare ruimte wordt verhoogd met een bedrag van € 53.000 vanaf het begrotingsjaar 2025. Datagericht werken openbare ruimte
210
321
50
-60
Datakwaliteit is een randvoorwaarde voor het realiseren van de complexe opgaven in de stad. De gemeente is wettelijk verplicht om de juiste kwaliteit van de gegevens aan te leveren aan de stelselhouder van de Basis Registratie Ondergrond (BRO). De huidige kwaliteit is onvoldoende. Zonder deze middelen voldoen we niet aan de wettelijke taak en is het risico op aanhoudende faalkosten hoog en is er informatieverlies door suboptimale ingerichte processen. Daarnaast is het digitaal beschikbaar maken van de data over onze assets boven en onder de grond belangrijk waar het gaat om het verbeteren van de dienstverlening via het digitaal melden van gebreken of gevaarlijke situaties in de openbare ruimt via Melding Openbare Ruimte (MOR). Tot slot maakt dit project datakwaliteit, eenvoud van processen en ketensamenwerking mogelijk wat slimmer beheer van de assets op gaat leveren. De budgetten zijn incidenteel omdat datagericht werken op den duur ook lagere lasten tot gevolg moet hebben.
43
Bedragen x 1.000 + nadeel / - voordeel
Ontwikkelingen
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028
Doorontwikkeling Griffie 90 166 156 156 156 In december 2023 heeft de gemeenteraad de instructie van de griffie(r) vastgesteld. Daarmee heeft de gemeenteraad van Hilversum aangegeven een complete (strategische) griffie te ambiëren. Binnen de huidige griffie is de basis op orde, maar deze is niet toekomstbestendig. We zien veel extra werkzaamheden op de griffie afkomen door de vastgestelde ambitie van de gemeenteraad, alle ontwikkelingen binnen het openbaar bestuur, door de projecten die nu al lopen én door het ingezette samenspel tussen raad, college en organisatie. Er komen veel vragen op de griffie af. De griffie loopt op dit moment tegen zijn grenzen aan. De stip op de horizon is een schaalbare toekomstbestendige complete griffie die de vele werkzaamheden op een effectieve en efficiënte manier oppakt en uitvoert. Een griffie die klaar is voor alle ontwikkelingen die op Hilversum afkomen, in welke vorm dan ook. Om te kunnen doorgroeien naar deze complete griffie, wordt er de komende periode gekeken naar de samenstelling van de huidige griffie in Hilversum. Hiervoor is het griffieplan door de werkgeverscommissie vastgesteld én zal er in 2024 verder onderzoek plaatsvinden naar de benodigde formatie en competenties binnen de toekomstbestendige griffie. In de voorjaarsnota wordt een reservering opgenomen voor deze doorontwikkeling. Dit op basis van het griffieplan.
Bij de begroting zal deze reservering concreter worden uitgewerkt. Effecten decembercirculaire 2023
2.329
1.153
648
574
1.171
Op 6 december 2023 heeft het Rijk de decembercirculaire gepubliceerd. Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. De decembercirculaire 2023 heeft ook gevolgen voor de algemene uitkering in de jaren 2024 t/m 2028. Met dit journaal worden de financiële effecten verwerkt. De raad is hierover geïnformeerd via raadsinformatiebrief 2024-02. Egalisatievoorziening riolering
270
Om de rioolheffing voor 2024 minder te laten stijgen is in de begroting een onttrekking opgenomen uit de egalisatievoorziening riolering. Doordat het nadelige exploitatieresultaat van de rioleringsfunctie (taakveld riolering en toegerekende lasten) in 2023 ten laste is gebracht van de voorziening is het saldo nihil. Daarmee is de begrote onttrekking niet meer mogelijk. Energiecompensatieregeling binnensport
80
Op 18 juli 2023 heeft het college een energiecompensatieregeling vastgesteld voor de binnensportverenigingen. Deze compensatieregeling compenseert de binnensportverenigingen voor de gestegen huren als gevolg van de hogere energieprijzen. De huurkorting (subsidie) kan door binnensportverenigingen bij de gemeente worden aangevraagd. De uit te betalen compensatie komt ten laste het beleidsveld Sport. Energiekosten openbare verlichting, 800 800 verkeerslichten, installaties, gemalen en gemeentelijk vastgoed (niet zijnde gemeente -en raadhuis) De energiemarkt is erg in beweging geweest en de prijzen zijn het afgelopen jaar explosief gestegen. Bij het opstellen van de eindejaarsrapportage 2023 is besloten om de begroting 2023 incidenteel bij te stellen. De begroting van de energiekosten in 2024 en 2025 laat ten opzichte van 2023 een verwacht tekort zien van € 800.000. Voor de jaren na 2025 dient bezien te worden hoe de prijzen zich ontwikkelen. Daarnaast moet bezien worden hoe we slimmer kunnen inkopen en/of kunnen besparen op het energiegebruik. Ethiek Officer
40
80
80
80
80
In de afgelopen jaren heeft Hilversum grote vooruitgang geboekt op het gebied van digitalisering en datagedreven werken. We zijn actief bezig met het genereren, verzamelen en analyseren van een aanzienlijke hoeveelheid gegevens. De groeiende omvang van deze gegevens en ons gebruik ervan benadrukt de toenemende rol van ethiek. Dit wordt bevestigd door het Stadspanel en de functionaris gegevensbescherming, die in zijn rapport adviseert om het beleid "Mens Centraal Digitaal" verder te integreren in onze werkwijze. Om de ethische aspecten van datagebruik beter te benadrukken wil Hilversum een ethiek officer aantrekken. Op dit moment ontbreekt een dergelijke functionaris, waardoor het bestaande personeel taken op dit gebied op zich neemt.
44
Bedragen x 1.000 + nadeel / - voordeel
Ontwikkelingen
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028
Exploitatie beheer panden
180
180
180
180
180
Door verschuivingen in de te verkopen panden en nog niet gerealiseerde verkopen stijgen de verwachte lasten voor het onderhoud van deze exploitatie panden. Daartegenover staat dat we voor een aantal panden langer huur zullen ontvangen. Per saldo resulteert dit in een nadeel van €362.000. Omdat de verkoopwaarde in stand wordt gehouden door het uit te voeren onderhoud is het voorstel de helft van het nadeel te dekken uit de reserve stedelijke vernieuwing. Deze optie wordt niet genoemd in de nota grond en vastgoedbeleid, derhalve wordt deze onttrekking nu voorgelegd aan de raad. Eind 2024 wordt het geactualiseerde meerjaren onderhoudsplan ter besluitvorming aan de Raad voorgelegd.
Hilversumse Educatie Agenda (HEA) 2024-2027
40
40
Op 6 maart is door de Raad de HEA 2024-2027 vastgesteld. Ook is besloten de financiële consequenties te verwerken in de Voorjaarsnota 2024.
Huisvesting Jeugd & Gezin (J&G)
110
110
110
Jeugd & Gezin krijgt een nieuwe vestiging op de Larenseweg 30. De extra kosten hiervan (kapitaalslasten van investering, huur en servicelasten) worden ingeschat op €110.000,- per jaar (ingang per januari 2026, afhankelijk van voortgang het project van Dudok Wonen). Procesdetails m.b.t. de ruimte van J&G dienen nog afgestemd en uitgewerkt te worden met Dudok Wonen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de wens om J&G te huisvesten in 2 nieuwe locaties (voorheen 3). Eerder is besloten om de locaties Fredrik van Eedenlaan en de Hoge Naarderweg onder te brengen in de in aanbouw zijnde MFA. Huur- en pachtinkomsten van het gemeentelijk vastgoed
-100
-100
-100
-100
-100
De netto huur- en pachtinkomsten van het gemeentelijk vastgoed nemen toe. Hiervoor zijn verschillende oorzaken: • Dit vloeit voort uit een hogere inkomsten voor de Noorderweg 96C, Entrada, overige gronden en gronden van benzinestations. De hoge indexering in 2023 werken door in de begrote opbrengsten van 2024 en verder. • Door het verwerven van panden in het kader van de WVG neemt de gemeente ook de huurovereenkomsten van huurders over waardoor de gemeente meer huur ontvangen. De toename van de huuropbrengsten is structureel van aard tot het moment dat de bouwplannen (reden voor de verwerving) worden uitgevoerd. • Bij de aanbesteding van de exploitatie van het zwembad en de sporthallen was de verhuur van het Sportcafé aan de Franciscusweg 6A niet opgenomen. Daardoor verhuurt de gemeente het café rechtsreeks aan de uitbater. Dit heeft in 2023 geleidt tot een structureel hogere huuropbrengst. Daarnaast zijn ook de huurinkomsten op de sportparken Loosdrecht en Berestein structureel hoger. Huur Wilhelminastraat
85
85
85
85
85
De huur voor de Wilhelminastraat is, door een ongekend hoog consumentenprijsindexcijfer in januari 2023, met 14,5% geïndexeerd. Daarnaast leiden hogere energielasten tot hogere servicekosten. Het is niet de verwachting dat de energielasten en daarmee de servicekosten in de komende periode zullen dalen. Deze twee autonome ontwikkelingen leiden tot een structurele verhoging van de huur met € 85.000. Indexatie bijdrage GNR
82
82
82
82
700
700
Met de concept-programmabegroting voert de GNR een loon-prijsstijging door. Dit houdt in dat de gemeentelijke bijdrage van Hilversum structureel 82.000 stijgt. Indexatie subsidiebudgetten o.b.v. CPI-maart 2024
700
700
In lijn met de uitgangspunten wordt de subsidie indexatie bepaald met Consumentenprijsindex (cpi) raming maart. Deze komt uit op 2,8%. Ten tijde van het opstellen van de programmabegroting 2025 wordt deze verdeeld over de taakvelden. De totale subsidie indexatie bedraagt afgerond € 700.000 per jaar.
45
Bedragen x 1.000 + nadeel / - voordeel
Ontwikkelingen
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028
Inkomsten buitenreclame 150 Er heeft in 2023 een nieuwe aanbesteding plaatsgevonden bij een van de drie concessies voor de buitenreclame. De ingangsdatum van de nieuwe concessie voor de reclame bij de abri’s start later dan gepland wegens een langer productieproces van de nieuwe abri's. In de tussentijd vragen de huidige abri’s (verouderd) veel onderhoud door Global (de beheerder van de abri’s). Dit leidt ook tot een lagere afdracht aan de gemeente tot het moment dat het nieuwe contract ingaat. De verwachting is dat rond de zomer 2024 het nieuwe contract in zal gaan. Inspectie riolering
80
100
100
Voor het opstellen van het nieuwe GWP ten behoeve van de vervangingsopgave 2026-2035 zijn kwaliteitsgegevens nodig van het areaal om een beeld te kunnen krijgen van het onderhoudsniveau ten aanzien van het rioleringsstelsel. De inspectiegegevens zijn noodzakekijk, o.a. voor de vervangingsplanning van 6,5 km per jaar, zodat het nieuwe GWP met de juiste data een nieuw meerjaren investeringsprogramma kan opstellen. Tot de actualisatie van het GWP is vanaf 2024 t/m 2026 in totaal € 280.000 benodigd. Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 Onderwijs 396 1.251 1.293 1.086 1.086 (IHP) Op 3 april 2024 heeft de Raad het IHP vastgesteld en de investeringskredieten beschikbaar gesteld voor de periode 2024 - 2027. Ook is besloten de financiële consequenties te verwerken in de voorjaarsnota 2024. Investeringen voortvloeiend uit het coalitieakkoord
-285
-360
-360
-360
-360
In de begroting staan kapitaallasten geraamd voor investeringen vanuit het coalitieakkoord 2022-2026. Deze voornemens tot investeringen zijn inmiddels concreet gemaakt door het op te nemen in het investeringsprogramma. De kapitaallasten die inmiddels opgenomen staan in het investeringsprogramma staan eveneens centraal begroot (stelpost kapitaalslasten). De afzonderlijke begrote kapitaalslasten vallen daarom vrij. Jongerenparticipatie
91
Bij motie M23-91 heeft de Raad verzocht te komen tot een structurele vorm van jongerenparticipatie. Het doel daarvan is het versterken van de verbinding tussen enerzijds jongeren als belangrijk onderdeel van onze gemeenschap en anderzijds de lokale politiek, de gemeenteraad, het college en de gemeentelijke organisatie. Dit budget helpt ons bij het opstellen en uitvoeren van effectief beleid en verbetert het vertrouwen in en betrokkenheid van jongeren bij het lokaal bestuur. Licentiekosten portofoons en online klantplatform
60
60
60
60
Portofoons zijn cruciaal voor de communicatie en coördinatie van hulpdiensten zoals politie en brandweer tijdens noodsituaties en het handhaven van de openbare orde. Met de uitbreiding van handhavingsactiviteiten groeit de behoefte aan meer portofoons, maar tegelijkertijd stijgen ook de licentiekosten. Voorgesteld wordt om vanaf 2025 structureel €35.000 per jaar ter beschikking te stellen. Daarnaast beschikt de gemeente over een online klantenplatform welke cruciaal is voor onze dienstverlening. Om de structurele licentielasten te dekken is het noodzakelijk € 25.000 euro ter beschikking te stellen vanaf 2025. Nutsvoorziening gemeentelijke kantoorgebouwen
120
120
De kosten voor de nutsvoorziening, gas en elektra in de gemeentelijke kantoorgebouwen zijn gestegen. Met name de kosten voor elektra. Deze autonome ontwikkeling leidt tot een structureel nadelig effect van afgerond € 120.000 op jaarbasis. Het huidige contract loopt tot en met 2025. OmBuigen
1.000
700
Gemeente Hilversum heeft al een aantal jaar een tekort op het budget van de uitkeringsregelingen. Ondanks dat op lokaal en regionaal niveau is ingezet op re-integratie naar werk, is het tekort de afgelopen jaren licht toegenomen. De gemeente Hilversum wil middelen zo effectief en efficiënt mogelijk in zetten en een gezond financieel beleid voeren. Om het tekort en de toename ervan zoveel mogelijk terug te dringen, is het actieplan omBUIGen opgesteld. Middels RIB 2024-19 is de raad hierover geïnformeerd. Het nadeel (verschil baten en lasten) wordt voor 2024 € 1.000.000 en voor 2025 is dit € 700.000, vanaf 2026 is het nadeel conform de begroting.