Vastgesteld en getekend verslag raadsvergadering d.d. 6 december 2023
Tekst van het document
De publiekscampagne mentale gezondheid te dekken uit het programma brede SPUK ‘Versterking van de mentale weerbaarheid en mentale gezondheid’” (Amendement A 23-175 van D66 en het CDA ) 1
https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/45/meer-slaapproblemen-en-psychische-klachtenonder-jongeren
Mevrouw ZEEUW VAN DER LAAN gaat het dossier aan het hart, omdat het over kinderen gaat. Zij voelt dat de wethouder die passie deelt. Zij leest in de nota dat er volgens de wethouder een gebrek is aan passende zorg voor kinderen in gezinnen met complexe begeleiding en behandelvragen en dat het niet helpt dat er een personeelstekort is in de hulpverlening. In haar praktijk ziet zij dat probleem terug. Het gaat om kinderen die onnodig lang op wachtlijsten staan voor een MDR traject, ouders en kinderen die geen contact hebben, omdat de omgang begeleid zou moeten zijn, terwijl er geen begeleiders zijn. Zij wil dat kinderen zo zorgeloos mogelijk kunnen opgroeien. Problemen moeten vroegtijdig opgemerkt worden om erger te voorkomen. De meest kwetsbare jongeren en gezinnen moeten kunnen rekenen op de hulp als zij die nodig hebben. Hulp zoeken bij jeugdzorg is voor veel mensen een forse stap. Zij wil dat het gezin niet steeds met verschillende gezichten te maken heeft en dat er een hulpverlener is per gezin met wie ouders en kinderen een vertrouwensband kunnen opbouwen. Het gaat om één hulpverlener die samen met het gezin naar de beste oplossing zoekt. En hiervoor is er de praktijkondersteuning, een stap in de goede richting. Een voorbeeld hiervan is zorg alvast in te zetten als het onderzoek nog loopt.
Zij ziet te vaak dat mensen erg lang moeten wachten, omdat een onderzoek gedaan moet worden door de Raad voor de Kinderbescherming. En ondertussen staat het gezin in de wachtstand en kan dat niet verder met leven. Voor de zwaardere zorgvraag moet snel en adequaat toegang tot de jeugdzorg gerealiseerd worden. Het gaat erom niet direct door te schakelen naar Veilig Thuis en onnodige ondertoezichtstellingen en uit huisplaatsingen als gevolg, maar snel interventies inzetten die dicht bij huis zijn. Zo maakt zij het in haar praktijk mee dat de kinderen van een moeder met een verslaving uit huis geplaatst worden bij een pleeggezin ver weg, waardoor de kinderen naar een andere school moeten, daar hechten en vervreemden van de ouders, omdat er geen hulp is in de jeugdzorg om de omgang te begeleiden. Dit terwijl er ook ingezet kan worden op een verslavingszorgtraject voor de moeder en de HI20231206
20
kinderen kunnen worden opgevangen in een netwerk of daartoe informele jeugdzorg kan worden ingezet, Samen oplopen, steunouders en buurtgezinnen. Er zijn genoeg initiatieven in de informele zorg. De kosten voor de lichte jeugdzorg lopen maar op. Medicalisering en problematisering zijn woorden die gebruikt worden. Er worden psychologen ingezet voor een kind met liefdesverdriet. Er wordt huiswerkbegeleiding aangevraagd als de cijfers niet zo goed zijn. Bij vragen naar hulp moeten mensen erop kunnen vertrouwen dat ze echt geholpen worden en niet bang hoeven te zijn van de regen in de drup te komen, zoals bij uithuisplaatsingen die voorkomen kunnen worden. Zij ziet in haar praktijk terug dat gezinnen onnodige etiketten opgeplakt krijgen en te ingewikkelde trajecten ingezet worden, zoals ouderschapsbemiddeling in een complexe echtscheiding, terwijl iedereen kan zien dat dit niet gaat werken en kinderen hierdoor in de knel komen. Men kan beter kijken naar wat er wel kan en wat men zelf kan oplossen. Bezien kan worden wat de eigen kracht van gezinnen is. Soms is het beter dat de wijkagent gewoon een knoop doorhakt in de strijd tussen de ouders. Juist door het inzetten van preventieve hulp en door vroegsignaleren is zwaardere hulp te voorkomen. Want niet voor alle jeugdigen is het vanzelfsprekend dat ze veilig opgroeien en zich positief ontwikkelen.
In de Beleidsagenda Jeugd zag zij bij zorg en veiligheid dat er wel aandacht besteed wordt aan het voorkomen van de jonge aanwas, wat voorkomt dat kinderen in de criminaliteit belanden. Een plan van aanpak ontbreekt ter voorkoming van kindermishandeling en huiselijk geweld. Daarom dient zij daarover een amendement in, omdat alle zaken die te voorkomen zijn maakt zwaardere hulp niet nodig. Amendement A 23-184 ‘Vroegsignalering Kindermishandeling en Huiselijk geweld’ De gemeenteraad van Hilversum, in vergadering bijeen op 6 december 2023, behandelende de Beleidsagenda Jeugd 2024-2030; constaterende dat: • landelijk bijna 119.000 kinderen jaarlijks het slachtoffer zijn van mishandeling. Kindermishandeling is niet alleen lichamelijk geweld. Het is elke vorm van mishandeling die voor een kind bedreigend of gewelddadig is.
Verwaarlozing valt hier ook onder; • tienduizenden kinderen in de knel zitten in een conflictscheiding; • in de Jeugdwet de taken staan voor de gemeenten die leidend zijn voor het opstellen van de beleidsagenda; • de gemeente in ieder geval maatregelen voor het voorkomen van kindermishandeling moet nemen; • in paragraaf 5.3 Jeugd en Veiligheid een plan van aanpak voor het voorkomen en aanpakken van kindermishandeling en huiselijk geweld ontbreekt, overwegende dat: • vroege signalering van onveilige opvoedsituaties zwaardere jeugdhulp kan voorkomen; • alle vormen van Kindermishandeling (fysiek, mentaal, getuige van geweld, verwaarlozing, opgroeien onder spanning) alsook intieme terreur, grote schade berokkenen voor het mentaal welzijn van jeugdigen; • de signalen voor kinderen in een conflictscheiding vergelijkbaar zijn met de signalen bij kindermishandeling en huiselijk geweld; • vermoeden van kindermishandeling in eerste instantie bij huisarts en jeugdconsulenten thuishoort, waardoor dit laagdrempelig opgepakt wordt; • het Nederlands Jeugdinstituut richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming signaleringsinstrumenten aanreikt zoals MASIC en NHICD en factsheets voor herkenning van intieme terreur; • door het inzetten van deze signaleringsinstrumenten onveilige opvoedsituaties vroegtijdig gesignaleerd kunnen worden; besluit: • beslispunt 1 van het concept-raadsbesluit te wijzigen
zodat deze als volgt komt te luiden: De Beleidsagenda Jeugd 202 –2030 vast te stellen, dat gebaseerd is op de door de gemeenteraad vastgestelde Startnotitie Jeugd, met de volgende aanvulling: HI20231206
21
In de Beleidsagenda Jeugd op pagina 13 bij de paragraaf 3.1 gemeentelijke taken en beleidsvrijheid wordt de volgende tekst toegevoegd in het uitgelichte blok: ’Aanpak van Huiselijk geweld en kindermishandeling Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten volledig en integraal verantwoordelijk voor het voorkomen en aanpakken van huiselijk geweld en kindermishandeling. Onze aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling bestaat uit: 1. De uitvoering van de wettelijke taken om een advies- en een meldpunt voor huiselijk geweld, ouderenmishandeling en kindermishandeling aan te bieden zijn belegd bij Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek. Hier werken we nauw mee samen. 2. Onze professionals handelen in lijn met de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, waar vroegsignalering onderdeel van is. Daarnaast werken onze professionals integraal samen met relevante partners op dit onderwerp. 3. Het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming is erop gericht om de gehele veiligheidsketen te verbeteren, inclusief de gemeentelijke wettelijke taken. (zie pagina 15 voor verdere toelichting).’” (Amendement A 23-184 van de VVD) Mevrouw VERWEIJ vraagt wat is bedoeld met de zinsnede dat de wijkagent maar een knoop moet doorhakken. Mevrouw ZEEUW VAN DER LAAN komt af en toe situaties tegen dat mensen onnodig lang wachten en met elkaar in één huis zitten, bijvoorbeeld bij een complexe echtscheiding.
De wijkagent kan dan regisseren, wat in de praktijk werkt. De wijkagent kan ook een plan van aanpak maken. Mevrouw VERWEIJ informeert welke bevoegdheid die wijkagent heeft en wat de VVD wil dat die gaat doen. Mevrouw ZEEUW VAN DER LAAN wil dat er iemand bij een gezin gaat helpen, zodat dat niet onnodig lang moet wachten totdat er een onderzoek heeft plaatsgevonden. Hoe eerder hulp in te zetten is, hoe eerder een situatie kan worden opgelost. Mevrouw VERWEIJ vraagt of mevrouw Zeeuw van der Laan zich bewust is van de werkzaamheden van Veilig Thuis. Mevrouw ZEEUW VAN DER LAAN is zich daarvan heel goed bewust, maar merkt dat het nodig is veel sneller hulp dichter bij huis in te zetten, waartoe de voorliggende nota is opgesteld. Mevrouw VERWEIJ vraagt of mevrouw Zeeuw van der Laan processen managen een rol vindt voor de wijkagent. Mevrouw ZEEUW VAN DER LAAN stelt vast dat mevrouw Verweij haar niet helemaal goed begrijpt. Zij heeft in de beleidsagenda gezien dat sneller schakelen nodig is en dat men niet zou moeten wachten. Veilig Thuis heeft ook met wachtlijsten en personeelstekorten te maken. Als men voor mensen knopen doorhakt wordt er geholpen. Mensen hebben namelijk behoefte aan hulp. Zij vraagt aandacht voor preventie voor vroegsignalering, kindermishandeling en huiselijk geweld, wat in de beleidsagenda ontbreekt.
Mevrouw VAN DE BEEK las deze week op de website van het Nederlands Jeugd Instituut dat er mentale gezondheid van jeugd en studenten weer iets is verbeterd ten opzichte van twee jaar geleden. Dit is gemonitord door het RIVM en het Trimbos Instituut. Zij hoopt dat deze lijn zich in Hilversum ook voortzet. De kosten lijken onbeheersbaar en doorgaan op deze manier werkt niet. De gemeente moet beseffen dat de kinderen en jongeren niet alleen recht hebben op goede jeugdhulp, maar ook op een samenleving die ervoor zorgt dat jeugdhulp minder vaak nodig is. Daarom is er de plicht voor de gemeente om te komen tot een goede beleidsagenda, die inspeelt op meer beschermende factoren. Een van die beschermende factoren is te zorgen dat ouders en jeugdigen een beroep kunnen doen op vervangende tijdelijke zorg. In een gezin waar een kind opgroeit met speciale noden draait het gezinsleven voornamelijk al om dit gezinslid, waardoor broertjes en zusjes vaak minder aandacht krijgen. Daarnaast ligt HI20231206
22
overbelasting op de loer. Vervangende zorg zou daarin preventief kunnen werken en is ook mede een beschermende factor. Daarom dient zij een amendement in, dat mede is ondertekend door ChristenUnie. Zij hoopt dat vervangende zorg ook onderdeel gaat worden van de Beleidsagenda Jeugd. Amendement A 23-189 ‘Ontlast ouders en/ of verzorgers door het toevoegen van vervangende zorg’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 6 december 2023, behandelend Agendapunt 14A, Beleidskader Jeugd; constaterende dat: • in het nieuwe Beleidskader Jeugd weinig aandacht is voor vervangende zorg, zogenoemde respijtzorg; • ouders met een kind met een (omvangrijke) jeugdhulpvraag vaak intensieve en langdurige zorg bieden en hier soms ondersteuning bij nodig hebben. Dit geldt ook voor jeugdigen in het gezin. Het kan voorkomen dat deze zorg resulteert in overbelasting. In deze gevallen, en liever voordat de overbelasting plaatsvindt, kan respijtzorg worden ingezet. De inzet van respijtzorg is dan ook niet zozeer gelegen in problemen bij het opvoeden of opgroeien, maar in de (dreigende) overbelasting van ouders of het gezin; overwegende dat: • vervangende zorg/respijtzorg ook een plaats behoort te krijgen in het beleidskader Jeugd; • respijtzorg zoveel als mogelijk wordt gerealiseerd met ‘gewone’ oplossingen, zoals logeren bij grootouders.
Er hoeft niet altijd een individuele voorziening ingezet te worden; • •
•
respijtzorg ingezet wordt om (dreigende) overbelasting als gevolg van het bieden van mantelzorg in het kader van een jeugdhulpvraag te voorkomen; respijtzorg een tijdelijk karakter kan hebben en worden ingezet door de mantelzorgtaken over te nemen of door de jeugdige tijdelijk een voorziening, zoals een logeerplek, aan te bieden; respijtzorg kan worden geboden in de vorm van jeugdhulpvoorziening, zoals logeren, of een andere voorziening dan een jeugdhulpvoorziening met als doel de ouders te ontlasten. Denk bij de laatste vorm aan bijvoorbeeld ondersteuning of zorg voor ouders, andere kinderen of het huishouden,
besluit: beslispunt 1 van het concept-raadsbesluit te wijzigen zodat deze als volgt komt te luiden: 1. De Beleidsagenda Jeugd 2024–2030 vast te stellen, dat gebaseerd is op de door de gemeenteraad vastgestelde Startnotitie Jeugd, met dien verstande dat op pagina 18 hoofdstuk SPEERPUNT B: VERBETEREN SAMENWERKING EN VINDBAARHEID VAN ONDERSTEUNINGSMOGELIJKHEDEN, onder het kopje ‘activiteiten bij speerpunt b’ de volgende tekst wordt toegevoegd: • Inzetten op preventieve mantelzorgondersteuning om overbelasting te voorkomen en bieden van passende ondersteuning – zoals respijtzorg – aan mantelzorgers die al te maken hebben met (dreigende) overbelasting. • Bieden van een duidelijke en herkenbare toegang tot passende mantelzorgondersteuning, zowel fysiek als digitaal.” (Amendement A 23-189 van Democraten Hilversum en de ChristenUnie ) De heer HEXSPOOR mag zichzelf gezien zijn leeftijd niet meer helemaal tot de jeugd rekenen, maar wel tot de jeugdigen onder raadsleden. Daarom voelt hij zich enigszins geroepen om het geluid van de jeugd in dezen te vertolken. Daarbij doet hij een beroep op een onderzoek van de Nederlandse Jeugdraad in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd. Die jeugdraad heeft 648 jongeren geïnterviewd. 67% van de ondervraagden zei niet op tijd aan de bel te trekken voor hulp. De oproep was daarom bekendheid te geven aan wat er allemaal mogelijk is.
De ondervraagden willen jeugdhulp proactief laten HI20231206
23
aanbieden. Daarom is hij heel dankbaar en blij met het amendement A 23-175 van D66 en het CDA om dat extra onder de aandacht te brengen. Een ander onderdeel van die enquête was dat jongeren het gevoel hadden dat grote mentale problemen worden gebagatelliseerd. Die mentale problemen zijn volgens hen ook problemen en die verdienen ook hulp als daarom ook wordt gevraagd. Daarom wil hij dat geluid nog een keer laten horen. Wat GroenLinks betreft is de toegang tot de jeugdzorg een heel belangrijk punt. Hij is ook blij dat dat is verwerkt is in een speerpunt. Ook is hij ontzettend blij dat praktijkondersteuners GGZ jeugd gaan werken, waarvan hij ook een groot succes verwacht. Misschien is dat onderdeel te intensiveren, maar eerst wil hij kijken hoe dat instrument zich ontwikkelt. Verder verheugt het hem dat hulpverleners aan het Team Jeugd worden toegevoegd. Voorts wil hij nog kritischer kijken naar hoe de toegang zo goed mogelijk kan worden vormgegeven. Hij kan zich voorstellen dat hij googelt en de gemeentelijke website bekijkt als hij jeugdhulp zou zoeken. Op dat punt ligt er nog een goede opdracht. GroenLinks benadert amendement A 23-184 van de VVD, ‘Vroegsignalering kindermishandeling en huiselijk geweld’, ook positief.
Amendement A 23-189 van Democraten Hilversum en de ChristenUnie, ‘Ontlast ouders en/of verzorgers door het toevoegen van vervangende zorg’, onderschrijft hij eveneens. Het DIN komt op 13 december a.s. nog aan de orde in een vergadering van de commissie Zorg, Welzijn en Samenleving, maar hij kan wel leven met motie M 23-177, ‘DIN niet ten koste van het dashboard sociaal domein voor de raad’. Na 2027 daalt het bedrag beschikbaar voor de jeugdzorg in de begroting en hij vraagt zich af hoe realistisch dat is. Er kan tot die tijd nog iets gebeuren, SPUK-gelden lopen af en komen wellicht weer beschikbaar. Ook zijn er landelijke ontwikkelingen, maar toch noemt hij het belangrijk om op de financiën scherp te zijn. 7% van de CO2-uitstoot in Nederland komt uit de zorgsector, zodat hij aanbeveelt om met . greendeals op regionaal niveau te kijken of dat percentage terug te brengen is. De heer POSTMA houdt zich op landelijk niveau al jarenlang bezig met de jeugdzorgsector, de Jeugdautoriteit. Hij noemt het een verademing om een beleidsagenda voorgelegd te krijgen die barst van de concreetheid. Plannen uit het landelijke domein zijn dat namelijk nog niet. Het CDA is een groot voorstander van de beleidsagenda, omdat die concreet de bestendigheid en de duurzaamheid van de uitvoering van de Jeugdwet verbetert.
Het CDA ondersteunt ook het doel om gepaste zorg te bieden op de plek en het moment waar dat nodig is, waarbij de jeugdzorgketen wordt versterkt. Het zal echter wel tijd en aandacht vergen om het voornemen daadwerkelijk te realiseren. Wel is hij er van overtuigd dat de voorgestelde extra inzet van gemeentelijke hulpverleners, gezinsondersteuners en praktijkondersteuners huisartsen zal leiden tot snellere interventies en betere vroeghulp. Hij benadrukt dat een systeemwijziging het niveau van het papier moet ontstijgen en in de werkelijkheid waargemaakt moet worden. Wel verwacht hij een positief effect op de in- en uitstroom in de jeugdzorg en daarmee ook op de kwaliteit van de zorg, met uiteindelijk een positief effect op de uitgaven. Mevrouw VERWEIJ verwijst naar het regiobeeld, dat vermeldt dat het aantal jeugdzorgtrajecten met 11,2% zal stijgen. Ambulante jeugdzorg neemt ook met 11,1% toe. Het afgelopen jaar had de gemeente te maken met een overschrijding van € 2 miljoen op de niet gecontracteerde zorg. De gemeente heeft te maken met inkoopcontracten die lopen tot 2029. Zij vraagt hoe het CDA invloed wil uitoefenen om dat proces te veranderen. De heer POSTMA wil waar dat kan indicatieloos laten werken en daarbij is hij ervan overtuigd dat vroeghulp daaraan zal bijdragen.
Binnen een tot twee jaar verwacht hij nog niet de volle effecten van de nieuwe werkwijze te zien, omdat die bij professionals en cliënten moet inslijten. Door betere vroeghulp is het effect dat verwijzingen naar dure specialistische jeugdhulp zoveel mogelijk kunnen worden vermeden. Daarvan verwacht hij een inverdieneffect. Het vergt een goede rapportage, DIN, om een goed beeld te krijgen.
HI20231206
24
Mevrouw VERWEIJ heeft met mensen uit de jeugdzorg gesproken die zeggen dat het mogelijk een illusie is dat zware jeugdzorgtrajecten worden voorkomen door een algemene voorziening. Zij vraagt of de heer Postma die gedachte kan volgen. De heer POSTMA beschikt over meer landelijke informatie en weet dat er tal van regio’s zijn die ervaren dat het nieuwe systeem in de praktijk al heel goed werkt, zoals Utrecht, Rotterdam en Den Haag. Die regio’s lopen voor op het Gooi. De instroom op de jeugdzorg plus is daarmee meer dan gehalveerd. Hij is dus over het nieuwe systeem best optimistisch gestemd. Mevrouw VERWEIJ hoorde de heer Postma eerder betogen dat het niet mogelijk is om de ingeboekte taakstellingen dit of volgend jaar te behalen, omdat er nog iets extra’s of meer implementatietijd nodig is. De heer POSTMA bevestigt dat en daarvoor zijn in de beleidsagenda ook extra middelen opgenomen. Of die genoeg zijn zal in de praktijk moeten blijken. Als meer investeringen nodig zijn in vroeghulp, dan zou hij daar heel blij mee zijn. De drie ingediende amendementen steunt hij. Wat betreft motie M 23-177 van Hart voor Hilversum over het behoud van het dashboard wacht hij het advies van de wethouder af, maar daarin voelt hij zeer mee. Mevrouw KALK stelt dat er voor inwoners maar één ding belangrijk is: op het moment dat men hulp nodig heeft, moet men weten waar men terecht kan.
Mensen willen niet op een wachtlijst komen te staan, maar snel worden geholpen en ervaren dat zorg leuk, goed, vriendelijk en professioneel is. Het college wil gaan van zorg en ziekte naar gedrag en gezondheid. De PvdA heeft al eerder betoogd dat zij dat echt een te simpel idee vindt. Twintig jaar geleden werd een meisje met anorexia gedwongen om te eten, dat was een gedragsinterventie en men dacht het probleem daarmee op te kunnen lossen. Ondertussen is bekend dat dat averechtse effecten heeft. Ouderen krijgen gebreken, die kosten met zich meebrengen. Natuurlijk komt het ook voor dat er te snel een beroep wordt gedaan op zorg en in dat verband is het idee van normaliseren niet altijd verkeerd, maar daarvan zou men geen hoge verwachtingen moeten koesteren. Net zomin als van het doen aan preventie, wat op zich een heel goed idee is. Dat leidt niet automatisch tot minder kosten. Substitutie heeft zich nog nooit uitbetaald. Het ontbreekt het college niet aan goede bedoelingen, alleen is de eenvoud nog ver te zoeken. De verschillende vormen van toegang zijn de PvdA een doorn in het oog. De inzet op wijkteams is prima, maar kan worden doorgetrokken tot jeugdzorg. Waarom zelfhulp gaan verlenen, alsof het dan automatisch beter zal worden dan in het geval partners dat gaan doen. Dat staat voor haar weer haaks op het idee van vertrouwen in de professional.
De PvdA zal amendement A 23-175 van D66, ‘Help de jeugd aan de juiste hulp’, steunen. Maar als de toegang niet vereenvoudigd wordt, zal ook een publiekscampagne daar niet bij helpen. Beide beleidsagenda’s staan vol met goede bedoelingen, maar geven naar haar mening geen oplossing voor wachtlijsten en het gebrek aan medewerkers in de zorg. Beide denken door preventie goedkoper uit te zijn, terwijl de ervaringen ook anders leren. Beide willen sturen op de toegang, terwijl bekend is dat ouderen steeds meer zorg nodig hebben naarmate zij langer thuis wonen. Het leven voor kinderen is zo ingewikkeld geworden dat een deel echt niet zonder jeugdzorg daaraan deel kan nemen. In 2022 kreeg de gemeente meer geld voor jeugdzorg, dankzij een succesvolle lobby. Hilversum stopte het geld in de algemene middelen. Voor 2023 is er een tekort aangekondigd van € 2 miljoen en er staat nog een taakstelling van € 1 miljoen in de begroting. Raad en college houden zichzelf naar haar mening voor de gek. Raad en college kunnen pas echt gaan sturen op jeugdzorg en op de Wmo als zij realistische begrotingen maken en ook het geld dat daarvoor bestemd is daadwerkelijk wordt gebruikt. Dan pas kan de gemeente zorgen dat de wachtlijsten opgelost worden en kan men zien dat de zorg verbeterd wordt.
Zij ziet niet in, met alle respect voor al de goede bedoelingen van het college, hoe de gemeente dat gaat bereiken met de voorliggende beleidsagenda 's, die zij in tegenstelling tot het CDA, bepaald niet van concreetheid vindt overtuigen. De PvdA steunt de meeste amendementen. Verbeteren helpt altijd, maar tegelijkertijd ziet zij de vele amendementen en ook de vele vragen die over ontbrekende aspecten in de beleidsagenda’s in de HI20231206
25
commissievergadering zijn gesteld, als indicatie dat deze beleidsagenda’s eigenlijk niet rijp zijn om daar nu al een besluit over te nemen. Mevrouw VERWEIJ merkt op dat een van de belangrijke taken die de gemeente Hilversum heeft de zorg voor jeugdigen is. Het eerste dat de gemeente deze jeugdigen moet bieden is volgens haar veiligheid. Dus als er een familienetwerk faalt, dan moet de overheid daar zijn. In dezen vindt zij dat Veilig Thuis daar een goede rol speelt. En ook daarin moet geïnvesteerd worden, zodat die nog beter die rol kan invullen. Zij ziet dat er te vaak kinderen uit huis geplaatst worden of in gesloten trajecten. Daarmee heeft zij moeite en daarin steunt zij mevrouw Zeeuw van der Laan. Kinderen moeten veilig kunnen opgroeien in frisse scholen en ze moeten zich kunnen ontwikkelen. Lezen, schrijven en rekenen bevinden zich onder de maat bij de Nederlandse kinderen. Daar ligt ook een belangrijke taak, evenals in ouders die niet opgroeien in armoede. Vaak speelt in de jeugdzorg de discussie over geld om het systeem te begeleiden. Bij de opzet van de Hilversumse educatieve agenda werd gezegd niet meer kindcentraal te denken, maar systeemcentraal. Zij vraagt daarom of de gemeente geld zal geven aan jeugdzorgorganisaties om ouders te begeleiden, wat namelijk past bij dat nieuwe denken. De gemeenten kopen jeugdzorg in.
Er zijn tachtig tot negentig aanbieders, die verschrikkelijk zijn versplinterd. Ooit is bedacht zaken bovenprovinciaal aan te vliegen, welke ontwikkeling gelukkig is gekeerd. Volgens de SP moeten er veel minder aanbieders komen en zou de inkoop op een andere manier moeten gebeuren. Daarover gaat de jeugdzorgagenda echter niet. Het maakt namelijk niet uit wat de gemeenteraad van Hilversum besluit, de inkoopcontracten liggen vast tot 2029. Zij vraagt daarom of de wethouder bereid is om met de raad te praten over een andere vormgeving van de jeugdzorg. Daarover heeft zij een goed gesprek met de heer Hexspoor gehad. Als contracten voor 2029 worden opengebroken is misschien iets anders te organiseren, bijvoorbeeld in eigen hand, dichterbij en door de gemeente. Als contracten vastliggen, dan is de gemeente volgens haar niet goed op weg. Jeugdzorg kan ook levenslang zijn. Er worden namelijk kinderen geboren met een chronische ziekte en dan kan men zeggen geen indicaties voor onbepaalde tijd af te geven. Het proces van indicatiestelling moet volgens de SP vereenvoudigen, omdat sommige kinderen mentale of cognitieve kwetsbaarheden hebben, die chronisch zijn. Daarom pleit zij voor langdurige indicaties of indicaties voor onbepaalde tijd.
Amendement A 23-18 van de VVD, ‘Vroegsignalering kindermishandeling en huiselijk geweld’, steunt zij, alhoewel huiselijk geweld wel als speerpunt is opgenomen. In het Gooi hebben veel kinderen en volwassenen daarmee te maken. Daarom vraagt zij aandacht voor Orange the World en zij draagt daarover het volgende gedicht voor: ‘Maar wie ben ik, om zomaar te vragen, bemoeien zelfs misschien. Maar wie ben ik om ongevraagd te zeggen wat ik denk te zien. Maar wie ben ik om te laten, te gelaten iets te proberen. Maar wie ben ik als ik wel, als ik durf het tij te keren. Ik kijk niet weg.’ En dat is wat er moet gebeuren en daar is de wijkagent volgens haar niet voor nodig. Die heeft namelijk echt wat anders te doen. De heer VAN VOORDEN (wethouder) is het uit het hart gegrepen dat het enorm belangrijke onderwerp veel mensen raakt. Hij zegt dank aan Hart voor Hilversum, dat tevreden is en de amendementen steunt. D66 had het over normaliseren en demedicaliseren. In reactie daarop merkt hij op dat het erom gaat om de juiste zorg op de juiste plek te bieden. Huisartsen geven aan meer tijd nodig te hebben om een gesprek met jongeren te voeren over positieve gezondheid. Doordat de praktijkondersteuner bij alle huisartsen beschikbaar komt heeft de huisarts een plek om naar te verwijzen waar dat brede gesprek gevoerd kan worden.
HI20231206
26
Hij zegt dank voor amendement A 23-175 van D66, ‘Help de jeugd aan de juiste hulp’ over een publiekscampagne. Het college zegt zelf in de nota het aanbod beter zichtbaar te willen maken. Een publiekscampagne gaat daarbij helpen. Het aanbod wordt ook inzichtelijker in de sociale kaart. De VVD heeft aangegeven dat het enorm belangrijk is dat jongeren zorgeloos kunnen opgroeien. Werken met gezinsondersteuners is heel belangrijk, zodat eerder vrijwillige hulp verleend kan worden. Hij doet ook een oproep voor het werven van meer pleegzorgouders naar aanleiding van het aansprekende betoog van mevrouw Zeeuw van der Laan. Naar de zware jeugdzorg is de gemeente meestal niet de verwijzer. Het gaat erom het estafettemodel van doorverwijzen af te schalen. Er komt een vast aanspreekpunt voor een gezin, waarin hij veel vertrouwen heeft. De bedoeling is een regisseur te benoemen voor hele zware problematiek. Amendement A 23-189 van Democraten Hilversum en de ChristenUnie over overbruggingszorg spoort het college aan om daarnaar nog beter te kijken. Jongeren worden ook veel meer betrokken bij het mantelzorgbeleid. In de krant stond laatst dat jongeren behoefte hebben om elkaar te ontmoeten en met zelfhulpgroepen aan de slag te gaan. Dat wil de gemeente gaan faciliteren. Het streven is om 100% van de huisartsen te voorzien van een praktijkondersteuner jeugd.
Effecten daarvan zullen worden gemeten en het college komt bij de raad terug als daarvoor meer middelen nodig zijn. De budgetten worden sowieso scherp in de gaten gehouden. De inzet is om effecten van het nieuwe beleid in 2027 terug te zien. Hij is het niet eens met de PvdA als het gaat om van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag te gaan. Ook het ziekenhuis en de ouderenzorg maken die beweging. Veel meer zorg kan in de sociale basis plaatsvinden. Niet elke welzijnsvraag hoeft een medisch traject te kennen, maar in de praktijk ziet hij dat wel veel. 50% van de vragen bij huisartsen zijn vragen die misschien veel meer in het sociaal domein oplossing behoeven. Zorg zelf door de gemeente laten inkopen, wat de SP voorstelde, vindt hij niet verstandig. Het Rijk focust juist op inkoop door de regio en niet zozeer door kleine of middelgrote gemeenten. Hij heeft de raad een brief gestuurd over het programma over in-, door- en uitstroom, teneinde met aanbieders en het onderwijs te kijken waar de knelpunten zitten. Waar het kan is een indicatie voor een langere periode mogelijk, waarnaar hij bij de Wmo wil kijken, maar bij de jeugd heeft dat niet zijn voorkeur. Bij jeugd geldt meer maatwerk. Het gedicht van mevrouw Verweij ‘Kijk niet weg’, sprak hem aan. Het voorliggende stuk gaat juist om elkaar zien. Als men elkaar meer gaat zien zullen problemen ook minder groot worden.
Mevrouw REDMEIJER vraagt of de wethouder bij de jeugd maatwerk bij indicaties zal regelen. De heer VAN VOORDEN (wethouder) staat waar het kan daartegen welwillend. Als de administratieve last te verminderen is wil hij naar langlopende indicaties kijken. Het college adviseert positief over amendement A 23-175 van D66, ‘Help de jeugd aan de juiste hulp’. Verder zegt hij dank voor amendement A 23-184 van de VVD, ‘Vroegsignalering kindermishandeling en huiselijk geweld’. Daarnaast adviseert het college positief over amendement A 23189 van Democraten Hilversum en de ChristenUnie over overbruggingszorg. Als hij mag interpreteren het dashboard sociaal domein te behouden totdat er een goed instrumentarium bij de raad is neergelegd en dat te bespreken bij het vaststellen van het DIN, adviseert hij positief over motie M 23-177 van Hart voor Hilversum. Mevrouw REDMEIJER vindt dat prima als die zaken gezamenlijk worden besproken. Tweede termijn Mevrouw VERWEIJ verbaast het dat de gemeente wel over eigen beleid praat, evenals over het werk naar zichzelf toe halen. Dat 50% van de welzijnsvragen aan huisartsen door de praktijkondersteuner jeugd afgehandeld moet worden zal naar haar mening leiden tot een enorme toename van werk. Zij hoort nog steeds niet hoe het beleidskader voor jeugdzorg anders vorm te geven is, wat haar zorgen baart.
Spreekster is blij dat het college bereid is indicaties voor langdurige of onbepaalde tijd toe te staan. Wat dat betreft informeert zij naar criteria daarvoor, zodat mensen een verkorte procedure kunnen doorlopen. HI20231206
27
Verder herhaalt zij haar vraag over financiering van de ondersteuning van ouders van jongeren. Daarnaast maakt zij zich zorgen over de financiën. Zij gelooft niet dat het beleidskader is uit te voeren met het voorgestelde bedrag. Daarom vraagt zij om uitleg over een andere vorm van jeugdcontractering, binnen de mogelijkheden die de regio biedt. Zij kondigt aan tegen het collegevoorstel te zullen stemmen. Mevrouw KALK vraagt de wethouder nogmaals te reageren op haar verzoek om realistisch te gaan begroten, gezien het tekort van € 2 miljoen en de taakstelling van € 1 miljoen. De heer VAN VOORDEN (wethouder) verwacht bij de jeugdzorg op termijn een afname van kosten. Indicaties zijn voor hem maatwerk en tegen indicaties voor een langere periode staat hij welwillend. Hij vraagt om een toelichting op wat de SP met ouderfinanciering bedoelt. De gemeente had te maken met een tegenvaller van € 2 miljoen en daarover komt hij in het eerste kwartaal van 2024 naar de raad terug om aan te geven hoe daarmee om te gaan. Er volgt een analyse over wat incidentele en structurele kosten zijn. Ook bij de voorjaarsnota komt het college daarop terug. Wat betreft de taakstelling zijn er allerlei maatregelen en daartoe loopt een programma. Als er geld nodig is moet men bij de voorjaarsnota daarover het gesprek voeren.
Mevrouw VERWEIJ is blij met de inzet van maatwerk bij indicaties die mogelijk zijn voor een langere periode. Zij vraagt op welke wijze het college dat punt in de beleidskaders meegeeft aan de organisatie. Bij een kind in een zorgtraject behoeven ook de ouders begeleiding, waartoe onvoldoende geld is vrijgemaakt. Zij vraagt of de wethouder daarover een voorstel wil doen. De heer VAN VOORDEN (wethouder) verklaart zich daartoe niet bereid, maar wil zich wel in dat onderwerp verdiepen. Gezinsondersteuning kijkt breder wat iemand nodig heeft. Een praktijkondersteuner jeugd praat ook met de ouders. De VOORZITTER constateert het college alle amendementen heeft omarmd. Mevrouw VERWEIJ kondigt nogmaals aan tegen het collegevoorstel te stemmen, ondanks charmante voorstellen daarin, maar dat is naar haar oordeel vooral geldgedreven. Zij zal bij agendapunt 14B een motie indienen om alle taakstellingen te schrappen. Zonder stemming wordt amendement A 23-175 van D66, ‘Help de jeugd aan de juiste hulp’, aangenomen, onder aantekening dat BVNL geacht wordt daartegen te hebben gestemd. Zonder stemming wordt amendement A 23-184 van de VVD, ‘Vroegsignalering kindermishandeling en huiselijk geweld’, unaniem aangenomen. Zonder stemming wordt amendement A 23-189, van Democraten Hilversum en de ChristenUnie, ‘Ontlast ouders en/of verzorgers’, unaniem aangenomen.
Zonder stemming wordt motie M 23-177 van Hart voor Hilversum, ‘DIN niet ten koste van het dashboard sociaal domein voor de raad’, unaniem aangenomen. Het gewijzigde voorstel van burgemeester en wethouders wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 30 tegen 4 stemmen aangenomen, met de stemmen van de SP en de PvdA tegen. De VOORZITTER schorst de vergadering om 22.15 uur. Schorsing. HI20231206
28
De VOORZITTER heropent de vergadering om 22.22 uur. 14B.
BELEIDSKADER WMO 2024-2030
De VOORZITTER vermeldt dat het beleidskader de gemeenteraad de mogelijkheid geeft om het Wmo-beleid tot 2030 vast te stellen. In de vergadering van de commissie Zorg, Welzijn en samenleving van 23 november jl. bleek dat in de gemeenteraad het debat verder gevoerd gaat worden. Mevrouw VERWEIJ citeert uit het stuk dat de beleidsagenda een zorgzame gemeenschap met sterke buurten en wijken bevordert, waarin mensen om elkaar geven en vrijwilligers en professionals ondersteuning bieden, met nadruk op gezondheid en perspectief. Daar kan men niet tegen zijn. Het buurtteam speelt hierbij een belangrijke cruciale rol. Daar kan men ook niet tegen zijn. Er zijn wat zorgen over dat buurtteam en daarom gaat de wethouder ook een businesscase maken. Zij vraagt wanneer die businesscase bij de raad kan liggen. De SP maakt zich namelijk grote zorgen over de capaciteit in die buurtteams. Zorg en ziekte en gedrag en gezondheid doen volgens haar geen recht aan de mensen die levenslang zorg nodig hebben, chronisch ziek zijn en die er niets aan kunnen doen dat ze ziek zijn en ziek blijven. Misschien hebben ze een verstandelijke beperking of een GGZ-beperking en hebben ze ook levenslange zorg nodig. Uit ervaring weet zij dat de buurtteams er voor kortdurende zorg zijn. Er zijn echter mensen die levenslange zorg nodig hebben en dus ook mogelijk indicaties voor onbepaalde tijd.
Zij vraagt hoe de wethouder die zal borgen. Alle gestelde ambities onderschrijft de SP evenals de drie gestelde waarden. Verder is het beleidskader niet zo concreet. Deels zijn zaken in de regio belegd en is de inkoop tot 2029 geregeld. Zij informeert naar de organisatie en waar het geld vandaan zal komen. Er is een overgang van geïndiceerde naar algemene voorzieningen en daarnaast zijn hybride vormen mogelijk. Zij vraagt wie die zal betalen en hoe die gaan werken voor mensen met een GGZdagbesteding. Het college wil praktijkondersteuners huisartsen inzetten bij jeugdzorg en bij de Wmo, maar er is volgens het regiobeeld een enorm tekort aan deze functionarissen. De continuïteit van de dagbesteding is daarnaast een grote zorg. Die dagbesteding in buurten en wijken beleggen betekent dat er mensen zijn die structureel dagbesteding nodig hebben, maar afhankelijk zijn van dagbesteding die misschien in vakanties dicht is, zodat het niet meer goed komt. Zij vraagt daarom om de toezegging dat er een inzet is op continue dagbesteding. Er is een enorme toename van zorgvragen. De SP heeft ooit gepleit voor zorgbuurthuizen. De Tweede Kamer heeft een motie van JA21 aangenomen die vermeldt dat de verzorgingshuizen moeten terugkomen met een vorm tussen thuis en het verpleeghuis. Zij vraagt of de wethouder bereid is om het zorgbuurthuis te bekijken en dat toe te voegen aan het beleid.
De SP heeft zich jarenlang hard gemaakt voor de Right to Challenge, waarover een amendement A 15-157 van de SP, de VVD, het CDA, de PvdA, Leefbaar Hilversum en GroenLinks is aangenomen. Dat beleid is volledig verdwenen en zij daagt daarom de wethouder uit om de Right to Challenge toch een plek in de Wmo en misschien ook in de jeugdzorg te geven. Verder mist zij nog de aandacht voor de echt inclusieve samenleving, zoals met een speeltuin voor kinderen met een beperking en een blindegeleidelijn door heel Hilversum. Zij meent dat de gemeente daaraan meer aandacht moet besteden. Vervolgens informeert spreekster naar de betekenis van de term ‘sociaal beheerder’. Haar grootste zorg heeft zij over de financiën, waarover zij een amendement indient om een taakstelling op welzijn en zorg te schrappen. Als het beleid goed is blijft er geld over, maar men kan niet in een transitie heel veel van mensen vragen en hen ook nog eens opdragen € 1 miljoen te bezuinigen. Capaciteit is namelijk nodig om zaken te bereiken.
HI20231206
29
Tot slot vraagt zij aandacht voor de toenemende dakloosheid. In between places zit bijvoorbeeld altijd vol. Als men daar vandaan wil gaan krijgt men geen zorgindicatie. Zij vraagt de wethouder die instelling dezelfde garantie te geven als de maatschappelijke zorginstellingen, namelijk dat men een urgentie kan aanvragen als men er een jaar zit. Er zouden volgens haar veel meer plekken moeten komen waar mensen veilig onderdak kunnen vinden. En daarom is zij blij met de toegezegde daklozentelling. Amendement A 23-193 ‘Taakstelling schrappen’ “De gemeenteraad van Hilversum bijeen op 6 december 2023, behandelend de beleidsagenda Wmo Samenleving 2024-2030; overwegende dat: • er in de begroting een taakstelling opgenomen staat,; spreekt uit dat: • veranderen zonder afdoende transitie en transformatie budget een bijzonder lastige opgave is; besluit: het beslispunt uit het concept-raadsbesluit te wijzigen zodat deze als volgt komt te luiden: 1. De Beleidsagenda Wmo-Samenleving 2024 – 2030 vast te stellen, dat gebaseerd is op de door de gemeenteraad vastgestelde Startnotitie Wmo – Samenleving, met dien verstande dat daaruit de taakstelling welzijn en zorg voor 2024 wordt geschrapt en dat dit wordt verwerkt in de Begroting 2024.
Het college krijgt daarom de opdracht het mogelijke verlies van dit besluit eind 2024 te dekken uit de algemene middelen.” (Amendement A 23-193 van de SP) De heer NANNINGA constateert dat er weer een mooie slag is gemaakt in de beleidsontwikkeling van het sociaal domein. Na de visie ‘Wij zijn Hilversum’, ziet hij in de beleidsagenda’s Jeugd en Wmo en samenleving een mooie concretiseringsslag op deze onderwerpen. Zorg en ziektes zijn helaas niet weg te denken uit de samenleving en allen krijgen daarmee helaas vroeg of laat te maken. Hij is het ermee eens dat er meer aandacht nodig is voor preventie, het bevorderen van gezondheid en gedrag. Maar tegelijk zal goede basiszorg altijd een kerntaak moeten zijn, omdat ziekte en zorg helaas niet uit te sluiten zijn. Wat hem betreft moeten beide zaken terug te zien zijn in de beleidsagenda 's. Hij wil vanavond ook stilstaan bij de rol van de religieuze voorzieningen. Hij snapt best dat in de samenleving kerk en staat van elkaar gescheiden zijn. Dat lijkt hem ook een goede basis om van uit te gaan. Maar in de voorliggende beleidsagenda 's is helemaal niets te lezen over de rol van kerken en moskeeën in de samenleving. En dat terwijl de Wet maatschappelijke ondersteuning vraagt om breder te kijken naar de maatschappelijke ondersteuning van inwoners.
En in die brede context spelen kerken en moskeeën wel degelijk een rol en die kan men ook niet negeren. Ze organiseren activiteiten waardoor mensen in contact komen met elkaar en ze spelen zo ook een rol in de verbinding in wijken en buurten. Daarnaast wordt er praktische ondersteuning geboden. Religieuze voorzieningen zouden dus in ieder geval ergens in de beleidsagenda Wmo genoemd moeten worden, omdat het organisaties zijn die mede een rol spelen in het maatschappelijk speelveld rondom de Wmo. Daarover dient hij mede namens het CDA het volgende amendement in. Amendement A 23-188 ‘Maatschappelijke ondersteuning door religieuze voorzieningen onderkennen’ “De gemeenteraad van Hilversum in vergadering bijeen op 6 december 2023, behandelende de Beleidsagenda Wmo; constaterende dat: in hoofdstuk 4 van de beleidsagenda aandacht wordt besteed aan het versterken van ontmoeting en binding in de wijk;
HI20231206
30
-
zingeving benoemd wordt als belangrijk onderdeel van de beweging van zorg en ziekte naar gedrag en gezondheid; overwegende dat: • religie en religieuze voorziening geen onderdeel vormen van het gemeentelijke domein, vanwege de wettelijke scheiding tussen kerk en staat; • vanuit religieuze voorzieningen wel veel activiteiten worden verricht die gericht zijn op ontmoeting en persoonlijk contact; • daarnaast praktische ondersteuning wordt geboden, bijvoorbeeld door het diaconaat van de kerken; • religieuze voorzieningen ook mentale ondersteuning bieden aan mensen die geloven of op zoek zijn naar zingeving; • religieuze voorzieningen op die manier een belangrijke rol spelen in het bieden van bredere maatschappelijke ondersteuning; • een mooi actueel voorbeeld is een kerstdiner voor ca. 100 bewoners van verzorgingstehuis Alba van Hilverzorg dat binnenkort verzorgd wordt door ca. 30 jongeren van De Verbinding; besluit: het eerste beslispunt van het concept-raadsbesluit te wijzigen, zodat deze als volgt komt te luiden: 1. De Beleidsagenda Wmo-Samenleving 2024–2030 vast te stellen, dat gebaseerd is op de door de gemeenteraad vastgestelde Startnotitie Wmo–Samenleving, met dien verstande dat de volgende zin in paragraaf 4.2 wordt gewijzigd: was: Dit kan bijvoorbeeld plaatsvinden bij sportverenigingen, lokale ondernemers en culturele instellingen.
Wordt: Dit kan bijvoorbeeld plaatsvinden bij religieuze voorzieningen, sportverenigingen, lokale ondernemers en culturele voorzieningen.” (Amendement A 23-188 van de ChristenUnie en het CDA) De heer HEXSPOOR stelt dat er op het gebied van de Wmo en samenleving genoeg uitdagingen zijn. De bedoeling is om de hele samenleving daarbij te betrekken en die te versterken. GroenLinks is blij met het versterken van de samenwerking, het vrijwilligersbeleid, de mantelzorgondersteuning, het stimuleren van ontmoeting en het bestrijden van eenzaamheid. Hij dient een amendement in over personeelstekorten en de toenemende vraag als het gaat om Wmo en verdere ondersteuning, die druk geven op de uitvoering. Daarop wil hij laten acteren, zoals door samenwerking tussen zorg- en welzijnsorganisaties, zodat voldoende personeel kan worden aangetrokken. Het amendement verzoekt om een speerpunt om ruimte te creëren in de uitvoering.
Amendement A 23-185 ‘Ruimte creëren in de uitvoering van het sociaal domein’ “De raad van de gemeente Hilversum in vergadering bijeen op 6 december 2023, behandelend agendapunt Beleidskader Wmo-Samenleving 2024-2030; constaterende dat: • er zowel lokaal als landelijk op wordt ingezet om zoveel mogelijk zorg en ondersteuning te bieden thuis of in de wijk en dat dit naar verwachting leidt tot meer vraag naar gemeentelijke ondersteuning; • er veel personeelstekorten zijn in de zorg en dat er nu al relatief veel moeilijk vervulbare vacatures in de sector zijn; • de arbeidsmarktkrapte extra druk zet op de uitvoering van de taken binnen het sociaal domein; overwegende dat:
HI20231206
31
• • •
personeel van fundamenteel belang is voor de uitvoering van de taken in het sociaal domein; het belangrijk is dat de gemeente zorgdraagt dat de uitvoering van overheidstaken aantrekkelijk blijft; het daarom belangrijk is om ruimte te creëren bij de uitvoering om passende zorg en/of ondersteuning te kunnen bieden;
besluit: • beslispunt 1 van het concept-raadsbesluit te wijzigen zodat deze als volgt komt te luiden: De Beleidsagenda Wmo-Samenleving 2024 – 2030 vast te stellen, dat gebaseerd is op de door de gemeenteraad vastgestelde Startnotitie Wmo – Samenleving, met dien verstande dat het volgende speerpunt onder het doel 4.3 HILVERSUMMERS KRIJGEN PASSENDE ZORG EN/OF ONDERSTEUNING EN WETEN DIE TE VINDEN wordt toegevoegd: D. RUIMTE CREEËREN IN DE UITVOERING We streven naar voldoende personeel voor de uitvoerende taken binnen het sociaal domein. Daarom gaan we met onze samenwerkingspartners in gesprek en onderzoeken we welke activiteiten we kunnen doen om de druk op de uitvoering te verminderen door bijvoorbeeld: • nieuwe doelgroepen aan te spreken en in te zetten op het opleiden van ongekwalificeerd personeel; • te investeren in het binden en boeien van medewerkers en daarbij ruimte te geven voor autonomie binnen hun werk; • bij te dragen aan een positief en veilig werkklimaat; • te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om toenemende druk door verantwoording en bureaucratie te verminderen.” (Amendement A 23-185 van GroenLinks) Belangrijk is dat dat professionals de ruimte krijgen om te kunnen inspelen op situaties in de wijk.
Hij wil opbouwwerkers de mogelijkheid bieden om activiteiten te laten organiseren, maar uiteraard met betrokkenheid van de doelgroep en gericht op de wensen van de doelgroep. Daarover gaat zijn tweede amendement. Amendement A 23-183 ‘Vertrouwen in het professioneel handelen’ “De raad van de gemeente Hilversum in vergadering bijeen op 6 december 2023, behandelend agendapunt Beleidskader Wmo-Samenleving 2024-2030; constaterende dat: • de kernwaarde vertrouwen een belangrijk uitgangspunt is bij het vormgeven van het beleid in het sociaal domein; • dit onder andere betekent dat we bij samenwerkingspartners ‘vertrouwen op hun kennis en ervaring’; overwegende dat: • professionals waaronder opbouwwerkers de ruimte en vrijheid binnen de beleidskaders moeten krijgen om in te spelen op wat er in de wijken en buurten nodig is, besluit: • beslispunt 1 van het concept-raadsbesluit te wijzigen zodat deze als volgt komt te luiden: De Beleidsagenda Wmo-Samenleving 2024–2030 vast te stellen, dat gebaseerd is op de door de gemeenteraad vastgestelde Startnotitie Wmo – Samenleving, met de volgende wijziging: De volgende tekst op pagina 21 van het Wmo-Samenleving 2024-2030: ‘De opbouwwerker gaat een initiatief niet dragen, maar kan wel helpen een zet in de goede richting te geven. Het gaat hierbij veelal om initiatieven die ontmoeting en verbinding in HI20231206
32
de wijk bevorderen. De inzet van opbouwwerk is voornamelijk gericht op groepen mensen die uit zichzelf weinig tot niet meedoen in de samenleving. Het is specifiek niet de bedoeling dat opbouwwerkers zelf de activiteiten gaan organiseren; ze dienen de inwoners alleen bij hun initiatief te ondersteunen.’ Wordt gewijzigd in; ‘De opbouwwerker gaat een initiatief niet dragen, maar kan wel helpen een zet in de goede richting te geven. Het gaat hierbij veelal om initiatieven die ontmoeting en verbinding in de wijk bevorderen. De inzet van opbouwwerk is voornamelijk gericht op groepen mensen die uit zichzelf weinig tot niet meedoen in de samenleving. Mocht het bij de start van activiteiten nodig zijn dat de opbouwerkers het initiatief organiseren dan is het nadrukkelijk de bedoeling dat activiteiten aansluiten bij de wensen van de doelgroep en dat de doelgroep ook wordt betrokken bij de organisatie van activiteiten.’” (Amendement A 23-183 van GroenLinks) Hij bevestigt dat religieuze voorzieningen een ontmoetingsplaats zijn, maar vraagt zich af of dat punt in het beleidskader opgenomen moet worden, omdat het een redelijke lijst van verschillende locaties is. Wel is er erkenning voor de religieuze plaatsen. Amendement A 23-188, ‘Maatschappelijke ondersteuning door religieuze voorzieningen onderkennen’, is voor de leden van de GroenLinks-fractie een vrije kwestie.
De heer NANNINGA vraagt wat de reden zou zijn om religieuze instellingen niet in het Beleidskader Wmo op te nemen. De heer HEXSPOOR antwoordt dat hem dat een beetje zit in de scheiding van kerk en staat. Het beleidskader vermeldt om de ontmoeting te stimuleren en zich daarbij te richten op diverse plaatsen. Hij vraagt wat dat ‘richten’ betekent: subsidieverstrekking of faciliteren. De heer NANNINGA constateert dat ook ondernemers erin staan, terwijl de overheid ook het bedrijfsleven niet kan subsidiëren. De heer HEXSPOOR is dan ook benieuwd hoe het college die zin interpreteert. Verder roept hij op moties en amendementen tijdig in te dienen, zodat die door raadsleden goed beoordeeld kunnen worden. Wat betreft amendement A 23-193 van de SP over het schrappen van de taakstelling gaat hij er van uit dat het college terugkomt naar de raad als het naar de raad nodig heeft. Dat amendement steunt GroenLinks niet. Tot slot is hij benieuwd naar de uitwerking van de woonzorgvisie met een belangrijke opdracht voor zorg en ondersteuning. De heer DEEN wijst op de verwachting dat de zorgvraag de komende jaren flink zal stijgen, terwijl ook het personeelstekort toeneemt. Amendement A 23-185 van GroenLinks, ‘Ruimte creëren in de uitvoering van het sociaal domein’, steunt hij dan ook van harte.
Er staan gelukkig in Hilversum ook veel mantelzorgers klaar om voor hun dierbaren te zorgen, mede ondersteund door het mantelzorgbeleid, waarvoor D66 aan de wieg stond. De beleidsagenda vertoont een goede basis om de gewenste verandering in gang te zetten, waarbij mensen in hun kracht worden gezet om zelf dingen te regelen, dichtbij met een vangnet voor degene die dat niet kunnen. Hij vraagt nog aandacht voor diversiteit en inclusie in de zorg, bijvoorbeeld in de ouderenzorg. Men kan hierbij denken aan het verzorgen van allerlei soorten maaltijden, koosjer of halal, wanneer dat gewenst is, en het zorgen voor een lhbti-vriendelijke omgeving, dat bij de oudere generatie niet zo vanzelfsprekend is. Daarbij zou met de onafhankelijke cliëntenondersteuning aan de slag kunnen worden gegaan. MEE kent het aanbod van de geboden zorg en is er om naar mensen te luisteren. Hij vraagt daarom de wethouder om het diversiteits- en inclusievraagstuk bij MEE onder de aandacht te brengen. Mevrouw ZEEUW VAN DER LAAN gaat ook dit dossier aan het hart, omdat het om mensen gaat. Ook hier ziet zij de passie van de wethouder weer terug. Het gaat om een Hilversum waar men voor elkaar zorgt en waar solidariteit centraal staat. Er is gekozen voor een buurtgerichte aanpak met de nadruk op HI20231206
33
gemeenschapsvorming. Een uitdaging is de vergrijzing. De bevolking wordt steeds ouder en mensen willen zo lang mogelijk zelfstandig wonen. En zijn meer mensen met mentale problemen en er zijn ook hier grote personeelstekorten. Het accent ligt op de veerkracht en wat mensen betekenis geeft in het leven. De VVD vindt het belangrijk dat mensen zo lang mogelijk zelf de regie over hun leven kunnen voeren door zelfstandig te blijven wonen met kwaliteit van leven. Er is prioriteit voor woonvormen waar mensen zelfstandig in de nabijheid van elkaar oud kunnen worden, met eventueel hulp en ondersteuning. Onlangs was zij op uitnodiging van D66 bij het woonzorgproject Liv inn, waar mensen voor elkaar zorgen en taken delen terwijl ze toch zelfstandig wonen. Er was daar veel minder hulp nodig en er was een hele grote saamhorigheid. Dat is een mooi voorbeeld van zelfstandig wonen met taken en zorgen delen. Het uitgangspunt is altijd wat er wel kan. Het gaat om mensen in hun eigen kracht zetten. Meedoen aan de samenleving helpt tegen eenzaamheid en houdt mensen langer actief. Een sociaal netwerk, dagbesteding, veel bewegen en ook sportactiviteiten voor ouderen houden mensen fit en gezond. Naast bewegen zou men hier ook kunnen toevoegen de samenwerking met sportverenigingen aan te gaan. Ook cultuur is een goede dagbesteding, wat is onderbelicht in de voorliggende beleidsagenda.
Duurzaam werk of het hebben van een zinvolle dagbesteding en vrijwilligerswerk helpen tegen de eenzaamheid. Samenwerking met het werkloket kan bevorderd worden voor senioren, want er zijn heel veel vacatures waar de senioren ingezet zouden kunnen worden. Actief bezig blijven na het pensioen kan ook door het doen van betaald werk. Hoewel het geen taak is vanuit de Wmo ligt hier wel een uitdaging om mensen actief te houden en de vacatures op te vullen. Ten slotte geeft zij aan dat er ook aandacht zal moeten komen voor veiligheid. Senioren hebben namelijk het gevoel dat zij veel meer kans maken om slachtoffer te worden van criminaliteit. Om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen is het gevoel van veiligheid heel essentieel. Senioren worden slachtoffer van oplichting, zoals babbeltrucs, het meekijken bij pinnen en phishing. Er is ook sprake van oudermishandeling, psychische mishandeling of materiële uitbuiting. Deze punten zouden aangevuld kunnen worden in de beleidsagenda, maar daarover dient zij geen amendement in. Mevrouw VAN DE BEEK brengt naar voren dat er sprake is van een snel veranderde samenleving met zorguitdagingen. Om die uitdagingen te kunnen beteugelen, ligt nu het concept beleidskader Wmo voor. Voor Democraten Hilversum is het vertrekpunt te allen tijde hulp bieden aan mensen die dat het meeste nodig hebben en dat Hilversum niemand laat vallen.
Exclusiviteit wordt een uitzondering, inclusiviteit wordt de norm. Democraten Hilversum vindt dat mensen met een handicap of een chronische beperking zoveel als mogelijk zelfstandig moeten kunnen functioneren en actief moeten kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. Zij vindt het belangrijk dat de gemeente goed toegankelijk en een betrouwbare partner is. Mantelzorgers worden steeds belangrijker en zijn de smeerolie van de samenleving. Dit bindende element is voor Hilversum onmisbaar. Zij kijkt ook uit naar de behandeling van het nieuwe mantelzorgbeleid. Verder staat zij positief tegen het Beleidskader Wmo en samenleving. De amendementen van GroenLinks ondersteunt zij. Over amendement A 23-188 van de ChristenUnie en het CDA over religie en Wmo heeft Democraten Hilversum haar twijfels. De gemeente is namelijk echt aan zet met betrekking tot de Wmo en ook opdrachtgever. Daarmee kan religie meer een plaats vinden bij het vrijwilligerswerk. Religieuze instellingen doen heel veel vrijwilligerswerk, maar vanuit het Wmo-perspectief vindt zij dat niet passen. Over amendement A 23-193 van de SP, ‘Taakstelling schrappen’ wacht zij het commentaar van de wethouder nog even af. De heer POSTMA’s in Hilversum wonende vader was 95 jaar toen die voor het eerst een beroep op de Wmo deed. Alles werd soepel en snel geregeld en hij kreeg vier keer per dag thuiszorg en huishoudelijke hulp.
Toch was dat niet hetgeen wat hem overeind hield, maar dat waren wel de mantelzorgers en vrijwilligers uit de omgeving, die elke dag bij hem aanbelden en vroegen of hij iets nodig had. Deze anekdote vertelt hij, omdat de Beleidsagenda Wmo zoveel belang hecht aan de inzet van mantelzorgers en vrijwilligers, wat hij niet anders kan dan enorm ondersteunen. Tegelijkertijd realiseert hij HI20231206
34
zich ook dat er versterking van die positie van mantelzorgers en vrijwilligers heel hard nodig is, want hij merkte destijds al de overbelasting van deze mensen. Die overbelasting kwam voort uit de zorg voor zijn vader, dat het goed met hem zou gaan. Als men zich die zorg aantrekt, dan wil je er bijna elke dag langs gaan om te zien of het goed gaat. Dat vergt ondersteuning, ook vanuit de gemeente, voor hun rol. De wethouder is met meerdere programma’s daarmee bezig, maar toch benadrukt hij dat die zorg nooit genoeg kan zijn. Ook vraagt hij goed te kijken naar de inzet van de buurtteams, die inzet en tijd nodig hebben om tot volwassenheid te komen. Die moet de gemeente goed ondersteunen met voldoende mensen en middelen, teneinde de verzwaarde taken goed te kunnen uitvoeren. Vanuit het coalitieakkoord is er veel geld voor het beleidskader, maar wel wil hij de vinger aan de pols houden of die inzet voldoende is en de manier van werken ook aansluit. De amendementen ondersteunt hij, waarbij het amendement A 23-188 over religieuze instellingen hem uit het hart is gegrepen. Amendement A 23-193 van de SP en de PvdA over het schrappen van de taakstelling steunt hij niet. Als er voor de uitvoering van de Wmo meer nodig is gaat hij er van uit dat de wethouder in het kader van de voorjaarsnota met een voorstel komt.
De heer VAN VOORDEN (wethouder) constateert tussen de regels door dat de SP ook fan is van de buurtteams, maar zich zorgen maakt over de betaalbaarheid. Die zorg deelt hij niet. Het afgelopen jaar is stevig in de buurtteams geïnvesteerd en die worden doorontwikkeld. Als die doorontwikkeling leidt tot een noodzaak aan extra middelen weet hij de SP aan zijn zijde. Als iemand een indicatie voor een langere periode nodig heeft past die misschien ook niet in het buurtteam. Er wordt voor dagbesteding de beweging gemaakt van geïndiceerde lichte dagbesteding naar dagbesteding als algemene voorziening. Die beweging wil het college in 2025 realiseren en het gesprek wordt nu met aanbieders daarover gevoerd. Die beweging ligt op koers. Hij is geïnteresseerd in informatie over de buurthuizen, waarin hij zich zal verdiepen. Voor goede initiatieven houdt hij zich aanbevolen. Hijzelf heeft in 2015 ook aan de basis van de Right to Challenge gestaan en dat heeft in het programma Buurten een plek. Er is budget beschikbaar voor initiatieven vanuit de samenleving. De gedachte is er dus wel. Inclusie- en diversiteitsbeleid zijn enorm belangrijk. In het lhbti-beleidsplan is er specifiek aandacht voor ouderen. Op verzoek van D66 neemt hij dat punt onder de aandacht van de onafhankelijke cliëntondersteuners die onderdeel zijn van het buurtteam.
De term ‘sociaal beheerder’ is uitgebreid in het beleidsplan beschreven. Het is meer dan iemand die de sleutelfunctie beheert in een buurthuis en die zorgt ook voor sociale verbinding. De raadsvergadering lijkt hem niet de plek om te bespreken of mensen in ‘In between places’ een urgentieverklaring kunnen krijgen. Van belang is dat er ook in de regio een ‘In between places’ komt, evenals een tweede Keerpunt. De wachttijd voor doorstroming vanuit de maatschappelijke opvang is van een jaar naar negen maanden gegaan, wat goed nieuws is. In Hilversum hoeft niemand op straat te slapen. Met religieuze voorzieningen gaat het college vrij ontspannen om. In de bovenliggende visie is de term ‘religieuze instelling’ benoemd. Amendement A 23-188 van de ChristenUnie en het CDA omarmt hij. Medewerkers in de zorg en in het sociaal domein behouden is een belangrijke opgave. Dat vraagstuk staat bij eenieder op de agenda. Belangrijk is ook dat medewerkers plezier hebben, zodat het personeelsverloop lager is. Hij gaat met dit punt aan de slag en blijft dat ook volgen. De woonzorgvisie komt volgend jaar. In de regio weet men elkaar te vinden en de gemeente spreekt met de verzekeraars, ziekenhuizen en huisartsen, wat in het verleden niet gebeurde. De VVD had het onder andere over ouderen en veiligheid.
Een jaar geleden heeft hij met de lokale alliantie financiën ‘Veilig ouder worden’ gesproken, een particulier initiatief, die kinderen en ouderen
HI20231206
35
voorlicht over financieel veilig ouder worden. Het college gaat ook met het plan ‘Ouder worden in Hilversum’ aan de slag, waarin veiligheid misschien een plekje kan krijgen. Hij onderschrijft de opmerking van Democraten Hilversum dat er hulp moet zijn voor de mensen die dat nodig hebben. Het CDA had het over de inzet op de informele zorg, die enorm belangrijk is. Het college zit daar dicht bovenop. Recent is een coördinator voor het buurtteam aangesteld, om daarop meer grip te krijgen. Amendement A 23-183 van GroenLinks, Vertrouwen in het professioneel handelen’, ondersteunt het college. Het college heeft geprobeerd op te schrijven dat de opbouwwerker niet degene moet zijn die alle initiatieven organiseert. Het amendement is wel een goede aanvulling daarop. Amendement A 23-185 van GroenLinks, ‘Ruimte creëren in de uitvoering van het sociaal domein’, gaat over voldoende personeel en daarover adviseert hij eveneens positief. Het college is daarnaast positief over amendement A 23-188 van de ChristenUnie en het CDA over religie en Wmo. Amendement A 23-193 van de SP gaat over het schrappen van de taakstelling. De onderliggende programma’s van het document Op Koers zijn in uitvoering. Als het college geld tekort komt, komt het terug naar de raad. Mevrouw REDMEIJER legt een stemverklaring af over amendement A 23-188 van de ChristenUnie en het CDA over religie en de Wmo.