Transitievisie Warmte Gemeente Hilversum 2021
Tekst van het document
Utiliteitsbouw Tegelijkertijd moet de utiliteitsbouw (alle gebouwen die geen woonbestemming hebben) ook aan de slag met de voorbereiding op de warmtetransitie. Dit beslaat zo’n 12% van alle gebouwen in Hilversum. Deze zijn over het algemeen iets later gebouwd dan de meeste woningen; het gemiddelde bouwjaar ligt op 1958. In 12 buurten is de utiliteit dominant, zoals het kenmerkende Mediapark. Het grootste aandeel van de utiliteitsbouw (38%) betreft kantoorgebouwen. Dat is een bijna twee keer zo hoog aandeel als landelijk. Daarnaast betreft het winkels, zorgvastgoed, onderwijshuisvesting en gebouwen met een industriële functie. Voor utiliteit is ligt de aanpak in een combinatie van een sectorale aanpak (bijv. afspraken over scholen) en een gebiedsaanpak (bijv. voor Mediapark en Arenapark).
48
Opgaveisoleren Met een groot aandeel gebouwen met een laag energielabel, valt er in Hilversum enorm veel te winnen op het gebied van energie besparen en isoleren. Door hier op in te zetten, wordt het energiegebruik teruggedrongen en hoeft er dus minder opgewekt te worden. Daarnaast zijn dit maatregelen om in te investeren die direct wat opleveren en die interessant zijn voor de portemonnee. We stimuleren namelijk die maatregelen die een redelijk korte terugverdientijd hebben, zodat het op individueel niveau zinnige investeringen zijn. Bovendien kan deelname aan collectieve inkoopacties, bijvoorbeeld georganiseerd door de Hilversumse energiecoöperaties, ervoor zorgen dat dit nog beter betaalbaar wordt. De mate van isoleren van de woning is echter wel van meerdere factoren afhankelijk. Zo maakt het type woning, bouwjaar en de status van onderhoud uit of er veel of weinig aanpassingen aan de woning gedaan moeten worden om voldoende energie te besparen dat het energielabel verbeterd kan worden. Als de aanpassingen aan de woning om energie te besparen dusdanig ingrijpend en duur zijn, kan bepaald worden dat label D de enige haalbare en betaalbare keuze is voor die woning. Wanneer deze kosten laag zijn, kan geadviseerd worden om de woning naar energielabel B te brengen.
Parallelletrajecten Hilversum werkt tegelijk met het programma Energietransitie en de Transitievisie Warmte aan de Omgevingsvisie, Woonvisie en het Economisch Perspectief 2040. Op hoofdlijnen zijn daar de volgende raakvlakken met de warmtetransitie te onderscheiden: • Programmaplan Energietransitie 2021-2025: hiermee geven we richting aan de komende vijf jaar, op weg naar een aardgasvrij Hilversum in 2040 en een klimaatneutraal
49
•
•
Hilversum in 2050. De Transitievisie Warmte maakt onderdeel uit van het programma. De routekaart maken we samen met initiatiefnemers uit Hilversum en de regio en we bekijken wat we de komende jaren concreet kunnen doen, ook in relatie tot de Regionale Energiestrategie en het landelijk beleid. Woonvisie; raakvlakken zijn de samenwerking met de belangrijkste spelers zoals woningcorporaties. Woningcorporaties hebben landelijk afgesproken (Aedes) hun bestaande voorraad naar energielabel B te brengen. Voor alle nieuwbouw geldt volgens het Bouwbesluit dat dit aardgasvrij is. De raad bespreekt de Woonvisie in het eerste kwartaal van 2021. Hilversum maakt in 2021 nieuwe prestatieafspraken met de woningcorporaties. Economisch Perspectief 2040; deze agenda economie en media richt zich op de economische structuur van Hilversum en de betekenis van werkgelegenheid voor de samenleving. Centraal staat het vraagstuk: welk economisch perspectief heeft en wil Hilversum? Welk ruimtebeslag vraagt dat en welke instrumenten en samenwerking heeft de gemeente om hierop te sturen? Het belangrijkste raakvlak is het faciliteren en aanjagen van de toename van de lokale investeringen en werkgelegenheid rondom de energietransitie, denk bijvoorbeeld aan vakmensen in de installatiebranche die isoleren en zonnepanelen leggen. Dit zal geagendeerd worden voor de raad van februari 2021.
Er zijn ook reeds lopende initiatieven op het gebied van de warmtetransitie, zoals de Aardgasvrije Meent, het haalbaarheidsonderzoek in Kerkelanden, verduurzamingsprojecten van de woningcorporaties en andere bottom-up initiatieven van betrokken bewoners en
ondernemers. We zorgen ervoor dat deze een plek krijgen in de Transitievisie Warmte en dat initiatiefnemers deelnemen aan het participatieproces rondom het opstellen van deze visie.
2
Aanpak
De transitie naar aardgasvrije wijken gaat over mensen, hun leefomgeving en hun eigen woning. We kunnen die transitie alleen maar realiseren door het samen met de stad en onze partners op te pakken. Een samenwerking waarin we zorgvuldig en stapsgewijs te werk gaan. De eerste stap is het opstellen van de Transitievisie Warmte. Als gemeente hebben wij vanuit het Rijk en het Klimaatakkoord de regierol gekregen voor het proces rondom de warmtetransitie. Omdat de transitie achter de voordeur komt en de alternatieve energiebronnen vooral lokaal gevonden moeten worden, zijn de gevolgen voor de bewoners en ondernemers ingrijpend. Zij moeten goed begeleid en meegenomen worden in de stappen die er gezet moeten worden naar een aardgasvrij Hilversum in 2040. Maar ook betekent dit dat zij mee kunnen denken en doen aan de warmtetransitie. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om dit proces in goede banen te leiden. Dit begint bij het opstellen van de kaders en doelen van de transitievisie warmte, in samenwerking met alle stakeholders. Met deze visie geven we richting en focus aan dit proces naar aardgasvrije wijken. Daarna volgen uitwerkingen in de buurtuitvoeringsplannen op weg naar de daadwerkelijke uitvoering. Deze plannen worden in Hilversum pas opgesteld
50
als de randvoorwaarden voor de warmtetransitie zijn ingevuld of als er kansen liggen en er bottom-up initiatieven zijn vanuit de samenleving. De participatie en communicatie moeten we in dit bredere kader bezien. In het proces van visie naar wijkuitvoeringsplannen en uitvoering wordt het verhaal steeds concreter. Van uitgangspunten, kaders en planningen naar een plan voor een wijk en vervolgens concrete energieprojecten en het daadwerkelijk verduurzamen van woningen. De rollen van bewoners, vastgoedeigenaren, stakeholders en gemeente veranderen continu. Bewoners en vastgoedeigenaren krijgen een steeds actievere rol: van toeschouwer en adviseur naar samenwerkingspartner en initiatiefnemer. De gemeente heeft eerst de regie, maar gaat een steeds meer faciliterende rol vervullen. Daar moet bij de inrichting van het participatieproces rekening mee gehouden worden.
2.1
Participatie
Afgelopen jaar hebben we met een raadsklankbordgroep en met netbeheerders, woningcorporaties, waterschap, waterleidingbedrijf, energiecoöperaties en Green Deal coaches de uitgangspunten, kaders en doelen zoals beschreven in deze notitie besproken. De volgende stap in de participatie is bewoners, vastgoedeigenaren, ondernemers advies te vragen (consulteren) met het doel de kwaliteit van het stuk te verbeteren en binding te krijgen met wat er speelt in de buurten. We willen inzicht krijgen of het afwegingskader compleet is of dat we iets missen dat bewoners juist heel belangrijk vinden. Daarnaast willen we inzicht krijgen hoe bewoners in het vervolg betrokken willen worden, waar er energie is in de buurten om eventueel te starten en inzicht in de zorgen en dilemma’s van bewoners. Ook willen we een beeld krijgen van de koppelkansen met andere thema’s die spelen bij bewoners en in de buurten. Zo kunnen we het startdocument verder aanvullen tot de definitieve transitievisie warmte.
51
Na het vaststellen van de Transitievisie Warmte moet er overgegaan worden tot het opstellen van buurtuitvoeringsplannen. Dit gebeurt in Hilversum alleen als er bottom-up initiatieven zijn, die haalbaar en betaalbaar zijn. Dat wordt gedaan met de stakeholders die daadwerkelijk mee zullen werken aan het project in de buurt en mee bepalen op welke manier en wanneer de buurt van het aardgas af zal gaan.
2.2
Instrumenten voor participatie
Door verschillende middelen in te zetten en verschillende vindplaatsen, krijgen bewoners de mogelijkheid mee te denken. Koplopers, belangenverenigingen en bewonersinitiatieven worden actief uitgenodigd. Er wordt gedacht aan inzet van het burgerpanel, een enquête en enkele online consultatieavonden. Tevens onderzoeken we de mogelijkheid om aan te sluiten bij de (wijk/buurt)bijeenkomsten die in het kader van de omgevingsvisie worden georganiseerd. Voor het benaderen en betrekken van bedrijven en vastgoedeigenaren benutten we de bestaande overlegstructuren en kanalen, zoals o.a. ook onze Green Deal coaches en ondernemersverenigingen. Binnen de gemeentelijke organisatie zorgen we ervoor dat we op andere teams en thema’s aanhaken, maar ook dat wij hen zelf actief meenemen in de activiteiten voor het opstellen van de transitievisie warmte. Ondertussen werken we verder aan de actorenanalyse om ervoor te zorgen dat we alle partijen die we nodig hebben voor de opgave van de warmtetransitie in beeld hebben en vanuit hun rol en verantwoordelijkheid actief betrekken. Deze schets van het participatieproces wordt uitgewerkt in een participatieplan, waarin we ook een doorkijk geven naar het vervolg na het opstellen van de transitievisie warmte. In dat plan wordt ook de communicatie beschreven.
2.3
Route naar een aardgasvrij Hilversum
De komende maanden gaan we in het participatieproces de benodigde stakeholders actief betrekken om het startdocument aan te vullen tot de definitieve Transitievisie Warmte, die uiterlijk eind 2021 vastgesteld moet worden door de gemeenteraad. Daarmee hebben we straks een visie die alle stakeholders houvast geeft in de manier waarop de opgave van de warmtetransitie aangepakt gaat worden. In die visie zal ook, in opdracht van het Rijk, tot en met 2030 een indicatie gegeven worden van de buurten die kansrijk zijn om als eerste aan de slag te gaan met het opstellen van buurtuitvoeringsplannen voor het aardgasvrijklaar maken van de buurt. We benadrukken dat het gaat om een indicatie van kansrijke buurten. De komende tijd analyseren we de buurten in Hilversum op de technische en sociale kenmerken. Daarbij kijken we onder andere naar de mogelijke alternatieve warmtebronnen die beschikbaar zijn voor die buurt, de staat van de infrastructuur, de financiële draagkracht van de buurt, en de aanwezigheid van bottom-up initiatieven. Bij elkaar geeft dat een indicatie voor de kansrijkheid van een buurt en daarmee een eerste buurtvolgorde. Deze volgorde is niet in beton gegoten. Het opstellen van buurtuitvoeringsplannen voor deze buurten is namelijk afhankelijk van een aantal randvoorwaarden die op dit moment nog niet ingevuld zijn.
De warmtetransitie moet namelijk betaalbaar zijn, dat geldt zowel voor het warmtealternatief en de voorbereiding van de gebouwen daar op, als ook voor het proces daaromheen. Woonlastenneutraliteit is daarbij nog een discussiepunt. Ook de technische oplossingen zijn nog niet helemaal duidelijk, hier moet nog veel op ontwikkeld worden. Daarbij gaat het niet alleen om de ontwikkeling van nieuwe technieken, maar ook om de doorontwikkeling van bestaande technieken. Waar zonnepanelen twintig jaar geleden nog niet
52
rendabel waren, hebben deze nu een korte terugverdientijd. Daarom moeten we in acht nemen dat sommige technieken die nu al beschikbaar zijn maar nog niet gezien worden als rendabel, dat straks wellicht wel zijn. Daarnaast is draagvlak van de buurt noodzakelijk voor het overgaan op concrete uitvoering. Vanwege deze afhankelijkheden en onzekerheden kiest Hilversum ervoor om vooralsnog niet over te gaan op het opstellen van buurtuitvoeringsplannen. Pas als de warmtetransitie haalbaar en betaalbaar is, gaan we zelf actief met de buurten aan de slag. Daarmee is de buurtfasering dus een eerste schets met veel flexibiliteit, die aangepast wordt naar de ontwikkelingen. De visie die we nu opstellen hanteren we voor de periode tot en met 2030 en herzien we over 5 jaar. Onderhand zitten we niet stil. We gaan allereerst aan de slag met het invullen van de gemeentelijke regierol. De toegekende PAW aanvraag zorgt ervoor dat we met de Meent aan de slag kunnen. Waar mogelijk faciliteren we initiatieven van onderaf uit de samenleving, zoals in Kerkelanden. We blijven werken aan het indicatieve overzicht van Hilversumse buurten en concretiseren waar mogelijk de planning.
En we blijven vooral vol inzetten op isolatie van gebouwen bij bewoners, bedrijven en organisaties via onze energiecoöperaties, het regionaal energiedienstenbedrijf, onze Green Deals en het aanbieden van de gemeentelijke duurzaamheidslening. In de tussentijd is het voor andere buurten, maar ook individuele bewoners en ondernemers niet nodig om te wachten tot er een plan voor hun buurt komt. Zij kunnen alvast aan de slag gaan met kleinere stappen om hun woning of gebouw aardgasvrij-klaar te maken. Het besparen van energie scheelt immers aan opwek van warmte en vooral ook aan kosten! 53
Beperken van de warmtevraag
Tijdspad warmtetransitie
Voornamelijk voor de woningen die voor 1995 zijn gebouwd, is het nodig om de warmtevraag te beperken. Dit kan gedaan worden door het treffen van no-regret maatregelen. Dat zijn maatregelen die de moeite waard zijn om in te investeren, omdat ze snel uit te voeren zijn, energie besparen, het wooncomfort verhogen, bewezen technieken zijn en stapsgewijs aangebracht kunnen worden, waardoor ze bijdragen aan het aardgasvrijklaar maken van de woning. Als er vervolgens ook bewust met de energie omgegaan wordt, kan het uiteindelijk ook kosten besparen op de energierekening!
Het tijdspad van de Transitievisie Warmte begint met het vaststellen van de visie in 2021 en het opstellen van de eerste buurtuitvoeringsplannen in 2022, zoals aangegeven in de opdracht van het Rijk. Deze gaan daarna over in cyclus van vijf-jaren om de visie te herzien en twee-jaren om nieuwe buurtuitvoeringsplannen op te stellen. Dit tijdspad is een schets. In Hilversum gaan we pas aan de slag met de buurtuitvoeringsplannen als de randvoorwaarden voor de warmtetransitie zijn ingevuld of als er een haalbaar en betaalbaar bottom-up initiatief is. Daarmee zal het hier onder weergegeven tijdspad er waarschijnlijk anders uit komen te zien.
Een van de belangrijkste stappen daar in is het goed isoleren van de woning. Door goed te isoleren wordt de warmtevraag van de woning beperkt. Er moet echter wel op gelet worden dat de woning ook goed geventileerd blijft, om een gezond binnenklimaat te behouden. Voorbeelden van no-regret maatregelen zijn: • Gevelisolatie (binnenmuur, buitenmuur, spouwmuur) • Dakisolatie • Vloerisolatie • Bodemisolatie • Vervangen ramen, kozijnen, deur • Groen dak • Ventilatieroosters • Centrale en decentrale balansventilatie • Bewust ventileren met een CO₂-meter
In januari 2021 wordt dit startdocument aangeboden aan de gemeenteraad. Na vaststelling zal in de maanden februari tot en met juli het participatietraject plaatsvinden. Dit zal leiden tot de uiteindelijke Transitievisie Warmte, die in het vierde kwartaal van 2021 aan de gemeenteraad wordt aangeboden ter vaststelling. De Transitievisie Warmte wordt voor 1 januari 2022 ingediend worden bij het Rijk.
54
Jaar 2021 2022
Omschrijving TransitievisieWarmtevaststellen Buurtuitvoeringsplannen opstellen
2024
Buurtuitvoeringsplannen opstellen
2026
Transitievisie Warmte herzien
2028
Buurtuitvoeringsplannen opstellen
2030
Buurtuitvoeringsplannen opstellen
2031
Transitievisie Warmte herzien
2032
Buurtuitvoeringsplannen opstellen
2034
Buurtuitvoeringsplannen opstellen
2036
Transitievisie Warmte herzien
2036
Buurtuitvoeringsplannen opstellen
2038
Buurtuitvoeringsplannen opstellen
2040
Hilversumafkoppelenvanaardgas
2050
Hilversumklimaatneutraal
55
Defnities Begrip Aardgasvrij-klaar
Aquathermie
Buurtuitvoeringsplan Energielabel
Energieneutraal Fasering Geothermie Hernieuwbare energie Klimaatneutraal
Verklaring Een woning die klaar is om van het aardgas afgesloten te worden. Meestal betekent dit dat de woning geïsoleerd is, een warmteafgiftesysteem dat op een lage temperatuur werkt heeft, een ventilatiesysteem heeft, een aangepaste meterkast heeft, ruimte voor een warmtepomp of vergelijkbaar systeem heeft, en er niet meer gekookt wordt op gas. Een techniek waarmee warmte wordt onttrokken uit oppervlaktewater, drinkwater of afvalwater. De energie wordt onttrokken met een warmtewisselaar, opgewaardeerd met een warmtepomp en meestal opgeslagen in een warmte-koude opslagsysteem Plan van Aanpak dat voor een betreffende buurt concreet de planning, uitvoering en implicaties beschrijft van het aardgasvrij (-klaar) maken Een energielabel geeft een indicatie van de energieprestatie van gebouwen. Het hebben van een energielabel is verplicht bij transactiemomenten (verkoop/verhuur). In Nederland hebben ongeveer de helft van de woningen een energielabel. Voor de woningen zonder energielabel vult het PBL een indicatieve label in, op basis van bouwkundige kenmerken en labels van vergelijkbare gebouwen. Woningen met een slechte energieprestatie krijgen label G en woningen met een goede prestatie label A(+) Bij energieneutraliteit (in tegenstelling tot klimaatneutraliteit) wordt ervan uit gegaan dat de productie van duurzame energie gelijk staat aan het totale verbruik.
Volgorde waarmee buurten aardgasvrij-klaar en/of aardgasvrij gemaakt worden Een techniek waarbij de aanwezige aardwarmte in bodemlagen wordt onttrokken. Bij dieptes van meer dan 500m is er sprake van diepe geothermie We spreken van hernieuwbare energie als deze uit niet-fossiele energiebronnen komt die constant worden aangevuld. Geeft dat een proces niet bijdraagt aan klimaatverandering. Klimaatcompensatie en CO2-compensatie zijn termen die aangeven dat voor een organisatie, een (productie)proces of een product, de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO₂ of methaan, wordt gecompenseerd. De termen worden door elkaar heen gebruikt.
56
Begrip Koppelkansen
Startmotor
Verklaring Bestaande opgaves van stakeholders die meegenomen kunnen worden in de aanpak, wat winst oplevert. Koppelkansen kunnen ook als aanleiding of versneller fungeren. Het inspelen op de vervanging van infrastructuur, grootschalige renovaties van corporatiewoningen of gebiedsontwikkeling levert bijvoorbeeld kansen op. Ook kan er sprake zijn van sociale koppelkansen, zoals wijkvernieuwing, armoedebestrijding of participatie Corporatiewoningen worden gezien als startpunt van de transitie, die een versnelling kunnen creëren. De Startmotor is een programma dat als doel heeft t/m 2022 minimaal 100.000 corporatiewoningen aardgasvrij te maken door deze aan te sluiten op warmtenetten
57
Bijlage II – Verkenning en Technische analyse Next2Company,2021
58
Inleiding In het voorjaar van 2020 is gestart met de verkenning naar de opgave van de warmtetransitie voor Hilversum. De verkenning is gedurende het jaar en na vaststelling van het Startdocument door de gemeenteraad tot april 2021 verder aangevuld met lokale data. In de analyse is er vanuit een aantal vragen naar de belangrijkste beschikbare data gekeken: • Wat is de relevantie van een indicator? • Wat is kenmerkend voor Hilversum vergeleken met het gemiddelde van Nederland? • Hoe verschillen de resultaten van de eerder uitgevoerde analyse in de Verkenning’? • Welke overeenkomsten en verschillen zijn er tussen buurten? Wat zijn belangrijke clusters van buurten? • Welke data mist er nog of waar is verder onderzoek wenselijk? Deze verkenning en data-analyse zijn uitgevoerd aan de hand van enkele belangrijke databronnen: • Startanalyse Leidraad Transitievisie Warmte, versie 2019 en 2020, van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL); • CBS statistieken voor buurten en wijken; • Warmteatlas van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO); • Data en kaarten vanuit het nationaal programma Regionale Energiestrategie (RES); • Lokale data De analyse wordt aan de hand van de belangrijkste bevindingen en conclusies hier samenvattend weergegeven. Het gehele rapport van de Analyse van de Alternatieven, door Next2Company, kan opgevraagd worden bij de gemeente. 59
1 Hilversum heef een complexe opgave met veel vooroorlogs en monumentaal vastgoed
Warmtevraag&potentieisolatie • •
Woningen • •
• •
73% van de opgave in Hilversum betreft woningen. Dat is iets minder dan het landelijk gemiddelde (76%) 42% van de woningen is vooroorlogs. Dat is meer dan 2x zoveel als landelijk. Hilversum heeft ook relatief meer vroeg naoorlogse woningen 49% van de Hilversumse woningen zijn rijwoningen en 40% appartementen. Relatief is dat wat meer als landelijk 51% van de woningen heeft een energielabel E tot G. 20% van de woningen is mogelijk klaar voor de transitie omdat ze een A of B label hebben
Utiliteit • • • •
In 12 buurten is de utiliteit dominant Net als landelijk zijn de utiliteitsgebouwen relatief recenter gebouwd: 55% is van na 1975 Hilversum heeft een relatief bijna 2x zo hoog aandeel kantoren (38% vs. 21%) Slechts 8% van de gebouwen heeft een geldig energielabel. De inschatting is dat de meeste gebouwen ongeveer een label E hebben
PBL schat dat de Hilversumse warmtevraag met 39% daalt als alle gebouwen geïsoleerd worden tot het niveau van label B Belangrijke kanttekening is dat voor de vooroorlogse gebouwen het onzeker is of dat technisch en economisch haalbaar is
2 Leren hoe de complexe vooroorlogse bouw kan worden verduurzaamd is van groot belang Implicaties • • •
•
Hilversum heeft een relatief complexe opgave met o.a. veel vooroorlogse bouw en veel monumenten In nagenoeg alle buurten is er nog een forse isolatie opgave. Hier valt nog veel werk te doen en veel te winnen Gezien het grote aandeel in de opgave van vooroorlogse en vroeg naoorlogse woningen is het verstandig om ook te starten met leren bij deze, ondanks dat ze complexer zijn qua verduurzaming Monumentaal vastgoed is een categorie op zich. Hier zijn specifieke oplossingen nodig om de monumentale waarde vast te houden en zijn de procedures ingewikkelder. Gezien de bovengemiddelde aanwezigheid verdient dit ook een duidelijke plek op de agenda
Monumenten
Vervolgonderzoek
•
•
In totaal is 2% van de Hilversumse gebouwen een monument. Er zijn in Hilversum 3x zoveel gemeentelijke monumenten als het landelijk gemiddelde
Energievraag utiliteit: met name voor de grootzakelijke aansluitingen (>1000m2) kan de energievraag afwijken van de aannames in de startanalyse (ECW, 2019, p.23). Alleen de gebruikers zelf kunnen deze informatie per pand
60
•
vrijgeven. Op basis van de actuele energievraag per buurt kan waarschijnlijk een inschatting worden gemaakt van de afwijking tussen model en realiteit Besparingspotentie vooroorlogse en vroeg naoorlogse woningen: deze woningen zijn soms minder geschikt voor de standaard na-isolatie oplossingen en de besparingspotentie kan daarom minder zijn dan wordt aangenomen (RLI, 2018). Het verder in beeld brengen van de bouwkundige kenmerken en praktijkervaring van bijvoorbeeld de corporaties kan helpen om daar grip op te krijgen
•
woningen aan de orde. Dit is overigens nergens de dominante eigendomsvorm 60% van de huishoudens (in Nederland) heeft gem. €30k of minder spaargeld. Ongeveer 1/3 van hen woont in een koophuis. Juist deze “onderkant” van de koopmarkt zal niet eenvoudig kunnen investeren in hun eigen woning
4 Onderscheid maken tussen eigendomstypes is nodig voor een inclusieve transitie en slimme aanpak
3 In 26 buurten zijn koopwoningen dominant; in 7 buurten zijn er juist meer corporatiewoningen
Implicaties
Bevolkingssamenstelling
•
•
•
Hilversum heeft relatief wat meer hoge & lage inkomens en (werkende) eenpersoonshuishoudens dan gemiddeld. De leeftijdsopbouw is te vergelijken met het gemiddelde van Nederland In 50% van de buurten is werkende eenpersoonshuishoudens de belangrijkste doelgroep. Qua inkomensgroepen zijn de middeninkomens het vaakst in de meerderheid (41%)
•
•
Woningeigendom • •
•
Hilversum heeft iets meer verhuur dan gemiddeld (45% vs. 42%) In 26 buurten zijn de koopwoningen de belangrijkste eigendomscategorie. In 7 buurten zijn corporaties de belangrijkste woningeigenaar. In 10 buurten is overige verhuur van meer dan 20% van de
•
Neem bij de categorisering van buurten type eigendom (koop, WoCo, overig verhuur) en het woningwaarde segment (laag-middel-hoog) mee in dit stadium In overleg met de woningcorporaties kunnen stappen worden gezet in de buurten waar zij een belangrijke speler zijn. Tegelijk is het van belang om ook aan de slag te gaan in de verschillende segmenten van de koopwoningmarkt, die toch meer dan de helft van de opgave betreft Voor een inclusieve transitie zijn de particuliere verhuur en de onderkant van de koopmarkt belangrijke aandachtspunten. Juist hier is een proactieve inzet wenselijk om te borgen dat deze groepen niet achterblijven. Daarnaast blijft het doorzetten van de woonlastenneutrale aanpak in het sociale huur segment ook cruciaal Om de breedte van de opgave af te dekken en om de kosten en baten gelijk te verdelen is het verstandig om ook te starten in één van de meer welgestelde gebieden
61
Vervolgonderzoek •
•
5
Met de corporaties verkennen hoe hun verduurzamingsplannen er in de nabije toekomst uitzien en hoe daarin de woonlastenneutrale aanpak kan worden doorgezet Verkennen op welke wijze de verduurzaming in het segment koopwoningen kan worden versneld. Daarbij is de regionale inzet op een “energiedienstenbedrijf” van belang. En ook de
•
instrumenten die landelijk als vervolg op het Klimaatakkoord worden ontwikkeld zoals gebouw gebonden financiering zijn relevant Bij het uitwerken van plannen per wijk zijn de sociale karakteristieken (leeftijd, inkomen, type huishouden, etc.) van belang. De kenmerken van de doelgroep heeft o.a. invloed op de motivaties, woonperspectieven en financieringsvermogen van de huishoudens
Samenvatting potentie warmtebronnen
Warmtebron Verbrandbare biomassa Vergistbare biomassa
Brontemperatuur Midden/hoge temperatuur Midden/hoge temperatuur
Potentie Hilversum Lokaal 5-10 procent Lokaal 2-5 procent
Waterstof
Midden/hoge temperatuur
Tot 2030 niet, daarna beperkt
Restwarmte
Midden/hoge temperatuur
Niet beschikbaar
Geothermie
Midden/hoge temperatuur
Onbekend; als beschikbaar groot
Restwarmte
Lage temperatuur
10-20 procent
Oppervlaktewater
Lage temperatuur
20-30 procent
Bodemenergie
Lage temperatuur
90-100 procent
Elektriciteit
Lage temperatuur
50-100 procent
• •
Alle lage temperatuur bronnen zijn op te waarderen naar een midden temperatuur (60-70 graden) met een warmtepomp, dat genereert wel extra elektriciteitsvraag. Restwarmte lage temperatuur, warmte uit oppervlaktewater en bodemenergie genereren ook een toename van de elektriciteitsvraag.
62
6 Tot nu toe is vooral de beschikbaarheid van lage temperatuurbronnen relatief zeker
7 De beschikbaarheid van geothermie en groengas moet nader onderzocht worden
•
Implicaties
•
•
•
Qua MT/HT warmtebronnen heeft Hilversum alleen de mogelijke beschikbaarheid van geothermie. Er zijn geen restwarmtebronnen bekend. De lokale potentie van biomassa is beperkt, wel is het natuurlijk denkbaar om dit te “importeren” van elders. Geothermie zou als de bodemlagen geschikt blijken grote potentie kunnen hebben, maar dat is op dit moment nog onbekend Er zijn diverse bronnen in beeld voor lage temperatuur warmtenetten. Dit gaat om restwarmte uit de datacenters en de rioolwaterzuivering, energie uit oppervlaktewater (TEO) en bodemenergie. Voor een kwart tot de helft van de stad is dat een optie. Of dat concreet haalbaar is hangt o.a. nog af van de bereidheid van de eigenaar om de bron te ontsluiten en de economische haalbaarheid van de warmtedistributie Voor alle lage temperatuurbronnen is ook duurzame elektriciteit nodig. Theoretisch is die zeker op te wekken, maar de verdeling van de opgave en de ruimtelijke inpassing zijn complexe vragen. Ook is het cruciaal om d.m.v. van opslag en balanceren van vraag en aanbod de impact of het elektriciteitsnet te beperken In 50% van de buurten, goed voor 72% van de totale warmtevraag, zijn met een warmtevraagdichtheid van >1.000 GJ/Ha kansrijk voor (LT) warmtenetten. 6 buurten liggen in de “twijfelzone” (500-950 GJ/Ha)
•
•
•
•
•
Naast de technische beschikbaarheid is de economische haalbaarheid van belang. Daar wordt in het volgende hoofdstuk aandacht aan besteed Het is verstandig om zo snel mogelijk de potentie van geothermie in beeld te krijgen. Op basis van de uitkomsten van het SCAN onderzoek kan dit nader worden bekeken Daarnaast is het verstandig om de beschikbaarheid en potentie van de warmte uit de rioolwaterzuivering, datacenters en oppervlaktewater nader te verkennen Het of, hoe en waar inzetten van biomassa verdient een bredere politieke afweging, waarin o.a. de klimaatimpact en lange termijn perspectieven onderdeel van de afweging zijn De opwek van voldoende duurzame elektriciteit is ook van belang voor de warmtetransitie. In de uitwerking van de plannen is het van belang om per buurt ook de kansen voor het benutten van de daken voor opwek en voor opslag en balancering van de warmtevraag mee te nemen. Daarnaast is het van belang om samen met de regio te kijken naar de kansen voor grootschalige opwek
Vervolgonderzoek • •
Beschikbaarheid van de restwarmtebronnen, in het bijzonder de rioolwaterzuivering en datacenters Kansen geothermie: op basis van SCAN bepalen hoe kansrijk de Hilversumse ondergrond is en of er partijen zijn die opsporing willen invullen
63
•
Wijze inzet groengas: hierin is met name ook van belang hoe groengas aan een buurt kan worden gekoppeld en of er perspectief is op duurzame beschikbaarheid
8
•
Verdergaande afweging alternatieven per buurt: het verdient de aanbeveling om dit te doen in de context van het samen met de buurt opstellen van buurtenergieplannen
Hilversum heef vijf alternatieven, die allen nog behoorlijke onzekerheden hebben
Warmtebron Warmtepomp Geothermie
LT-net
Groengas
Waterstof
Voorlopige conclusie • voor bijna alle wijken een serieuze optie als label B isolatie voldoende is • valt vooral gunstig uit in buitenwijken vs. groen gas als de warmtevraag hoog is • een onzekere optie qua beschikbaarheid • voor tien buurten de voorkeursvariant • mocht het beschikbaar zijn dan is het voor 16-27 buurten een mogelijk alternatief • LT-netten zijn in 58% van de buurten een optie op basis van kosten • Bronnen zijn bepalend voor uitkomsten per buurt, de beschikbaarheid moet nog worden gevalideerd • Een 70 graden (MT) net is een serieus alternatief voor waar LT lastig is • Mits beschikbaar levert groengas in alle buurten een kostenbesparing op, gemiddeld 19% • Het volume dat naar schatting in 2030 beschikbaar is, is echter beperkt; o.b.v. de huidige verdeling zou dit maar voldoende zijn voor maar 5-12 buurten • Het beschikbare volume kan het beste toegepast worden daar waar het de relatief grootste kostenbesparing oplevert • Voor 60% van de buurten economisch gezien een optie, maar op basis van beschikbaarheid is toepassing in de gebouwde omgeving voor 2030 niet waarschijnlijk.
De belangrijkste onzekerheden zijn: • • • •
Is geothermie wat betreft ondergrond, business case en draagvlak mogelijk? Is isolatie tot label B voldoende voor LT alternatieven en haalbaar voor monumenten? Zijn (LT/MT) warmtenetten haalbaar in Hilversum? Over welk volume groengas en/of waterstof kan Hilversum aanspraak maken (na 2030)?
64
9 Er zijn nog weinig robuuste keuzes te maken waardoor er adaptief beleid nodig is
•
Nationale kosten •
• • •
•
Als uitgangspunt is gesteld dat de transitie woonlastenneutraal is voor bewoners. Uit de analyse blijken de nationale kosten echter overal te stijgen. Omschakeling naar het alternatief met de laagste nationale kosten is nog niet volledig rendabel Voor de meeste gebouwen leidt isolatie tot label B, tot een stijging van de nationale kosten met gemiddeld 20%. Hoewel de warmteoplossing overal nog onzeker is, kan wel op korte termijn naar label D worden geïsoleerd De stap naar label D kan voor eindgebruikers al wel kostenneutraal uitvallen. Door subsidies en besparing op energiebelasting zal het rendement voor isolatie positiever zijn. Dit geldt voor de 21.000 woningen met een E, F of G-label Voor buurten met veel utiliteitsgebouwen is de stijging beperkter. Isolatie leidt hier tot een sterkere daling van de warmtevraag. Daarom lijken er kostentechnisch kansen te liggen
• •
plaatsvinden. In de helft van deze buurten hebben LT- of MTnetten dan echter ook vergelijkbare kosten Toepassing van groengas of waterstof in buurten met een relatief lage waarde, kan in ieder geval worden uitgesloten (nieuwbouw, utiliteit) In 2025 dient het standpunt rondom hernieuwbaar gas bijgesteld te worden o.b.v. de voortschrijdend inzichten Voor het overgrote deel van Hilversum verandert het voorkeursalternatief onder verschillende scenario’s. Omdat er nog weinig robuuste keuzes zijn te maken is er adaptief beleid nodig
10 Een stapsgewijze aanpak versnelt waar er al robuuste keuzes zijn en reduceert onzekerheden Adaptief beleid doet het meeste recht aan de onzekerheden die er nog zijn en de keuzeruimte per buurt. Dit betekent: • Werk in stappen toe naar het eindbeeld • Begin met de isolatie tot midden-temperatuur (MT+) en waar mogelijk meer, als robuuste eerste stap • Verklein onzekerheden door gericht de onderzoeksvragen te beantwoorden met partners
Robuustheid alternatieven & impact scenario’s •
• •
Alle buurten hebben meerdere alternatieven met vergelijkbare kosten, waardoor er geen duidelijke voorkeur uitgesproken kan worden Lage temperatuur (eWP of LT-netten) ligt wel voor de hand bij nieuwere bouw en utiliteit. Als hernieuwbaar gas en geothermie niet beschikbaar komen, zal er een verschuiving naar elektrische warmtepompen
65
Bijlage III – Participatierapport Transitievisie Warmte
66
1
Inleiding
Voor het opstellen van de Transitievisie Warmte is van maart tot en met juli 2021 een bewonersparticipatietraject uitgevoerd. De warmtetransitie heeft betrekking op de gehele samenleving. Tijdens deze ronde van het participatietraject lag de focus specifiek op bewoners – het gaat immers over hun woning en hun woonomgeving. De gemeente Hilversum kan en wil geen plan maken zonder de inbreng van de bewoners. Voor een goed plan is het essentieel te weten wat zij belangrijk vinden, wat hun zorgen zijn en hoe ze ondersteund en betrokken willen worden. Daarnaast was er ook aandacht voor de inbreng van ondernemers en jongvolwassenen. Om zo vanuit diverse invalshoeken een breed beeld te krijgen bij de belangen, zorgen en benodigdheden uit de samenleving. In dit verslag staan de opzet en doelen van het participatietraject, de communicatie, een overzicht van de georganiseerde activiteiten en een impressie van de resultaten. De ketenpartners - netbeheerder Liander, woningcorporaties Dudok Wonen, Het Gooi en Omstreken en De Alliantie, Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, energiecoöperaties HilverZon en HET - en de Green Deal-coaches Kantoren en Media zijn geconsulteerd in het kader van de verkenning door Next2Company, gedurende de periode van mei 2020 tot en met maart 2021.
Samen met hen zijn onder meer de doelen en uitgangspunten, zoals vastgesteld in het Startdocument, voor de Transitievisie Warmte opgesteld.
2
Doelen en opzet participatie
Met het participatietraject wil de gemeente: • De kwaliteit van de Transitievisie Warmte (en de buurtuitvoeringsplannen) verbeteren; • Inzicht krijgen in de belangen, overwegingen, zorgen en kansen en dilemma’s die onder de bewoners leven bij het (klaar voor) aardgasvrij maken van hun huizen; • Inzicht krijgen in hoe zij in het vervolgtraject geïnformeerd, betrokken en ondersteund willen worden bij het (klaar voor) aardgasvrij maken van hun huizen; • De uitgangspunten voor de Transitievisie Warmte toetsen op herkenbaarheid en volledigheid. Gezien de doelen was het traject zo ingericht dat we de dialoog aan konden gaan met een diverse en representatieve groep van bewoners (met verschillende achtergronden, kennisniveaus, leefstijlen, ideeën en uit verschillende buurten). Het participatietraject was ingedeeld in twee fasen: 1) de verkenning om een eerste beeld te krijgen van wat er leeft en 2) de verdieping om verder in te gaan op thema’s die de verkenning oplevert. De verkenning bestond uit een enquête. De resultaten van de enquête gaf een eerste beeld van de thema’s die leven. De thema’s uit de enquête zijn in bijeenkomsten verder uitgediept. Er zijn vier focusgroepen georganiseerd en één brede bewonersbijeenkomst. Voor de focusgroepen zijn bewoners uitgenodigd op basis van steekproeven verdeeld over de verschillende Hilversumse wijken. Ook bewoners die
67
in de enquête hadden aangegeven mee te willen denken in het vervolgtraject zijn hiervoor uitgenodigd. Daarnaast is er een bijeenkomst voor ondernemers en een bijeenkomst voor jongeren georganiseerd. In verband met de coronamaatregelen waren deze bijeenkomsten allemaal digitaal. De voorbereiding en begeleiding van de focusgroepen en de openbare bijeenkomst werd verzorgd door een extern bureau, Bureau Buhrs. In totaal hebben ruim 100 mensen deelgenomen aan de verschillende bijeenkomsten. De data van de verschillende activiteiten waren als volgt: • 25 maart t/m 11 april Enquête • 3 juni Bijeenkomst met ondernemers • 15 en 23 juni Focusgroep bijeenkomsten • 1 juli Jongerenbijeenkomst • 5 juli Brede bijeenkomst
3
De communicatie
Om bewoners te informeren over het participatieproces zijn verschillende middelen ingezet: persberichten, artikelen raadhuis-aan-huispagina in de Gooi en Eembode, social media kanalen gemeente Hilversum, advertenties op Facebook, e-mails aan bewonersverenigingen, communicatiekanalen van partners zoals HET, HilverZon, Duurzaam Bouwloket en Hilversum100, digitale nieuwsbrief gemeente en de webpagina Hilversum Aardgasvrij.
Daarnaast is het platform www.bouwenaanhilversum.nl ingezet. Via dit platform werd onder meer de enquête onder de aandacht gebracht, de resultaten gedeeld, de bijeenkomsten aangekondigd en verslagen gedeeld. Deelnemers van de focusgroep bijeenkomsten kregen eigen inloggegevens waarmee enkel zij toegang kregen tot het concept verslag van hun eigen bijeenkomst. Hierop konden zij nog reageren en nabranders doorgeven voordat het verslag openbaar werd. Bouwen aan Hilversum werd ook ingezet om bewoners van Hilversum stellingen voor te leggen over verduurzamen en de energietransitie. Dit gebeurde in de vorm van een drietal polls, waar zij met ‘eens’ of ‘oneens’ op konden reageren. Op de polls is er tussen de vierendertig tot vijfenzestig keer gereageerd met ‘eens’ of ‘oneens’, en onder elke poll zijn er tussen de zes en twaalf geschreven reacties achter gelaten.
4
Overzicht activiteiten en impressie resultaten
Enquête Doel
In de eerste fase van het participatietraject werd een online enquête afgenomen. Deze enquête gaf een eerste beeld van de thema’s die leven onder inwoners. Deze vormden de input voor de tweede, verdiepende fase.
68
Doelgroep Voor het onderzoek zijn alle 2.174 leden van het Burgerpanel Hilversum uitgenodigd. Hiervan hebben 1.042 leden de vragenlijst ingevuld: dit is een respons van 48 procent. Dat is ruim voldoende om betrouwbare uitspraken te kunnen doen. Ook Hilversummers die geen lid zijn van het Burgerpanel konden meedoen aan het onderzoek. Via een open link is de vragenlijst 307 keer ingevuld. In totaal hebben 1.349 mensen meegedaan aan het onderzoek.
Programma De vragenlijst kon worden ingevuld van 25 maart tot en met 11 april 2021 en werd door middel van een e-mail met de panelleden gedeeld. Daarnaast werd de openlink onder meer gedeeld op het platform bouwenaanhilversum, website Duurzaam Bouwloket, digitale nieuwsbrieven, Facebookpagina gemeente, advertenties op Facebook, raadhuis aan huispagina in de Gooi- en Eembode, persbericht en e-mails aan bewonersverengingen en partners zoals de energiecoöperaties en Hilversum100.
Impressie resultaten Hieronder staat een aantal bevindingen uit de resultaten van de enquête: Achtergrond woningen • 77% van de respondenten is particuliere woningeigenaar. Bekendheid met aardgasvrij wonen • Het grootste deel van de inwoners is enigszins bekend met de overstap naar aardgasvrij wonen. Een kwart weet er vrij veel over, en 60 procent weet er een beetje van.
•
Bijna een derde van de inwoners weet waar ze terecht kunnen om vragen te stellen over het aardgasvrij maken van hun woning. Ruim twee op de drie inwoners weet dit dus niet.
Houding t.a.v. aardgasvrij wonen • Aan de panelleden is gevraagd een rapportcijfer te geven over hoe zij kijken naar de overstap van aardgas naar een andere duurzame warmtevoorziening. Het gemiddelde rapportcijfer is een 6,0. • Inwoners die minder positief zijn noemen vooral als argument dat aardgas een schone energiebron is, en dat het voor hen te duur is om hun woning om te bouwen. • Jongere inwoners zijn positiever dan oudere inwoners over de warmtetransitie. • 57% van de respondenten maakt zich zorgen over de warmtetransitie. Deze zorgen gaan voornamelijk over de kosten. Gedrag • Zes op de tien inwoners (64%) zetten hun verwarming lager om energie te besparen. De helft van de inwoners (53%) zorgt voor extra isolatie van de woning of dubbel/triple glas (51%). • Een kwart van de inwoners is van plan om binnen enkele jaren meer besparingsmaatregelen toe te passen. Hiertegenover staat ook een kwart die dit niet van plan is. Deze laatste groep vind dat er al voldoende maatregelen zijn genomen afgelopen jaren, het te duur is of dat men in een huurwoning of appartement woont. Daarnaast willen inwoners graag weten wat voor plannen de gemeente heeft, uit vrees dat de plannen over enkele jaren worden aangepast. 69
Voorwaarden alternatieve warmtebron • Betaalbaarheid is genoemd als belangrijkste voorwaarde voor een alternatieve warmtebron, dit geldt voor acht op de tien inwoners (80%). Betrokkenheid • Een groot deel van de inwoners wil graag betrokken zijn bij plannen rondom de warmtetransitie. De helft doet dit graag via een online enquête (52%) of wil reageren wanneer er een concreet plan ligt (44%). • Om de woning aardgasvrij(klaar) te maken is vooral behoefte aan advies (60%) en laagdrempelige informatie (54%). Ook heeft een groot deel (46%) behoefte aan financiering in de vorm van een subsidie of lening.
Focusgroepen Doel
Bij de focusgroep stond een open dialoog centraal met het doel zorgen en belangen te inventariseren, kansen inzichtelijk te maken en op te halen hoe bewoners betrokken willen worden in het vervolg – zoals bij de buurtuitvoeringsplannen.
Doelgroep Voor de focusgroepen zijn bewoners uitgenodigd op basis van steekproeven in verschillende wijken in Hilversum. Op deze manier werden mensen verspreid over de stad met verschillende mate van betrokkenheid en verschillende kennisniveaus betrokken bij het traject, resulterend in vier groepen. Daarnaast zijn de Hilversummers uitgenodigd die in de enquête hebben aangegeven mee te willen denken over verduurzamen en aardgasvrij.
Programma Verdeeld over twee avonden werden via Zoom vier bijeenkomsten georganiseerd. Alle bijeenkomsten werden voorgezeten door een onafhankelijke voorzitter van Bureau Buhrs. Daarbij werd ook Mentimeter ingezet. Bij twee van de vier bijeenkomsten was wethouder Klimaat & Energie aanwezig voor een introductie en volgde een uitgebreid gesprek met en tussen de deelnemers. Bij de derde bijeenkomst werden de gesprekken gevoerd aan de hand van verschillende poll-vragen in Zoom. Bij de vierde groep was een landschapsarchitect aanwezig om meer te vertellen over wat verduurzamen betekent voor de stad. Daarna konden deelnemers vragen stellen en gingen zij met elkaar en de gemeente in gesprek.
Impressie resultaten Collectiviteit • Collectiviteit was een belangrijk onderwerp tijdens de bijeenkomsten. Deelnemers vroegen zich bijvoorbeeld af of ze er alleen voorstonden of dat ze de energietransitie ook samen met de buurt kunnen oppakken. Meerdere deelnemers willen samen met hun buren willen optrekken, voor bijvoorbeeld isoleren en het plaatsen van zonnepanelen. • Voor VVE’s is verduurzamen toch een lastige opgave. De mening binnen een VVE kan nog wel eens verschillen. Een deelnemer noemde als reactie daarop dat het goed zou zijn om de bewoners die niet willen verduurzamen te verplichten mee te doen. • Over het toepassen van dwang op bewoners die niet mee willen doen zijn de meningen verdeeld. Een deelnemer zegt dat dwang een logische stap is, omdat we nu eenmaal in een situatie zitten waarin verduurzaming en warmtetransitie
70
•
•
onvermijdelijk is. Een andere deelnemer ziet liever andere oplossingen, zoals het inzetten op een goede subsidieregeling of korting vanuit de gemeente en het profiteren van schaalvoordelen door het vormen van een collectief. Ook andere thema’s worden genoemd die in gezamenlijkheid opgepakt kunnen worden, zoals opslaan van energie of water, vergroenen of het delen van de auto worden genoemd. Er is een behoefte aan instrumenten en begeleiding voor bewoners om collectief – vanuit de samenleving - aan de slag te gaan met de warmtetransitie.
Informatievoorziening • Deelnemers zijn op zoek naar concrete informatie: Wat zijn de kosten? Wat levert het op? Hoe pak je het aan? Waar krijg je hulp? Hoe word je ontzorgd? Maar ook: Hoe neem je kleine stapjes? • Er is behoefte aan duidelijkheid over welke maatregelen eigenaren kunnen treffen ongeacht de bronkeuze, en welke maatregelen afhankelijk zijn van de warmtebron. • Een suggestie die werd gedaan was een routekaart te publiceren, waarin per stap en/of per bouwjaar wordt aangegeven wat mensen in Hilversum kunnen doen als het gaat om de warmtetransitie. Onafhankelijk advies wordt gewaardeerd. Zoals een energiecoach of het inhuren van een technisch expert. • Aan de informatie vanuit leveranciers hechten de deelnemers minder waarde, omdat deze volgens vooral gericht is op verkoop en daardoor niet altijd betrouwbaar. • Informatie moet volgens de deelnemers vaker en via meer kanalen verspreid worden en deze meer gericht zijn op bewustwording. Bewonersbijeenkomsten zouden hierbij
71
•
kunnen helpen, tevens voor het uitwisselen van kennis. Een deel van de deelnemers was van mening dat er meer ambitie moet komen vanuit bewoners en dat hen daarom meer regels en verplichtingen moeten worden opgelegd. Het aanwijzen van wijken zou hier eventueel bij kunnen helpen.
Alternatieve warmtebronnen • Er zijn weinig sterke voorkeuren of afkeuren geuit ten aanzien van alternatieve warmtebronnen. • Lokaal eigendom van collectieve warmtebronnen wordt over het algemeen positief beoordeeld. • Waar een oplossing om een gebiedsgerichte aanpak vraagt, zien de meeste bewoners dat als wenselijk. • Overig • De ambitie die de gemeente heeft gesteld met betrekking tot klimaatneutraal en aardgasvrij wordt door sommigen als te ambitieus gezien en anderen vinden dat het tempo omhoog mag. • Isolatie van monumentale woningen is een discussiepunt. Daar zijn veel beperkingen, bijvoorbeeld bij glasisolatie. • Het idee kwam naar voren beter in te spelen op verhuizingen. Bijvoorbeeld door een informatiepakket aan te bieden. Zo ontzorg je de bewoners en het is een vorm van ‘zachte dwang’ om de juiste maatregelen te treffen. • Betaalbaarheid is een veel genoemde voorwaarde, en daarmee ook een zorg, voor de transitie – al zijn er wel al bewoners die vooral de mogelijkheden daarvan zien.
Bijeenkomst ondernemers Doel
Met deze bijeenkomst wilde de gemeente inzichtelijk maken welke kansen en belemmeringen ondernemers zien en ervaren voor het verduurzamen van hun vastgoed binnen de gemeente Hilversum.
Doelgroep Ongeveer 25 ondernemers waren uitgenodigd via het netwerk van de Green Dealcoach Kantoren en via het netwerk van het team Economie van de gemeente Hilversum. Uiteindelijk waren 6 ondernemers bereid deel te nemen aan deze Zoombijeenkomst. Na een ronde nabellen waren er niet nog meer ondernemers bereid hier tijd in te investeren. Als reden gaven ze aan dat ze op dit moment andere prioriteiten hadden. Desondanks de kleine groep is er een goed gesprek gevoerd en is er een eerste beeld gevormd van de kansen, belemmeringen en de betrokkenheid rondom verduurzaming van hun vastgoed.
Programma Wederom stond de dialoog bij deze bijeenkomst centraal. Het gesprek werd gevoerd via Zoom. Aanwezig waren vanuit de gemeente de projectleider Transitievisie Warmte en een medewerker technisch vastgoedbeheer. De bijeenkomst werd voorgezeten door de Green Dealcoach Kantoren.
Impressie resultaat Tijdens het gesprek met de ondernemers deelden zij welke kansen en belemmeringen zij zien en ervaren voor het verduurzamen van hun vastgoed. Verder kwamen de verwachtingen en behoeften wat betreft isoleren en de overstap naar aardgasvrij
72
aan bod. Belangrijke aandachtspunten zijn de koppelkansen, zoals slimme energiesystemen die aansluiten bij de warmtevraag en – aanbod van een cluster, en flexibiliteit in de planvorming. Ook moet goed na worden gedacht over de rol van de gemeente, welke kan variëren van trekker tot facilitator. Tot slot vonden deelnemers het belangrijk dat er draagvlak komt en mensen worden geactiveerd. De gemeente moet volgens hen haar inwoners, bedrijven en andere stakeholders blijven betrekken om de transitie tot een succes te maken. Kansen, belemmeringen en oplossingen • Energie besparen werd allereerst gezien als een belangrijke stap om te verduurzamen. • Verbinden van de warmtetransitie en de bijbehorende isolatie en besparingsmaatregelen aan andere onderwerpen die leven binnen de samenleving van Hilversum • Impact maken door het isoleren, besparen en aardgasvrij-klaar maken te koppelen aan andere duurzaamheidsbeleidsdoelstellingen. • De terugverdientijd en de hoogte van de investeringen zijn belangrijk – deze kunnen zowel een kans als een belemmering vormen. • Het inzichtelijk maken van de kosten en baten en de juiste momenten om actie te ondernemen. Inwoners verleiden om stappen te zetten in het kader van isoleren en besparingsmaatregelen, dan wel het volledig aardgasvrijklaar maken. • Inzichtelijk maken waar mensen terecht kunnen voor informatie en ondersteuning.
• Er is moeite om elkaar te vinden vanwege een versplintering in aanpak en ieder voor zich mentaliteit.
73
•
•
•
De gemeente die een voortrekkers rol op haar moet nemen en daarbij het goede voorbeeld moet geven, maar dit op dit moment nog niet altijd volledig doet volgens sommige deelnemers. Panden die recent aangekocht zijn, zijn gemakkelijker te verduurzamen (omdat deze bijv. nog niet bewoond zijn en er verbouwingen moeten plaatsvinden), dan panden die al jaren in bezit zijn. Monumentale panden zijn moeilijker te verduurzamen vanwege de complexiteit en regelgeving.
Betrokkenheid De deelnemers gaven aan graag betrokken te blijven bij de vervolgstappen. Verder werd de gemeente aangespoord om in te zetten op een lokale aanpak (buurtniveau), een hoge mate van betrokkenheid en flexibiliteit bij de planvorming.
Bijeenkomst jongvolwassenen
van Hilversum en de kanalen van JongRES. Het bereiken van deze doelgroep was lastig, 5 jongvolwassen Hilversummers hebben meegedaan aan het gesprek. In het vervolg, bijvoorbeeld bij buurtuitvoeringsplannen, moet extra aandacht en tijd genomen worden om deze doelgroep te bereiken.
Programma Wethouder Klimaat & Energie opende de zoombijeenkomst gevolgd door een introductie van de voorzitter namens JongRES en de projectleider Transitievisie Warmte van de gemeente. Het gesprek met de jongeren werd gevoerd op basis van een aantal stellingen.
Impressie resultaat • •
Doel
Deelnemers deelden tijdens de digitale bijeenkomst ideeën en de drempels die ze ervaren in het kader van de warmtetransitie. Ze dachten mee met de gemeente over de verwachtingen en behoeften wat betreft de overstap naar aardgasvrij. Ook het vraagstuk hoe de doelgroep jongvolwassenen te betrekken in de transitie naar aardgasvrij stond centraal.
•
Doelgroep
•
De bijeenkomst was voor jongvolwassenen van 18 tot en met 35 jaar. De bijeenkomst. Deze werd georganiseerd in samenwerking met JongRES en werd via verschillende kanalen verspreid, waaronder Hilversum100, de social media kanalen
Het waarom van de energietransitie was voor de deelnemers duidelijk. Ze wilden een beter beeld van (tussentijdse) doelen van de gemeente. Ze wisten niet goed waar ze als bewoners aan toe zijn. Er leefden veel vragen onder de deelnemers. Zoals wie hun kan helpen bij het verduurzamen dan wel aardgasvrij klaar of aardgasvrij maken van de woning. En of deze partijen dan wel betrouwbaar zijn. Ook vroegen ze zich af of er voorbeelden zijn van het aardgasvrij maken voor hun type huis. Maar ook vragen over de technieken en de welstandsnota kwamen aan bod. De jongvolwassenen gaven aan het als een uitdaging te zien om buren, huurders van panden, expats, en andere Hilversummers te overtuigen om mee te doen met de warmtetransitie. Daarom is het belangrijk om te focussen op de voordelen die het verduurzamen van een huis met zich
74
•
meebrengen, zoals comfort en het terugverdienen van je investering. De deelnemers zagen een faciliterende rol weggelegd voor de gemeente.
Brede participatiebijeenkomst Doel
Na de focusgroepen werd een brede digitale bijeenkomst georganiseerd. Het doel van deze bijeenkomst was bewoners te informeren over de transitieopgave waar Hilversum voor staat. Daarnaast werden een aantal thema’s die in de focusgroepen naar voren kwamen getoetst en besproken.
Doelgroep
• •
Ook zien deelnemers graag meer voorbeelden en zouden zij graag van elkaar leren en ervaringen uitwisselen. Ieder type woning heeft een eigen aanpak nodig.
Deelsessie Verduurzamen oppakken met je buren • Deelnemers zien vooral belemmeringen in het aanpakken van verduurzaming van woningen binnen een VVE vanwege het verschil in bereidheid. Hoe verdeel je bijvoorbeeld de kosten? Ook daarbij gaven sommige deelnemers aan dat het handiger zou zijn als er meer regelgeving zou worden opgelegd vanuit het rijk. • Er is een sterke behoefte aan specifiekere informatie over de desbetreffende woningen of panden en waar de deelnemers deze informatie kunnen opdoen.
Bewoners van Hilversum.
Programma De bijeenkomst was digitaal via zoom. Ook werd Mentimeter gebruikt om bewoners vragen te stellen. Na een videoboodschap van wethouder Klimaat & Energie volgde een introductie door de programmamanager Energietransitie. Daarna werd in drie deelsessies gediscussieerd over drie verschillende onderwerpen binnen de transitievisie. In iedere deelsessie waren medewerkers van de gemeente aanwezig en een expert over het onderwerp.
Impressie resultaten • •
Deelsessie Winst voor je woning Deelnemers geven aan meer informatie aangereikt te willen krijgen over leningen en subsidies die er zijn en over hoe ze de verduurzaming van hun eigen huis het beste kunnen aanpakken.
Deelsessie Koppelen van andere opgave aan de energietransitie • Elektrisch rijden wordt als koppelkans en dat de infrastructuur hiervoor op orde gebracht moet worden. • De discussie over koppelkansen ging snel de andere kant op, maar zeker ook een interessante kant. • De energietransitie moet planmatig worden opgepakt. Dit komt omdat we nog niet veel weten over de langere termijn. • Onderzoeken moeten daarbij niet worden uitgesteld. Er moet gedurfd worden om bepaalde technieken te kiezen. • Een aantal deelnemers geeft aan dat deze transitie voor sommige bewoners te ingewikkelde materie is. Een oplossing zou daarom kunnen zijn om de bal niet bij bewoners of een initiatief te leggen, maar bij de gemeente. Wel zou je daarbij op wijkniveau een bepaalde keuze voor kunnen leggen, om te peilen hoe mensen erin staan. • Veel mensen zijn nu vooral aan het wachten, omdat ze bang
75
• •
5
zijn nu een verkeerde keuze te maken en daardoor later meer te moeten betalen. Voorlopers zouden een financieel voordeel moeten krijgen. Tot slot werd gezegd dat het zou schelen als geregeld wordt dat er één zelfde prijs is voor iedereen, ook als er meerdere aanbieders zijn.
Tot slot
Ruim 1300 Hilversummers hebben de enquête ingevuld. Rond de 100 mensen namen deel aan de bijeenkomsten. De resultaten geven voor het opstellen van de Transitievisie Warmte een goed eerste beeld van de belangen, zorgen, kansen en overwegingen van bewoners. In deze fase van de visie was niet het streven om zoveel mogelijk mensen te spreken. Gezien de participatiedoelen wilde de gemeente een gesprek met een vertegenwoordiging van mensen uit verschillende buurten en met verschillende achtergronden. Met de inzet van focusgroepen is dat gelukt. Uit het aantal aanmeldingen voor de bijeenkomsten, de reacties van ondernemers en de reacties van aanwezige bewoners kan geconcludeerd worden dat de urgentie om mee te denken over dit onderwerp mist bij bewoners en ondernemers. Het leeft vooralsnog niet. In de volgende fase richting uitvoering (bij het opstellen van buurtuitvoeringsplannen) is betrokkenheid van bewoners essentieel. Het gaat over hun woning en hun woonomgeving. Er wordt dan intensief ingezet op participatie.
76
Bijlage IV – Afwegingskader energie-initiatieven gemeente Hilversum
77
Aanleiding
Wat is een energie-initiatief?
De energietransitie is een enorme uitdaging. Niet alleen voor de gemeente, maar voor iedereen: alle inwoners en ondernemers hebben ermee te maken, thuis en op het werk. Huizen en andere gebouwen moeten geïsoleerd worden, er moet een alternatief komen voor aardgas, we gaan elektrisch rijden en onze eigen elektriciteit opwekken. De gemeente heeft een belangrijke taak om als regisseur al deze veranderingen in goede banen te leiden en er voor te zorgen dat iedereen mee kan komen in dit proces. Maar het meeste werk moeten we met z’n allen doen: burgers, bedrijven en instellingen. Soms zelfstandig, vaak ook in samenwerking met elkaar. Daar ontstaan allerlei initiatieven voor van burgers en bedrijven. De gemeente wil veel van die initiatieven ondersteunen, zo lang ze bijdragen aan het gezamenlijke doel van de energietransitie. Om te kunnen bepalen welk initiatief ondersteund moet of kan worden, op welke manier en in welke mate, is een afwegingskader nodig. De Rekenkamer van de raad heeft dat ook aanbevolen op basis van onderzoek en het college van B&W heeft die aanbeveling overgenomen. Een afwegingskader biedt duidelijkheid aan initiatiefnemers om een beeld te krijgen van wat van hen wordt verwacht en wat ze van de gemeente kunnen verwachten. Daarbij is het een houvast voor iedereen binnen de gemeentelijke organisatie die met dergelijke initiatieven te maken heeft.
Een initiatief is meer dan een goed idee. Het is een samenwerking om een doel te bereiken dat voor meer mensen of bedrijven interessant is. Een energie-initiatief beoogd een bijdrage te leveren aan de transitie naar duurzame energie: het gaat over besparing op gebruik van energie, opwekking van duurzame energie en/of het gebruik daarvan en/of het mogelijk maken of bevorderen daarvan. Energie-initiatieven kunnen sterk onderling verschillen in aanpak, persoonlijke invulling, fasering, grootte, inhoud etc. We gaan er echter van uit dat elk initiatief om –uiteindelijk- te kunnen slagen, aan drie aspecten inhoud geeft, in te delen volgens de trits hoofd, hart en handen. • Hoofd: het zakelijke; de rationele onderbouwing: is het doordacht?; we zien graag een helder plan, inclusief een beeld van de benodigde financiën en mogelijke risico’s. • Hart: het waarom van dit project; de motivatie om er warm voor te lopen en ook anderen er in mee te krijgen; wat is het draagvlak en de maatschappelijke meerwaarde? • Handen: de uitvoeringkracht in de praktijk; kan de initiatiefnemer het waarmaken?; is er voldoende expertise en capaciteit bij de initiatiefnemer?; Wat is de eventuele benodigde rol van de gemeente in het vervolg van dit initiatief? We toetsen of een initiatief in voldoende mate doordacht (hoofd), gewild (hart), en uitvoerbaar (handen) is.
78
Energie-initiatief aanmelden Het proces om tot een energie-initiatief te komen doorloopt diverse stadia. De gemeente onderscheidt een verschil in ondersteuning bij deze stadia. De belangrijkste stadia die de gemeente ziet zijn: 1. Ideevorming: er is een initiatiefnemer of groepje van initiatiefnemers die een idee hebben voor een alternatieve energieoplossing in Hilversum in het kader van de energietransitie. Bij dit idee is men nog zoekende over de scope, mogelijkheden, haalbaarheid, inpassing, andere stakeholders, etc. Het idee is nog niet zover dat het tot een concreet project is samen te vatten. 2. Energie-initiatief: van idee komen initiatiefnemers tot een concreet projectvoorstel, waarin de volgende zaken op hoofdlijnen zijn uitgewerkt: a. Doel; b. Resultaat; c. Aanpak; d. Organisatie en betrokkenen en rolverdeling; e. Draagvlak; f. Begroting; g. Looptijd; h. Vraag aan de gemeente.