Transitievisie Warmte Gemeente Hilversum 2021
Tekst van het document
4.1
Opbrengst in hoofdlijnen
Het participatietraject geeft inzicht in de thema’s binnen de warmtetransitie die de Hilversumse samenleving belangrijk
26
vindt. Zo ontstaat er een eerste beeld over wat er leeft op dit onderwerp en wat nog verdere verdieping en aandacht behoeft.
Duidelijkheidalternatievewarmtebronnen Er is veel behoefte aan duidelijkheid over de alternatieve warmtebronnen en de keuzes die de gemeente daarin gaat maken. Voordat bewoners aan de slag gaan met verduurzamen, willen ze graag weten welke techniek voor hun woning geschikt is of gekozen gaat worden. Als daar meer duidelijkheid over komt, kunnen bewoners isolatiemaatregelen nemen op het juiste, kosteneffectieve niveau. Anderzijds constateren we ook dat er bewoners zijn die liever niet zien dat de gemeente nu al keuzes maakt. Zij hebben liever dat er eerst meer zekerheden zijn, zodat ze de juiste keuzes kunnen maken en geen verkeerde investering doen. Over de alternatieve warmtebronnen zelf en de bijbehorende maatregelen voor de woonomgeving zien we nog veel vragen en terughoudendheid.
Rollen en verantwoordelijkheden Er zijn verschillen op te merken tussen de gewenste rol die bewoners zien weggelegd voor de gemeente en voor zichzelf. Sommige bewoners vinden dat de gemeente volledig de leiding moet nemen in de warmtetransitie en dat de gemeente – of een andere deskundige partij – de bewoners volledig moet ontzorgen. Een kleine groep vindt zelfs dat de transitie naar aardgasvrij onder dwang een goede aanpak is. Zij vinden dat verduurzaming en de warmtetransitie onvermijdelijk zijn en dat regels en verplichtingen de transitie kunnen versnellen. Anderen zien liever dat de gemeente faciliteert en een voortrekkersrol op zich neemt, maar wel de bal bij de bewoners legt. Volgens deze groep zou de continuïteit van het proces van de warmtetransitie
in de buurt te weinig gewaarborgd zijn als de bewoners alles alleen moeten doen. Ook vinden zij het niet meer dan logisch dat de gemeente bij een transitie als deze hulp biedt. Bewoners die wel mee willen doen, maar nog niet weten hoe of weinig tijd hebben, kunnen zo makkelijker mee komen. Er is ook nog een groep bewoners die het prettig zou vinden als de gemeente in eerste instantie het voorwerk doet, maar dat bewoners in een verder stadium wel kunnen meedenken en -praten. Uiteraard is er ook een kleine groep die wil dat de gemeente niks doet, omdat ze simpelweg (nog) niet van het gas af willen.
Samen aan de slag Samen, of collectief, aan de slag gaan met buren was een belangrijk onderwerp. Bewoners vroegen zich af of ze er alleen voor stonden in de energietransitie, of dat ze de opgave samen met de buurt kunnen oppakken. Vooral als het gaat om isoleren en het plaatsen van zonnepanelen wordt aangegeven dat bewoners daarin graag met hun buren optrekken. De meest genoemde redenen daarvoor zijn kennisdeling en het profiteren van schaalvoordelen door het vormen van een collectief. Als het gaat om een collectief warmte-alternatief zijn de meningen verdeeld. Velen stellen vragen bij een collectieve warmtevoorziening als het gaat om de continuïteit in de verwarming van hun woning en water. Daarnaast zijn niet alle bewoners voorstander van het uitoefenen van dwang in de planning en keuze voor een warmte-alternatief. Zij willen hier graag zelf grip op hebben en zelf bepalen wanneer welke stappen gezet worden. Daarnaast geven bewoners aan dat de staat van de woningen te verschillend is. Hierdoor is het volgens hen niet mogelijk om een eenduidige aanpak te ontwikkelen, terwijl zij hier wel de
27
voorkeur aan geven. Tegelijkertijd is er ook een groep bewoners die liever niet gezamenlijk met de buren aan de slag gaat.
Betaalbaarheid Het is op te merken dat veel bewoners zich zorgen maken over de kosten van de warmtetransitie. De offertes zijn vaak nog onbetaalbaar. Ze noemen verder meermaals de hoge installatieen aansluitkosten, de maandlasten die (liever) niet mogen stijgen, een onrendabele top en het thema energiearmoede. Hierdoor vragen bewoners zich af wat het juiste moment is om te verduurzamen en de overstap naar een andere warmtevoorziening te maken. Daar komt de onzekerheid van de gasprijzen bij: wordt de energierekening onbetaalbaar als bewoners niet tijdig overstappen? Die onzekerheden dragen er aan bij dat het draagvlak voor de overstap naar een andere warmtebron nog niet groot is.
Draagvlak warmtetransitie Als het gaat over aardgasvrij wonen, is er een grote verdeeldheid onder bewoners. Veel bewoners vinden de transitie belangrijk. Meer dan de helft (53%) is dan ook al bezig met isoleren van de woning. Bewoners die hier nog niet mee zijn begonnen, geven aan binnen enkele jaren besparingsmaatregelen te willen nemen. Eén op de vijf bewoners verwacht hun woning niet aardgasvrij(klaar) te maken. De motieven hiervoor lopen uiteen. Sommige bewoners vinden het vanwege hun leeftijd niet lonen om in de woning te investeren. Ook de leeftijd van de woning speelt een rol: voor woningen met een ouder bouwjaar – en vooral monumenten – vormt de verduurzaming een behoorlijke uitdaging. Daarnaast zijn het meekrijgen van de VvE, de betaalbaarheid van de verduurzaming, de welstandseisen,
de geluidsoverlast van de warmtebron en de daadwerkelijke duurzaamheid van de alternatieve warmtebronnen factoren die mensen als drempel zien voor de overstap naar aardgasvrij. Er zijn ook bewoners die vinden dat Nederland – en ook Hilversum – te veel vooroploopt in de transitie. Vooral omdat sommige landen nu juist een overstap naar aardgas maken. Ook zorgen de vele vragen die leven rondom dit thema – en met name de onzekerheden die er nog zijn – er voor dat bewoners het te vroeg vinden om nu al een keuze te maken of een stap te zetten. Tegelijkertijd wordt o ok veel b enoemd dat het tempo van de gemeente op dit moment niet hoog genoeg is. Bewoners zouden graag zien dat er meer gebeurt. Ze willen dat de gemeente haar voorbeeldfunctie neemt en vragen zich af waarom nog niet elk gemeentelijk gebouw zonnepanelen heeft.
Informatievoorziening en communicatie Ondanks dat veel bewoners – in verschillende mate – bekend zijn met het thema aardgasvrij, heerst er nog veel onduidelijkheid. Ze weten niet waar zij terecht kunnen voor informatie en vragen. Ze vragen zich af wat de ambitie van de gemeente is en welke eventuele stimuleringsmaatregelingen er zijn. Er is dan ook behoefte aan complete, concretere informatie vanuit betrouwbare partijen. Bewoners hebben nog veel vragen. Wat zijn de kosten? Wat levert het op? Hoe pak ik het (stapsgewijs) aan? Waar kan ik terecht voor informatie en advies? Welke partijen kunnen de uitvoering doen? Bewoners willen weten of ze dit op individueel of collectief niveau moeten aanpakken en wat de mogelijkheden in beide gevallen zijn. Deelnemers die graag hun ervaringen willen delen of hun woning als voorbeeld beschikbaar willen stellen, weten veelal niet waar zij hiervoor terecht kunnen.
28
Gedurende het participatietraject is veel informatie opgehaald. De belangrijkste een meest voorkomende thema’s zijn hierboven benoemd. Er zijn nog veel meer kansen, zorgen, ervaring en ook oplossingen benoemd. Deze zijn te lezen in het participatierapport (bijlage III).
4.2
Conclusies
De data-analyse van Hilversum heeft inzicht gegeven in de technische opgave van de warmtetransitie. Het participatietraject had als doel om in beeld te krijgen wat die opgave concreet betekent en hoe de warmtetransitie kan worden gerealiseerd. Met deze verdiepingsslag zijn de uitgangspunten – zoals vastgesteld door de gemeenteraad in januari jl. – getoetst op draagvlak en volledigheid. Na analyse van de opgehaalde informatie concluderen we dat de uitgangspunten geen aanpassing behoeven, maar kunnen we wel enkele aandachtspunten benoemen. Die lichten we hieronder toe.
Uitgangspunten Op hoofdlijnen kunnen we constateren dat de uitgangspunten aansluiten bij de opgehaalde inbreng vanuit het participatietraject. De ambitie die de gemeente heeft gesteld met betrekking tot klimaatneutraal en aardgasvrij, wordt door sommigen als te ambitieus gezien. Anderen vinden juist dat het tempo omhoog mag. Er zijn weinig sterke voorkeuren of afkeuren geuit ten aanzien van alternatieve warmtebronnen. Lokaal eigendom van collectieve warmtebronnen wordt over het algemeen positief beoordeeld. Daarbij zijn enkele bewoners van mening dat dit centraal georganiseerd en beheerd mag worden, vergelijkbaar met hoe het in de huidige situatie geregeld is. Waar een oplossing om een gebiedsgerichte aanpak vraagt, zien de meeste
bewoners dat als wenselijk. Buurtbetrokkenheid bij planvorming voor dat gebied wordt als belangrijk beschouwd, al wordt er verschillend gedacht over de invulling daarvan. Betaalbaarheid is een veel genoemde voorwaarde, en daarmee ook een zorg, voor de transitie. Al zijn er wel bewoners die vooral de mogelijkheden daarvan zien. De noodzaak van breed draagvlak ten opzichte van een uitvoeringsplan wordt beaamd. Er zijn ook signalen van bewoners die denken dat dwang wenselijk en soms noodzakelijk is om eigenaren in beweging te brengen. Onafhankelijke informatie en ondersteuning is waarschijnlijk de meest benoemde voorwaarde en behoefte die bewoners hebben. Ze zijn op zoek naar concrete informatie over de kosten, de voordelen en de aanpak van de verduurzaming, maar ook de hulp en ontzorging die ze kunnen krijgen. Daar is grote vraag naar. Het aanbod is er grotendeels ook al, maar de weg daar naar toe wordt nog niet goed gevonden. Daarnaast willen bewoners duidelijkheid over de alternatieve warmtebron. Alhoewel vrijwel de meeste bewoners vinden dat het belang van energiebesparing voor zich spreekt, wordt redelijk vaak aangegeven dat bewoners wachten met het treffen van energiebesparende maatregelen totdat zij – vanuit de gemeente – duidelijkheid krijgen over de alternatieve warmtebron voor hun woning.
Voor alle alternatieve warmtebonnen is wel bekend dat energie besparen en isoleren een voorwaarde is. Zoals eerder aangegeven, in hoofdstuk 3, is de keuze voor een alternatieve-warmtebron niet overduidelijk. De gemeente maakt daarom ook geen keuze voor de alternatieve warmtebronnen voor specifieke buurten. Daarom vergt het vanuit de informatievoorziening verduidelijking welke maatregelen eigenaren ongeacht de bronkeuze kunnen treffen en welke maatregelen wél afhankelijk zijn van de warmtebron.
29
Tevens zijn er opmerkingen over het initiatief vanuit bewoners. Er zijn veel positieve reacties op het collectief oppakken van de warmtetransitie vanuit de samenleving. Maar er worden wel vragen gesteld over de manier waarop bewoners dit gezamenlijk kunnen organiseren. Er is behoefte aan instrumenten en begeleiding voor bewoners om dit goed te kunnen doen. Deze zaken verdienen de aandacht bij het uitwerken van de uitvoeringslijnen.
Kanteling We wijken af van de gebiedsgerichte aanpak geregisseerd vanuit de gemeente en zetten in op de individuele benadering. In principe zal de gemeente sturen op individuele oplossingen en nog niet overgaan op het opstellen van buurtuitvoeringsplannen. Tenzij overduidelijk is dat een collectieve oplossing voor een buurt noodzakelijk is of er een initiatief daartoe vanuit de buurt zich aandient. De participatie onderschrijft de keuze om nog geen alternatieven aan te wijzen aan de hand van de huidige technische analyse. Daarmee lijkt de kanteling in de aanpak te worden bevestigd door de geluiden uit de samenleving. De gemeente maakt daarom expliciet de keuze om geen buurten aan te wijzen en geen uitspraak te doen over alternatieve warmtebronnen. De keuze om aan de slag te gaan en de manier waarop, ligt volledig bij de woning- en gebouweigenaar. Zij zullen in staat gesteld worden om zo goed mogelijk tot een individuele keuze te komen. De Hilversumse samenleving hoeft dus niet stil te zitten, maar kan, op individueel niveau, aan de slag met de warmtetransitie.
30
5
Wat gaat Hilversum doen?
Hilversum kiest voor haar warmtetransitie een individuele benadering. Daarmee maken we geen Transitievisie Warmte zoals bedoeld in het Klimaatakkoord, met tijdlijn en aangewezen buurten en warmte-alternatieven. Er dienen zich, op basis van de huidige beschikbare kennis, geen eenduidige collectieve warmte-alternatieven aan per buurt. Een buurtuitvoeringsplan sluit niet aan op deze individuele benadering. De kanteling van gebiedsgericht vanuit de overheid naar ondersteuning op individueel niveau lijkt te worden bevestigd door de geluiden vanuit de samenleving. Daarom kiezen we voor die koers. We gaan werken aan de randvoorwaarden om de woning- en gebouweigenaren in staat te stellen om individueel tot een eigen keuze voor een oplossing te komen. Dit doen wij aan de hand van een aantal uitvoeringslijnen.
5.1
Uitvoeringslijnen
Aan de hand van de ingezette kanteling en de verdiepingsslag komen we tot gerichte acties, die aansluiten op de gemeentelijke rol (zie paragraaf 2.3). Die worden hier benoemd en werken we na vaststelling van de visie uit. De prioriteit ligt op energie besparen en isoleren. Dat is voor elk warmte-alternatief van belang. Om bewoners daarin goed te ondersteunen, pakt de gemeente, samen met betrokken partijen, de volgende zaken op:
1
Informatievoorziening
Er is veel informatie op het gebied van de verduurzaming van
31
de woning. In onze regio zijn veel partijen die betrouwbare en onafhankelijke informatie, advies, begeleiding en uitvoering kunnen bieden aan bewoners. Toch blijkt dit niet altijd even goed vindbaar voor bewoners. De gemeente vindt het belangrijk dat dit wordt verbeterd en zal zich daar voor inzetten. Dat gebeurt door het verstevigen van het Energiedienstenbedrijf, bij het optimaliseren van de uitvoeringsketen, en het Energieloket, als centrale ingang voor ondersteuning van bewoners die willen verduurzamen.
2
Routekaarten woning typologieën
Gezien er in Hilversum veel buurten zijn waar de woningen hetzelfde bouwjaar hebben, wordt de verduurzamingsopgave makkelijker gemaakt als er routekaarten zijn voor de meest voorkomende woningtypologie in Hilversum. We gaan met het Energiedienstenbedrijf, in samenwerking met de energiecoöperaties en het Energieloket, deze routekaarten ontwikkelen. Dit gebeurt op basis van wat er door de samenwerkende partijen in de praktijk ten uitvoering gebracht kan worden. Een indicatie van kosten wordt daarbij meegenomen. Op basis van deze routekaarten worden woningeigenaren in staat gesteld zelf een keuze te maken die het best bij hun individuele situatie past.
3
All-inpakketten
Jaren ‘30 woningen, woonhofjes uit de jaren 70, nieuwbouw uit de jaren 90, per type woning zijn er vele verschillende producten voor verduurzaming op de markt. Vaak weten huiseigenaren niet welke oplossing of maatregelen het beste bij hun situatie past. Samen met het Energiedienstenbedrijf en de Hilversumse energiecoöperaties gaat de gemeente Hilversum, in aanvulling
op de routekaarten, daarom all-in pakketten ontwikkelen voor bepaalde type woningen. Dit all-in pakket per type woning geeft een aanpak met een aanbod en inzicht in kosten voor de verduurzaming van de woning. De eerste pilot met zo een all-in pakket begint dit najaar in het Acaciapark, bouwjaar ‘95. Het Energiedienstenbedrijf en energiecoöperatie HilverZon gaan voor deze buurt een eerste all-in pakket met o.a. een aanbod voor een warmtepomp ontwikkelen, met een prijsindicatie erbij. Bewoners worden hier binnenkort over geïnformeerd.
4
Ondersteuning initiatieven
Indien bewoners gezamenlijk aan de slag willen gaan met de verduurzaming van de buurt, is het belangrijk dat er instrumenten en arrangementen zijn die hen houvast bieden. het is voor bewoners en bewonersinitiatieven van belang dat zij informatie en begeleiding krijgen bij het opstarten van een plan, initiatief of ambassadeursrol. Bewoners die enthousiast zijn om een bijdrage te leveren aan de energietransitie in Hilversum moeten daarin goed ondersteund en gefaciliteerd worden. Hier ligt een belangrijke rol voor de gemeente, de energiecoöperaties, het Energieloket en het Energiedienstenbedrijf. Voor een deel komen technische onderzoeksvragen, juridischfinanciële vraagstukken en organisatorische vraagstukken ook aan bod in de proeftuin de Hilversumse Meent. De ervaringen die we daar, en in het landelijk PAW-netwerk, op doen, nemen we mee voor de rest van Hilversum. We staan open voor actuele vragen die zich buiten de proeftuin in Hilversum aandienen, bijvoorbeeld een onderzoek over de wijze waarop een initiatief georganiseerd
32
moet worden of een haalbaarheidstoets van dit initiatief. Per situatie bepalen we aan de hand van het Afwegingskader Energie-initiatieven (bijlage IV) onze gemeentelijke rol en mate van ondersteuning.
5
Aandacht voor monumenten
Hilversum heeft meer monumenten dan het landelijke gemiddelde. Dat betekent dat er voor die doelgroep een grote opgave ligt. De gemeente heeft het Energiedienstenbedrijf al gevraagd hier een all-in pakket voor te ontwikkelen. Vraag en aanbod moet sneller op gang gebracht worden. Ook vraagt de gemeente bij het opstellen van de nieuwe welstandsnota aandacht voor de verduurzaming van monumenten. Op die manier gaat de gemeente drempels wegnemen die eigenaren in de weg staan om met de energietransitie mee te komen.
6
Voortzetten huidige instrumenten
Hierbij onderscheiden we instrumenten gericht op bewoners en op partners: • We zetten de inzet van de Duurzaamheidslening voort. Op die manier kunnen we inwoners tegen een gunstige rente een lening aanbieden om energiebesparende maatregelen voor de woning te financieren. • Daarnaast zetten we de samenwerking met de energiecoöperaties voort. Zo kunnen de energiecoaches worden ingezet voor advies aan bewoners. Ook is het mogelijk om schaalvoordeel te behalen door middel van collectieve inkoopacties, en kunnen postcoderoosprojecten worden gecoördineerd. • Met de woningcorporaties maken we prestatieafspraken, met daarin ook afspraken in het kader van de energietransitie.
7
Monitoren en evalueren
Er is rondom dit dossier nog veel in beweging, ook als het gaat om wet- en regelgeving en financiering vanuit het Rijk. De huidige insteek van de warmtetransitie in Hilversum zal ook door deze ontwikkelingen in de toekomst vragen om actualisatie. We benutten daar de vijfjaarlijkse cyclus voor. In de toekomst zou dat kunnen betekenen dat we onze visie en aanpak, op onderdelen, herzien. De aanpak zal voortdurend in relatie tot de opgave worden gemonitord en aangescherpt. Dat biedt de gelegenheid om tussentijds bij te sturen en aanpassingen door te voeren aan de hand van ontwikkelingen, kansen en voortschrijdend inzicht. Dat zal terug te zien zijn in de jaarplannen en monitoring van het programma Energietransitie. De komende periode gaan we aan de slag met het uitwerken en in de praktijk brengen van deze zeven uitvoeringslijnen. In het kader van deze uitvoeringslijnen maken we afspraken met het Energiedienstenbedrijf, de energiecoöperaties, het Energieloket en andere stakeholders. In het voorjaar van 2022 willen we een eerste terugkoppeling geven van de voortgang. Daarbij zullen we ook aangeven hoe we de vorderingen in de toekomst zullen rapporteren. Naar verwachting zal dan ook duidelijk zijn welk budget de gemeente Hilversum de komende jaren van het Rijk kan verwachten voor deze opgave.
Over de uitvoeringsbudgetten voor gemeenten, provincies en waterschappen is in het Klimaatakkoord afgesproken dat de omvang hiervan nader bepaald zou worden (‘artikel 2-onderzoek’). Uit dit onderzoek door de Raad voor het Openbaar Bestuur is inmiddels gebleken dat de inzet van de Nederlandse gemeenten voor uitvoering van
33
het Klimaatakkoord moet verdubbelen om de afgesproken doelen te behalen (landelijk jaarlijks zo’n € 600 miljoen). De vaststelling van dit bedrag was een afspraak uit het Klimaatakkoord en de volgende stap is het daadwerkelijk beschikbaar komen van uitvoeringsbudget vanuit het Rijk. Hiervoor lijkt de lopende kabinetsformatie afgewacht te moeten worden. Voordeel van de geschetste aanpak is dat onderdelen ervan relatief eenvoudig opgeschaald kunnen worden indien de middelen hiervoor beschikbaar zijn. De belangrijkste factor lijkt de komende jaren dan ook de snelheid te zijn waarmee de markt in staat is om kosteneffectieve, gestandaardiseerde aanpakken (“all-in pakketten”) voor de meest voorkomende Hilversumse woningtypen te ontwikkelen (product-markt combinaties).
5.2
Proefuin de Hilversumse Meent
Sinds 2017 heeft de Hilversumse Meent het aardgasvrij maken van de wijk op de wijkagenda staan. In dat jaar is het project opgepakt onder de naam Meent Aardgasvrij. Directe aanleiding destijds was het besef dat ook de Hilversumse Meent op termijn moet overgaan op een andere warmtevoorziening en het feit dat het gasnet in de Meent aan vervanging toe is. De destijds actieve bewonersgroep Meentkracht en de wijkvereniging Stichting Hilversumse Meent zagen een kans om het gesprek hierover in de wijk en met de gemeente aan te gaan en concrete stappen te zetten. Sindsdien zijn er diverse verkenningen uitgevoerd naar de mogelijkheden en alternatieven en zijn er ook bewonersbijeenkomsten aan gewijd. Uiteindelijk heeft dit in 2020 geleid tot een aanvraag voor de rijkssubsidie Proeftuinen Aardgasvrije Wijken. In oktober 2020 is deze rijkssubsidie met een looptijd van 2021 tot en met 2028 toegekend.
5.2.1 Oorsprong van het initiatief De Hilversumse Meent is een typische jaren ’70 groene ‘bloemkoolwijk’. Er staan ruim 1800 woningen. De 4100 Meentbewoners zijn zeer betrokken bij hun wijk. Veel mensen wonen er al vanaf het begin. Er is een beperkt aantal verhuisbewegingen. Dit betekent ook dat er veel ouderen wonen: een derde is 65 jaar of ouder. De betrokkenheid van de bewoners is terug te zien in de actieve wijkstichting (www. hilversumsemeent.nl), die al 40 jaar bestaat. De Stichting exploiteert het wijkcentrum Kruisdam waar ze tal van activiteiten organiseren. Ook zet de Stichting zich in op thema’s als zorg en welzijn, groen en infrastructuur. In 2014 ontstond het eerste bewonersinitiatief in de wijk op het thema energie besparen. Dat werd met veel enthousiasme ontvangen. Vanuit de bewonersgroep Meentkracht volgden de jaren erna verschillende duurzaamheidsacties. De Stichting Hilversumse Meent zette aardgasvrij in 2017 op de wijkagenda. In diezelfde periode gaf de gemeenteraad – vooruitlopend op de wetgeving – opdracht om alvast een pilot aardgasvrij te starten. Met aardgasvrij op de wijkagenda van de Meent was het een logische stap om de pilot in die buurt op te pakken.
Er werd een werkgroep opgericht waarin de wijkstichting, woningcorporaties De Alliantie en Het Gooi en Omstreken, netbeheerder Liander en de gemeente zijn gaan samenwerken met het doel te verkennen wat nodig is om de wijk aardgasvrij te maken. Onder begeleiding van Smart Energy Cities en met input van bewoners zijn er in 2018 een wijkaanpak en een werkplan (20182020) gemaakt. De werkgroep heeft verschillende onderzoeken gedaan en activiteiten in de wijk georganiseerd. Daarmee werd
34
een solide basis gelegd voor de aanvraag voor het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW). Het Rijksprogramma biedt mogelijkheden om de volgende stap in de wijkaanpak te zetten en van onderzoek naar uitvoering over te gaan. Het gebied waarvoor de PAW-aanvraag is gedaan, betreft het noordelijk deel van de wijk. Hier staan 624 woningen, bestaande uit eengezinswoningen in een rijtje, twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande huizen. Het betreffen zowel huur- als koopwoningen. De huurwoningen zijn grotendeels eigendom van woningcorporaties Het Gooi en Omstreken en De Alliantie.
in de grond waarmee warmte uit de bodem wordt gehaald) gecombineerd met individuele warmtepompen. Deze aanpak is opgenomen in de aanvraag voor het Programma Aardgasvrije Wijken. In 2021 heeft een verdiepingsslag plaatsgevonden op de warmteoplossing. Hierbij was een denktank van bewoners betrokken. Op basis van dit onderzoek is voor de betrokken stakeholders van de PAW Noordelijke Meent bevestigd dat deze optie zich op korte termijn leent voor de uitrol in een pilot. Daarbij is vanuit de inwoners tevens de wens geuit om ruimte te houden voor toekomstige ontwikkelingen en in dat licht nu geen onomkeerbare stappen te nemen, zoals het verwijderen van het huidige gasnet.
5.2.2 De PAW-aanpak Op verzoek van bewoners van de Hilversumse Meent hebben de Stichting Hilversumse Meent, de woningcorporaties de Alliantie en Het Gooi en Omstreken, netbeheerder Alliander en de gemeente Hilversum in het voorjaar van 2020 een gezamenlijke aanvraag bij het PAW ingediend. De voorbereiding van de aanvraag en het opstellen van een plan is in nauwe samenwerking met alle stakeholders voorbereid. De gemeente Hilversum heeft hierin het voortouw genomen. Deze aanvraag is door het Rijk gehonoreerd. Daarmee krijgt de aanpak in de Hilversumse Meent een nadere focus op het noordelijke gedeelte als pilot voor de gehele wijk. Concreet betekent dit dat in de periode 2021-2028 de woningen in het noordelijke deel overgaan op een alternatieve warmtevoorziening (zoals beschreven in de aanvraag) voor aardgas. De voorgestelde warmteoptie in de PAW-aanvraag is gebaseerd op een eerste verkenning in 2018 en 2019 om de warmteopties per wijk in kaart te brengen. Destijds bleek dat een blok-voor-blok-aanpak met een laagtemperatuur bronnet voor de hand ligt. Dit is een gedeelde bodemlus (u-vormige buis
Betrokkenheid van bewoners staat centraal in de aanpak voor de PAW in de Meent. Het isoleren en aardgasvrij maken gaat over bewoners, over hun woningen en hun woonomgeving. Hun zorgen en ideeën staan daarom centraal. Als onderdeel van de PAW-aanvraag is ook opgenomen dat specifiek voor de Noordelijke Meent wordt toegewerkt naar een door bewoners en betrokken stakeholders gedragen plan van uitvoering - het buurtenergieplan - voor het realiseren van de projectdoelen. Dit plan is volgens planning in 2022 gereed. Het tempo waarin de transitie in de noordelijke Meent wordt gerealiseerd, wordt voor een groot deel bepaald door de mate van betrokkenheid van bewoners, aangezien het om hun woningen en warmtevoorziening gaat (zie ook paragraaf 5.2.3). Het is daarom nadrukkelijk een plan met draagvlak onder de betrokken bewoners. Hierin staan de afspraken die bewoners en partners in het proces met elkaar maken en of hebben gemaakt, bijvoorbeeld over de randvoorwaarden, de aanpak en begeleiding van bewoners, het inzicht in de oplossingen, de kosten en de planning.
35
Parallel aan het maken van het buurtenergieplan worden en zijn enkele pilots gestart. In deze pilots participeren bewoners en woningcorporaties die hun woning of een deel van hun woningen nu al klaar willen maken voor de toekomst en van het aardgas af willen met de warmteoptie uit de PAW-aanvraag. In nauwe samenwerking met onder andere het Energiedienstenbedrijf Gooi en Vechtstreek (EDB) en het Duurzaam Bouwloket (het huidige energieloket) worden deze pilots uitgevoerd. De resultaten en ervaringen uit deze pilots zijn relevant voor de Meent, maar ook voor Hilversum als geheel en worden meegenomen in het buurtenergieplan. Als het buurtplan is vastgesteld, start de uitvoering. Dit begint bij de bewoners die de stap naar aardgasvrij graag willen zetten. Bijvoorbeeld omdat er voor hen een logisch moment is (zoals een verbouwing) of omdat men het samen met de buren kan oppakken. We kijken hoe we ervaringen kunnen benutten om ook andere bewoners aan te laten haken. In de uitvoering staat het ontzorgen van bewoners centraal. Dus hoe kan het voor hen zo overzichtelijk en makkelijk mogelijk worden gemaakt? En hoe kan er een aanbieding vanuit de markt komen die aansluit op de behoeften en wensen van inwoners naar een alternatieve warmtevoorziening? Daartoe worden samen met marktpartijen (onder initiatief en begeleiding van het EDB) en bewoners arrangementen ontwikkeld.
Een arrangement geeft per type woning de verschillende mogelijkheden weer om woningen aardgasvrij te maken. Het gaat bijvoorbeeld over een concreet aanbod van een haalbare (technische) oplossing die past bij het type woning, over de financieringsoplossingen, een juridisch kader en de bouworganisatie. Een particuliere woningbezitter en de betrokken woningcorporaties kunnen zo de oplossing
kiezen die het beste bij hun (persoonlijke) situatie past. Daarbij is de PAW-subsidie beschikbaar voor het financieren van de onrendabele top.
5.2.3 Leren en ervaringen delen De bewoners van de noordelijke Meent gaan op basis van het buurtenergieplan hun woningen verduurzamen en op een andere warmtevoorziening over. Samen met het kennis- en leerprogramma van het PAW wordt gekeken hoe we dit het beste kunnen aanvliegen. In de praktijk kijken we stap voor stap wat werkt. Waar nodig, sturen we bij. Het gaat hier niet alleen om techniek en financiën. Maar ook om vele sociaalmaatschappelijke vraagstukken: hoe kunnen we bewoners ontzorgen, waar hebben ze zelf behoefte aan, hoe kunnen we samen met bewoners en partners een gedragen plan opstellen, wat zijn de koppelkansen en hoe kunnen we die kansen daadwerkelijk benutten, wat hebben de verschillende bewoners nodig om daadwerkelijk tot uitvoering over te gaan en hoe gaan we om met de verschillende belangen? Dit is een leerproces, waar ook andere gemeenten mee worstelen. Ervaringen delen we dan ook niet alleen binnen Hilversum en de regio, maar ook met andere gemeenten in Nederland.
5.3
Wat staat er de komende jaren te gebeuren?
We kiezen voor een individuele benadering van de warmtetransitie. We doen geen uitspraak over de technische oplossingen. De data-analyse biedt daarvoor geen rechtmatige onderbouwing. Tegelijkertijd maken technologische ontwikkelingen individuele oplossingen steeds haalbaarder,
36
waardoor minder vaak collectieve oplossingen noodzakelijk zullen zijn. Bovendien impliceert een gebiedsgerichte aanpak die is gericht op collectieve oplossingen een forse mate van dwang, die niet past binnen onze samenleving en waartoe de gemeente geen wettelijke instrumenten heeft. Voor de Hilversumse situatie is een individuele aanpak de beste oplossing. We sluiten aan bij de individuele situatie van woningen gebouweigenaren en stimuleren en ondersteunen hen op de voor hen natuurlijke momenten om aan de slag te gaan met verduurzamen. Met deze aanpak verwachten we voor de gestelde ambitie het noodzakelijke tempo te behalen. Woningen gebouweigenaren kunnen met deze benadering hun eigen plan trekken, zonder beperkingen en dwang te ervaren die een collectieve benadering nu met zich mee brengt. Zo kunnen zij een maatwerk aanpak (laten) uitwerken die past bij hun individuele situatie. Hierdoor kunnen meer eigenaren gelijktijdig worden bediend in de verduurzaming, dan bij een gebiedsgerichte aanpak.
samen aan de slag kunnen gaan met de verduurzaming. Tegelijkertijd doen we ervaring en lessen op in de Proeftuin Hilversumse Meent, die we meenemen in de uitvoering van de warmtetransitie in de rest van Hilversum. Deelname aan het PAW versterkt onze informatiepositie verder. Samenwerking met toekomstige initiatiefnemers en de regiogemeenten zorgt ervoor dat we onze kennis over de aanpak van de warmtetransitie blijven verrijken. Aan de hand van monitoring en evaluatie scherpen we de aanpak in relatie tot de opgave aan. De vorm en mate waarin we dat doen hangt onder meer af van ontwikkelingen op rijksniveau. Daarbij denken we met name aan mogelijkheden die het Rijk ons biedt om te sturen, zoals met financiering of juridisch instrumentarium, waaronder dwangmiddelen.
De participatie wijst uit dat er onder bewoners een grote behoefte aan duidelijkheid is. Ze willen weten wat de plannen van de gemeente zijn, waar ze terecht kunnen voor informatie en ondersteuning en wat het alternatief van aardgas wordt voor hun specifieke woning. Daarom spreekt de gemeente uit dat de keuze voor het warmte-alternatief aan woning- en gebouweigenaren overgelaten wordt. Daarbij worden zij wel ondersteund om deze keuze te kunnen maken. Dit doen wij door gerichte acties op te pakken, middels de uitvoeringslijnen. Op die manier wordt de informatievoorziening versterkt en worden instrumenten en all-in pakketten ontwikkeld waardoor bewoners individueel of
37
Bijlage I – Startdocument voor de Uitgangspunten en verdere uitwerking van de Transitievisie Warmte Maart2021
38
1
Inleiding
We staan nu aan het begin van het maken van een Transitievisie Warmte. Het startdocument Transitievisie Warmte, dat hier voorligt, geeft een verkenning van de opgave van de warmtetransitie voor Hilversum weer en geeft aan hoe we de komende maanden te werk gaan om te komen tot een visie voor deze warmtetransitie. De uitgangspunten en doelen die de afgelopen maanden zijn opgesteld, gaan we de komende periode bespreken met betrokken partijen, inwoners en ondernemers. Daarmee willen we toetsen of we alles in kaart hebben gebracht om tot een uiteindelijke visie te komen. Datgene wat nog ontbreekt vanuit het oog van de betrokkenen vullen we aan. Zo verbeteren we de kwaliteit van het stuk. Ook moet het participatieproces, en de communicatie daar omheen, ervoor zorgen dat de Hilversumse samenleving op de hoogte is van het doel van de Transitievisie Warmte, de stappen die we gaan zetten en wat zij daar van kunnen verwachten. Tegelijkertijd dient dit startdocument als basis voor participatie met bewoners en ondernemers om te komen tot een fasering van de buurten. Waar landelijk is gekozen om dit op wijkniveau te doen, doen wij dit in Hilversum op buurtniveau. Het gaat namelijk om een aanpak per buurt voor het aardgasvrij-klaar maken van de woningen en gebouwen. Wijken beschouwen wij als een te groot begrip en wij kiezen voor verfijndere aanpak.
Voor Hilversum is dat een herkenbare indeling, ook omdat bewoners zich vaak identificeren met hun buurt en niet zozeer met een wijk. Waar het de opdracht is van het Rijk om na het vaststellen van de Transitievisie Warmte over te gaan op het opstellen van buurtuitvoeringsplannen, kiest Hilversum ervoor om dit vooralsnog niet te doen. Er zijn op dit moment nog te veel onzekerheden om de warmtetransitie haalbaar en betaalbaar te maken.
De afgelopen maanden heeft er een verkenning naar de warmtetransitie in Hilversum plaatsgevonden en is er al met een aantal stakeholders gesproken over de uitgangspunten en doelen van de Transitievisie Warmte. In dit startdocument geven we hier een overzicht van. Ook brengen we in beeld binnen welke kaders er in Hilversum gewerkt wordt aan deze visie. Daarnaast geven we weer hoe we de Hilversumse samenleving willen betrekken bij het proces om te komen tot de Transitievisie Warmte.
1.1
Aanleiding
Elke gemeente moet voor het einde van 2021 een Transitievisie Warmte hebben vastgesteld. Dit is afgesproken in het Klimaatakkoord. Maar wat is een Transitievisie Warmte en wat heeft Hilversum hier aan? Nederland heeft afgesproken om uiterlijk in 2050 van het aardgas af te gaan. Hilversum heeft de ambitie om dit in 2040 al te doen. Dat betekent dat we ons daar op voor moeten bereiden. Aan de ene kant moeten we onderzoeken welke alternatieve warmtebronnen voor aardgas beschikbaar zijn en geschikt zijn om alle gebouwen en woningen in Hilversum te verwarmen. In Hilversum vinden wij het belangrijk dat dit betaalbare alternatieven zijn voor alle inwoners en ondernemers. Aan de andere kant moeten alle gebouwen en woningen klaar gemaakt worden voor de overstap naar een andere, duurzame warmtebron. Daarom moeten de gebouwen en woningen goed geïsoleerd worden, zodat er geen warmte verloren gaat en er ook minder warmte nodig is. De Transitievisie Warmte geeft een eerste richting aan de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Ook geeft het een indicatie van het aantal woningen en gebouwen die in de periode tot en met 2030 geïsoleerd en eventueel aardgasvrij gemaakt kunnen worden en hoeveel 39
warmte daar voor nodig is. Daarbij is het belangrijk om te benoemen dat de gemeente zelf niet gaat sturen op aardgasvrij. De mogelijkheden voor alternatieve bronnen en buurtaanpakken worden onderzocht, maar concrete initiatieven tot aardgasvrij worden alleen besproken als deze van onderaf uit de samenleving komen en haalbaar en betaalbaar zijn. Wat gaan we dan concreet doen om ervoor te zorgen dat de woningen en gebouwen voorbereid zijn om over te stappen op een andere warmtebron dan aardgas? Wat kunnen bewoners en ondernemers hier zelf voor doen? Welke alternatieve warmtebronnen voor aardgas zijn er in Hilversum? En is de bestaande infrastructuur geschikt voor alternatieve warmtebronnen? Op al deze vragen moet er een antwoord komen. Sommige vragen kunnen in de eerste Transitievisie Warmte al beantwoord worden, andere vragen hebben misschien nog wat verder onderzoek nodig. Het doel van deze eerste Transitievisie Warmte is om een tijdspad te schetsen waarop buurten gaan isoleren of van het aardgas af gaan. Ook geeft dit tijdspad aan wat er concreet gedaan wordt en nodig is om die stappen te zetten.
Denk daarbij aan het onderzoeken van alternatieve warmtebronnen, het lobbyen bij het Rijk voor de betaalbaarheid van de warmte transitie, de collectieve inkoopacties van de energiecoöperaties en de momenten en manier waarop de bewoners en ondernemers kunnen meedenken en doen aan deze plannen. Dat moet voor bewoners en ondernemers duidelijkheid geven over wat dat voor hen betekent. Als hun buurt al aan de slag gaat met het aardgasvrij-klaar maken van de woningen, dan is het fijn als er bekend is wat er voor nodig is om te komen tot aardgasvrijklaar en hoeveel tijd daarvoor is. Daarom wordt er een overzicht gegeven van alles wat er gedaan kan worden op weg
naar aardgasvrij-klaar. Daarnaast is het belangrijk dat het voor bewoners en ondernemers duidelijk is wie er verantwoordelijk is voor welke actie. Ook dat wordt toegelicht in de Transitievisie Warmte. Zo wordt duidelijk wat er de komende jaren verwacht kan worden van de warmtetransitie. Als er nog geen goede alternatieve warmtebron voor een wijk in zicht is, dan kunnen bewoners en ondernemers rustig hun Cv-ketel vervangen. Maar als er wel in beeld is welk alternatief er voor aardgas ingezet kan worden, dan kan er beter even gewacht worden met het vervangen van de Cv-ketel of het installeren van een warmtepomp, dat scheelt ook onnodige kosten! Wat nu al duidelijk is, is dat het aardgas niet opeens morgen afgesloten wordt. Heel Hilversum gaat zich de komende jaren stapsgewijs voorbereiden op deze warmte transitie, waarbij er continu gekeken wordt naar de keuzes die op dat moment het meest efficiënt en betaalbaar zijn. Het belangrijkste is dat er eerst een oplossing moet komen voor alle afhankelijkheden en onzekerheden van de warmtetransitie, voordat we aan de slag gaan met het loskoppelen van het aardgas.
1.2
Kaders
Het opstellen van een Transitievisie Warmte is een opdracht aan gemeenten vanuit het Rijk. Hieronder is weergegeven hoe dit past binnen de afspraken die er gemaakt zijn op regionaal, provinciaal en landelijk niveau en binnen welke kaders er in Hilversum gewerkt wordt aan het opstellen van deze visie.
40
Internationale afspraken en landelijk beleid Internationaal zijn afspraken gemaakt over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Hierbij is het doel de temperatuurstijging wereldwijd te beperken tot nog maximaal 2 graden Celsius ten opzichte van 2009. Nederland heeft deze internationale afspraken vertaald in nationaal klimaatbeleid. Het kabinet Rutte I (geformeerd in 2010) wil in 2020 de uitstoot van broeikasgassen met 20 procent teruggebracht hebben ten opzichte van 1990, jaarlijks 2 procent minder energie gebruiken dan het voorgaande jaar, en de energievraag voor 18 procent dekken uit duurzame energiebronnen.
Provinciaal beleid De provincie Noord-Holland voert voornamelijk diverse ruimtelijke- en economische toekomstverkenningen uit om in beeld te krijgen hoe de transitie naar duurzame energie er op de lange termijn uit ziet. Hierbij wordt met name gekeken wat de gevolgen zijn voor de economie, het landschap en de samenleving. Voor de korte termijn wordt er vooral ingezet op energiebesparing. Daarbij biedt de provincie ondersteuning aan gemeenten en woningbouwcorporaties, door kennis en ervaring te bundelen en te delen. Ook biedt zij ondersteuning aan initiatieven van inwoners en bedrijven, onder andere door subsidies.
Regionale samenwerking In de regio Gooi en Vechtstreek werken overheden, energiecoöperaties, waterschap, wateren elektriciteitsnetbeheerders, huurdersverenigingen en woningcorporaties sinds november 2017 samen aan de regionale energietransitie. Onder het motto ‘Samen op pad’
bespreken zij dit regelmatig in het Bestuurlijk Overleg Energie Gooi en Vechtstreek (BOEG). Ook bij het opstellen van de nieuwe Regionale Samenwerkingsagenda 2019-2022 hebben de gemeenteraden allemaal de energietransitie als speerpunt ingebracht. De gemeenten willen aansluiten bij de landelijke CO₂-besparingsdoelstelling. Daarbij gaat het om: 1. Het versnellen van het verduurzamen van de gebouwde omgeving (o.a. energiebesparing); 2. Transitie naar een aardgasvrije regio met hernieuwbare energie. Om dit laatste punt te realiseren wordt er bovenregionaal samengewerkt: de regio Gooi en Vechtstreek vormt een deelregio binnen de Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid (RES NHZ). De regio Gooi en Vechtstreek is hierin bestuurlijk vertegenwoordigd door de Hilversumse portefeuillehouder Klimaat & Energie. In de RES wordt aangegeven wat de mogelijkheden zijn voor het opwekken van zon- en windenergie en hoe de bijbehorende energie infrastructuur op een zorgvuldige manier uitgewerkt wordt, zodat het niet de kwaliteit van de omgeving verstoort. Hilversum is in het voorjaar van 2020 begonnen met de startanalyse voor de Transitievisie Warmte en stuurt deze het vierde kwartaal van 2021 naar de gemeenteraad.
De gemeenten Blaricum, Laren, Wijdemeren, Gooise Meren en Huizen zijn iets later gestart en werken op regionaal niveau met elkaar samen om de Transitievisie Warmte op te stellen, die vervolgens wel op gemeentelijk niveau geschreven en vastgesteld worden. Dit doen de vijf gemeenten onder begeleiding van een projectleider
41
van de Regio en een extern adviesbureau. Omdat Hilversum voor liep in het opstellen van deze visie, blijft Hilversum dit traject zelfstandig doorlopen. Uiteraard wordt er wel afgestemd met de regiogemeenten over de ontwikkeling van de Transitievisie Warmte.
Hilversums beleid De visie Klimaatneutraal Hilversum 2050 is opgesteld naar aanleiding van een door de gemeenteraad aangenomen initiatiefvoorstel van PvdA, GroenLinks en ChristenUnie in 2010 om te werken aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en de energievraag. Deze visie is de Hilversumse vertaling van de internationale afspraken en het nationaal klimaatbeleid, en dient als leidraad voor de meerjarige uitvoeringsprogramma’s tot 2050. Bij de vaststelling in 2012 van de ambitie om klimaatneutraal te zijn in 2050, zijn drie prioriteiten opgesteld: (1) klimaat en energie, (2) duurzame bedrijfsvoering en (3) duurzaam bedrijfsleven. Daarnaast is burgerparticipatie benoemd als onmisbaar hulpmiddel om succesvol te kunnen zijn. Het eerste uitvoeringsprogramma 2012-2015 is een tussenstap in de ambitie om als gemeente in 2050 klimaatneutraal te zijn. Het tweede uitvoeringsprogramma Duurzaam Hilversum 2016-2020 bouwt hier op voort en heeft als extra kader van de gemeenteraad meegekregen om toe te werken naar 30 procent CO₂-besparing in 2020. Daarnaast is specifiek prioriteit gegeven aan isoleren, zonne-energie op grote daken en de voorbeeldfunctie van de gemeente. In dit programma is duidelijk gekozen voor samenwerking met de Hilversumse samenleving, onder andere via de Green Deals en de Hilversum100 (voorheen Energieplatform Hilversum). De evaluatie van het lopende
programma en het nieuwe uitvoeringsprogramma 2021-2025 kunnen in het eerste kwartaal van 2021 in de gemeenteraad geagendeerd worden. Het huidige college heeft als doelstelling toegevoegd dat Hilversum in 2040 aardgasvrij wil zijn. De afgelopen jaren is dit als thema toegevoegd aan de jaarplannen. Er zijn ook concrete projecten voor aardgasvrij in ontwikkeling in de Hilversumse Meent, waarvoor de aanvraag in het kader van het Programma Aardgasvrije Wijken is toegekend, en Kerkelanden. Ook landelijk is specifieke inzet te zien op het thema aardgasvrij, wat naast de klimaatdoelen voortkomt uit het afbouwen van de gaswinning in Groningen. Op het thema isoleren en aardgasvrij heeft de gemeente de ‘regierol’ gekregen vanuit het landelijk Klimaatakkoord. Dat betekent onder andere dat elke gemeente een Transitievisie Warmte maakt, die elke vijf jaar wordt herzien en waarbij jaarlijks een wijkuitvoeringsprogramma opgesteld wordt. De gemeente Hilversum geeft invulling aan de regierol door: 1. Kaders te stellen; 2. Uitgangspunten en randvoorwaarden te formuleren; 3. Belanghebbenden, inwoners, bedrijven en stakeholders in alle fasen van de transitie te betrekken; 4. Ervaringen op te doen en te delen bij het aardgasvrij(klaar) maken van de Hilversumse Meent o.b.v. de landelijke toekenning vanuit het Programma Aardgasvrije Wijken. 5.
Bij toekomstige gebiedsontwikkeling de mogelijkheden te onderzoeken om bij te dragen aan het aardgasvrij maken en het renoveren van gebouwen. Ook verkennen we de kansen met de omliggende gebieden om de uitgangspunten
42
van de Transitievisie Warmte te realiseren in het nieuw te ontwikkelen gebied.
1.3
Uitgangspunten
Naast de internationale afspraken, het landelijk, regionaal en lokaal beleid, zijn afgelopen maanden samen met netbeheerders, woningcorporaties, waterschap, waterleidingbedrijf, energiecoöperaties en Green Deal coaches de volgende uitgangspunten benoemd waar bewoners, ondernemers en organisaties zich aan vast kunnen houden. Deze uitgangspunten zijn geformuleerd in de wij-vorm, omdat de gemeente zich goed beseft dat zij de grote opgave van de warmtetransitie niet alleen kan realiseren. Daarom werkt de gemeente hierin nauw samen met de Hilversumse bewoners, ondernemers, organisaties en partners.
1 We koersen op 2050 klimaatneutraal en 2040 aardgasvrij; elke vijf jaar stellen we nieuwe concrete doelen voor de komende periode. Hilversum heeft heldere ambities op de lange termijn. Elke vijf jaar vertalen we die in doelen op de middellange termijn. Daarmee geven we richting aan lokale prioriteiten en het benutten van kansen.
2
We gaan eerst zoveel mogelijk energie besparen.
Duurzame energie is schaars, en zeker niet gratis of zonder impact op de omgeving. Wat je bespaart hoef je niet op te wekken. Daarom willen we eerst de energievraag zo ver mogelijk naar beneden brengen. Dit is afhankelijk van het type woning, bijvoorbeeld nieuwbouw of vooroorlogs, de maatregelen die getroffen kunnen worden en de kosten die hiermee gepaard
gaan. Als de aanpassingen aan de woning om energie te besparen dusdanig ingrijpend en duur zijn, kan bepaald worden dat label D de enige haalbare en betaalbare keuze is voor die woning. Wanneer deze kosten laag zijn, kan geadviseerd worden om de woning naar energielabel B te brengen.
3 Alle alternatieve warmtebronnen met uitzondering van biomassaverbranding – anders dan bij privé gebruik - zijn denkbaar, zolang deze uiteindelijk klimaatneutraal zijn en bijdragen aan een verbetering van de luchtkwaliteit. Ook moeten de alternatieven passen bij de lange termijn doelen. Te denken valt bijvoorbeeld aan geothermie en aquathermie, afhankelijk van de beschikbaarheid, maar er zijn nog veel andere alternatieven. Bij de kaderstelling van de Regionale Energie Strategie (RES) is besloten dat grootschalige biomassaverbranding centrales zijn uitgesloten. Om een verbetering van de luchtkwaliteit te realiseren wordt in de transitievisie warmte aangesloten bij het Schone Lucht Akkoord en de daarin genoemde maatregelen ten aanzien van houtrook (hoofdstuk 4).
4 Initiatief van bewoners, ondernemers en organisaties zijn een belangrijk aspect in de prioritering van de buurten. Initiatiefnemers die midden in de samenleving staan, hebben een cruciale rol. Zij staan dicht bij hun buurtgenoten en hebben vaak creatieve ideeën die goed passen in de omgeving. Als er in een buurt initiatieven zijn met een goed plan en een duidelijke achterban, dan maakt dat een buurt kansrijk om alvast mee aan de slag te gaan voor het aardgasvrij-klaar maken van de
43
woningen en gebouwen. Initiatiefnemers worden, als zij dat willen, ondersteund om een trekkende rol te vervullen bij het uitwerken en uitvoeren van de plannen voor hun gebied. Tegelijkertijd sluiten we geen nieuwe initiatieven uit en gaan we op zoek naar een manier om de buurten waar geen initiatieven opkomen te ondersteunen in de stappen naar aardgasvrij-klaar.
Lokaal mede-eigendom van collectieve 5 warmtebronnen zorgt voor draagvlak. Ook voor warmtebronnen kan mede-eigendom van omwonenden en lokale ondernemers bijdragen aan draagvlak en betrokkenheid. Daarom wordt bij het ontwikkelen van collectieve warmtebronnen verkend of lokaal eigendom mogelijk is en welke vorm de meeste meerwaarde biedt. Daarin kijken we onder andere naar de bereidheid van bewoners om te bij te dragen aan de totale kosten van de bron en op welke manier de continuïteit van warmtelevering goed geborgd kan worden.
We werken met een flexibele gebiedsgerichte 6 aanpak. Aansluitend bij de landelijke ‘wijkaanpak’ (voor Hilversum ‘buurtaanpak’) verkennen we kansen en oplossingen op gebiedsschaal. We doen dat om kansen van collectieve oplossingen en koppelkansen te benutten, maar ook om te zien wat er nodig is om iedereen aan te haken. We beginnen bij de positieve energie die er al is in de buurt en kijken hoe die kan worden verbreed naar andere bewoners en ondernemers in de buurt. Per keer kijken we wat een logische schaal is: bijvoorbeeld straat, blok, buurt of wijk. Ook kijken we daarbij naar de kansen voor en vanuit de naastliggende gebieden.
We maken een integrale afweging samen met de 7 buurt bij het buurtuitvoeringsplan. Bij het opstellen van een buurtuitvoeringsplan bekijken we samen met de bewoners en gebouweigenaren in een gebied welke oplossing past. We maken een brede afweging waarin kosten, maar ook klimaatwinst, impact op de omgeving en het gebouw en comfort, (on)gemak en flexibiliteit voor de gebruikers meetellen. De buurtuitvoeringsplannen worden pas opgesteld als de randvoorwaarden voor de warmtetransitie zijn ingevuld of als er een haalbaar bottom-up initiatief is.
De transitie is betaalbaar voor bewoners en 8 ondernemers. Een inclusieve en daadkrachtige transitie is alleen mogelijk als een betaalbare omschakeling voor iedereen mogelijk is. Landelijk is het uitgangspunt dat de omschakeling (woon)lastenneutraal is. Daarmee wordt bedoeld dat het alternatief niet duurder is dan verwarmen op aardgas op het moment dat er besloten wordt op een andere warmtebron over te gaan. Ook de gemeente zal bij haar initiatieven en instrumenten steeds toetsen of het leidt tot betaalbare oplossingen. Daarvoor zijn toegankelijke financieringsoplossingen en transparante terugverdientijden nodig. Voor volledige omschakeling zijn voorlopig ook meestal subsidies nodig. Belangrijk om te signaleren is dat de realisatie daarvan voor een belangrijk deel afhankelijk is van landelijke kostenreductieprogramma’s en subsidies.
In elk geval tot 2030 gaan we alleen over tot 9 uitvoering als er breed draagvlak is. Bij het verduurzamen van een woning of gebouw maakt elke eigenaar een eigen afweging. Tegelijkertijd is deze keuze
44
afhankelijk van de collectieve keuze voor een warmtealternatief en de keuze om op een bepaalde datum het gasnet af te sluiten. Het is randvoorwaardelijk dat in de eerste buurten bewoners en gebouweigenaren positief staan tegenover het plan voor verduurzaming. Alleen dan kunnen we daarna verder versnellen. Daarom peilen we hoeveel draagvlak er is en als dat er niet is, moet er een beter plan komen of is er meer tijd nodig. Na 2030 moet overwogen worden of de gemeente het nodig en wenselijk vindt om meer dwingende instrumenten in te zetten.
11 Onafhankelijke informatie en ondersteuning zijn voor iedereen beschikbaar. De gemeente zorgt er voor dat bewoners en gebouweigenaren op professionele en laagdrempelige wijze onafhankelijke, relevante en actuele informatie wordt aangeboden. Ook dienen bewoners en gebouweigenaren, indien gewenst, ondersteund te kunnen worden in het traject van oriëntatie tot aan het daadwerkelijk uitvoeren van maatregelen. De informatie is helder (eenvoudig te begrijpen), laagdrempelig (eenvoudig te vinden) en toegankelijk (ook voor bezoekers die moeite hebben met lezen, visueel gehandicapt of kleurenblind zijn of een andere beperking hebben). Voor communicatie wordt ook gebruik gemaakt van de gemeentepagina in de Gooi en Eembode, informatiepunten in de wijken (folders, posters) en een informatienummer.
1.4
Doelen
De doelen waar binnen de Transitievisie Warmte aan gewerkt wordt, zijn de afgelopen maanden samen met netbeheerders, woningcorporaties, waterschap, waterleidingbedrijf, energiecoöperaties en Green Deal coaches geformuleerd. Deze moeten focus geven aan de buurtuitvoeringsplannen de
komende jaren. Aan de hand van deze doelen zullen concrete projecten ontwikkeld worden om te komen tot wijken die aardgasvrij-klaar zijn.
1 Aan de hand van de buurtuitvoeringsplannen gaan we extra woningen en gebouwen aardgasvrij-klaar maken, waar mogelijk in aaneengesloten clusters. De slimste en meest effectieve manier om klimaatimpact te reduceren is isoleren. Zeker als er stilgestaan wordt bij het feit dat duurzame warmte en stroom schaars zijn en dat 80 procent van de Hilversumse woningen en gebouwen nog niet aardgasvrij-klaar is. Hilversum gaat daarom inzetten op de gebiedsgerichte aardgasvrij-klaar aanpak, waar mogelijk in aaneengesloten clusters. Buren nodigen elkaar uit zodat iedereen laagdrempelig betrokken wordt. Daar waar woningcorporaties al een belangrijke slag hebben gemaakt, is het met name van belang dat de verduurzaming van particuliere woningen wordt versneld. Ondernemers spelen in deze buurtaanpak ook een belangrijke rol.
2 Kansen benutten waar Hilversumse inwoners direct baat bij hebben. In de transitie naar een duurzaam gebouwde omgeving is nog veel innovatie nodig. Vanuit de verkenning van de lokale opgave hebben we een aantal thema’s benoemd die voor Hilversum belangrijk zijn en die tot direct resultaat voor de bewoners leiden. De gemeente heeft zeer beperkt middelen om zelf innovatie te stimuleren, maar zal op deze thema’s kansen benutten door initiatieven te faciliteren en mee te zoeken naar externe financiering. De thema’s zijn:
45
Schaalbare oplossingen voor G-label panden en 2a monumenten. Hilversumse woningvoorraad heeft circa 40% vooroorlogse woningen en circa 60% naoorlogse woningen. Van deze naoorlogse woningen zijn er ook veel vroeg naoorlogs. Daarnaast heeft de stad bijna 1.000 monumenten. Dat zijn bij uitstek de gebouwen waar veel klimaatwinst te boeken is. Tegelijkertijd is voor deze gebouwen nog het meest onzeker welk isolatieniveau haalbaar is en zijn er waarschijnlijk vaker maatwerkoplossingen nodig. Innovatie gericht op het ontwikkelen van aanpakken voor deze woningen draagt bij aan de specifieke Hilversumse opgave.
Werkgelegenheid in de warmtetransitie 2b bevorderen. De warmtetransitie heeft een groot arbeidsmarktvraagstuk in zich. Het biedt een kans om binnen de gemeente de krachten te
Start situatie
Bijvoorbeeld: • Isoleren • Ventileren • Radiatoren
bundelen vanuit de beleidsterreinen energietransitie, economie en sociaal domein. De grootste uitdaging is om voldoende gekwalificeerde mensen inzetbaar te krijgen voor deze opgave. Enerzijds betekent dit dat er actief samengewerkt moet worden met opleiders, (lokale) bedrijven en maatschappelijke organisaties in en rond Hilversum om voorbereid te zijn op de toekomstige vraag. Anderzijds willen we scholieren, studenten, werkzoekenden en werkenden aantrekken tot de energietransitie en hen begeleiden met bij- en omscholing. Er is de afgelopen jaren al flink geïnvesteerd in de transitie die de arbeidsmarkt vraagt en er lopen al verschillende trajecten om mensen uit de bijstand aan het werk te krijgen, werknemers te stimuleren zich te blijven ontwikkelen en opleidingen en bedrijfsleven aan elkaar te verbinden. Dit zal de komende jaren nog verder bevorderd worden.
Aardgasvrij klaar
Bijvoorbeeld: • Warmtepomp • Warmtenet • Duurzaam gas
Aardgasvrij
Figuur 1: aardgasvrij-klaar en aardgasvrij als twee belangrijke mijlpalen in de verduurzaming van gebouwen
46
1.5
Opgave
De uitdaging van de warmtetransitie wordt voor een groot deel beïnvloed door de technische kenmerken van de woningen en gebouwen en de sociaaleconomische kenmerken van de samenleving. Daarom zijn deze kenmerken in kaart gebracht en is er gekeken naar wat dat betekent voor de warmtetransitie in Hilversum. De warmtetransitie kan alleen succesvol zijn als er technische oplossingen zijn voor het aardgasvrij maken van de woningen en de voorbereiding daar op, en als er draagvlak is vanuit de samenleving. Dit is voor het grootste deel afhankelijk van de betaalbaarheid van de transitie voor alle bewoners en partijen. Om de doelstelling van een aardgasvrije gemeente in 2040 te bereiken, moeten er, verspreid over 8 wijken en 34 buurten, 42.324 woningen en 5830 ander vastgoed aardgasvrij-klaar gemaakt worden, waarbij 91.207 inwoners voldoende betrokken zijn geweest. Bovendien zal de huidige warmtevraag van 2600 TJ (TeraJoule) dan middels een alternatieve, hernieuwbare bron voorzien moeten worden. Dat is een enorme opgave voor de komende 20 jaar. Aantal woningen 42.676 Bron: BAG/ABF, 2020
Aantal niet-woningen 5.830
Woningen naar bouwjaar Bouwjaar < 1906 1906 – 1930 1931 – 1944 1945 – 1959 1960 – 1970 1971 – 1980 1981 – 1990 1991 – 2000 2001 – 2010 > 2010 Onbekend
Hilversum
Nederland 8,9% 20,7% 12,7% 17,4% 8,5% 10,3% 6,7% 5,3% 4,2% 5,4%
4,8% 8,9% 5,0% 9,0% 14,9% 15,7% 14,3% 11,6% 9,4% 6,5%
Bron: BAG/ABF, 2020
Woningen naar eigendom Eigendom Koop Sociale huur Particuliere huur Onbekend
Hilversum
Nederland 54,2% 30,2% 15,4% 0,2%
57,4% 29,4% 12,9% 0,3%
Bron: BAG/ABF, 2020
47
Woningen Een groot deel van de Hilversumse woningvoorraad is vooroorlogs (42%) of vroeg naoorlogs (20%). Daar komt nog bij dat er in Hilversum ongeveer 1.000, voornamelijk gemeentelijke, monumenten zijn. Ten opzichte van het inwoneraantal heeft Hilversum drie keer zoveel gemeentelijke monumenten als landelijk. Deze kenmerken maken de opgave nog net weer lastiger. Woningen uit deze bouwjaren hebben doorgaans een lage energielabel, veelal label G. Dat betekent dat er veel gedaan moet worden aan de woning op het gebied van isoleren en energie besparen. Juist voor deze woningen is dat over het algemeen niet zo makkelijk. Dat komt door de manier waarop deze gebouwd zijn, met doorgaans veel holle ruimten tussen balken, vloeren die gemaakt zijn van hout of steenachtig materiaal en in sommige gevallen een buitengevel zonder spouw. Wat het voor de monumenten extra ingewikkeld maakt, is dat er voor renovaties en verbouwingen aan deze gebouwen soms vergunningen nodig zijn vanwege het behoud en beheer van cultureel erfgoed. Daarom is het voor de Hilversumse opgave in de warmtetransitie van groot belang dat er goede, betaalbare en schaalbare oplossingen komen voor het verduurzamen van G-label panden en monumenten en dat we voor bewoners duidelijk maken welke vergunningen zij hiervoor nodig hebben.
Woningeigendom Het type woningeigendom zorgt voor belangrijke verschillen tussen buurten. In 26 van de 34 buurten zijn koopwoningen het meest voorkomende eigendom type. In 7 buurten zijn woningcorporaties de belangrijkste woningeigenaar. Deze verschillen zorgen voor een verschillende behoefte in aanpak. Voor de buurten waar woningcorporaties de grootste
woningeigenaar zijn, vormen zij een belangrijk aanspreekpunt en kan worden gekeken of particuliere woningbezitters kunnen aanhaken bij hun aanpak. In buurten waar vooral koopwoningen staan, is het om te beginnen een uitdaging om te onderzoeken op welke manier alle woningbezitters bereikt kunnen worden. Niet-woningen naar bouwjaar Bouwjaar < 1945 1945 – 1965 1965 – 1985 1985 – 2005 > 2005
Hilversum
Nederland 27,3% 30,4% 23,0% 13,7% 5,7%
13,1% 14,1% 33,5% 24,4% 14,9%
Bron: BAG/ABF, 2020